Reactie op verzoek commissie over ‘verankering van de palliatieve fase in alle zorgwetten’
Brontekst
Versie 1238b656fc20b81b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 509Palliatieve zorgNr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 juni 2024De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op12 maart jl. verzocht om een brief over «verankering van de palliatievefase in alle zorgwetten». Bij de brief verzocht de Kamer ook mee te nemenin hoeverre «slechte palliatieve zorg een pushfactor kan zijn als het gaatom euthanasie». Met deze brief geef ik, mede namens de Minister voorMedische Zorg, invulling aan het verzoek van uw Kamer.In 2023 overleden in Nederland ongeveer 170.000 mensen. Bij ongeveer120.000 mensen kwam dit overlijden niet onverwacht. Vroegtijdigesignalering van de laatste levensfase en de inzet van palliatieve zorgdragen positief bij aan de kwaliteit van leven van deze mensen, zo blijktuit onderzoek1. De activiteiten binnen het Nationaal Programma Pallia-tieve Zorg II (NPPZ II), die samen met alle betrokken partijen wordenuitgevoerd, zijn erop gericht dat palliatieve zorg een integraal onderdeelvormt van het reguliere zorgproces. Daarvoor is het allereerst nodig datde wensen en grenzen van de patiënt bekend zijn bij naasten en zorgpro-fessionals. Daarnaast is in de laatste levensfase nog te vaak sprake vanniet-passende zorg (zoals acute ziekenhuis-, SEH-, of IC-opnames)2. Dekwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg in de laatstelevensfase kan verbeteren door proactieve zorgplanning, gezamenlijkebesluitvorming, transmurale coördinatie van zorg rondom de patiënt entijdige inzet van gespecialiseerde zorgprofessionals bij complexecasuïstiek. Dit kan worden gerealiseerd door implementatie van hetKwaliteitskader palliatieve zorg Nederland (met daarin de gewenstekwaliteit van palliatieve zorg en verankering en borging ervan) en dedaarbij behorende aanvullende activiteiten, zoals is ingezet via hetNPPZ II.1Kavalieratos, 2016, Maetens, 2019, Quinn, 2020; Boddaert, 20202Boddaert et al. – «Inappropriate-end-of-life-cancer-care» (2022, link) kst-29509-82ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 509, nr. 821 In deze brief licht ik eerst toe hoe palliatieve zorg in de zorgwetten isvastgelegd. Vervolgens ga ik nader in op de transformatie die is ingezetdoor het implementeren van het Kwaliteitskader palliatieve zorgNederland en de activiteiten die binnen het NPPZII worden uitgevoerd.Voorts ga ik in op het verzoek van uw Kamer om ook een passage overeuthanasie op te nemen in deze brief. Ik sluit af met het belang vanmaatschappelijke bewustwording over het levenseinde.1. Palliatieve zorg in de zorgwetten De huidige vergoeding van palliatieve zorg is vastgelegd in verschillendezorgwetten. Het vindt plaats op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw),de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning2015 (Wmo 2015). In de Handreiking financiering palliatieve zorg 20243worden de mogelijkheden voor vergoeding van palliatieve zorg volgensde geldende wet- en regelgeving beschreven. De handreiking beschrijft devergoeding van palliatieve zorg in de meest gebruikelijke zorgsettingen(ziekenhuis, thuis, hospice, verpleeghuis en palliatieve unit).De financiering van de palliatieve zorg (bekostiging en contractering) iscomplex omdat het domeinoverstijgende zorg is. Dit sluit niet aan bij dehuidige wijze van financiering van zorg, die monodisciplinair is ingericht.Ook sluit deze wijze van financiering niet aan bij de doelstellingen van hetKwaliteitskader palliatieve zorg Nederland, dat ervan uitgaat dat pallia-tieve zorg transmurale zorg is, waarbij verschillende zorgverlenersdomeinoverstijgend samenwerken om passende zorg te verlenen dieaansluit bij de wensen van de patiënt.1.1. Contractering en realisatie Op basis van de Zvw en de Wlz stelt de NZa beleidsregels op waarin isaangegeven voor welke prestaties bekostiging mogelijk is. De NZa stelthierin de omschrijvingen van behandelingen (prestaties) en in sommigegevallen (maximum)tarieven vast. De NZa heeft de mogelijkheid om, opbasis van reacties uit het veld, prestaties aan te passen of toe te voegenen te voorzien van declaratie- en transparantievoorwaarden. Op basis vande beleidsregels bepalen zorgverzekeraars hoe ze hieraan uitvoeringgeven in hun inkoopbeleid. Zorgaanbieders maken op basis hiervanafspraken met de financiers van zorg (verzekeraars, zorgkantoren engemeenten) om de zorg daadwerkelijk betaald te krijgen (contractering).Knelpunten in financiering van palliatieve zorg kunnen zowel betrekkinghebben op de bekostiging als op de contractering. Beide vragen eenandere aanpak.Contractering is belangrijk om de zorg toegankelijk, betaalbaar en vangoede kwaliteit te houden. Een adequaat contracteerproces is eenbelangrijke voorwaarde voor goede afspraken over de transitie naarpassende zorg. Meer in het bijzonder om afspraken te maken overorganiserend vermogen, de juiste zorg op de juiste plek en innovatie. Hetmoet voor zowel zorgverzekeraars en zorgaanbieders de voorkeursoptiezijn om een contract met elkaar af te sluiten. Zorgverzekeraars enzorgaanbieders zetten zich daarom in op een continue verbetering van hetcontracteerproces.Als er in precaire situaties met tijdsdruk sprake is van het niet kunnenleveren van zorg vanwege een omzetplafond, dan is dit uiteraardonwenselijk. Belangrijk is dat voorkomen wordt dat patiënten in eensituatie komen waarin de benodigde zorg niet geleverd kan worden.3www.palliaweb.nl/beleid/bekostiging-palliatieve-zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 509, nr. 822 Zorgaanbieders en zorgverzekeraars moeten op een professionele maniersamenwerken en goede afspraken met elkaar maken. Door tijdig metelkaar in gesprek te gaan wanneer zij denken dat een omzetplafond inzicht komt, kunnen tijdig maatregelen genomen worden.Zorgverzekeraars hebben vanuit de Zvw zorgplicht, dat betekent dat zijmoeten zorgen dat hun verzekerden de zorg krijgen zie zij nodig hebben,ook waar het palliatief terminale zorg betreft. Als verzekerden niet (tijdig)terecht kunnen bij de zorgverlener van hun voorkeur (bijvoorbeeld dooreen omzetplafond of door een wachtlijst), dan moet de zorgverzekeraarervoor zorgen dat deze zorg elders – tijdig en bereikbaar – beschikbaar is.De NZa houdt daar toezicht op.Het kan voorkomen dat een gecontracteerde zorgaanbieder een zorgvraagkrijgt aangemeld van een cliënt voor palliatief terminale zorg (PTZ), maardat de betreffende aanbieder zijn omzetplafond bij de zorgverzekeraarheeft bereikt. De zorgaanbieder dient dan de cliënt te melden dat hij geenmogelijkheid heeft om de cliënt in zorg te nemen en dient de cliënt door teverwijzen naar een andere aanbieder in de regio. Mocht dit niet lukkendan heeft de zorgverzekeraar vanuit zijn zorgplicht de verplichting deverzekerde te bemiddelen, bijvoorbeeld via de afdeling zorgbemiddelingvan de zorgverzekeraar, naar een andere aanbieder die de betreffendezorg wel kan leveren. Als er toch een precaire situatie ontstaat dan is hetvan belang dat de zorgverzekeraar bereikbaar is en meedenkt over eenoplossing. Uit navraag bij zorgverzekeraars blijkt dat zij welwillend envoortvarend aanvragen voor budgetverhogingen behandelen als het ompalliatieve zorg gaat.Een complicerende factor is de beschikbaarheid van voldoende wijkver-pleging. De wijkverpleging staat onder druk. De zorgvraag is groter danhet aanbod. Dat komt doordat meer mensen langer thuis wonen en devergrijzing toeneemt. De verwachting is dat de komende jaren dezorgvraag nog verder zal toenemen en de arbeidskrapte ook. Dit kan totgevolg hebben dat er onvoldoende wijkverpleging aanwezig is ompalliatieve zorg thuis te bieden. Het is van groot belang de toeganke-lijkheid van de wijkverpleging voor iedereen te behouden. Hiervoor isverandering nodig. Juist om de kwetsbare mensen te beschermen en dezorg voor mensen die palliatief zijn te kunnen bieden, wordt meerzelfredzaamheid gevraagd van cliënten die zelfredzaam kunnen zijn.1.2. Bekostiging Er lopen op dit moment diverse samenhangende trajecten om debekostiging van de palliatieve zorg te verbeteren:•In 2023 is de NZa in opdracht van VWS gestart met de voorbereidingenvoor experimenten alternatieve bekostiging palliatieve zorg4. Dit doetzij in nauwe afstemming met Stichting Palliatieve Zorg Nederland(PZNL), gezien de onderlinge samenhang tussen de experimentenalternatieve bekostiging en de doelen van het NPPZ II. De experimen-ten zijn bedoeld voor partijen die in de huidige bekostiging knelpuntenervaren. Regionale en landelijke organisaties in de palliatieve zorgzoals zorgaanbieders, netwerken palliatieve zorg, zorgverzekeraars,samenwerkingsverbanden, expertisecentra en landelijke beroeps- enbranchepartijen kunnen subsidie aanvragen. Selectie van de experi-menten heeft op woensdag 17 april jl. plaatsgevonden door ZonMw.Door te experimenteren met andere vormen van bekostiging onder-zoekt de NZa, in afstemming met Stichting PZNL en samen metzorgaanbieders en zorgverzekeraars, hoe proactieve transmurale4https://www.zonmw.nl/nl/subsidie/experimenten-alternatieve-bekostiging-de-palliatieve-zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 509, nr. 823 palliatieve zorg beter kan worden ondersteund. Het is een langetermijn traject, waarbij het ontwikkelen en implementeren vanalternatieve bekostiging in de palliatieve zorg de start is. Tot en met2026 is er ruimte om op kleine schaal te onderzoeken welk bekosti-gingsmodel voor zowel patiënt, zorgprofessional als zorgverzekeraaren zorgkantoor en gemeenten meerwaarde heeft én goed toepasbaaris in de praktijk.•Náást deze experimenten worden, in het kader van het NPPZ II enonder regie van Stichting PZNL, knelpunten in de huidige bekostigingen contractering aangepakt. Stichting PZNL houdt zich bezig met hetinventariseren, analyseren en prioriteren van knelpunten op het gebiedvan financiering (bekostiging en contractering) van de palliatieve zorg.De oplossingsrichtingen die Stichting PZNL met veldpartijen op basisdaarvan opstelt worden geagendeerd bij de NZa en de zorgverzeke-raars en zorgkantoren. Oplossingsrichtingen kunnen plaatsvindenbinnen de bestaande financiering, via nieuwe (innovatieve) financie-ring zoals TAPA$5, of via experimenten met alternatieve vormen vanfinanciering.•Als gevolg van de signalen over ontoereikende tarieven met betrekkingtot eerste lijns verblijf palliatief terminale zorg (elv ptz), is de NZa metveldpartijen in gesprek over de doorontwikkeling van de bekostigingvan palliatieve zorg onder het eerstelijnsverblijf. Dit moet leiden toteen herijking van het integraal dagtarief met passende tarieven per1 januari 2025.1.3. Richtlijnen In het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland wordt beschreven wat dekwaliteit van palliatieve zorg in Nederland zou moeten zijn. Om te kunnenkomen tot continue kwaliteit van palliatieve zorg voor patiënten met eenlevensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid en verankering enborging ervan, is het kwaliteitskader tripartiet (patiënten en naasten,zorgverleners en zorgverzekeraars) ontwikkeld conform de eisen van hettoetsingskader van het Zorginstituut Nederland. Het kwaliteitskaderbeoogt richtinggevend te zijn en beschrijft de gewenste kwaliteit vanpalliatieve zorg voor tien verschillende domeinen. Richtlijnen geven aanhoe professioneel dient te worden gehandeld binnen het kwaliteitskader.De landelijke richtlijnen voor de palliatieve zorg worden regelmatiggeactualiseerd en onderhouden. Daarmee beschikken zorgverleners overactuele en betrouwbare informatie met betrekking tot de palliatieve zorg.2. Transformatie palliatieve zorg Om palliatieve zorg en ondersteuning voor iedereen beschikbaar temaken, is de inzet om palliatieve zorg een integraal onderdeel te laten zijnvan de reguliere zorg. Dat kan via de implementatie van het Kwaliteits-kader palliatieve zorg Nederland.5De innovatieve TAPA$ prestaties zijn ontworpen om dát gedeelte van transmurale palliatievezorg te kunnen bekostigen en contracteren wat op dit moment nog niet regulier bekostigd is.Inzet van de transmurale palliatieve zorg die hiermee bekostigd wordt leidt tot onder meerminder ziekenhuis-, SEH en IC-opnames en draagt bij aan betere zorg in de laatste levensfasezonder stijging van gedeclareerde zorgkosten. In 2023 zijn de eerste keer de TAPA$-prestatiesgecontracteerd door zorgverzekeraars. Vanuit NPPZ II wordt de implementatie gestimuleerd,ondersteund en gemonitord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 509, nr. 824 2.1. Strategische agenda Deze implementatie vraagt om een fundamentele verschuiving in hetdenken en handelen van alle betrokken partijen. De transformatie beoogtbeter passende zorg en sluit daarmee naadloos aan bij de ambities vanhet Integraal Zorgakkoord (IZA). Dit is onderbouwd in het rapport «Deolifant de kamer uit»6. Het rapport beschrijft de urgentie van het zo snelmogelijk implementeren van het Kwaliteitskader palliatieve zorgNederland en het integreren van de palliatieve zorg in de reguliere zorg ende financiering daarvan. Palliatieve zorg bereikt nu nog niet altijd haarpotentieel, waardoor patiënten in de laatste levensfase en hun naastenniet de ondersteuning krijgen die ze op dat moment nodig hebben. Er isnog een taboe op het voeren van het gesprek over de behandelwensen en-grenzen van de patiënt en naasten in de laatste levensfase. Dit heeft eennegatieve invloed op de kwaliteit van leven, rouwen en sterven. Ditrapport belicht daarnaast de potentie van het kwaliteitskader door deimplementatie van proactieve zorgplanning, gezamenlijke besluitvormingen transmurale coördinatie van zorg rondom de patiënt, zoals is ingezetvia het NPPZ II.Voor de regio’s die werken aan de implementatie van het Kwaliteitskaderpalliatieve zorg Nederland is het van belang dat de regionale transfor-maties niet op zichzelf staan, maar dat er een bovenliggende strategischeagenda is die de landelijke partijen onderschrijven. Daarom is deStrategische agenda Transformatie palliatieve zorg opgesteld. Deze richtzich op naadloze integratie van palliatieve zorg binnen de reguliere zorgen vraagt een integrale aanpak vanuit alle partijen. Deze transformatie kanalleen vanuit gezamenlijkheid worden gerealiseerd.Na goedkeuring van drie snelle toetsen, te weten in Drenthe, Limburg enMijnstreek, ondersteunt het NPPZ II deze regio’s in het uitwerken van eenIZA Transformatieplan palliatieve zorg. Andere regio’s worden op ditmoment ondersteund bij het opstarten van een IZA Transformatieplanpalliatieve zorg. In de komende maanden worden de opgedane inzichtenbreder beschikbaar gesteld, zodat ook andere regio’s gebruik kunnenmaken van de geleerde lessen.2.2. Integrale aanpak Onderzoek laat zien dat een integrale aanpak in zorg en ondersteuningleidt tot betere uitkomsten van zorg. Integrale aanpak wil zeggen hetinrichten van parallelle veranderprocessen in de inhoud, de organisatievan samenwerking en financiering van de zorg voor mensen in depalliatieve fase.Palliatieve zorg is bij uitstek netwerkzorg. Het realiseren van de doelenvan het NPPZ II, waaronder implementatie van proactieve palliatieve zorgvolgens het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland, vraagt daarominspanningen op het gebied van samenwerking op zowel lokaal, regionaalals landelijk niveau. Inventarisaties tonen aan dat knelpunten in depalliatieve zorg vaak liggen bij kennisgebrek onder zorgverleners,patiënten en hun sociale omgeving, en bij financierings- en samenwer-kingsissues. Het aanbieden en financieren van palliatieve zorg vereistafstemming over zorgaanbod, governance, financiering, kennis en attitudetussen alle partijen.6www.palliaweb.nl/nieuws/2024/gupta-rapport-«de-olifant-de-kamer-uit»-en-strategTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 509, nr. 825 2.3. Versterken Samenwerking en Proactieve Zorgplanning Naast advisering van regio’s worden vanuit NPPZ II informatie eninstrumenten ontwikkeld en aangeboden aan het veld. Zo is eind 2023 deAanpak proactieve transmurale samenwerking in de palliatieve zorg7 opPalliaweb gepubliceerd, een groeidocument voor betere zorg, governanceen financiering. De Aanpak wordt regelmatig afgestemd met de stake-holders en continu geactualiseerd op basis van de geleerde lessen uit depraktijk waardoor nieuwe initiatieven kunnen profiteren van de eerdergeleerde lessen en verbeterpunten.Om samenwerking in de eerste lijn te versterken en proactievezorgplanning in te bedden, wordt lokale samenwerking in PaTz-groepen8gestimuleerd. PaTz is een methode om de samenwerking voor patiëntenin de palliatieve fase thuis te ondersteunen. Huisartsen, (wijk)verpleegkun-digen en inhoudelijk deskundigen palliatieve zorg werken hierin lokaalnauw samen. Ook in 2024 is een startpakker voor nieuwe PaTz groepen9beschikbaar. Daarnaast worden PaTz-ambassadeurs gefaciliteerd om in deregio plannen te maken die bestaande PaTz-groepen ondersteunen ennieuwe groepen enthousiasmeren.De zorg in de bijna 300 hospices neemt in ons land een speciale plaats invanwege het vaak onderliggende lokale oprichtingsinitiatief en devanzelfsprekende samenwerking tussen de formele en informele zorg. DeBijna Thuis Huizen, verpleeghuishospices, High Care Hospices en hunkoepels (VPTZ Nederland, Actiz en de Associatie Hospicezorg Nederland)werken sinds januari 2024 met een NPPZ II stimuleringsimpuls samen aanhet inzichtelijk maken van wat nodig is om deze vorm van palliatiefterminale zorg in hospices regionaal toekomstbestendig te organiseren.Met stichting Agora en andere landelijke partijen wordt samengewerktaan bewustwording over palliatieve zorg in het sociaal domein10.Daarmee wordt een impuls gegeven aan de integratie van palliatieve zorgin het sociaal domein.2.4. Deskundigheidsbevordering Binnen het NPPZ II is ingezet op het vergroten van de kennis, vaardig-heden en attitude van generalistische en in palliatieve zorg gespeciali-seerde zorgverleners over palliatieve zorg. Daar hoort ook het ontwikkelenvan de attitude bij die nodig is om integrale zorg vanuit het individuelewaarden en behoeften perspectief alsook dat van behandelwensen enbehandelgrenzen van de patiënt uit te voeren. Daarbij wordt aangeslotenop de programmalijnen uit het project Optimaliseren Onderwijs PalliatieveZorg11 binnen het ZonMw programma Palliantie II. Het project is onderandere gericht op het implementeren en borgen van het onderwijs-raamwerk palliatieve zorg in het initiële onderwijs voor wo+ maar ookvoor mbo en hbo. Dit project loopt nog tot en met november 2024. Er zijnnu 8 onderwijsknooppunten palliatieve zorg ingericht (waarvan éénlandelijk knooppunt kinderpalliatieve zorg). Deze onderwijsknooppuntenpalliatieve zorg stimuleren het7https://palliaweb.nl/proactieve-transmurale-samenwerking8Huisartsen, (wijk)verpleegkundigen en inhoudelijk deskundigen palliatieve zorg werken lokaalnauw samen in een PaTz groep, wat staat voor palliatieve terminale zorg thuis9https://palliaweb.nl/patz/nieuws/een-startpakket-voor-nieuwe-patz-groepen-vanuit-he10https://palliaweb.nl/nieuws/2024/start-samenwerking-project-%E2%80%98bewustwording-noodzaak11https://www.o2pz.nl/default.aspxTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 509, nr. 826 regionaal en landelijk uitwisselen van kennis en best practices overonderwijs palliatieve zorg. Ze bieden ook ondersteuning bij de implemen-tatie van het onderwijs in de curricula/kwalificatiedossiers, door bijvoor-beeld te laten zien hoe een casus palliatieve zorg kan worden geïntegreerdin een al bestaande casus.123. Euthanasie Uw Kamer heeft gevraagd in deze brief ook in te gaan op de vraag inhoeverre «slechte» (tekortschietende) palliatieve zorg ook een«pushfactor» kan zijn als het gaat om euthanasie. Dit naar aanleiding vaneen artikel in de Volkskrant.Ik wil allereerst benadrukken dat in het bewuste Volkskrant-artikel nietzozeer wordt gesproken over de kwaliteit van de geleverde palliatieve zorgan sich, maar met name over problemen met de toegankelijkheid envergoeding van palliatieve zorg. Het is mij niet bekend of de kwaliteit vande palliatieve zorg een reden is voor patiënten om (eerder) te kiezen vooreuthanasie. Feit is wel dat het gesprek over de levenseindewensen van depatiënt tegenwoordig meer en beter gevoerd wordt, wat mogelijk leidt toteen hogere vraag naar euthanasie.Verder bleek uit een eerder onderzoek van het Nivel (2019)13 naar deontwikkeling van het aantal euthanasiegevallen dat mensen die palliatievezorg krijgen vaker een euthanasieverzoek doen. Bij sterfgevallen waarbijeen palliatief zorgconsultent/ zorgteam betrokken was, bleek veel vakereen euthanasieverzoek te zijn gedaan dan bij sterfgevallen waarbij geenpalliatief zorgconsultent/ zorgteam betrokken was. De onderzoekers gevenaan dat het goed voorstelbaar is dat dit mede te maken heeft met dereden van overlijden. Bij een overlijden door een ongeneeslijke ziekte meteen lang voortraject zal er eerder een palliatief zorgconsultent/ zorgteambetrokken worden en zal ook eerder een euthanasieverzoek gedaanworden dan bij een meer acuut overlijden. Het Nivel-onderzoek weesverder uit dat diverse factoren een verklaring kunnen zijn voor deontwikkelingen in het aantal euthanasiegevallen. De conclusie is dat erniet één duidelijk aanwijsbare factor is die de ontwikkelingen kanverklaren. Een samenspel van factoren (vergrijzing, verandering indoodsoorzaken, verhoogd draagvlak en veranderingen in de gezond-heidszorg) speelt volgens het Nivel mogelijk een rol in de stijging van hetaantal euthanasieverzoeken en het percentage dat uitgevoerd wordt.Zoals onlangs aan uw Kamer is aangegeven, is de Minister voor MedischeZorg voornemens om naar aanleiding van de aangenomen motie-Bikker14via ZonMw een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek te latenverrichten naar de oorzaken van de absolute en relatieve stijging van hetaantal euthanasiegevallen.154. Bewustwording De huidige maatregelen in het NPPZ II zijn er enerzijds op gericht ommensen bewust te maken van het levenseinde. En daarnaast om mensenervan bewust te maken dat het belangrijk is om tijdig hierover te praten,met naasten en met zorgverleners. Ook is het voor zorgverleners vanbelang dat zij zich realiseren dat er naast curatieve zorg ook palliatieve12https://palliaweb.nl/onderwijs/onderwijsknooppunten13Heins, M., Donker, G., Versteeg, S., Korevaar, J. (2019), Ontwikkelingen in het aantal euthana-siegevallen en achterliggende factoren, Utrecht, Nivel14Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 7115Kamerstukken II 2023/24, 32 647, nr. 105Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 509, nr. 827 zorg mogelijk is en dat zij de mogelijkheden tijdig bespreekbaar maken bijhun patiënten en hun naasten. Op deze manier kunnen mensen tijdig hunwensen en behoeften kenbaar maken en kan wat er nodig is aan pallia-tieve zorg worden voorbereid. Verder is het van belang dat aan devoorwaarden voor goede en toegankelijke zorg wordt voldaan met daarbijpassende bekostiging. Ook daaraan wordt gewerkt in het NPPZ II. Dit allesvergroot de mogelijkheid dat mensen op basis van hun eigen wensenwaardig kunnen sterven op de plaats van hun keuze.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 509, nr. 828
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.