Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. het verslag Eurogroep en informele Ecofinraad 13 en 14 september 2024 (Kamerstuk 21501-07-2066)
Brontekst
Versie 90ea6d7f3a58cebb · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2069 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 3 oktober 2024 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Financiën overbrieven met betrekking tot vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad(Kamerstuk 21 501-07, nrs. 2064, 2066 en 20 267), alsmede over een briefmet betrekking tot de Vierde aanvullende Europese begroting 2024 enRaadspositie Europese jaarbegroting 2025 (Kamerstuk 21 501-03, nr. 185).De vragen en opmerkingen zijn op 30 september 2024 aan de Minister enStaatssecretaris van Financiën voorgelegd. Bij brief van 3 oktober 2024zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwDe griffier van de commissie,Weeber kst-21501-07-2069ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20691 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinister Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie willen weten aan welke Europese begrotings-eisen Nederland wel voldoet en aan welke niet. Wat zijn daarvan degevolgen en risico’s? Er wordt voor 2025 voldaan het EMU-tekort enEMU-schuld, zo merken deze leden op. Wat is de oorzaak dat in hetconcept budgettair structureel plan de netto primaire uitgaven t/m 2028harder groeien (jaarlijks gemiddeld 4,2%) dan de Europese Commissieverstandig acht (3,2%) om op de middellange termijn aan de 3% en 60% tevoldoen? Wat gaat het kabinet hier voor de toekomst aan doen?In het herziene Europese begrotingsraamwerk moeten lidstaten hun tekortonder de referentiewaarde van 3% bbp brengen of houden en hun schuldonder de referentiewaarde van 60% bbp houden of daar geloofwaardignaartoe laten bewegen op de middellange termijn. Nederland blijftgedurende de kabinetsperiode onder de Europese referentiewaarden van60% bbp voor de overheidsschuld en 3% bbp voor het begrotingstekort.Een uitzondering is 2026, waar het tekort incidenteel hoger uitvalt doorhet invaren van de militaire pensioenen. In het hoofdlijnenakkoord isafgesproken dat het kabinet maatregelen neemt als de referentiewaardevan 3% bbp overschreden dreigt te worden.Dit laat onverlet dat de overheidsfinanciën op middellange termijn zonderaanvullend beleid verslechteren, met name door toenemende vergrij-zingslasten en stijgende rente-uitgaven. De raming van het CentraalPlanbureau toont dat de tekorten na de kabinetsperiode de referentie-waarde van 3% bbp overschrijden in de periode 2029–2038. Daarnaast zalde schuld vanaf 2034 stijgen tot boven de 60% bbp. Op basis van dezeinschattingen is er voor Nederland een aanvullende begrotingsopgave omde groei van de netto primaire uitgaven te verminderen en te voldoen aande vereisten die de Europese regels stellen aan het uitgavenpad in hetbudgettair-structureel plan voor de middellange termijn (de preventievearm).Nederland zal, net als het merendeel van de lidstaten, het plan in oktoberindienen. Vervolgens beoordeelt de Commissie of de plannen aan devereisten voldoen. Wanneer de Commissie beoordeelt dat het plan aan devereisten voldoet, doet de Commissie aanbevelingen aan de Raad voorhet vaststellen van aanbevelingen voor de uitgavenpaden die lidstaten inhun meerjarenplan hebben opgenomen. Wanneer de Commissiebeoordeelt dat het uitgavenpad niet aan de vereisten voldoet, dan kan deRaad op aanbeveling van de Commissie de betreffende lidstaat aanbe-velen om een herzien plan in te dienen. Wanneer ook dit plan niet voldoet,kan de Raad op aanbeveling van de Commissie een alternatief uitga-venpad aanbevelen dat voldoet aan de eisen die aan het plan wordengesteld. Nadat het uitgavenpad door de Raad is aanbevolen, wordt denaleving jaarlijks gemonitord. De Commissie en de Raad kunnen geenhandhavingsmaatregelen nemen zo lang het tekort onder de 3% bbp ende schuld onder de 60% bbp blijven.Waarom heeft het kabinet niet ingezet op een aanpassingsperiode vanzeven jaar, waarmee de jaarlijkse begrotingsopgave verminderd wordt?Verwacht het kabinet dat het Nederlandse plan zal worden goedgekeurd?Waar zitten volgens het kabinet de risico’s?Door een ambitieuze set investeringen en hervormingen op te nemen inhun plan, kunnen lidstaten in aanmerking komen voor verlenging van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20692 aanpassingsperiode van vier naar maximaal zeven jaar. Voor dezehervormingen en investeringen gelden criteria, namelijk dat ze moetenbijdragen aan schuldhoudbaarheid, economische groei en moetenbijdragen aan de landspecifieke aanbevelingen uit het Europees Semesteren EU-prioriteiten. Een verlenging van de aanpassingsperiode kan leidentot een meer geleidelijke jaarlijkse begrotingsopgave, omdat de totalebegrotingsopgave over meer jaren wordt verspreid. Voor Nederland iseen verlaging van de jaarlijkse opgave bij verlenging echter beperkt.Om te kwalificeren voor een verlenging van de aanpassingsperiode zouNederland bovendien additionele hervormingen moeten doorvoerenbovenop het regeerprogramma. Daarom kiest Nederland niet voor eenverlenging van de aanpassingsperiode.De leden van de VVD-fractie merken op dat eerder buitensporige tekortenzijn geconstateerd voor zeven lidstaten, te weten België, Frankrijk, Italië,Hongarije, Malta, Polen en Slowakije. Hiervoor zal een zogehetencorrectief uitgavenpad opgesteld worden. Wanneer gaat dit plaatsvinden?Zoals eerder omschreven in het verslag van de Eurogroep en Ecofinraadop 13–14 september jl., zal de Raad in december 2024 of januari 2025volgens artikel 126(7) VWEU aanbevelingen doen om buitensporigetekorten terug te dringen. De reden voor deze tijdslijn is dat het correc-tieve uitgavenpad in het kader van de buitensporigtekortprocedure medeafhankelijk is van het uitgavenpad dat de Raad aan de lidstaat zalaanbevelen in het kader van verordening 2024/1263 (preventieve arm),naar verwachting ook tijdens de Ecofinraad in december 2024 of januari2025.De leden van de VVD-fractie maken zich grote zorgen over de financiëlesituatie van grote landen als Frankrijk en Italië. Hoe hiermee wordtomgegaan is de eerste test voor de nieuwe begrotingsregels in deeurozone; dat kan maar één keer goed gedaan worden. Frankrijk steventaf op een begrotingstekort van 6%. Wat is de inzet van de Minister voor ditgrote risico? Is de Minister bereid deze problematiek te bespreken in deeerstvolgende eurogroep? Zo nee, waarom niet? Hoe ziet het budgettairstructureel plan eruit voor Italië en hoe beoordeelt de Minister dat?Wanneer moet Frankrijk uiterlijk haar budgettair structureel plan indienen?Hoe gaat de Minister daar druk op houden?Naar verwachting dient het merendeel van de lidstaten hun plannen inrond 15 oktober. De verordening biedt de mogelijkheid voor lidstaten omhet plan later in te dienen onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld(aanstaande) nationale verkiezingen. Italië en Frankrijk hebben aange-geven voornemens te zijn om hun plan in oktober in te dienen, maar hetexacte moment is nog niet bekend. Daarnaast is de Franse begroting opdit moment nog niet officieel vastgesteld.Na het indienen van de meerjarenplannen dient de Commissie in lijn metverordening 2024/1263 deze binnen zes weken te beoordelen. Dit betekentdat de Commissie naar verwachting eind november 2024 de beoordelingvan de plannen heeft gedaan. Daarna zal de Commissie aanbevelingenaan de Raad doen voor het vaststellen van het uitgavenpad en hetgoedkeuren van de structurele hervormingen en investeringen onder-liggend aan een verlenging van de aanpassingsperiode. Omdat de Raadvoor Frankrijk heeft vastgesteld dat sprake is van een buitensporig tekortzal de Commissie daarbij ook een aanbeveling doen aan de Raad voor hetvaststellen van een correctief uitgavenpad voor Frankrijk, wat consistentmoet zijn met het uitgavenpad dat op basis van het meerjarenplan wordtaanbevolen. De Raadsaanbevelingen liggen hoogstwaarschijnlijk voor inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20693 de Ecofinraad in december 2024 of januari 2025. Het kabinet zal de Kamervoorafgaand aan deze besluitvorming informeren over de kabinetsappre-ciatie van de voorliggende Raadsaanbevelingen.Het kabinet onderstreept het belang van houdbare overheidsfinanciën endeelt de noodzaak om hoge schulden en tekorten in lidstaten terug tedringen. Het kabinet zet zich in voor een gedegen implementatie van deherziene Europese begrotingsregels.De leden van de VVD-fractie lezen in het regeerprogramma dat het kabinethet belangrijk vindt dat lidstaten solide financieel-economisch beleidvoeren, waaronder het afbouwen van hoge publieke schulden. Kanaangegeven worden hoe het kabinet daar concreet invulling aan gaatgeven?Het kabinet onderstreept het belang om schuldhoudbaarheid te verbe-teren en economische convergentie in lidstaten te bevorderen. Deherziene Europese begrotingsregels bevatten handvatten voor ambitieuzeschuldafbouw op middellange termijn en versterkte handhaving. Hetkabinet zet zich in voor een gedegen implementatie van de herzieneEuropese begrotingsregels, zodat lidstaten met hoge tekorten en schuldenhun overheidsfinanciën op middellange termijn weer op orde brengen.De leden van de VVD-fractie zijn net als het kabinet van mening datkwaliteit van het proces van digitale euro belangrijker is dan snelheid. Hetkabinet wijst op juiste randvoorwaarden, zoals stevige privacy-waarborgen en proportionele verdeling van kosten. Wat is de totale lijstvan randvoorwaarden van het kabinet? Is daarbij ook aandacht voorrisico’s voor de bankensector (bijvoorbeeld door verplaatsing vanspaargelden) en het betalingsverkeer (Nederland heeft nu goedkoop engoed functionerend betalingsverkeer)?De randvoorwaarden die het kabinet belangrijk vindt bij het opstellen vanhet juridisch kader voor een digitale euro zijn opgenomen in de verklaringvan de Eurogroep d.d. 16 januari 2023.1 Daarin wordt onder meergenoemd dat contant geld behouden moet blijven, dat een digitale euroveilig en gebruiksvriendelijk moet zijn, dat een digitale euro moet zijnomkleed met stevige privacy-waarborgen en niet programmeerbaar kanzijn. Bovendien moet een digitale euro bijdragen aan financiële stabiliteiten daarvoor geen risico vormen. Verder moet een digitale euro toegan-kelijk, inclusief en gebruiksvriendelijk zijn. Ook voor mensen in eenkwetsbare positie of die moeite hebben met de digitalisering van hetbetalingsverkeer, zodat iedereen ervoor kan kiezen om de digitale euro tegebruiken als betaalmiddel. De digitale euro moet innovatie niet in de wegstaan maar daaraan bijdragen. De kosten van een potentiële digitale euromoeten in verhouding staan tot de toegevoegde waarde ervan voor degebruikers. Het kabinet is kritisch op onderdelen van het voorgesteldekostenmodel en heeft bijvoorbeeld de ECB opgeroepen meer duidelijkheidte geven over waar betaaldienstverleners en handelaren op kunnenrekenen als het gaat om de benodigde technologische aanpassingen enmogelijke (investerings)kosten hiervan.De leden vragen specifiek of er ook aandacht is voor de risico’s voor debankensector. Dat is het geval. Een digitale euro is niet bedoeld alsspaarmiddel en wordt vormgegeven als betaalmiddel. Er is breeddraagvlak onder de lidstaten voor het expliciet uitsluiten van rente op eendigitale euro in de regelgeving. Daarnaast kan een aanhoudingslimiet per1https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2023/01/16/eurogroup-statement-on-the-digital-euro-project-16-january-2023/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20694 gebruiker een te grote uitstroom van deposito’s bij banken voorkomen. Dediscussie in de Raad over de aanhoudingslimiet is nog gaande, het is éénvan de punten uit de wetsvoorstellen dat verdere aandacht vereist. Overhet kabinetsstandpunt en het krachtenveld berichtte ik u in het verslag vande Eurogroep en Ecofin van juni 2024.De leden vragen ook of er aandacht is voor de huidige stand van hetNederlandse betalingsverkeer. In Nederland wordt al veel digitaal betaalden het kabinet is alert op het vraagstuk van een toegevoegde waarde vaneen digitale euro. Een van de belangrijkste drijfveren voor een digitaleeuro is het toekomstbestendig maken van geld dat is uitgegeven door decentrale bank. Het gebruik van contant geld is de afgelopen decenniaafgenomen. Ook in geval van een goed functionerend lokaal betaalland-schap, is het belangrijk dat geld dat wordt uitgegeven door de centralebank een rol blijft houden in het geldstelsel en in de economie. Eendigitale euro kan hieraan bijdragen, in aanvulling op contant geld.2Nederland stelt zich actief op in de onderhandelingen om de verschillenderandvoorwaarden te realiseren. Ik houd u maandelijks op de hoogte via degeannoteerde agenda respectievelijk het verslag van de Eurogroep enEcofinraad.De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat de landen in deeurozone en de gehele Europese Unie concurrerend kunnen blijven en destrategische zelfstandigheid wordt vergroot. Recent heeft de heer Draghidaarover ook een rapport gepresenteerd. Wanneer kan de Kamer dekabinetsreactie ontvangen? Welke stappen wil dit kabinet zetten omprivaat kapitaal meer te mobiliseren, in navolging op het pleidooi van deheer Letta?Zoals reeds toegezegd zal de Kamer binnenkort een kabinetsreactieontvangen over het rapport van dhr. Draghi.Het kabinet vindt het van belang om meer privaat kapitaal te mobiliseren.Hiertoe zet het kabinet in op de versterking van de kapitaalmarktunie. Hetkabinet pleit voor een ambitieus actieplan van de Europese Commissiemet voorstellen om de structurele barrières tot investeringen, in hetbijzonder risicokapitaal en grensoverschrijdende financiering, aan tepakken. Naast voorstellen op EU-niveau, ziet het kabinet ook het belangvan nationale maatregelen, zoals ook opgenomen in de verklaring van deEurogroep van maart jl.3In hoeverre gaat er tijdens Eurogroep ook gesproken worden over deproblemen in Duitsland en de auto-industrie? Kan de Minister aangevenwat de gevolgen van deze problematiek (kunnen) zijn op de eurozone enNederland?In de Eurogroep zal naar verwachting besproken worden hoe de discus-sieserie in de Eurogroep rondom het thema concurrentievermogen totafronding kan komen. Er zal naar verwachting niet apart stilgestaanworden bij specifieke landen en/of industrieën. In algemene zin kan overde automobielsector worden opgemerkt dat deze voor Europa belangrijkis. Ook voor Nederland. De Nederlandse industrie bestaat grotendeels uithoog-innovatieve eerste en tweedegraadstoeleveranciers. Denk aan2Zie ook nadere toelichting hierover in het BNC-fiche (Kamerstukken II, 2022–2023, 22 112,nr. 3747) en het Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van september 2024.3Eurogroep, «Statement of the Eurogroup in inclusive format on the future of the CapitalMarkets Union», Brussel, 11 maart 2024, https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2024/03/11/statement-of-the-eurogroup-in-inclusive-format-on-the-future-of-capital-markets-union/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20695 sensoren, chips, batterijcomponenten en software. Nederland heeft ookgrote vrachtwagen- en busproducenten. Dit laat dan ook zien dat hetbelangrijk is om te blijven inzetten op innovatie en het behouden van eeneerlijk speelveld voor bedrijven.De leden van de VVD-fractie constateren dat het rapport-Draghi spreektover een extreem hoog investeringsbedrag, waarbij Draghi pleit voorgemeenschappelijke schulden. De leden van de VVD-fractie zijn uitge-sproken tegenstander van Eurobonds of gemeenschappelijke schulden.Wat zal de inzet van het kabinet zijn?Zoals aangegeven in het regeerprogramma is het kabinet geenvoorstander van het aangaan van gemeenschappelijke schulden voornieuwe Europese instrumenten.De leden van de VVD-fractie merken op dat in het regeerprogramma isopgenomen dat het kabinet geen voorstander is van het aangaan vangemeenschappelijke schulden voor nieuwe Europese instrumenten.Waarom is dit beperkt tot «nieuwe Europese instrumenten»? In hoeverregeldt dit ook voor financiering van bestaande Europese instrumenten ofhet Meerjarig Financieel Kader zelf?De Europese Unie en de lidstaten van de eurozone hebben een aantalbestaande instrumenten en instellingen waarvoor middelen op dekapitaalmarkt worden geleend. Te denken valt aan de Europese Investe-ringsbank4, het Europees Stabiliteitsmechanisme5, het EU-instrumentvoor macro-financiële bijstand6, en het EU-instrument voor betalingsba-lanssteun7. De inzet van deze instrumenten kan ook in de toekomst leidentot het aangaan van gemeenschappelijke schulden. In reactie op deCovid-19-pandemie zijn de tijdelijke instrumenten SURE en hetEU-herstelinstrument (Next Generation EU; NGEU) opgericht8. Het kabinetis geen voorstander van het aangaan van gemeenschappelijke schuldenvoor nieuwe Europese instrumenten.De leden van de VVD-fractie lezen dat het rapport-Draghi ook spreekt overhet voltooien van de bankenunie en kapitaalmarktunie. Wat is de lijn vanhet huidige kabinet voor de bankenunie? Het kabinet is van mening dat dekapitaalmarktunie verdiept en geïntegreerd moet worden. Op welkeelementen ziet dat? Er zaten in de oorspronkelijke plannen immers ookvoorstellen die Nederland minder goed vond, bijvoorbeeld over pensi-oenen en harmonisatie van wetgeving op het gebied van faillissement.Welke stappen verwacht het kabinet dat in komende jaren genomen gaanworden?Het kabinet is voorstander van het voltooien van de bankenunie. Eenbelangrijke voorwaarde is dat verdere risicodeling tussen lidstaten,bijvoorbeeld via een Europees Depositogarantiestelsel (EDIS), gepaardmoet gaan met verdere risicoreductie, met name ten aanzien van de4Op basis van de EU-verdragen5Op basis van het ESM-verdrag6Op basis van artikel 212 en 213 van het EU-werkingsverdrag7Op basis van artikel 143 van het EU-werkingsverdrag, zoals uitgewerkt in verordening 322/2002van de Raad houdende de instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning opmiddellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten.8Beide op basis van artikel 122 van het EU-werkingsverdrag en uitgewerkt in verordening2020/672 van de Raad betreffende de instelling van een Europees instrument voor tijdelijkesteun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) als gevolg vande COVID-19-uitbraak en verordening 2020/2094 tot vaststelling van een herstelinstrument vande Europese Unie ter ondersteuning van het herstel na de COVID-19-crisis (NGEU).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20696 risico’s van staatsobligaties op bankbalansen. Nederland zet zich daar inEuropa ook voor in.Om de Europese kapitaalmarkten te verdiepen, is het van belang datprivaat kapitaal wordt gemobiliseerd. Dit kan door beschikbaar geldbinnen de EU – zoals spaartegoeden van huishoudens – productief teinvesteren in het Europese bedrijfsleven. Ook het aantrekken van kapitaalvan buiten de EU kan de Europese kapitaalmarkt verdiepen. Om dit tebereiken, is het belangrijk dat er ook nationale stappen worden gezetzodat bijvoorbeeld elke EU-lidstaat een goed ontwikkeld pensioenstelselheeft. Wat het kabinet betreft, kan de EU het uitwisselen en toepassen vanbest practices op dit gebied faciliteren en aanmoedigen. Het Nederlandsepensioenstelsel is Europees gezien een best practice. Ook de ontwikkelingvan derde pijler pensioenproducten kan mogelijkheden bieden voorburgers om voor hun pensioen vermogen op te bouwen, en tegelijkertijdaan de investeringsopgave van de EU bijdragen.Naast verdieping is ook integratie van de kapitaalmarkten belangrijk. Nuzijn de markten nog erg gefragmenteerd, veelal langs nationale grenzen.Daardoor is het voor beleggers ingewikkeld en duur om buiten de eigenlandsgrenzen te investeren. Onder meer omdat de regels per lidstaatverschillen, wat hoge transactiekosten met zich meebrengt en dergelijkeinvesteringen minder rendabel maakt. Kapitaal komt hierdoor niet altijdop de beste plek terecht. Beter geïntegreerde kapitaalmarkten biedenburgers en investeerders betere en gevarieerde opties voor vermogens-opbouw. Via meer grensoverschrijdend kapitaalbezit en een kleinere rolvan banken zorgen veerkrachtigere kapitaalmarkten bovendien voor eenstabiele, concurrerende en strategisch autonome open Europeseeconomie.Om verdieping en integratie van de kapitaalmarkten te bereiken is eencombinatie van maatregelen nodig die ook onderling zijn verbonden.Hierbij zijn zowel EU-brede als nationale maatregelen nodig waarbijlidstaten, aangemoedigd door bijvoorbeeld landenspecifieke aanbeve-lingen, kunnen bijdragen aan ontwikkeling van hun eigen kapitaalmarkt enconvergentie binnen de EU. Op dit moment is het nog te vroeg om aan tekunnen geven op welke punten precies stappen kunnen worden gezet inde komende jaren. Hierbij kijkt het kabinet uit naar de voorstellen van denieuwe Europese Commissie, die zij bijvoorbeeld op basis van deverklaring van de Eurogroep van maart jl. kan uitwerken. Ook binnen deEurogroep wordt opvolging gegeven aan deze verklaring.9 Op basis vandeze plannen en besprekingen kan het kabinet concreet schetsen op welkestappen zij in de komende jaren in wil zetten.De leden van de VVD-fractie vinden het positief dat het eerste betaal-verzoek van Nederland is gehonoreerd. Welke risico’s ziet de Minister voorde toekomstige betaalverzoeken?Het tweede betaalverzoek is ingediend. Hoe groot is de kans op eenpositieve beoordeling?De Minister heeft aangekondigd een verzoek tot aanpassing van hethuidige HVP van Nederland in te willen dienen. Het gaat dan om dehervorming van de energiebelasting, de hervorming van de autobelastingen de vertraging op maatregelen voor de zelfstandigen (arbeidsonge-schiktheidsverzekering en aanpak schijnzelfstandigheid). Wanneer komt9Eurogroep, «Statement by the Eurogroup President on the follow-up to the Eurogroupagreement on the future of the Capital Markets Union», Brussel, 14 mei 2024, https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2024/05/14/eurogroup-president-statement-on-the-follow-up-to-the-eurogroup-agreement-on-the-future-of-the-capital-markets-union/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20697 hierover meer duidelijkheid? Hoe wordt de Tweede Kamer tijdig betrokkenbij de aanpassingen?Zoals in de Kamerbrief10 van 20 september jl. aangegeven, is het nodiggebleken om het Nederlandse HVP (of meer specifiek: het onderliggende,juridisch bindende Raadsuitvoeringsbesluit11) aan te passen om hettweede betaalverzoek succesvol in te kunnen dienen. Het betreft eenaantal technische en administratieve wijzigingen die vooral zien op hetverminderen van administratieve lasten en het corrigeren van administra-tieve fouten. Het kabinet heeft dit wijzigingsverzoek op 16 september jl.ingediend bij de Europese Commissie. De Commissie beoordeelt hetwijzigingsverzoek nu. Zodra de Commissie het verzoek voorlopig positiefbeoordeelt zal een aangepast Raaduitvoeringsbesluit worden voorgelegdaan de Ecofinraad ter goedkeuring. Dit zal naar verwachting gebeurentijdens de Ecofinraad van november. Na goedkeuring kan Nederland hettweede betaalverzoek in lijn met de huidige planning eind 2024 indienenen het kabinet gaat uit van een positieve beoordeling. De gewijzigdeversie van het Raadsuitvoeringsbesluit zal dan met uw Kamer gedeeldworden.In de Kamerbrief van 20 september jl. is ook gemeld dat uit de halfjaar-lijkse voortgangsrapportage is gebleken dat een klein aantal maatregelenonder druk staat, te weten: European Rail Traffic Management System(ERTMS), Energiebelasting, Autobelasting, de verplichte arbeidsonge-schiktheidsverzekering (wetsvoorstel BAZ), aanpak schijnzelfstandigheid(wetsvoorstel VBAR), Ground Breaking IT (GrIT) en de Limiet op contantebetalingen. Het kabinet werkt hard met betrokken partijen om permaatregel oplossingsrichtingen voor deze uitdagingen te verkennen. Omdeze uitdagingen te adresseren bereidt het kabinet een volgend wijzi-gingsverzoek van het Raadsuitvoeringsbesluit voor. Zoals ook vermeld inde beantwoording op de Kamervragen het Lid Postma (NSC) van juli jl., ishet mogelijk conform artikel 21 van de HVF-verordening en de meestrecente RRF guidance12 een wijziging door te voeren als er sprake is vanobjectieve omstandigheden waardoor een (onderdeel van een) maatregelniet meer haalbaar blijkt of als de opgetreden objectieve omstandighedenertoe leiden dat een alternatieve maatregel beter uitvoerbaar blijkt. Degewijzigde of vervangende maatregel moet bovendien voldoen aan allecriteria van de HVF-verordening, en het gewijzigde plan – inclusiefvervangende maatregel – moet in het geheel opnieuw beoordeeld wordendoor de Commissie, en vervolgens goedgekeurd worden door deEcofinraad. Een van de criteria van de HVF-verordening is dat allemijlpalen en doelstellingen uiterlijk in augustus 2026 zijn afgerond.Het is belangrijk om hierbij mee te geven dat het wijzigen van het plangeen eenvoudige opgave is. Bij wijziging van een maatregel zal het planals geheel opnieuw moeten worden goedgekeurd. Het kabinet zal hieroverop korte termijn de technische gesprekken met de Commissie starten. Alshet kabinet in samenspraak met de Commissie oplossingsrichtingen heeftvoor de maatregelen die onder druk staan, dan zal het kabinet de Kamerinformeren.De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat Portugal maar liefst22 maatregelen heeft aangepast in het HVP. Hoe duidt het kabinet dit hogeaantal? Is het kabinet van mening dat er voor deze 22 maatregelenallemaal objectieve omstandigheden zijn om het HVP te wijzigen?10Kamerbrief goedkeuring eerste betaalverzoek en voortgang Nederlands herstel- enveerkrachtplan, Kamerstuk 21 501-07, nr. 2064.11eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CONSIL:ST_13613_2023_ADD_1_REV_112Commission Notice – Guidance on recovery and resilience plans (europa.eu)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20698 Binnen de HVF-verordening13 bestaat met artikel 21 de mogelijkheid eenHVP te wijzigen indien deze op grond van objectieve omstandighedendeels of in zijn geheel niet langer te verwezenlijken is. Een lidstaat kanhiertoe een voorstel voor een gewijzigd HVP indienen. Het is vervolgensaan de Europese Commissie om te beoordelen of de door de lidstaataangevoerde redenen op basis van de HVF verordening een wijziging vanhet HVP rechtvaardigen. Indien dit oordeel positief is, zal de Commissieeen positief advies uitbrengen aan de Raad, die hier met gekwalificeerdemeerderheid het oordeel over velt.Conform artikel 21 van de HVF-verordening en de meest recenteHVF-guidance14 is een wijziging alleen mogelijk als er sprake is vanobjectieve omstandigheden waardoor een (onderdeel van een) maatregelniet meer haalbaar blijkt of als de opgetreden objectieve omstandighedenertoe leiden dat een alternatieve maatregel beter uitvoerbaar blijkt. Degewijzigde of vervangende maatregel moet bovendien voldoen aan allecriteria van de HVF-verordening, en het gewijzigde plan – inclusiefvervangende maatregel – moet in het geheel opnieuw beoordeeld wordendoor de Commissie, en vervolgens goedgekeurd worden door deEcofinraad.Door het HVP hierop te kunnen aanpassen, kunnen knelpunten bij deuitvoering aangepakt worden wat de implementatie en absorptie van hetinstrument ten goede komt.Het is aan de lidstaat om te onderbouwen waarom de maatregelonhaalbaar is of om aan te tonen dat het alternatief een efficiënteremanier is om het originele doel van de maatregel te behalen. Belangrijkuitgangspunt blijft dat wijzigingen de algehele ambitie van het HVP nietmogen verminderen, met name wat betreft het adresseren van delandspecifieke aanbevelingen en het bereiken van groene en digitaledoelstellingen.Portugal maakt gebruik van de mogelijkheid om een HVP aan te passenop grond van objectieve omstandigheden. De aanpassing heeft betrekkingop 22 maatregelen. Voor een deel van deze maatregelen leidt eenaanpassing ertoe dat door objectieve omstandigheden hetzelfde doel meteen beter alternatief kan worden behaald. Voor de overige maatregelenbestaan, door objectieve omstandigheden, alternatieven waardoor deadministratieve lasten kunnen worden verminderd.De Commissie heeft geoordeeld dat de redenen die Portugal aandraagt,een aanpassing van het plan rechtvaardigen en dat het herstelplan ook nade aanpassing voldoet aan de eisen van de HVF-verordening. Het kabinetkan zich vinden in het oordeel van de Commissie.Het kabinet merkt op dat het aanpassen van 22 maatregelen in een HVPgeen uitzonderlijk hoog aantal is. Bij het verslag van de Eurogroep enEcofinraad van 20 en 21 juni 202415 is naast een toelichting op de grondenwaarop lidstaten hun HVP kunnen wijzigen een tabel opgenomen met eenoverzicht van het aantal HVP maatregelen dat door lidstaten is aangepastop basis van objectieve omstandigheden (artikel 21) in tot dan toe door deRaad goedgekeurde HVP-wijzigingen. Uw Kamer is steeds over iederewijziging van HVPs van de lidstaten geïnformeerd voorafgaand aanbesluitvorming hierover in de Raad.De leden van de VVD-fractie willen graag weten wat het kabinet vindt vanhet wetgevingsvoorstel voor het organiseren van het EU-aandeel in hetG7-plan. In hoeverre is de zogeheten headroom op de EU-begroting (demarge tussen uitgavenplafond in MFK en de maximale bijdrage van13Regulation – 2021/241 – EN – rrf – EUR-Lex (Europa.eu)14https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=OJ:C_20240461815Verslag Eurogroep en Ecofinraad 20 en 21 juni 2024 | Kamerstuk 21 501-07, nr. 2053.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20699 lidstaten vanuit het eigenmiddelenbesluit) inmiddels volledig benut? Watzijn daarvan de gevolgen?Uw Kamer ontvangt naar verwachting eind deze week een separateKamerbrief met de kabinetsappreciatie op de Commissievoorstellen overhet EU-aandeel in het G7-akkoord en de budgettaire gevolgen daarvan. Eris volgens de Europese Commissie nog voldoende ruimte in de headroomvan het eigenmiddelenbesluit om een dergelijk EU-aandeel in het G7-plante organiseren.Klopt het dat op de Nederlandse begroting een nieuwe garantie van2,135 miljard euro (6,1% van 35 miljard euro) moet worden opgenomen?In hoeverre is daar al op geanticipeerd? Wat zijn de gevolgen van dezenieuwe garantie voor Nederland en de Nederlandse begroting?Als de Raad van de Europese Unie (de lidstaten) en het EuropeesParlement met het voorstel van de Europese Commissie van20 september jl. instemmen, zal de Europese Unie de middelen die nodigzijn voor de lening aan Oekraïne lenen op de kapitaalmarkt. Dit leidt toteen garantie vanuit de zogenoemde headroom van het eigenmiddelenbe-sluit16. Indien Oekraïne niet in staat zou blijken de verstrekte leningen aande Unie af te lossen zal de Commissie mogelijk middelen bij de lidstatenop moeten halen om ervoor te zorgen dat de Unie zelf aan haar aflos-singsverplichtingen kan voldoen. Dat gebeurt pro rata op basis van hetbni-aandeel van een lidstaat in het bni van de Unie. De garantie geldt voorde hoofdsom, de rente en andere kosten gerelateerd aan de leningen diede Unie zou aangegaan voor de financiering van de MFB-lening aanOekraïne. Bij het huidige bni-aandeel van Nederland van 6,1% betreft diteen garantie van 3,4 mld. euro, waarvan circa 2,1 mld. euro voor dehoofdsom en circa 1,3 mld. euro voor de rentelasten. Bij wijzigingen in hetbni-aandeel en wijzigingen in de inschatting van de rentelasten zal in detoekomst ook de omvang van de garantie wijzigen. De Nederlandsegarantieverplichting wordt opgenomen op de begroting van Financiënartikel 4 (internationale financiële betrekkingen). Voor deugdelijkebudgettaire verwerking hiervan is een nota van wijziging op de supple-toire begroting september (SBS) 2024 nodig. U ontvangt deze spoedig.De leden van de VVD-fractie zijn er voorstander van dat de buitengewonerente-inkomsten op Russische tegoeden beschikbaar komen voor hetdekken van de G7 ERA-lening. Hoe gaat dit vorm krijgen? Hoe gaatNederland dit uitvoeren?Op 20 september jl. presenteerde de Europese Commissie een veror-dening waarmee een Ukraine Loan Cooperation Mechanism (ULCM)wordtopgezet. Dit mechanisme verzamelt de toekomstige buitengewoneinkomsten op de bevroren Russische tegoeden en stelt deze terbeschikking aan Oekraïne. Hiermee kan Oekraïne de ERA-leningen vanuitde EU en andere G7-partners terugbetalen en de rentebetalingen doen. DeCommissie stelt technische aanpassingen in het Rusland-sanctieregimevoor om de buitengewone inkomsten via het nieuw op te richten ULCMbeschikbaar te stellen voor Oekraïne. De Commissie voert dit uit.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieAllereerst hebben de leden van de NSC-fractie vragen over de verdelingvan de posten in de Europese Commissie (EC). De leden van deNSC-fractie willen graag weten wat het verschil is tussen de voorgestelde16Besluit 2020/2053 van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de EuropeseUnie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206910 uitvoerend vicevoorzitters en de tot nu toe bestaande vicevoorzitters vande Europese Commissie. Kan het kabinet dit uitleggen? Klopt het dat eraan de ene kant sprake is van overlap van bevoegdheden bij de commis-sarissen en anderzijds versnippering? Geeft dit de Voorzitter van de ECeen sterkere positie? Zo ja, op welke manier?De leden van de NSC-fractie hebben voorts vragen over de portefeuillevan de heer Hoekstra.Kan het kabinet aangeven op welke punten de portefeuille van WopkeHoekstra gelijk is gebleven en op welke punten deze is gewijzigd.Op welke manier zal het contact en de samenwerking tussen het Neder-landse kabinet en de Nederlandse eurocommissaris gestalte krijgen?Klopt het dat de heer Hoekstra niet alleen het emissiehandelssysteem ETSen de energiebelasting in zijn portefeuille heeft, maar ook de vennoot-schapsbelasting, een internationale belastinghervorming met eenminimumtarief, en ook belastingfraude en belastingontduiking? Waarombestaat de portefeuille van dhr. Hoekstra uit zulke ongelijksoortigebeleidsterreinen?De leden van de NSC-fractie vragen voorts of het Nederlandse kabinetverantwoordelijk voor de uitkomsten van de portefeuilleverdeling is. Heefthet kabinet hierover onderhandeld? Of is deze portefeuilleverdelingbinnen de EC afgesproken?De verdeling van de posten van de volgende Europese Commissie staatniet op de agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad.Het is aan de voorzitter van de Europese Commissie om te beslissen overde interne organisatie van de Europese Commissie (zie artikel 17, lid 6,Verdrag van de Europese Unie). De voorgestelde portefeuilleverdeling eneen toelichting daarop (o.a. in de mission letters voor elke kandidaat-Commissaris) is op de website van de Europese Commissie te vinden.17De Commissie dient haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijkuit te oefenen (zie artikel 17, lid 3, Verdrag van de Europese Unie).Verdere beantwoording van vragen over de verdeling van posten in deEuropese Commissie is aan de Minister van Buitenlandse ZakenDe leden van de NSC-fractie vragen wat er gebeurt als de goedkeuringvan tweederde van de coördinatoren van de politieke groepen in decommissie niet wordt verkregen? Het Europese Parlement kan immersgeen goedkeuring onthouden aan individuele commissarissen? Wordtmet politieke groepen in dit geval bedoeld de EVP, de S&D en ReNew?Voorafgaand aan de benoeming door de Europese Raad dient hetEuropees Parlement de nieuwe Europese Commissie als college goed tekeuren (artikel 17, lid 7, Verdrag van de Europese Unie). Het is aan hetEuropees Parlement deze goedkeuring te organiseren. Informatie over debenoemingsprocedure is op de website van de Europese Commissie tevinden.18Wat is de stand van zaken m.b.t. de bevriezingstermijn van de Russischetegoeden voor een periode van 36 maanden, i.p.v. elke keer 6 maanden?Wat is het standpunt van het kabinet hierin?Op 20 september jl. presenteerde de Europese Commissie ook eenvoorstel om de bevriezingstermijn van de Russische tegoeden teverlengen naar 36 maanden i.p.v. 6 maanden. De onderhandelingen over17https://commission.europa.eu/about-european-commission/towards-new-commission-2024-2029/commissioners-designate-2024-2029_en18https://commission.europa.eu/about-european-commission/organisation-european-commission/how-commission-appointed_nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206911 dit voorstel zijn gaande. Het kabinet is ambitieus t.a.v. het onderzoekenvan aanvullende maatregelen o.b.v. het gebruiken van inkomsten op debevroren tegoeden van de Russische Centrale Bank. Nederlandverwelkomt de voorstellen van de Commissie en moedigt spoedige,zorgvuldige juridische en technische uitwerking aan, in nauweafstemming met G7-partners.Wat is het totaalbedrag van de leningen en de garanties die Nederland ende EU in totaal hebben verstrekt?De Europese Unie heeft de financiële steun onder andere via macro-financiële bijstand (MFB) en de Oekraïne-faciliteit verstrekt. Het totaal-bedrag van leningen via MFB wat de Europese Unie heeft verstrekt is25,2 mld. euro. Voor de Oekraïne-faciliteit is 33 mld. euro toegezegd. Hettotaalbedrag aan garanties dat hiervoor op de Nederlandse begroting isopgenomen is momenteel 3,2 mld. euro. Naast deze garanties, heeftNederland al eerder een financiële bijdrage van 100 mln. euro gedaanvoor begrotingssteun via een garantie aan de Wereldbank.19 Daarnaastheeft het kabinet een bilaterale lening verstrekt van 200 mln. euro aanbegrotingssteun via het IMF.20 Ook heeft het kabinet sinds de uitbraak vande oorlog vijf niet-militaire steunpakketten verstrekt aan Oekraïne, meteen totale omvang van 812,5 mln. euro voor humanitaire hulp enwederopbouw. Deze financiering loopt voor het grootste deel via deinternationale financiële instellingen (IFI’s) zoals de Wereldbank, EBRD enEIB en faciliteert o.a. kritieke herstelwerkzaamheden.Wat is de stand van zaken m.b.t. het geheel confisqueren van de260 miljard euro aan tegoeden van de Russische Centrale bank? Welkevoortgang is hier inmiddels op gemaakt?Internationaal lopen er verschillende initiatieven om de mogelijkheden teonderzoeken voor het inzetten van de bevroren tegoeden van deRussische Centrale Bank ten behoeve van Oekraïne, met name in EU- enG7-verband. Vooralsnog is er geen internationale overeenstemming overof er een internationaalrechtelijke basis bestaat voor het gebruik van hetvermogen zelf. Daarnaast zijn er zorgen omtrent de financieel-economische risico’s van het gebruik hiervan. Huidige mogelijkhedenwaarover reeds overeenstemming is bereikt binnen de EU en G7 richtenzich tot nu toe uitsluitend op de buitengewone inkomsten over debevroren tegoeden.De in een Kamerbrief van november 202321 geschetste uitgangspuntenvan internationaal recht ten aanzien van het gebruik van de bevrorentegoeden van de Russische Centrale Bank blijven vooralsnog leidend.Deze uitgangspunten zien kortgezegd op de inzet van sancties alspreventief instrument en het respecteren van het grondrechtelijk enverdragsrechtelijk beschermde eigendomsrecht. Het kabinet is bereid enblijft tegelijkertijd ambitieus in het verkennen van alle mogelijkheden om(inkomsten over) bevroren Russische Centrale banktegoeden aan tekunnen wenden voor steun aan Oekraïne. Op 13 augustus jl. heeft deMinister van Buitenlandse zaken de Commissie van advies inzakevolkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) gevraagd een advies te geven overde rechtmatigheid van confiscatie van vreemde staatseigendommen.19Kamerstukken II, 2021–2022, 36 048, nr. 3.20https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/08/31/kamerbrief-nederlandse-lening-aan-oekraine-via-imf21Kamerstuk 21 501-02, nr. 2779.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206912 De leden van de NSC-fractie vragen voorts wat het totaalbedrag aanleningen is dat de EU aan Oekraïne heeft verschaft. En wat is de totaleblootstelling inclusief garanties?De Europese Unie heeft de financiële steun onder andere via macro-financiële bijstand (MFB) en de Oekraïne-faciliteit verstrekt. Het totaal-bedrag van leningen via MFB wat de Europese Unie heeft verstrekt is25,2 mld. euro. Voor de Oekraïne-faciliteit is 33 mld. euro toegezegd. Hettotaalbedrag aan garanties dat hiervoor op de Nederlandse begroting isopgenomen is momenteel 3,2 mld. euro. Naast deze garanties, heeftNederland al eerder een financiële bijdrage van 100 mln. euro gedaanvoor begrotingssteun via een garantie aan de Wereldbank.22 Daarnaastheeft het kabinet een bilaterale lening verstrekt van 200 mln. euro aanbegrotingssteun via het IMF.23 Ook heeft het kabinet sinds de uitbraak vande oorlog vijf niet-militaire steunpakketten verstrekt aan Oekraïne, meteen totale omvang van 812,5 mln. euro voor humanitaire hulp enwederopbouw. Deze financiering loopt voor het grootste deel via deinternationale financiële instellingen (IFI’s) zoals de Wereldbank, EBRD enEIB en faciliteert o.a. kritieke herstelwerkzaamheden.Hoe wordt omgegaan met het risico dat Oekraïne (een deel van) dezeleningen niet (tijdig) kan terugbetalen?Als de Raad van de Europese Unie (de lidstaten) en het EuropeesParlement instemmen met het voorstel van de Europese Commissie van20 september jl. over de MFB-lening en het Ukraine Loan CooperationMechanism, zal de Europese Unie de middelen die nodig zijn voor delening aan Oekraïne lenen op de kapitaalmarkt. Bovendien zal daarmeehet Ukraine Loan Cooperation Mechanism (ULCM) worden opgezet. HetULCM verzamelt de buitengewone inkomsten die voortvloeien uit debevriezing van Russische Centrale-banktegoeden, wat onderdeel is van desancties die de EU aan Rusland heeft opgelegd. De buitengewoneinkomsten worden aan Oekraïne gegeven, die daarmee de aflossing enrentelasten van de ERA-leningen kan betalen. Wanneer het ULCMonvoldoende middelen genereert blijft Oekraïne verantwoordelijk voor derente en aflossing van de leningen. Zoals gebruikelijk bij MFB en andereinstrumenten waarvoor de Unie middelen leent op de kapitaalmarkt,worden zekerheden ingebouwd om er voor zorg te dragen dat de Unieaan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Indien Oekraïne niet instaat zou blijken de verstrekte leningen aan de Unie af te lossen zal deCommissie mogelijk middelen bij de lidstaten op moeten halen om ervoorte zorgen dat de Unie zelf aan haar aflossingsverplichtingen kan voldoen.Dat gebeurt pro rata op basis van het bni-aandeel van een lidstaat in hetbni van de Unie. De garantie geldt voor de hoofdsom, de rente en anderekosten gerelateerd aan de leningen die de Unie zou aangegaan voor definanciering van de MFB-lening aan Oekraïne. Bij het huidige bni-aandeelvan Nederland van 6,1% betreft dit een garantie van 3,4 mld. euro,waarvan circa 2,1 mld. euro voor de hoofdsom en circa 1,3 mld. euro voorde rentelasten. Bij wijzigingen in het bni-aandeel en wijzigingen in deinschatting van de rentelasten zal in de toekomst ook de omvang van degarantie wijzigen. De Nederlandse garantieverplichting wordt opgenomenop de begroting van Financiën artikel 4 (internationale financiëlebetrekkingen). Uw Kamer ontvangt naar verwachting eind deze week deKamerbrief met de kabinetsappreciatie van de Commissievoorstellen eneen separaat toetsingskader risicoregelingen. Voor deugdelijke budget-taire verwerking hiervan is een nota van wijziging op de suppletoirebegroting september (SBS) 2024 nodig. U ontvangt deze spoedig.22Kamerstukken II, 2021–2022, 36 048, nr. 3.23Kamerstuk 21 501-02, nr. 2779.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206913 Deelt het kabinet de kritiek van Draghi op de Europese begroting? Hoe zoudeze hervormd en verbeterd kunnen worden?Voor het kabinet is het belangrijk dat de EU-begroting effectief bijdraagtaan het verwezenlijken van de doelstellingen en prioriteiten van de Unie.De kabinetsinzet voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (naast debudgettaire ambitie ten aanzien van de Nederlandse afdrachten aan de EUuit het Hoofdlijnenakkoord) moet nog vormgegeven worden. De EuropeseCommissie doet naar verwachting in de tweede helft van 2025 eenvoorstel voor het volgende MFK.Deelt het kabinet de probleemanalyse van Draghi op de kapitaalmarktunieen de bankenunie? Steunt het kabinet zijn hervormingsvoorstellen?Deelt de Minister de probleemanalyse van Draghi wat betreft de kapitaal-marktunie en de bankenunie? Steunt de Minister de hervormingsvoor-stellen van Draghi op dit terrein?Het kabinet deelt de visie van Draghi in grote lijnen waar het gaat om hetbelang om te komen tot versterking van de kapitaalmarktunie. Dit is ookeen belangrijke inzet van het kabinet. Het kabinet steunt daarbij met namede oproep om te komen tot meer centraal kapitaalmarkttoezicht en deaanpak van fragmentatie van onder meer de post-trade marktinfra-structuur, om zo structurele belemmeringen op de Europese kapitaal-markten aan te pakken. Zoals in eerdere beantwoording is aangegeven zalde Kamer spoedig een kabinetsreactie ontvangen op het rapport vanDraghi.Ook als het gaat om de bankenunie deelt het kabinet de probleemanalysein grote lijnen. De Europese bankenmarkt is erg gefragmenteerd, watEuropese banken belemmert in het optimaal benutten van kapitaal enliquiditeit. Daarmee wordt niet het volledige potentieel van banken benut.Het voltooien van de bankenunie kan bijdragen aan het verminderen vanfragmentatie in de Europese bankensector en het toezicht daarop,waardoor Europese banken efficiënter kunnen opereren en tegelijkertijdde weerbaarheid versterkt kan worden. Aan de andere kant moetenbestaande risico’s eerst verder worden afgebouwd voordat er verdererisicodeling plaatsvindt, anders worden risico’s van banken met veelrisico’s mogelijk afgeschoven op andere banken in plaats van dat dezebanken een prikkel hebben om deze risico’s te verminderen. Het voorstelvan Draghi om tot een speciaal bankenregime voor grote banken tekomen waardoor deze makkelijker in de gemeenschappelijke marktkunnen opereren moet eerst verder worden uitgewerkt om dit goed tekunnen beoordelen. Aan zo’n specifiek regime zitten wellicht voordelen,maar kleven afhankelijk van de vormgeving waarschijnlijk ook nadelen,bijvoorbeeld wat betreft het gelijke speelveld tussen verschillende soortenbanken.Hoe eensgezind zijn de Ecofin en de Eurogroep over deze thema’s, zekerbij controversiële onderwerpen zoals gemeenschappelijke EU-schulden,harmonisatie van faillissements-, ondernemings-, of belastingwetgeving,en gemeenschappelijk toezicht op de kapitaalmarkten?In maart van dit jaar heeft de Eurogroep een gemeenschappelijkeverklaring naar buiten gebracht over de kapitaalmarktunie. Daarin is opveel van de genoemde beleidsterreinen een gemeenschappelijke visieuitgesproken, waaronder ten aanzien van faillissementsrecht, gemeen-schappelijk toezicht en ondernemingsrecht. Op andere terreinen, zoals opfiscaal gebied, benoemt deze verklaring dat lidstaten in hun nationalesysteem maatregelen kunnen verkennen ter bevordering van de kapitaal-marktunie. Binnen de Eurogroep is er op hoofdlijnen steun om fragmen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206914 tatie aan te pakken. Tegelijkertijd leert de ervaring van de afgelopen jarendat wanneer voorstellen concreet worden, en nationale of sectorale(deel)belangen daar gevolgen van ondervinden, het krachtenveld meerdivers kan zijn. Dit geldt ook voor beleidsterreinen naast de financiëlemarkten ook breder aan de economie en andere rechtsgebieden raken.Klopt het dat de uiteenlopende belangen van landen en de nationalebelangen de vervolmaking van de kapitaalmarktunie in de weg staan?Heeft de kapitaalmarktunie dan nog wel toekomst of kan de EC zich beterop iets anders richten?Ten aanzien van de kapitaalmarktunie wijzen meerdere analyses opverschillen in nationale regelgeving als een van de belangrijkste barrièrestot het vrije verkeer van kapitaal in de interne markt. Het zijn volgens dezeanalyses – zoals van Instituut Publieke Economie op verzoek van uwKamer – gevestigde, nationale of sectorale belangen die transformerendeverandering hinderen bij de versterking van de kapitaalmarktunie enslechts incrementele verbeteringen hebben voortgebracht.23 Hetlaaghangende fruit is volgens experts inmiddels geplukt en verdereontwikkeling van de kapitaalmarkten vergt duidelijke politieke keuzes oververbeteringen en aanpassingen op veel verschillende beleidsterreinen enrechtsgebieden op zowel Europees als nationaal niveau.Binnen Europa lijkt men zich hier ook van bewust, zo is onder meer op temaken uit de maatregelen die de Eurogroep in haar verklaring over dekapitaalmarktunie van maart jl. heeft opgenomen. Het kabinet kijkt op ditmoment uit naar de uitgewerkte voorstellen van de Europese Commissieom verdere stappen te kunnen zetten en omarmt hierbij het huidigemomentum. Het kabinet ziet de kapitaalmarktunie als belangrijk middelom privaat kapitaal te mobiliseren en is geen voorstander van alterna-tieven voor de kapitaalmarktunie om de benodigde investeringen in deinterne markt te faciliteren, zoals uitgifte van gemeenschappelijke schuld.De leden van de NSC-fractie vragen voorts wie precies de 800 miljard eurovan Draghi zouden moeten gaan betalen. Zijn dat de lidstaten? En zouNederland daar dan ca. 40 miljard euro per jaar aan moeten gaanbijdragen?Het rapport van de heer Draghi stelt dat er jaarlijks minstens 750–800 mil-jard (4,4%–4,7% van het EU BBP) aan extra investeringen nodig zoudenzijn om de doelstellingen op de gebieden van baanbrekende innovaties,de energietransitie, digitale technologieën en defensie en veiligheidscapa-citeiten te behalen. Hij geeft daarbij geen details hoe dit precies gefinan-cierd zou moeten worden, maar benoemt dat historisch gezien 80 procentvan de investeringen in Europa privaat gedaan wordt. Het gros van hetgeïdentificeerde investeringsgat zou volgens Draghi dan ook privaatgefinancierd moeten worden, waarvoor verdieping van de kapitaalmark-tunie van groot belang is. Ten aanzien van mogelijke publieke financieringspecificeert Draghi niet welk deel in zijn ogen nationaal of Europeesgefinancierd zou moeten te worden.Deelt de Minister de kritiek van Draghi op de EU-begroting? Hoe zou deEU-begroting volgens de Minister hervormd moeten worden om dezeefficiënter te maken? Maakt Nederland hier een prioriteit van bij deaankomende onderhandelingen over een nieuw meerjarig financieelkader?23Naar een Europese Kapitaalmarktunie – Instituut voor Publieke Economie (instituut-pe.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206915 Voor het kabinet is het belangrijk dat de EU-begroting effectief bijdraagtaan het verwezenlijken van de doelstellingen en prioriteiten van de Unie.De kabinetsinzet voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (naast debudgettaire ambitie ten aanzien van de Nederlandse afdrachten aan de EUuit het Hoofdlijnenakkoord) moet nog vormgegeven worden. De EuropeseCommissie doet naar verwachting in de tweede helft van 2025 eenvoorstel voor het volgende MFK.Hoeveel ruimte ziet de Minister om met alternatieve plannen te komen omonhaalbare of ongewenste hervormingen te vervangen? Heeft de Ministervoorbeelden van andere lidstaten die hervormingen, die niet langerpolitiek gewenst waren, mochten vervangen door alternatievevoorstellen?Indien niet behalen van HVP-afspraken leidt tot een korting op definancieringsenveloppe, hoe wordt deze tegenvaller dan opgevangen?Zoals o.a. in de Kamerbrief van 20 september jl.24, en de Kamerbrief overhet Nationaal Hervormingsprogramma 202425 is aangekondigd is eenwijziging alleen mogelijk als er sprake is van objectieve omstandighedenwaardoor een (onderdeel van een) maatregel niet meer haalbaar blijkt ofals de opgetreden objectieve omstandigheden ertoe leiden dat eenalternatieve maatregel beter uitvoerbaar blijkt. De gewijzigde of vervan-gende maatregel moet bovendien voldoen aan alle criteria van deHVF-verordening, en het gewijzigde plan – inclusief vervangendemaatregel – moet in het geheel opnieuw beoordeeld worden door deCommissie, en vervolgens goedgekeurd worden door de Ecofinraad. Eenvan de criteria van de HVF-verordening is dat alle mijlpalen en doelstel-lingen uiterlijk in augustus 2026 zijn afgerond.De HVF-verordening en de interpretatie die de Commissie geeft in debeschreven guidance26, bakenen de ruimte af die lidstaten hebben omhun plannen aan te passen. Het niet langer politiek wenselijk achten vaneen hervorming geldt niet als een objectieve omstandigheid die eenaanpassing rechtvaardigt.Het kabinet werkt hard met betrokken partijen om per maatregel oplos-singsrichtingen voor bovengenoemde uitdagingen te verkennen, en houdtdaarbij ook de optie open om alternatieve maatregelen aan te dragen.Het kabinet is gemotiveerd om het volledige HVP uit te voeren endaarmee alle beschikbare middelen voor Nederland binnen te brengen.Mocht blijken dat een korting onvermijdelijk is, dan is dat een tegenvallervoor de begroting en zal dat gat moeten worden gedekt. Meer specifiekleidt dit tot een tegenvaller op de ontvangstenreeks op de begroting vanBuitenlandse Zaken. Binnen de begrotingsregels geldt dit als een generaletegenvaller die ingepast moet worden onder het uitgavenplafond. Dit zaldan meelopen in de begrotingscyclus. Dit is een kabinetsbrede verant-woordelijkheid. Hoe dit budgettaire probleem nationaal opgelost dient teworden, zal dan worden bekeken.Klopt het dat de lidstaten slechts 23% van de mijlpalen en doelstellingenhebben bereikt? Is de deadline van 2026 nog wel haalbaar of moet dezeworden uitgesteld?24Kamerbrief goedkeuring eerste betaalverzoek en voortgang Nederlands herstel- enveerkrachtplan, Kamerstuk 21 501-07, nr. 2064.25Kamerbrief Nationaal Hervormingsprogramma 2024, Kamerstuk 21 501-07, nr. 2034.26https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=OJ:C_202404618Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206916 De Commissie heeft in de tussentijdse evaluatie van de Herstel- enVeerkrachtfaciliteit27 aangegeven dat de implementatie ervan iets achterop schema ligt. Per september 2024 hebben lidstaten 23% van demijlpalen en doelstelling bereikt. Ongeveer 75% van de mijlpalen endoelstellingen die volgens de planning gehaald moesten worden zijnsuccesvol ingevuld. De Commissie heeft na de tussentijdse evaluatieaanpassingen gedaan om de implementatie te versnellen. Ze heeft onderandere een HVF-guidance28 gepubliceerd met nadere uitleg van demogelijkheid om plannen aan te passen op grond van objectieveomstandigheden, conform artikel 21 van de HVF-verordening. Dit biedtlidstaten de mogelijkheid om in het licht van gewijzigde omstandigheden,aangepaste maatregelen te behalen zonder in te leveren op ambitie. Het isnu aan de lidstaten om eventuele vertragingen weer in te lopen. De HVF isdoor de Raad overeengekomen als tijdelijk instrument met een looptijd toteind 2026. Van een voorstel tot uitstel van de deadline van 2026 is geensprake. Het kabinet hecht aan deze deadline, omdat het lidstatenaanspoort tot het uitvoeren van de geplande hervormingen en investe-ringen die bijdragen aan het versterken van de economische groei enweerbaarheid.Wordt het doorrollen van de HVF-obligaties serieus overwogen? Klopt hetdat een eventuele omzetting in eeuwigdurende obligaties ertoe leidt datde 38 miljard euro die Nederland moet bijdragen komt te vervallen? Maardat aan de andere kant dan sprake zou zijn van gratis nieuw geld engeldschepping? Zouden dergelijke eeuwigdurende HVF-obligatiesbehoren tot M1, m2, m3 of M4?In het eigenmiddelenbesluit29 is overeengekomen dat de middelen die zijngeleend ten behoeve van het subsidie-deel van de HVF en voor hetophogen van enkele MFK-programma’s via de EU-begroting wordenterugbetaald. Die terugbetaling moet uiterlijk in 2058 zijn afgerond,gestaag en voorspelbaar gebeuren en jaarlijks niet groter zijn dan 7,5%van de geleende middelen. De Commissie moet nog een voorstel doenhoe de aflossing in het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) vanaf2028 wordt opgenomen. Het voorstel voor het volgende MFK wordt in detweede helft van 2025 verwacht.Klopt het dat er meerdere mijlpalen zijn waarvan realisatie van de baan isof onzeker is? Klopt het dat het niet alleen gaat over rekeningrijden, maarook ERTMS (treinbeveiliging), IT voor Defensie, hervorming van deenergiebelasting, Wetsvoorstel BAZ (arbeidsongeschiktheid zelfstandigen)en VBAR (schijnzelfstandigheid)?In de Kamerbrief van 20 september jl. is gemeld dat uit de halfjaarlijksevoortgangsrapportage is gebleken dat een klein aantal maatregelen onderdruk staat, te weten: European Rail Traffic Management System (ERTMS),Energiebelasting, Autobelasting, de verplichte arbeidsongeschiktheidsver-zekering (wetsvoorstel BAZ), aanpak schijnzelfstandigheid (wetsvoorstelVBAR), Ground Breaking IT (GriT) en de Limiet op contante betalingen.Het kabinet werkt hard met betrokken partijen om per maatregel oplos-singsrichtingen voor deze uitdagingen te verkennen. Om deze uitdagingente adresseren bereidt het kabinet een volgend wijzigingsverzoek van hetRaadsuitvoeringsbesluit voor. Zoals hierboven al aangegeven heeft deCommissie in juli een nieuw richtsnoer gepubliceerd waarin zij meer27Mid-term evaluation of the Recovery and Resilience Facility (RRF) – European Commission(Europa.eu)28https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=OJ:C_20240461829Besluit 2020/2053 van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de EuropeseUnieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206917 duidelijkheid geeft over de wijze waarop een HVP aangepast kan wordenop basis van objectieve omstandigheden, conform artikel 21 van deHVF-verordening. Het is belangrijk om hierbij mee te geven dat hetwijzigen van het plan geen eenvoudige opgave is, en dat de beoogdewijziging aan alle criteria van de HVF-verordening moet voldoen. Het planals geheel moet ook opnieuw worden goedgekeurd. Het kabinet zalhierover op korte termijn de technische gesprekken met de Commissieopstarten.De leden van de NSC-fractie vragen voorts of het Ministerie van Financiëneen lijst heeft met alternatieve plannen om het HVP te wijzigen. Zo ja, kandeze lijst met de Kamer gedeeld worden?Zoals in de Kamerbrief van 20 september jl. aangegeven werkt het kabinethard met betrokken partijen om per maatregel oplossingsrichtingen voorbovengenoemde uitdagingen te verkennen. Zoals ook vermeld in debeantwoording op de Kamervragen het Lid Postma (NSC) van juli jl., is hetmogelijk conform artikel 21 van de HVF-verordening en de meest recenteRRF guidance30 een wijziging door te voeren als er sprake is vanobjectieve omstandigheden waardoor een (onderdeel van een) maatregelniet meer haalbaar blijkt of als de opgetreden objectieve omstandighedenertoe leiden dat een alternatieve maatregel beter uitvoerbaar blijkt. Degewijzigde of vervangende maatregel moet bovendien voldoen aan allecriteria van de HVF-verordening, en het gewijzigde plan – inclusiefvervangende maatregel – moet in het geheel opnieuw beoordeeld wordendoor de Commissie, en vervolgens goedgekeurd worden door deEcofinraad. Een van de criteria van de HVF-verordening is dat allemijlpalen en doelstellingen uiterlijk in augustus 2026 zijn afgerond.Hoewel het aandragen van een alternatieve maatregel dus niet de enigeoplossingsrichting is, houdt het kabinet de optie open om alternatievemaatregelen aan te dragen.Het is belangrijk om hierbij mee te geven dat het wijzigen van het plangeen eenvoudige opgave is, en dat de beoogde wijziging aan de criteriavan de HVF-verordening moet voldoen. Het plan als geheel moet ookopnieuw worden goedgekeurd.Omdat voor een aantal maatregelen nog niet duidelijk is welke onder-delen van de maatregelen niet behaald gaan worden, is nu nog niet metzekerheid te zeggen voor welke onderdelen alternatieven aangedragenzullen worden. Voor de maatregelen waar dit wel duidelijk is, wordt op ditmoment nog gekeken naar mogelijke kansrijke alternatieven. De alterna-tieven zullen aan dezelfde eisen uit de HVF-verordening moeten voldoenals de oorspronkelijke maatregel, zoals het aansluiten bij de landspecifiekeaanbevelingen.Hoe wordt de Kamer betrokken bij de besluitvorming hierover? Zijn ervoorbeelden van andere landen dis succesvol heronderhandeld hebben?Als het kabinet in samenspraak met de Commissie oplossingsrichtingenheeft gevonden voor de maatregelen die onder druk staan, dan zal hetkabinet de Kamer verder informeren.Zoals in de verordening van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit, artikel 21,is vastgelegd is het mogelijk voor lidstaten om hun Herstel- enVeerkrachtplan te wijzigen. In de HVF-guidance31 die de Commissie laterheeft gepubliceerd, specificeert ze de mogelijke wijzigingsgronden. DeCommissie beoordeelt vervolgens of de voorgestelde wijziging voldoetaan de afgesproken criteria en de lidstaat hiervoor de juiste bewijsstukken30Commission Notice – Guidance on recovery and resilience plans (europa.eu)31https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=OJ:C_202404618Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206918 voor aanlevert. De Commissie adviseert daarna, bij positieve beoordeling,de Raad om het Raadsuitvoeringsbesluit te wijzigen.Alle lidstaten hebben tot nu toe wijzigingsverzoeken ingediend. Dezewijzigingsverzoeken kunnen teruggevonden worden op de website van deCommissie32. Uw Kamer is over iedere wijziging van HVPs van lidstatengeïnformeerd voorafgaand aan besluitvorming in de Raad hierover. In hetverslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 20 en 21 juni33 is eenoverzicht opgenomen van de tot dan toe door de Raad goedgekeurdewijzigingen van HVPs op basis van objectieve omstandigheden en is invoetnoot 11 een overzicht opgenomen van de Kamerstukken waarin uwKamer over deze wijzigingen en de kabinetsappreciatie van de Commis-siebeoordeling daarvan is geïnformeerd.In hoeverre komt het uitgavenpad in het Nederlandse Budgettair-Structureel Plan overeen met het Uitgavenkader in de Miljoenennota?Wordt in het plan uitgegaan van geraamde begrotingstekorten of vangerealiseerde begrotingstekorten? Klopt het dat dit nogal veel uit kanmaken voor de maatregelen die de EC kan treffen?Het uitgavenpad in het Nederlandse Budgettair-structureel plan isvastgesteld op basis van de raming van de Macro-economischeVerkenning (MEV-raming) van het CPB. Het uitgavenkader in de Miljoe-nennota is opgesteld op basis van ramingen van het kabinet. Aan dezeramingen liggen dezelfde macro-economische aannames ten grondslag.Echter maakt het CPB een onafhankelijke raming, waarbij het andereuitgangspunten kan hanteren dan het kabinet, in het bijzonder oponderuitputting.Het budgettair-structureel plan bevat een begrotingsopgave voor dekomende jaren. De Commissie kan, als het uitgavenpad in het Neder-landse budgettair-structureel plan een hogere uitgavengroei laat zien dande vereisten die verordening 2024/1263 stelt aan het uitgavenpad, eenaanbeveling doen aan de Raad om een alternatief uitgavenpad op teleggen.Lidstaten dienen jaarlijks te rapporteren over de naleving van hetvastgestelde uitgavenpad, specifiek de gerealiseerde netto primaireuitgavengroei. Bij meevallers/tegenvallers in de gerealiseerde nettoprimaire uitgaven, kan de gerealiseerde netto primaire uitgavengroeirespectievelijk lager/hoger uitkomen dan het geraamde uitgavenpad in hetbudgettair structureel plan. Indien de gerealiseerde uitgavengroei afwijktvan de door de Raad aanbevolen uitgavengroei, dan worden dezeafwijkingen bijgehouden in een controlerekening. Dit geldt zowel voorhogere als lagere gerealiseerde uitgavengroei ten opzichte van de door deRaad aanbevolen uitgavengroei. Voor deze gerealiseerde afwijkingengeldt een jaarlijkse drempelwaarde van 0,3% bbp en een cumulatievedrempelwaarde van 0,6% bbp. Een kanttekening hierbij is dat alleen voorlanden met een schuld van boven de 60% bbp of een tekort hoger dan3% bbp, afwijkingen van het uitgavenpad boven de drempelwaarden,aanleiding kunnen zijn voor handhavingsmaatregelen. De Commissie ende Raad kunnen echter geen handhavingsmaatregelen nemen zo lang hetgerealiseerde tekort onder de 3% bbp en de schuld onder de 60% bbpblijven.Klopt het dat Griekenland t/m 2009 een veel te optimistisch beeld gaf vanhet begrotingstekort en de staatsschuld? Klopt het dat er ook landen zijndie veel te conservatief begroten? Welke instantie houdt er toezicht op decorrectie weergave van de overheidsfinanciën?32Recovery and Resilience Scoreboard (Europa.eu)33Verslag Eurogroep en Ecofinraad 20 en 21 juni 2024 | Kamerstuk 21 501-07, nr. 2053.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206919 Het Europese statistische bureau Eurostat is verantwoordelijk voor decoördinatie van statistische activiteiten van EU-organen. Nationaleinstanties voor de statistiek (NSI’s) berekenen deze indicatoren enrapporteren dit aan de Europese Commissie. In 2015 is de rol van NSI’s inhet coördineren van statistische activiteiten versterkt en is de professi-onele onafhankelijkheid van de NSI’s en Eurostat versterkt34. In reactie opde uitdagingen en beleidsbehoeften die voortvloeiden uit de financiëlecrisis is het Europees Statistisch Systeem gewijzigd en de coördinatie vanEuropese statistieken versterkt. Specifiek is vanaf 2009 een verordeningvan toepassing voor de ontwikkeling, productie en verspreiding vanEuropese statistieken in overeenstemming met onder andere professi-onele onafhankelijkheid, onpartijdigheid, objectiviteit en betrouw-baarheid35. Daarnaast geldt een Europees systeem van Rekeningen voorhet samenstellen van Nationale Rekeningen en een handboek overheidsfi-nanciën voor het samenstellen van statistieken over het EMU-tekort en deEMU-schuld.Wat is de reden dat voor de staatsschuldreductie (1% BBP) een hogerenorm wordt gehanteerd dan voor reductie van het begrotingstekort(0,5% BBP)?De herziene begrotingsregels bevatten verschillende waarborgen voorschuldafbouw en tekortreductie. Omdat de schuldratio en de tekortratiovan een verschillende orde van grootte zijn gelden hiervoor ook verschil-lende kwantitatieve waarborgen.Deze waarborgen gelden als aanvullende criteria waar het uitgavenpadvoor de maximale netto primaire uitgaven van lidstaten aan moetvoldoen. Het primaire criterium voor het uitgavenpad is het geloofwaardigdalen van de schuldquote na een budgettaire aanpassingsperiode, waarbijde geloofwaardigheid wordt getoetst op basis van een schuldhoudbaar-heidsanalyse. De waarborgen dienen als zekerheid dat de begrotings-opgave die wordt bepaald door het primaire criterium van de geloof-waardige daling van de schuld niet door bepaalde minimumwaarden zakt.Als de waarborgen een snellere verbetering van het begrotingstekortnodig maken dan het primaire criterium, dan worden de vereisten die dewaarborgen aan het uitgavenpad stellen leidend. Na het vaststellen vanhet uitgavenpad wordt niet achteraf getoetst of de schuld en het tekort dein de waarborgen opgenomen cijfers behalen, maar wordt alleen getoetstof een lidstaat het uitgavenpad niet overschrijdt. Op basis van de meestrecente cijfers is de inschatting dat het primaire criterium dat volgt uit deschuldhoudbaarheidsanalyse strenger en dus leidend is voor de meestelidstaten.Is de verwachting dat het Nederlandse budgettair-structurele plan zalworden goedgekeurd? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Klopt het datNederland zich niet houdt aan de preventieve arm, omdat de oploop vande uitgaven hoger is dan de EC wenst? Klopt het dat de Raad van State ditook vindt?In het herziene Europese begrotingsraamwerk moeten lidstaten hun tekortonder de referentiewaarde van 3% bbp brengen of houden en hun schuldonder de referentiewaarde van 60% bbp houden of daar geloofwaardignaartoe laten bewegen op de middellange termijn. Nederland blijftgedurende de kabinetsperiode onder de Europese referentiewaarden van60% bbp voor de overheidsschuld en 3% bbp voor het begrotingstekort.Een uitzondering is 2026, waar het tekort incidenteel hoger uitvalt door34Verordening 2015/75935Verordening 223-2009Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206920 het invaren van de militaire pensioenen. In het hoofdlijnenakkoord isafgesproken dat het kabinet maatregelen neemt als de referentiewaardevan 3% bbp overschreden dreigt te worden.Dit laat onverlet dat de overheidsfinanciën op middellange termijn zonderaanvullend beleid verslechteren, met name door toenemende vergrij-zingslasten en stijgende rente-uitgaven. De raming van het CentraalPlanbureau toont dat de tekorten na de kabinetsperiode de referentie-waarde van 3% bbp overschrijden in de periode 2029–2038. Daarnaast zalde schuld vanaf 2034 stijgen tot boven de 60% bbp. Op basis van dezeinschattingen is er voor Nederland een aanvullende begrotingsopgavenodig om te voldoen aan de vereisten die de Europese regels stellen aanhet uitgavenpad in het budgettair-structureel plan voor de middellangetermijn (de preventieve arm). Het is daarom mogelijk dat de Raad opaanbeveling van de Commissie een Nederland een ander uitgavenpadaanbeveelt dan het pad dat is opgenomen in ons meerjarenplan.Bij de toetsing aan de herziene begrotingsregels, concludeert de Raad vanState dat Nederland wel voldoet aan de referentiewaarden van 3% bbpvoor het tekort en 60% bbp voor de schuld, maar niet aan de vereisten uitbovengenoemde preventieve arm op de middellange termijn.36De leden van de NSC-fractie vragen voorts hoe het kan dat Frankrijk nuineens een negatieve koploper is in de EU met het hoogste begrotings-tekort van 6% BBP. Zou Frankrijk als een van de founding fathers van deEU niet een voorbeeldfunctie op zich moeten nemen?Het kabinet onderstreept het belang van houdbare overheidsfinanciën endeelt de noodzaak om hoge schulden en tekorten in lidstaten terug tedringen. Het kabinet is van mening dat de herziene begrotingsregelswaarborgen bevatten voor ambitieuze schuldafbouw voor lidstaten methoge schulden, structurele hervormingen en investeringen stimuleert omde economie te versterken en handhaving van de regels versterkt. Hetkabinet zet zich in voor een gedegen implementatie van de herzieneEuropese begrotingsregels.Kan de Minister nader ingaan op de informatievoorziening aan de Kameromtrent de goedkeuring van de budgettair-structuur plannen van deverschillende lidstaten? Welke afwegingen maakt de Minister bij debeoordeling van deze plannen? Worden daarbij eigenstandige afwegingengemaakt over de situatie in de lidstaten, of wordt de analyse van deEuropese Commissie gevolgd?In het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad op 13–14 september 202437is uw Kamer geïnformeerd over het vervolgproces van de implementatievan het herziene Europese begrotingsraamwerk.De deadline voor indiening van de budgettair-structurele plannen voor demiddellange termijn is 15 oktober 2024. De verordening biedt demogelijkheid voor lidstaten om het plan later in te dienen onder bepaaldeomstandigheden, bijvoorbeeld (aanstaande) nationale verkiezingen. Naarverwachting dient het merendeel van de lidstaten het plan in op15 oktober. In lijn met verordening 2024/1263 dient de Commissie demeerjarenplannen binnen zes weken te beoordelen. Dit betekent dat deCommissie naar verwachting eind november 2024 de beoordeling van deplannen heeft gedaan. Daarna zal de Commissie aanbevelingen door vooraanbevelingen van de Raad waarin voor iedere lidstaat een uitgavenpadwordt vastgesteld en structurele hervormingen en investeringen36advies_miljoenennota_2025_en_rapportage_begrotingstoezicht_2024_1.pdf37https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/09/24/bijlage-verslag-eurogroep-en-informele-ecofinraad-13-en-14-september-2024 – Kamerstuk 21 501-07, nr. 2066.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206921 onderliggend aan een verlenging van de aanpassingsperiode wordengoedgekeurd.Voor lidstaten in een buitensporigtekortprocedure dient dit uitgavenpad inlijn te zijn met Raadsaanbevelingen voor de correctie van buitensporigetekorten op basis van artikel 126(7) VWEU (het correctieve uitgavenpad).Om de consistentie te waarborgen tussen het door de Raad vastgesteldeuitgavenpad op basis van het meerjarenplan en het correctieve uitga-venpad in het kader van de buitensporigtekortprocedure, doet deCommissie in november naar verwachting gelijktijdig de aanbevelingenaan de Raad hiervoor. Voor lidstaten die hun meerjarenplan niet tijdig bijde Commissie indienen zal de Commissie de Raad naar verwachtingaanbevelen om een referentiepad aan te bevelen als correctief uitga-venpad, waarbij de aanpassingsperiode vier jaar zal zijn. Dit referentiepadhebben lidstaten van de Commissie ontvangen op basis van verordening2023/1263 en geeft weer wat op basis van de berekeningen van deCommissie nodig is om aan de vereisten van deze verordening tevoldoen. Als een lidstaat later alsnog een plan indient kan het correctieveuitgavenpad gewijzigd worden om het in overeenstemming te brengenmet het uitgavenpad.De Raad zal naar verwachting in december 2024 of januari 2025 besluitenover: 1. het vaststellen van de uitgavenpaden en het goedkeuring vanhervormingen en investeringen onderliggend aan verlenging van deaanpassingsperiode op basis van het meerjarenplan van landen, 2. hetvaststellen van een correctieve uitgavenpad voor lidstaten in eenbuitensporigtekortprocedure. De Kamer wordt voorafgaand aan dezebesluitvorming geïnformeerd over de appreciatie van het kabinet van dedoor de voorliggende Raadsaanbevelingen. Het kabinet zal daarbijbeoordelen of de Commissievoorstellen voor Raadsaanbevelingen in lijnzijn met de vereisten voor het (correctieve) uitgavenpad van lidstaten tenaanzien van de verwachte tekortreductie en schuldafbouw, en of aanne-melijk is gemaakt dat de investeringen en hervormingen die ten grondslagliggen aan een verlening van de budgettaire aanpassingsperiodebijdragen aan schuldhoudbaarheid, economische groei, landspecifiekeaanbevelingen en EU-prioriteiten.Heeft de Minister al contact gehad met de Europese Commissie over hetconcept Nederlandse plan?Op ambtelijk niveau zijn er doorlopend technische dialogen gevoerd metde Commissie over de ontwikkelingen van het Nederlandse plan. DeMinister heeft in persoon nog geen gesprek gehad met de EuropeseCommissie over het Nederlandse plan.Verwacht de Minister dat het Nederlandse plan in de huidige vorm zalworden goedgekeurd? Kan de Minister nader ingaan op de gevolgenindien het plan wordt afgekeurd en Nederland daarmee de preventievearm schendt? Brengt dit additionele risico’s met zich mee indienNederland onverhoopt ook de correctieve arm overtreedt, bijvoorbeeld inde vorm van boetes met terugwerkende kracht?Nederland blijft gedurende de kabinetsperiode onder de Europesereferentiewaarden van 60% bbp voor de overheidsschuld en 3% bbp voorhet begrotingstekort. Een uitzondering is 2026, waar het tekort incidenteelhoger uitvalt door het invaren van de militaire pensioenen. In hethoofdlijnenakkoord is afgesproken dat het kabinet maatregelen neemt alsde referentiewaarde van 3% bbp overschreden dreigt te worden.Dit laat onverlet dat de overheidsfinanciën op middellange termijn zonderaanvullend beleid verslechteren, met name door toenemende vergrij-zingslasten en stijgende rente-uitgaven. De raming van het CentraalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206922 Planbureau toont dat de tekorten na de kabinetsperiode de referentie-waarde van 3% bbp overschrijden in de periode 2029–2038. Daarnaast zalde schuld vanaf 2034 stijgen tot boven de 60% bbp. Op basis van dezeinschattingen is er voor Nederland een aanvullende begrotingsopgavenodig om de groei van de netto primaire uitgaven te verminderen en tevoldoen aan de vereisten die de Europese regels stellen aan het uitga-venpad in het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn (depreventieve arm).Nederland zal, net als het merendeel van de lidstaten, het plan in oktoberindienen. Vervolgens beoordeelt de Commissie of het plan aan devereisten voldoen. Wanneer de Commissie beoordeelt dat het plan aan devereisten voldoet, doet de Commissie een aanbeveling aan de Raad voorhet vaststellen van het uitgavenpad zoals de lidstaat dat in het plan heeftopgenomen. Wanneer de Commissie beoordeelt dat het uitgavenpad nietaan de vereisten voldoet kan de Raad op aanbeveling van de Commissiede betreffende lidstaat aanbevelen om een herzien plan in te dienen.Wanneer ook dit plan niet voldoet, kan de Raad op aanbeveling van deCommissie een alternatief uitgavenpad aanbevelen dat voldoet aan deeisen die aan het plan worden gesteld. Nadat het uitgavenpad door deRaad is vastgesteld, wordt de naleving jaarlijks gemonitord. DeCommissie en de Raad kunnen echter geen handhavingsmaatregelen,waaronder boetes, aanbevelen zo lang het tekort onder de 3% bbp en deschuld onder de 60% bbp blijven.De leden van de NSC-fractie vragen voorts waarom het kabinet niet heeftingezet op een aanpassingsperiode van zeven jaar, waarmee de jaarlijksebegrotingsopgave verminderd wordt.Door een ambitieuze set investeringen en hervormingen op te nemen inhun plan, kunnen lidstaten in aanmerking komen voor verlenging van deaanpassingsperiode van vier tot maximaal zeven jaar. Voor deze hervor-mingen en investeringen gelden criteria, namelijk dat ze moeten bijdragenaan schuldhoudbaarheid, economische groei en moeten bijdragen aan delandspecifieke aanbevelingen uit het Europees Semester enEU-prioriteiten. Een verlenging van de aanpassingsperiode kan leiden toteen meer geleidelijke jaarlijkse begrotingsopgave, omdat de totalebegrotingsopgave over meer jaren wordt verspreid. Voor Nederland iseen verlaging van de jaarlijkse opgave bij verlenging echter beperkt.Om te kwalificeren voor een verlenging van de aanpassingsperiode zouNederland bovendien additionele hervormingen moeten doorvoerenbovenop het regeerprogramma. Daarom kiest Nederland niet voor eenverlenging van de aanpassingsperiode.Is er reeds een aanvraag gedaan voor het Sociaal Klimaatfonds waarNederland 720 miljoen euro uit zou kunnen krijgen? Kan er een verbandworden gelegd met de energietoeslagen die er in 2022 en 2023 waren? Ofmet de Energiefondsen waar in 2025 en 2026 twee keer 60 miljoen euro ingestoken wordt?Er is nog geen aanvraag door Nederland ingediend voor het SociaalKlimaatfonds. Dit moet uiterlijk in juni 2025 gebeuren. Het kabinet beraadtzich momenteel op de mogelijke invulling van de Nederlandse aanvraag.Volgens de voorwaarden van het fonds mag maximaal 37,5% van demiddelen gaan naar directe inkomensondersteuning. Er kan dus eenverband worden gelegd met genoemde instrumenten, maar met hetgenoemde maximum. De Europese Commissie heeft aangegeven devoorkeur te geven aan emissiereducerende maatregelen (die indirect ookvoor kostenreductie voor burgers en bedrijven kunnen zorgen). HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206923 kabinet zal de Kamer informeren zodra het een besluit heeft genomen metbetrekking tot de Nederlandse inzet voor het Sociaal Klimaatfonds.Ook vragen de leden van de NSC-fractie nog hoe de Minister kijkt naar deopstelling van de Duitse regering omtrent de mogelijke overname vanCommerzbank. Zijn grensoverschrijdende bankfusies in de EU volgens deMinister wenselijk? Hoe kijkt de Minister naar een eventuele overnamevan ABN AMRO door een buitenlandse partij?Ik volg de ontwikkelingen in Duitsland ten aanzien van de opbouw vaneen belang van UniCredit in Commerzbank. Tegelijkertijd vind ik het nietgepast om in te gaan op de opstelling van de Duitse regering inzake dezeontwikkelingen. Dit is geen Nederlandse aangelegenheid.De ontwikkelingen rondom Commerzbank hebben de aandacht opnieuwgevestigd op grensoverschrijdende fusies en overnames in de Europesebankensector. De Europese bankensector is in vergelijking met bijvoor-beeld de Verenigde Staten relatief gefragmenteerd en mede daardoorminder winstgevend. Al langere tijd wordt daarom door banken entoezichthouders gesproken over de ruimte voor consolidatie in deEuropese bankensector. Consolidatie in de Europese bankensector kanzowel voor- als nadelen hebben. Enerzijds kan consolidatie leiden totsynergievoordelen en diversificatie van de portefeuilles van banken enefficiëntere dienstverlening aan consumenten en bedrijven. Anderzijdskan consolidatie risico’s met zich meebrengen in het kader van toene-mende marktmacht, complexiteit en voor de financiële stabiliteit (zoalsbijvoorbeeld too-big-too-fail problematiek). Bij de beoordeling van derisico’s hebben de Europese Centrale Bank (ECB) en de EuropeseCommissie (EC, DG COMP) een formele rol. De ECB beoordeelt of ersprake is van financieel gezonde instellingen en kijkt naar de invloed vande fusie of overname op de stabiliteit van de financiële sector. Daarnaastdient zij een verklaring van geen bezwaar (vvgb) af te geven voordat eenfusie of overname van een bank mag plaatsvinden. De EC oordeelt overde impact van de fusie of overname op de mate van concurrentie in demarkt.Met betrekking tot een overname van ABN AMRO geldt het volgende.ABN AMRO, NLFI en de Nederlandse staat hebben voor de beursgang in2015 afspraken gemaakt, waarvan het uitgangspunt is dat geen van departijen een vijandige overname van de bank wil. Als een geïnteresseerdekoper zich bij het ministerie (of NLFI) meldt, dan wordt deze daaromdoorverwezen naar ABN AMRO. Het idee hierachter is dat een koper ermet het management van de bank uit moet zien te komen. Immers, ABNAMRO is gered met het oog op de stabiliteit van de financiële sector. Eenvijandige overname zou de stabiliteit juist onder druk zetten.Indien de bank en een geïnteresseerde koper tot overeenstemmingkomen, dan zal voor de verkoop van het staatsbelang een brede belangen-afweging plaatsvinden waarin onder meer gekeken wordt naar definanciële voorwaarden.Voor de volledigheid, in het geval van een vijandige overname geldt noghet volgende. Vóór de beursgang van ABN AMRO in 2015 is een StichtingAdministratiekantoor Continuïteit ABN AMRO Bank (STAK AAB) opgerichtom de zelfstandigheid, de continuïteit en identiteit van ABN AMRO tebeschermen. Worden die zelfstandigheid, continuïteit of identiteitbedreigd, dan kan STAK AAB de volmacht van de certificaathouders om testemmen beperken, uitsluiten of herroepen. Bij een dergelijk besluit staathet belang van ABN AMRO voorop. Daarnaast hebben beursvennoot-schappen de mogelijkheid om 250 dagen bedenktijd in te roepen in gevalvan een (aangekondigd) (vijandige) overnamebod dat naar het oordeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206924 van het bestuur wezenlijk in strijd is met het belang van de vennootschapen de met haar verbonden onderneming.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie merken op Nederland het rapport van de heerDraghi over het concurrentievermogen van de Europese Unie vooral zietals een oproep aan lidstaten om nationale hervormingen te blijvendoorvoeren en ruimte te blijven maken voor noodzakelijke investeringen.Op welke noodzakelijke investeringen wordt hier gedoeld en zijn dat nietjuist de investeringen (onderwijs, onderzoek, Nationaal Groeifonds,klimaat, transitie landbouw) waar dit kabinet op bezuinigt? Kan deMinister concrete voorbeelden geven van nationale hervormingen uit hetDraghi-rapport die in Nederland terugkomen in het Regeerprogramma?Betekent de appreciatie dat het rapport vooral een oproep is aan lidstatenom nationale hervormingen te blijven doorvoeren, dat het de aanbeve-lingen die gericht zijn aan de Europese Unie niet ondersteunt of dat ze dieniet belangrijk vinden? Is de Minister bereid om voor het aanstaandedebat over het Draghi-rapport in detail een overzicht te geven van alleaanbevelingen, en daarbij te vermelden of het kabinet deze wel of nietoverneemt in het nationale beleid of Europese standpuntbepaling?Het kabinet zal op korte termijn een kabinetsreactie op het rapport vanDraghi met uw Kamer delen.De leden van de D66-fractie hebben geconstateerd dat de Franse regeringeen begroting heeft gepresenteerd die ver boven de afgesproken grenzenzit voor wat betreft het begrotingstekort. Kan de Minister preciesaangeven op welke wijze en in welke mate de Franse begroting afwijktvan de afgesproken Europese begrotingsregels? Kan de Minister tevenshierop reflecteren en aangeven hoe hij zich hieromtrent zal opstellen in deEurogroep en Ecofinraad?De leden van de D66-fractie zouden de Minister kunnen steunen in eenstellingname die Frankrijk stevig wijst op de gezamenlijk afgesprokenbegrotingsregels en sancties steunt indien Frankrijk onvoldoende actieonderneemt wordt om Frankrijk weer op het voorgeschreven uitgavenpadte krijgen.Frankrijk heeft aangegeven voornemens te zijn om het meerjarenplan inhet kader van de Europese begrotingsregels in oktober in te dienen en zaldan naar verwachting ook de ontwerpbegroting voor 2025 bij de EuropeseCommissie indienen.Na het indienen van de meerjarenplannen dient de Commissie in lijn metverordening 2024/1263 deze binnen zes weken te beoordelen. Dit betekentdat de Commissie naar verwachting eind november 2024 de beoordelingvan de plannen heeft gedaan. Daarna zal de Commissie aanbevelingenaan de Raad doen voor het vaststellen van het uitgavenpad en hetgoedkeuren van de structurele hervormingen en investeringen onder-liggend aan een verlenging van de aanpassingsperiode. Omdat de Raadvoor Frankrijk heeft vastgesteld dat sprake is van een buitensporig tekortzal de Commissie daarbij ook een aanbeveling doen aan de Raad voor hetvaststellen van een correctief uitgavenpad voor Frankrijk, wat consistentmoet zijn met het uitgavenpad dat op basis van het meerjarenplan wordtaanbevolen. De Raadsaanbevelingen liggen hoogstwaarschijnlijk voor inde Ecofinraad in december 2024 of januari 2025. Het kabinet zal de Kamervoorafgaand aan deze besluitvorming informeren over de kabinetsappre-ciatie van de voorliggende Raadsaanbevelingen.Bij de beoordeling van de Franse ontwerpbegroting voor 2025 beoordeeltde Commissie of deze in lijn is met de aanbevelingen die zij zal doen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206925 de Raadsaanbeveling voor het (correctieve) uitgavenpad van Frankrijk. Debeoordelingen van de ontwerpbegrotingen van de lidstaten van deeurozone worden in de Eurogroep besproken, die daarover doorgaanseen verklaring aanneemt.Voorts zal jaarlijks monitoring plaatsvinden hoe de Franse netto primaireuitgaven zich ontwikkelen ten opzichte van het door de Raad aanbevolen(correctieve) uitgavenpad. Te grote overschrijdingen kunnen aanleidingzijn voor stappen in de buitensporigtekortprocedure, die uiteindelijkkunnen leiden tot financiële sancties.Het kabinet onderstreept het belang van houdbare overheidsfinanciën endeelt de noodzaak om hoge schulden en tekorten in lidstaten terug tedringen. Het kabinet zet zich in voor een gedegen implementatie van deherziene Europese begrotingsregels.De leden van de D66-fractie wijzen er tevens op dat Nederland in hetbudgettair-structureel plan zoals de Minister meedeelde ook niet voldoetaan het voorgeschreven begrotingsdoel. Denkt de Minister dat het onzeonderhandelingspositie in de Eurogroep en Ecofinraad op dit onderwerpzou versterken indien Nederland wel aan het begrotingsdoel zou voldoen?Welke aanvullende actie gaat de Minister ondernemen om daaraan tevoldoen?Nederland behoort tot de lidstaten die momenteel geen buitensporigtekort hebben en schuld en tekort onder de Europese referentiewaarden.Dat is duidelijk een andere situatie dan lidstaten met tekort of schuld ruimboven de 3% en 60%. Dat neemt niet weg dat Nederland zich bewust isvan de opgave die voor Nederland nodig is om op middellange termijnhoudbare overheidsfinanciën te waarborgen. Nederland zal aangeven dathet kabinet maatregelen neemt om het tekort en de schuld deze kabinets-periode onder de Europese normen te houden en erkennen dat daarnaaanvullend beleid nodig zal zijn om onder die normen te blijven.Daarnaast blijft Nederland het belang van naleving en handhaving van debegrotingsregels benadrukken, zodat lidstaten met hoge tekorten enschulden hun overheidsfinanciën op orde brengen.Of gaat Nederland de verlenging van de termijn naar zeven jaaraanvragen? En welk proces voorziet de Minister bij het vaststellen vanhervormingen en investeringen?Door een ambitieuze set investeringen en hervormingen op te nemen inhun plan, kunnen lidstaten in aanmerking komen voor verlenging van deaanpassingsperiode van vier tot maximaal zeven jaar. Voor deze hervor-mingen en investeringen gelden criteria, namelijk dat ze moeten bijdragenaan schuldhoudbaarheid, economische groei en moeten bijdragen aan delandspecifieke aanbevelingen uit het Europees Semester enEU-prioriteiten. Een verlenging van de aanpassingsperiode kan leiden toteen meer geleidelijke jaarlijkse begrotingsopgave, omdat de totalebegrotingsopgave over meer jaren wordt verspreid. Voor Nederland iseen verlaging van de jaarlijkse opgave bij verlenging echter beperkt.Om te kwalificeren voor een verlenging van de aanpassingsperiode zouNederland bovendien additionele hervormingen moeten doorvoerenbovenop het regeerprogramma. Daarom kiest Nederland niet voor eenverlenging van de aanpassingsperiode.De leden van de D66-fractie constateren dat onder andere Curaçao nu inieder geval nog op de grijze lijst staat van niet-coöperatieve jurisdictiesvoor belastingdoeleinden en nog niet publiek bekend is of Curaçao daarmet de aangekondigde herziening nog steeds op staat. Wat vindt deStaatssecretaris ervan dat een land binnen het Koninkrijk der Nederlandenop deze lijst te vinden is? Hoe straalt dit af op Nederland? Welke actieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206926 heeft het kabinet ondernomen of is voornemens te ondernemen omCuraçao te ondersteunen actie te ondernemen om van deze lijst af tekomen, indien Curaçao na de herziening nog steeds op de lijst staat?Curaçao staat op de grijze lijst, wat betekent dat Curaçao een toezegging38op hoog politiek niveau heeft gedaan om enkele tekortkomingen op hetgebied van automatische uitwisseling van informatie aan te pakken. Dezepunten zijn geconstateerd door het Global Forum on transparency andexchange of information for tax purposes (hierna het Global Forum), datalle landen die deel uitmaken van het Inclusive Framework van de OESO,beoordeelt op deze fiscale minimum standaard. Inhoudelijk heeft Curaçaode toezegging gedaan om in het peer review rapport van 2024 van hetGlobal Forum een positieve beoordeling te behalen. Dit rapport van hetGlobal Forum wordt begin november verwacht en komt dus te laat uit ommeegenomen te kunnen worden in de aanpassing van de fiscaal zwarteen grijze lijst tijdens Ecofin Raad van 8 oktober. De beoordeling van hetGlobal Forum zal wel tijdens de volgende aanpassing van de lijstenmeegenomen worden. Dat zal de Ecofin Raad van februari 2025 zijn. Opbasis van ambtelijk contact heeft het kabinet sterke aanwijzingen datCuraçao een positieve beoordeling zal verkrijgen van het Global Forum.Het lijkt daarom voorbarig om verdere actie te overwegen. Zoals al eerderaangegeven, staat Curaçao op de grijze lijst en daaraan zijn geennegatieve fiscale consequenties verbonden wat wel geval is bij de zwartelijst. De afstraaleffecten op Nederland schat ik dan ook niet groot in.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDeze leden wijzen erop dat het meerjarig financieel kader onze afsprakenvast ten aanzien van de EU-begroting voor steeds vijf tot zeven jaar. Dehuidige termijn loopt tot 2027.Volgens het voorliggende stuk zal de komende twee jaar de Nederlandseafdracht aan de Europese begroting met bijna 500 miljoen euro per jaarstijgen. Daarmee komt deze op meer dan 10 miljard euro per jaar uit. Inhet Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat Nederland juist minder wilgaan afdragen aan de EU.De leden van de BBB-fractie plaatsen hier dus de volgende kritischekanttekeningen bij.De leden van de BBB-fractie willen dat er degelijk en goed met onsbelastinggeld omgegaan wordt. Daarbij past niet dat onder Von der Leyende Europese begroting steeds meer wordt uitgebreid.De leden van de BBB-fractie vragen daarom of het kabinet kan inventari-seren wat de plannen van de Europese Commissie zijn wat betreft haarbegroting en aangeven dat een uitbreidende begroting geen doel opzichzelf hoeft te zijn.De verwachte toename van de Nederlandse afdrachten tot en met 2027vindt plaats binnen de kaders van het huidige Meerjarig Financieel Kader(MFK)39 en het huidige eigenmiddelenbesluit (EMB)40. Het MFK legt demaximale uitgaven in de EU-begroting vast. Het EMB organiseert de38The Council conclusions on the revised EU list of non-cooperative jurisdictions for taxpurposes (20 February 2024): Costa Rica and Curacao committed to address the Global Forumrecommendations with regard to automatic exchange of information in due time, so as toachieve determinations of at least «In place, but needs improvement» on core requirements 1and 2 in the Global Forum peer review report in the autumn of 2024.39Verordening 2020/2093 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor dejaren 2021–2027.40Besluit 2020/2053 van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de EuropeseUnie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206927 inkomsten van de EU-begroting met afspraken over de financiëlebijdragen van de lidstaten.De hoogte van de afdrachten aan de Europese Unie vanaf 2028 zal wordenbepaald door het nog overeen te komen volgende MFK en de mogelijkewijziging van het EMB die daarmee doorgaans gelijktijdig wordt overeen-gekomen. De Europese Commissie dient naar verwachting in de tweedehelft van volgend jaar een voorstel in voor het MFK vanaf 2028 en zaldaarbij waarschijnlijk ook een nieuw eigenmiddelenbesluit voorstellen.Het kabinet zal er in de onderhandelingen over deze twee voorstellen opinzetten dat de Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting vanaf2028 met 1,6 miljard euro minder zullen stijgen. De inzet in de onderhan-delingen zal daartoe bestaan uit een combinatie van een modernebegroting, een acceptabele omvang van het MFK en een voor Nederlandacceptabel aandeel in de nationale bijdragen via het eigenmiddelenbe-sluit. De onderhandelingen komen waarschijnlijk pas in 2027 tot eenconclusie. De beoogde vermindering van de stijging van de meerjaren-raming vanaf 2028 is bij Miljoenennota reeds in de raming verwerkt.De leden van de BBB-fractie merken op dat bij een goede omgang metons belastinggeld ook niet past dat het Europees Parlement nog steeds inzowel Brussel als Straatsburg vergadert. Hier wordt al jaren overgesproken maar deze verspilling van honderden miljoen per jaar moeteen keer stoppen. Kan het kabinet toezeggen dat dit in het eerstvolgendeEuropees overleg waar dit past op de agenda wordt opgebracht? Kan hetkabinet verslag doen van de reacties van de Europese Commissie en vanandere landen in dezen?Want alleen daarmee kunnen lidstaten als Nederland genoeg draagkrachtvoor hun afdrachten onder hun bevolking houden.Tijdens de Eurogroep en Ecofinraad van respectievelijk 7 en 8 oktober isgeen bespreking voorzien over de zetel van het Europees Parlement. Hetwijzigen van de zetel van het Europees Parlement vergt een wijziging vanhet Verdrag van de Europese Unie. Een verdragswijziging is op ditmoment niet aan de orde.De leden van de BBB-fractie merken verder op er geen voorstander van tezijn dat de EU steeds meer een transferunie wordt van landen in hetnoorden die hun zaken wel op orde hebben, naar landen in het zuiden diedit al ruim vóór Covid niet hadden. Om die reden zijn deze leden verderook tegen EU-obligaties en nog meer gezamelijke leningen, die de EUsinds 2021 voor het eerst zijn aangegaan. De leden van de BBB-fractiemerken op dat Nederland daaraan niet (meer) wil meedoen. Nederlanddoet als nettobetaler immers zijn uiterste best om alles financieel op ordete hebben, met soms ook pijnlijke maatregelen voor de Nederlandseburgers. Dan mogen andere landen eerst laten zien dat zij ook bereid zijnzulke maatregelen te nemen om hun eigen huishoudboekje op orde tekrijgen. Dat in plaats van te wachten op een financieel infuus uitNederland en andere noordelijke lidstaten, zo stellen de leden van deBBB-fractie.De leden van de BBB-fractie merken op dat zij de ontwikkelingen inFrankrijk, met zowel een sterk oplopend begrotingstekort als een sterkoplopende staatschuld met zorg volgen. Het Franse begrotingstekort ismet 5,5% over 2023 bijna dubbel zo hoog als de EU-norm van 3%. Datgeldt ook voor de staatsschuld van 110%, die eigenlijk maar 60% mag zijn.Op deze manier ondermijnen zulke landen onze welvaart en stabiliteitvoor de langere termijn. En dat zijn nu juist de kernwaarden van de EUtoen zij werd opgericht. De leden van de BBB-fractie merken op dat het,met de behandeling van deze EU-begroting, handig is om uit te zoekenhoe de andere lidstaten er op dit vlak voorstaan. De leden van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206928 BBB-fractie vragen of zij een overzicht kunnen krijgen van alle EU-lidstateninzake hun begrotingstekort en staatsschuld (dus ook van niet EMUleden).Eurostat publiceert uitgebreide en overzichtelijke statistieken bij van deoverheidstekorten en -schulden van alle Europese lidstaten41. Daarnaastpubliceert de Europese Commissie elk halfjaar een raming voor dekomende jaren hiervan, de zogenoemde lenteraming en herfstraming42. Inde statistische annex van de lenteraming43 geven tabellen 32 t/m 40 eenuitgebreid overzicht van verschillende relevante maatstaven voor deoverheidsfinanciën in alle EU-landen.In deze context willen de leden van de BBB-fractie ook nog iets aangevenover mogelijke EU-uitbreiding. Daar staan zij kritisch tegenover. Landenmoeten echt eerst aan de Kopenhagen-criteria voldoen, en geen conflictenbinnen de EU brengen. Verder mag een lidmaatschap niet automatischleiden tot deelname aan de EMU. In veel gevallen kan een samenwerkingof associatieverdrag ook voldoende zijn.Kan het kabinet aangeven welke landen op dit moment dicht bijtoetreding tot de EU zijn?EU uitbreiding staat niet op de agenda van de Eurogroep en Ecofinraadvan 7 en 8 oktober a.s. en wordt doorgaans niet in deze gremiabesproken.Er zijn op dit moment tien (potentiële) kandidaat-lidstaten. Toetreding opkorte termijn is voor geen van de kandidaat-lidstaten op dit moment aande orde. De toetredingsonderhandelingen met Montenegro, geopend in2012, zijn het verst gevorderd. Met Servië wordt sinds 2014 onderhandeld.De overige kandidaat-lidstaten bevinden zich pas aan het begin van hettoetredingsproces, terwijl de toetredingsprocessen met Turkije en Georgiëfeitelijk tot stilstand zijn gekomen. Wanneer de toetredingsonderhande-lingen geopend worden, begint een lang en complex proces waarbij deKopenhagencriteria, en de overname en implementatie van het EU-acquis,als uitgangspunt gelden voor de beoordeling van de voortgang vankandidaat-lidstaten. Dit proces kan jaren duren. Voor het invoeren van deeuro als munt gelden specifieke toetsingscriteria en besluitvormingspro-cessen.Kan het kabinet aangeven of de EU-aspiraties van Georgië inmiddels opeen lager pitje zijn gezet door de nieuwe wetgeving omtrent de LHBT+-gemeenschap, die mensenrechten schendt en is dit duidelijk gemaakt aande Georgische regering? De leden van de BBB-fractie merken op dathierover ook schriftelijke vragen zijn gesteld.EU uitbreiding staat niet op de agenda van de Eurogroep en Ecofinraadvan 7 en 8 oktober a.s. en wordt doorgaans niet in deze gremiabesproken.In de fase voorafgaand aan het openen van de toetredingsonderhande-lingen met kandidaat-lidstaten, de fase waarin Georgië zich momenteelbevindt, wordt uitgebreid aandacht besteed aan fundamentele rechten enworden op dit gebied strikte eisen gesteld, inclusief stappen om derechten van de lhbtqia+-gemeenschap te waarborgen en discriminatie41https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Government_finance_statistics&action=statexp-seat&lang=nl42Spring 2024 Economic Forecast: A gradual expansion amid high geopolitical risks – EuropeanCommission (europa.eu)43https://economy-finance.ec.europa.eu/document/download/6e6837c1-e00c-42ed-9f10-8d1ad56f913a_en?filename=spring_forecast-2024_statisical%20annext_en.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206929 tegen te gaan. Tijdens de ER van 27 en 28 juni jl. werd geconstateerd datde negatieve koers van de Georgische regering heeft geleid tot het defacto stopzetten van het toetredingstraject. In de jaarlijkse landenrap-portage over kandidaat-lidstaten zal de Commissie naar verwachting ookstilstaan bij de achteruitgang in Georgië op het gebied van fundamentelerechten, ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de positie enrechten van minderheden, waaronder lhbtqia+-personen. Uw Kamer zalhier te zijner tijd een kabinetsappreciatie over ontvangen.De leden van de BBB-fractie constateren dat Frankrijk laat zien dat zelfsdeelnemers aan de EMU al genoeg moeite hebben om zich aan denormen te houden. Frankrijk betaalt op dit moment bijvoorbeeld alleen al50 miljard euro rente over haar schuld. Het is dan ook goed, zo merkendeze leden op, dat Nederland zich afgelopen jaar heeft ingezet voor dedekking van de gestegen rentekosten van het 750 miljard euro kostendeNext Generation EU coronaherstelfonds. Hiervan is overigens een veel tegroot deel een gift. Dit programma valt immers buiten (en dus bovenop)het Meerjarig Financieel Kader. Reden te meer om als Nederland nietmeer mee te werken aan nieuwe toekomstige enorme leningen als deze,hierdoor worden we immers aan te veel risicos blootgesteld.Kan het kabinet toezeggen aan de Europese Commissie en anderelidstaten duidelijk te maken dat Nederland geen voorstander is van eennieuwe ronde gezamelijke leningen aan te gaan of de plannen voorEurobonds verder te onderzoeken?Zoals aangegeven in het regeerprogramma is het kabinet geenvoorstander van het aangaan van gemeenschappelijke schulden voornieuwe Europese instrumenten en draagt het dit standpunt uit in derelevante Europese gremia.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206930
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.