Verslag van een commissiedebat, gehouden op 20 mei 2026, over Mensenhandel en prostitutie
Brontekst
Versie 101faa7678276f65 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 638MensenhandelNr. 264 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 16 juli 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 20 mei 2026overleg gevoerd met mevrouw Sterk, Minister van Langdurige Zorg,Jeugd en Sport, en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid,over:−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 19 november 2024 inzake toezeggingen op het dossiermensenhandel (Kamerstuk 28 638, nr. 254);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 18 november 2024 inzake voortgang Aanpak versterkingsociale en juridische positie sekswerkers (Kamerstuk 34 193,nr. 19);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 10 februari 2025 inzake beleidsreactie op het rapport Opde koop toe (Kamerstuk 28 638, nr. 255);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 19 mei2025 inzake beleidsreactie op rapport Monitor mensenhandel2019–2023 (Kamerstuk 28 638, nr. 256);−de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 6 juli 2021 inzake ondersteuningsbehoeften vansekswerkers die willen stoppen met sekswerk (Kamerstuk35 715, nr. 5);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 juli2025 inzake beleidsreactie op het rapport van de NationaalRapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen«Rijke signalen, wisselende opvolging» (Kamerstuk 28 638,nr. 258);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 4 juli2025 inzake voortgangsbrief Actieplan Samen tegen Mensen-handel (Kamerstuk 28 638, nr. 257);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 18 november 2025 inzake beleidsreactie op onderzoeks-rapport Werkverandering onder sekswerkers. Ervaringen enondersteuning vanuit hun perspectief (Kamerstuk 34 193,nr. 20); kst-28638-264ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2641 −de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 15 december 2025 inzake voortgang Actieplan Samentegen Mensenhandel (Kamerstuk 28 638, nr. 259);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 febru-ari 2026 inzake beleidsreactie op GRETA-rapport (Kamerstuk28 638, nr. 260);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 13 april2026 inzake onderzoek landelijke aansturing en coördinatieaanpak mensenhandel (Kamerstuk 28 638, nr. 261);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 13 mei2026 inzake ambities landelijk sekswerkbeleid (Kamerstuk34 193, nr. 21).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,EerdmansDe griffier van de commissie,Van TilburgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2642 Voorzitter: BelhirchGriffier: Van TilburgAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Belhirch, Bikker, Bikkers,Boomsma, Tijs van den Brink, Faber, Mohandis en Schilder,en mevrouw Sterk, Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, en deheer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 10.45 uur.De voorzitter:Goedemorgen allemaal. Het is 10.45 uur en dat betekent dat we kunnengaan beginnen met het commissiedebat over mensenhandel en sekswerk.Ik heet de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister vanLangdurige Zorg welkom. Ook heet ik de ondersteunende ambtenaren ennatuurlijk ook mijn collega’s aan mijn linkerhand welkom.Voordat we beginnen, wil ik even aangeven dat de heer Mohandis geenlid is van de commissie. Ik neem aan dat de commissieleden aanvaardendat hij vandaag naast ons zit en meedoet aan het debat.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Vanzelfsprekend, ook omdat onze collega Mutluer namens ons allen in diecoronacommissie zit, waar we haar ook dankbaar voor zijn.Ik heb daarnaast ook een klein puntje van orde. Helaas loopt er tegelijkmet deze vergadering een plenair debat dat voortgezet wordt uit eeneerdere debatsessie, dus ik moet straks na het houden van mijn inbrengdoor naar de plenaire zaal. Ik zal alles nauwkeurig terugluisteren, zeg ikmet een vriendelijke blik naar de Ministers.De voorzitter:Dank u wel. Dat is begrijpelijk. Voor vandaag stel ik voor dat we drieinterrupties hebben per Kamerlid, ook omdat we met een grote groep zijnen we het debat zo volledig mogelijk willen benutten.Dan begin ik met mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. In Nederland, dat op heel veel terreinenprogressief, vooruitstrevend, een leading nation is, bestaat er helaas nogsteeds een achterhaald en naïef geloof. Er is een achtergebleven groepmensen, zou ik bijna willen zeggen, die zijn blijven hangen in eenbepaalde mythe. Zij denken dat prostitutie voor het merendeel van devrouwen een soort zzp-schap is en dat zij vrijwillig sekswerk willenuitvoeren. Dat geloof maakt blind voor de duistere wereld van onder-drukking, van manipulatie, van dwang, van seksualisering van vrouwenen zelfs van femicide. Dat wordt niet meer gezien of daar wordt onvol-doende over gesproken. Vindt men dan echt, juist nu wij ons teweer-stellen tegen de manosphere – ik hoor daar veel over in deze tijd – datmannen recht hebben op een vrouwenlichaam als ze ervoor betalen?Consent op een, voor iedereen; dat is terecht, maar is dat ook te koop? Datis toch de morele vraag die ik hier aan het begin van het debat zou willenstellen. Juist in deze tijd, waarin we onze dochters, onze zussen, elkmeisje, elke vrouw de kans willen geven om tot bloei te komen, waarin wegezamenlijk een vuist maken tegen femicide en tegen onderdrukking vanvrouwen, kunnen we toch niet wegkijken van dit soort vormen vanseksuele objectificatie van vrouwen, van regelrechte rape culture? Als 5%van de vrouwen gedwongen in de prostitutie zou zitten, zijn dat namelijkhonderden verkrachtingen per dag. Vrouwen die expliciet of impliciet hunlichaam verkopen achter een raam: dat is toch niets anders dan eenexpressie van onverholen vrouwenhaat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2643 Voorzitter. Afgelopen maandag was ik op bezoek bij de outreach vanEl Roi in Utrecht. Samen met die organisatie bezocht ik een aantalvrouwen voorafgaand aan hun werk in een seksclub. Wat mij van deontmoetingen het meest is bijgebleven, is hoe zwaar het is om te stoppenmet dit werk. Vrouwen zijn voor huisvesting afhankelijk, hebben geendiploma’s en veel vrouwen uit Oost-Europa en Zuid-Amerika zijngevangen in de verplichting om geld naar huis te sturen.Voorzitter. Wij kunnen dit zoveel beter. In Nederland hebben we de idiotesituatie dat prostitutie legaal is gemaakt, maar nauwelijks is gereguleerd.Het is al bijna twintig jaar geleden dat de wet werd aangekondigd die hierverandering in zou brengen, zodat eindelijk in ieder geval de minimum-leeftijd naar 21 jaar zou kunnen gaan en er een pooierverbod zou wordeningevoerd. Ik begrijp nu dat de Wrs door de Minister van tafel is gehaalden dat hij de 21-jaarsgrens en het pooierverbod via losse wetten in gaatvoeren.Voorzitter. Na twintig jaar wachten op een Wrs ben ik chagrijnig dat wewel een stapel rapporten hebben van experts, maar geen stap zijnopgeschoten. Ik ben sceptisch dat de nieuwe plannen ook weer plannengaan blijven, want er zit toch vaagheid in de brief. Gaat de Minister de21-jaarsgrens en het pooierverbod inrichten via het bestuursrecht of viahet strafrecht? Als het via het bestuursrecht moet, voorzie ik weer twintigjaar ellende zonder resultaat. Daarom doe ik een klemmend beroep: regeldit via het strafrecht. Dat past ook bij de inrichting die door de Kamer isgekozen bij de modernisering van artikel 273f over mensenhandel, dieervoor zorgt dat mensen die 21-minners aanzetten tot prostitutie, veelsneller veroordeeld kunnen worden voor mensenhandel. Graag eeninhoudelijke reactie op dit punt. Ik maak me dus zorgen om dehaalbaarheid, omdat ik in het verleden af en toe ook weleens beloftes hebgekregen die nog steeds niet gerealiseerd zijn. Daarom werk ik aan eeninitiatiefwet, als stok achter de deur. Ik hoop dat de Minister deze zomergewoon een concreet uitgewerkt plan van wetgeving en een tijdpad heeft.Anders, zeg ik, is het tijd om als Kamer zelf het heft in eigen hand tenemen. We kunnen namelijk niet wachten. De jonge meiden die nu 18 zijn,verdienen het dat wij hen beschermen.Voorzitter. Ter voorbereiding van dit debat heb ik natuurlijk het rapport«Rijke signalen, wisselende opvolging» van de Nationaal RapporteurMensenhandel gelezen. De cijfers zijn ronduit zorgwekkend:8.230 signalen tegenover slechts 470 vervolgingen in vier jaar tijd. Is deMinister net zo geschrokken als ik van deze kloof? Wat heeft hij gedaanom dit te verbeteren? Vanuit alle betrokken partijen, van WODC tot VNGen veldwerkers, klinkt dezelfde oproep: de aanpak is te versnipperd en ermist regie. Zij pleiten voor een nationaal coördinator mensenhandel. Ikvind het opvallend dat de Minister niet op deze aanbeveling heeftgereageerd, waarna zelfs een noodkreet volgde. Dat is niet los te zien vande rol van de Minister zelf als coördinerend bewindspersoon. Blijkbaarschiet de coördinatie nog tekort. Daarom heb ik de volgende vragen.Herkent de Minister de roep om meer regie? Ziet hij een rol voor eennationaal coördinator of pakt hij zelf de regie?Tot slot, voorzitter. Ik rond af. Ik kan ook niet interrumperen, dus dat zal uschelen. Ik eindig met de financiën. Voor Preventie met Gezag is jaarlijks67,5 miljoen beschikbaar tegenover slechts 2,5 miljoen voor de aanpakvan mensenhandel. Kan de Minister uitleggen hoe dit zit en wat er met ditbedrag wordt bereikt? Is hij bereid om bij de komende begrotingsubstantieel te laten zien welke prioriteit hij geeft aan het bestrijden vanmensenhandel, ook in financiële zin?Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat u nog een interruptie heeft van de heer Boomsma.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2644 De heer Boomsma (JA21):Dank aan mevrouw Bikker voor haar betoog. Ze geeft aan: we moeten nuvaart en haast maken. Dat ben ik helemaal met haar eens. Ze heeft hetover een pooierverbod en de verhoging van de minimumleeftijd, maar inde Wet regulering sekswerk zitten natuurlijk ook een aantal andereelementen. Denk aan het vergunningstelsel en het belang van intakege-sprekken om te kijken in hoeverre mensen zorgzaam zijn. Mevrouw Bikkerheeft initiatiefwetten in voorbereiding. Dat vind ik goed om te horen. Maargaat ze daarin ook op die elementen in? Vindt ze dat we daar ook nog eenoplossing voor moeten vinden?Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank voor de vraag. Die geeft me allereerst nog de kans om te zeggen datdeze inbreng inmiddels mede namens de SGP is. De mannenbroedersstaan hierachter, dus dat is mooi.Nu zal ik ingaan op de vraag van collega Boomsma. U proeft volgens mijuit deze inbreng van vier minuten mijn enorme frustratie dat de Wrs altwintig jaar wordt voorbereid. Allerlei burgemeesters hebben daaromgevraagd. Ik denk dat collega Boomsma als oud-raadslid in Amsterdamzelf ook heeft gezien hoe belangrijk het is dat er niet alleen politie-ingrijpen is, maar dat we ook een barrièremodel krijgen tegenover al diemensenhandelaren en pooiers, die verdienen aan kwetsbare vrouwen. Datvraagt dus om meer dan alleen het verhogen van de leeftijdsgrens of eenpooierverbod. Ik wil weten wat wij snel kunnen doen om kwetsbarevrouwen te beschermen. Als ik kijk naar de cijfers, dan zie ik juist in deleeftijd 18 tot 22 jaar de meeste misstanden en uitbuiting. Ik denk dan: hetis voor een Kamerlid in ieder geval te doen om een initiatiefwet te makendie die leeftijd zo snel mogelijk omhoog gooit. Dat kan doordat je de klantstrafbaar stelt, zoals een klant nu ook strafbaar is als die bij iemand onderde 18 seks zou kopen. Dat kan dus vrij eenvoudig. Ik vind het de taak vande Minister, ook in overleg met de burgemeesters, om ervoor te zorgendat er veel beter beleid komt in gemeentes. Want zelfs dat is op ditmoment niet op orde. Daar passen bijvoorbeeld de gesprekken bij de GGDbij. Ik heb zelf in Utrecht gezien hoe daar signalen van mensenhandelwerden opgepikt. Dus ja, die uitwerking moet. Alleen, mijn geduld isgewoon op.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Dank u wel, voorzitter. Geen enkele vorm van criminaliteit druist zo integen de lichamelijke integriteit en de vrijheid van ieder mens alsmensenhandel. Potentiële slachtoffers, hoofdzakelijk vrouwen, leven indiepe armoede of hunkeren naar erkenning, en zijn zo een gemakkelijkeprooi voor uitbuiters. Eenmaal verstrikt in het sleepnet van de meedo-genloze mensenhandelaar worden zij verhandeld als koopwaar in deprostitutie. Zij worden onder de radar gehouden, door hen telkens teverplaatsen. Ze worden bedreigd, vernederd en misbruikt.Voorzitter. Je vraagt je dan af: is er dan niemand die dit signaleert of zijner te veel mensen die hiervan profiteren? Je hebt namelijk de inbrengers,die de slachtoffers in de situatie van uitbuiting brengen. Je hebt devoordeeltrekkers, die parasiteren op de slachtoffers. Beiden wordenaangemerkt als mensenhandelaren. Verhuurders van peeskamers die eenoogje dichtknijpen, vallen daar ook onder. En hoe zit het met de hulpver-leners die zich laf verschuilen achter de geheimhoudingsplicht, de chirurgdie de borstvergroting uitvoert of degene die de illegale abortus met ofzonder verdoving uitvoert? Graag een reactie.De minimale leeftijdsgrens voor sekswerk ligt op 18 jaar. In veelgemeenten is die al opgehoogd naar 21 jaar. Daarbij moet je beschikkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2645 over een geldig identiteitsbewijs. Je moet toestemming hebben om temogen werken in Nederland. Maar waar blijft het wetsvoorstel om dezeleeftijd zo snel mogelijk te verhogen naar 21 jaar? Collega Bikker had heter al over. Graag een reactie.Verder is er binnen de seksbranche een vergunning die gekoppeld is aande locatie, bijvoorbeeld een raamwerk of club, nodig. Maar is er ook eenvergunning per individu nodig? Ik kan mij niet voorstellen dat dezevrouwen in loondienst zijn. Er wordt cash afgerekend, want bezoekerswillen zo min mogelijk sporen achterlaten. Zijn deze vrouwen bijvoorbeeldingeschreven in de GBA? Hebben zij een bankrekening? Dat lijken memakkelijk te achterhalen indicaties. Waarom wordt hier niet op ingezet?Graag een reactie.Voorzitter. De politie kan prostitutiecontroles uitvoeren. Dit kan alstoezichthouder. De gemeente wijst dan bestuurlijke bevoegdheden toezodat er gecontroleerd mag worden op meerderjarigheid, vrijwilligheid enlegaliteit. Maar indien er een vermoeden is van een strafbaar feit, mag depolitie enkel optreden als opsporingsambtenaar. Dan zijn bestuurlijkebevoegdheden niet toegestaan. Gevolg daarvan is dat bestuurlijkverkregen bewijs onrechtmatig wordt. Je mag dan niet vragen of iemandgedwongen wordt haar lichaam te verkopen. Dat is juist de kern van dezaak. Is de Minister bereid dit te wijzigen? Dit terwijl voor de politie eendoorlaatverbod geldt als het om mensenhandel gaat. Hierdoor is depolitie verplicht om direct in te grijpen bij het vermoeden van uitbuiting.Het slachtoffer wordt dan wel direct uit de uitbuitingssituatie gehaald,maar er hoeft niet direct actie te worden ondernomen tegen de daders.Die kunnen gewoon doorgaan met hun louche zaken.Voorzitter. Links-liberaal Nederland schroomt niet om de asielindustrie tefaciliteren, die op haar beurt weer een deel van de gedwongen prostitutiefaciliteert. Er verdwijnen regelmatig jonge vrouwen uit azc’s. Dikwijls zijndit Afrikaanse vrouwen, die met een directe vlucht uit Afrika landen opSchiphol, waar zij enkel aangeven minderjarig te zijn en asiel te willen.Tijdens de vlucht hebben zij zich ontdaan van hun papieren. Wel is bekendwaar ze zijn ingestapt. Dikwijls is dat in Nigeria, dat wordt gezien als eenveilig land. Dus gewoon linea recta op de eerste de beste vlucht terugzetten, zou ik zeggen. De vliegmaatschappij is immers verantwoordelijkvoor de controle van de reisdocumenten van iedere passagier die aanboord gaat. Als zich onvolkomenheden voordoen, moet zij zorgen voor deterugreis. Graag een reactie van de Minister.De angst voor de daders is zo groot dat de aangiftebereidheid van deslachtoffers laag ligt. Pas na excessief geweld kan men breken. Daarom ishet van belang dat niet alleen het slachtoffer uit de situatie wordt gehaald,maar ook de dader direct wordt vervolgd en strafbaar wordt gesteld. Danheb ik het niet alleen over de niet in verhouding staande geldboetes, maarover een forse gevangenisstraf en het verhalen van de kosten op dedaders, zodat het slachtoffer zelfstandig een nieuw leven kan opbouwenin het land van oorsprong. De slachtoffers moeten niet afgescheeptworden met een bedrag van € 1.000. Ter info: één jaar op de Wallen kan€ 450.000 opbrengen. Waarom zou bij dergelijke opbrengsten demaatschappij moeten opdraaien voor de kosten?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Schilder.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Voorzitter, dank u wel. Ik doe mijn inbreng ook namens mevrouw Keijzer.Terwijl wij hier debatteren, wordt ergens in Nederland een man, eenvrouw of een minderjarige uitgebuit. We praten hier niet over incidenten,maar over georganiseerde netwerken die hun slachtoffers ronselen,manipuleren en afhankelijk maken van geweld, schulden en angst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2646 Ondertussen blijven de aangiftebereidheid en het aantal veroordelingenveel te laag. Gemeenten voeren allemaal hun eigen beleid rondommensenhandel. Procedures verschillen en informatie-uitwisseling schiettekort. Politieagenten moeten bij het vinden van een slachtoffer stuk voorstuk alle opvanglocaties afbellen om ergens een veilig bed te vinden. Hetis onvoorstelbaar dat we anno 2026 nog steeds geen systeem hebbenwaarbij we met één druk op de knop kunnen zien waar slachtoffersterechtkunnen. Waarschijnlijk is dit zo omdat er geen plekken zijn, omdatgemeentes niet kunnen of – het is schandalig genoeg – niet willen betalen.Tegelijkertijd zien we dat het Rijk voor slachtoffers zonder verblijfsstatuswel aparte, landelijke opvang organiseert, met ruim voldoende bedden,die dan weer niet mogen worden ingezet voor slachtoffers met eenrechtmatig verblijf in Nederland. Hoe wrang is het dat Nederlandseslachtoffers in hun eigen land nergens terechtkunnen? Ik vraag deMinister wanneer dit gepolder nou eens stopt en er, zoals ook gevraagddoor de instanties, een harde landelijke regie komt, in plaats van342 verschillende gemeentelijke werkelijkheden.Voorzitter. Prostitutie is legaal en voor sommigen een zelfgekozen beroep,maar voor georganiseerde criminelen is deze sector een aantrekkelijkverdienmodel. Er gaat veel cashgeld in om en het toezicht is versnipperd.Het kabinet wil nu echt de minimumleeftijd voor prostitutie verhogen. Datjuichen wij toe. Er blijft wel een belangrijke vraag liggen: hoe voorkomt deMinister dat jongeren door deze wet verder de illegaliteit in verdwijnen?Ook online loopt het volledig uit de hand. Sociale media, chatapps enadvertentiesites functioneren inmiddels als digitale marktplaatsen vooruitbuiting. Minderjarigen worden online geronseld alsof het denormaalste zaak van de wereld is. Mijn vraag aan de Minister is dan ook:wanneer gaan we die platforms eindelijk behandelen als onderdeel vanhet probleem, in plaats van als een toevallige tussenpersoon?Tot slot, voorzitter. Eerder deze maand zagen we op platform NieuwRechtsberichtgeving over een groot smokkelnetwerk in Ter Apel. Via één mobieletelefoon kwam een compleet Europees netwerk in beeld. Dat laat maarweer zien hoe professioneel en internationaal georganiseerd dezemensensmokkel inmiddels is. Misschien is dat toch wel het meestzorgelijk. Natuurlijk is het zorgelijk dat zo’n netwerk bestaat, maar helaasweten we allang dat die bestaan. Het gaat erom dat één toevallige vondstkennelijk een groter beeld blootlegt dat niet eerder zichtbaar was. Daaromzou ik de Minister willen vragen: klopt die berichtgeving?Als het klopt, wat zegt dat dan over onze huidige informatiepositie? Hetroept namelijk een aantal ongemakkelijke vragen op. Wanneer ééntelefoon al leidt tot tientallen onderzoeken in meerdere landen, hebbenonze diensten dan wel voldoende zicht op de organisatie achter dezesmokkelroutes? Hoeveel geld uit hawalaconstructies wordt daadwerkelijkopgespoord of afgepakt? Of lukt het vooral om de chauffeurs en detussenpersonen te vervolgen, terwijl de financiers en de organisatorenbuiten bereik blijven? Kortom, kan de Minister uitgebreid reflecteren opdeze zorgwekkende signalen?Nederland is veel te lang naïef geweest. Zolang de overheid verdeeld blijftoptreden en criminelen nauwelijks het gevoel hebben dat ze gepakt zullenworden, blijven slachtoffers de rekening betalen.Dank u wel.De voorzitter:Er is nog een interruptie van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik haak even aan op het punt in het betoog over de versnipperde aanpak.Daar zullen wij ook op doorgaan. Bij het lezen van alle stukken viel mijenorm op dat de hoop heel erg is dat de lokale aanpak van mensenhandeleffectief is en dat de regio-overstijgende of landelijke regie daarop,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2647 waarmee we ook echt effect kunnen sorteren, ontbreekt. Ik ben benieuwdhoe uw fractie kijkt naar deze bevindingen en wat u voorstelt. Je ziet nudat het kabinet heel erg hoopt dat het lokaal wordt opgelost. De cijferszeggen wat anders. Kunnen we niet, net als bij bijvoorbeeld complexevormen van jeugdhulp, kijken of we dat niet landelijker moeten gaanorganiseren? Ik noem maar wat.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Dank u wel voor deze vraag, een hele goede vraag. We zien vooral dat demanier waarop het nu gaat, niet werkt. We zien dat op het moment dat hetRijk het regelt – dat is nu zo bij slachtoffers zonder verblijfsstatus – er voordie slachtoffers wel voldoende bedden zijn en er eigenlijk geen wachttijdis, of een hele korte wachttijd. In gevallen waarin de gemeente de opvangregelt, zien we dat dat niet zo is. Als je dat met elkaar vergelijkt, dan is deoplossing eigenlijk heel simpel. Dan moeten we met elkaar constaterendat het dus niet lukt op gemeentelijk niveau en dat we het dus weer terugmoeten trekken naar het Rijk.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Tijs van den Brink.De heer Tijs van den Brink (CDA):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Marina zit op de rand van haar bedmet tranen in haar ogen. Een halfuur geleden is de politie binnengekomenin het appartement in een grote stad in ons land van waaruit zij samenmet een andere Zuid-Amerikaanse vrouw haar diensten aanbiedt. Wierondkijkt, ziet het meteen: hier woont een man. Maar die is nergens tebekennen. Er zijn wel twee vrouwen die seksuele diensten aanbieden. Depolitie maakte een afspraak naar aanleiding van een onlineseksadver-tentie. Dagelijks bieden honderden, soms duizenden vrouwen hundiensten aan via dit soort sites. Meer dan de helft komt uit Latijns-Amerikaof Azië, en in de praktijk betekent dat vaak dat zij illegaal in Nederlandverblijven en werken zonder vergunning, wat hun positie uiterstkwetsbaar maakt. Marina krijgt na de controle 28 dagen om het land teverlaten. Maar de kans dat haar diensten morgen alweer via een anderewebsite en vanuit een andere plaats worden aangeboden, is groot. Zowerkt deze sector.Voorzitter. Mensenhandel is een van de meest ontwrichtende vormen vanondermijning van de menselijke waardigheid. Achter gesloten deuren ensteeds vaker online worden slachtoffers uitgebuit, verkracht, onder drukgezet en misleid. Voor het CDA staat voorop dat niemand tot handelswaarmag worden gereduceerd. Er is hier sprake van een zeer zorgelijke groepsekswerkers, vaak verslaafd, financieel gedwongen, verstandelijk beperktof een combinatie daarvan. Uitbuiting is hier altijd dichtbij. Daarommoeten er twee dingen gebeuren: slachtoffers van uitbuiting beterbeschermen en daders effectiever aanpakken.Om met dat laatste te beginnen: de afstemming tussen gemeenten enpolitie kan en moet beter. Het Haags Economisch Interventie Team laatzien wat werkt. 27 gemeenten werken samen met de politie om echt eenvuist te maken tegen uitbuiting en ondermijning. Door die schaal is ervoldoende expertise om verschil te maken. Enkele vragen. Wilt uorganiseren dat ook andere regio’s zo gaan samenwerken, zodat eenstrenge aanpak niet leidt tot verplaatsing naar de volgende gemeente?Hoe kijkt u aan tegen een nationaal coördinator die regie kan brengen? Isdat nodig of kunt u zelf die rol oppakken en zorgen voor een stevigereaanpak?Voorzitter. Veel slachtoffers doen geen aangifte uit angst en schaamte.Soms zijn er wel signalen maar onvoldoende aanknopingspunten om in tegrijpen. Hoe kunnen deze slachtoffers toch geholpen worden? Kunt ubevorderen dat er eerder kan worden ingegrepen, ook bij geringeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2648 vermoedens van mensenhandel? De wereld van mensenhandel is in tienjaar tijd sterk veranderd. Seksuele uitbuiting verschuift naar onlineplat-forms. Toezicht en handhaving blijven achter en Europol waarschuwt voorde groei van online georganiseerde mensenhandel.Wat het CDA betreft moet de vrijblijvendheid stoppen. Platforms dieverdienen aan seksadvertenties kunnen niet wegkijken. Banken meldenongebruikelijke transacties en techbedrijven moeten optreden tegenonlinemisbruik. Waarom geldt die verantwoordelijkheid niet voor dezeplatforms? In België geldt een meld- en informatieplicht voor platformsmet seksadvertenties. Aanbieders moeten onder meer ID-gegevens, eenrecente foto, een telefoonnummer en betalingsinformatie vastleggen. Zietde Minister mogelijkheden om dit ook in Nederland wettelijk vast teleggen?Voor wat betreft de opvang: het rapport Tussen hoop en onmacht isschokkend en glashelder. Dit moet beter. Deelt de Minister onze meningdat de opvang van slachtoffers van mensenhandel tekortschiet? Welkestappen worden gezet om het aantal veilige en gespecialiseerde plekkenuit te breiden? Bent u bereid – het werd al eerder gevraagd – om landelijkeregie te organiseren voor opvang en doorverwijzing, zodat slachtoffersniet afhankelijk zijn van een regio?Voorzitter. Mijn voorganger Harmen Krul vroeg al jaren aandacht voormisstanden in de Nederlandse porno-industrie. Inmiddels loopt er eenWODC-onderzoek maar dat gaat traag. Wat is de stand van zaken enwanneer volgt afronding? Is de Minister bereid om ook hierin snellerstappen te zetten om slachtoffers te beschermen?Tot slot. In de afgelopen weken en maanden ben ik in de hulpverleningrond deze sector maar ook bij de politie en veel gemeenten veel mensentegengekomen die dolgraag het verschil willen maken voor megak-wetsbare vrouwen en mannen in de seksindustrie. Ik doe vandaag eendringend beroep op beide Ministers om al deze mensen in staat te stellen,daadwerkelijk verschil te maken. De problemen zijn helder, de oplossings-richtingen meestal ook. Maak van dit onderwerp een prioriteit en ga aande slag. De uitbuiting is te gruwelijk en verdrietig om voort te latenbestaan.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Het CDA had het over de advertentieplatforms en over dat er te weinigwordt gedaan om misstanden door de hosts of door de organisatorendaarvan tegen te gaan. Denkt hij dat daar een nieuwe wettelijke grondslagvoor nodig is? En wat zou die dan precies moeten behelzen?De heer Tijs van den Brink (CDA):Ik denk dat er nu op vrijwillige basis al wel veel gebeurt via convenanten.Wij zien dat dit onvoldoende werkt. Daarom mijn vraag aan de Minister ofhet mogelijk is om dat wettelijk te regelen. Het zou heel mooi zijn als je diehosts zou vragen om een aantal gegevens vast te leggen van de mensendie daarop adverteren, zodat je, als dingen misgaan, weet om welkevrouwen het gaat. Maar dan kunnen ze het daar ook bijvoorbeeld meldenals klanten zich misdragen. Dat kan beide kanten op werken, wat onsbetreft.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2649 Voorzitter, dank u wel. U zei het zelf ook al, maar ik dank de commissie datik het woord mag voeren. Nog even voor de helderheid: ik doe dat heeltijdelijk. Collega Mutluer maakt deel uit van de parlementaire enquête-commissie Corona. Over anderhalve maand ziet u haar weer op dezestoel. Dit is mijn eerste debat over mensenhandel en prostitutie, ofeigenlijk sekswerk, en misschien ook wel gelijk het laatste. Dat is wel goedom te weten.Voorzitter. Ik heb drie punten. Laat ik beginnen met een aangenomenmotie van collega Mutluer, over de nationale coördinatie. Daar is veelinformatie over gekomen. Naar aanleiding van onze motie ligt er eenWODC-rapport, maar ook de Nationaal Rapporteur heeft er het een enander over gezegd. De conclusies bevestigen waar wij al langer bang voorwaren, namelijk dat de aanpak van mensenhandel veel te versnipperd isen dat een effectieve aanpak daardoor wordt belemmerd. Er wordenonder andere aanbevelingen gedaan over expertise en capaciteit, maarook over een stukje coördinatie. We hebben te maken met meerdereministeries die hier iets mee van doen hebben. Naast de Ministers vanJenV en VWS die we hier zien, zijn er ook nog twee andere bewindsper-sonen en ambtenaren betrokken. De grote vraag is dan wat er interdepar-tementaal gezien – dat is een vreselijk woord – werkelijk van terechtkomt.Zijn er ambtenaren die vol op de landelijke regie zitten om echt effect tesorteren of wachten we elk jaar op nieuwe cijfers en stellen we met elkaarvast dat we niets zijn opgeschoten? Ik ben dus benieuwd hoe het kabinetin het algemeen oordeelt over de effectiviteit als het gaat om de aanpaktot nu toe. Wat kan het kabinet meer doen om gemeenten echt te helpenals het gaat om regio-overstijgende problematiek?Dezelfde discussie zien we in de jeugdzorg. Daarvoor geldt ook: wat lokaalkan, moet je lokaal organiseren, maar we zullen toch kritisch moetenkijken naar wat boven de pet van gemeenten groeit. In dit geval zullen webijvoorbeeld zware of complexe vormen van jeugdhulp weer centraalmoeten organiseren. Ik vind dat we ook door die bril naar mensenhandelmoeten kijken, veel meer dan we de afgelopen jaren hebben gedaan. Ikhoop dus dat we volgend jaar een ander debat voeren en dat we het echtgaan hebben over de vervolgstappen en niet constateren dat de cijfersweer slecht waren. Ik ben dus ook heel erg benieuwd of de Ministerbijvoorbeeld oren heeft naar het voorstel om toch over te gaan tot eenregisseur, een nationale coördinator, op dit dossier. Ook hetWODC-rapport zegt dat daar meerwaarde in zit. Graag een reactie.Voorzitter. We kennen allemaal de Valkenburgse zedenzaak uit 2014: eenvreselijke zedenzaak waarin 29 mannen terechtstonden voor het hebbenvan betaalde seks met een minderjarige. Daaruit rijst een vraag. Er zijn indie tijd veel moties aangenomen en veel voorstellen gedaan. Er is ook eenstrafverzwaring voor dit feit voorzien in de wet. De grote vraag is devolgende. Als ik het goed heb, is de Wet seksuele misdrijven sinds tweejaar van kracht. Wat doet die wet werkelijk? Welk effect ziet het kabinet?Werkt dit bij de aanpak van mensenhandel in minderjarigen, om het maareven zo te zeggen? Is er niet meer nodig om effectief te zijn? Ik hoor graagvan het kabinet wat dit betekent voor de opsporing, vervolging enberechting en of wij niet een tandje bij moeten zetten. Graag een reactie.De collega van het CDA had het al over de nazorg en de opvang vanslachtoffers. Valente, de branchevereniging voor participatie, begeleidingen veilige opvang, heeft ons hele concrete voorstellen gedaan. Ik benbenieuwd hoe de regering de huidige tekorten en versnippering in deopvang systematischer aan gaat pakken. Zo zou er bijvoorbeeld eennationaal verwijsmechanisme moeten komen waarin triage, plaatsing enoverdracht uniform zijn geregeld voor slachtoffers. Ik ben heel ergbenieuwd of er door het kabinet op dit vlak enige regie is. Ik ben redelijknieuw op dit dossier, maar ik heb wel lang op het zorgdossier gezeten.Ook hierbij is mijn grootste zorg dat het Rijk naar de gemeenten kijkt ende gemeenten naar het Rijk kijken als het vraagstuk complex is. Ik zouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26410 zeggen: wacht daar niet op. Zulke discussies kunnen tien jaar duren. Ikben heel erg benieuwd waar de landelijke regie zit en of er bereidheid isom de aanpak nationaal te organiseren als het lokaal te complex is.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Bikkers.De heer Bikkers (VVD):Dank u wel, voorzitter. Al heet ze anders, ze heeft graag dat ik haarMelissa noem. Haar echte naam hoort ze vanwege alle stigma’s liever nietin het openbaar. Volgens de wet is haar werk legaal, net als dat van iederander. Toch merkt ze elke dag hoe weinig dat in de praktijk betekent.Wanneer ze een bankrekening wil openen, blijft het gesprek hangen zodraze eerlijk is over haar beroep. Bij het aanvragen van een hypotheek krijgtze beleefde afwijzingen zonder duidelijke redenen. Een verzekeringafsluiten voelt als een onderhandeling, waarin ze zichzelf telkens opnieuwmoet verdedigen. Het zijn geen expliciete verboden die haar tegen-houden, maar vooral aannames: aannames dat ze onbetrouwbaar zouzijn, dat er risico’s op witwassen zouden bestaan of dat haar werk perdefinitie minder waard zou zijn. Ondertussen betaalt ze gewoon belasting,houdt ze zich aan alle regels en probeert ze, net als ieder ander, iets op tebouwen en een stabiel bestaan te organiseren. Ze zoekt een plek om haarwerk legaal te doen en veilig uit te voeren, maar krijgt in de praktijk elkekeer nergens een vergunning of toegang zonder extra drempels. Hetwrange is niet dat haar werk illegaal zou zijn – dat is het nadrukkelijk niet –maar dat de wereld om haar heen haar nog steeds behandelt alsof zebuiten het systeem valt, terwijl ze er juist middenin staat. Dat wringt, deste meer omdat we in de wetgeving juist hebben vastgelegd dat dit werkonder voorwaarden legaal is, maar de maatschappelijke en institutioneleuitvoering daar nog onvoldoende op aansluit.Voorzitter. Terwijl we hard optreden tegen uitbuiting en mensenhandel, endat misschien nog harder moeten doen, zien we tegelijkertijd dat mensendie legaal werken nog steeds tegen muren oplopen, ondanks alleprogramma’s en beleidsintenties. Dat moet anders. Wetgeving alleen isniet genoeg als de toegang tot basisvoorzieningen in de praktijk achter-blijft. Daarom heb ik de volgende vragen aan de Minister. Hoe zorgen weervoor dat sekswerkers daadwerkelijk toegang krijgen tot bancairediensten? Is het nodig om dit wettelijk beter te borgen om willekeur tegente gaan? Ziet hij daarnaast mogelijkheden om samen met verzekeraars tekomen tot een landelijk dekkend en werkbaar aanbod, inclusief bijvoor-beeld arbeidsongeschiktheidsverzekeringen? Is de Minister bereid ommeer harmonisatie van gemeentelijk beleid na te streven, zodatsekswerkers niet afhankelijk zijn van hun postcode voor de vraag of zijhun werk wel of niet kunnen uitvoeren? Als we willen dat sekswerk veilig,transparant en legaal gebeurt, dan moeten we ook de randvoorwaardenop orde hebben, anders blijft legaliteit in theorie bestaan maar wordt diein de praktijk uitgehold.Voorzitter. Hoewel Melissa haar werk uit vrije wil uitvoert, is dat helaasniet bij iedereen zo. De cijfers rondom mensen die onder dwang leven enwerken, geven al jaren reden tot grote zorg. Achter al die cijfers gaantelkens opnieuw zeer ernstige en schrijnende verhalen schuil. Het aantalminderjarige slachtoffers is gestegen en internationale seksuele uitbuitingneemt toe, net als vormen van criminele uitbuitingen die zich steedsverder ontwikkelen en aanpassen. Tegelijkertijd zien we dat een aanzienlijkdeel van de onderzoeken eindigt zonder vervolging, vaak door gebrek aanbewijs of door complexiteit van de zaken. Daarom vraag ik de Minister ofhij het met mij eens is dat de pakkans omhoog moet en de strafrechtelijkeaanpak effectiever moet worden ingericht. Biedt het aangenomenwetsvoorstel voor modernisering van de strafbaarstelling van mensen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26411 handel, dat al geruime tijd op behandeling in de Eerste Kamer wacht,daarvoor voldoende handvatten of zijn er aanvullende stappen nodig?Voorzitter. De bescherming van slachtoffers is cruciaal, maar dat magnooit betekenen dat we minder scherp zijn op daders. Integendeel, wemoeten resultaten zien in de praktijk, in de vorm van meer veroorde-lingen, effectieve opsporing en het daadwerkelijk oprollen van decriminele netwerken die hierachter schuilgaan. Wanneer een slachtoffervan mensenhandel of seksuele uitbuiting na een vaak langdurige enpijnlijke weg de moed vindt om zich te melden voor hulp, zien we in depraktijk dat het opvangsysteem vastloopt. Mijn collega’s hadden het daarook al over. Er zijn te weinig plekken, de organisatie is versnipperd en er isonvoldoende overzicht. Slachtoffers moeten soms te lang wachten ofkomen terecht op plekken die niet toegerust zijn om hun complexeproblematiek te helpen, zoals een vrouwenopvang of zelfs een daklozen-opvang. Dat is niet hoe je mensen helpt herstellen van de zware trauma’sdie ze vaak hebben opgelopen. Daarom heb ik de volgende vragen aan deMinister. Herkent de Minister dat het huidige opvangstelsel structureeltekortschiet? Is zij bereid om meer centrale regie te organiseren, zodat erbeter overzicht komt en regionale verschillen worden verkleind? Hoe gaatzij ervoor zorgen dat slachtoffers met complexe problematiek sneller enbeter op de juiste plek terechtkomen? Zonder goede opvang is er geenherstel; zonder herstel is er geen kans op een nieuwe start.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heerBoomsma.De heer Boomsma (JA21):Dank u wel, voorzitter. Elke dag worden in Nederland vrouwen seksueeluitgebuit en commercieel verkracht. Bijna altijd gaat het dan omkwetsbare meisjes – soms gaat het ook om mannen of zelfs kinderen – diemet geweld of valse beloftes hiernaartoe worden gelokt en vervolgensfinancieel, emotioneel en soms ook met fysiek geweld worden gechan-teerd. Dat gebeurt in bordelen, hotels, huizen, clubs, kelderboxen en ooksteeds meer online. Dat dit zowat onder onze ogen op deze schaal kangebeuren, is een grote schandvlek voor Nederland. Het is dus een dureplicht om dat zo goed mogelijk te bestrijden en deze gruwelijkemisstanden zo veel mogelijk te beëindigen. Doen we dat nu? Nog niet. Datmoet nog veel beter. Daarvoor zijn er de afgelopen jaren dus bergenpapier, rapporten en onderzoeken, met allemaal ideeën en aanbevelingengeproduceerd, die er dus vaak al jaren liggen. JA21 wil dat dit nu eenspeerpunt en prioriteit wordt van dit kabinet en dat we de komende tijdecht een keer knopen gaan doorhakken.Ten eerste de opvang en hulp aan slachtoffers. Velen hebben er al opgewezen: er zijn te weinig plekken, de verdeling loopt niet goed, mensenvallen tussen wal en schip, mensen moeten in de cel slapen en sommigenraken vervolgens uit beeld. De Nationaal Rapporteur geeft zelfs aan dat45% van de slachtoffers binnen vijf jaar opnieuw slachtoffer wordt. Bij datsoort falen mogen we ons natuurlijk nooit neerleggen. Zie ook het boekDoor het vangnet, dat net is verschenen. Het decentrale model werkt nudus niet. Er is overigens inmiddels al een jaar geleden een motieaangenomen van mijzelf en de heer Van Nispen waarin wordt gevraagdom een landelijke voorziening voor doorverwijzingen en een landelijkfinancieringssysteem. Waar blijft de uitvoering? Eigenlijk is de hele Kamerdaarvoor, dus dat moet nu gewoon worden gedaan.Twee. Er wordt ook al jaren geconstateerd, ook door de NationaalRapporteur, dat er nauwelijks zicht is op minderjarige slachtoffers. Dieworden dus ook uitgebuit. Dit gebeurt vaak zelfs rond scholen, thuis en inazc’s. De onlinechatgroepen van Fier moeten sowieso worden voortgezetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26412 en goed gefinancierd worden. Dat is een van de weinige succesvollemanieren om wel met hen in contact te komen. Het gaat dus om de heleonline-outreach. Hoe zit dat bij criminele uitbuiting? Die neemt dus ookschrikbarend toe. Daarvoor moet er ook zo’n laagdrempelige voorzieningzijn. Weten die kinderen en jongeren nu ook op die manier hulp te zoeken?Het is sowieso zaak dat zo veel mogelijk professionals in staat en alert zijnom signalen te zien van uitbuiting en mensenhandel. Dan moeten ze ookweten wat ze kunnen doen. Waar staan we nu met het aantal cursussendat kan worden aangeboden aan mensen die daarbij betrokken zijn?Het is ook buitengewoon schokkend dat 85% van de medewerkers in deasielketen voor minderjarigen zegt dat jongeren te maken hebben metmensenhandel. Wat gaan de Ministers doen om deze jongeren beter tebeschermen?Voorzitter. Ook de handhaving en de vervolging van daders zijn teversnipperd. Ook daarop moeten we nu eindelijk gaan doorpakken. Hetaantal daders dat wordt vervolgd, daalt juist. Dat kan niet. Dat vraagt dusom blijvende aandacht. Het moet prioriteit krijgen. Dat vraagt extraexpertise en specifieke aandacht voor dit type slachtoffers, ook om hunaangiftes te ondersteunen.Er zijn nu ook te lange doorlooptijden. Worden de aanbevelingen uit deeindrapportage van de pilot aangiftebereidheid nu allemaal overge-nomen? Er is nu een landelijke leidraad, maar het is niet genoeg dat diebestaat. Die moet ook worden nageleefd. Kan die verplicht wordengesteld?Dan ten aanzien van de advertentiesites. Collega Van den Brink heeft hetal gezegd: zelfregulering werkt gewoon niet. Er moet gewoon eenwettelijke grondslag komen en een zorgplicht om signalen van uitbuitingaan te geven.Voorzitter. Het RAND-rapport, uitgevoerd in opdracht van het WODC,bevestigt de noodzaak van uniformer beleid, betere handhaving ennationale, landelijke coördinatie. Zo kun je een coördinator aanstellen. Datmoet ook volgens de richtlijn. Wie gaat dat doen?Maar het gaat natuurlijk ook om de juiste wettelijke kaders. Wat gebeurt erals de Wet regulering sekswerk niet wordt doorgezet? Al de redenen diedaarvoor bestonden en die in de memorie van toelichting staan, over denoodzaak ervan, dat het versnipperd is en dat de verschillen tussengemeentes niet goed werken, zijn er nog steeds. Op welke manieren gaathet kabinet dat te lijf?Wat ons betreft moet die minimumleeftijd er nu sowieso komen,inderdaad al voor de zomer. Maar hoe krijg je nou beter zicht op die groepals je geen vergunningstelsel hebt? Hoe ga je ervoor zorgen dat je de kansop uitbuiting beperkt? Dat kan door via een intakegesprek en eenzelfredzaamheidstoets te kijken of mensen in ieder geval al een taalspreken, weten waar ze zijn en een adres hebben. Ik vind ook dat er eenlandelijk verbod moet komen op thuisprostitutie. Dat geeft veel meereenduidigheid.Tot slot. Er komt ook een wet over gegevensverwerking. Vijftien jaargeleden constateerde men in de gemeente Amsterdam al dat dat niet konen dat je bijzondere persoonsgegevens moet kunnen verwerken, maar deVNG constateert dan weer dat de juridische basis daarvoor nog bredermoet zijn. Hoe zit dat?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik kan een heel eind meegaan in het betoog van collega Boomsma als hetgaat om meer landelijke regie, meer landelijke aanpak en kijken hoe wegemeenten kunnen helpen door taken of onderdelen van de aanpaklandelijk te organiseren. Ik haakte even aan op dat u vindt dat er eenverbod moet komen op sekswerk thuis. Er zijn natuurlijk best wat landente noemen, in Europa maar ook daarbuiten, die dat hebben. Daar zien wedat de illegaliteit weer enorm toeneemt. Mijn simpele vraag is: denkt u datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26413 een verbod gaat helpen? Denkt u dat we het de politie daarmee makke-lijker maken om dit op te lossen? Er zijn best wat landen te noemen waarhet niet is opgelost met een simpel verbod, om het maar even zo tezeggen. Ik ben dus even benieuwd naar uw opvatting daarover.De heer Boomsma (JA21):Heel goede vraag. In de meeste gemeentes is al een gemeentelijkgeorganiseerd verbod op het uitoefenen van dat beroep thuis. Alleen ishet goed om dat gewoon landelijk te hebben. Dan is het heel duidelijk eneenduidig. Je moet dat gewoon niet thuis willen doen. Daar zijn vrouwenextra kwetsbaar; dan is het in hun eigen omgeving. Heel veel beroepenmag je overigens niet thuis uitoefenen. Maar goed, er zit natuurlijk eenenorme spanning op dit hele dossier, niet alleen bij een mogelijk verbodop thuisprostitutie, maar in het hele veld op de wettelijke regels die jemaakt en het feit dat een heel groot deel van de prostitutie zich überhauptdaaraan onttrekt. Dat begon al met de opheffing van het bordeelverbod in2000. Dat heeft niet gebracht wat we ervan hadden verwacht. Men dacht:nu is het legaal; dan kunnen we het goed gaan beheersen, controleren enin goede banen leiden. Dat is gewoon niet gebeurd. Dat heeft ook temaken met de aard van prostitutie zelf. Dat leent zich er slecht voor. Heelveel mensen willen het überhaupt niet doen en worden er dus toegedwongen. Als ze het wel doen, dan willen ze ook niet geregistreerdstaan en willen ze het juist niet in het openbaar doen. Dat gaat steedsmeer online en ondergronds. Daarom is het belangrijk om hele duidelijkeregels te hebben, zodat je zo goed mogelijk kunt handhaven wat wekunnen.Het is ook zo dat als klanten prostituees kunnen vinden, de politie ze ookkan vinden. Het is ook niet zo dat omdat het dan ondergronds kan gaan, jemaar geen regels moet stellen of je het maar moet laten gebeuren. Het iseen terechte vraag, maar ik denk dat de aanpak van misstanden enuitbuiting in Nederland erbij gebaat zou zijn als er meer eenduidigheid isin het landelijke beleid, als het niet meer zo is dat de ene gemeente eenminimumleeftijd van 21 heeft en de andere niet, de ene een vergunning-stelsel heeft en de andere niet, de ene een verbod op thuisprostitutie heeften de andere niet. Dan krijg je een waterbedeffect. Dat helpt niet. Daaromdenk ik dat daar landelijk één beleid en één wettelijk kader voor moetkomen. Dat moet stringent.Overigens wilde ik nog iets aan de Minister vragen, nu we het tochhebben over een minimumleeftijd van 21. Hoe zit het met de minimum-leeftijd van de klanten?De voorzitter:Dank voor uw uitgebreide beantwoording. U heeft nog een interruptie vande heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dank voor het antwoord. Het was een lang antwoord. Ik wil eventerugkomen op mijn kernvraag. Dat is: hoe voorkomen ... Ik denk dat demeeste partijen voor een eenduidige aanpak zijn. Het risico zit ’m in teveel eenzijdig kijken naar verboden. We zien in te veel landen die hethebben geprobeerd dat je het dan naar de illegaliteit duwt en dat hetonduidelijk en diffuus wordt wat wel en niet mag. Ik ben er helemaal voordat er eenduidigheid en duidelijkheid moet zijn, maar ik wil waken vooreen soort naïviteit dat het er niet meer is als we het maar verbieden. Ikverwijt u dat niet, maar meer in het algemeen het debat. Er zijn best watlanden die het hebben verboden. Ik ga nu op het gevaar af dat ik nuallemaal landen ga noemen. Ik zou zeggen: googel ze even. Oost-Europa,Noord-Afrika ... Ik kan genoeg landen noemen waar het op papierverboden is, maar het juist veel ingewikkelder is om het aan te pakken,omdat het ondergrondse zo groot is geworden dat het moeilijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26414 handhaafbaar is. Ik ga dus een heel eind mee met eenduidigheid in watwel en niet mag, en met alles wat erbij hoort toestaan, van een bankre-kening tot en met. Die discussie hebben we ook gehad. Maar ik wilvoorkomen dat we heel erg op een glijdende schaal komen door het in deKamer alleen maar over een verbod te hebben en dan een soort land teworden waar het ondergronds niet meer te handhaven is. Dat is eigenlijkmijn angst als we te veel door de lens van verboden gaan kijken. Het klinktideaal, maar de praktijk is ingewikkeld.De voorzitter:Voordat ik meneer Boomsma het woord geef, wil ik iets zeggen. Dit wasook weer een vrij lange interruptie. Ik verzoek u om uw antwoord watkorter te houden, meneer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Het is heel erg naïef om te denken dat je prostitutie en uitbuiting volledigkunt uitbannen met een verbod. Het is alleen nóg veel naïever om tedenken dat je er een normaal beroep van kunt maken en dat je dit metgoede regels volledig in goede banen kunt leiden. De aard van het beroepis nou eenmaal zo dat de meeste mensen dat niet willen doen. Je ziet datde meeste mensen er niet via een positieve keuze in terechtkomen. Datzou ik ook tegen mijn buurman willen zeggen: het geromantiseerde beelddaarvan is nog veel naïever. Het is overigens ook niet waar dat in landenwaar het verboden is de problemen per se groter zijn. In Scandinavischelanden zijn met name de klanten strafbaar. Dat is het Zweedse model. Deervaring daarmee is, voor zover ik weet, wat ik daarvan heb gelezen in derapporten en studies die ik daarover ken, dat dat eigenlijk beter werkt. Hetis dus ook weer niet zo dat een verbod nooit werkt. Voor alle duidelijkheid:ik had het nu over een verbod alleen op de thuisprostitutie en niet overeen geheel verbod.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik graag het voorzitterschap overdragen aanmevrouw Faber, zodat ik mijn inbreng kan doen.Voorzitter: FaberDe voorzitter:Nou, ga uw gang!Mevrouw Belhirch (D66):Dank u wel, voorzitter. Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandelzijn vorig jaar slechts 944 slachtoffers van mensenhandel in beeldgekomen, terwijl het werkelijke aantal vermoedelijk rond de 5.000 ligt. Datbetekent dat duizenden slachtoffers buiten beeld blijven, terwijl uitbuitingzich steeds professioneler, internationaler en online organiseert. Juistdaarom moeten we criminelen en uitbuiters hard aanpakken, moeten westerker inzetten op preventie en moeten we ervoor zorgen dat slachtoffersdaadwerkelijk bescherming en passende hulp krijgen. We zien eenzorgwekkende, explosieve groei van criminele uitbuiting van jongeren.Erkent de Minister dat de huidige aanpak en preventie tekortschieten?Welke extra maatregelen worden er genomen om jongeren eerder enbeter te beschermen?Voorzitter. Juist online lijkt de overheid steeds meer achter de feiten aan telopen. De recente berichten over onlinenetwerken waarin mannen elkaartips geven over verkrachting, het drogeren van vrouwen en hetverspreiden van seksueel misbruik zijn volstrekt ontoelaatbaar. In dedocumentaire Streaming Hell zagen we hoe ook kinderen in hetbuitenland slachtoffer worden van online-uitbuiting. Tegelijkertijd nemenhet zicht op slachtoffers en het aantal opsporingsonderzoeken af. DitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26415 probleem is te groot geworden om als nicheprobleem te behandelen.Daarom vraag ik de Minister of politie en opsporing voldoende capaciteiten digitale expertise hebben. Ik vraag het kabinet wat het concreet doetom onlineplatforms en -netwerken harder aan te pakken. Wanneer kunnenwe de extra cyberrechercheurs verwachten die in het coalitieakkoord zijnaangekondigd?Voorzitter. Dan de opvang van slachtoffers. Ik ben blij dat ook de Ministervan Langdurige Zorg vandaag aanwezig is, want slachtoffers hebbenbescherming, opvang en begeleiding nodig. Maar zoals ook door anderecollega’s al is aangegeven, loopt het systeem vast. Slachtoffers dieontsnappen aan geweld en uitbuiting belanden te vaak opnieuw inonzekerheid, in hotels en soms zelfs in politiecellen, omdat passendeopvang ontbreekt. Juist slachtoffers met de zwaarste problematiek vallendoor contra-indicaties buiten de boot. Verantwoordelijkheden zijnversnipperd en of slachtoffers bescherming, opvang en begeleidingkrijgen, hangt nu te vaak af van de regio waarin iemand terechtkomt en ofiemand aangifte doet. Opnieuw is geconstateerd dat regie, slagkracht enverantwoordelijkheden onvoldoende zijn belegd. Daarom vraag ik beideMinisters: erkent u dat het huidige gedecentraliseerde systeem tekort-schiet, waardoor passende bescherming, opvang en begeleiding nu teafhankelijk zijn van regio? Hoe gaat u stevigere landelijke regie organi-seren? Kan de Minister daarnaast specifiek ingaan op de strikte toelatings-criteria en contra-indicaties waardoor slachtoffers met zware problematieknu soms buiten de boot vallen? Hoe zorgen we ervoor dat de ontwikkelingvan een uniform verwijsmechanisme en een landelijk overzicht vanopvangplekken gelijk aansluiten bij een toekomstbestendig opvangland-schap?Tot slot, voorzitter, de positie van sekswerkers. Het kabinet wil deminimumleeftijd voor sekswerk verhogen van 18 naar 21 jaar. D66 begrijptin beginsel de wens om jongeren te beschermen. Maar beleid datsekswerkers uit het legale en zichtbare circuit duwt, vergroot ook de kansop onveiligheid en uitbuiting. Ik vraag de Minister dan ook onderzoek tedoen naar de neveneffecten van deze leeftijdsverhoging en aan devoorkant maatregelen te nemen om de negatieve gevolgen te voorkomen.Kan de Minister toezeggen dat er zorgvuldig overgangsrecht komt voormensen die nu legaal werkzaam zijn? Sekswerkers lopen daarnaast nogsteeds tegen uitsluiting aan, bijvoorbeeld bij het openen van een zakelijkebankrekening of het afsluiten van een verzekering. Welke concretestappen zet het kabinet om die toegang uiteindelijk te verbeteren? Is deMinister bereid om samen met de branche en het Ministerie van SocialeZaken opnieuw te kijken naar het voorwaardenpakket? Ook blijkt dat deopting-inregeling onvoldoende functioneert. Waar die is bedoeld om depositie van sekswerkers te verbeteren, laat de praktijk zien dat er amperkeuzevrijheid is en dat toezicht op exploitanten ontbreekt. Graag eenreflectie van de Minister op hoe we de opting-inregeling kunnen verbe-teren.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dan geef ik u het voorzitterschap weer terug.Voorzitter: BelhirchDe voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we klaar met de eerste ronde van de Kamerleden. Alsu het met mij eens bent, stel ik voor om een halfuur te schorsen.De vergadering wordt van 11.34 uur tot 12.05 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26416 Welkom terug, allemaal. We gaan nu naar de eerste termijn van hetkabinet. Ik start met de Minister van Justitie en Veiligheid.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng in eerste termijn. Ditis een belangrijk debat met twee onderwerpen die weliswaar raakvlakkenhebben – afhankelijk van uw politieke partij zelfs heel veel raakvlakken –maar die ik toch apart zal behandelen in mijn beantwoording in eerstetermijn. Ik begin daarbij met het sekswerkbeleid. Daarna zal ik hetonderwerp mensenhandel doen. Binnen het sekswerkbeleid heb ik ookeen aantal blokjes, die ik u even zal meegeven. Het eerste blokje is deregels voor een veilige sekswerkbranche, het tweede is de ondersteuningvan de gemeente, toezicht en handhaving, en het derde is het versterkenvan de positie van en het bieden van perspectief voor sekswerkers. Dat is’m. De blokjes binnen mensenhandel zal ik noemen op het moment dat ikdaar ben aanbeland.Allereerst een korte inleiding. Sekswerk is in Nederland legaal, maar weweten ook dat het vatbaar is voor criminaliteit en mensenhandel. Hetkabinet wil dan ook de kwetsbaren in deze sector beschermen enmisstanden tegengaan. Ik noem in dat kader twee specifieke onder-werpen. Allereerst kiezen jeugdige sekswerkers mogelijk niet geheelbewust en vrijwillig voor dit beroep en zijn ze kwetsbaar voor geweld. Bijeen niet-vrijwillige keuze voor het beroep wordt direct het zelfbeschik-kingsrecht en de lichamelijke integriteit van de betrokkene geraakt. Dat isonze motivatie om de minimumleeftijd voor sekswerk wettelijk teverhogen naar 21 jaar. Ik kom later terug op de wijze waarop we dat gaandoen. Daarnaast bekijken we de mogelijkheden om malafide faciliteerdersin de illegale sekswerkbranche strafrechtelijk te vervolgen. Ik ga ingesprek met onder meer het OM, gemeenten en sekswerkers om eenpassende juridische vormgeving te vinden voor het zogeheten pooier-verbod. De uitkomsten van de verkenning verwacht ik eind dit jaar.Dan over het wetsvoorstel Regulering sekswerk, de Wrs, dat eerder bij uwKamer aanhangig is gemaakt. Daar werd al aan gerefereerd door enkelenvan u. Ondanks dat de Wrs diverse onderdelen bevat die op zichzelfeffectief zouden kunnen zijn om misstanden tegen te gaan, hebbenverschillende instanties en betrokkenen zeer kritische adviezen uitge-bracht over de Wrs, waaronder de sekswerkbranche, zorgprofessionals, deAP, de Raad van State en ook mensenrechtenorganisaties. Gelet op onzeprioriteiten als kabinet en indachtig de uitgebrachte reacties op hetwetsvoorstel, wordt de Wrs niet verder doorgezet. Wij kiezen ervoor omons te richten op maatregelen die gericht en effectief een verschil kunnenmaken. Daaronder scharen wij de minimumleeftijd en het pooierverbod.Ook het wetsvoorstel Gemeentelijk toezicht seksbedrijven, de Wgts, isdaarin een belangrijke stap. Gemeenten hebben immers een belangrijkerol bij het toezicht op de sekswerkbranche en het tegengaan vanmisstanden. De Wgts regelt onder meer dat gemeenten gegevens vansekswerkers kunnen verwerken en zo hun toezicht en handhaving op desector beter kunnen uitvoeren. Het wetsvoorstel heeft alle stappen tot enmet de Raad van State al doorlopen en kan dus zeer binnenkort aan uwKamer worden gestuurd voor verdere behandeling.Daarnaast blijf ik mij samen met de Minister van SZW inzetten voor depreventie van misstanden en daarmee voor de versterking van de socialeen juridische positie van sekswerkers. Ten slotte blijft het bieden vanondersteuning en perspectief aan sekswerkers die willen stoppen met hetwerk een prioriteit van dit kabinet. De middelen voor de DUUP, deDecentralisatie-uitkering uitstapprogramma’s prostituees, zijn dan ookvoor dit jaar verhoogd naar 6,5 miljoen euro.Ik denk dat we met dit pakket aan maatregelen concreet toewerken naareen veiligere en gezondere sekswerkbranche. Uiteraard zal ik uw KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26417 ook buiten dit debat op de hoogte houden van de voortgang op deverschillende onderwerpen.Dan ben ik nu bij het eerste blokje: de regels voor een veilige sekswerk-branche. Ik begin natuurlijk met de verhoging van de leeftijd naar 21. Daarzijn een aantal vragen over gesteld. Ik snap dat u die wetgeving het liefstgisteren had gezien, dan wel vandaag dan wel morgen. Edoch, we zullendit wel in een wetsvoorstel moeten uitwerken. Daar gaat enige tijd inzitten, maar ik verwacht wel u dat nog dit jaar te kunnen toezenden. Ik benoverigens voornemens om dat te doen via het bestuursrecht en niet viahet strafrecht. De redenen daarvoor zijn dat ik te allen tijde wil voorkomendat de sekswerkers zelf in aanraking komen met het strafrecht endaardoor een strafblad zouden kunnen krijgen. Dat is echt buiten debedoeling van deze wet. Die is juist ter bescherming van kwetsbaren enniet voor het vervolgen daarvan.Een afgeleide vraag van de heer Boomsma was hoe het zit met de leeftijdvan klanten. Wij komen uit op 16 jaar, omdat dat de wettelijke leeftijd isvoor seksuele volwassenheid, juridisch gezien. Onder de 16 jaar zou dusstrafbaar zijn. Vanaf 16 jaar zou je klant kunnen zijn. Ik wil daar overigensop geen enkele manier hier reclame voor maken, maar u vroeg ernaar envandaar dat ik hier dat antwoord geef.De heer Boomsma (JA21):Ik vind dat een problematische discrepantie tussen de leeftijd van desekswerker en de klant. Ik vind het ook niet goed dat 16-jarige jochies daardan gebruik van kunnen gaan maken. Ik vind het ook een vorm vanongelijkheid die je niet moet willen. De Minister zegt dat het nu 16 is. Datis bekend. Maar wat zijn nou de redenen om dan de leeftijd van de klantniet ook mee te nemen en naar diezelfde 21 jaar te tillen?De voorzitter:Voordat de Minister reageert: ik was in het begin vergeten om aan tegeven dat ook voor deze termijn drie interrupties gelden. Ik hoor de heerBoomsma iets zeggen over zijn interruptie. We kijken even hoe het gaat.Minister Van Weel:Een gratis interruptie. Ik snap uw vraag, maar we moeten er ook voorwaken om klanten en sekswerkers gelijk te schakelen. Dat heeft te makenmet de kwetsbaarheid die het werk van sekswerkers met zich meebrengt.Dat is toch echt significant anders dan voor mensen die vrijwillig als klantgebruikmaken van de diensten van sekswerkers. Het ophogen van deleeftijd doen wij niet omdat mensen van 18 niet seksueel meerderjarigzouden zijn – dat zijn ze in juridische zin namelijk wel; het is niet strafbaarom daarmee seks te bedrijven, om het zo maar te zeggen – maar dat doenwe omdat het werk bepaalde risico’s met zich meebrengt. Dat geldtspecifiek voor de mensen die er werken en niet zozeer voor de klanten.Daarom verhogen wij de minimumleeftijd. Alhoewel ik begrip heb vooruw vraag, is het wat mij betreft echt een andere discussie dan hetophogen van de leeftijd voor de sekswerkers.Mevrouw Faber (PVV):Nog even over die leeftijd van 21 jaar, want volgens mij is er zo langza-merhand al tien jaar aandacht voor om die te verhogen. We weten ook dathet tijdens het kabinet-Schoof I, waaraan u ook deelnam – want we zatenvlak bij elkaar in de ministerraad; dat mag ik hier nog wel zeggen – al eenonderdeel was van het regeringsprogramma. We zijn nu twee jaar verder.Nu geeft de Minister aan dat hij het nog dit jaar wil doen. Maar dan wil iktoch wel een hele scherpe toezegging hebben dat het dan ook echt in deKamer komt te liggen, want het duurt al veel te lang.De Minister geeft ook aan dat hij het via het bestuursrecht wil regelen. Ikheb in mijn betoog aangegeven dat de politie controles kan uitvoeren enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26418 dat dat kan als toezichthouder maar ook als opsporingsambtenaar. Op hetmoment dat er strafbare feiten zijn, mogen ze dat niet doen als toezicht-houder, want dat valt onder het bestuursrecht. Gaat dat dan geen wrijvinggeven en gaat dat wel werken? Hoe gaat dat dan in de praktijk? Eenpolitieagent kan controle uitvoeren als opsporingsambtenaar op basis vanhet strafrecht of als toezichthouder op basis van het bestuursrecht. Maarhet gaat uiteindelijk natuurlijk om het resultaat als we deze misstandentegenkomen. Hoe gaat de Minister dat dan aankleden of uitwerken? Ik ziedat niet. Het is óf dit óf dat, of gaan we ernaar toe dat politieagenten hetallebei kunnen doen?Minister Van Weel:Dat zijn een heleboel vragen in één. Ik pel ’m even af. Eén. Over de lengtevan wetgevingstrajecten kunnen mevrouw Faber en ik een boek schrijven,denk ik. Natuurlijk moeten we alle stappen doorlopen. Dat begint met hetopstellen van het wetsvoorstel in concept, dan een consultatie, dan deRaad van State en daarna komen we naar uw Kamer toe. Ik kan hier nietdirect toezeggen dat ik al die stappen al heb doorlopen. Ik heb ook niet opal die stappen invloed. Waar ik wel invloed op heb, is dat ik zal zorgen dathet zo snel mogelijk in consultatie kan gaan. Ik geef u direct na de zomereen update van de tijdplanning daarvoor. Maar er zit vaart achter. Dat kanik u in ieder geval zeggen.Ik heb net toegelicht waarom we hier kiezen voor het bestuursrecht. Dat ister bescherming van de kwetsbaren, omdat we die niet een strafbladwillen bezorgen als zij worden aangetroffen in deze situatie. Dat raaktechter aan wat u zegt, namelijk dat de politie in haar opsporings-bevoegdheid meerdere rollen kan hebben, dus ook ergens als toezicht-houder binnen kan komen op bestuursrechtelijke titel, maar dan inaanraking komt met mogelijk strafbare feiten en dan doorstapt naar destrafrechtelijke handhaving. Dat doet overigens niks af aan debescherming van de slachtoffers, dus die zijn onder beide regimesgelijkelijk beschermd. Het doet wel wat met de manier waarop de politiehet onderzoek verder gaat doen. Niets staat echter in de weg om datgenewat bestuursrechtelijk is aangetroffen te betrekken in het strafrechtelijkeproces. In die zin gaat er dus niets verloren op het moment dat de politiemoet doorstappen naar een strafrechtelijk traject; dat suggereerde uwvraag een beetje.De heer Tijs van den Brink (CDA):Ik heb een vraag over de reikwijdte van de verhoging van die leeftijd. Oppagina 2 van de brief van 13 mei wordt namelijk ineens een onderscheidgemaakt tussen prostituee en sekswerker, wat mij niet helemaal helder is.Kunt u uitleggen wat dan precies het verschil is? Mijn vraag is vooral:geldt die leeftijdsverhoging ook voor onlinesekswerk?Minister Van Weel:Ik spreek hier over sekswerk. Dat is ook wat de sekswerkers in de brancheprefereren. Strikt gezien zit het verschil tussen prostitutie en sekswerk erinof je het werk verricht «met iemand» of «met of voor iemand». Bijsekswerk gaat het om het verrichten van het werk «met of voor iemand».Prostitutie, wat «seksuele handelingen met iemand» betekent, is dus eendeelverzameling van sekswerk. Maar in dit geval gaat het dus voor beidegelden. Of zeg ik dit nu verkeerd? Dan moet mijn ondersteuning mijcorrigeren. Excuus, ik zei het verkeerd. Ik trek het recht. Het geldt dus voorprostitutie, dus het verrichten van seksuele handelingen mét iemand, enniet voor sekswerk, het verrichten van handelingen vóór iemand. Denkdan bijvoorbeeld aan de webcam.De voorzitter:Zie ik daar nog een interruptie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26419 De heer Tijs van den Brink (CDA):Ja, dan ga ik toch een vervolgvraag stellen. Wat is de reden om daaranders over te denken? Want volgens mij zijn jonge vrouwen die dat doenminstens zo kwetsbaar.Minister Van Weel:De kwetsbaarheid van de mensen vormt niet het verschil. Het verschil zit’m wel in de aard van het werk. Het heeft een grotere inbreuk op delichamelijke integriteit. Dat is een van de redenen om te komen met ditverbod om dat werk fysiek, in persoon, te doen, en ook in een omgevingwaar je onder veel directere controle kan staan dan het bijvoorbeeldindirect via een webcam zou moeten zijn.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Daar wil ik nog wel even op inhaken. Als de beelden van jou als jongmeisje van onder de 21 jaar via onlineplatforms worden doorgespeeld enals die in de verkeerde handen komen, is dat niet minder kwetsbaar dandat je de handeling met een persoon verricht. Ik begrijp dus niet zo goedwaarom deze tweedeling wordt gemaakt. Die beelden blijven namelijk ookgewoon voor eeuwig rondgaan op dat internet. Ik begrijp dus niet goedwaarom we deze verschillen in leeftijden hanteren voor deze categorieën.Ik zou daar dus nog graag meer uitleg over willen.Minister Van Weel:Eén. Daar gaan we natuurlijk nog over komen te spreken, want in deuitwerking van het wetsvoorstel gaan we natuurlijk ook dit verderbeargumenteren; dat zal ook in de memorie van toelichting moetenkomen. Maar wij zijn ook benieuwd wat er in de consultatiefase terugkomtvanuit het veld en vanuit de instanties aan commentaar op de keuze diewe maken. Dit is dus wat mij betreft het startpunt. We gaan zien hoe zichdat verder in de hele discussie, van het opstellen van het wetsvoorstel totaan de behandeling hier in de Kamer, gaat ontwikkelen. Maar ik hoor uwvragen. Natuurlijk nemen we die ook mee.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):De Minister zegt: ik wacht af wat er terugkomt uit het veld bij het opstellenvan dit wetsvoorstel. Daar zit vanuit ons gelijk een serieus punt vanaandacht, want wat gaat dit wetsvoorstel werkelijk betekenen in depraktijk? Ik doel even op het advies van de Raad van State, destijdsdoelend op het gehele wetsvoorstel dat het kabinet voornemens is in tetrekken. Daar zat ook een stukje reactie bij op de leeftijdsverhoging. Datwas een soort drieledig advies, ofwel dat waren drieledige opmerkingen.Daarin stond: let op dat u deze groep niet onnodig in de illegaliteit duwt.Ook zou het een uitzondering zijn op de algemene geldende meerderjarig-heidsregel van 18-plus. Ik was dus even benieuwd, omdat er eigenlijk aleen reflectie is van de Raad van State, of u verwacht dat wat u nu aan hetmaken bent wezenlijk anders gaat zijn op dit punt.Minister Van Weel:Ik kan niet treden in de manier waarop de Raad van State uiteindelijk ophet wetsvoorstel gaat reageren, maar het ligt voor de hand dat zij eenaantal van deze opmerkingen ook zullen maken bij het wetsvoorstel datwij aanhangig zullen maken. Dan zit het ’m erin – het is namelijk helemaalniet gegeven dat de Raad van State hierop uitkomt – wat onze motivatieis, ook in de memorie van toelichting, om te kiezen voor de ophoging vandit leeftijdsverbod. Ik heb net in een aantal zinnen proberen aan te gevenwaarom wij vinden dat een ophoging naar 21 jaar en dus een afwijkingvan algehele meerderjarigheid gerechtvaardigd is. Overigens komen wedaar bij mensenhandel zo ook op terug, maar in het gemoderniseerdeartikel zit nu ook een kwetsbaarheidsclausule voor mensen tot 21 jaar. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26420 is dus niet voor het eerst dat we dat zouden doen. Ik zal mij dus richten opde motivatie hiervoor. Dan gaan we zien hoe dat terugkomt van de Raadvan State, maar daar zijn we nog lang niet.Gaat voor het leeftijdsverbod overgangsrecht gelden? Ik vertelde al:jazeker. Het is zeker niet de bedoeling om mensen die nu legaal werkverrichten te bestraffen of de illegaliteit in te duwen, dus het zal per jaaropschuiven totdat we de 21 hebben bereikt. Daarmee zeg ik ook: hiermeeproberen we niet een bepaalde groep in de illegaliteit te duwen; weproberen gewoon de norm voor wanneer je kunt aanvangen metprostitutie te verhogen naar 21 jaar. Dat gaat dit wetsvoorstel doen.We doen dat bij bestuursrecht, zei ik al. Dat geldt wat mij betreft niet voorhet zogeheten pooierverbod. Daarvoor kijk ik wel degelijk naar hoe we datin het strafrecht kunnen borgen. Nogmaals, ook daarvoor geldt dat datniet eenvoudig is. Hoe baken je nou af wie een malafide faciliteerder is indeze branche? Maar daar gaan we wel ons best voor doen. Ik denk dat weeen heleboel jurisprudentie hebben liggen, zowel bij de rechterlijke machtals bij het OM, over wat je nu als onwenselijk en strafbaar zou willenaanmerken. Daar gaan we ons dus op richten in dat onderzoek. Daarkomen we later dit jaar ook op terug.De voorzitter:Ik heb een vraag naar aanleiding van de vraag die ik u had gesteld overhet onderzoek doen naar de neveneffecten van de leeftijdsverhoging. Ofkomt u daar nog op?Minister Van Weel:Als u daarmee doelt op het neveneffect dat we daarmee mensen in deillegaliteit duwen, dan denk ik dat niet. Wij hogen namelijk langzaam denorm op van wanneer je hiermee kunt beginnen. Mensen die nu op hun18de kiezen voor een legale uitoefening van dit beroep, kunnen dat straksdus niet meer doen. Maar doordat dat de nieuwe norm is, is ook deverwachting dat mensen dat dus ook niet meer verwachten te kunnendoen, als u begrijpt wat ik bedoel. Illegale uitwassen zullen we natuurlijkaltijd houden. Ook dat hangt samen met deze branche; helaas, zeg ikdaarbij. Daar staat de leeftijdsophoging eigenlijk los van. Ik kom daar zonog op terug, maar daarvoor is het onze algemene taak om die natuurlijkin alle gevallen op te sporen en te doen beëindigen, of dat nu gaat ommensen van 18 of jonger. Dat hebben we natuurlijk ook meegemaakt;Valkenburg werd al genoemd in een van uw inbrengen. Dat houdt dusaltijd onze aandacht, maar dat zit dan meer aan de opsporingskant danaan de preventieve kant en de wetgevingskant.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):De Minister gaf net aan: ik denk niet dat de ophoging van leeftijd ermeesamenhangt dat er meer in de illegaliteit gebeurt, omdat we dan eenandere verwachting krijgen van aanbieders van sekswerk, want die zijndan 21. Ik denk dat dat wel zo is. Ik denk dat wel veel mensen van 21 in deillegaliteit terecht raken. Ik zou dan wel van de Minister willen horen of ernu al plannen zijn om die groep, die dus nu nog legaal dat werk kan doenen straks niet meer, in het oog te houden om die illegaliteit tegen te gaanen om die mensen te beschermen.Minister Van Weel:Het idee van de wetgeving is dat we die invoeren en dan langzaam perjaar de minimumleeftijd ophogen naar 21. Dat betekent dat dus niemanddie op dit moment, of op het moment dat de wet in werking treedt, legaalwerk doet, hoeft te stoppen met dat werk of de illegaliteit in wordtgedwongen. De leeftijdsophoging beweegt namelijk mee met de mensendie daarin gestapt zijn. Iemand die 18 was op het moment dat de wet inwerking trad, kan meegroeien met de wet. Alleen mensen die op datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26421 moment zouden willen instappen, wordt dat onmogelijk gemaakt. Gaateen groep daarvan dan de illegaliteit in? Ik denk dat de mensen die ditlegaal willen doen, dat ook om goede redenen legaal willen doen,namelijk omdat ze verwachten dat ze daar als normaal werknemer hungeld mee kunnen verdienen. Ik denk dat de drempel om dat illegaal tegaan doen, met alle risico’s van dien, nog steeds hoog is. Daaromverwacht ik niet dat er in die leeftijdscategorie een een-op-eenverschuiving zal zijn van legaal naar illegaal. Uiteraard is dit ook iets waarwe in consultatie graag de visie van de experts op willen hebben, zodatwe daar ons voordeel mee kunnen doen.De heer Van den Brink vroeg naar een Belgisch voorbeeld van platformsmet digitale seksadvertenties die een meld- en informatieplicht hebbenrichting de politie bij signalen van misstanden. Ik vind dat een heelinteressant voorbeeld, dus daar ga ik graag naar kijken. Overigens wordenmisstanden nu al vaak gemeld bij de politie, juist ook door platforms. Ikben twee weken geleden nog op pad geweest met de politie hier in DenHaag bij een actie waar onder andere op basis van tips over seksadver-tenties huisbezoeken werden uitgevoerd. Ik ben ook zelf bij zo’nhuisbezoek geweest. We troffen daar inderdaad ook iemand aan in eenonderverhuurde sociale huurwoning die daar duidelijk heel tijdelijk zat,met cashgeld, afkomstig uit Latijns-Amerika in dit geval. Alle tekenen vanmensenhandel of in ieder geval van een vorm van uitbuiting zijn hiernatuurlijk wel zichtbaar. We hebben die branche dus ook nodig om dat tedoen. Ik vind het een interessant voorbeeld en ik zal dat meenemen in hetplan van aanpak waar ik kort na de zomer mee kom. Dank daarvoor.U zei ook: je mag niet vragen of iemand gedwongen wordt zijn of haarlichaam te verkopen. Dat herkennen wij niet. Voor zover wij kunnenachterhalen, mag je gewoon aan iemand vragen of er sprake is vangedwongen uitbuiting. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je daar altijd eeneerlijk antwoord op krijgt. Dan noem ik ook maar meteen het voorbeeldvan toen ik twee weken geleden op huisbezoek was met de politie. Omallerlei redenen kunnen of zullen mensen daar geen openheid oververschaffen. Dat is omdat ze afhankelijk zijn van degene door wie ze opdat moment worden uitgebuit of omdat ze daadwerkelijk vinden dat ze ditwerk, al dan niet half gedwongen, moeten doen om te zorgen voor familiein het thuisland et cetera et cetera. Daar kunnen honderden redenen voorzijn. Er zijn natuurlijk ook gewoon mensen die dit gewoon legaal alsberoep willen doen. Ook dat kan natuurlijk in dit land.Voortbordurend op de seksadvertenties vroegen mevrouw Schilder, maarook de heer Van den Brink: gaan we nu de platforms behandelen alsonderdeel van het probleem? Ik ben het daar helemaal mee eens, maarwe komen die platforms in meerdere instanties tegen. Die kwamen wegisteravond bij een debat over heling even zozeer tegen. De digitalewereld verandert echt wat. Daar moeten we ook wat mee doen. Op ditmoment wordt er een onderzoek uitgevoerd door het WODC naarseksadvertentieplatforms. Ik zei net al dat ik na de zomer met een plan vanaanpak kom voor die platforms. Daar betrek ik dit dus ook in.De Digital Services Act, de Europese wetgeving, heeft ook echt welverplichtingen neergelegd bij dit soort platforms, om misstanden tegen tegaan. Die gaan bijvoorbeeld over de omgang met illegale inhoud. Er iseen kennisgevings- en actiemechanisme voor meldingen. Er worden ooknadere regels gesteld binnen de Digital Services Act rondom misbruik vandiensten door afnemers en reclame op onlineplatforms. Daarbij is wel deuitdaging dat de Digital Services Act maximumharmonisatiewetgeving is.Met andere woorden: we kunnen daar als Nederland niet heel veelzelfstandig bovenop zetten. Maar nogmaals, in dat plan van aanpak kijkenwe natuurlijk wat er wel kan, ook binnen de kaders van de DSA. Ook in debredere Veiligheidsagenda werken we aan het versterken van desamenwerking met onlinepartners; ook dat heb ik gisteren in een anderecontext gezegd. Een heleboel van deze platforms willen natuurlijk ook nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26422 gebruikt worden voor illegale activiteiten. Ook daar moeten we ze opaanspreken en bij helpen.De heer Boomsma (JA21):Die DSA werkt toch alleen voor heel grote websites, de zogenaamdeVLOP’s, met miljoenen maandelijkse gebruikers? Alle websites waar hethier om gaat, vallen daar dan toch niet onder? Dat biedt toch gewoon welzeker de wettelijke mogelijkheid om daar aanvullende voorwaarden eneisen aan te stellen?Minister Van Weel:Een aantal van de grotere van deze platforms vallen daar wel onder.Daarvoor geldt dus de DSA. In de gevallen waarbij dat niet zo is, hebbenwe wel degelijk invloed en kunnen we daar zelf wetgeving voor maken.Daar kom ik dus in het plan van aanpak na de zomer op terug.Zowel mevrouw Faber als de heer Bikkers vroegen: de vergunning isgekoppeld aan een locatie; is er ook een vergunning per individu nodig? Ikkom zo nog terug op hoe het zit met de bankrekening en de verdereinschrijving. De effectiviteit van een landelijk vergunningsstelsel, waar weook eerder over hebben gesproken, is erg omstreden. Juist de vergun-ningsplicht voor sekswerkers zoals die stond in het wetsvoorstelRegulering sekswerk, kent heel veel kritiek van onder meer de sekswerk-branche en de andere die ik heb genoemd, inclusief de Raad van State.Maar het blijft dus wel zo dat gemeenten lokaal zelf sekswerkbeleidkunnen maken en ook lokaal vergunningen kunnen verstrekken. Daarinwordt wel samengewerkt met betrokken gemeenten en andere partijen.De VNG heeft bijvoorbeeld samen met de politie en het OpenbaarMinisterie een landelijke leidraad gemaakt waarmee het toezicht op deseksbranche collectief kan worden verbeterd en misstanden beter kunnenworden bestreden. Wij laten die Wrs nu dus los. Met de Wgts stellen wegemeenten wel in staat om in ieder geval de persoonsgegevens vansekswerkers te verwerken, om zodoende op basis van de landelijkeleidraad die de VNG heeft opgesteld gemeenten in staat te stellen om zelfhun sekswerkbeleid vorm te geven.De heer Bikkers (VVD):Een landelijke leidraad van de VNG is natuurlijk prachtig. Tegelijkertijdzien we in de praktijk dat in welk postcodegebied je woont, in dit gevalecht bepaalt of je je werk kunt doen. Ik vraag me af of we daar niet watmeer sturing in aan zouden kunnen brengen, zodat uiteindelijk in dezebranche in welk postcodegebied je woonachtig bent niet uitmaakt voorwaar je zou kunnen werken.Minister Van Weel:Deze vraag heeft destijds geleid tot het «twintigjarige traject naar de Wrs»;ik geloof dat mevrouw Bikker het zo noemde. In alle eerlijkheid denk ik datwe daarmee zijn vastgelopen in het moeras. Ik zie geen mogelijkheid omde Wrs en daarmee dus het landelijke vergunningsstelsel op een goedemanier uit dat moeras te trekken, vandaar dat ik kies voor een andereroute. Ik besef dat sommige partijen nog steeds een landelijk vergun-ningsstelsel dat overal gelijkgetrokken is, zouden verkiezen boven wat wenu doen, namelijk de gemeenten in staat stellen om in ieder geval datbeleid te maken, gegevens te verwerken en de landelijke leidraad tevolgen. Maar er kunnen dus verschillen blijven bestaan tussengemeenten. Overigens moeten we er ook eerlijk over zijn dat de proble-matiek die wordt ervaren met deze branche natuurlijk ook wel verschiltvan gemeente tot gemeente. Er zijn ook gemeenten die juist heel graagdat onderscheid willen behouden, om daar eigen keuzes in te maken.Mevrouw Faber (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26423 Ik heb begrepen dat er wel voor elke locatie een vergunning nodig is. Ikvraag me af of dat per gemeente verschilt. Misschien verschilt de invullingvan de vergunning. Maar is het niet gewoon handiger om ook aan depersoon een vergunning te koppelen? Ik denk niet dat de mensen in dezeseksbranche allemaal in loondienst zijn, want er wordt zo veel cashafgerekend. Op het moment dat iemand een vergunning moet hebben,kan je veel meer controleren. In het geval van mensen die illegaal zijn, nietwillen of wat dan ook heb je een extra instrument om te controleren of dezaak wel helemaal koosjer is.Minister Van Weel:Wij kiezen dus niet voor het invullen van een landelijk vergunningsstelsel,noch op de persoon, noch op locaties. We laten het echt aan gemeentenom daar individueel invulling aan te geven.Dan kom ik bij het ondersteunen van gemeenten bij toezicht et cetera.Daar zaten we eigenlijk al een klein beetje in, dus dat is een naadlozeovergang.Mevrouw Faber vroeg hoe de bestuurlijke controles worden vormge-geven. En is er een gebrek aan bevoegdheden, vroeg zij. Ja, er is eengebrek aan bevoegdheden, want op dit moment kunnen de gegevens vansekswerkers niet worden verwerkt omdat het per definitie bijzonderepersoonsgegevens zijn. Dat gaan we dus oplossen met de Wgts, want opdit moment kunnen gemeenten daardoor niet effectief toezien op denaleving van de vergunningsvoorschriften van de exploitanten, waarseksbedrijven zich aan te houden hebben. Daardoor kunnen sommigemisverstanden blijven bestaan. Die Wgts, die on hold is gezet, zeg ik maareven, in afwachting van de Wrs, wekken we nu dus weer tot leven, om inieder geval te zorgen dat gemeenten hun eigen toezichthoudende taakkunnen vervullen. Ik denk daarom dat de Wgts bijdraagt aan hettegengaan van misstanden.Is de politie enkel bevoegd om op te treden in de opsporing? Daar heb ikhet zonet over gehad, mevrouw Faber. Er is door het OM, de politie en degemeenten ook een landelijke leidraad gemaakt voor opsporingsambte-naren die hiertegenaan lopen. Hoe gaan ze daarmee om en hoe zorg jedat in ieder geval de belangen van de slachtoffers vooropstaan?De voorzitter:Is de commissie het ermee eens dat ik een interruptie pleeg namens deD66-fractie? Ja, zie ik.Ik heb hier niet eerder een vraag over gesteld, maar het onderwerp komtnu toch op. Gisteren stipte de Nationaal Rapporteur dit ook aan. Zij zei datde implementatie van die leidraad eigenlijk nog te wensen overlaat. Kuntu daar nog kort iets over zeggen?Minister Van Weel:Ik stipte zonet al aan dat er op dit moment zonder de Wgts gewoon eenlacune is, omdat bepaalde gegevens niet kunnen worden verwerkt. Diegegevens zijn cruciaal voor het kunnen uitvoeren van die toezichtstaak.Een hoop van het toezicht loopt hier dus mis omdat er uiteindelijk geenwettelijke basis is voor datgene wat je wilt controleren of handhaven. DeWgts gaat daar dus in ieder geval verandering in brengen.Ik ga meteen in op de heer Boomsma, geloof ik, die meende dat de VNGeen bredere wettelijke basis nodig heeft dan wij met de Wgts beogen. Datsignaal herkennen we niet. We denken dat de Wgts daadwerkelijk dátregelt wat nodig is om die toezichthoudende taak goed te kunnenuitvoeren.Dan was er nog een vraag van de heer Van den Brink over het Haagsevoorbeeld van het HEIT. Dat is ook de club waarmee ik op pad was. Datdeden we niet alleen op dit onderwerp, overigens. We hebben ook illegaletabak gevonden en verkeerscontroles gedaan. We hoopten een illegaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26424 hennepplantage aan te treffen in een woning, hoewel je daar eigenlijknatuurlijk nooit op hoopt. Die hebben we niet gevonden, maar dit geeftaan hoe dat interdisciplinaire team van al die diensten hier in Den Haagwel degelijk impact maakt. Je kunt dan namelijk vanuit alle verschillendeinvalshoeken naar zo’n probleem kijken, of dat nou vanuit het UWV, deFIOD, de Belastingdienst of de marechaussee is. We zetten in actielijn 4van het Actieplan Samen tegen Mensenhandel, waarover we zo nogkomen te spreken, ook in op die regionale en die bovenregionalesamenwerking. Ik weet dat het HEIT inmiddels alle steden en regio’s inNederland op bezoek heeft gehad, juist om als voorbeeld te kunnendienen voor dit soort initiatieven daar.Ik denk dat we de rest van de vragen gaande het debat wel hebbenbehandeld. Ik kom nu op de versterking van de positie en het bieden vanperspectief.De vraag van heer Van den Brink heb ik al beantwoord. Wij herkennen niethet signaal dat je iemand niet zou mogen vragen of diegene gedwongenzijn of haar lichaam verkoopt. O, ik hoor dat dat een vraag was vanmevrouw Faber. Excuus. Ik kan ook niet zeggen dat ik jullie altijd doorelkaar haal!Dan was er een vraag over de bancaire diensten en het wettelijk veran-keren daarvan. Wat moeten we daar verder aan doen? Natuurlijk moetensekswerkers gewoon hun werk kunnen uitvoeren, met alle bijbehorenderechten en plichten die ook gelden voor alle andere beroepsgroepen. Datgeldt wat mij betreft ook voor de financiële dienstverlening. Deze week isde Wet chartaal betalingsverkeer door de Eerste Kamer aangenomen. Dieomvat een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijkeklanten. Banken móéten zakelijke klanten dus wettelijk en verplichtaccepteren, tenzij er een individueel, niet-mitigeerbaar witwasrisico is.Sekswerkers die zakelijk actief zijn, met een inschrijving bij de Kamer vanKoophandel, kunnen op basis van deze wet dus gewoon afdwingen dat zijeen basisbetaalrekening kunnen krijgen. Ik denk dat de wettelijkeverankering daarmee is geregeld, maar we houden natuurlijk wel eenvinger aan de pols aan de hand van signalen die we krijgen over detoegang tot de financiële dienstverlening en we blijven daarover ingesprek.De heer Bikkers (VVD):Ik had dit antwoord verwacht, want het was inderdaad mede de SGP diedit amendement indiende, zodat sekswerkers nu uiteindelijk ook eenbankrekening kunnen hebben. Tegelijkertijd wordt er bij banken wel heelvaak verwezen naar de problematiek rondom witwassen. Sekswerkerskomen met contant geld aan en dat accepteren banken liever niet. We ziendus nog steeds wel dat banken, ondanks het feit dat straks iedereen die bijde KVK is ingeschreven inderdaad een rekening moet kunnen hebben, dátargument vaak inbrengen om die rekening uiteindelijk niet te geven. Ikzou de Minister toch echt willen vragen om misschien wel met de sectorte bespreken hoe we voorkomen dat sekswerkers daardoor uiteindelijktoch geen rekening kunnen krijgen.Minister Van Weel:De Nederlandse Vereniging van Banken heeft, binnen de aanpakversterking van de sociale en juridische positie van sekswerkers, eensectorstandaard opgesteld, waarvan het doel is om de banken te helpenom het evenwicht te houden tussen hun taak op grond van de Wwft, deWet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, en hetbieden van toegang aan sekswerkers. Die sectorstandaard zou handvattenmoeten bieden voor banken om die afweging te kunnen maken, maar,nogmaals, ik zei dat we de signalen zullen blijven volgen. In algemene zinzijn de Minister van Financiën en ik wel bezig om dit soort generiekewetgeving meer tailormade te maken, omdat we het idee hebben dat inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26425 bredere zin, met het sleepnet van de goedbedoelde wetten ommisstanden tegen te gaan, ook te veel bijvangst wordt opgehaald en duste veel hinder wordt ondervonden door klanten, waaronder sekswerkersen seksklanten. Nogmaals, als Minister van Justitie wil ik natuurlijk allemisstanden aanpakken, maar we moeten dat wel doen op een manier dieook werkbaar blijft voor zowel banken als klanten.Mevrouw Belhirch vroeg of de opting-inregeling wel functioneert en of erwel toezicht op is. Graag een reflectie op het rapport, vroeg ze aan mij. Ikben inderdaad bekend met het rapport. Ik betreur dat er ondanks deinspanningen die we de afgelopen jaren hebben gepleegd nog steedsknelpunten zijn ten aanzien van de opting-inregeling met een voorwaar-denpakket. Het toezicht op de opting-inregeling valt onder de regulierehandhaving en toezicht door de Belastingdienst, maar die kan alleen maarfiscale gevolgen verbinden aan het schenden van de voorwaarden die indat voorwaardenpakket staan. De Belastingdienst kan niet de naleving vande voorwaarden afdwingen en daar zit natuurlijk de grote pijn. Er zijn ookgeen andere toezichthouders die hebben aangegeven dat ze dit als huntaak zien, dus we gaan met de betrokken partijen in overleg om te kijkenhoe we hier een vervolg aan kunnen geven. Ik zal daar zeker ook met mijncollega van SZW over in overleg treden om te kijken wat we hier vooroplossing voor kunnen vinden.Dan heb ik volgens mij alles rondom prostitutie en sekswerk behandeld.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Faber een laatste interruptie heeft.Mevrouw Faber (PVV):Ik had nog een vraag over de vrouwen, en trouwens ook kinderen, dieverdwijnen uit azc’s. We zien namelijk dat er mensen met een directevlucht uit Afrika op Schiphol landen. Die zeggen «ik ben minderjarig envraag asiel aan», maar ze zijn wel met papieren in het vliegtuig gekomen.Dan is de luchtvaartmaatschappij gewoon verantwoordelijk, dus waaromworden deze mensen niet linea recta teruggestuurd? De luchtvaartmaat-schappij behoort die gegevens namelijk te hebben en behoort ook teweten of ze wel of niet minderjarig zijn.Minister Van Weel:Dit valt buiten de scope van mijn verantwoordelijkheden, tenminstetegenwoordig. Toen ik nog als opvolger van mevrouw Faber fungeerde,had ik die verantwoordelijkheid wel. De Kamer heeft onlangs aandachtgevraagd voor mensensmokkelnetwerken, ook in relatie tot azc’s. Daarhoudt dit verband mee. Er is een brief over toegezegd. Ik zal uw specifiekevragen over de vluchten daarom graag doorgeleiden naar de collega,zodat hij die kan meenemen in die brief.Voorzitter. Dan mensenhandel, waar ik ook een korte inleiding over heb,vervolgens een blokje actieplan, governance, waar veel vragen over zijngesteld, de opsporing en tot slot een kort blokje overig. Ik zal mijn bestdoen om zo veel mogelijk tijd over te laten voor mijn collega voor devragen over de opvang.Voorzitter. Mensenhandel is een van de meest schrijnende vormen vancriminaliteit. Het doet grove afbreuk aan de waardigheid van de slacht-offers en ondermijnt onze samenleving. Het is daarom van belang om deslachtoffers te beschermen, maar tegelijkertijd de daders hard aan tepakken. We kunnen dat alleen in gezamenlijkheid doen. De afgelopenjaren is er een echt stevige basis gelegd voor deze samenwerking in hetprogramma Samen tegen Mensenhandel. De coalitie heeft ook uitge-sproken dat we dit programma de komende jaren gaan voortzetten. HetVersterkt Actieplan programma Samen tegen Mensenhandel is in juni2024 met uw Kamer gedeeld. Daarin zijn zes actielijnen opgenomen die deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26426 aanpak de komende jaren moeten verbeteren. Twee keer per jaarinformeer ik uw Kamer over de voortgang ervan.De aanpak van mensenhandel moet vooral voor slachtoffers werken. Alsmensen slachtoffer zijn geworden van mensenhandel, hebben zij recht opbescherming, zorg en opvang. Op dit moment ervaren sommigeslachtoffers drempels om in gesprek te gaan met de opsporingsdiensten,omdat ze geen vertrouwen hebben in of heel slechte ervaringen hebbenmet de politie in hun land van oorsprong. In het actieplan wordt bekekenof dit anders kan, of een andere partij het eerste gesprek met hetslachtoffer kan voeren en daarbij de geringste aanwijzing, zoals we datnoemen, zou kunnen vaststellen. Dit zou moeten helpen om de slacht-offers beter te beschermen, maar ook om ze eerder in beeld te krijgen.Daarnaast is de uitbreiding van de modernisering van wetsartikel 273f vanhet Wetboek van Strafrecht, door een aantal van u al genoemd, eenbelangrijke stap voorwaarts in de aanpak van mensenhandel. Met dezeuitbreiding wordt het artikel toegankelijker en wordt de strafrechtelijkeaansprakelijkheid ten aanzien van arbeidsuitbuiting verruimd. Dit is hardnodig, want een heleboel zaken die strafwaardig zijn, kunnen nu nog nietworden aangepakt. Ik hoop dan ook dat ik snel met de Eerste Kamer indebat kan over dat wetsartikel.Voorzitter. Dan kom ik bij het actieplan. Wat kun je bereiken met2,5 miljoen? Met 2,5 miljoen kun je niet heel veel bereiken. Het is ook niethet doel van die 2,5 miljoen om de totale aanpak tegen mensenhandel tefinancieren; die aanpak omvat immers vele tientallen miljoenen, zo nietmeer. Het bedrag is echter wel ingebed in de verschillende organisatiesdie voor die aanpak verantwoordelijk zijn. Zowel politie als OM als deopvang beschikken over inherente financiële middelen om hun taken ophet gebied van mensenhandel te kunnen aanpakken. Waar het mijnverantwoordelijkheid betreft, dus OM en politie, kom ik straks nog terugop wat dit specifiek betekent. De 2,5 miljoen is ervoor bedoeld om hetoverkoepelende deel van het actieplan erbovenop te kunnen zetten. Dat isdus het geld dat nodig is om het actieplan te kunnen laten draaien, omdaar coördinatie op te kunnen voeren et cetera. Ik kom zo meteen terug opdie coördinatie. Met het actieplan en die 2,5 miljoen kan er bijvoorbeeldbewustwording worden gecreëerd in al die verschillende organisatieszodat er in de eerste lijn meer herkenning is door de professionals.Dan de heer Van den Brink. Ik noemde net al de geringste aanwijzing. Hijvroeg wat je doet met de aanknopingspunten. Wat doe je als er zachtesignalen zijn dat er mogelijk sprake is van mensenhandel of uitbuiting,maar er te weinig aanknopingspunten zijn om daarop verder door tepakken? Bij de geringste aanwijzing kunnen opsporingsinstanties aanslachtoffers een bedenktijd bieden. Het criterium voor «de geringsteaanwijzing» is bewust heel laagdrempelig opgesteld, om er zo voor tezorgen dat zelfs bij heel zwakke signalen al meteen dat aanbod kanworden gedaan. Met het aanbieden van de bedenktijd op dat momentbestaat al de toegang tot hulp en opvang voor de slachtoffers. Ookkunnen zij in die bedenktijd nadenken of ze daadwerkelijk aangifte willendoen. Als slachtoffers geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, denkaan de voorbeelden die de heer Van den Brink zelf noemde, zoals mensenuit Latijns-Amerika, hebben zijn een termijn van drie maanden. VoorDublinclaimanten is dat een termijn van een maand.Ik had het zojuist over een gebrek aan vertrouwen of slechte ervaringen inhet land van herkomst, op basis waarvan de drempel richting opsporings-instanties nu soms te hoog is. We kijken daarom nu of we naast de politie,de KMar en de NLA een vierde partij kunnen aanwijzen in het zorgdomeindie ook die geringste aanwijzing zou kunnen vaststellen, om zo hopelijk dedrempel voor een slachtoffer om aangifte te doen of het verhaal te doente verlagen. We kijken daarnaast ook of er andere manieren zijn om buitenhet strafrecht om slachtoffers van mensenhandel te identificeren zodat zijopvang en ondersteuning krijgen op het moment dat zij daar recht opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26427 hebben voor de langere termijn. In landen die al gebruikmaken van zo’nsysteem is te zien of het zicht op slachtoffers wordt vergroot. Ik ga ervanuit dat de collega daar ook nog iets over zal zeggen in het kader van deopvang.De heer Mohandis vroeg of er een nationaal verwijsmechanisme komtvoor slachtoffers. Ja, dat hebben we al in Nederland. Op basis daarvankunnen slachtoffers verwezen worden naar passende zorg en opvang.Hulporganisaties zoals CoMensha en Slachtofferhulp Nederland spelenhier een belangrijke rol in. De herziene EU-Richtlijn mensenhandel steltwel nadere eisen aan zo’n verwijsmechanisme. Het implementatievoorsteldaarvan wordt binnenkort in uw Kamer behandeld. We kunnen er dannader op ingaan.Mevrouw Faber vroeg hoe het zit met hulpverleners die zich verschuilenachter een geheimhoudingsplicht bij signalen van mensenhandel. In hetkader van actielijn 5 van het actieplan wordt er gewerkt aan eenhandreiking voor gegevensdeling bij vroegsignalering bij alle keten-partners. Ook hulpverleners vallen hieronder. Deze handreiking moet ditjaar nog gereed zijn, inclusief een beschrijving van de juridische basis omdie informatie wél te kunnen delen, zodat professionals ook een bijdragekunnen leveren aan de aanpak van mensenhandel. Op basis van deanalyse zullen we ook kijken of er nog aanpassingen nodig zijn in wet- enregelgeving om die gegevensdeling nog verder mogelijk te maken. Einddit jaar wordt dit ook uitgerold richting de professionals.Mevrouw Belhirch vroeg of de huidige aanpak van preventie in brederezin tekortschiet. Welke maatregelen gaan we nemen om jongerenbijvoorbeeld te beschermen tegen criminele uitbuiting? Met mijnantwoord op deze vragen zou ik een heel debat kunnen vullen, want het iseen van mijn grootste zorgen dat wij jongeren zien, soms zelfs maar10 jaar oud, die worden ingezet door criminele netwerken om van alles tedoen: het plegen van aanslagen op bijvoorbeeld joodse instellingen, hetuithalen van containers, het plaatsen van cobra’s bij willekeurige mensenvoor de deur. Dit is een enorm probleem dat vraagt om een heel bredeaanpak die je niet alleen maar kunt doen met repressie of methandhaving.We hebben een aantal programma’s waarmee we in ieder geval een deuropenen naar deze jongeren; Keerpunt en Chat met Fier werden algenoemd door enkelen van u. Dat zijn twee programma’s waar we vanuitmijn ministerie aan werken. We willen ook een campagne inzetten voorbewustwording en inzet bij professionals, om te kunnen zien wanneerjongeren mogelijk onder invloed staan. Ik heb zelf de campagne Vreemdof verdacht? gelanceerd, waarin handvatten worden gegeven aan oudersdie mogelijk verdacht gedrag zien bij hun kinderen om in een vroegtijdigstadium aan de bel te trekken.Ten slotte Preventie met Gezag, een van de programma’s waar soms veelcommentaar op komt, maar in dit geval gelukkig niet, vanuit de NationaalRapporteur Mensenhandel. Ik heb zelf in heel veel van de 27 gemeentenmeegelopen met dit programma, dat een heleboel aspecten heeft, van hetinrichten van buurthuizen, het hebben van laagdrempelig contact met depolitie, tot het helpen van mensen om hun leven weer op de rit te krijgen,allemaal om jeugdcriminaliteit te voorkomen. Ik geloof in dat programma,omdat ik denk dat we hier een enorme opgave hebben om het tij te keren.Er was nog een vraag over jongeren in de asielketen. Er wordentrainingen gegeven aan professionals in de asielketen zodat ze dezesignalen kunnen herkennen. Er is ook een actielijn binnen het actieplanom minderjarige slachtoffers beter te beschermen. Daarmee hopen weook binnen de keten die vroegsignalering, die zo belangrijk is, te krijgen.Zoals gezegd komt er over de mensensmokkelnetwerken en aangelegenonderwerpen nog een brief van de Minister van Asiel en Migratie.Dan kom ik bij de governance. U heeft daar heel veel vragen over gesteld,maar u ziet dat ik daar slechts twee blaadjes antwoord op heb. Dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26428 omdat we nu een aantal signalen hebben gekregen, waaronder een vande Nationaal Rapporteur over wat er volgens haar moet verbeteren aan degovernance en de coördinatie. Sinds april hebben we ook het rapport vanhet WODC, waarin een aantal aanbevelingen worden gedaan voor eenbetere coördinatie op dit vlak. Ik pak die handschoen op en ik neem dezesignalen serieus. Ik ben ook bezig met mijn reactie op hoe ik die gover-nance in ga vullen, maar die heb ik nog niet gereed. Ik verwacht die welvoor de zomer nog aan uw Kamer te kunnen toezenden. Daarin ga ik dusnader in op de diverse aanbevelingen van het WODC. Ik zie mijzelf als denationale coördinator in politieke zin. Die handschoen pak ik op en dieverantwoordelijkheid zal ik dragen. Maar ik kom bij uw Kamer terug ophoe we dat in de governance verder gaan inrichten.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik had al het vermoeden dat er later een reactie komt; dat heeft deMinister volgens mij al eerder aangegeven. Dat is altijd lastig; we hebbenhet debat nu en er komt later nog een tweeminutendebat. Tegen die tijd ishet nog maar de vraag of we elkaar weer kunnen spreken over ditonderwerp.Dan wil ik het toch nog even hebben over het WODC-rapport. Gisterenwas er een presentatie van de Nationaal Rapporteur, waar een collega vanmij bij aanwezig was. Ik heb die presentatie ook gezien, en wat me opvalt,is dat er een hele rode draad zit in de aanbevelingen. Eén aanbeveling isdat er bijvoorbeeld een EU-richtlijn komt die het verplicht om eennationale coördinator mensenhandel te hebben. Er worden best wel helescherpe aanbevelingen gedaan, ook waar het gaat om de vraag hoe jenou de regie kunt hebben als het in samenspraak gaat met drie anderedepartementen. Ik heb er alle vertrouwen in dat u de regie serieus neemt,maar we weten allemaal hoe het werkt in de praktijk. Ik ben dus heel ergbenieuwd of het niet het wegschrijven van al die adviezen is en of u ookdaadwerkelijk voornemens bent om volgende stappen te zetten.Misschien kunnen we u vanuit de Kamer helpen met een motie of iets indie richting. Het zou wel jammer zijn als er zo veel ligt en het advies tochis: ja, we doen het best oké en we gaan door op dezelfde voet. Ik ben dusheel erg benieuwd wat ik vóór de zomer kan verwachten.Minister Van Weel:Ik snap het ongemak. Het liefst had ik die reactie natuurlijk nu al gehadzodat we die ook in dit debat hadden kunnen betrekken, maar er zat nietveel tijd tussen april en nu. We hebben echt wel even tijd nodig om datWODC-rapport te verwerken en om in gesprek te gaan met de diverseinstanties, waaronder de rapporteur, over hoe wij dat voor ons zien. Datwil ik doen voordat ik die reactie hier in uw Kamer neerleg. Ik wil daar dusniet op vooruitlopen. Ik wil u zeggen dat ik die coördinerende rol serieusneem. Ik wil u ook zeggen dat we ook voorbeelden hebben – daar zittenwe overigens ook samen bij – rondom bijvoorbeeld de aanpak bijverwarde personen. Daarbij heeft de Minister van BZK nu de coördine-rende rol op zich genomen. Die coördinerende rol nemen we ook heelserieus. We zijn er in dit kabinet dus wel op gericht om elkaar in de krachtte zetten zodat we die coördinerende rol waar kunnen maken. Ons land isin sommige opzichten natuurlijk uniek in de omgang met medeoverhedenen decentrale overheden. Daarin zijn wij wellicht soms wat minderdirectief dan andere landen. Daar zijn ook goede redenen voor; ik denk datwij hele capabele decentrale medeoverheden hebben, die vaak beter zichthebben op lokale problematiek. Tegelijkertijd proberen we daar in ditsoort gevallen ook weer een nationale leidraad, een kader of richtlijnenoverheen te leggen, zodat er wel uniformiteit in zit. Ik geef u een aantalingrediënten. Als u er nog meer nodig heeft voor een motie, hoor ik datgraag. Maar dit zijn een beetje de elementen waar wij mee spelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26429 De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik waardeer de ingrediënten. Het is gebruikelijker dat wij ú ingrediëntenmeegeven om de volgende stap te zetten. Dat zijn we ook voornemens.Het is heel serieus, want er staan ook wel hele concrete aanbevelingen in.Er wordt in het WODC-rapport gezegd dat een coördinator niet allesoplost maar wel een duidelijke meerwaarde heeft omdat die bij regio-overstijgende problematiek rondom mensenhandel directer kan handelen.De bevoegdheden moeten ook duidelijker zijn. Het moet duidelijker zijnwat er lokaal gebeurt en wat net iets te complex is om lokaal aan tepakken; ik denk dat we hier echt een stap moeten zetten. Ik denk echt datdit onderwerp net iets te groot en te grensoverschrijdend is, nog los vanhet vrij verkeer in Europa. Je moet dus niet naïef zijn en weer naar alleeneen Minister kijken; we moeten ook kijken naar iemand die dwars dooralle departementen heen tot actie kan overgaan. We gaan nog broeden opwat we u mee gaan geven, maar we willen echt een volgende stap. Wewillen ook dat het concreet wordt. Wij zien een nationaal coördinator alsiets dat echt wel meerwaarde zou hebben.Minister Van Weel:Dank voor de ingrediënten.De heer Tijs van den Brink (CDA):Ik deel de urgentie die meneer Mohandis hier etaleert. U zegt dat u nogaan het uitzoeken bent hoe u precies gaat reageren, maar u heeft kennelijkal wel de beslissing genomen dat u het zelf gaat doen en niet eencoördinator gaat aanstellen. Mijn vraag is wat de afweging daarin is.Minister Van Weel:U gaat mijn voorstel tegemoetzien. Wat ik zei, is dat ik zelf als Minister vanJenV die coördinerende rol voel. Hoe we dat praktisch gaan inrichten, zalin het voorstel terugkomen.De heer Tijs van den Brink (CDA):Dat kan dus ook via een coördinator zijn?Minister Van Weel:Dat kan op velerlei manieren. Ik heb nog geen deuren dichtgegooid.Dan kom ik op de opsporing. Dat is het laatste blokje voordat ik toekomaan overig. Ik zal er zo snel mogelijk doorheen gaan. De pakkans moetomhoog; zijn er aanvullende stappen nodig? Dat is een vraag van de heerBikkers. Ja, in de opsporingsonderzoeken naar mensenhandel wordtstandaard ook onderzoek gedaan naar de klanten. Als er voldoendeaanwijzingen voor zijn, worden zij ook als verdachten gehoord. De aanpakvan mensenhandel is ook een prioritair thema binnen de nieuweveiligheidsagenda, waar de politie aan werkt vanaf 2027. De statistiekenzijn belabberd, zei mevrouw Bikker. Er zijn slechts 470 verdachten tegenwie vervolging is ingesteld. Ja, het aantal vervolgingen van verdachtenmoet echt omhoog. Die mening deel ik, maar daarom moeten we ook designalen beter opvolgen. Daarbij horen die stappen, dus de eerste lijn, hetsignaleren, de geringste aanwijzing en de stappen die we daar kunnenzetten om de meldingsbereidheid omhoog te brengen. Bij de politie heefthet thema nu een plaats in de basispolitieopleiding. Er is ingezet op hettrainen met eerstelijns politiemedewerkers om de signalen te herkennen.Er is ook een blijvend beschikbare e-learning voor alle agenten over hetthema mensenhandel en signalen. Maar ook de Koninklijke Marechausseespeelt natuurlijk een belangrijke rol in het signaleren van mensenhandel.Zo noemde mevrouw Faber al Schiphol. De marechaussee kan mensen-handel zelf onderzoeken op de aangewezen luchtvaartterreinen, maar zekan dit ook registreren of overdragen aan de politie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26430 In het verlengde daarvan kom ik op het rapport over de aangiftebe-reidheid, zoals genoemd door de heer Boomsma. Het rapport geeftaanbevelingen en de vragen zijn wat we doen met deze aanbevelingen enhoe we daar verder mee om kunnen gaan. Ik ben blij met dit onderzoek.De in de proeftuin beproefde interventies kunnen worden meegenomen inde vervolgstappen, zoals onder andere bij het formuleren van eenvolgend actieplan mensenhandel. In algemene zin wordt er binnen hetactieplan verkend of er naast de opsporingspartijen nog een vierde partijmoet zijn die kan helpen bij het oppikken van die geringste signalen – iknoemde ze net al even – zodat we een betere samenwerking hebbentussen zorg en opsporing. Daarnaast wordt er binnen het programmamensenhandel gewerkt met ervaringsdeskundigen in de vorm van eenspiegelgroep, die viermaal per jaar bijeenkomt. Er is inmiddels ook eenvergoeding voor deze ervaringsdeskundigen beschikbaar als zijdeelnemen aan dit soort spiegelgroepen.Heeft de politie dan voldoende capaciteit? Dat was een vraag vanmevrouw Belhirch. Sinds 2020 zijn er 58 extra politiemedewerkersspecifiek voor de aanpak van mensenhandel geworven. Daarmee is depolitieorganisatie versterkt zodat die meer kan doorpakken in de opspo-ringsonderzoeken. Daarbij zien wij ook dat steeds meer van de delictenzich afspelen in de onlinewereld. Nu kijken wij in de digitale opsporing –dat is een van de prioriteiten, zoals ook genoemd in het coalitieakkoord –hoe wij daar opvolging aan kunnen geven en hoe de cyberrechercheursen de capaciteit die zij gaan genereren daarin kunnen worden verdeeldover diverse delicten die daar plaatsvinden, van fraude tot misbruik enmensenhandel.Over de verdeling van de gelden daarvoor kom ik terug bij de begrotings-behandeling voor komend jaar. Ik heb voor dit jaar in ieder geval geldbeschikbaar gesteld voor de politie om de basis op orde te krijgen, maar ikkom in de zomer verder terug op hoe de verdeling zal zijn tussen deverschillende prioriteiten zoals genoemd in het coalitieakkoord,waaronder onlinecriminaliteitsbestrijding.Er waren nog een paar overige vragen, voorzitter. De eerste was van deheer Van den Brink, over het WODC-onderzoek naar de Nederlandseporno-industrie. Dat onderzoek loopt nu. De eerste bijeenkomsten van debegeleidingscommissie hebben plaatsgevonden. In het najaar van 2026zal dit onderzoek worden afgerond, dus dan kan dat ook naar uw Kamerkomen. Ik weet dat daar lang om gevraagd is.De vraag van mevrouw Belhirch betrof onlinenetwerken en de documen-taire Streaming Hell. Dat is een hele toepasselijke titel, helaas, moet ikzeggen. Het is een schrijnend geval. Ik ben zelf ook op bezoek geweest bijhet team bestrijding kinderpornografie en kindersekstoerisme. Je schriktje rot als je ziet hoe wijdverspreid het is, op welke schaal dit plaatsvindt enmet welk gemak. Dat team heb ik dus ook uitgebreid met 26 fte, juist omdie onlinewereld tegen te kunnen gaan. Daar gaan we mee door.Shocking.De heer Mohandis vroeg wat het effect is van de Wet seksuele misdrijven.Die is op 1 juli 2024 in werking getreden. De evaluatie staat op vijf jaar,maar inmiddels is ter voorbereiding daarop wel al een nulmetinguitgevoerd. Binnenkort gaan we ook kijken naar de eerste voorlopigeervaringen met deze wet. Ik weet nog niet of het onderwerp mensen-handel en minderjarigen daar specifiek in naar voren komt, maar datneem ik mee bij de verdere evaluatie van die eerste voorlopigeervaringen.Voorzitter. Dan denk ik dat ik de meeste vragen heb behandeld, niet zosnel als ik wellicht had gewild, maar het zijn ook twee omvangrijkeonderwerpen. Er zijn natuurlijk terecht een heleboel vragen over gesteld.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26431 Dank u wel voor uw uitgebreide beantwoording. Dan geef ik het woordaan de Minister van Langdurige Zorg. O, ik zie dat er een interruptie is vanmevrouw Schilder. Dat is ook uw laatste interruptie.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Helaas, voorzitter, maar ik heb nog een vraag aan de Minister. Ik heb geenantwoord gehad op al mijn vragen over het smokkelnetwerk rond TerApel. Ik begrijp dat er een brief komt van de Minister van Asiel enMigratie, maar ik zou de Minister wel willen vragen om dan in ieder gevalmet elkaar samen te zitten. De helft hiervan ligt inderdaad bij Asiel enMigratie, maar de andere helft, dat hele smokkelnetwerk, ligt bij Justitie. Ikzou dus wel echt een uitgebreide reactie hierop willen. Hier is namelijkniet maar één geval behandeld; het is echt een heel netwerk van vooralSyrische daders die hierin handelen. Ik zou dus wel gewoon een uitge-breide reactie van de Minister hierop willen zien.Minister Van Weel:Ik zal zeker meelezen met deze brief en daaraan ook mijn bijdrage leverenvanuit de Justitieportefeuille.De voorzitter:Dan is het woord aan de Minister van Langdurige Zorg. Ga uw gang.Minister Sterk:Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Kamerleden voor hun vragen.Mijn collega zei net al dat mensenhandel een van de meest ernstigeschendingen van mensenrechten is die we kennen. De indringendevoorbeelden die net werden genoemd door de heer Bikkers en de heerVan den Brink onderstrepen dat ook. Die maken ook duidelijk dat hetontzettend belangrijk is dat die slachtoffers worden beschermd enondersteund.We werken samen met de Minister van JenV, maar ook met Sociale Zakenen Asiel en Migratie, aan het Actieplan Samen tegen Mensenhandel. Mijnverantwoordelijkheid ligt vooral bij het verbeteren van het opvangland-schap. Eigenlijk is er door vrijwel iedereen gewezen op de versnipperingvan het landschap. Die herken ik ook. Daar moeten we ook verbeteringenin gaan aanbrengen; dat moet gewoon anders. Het mag namelijk niet zozijn dat slachtoffers niet weten waar ze terecht moeten, dat hulp te laatkomt of dat ze uiteindelijk toch weer teruggaan naar de uitbuiter, waarmeeeigenlijk alles weer opnieuw begint. Die passende opvang is dusessentieel, uiteindelijk ook voor het herstel van deze overwegendvrouwen en meisjes. Dat kunnen wij niet alleen. Daarvoor moeten we echtsamenwerken met de gemeenten en de opvangorganisaties, maar ookmet de ervaringsdeskundigen, om goed in beeld te krijgen wat er nounodig is en wat er nou anders moet.Voorzitter. De heer Van den Brink vroeg of ik ook deel dat die opvang vanslachtoffers van mensenhandel tekortschiet. Ja, inderdaad, dat is ook zo.Dat kunnen we denk ik met elkaar constateren. Daar hoeven we ook nietomheen te draaien. Daarom werk ik op dit moment samen met de VNG,met CoMensha en met de Minister van Justitie en Veiligheid heel hard aanverbetervoorstellen, maar ook aan een nieuw ontwerp voor het opvang-landschap. Ik denk namelijk dat wij de afgelopen jaren veel te veel aanpleisters plakken hebben gedaan, zo van: we repareren hier wat en werepareren daar wat. Ik denk dat dat gewoon niet langer houdbaar is en dathet belangrijk is dat we opnieuw gaan kijken hoe we het met elkaarhebben georganiseerd. Dat is wat we op dit moment doen. Daarmeemoeten we uiteindelijk ook echt een toekomstbestendige oplossingkrijgen. Dat gaat over het schaalniveau waarop we dit moeten doen en hetbenodigde aantal locaties dat er is, maar we nemen de plekken en degoede spreiding over het land daarin mee. Maar denk natuurlijk ook aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26432 de governance, aan wie nou waarvoor verantwoordelijk is, en aan hoe diefinancieringsstromen lopen.Veel vragen van de heer Van den Brink, de heer Mohandis, mevrouwBelhirch en mevrouw Schilder gingen over die landelijke regie: bij wiekomt nou die landelijke regie in de opvang? Ik snap dat de neiging is omte denken: «De slachtoffers zonder vergunning behandelen we vanuitVWS. Dat loopt eigenlijk wel goed, dus laten we die regie dan maar bijVWS neerleggen.» Ik denk wel dat het belangrijk is dat we inderdaad meercentraal gaan doen, dus dat we op een centraal niveau gaan kijkenhoeveel plaatsen er nou precies beschikbaar zijn en dat we vervolgensvanuit die landelijke plek ook gaan doorgeleiden naar de opvangplaatsenin het land. Ik denk ook dat het belangrijk is dat er veel meer uniformiteitkomt in de opvang, dus dat er duidelijke kaders komen voor hoe we dieopvang organiseren en wat er precies nodig is, want ook dat is, denk ik,veel te divers.Maar ik zeg daar wel heel streng bij: volgens mij is het ook belangrijk datwe die uitvoering en die coördinatie uiteindelijk wel bij de gemeentenhouden. Waarom is dat volgens mij belangrijk? We willen uiteindelijk datdeze vrouwen en meisjes weer gewoon burgers kunnen worden diemeedoen in de samenleving. Daarvoor hebben ze soms schuldhulpver-lening nodig, daarvoor hebben ze een woning nodig, daarvoor hebben zesoms psychische hulp nodig. Dat kunnen wij niet landelijk organiseren;dat moet vanuit de gemeenten waar deze meisjes en vrouwen gewoonweer volwaardige burgers worden. Daarom is die verbinding naar degemeenten gewoon ontzettend belangrijk. Daar is de afstand tussen deinwoner en de overheid natuurlijk veel kleiner.Ik denk dus dat we dit enerzijds inderdaad meer bovenregionaal moetengaan organiseren. Ik zie ook de parallel die meneer Mohandis trok metjeugdzorg, want ik denk dat we die beweging ook daar moeten maken.Tegelijkertijd denk ik: wat we hebben in die decentrale overheid is wel eenheel groot goed, want die staat veel dichterbij en die heeft al die partnersdie nodig zijn om uiteindelijk weer een volwaardig leven te kunnen leidenook gewoon dichtbij.Dan wil u natuurlijk weten wanneer we dat ontwerp dan tegemoetzien – ikzie het u denken. Eind dit jaar hopen we een definitief ontwerp te hebbenvan dat opvanglandschap. Dan gaan we ook zo snel mogelijk van startmet de implementatie daarvan.Ik zie de heer Boomsma al een beetje kijken, want hij had natuurlijk eenvraag over de motie die hij samen met Kamerlid Van Nispen heeftingediend. Die gaat met name over die centrale financiering en dedoorverwijzing van die slachtoffers. Dat nemen we ook echt expliciet meein die uitwerking van het opvanglandschap. Die financieringsstromenhebben daar dus een plaats in. We kijken ook expliciet naar die doorver-wijzingen. Maar volgens mij volgt die financiering wel op het ontwerp. Definanciering is dus niet het uitgangspunt; die moet volgen op hoe we hetmet elkaar organiseren en naar aanleiding daarvan organiseren we danook de financieringsstromen.Dan hadden de heer Bikkers en mevrouw Belhirch ook een vraag over metname slachtoffers met multiproblematiek, die ook soms een contra-indicatie krijgen voor de opvang. Ook dat is onderdeel van het verbeter-traject. We zien in ieder geval wel dat de specifieke opvang die we hebbenvoor deze slachtoffers goed functioneert. Alleen, we hebben er natuurlijkveel te weinig van. We willen ook niet dat die contra-indicatie betekent dater geen opvang is. Dat nemen we dus ook expliciet mee in dat verbeter-traject.Mevrouw Belhirch en mevrouw Schilder hadden nog een vraag gesteldover het verwijsmechanisme. Ik hoorde mijn collega van JenV daar net alhet nodige over zeggen en ik heb daar net ook al iets over gezegd, dus dievraag sla ik over.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26433 Dan ben ik gekomen aan het eind van de beantwoording van de vragendie ik heb gekregen.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie aan mijn linkerzijde geen interrupties. Ik hoor iemandzeggen: nee, want die hebben ze niet meer. Sommigen hebben wel noginterrupties. Meneer Boomsma heeft er nog een, zie ik.De heer Boomsma (JA21):Ik wil nog even terug. Ik had een vraag gesteld over het Online OutreachProgramma en de financiering daarvan. De Minister had het over Fier enhet belang van dat soort laagdrempelige manieren om slachtoffers inbeeld te krijgen. Maar hoe gaat het nou met het hele Online OutreachProgramma? Daar is een motie over aangenomen. Is dat geborgd?Minister Van Weel:Ja, voor nu wel. Ik moet eerlijk zeggen dat de resultaten daarvan wattegenvallen. In de eerstkomende rapportage wil ik terugkomen op hoe wedaarnaar kijken. Ik wil ook evalueren wat het heeft opgebracht en hoe wedaarmee verder willen gaan.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu naar de tweede termijn van de Kamer. Uheeft 1 minuut en 20 seconden. Ik hoor mevrouw Faber zeggen: u bentstreng. Ja, anders redden we het helaas niet met de tijd. Ik geef u meteenhet woord, mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Dank u wel, voorzitter. We willen de leeftijd graag naar 21 jaar hebben, enwel zo snel mogelijk.We hadden het over de minderjarigheid van klanten. De leeftijd staat op16 jaar, zo heb ik begrepen. Maar volgens mij is het voor een meerder-jarige strafbaar om seks te hebben met een minderjarige, dus hoe moet ikdat zien in dit perspectief?We hebben het gehad over het pooierverbod. Een pooier is in feite eenvoordeeltrekker en een mensenhandelaar en is dus al strafbaar. Hoe moetik dat dus plaatsen?Ik heb nog een vraag gesteld over de opbrengsten verhalen op de pooier,voor het slachtoffer. Op de wallen kan je in een jaar € 450.000 opbrengen,en dat is nog een voorzichtige schatting. Waarom verhalen we dergelijkebedragen niet gewoon op de dader? Ik snap wel dat de kans klein is dat jehet hele bedrag terughaalt, maar je kan misschien wel een deel terug-halen.Dank u.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Schilder.Mevrouw Faber (PVV):Sorry, voorzitter. Ik wil ook een tweeminutendebat aanvragen; dank u wel,mevrouw de griffier.De voorzitter:Ik geef het woord aan mevrouw Schilder.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Voorzitter, dank u wel. Ik wil beide bewindspersonen bedanken voor debeantwoording. Ik hoor echt veel goede bedoelingen. Alleen, slachtoffershebben niet zo veel met goede bedoelingen. Zij willen dat we gaanhandelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26434 Ik zie met smart uw reactie op het WODC-onderzoek tegemoet, maar ik wileigenlijk een beetje duidelijkheid over de vervolgstappen. Moeten we nadie reactie weer een jaar wachten voordat er iets gebeurt? Of kan deMinister een snelle, zorgvuldige vervolgreactie garanderen?Ik wil het graag hierbij laten.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Van den Brink.De heer Tijs van den Brink (CDA):Ook van mijn kant dank aan beide Ministers voor de antwoorden. Ik benblij met het antwoord op mijn vraag over de porno-industrie en met devierde partij die de geringste aanwijzing of het geringste vermoeden kanonderzoeken.Ik heb nog drie punten openstaan. Ik begin met het verschil tussensekswerk en prostitutie, zoals dat gemaakt wordt in de brief. Ik ben heelbenieuwd waar dat vandaan komt. In het coalitieakkoord wordt volgensmij gewoon gesproken over sekswerk. Wat mij betreft mag u herover-wegen of u dat wel zo in het begin van de wetgeving wilt laten staan.Dan de websites. U zegt: er wordt wel veel gemeld door die websites. Ikhoor daar andere verhalen over, namelijk dat er heel weinig wordtgemeld. Wat mij betreft moet de vrijblijvendheid daar echt vanaf. Ik wilvragen of u kunt bekijken hoe u dat meer kunt stimuleren.Eigenlijk geldt een beetje hetzelfde bij wat u zei over HEIT. Ik denk dat wijongeveer op dezelfde missie zijn geweest. Ik herkende de verhalen die uvertelde. U zegt: er gebeurt daar meer zegenrijk werk, want er komenmeer mensen langs. Maar is daar iets meer druk op te zetten, zodat regio’secht zo gaan functioneren? Anders blijft het namelijk zo vrijblijvend.Dat waren mijn punten.De voorzitter:Dank u wel. De heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank. Dank aan beide bewindspersonen voor de beant-woording. Ik denk dat de algemene oproep tot meer regie en landelijkecoördinatie niet betekent dat gemeenten het niet meer hoeven te doen.Niemand heeft dat volgens mij gezegd. Dat is ook helemaal niet deinsteek. Het gaat erom dat er gemeenten zijn die niet eens fte hebben voorde aanpak van mensenhandel. Het is vaak onderdeel van het integraalveiligheidsbeleid van heel veel gemeenten, maar er is heel weinig actieop, niet vanuit onwil, maar vanuit beperkte capaciteit of anderszins. Hetgaat er veel meer om dat het qua regio-overstijgende problematiekbelangrijk is om daar waar het moeilijk is naast gemeenten te staan, juistomdat het veel meer een nationale component is om effectief te handelen.Het is belangrijk om te zoeken naar een vorm van landelijke coördinatie,een coördinator of anderszins. Dat is de bedoeling van de oproep. Ik hoopecht dat het meer is dan: we gaan nog eens extra ons best doen. Als datde brief is, zou ik die onvoldoende verklaren, maar we wachten het af.Tot slot, voorzitter. We hebben echt heel veel vragen over het komendewetsvoorstel over de minimumleeftijd naar 21 jaar, maar we moetenafwachten hoe dat wetsvoorstel eruit zal zien. Wij zeggen er wel alvast bij:let op het eerdere deeladvies van de Raad van State op dit punt. Dat wasvrij kritisch als het gaat om het effect. Het kabinet kondigt al een knip aanten opzichte van zijn eigen teksten in het regeerakkoord. Dat stemt onsniet hoopvol. We wachten de exacte uitwerking daarvan af.We zien uit naar het tweeminutendebat, dat reeds is aangevraagd.Dank u.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26435 De heer Bikkers.De heer Bikkers (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij om te horen dat de Minister het met onseens is dat het qua opsporing en vervolging omhoog moet. Ik hoor ookwelke maatregelen getroffen worden om een extra stap te zetten in hetverhogen ervan. Dat stemt mij gerust, zeker omdat ik vind dat diemisstanden echt hard aangepakt moeten worden.Tegelijkertijd hoor ik de Minister zeggen dat er algemene maatregelenvoor sekswerkers zijn – denk aan de banken et cetera – die soms, inverschillende gevallen, verkeerd uitpakken. Ik ga nog even broeden ophoe we daar een volgende stap in kunnen zetten, zodat de rechten die zijhebben, gewoon op een goede manier ingevuld kunnen worden.Verder kijk ook ik uit naar het tweeminutendebat.Dank u wel.De voorzitter:De heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Dank, voorzitter. Dank voor de beantwoording. Er komen een aantalbrieven, reacties en een plan van aanpak. Over de leidraad zei de Minister:als je die gegevens eenmaal kunt verwerken, wordt het beter. Maar kan jedie leidraad niet gewoon verplicht stellen voor iedereen, zodat iedereendie echt over gaat nemen? Het moet er niet alleen zijn; het moet ookworden gebruikt.Verder gaat alles zo ontzettend traag. Het is natuurlijk een beetje hoe dathier loopt. Toen ik in 2013 in de gemeenteraad van Amsterdam zat, werder een voorstel gedaan om de minimumleeftijd te verhogen naar 21 jaar.Toen werd aangegeven: dat is niet nodig, want dat regelen we binnenkortlandelijk. Dat was in 2013. Gelukkig werd er niet naar geluisterd en is hetin Amsterdam wel gebeurd. Maar daarom ben ik er niet helemaaltevreden mee dat het kabinet nu zegt: allerlei aspecten van de Wetregulering sekswerk doen we niet; we willen de verschillen tussengemeenten laten bestaan en er komt geen vergunningsstelsel. Ik denk datdat allemaal niet genoeg is. Maar goed, daar komen we binnenkort verderover te spreken.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef nu even het voorzitterschap aan mevrouw Faber, alsdat kan.Voorzitter: FaberDe voorzitter:Dan geef ik u graag het woord.Mevrouw Belhirch (D66):Dank u wel. Ook ik wil graag beide Ministers, maar ook hun ondersteu-nende staf, bedanken voor de uitgebreide beantwoording. Ik wilbenadrukken wat de Minister van Justitie en Veiligheid aangaf in deblokjes over mensenhandel en sekswerkers. Dat is, denk ik, ook belangrijk.Het zijn uitgebreide onderwerpen, die in zo’n debat niet allemaal deaandacht krijgen die ze verdienen.Met betrekking tot mensenhandel zie ik dat de Minister duidelijk heeft dater urgentie nodig is. Er wordt inzet op gepleegd. Maar het is welbelangrijk om ons daar de komende periode goed over te blijveninformeren. Je ziet namelijk dat de Nationaal Rapporteur zei dat er echteen explosieve groei is, vooral online.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26436 Het andere element is de positie van sekswerkers zelf, waar we het overhebben gehad. Denk aan de stigmatisering en hun positie. Ik ben het eensmet wat de heer Bikkers aangaf, namelijk dat we moeten bekijken hoe wedie positie kunnen verbeteren.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie verder geen interrupties, dus ik geef u graag het voorzitterschapweer terug.Voorzitter: BelhirchDe voorzitter:Dank u wel. Dan is nu de tweede termijn van het kabinet aangebroken. Ikstel voor om vijf minuten te schorsen. Heeft u daar voldoende aan,Minister? Is het niet nodig? Dan geef ik u meteen het woord.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Ook in de tweede termijn voornamelijk een hoopaanmoedigingen voor het vervolg. Die neem ik dan ook ter harte. Daarhoef ik verder niet op te reageren. Ik denk dat het alleen maar goed is datu de urgentie uit over een aantal zaken, of dat nu gaat over de wijze vaninvulling van de coördinatie of de spoed met betrekking tot nu eindelijkdie leeftijdsverhoging doorvoeren. Ik kan u zeggen dat ik dat allemaal aanboord neem en dat ik daarmee verderga. Dat geldt ook voor hetwetsvoorstel waar we mee gaan komen voor de verhoging van dieleeftijd. Ook daar gaan we nog even goed kijken naar het coalitieakkoord,naar hoe het daarin precies staat verwoord en hoe we dat nu menen tegaan doen. Het wetsvoorstel waarmee ik kom, zal in elk geval uitgebreidonderbouwd zijn in zijn vorm en de keuzes die we daarin maken.Tegen mevrouw Faber zeg ik: ja, een klant mag 16 jaar zijn, maar eensekswerker niet. Dat is het onderscheid hierin. Je bent op je 16de seksueelmeerderjarig en mag dus ook vrijwillig seksuele contacten hebben. Daarvalt dus het klant zijn van een prostituee onder. Nogmaals, ik leg u de wetuit. Ik heb daar verder helemaal geen oordelen over.Dan waar het gaat om een pooier laten betalen vanuit de winst die hijheeft gehad. Dat kan al. In rechtszaken die worden gevoerd, kan algekeken worden naar een inschatting van hoeveel klanten er zijn geweest,wat het heeft opgeleverd en wat iemand daarmee verdiend moet hebben.Dat kan dan aan het slachtoffer worden toegewezen als reparatiebetalingdoor de dader. Dus die mogelijkheid is er voor die slachtoffers.Ik kijk nog even naar HEIT. Ik snap wat u bedoelt. Tegelijkertijd verhoudtdat zich niet tot ons systeem. Ik kan gemeenten dus niet dwingen om eenHEIT in te richten om al die instanties bij elkaar te roepen. Datzelfde geldtvoor het dwingend maken van een leidraad, zoals even gesuggereerdwerd door een van u. Zo werkt ons bestel niet, maar we hebben wel eenheel goed werkend bestel. Dat betekent dat daar waar dingen werken endaar waar je dat aanreikt aan gemeenten met het verzoek om daar ietsmee te doen, dat eigenlijk altijd wordt opgepakt. Tenzij het helemaal nietvan toepassing is.Mevrouw Faber (PVV):Even een korte vraag over het halen van de opbrengsten bij de pooiervoor het slachtoffer. Wordt dat standaard gedaan? Wordt dat altijdgevoegd of moet dat echt speciaal gevraagd worden? Eigenlijk is mijnvraag of het makkelijk is om dat te voegen in de strafrechtszaak.Minister Van Weel:Eigenlijk is dit standaardpraktijk daar waar het gaat om rechtszaken overseksuele uitbuiting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26437 De voorzitter:Dan zijn we nu bij het einde van dit debat. Ik ga nog heel even samen-vatten wat de toezeggingen zijn. Er is een tweeminutendebat aangevraagddoor het lid Faber. Dan de toezeggingen.−De Minister van Justitie en Veiligheid informeert de Kamer na dezomer over het tijdpad van het wetsvoorstel inzake de verhoging vande minimumleeftijd voor sekswerkers.−De Minister van Justitie en Veiligheid zal de Kamer voor de zomerinformeren over de invulling van de governance inzake mensenhandel,onder meer naar aanleiding van rapporten van de Nationaal Rappor-teur Mensenhandel en het WODC.−Het WODC-onderzoek over de Nederlandse porno-industrie komt in hetnajaar van 2026 naar de Kamer.−De Minister van Justitie en Veiligheid geleidt de vragen over mensen-smokkel door naar de Minister van Asiel en Migratie met het oog op debrief die over dit thema reeds is toegezegd.−De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport komt eind 2026 methet ontwerp van de uitwerking van het opvanglandschap.En dan zie ik een toevoeging van de Minister van Justitie en Veiligheid.Minister Van Weel:Geen toevoeging, maar één opmerking bij het WODC-rapport rondom deporno-industrie. Ja, dat verwacht ik inderdaad dit najaar, maar ik kan hetWODC niet dwingen om dat op te leveren. Mijn verwachting is dat het ditnajaar aan uw Kamer kan worden gezonden.De voorzitter:Dat is helder. Dan sluit ik hierbij de vergadering en dank ik u allen zeer.Sluiting 13.26 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 26438
Gerelateerde bronnen
- Mensenhandel en prostitutie
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 20 mei 2026, over Mensenhandel en prostitutie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.