Hoofdlijnenbrief wetsvoorstel stagevergoedingen en kwaliteit stages mbo, hbo, wo
Brontekst
Versie 67fac79b51c6ac79 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 524Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie31 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 710 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026AanleidingIn januari 2026 heeft uw Kamer een verkenning ontvangen naar demogelijkheden van een wettelijk verplichte stagevergoeding voorstudenten in het mbo, hbo en wo. Conform de motie Klaver informeer ikuw Kamer hierbij voor de zomer over de contouren van een wetsvoorstelwaarin een stagevergoeding voor studenten wordt verplicht.1 Ook in hetcoalitieakkoord is afgesproken dat een stagevergoeding wettelijk wordtverplicht en uw Kamer heeft dit de regering ook verzocht met de motieBeckerman.2 Het ontvangen van een stagevergoeding is wat mij betreftonderdeel van een breder pakket om de stage als leermiddel teversterken.LeeswijzerIn deze brief beschrijf ik eerst mijn keuze om een recht op stagever-goeding nader uit te werken in een wetsvoorstel. Vervolgens ga ik in opde probleemstelling en het doel van het beoogde wetsvoorstel. Daarnabeschrijf ik de inrichting en reikwijdte van het wetsvoorstel. Tot slotbeschrijf ik de naleving, de monitoring en evaluatie en de planning vanhet wetsvoorstel.Wettelijk recht op stagevergoedingIn een tijd van structurele krapte op de arbeidsmarkt is een optimaleaansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt noodzakelijk. Studenten dieeen kwalitatief goede stage lopen zijn beter voorbereid op de arbeids-1Kamerstukken II 2025–26, 36 800 IX, nr.15 en de toezegging tijdens het commissiedebat MBOTZ202510-1282Kamerstukken II 2025/26, 31 524, nr. 686 kst-31524-710ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 7101 markt. Het is mijn ambitie dat alle studenten in de toekomst een stagever-goeding ontvangen en dat de kwaliteit van stages verbetert. Ik kies ervoorom het recht op een stagevergoeding wettelijk te verankeren zonder eenwettelijk minimumbedrag voor te schrijven. In de wet leg ik wel demogelijkheid vast om dit later alsnog te doen wanneer vrijwilligesectorafspraken onvoldoende resultaat opleveren.Met deze keuze verplicht ik dát iedere student een stagevergoedingontvangt, terwijl de hoogte van de vergoeding op sector of bedrijfsniveauwordt bepaald. Het recht op stagevergoeding fungeert daarnaast alskatalysator voor het maken van sectorale afspraken over de hoogte van devergoeding. Hieraan is waardevol dat sectoren kunnen differentiëren in dewijze waarop ze stagiairs financieel waarderen op een manier die aansluitbij de aard en omstandigheden in de sector. Het past bij de Nederlandsetraditie waarin sociale partners door intensief overleg samen tot gedragenafspraken komen. In het Stagepact mbo is het uitgangspunt afgesprokendat de in de cao’s gemaakte afspraken over vergoedingen gelijk zijn voormbo-, hbo- en wo-studenten. De sectoren wil ik oproepen om dat teblijven doen, om zo bij te dragen aan de gelijkwaardige behandeling vanalle studenten in Nederland. De stijging van cao-afspraken over stagever-goedingen, van 10% in 2023 naar 24% van de cao’s in 2025, bevestigt datdeze beweging al gaande is.3 Ik wil dit bevorderen en deze beweging nietdoorkruisen door direct een generiek minimumbedrag in te voeren. Deafweging om geen minimumbedrag op te nemen maak ik ook omdat eenwettelijk verplichte stagevergoeding met minimumbedrag mogelijkresulteert in een afname aan stageplekken voor studenten. Dit kanbetekenen dat sommige sectoren stoppen met het aanbieden vanstageplekken. Het is vooraf niet in te schatten in hoeverre dit effect zichvoordoet en hoe groot het effect zal zijn, zoals beschreven is in deambtelijke verkenning en in eerder onderzoek.4 Deze signalen heb ik zelfook veelvuldig ontvangen vanuit het veld. Dit risico geldt in het bijzondervoor bepaalde sectoren, bij kleine bedrijven en in het bijzondermbo-studenten van de entree-opleiding en mbo-2. Ik zal daarom destagetekorten en het effect van het wetsvoorstel blijven monitoren. Eenfonds of een subsidieregeling, zoals verzocht door uw Kamer, zie ik nietals passende oplossing omdat er een groot risico is op onbedoeld gebruiken lastig is af te bakenen.5 Ik vind het van essentieel belang dat stagesvoor studenten ook in de toekomst breed beschikbaar blijven en datstudenten een stagevergoeding ontvangen. Dit is wat mij betreft eengezamenlijke opgave voor overheid, onderwijs en stagebedrijven en ikblijf hierover met werkgeversorganisaties en onderwijskoepels in gesprek.Het besluit om een recht op stagevergoeding wettelijk te verankeren wil ikniet geïsoleerd nemen, er spelen ook andere uitdagingen rondom stagesin het vervolgonderwijs. Het recht op stagevergoeding maakt onderdeeluit van een bredere aanpak ter versterking van de stage als leermiddel,waarin ik ook de kwaliteit van stages beter wil borgen in wetgeving.Probleemstelling en doel wetsvoorstelDe concrete aanleiding voor dit wetsvoorstel is het ontbreken van eenstagevergoeding voor grote groepen studenten, vooral in het mbo. Veelstudenten ervaren daardoor een gebrek aan financiële waardering. Datkan invloed hebben op hun motivatie en uiteindelijk op de leerervaringtijdens de stage. Ook zijn er in de samenleving veel geluiden dat stagiairs3SZW (2025). Stagevergoedingen in cao’s 2025. https://cao.minszw.nl/mozard/toon/stagevergoedingen4Dialogic (2024). Verkennend Onderzoek Minimumstagevergoeding5Kamerstukken II, 2025–2026 31 288, nr. 1231 p. 17–19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 7102 een vergoeding zouden moeten krijgen voor hun inzet, bijvoorbeeldomdat studenten tijdens hun stage veel uren maken en daardoor niet ofminder kunnen bijverdienen. Ondanks dat sociale partners in toenemendemate afspraken maken over stagevergoedingen, blijft de daadwerkelijkeuitbetaling in bepaalde sectoren nog achter en steeg het aantalmbo-studenten dat een stagevergoeding ontvangt nog nauwelijks.6 Hetontbreken van een stagevergoeding voor grote groepen studenten isurgent en verdient een wettelijke oplossing.Tegelijkertijd staat de kwaliteit van stages breder onder druk. Deproblemen die spelen rondom stages zijn meervoudig en werken opelkaar in. Er is niet één aanwijsbare oorzaak en evenmin één oplossing.Naast het gebrek aan financiële waardering identificeer ik nog drie andereproblemen.In de eerste plaats zijn er onduidelijkheden over de definitie en het doelvan een stage. Bij studenten, stagebedrijven en onderwijsinstellingenbestaat niet altijd een gedeeld, helder beeld over het doel van de stage.Zowel stagebedrijven als studenten hebben soms verwachtingen dieeerder passen bij een reguliere arbeidsrelatie. Dit onduidelijke onder-scheid tussen stage en werk vormt een risico voor studenten, maar hetbrengt ook onzekerheid voor stagebedrijven rondom oneigenlijke inzetvan stagiairs. Ten tweede fungeert de stage nu niet altijd optimaal alsleermiddel door een gebrek aan goede begeleiding, bijvoorbeeld vanwegeonvoldoende capaciteit of onduidelijke afspraken.7 De tevredenheid vanstudenten in het mbo over stagebegeleiding door de onderwijsinstelling iste laag. Dat geldt ook voor studenten in het hbo en wo, zo concludeerdeInspectie van het Onderwijs (hierna: Onderwijsinspectie). Een aanzienlijkdeel van de studenten (31%) gaf de begeleiding door de onderwijs-instelling een onvoldoende.8 Verder voelt een groot deel van de studentenin het hbo (56%) en wo (47%) zich niet goed voorbereid op de stage.9 DeOnderwijsraad adviseerde de overheid, instellingen en stagebedrijven omlandelijke afspraken te maken over kwaliteit, de begeleiding van studententijdens hun stage en over de aansluiting van de stage op de fase in deopleiding en de leerdoelen van de student.10 Ten derde bestaat erongelijke toegang tot een kwalitatief goede stage. De financiële draag-kracht van studenten bepaalt mede welke stages ze kunnen kiezen. Ookstagediscriminatie is nog altijd een probleem. Ik kies daarom voorwetgeving met enerzijds als doel de (financiële) waardering van stagiairsen anderzijds als doel het verbeteren van de kwaliteit van de stage.Wetsvoorstel als speerpunt bredere aanpakDe afgelopen jaren is op verschillende manieren ingezet om bovenge-noemde problemen aan te pakken. In het mbo zijn via het Stagepact mbo(2023–2027) bestuurlijke afspraken gemaakt over een passende stagever-goeding voor studenten, betere begeleiding, het tegengaan van stagedis-criminatie en voldoende stageplekken. Uit de tussentijdse evaluatie blijkt6Uit de nieuwste cijfers van het CBS blijkt dat in maart 2025 43% van de mbo-studenten met eenstage een stagevergoeding ontvangt ten opzichte van 42% in maart 2024. Stages en banen vanstudenten in het mbo en ho op detailniveau, 2023/»24 | CBS, voor het hbo en wo zijn dezelfdecijfers niet beschikbaar via het CBS. Uit eerder enquêteonderzoek van ResearchNed (2023)bleek dat 75% van studenten in het hbo met een stage een vergoeding ontving. Voor het wowas dit 65% van de studenten met een verplichte stage en 91% van de studenten met eenfacultatieve stage.7Onderwijsraad Een Klemmend beroep (2024), p.12. Inspectie van het onderwijs, De staat vanhet Onderwijs (2023), p162.8Inspectie van het onderwijs, De staat van het onderwijs (2023), p.162.9Researchned Stages in het hoger onderwijs (2024), p.17.10Onderwijsraad, Een klemmend beroep (2024), p.7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 7103 dat de voortgang zorgelijk is.11 Ook in het hbo en wo zijn stappen gezet.Werkgevers en de Vereniging Hogescholen sloten een nieuwe StagecodeHBO (2025) af.12 De universiteiten spraken af om een model-stageovereenkomst te gebruiken. Daarnaast wordt er samen metinstellingen, studenten en werkgevers gewerkt aan het tegengaan vanstagediscriminatie in het hbo en wo.13 Ondanks de inzet van onder anderede stagebedrijven en de onderwijsinstellingen heeft het huidige beleidnog onvoldoende geleid tot verbetering. Ik wil dit versnellen door hetrecht op stagevergoeding wettelijk te verankeren en de randvoorwaardenvoor de kwaliteit van stages duidelijk te borgen in onderwijswetgeving.Om ervoor te zorgen dat alle stagiairs een stagevergoeding ontvangen ende kwaliteit van stages in het vervolgonderwijs te verbeteren is een bredeaanpak nodig bestaande uit een combinatie van beleidsinstrumentenwaaronder wetgeving. Parallel aan het wetsvoorstel ben ik voornemensom het gesprek te voeren met werkgevers over het aanbod van stage-plekken daar waar we tekorten zien oplopen, en om in te zetten oponderzoek en monitoring in combinatie met een gedragsgerichte aanpakom naleving van de wet te versterken. Mijn inzet sluit aan bij de EuropeseRaadsaanbeveling uit 2024 die beoogt de kwaliteit van stages binnen deEU te verbeteren.14Inrichting wetsvoorstelMet het wetsvoorstel wil ik de stage als leermiddel versterken door hetonderscheid tussen stage en werk te accentueren. Het verbeteren van dekwaliteit van stages raakt namelijk direct aan mijn verantwoordelijkheid. Ikkies er daarom voor om wettelijke bepalingen over stages op te nemen inde onderwijswetgeving. Daarmee volg ik de conclusies van de ambtelijkeverkenning naar het wettelijk verplichten van een stagevergoeding.15Financiële waardering van de stagiairHet hoofddoel van het introduceren van een verplichte stagevergoeding ishet uiten van waardering aan stagiairs. In tijden van arbeidsmarktkrapte ishet bovendien een effectief instrument voor stagebedrijven om stagiairste binden aan de sector en aan het bedrijf zelf. Een stagevergoedingdraagt verder bij aan het vergroten van kansengelijkheid in de toegang totstages en verbetert de inkomenspositie van studenten. Zoals aangegevenkies ik ervoor om een recht op stagevergoeding in onderwijswetgeving opte nemen.De stage nader omschreven: leren centraalHet is belangrijk om in wetgeving duidelijk te maken wat een stageprecies is. In de huidige onderwijswetgeving ontbreekt een eenduidigedefinitie. Daarbij zijn er verschillen tussen wetgeving in het mbo (WEB) enin het hbo en wo (WHW). Ik ben voornemens om de stage in onderwijs-wetgeving nader te definiëren aan de hand van de principes die voormaligMinister Asscher heeft geformuleerd op basis van jurisprudentie omonderscheid te maken tussen de arbeidsovereenkomst en de stageover-eenkomst.16 In deze definitie wordt het leren tijdens de stage centraal11Kamerbrief over voortgang Werkagenda mbo en Stagepact mbo (2025). Open overheid12In navolging op eerdere stagecodes uit 2006 en 199613Manifest tegen stagediscriminatie hoger onderwijs14https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52024DC0133&qid=171146082789215Kamerstukken II, 2025–2026 31 288, nr. 1231, p22.162013Z18931Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 7104 gesteld en het onderscheid tussen stagiair en werknemer verduidelijkt.17De verwachting is dat dit enigszins zal bijdragen aan het verminderen vande rechtsonzekerheid die nu zowel studenten als stagebedrijven treft.Begeleiding tijdens de stageOm te zorgen voor een stage waarin het leren centraal staat, is debegeleiding essentieel. Begeleiding vanuit het stagebedrijf in de praktijkzelf, maar ook vanuit de onderwijsinstelling.18 Kwalitatief goede stagesvereisen betrokkenheid van de onderwijsinstelling. De stage moet passenbij de fase van de opleiding en de leerdoelen van de student.19 Daarbij ishet belangrijk dat de begeleiding van de student gericht is op het behalenvan de leerdoelen en dat er contact is tussen student, stagebedrijf enonderwijsinstelling over de voorbereiding op de stage, de te behalenleerdoelen, de voortgang en de evaluatie. In het wetsvoorstel werk iknader uit hoe en op welke wijze de begeleiding versterkt kan worden,hierbij houd ik oog voor de context van het mbo, hbo en wo.De stageovereenkomst als gezamenlijk kaderVoorwaarde voor een kwalitatief goede stage is een goede samenwerkingtussen onderwijsinstelling, stagebedrijf en student.20 In navolging van deal bestaande verplichting in het mbo ben ik van plan om in het hbo en woeen tripartiete stageovereenkomst (tussen onderwijsinstelling, stagebe-drijf en student) te verplichten voor stages die in het kader van deopleiding worden gelopen.21 In het hbo en wo is het overeenkomen vaneen stageovereenkomst al wel gebruikelijk, maar niet wettelijk verplicht.22In de wet wil ik minimale eisen opnemen die in de stageovereenkomstmoeten terugkomen. In de stageovereenkomst dienen afspraken teworden opgenomen over het doel van de stage en over de begeleidingvan studenten door de onderwijsinstelling en het stagebedrijf. Dat biedtstudenten meer houvast. In de stageovereenkomst wordt ook een recht opstagevergoeding opgenomen. Het is belangrijk dat de student actiefbetrokken wordt bij het afsluiten van de overeenkomst en dat partijen deafspraken uit de overeenkomst goed met elkaar bespreken. Dat gesprekbevordert de voorbereiding van de student op de stage, en versterkt hetgevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De onderwijskoepels enstudentenorganisaties ISO en CNV jongeren hebben eerder al modelover-eenkomsten ontwikkeld die nuttig kunnen zijn als referentiekader.23Uit recent onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat wat er wordtvastgelegd in stageovereenkomsten nog sterk verschilt tussen oplei-dingen en instellingen. Dat is een gemiste kans, want een stageovereen-komst is een instrument om de dialoog over de kwaliteit van de stage en17Aandachtspunt hierbij is dat er momenteel in de Europese Raad onderhandelingen lopen oerde Richtlijn traineeships en de Raadsaanbeveling betreffende een versterkt kwaliteitskadervoor stages. Onderdeel van de lopende onderhandelingen is onder andere of er in de richtlijneen definitie van trainee ofwel stagiair opgenomen moet worden. Dit kan gevolgen hebbenvoor de definitie in Nederlandse wetgeving.18Slechts 37% van de bol-studenten is tevreden over de stagebegeleiding van de school. SEO,Goed op weg met de werkagenda en het Stagepact? Najaarsrapportage 2025 Werkagenda enStagepact (2025), p. 3619Onderwijsraad (2024) Een klemmend beroep, p.7.20Mulder, werkplekleren (2023)21In het mbo is wettelijk bepaald dat de stage wordt verzorgd op grondslag van een tripartieteovereenkomst, waarin de rechten en plichten van de onderwijsinstelling, student en hetstagebedrijf staan. Artikel 7.2.8, tweede lid, WEB.22Bij duale opleidingen vindt beroepsuitoefening wel verplicht plaats op basis van eenovereenkomst tussen de instelling, student en het bedrijf (art. 7.7, vijfde lid WHW)23https://www.cnv.nl/jongeren/leren/stageovereenkomst/#voorbeeldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 7105 daarmee de opleiding te ondersteunen en om problemen te voorkomen.24Tegelijkertijd wil ik niet alles tot in detail voorschrijven en ruimte biedenvoor de betrokken partijen om passende afspraken te maken die zijntoegesneden op de sector en context van de opleiding. In overleg metonderwijskoepels en werkgevers besteed ik ook nadrukkelijk aandacht aanhet voorkomen van onnodige administratieve lasten.Reikwijdte wetsvoorstelMijn aanpak richt zich op het verbeteren van de stage als onderwijsvorm.Het wetsvoorstel heeft betrekking op stages die gelopen worden binnenhet vervolgonderwijs, die verplicht of onderdeel zijn van het curriculumvan een opleiding. Voor het mbo gaat het om stages die vanuit de Weteducatie en beroepsonderwijs (hierna: WEB) verplicht onderdeel zijn vande beroepsopleiding. Daarnaast zijn er in het mbo ook studenten van deberoepsbegeleidende leerweg (bbl); zij werken veelal op basis van eenarbeidsovereenkomst en ontvangen loon (97% van de bbl-studenten25).Wanneer bbl-studenten een leerbaan met arbeidsovereenkomst hebbenen hiervoor loon ontvangen komen ze niet in aanmerking voor eenstagevergoeding. De kleine groep die geen arbeidsovereenkomst heeft,zal wel onder de reikwijdte van het wetsvoorstel vallen en recht op eenstagevergoeding hebben.In het hbo en wo zijn stages niet altijd verplicht. Mijn aanpak richt zich indeze sectoren dan ook op stages die onderdeel zijn van het curriculum enopgenomen zijn in de onderwijs en examenregeling (OER). Ook in hetvoortgezet onderwijs lopen leerlingen soms stage. Voor een beperktegroep leerlingen zijn dat stages die vergelijkbaar zijn met het mbo en eenverplicht onderdeel van het landelijke curriculum, inclusief wettelijkekwaliteitseisen. Uitgangspunt voor mij is dat deze stages ook onder hetrecht op stagevergoeding gaan vallen. Bij de uitwerking van hetwetsvoorstel ga ik hier nader op in.Uitzondering korte stagesStudenten lopen soms kortdurende stages van enkele weken met eenoriënterend karakter op de beroepspraktijk, ook wel snuffelstages oforiëntatiestages genoemd. Om stagebedrijven tegemoet te komen, wil ikbij korte stages het recht op stagevergoeding niet van toepassing latenzijn. Dit beperkt hun administratieve lasten. Ik vind het niet proportioneelom ook voor dit soort stages een vergoeding te verplichten. In hetwetsvoorstel werk ik uit welke duur gepast is voor deze korte stages vanenkele weken. Voor stages die deel uitmaken van het curriculum van eenoriëntatieprogramma in het mbo kan eveneens een verplichte vergoedinggelden, mits de stage van voldoende duur is.26Caribisch NederlandMijn aanpak en wetsvoorstel zijn ook gericht op stages voor studenten inde openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden).Dit op basis van het uitgangspunt van comply or explain. Veel stagebe-drijven op de BES-eilanden bestaan uit kleine ondernemingen eneenmanszaken. Voor hen zullen de financiële consequenties lastigdraagbaar zijn en is er de kans dat deze stagebedrijven kiezen voor een24Inspectie van het Onderwijs (2026) De zorg voor goede stages Hoe borgen zorgopleidingen inhet bekostigd hoger onderwijs de kwaliteit van stages?, p.16.25Stages en banen van studenten in het mbo en ho op detailniveau, 2023/»24 | CBS,26Sinds 1 augustus 2024 kunnen mbo-instellingen conform de «Beleidsregel oriëntatiepro-gramma mbo» oriëntatieprogramma’s aanbieden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 7106 zeer lage stagevergoeding. Tegelijkertijd hebben ook studenten van deBES-eilanden recht op een stagevergoeding. Ik ben voornemens om ditmet extra aandacht te monitoren.Stages in het buitenlandHet wettelijk recht op stagevergoeding is niet van toepassing op stagesdie Nederlandse studenten lopen in het buitenland en de autonomelanden binnen het Koninkrijk der Nederlanden (Curaçao, Aruba enSint-Maarten). De Nederlandse onderwijswetgeving geldt namelijk alleenin Europees Nederland en in de openbare lichamen Bonaire, SintEustatius en Saba. Het is wel mogelijk dat betrokken partijen vrijwillig eenstagevergoeding afspreken voor een buitenlandse stage. De afdwing-baarheid van die afspraken is echter afhankelijk van het toepasselijke(mogelijk buitenlandse) recht en daarmee geen gegeven.Versterken van naleving wetsvoorstelTer versterking van de impact van mijn wetsvoorstel zet ik actief in op hetbevorderen van gedragsverandering van stagebedrijven, onderwijs-instellingen en studenten. Deze aanpak is aanvullend op de bestaande rolvan de toezichthouders – de Onderwijsinspectie op het gebied vanonderwijswetgeving en de Arbeidsinspectie op het gebied van arbeids-wetgeving – en van de civiele rechter. Hierbij maak ik de keuze om denaleving van het recht op stagevergoedingen te bevorderen met debeschikbare middelen en voor dit onderdeel geen nieuwe of bestaandetoezichthouder aan te wijzen.De Onderwijsinspectie houdt signaalgericht toezicht in het hbo en wo enrisicogericht toezicht in het mbo op de naleving van onderwijswetgeving.Wanneer voor het hbo en wo ook een stageovereenkomst wordt verplicht,kan de Onderwijsinspectie signaalgericht toezicht houden op de aanwe-zigheid hiervan. Dit aangezien de onderwijsinstelling onderdeel is van deovereenkomst. Voor het mbo heeft de Onderwijsinspectie dezemogelijkheid al. De Onderwijsinspectie kan niet toezien op naleving vande stageovereenkomst door het stagebedrijf. Wel kan de Onderwijsin-spectie onderzoek uitvoeren naar de wijze waarop onderwijsinstellingenuitvoering geven aan de wet.In het hbo en wo borgen opleidingen de kwaliteit van stages zelf, alsonderdeel van het bredere stelsel van kwaliteitszorg waarbij de beoor-deling van opleidingen plaatsvindt door vakgenoten via visitatiepanels. DeOnderwijsinspectie concludeerde onlangs dat er ruimte is voor verbe-tering in het gesprek over de kwaliteit van stages tussen instellingen(intern en extern) en vakgenoten.27 Ik sluit me daar bij aan. De verplichtestageovereenkomst biedt hiervoor een concreet aangrijpingspunt. Om dedialoog over de kwaliteit van stages in het hbo en wo te bevorderen heeftde Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (hierna: NVAO) een gidsontwikkeld die visitatiecommissies kunnen gebruiken in de beoordelingvan vormen van werkplekleren, zoals stages.28 De NVAO heeft aange-kondigd om de genoemde gids te vernieuwen. Ik verwelkom dit initiatiefals een waardevolle aanvulling op mijn beleid.27Inspectie van het Onderwijs (2026) De zorg voor goede stages Hoe borgen zorgopleidingen inhet bekostigd hoger onderwijs de kwaliteit van stages?, p.24.28NVAO (2022). Onderweg naar kwaliteitsvol werkplekleren in het hoger onderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 7107 Uitbetaling stagevergoedingenDe Onderwijsinspectie kan geen toezicht houden op de uitbetaling van destagevergoeding door het stagebedrijf. Ook de Arbeidsinspectie heefthierin geen rol. De Arbeidsinspectie houdt toezicht op basis van arbeids-wetgeving en beoordeelt aan de hand van feiten en omstandigheden of ersprake is van een arbeidsrelatie volgens het arbeidsrecht. Wanneer ersprake is van oneigenlijke inzet van stagiairs, hebben stagiairs recht ophet minimumloon.Een student kan zelf naar de civiele rechter wanneer er sprake is van eengeschil met het stagebedrijf of wanneer een uitbetaling van de vergoedinguitblijft. Dit kan een student ook na afloop van de stage doen. Tegelij-kertijd is de drempel om naar de civiele rechter te stappen voor studentenhoog, bijvoorbeeld omdat de student ook afhankelijk is van het stagebe-drijf voor een goede beoordeling en in veel gevallen de stage met succesmoet worden afgerond voor het vervolg van de opleiding.29 Inafstemming met studentenorganisaties, onderwijskoepels en stagebe-drijven ontwikkel ik aanvullend beleid gericht op gedragsverandering. Tedenken valt aan communicatie en handreikingen voor stagiairs, zodat zeweten waar ze recht op hebben en handvatten hebben om hun recht tehalen. Of passende communicatie richting stagebedrijven over deverplichting die ze hebben.Monitoring en evaluatieMet mijn aanpak verwacht ik dat alle studenten een stagevergoeding gaanontvangen en dat de kwaliteit van stages in de toekomst toeneemt. Het ishierbij van essentieel belang om de voortgang van deze aanpak temonitoren in de komende jaren. Mijn intentie is om de monitoring naarafspraken in cao’s en naar betaalde stagevergoedingen in gepaste vormvoort te zetten. Dit biedt waardevolle inzichten in de voortgang opstagevergoedingen. Ook ben ik van plan om de ervaring van stagiairs inhet hbo en wo beter te monitoren via de Studentenmonitor, zoals dat inhet mbo gebeurt met de JOB-monitor.30 Daarnaast wordt in de wet eenevaluatiebepaling opgenomen, om de doeltreffendheid van de wet teevalueren. Het uitvoeren van een invoeringstoets wordt een onderdeelvan het monitoren van de gevolgen het wetsvoorstel.Dat er in de toekomst goed geschoolde arbeidskrachten voorhanden zijnop de Nederlandse arbeidsmarkt is een gedeelde verantwoordelijkheidvan de overheid, onderwijs en van werkgevers. Het kabinet werkt samenmet onder andere werkgevers en onderwijsinstellingen aan een kabinets-brede talentstrategie. Ik vind het in dat kader belangrijk dat sectoren enwerkgevers naar de toekomst kijken en goede afspraken kunnen makenover de hoogte van de stagevergoeding en voldoende stageplaatsenaanbieden. Hierover zal ik ook met werkgevers het gesprek voeren. Ik benvoornemens om de impact van mijn wetsvoorstel op het aanbod vanstageplaatsen goed te monitoren. Het aanscherpen van kwaliteitseisensamen met een verplichte stagevergoeding leidt mogelijk ook tot eenafname van het aanbod van stages die kwalitatief ondermaats zijn. Dat zieik als een positief neveneffect. Daarnaast wordt ook het tekort aanstageplaatsen in bepaalde sectoren mede bepaald door economischeconjunctuur en de beschikbare begeleidingscapaciteit.29Voor studenten (met een laag inkomen) biedt bijvoorbeeld het juridisch loket mogelijkhedenvoor juridisch advies.30https://www.studentenmonitor.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 7108 Planning en realisatieReeds ingezet beleid en de bestaande afspraken moeten elkaar versterkenen aanvullen. Met bijvoorbeeld het Stagepact mbo blijven de partijeninzetten op de doelstellingen uit het pact zoals het verbeteren van destagebegeleiding en het tegengaan van stagediscriminatie gedurende delooptijd tot eind 2027. Hierna kijk ik samen met het veld naar een vervolgen hoe dit zo goed mogelijk aansluit bij het wetsvoorstel. Dit geldteveneens voor het Manifest tegen Stagediscriminatie dat in het hbo en wois opgesteld en tot 1 januari 2027 loopt. Met partners van het Stagepactwerk ik aan de uitvoering van een aantal aanvullende acties omvooruitgang te gaan boeken.31 Met bijgevoegde bijlage deel ik met uwKamer een samenvatting van deze aanvullende acties.Uw Kamer heeft via de motie Tseggai verzocht om spoedig te starten methet wetgevingstraject, met deze brief geef ik uitvoering aan de motie.32Graag ga ik zo snel mogelijk na het zomerreces met uw Kamer in gesprekover mijn voorgestelde bredere aanpak, zodat ik uw inbreng mee kannemen bij de verdere uitwerking van mijn wetsvoorstel. Het wetsvoorstelverwacht ik vervolgens voor de zomer van 2027 in internetconsultatie aante bieden. Bij de verdere uitwerking wil ik graag samen optrekken met destudenten- en jongerenorganisaties, de onderwijskoepels en werkgevers-organisaties die de stagebedrijven vertegenwoordigen.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. Letschert31Idem32Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 98Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 7109
Gerelateerde bronnen
- De minister zal voor de zomer van 2026 de contouren voor het invoeren van verplichte stagevergoeding voor (mbo)-studenten aan de Kamer doen toekomen.
De minister zal voor de zomer van 2026 de contouren voor het invoeren van verplichte stagevergoeding voor (mbo)-studenten aan de Kamer doen toekomen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.