Stand van zaken van de verkeersveiligheid najaar 2024
Brontekst
Versie 6dde2a39f6e03fed · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1139 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 december 2024Veilig verkeer is een belangrijk onderwerp dat ons allemaal aangaat.Iedereen neemt vrijwel dagelijks deel aan het verkeer, wil dan veiligvertrekken van huis en ook veilig weer thuiskomen van school of werk.Verkeersveiligheid is een randvoorwaarde om mobiel te zijn, en dus om invrijheid te kunnen leven. Daarom is duidelijkheid en eenvoud vanregelgeving nodig.Inwoners moeten weten welk voertuig wel en niet de weg op mag, hoehard je mag rijden op welke weg en wanneer je een rijbewijs nodig hebt.Natuurlijk is het dan ook belangrijk dat mensen zich aan de regels houden,wat betekent dat zij rekening moeten houden met elkaar én dat ervoldoende handhaving moet zijn. Goede educatie en voorlichting spelendaarbij een belangrijke rol.Ook dit kabinet werkt aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Metdeze brief wordt u, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid(JenV), geïnformeerd over de stand van zaken van het verkeersveilig-heidsbeleid. Dit beleid wordt vormgegeven aan de hand van het Strate-gisch Plan Verkeersveiligheid (SPV).De brief is onderverdeeld in de volgende thema’s:1.Staat van de Verkeersveiligheid2.Veilige infrastructuur3.Veilige voertuigen4.Veilig gedrag: educatie, voorlichting en ontwikkelingen CBR5.Veilig gedrag: handhaving (JenV)6.Overige ontwikkelingen kst-29398-1139ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11391 1. Staat van de Verkeersveiligheid In de «Staat van de Verkeersveiligheid 2024» beschrijft de StichtingWetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) de ontwikkelingvan het aantal verkeersslachtoffers over 2023 en de voorlopige gegevensover 2024.1 Na een afname van het aantal verkeersdoden tijdens deCOVID-19 pandemie zagen we in 2022 een toename van circa 20% in hetaantal verkeersdoden en -gewonden ten opzichte van eerdere jaren.Hoewel de cijfers van 2023 een daling laten zien ten opzichte van 2022,blijft het aantal verkeersslachtoffers hoger dan de voorgaande jaren in hetafgelopen decennium.Zoals het CBS in april meldde, vielen er 684 verkeersdoden in 2023. Dit iseen daling van 8% ten opzichte van 2022 (745). Opvallend is dat ondanksdeze daling het aantal verkeersdoden onder voetgangers en scootmobiel-berijders in deze jaren steeg met respectievelijk 22% en 33%. Op de langetermijn constateert SWOV een stijgende trend in het aantal verkeersdodenonder fietsers (jaarlijks +5%). Met name onder ouderen en fietsers diebetrokken zijn bij een aanrijding met een auto stijgt het aantal verkeers-doden.Verder rapporteert SWOV 7.400 ernstige verkeersgewonden in 2023. Ookdit is een daling (–10%) ten opzichte van 2022 (8.300). De cijfers van 2023zijn op het niveau van wanneer de trend van 2013 tot 2019 zich tot opheden had doorgezet (jaarlijks +4%). SWOV constateert een stijgendetrend in het aantal ernstig gewonden onder (met name oudere) fietsers. Integenstelling tot het aantal verkeersdoden vallen de meeste ernstiggewonde fietsers bij ongevallen zonder betrokkenheid van een motor-voertuig.Op basis van de cijfers over de eerste acht maanden van 2024 voorzietSWOV mogelijk opnieuw een lichte daling in het aantal verkeersdoden tenopzichte van 2023. Een verdere analyse van de ontwikkelingen in hetaantal verkeersslachtoffers, de mobiliteit, de ontwikkelingen in risicofac-toren (Safety Performance Indicators; SPI’s) en maatregelen leest u in deStaat van de Verkeersveiligheid 2024.De hierboven beschreven daling van het aantal verkeersslachtoffers in2023 is positief, maar de langjarige trend blijft zorgwekkend. SWOVverwacht dat het aantal ernstig gewonden de komende jaren verder zalstijgen. In deze brief wordt beschreven welke acties het Rijk samen metmedeoverheden en maatschappelijke partners al uitvoert op het gebiedvan veilige infrastructuur, veilig voertuigen en veilig gedrag. Ookonderzoeken we, zoals aangegeven in het regeerprogramma, welke extramaatregelen de trend kunnen breken. Meer informatie daarover is tevinden onder «Trendbrekers verkeersveiligheid» (p.17).Resultaten van onderzoek naar zelfgerapporteerde fietsongevallenHet Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft samen met deANWB en Verian Group onderzocht of fietsongevallen beter in kaartkunnen worden gebracht door middel van een online vragenlijst.2 Via devragenlijst konden mensen zelf fietsongevallen melden en de locatie vanhet ongeval aangeven op een kaart. Dit onderzoek is uitgevoerd omdat inhet huidige Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON)slechts een deel van de fietsongevallen zonder betrokkenheid van een1https://swov.nl/nl/node/1617802Zelfgerapporteerde fietsongevallen: verkenning van de mogelijkheden voor registratie vanfietsongevallen door zelfrapportage – Rijkswaterstaat Publicatie PlatformTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11392 motorvoertuig wordt geregistreerd. BRON is afhankelijk van politieregis-tratie en bij deze ongevallen is de politie niet altijd betrokken.Aanvullende wijzen van registratie van verkeersongevallen kunnenwegbeheerders helpen om gevaarlijke locaties effectief aan te pakken. Hetvragenlijstonderzoek blijkt voor een deel daarin te kunnen voorzien.De «Staat van de Verkeersveiligheid 2024» gebruikt naast politieregistratie(BRON) ook ziekenhuisbestanden en geeft het meest complete beeld vanfietsongevallen resulterend in ernstig letsel. Echter is niet van alleongevallen de ongevalslocatie bekend. In de «Staat van de Verkeersvei-ligheid 2024» staat dat van de ernstig gewonde fietsers in 2023 82% vielna een ongeval zonder motorvoertuig. Tussen 2018 en 2022 was dit inBRON 43%, wat bevestigt dat veel fietsongevallen zonder motorvoer-tuigen niet worden geregistreerd door de politie. In het vragenlijston-derzoek was dit percentage 77% voor ongevallen die in de afgelopen driejaar waren gebeurd.De toegevoegde waarde van zelfgerapporteerde fietsongevallen verschiltper gemeente, omdat er in de ene gemeente meer ongevallen zijn gemelddan in de andere gemeente. In gemeenten met een representatieverespons kwamen nieuwe risicovolle plekken naar voren, vooral opsolitaire fietspaden. Dit najaar en begin volgend jaar vinden ercase-studies plaats met vijf tot zeven gemeenten. Zo wordt bekeken of deongevalslocaties die op deze manier zijn opgehaald meerwaarde biedenvoor wegbeheerders, om te prioriteren welke wegvakken ze willenaanpakken.2. Veilige infrastructuur Derde tranche Investeringsimpuls VerkeersveiligheidOp 28 maart jl. is de Kamer geïnformeerd over de doorontwikkeling vande investeringsimpuls verkeersveiligheid en de beoogde vormgeving vande derde tranche.3 Gelet op de trend van het stijgende aantal verkeer-slachtoffers is het nodig om de effectiviteit van de investeringsimpuls tevergroten. Daarom zijn in de ontwerpregeling voor de derde tranche eenaantal wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de tweede tranche. Zo isonder andere de menukaart herzien, waarmee nog gerichter wordt ingezetop kosteneffectieve verkeersveiligheidsmaatregelen. Ook is de manierwaarop de maximale bijdrage per medeoverheid (verdeelsleutel) wordtbepaald, herzien. Het plafondbedrag is niet langer alleen gebaseerd op hetaantal kilometer wegen in beheer; ook het aantal kilometer fietspad isbetrokken bij de bepaling van het plafondbedrag. Daarbij is een minimum-bijdrage per medeoverheid vastgesteld, waardoor het voor medeover-heden met minder wegen en fietspaden in beheer aantrekkelijker wordtom een aanvraag in te dienen.De regeling voor de derde tranche is afgestemd met de SPV-partners. Hetwerken met aanvraagtijdvakken, waardoor beter wordt aangesloten op delokale beleidscyclus, en de nieuwe verdeelsleutel zijn positief ontvangen.De SPV-partners hebben daarbij het belang van spoedige publicatie enopenstelling van de regeling voor de derde tranche benadrukt zodat deverkeersveiligheid op een zo kort mogelijke termijn wordt aangepakt. Opdit moment hangt de regeling 30 dagen bij de Kamer voor, omdat dezesubsidie voortkomt uit het Mobiliteitsfonds en meer dan € 10 mln.bedraagt voor het jaar 2025. De beoogde inwerkingtreding is begin januari3Kamerstukken 29 398, nr. 1100Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11393 2025, waarna de medeoverheden in het eerste kwartaal (tijdens het eersteaanvraagtijdvak) een aanvraag kunnen indienen.Er staan in 2025 voorlopig drie aanvraagtijdvakken gepland, waarbij€ 236 mln. beschikbaar is voor cofinanciering van verkeersveiligheids-maatregelen op wegen, fiets- en voetpaden in beheer van provincies,gemeenten en waterschappen. Het definitieve bedrag is van besluit-vorming bij de Voorjaarsnota 2025. Dit bedrag van € 236 mln. is hogerdan de eerder aan de Kamer gecommuniceerde € 221 mln., omdat vaneen deel van de, in de eerste en tweede tranche gesubsidieerde maatre-gelen, niet (tijdig) zijn uitgevoerd door de medeoverheden. Deze middelenvloeien namelijk terug naar het ministerie. De wens van de SPV-partnersis om deze bovenop de resterende middelen beschikbaar te stellen voorde derde tranche van de investeringsimpuls.4 Het ministerie heeft Arcadisonderzoek laten doen naar de mate waarin de korte termijn maatregelenvan de eerste tranche zijn uitgevoerd (bijlage 1). Het onderzoek toont aandat er nog meer middelen zullen terugvloeien de komende jaren, alsgevolg van niet (tijdig) uitgevoerde eerste tranche maatregelen. Ditonderzoek verschaft medeoverheden tevens inzicht in welke maatregelensnel kunnen worden gerealiseerd.Inrichting schoolzonesOm de verkeersveiligheid rondom scholen te verbeteren heeft kennis-platform CROW in opdracht van IenW een notitie gepubliceerd over deinrichting en toepassing van schoolzones.5 Het doel van dit hulpmiddelvoor gemeenten is om schoolzones meer herkenbaar te maken voor deweggebruiker. Met deze notitie is de motie Koerhuis uitgevoerd, waarin isverzocht om een handleiding te maken voor een uniforme en herkenbareinrichting van schoolzones.6Monitoringsrapportage Veilig over Rijkswegen 2022In opdracht van Rijkswaterstaat (RWS) heeft Witteveen+Bos de verkeers-veiligheidsmonitor «Veilig over Rijkswegen 2022» (VOR 2022) uitgevoerd.7Deze jaarlijkse monitor geeft inzicht in het aantal verkeersdoden, de aardvan ongevallen en andere verkeersveiligheidstrends op het rijkswegennet.In 2022 waren er, conform BRON, 79 verkeersdoden op rijkswegen. Ditbetekent dat het aantal slachtoffers weer is gestegen naar een verge-lijkbaar aantal als voor de COVID-19-periode. In 2020 en 2021 waren ernamelijk respectievelijk 58 en 53 verkeersdoden. De afname in 2020 en2021 hangt vermoedelijk samen met een lagere verkeersintensiteit doorde COVID-19-reisbeperkingen. In 2022 vielen vooral slachtoffers bijkop-staart botsingen, enkelvoudige ongevallen en flankongevallen.Analyse dodelijke ongevallen rijkswegen 2022Sinds 2016 voert SWOV jaarlijks in opdracht van Rijkswaterstaat eenverdiepende analyse uit naar dodelijke ongevallen op rijkswegen.8 SWOVonderzoekt daarbij onder andere in hoeverre de weginfrastructuur een rol4Alle medeoverheden die tijdens de eerste tranche financiering hebben ontvangen voor kortetermijn maatregelen, hadden tot december 2022 de tijd om deze uit te voeren. De langetermijnmaatregelen, die tot december 2026 uitgevoerd kunnen worden, hebben een uitvoe-ringstermijn tot en met december 2027.5CROW | Schoolzones: toepassing en inrichting6Kamerstuk 35 925 XII, nr. 827Veilig over Rijkswegen 2022: Monitoringsrapport verkeersveiligheid van rijkswegen – Deel A:Landelijk beeld – Rijkswaterstaat Publicatie Platform8Dodelijke verkeersongevallen op rijkswegen in 2022: analyse van ongevals- en letselfactoren endaaruit volgende aanknopingspunten voor maatregelen – Rijkswaterstaat Publicatie PlatformTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11394 speelt bij het ontstaan of de afloop van een dodelijk ongeval. De basisvoor dit onderzoek zijn geregistreerde dodelijke ongevallen in BRONaangevuld met informatie van Forensische Opsporing Verkeer (FOVerkeer), het Opsporing Team Verkeer (OTV) en de basispolitiezorg (BPZ).Van de 66 dodelijke ongevallen die in 2022 hebben plaatsgevonden zijn demeest voorkomende type ongevallen: kop-staartaanrijdingen (24),aanrijdingen met een obstakel in de berm (22) en frontale aanrijdingen openkelbaans wegen (11). Deze typen ongevallen komen overeen metvoorgaande jaren, maar het is voor het eerst dat het aantal kop-staart-aanrijdingen de grootste groep was.Uit de analyse dodelijke ongevallen 2022 blijkt dat dodelijke ongevallenveelal ontstonden door een combinatie van onoplettendheid of (bewust)risicogedrag van de weggebruiker en een weginrichting die weinig ruimtelaat voor menselijke fouten. De volgende infrastructurele factoren hebbende grootste rol gespeeld bij het ontstaan van dodelijke ongevallen: hetontbreken van een fysieke rijrichtingscheiding op enkelbaans wegen (10),het ontbreken van of uitgeschakelde verlichting (4), een te krappeboogstraal in combinatie met het ontbreken van een daarvoor benodigdeaankondiging (3) en het ontbreken of niet functioneren van verkeerssigna-lering (3). De ernst van de afloop werd voor een belangrijk deel bepaalddoor de inrichting van de berm en het niet (correct) dragen van eengordel.Voortgang verkeersveiligheidsaanpak rijks-N-wegenDoor SWOV aanbevolen maatregelen voor verkeersveiligheid zijn hetaanbrengen van verkeerssignalering op filegevoelige locaties, hetvoorzien van een fysieke rijbaanscheiding op enkelbaans wegen, hetuniform inrichten van krappe bogen en een veilige inrichting van debermen. Ook de komende jaren wordt door RWS ingezet op meer veiligebermen en op middenrijbaanscheidingen op enkelbaans N-wegen.Hiervoor is in 2018 € 25 mln. toegevoegd aan het lopende programmaMeer Veilig, voor veilige berminrichting op rijks-N-wegen.9 In 2025 en2026 staan de laatste bermmaatregelen gepland.Daarnaast is door het vorige kabinet € 200 mln. beschikbaar gesteld voorde verkeersveiligheid voor rijks-N-wegen.10 Hiermee treffen we maatre-gelen in twee verschillende tranches. De Kamer wordt hierover jaarlijksgeïnformeerd. Eind 2024 is de helft van de maatregelen uit de eerstetranche is in realisatie of inmiddels afgerond. Zo is het afgelopen halfjaareen deel van de maatregelen op de N9 gerealiseerd. In het voorjaar van2025 wordt gestart met het aanbrengen van moeilijk overrijdbarerijrichtingscheiding op de N57 en N59, als vervolg op een eerdere pilot.RWS werkt momenteel aan de planuitwerking van de tweede tranche. Dekeuze voor aan te pakken deeltrajecten van de N36 kan naar verwachtingbegin 2025 worden gemaakt. Daarna kan het projectbesluit wordenvoorbereid en vastgesteld. De start van de realisatie is voorzien in 2028.Waarschijnlijk kan de realisatie van de N50 Kampen-Ramspol eerderstarten.9Kamerstuk 34 775 XII, nr. 6410Kamerstuk 29 398, nr. 1014Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11395 Strategische agenda verkeersveiligheid rijkswegenIn september jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingvan de strategische agenda verkeersveiligheid voor de rijkswegen(SAV-R). Daarbij is toegezegd de Tweede Kamer eind dit jaar nader teinformeren over de voortgang.11 Recentelijk zijn twee onderzoekenopgeleverd die als bouwsteen dienen voor de uitwerking van de SAV-Rdoor IenW. Dit betreft allereerst een integrale risicoanalyse over deverkeersveiligheidsrisico’s op rijkswegen.12 Dit onderzoek is uitgevoerddoor Arcadis en schetst op basis van bestaande data en literatuur eenglobaal beeld van de verkeersveiligheidsrisico’s op rijkswegen. Daarbijwordt ingegaan op de infrastructuur, het gedrag van weggebruikers,betrokken voertuigen en de omstandigheden waaronder slachtofferonge-vallen plaatsvinden. Als vervolg op de integrale risicoanalyse is eveneensdoor Arcadis een verkenning op hoofdlijnen uitgevoerd naar de verkeers-veiligheidseffecten van verschillende maatregelpakketten.13 Dit onderzoekschetst de mogelijke ontwikkeling van het aantal slachtofferongevallen bijuiteenlopende aanpakken en maatregelpakketten. Doel van dit onderzoekwas vooral om meer inzicht te krijgen in effecten van verschillende typenaanpakken en de afwegingen die te maken zijn bij het samenstellen vanaanpakken. Het onderzoek bevat daarmee nadrukkelijk geen blauwdrukvan een mogelijke aanpak, maar geeft wel een beeld van de implicatiesvan strategische keuzes.Voor het op kunnen stellen van de SAV-R zelf wordt meer verdiepingnodig geacht. De inhoudelijke analyse van risico’s en mogelijke maatre-gelen zal daarom de komende periode nog verder verfijnd worden, onderandere op basis van meer locatiespecifieke inzichten. Daarmee zal deSAV-R naast inzicht in de grootste risico’s, ook handvatten voor deprioritering en programmering van maatregelen kunnen bieden. Daarbijworden, afhankelijk van o.a. de uitvoeringscapaciteit, realistischestreefdoelen voor de rijkswegen uitgewerkt en indicatoren benoemd opbasis waarvan gemonitord kan worden of doelen behaald worden. DeSAV-R bevat tot slot een eerste proeve van een categorisering vanverkeersveiligheidsniveaus op rijkswegen, zoals door de EuropeseCommissie gevraagd wordt in het kader van richtlijn (EU) nr. 2019/1936over het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur(RISM-II).14 De verwachting is dat de SAV-R rond de zomer van 2025 aande Kamer gestuurd wordt. Bij tussentijdse ontwikkelingen wordt de Kamereerder geïnformeerd.Verzorgingsplaatsen van de toekomstDe afgelopen maanden heeft IenW gesprekken gevoerd met verschillendebelanghebbende partijen op verzorgingsplaatsen (o.a. aanbieders vantankstations en laadstations). De komende maanden zullen nog enkelegesprekken plaatsvinden, bijvoorbeeld met vertegenwoordigers vanwegrestaurants. Op dit moment is nog geen besluit genomen over hoenieuw beleid op de verzorgingsplaatsen er uit moet zien. AutoriteitConsument & Markt (ACM) is gevraagd om een advies te geven overconcurrentie op de verzorgingsplaats voor laaddiensten met als doel eengelijk speelveld en eerlijke kansen voor alle ondernemers.11Kamerstuk 29 398, nr. 112612Analyse verkeersveiligheidsrisico’s rijkswegen: basis voor een strategische verkeersveilig-heidsaanpak – Rijkswaterstaat Publicatie Platform13Naar een effectieve verkeersveiligheidsaanpak op Rijkswegen: adviezen voor een strategischeagenda – Rijkswaterstaat Publicatie Platform14Ook decentrale overheden werken op dit moment nog aan een dergelijke categorisering voorde wegen in hun beheergebied, voor zover deze onder het toepassingsbereik van deRISM-richtlijn vallen. Hier vindt nog afstemming over plaats.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11396 In afwachting van nieuw beleid wordt de tijdelijke beleidsregel verlengd.Dit is nodig om ervoor te zorgen dat nieuw beleid vanaf 2028 nietonmogelijk wordt gemaakt door vergunningen die vanwege de looptijd inde weg staan aan de inrichting van nieuwe snellaadkavels, en aan andereconcurrentie tussen aanbieders in een nieuwe uitgiftesystematiek. Detijdelijke beleidsregel kan vervelend zijn voor ondernemers, maar het iseen noodzakelijke stap om straks een nieuw beleid in te kunnen voeren.Naar verwachting wordt in het eerste halfjaar van 2025 een internetcon-sultatie gestart.Vier onderzoeken die het afgelopen jaar zijn afgerond over de verzor-gingsplaats van de toekomst worden met deze brief meegestuurd(bijlagen 2 t/m 5).3. Veilige voertuigen Vrijstelling rijbewijs C voor zero-emissiebedrijfsvoertuigenZoals aangekondigd in de Kamerbrief van 19 juni jl., is een traject gestartvoor het opstellen van een algemene maatregel van bestuur (AMvB) omde permanente vrijstelling van rijbewijs C voor dergelijke voertuigen vastte leggen.15 De internetconsultatie van deze AMvB is afgerond, net als deuitvoeringstoetsen van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en deInspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Begin 2025 volgt eenvoorhangprocedure bij zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Daarnavolgt de adviesvraag bij de Raad van State.Een randvoorwaarde om de AMvB op te stellen is een convenant metaanvullende veiligheidswaarborgen. De Minister van IenW heeft deintentie om dit convenant uiterlijk 1 januari 2025 overeen te komen met desector. In het convenant spreken de ondertekenende partijen af datbestuurders die geen rijbewijs C hebben maar wel de zwaarderezero-emissiebedrijfsvoertuigen besturen, een aanvullende cursus volgenom de verkeersveiligheidsrisico’s te ondervangen. De cursus heeft alsdoel om bestuurders met de juiste vaardigheden en kennis op pad te latengaan. Kennis van rij- en rusttijden en ook het feit dat voertuigen boven de3.500 kg aan de regels voor vrachtwagens moeten voldoen, is namelijkgeen onderdeel van de reguliere opleiding voor het rijbewijs B. Tot slot isde sector de mogelijkheid geboden om een concreet plan te ontwikkelendat de verkeersveiligheid en bijhorende rij- en rusttijden waarborgt,zonder een verplichting voor een tachograaf.16 De sector heeft dit plan alsreactie op de internetconsultatie ingediend en dit plan wordt beoordeeldsamen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij eenpositieve beoordeling zal de tachograafvrijstelling worden opgenomen inde voorhangversie van de AMvB.Met deze actualisatie is het verzoek hiertoe van de vaste Kamercommissievoor IenW uitgevoerd.17Evaluatie kentekening en snelheidsverhoging (land)bouwverkeerOp verzoek van de Kamer is de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994geëvalueerd waardoor o.a. (land)bouwvoertuigen moesten wordengeregistreerd, gekentekend en een APK-verplichting kon wordenopgelegd. Deze evaluatie beschrijft de geconstateerde effecten van de wetop basis van de resultaten van de nulmeting (vóór de wetswijziging) en de15Kamerstuk 31 305, nr. 46916Kamerstuk 31 305, nr. 469172024D28171Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11397 opeenvolgende tussentijdse metingen (2021,2022 en 2023). In de evaluatie(bijlage 6) is ingegaan op de verkeersveiligheid, de handhaafbaarheid, devoertuigkentekening en uitvoering van wetgeving én de economischeeffecten ervan. De wijziging heeft geleid tot verbeteringen op het gebiedvan handhaafbaarheid, maar nog niet alle gewenste effecten zijn zichtbaarof kunnen worden gemeten. De bevindingen worden meegenomen in deverdere beleidsontwikkeling rondom (land)bouwvoertuigen en mobielemachines.Nationale typegoedkeuring mobiele machinesOp 29 oktober jl. is de regeling tot wijziging van de Regeling voertuigengepubliceerd in de Staatscourant.18 Deze wijziging betreft nadere regelsten aanzien van de nationale typegoedkeuring van mobiele machine enenkele technische verbeteringen met betrekking tot de eisen aanlangzaam rijdende voertuigen. De wijzigingsregeling gaat in per 1 januari2025. De nationale typegoedkeuring maakt het voor fabrikanten mogelijkeen typegoedkeuring aan te vragen voor identieke voertuigen in plaatsvan een individuele goedkeuring voor elk geproduceerd voertuig.Daarnaast zijn nationale goedkeuringseisen opgenomen en permanenteeisen gewijzigd voor personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en hunaanhangwagens met een maximumconstructiesnelheid van ten hoogste25 km/h. Het gaat hierbij om het verwijderen van overbodige eisen zoalseen antiblokkeersysteem en snelheidsbegrenzer. Voor langzaam rijdendevoertuigen waarmee personen in aanhangwagens worden vervoerd, dewegtreintjes, worden wel extra eisen gesteld, zoals het hebben van eencommunicatie-inrichting en de aanwezigheid van een brandblusser.Ook zijn omissies hersteld en technische verbeteringen doorgevoerd in deeisen voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperktesnelheid, mobiele machines en door die voertuigen voortbewogenaanhangwagens. Denk hierbij aan het afschermen van scherpe ofuitstekende delen en/of de wijze van keuren. Daarnaast worden eerdergestelde eisen verduidelijkt voor fabrikant, gebruiker en handhaver. Verderis een aantal lastenverlichtingen doorgevoerd, door bijvoorbeeld voorbepaalde voertuigen toe te staan dat zij zijwaartse bewegingen maken.Belangrijke doelen van deze wijzigingen zijn het vergroten van de(verkeers)veiligheid van de voertuigen en het verduidelijken van eerdergestelde eisen.Motie gepersonaliseerd kentekenBij de begrotingsbehandeling van IenW in januari 2024 heeft de Kamereen motie aangenomen om te onderzoeken of een gepersonaliseerdkenteken in Nederland kan worden ingevoerd. Op 15 april 2024 bent ugeïnformeerd over de aanpak van dit onderzoek en de tijdlijn.19 Hetonderzoek is bijna afgerond, maar het lukt niet om dit voor het einde vanhet jaar aan de Kamer te sturen. De resultaten gaan begin volgend jaarnaar de Kamer toe.Beleidsregels gehandicaptenvoertuigenIn de Kamerbrief van 16 april jl. is de Kamer geïnformeerd over decontouren van de nieuwe beleidsregels voor gehandicaptenvoertuigen.20Zoals aangekondigd in deze brief werkt IenW aan de uitwerking van twee18Staatscourant 2024, 34606 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen(officielebekendmakingen.nl)19Kamerstuk 36 410 XII, nr. 8120Kamerstuk 29 398, nr. 1102Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11398 categorieën voertuigen. Specifiek werkt het ministerie aan de inrichtingvan een toelatingsprocedure voor de snellere categorie gehandicapten-voertuigen. Parallel brengt een onafhankelijk adviesbureau in kaarthoeveel en welke typen gehandicaptenvoertuigen in gebruik zijn. Beginvolgend jaar wordt dit onderzoek opgeleverd en worden de nieuwebeleidsregels verder uitgewerkt. Belanghebbende partijen worden hieractief bij betrokken. Eind 2025 wordt de Kamer geïnformeerd over hetnieuwe beleid.4. Veilig gedrag: educatie, voorlichting en ontwikkelingen CBR Aanpak rijden onder invloed: nieuwe BOB campagneBOB is de langstlopende overheidscampagne en wordt ook de meestsuccesvolle campagne genoemd.21 Al meer dan 20 jaar is deBOB-campagne één van de belangrijkste instrumenten die wordt ingezetom de sociale norm te blijven bestendigen, namelijk nuchter rijden. Op9 december start de nieuwe BOB-campagne, die zich richt op tweespecifieke groepen: jongeren; en mensen die voornemens zijn nuchter terijden, maar soms toch teveel alcohol drinken.22 Naast een nieuwetv-commercial is er meer social-mediacontent gemaakt, gericht opjongeren, zoals online video’s, posts op Instagram en reclame in bannersvan websites. De provincies, gemeenten, Veilig Verkeer Nederland (VVN),TeamAlert, NOC-NSF, Openbaar Ministerie (OM) en politie zijn belangrijkeuitvoeringspartners voor de campagne.Aanpak rijden onder invloed: onderzoek herinvoering alcohol-slot(programma)Vanuit de Kamer en maatschappelijke partners bestaat de wens voor deherinvoering van het alcoholslot(programma), vooral bedoeld omhardnekkige overtreders te stoppen. Het alcoholslotprogramma werd in2015 afgeschaft na uitspraken van de Hoge Raad en de Raad van State.IenW is bezig met een verkenning waarin wordt onderzocht of en in welkevorm het alcoholslot(programma) juridisch opnieuw ingevoerd kanworden en in welke mate het effectief is. Er wordt onderzocht of hetalcoholslot een geschikte (straf)maatregel kan zijn in het bestuursrecht ofstrafrecht. De verkenning wordt gedaan in nauwe samenwerking metonder meer het Ministerie van JenV, SWOV, RDW, politie, OM en CentraalBureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Ook de Raad voor de rechtspraakwordt betrokken. De rapportage over de verkenning zal gereed zijn in deeerste helft van 2025. Als er een keuze gemaakt wordt voor een bepaaldscenario, zullen de juridische en operationele details verder uitgewerktmoeten worden om tot een definitief inzicht te komen van de kosten eneffecten.Verderop in deze brief wordt u nader geïnformeerd over de stand vanzaken van twee wetsvoorstellen waar het Ministerie van JenV aan werkten die relevant zijn voor de aanpak van rijden onder invloed.Programma Van rijles naar rijonderwijsIn de Kamerbrief van 28 mei jl. is de Kamer geïnformeerd over de laatsteontwikkelingen rondom het programma Van rijles naar rijonderwijs, opbasis van het advies Roemer.2321De succesvolle Bob-campagne laat zien: vertel mensen vooral niet wat ze moeten doen – DeCorrespondent22Nuchter rijden nader verklaard | Rapport | Rijksoverheid.nl23Kamerstuk 29 398, nr. 1110Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11399 Afgelopen jaar is het Nationaal Leerplan Rijopleiding B door het CBR, hetinstituut voor theorie- en praktijkexamens in de mobiliteitsbranche IBKI ende rijschoolbranche verder uitgewerkt tot een duidelijke beschrijving vanwat een leerling aan het einde van elke fase van de rijopleiding minimaalmoet kunnen.24 Daarnaast hebben de betrokkenen het nieuwe programmavan toetsing en afsluiting van de rijopleiding, met een theorietoetsbasiskennis, een theorie-examen, een tussentijdse praktijktoets voertuig-beheersing en het eindpraktijkexamen, vastgesteld. Daarbij is besloten dathet CBR (de examinator) naast het eindpraktijkexamen ook de tussentijdsepraktijktoets voertuigbeheersing afneemt en dat dit een verplichtonderdeel wordt van het toets- en examenprogramma (in tegenstelling totde huidige tussentijdse toets van het CBR die facultatief afgenomen kanworden). Voor deze tussentijdse praktijktoets kan een leerling niet zakken,maar een leerling kan hiermee wel vrijstellingen verdienen voor heteindpraktijkexamen. Voor de theorietoetsen geldt: de eerste theorietoetsbasiskennis wordt afgenomen door de rijschool en het theorie-examendoor het CBR. Zowel de branche als het CBR werken nu aan het ontwik-kelen van deze nieuwe toetsen en examens.Het CBR onderzoekt welke eisen en wensen er leven rondom hetLeerlingvolgsysteem. Het resultaat hiervan geeft informatie over debehoeftes van de verschillende eindgebruikersgroepen, het type infor-matie dat opgeslagen moet worden, met welk doel, en wie welkeinformatie mag bekijken. Verder is IenW afgelopen zomer begonnen methet beschrijven van de acties die nodig zijn voor een soepele overgangnaar de nieuwe maatregelen. Royal HaskoningDHV maakt samen met allebetrokken partijen een transitieplan voor de komende drie jaar. In dit planstaan concrete acties, wat er van alle partijen wordt verwacht, en eenvoorstel voor pilots. Deze pilots zijn bedoeld om het nieuwe NationaalLeerplan Rijopleiding B en de nieuwe wijze van toetsen en examineren tetesten. Het transitieplan en het voorstel voor de pilots worden eind 2024verwacht.IBKI werkt aan een erkenningsregeling inclusief toezichtskader voor(erkende) rijinstructeursopleiders. In lijn met de adviezen uit het rapport«De Rijinstructeur: sleutel naar meer verkeersveiligheid»25 werkt IBKI,samen met deskundigen uit de branche aan:–Het beroepscompetentieprofiel rijinstructeur B;–Het kwalificatieprofiel rijinstructeur B met bijbehorende kerndoelen; en–Het aanpassen van het examenprogramma voor de rijbewijsleerling B,voor zowel aankomende als bevoegde rijinstructeurs.Na inrichting van een Adviescommissie rijonderwijs zal deze periodiek deMinister van IenW adviseren over het kwalificatieprofiel rijinstructeur Bmet bijbehorende kerndoelen, de examenprogramma’s voor de(aankomend) rijinstructeur bij IBKI, het leerplan voor leerlingen rijbewijs Ben de exameneisen rijbewijs B bij het CBR. Tot slot werkt IBKI aan hettoezicht op de naleving van het Nationaal Leerplan Rijopleiding B door derijinstructeur. Deze werkzaamheden worden naar verwachting eind 2025afgerond. Hierna kan de wet- en regelgeving worden aangepast watdoorgaans een aantal jaar in beslag neemt.De Kamer wordt in het voorjaar van 2025 geïnformeerd over deuitkomsten van de lopende onderzoeken.24Vertaalslag Nationaal leerplan rijopleiding B | Publicatie | Rijksoverheid.nl25Kamerstuk 29 398, nr. 1110Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113910 Beginnende bestuurderDe beginnersregeling is één van de maatregelen om de betrokkenheid vanbeginnende bestuurders bij verkeersongevallen te verminderen. Aan deKamer is eind 2022 toegezegd om met de partners te verkennen hoe debeginnersregeling kan worden verbeterd. Als een beginnende bestuurderwordt staande gehouden door de politie na het begaan van een ernstigverkeerdelict, en de bestuurder is daarvoor onherroepelijk veroordeeld,dan wordt een punt toegekend. Als een beginnende bestuurder tweepunten heeft, wordt hiervan door de officier van justitie een mededelinggedaan aan het CBR. Het CBR legt dan in beginsel aan de beginnendebestuurder de verplichting op om mee te werken aan een onderzoek naarde rijvaardigheid. Terwijl dit onderzoek wordt uitgevoerd, wordt hetrijbewijs van de beginnende bestuurder doorgaans geschorst, waardoordeze bestuurder dus niet mag rijden. Als een bestuurder niet rijvaardigblijkt, wordt het rijbewijs ongeldig en moet de bestuurder opnieuwrijlessen volgen en examen doen.Afgelopen zomer heeft een expertsessie over de beginnersregelingplaatsgevonden met de betrokken stakeholders, zoals CBR, RDW,TeamAlert, JenV, OM, en CBR. De uitkomst van deze bijeenkomst is dat debestaande regeling aan effectiviteit kan winnen door nieuwe, op debeginnende bestuurder toegesneden, interventies te ontwikkelen. Hierinwordt het risicogedrag van jongvolwassenen – ook op andere terreinendan rijgedrag – meegenomen.Daarnaast is het belangrijk om snel te kunnen ingrijpen als de beginnendebestuurder de fout in gaat. Er wordt bekeken of er ook mogelijkheden zijnom dit te doen bij «lichtere» verkeersdelicten. De nieuw te ontwikkelenbestuursrechtelijke interventies moeten dit mogelijk maken. Verder wordtverkend of er mogelijkheden zijn om begeleid rijden binnen de rijop-leiding voor alle beginnende bestuurders van 17 jaar en ouder teintegreren. Bekend is dat begeleid rijden de ongevalsbetrokkenheid vande beginnende bestuurder kan verkleinen.RijgedragsmonitorIn de Kamerbrief van 23 mei jl. is de Kamer geïnformeerd over devoortgang van de rijgedragsmonitor-pilots die zijn uitgevoerd.26 Dezepilots zijn in juni 2024 afgerond. Het doel was te onderzoeken ofmonitorings- en feedbacksystemen, zoals de DriveTag en DriveBox, eeneffectieve aanvulling kunnen zijn om de beginnersregeling en de aanpakrondom zware verkeersovertreders te versterken. De pilots geven inzichtin twee mogelijke toepassingen van een rijgedragsmonitor: als educatiefhulpmiddel binnen de Educatieve Maatregel Gedrag (EMG) of alsinstrument om rijgedrag te beoordelen.Tijdens de pilots werd het rijgedrag van de bestuurders met eenopgelegde EMG gedurende een langere tijd gemonitord en beoordeeldmet behulp van technologie in de auto. In de eerste pilot werd deDriveTag gebruikt voor educatieve monitoring. De pilot laat zien dat hetapparaat eerst voor meer rijbewustzijn zorgt, maar dat door gewenning,problemen met de techniek en soms onvoldoende datakwaliteit debetrokkenheid van deelnemers snel afneemt. In de tweede pilot werd deDriveBox ingezet voor beoordelende monitoring. Deze pilot toont in hetbegin positieve effecten op het rijgedrag, maar door technische26Kamerstuk 29 398, nr. 1109Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113911 problemen zoals het soms niet registreren van data en twijfels over denauwkeurigheid van de rijdata, nemen deze effecten na verloop van tijdaf.De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat er binnen de gehanteerdekaders momenteel nog onvoldoende meerwaarde is voor de toepassingvan monitorings- en feedbacksystemen in de bestuursrechtelijke aanpakvan onveilig rijgedrag. IenW is met het CBR en RWS in gesprek overmogelijke vervolgstappen naar aanleiding van dit onderzoek en zal waarnodig hierover de Kamer informeren.Wederzijdse erkenning van T-rijbewijzen met België en Duitsland.Al geruime tijd is er vanuit de agrarische sector in Nederland, België enDuitsland, de wens om een volledige wederzijdse erkenning door tevoeren van Nederlandse, Belgische en Duitse T-rijbewijzen (voor land- enbosbouwvoertuigen). Met name in de grensstreken kan dit leiden tot eenlastenvermindering voor het agrarische bedrijfsleven. Rijbewijzen in decategorie T worden afgegeven op basis van een nationale bevoegdheid enzijn niet geharmoniseerd door de Europese rijbewijsrichtlijn. Ook vanuitde Kamer en door een Duits lid van het Europarlement is aangedrongenop deze erkenning.27 Naar aanleiding hiervan heeft het CBR in opdrachtvan IenW een vergelijkende inventarisatie gemaakt van de exameneisenvan de T-rijbewijzen in Nederland, België en Duitsland. Deze inventarisatietoont aan dat deze eisen gelijkwaardig zijn. Op basis hiervan wordt ergewerkt aan een wijziging van de regelgeving, om de T-rijbewijzen uitBelgië en Duitsland in Nederland te erkennen.De opzet is om met de gewijzigde regelgeving in twee verschillendesituaties te voorzien. In de eerste plaats gaat het om de situatie waarin ersprake is van een van tijdelijk grensoverschrijdend gebruik van hetBelgische of Duitse T-rijbewijs in Nederland, bijvoorbeeld door agrariërsdie aan beide kanten van de grens grond bezitten. In de tweede plaats kanzich de situatie voordoen dat de houder van een T-rijbewijs vanuit Belgiëof Duitsland naar Nederland verhuist en na verloop van tijd een Neder-lands rijbewijs aanvraagt. Hij of zij krijgt dan in de toekomst het Neder-landse rijbewijs op het nieuwe rijbewijs op basis van het T-rijbewijs datdestijds in België of Duitsland is gehaald.Een andere situatie die deel uitmaakt van de wederzijdse erkenning betreftNederlanders die naar België of Duitsland verhuizen en daar hunNederlandse rijbewijs willen omwisselen met omzetting van het Neder-landse T-rijbewijs naar de Duitse of Belgische variant. Hierover wordt doorIenW overlegd met de Duitse en Belgische autoriteiten, maar Nederland isdaarbij afhankelijk van de bereidheid en de benodigde procedures in dezelanden en heeft hier maar beperkt invloed op. In het overleg is er in iedergeval op aangedrongen om spoedig een vergelijkbare volledige erkenningvoor Nederlandse T-rijbewijzen door te voeren door België en Duitsland.Het gebruik van een Nederlands T-rijbewijs is in deze landen op ditmoment al geborgd.27Aanhangsel Handelingen II 2021/22, nr. 2473Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113912 Medische rijgeschiktheidVoortgang optimalisatie stelsel medische rijgeschiktheidZoals toegezegd in de Kamerbrief van 23 mei 2024 wordt de Kamergeïnformeerd over het stelseloptimalisatietraject voor het beoordelen vande medische rijgeschiktheid.28 Hier wordt geen grote stelselherzieningmee doorgevoerd, maar worden verschillende verbeteringen in hethuidige stelsel mee genomen. De optimalisatie bestaat uit zes maatre-gelen, waarnaar onderzoeken zijn uitgevoerd. Hier zijn onderstaandehandvatten en vervolgstappen uitgekomen, voor de verdere optimalisatievan het huidige stelsel:–Meldplicht voor rijbewijshouder en informatierol artsDe eerste maatregel uit het optimalisatietraject betrof een meldplichtvoor rijbewijshouders bij medische beperkingen om te rijden. Hier isonderzoek naar gedaan. Gebleken is dat een meldplicht onder anderepraktische, juridische en ethische bezwaren met zich meebrengt, endat het negatieve effecten kan hebben op de verkeersveiligheid. Zohebben rijbewijshouders niet altijd voldoende inzicht in de aanwezigeziekten en beperkingen en is het niet altijd duidelijk wanneer eendiagnose is vastgesteld. Verder kan van iemand met een beperking inhet denken, zoals bij een vorm van dementie, niet altijd wordenverwacht dat hij of zij zich op tijd meldt. Ook kan een meldplicht ertoeleiden dat mensen niet of later naar de dokter gaan. Tot slot zorgt eenmeldplicht voor extra administratie en kosten.De tweede maatregel betrof de informatierol van artsen. Wanneer eenmeldplicht niet wordt ingevoerd, blijft het zinvol dat artsen patiënteninformeren over de mogelijke invloed van aandoeningen op derijvaardigheid. Daarom werkt IenW aan een communicatieplan, waarinook de aanbevelingen uit het onderzoek van het instituut voorverantwoord medicijngebruik over de informatierol van de arts wordenmeegenomen.29 Dit communicatieplan maakt IenW in nauwesamenwerking met het CBR en wordt in 2025 afgerond.–Laagdrempelige 75+ screeningVoor de derde maatregel uit het stelseloptimalisatietraject, eenlaagdrempelige 75+ screening, heeft SWOV onderzocht welkeinstrumenten het meest geschikt zijn om 75-plussers te screenen opafwijkingen in het zien, denken en doen.30 CBR gebruikt de resultatenvan dit onderzoek voor de verkenning die zij op dit moment uitvoerennaar het verbeteren van de kwaliteit van deze keuringen.–Verbeteren proces voor melding derdenAls betrokkenen, zoals naasten of (bedrijfs-)artsen, twijfelen of iemandnog veilig kan deelnemen aan het verkeer, kunnen zij hierover eenmelding doen bij het CBR («melding derden»). Dit is de vierdemaatregel uit het stelseloptimalisatietraject. Het doen en beoordelenvan een melding moet zorgvuldig plaatsvinden omdat het grote impactheeft op de rijbewijshouder waarover de melding is gedaan. Daarbijmoet worden uitgesloten dat een melder vanuit een ander belang danverkeersveiligheid een melding doet. IenW heeft het CBR gevraagd omte onderzoeken of het proces en de communicatie rondom dezemeldingen beter kan. Uit dit onderzoek blijkt dat CBR mogelijkhedenziet om de communicatie over het doen van de melding te verbeteren,zodat het duidelijk is wat naasten en artsen kunnen doen bij een twijfelover de rijgeschiktheid van een rijbewijshouder en hoe zij een melding28Kamerstuk 29 398, nr. 110929Implementatieplan De informatierol van de arts bij rijveiligheid | Rapport | Rijksoverheid.nl30Rapport SWOV Instrumenten voor het screenen van automobilisten van 75 jaar en ouder oprijgeschiktheid | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113913 kunnen maken. Het CBR past de communicatie hierover aan op deeigen website.–Verbeteren bewustwording bij verlenging rijbewijs en bevorderenbewustwording medische rijgeschiktheidDeze laatste twee maatregelen beogen rijbewijshouders meer en beterte informeren over het rijden met aandoeningen en medicijnen endaarnaast om een moment van bewustzijn te creëren rondom hetverlengen van het rijbewijs, bijvoorbeeld bij het gemeentehuis of in decommunicatie. Het doel hiervan is dat de rijbewijshouder meer eigenverantwoordelijkheid neemt om niet te rijden op momenten dat dit nietveilig kan. In het eerder genoemde communicatieplan (onder het deel«informatierol arts») werkt IenW uit hoe dit bereikt kan worden. Hierbijis het belangrijk dat de plannen voldoen aan de Europese rijbewijs-richtlijn die momenteel wordt herzien. Deze herziening is in deafrondende fase en de verwachting is dat er in Europa binnen enkelemaanden overeenstemming is over deze zogenoemde vierderijbewijsrichtlijn. Alle landen krijgen dan enkele jaren de tijd om ditgoed te implementeren. Nederland is goed betrokken bij de onderhan-delingen en staat in de startblokken voor de implementatie.Proportionaliteit medische keuringenNaast de zes maatregelen uit de stelseloptimalisatie werkt IenW ook aanandere verbetermaatregelen, zoals de proportionaliteit van medischekeuringen. Zo werkt het ministerie op advies van de Gezondheidsraad aaneen wijziging om de huidige eisen voor autorijden met een stollings-stoornis te laten vervallen.31, 32 Naar verwachting wordt deze wijziginguiterlijk op 1 april 2025 verwerkt in de wet- en regelgeving.Verder heeft het ministerie advies gevraagd aan de Gezondheidsraad overrijgeschiktheid bij psychosen: kunnen mensen na het doormaken van eenpsychose eerder rijgeschikt verklaard worden dan dat nu het geval is?33Het advies van de Gezondheidsraad wordt eind 2024 verwacht. Begin2025 wordt de Kamer geïnformeerd over de opvolging van dit advies.Zoals toegezegd in de Kamerbrief van 29 april 2024 en tijdens hetSchriftelijk overleg van 28 juni 2024, wordt de Kamer geïnformeerd overde uitwerking van de motie om met een voorstel te komen om dealgemene medische keuring voor mensen met autisme en AD(H)D af teschaffen.34, 35, 36 Het ministerie onderzoekt op dit moment hoe derijgeschiktheid van deze groep mensen het best kan worden beoordeeld.Het is van belang dat verkeersveiligheid voorop blijft staan en datNederland blijft voldoen aan de Europese regels voor rijgeschiktheid.Daarom zijn de laatste wetenschappelijke inzichten, de cijfers overkeuringen en de juridische context onderzocht. Daarnaast heeft hetministerie in september 2024 twee expertsessies georganiseerd over deimpact van de keuringen en de risico’s van deze aandoeningen voor deverkeersveiligheid. De resultaten hiervan worden op dit moment verwerkttot een advies over de rijbewijskeuringen voor mensen met AD(H)D envormen van autisme. De Kamer wordt voor de zomer van 2025 geïnfor-meerd over de voortgang hiervan en de mogelijke vervolgstappen.31Kamerstuk 29 398, nr. 110932Advies Rijgeschiktheid bij hemofilie en andere stollingsstoornissen | Advies | Gezond-heidsraad33Adviesaanvraag van de Minister van IenW over rijgeschiktheid bij psychose | Adviesaanvraag |Gezondheidsraad.34Kamerstuk 29 398, nr. 110535Kamerstuk 29 398, nr. 111136Kamerstuk 24 170, nr. 318Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113914 Kwaliteit keuringenEr is een grote variatie in de kwaliteit van de rijbewijskeuringen doorkeurend artsen. Dat zijn de artsen die de algemene rijbewijskeuring doenbij de 75+ bestuurders en de beroepschauffeurs. Het is belangrijk dat dekwaliteit van de minder goede keuringen omhoog gaat. Het CBR isdaarom met een adviesbureau, in samenwerking met twee recentopgerichte verenigingen van keurend artsen, een traject gestart voor dekwaliteitsverbetering van de keuringen.Het traject volgt twee sporen. Het eerste spoor betreft het instellen vaneen beleidsregel voor rijbewijskeuringen door het CBR. In deze beleids-regel wordt onder andere vastgelegd welke minimale eisen wordengesteld aan keurend artsen. Ook worden hierin eisen rondom kwaliteit vande door hen ingevulde vragenlijsten en/of keuringsverslagen opgenomen,en verwachtingen rondom de keuring zelf. Het tweede spoor heeft tot doelde beroepsgroep te ondersteunen bij zelfregulering met protocollen, endraagvlak te creëren bij de zelfstandig keurend artsen voor een kwaliteits-keurmerk. CBR deelt het rapport zodra dit gereed is en stelt haar kennis enexpertise beschikbaar voor ondersteuning aan verdere kwaliteitsverbe-tering door zelfregulering. De beleidsregel voor keurend artsen kan naarverwachting begin 2026 in werking treden na publicatie in deStaatscourant.5. Veilig gedrag: handhaving Propositie verkeershandhavingDe propositie «Van Versnipperde Verantwoordelijkheden naar VeiligVerkeer»37, waarin gemeenten en andere partijen oproepen om de lokalemogelijkheden voor verkeershandhaving te vergroten, is de afgelopenperiode twee keer op bestuurlijk niveau besproken. De voorstellen uit depropositie stuiten op juridische en praktische bezwaren, maar alle partijenzijn het erover eens dat de (subjectieve) pakkans vergroot zou moetenworden. Naar aanleiding hiervan is besloten dat verder verkend wordtwelke reële maatregelen – effectief, proportioneel en uitvoerbaar – deverschillende partijen wel kunnen nemen, zowel vanuit hun eigenverantwoordelijkheid als gezamenlijk, om de pakkans te vergroten.Hiertoe is een werkgroep opgericht onder voorzitterschap van hetMinisterie van JenV, bestaande uit de Vereniging voor NederlandseGemeenten, het Interprovinciaal Overleg, gemeente Rotterdam, het OM,politie, het Centraal Justitieel Incassobureau en het Ministerie van IenW.De Kamer wordt komend jaar geïnformeerd over de uitkomsten van dezeverkenning.Uitrol geautomatiseerde handhavingsmiddelenDe pakkans moet dus worden verhoogd. Daarom investeert JenV flink inde uitbreiding van de geautomatiseerde handhavingsmiddelen. Zoals ookin de vorige verzamelbrief is aangegeven worden de komende jaren extravaste flitspalen, flexflitsers en focusflitsers aangeschaft door het OM. Nauitbreiding in 2024 zijn er nu 75 flexflitsers beschikbaar die ongeveer225 handhaaflocaties bedienen. In 2026 wordt dit aantal uitgebreid naar intotaal 125 flexflitsers (375 locaties). Daarnaast loopt er een aanbestedingvoor in totaal 50 focusflitsers, die net als de flexflitser over meerderelocaties zullen wisselen. De eerste focusflitser wordt naar verwachting indecember 2024 of begin 2025 in gebruik genomen. In 2025 wordt dit37Propositie «Van versnipperde verantwoordelijkheden naar veilig verkeer»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113915 aantal vervolgens uitgebreid naar 40 stuks. In 2026 komen daar nog10 focusflitsers bij.Tot slot rondt het OM in 2025 de vervanging van 520 oude vaste flitspalenaf. In totaal zijn na evaluatie 120 van de 640 huidige locaties voor vasteflitspalen komen te vervallen, omdat is gebleken dat de palen op dielocaties niet langer voldoende effectief zijn. Vanaf medio 2025 wordendeze vrijgekomen palen ingezet op nieuwe locaties waar deze een groterebijdrage leveren aan de verkeersveiligheid. Vervolgens zal het aantal vasteflitspalen stapsgewijs worden uitgebreid tot een totaal van 750 in 2029.Wetsvoorstellen Verbetering aanpak rijden onder invloed en AlcoholmeterOp 3 oktober jl. zijn de verslagen met de inbreng voor de wetsvoorstellenVerbetering aanpak rijden onder invloed38 en Alcoholmeter39 door deKamer vastgesteld. Momenteel wordt gewerkt aan de beantwoordinghiervan. Er wordt naar gestreefd de beantwoording van beide verslagenbij de wetsvoorstellen kort na het kerstreces naar de Kamer te sturen.Motie GrausTijdens de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft het lid Graus (PVV) een motieingediend die de regering oproept te onderzoeken hoe bestuurders vanvoertuigen die dieren dumpen langs de weg, naast reeds geldendestraffen, hun rijbewijs onvoorwaardelijk voor (on)bepaalde tijd kanworden ontnomen.40 De motie is aangehouden omdat dit onder deverantwoordelijkheid van de Minister van JenV valt.In reactie op de aangehouden motie wordt aangegeven dat het wettelijkmogelijk maken om een rijbewijs af te nemen als straf voor het dumpenvan dieren niet gepast is voor dit delict. Er is in de Wegenverkeerswet1994 vastgelegd voor welke delicten een rijontzegging kan wordenopgelegd door de rechter of officier van justitie. Dat zijn uiteraard allemaalverkeersdelicten of delicten waarbij de verkeersveiligheid ernstig in hetgeding is. Het dumpen van een dier is geen verkeersdelict en ook is bijeen dergelijk feit de verkeersveiligheid niet direct ernstig in het geding. Ditdelict is daarom in de Wegenverkeerswet 1994 ook niet genoemd alsmisdrijf waarvoor een rijontzegging kan worden opgelegd. Ook voorbestuursrechtelijke maatregelen waarmee het rijbewijs kan wordengeschorst of ongeldig worden verklaard, geldt dat deze alleen opgelegdkunnen worden met het oog op de verkeersveiligheid. Op het moment dathet dumpen van dieren langs de weg toch gevaar oplevert voor deverkeersveiligheid, bijvoorbeeld door te stoppen op een plek waar dat nietmag, kan daarop al gehandhaafd worden. Daarvoor kan dan een separatesanctie worden opgelegd vanuit het verkeersrecht, naast de sanctie die debetrokkene kan krijgen voor het dumpen van dieren. Deze motie wordtdaarom ontraden.Rapport «Boetestelsels in balans»Tijdens het commissiedebat Strafrechtelijke onderwerpen van4 september jl. heeft de Minister van JenV de Kamer toegezegd voor heteind van dit jaar een beleidsreactie te sturen op het rapport «Boetestelselsin balans»41 van het OM. Daarbij is aangegeven dat het volledig opvolgen38Kamerstuk 32 859, nr. 339Kamerstuk 36 585, nr. 140Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 3241Rapport «Boetestelsels in balans»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113916 van het advies om de ontstane disbalans op te lossen, gezien de enormefinanciële consequenties voor het Ministerie van JenV, niet haalbaar is.Het is een ingewikkeld probleem dat over een langere tijd is ontstaan endaarom nu ook niet in één keer opgelost kan worden. Wettelijke kaders,decennialang financieel beleid, beleidsmatige en maatschappelijkeverschuivingen in hoe naar verkeersovertredingen en boetehoogten wordtgekeken, spelen hier allemaal een rol in. Momenteel wordt, door deMinisteries van IenW en JenV gezamenlijk, bekeken wat we wel kunnendoen om de disbalans enigszins te herstellen en te voorkomen dat dieerger wordt. Het vergt echter meer tijd dan voorzien om dit zorgvuldig teonderzoeken en af te wegen. De beleidsreactie is daarom nu nog nietgereed. Er wordt naar gestreefd de beleidsreactie in het voorjaar van 2025naar uw Kamer te sturen.Aanpak veelplegers: pilot «Op de radar»In de vorige verzamelbrief is de Kamer geïnformeerd over de stand vanzaken van de pilot «Op de radar», waarbij veelplegers van verkeersover-tredingen een bewustwordingsbrief krijgen. Uit de pilot in Oost-Nederlandblijkt dat ongeveer de helft van de mensen die de bewustwordingsbriefhebben gehad, in de afgelopen tien maanden niet opnieuw in beeldkwam. In samenwerking met het OM is inmiddels een landelijke enuniforme aanpak ontwikkeld voor de eenheden die ook met deze pilotbesluiten te gaan werken. De eenheden Limburg, Noord-Nederland enNoord-Holland zijn inmiddels ook gestart met de pilot. Enkele andereeenheden bereiden zich hierop voor.6. Overige ontwikkelingen Evaluatie Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030Conform afspraak in het (SPV)42 wordt het SPV op dit moment geëva-lueerd. Op basis van de resultaten van deze evaluatie worden met departners van het SPV43 nieuwe bestuurlijke afspraken gemaakt. Hierbijwordt ook rekening gehouden met nieuwe technologische en maatschap-pelijke ontwikkelingen, zoals de ontwikkelingen rondom de verkeersvei-ligheid van de elektrische fiets, waaronder fatbikes.In de evaluatie staat centraal in hoeverre de werkwijze van het SPVeffectief is geïmplementeerd bij Rijk, provincies, gemeenten, vervoerre-gio’s, waterschappen en betrokken maatschappelijke partijen. Bij deverschillende onderdelen van het SPV wordt stilgestaan, zoals desamenwerking tussen de partijen, de implementatie van het risicoge-stuurd werken, de maatschappelijk toegevoegde waarde, en de ingezettefinanciële middelen. Tot slot wordt er gekeken naar de verbetermogelijk-heden voor de toekomst. De Kamer wordt aan het einde van het tweedekwartaal van 2025 geïnformeerd over de resultaten van deze evaluatie.Trendbrekers verkeersveiligheidDit kabinet verkent in lijn met het regeerprogramma welke extra maatre-gelen kunnen bijdragen aan het breken van de trend van het stijgendeaantal verkeerslachtoffers. Eerder zijn met de Tweede Kamer al concretesuggesties hiervoor gedeeld.44 Als basis voor deze suggesties is deeerdere studie «Kiezen of delen» gebruikt van de SWOV. Daarin staan42Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030: Veilig van deur tot deur43Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO), Metropool-regio Rotterdam-Den Haag (MRDH) en Vervoerregio Amsterdam (VRA)44Bijlage bij Kamerstuk 29 398, nr. 1084Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113917 aanbevelingen om het aantal verkeersslachtoffers flink te verminderen.45De afgelopen tijd zijn de suggesties omgewerkt door het bureauGoudappel naar scenario’s en is een onderzoek gestart naar hoe effectief,uitvoerbaar en betaalbaar deze zijn. Wegbeheerders en verkeersveilig-heidspartners zijn betrokken bij de totstandkoming van de scenario’s. Ookzijn er meerdere expertsessies geweest om de scenario’s te beoordelen.Het haalbaarheidsonderzoek is nu in de afrondende fase. De komende tijdvindt nog een online raadpleging plaats om in beeld te brengen hoe deinwoners van Nederland denken over de mogelijke maatregelen.Aanvankelijk was gepland deze onderzoeken eerder af te ronden, maardoor de kabinetswissel is er vertraging opgelopen.Als alle beslisinformatie bekend is, wordt met de wegbeheerders enverkeersveiligheidspartners besproken welke extra stappen wenselijk zijnen wat daar voor nodig is. Uiterlijk mei 2025 ontvangt de Tweede Kamerde uitkomst van dit traject.Meerjarenplan Fietsveiligheid en Vernieuwende MaatregelenfietsveiligheidDe Staat van de Verkeersveiligheid laat zien dat de meeste verkeersslacht-offers fietsers zijn. Dit aantal stijgt en volgens de Integrale Mobiliteits-prognose 2021 zal dit aantal verder toenemen.46 In het voorjaar van 2024is de Kamer geïnformeerd over twee lopende projecten die zijn gericht ophet verbeteren van de fietsveiligheid. In mei is toegezegd het Meerja-renplan Fietsveiligheid zo spoedig mogelijk naar de Kamer te sturen en inhet najaar van 2024 de Kamer te informeren over de uitwerking van deVernieuwende Maatregelen fietsveiligheid.47, 48 In samenspraak met demedeoverheden werkt IenW momenteel aan een samenvoeging van beideprojecten. Hierdoor ontstaat een meer eenduidige en efficiëntere aanpakgericht op het verbeteren van de fietsveiligheid. Het streven is om deaanpak af te ronden in het voorjaar van 2025. In de tussentijd werkt IenWook door aan de uitvoering van fietsveiligheidsmaatregelen, waaronderhet promoten van het vrijwillig gebruik van de fietshelm.Evaluatie Actieplannen Verbetering Verkeersveiligheid MotorrijdersHet beleid voor motorrijdersveiligheid van de afgelopen veertien jaar isgeëvalueerd (bijlage 7). Dit beleid was in 2010 vertaald in actiesopgenomen in het actieplan verbetering verkeersveiligheid motorrijders(AVVM) en in 2018 in AVVM-2. Belangrijkste conclusie is dat de acties uitbeide actieplannen zijn uitgevoerd. Zo is ingezet op het stimuleren vanaanvullende rijopleidingen met aandacht voor risicoperceptie doormotorrijders. Via voorlichting wordt het belang van het juiste materiaal,veilige motorkleding en de uiterste houdbaarheidsdatum van helmenduidelijk gemaakt. Op dit moment werkt SWOV aan een diepte-onderzoeknaar ongevalsoorzaken bij motorrijders.Het aantal ongevallen en dodelijke slachtoffers onder motorrijders isredelijk constant over de jaren, ondanks de toename van het aantalmotoren en motorrijbewijzen. Hoewel een causaal verband niet is teleggen, is het volgens de evaluatie wel waarschijnlijk dat gericht motor-beleid (dat samen met motorrijdersorganisaties zelf is uitgedacht enopgesteld) de verkeersveiligheid van motorrijders heeft vergroot. Juist45Bijlage bij Kamerstuk 29 398, nr. 102446Kamerstuk 31 305, nr. 32847Kamerstuk 29 398, nr. 110848Kamerstuk 29 398, nr. 1109Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113918 daarom is aanbevolen om, samen met de sector, in te zetten op een nieuwActieplan Verbetering Verkeersveiligheid Motorrijders.Tot slotWe blijven als Rijksoverheid, samen met de medeoverheden enmaatschappelijke partners, inzetten voor een verkeersveilig Nederland.Daarbij doen we een beroep op alle weggebruikers, om rekening tehouden met hun eigen veiligheid én die van anderen. Samen zorgen wevoor veilig verkeer.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 113919
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.