Lijst van vragen en antwoorden over de beleidsreactie op het rapport ‘Kinderen en ouders met recht goed beschermd’ van de Adviescommissie Rechtsbescherming en Rechtsstatelijkheid in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (Kamerstuk 31839-1018)
Brontekst
Versie 5fa518005471ac15 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 839JeugdzorgNr. 1027 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 14 oktober 2024 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragenvoorgelegd aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de briefvan 24 april 2024 inzake de beleidsreactie op het rapport «Kinderen enouders met recht goed beschermd» van de Adviescommissie Rechtsbe-scherming en Rechtsstatelijkheid in het Toekomstscenario kind- engezinsbescherming (Kamerstuk 31 839, nr. 1018).De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 14 oktober2024. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,PoolAdjunct-griffier van de commissie,Vroege kst-31839-1027ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10271 Vragen en antwoordenVraag 1Bent u bekend met het onderzoek van de Staatscommissie Herijkingouderschap «Kind en ouders in de 21e eeuw» van 7 december 2016, welkeen aanleiding heeft gegeven tot een brede bezinning op de procespositievan minderjarigen in het Nederlands procesrecht?Antwoord 1Ja.Vraag 2Bent u bekend met het rapport «Kind in proces: van communicatie naareffectieve participatie» van 2 maart 2020, waar onderzoekers van hetWetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum (WODC) een groot aantalaanbevelingen hebben gedaan ten aanzien van de procespositie vankinderen?Antwoord 2Ja.Vraag 3Kunt u een reflectie geven op dat op basis van bovenstaande rapportenkinderen jonger dan acht jaar moeten worden gehoord door de rechter enop de aanbevelingen dat minderjarigen vanaf acht jaar standaard moetenworden uitgenodigd voor een kindgesprek met de rechter?Vraag 4Kunt u een reflectie geven op dat het hanteren van een leeftijdsgrens,zoals de Rechtspraak die nu hanteert, op gespannen voet staat metartikel 12 van het Kinderrechtenverdrag dat geen leeftijdsgrens kent?Vraag 35Waarom moet er gewacht worden op het wetsontwerp voor aanpassingrechtsgronden en de wettelijke verankering van het perspectiefbesluit omde mening van een minderjarige te horen? Kan dit niet gewoon nu algedaan worden, aangezien dit uit het Verdrag inzake de rechten van hetkind (IVRK) volgt?Antwoord 3, 4 en 35Zoals uiteengezet in het rapport Kind in proces, bieden artikel 12 van hetKinderrechtenverdrag en de interpretatie daarvan van hetVN-Kinderrechtencomité, ruimte aan lidstaten om «op basis van leeftijden rijpheid onderscheid te maken tussen het verplicht uitnodigen omgehoord te worden van (slechts) een bepaalde categorie minderjarigendie met procedures te maken krijgen, bijvoorbeeld die van twaalf jaar enouder, zo lang maar geen absolute grenzen worden gebruikt en elk kindindividueel wordt beoordeeld.» Het hanteren van een leeftijdsgrens in hetalgemeen staat niet op gespannen voet met artikel 12 van het Kinderrech-tenverdrag. Wel wordt in het rapport terecht benadrukt dat het gebruikenvan leeftijdsgrenzen in de wet nooit mag betekenen «dat kinderen onderdeze leeftijdsgrens stelselmatig worden uitgesloten om gehoord teworden.» Daar sluiten wij ons geheel bij aan.Met de in de Nederlandse wet opgenomen leeftijdsgrens van twaalf jaar,waarop een kind standaard door de rechter wordt uitgenodigd voor eenkindgesprek, kunnen rechters flexibel omgaan. Ook kinderen jonger dantwaalf jaar kunnen worden gehoord en dit gebeurt ook als blijkt datkinderen daar behoefte aan hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10272 Binnen het familie- en jeugdrecht is afgesproken dat alle rechtbanken enhoven de komende periode hun werkwijze zodanig aanpassen datminderjarigen vanaf acht jaar standaard worden uitgenodigd voor eenkindgesprek. Bij sommige gerechten gebeurt dit nu al en anderegerechten zijn druk bezig om dit te implementeren. Voor de hoven is hetstreven om deze werkwijze per 1 januari 2025 te hebben ingevoerd. Derechtbanken hebben daaraan geen datum gekoppeld, maar beginnen zospoedig mogelijk met het horen van minderjarigen vanaf acht jaar in deprocedures omgang, hoofdverblijfplaats, verhuizing en uithuisplaatsing.In dat verband hoeft, om de mening van een minderjarige te horen, nietgewacht te worden op het wetsontwerp voor aanpassing van de rechts-gronden en de wettelijke verankering van het perspectiefbesluit, zoals bijvraag 35 wordt gesteld.Vraag 5Kunt u een reflectie geven op de aanname dat de aanbevelingen uitbovengenoemde rapporten aanbevelen dat het hoorrecht van kinderenhad moeten leiden tot het creëren van kindvriendelijke wachtruimten engespreksruimten?Vraag 8Worden er op dit moment in Nederland nog kinderen door rechtersgehoord in reguliere zittingszalen?Vraag 9Kan worden aangegeven in welke gerechten kinderen worden gehoord inreguliere zittingszalen en kan worden verklaard namens deze gerechtenwaarom dit het geval is?Antwoord 5, 8 en 9Binnen de rechtspraak is al langere tijd aandacht voor de aanwezigheidvan kindvriendelijke wachtruimten en gespreksruimtes. De aanbevelingenuit bovengenoemde rapporten hebben daar naar onze mening ook aanbijgedragen. Vanuit de Rechtspraak is aangegeven dat in de meestegerechten er inmiddels ook al wel aparte kindgesprekruimtes aanwezigzijn, zodat het kindgesprek niet in een zittingszaal plaats hoeft te vinden.Rechter en minderjarige zitten op gelijke hoogte (de rechter zit dus niet opeen podium) en niet tegenover elkaar. Volgens de Rechtspraak komt hetweleens voor dat kinderen onverhoopt gehoord worden in regulierezittingszalen. Dit is het geval als een kindvriendelijke ruimte om gebouw-technische of logistieke redenen niet beschikbaar is. In dat geval wordt erbijzondere aandacht geschonken aan de grootte van de zittingszaal (bijvoorkeur kleinere zittingszaal) en de opstelling voor het gesprek.1Een aantal gerechten hebben ook kindvriendelijke wachtruimtes waarkinderen kunnen wachten op het gesprek met de rechter. De mogelijk-heden hangen samen met de mogelijkheden van de gerechtsgebouwen.De aanwezigheid van kindvriendelijke ruimtes bij alle gerechten enrechtbanken, en uniformiteit daarin, is binnen de Raad voor de Recht-spraak en de gerechtsbesturen een aandachtspunt voor verbetering. Datondersteunen wij, zoals wij ook hebben aangegeven bij de beantwoordingvan de kamervragen van het lid Bruyning (NSC) over het kindgesprek.1Over de opstelling wordt het volgende gezegd in de Professionele Standaard Kindgesprekken:De nabijheid die de minderjarige tot een gesprekspartner ervaart, is van belang voor het gevoelzich gehoord en begrepen te voelen. Dus niet horen vanaf het podium. Het gesprek vindtdaarom plaats aan een tafel, waarbij de minderjarige niet recht tegenover de raadsheer zitmaar schuin daarnaast (hoek van 90 graden), zodat ook eens weggekeken kan worden. Degriffier zit evenmin recht tegenover de minderjarige.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10273 Vraag 6Bent u bekend met de in februari 2011 verschenen Nota van aanbeve-lingen Wachtruimte Civiele Jeugd in het Gerechtsgebouw, waaruit blijktdat sommige rechtbanken een aparte, kindvriendelijke wachtruimte voorminderjarigen hebben, maar velen ook niet en dat de praktijk doorgaansverre van ideaal is voor wat betreft de tijdelijke opvang van minderja-rigen?Vraag 7Kunt u aangeven welke rechtbanken op dit moment voldoen aan deaanbevelingen en vereisten uit het op 8 juli 2013 uitgebrachte rapport vande toenmalige kinderombudsman, over deze kindvriendelijke wacht-ruimte, welke tot de conclusie kwam dat een dergelijke kindvriendelijkeruimte in elke rechtbank aanwezig moet zijn?Vraag 6 en 7Ja. De Nota van aanbevelingen «Wachtruimte Civiele Jeugd in hetGerechtsgebouw» kwam voort uit het (interne) rechtspraakproject«Kindvriendelijkheid in Gerechtsgebouwen» dat in 2009 is gestart. Dezenota van aanbevelingen en het rapport van de Kinderombudsman «In dewacht» uit 2013, zagen in beginsel op een specifieke groep jeugdigen,namelijk jeugdigen die te maken krijgen met gesloten jeugdzorg/jeugdhulp in het civiele kader. Het kwam destijds geregeld voor dat dezejeugdigen rondom hun zitting in het cellencomplex voor volwassenengedetineerden werden opgehouden. Vanuit de rechtspraak is aangegevendat van deze situatie niet of nauwelijks meer sprake is. De betreffendejeugdigen hebben nu in veel gevallen een begeleider die naast hen op degang blijft zitten zodat ze binnen het gerecht niet naar een afgeslotenruimte hoeven. Als dat wel nodig blijkt (in de beginfase van het geslotentraject is daarvan nog wel eens sprake) dan hebben de meeste gerechtendaarvoor een kindvriendelijke gesloten ruimte beschikbaar. Bovendienworden bij een aantal rechtbanken gesloten jeugdhulpzaken op locatiebehandeld zodat de jeugdigen de instelling niet hoeven te verlaten voorhun zitting.Verder is, zoals bij de beantwoording van vraag 5, 8 en 9 uiteengezet,binnen de rechtspraak aandacht voor het creëren van een meer kindvrien-delijke setting voor alle groepen jeugdigen die te maken krijgen met derechtspraak.Vraag 10Bent u bereid om maatregelen te nemen als blijkt dat kinderen vanaf achtjaar nog steeds in zittingszalen worden gehoord die niet voldoen aan devereisten, aanbevelingen en conclusies van diverse rapporten en wat voorvorm zouden deze maatregelen moeten krijgen?Antwoord 10Wij vinden het belangrijk dat een kind op een kindvriendelijke en veiligemanier kan participeren in juridische procedures. Het is ook eenaandachtspunt van de juridische projectgroep «kindvriendelijke proce-dures» die wij in het leven hebben geroepen. De projectgroep werkt metbetrokken partners waaronder de rechtspraak, de advocatuur, de Raadvoor de Kinderbescherming (RvdK) en Villa Pinedo, toe naar een adviesover op welke manieren procedures nog kindvriendelijker ingerichtkunnen worden. Hierbij kijken wij onder meer ook naar de locatie waar hetkindgesprek plaatsvindt, evenals de raakvlakken met de aanbevelingenvan de adviescommissie Rechtsbescherming en Rechtsstatelijkheid omhet recht op informatie en participatie voor kinderen (en ouders) injuridische procedures beter te waarborgen. Villa Pinedo heeft op13 september 2024 haar advies gepubliceerd. In mijn brief over deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10274 verbetering van de rechtsbescherming voor ouders en kinderen die metjeugdbescherming te maken krijgen ga ik dieper in op wat deze aanbeve-lingen voor de procedures in de jeugdbescherming betekenen.Vraag 11Kunt u aangeven of de RvdK doet aan onaangekondigde werk- en controlebezoeken? Zo nee, waarom worden deze onaangekondigde werk- encontrole bezoeken niet uitgevoerd?Antwoord 11Indien de RvdK op grond van artikel 3.1 lid 1 Jeugdwet verzocht is om teonderzoeken of een kinderbeschermingsmaatregel nodig is, gaat de RvdKin de regel op huisbezoek bij de (pleeg)ouders om met hen te spreken eneen oordeel te kunnen vormen over de veiligheid en ontwikkeling van eenkind. Aangekondigde bezoeken zijn daarbij de standaard, zodat betrok-kenen zich kunnen voorbereiden op het gesprek, Dit kan leiden tot eenmeer open en constructieve dialoog, waarin alle relevante informatie optafel kan komen. Deze transparantie versterkt het vertrouwen tussenbetrokkenen en de RvdK, hetgeen bijdraagt aan een betere samenwerkingen effectievere hulpverlening.Er zijn echter situaties waarin de RvdK ervoor kiest om onaangekondigdop bezoek te gaan. Dit gebeurt alleen als daar aanleiding voor is,bijvoorbeeld wanneer er sterke aanwijzingen zijn dat de veiligheid van hetkind in gevaar is of dat een situatie dringend handelen vereist om zo eenreële en actuele situatie te kunnen beoordelen. Ook indien betrokkenenniet reageren op een schriftelijke of telefonische oproep om in gesprek tekomen, kan de RvdK overwegen om onaangekondigd langs de woning tegaan om een extra stap te zetten om een samenwerking tot stand tebrengen.Vraag 12Hoe verkrijgt een kinderrechter op dit moment informatie voor een procesen hoe transparant en volledig is deze informatie?Antwoord 12Wanneer (jeugd)hulpverleners merken dat vrijwillige (jeugd)hulp nietgenoeg is voor kinderen en ouders, kunnen zij de RvdK op grond vanartikel 3.1 lid 1 Jeugdwet vragen om te onderzoeken of een kinderbescher-mingsmaatregel en eventueel een uithuisplaatsing nodig is. De RvdKverricht dan onderzoek en verzoekt de kinderrechter zo nodig om eenkinderbeschermingsmaatregel. Tijdens dit onderzoek maakt de RvdK waarmogelijk gebruik van de informatie die reeds in het vrijwillig kader isverzameld. Doorgaans zijn de (pleeg)ouders op de hoogte van dieinformatie en hebben zij in het vrijwillig kader de mogelijkheid gehaddaarop te reageren. De RvdK gebruikt deze informatie indien deze feitelijk,recent en geaccordeerd is.De RvdK spreekt in zijn onderzoek het kind, de (pleeg)ouders en andererelevante betrokken personen en professionals. Dit dient als hoor enwederhoor, als toetsing van de reeds verzamelde informatie en teraanvulling op de informatie die reeds in het vrijwillig kader is ingezameld.De RvdK en betrokkenen maken daarbij afspraken over welke informantener voor het raadsonderzoek benaderd zullen worden. De informatie die deRvdK inwint bij informanten wordt geaccordeerd door de informanten,alvorens deze informatie wordt gebruikt in de rapportage. Zodra deraadsrapportage gereed is wordt dit met (pleeg)ouders besproken enkrijgen zij de mogelijkheid hierop te reageren. Hun reactie op derapportage wordt verwerkt in het rapport voor zover het feitelijkeonjuistheden betreft. Als hun reactie over overige punten gaat, dan wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10275 deze als bijlage aan het rapport toegevoegd. Het totale rapport met dereactie van ouders wordt aan de kinderrechter toegezonden. Ouders zijnhiervan op de hoogte. Kinderen worden tijdens het onderzoek ookstandaard gezien en (afhankelijk van de leeftijd) gesproken. Boven de 16jaar krijgen jeugdigen de rapportage zelf ook ter inzage.Indien er vermoedens zijn van acute onveiligheid van een kind, wordt ditbij de RvdK gemeld met een verzoek tot onderzoek naar een spoedmaat-regel. Na een beoordeling van de informatie uit de melding door de RvdK,en in principe in contact met ouders en kinderen, wordt het verzoek totvoorlopige ondertoezichtstelling en spoeduithuisplaatsing gedaan bij dekinderrechter. Als de kinderrechter het spoedverzoek inwilligt, wordt dezebeslissing door de RvdK aangezegd bij de ouders en vindt de uithuis-plaatsing plaats. Vanwege de spoedeisendheid van deze procedure heeftde informatie die naar de kinderrechter gaat over het algemeen betrekkingop ernstige zaken en is beperkter van omvang. De zitting over hetspoedbesluit vindt plaats binnen twee weken na de beslissing van dekinderrechter. Dit onderzoek komt overeen met de standaardwerkwijzezoals hierboven beschreven.Bij gezag- en omgangszaken kan alleen de kinderrechter zelf de RvdKverzoeken een onderzoek te doen. Dit doet hij wanneer hij onvoldoendeinformatie heeft verkregen om een besluit te kunnen nemen over degeschillen van ouders binnen hun scheidingsproces.In het geval van een lopende ondertoezichtstelling kan een gecertificeerdeinstelling (GI) de kinderrechter verzoeken de ondertoezichtstelling teverlengen. Ook kan de GI bij een lopende ondertoezichtstelling (OTS)onder andere verzoeken om een uithuisplaatsing. Om te beoordelen of ereen verlenging van de kinderbeschermingsmaatregel nodig is of om eenuithuisplaatsing te onderbouwen wordt er informatie verzameld door dejeugdbeschermer zodat een zorgvuldige en professionele weging enbesluitvorming kan plaatsvinden. De jeugdbeschermer maakt samen metouders en jeugdige een analyse van wat er aan de hand is en maakt opbasis daarvan een plan van aanpak. Hierbij is oog voor de krachten vanieder gezinslid en voor wat ieder gezinslid nodig heeft. Ook informelesteunfiguren en professionals worden betrokken. Alle rapportagesbehorend bij een verlenging OTS of verzoek tot een machtiging uithuis-plaatsing worden gedeeld met de ouders en de jeugdigen (afhankelijk vande leeftijd) en er is recht op inzage in het gehele dossier. Boven de 16 jaarkrijgen jeugdigen de rapportage zelf ook ter inzage.Artikel 21 wetboek van Burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat partijenverplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig ennaar waarheid aan te voeren. In artikel 3.3 van de Jeugdwet is voor deRvdK en GI’s herhaald dat zij verplicht zijn in rapportages de van belangzijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De kinderrechterwijst het verzoek van de RvdK of een GI niet zonder meer toe, maar toetsteigenstandig of aan de wettelijke gronden is voldaan en of daarmee eenondertoezichtstelling en/of een machtiging tot uithuisplaatsing noodza-kelijk is. Dit doet hij op basis van alle aanwezige informatie, maar ook opbasis van het kindgesprek en het onderzoek ter zitting waar de kinder-rechter spreekt met onder meer de ouders (en eventuele advoca(a)t(en))en de RvdK. Soms twijfelt een kinderrechter over de kwaliteit van deonderbouwing van het verzoek en is hij onvoldoende in staat te toetsen ofaan de rechtsgronden van een kinderbeschermingsmaatregel is voldaan.Ook kan er behoeft zijn aan onderbouwing van door verzoekersopgeworpen relevante – en door ouders ontkende – feiten en ook of zenog actueel/urgent zijn. In die gevallen kan de kinderrechter de zaakaanhouden, om een belanghebbende of verzoeker in de gelegenheid teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10276 stellen nadere informatie over te leggen, dan wel om een contra-expertiseof aanvullend onderzoek door de RvdK te gelasten. Ook kan de kinder-rechter de RvdK of GI vragen het dossier aan te vullen of ter zittingeventuele onduidelijkheden op te helderen. De kinderrechter kan ookafwijzen, of alleen de ondertoezichtstelling toewijzen en bijvoorbeeld deuithuisplaatsing (nog) niet.Vraag 13Kunt u een reflectie geven op of de informatiepositie van kinderrechtersdoor de RvdK en het ministerie wordt beschouwd als voldoende?Antwoord 13Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 12 waarin isaangegeven hoe de kinderrechters aan informatie komen en welkemogelijkheden er zijn voor de kinderrechter om aanvullende informatie teverkrijgen. Hiermee heeft de kinderrechter voldoende mogelijkheden omeen goede informatiepositie te verkrijgen en daarmee tot een afweging tekomen.Vraag 14Wat is uw reactie op het advies van de Adviescommissie Rechtsbe-scherming en Rechtsstatelijkheid om de wettelijke termijn om ouders enkinderen te horen bij een spoeduithuisplaatsing te verkorten tot 5werkdagen? Gaat u dit advies opvolgen?Antwoord 14Binnen het Ministerie JenV wordt, in overleg met ketenpartners, ondermeer gewerkt aan een wetsvoorstel ter verbetering van de rechtsbe-scherming. In dat kader zijn we ook in overleg over mogelijkheden derechtsbescherming bij de spoedprocedure uithuisplaatsing te verbeteren,zoals het verkorten van de wettelijke termijn van 14 dagen. Over decontouren van het wetsvoorstel wordt uw Kamer dit jaar geïnformeerd.Overigens is de termijn van 14 dagen een maximale termijn. Deze termijnvormt geen belemmering om zaken eerder op zitting te plaatsen. In depraktijk gebeurt dit ook.Vraag 15Wat is uw reactie op het advies van de Adviescommissie Rechtsbe-scherming en Rechtsstatelijkheid om bij voogdij door een gecertificeerdeinstelling een geschillenregeling in te voeren? Gaat u dit advies opvolgen?Antwoord 15De aanbevelingen van de Adviescommissie Rechtsbescherming enRechtsstatelijkheid over voogdij (waaronder het invoeren van eengeschillenregeling bij voogdij) betrekken wij bij het brede pakket aanmaatregelen ter versterking van de rechtsbescherming en rechtspositievan kinderen en ouders. Dit jaar wordt de TK geïnformeerd over decontouren van het wetsvoorstel.Vraag 16Waarom heeft u niet op alle individuele adviezen van de AdviescommissieRechtsbescherming en Rechtsstatelijkheid gereageerd? Bent u bereid omdit alsnog te doen en daarbij ook per advies en aanbeveling aan te gevenof u deze gaat opvolgen? Zo ja, op welke manier?Vraag 26Bent u bereid om bij de halfjaarlijkse rapportage over de invulling van hetToekomstscenario ook expliciet ingaan op de stand van zaken metbetrekking tot de opvolging van de aanbevelingen van de Adviescom-missie Rechtsbescherming en Rechtsstatelijkheid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10277 Antwoord 16 en 26De Adviescommissie heeft een grote hoeveelheid aanbevelingen gedaan.Omwille van de onderlinge samenhang tussen de verschillende aanbeve-lingen en de leesbaarheid van de beleidsreactie, zijn diverse aanbeve-lingen gegroepeerd behandeld.Inzicht in de voortgang in de opvolging zal onderdeel worden van dereguliere rapportages over het programma Toekomstscenario en hettraject ter verbetering van de rechtsbescherming van ouders en kinderenin de jeugdbescherming.Vraag 17Kunt u reflecteren op de ogenschijnlijke inconsistenties in de mate vaningrijpen bij misstanden in de gezinssituatie enerzijds en bij misstanden inde residentiële jeugdzorg en pleegzorg anderzijds? Hoe kan het datkinderen regelmatig in onveilige situaties blijven na uithuisplaatsing,terwijl diezelfde omstandigheden in de gezinssituatie waarschijnlijk weleen reden zouden zijn om een kind uit die situatie te verwijderen?Antwoord 17Jeugdigen moeten in veiligheid kunnen opgroeien, zeker als zij (tijdelijk)niet thuis kunnen wonen. Onveiligheid of misstanden binnen gezinssitu-aties én residentiële jeugdhulp of pleegzorg willen we te allen tijdevoorkomen en oplossen. Als er sprake is van de uitvoering van eenkinderbeschermingsmaatregel is de jeugdbeschermer ook verantwoor-delijk voor het veilig opgroeien van een kind. Signalen van onveiligheid ofmisstanden zijn altijd aanleiding om de situatie nader te onderzoeken.Bijvoorbeeld door een melding bij Veilig Thuis. Dit kan ongeacht dewoonsituatie van jeugdige. Vertrouwenspersonen van Jeugdstembezoeken residentiële instellingen regelmatig, zodat jeugdigen ook methen eventuele signalen van onveiligheid kunnen delen. Daarnaast houdtde IGJ toezicht op de kwaliteit van zorg, waaronder ook de veiligheid vanjeugdigen.Vraag 18Is het mogelijk om een schematisch overzicht te leveren van welkemaatregelen, wet- en regelgeving en interventies er wanneer wordeningezet vanuit het Toekomstscenario de komende jaren? Kan hier ook bijgezet worden waar al wel budget voor is geregeld en voor wat niet?Antwoord 18Nee, dit is nu nog niet mogelijk. De komende maanden zal de koers voorde uitvoering van het Toekomstscenario worden bepaald, met een eerstebeeld in de Voortgangsbrief Jeugd begin november. In 2025 zullen dejuridische en financiële implicaties ook duidelijker worden die bepalendzullen zijn voor het vaststellen van die koersVraag 19Welke voorkeursvarianten voor de inrichting van het Regionaal Veilig-heidsteam (RVT) zijn er?Antwoord 19Er is op dit ogenblik nog geen keuze gemaakt tussen de onderzochtevarianten. Wel zijn vijf varianten beschreven voor een RVT die verschillenin verantwoordelijkheidsniveau (centraal of decentraal), de organisa-tievorm en de schaal van de regio’s. Een van de varianten betreft eennetwerkvariant. In deze RVT-varianten is een aanzienlijk deel van dehuidige taken en functies van Veilig Thuis (VT), de RvdK, en de GI’sopgenomen. Alle varianten gaan uit van een nieuwe werkwijze die gerichtis op meer eenvoud, goede rechtsbescherming, en een gezinsgerichte,lerende aanpak van veiligheidsproblematiek, in nauwe samenwerking metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10278 lokale teams. Op grond van een bestuurlijke afweging van de varianten zalin de komende maanden worden bepaald welke organisatorischeinvulling verder zal worden uitgewerkt. Bij die verdere uitwerking wordtrekening gehouden met de beschikbare financiële middelen.Vraag 20Welke functionaliteiten en expertise zullen ondergebracht worden in hetRVT? Wat voor soort professionals zullen daar werken?Antwoord 20Voor zover we nu kunnen inschatten, zal een RVT specialistische kennis enadvies op het gebied van veiligheidsvraagstukken binnen gezinnen enhuishoudens bieden. De professionals van het RVT ondersteunen lokaleteams bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling enkunnen noodzakelijke bevoegdheden inzetten om onveiligheid tedoorbreken, zoals onderzoeken en interveniëren. Ook zou het RVTmaatregelen zoals tijdelijk huisverbod, ondertoezichtstelling, uithuis-plaatsing en voogdij kunnen initiëren, en deze uitvoeren. Zij zullendaarmee het soort professionals zijn die nu dergelijke taken uitvoeren bijde huidige organisaties belast met deze taken.Vraag 21Kan nader worden uitgelegd waarom de functionaliteit van de onafhanke-lijke toets en het onafhankelijk advies aan de kinderrechter bij kinderbe-schermingsmaatregelen onder Rijksverantwoordelijkheid blijft en buitenhet Regionale Veiligheidsteam?Antwoord 21Doorslaggevend argument voor deze keuze is de waarborg richtingouders en kinderen dat het verzoek aan de rechter gebaseerd is oponafhankelijk, zorgvuldig en uniform onderzoek en advies. Zoals deAdviescommissie aangeeft, zijn kinderbeschermingsmaatregelen zoingrijpend dat deze procedure met afdoende waarborgen omkleed moetzijn. Door de positionering onder Rijksverantwoordelijkheid te houdenwordt uniformiteit en rechtsgelijkheid bevorderd, zodat een kind overal inNederland kan rekenen op dezelfde bescherming.Om onnodige herhalingen van processtappen en vertraging te voorkomenwillen we het door het lokale team en RVT uit te voeren onderzoek voorwat betreft eenduidigheid, onderbouwing en uitvoering op een kwalitatiefhoog niveau brengen. Op die manier kan de omvang van aanvullendonderzoek voor het onafhankelijk advies en het rekest aan de kinder-rechter zo veel mogelijk worden beperkt.Vraag 22Is het zo dat de RvdK niet onder het RVT gaat vallen, gezien de functionali-teiten onafhankelijke toets en onafhankelijk advies ter voorbereiding op deuitspraak van de kinderrechter over kinderbeschermingsmaatregelen nietin het RVT komen en onder rijksverantwoordelijkheid blijven? Blijft depositie en het takenpakket van de RvdK geheel hetzelfde als nu?Antwoord 22Het onafhankelijk advies en het verzoek aan de kinderrechter overkinderbeschermingsmaatregelen blijven buiten het RVT, evenals jeugd-straftaken, schoolverzuim, taken rond gezag en omgang en taken metbetrekking tot screening, adoptie en afstamming vanwege hun specifiekeaard.De RvdK zal niet als organisatie integraal opgaan in het RVT, maar nog tebepalen is of bepaalde taken die nu door de RvdK worden uitgevoerdbeter in het RVT passen. Er zullen mogelijk taken overgaan, en in dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10279 geval zal bezien worden wat dit betekent voor de uitvoering van deresterende taken van de RvdK.Vraag 23Welke samenhang zal er zijn tussen de RVT’s en de BovenregionaleExpertisecentra Jeugd voor complexe jeugdhulp? En de RVT’s en deHervormingsagenda Jeugd?Antwoord 23De Bovenregionale Expertisenetwerken Jeugd ondersteunen jeugdhulpre-gio’s en regionale expertteams om samen met alle betrokkenen eenoplossing te vinden voor jeugdigen met complexe hulpvragen, waar noggeen oplossing voorhanden is. De samenhang tussen de BovenregionaleExpertisenetwerken Jeugd en RVT’s zal nog nader worden uitgewerkt.De samenhang tussen RVT’s en de beleidsinitiatieven onder de Hervor-mingsagenda jeugd is vooral van belang op twee terreinen:•Een van de doelstellingen van de Hervormingsagenda Jeugd is deversterking van lokale teams. Deze versterkte lokale teams vormen ookbinnen het Toekomstscenario een belangrijke schakel, dat is gebaseerdop een nauwe samenwerking tussen RVT’s en lokale teams. Hiermeewordt in de proeftuinen belangrijke ervaring opgedaan.•Bij de uitvoering van taken door een lokaal team en RVT is debeschikbaarheid van jeugdhulp een belangrijk aandachtspunt. De inzetvan de Hervormingsagenda is om deze beschikbaarheid aanmerkelijkte verbeteren.Vraag 24Welke samenhang zal er zijn tussen de RVT’s en het Ondersteuningsteamvoor toeslagenouders?Antwoord 24Naar verwachting zal het Ondersteuningsteam niet meer operationeel zijnwanneer de RVT’s formeel van start zullen gaan. Het is niettemin voorziendat instrumenten zoals de verklarende analyse die het OT succesvol heefttoegepast een plaats krijgen in het handelingskader voor de professionalsin lokale teams en het RVT.Vraag 25Zal de onafhankelijke toets en advies geen deel uitmaken van het vrijwilligkader?Antwoord 25De wijzigingen die met het RVT zijn voorzien zijn niet van invloed op descheidslijn tussen vrijwillig en gedwongen kader. Het gedwongen kaderstart formeel pas na uitspraak van de kinderrechter. De onafhankelijketoets, het advies en het rekest aan de kinderrechter gaan hieraan vooraf.Een uitzondering geldt voor verlenging van kinderbeschermingsmaatre-gelen: hier bevinden de gezinnen zich al in het gedwongen kader.Vraag 27Kan het eenduidige voorlichtingsmateriaal over de rechten en verantwoor-delijkheden van ouders op het snijvlak van vrijwillige en gedwongen hulp,en dan met name de rechtspositie op het terrein van gedwongen hulp,nader worden toegelicht?Antwoord 27Een goede informatiepositie is essentieel voor ouders en jeugdigen omvolwaardig te kunnen participeren in het hulpverleningsproces en om zichgezien, gehoord en betrokken te voelen. Zoals het rapport «Kinderen enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 102710 ouders met recht goed beschermd» aangeeft is informatie cruciaal voorde rechtspositie van ouders en kinderen in alle fases van de hulpver-lening, ook in het eerste contact in het vrijwillig kader. Wanneer ouders enjeugdigen op de hoogte zijn van hun rechten en verantwoordelijkhedenkunnen zij deze kennis effectief inzetten in concrete hulpverleningssitu-aties. Onafhankelijk voorlichtingsmateriaal in voor hen duidelijke taal ishierbij een belangrijk middel. Om de informatiepositie van ouders enjeugdigen te verbeteren heeft de toenmalige Staatssecretaris van VWSopdracht gegeven tot het ontwikkelen van dit voorlichtingsmateriaal, insamenwerking met ervaringsdeskundige ouders, jongeren en professi-onals. Het adviesrapport – dat als basis dient voor dit te ontwikkelenvoorlichtingsmateriaal – is aan uw Kamer aangeboden als bijlage van deVoortgangsbrief Jeugd van 21 juni 2024 (Kamerstuk 31 839, nr. 1024).Medio 2024 zal gestart worden met het opstellen van het voorlichtingsma-teriaal en een bijbehorende implementatiestrategie. Naar verwachting zalhet informatiemateriaal begin 2025 gereed zijn.Vraag 28In hoeverre kunnen professionals hun vakmanschap op dit momentuitoefenen gezien de werkdruk en caseload, gezien het feit dat eenbelangrijk deel van de aanbevelingen in het vrijwillig kader zien op hetvakmanschap van professionals?Antwoord 28Vakmanschap is een belangrijk onderdeel om de juiste ondersteuning tekunnen bieden aan kinderen en ouders en hen te voorzien van informatie.Professionals moeten hierin voldoende worden gefaciliteerd, ook in tijd.Daarom is het belangrijk dat vanuit het Toekomstscenario kind- engezinsbescherming zowel de kennis- en leerinfrastructuur wordt verbeterdom een lerende omgeving te stimuleren, als het stelsel voor kind- engezinsbescherming eenvoudiger wordt. Zo ontstaat meer tijd en ruimteom binnen het vrijwillige kader in een vroeg stadium vakmanschap tekunnen inzetten om tot de meest passende ondersteuning te komen.Vraag 29Hoe staat het met de werkdrukverlaging voor jeugdbeschermers? Wat isop dit moment de gemiddelde caseload?Antwoord 29In de voortgangsbrief Jeugd van 21 juni jl. heeft de Minister voorRechtsbescherming aangegeven dat we in oktober 2023 een bestuurlijkakkoord hebben gesloten met gemeenten over de verhoging van detarieven van de jeugdbescherming en jeugdreclassering. Dit moet dewerkdruk bij de gecertificeerde instellingen verlagen. Gemeentenbekostigen de GI’s in 2024 gemiddeld op bijna 99% van de nieuwelandelijke tarieven. Op 1 april 2024 hebben we, conform de motie Hijink,een monitor uitgevoerd bij de GI’s naar de ontwikkeling van het aantalcliënten en medewerkers, de werklast/workload en de wachtlijsten. Uitdeze monitor komt een verdere verlaging van de caseload naar voren. Delandelijke gemiddelde organisatieworkload is in de periode 1 oktober 2023tot 1 april 2024 gedaald van 15,3 naar 14,2 cliënten per jeugdbeschermer.Deze was 17,1 op 1 december 2022, bij de start van deze monitor.Daarmee zet de daling van de gemiddelde workload van de jeugdbe-schermer verder door. De verwachting is dat deze workload door deinvoering van de nieuwe landelijke tarieven in 2024 verder zal dalen.Vraag 30Kunnen de concrete stappen beter worden toegelicht hoe de toeganke-lijkheid en informatievoorziening rondom klachtenprocedures voor ouderswordt verbeterd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 102711 Antwoord 30Om de toegankelijkheid en informatievoorziening rondom klachtproce-dures voor ouders te verbeteren heeft Jeugdstem, in opdracht van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (JenV), in september 2022 materiaalopgeleverd voor professionals van de RvdK, de GI’s en VT’s om samenmet ouders en kinderen vroegtijdig – voordat sprake is van onvrede – hetgesprek aan te gaan over welke stap het beste kan worden genomen alsze ontevreden zijn. Het materiaal bestaat uit een plaat met de verschil-lende mogelijkheden visueel uitgebeeld, aan de hand waarvan hetgesprek kan worden gevoerd, en een handleiding/toelichting voor deprofessionals2. Het materiaal is via (sociale) mediaplatformen gedeeld enkan door de organisaties worden gebruikt op hun website, zodat cliëntenook via die route beter worden geïnformeerd.Daarnaast heeft Jeugdstem in opdracht van JenV in 2024 opleidingsmate-riaal ontwikkeld voor de professionals werkzaam bij bovengenoemdeorganisaties. Hiermee zijn zij beter toegerust om om te gaan met onvredeen klachten van cliënten en zo bij te dragen aan de verbetering van derechtspositie van ouders en jeugdigen. Het opleidingsmateriaal bestaat uitvijf video’s over klachtrecht, klachtbehandeling, vertrouwenswerk,samenwerken met cliënten en een instructie bij bovengenoemde«praatplaat». Dit alles is opgenomen in een door Jeugdstem ontwikkeldinformatiepakket voor professionals in het jeugddomein3.Verder is, specifiek om het vakmanschap van de jeugdprofessionals bij deGI’s te vergroten, recent het boekje «Juridische tools in de jeugdbe-scherming» opgeleverd, met daarin ook aandacht voor het klachtrecht.Daarnaast is in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijnen Sport (VWS) in mei 2024 een adviesrapport opgeleverd, dat als basisdient voor (nog te ontwikkelen) voorlichtingsmateriaal voor ouders enjongeren over hun rechten en plichten waar het gaat om jeugdzorg op hetsnijvlak van het vrijwillig en gedwongen kader. Ook het klachtrecht komthierin kort aan bod. In de loop van 2025 wordt het voorlichtingsmateriaalopgeleverd.Vraag 31In hoeverre is de uitvoering van het Toekomstscenario en de uitvoeringvan de aanbevelingen van de adviescommissie op dit moment realistisch,gezien de problemen in de jeugdbescherming? Zijn er genoegmedewerkers om alle plannen en aanbevelingen uit te voeren? Welkepunten zijn eigenlijk niet uitvoerbaar nu gezien de huidige status van dejeugdbescherming?Antwoord 31De opvolging van de aanbevelingen is, zoals aangegeven in de beleidsre-actie, deels voorzien in het traject van verbetering rechtsbescherming inhet gedwongen kader, en deels in de ontwikkeling van het Toekomstsce-nario kind- en gezinsbescherming. De voortgangsrapportages van hetToekomstscenario hebben als belangrijke randvoorwaarden voor deuitvoering benoemd de versterking van lokale teams en de verbeteringvan de beschikbaarheid van jeugdhulp. Het resultaat van de inspanningenvanuit de Hervormingsagenda Jeugd zal hierin bepalend zijn. Het isonzeker of de capaciteit aan jeugdbeschermers beperkingen zal opleggenaan ambitie en tempo van de uitvoering. Dit hangt af van onder meer demate waarin het lukt door betere hulp in vrijwillig kader de inzet ingedwongen kader terug te brengen.2Zie Praatplaat «Wat zijn mijn opties als ik ontevreden ben» | Jeugdstem3Digitaal informatiepakket «Help, een klacht!» beschikbaar | JeugdstemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 102712 Vraag 32Op welke manier wordt verkend hoe op relatief korte termijn verbete-ringen kunnen worden doorgevoerd om het klachtrecht in de Jeugdwet teverbeteren? Wordt er een aanpassing van de Jeugdwet naar de Kamergestuurd?Antwoord 32De Ministeries van VWS en JenV zijn in gesprek met relevante partijen inhet veld om een overkoepelend en actueel beeld te krijgen van deuitvoeringspraktijk van klachtprocedures bij organisaties in het jeugd-(zorg)domein4. Op basis van deze gesprekken wordt gekeken wat nogmeer nodig is om de uitvoering dan wel de wetgeving rondom hetklachtrecht in het jeugd(zorg)domein verder te verbeteren. Over deuitkomsten zullen wij uw Kamer informeren.Vraag 33In hoeverre hebben ouders en jongeren nu al toegang tot een vertrou-wenspersoon via Jeugdstem? Op welke manier wordt een klacht nuafgehandeld?Antwoord 33Jeugdstem is er voor iedereen die te maken heeft met jeugdzorg en daarvragen over heeft en/of ondersteuning nodig heeft. Zo kunnen kinderen,jongeren, ouders en pleegouders terecht bij Jeugdstem voor informatie,advies of ondersteuning. Jeugdstem heeft vertrouwenspersonen in dienstdie beschikbaar zijn voor kinderen en jongeren in jeugdzorginstellingen(open en gesloten), pleeggezinnen en gezinshuizen en voor kinderen enjongeren die ambulante jeugdhulp ontvangen. Vertrouwenspersonenbezoeken instellingen waar kinderen en jongeren verblijven met een vastefrequentie en praten met deze jongeren en kinderen. De vertrouwensper-sonen van Jeugdstem kunnen jeugdigen helpen indien zij klachtenhebben of misstanden ervaren en hoe en waar zij die eventueel kunnenmelden. Jeugdstem geeft voorlichting over het vertrouwenswerk aangroepen jongeren, cliëntenraden, jongerenraden en jeugdzorgprofessi-onals. Daarnaast geven zij informatie over het klachtrecht en de rechtspo-sitie van jongeren en (pleeg)ouders die te maken hebben met jeugdzorgen proberen zij kinderen, jongeren en ouders te bereiken door middel vaninformatiemateriaal en diverse campagnes. Klagers kunnen zich zowel inklachtprocedures als in tuchtklachtprocedures laten bijstaan doorJeugdstem.Als ouders of een kind niet tevreden zijn over het handelen van(medewerkers van) een jeugdhulpaanbieder, een GI, de RvdK of VT, dankunnen zij daarover een klacht indienen. Als de klacht niet in eeninformeel gesprek wordt opgelost of als de klager niet voor een informeleweg kiest, dan wordt de klacht formeel in behandeling genomen door eenklacht(advies)commissie. Nadat de klacht(advies)commissie uitspraakheeft gedaan, deelt de jeugdhulpaanbieder, de GI, de RvdK of VT aan decliënt mee of naar aanleiding van dat oordeel maatregelen wordengenomen en zo ja welke. Indien de klager niet tevreden is over de wijzewaarop de klacht is afgehandeld, kan in sommige gevallen de nationale(kinder)ombudsman worden verzocht een onderzoek in te stellen naar dewijze waarop de instelling zich in een bepaalde aangelegenheid heeftgedragen5.4Met organisaties in het jeugd(zorg)domein worden bedoeld: jeugdhulpaanbieders, gecertifi-ceerde instellingen, RvdK en VT organisaties5De nationale (kinder)ombudsman heeft deze bevoegdheid voor zover de gedraging van deinstelling verband houdt met het uitoefenen van openbaar gezag/ het handelen van eenbestuursorgaan betreft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 102713 Tegen individuele professionals die geregistreerd staan in het Kwaliteits-register Jeugd, kan een tuchtklacht worden ingediend bij de StichtingKwaliteitsregister Jeugd (SKJ) over het handelen van een professional,zoals het naleven van de beroepscode en andere professionele richtlijnen.Afhankelijk van de inhoud van de tuchtklacht wordt deze behandeld dooreen mediator, de Commissie van Consultatie of door het College vanToezicht. Na behandeling door het College van Toezicht kan een klagerdesgewenst in hoger beroep bij het College van Beroep.Vraag 34Waarom wordt er gewacht met het ratificeren van het IVRK tot na deratificatie van het Verenigde Naties-verdrag Handicap? Waarom kan ditniet tegelijk?Antwoord 34Het vorige kabinet heeft in mei 2023 het principebesluit genomen om defacultatieve protocollen bij zowel het VN-Verdrag handicap als het IVRK teratificeren. Het kabinet heeft ervoor gekozen om te beginnen met deratificatie van het facultatieve protocol bij het VN-handicap verdrag, envoor de start van het ratificatieproces van het derde facultatieve protocolbij het IVRK nog een expliciet weegmoment in te bouwen. Bij dit besluitheeft het kabinet meegewogen dat de Raad van State heeft vastgestelddat een betrouwbare voorspelling van de (financiële) gevolgen voor destaat van ratificatie van de protocollen niet eenvoudig te geven is. Bij hetexpliciete weegmoment zal het principebesluit ten aanzien van het IVRKniet ter discussie worden gesteld. Wel kan informatie die naar boven komttijdens het ratificatieproces van het facultatief protocol bij het VN-Verdraghandicap, inclusief uitvoeringstechnische, juridische en financiëleaspecten in de afweging ten aanzien van het derde protocol bij het IVRKworden betrokken.Vraag 36Welk budget zou nodig zijn om kosteloze rechtsbijstand en bijstand vanhet kind structureel te borgen, bijvoorbeeld in de vorm van een bijzonderecurator, zoals de Adviescommissie Rechtsbescherming en Rechtsstate-lijkheid adviseert?Antwoord 36Een recht op kosteloze rechtsbijstand voor ouders in procedures gezags-beëindiging en uithuisplaatsing (inclusief de verlengingen), zoals deadviescommissie heeft aanbevolen, kost naar verwachting circa10 miljoen euro per jaar. Dit bedrag is een globale indicatie. Het benodigdbudget is onder meer afhankelijk van reikwijdte (type procedures) en wieaanspraak kan maken op de regeling (bijv. een ouder of beide oudersafzonderlijk). Daarnaast zijn wij nog in afwachting van de uitkomsten vande evaluatie van de pilot kosteloze rechtsbijstand, waarin ook in kaart isgebracht wat de kosten en uitvoeringslasten zijn van de pilot. Op basisvan de eindresultaten van deze evaluatie zullen wij uw Kamer in hetnajaar informeren over hoe wij verder ga investeren in de inzet vanrechtsbijstand.In kinderbeschermingsprocedures is het uitgangspunt dat kinderenworden vertegenwoordigd door degene die met het gezag is belast (deouder). In kinderbeschermingsprocedures hoeft het belang van het kindniet overeen te komen met het belang van de ouder. In die gevallen kande kinderrechter een bijzonder curator aanwijzen. In de praktijk gebeurt ditook, op dit moment grofweg 1.000 keer per jaar. Een recht van een kind opbijstand van een bijzonder curator, zoals de adviescommissie heeftaanbevolen, kost naar verwachting circa 15 miljoen euro per jaar. Ditbedrag is een globale inschatting en is eveneens afhankelijk van reikwijdteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 102714 (type procedures) en wie aanspraak kan maken op de regeling (bijv. 1bijzonder curator per procedure, ongeacht leeftijd en aantal kinderen).Vraag 37Wat wordt er op de korte termijn gedaan om het recht op contra-expertisete waarborgen? Een voorstel voor een plan van aanpak begin 2025 zorgtniet voor een oplossing op de korte termijn, wat wordt er nu gedaan omdit recht te borgen?Antwoord 37Het beter waarborgen van het recht op contra-expertise op grond vanartikel 810a lid 2 Rechtsvordering is geen gemakkelijke opgave, omdateenvoudige oplossingen niet voorhanden zijn. Op de korte termijn wordendan ook nog geen verbeteringen verwacht. In de beleidsreactie van hetkabinet op het advies van de adviescommissie Rechtsbescherming enRechtsstatelijkheid (24 april 2024) is aangegeven dat op dit moment wordtgezocht naar mogelijkheden om de beslisdiagnostiek in de jeugdbe-scherming in Nederland beter te organiseren en het recht op contra-expertise te verbeteren. In dat kader hebben wij een projectleideraangesteld die dit in samenspraak met de betrokken partners onderzoekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 102715
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.