Brief van de commissie voor de Rijksuitgaven inzake de dechargeverlening voor het door de ministers gevoerde financieel beheer in het jaar 2021
Brontekst
Versie 0f234c9514bf685d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 36 100Financieel jaarverslag van het Rijk 2021 Nr. 26 BRIEF VAN DE COMMISSIE VOOR DE RIJKSUITGAVEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 juli 2022 Naar aanleiding van de behandeling van de verantwoordingsstukken van de Ministers over het jaar 2021 brengt de commissie voor de Rijksuit-gaven hierbij advies uit aan de Kamer over de dechargeverlening voor het door de Ministers gevoerde financiële beheer in 2021.1 Het sluitstuk van de begrotingscyclus is de goedkeuring van de slotwetten en de dechargeverlening aan de Ministers voor het gevoerde financieel beheer. Het besluit over dechargeverlening neemt de Kamer voornamelijk op basis van de door de Algemene Rekenkamer onderzochte departe-mentale en niet-departementale jaarverslagen, alsmede het door de Algemene Rekenkamer onderzochte Financieel Jaarverslag van het Rijk. Nadat de Kamer heeft besloten over de dechargeverlening zal de Kamervoorzitter het besluit bekrachtigen met een aantekening in de jaarverslagen, waarna deze worden doorgeleid ter behandeling in de Eerste Kamer.2 Aandacht voor dechargeverlening in de commissies Zoals in voorgaande jaren hebben de commissies ook dit jaar, op advies van de commissie voor de Rijksuitgaven,3 bij de behandeling van de jaarverslagen aandacht besteed aan het gevoerde financieel beheer. Enkele commissies hebben daarbij expliciet de relatie gelegd met de door de Kamer te verlenen decharge aan Ministers. Dit jaar besloten 12 van de 15 vaste commissies een wetgevingsoverleg in te plannen. Zes commissies hebben daar om uiteenlopende redenen 1Conform besluit van het presidium op 10 april 2013 brengt de commissie voor de Rijksuitgaven advies uit over dechargeverlening aan de Kamer (Kamerstuk 31 428, nr. 6).2Conform artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016.3Brief van de commissie voor de Rijksuitgaven van 24 maart 2022. kst-36100-26ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 100, nr. 261 uiteindelijk toch van afgezien en besloten hun jaarverslagen schriftelijk te behandelen.4 Tien commissies besloten rapporteurs te benoemen.5 Namens de commissies hebben de rapporteurs hun bevindingen gedeeld in het wetgevingsoverleg, dan wel via een schriftelijk overleg, met de betrokken bewindslieden. De commissies BZK, BuHa-OS, BuZa, Defensie, LNV en EZK hebben na annulering van hun wetgevingsoverleggen de bevin-dingen van hun rapporteurs schriftelijk voorgelegd aan de verantwoorde-lijke bewindslieden. Bij de diverse wetgevingsoverleggen zijn moties ingediend die in de plenaire vergadering in stemming zijn gebracht. De commissie voor de Rijksuitgaven heeft geconstateerd dat bij de behandeling van de jaarverslagen geen moties zijn ingediend die tot doel hebben slechts onder een bepaalde voorwaarde aan een Minister decharge te verlenen, dan wel om de dechargeverlening op te schorten of te onthouden. Advies voor plenaire afronding dechargeverlening Het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven luidt in het licht van bovenstaande dat door de Kamer aan alle Ministers decharge kan worden verleend, met inachtneming van de diverse toezeggingen van bewinds-personen ter verbetering van het financieel beheer. De voorzitter van de commissie,Sneller De griffier van de commissie,Schukkink4De commissies Infrastructuur en Waterstaat (23 juni 2022), Justitie en Veiligheid (22 juni 2022), Koninkrijksrelaties (4 juli 2022), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (27 juni 2022), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (29 juni 2022) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (30 juni 2022) hielden een wetgevingsoverleg. De commissies Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Buitenlandse Zaken, Defensie, Economische Zaken en Klimaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit besloten een eerder ingepland wetgevingsoverleg te annuleren en hun jaarverslagen schriftelijk te behandelen, dan wel in een ander debat te behandelen (Financiën).5BiZa: de leden Strolenberg (VVD) en Dekker-Abdulaziz (D66); Defensie: de leden Boswijk (CDA) en Valstar (VVD); EZK: het lid Rajkowski (VVD); Financiën: het lid Inge van Dijk (CDA); IenW: het lid Koerhuis (VVD); JenV: de leden Ellian (VVD) en Mutluer (PvdA); LNV: de leden Boswijk (CDA) en Koekkoek (Volt); OCW: de leden Van der Woude en Wassenberg (PvdD); SZW: het lid Bevers (VVD); VWS: de leden Van den Berg (CDA) en Van Houwelingen (FVD).Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 100, nr. 262
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.