KamerkringInloggen
Kamerstuk

Voortzetting van de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Wet werken naar vermogen) (33161)

18 apr 2012 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cdebf4e83f279ee8 · officiële bron

Tweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-325Wet werken naar vermogenAan de orde is de voortzetting van de behandeling van:-het wetsvoorstel Wijziging van de Wet werk en bij-stand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk enarbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige an-dere wetten gericht op bevordering deelname aan de ar-beidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en har-monisatie van deze regelingen (Invoeringswet Wet wer-ken naar vermogen) (33161),en van:-de motie-Hamer c.s. over 100 mln. aan structurele mid-delen voor de gemeenten (33161, nr. 47);-de motie-Hamer over de problematiek op de regionalearbeidsmarkt (33161, nr. 48);-de motie-Hamer over het compensatiebeginsel (33161,nr. 49);-de motie-Azmani/Dijkgraaf over een vrijwillige overstapvan de oude naar de nieuwe Wajong (33161, nr. 50);-de motie-Azmani/Sterk over een integrale benaderingvan de participatieproblemen (33161, nr. 51);-de motie-Azmani/Sterk over een pilot met een integraal"keukentafelgesprek" (33161, nr. 52);-de motie-Ortega-Martijn over een uniforme definitievan het begrip "loonwaarde" (33161, nr. 53);-de motie-Ortega-Martijn over vergoeding van de uit-voeringskosten (33161, nr. 54);-de motie-Ortega-Martijn over afspraken met de socialepartners (33161, nr. 55);-de motie-Ortega-Martijn over het macrobudget (33161,nr. 56);-de motie-Ortega-Martijn over ondersteuning van niet-uitkeringsgerechtigden (33161, nr. 57);-de motie-Koşer Kaya over ontschotting van de financie-ring (33161,nr. 59);-de motie-Koşer Kaya over een participatiewet (33161,nr. 60);-de motie-Koşer Kaya over een sociale paragraaf in jaar-verslagen van bedrijven (33161, nr. 61);-de motie-De Jong/Azmani de wijze waarop gemeentenontheffing verlenen (33161, nr. 62);-de motie-De Jong c.s. over verdringing aan de onder-kant van de arbeidsmarkt (33161, nr. 63);-de motie-De Jong/Sterk een evaluatie na vier jaar(33161, nr. 64).De voorzitter:Wij vervolgen de termijn van de Kamer, en wel met de in-breng van de heer Klaver van de fractie van GroenLinks.Hij heeft gevraagd om 25 minuten te mogen spreken. Wijwensen hem daar veel succes mee.De algemene beraadslaging wordt hervat.De heer Klaver (GroenLinks):Voorzitter. We zijn al ruim een jaar bezig met stevige de-batten en ogenschijnlijk onoverbrugbare tegenstellingen.Na ruim een jaar gebrek aan draagvlak en losse eindjesen na een ruim achttien uur durende eerste termijn is hettijd om te oordelen over deze fundamentele wijziging inons socialezekerheidsstelsel. Met de samenvoeging vande WWB, de WSW, de Wajong en de WIJ is een omvang-rijke en ingewikkelde operatie gestart. De staatssecretarisheeft in zijn eerste termijn opgeroepen tot optimisme. Hijzoekt naar optimisme in deze Kamer en hij vraagt om eenmentaliteit van "het kan wel".Er is nooit iets zo vals aan hoop, maar er zijn onrea-listische verwachtingen en wensdenken. Het was de wetmet een veelbelovende titel, de wet die zich zou richtenop wat mensen nog wel kunnen, de wet die de mensenperspectief zou geven en mensen weer aan het werk zouhelpen. Deze wet blijkt echter niet veel meer te zijn danholle woorden. Achter de grote woorden hervorming envernieuwing gaat een bezuiniging van bijna 2 mld. schuil.Dan wordt duidelijk dat het kabinet zijn ogen op het geldheeft gericht in plaats van op de mensen. De staatssecre-taris en de coalitiepartners weten niet hoe vaak ze moe-ten benadrukken dat er nog 2,6 mld. overblijft aan re-inte-gratiebudget. Dit bedrag krijgt echter pas zeggingskrachtals je ziet wat ervan betaald moet worden. Voor het hartvan de wet, het naar werk begeleiden van mensen, blijftslechts 20% van het hele budget over. Dat geldt voor 95%van de doelgroep. Het gaat hier om bijna twee miljoenmensen. Een constatering waar ik stil van word. Een con-statering ook waarvoor dit kabinet en de coalitiepartnersal ruim een jaar weglopen.Deze wet besluit over het lot van ruim twee miljoenmensen, mensen die niet op hun verlanglijstje haddenstaan om afhankelijk te worden van een uitkering, men-sen die er niet voor hebben gekozen om geboren te wor-den met een afwijking en mensen die dolgraag zoudenwillen meedoen en zouden willen werken naar vermogen.Met de mooie titel van deze wet komen die mensen ech-ter niet veel verder. Het kabinet verzuimt zijn verantwoor-delijkheid te nemen en ervoor te zorgen dat mensen kun-nen meedoen in onze samenleving. Het verzuimt om diemensen de kans te geven om werkelijk te kunnen werkennaar vermogen.De boodschap van deze staatssecretaris aan ruim tweemiljoen mensen is dat er fors bezuinigd wordt op hunkansen om aan het werk te komen. We hebben het veelgehad over de beleidsvrijheid voor gemeenten, want ge-meenten moeten deze wet gaan uitvoeren en vormgeven.Ze zeggen bijna allemaal dat het wetsvoorstel onhaalbaaren onuitvoerbaar is, want de beleidsvrijheid die het ka-binet aan gemeenten zegt te geven, is een farce. Naasthet krappe financiële kader krijgen de gemeenten de ver-plichting om oude WSW'ers in de WSW te houden. Dat isbegrijpelijk, maar het is een verplichting die zwaar drukt,omdat daar niet de benodigde financiële middelen tegen-over staan. Gemeenten zullen straks 80% van het budgetaan deze verplichtingen moeten besteden. Dat gaat tenkoste van mensen die nu in de Wajong zitten, in de bij-stand, van niet-uitkeringsgerechtigden en natuurlijk vande nieuwe instroom.Het is een gemiste kans dat een fundamentele wijzi-ging als deze alleen van de grond kan komen als de uit-voerders de grootst mogelijke vrijheid hebben om bud-getten maximaal te kunnen inzetten voor maatwerk ommensen duurzaam naar werk te begeleiden. Daarom be-pleit GroenLinks experimenten voor een totale ontschot-ting van de Wwnv, ook in relatie tot de Wmo, de AWBZ ende jeugdzorg. Is deze staatssecretaris bereid, verregaan-de experimenten op dit terrein toe te laten? Mochten daarwettelijke belemmeringen in zitten, is hij dan bereid – netzoals we onlangs bij onderwijs hebben gedaan – om een KlaverTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-33experimenteerwet aan te kondigen, waardoor de benodig-de wettelijke ruimte wel ontstaat? Zal de Wet werken naarvermogen als die is aangenomen voor mensen met eenbeperking en afstand tot de arbeidsmarkt de positie opdiezelfde arbeidsmarkt ook verbeteren? Dat is voor mijnfractie de centrale vraag bij de beoordeling van deze wet.Positief is het dat de Wet werken naar vermogen deschotten tussen verschillende uitkeringen wil opheffen,maar de stap naar een betaalde baan blijft vooral wens-denken. In de wet staan te weinig voorstellen om werk-gevers te verleiden of te dwingen om werkplekken ter be-schikking te stellen voor mensen met een precaire positieop de arbeidsmarkt. Het kabinet vertrouwt op de werkingvan de markt en van het nieuwe instrument loondispen-satie. De werkgever betaalt daardoor immers alleen voorde productiviteit die daadwerkelijk wordt geleverd, zodater geen reden zou zijn om hen niet in dienst te nemen.Die verwachting zal niet uitkomen, zoals ook bleek uitde antwoorden van de aanwezige werkgevers bij de hoor-zitting van de Tweede Kamer. Zeker voor mensen met eenbeperking en met een beperkte loonwaarde is een vastebaan maar mondjesmaat bereikbaar. Werkgevers willenweliswaar mensen inhuren maar niet in vaste dienst. Zijzullen dat doen in de vorm van groepsdetachering. Ookloondispensatie is geen reden om iemand wel in dienstte nemen, eerder het tegenovergestelde, vanwege de bu-reaucratische rompslomp van dit instrument.Waar veel mensen uit de doelgroep van de Wet werkennaar vermogen in de praktijk wel een plek zullen vinden isin de uitdijende flexibele schil van arbeidsorganisaties: inde schoonmaak, de catering, maar ook in traditionele sec-toren, zoals de groenvoorziening. Werkzekerheid in dezeflexibele schil is juist voor deze outsiders op de arbeids-markt en in het bijzonder voor werkenden met een precai-re positie op die arbeidsmarkt een belangrijk vraagstuk.Want als werkgevers de werkzekerheid niet willen en/ofkunnen garanderen is het de vraag op welke manier dezemensen wel die zekerheid kan worden geboden en welketaak wij als overheid daarin hebben te vervullen.Door de Wet werken naar vermogen zullen deze men-sen geen sterkere positie op de arbeidsmarkt krijgen, in-tegendeel. De Wet werken naar vermogen zal ervoor zor-gen dat mensen met een kwetsbare positie op de arbeids-markt in de marge blijven hangen of verder marginalise-ren. Mijn angstbeeld is dat mensen in korte baantjes te-recht zullen komen; dat zij even op die arbeidsmarkt zit-ten en weer terug zullen vallen in een uitkering. Op de ar-beidsmarkt en weer terug, terwijl wij eigenlijk moeten zor-gen voor een carrousel op die arbeidsmarkt.Hoe zorg je ervoor dat kleine deeltijdbanen kunnenworden omgevormd tot één volwaardige baan? Hoe zorgje ervoor dat werkgevers verantwoordelijkheid nemenvoor de bemiddeling van werk naar werk? Dat geldt voorde hele arbeidsmarkt maar zeker voor deze doelgroep.Ik ben dus bang dat de mensen in deze positie nog ver-der marginaliseren, zeker omdat er op de kosten van be-geleiding, cruciaal bij het plaatsen van mensen met eenbeperking, fors wordt bezuinigd, zodat het voor werkge-vers nog minder interessant is. Zonder goede maatrege-len zullen werkgevers geen werkplekken voor deze groepbeschikbaar stellen. Vertrouwen op de werking van demarkt biedt hun geen banen, maar ook dwang in de vormvan een quotum alleen zal niet helpen.Hoe kunnen werkgevers worden geholpen bij het werkgeven naar vermogen? Wat is daarvoor nodig? Daaromkomt GroenLinks met de nota Werk geven naar vermo-gen. Daarin doen wij voorstellen om werkgevers te stimu-leren om mensen uit de sociale werkplaats, de Wajong,de WWB, aan het werk te helpen en mee te investeren inde werkzekerheid voor deze mensen. Via u, voorzitter, wilik deze nota graag aanbieden.De voorzitter:Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat ditstuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatie-punt van de Kamer.(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van deTweede Kamer der Staten-Generaal.)De heer Klaver (GroenLinks):Zoals ik zei, willen wij dus zorgen dat werkgevers gaanmee-investeren in de werkzekerheid voor de groep waar-over wij vandaag spreken. De transitie die wij willen reali-seren is het vormgeven van een inclusieve arbeidsmarkt,niet het realiseren van een nieuwe wet.Mevrouw Koşer Kaya (D66):Ik vind het op zichzelf een sympathiek idee en ik waardeerhet altijd dat collega's dit soort mooie dingen maken. Ikheb twee vragen. Dit is een privaat-publieke samenwer-king die heel goed kan gaan. Hoe ziet de financiering er-uit? Is het niet een soort werkbedrijf, dan wel een uitzend-branche? Kan de heer Klaver mij dat uitleggen?De heer Klaver (GroenLinks):In deze nota staan trouwens verschillende voorstellenom dit mogelijk te maken. Waar mevrouw Koşer Kaya opdoelt is het leerwerkbedrijf dat ik aangeef. Daarvan be-staan al heel goede voorbeelden. Er zijn leerwerkbedrij-ven die vakmensen opleiden. Ik vind dus eigenlijk dat wijervoor moeten zorgen dat wij die leerwerkbedrijven ookin de richting van de Wet werken naar vermogen latenontwikkelen. Mensen uit die doelgroep en met een be-perking kunnen zo in die leerwerkbedrijven worden opge-vangen. Het gaat daarbij inderdaad om een publiek-priva-te samenwerking. Er zitten elementen in van de bestaan-de leerwerkbedrijven. Er zitten ook elementen in van deuitzendorganisaties. Er zitten verder elementen in vande traditionele sociale werkplaatsen. Het grote verschilis echter dat hierbij sprake is van een publiek-private sa-menwerking. Hierbij wordt juist gezocht naar de "syner-gy" – ik weet geen mooier woord – tussen publiek en pri-vaat. Op deze manier kunnen wij zorgen voor werkzeker-heid voor deze mensen.Mevrouw Koşer Kaya (D66):Ik heb ook gevraagd hoe dit wordt gefinancierd.De heer Klaver (GroenLinks):Dat gebeurt op twee manieren. In de eerste plaats is ditte financieren uit de bestaande budgetten. Dit is namelijkéén manier om mensen aan werk te helpen en ik meendat dit de meest efficiënte manier is. Ik meen echter ookdat voor de opstart hiervan een extra impuls nodig is.Ik heb becijferd dat dit ongeveer 100 mln. moet kosten.Het bedrag is afhankelijk van de vraag op welke schaalje dit oppakt. Het geld dat nu in het transitiefonds voorde WSW zit, zouden wij daarvoor kunnen gebruiken. Datgeld zouden wij niet alleen moeten gebruiken om de SW- KlaverTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-34sector te hervormen, maar ook om ervoor te zorgen datgemeenten de taak die zij krijgen straks echt kunnen uit-voeren.Van werkgevers mag worden verwacht dat zij ook meewillen investeren in de samenleving waarvan zij deel uit-maken. Dat betekent ook dat enkele zaken van hen wor-den verwacht die te maken hebben met werkenden. Iknoem in de eerste plaats het oog hebben voor de moge-lijkheden van mensen. Het gaat om het ontwikkelen vanvakmanschap en het ontwikkelen van mensgerichte bege-leiding door operationeel leidinggevenden. Ik noem in detweede plaats het zoeken naar samenwerking met ande-re arbeidsorganisaties en met opleidingsinstituten in deregio of keten. Die samenwerking is nodig om de flexibe-le inzet van werkenden optimaal te organiseren met eenmaximale zekerheid. In de derde plaats noem ik het creë-ren of faciliteren van arbeidsplaatsen voor, en mogelijkhe-den tot doorscholen van mensen met een beperkt werk-vermogen.De huidige regeling voor sociaal werk fungeert voor-al als parkeerplaats van moeilijk plaatsbaren. Het positie-ve van de Wet werken naar vermogen is dat dit gegevenwordt doorbroken. Althans, ik hoop dat dit wordt door-broken. De Wet werken naar vermogen biedt echter geenextra mogelijkheden bovenop de mogelijkheden die desociale werkplaatsen al boden, met uitzondering van demogelijkheid om werkgevers een loon onder het mini-mumloon te laten betalen. Dat loon onder het minimum-loon wordt alleen voor mensen met een recht op bijstandaangevuld.Binnen de sociale werkplaatsen was een bijdrage vande werkgever voor de verrichte arbeidsprestatie even-zeer mogelijk via loonkostensubsidie en het begeleid wer-ken. Dat was mogelijk voor iedereen die toegang had totdeze sociale werkplaatsen. Loondispensatie zal niet hetinstrument worden waardoor werkgevers wel mensenmet een beperking in dienst willen nemen. Daarom pleitGroenLinks voor een experiment met totale ontschotting.Geef gemeenten de ruimte om te experimenteren met alledecentralisaties die komen. Daarom pleit GroenLinks voorhet aanjagen en faciliteren van publiek-private samenwer-kingverbanden. Wij willen alle deskundigheid en goedepraktijken van bedrijven, opleidingsinstituten, gemeente-lijke sociale diensten, sociale werkbedrijven en het UWVin de gemeente samenvoegen in één leerwerkbedrijf. Demensen die in dienst zijn of komen bij het leerwerkbedrijf,krijgen voor een substantiële periode werkzekerheid ge-boden en hebben een ontwikkelverplichting. Het moet na-melijk twee kanten op gaan.Wij spreken van een bv, maar er zijn uiteraard verschil-lende juridische constructies mogelijk. Belangrijk is datdeze leerwerk-bv niet alleen publieke eigenaren heeft. Ermoet juist worden gezocht naar partnerschap met bedrij-ven en/of sectoren, waardoor publiek-private samenwer-king ontstaat. Te denken valt aan joint ventures, coöpe-raties, arbeidspools en reguliere leerwerkbedrijven. Eenbelangrijke taak van deze leerwerk-bv is het werkgever-schap van de doelgroep van de Wet werken naar vermo-gen en voor de duur van de detachering of opleiding vande werknemer. De leerwerkbedrijven hebben meerderefuncties. Het gaat om het plaatsen, scholen en opleidenvan de brede doelgroep van de Wet werken naar vermo-gen.Op deze manier zou de vernieuwing van de Wet wer-ken naar vermogen aansluiten bij de vernieuwing van desociale zekerheid. In onze visie is de kern van deze ver-nieuwing een verschuiving van louter bescherming naarparticipatie. Ook de verandering in de WWNV zou een in-strument moeten worden dat mensen behalve inkomens-bescherming ook en vooral een investeringsinstrumentbiedt. Het moet gaan om een arrangement dat niet alleenis gericht op het verzekeren en verzorgen, maar ook opverheffen en verbinden. Voor mensen met een arbeids-beperking zijn wij daarmee terug bij het oorspronkelij-ke emancipatiestreven uit de jaren twintig van de vori-ge eeuw: arbeid als een instrument tot zelfontplooiing enzelfontwikkeling, niet als doel op zich. Om die emancipa-tie een stap verder te brengen, zal ook werk geven naarvermogen mogelijk gemaakt moeten worden. Ik ben be-nieuwd naar de reactie van de staatssecretaris op onzenota.Ik kom tot een eind. De staatssecretaris heeft een be-roep gedaan op het optimisme van de Kamer. Wij zoudenvertrouwen moeten hebben in het wetsvoorstel dat voorons ligt. Hij vraagt om de mentaliteit: het kan wel. Zoals ikal aan het begin van mijn betoog zei: er is nooit iets valsaan hoop, maar er zijn wel onrealistische verwachtingen.Een democratie gedijt niet bij wensdenken maar bij deuitwisseling van argumenten, gebaseerd op cijfers en ide-ologie. Aan het eerste heeft het in velerlei opzichten ont-broken. En de ideologie van dit kabinet van "eigen schulddikke bult" is niet de mijne.Hoop is wat anders dan wensdenken. Hoop hebbende Wajongers die hier maandag op het Plein stonden enbevrijd willen worden uit de knellende kooi. Hoop heeftWillemijn, met wie ik heb samengewerkt bij CNV Jonge-ren, namelijk de hoop dat zij haar dromen kan najagen.Hoop heb ik ook. Er wordt onderhandeld in het Catshuis.Ik hoop dat daar uit gaat komen dat de financiële ruimtevoor dit wetsvoorstel opgerekt gaat worden. Daarom dienik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er bij de onderhandelingen in het Cats-huis geen taboes zijn;overwegende dat het financieel kader van de Wet werkennaar vermogen (WWNV) een belangrijk onderdeel is vande wet;van mening dat de uitkomsten van het Catshuis het stem-gedrag van de Kamer kan beïnvloeden;verzoekt de regering om de WWNV pas in stemming tebrengen nadat de onderhandelingen in het Catshuis zijnafgerond en behandeld in de Kamer,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Ortega-Martijn, Hamer en Karabulut Naar mij blijkt, wordt de in-diening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 66 (33161). KlaverTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-35De heer Klaver (GroenLinks):Ik wil nog een tweetal andere moties indienen. Ik heb ge-pleit voor het verder inzetten van de leerwerk-bv. Dat kanuit bestaande middelen, maar om die transitie vaart te ge-ven zijn er incidenteel extra middelen nodig. Daarom dienik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat gemeenten werkgevers moeten stimu-leren om mensen uit de WWNV-doelgroep aan het werkte helpen en daarmee te investeren in werkzekerheid;overwegende dat gemeenten daarbij ruimte moeten krij-gen om privaat-publieke samenwerkingsverbanden aan tegaan;verzoekt de regering, het mogelijk te maken voor ge-meenten om de gelden uit het transitiefonds (400 mln.) inte kunnen zetten voor het gezamenlijk oprichten van leer-werkbedrijven met het bedrijfsleven voor de WWNV-doel-groep en zo werk geven naar vermogen mogelijk te ma-ken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver enOrtega-Martijn. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervanvoldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 67 (33161).De heer Klaver (GroenLinks):Ik heb het lang uitgesteld, maar ik ontkom er niet aan omtot een oordeel te komen over dit wetsvoorstel. Ik hoopdat de motie over het uitstellen van de stemmingen wordtaangenomen. Dat zou mijn fractie meer ruimte geven, ze-ker als uit de Catshuisonderhandelingen zou komen dat ermeer ruimte is voor de Wet werken naar vermogen. Maarals ik nu een oordeel zou moeten geven over dit wets-voorstel, dan kan ik niet anders dan er negatief over oor-delen en ik baal daarvan. De sociale zekerheid moet her-vormd worden en van een verzekeringsinstrument naareen participatie-instrument worden omgevormd. Maar ikheb geen vertrouwen in de regeling die nu voorligt, om-dat het financiële kader te knellend is. Daardoor zullen ge-meenten niet genoeg de ruimte hebben om mensen dienu in de bijstand of in de Wajong zitten, of de nieuwe in-stroom naar werk te bemiddelen. Ik maak mij ook zorgen,omdat ik de werkgeversaanpak nog niet voldoende vind.Daarom moet ik mijn fractie op dit moment adviseren – ikbaal er oprecht van als een stekker – tegen dit wetsvoor-stel te stemmen.De voorzitter:U zou nog twee moties indienen, maar u hebt er maar eeningediend.De heer Klaver (GroenLinks):O sorry, ik had er maar een.De voorzitter:Dan was het er een.Mevrouw Sterk (CDA):Voorzitter. Ik wil beginnen, zoals gebruikelijk is, met destaatssecretaris te bedanken voor de beantwoording ineerste termijn. Er zijn ontzettend veel vragen gesteld. Datvraagt natuurlijk ook wat van de staatssecretaris. Ik zit nutien jaar in de Kamer en ik denk dat er zelden een wets-voorstel is geweest dat zo veel van mijn energie heeft ge-vraagd als dit. Ik hoor mijn collega's lachen. Ik denk datdit voor velen hier geldt. Het is geen klacht; laat ik datonderstrepen. Waar wij mee bezig zijn, is ontzettend be-langrijk. Wij proberen te regelen dat mensen, die talen-ten hebben, deze ook kunnen laten zien, ongeacht in welklichaam zij zijn geboren. Het is een moeilijke opdracht,maar hij is wel aan ons gegeven. Vandaag spreken wijdaarover. Ik wil daarbij het verleden niet romantiseren. Erzijn echt wel problemen. Ik kan voor mijzelf niet verkopendat er op dit moment twee schoolklassen per dag verdwij-nen in een regeling die mensen thuis houdt. Ik kan ookniet aan mijzelf uitleggen dat er nu mensen zijn die in eenomgeving werken waarin niet het beste van hen wordtgevraagd en waarin hun niet de kans wordt gegeven omhet beste van zichzelf te laten zien. Daarom is er echt ver-andering nodig. Dat is wat wij met deze wet beogen.Ik wil ook de toekomst niet idealiseren. Het is immersniet eenvoudig om een systeem te maken dat passendis voor iedereen die leeft in een lichaam dat beperkin-gen geeft. Dat is heel ingewikkeld; dat blijkt ook wel uitdit debat. De vraag die volgens mij voorligt, is of de wetmet deze systematiek kan functioneren. Dit heb ik in eer-ste termijn al gezegd. Toen heb ik de heer René Paas, devoorzitter van Divosa, geciteerd, die dit ook zei tijdens dehoorzittingen. Deze vraag staat wat mij betreft los van heteconomisch tij waarin wij ons bevinden. Dat is moeilijk. Ikbegrijp heel goed dat het economisch tij de zorgen overdeze wet versterkt. Ik vind dat wij daar oog voor moetenhebben, maar het gaat ook om de vraag of de systematiekvan werk boven inkomen die deze wet biedt om mensente laten werken naar vermogen, mensen een kans biedtom dit te doen.De CDA-fractie wil daarbij uitgaan van vertrouwen, ver-trouwen in de gemeenten, waar onze volksvertegenwoor-digers en bestuurders in zitten, die ook hart hebben voordeze mensen; vertrouwen in werkgevers, van wie ik erheel veel heb gesproken die zeggen deze mensen besteen plek te willen bieden, maar onbekend zijn met hoeeen en ander eruit ziet, wat ervoor nodig is, waarop zijrecht hebben; en vooral vertrouwen in de werknemers,die volgens mij heel veel te bieden hebben aan werkge-vers. Ik heb hen gezien bij al mijn bezoeken: bij alle so-ciale werkvoorzieningen, in de Wajong, bij werkgevers bijwie zij al aan het werk waren, zoals in de C1000 in Nieu-wegein. Ik heb gegeten bij het Eetatelier in Houten, waarmensen met een arbeidsmatige dagbesteding werken. Ikheb gesproken met gemeenten die alles op alles willenzetten om mensen kansen te bieden. Ik vind dat wij vanuitDen Haag niet alles moeten willen dichtregelen op dat ni-veau. Ons past vertrouwen, ook in de gemeenten. SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-36Ik heb echter ook zorgen geuit. Die heb ik gehoord bijmijn werkbezoeken. Ik heb aangegeven dat er vier ter-reinen zijn waarop wij willen dat een deel van de zorgenwordt weggenomen. Ik denk dat er meer financiële been-ruimte nodig is, dat we toe moeten naar een no-worrybe-leid, maar dan ook naar een no-nonsensebeleid, dat weminder bureaucratie moeten creëren waardoor er meerlucht in het systeem komt en dat we loopbruggen moe-ten aanleggen tussen de verschillende decentralisaties enovergangen waar mensen nu eenmaal mee te maken heb-ben en die wij niet allemaal van hier uit zomaar kunnenregelen.Ik begin met de financiële beenruimte. Die klacht isvooral door de VNG vele malen geuit.Mevrouw Karabulut (SP):Ik sluit even aan bij het meer algemene deel. MevrouwSterk zegt terecht dat wij vertrouwen in elkaar moetenhebben: werkgevers, werknemers, gemeenten. Heel veelmensen met een beperking willen ook op het CDA kun-nen vertrouwen voor hun inkomen. Dat is een principieelpunt. Nu hebben mensen die bijvoorbeeld in de SW wer-ken een cao en een loon van gemiddeld 120%. MevrouwSterk wil het mogelijk maken om mensen jarenlang eensalaris onder het minimumloon te laten verdienen. Hoekan een partij als het CDA, die zegt te staan voor de zwak-keren, dit accepteren?Mevrouw Sterk (CDA):Wij volgen een redenering die de andere kant op gaat.Volgens ons is het alternatief een uitkering. Wij willen nietdat mensen in een uitkering zitten. Wij willen dat mensenkunnen meedoen, naar vermogen, dat zij kunnen partici-peren en weer zin en een doel in het leven kunnen heb-ben. Als wij moeten kiezen tussen óf mensen in een uit-kering laten zitten óf mensen boven die uitkering latenverdienen naar vermogen, wat op een gegeven momentwordt aangevuld naar 100% wettelijk minimumloon, dankiezen we daarvoor.Mevrouw Karabulut (SP):Maar u hoeft daartussen niet te kiezen, want er zijn nuheel veel mensen met een fatsoenlijk salaris die met eni-ge bescherming en/of begeleiding werken op de arbeids-markt. In de toekomst is dat niet meer mogelijk of zullenze met een deel van de uitkering onder het minimumloonbetaald worden. Dat is dus niet de keuze die u hoeft temaken. Het is wel de keuze die u maakt als u instemt metdit onderdeel van de wet. Mijn vraag is nogmaals: watrechtvaardigt nu dat mensen met een beperking straks ja-renlang onder het minimumloon te werk gesteld wordenen anderen niet? Bent u niet met mij van mening dat ookmensen met een beperking toch een beetje inkomen no-dig hebben om mee te kunnen doen?Mevrouw Sterk (CDA):Dat laatste ben ik met u eens. Natuurlijk willen wij datmensen een beetje inkomen hebben. Wij prefereren daar-om ook inkomen dat hoger ligt dan een uitkering. Dat isook de gedachte achter deze wet. Wat u doet, is een soortvan valse vergelijking creëren. We hebben deze debat-ten de afgelopen jaren al regelmatig in deze Kamer ge-had. Deze wet is er niet op uit om mensen die nu in de so-ciale werkvoorziening een loon verdienen hun zekerhe-den weg te nemen. Waar deze wel op uit is, is om al diemensen die nu langs de kant staan, al die Wajongers dieverdwijnen in een uitkering zonder echt perspectief, eenkans te bieden om wel mee te mogen doen. Er zijn werk-gevers die zeggen: ik wil best betalen voor iemand dieeen beperking heeft maar dan wel naar wat die presteert.Dat is wat deze wet mogelijk maakt. Het is niet het enigeantwoord dat gegeven behoeft te worden want er kun-nen nog steeds andere oplossingen worden bedacht, zo-als loonkostensubsidie, maar het biedt mensen wel meerkansen dan op dit moment mogelijk is.Mevrouw Karabulut (SP):Ik vind het echt ongelofelijk verdrietig dat het CDA hetschild voor de zwakkeren gewoon weghaalt. Misschienkomt de huidige groep die een cao heeft nog onder hetwettelijk minimumloon te vallen, maar ik heb het vooralover degenen die nu op een wachtlijst staan en over hetfeit dat er ook in de toekomst mensen met een beperkingzullen zijn die gewoon de bescherming van de overheid,van ons allemaal nodig hebben. De stap die het CDA hierzet, is iets voor de VVD, voor de liberalen, maar past nieteen christendemocratische traditie die zegt te staan voorde minimale levensbehoeften van mensen met een be-perking. Ik vind dat echt schokkend. Ik vind dat ook schok-kend van een partij als de SGP. Ik heb op dit punt mijn al-ternatieven ook naar voren gebracht maar ik geloof datmevrouw Sterk duidelijk is, want zij kiest ook voor de be-zuinigingen op deze mensen.Mevrouw Sterk (CDA):Mevrouw Karabulut gaat natuurlijk over haar eigen woor-den. Wat bij het CDA altijd van belang is geweest – en datweet ik wellicht beter dan zij – is dat je werkt naar vermo-gen. Je kunt mensen beter een brood leren bakken daneen brood geven. En dat is wat we met deze wet gaandoen. Mevrouw Karabulut schetst steeds een valse ver-gelijking, alsof het mogelijk is om iedereen aan de bak tekrijgen met een inkomen op 120% van het wettelijk mi-nimumloon, maar de werkelijkheid is een andere. Er zijnwerkgevers die daarvoor niet meer willen betalen op dezemanier. Dat betekent dat er mensen langs de kant staan.En wij willen deze mensen bij de hand nemen en een plekgeven zodat ze mee kunnen doen, dat ze op verjaarda-gen kunnen vertellen dat ze een baan hebben en dat zeniet rond behoeven te komen van een uitkering. Dat is hetdoel van deze wet en daar staan wij achter.Het is ontzettend belangrijk dat als deze mensen aanhet werk komen, ze ook begeleid kunnen worden. Op datpunt hebben we zorgen, want de financiële ruimte is krap.De staatssecretaris heeft betoogd dat hij denkt dat hetlukt, dat er voldoende financiële middelen zijn. Toch wil-len wij kijken of er in deze wet meer ruimte te creëren is.Ik heb daar in mijn eerste termijn vier manieren voor be-noemd. Om daar toch wat meer invulling aan te geven wilik op het eerste punt dat ik toen heb genoemd een motieindienen. Dat gaat over de mogelijkheid die mijns inziensgemeenten moeten krijgen om een deel van de winst dieze behalen ook uiteindelijk te kunnen houden en in te kun-nen zetten om mensen met een beperking aan het werk tehelpen, omdat je een prikkel nodig hebt om wethoudersnet iets verder te laten springen dan ze misschien zoudendurven zonder dat budget. Het is ook een vraag van deVNG. We moeten ook naar haar luisteren. Daarom dien ikde volgende motie in. SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-37MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het succes van de Wet werken naar ver-mogen in belangrijke mate afhankelijk is van financiëleprikkels voor gemeenten, waarbij een gebrek aan prikkelsuiteindelijk tot hogere uitkeringslasten voor het Rijk kanleiden;overwegende dat het wenselijk is dat gemeenten een deelvan de besparing op de uitkeringslasten kunnen inzettenvoor begeleiding van werknemers in regulier werk;verzoekt de regering, te onderzoeken of in de systematiekvoor de vaststelling van het macrobudget kan worden ge-regeld dat gemeenten een substantieel deel van het over-schot en tekort op het uitkeringsbudget langer behouden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Sterk, Dijkgraafen Azmani. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 68 (33161).Mevrouw Hamer (PvdA):Het is fijn dat mevrouw Sterk een motie indient, maar hetis nog veel beter als we een en ander bij deze wetsbehan-deling kunnen regelen. Mevrouw Sterk vraagt om eenonderzoek. Ik heb uitgezocht of dat kan en een amende-ment daarover ingediend. Zij heeft dat misschien al ge-zien of misschien nog niet. Waarom regelen we het bij de-ze wetsbehandeling niet met elkaar?Mevrouw Sterk (CDA):Omdat we praten over een wijziging van het stelsel, dievanaf 2014 moet ingaan. Wij menen dat deze zaak tussende gemeenten en het ministerie zal moeten worden uitge-sproken. Met deze motie wordt in ieder geval duidelijk ge-maakt dat wij willen dat dit gaat gebeuren. Daar hebbenwij geen amendement voor nodig.Mevrouw Hamer (PvdA):We kunnen zeker stellen dat het gaat gebeuren. Dit helewetsvoorstel gaat over de toekomst. Het is dus een beet-je raar om te zeggen: dit ene onderdeel ga ik nu niet rege-len, want daar wacht ik mee tot 2014. Dat kunnen we tochgewoon nu doen? Ik vraag mevrouw Sterk om toch nogeen keer goed naar dat amendement te kijken. Dan kanhet een stapje sneller.Mijn tweede vraag is …Mevrouw Sterk (CDA):Voorzitter, mag ik even op die eerste vraag reageren?De voorzitter:Zullen we dat dan even doen?Mevrouw Hamer (PvdA):Dat is goed, maar ik dacht dat u ervan houdt om dingenin tweeën of in drieën te doen. Daarom nam ik die vraagmeteen mee.De voorzitter:Ja, ik ken u langer dan vandaag.Mevrouw Sterk (CDA):De regeling waar ik zojuist over sprak, gaat pas in 2014 in.Op dit moment kunnen gemeenten namelijk de winst albehouden die zij kunnen behalen op dit deel. Daarvoorhoeven we het niet nu te regelen. De besprekingen overde wijze waarop dat verdeelmodel eruit gaat zien, lopenop dit moment. Wij vinden dat daarbij in ieder geval ookmoet worden geregeld dat gemeenten een substantieeldeel van de winst die zij kunnen behalen, mogen behou-den. Wij wachten dat keurig af. Mevrouw Hamer denktdaar anders over, maar dit is onze lijn.Mevrouw Hamer (PvdA):We weten allemaal dat een amendement sterker is, wantdaarmee regel je het. Je regelt het voor de toekomst. Ikkan niet anders dan concluderen dat mevrouw Sterk heteigenlijk niet wil en het boven de markt laat hangen. Datis jammer. Dat betreur ik.Mijn tweede vraag is: kunnen wij van het CDA steunverwachten voor de motie die wij hebben ingediend overhet geld dat al op de plank ligt, namelijk die 100 mln.? Metdie motie wordt de gemeente meteen armslag gegeven.Dat geld was ook van de gemeente. Heeft mevrouw Sterkdaar ook een positieve blik op?Mevrouw Sterk (CDA):Als ik iets niet zou willen, dan zou ik geen motie indienen.De tweede vraag van mevrouw Hamer ging over deRUD-middelen. Ik was nog niet aan het einde van het rij-tje, dat ik ook in eerste termijn heb genoemd. Ik wil daarechter best op vooruitlopen. Ik heb in eerste termijn algezegd dat ik het goed zou vinden dat we bekijken of hetgeld dat op de plank ligt, kan worden ingezet als bij deevaluatie blijkt dat er problemen zijn en dat er business-cases zijn van gemeenten en Sociale Werkvoorziening dieaantonen dat dit een bovenmatige opdracht is, die nietkan worden uitgevoerd met het geld dat er nu is. Ik wilechter niet dat dat geld nu al wordt toegezegd. Dat heb ikook gezegd in eerste termijn. Er moet namelijk echt eenomslag gemaakt worden. Ik zie dat er ontzettend veel ge-beurt, maar ik wil de druk er nog wel even op houden.Daar kijk ik anders tegenaan dan mevrouw Hamer.De voorzitter:Mevrouw Hamer, uw vierde opmerking.Mevrouw Hamer (PvdA):Voorzitter, dank u wel, u bent gul vandaag.Dan moet ik concluderen dat mevrouw Sterk bezig ismet het grote vooruitschuiven. Iets wat we vandaag ineen amendement kunnen vastleggen, schuiven we voor-uit in een motie die geldt voor 2014. Mevrouw Sterk wachtop een evaluatie in het kader van geld dat nu van de ge-meenten is en dat beschikbaar kan komen. Dat vind ikjammer. Ik vraag mevrouw Sterk om meteen de dingen teregelen nu het kan en om niet aan het grote vooruitschui-ven te doen. SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-38Mevrouw Sterk (CDA):Ik kijk anders tegen de situatie aan. Ik vind dat op dit mo-ment een slag moet worden gemaakt. Gemeenten anti-ciperen wel op de wet, maar hij is nog niet aangenomenen in werking getreden. Vorig jaar is een motie van hetCDA aangenomen die erop neerkomt dat het geld moetworden ingezet als wij echt in de problemen komen. Ik wilniet op de feiten vooruitlopen, iets wat mevrouw Hamerwel doet.Ik heb nog een reactie van de staatssecretaris tegoedop mijn voorstel om de kosten voor de begeleiding bij deloonwaarde te betrekken. Daar herinner ik hem eventjesaan.In mijn antwoord op de vraag van mevrouw Hamer benik al ingegaan op het geld dat nog op de plank ligt. Deheer Dijkgraaf van de SGP zal zo dadelijk mede namensmij op dit punt een motie indienen.Gisteren heb ik de volgende toezegging van de staats-secretaris geregistreerd: als daar gegronde redenen voorzijn en het kasritme van het herstructureringsfonds laatzien dat het handig is om bestedingen naar voren te ha-len, dan wil de staatssecretaris daarnaar kijken. Ik zie datalthans als een toezegging. We moeten echter afwachtenof dat nodig is en wat dat betekent.Gisteren en eergisteren heb ik aandacht gevraagd voorde bijzondere regio's in ons land. Deze regio's staan inmijn ogen voor een bovenmatige opdracht. Ik heb Oost-Groningen genoemd, een regio die door meer collega'sis genoemd. Ik heb ook Zuid-Limburg genoemd. Het aan-tal WSW'ers is daar vier keer of drie keer hoger dan hetlandelijk gemiddelde en het aantal Wajongers is daar ookhoog. Voor een deel heeft dit te maken met keuzes die inhet verleden, ook door Den Haag, zijn gemaakt. Ik verzoekde staatssecretaris om extra geld toe te kennen aan ge-meenten die bij de evaluatie aan de hand van een busi-nesscase kunnen laten zien dat zij niet aan de opdrachtkunnen voldoen omdat die voor hen echt bovenmatigzwaar is en als dat door evaluatiecommissie wordt onder-schreven. Op dit punt stel ik de volgende motie voor.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in bepaalde gebieden als bijvoorbeeldOost-Groningen en Parkstad (Zuid-Limburg) een bovenge-middeld aantal personen werkzaam is in de sociale werk-voorziening;constaterende dat enkele sociale werkvoorzieningen (zo-als Proson) in het verleden zijn gespecialiseerd in specifie-ke arbeidsbeperkingen;overwegende dat individuele gemeenten en individue-le sociale werkplaatsen daardoor voor een onevenredigzware opgave kunnen worden geplaatst bij de hervor-ming van de SW-sector;constaterende dat de onafhankelijke commissie herstruc-turering bij de evaluatie in 2014 kan vaststellen of spra-ke is van een onevenredig zware opgave, ondanks dat ge-meenten zich ten volle hebben ingespannen voor de her-structurering;verzoekt de regering, hiermee rekening te houden bij haarbesluit om eventuele aanvullende maatregelen te nemenen/of middelen beschikbaar te stellen, waarbij zij bij detoekenning van extra middelen de werkvoorziening of deregio om een gelijke bijdrage vraagt,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Sterk, Dijkgraaf,De Jong en Azmani. Naar mij blijkt, wordt de indiening er-van voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 70 (33161).Mevrouw Sterk (CDA):Er is veel gesproken over de financiële beenruimte, dievoor een deel wordt beperkt door de uitgave aan lonen inde WSW. Wij willen bezien of wij die lonen niet op de eenof andere manier naar elkaar kunnen laten toegroeien. Deheer Dijkgraaf zal op dit punt straks mede namens mij eenmotie indienen. Tot slot heb ik ook geregistreerd dat destaatssecretaris heeft toegezegd dat hij bij de behandelingvan de begroting de Kamer zal informeren over de mo-gelijkheden van het pensioenfonds voor de mensen in desociale werkvoorziening. Dat wacht ik met belangstellingaf.Mevrouw Karabulut (SP):Mevrouw Sterk spreekt over financiële beenruimte. Zijzegt dat er nu een cao is en dat het inkomen van de men-sen in de sociale werkplaatsen, dat nu gemiddeld noggeen € 1400 per maand, een probleem is. Wat wil zij pre-cies? Dat is mij niet helemaal helder.Mevrouw Sterk (CDA):Ik wil bekijken of de lonen van de nieuwe en de oude SWin de toekomst naar elkaar kunnen toegroeien.Mevrouw Karabulut (SP):Dat betekent: de lonen verlagen.Mevrouw Sterk (CDA):Ik zei: naar elkaar toegroeien.Mevrouw Karabulut (SP):Dat betekent: de lonen verlagen.Mevrouw Sterk (CDA):Dat is uw conclusie.Mevrouw Karabulut (SP):Nu hebben de mensen de eerste vijf jaar gemiddeld 120%van het minimumloon. In de toekomst krijgen de gemeen-ten nog maar 100% minimumloon en nog niet eens vol-doende voor de begeleiding. Wat gebeurt er dan als je datnaar elkaar toetrekt?Mevrouw Sterk (CDA):Ja, voorzitter?De voorzitter:Ik denk dat u iets moet zeggen. SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-39Mevrouw Sterk (CDA):Ja, voorzitter, zei ik. Ik heb geen zin in dit vraag- en ant-woordspel.De voorzitter:Dat is een antwoord. Afrondend, mevrouw Karabulut.Mevrouw Karabulut (SP):Dit is pijnlijk. Het is ongelooflijk dat dit kabinet met steunvan het CDA keer op keer op keer de aanval inzet en be-zuinigt op de inkomens van mensen die de laagste inko-mens en totaal geen perspectief hebben. Wat zou me-vrouw Sterk ervan zeggen als wij tot de conclusie zoudenkomen dat deze mensen eerder te weinig dan te veel ver-dienen, en dat wij misschien iets bij onszelf zouden kun-nen weghalen? Laten wij gezamenlijk voorstellen dat wijde salarissen van de Kamerleden met 5% verlagen. Is datniet een veel beter alternatief?Mevrouw Sterk (CDA):Wij verschillen van mening over het doel van deze wet.De CDA-fractie wil dat mensen worden weggehaald uiteen uitzichtloze uitkeringssituatie, dat zij kunnen mee-doen. Het gaat om meer dan een inkomen. Het gaat ookom sociale contacten en om doel, zin en structuur in hetleven te krijgen. Mensen die nu langs de kant staan, moe-ten kunnen meedoen. Zij moeten daarvan ook beter wor-den. Daarom heb ik gezegd dat werk boven inkomen gaaten dat het lonend moet zijn. Het Nederlandse sociaal mi-nimum is een van de hoogste in Europa. Mensen moetendaarvan rondkomen. Zij krijgen met deze wet nog meer. Ikgeef toe dat het niet altijd even gemakkelijk is om rond tekomen in Nederland, maar het kan wel. De CDA-fractie wilmensen activeren en niet langs de kant laten staan. Daar-over verschillen wij van mening.De voorzitter:Ik ga nu naar mevrouw Hamer luisteren, want ik heb me-vrouw Karabulut al driemaal gehoord.Mevrouw Hamer (PvdA):Ik zou bijna aan mevrouw Sterk vragen: hebt u wel eensgeprobeerd om een paar maanden rond te komen met€ 1200 per maand?Mevrouw Sterk (CDA):Misschien toen ik student was.Mevrouw Hamer (PvdA):Ook toen u een gezin had?De voorzitter:Wilt u via de voorzitter spreken?Mevrouw Hamer (PvdA):Voorzitter. Excuus. Heeft mevrouw Sterk geprobeerd datte doen met een gezin en dan in een bestaan dat anders isdan het studentenbestaan waarin je er gewoon een baan-tje bij kunt nemen?Mevrouw Sterk zegt dat zij het naar elkaar wil laten toe-groeien. Dat betekent dat of de een naar beneden gaat ofde ander naar boven. Zij wilde dit antwoord niet geven opde vraag van mevrouw Karabulut en daarom doe ik dit numaar. Je komt dan gemiddeld in ieder geval lager uit dande hoogste. Wil mevrouw Sterk tornen aan de bestaan-de cao? Wil zij de rechten van mensen veranderen die nueen bepaald salaris verdienen? Zij zei zo-even dat het metdeze wet beter wordt voor de mensen, maar zij gaan danjuist onder het minimumloon werken. Ik ben nu een beet-je de draad kwijt. Wat wil mevrouw Sterk nu precies?Mevrouw Sterk (CDA):Mijn fractie stelt niet voor om te tornen aan de rechtendie mensen nu hebben. Die afspraak is ook neergelegd inhet regeerakkoord. Het blijft een valse vergelijking. Me-vrouw Hamer zegt dat het slechter wordt voor de mensen,maar naar mijn mening wordt het juist beter. Zij kunnennu door werkgevers worden aangenomen waar dat eer-der niet gebeurde, omdat de loonwaarde een barrière wasvoor werkgevers. Wij willen hun die kans wel bieden.Mevrouw Hamer (PvdA):Dat laatste is toch wel een heel aparte opmerking. Me-vrouw Sterk was de, overigens zeer goede, voorzitter vande hoorzittingen van twee dagen. De conclusie was toen,van links tot rechts, dat er geen enkele garantie is dat diebanen er nu wel zullen komen. Waar haalt mevrouw Sterkdie banen dan vandaan, waardoor het weer beter voor de-ze mensen zou worden?Maar we hadden het even over het inkomensdeel. Me-vrouw Sterk begon ermee dat zij de inkomens, van hoognaar laag, naar elkaar toe wil laten groeien. MevrouwSterk wil niet aan de bestaande rechten komen. Dat is inieder geval goed om te horen, maar hoe gaat zij dit danvoor elkaar krijgen?Mevrouw Sterk (CDA):Ik ben blij dat ik in de ogen van mevrouw Hamer in iedergeval nog iets goed doe. Ik ben het ermee eens dat er zor-gen zijn over de positie van de werkgevers. Dat zijn wevolgens mij ook steeds met elkaar eens geweest. Ik hebdaar zorgen over, daarom heb ik op een gegeven momentook gezegd dat we ons no-nonsense moeten opstellenjegens de werkgevers. Het is namelijk niet alleen gratisontzorgen voor de werkgevers en vervolgens niets doen,terwijl in dit land een grote vraag bestaat naar een echtekans voor deze mensen. In het verleden hebben wij daar-over ook een motie ingediend, die ging over de cao-be-palingen, maar die mevrouw Hamer helaas niet heeft on-dersteund. Ik wil daarop later in deze inbreng nog terug-komen. Misschien moet mevrouw Sterk eerst maar eensmijn motie afwachten, dan kan zij de precieze tekst lezen.De heer De Jong (PVV):Ik ben natuurlijk blij dat mevrouw Sterk nog eens onder-streept dat aan de huidige rechten en plichten van degroepen die nu in de WSW zitten niet wordt getornd, dusook niet aan hetgeen mevrouw Sterk net aangaf. Dat heb-ben wij ook opgenomen in het regeer- en gedoogakkoord.Ik ben tevens benieuwd naar die motie. Alleen, wij gaanhier niet over de cao's. Dat was ook het antwoord van destaatssecretaris op verschillende vragen uit de Kamer.Roept mevrouw Sterk eigenlijk niet slechts op tot een ge-sprek tussen werkgevers en werknemers, juist omdat eral een aantal jaar onzekerheid bestaat over de cao's?Mevrouw Sterk (CDA):De heer De Jong haalt mij de woorden uit de mond.Ik kom bij het kopje dat ik "no worry and no-nonsense"heb genoemd. Werkgevers vragen van ons dat wij henontzorgen. SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-40Mevrouw Hamer (PvdA):Voorzitter. Het laatste antwoord van mevrouw Sterk roepttoch echt een vraag op. Mevrouw Sterk antwoordt op deheer De Jong dat het gaat om een gesprek. Hier wordt ge-vraagd om een systematiek. Nu raak ik toch echt even dedraad kwijt.Mevrouw Sterk (CDA):Wacht even, "hier wordt gevraagd om een systematiek"?Heeft u het nu over het macrobudget?Mevrouw Hamer (PvdA):In de motie wordt gevraagd om het laten toegroeien vanhoog naar laag. Maar u wilt alleen een goed gesprek?Daarvoor hoeft u toch geen motie in te dienen?De voorzitter:Mevrouw Sterk gaat over haar eigen motietekst.Mevrouw Sterk (CDA):Het woord "systematiek" heb ik volgens mij in dit verbandtotaal niet genoemd, wel toen het net ging over macro-budgetten, in de zin van de systematiek van de wet.De voorzitter:Zo wordt het allemaal erg onbegrijpelijk. Ik stel voor datmevrouw Sterk haar betoog vervolgt.Mevrouw Sterk (CDA):Eerlijk gezegd, begrijp ik het ook niet, voorzitter.Ik denk dat het belangrijk is en een terechte vraag vande werkgevers om hen te gaan ontzorgen. Gewone be-drijven in Nederland zijn niet begonnen om sociale on-dernemingen te zijn – al zijn er natuurlijk sociale onder-nemers, en ik ben erg blij dat wij deze mensen hebben –om mensen in dienst te nemen vanwege een beperking;die bedrijven hebben gewoon een economisch doel, wil-len broden bakken, fietsen maken of een ingewikkeld ICT-systeem ontwikkelen. Ze willen vaak best wel iemand indienst nemen, maar zij willen daar niet te veel gedoe meehebben. Ik denk dat wij ervoor moeten zorgen om dat ge-doe zo veel mogelijk bij hen vandaan te houden. Wij heb-ben al iets gehoord over de gevulde gereedschapskist.Het lijkt me goed om in de komende periode te bekijkenof die gereedschapskist voldoende is gevuld om die zor-gen echt weg te nemen. Laten we kijken hoe een en an-der zich ontwikkelt, zodat we kunnen bekijken of het vol-doende is. Ik wil daarbij de mogelijkheid van detacheringonderstrepen, dat in mijn ogen een heel belangrijke vormkan zijn om juist werkgevers over de streep te halen omdeze mensen in dienst te nemen. Ik ben blij dat dit in dezewet nog steeds mogelijk is. Dit is iets wat in het veld nietaltijd als zodanig wordt herkend. Daarom onderstreep ikhet hier nog maar eens.We hebben ook gesproken over het belang van een in-strument als de no-riskpolis. Ik ben erg voor het delege-ren van verantwoordelijkheden naar gemeenten, maar ikvind het goed als gemeenten daarover in regionaal ver-band afspraken maken. Als werkgevers werknemers uitverschillende gemeenten hebben, biedt dat hun meer ze-kerheid. Dan weten ze precies waar ze aan toe zijn. Destaatssecretaris heeft gezegd dat hij dit aan de orde zalstellen. Ik ga ervan uit dat vertegenwoordigers van elkegemeente het verslag van dit debat zullen lezen zodat zeook onze wensen op dit punt kunnen lezen.Ik heb gesproken over onze wens dat er meer gebruikwordt gemaakt van een interne jobcoach. In Groot-Brit-tannië werkt dit goed, vooral om mensen duurzaam aanhet werk te houden. Ik merk echter dat er veel onbekend-heid is bij werkgevers met deze mogelijkheid. Dat snapik ook, want de re-integratiebedrijven hebben er natuur-lijk vooral belang bij om externe jobcoaches binnen eenbedrijf te krijgen. Ik denk dat een oudere werknemer diemisschien wat minder productief is, maar veel kennisheeft van de gang van zaken, juist een heel goede bege-leider zou kunnen zijn van een jongere met een arbeids-beperking. Ik vraag de regering via een motie, te bevor-deren dat dit instrument wordt ingezet en dat werkgeversdaarvan kennis kunnen nemen.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de inzet van een interne jobcoach eeneffectief middel is om een duurzaam regulier dienstver-band te realiseren, in het bijzonder voor jongeren met eenarbeidsbeperking;constaterende dat in de praktijk de vraag naar interne job-coaching toeneemt;verzoekt de regering, te bevorderen dat gemeenten het in-strument interne jobcoach in kunnen zetten wanneer ditin het belang is van de arbeidsinschakeling,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Sterk. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 71 (33161).Mevrouw Koşer Kaya (D66):Ik vind het een heel mooie motie. Ik zou deze zo onderte-kenen, zeker als het voorstel financieel gedekt is. Gezienhet bedrag dat is uitgetrokken voor de Wet werken naarvermogen, wordt dat nog een moeilijke situatie. Hoe wilmevrouw Sterk een en ander financieel dekken?Mevrouw Sterk (CDA):Er is gewoon een budget voor jobcoaching. Je kunt eendeel van het budget, of misschien zelfs het hele budget,besteden aan een interne jobcoach. De vraag is meer hoehet instrument van de jobcoach wordt ingezet. Een inter-ne jobcoach is ook mogelijk, maar daarmee is men onbe-kend. Het lijkt mij een goed instrument om vaker in te zet-ten.Mevrouw Koşer Kaya (D66):Daar kunnen ze natuurlijk voor kiezen. Dat kan nu ook. Alsze daar vaker gebruik van willen maken, zoals u wenst,gaat dat echter wel geld kosten. Hebt u dat uitgezocht?Wat zijn de extra kosten? Hoe wilt u deze dekken? SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-41Mevrouw Sterk (CDA):Er is gewoon geld voor jobcoaching. Het enige wat ik metdeze motie doe, is oproepen om vaker van dit instrumentgebruik te maken en het geld niet alleen te besteden aaneen externe jobcoach, maar ook in te zetten voor een in-terne jobcoach, iemand die binnen het bedrijf een per-soon met een beperking kan begeleiden. Daar is geen ex-tra dekking voor nodig.Mevrouw Koşer Kaya (D66):Ik wil vaak heel veel, zeker als het een mooi beeld geeft.De CDA-fractie wil het beeld creëren dat zij rechtvaardigdoch streng een wetsvoorstel heeft verdedigd. Ik begrijpdat. Als je het instrument echter vaker inzet, zit daar ookeen financieel plaatje aan vast. Ik constateer echter datde CDA-fractie deze niet paraat heeft, niet weet wat eenen ander betekent en goedkoop tegen de gemeenten zegtdat ze het budget maar vaker moeten gebruiken.Mevrouw Sterk (CDA):Ik stel voor dat de vorm van interne jobcoaching vakermoet worden gebruikt. Ik wil wel een deal met mevrouwKoşer Kaya sluiten. Laten we aan de staatssecretaris vra-gen of deze vorm in zijn ogen meer geld kost. Als een enander niet meer geld kost, mag mevrouw Koşer Kaya haarnaam onder de motie zetten. Is dat goed? Afgesproken.Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):Het is een mooie motie van mevrouw Sterk, maar eending begrijp ik toch niet. Op dit moment wordt een mo-tie van mijn hand uitgevoerd en wel de motie waarin ge-vraagd wordt om een experiment met de interne job-coach. Dit experiment organiseren wij nu juist, omdat wijeerst ervaring met de interne jobcoach willen opdoen. Deresultaten van dit experiment zijn nog niet bekend en ikvraag mij dan ook af of de motie van mevrouw Sterk nieteen beetje prematuur is.Mevrouw Sterk (CDA):In mijn ogen is deze motie niet prematuur. In Engelandblijkt het namelijk een groot succes. Ik heb met heel veelwerkgevers gesproken onder wie mensen van C1000. Iksprak die mensen tijdens een werkbezoek aan een C1000in Nieuwegein en zij gaven aan dat ze liever geld kre-gen om iemand uit het eigen bedrijf als jobcoach te latenfunctioneren. Zij zeiden dat, omdat dat hun de kans biedtom kennis in het bedrijf vast te houden. En dat maakt hetweer aantrekkelijker om iemand aan te nemen. Ik heb deevaluatie van de pilot daarvoor niet nodig, maar wellichtwel om het op bepaalde punten beter te laten werken. Ikben er met andere woorden echt van overtuigd dat wij dieinterne jobcoach mogelijk moeten maken.Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):Dat ben ik ook, maar toen ik mijn motie indiende, warenwij er nog van overtuigd dat wij eerst zouden moeten on-derzoeken of een interne jobcoach in Nederland wel haal-baar is en welke consequenties het zou hebben. De resul-taten van de pilot zijn nog niet bekend en daarom blijf ikhet vreemd vinden dat mevrouw Sterk deze motie heeftingediend. Een experiment kost bovendien veel geld endan is het raar om de uitkomsten ervan niet af te wachtenen onmiddellijk te beginnen met het stimuleren van werk-gevers om te gaan werken met een interne jobcoach. Wijhebben die pilot toch zeker nodig om werkgevers ervan teovertuigen dat de interne jobcoach een goed instrumentis?Mevrouw Sterk (CDA):Dat laatste is volgens mij geen probleem. De CDA-frac-tie heeft zelf onderzoek gedaan en daaruit bleek dat meerdan de helft van de werkgevers meer voelt voor een inter-ne dan voor een externe jobcoach.Ik denk verder dat mevrouw Ortega en ik eigenlijk he-lemaal niet van mening verschillen, want zij zegt zelf ookzo'n interne jobcoach van belang te vinden. De pilot isdan ook alleen maar nodig om erachter te komen hoe wijhet het beste kunnen regelen. Het lijkt mij dan ook heelverstandig om de uitkomsten van de pilot bij dit conceptte betrekken. Dat laat onverlet dat het concept van een in-terne jobcoach meer aandacht van werkgevers zou moe-ten krijgen, omdat het een kans biedt om veel meer men-sen aan het werk te helpen.Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):Daarmee ben ik het eens. Maar dan moeten wij misschienmaar stoppen met die pilot, want dat scheelt een heleboelgeld.Mevrouw Sterk (CDA):Die pilot kan ons natuurlijk wel leren op welke manier wijde functie van interne jobcoach het beste kunnen invul-len. Eerlijk gezegd vind ik het gewoon weggegooid geldom te stoppen met die pilot. Daar roep ik de regering inmijn motie overigens ook helemaal niet toe op. In de mo-tie staat niet "stop met de pilot", maar dat wij meer be-kendheid moeten geven aan het instrument.Voorzitter. Werkgevers mogen niet blijven hangen ingeklaag. Het moet dan ook afgelopen zijn met dat geroepom ontzorging. Werkgevers moeten gewoon gaan leve-ren! De staatssecretaris heeft aangegeven dat er 5000leer-werkplaatsen komen en dat hij een top zal organise-ren met de werkgevers en de VNG. Op zichzelf is dat eenprima initiatief, want het CDA is een groot voorstandervan overleg en samenwerking. Maar wanneer is die werk-top voor de staatssecretaris nu echt geslaagd? Ik vraagdat, omdat de staatssecretaris daarop in eerste termijnniet uitgebreid genoeg is ingegaan. In eerste termijn be-antwoordde de staatssecretaris die vraag met: als er ex-tra mogelijkheden komen. Maar waaruit zouden die extramogelijkheden dan moeten bestaan?Ik daag de staatssecretaris verder uit om te komen meteen banenplan, want er zullen echt meer banen gecreëerdmoeten worden. Waarom geven wij de werkgevers niettwee jaar de tijd om daarna te bezien of er toch nog prik-kels nodig zijn? Ik ga uit van vertrouwen en ik wil de werk-gevers dan ook zeker vertrouwen, maar de tijd begint welte dringen!Mevrouw Karabulut (SP):Dat lijkt mij nogal problematisch. De staatssecretaris zegtmet een aantal bedrijven afspraken te hebben gemaakt,maar gisteren is gebleken dat die bedrijven niet kunnenof niet willen. En dan wil mevrouw Sterk de werkgeversnog eens twee jaar de tijd geven? Ik vind dat een onver-antwoorde gok, want daardoor zouden best nog wel eensmeer mensen werkloos kunnen worden.Mevrouw Sterk (CDA):Met deze wet bieden we een aantal nieuwe instrumentenaan werkgevers aan. Ook leggen we met deze wet de ver- SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-42antwoordelijkheid op een ander niveau. Dit zijn allemaalvoorwaarden die belangrijk zijn om ervoor te zorgen datwerkgevers niet meer kunnen zeggen dat ze het niet wil-len, omdat het ingewikkeld is of te veel kost. Ik stel voordie wet eerst even tijd geven om te gaan werken, wel af-spraken te maken met werkgevers, en mee te nemen datde hele samenleving zegt dat werkgevers nu ook over debrug moeten komen. Dan stel ik voor na twee jaar te kij-ken hoe de situatie is met deze nieuwe wet. Als de situa-tie niet is verbeterd, wat ik niet hoop en verwacht, moetenwe verder gaan kijken.Mevrouw Karabulut (SP):Ik gok liever niet met het werk en de inkomens van al diemensen. Mevrouw Sterk heeft geen antwoord gegevenop mijn vraag. Zij heeft ook de werkgevers gehoord tij-dens het rondetafelgesprek. Mevrouw Sterk spreekt nuover instrumenten, maar het enige instrument is de loon-discriminatie. Daarvan zeggen de werkgevers dat het pri-ma is als ze iets meer moeten betalen. Voor de rest is erniets nieuws. Daarom nogmaals mijn vraag aan mevrouwSterk. Nu zelfs blijkt dat de werkervaringplekken op drijf-zand is gebaseerd, wat gaat mevrouw Sterk dan doen? Ofkomen de mensen straks in de uitkering terecht?Mevrouw Sterk (CDA):Er is wel iets nieuws in dit wetsvoorstel. Ik vind de loon-dispensatie op zich een heel belangrijk instrument. Watik ook belangrijk vind, is de decentralisatie naar de ge-meenten. Gemeenten zitten in een lokale omgeving enjuist voor mensen met een beperking is het belangrijk datandere mensen gekend worden, en dat er makkelijk con-tact mogelijk is tussen werkgevers. Dat is ook in zekerezin de kracht van de sociale werkvoorziening. Ik zie dat erveel kansen liggen in dit wetsvoorstel. Ik wil dit wetsvoor-stel eerst de kans geven, en ook de werkgevers die tijdenshet rondetafelgesprek vroegen ontzorgd te worden. Datdoen we met dit wetsvoorstel. Ik vind het niet goed nu alte roepen dat het toch niet gaat gebeuren en dat het beteris quota in te stellen. Mijn fractie wil het een kans geven,maar wel met dien verstande dat over twee jaar wordt ge-keken of er daadwerkelijk iets in beweging is gekomen.Als dit niet het geval is, dan gaan we kijken hoe we datsysteem kunnen opentrekken.Mevrouw Karabulut (SP):Wat dat laatste punt betreft, zie ik dat gemeenten, bedrij-ven en ook de SW wel willen. Maar het kabinet bezuinigt2 mld. en daardoor valt juist die begeleiding weg. Danzegt mevrouw Sterk dat over twee jaar zal worden ge-keken naar het resultaat. Moet de Kamer dan nu niet ei-sen dat er een banenplan komt? Of dat er althans har-de afspraken met de werkgevers worden gemaakt? Overmijn initiatiefwet ter bevordering van het sociaal onder-nemerschap spreek ik dan nog niet eens, maar dat gaanwe nog uitgebreid doen. Waar is de verantwoordelijkheidvan dit kabinet? Er kan toch niet tegen de mensen gezegdworden: sorry, we gaan flink snijden, 2 mld. bezuinigenen zien vervolgens over twee jaar wel of je aan het werkkomt, ook al zeggen werkgevers van niet?Mevrouw Sterk (CDA):Ik denk dat we dit wetsvoorstel eerst een kans moeten ge-ven. Mevrouw Karabulut wil dat duidelijk niet; zij wil hetnu al dichtregelen. Mijn fractie wil dit nog even afwach-ten. We zien in de werktop wel een enorme kans om ookecht over de brug te komen. Daartoe roepen we de staats-secretaris ook op. Ook vragen we hem voor ons te formu-leren wanneer hij precies vindt dat het geslaagd is.Op dat punt had ik nog twee andere opmerkingen, gis-teren noemde ik dat tips. Het probleem zit niet alleen inniet-materiële tegemoetkomingen, dat er bijvoorbeeldgratis ontzorgd wordt, het is ook voor een deel een cul-tuuromslag. Een cultuuromslag bereik je niet in één jaar,ook niet in twee jaar misschien. Daar is misschien meertijd voor nodig. Het is wel iets wat moet gebeuren. Ik hebde staatssecretaris gevraagd bij de werktop te bekijkenhoe dit met het mkb, bijvoorbeeld met een onlangs afge-sloten regeling voor de duurzame inzetbaarheid, gestimu-leerd kan worden. Ik vraag ook iets dergelijks te doen omde cultuuromslag vanaf de werkvloer te kunnen maken.Ik heb het voorbeeld van de NS genoemd. De NS partici-peert soms gedeeltelijk in ketens als Julia's, Starbucks,McDonalds op de stations en is bereid daar mensen meteen beperking te laten werken. Een punt van zorg is danwel hoe daar een sluitende businesscase kan worden be-reikt. Ik denk dat mensen daar van elkaar kunnen lerenen ik zou het goed vinden als de uitkomst van de werktopzou zijn dat geld is vrijgemaakt waardoor de cultuurom-slag in gang kan worden gezet.Dit geldt ook voor mijn andere tip. De staatssecreta-ris ken ik als een liberaal bij uitstek en volgens mij hoorthet bij liberalen dat je je eigen regie moet kunnen nemen.Ik denk dat dit wetsvoorstel op zich mogelijkheden biedtde eigen regie te nemen, want ik geloof erin dat mensenmet een beperking echt niet altijd aan de hand moetenworden meegenomen en soms heel goed in staat zijn deeigen regie te pakken. Er is een in mijn ogen ontzettendgoed plan, dat in Rotterdam al wordt toegepast bij 20.000leerlingen. Ik heb daarover in eerste termijn al gesproken.Dit initiatief stelt mensen in staat om zelf te ontdekkenwat ze kunnen, wat ze willen, hoe ze dat kunnen bereikenen waar de werkgevers zitten. De werkgevers kunnen ookin het systeem. Dat kost de gemeenten helemaal niets. Ophet moment dat er een match is gemaakt, als een werkge-ver geïnteresseerd is maar de persoon in kwestie wel on-dersteuning nodig heeft, moet deze persoon echter welnaar de gemeente kunnen gaan met de mededeling: helpmij, want ik heb nu een voorziening nodig om daar aanhet werk te kunnen. De gemeente mag dan vervolgensniet zeggen dat zij dat niet doet. Ik vraag de staatssecre-taris om dit project onder de aandacht te brengen van deVNG en van werkgevers. Wellicht kan dit project wordengepresenteerd tijdens de werktop.In eerste termijn heb ik reeds gezegd dat 51 mln. aanre-integratiegeld dat niet is besteed, wordt teruggehaald.Dit gaat volgens mij ook over re-integratie. Wellicht kande staatssecretaris hiermee een impuls aan het fonds ge-ven.Mijn derde thema is: minder bureaucratie, meer lucht.Ook dat was voor ons een belangrijke voorwaarde in de-ze wet. Er zijn inmiddels amendementen uitgegaan. Daar-bij zit in ieder geval een amendement dat mijn fractiezal steunen, namelijk het amendement waarmee de toe-gangstoets wordt afgeschaft. Ik heb eerder al gezegd datde toegangstoets volgens mij gewoon uit het systeemmoet. De prikkels gaan de goede kant uit. Gemeentenhebben er baat bij om mensen uiteindelijk zo veel moge-lijk naar vermogen te laten werken, als dat kan op 100%van het wettelijk minimumloon. Zij zullen dat volgens mijdan ook doen. De toegangstoets is in mijn ogen dus nietnodig. Dit geeft veel meer lucht in het systeem. Datzelfde SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-43geldt voor de herhaalde toetsingen. Dat wil niet zeggendat er niet meer kan worden getoetst. Het wil ook hele-maal niet zeggen dat mensen niet kunnen vragen om eentoetsing. De verplichte herhaalde toetsingen, die somshelemaal niet nodig zijn, zijn in ieder geval niet meer no-dig door het amendement dat de heer De Jong heeft inge-diend. Ook dat amendement steun ik graag.Een ander punt dat mijn fractie heeft gemaakt, is datmensen sneller naar 100% van het wettelijk minimumloonmoeten. Ook wij hebben er wel wat moeite dat het somskan gebeuren dat mensen nog veel langer dan zeven jaaronder dat wettelijk minimumloon moeten werken. Op ditpunt heb ik een amendement ingediend voor een refer-te-eis waardoor de periode maximaal vijf jaar zal bedra-gen voor mensen die ouder zijn dan 27.Mevrouw Karabulut (SP):Op dit moment krijgen alleenstaanden en alleenstaandeouders zeven jaar lang – of met het amendement van me-vrouw Sterk vijf jaar lang – onder het wettelijk minimum-loon betaald. Ik heb een amendement ingediend dat ge-meenten op vrijwillige basis de mogelijkheid geeft omna een jaar of een half jaar aan te vullen tot 100% van hetwettelijk minimumloon. Mevrouw Sterk heeft ook moeitemet dit punt. Steunt zij ons dan op dit vlak?Mevrouw Sterk (CDA):Ik vind het op zich een sympathiek amendement, maar wijmaken dan wel weer uitzonderingen in de systematiek. Ikheb net gezegd: minder bureaucratie, meer lucht. Ik wildan niet weer allerlei doelgroepen in de regeling benoe-men die worden uitgezonderd. Voor de kosten die men-sen soms maken, hebben de gemeenten een instrumentin de vorm van de bijzondere bijstand.Mevrouw Karabulut (SP):Dit is een heel omslachtige manier om te zeggen: nee, ikwil per se dat mensen zeven jaar lang – of in het gevalvan het amendement van mevrouw Sterk vijf jaar lang –onder het wettelijk minimumloon worden betaald, ook alwerken ze naar vermogen. Mevrouw Sterk wil niet eenseen opening bieden en met ons meegaan om de gemeen-ten – sociale gemeenten die dat zouden willen – heel een-voudig de mogelijkheid te geven om mensen wel dat wet-telijk minimumloon te betalen. Zelfs dat wil zij niet omdatzij blijkbaar zo dol is op die loondiscriminatie.Mevrouw Sterk (CDA):Ik laat die woorden maar voor rekening van mevrouwKarabulut. Wij kiezen gewoon voor helderheid. Wij heb-ben steeds gezegd: minder bureaucratie, meer lucht. Wijwillen dan niet weer bijzondere doelgroepen benoemenin een regeling. Volgens mij kun je dan namelijk nog veelmeer doelgroepen benoemen; daar kiezen wij gewoonniet voor.Mevrouw Karabulut (SP):Het is altijd gemakkelijk om je te verschuilen achter bu-reaucratie of om geen antwoorden te geven. Ik wil al-leen nog dit zeggen: het gaat om mensen. Ik denk dat me-vrouw Sterk, ik en het overgrote deel van Nederland nietvoor niets zo hechten aan het wettelijk minimumloon. Hetzou voor ons ook niet echt motiverend zijn om ontzettendons best te doen – want dat doen ze! – maar minder tekrijgen dan anderen.Mevrouw Sterk (CDA):Dat was geen vraag, volgens mij. Volgens mij heb ik al ve-le malen met mevrouw Karabulut van gedachten gewis-seld over de wederzijdse intenties en de punten waaropdie verschillen.Voorzitter. Ik vervolg mijn betoog en kom bij mijn laat-ste blokje. Dat is niet onbelangrijk. Ik had het blokje "loop-bruggen" genoemd en het gaat over de vraag of er vol-doende verbindingen te leggen zijn met andere wettendie wij hebben geïmplementeerd of nog zullen implemen-teren. Ik heb al gezegd dat het volgens mij uiteindelijk destip op de horizon zou moeten zijn dat al die wetten maaréén doel hebben, namelijk om mensen te laten meedoenen te laten participeren, naar vermogen of op welke ma-nier dan ook. Daarom zou het einddoel moeten zijn datwe een participatiewet krijgen, een soort van kaderwetover de verschillende decentralisaties, die er vooral voorzorgt dat er verbindingen komen tussen de verschillendewetten.De ene wet gaat over werk en de andere gaat mis-schien over zorg, maar ze gaan wel beide over dezelfdepersoon. Die verbindingen moeten goed gelegd kunnenworden. Ik denk ook dat er juist in die decentralisaties eenenorme kans ligt. De decentralisaties zorgen er immersvoor dat de vraag en de zorg dicht bij de mensen komen.Ik heb veel vertrouwen erin dat gemeenten die verbin-dingen kunnen maken, maar ik denk wel dat we ze daareen handje bij moeten helpen vanuit Den Haag. Daaromheeft mijn collega van de VVD op dat punt een motie in-gediend, dat we er uiteindelijk voor moeten zorgen datdie decentralisaties naar elkaar toe groeien. Ik kan nietvaak genoeg onderstrepen hoe belangrijk ik dat vind, ze-ker op het punt – dat staat ook in die motie – van de com-pensatieplicht.Ik heb gehoord dat ook mevrouw Hamer op dat punteen amendement wil indienen. Ik heb ook zitten wikkenen wegen of ik dat moet doen, maar ik zie toch ook nogbezwaren op dit punt, omdat de financiële systemen nogtotaal niet op elkaar zijn aangesloten. Ik vind het wel ietswat bekeken moet worden bij de decentralisatie en bij demotie die wij hebben ingediend. Een mogelijke manierom dat te doen staat in de tweede motie over het keu-kentafelgesprek. Dat klinkt misschien een beetje gek alswoord, maar de term betekent dat mensen bij iemandthuis aan de keukentafel gaan zitten om te bezien wat ie-mand nodig heeft om mee te kunnen doen. Daarbij moetook gesproken worden over de vraag hoe iemand aan hetwerk geholpen kan worden. Je zou kunnen zeggen dat ditte maken heeft met de compensatieplicht. Het doel is inieder geval dat die dingen in samenhang besproken wor-den. Er moeten niet twee of drie verschillende mensenlangskomen en men moet niet naar verschillende loket-ten toe moeten. Het moet op één plek plaatsvinden. Wijvinden het van belang dat de pilot plaatsvindt, maar wil-len daarvan wel binnen een redelijke termijn de resultatenzien. Dan kunnen we bezien wat voor aanpassingen er ge-daan moeten worden zodat de systemen nog beter op el-kaar kunnen inwerken.Voorzitter. Ik zie mevrouw Hamer daar steeds licht drei-gend staan en vraag me af of ze naar de interruptiemicro-foon toe gaat of niet.De voorzitter:Er gaat iets intimiderends vanuit, dat ben ik met u eens.Maar ze staat echt niet bij de interruptiemicrofoon, dusvervolgt u rustig uw betoog. SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-44Mevrouw Sterk (CDA):Het brengt me een beetje van mijn à propos.Voorzitter. Ik heb in eerste termijn gevraagd of het nietgoed zou zijn om aan mensen die vragen om een bepaal-de voorziening – ik had het net over de eigen regie – dui-delijk te maken of ze daar wel of niet aanspraak op kun-nen maken. Dat is iets anders dan zeggen dat ze er rechtop hebben. Toen zei de staatssecretaris, ik heb het ver-slag maar meegenomen: gemeenten zijn op basis van dewet verplicht om in een verordening te omschrijven on-der welke voorwaarden mensen met een arbeidsbeper-king voor bepaalde voorzieningen in aanmerking komen.De staatssecretaris zegt dus eigenlijk: het kan, de wet ver-biedt niet dat dit gebeurt. Dan zeg ik maar weer: deze wetwordt, naar ik aanneem, ook op decentraal niveau goedgelezen. Ik roep de gemeenteraden op om hun kans tepakken en in de verordening duidelijk te maken wanneermensen ergens wel of geen recht op hebben. Dat biedtheel veel helderheid, juist ook voor de nuggers. Die kun-nen mogelijk op eigen kracht een werkgever vinden, maarmoeten dan wel weten of ze die voorziening uiteindelijkkunnen krijgen of niet. Het lijkt mij goed dat de gemeen-ten daar helderheid over bieden.Een andere loopbrug bestaat er tussen onderwijs enarbeidsmarkt. Ik heb daar een motie over ingediend. Destaatssecretaris zegt in overleg te zijn en dat er regionalebijeenkomsten komen. In die motie stond echter nadruk-kelijk dat er afspraken gemaakt moeten worden. Bij elkaargaan zitten op een regionale bijeenkomst acht ik heel ergbelangrijk, maar het moet uiteindelijk ook wel ergens toeleiden. Er moeten afspraken worden gemaakt over hoedie overgang verbeterd kan worden. Ik vraag de staatsse-cretaris dan ook om dat helder per brief aan ons te com-municeren.Ik zie dat ik nog een vraag ben vergeten over de decen-tralisatie. Er zijn veel zorgen over dat mensen die nu bij-voorbeeld met arbeidsmatige dagbesteding aan het werkzijn straks helemaal nergens meer een beroep op kun-nen doen. De staatssecretaris zegt dat dit nog steeds mo-gelijk is bij deze wet, maar is dat ook echt zo? Denkt hijook echt dat mensen die nu met een coach aan het werkzijn omdat zij alleen met arbeidsmatige dagbesteding aanhet werk kunnen dat ook met deze nieuwe wet kunnen? Ikweet wel dat dit dan eigenlijk weer onder een andere wetvalt maar de staatssecretaris zegt dat dit kan. Die verzeke-ring zou ik dan wel graag van hem krijgen.Ik ben blij met de toezegging over het stimuleren vanondernemerschap voor mensen met een medische uren-beperking. Dat wachten wij af.Dan nog de WIA.Mevrouw Karabulut (SP):Ik heb even gewacht met het deel over jongeren en de be-geleiding daarvan, want wij stonden van de week ook ophet Plein, waar ik mevrouw Sterk voor de camera's hebhoren zeggen dat zij zich ervoor gaat inzetten dat de be-geleiding van jongeren gegarandeerd is. Nu heb ik eenamendement voor een heel bijzondere en belangrijkegroep jongeren ingediend, namelijk diegenen die vanuithet praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onder-wijs aan de slag zijn bij een werkgever maar die nog niethelemaal van school zijn. Ik wil dat in de wet vastleggenomdat het een heel belangrijke groep is, die straks ookgeen recht meer heeft op een uitkering en anders door al-le enorme bezuinigingen dreigt die begeleiding te verlie-zen.Mevrouw Sterk (CDA):Wat legt u dan precies vast in de wet?Mevrouw Karabulut (SP):Het recht op begeleiding: ook een beetje rechten voor jon-geren. Ik begreep dat u dat ook wilde en dat u tegenoverde jongeren op het Plein ook uw zorgen hebt gedeeld.Gaat u dat amendement dan misschien wel steunen?Mevrouw Sterk (CDA):Ook dat is op zichzelf heel sympathiek, alleen is het puntdat een recht op begeleiding ook weer niet in deze wetpast. Daarom leg ik er ook zo het accent op – u kunt in delach schieten, maar wij hebben ook die verantwoordelijk-heid – dat het belangrijk is dat gemeenteraden dan ookwel dat hiaat invullen. Dat is waarom ik net ook heb ge-zegd dat de verordening op dit punt duidelijke afsprakenzou moeten bevatten. Daarom heb ik net gezegd dat erook afspraken moeten komen over de samenhang tussenonderwijs en arbeidsmarkt en dat een regionale bijeen-komst alleen niet voldoende is. Dus een recht klinkt heelsympathiek, maar ik vind dit niet zo passen bij de syste-matiek van deze wet. Ik denk dat het wel van belang is datgemeenteraden gaan kijken, want het zou natuurlijk dood-zonde zijn dat al het geld dat wij in deze jongeren hebbengeïnvesteerd – dat heb ik ook in mijn eerste termijn ge-zegd – via passend onderwijs en jeugdzorg vervolgenszou verdwijnen. Ik ga ervan uit dat een gemeente als eenjongere aanklopt die aan het werk wil en die vraagt omhulp daarbij die jongere ook zal helpen.Mevrouw Karabulut (SP):Het past wel in de wet, want ik heb een amendement. Wijzijn hier ook om mede wetten te maken. Als jongeren opdit moment bij gemeenten aankloppen, worden zij ookmet dit wetsvoorstel vier weken lang weggestuurd. Hetgaat om jongeren die nog op school zitten en een werk-stage doen. Ik ken heel succesvolle projecten die nu drei-gen te worden beëindigd. Mij gaat het erom die overgangtussen school en werk mogelijk te maken zodat je die jon-geren ook nooit meer terugziet. Dat is wat ik hierin regel.Maar het is een keuze. Als mevrouw Sterk zegt dat zij ditlastig vindt of dat dit in de ene gemeente wel moet kun-nen en in de andere niet – want dat is de consequentievan het verwijzen naar een verordening – wil ik haar al-leen nog maar meegeven dat het hier gaat om een heelbijzondere groep kinderen. Als wij werkloosheid en uit-zichtloosheid willen voorkomen, moeten wij ook rechtendurven te geven aan onze jongeren.De voorzitter:Ook dat is geen vraag, dus ik verzoek mevrouw Sterk omvoort te gaan met haar tekst.Mevrouw Sterk (CDA):Ik zal in ieder geval nog naar het amendement kijken.Ik kom bij het punt van de WIA, want wij hebben in hetverleden gezien dat de WWB een succes was, mede door-dat heel veel jongeren uiteindelijk in de Wajong terechtko-men. Dat proberen wij met deze wet weer op te lossen envooral te zorgen dat mensen die iets kunnen ook de kanskrijgen om dat te doen. Alleen moeten wij dan wel weervoorkomen dat zij uiteindelijk weer in de WIA terechtko-men, specifiek in de IVA, een uitkering die er geen beroepop doet om te kijken wat zij wel kunnen maar vooral opwat zij niet kunnen, namelijk dat zij niet boven het wette- SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-45lijk minimumloon zouden kunnen verdienen. Ik heb goedgehoord wat de staatssecretaris heeft gezegd. Hij over-weegt om op dat punt een nota van wijziging in te dienen.Volgens mij is die nota van wijziging inmiddels al rond,maar dat weet ik niet zeker.De voorzitter:Ja, dat klopt.Mevrouw Sterk (CDA):Daar ben ik blij mee. Ik meen dat wij daarmee een water-bedeffect voorkomen. Daarmee voorkomen wij dat dezemensen onder weer een andere wet komen te vallen. Ikmeen wel dat het goed is om te monitoren hoe dit gaat.Wat gebeurt er met deze mensen? Het Schattingsbesluitmoet worden aangepast. Hoe werkt dat uiteindelijk uit?Het lijkt mij goed om dat na twee jaar te onderzoeken ende Kamer van de resultaten daarvan op de hoogte te stel-len. Twee jaar is een periode die nodig is om te kunnenbeoordelen hoe dit werkt.Ten slotte wil ik, net als de VVD, iedereen danken dieheeft geholpen bij de totstandkoming van dit wetsvoor-stel. Dit is geen eenvoudig wetsvoorstel. Niet alleen dethematiek is niet eenvoudig, maar ook de technische on-derbouwing en de wetstechniek zijn niet eenvoudig. Ikheb hierbij ook veel ambtenaren getroffen die op andereplekken in het gebouw zitten. Ik wil ook iedereen bedan-ken die mij de mogelijkheid heeft geboden om een blikte werpen in zijn of haar leven. Ik heb mensen gesprokenin de sociale werkvoorziening, maar ook bij werkgevers.Ik heb er ontzettend veel van geleerd. Dat heeft mij alle-maal geholpen bij het vormen van een oordeel namensmijn fractie over dit wetsvoorstel. Het heeft mij ook ge-holpen om scherp te krijgen welke risico's en kansen ditwetsvoorstel met zich meebrengt.Ik trek de volgende conclusie. Met de amendementenen moties die nu voorliggen, kunnen wij volgens mij vooreen groot deel aan de zorgen die leven tegemoetkomen.Wij kunnen daarmee ook aan de zorgen van de VNG tege-moetkomen, zeg ik heel nadrukkelijk. Er komt meer finan-ciële ruimte. Er komt meer ruimte en minder bureaucra-tie. Er komen meer "no worry"-maatregelen. Ik vind echterook dat wij de druk op de werkgevers moeten verhogen.Ik meen dat wij in ieder geval gaan investeren in de loop-bruggen tussen de verschillende decentralisaties. Dat iswinst. Tegelijkertijd besef ik dat dit wetsvoorstel een wetbetreft op het smalle paadje tussen werkgevers, werkne-mers en gemeenten. De richting is echter in ieder gevalgekozen. Wij slaan dit pad in. Succes is niet verzekerd.Er is echter wel voldoende vertrouwen. Er zijn voldoendekansen dat deze wet uiteindelijk op een goede manier zalwerken. Daarom zien wij de stemmingen over dit wets-voorstel en de implementatie van deze wet hoopvol tege-moet.Mevrouw Hamer (PvdA):Ik hoopte de mevrouw Sterk terug te zien die wij aan hetbegin van deze hele serie overleggen zagen. Die mevrouwSterk wilde, meen ik, cao's niet meer algemeen verbin-dend verklaren.Mevrouw Sterk (CDA):Ja. Het ging daarbij om een motie die de PvdA niet heeftgesteund.Mevrouw Hamer (PvdA):Ja, ja, dat wilde mevrouw Sterk niet meer. Zij wilde dewerkgevers onder druk zetten. De gemeenten moestengeld krijgen. Wij zagen toen een heel offensieve mevrouwSterk. Ik hoor haar nu in de laatste zin van haar betoogconcluderen dat zij vermoedt dat gemeenten blij zullenzijn omdat er 100 mln. niet beschikbaar komt. Gemeentenzouden blij zijn omdat we twee jaar gaan wachten tot ermisschien wel extra mogelijkheden komen voor de bege-leiding, maar misschien ook niet. We moeten verder nogeen paar jaar wachten op het compensatiebeginsel. Dewerkgevers en de top gaan over twee jaar nog eens be-kijken hoe het ermee staat. Kortom, wij zien het grote uit-stellen van mevrouw Sterk. Dat verrast mij enorm. Wat iser gebeurd met mevrouw Sterk?Mevrouw Sterk (CDA):Ik waardeer mevrouw Hamer als Kamerlid enorm. Ik zieechter ook dat zij haar rol van lid van de oppositie metverve speelt. Zij doet namelijk net of er niets zal veran-deren. Ik noem haar de toegangstoets die zal worden ge-schrapt. Dat is een grote wens van de VNG. De RUD-mid-delen worden zeker bekeken. Als de VNG inderdaad ge-lijk heeft en er geld tekort zal zijn, dan kan de VNG dit metvertrouwen tegemoet zien. Die middelen zullen dan dusvrijkomen. Wij zullen bezien of gemeenten inderdaad eendeel van de winst van het budget kunnen krijgen. Afgelo-pen maandag kregen wij deze drie wensen hier in de Sta-tenhal van de VNG te horen. Die wensen zijn door de coa-litiepartijen ingebracht in het wetsvoorstel. Ik ga ervan uitdat ook mevrouw Hamer deze wetsvoorstellen zal steu-nen.De motie over de cao's heeft mevrouw Hamer niet ge-steund. Het betrof een heel duidelijke oproep aan werkge-vers om werk te maken van de cao's. Ik zie dat daarbij welsprake is van groei. Dat heeft mevrouw Hamer vast ookopgemaakt uit de stukken. Het is echter nog niet voldoen-de. Ik ben er alleen niet van om nu al te roepen dat wijquota's gaan opleggen. Ik ben er niet van om stickertjesop mensenhoofden te plakken. Daarover had mevrouwHamer het zelf ook voortdurend. Ik ben er niet van om tezeggen: als u zo veel stickertjes in uw bedrijf hebt, hoeftu geen geld te betalen. In dit wetsvoorstel is ruimte vrij-gemaakt, is bureaucratie weggehaald. Daarover maaktemen zich grote zorgen. Dat heb ik tijdens al mijn bezoekengehoord. Wij hebben loopbruggen gebouwd. MevrouwHamer zegt dat wij de compensatieplicht nog gewoon indeze wet implementeren. Ik wil dat wij eerst zorgvuldiggaan kijken hoe dat precies uit gaat werken. Daar komenpilots voor, waarmee wij dat goed gaan bekijken. Daar-mee is een enorme winst binnengehaald in dit wetsvoor-stel. Ik snap dat mevrouw Hamer die winst wil verkleinen,maar ik ben heel erg blij dat dit wetsvoorstel op die ma-nier is aangepast met alles wat ik de afgelopen tijd hebgehoord en waar ik het over heb gehad.Mevrouw Hamer (PvdA):U laat zich wel heel erg snel blij maken. Dan is mijn vraagnog steeds wat er met u gebeurd is. De gemeenten heb-ben maandagochtend gevraagd of de 100 mln. die nu alvan hen was en die op de plank ligt, nu ter beschikkingte stellen, niet over twee jaar. De gemeenten vragen nuom extra ruimte voor begeleiding, niet over twee jaar.De werkgevers doen al – het waren, geloof ik, uw woor-den – 40 jaar niks. Gaan wij zitten wachten? Ja, weer tweejaar. Het is één groot uitstel. Een beetje zoethoudertjes SterkTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-46van moties worden hier voorgehouden, maar geen con-crete afspraken. Geen concrete afspraken met werkge-vers. Geen geld voor de begeleiding voor de gemeen-ten. En had u het over stempels? Allemaal stempels! 10%loonwaarde, 20% loonwaarde, 30% loonwaarde. U zet destempels op het hoofd van de mensen. En dan doet u hieralsof u blij bent. Zeg dan gewoon: ik heb het niet voormekaar gekregen. Dat zou u sieren, maar net doen alsofwij blij moeten zijn met een dode mus, vind ik werkelijk tetreurig voor woorden.Mevrouw Sterk (CDA):Ik wil u herinneren aan uw eigen woorden uit de eerstetermijn: het was een leuke actie om aan werkgevers tevragen om 10.000 banen te creëren. Ik heb ze nog niet ge-zien vandaag. Dat betekent dat het een heel moeilijke op-gave is, ook voor de staatssecretaris. Dan vind ik het heelgoedkoop om te claimen dat u ervoor gaat zorgen dat er10.000 banen komen, terwijl die banen er op dit momentniet zijn. Wij doen er alles aan. Niemand in deze zaal ver-schilt van mening met u als u zegt dat die banen er moe-ten komen. De druk wordt inmiddels ook gevoeld bij dewerkgevers, maar u moet niet doen alsof wat u schetst,zo gemakkelijk is. U vult uw plannen met werkgevers diemoeten gaan betalen voor uw loonkostensubsidies voormensen die onbetaald werk op 100% van het wettelijk mi-nimumloon mogen gaan doen. Daar zijn wij niet van. Wijwillen ervoor zorgen dat werkgevers inderdaad bereid zijnom mensen in dienst te nemen. Dat doen ze niet als zevoor onbetaald werk dat soort bedragen moeten gaan be-talen.Mevrouw Hamer (PvdA):Dat klopt inderdaad. Het CDA is ervan om mensen onderhet minimumloon te betalen en om de kosten bij de zwak-ste groepen neer te leggen. Dat hebben wij nu gezien. Enik heb helemaal niets geclaimd. VNO-NCW is naar onstoegekomen en heeft gezegd: wij willen dat wel doen. Ikmoet het inderdaad nog zien. Wij zullen de werkgeversdaaraan houden, maar u houdt ze helemaal nergens aan.Er wordt geen enkele afspraak gemaakt. Er wordt geenenkel convenant gesloten. Er wordt geen enkel fonds ge-maakt. Er gebeurt helemaal niks. U had het in eerste ter-mijn nog over een fonds. Waar is het fonds gebleven? Hetis allemaal verdwenen. En het geld dat er is, de 100 mln.die er gewoon is bij de gemeenten, gunt u de gemeentenzelfs niet. Waarom wachten? Van wie moet u wachten?Van wie mag u niet vandaag doorgaan?Mevrouw Sterk (CDA):Wij willen deze operatie eerst de kans geven. Dat doe jeniet door nu al te zeggen dat er geld komt, maar in 2010gaan wij kijken waar extra geld nodig is. Dat zal echt nietoveral het geval zijn. Ik ben de afgelopen jaren in ge-meenten geweest waar SW-bedrijven zwarte cijfers had-den en gemeenten nooit hebben hoeven bijdragen. Ik benook in gemeenten geweest waar SW-bedrijven al in de ro-de cijfers zaten en waar gemeentelijke bijdragen continuwerden bijgevuld. Die herstructureringsoperatie is er nietom exploitatietekorten te dempen, maar om de omslag temaken naar een systeem waarin wordt gekeken naar watmensen wel kunnen en niet naar wat mensen niet kun-nen, waarin mensen een leven kunnen krijgen buiten demuren van een beschermde omgeving, die voor sommi-gen heel goed is maar anderen echt tekortdoet. Daar wil-len wij werk van gaan maken met dit wetsvoorstel. Er lig-gen een heleboel kansen voor. Wij laten mensen niet heellang onder het wettelijk minimumloon verdienen. Daar-voor heb ik net een amendement ingediend. Ik ga ervanuit dat u dat steunt. U hebt immers ook de Wajong ge-steund in het verleden, die precies dezelfde systematiekhad. Het is een smal paadje. Er is geen succes verzekerd,maar wij moeten het verleden ook niet romantiseren. Udoet dat wel. Wij willen een blik op de toekomst. Wij heb-ben het vertrouwen dat de kansen daarop met dit wets-voorstel goed zijn.De voorzitter:Dank u wel. De sfeer komt er lekker in.Ik had dit zaaltje geboekt tot drie uur en het is al kwartover drie. De deelnemers aan het debat dat om drie uurhad moeten beginnen, hebben zich al gemeld. Maar wijgaan nog even vrolijk door, al zou ik het waarderen alswij het aantal interrupties kunnen beperken bij de vol-gende twee sprekers. Dat vindt mevrouw Karabulut heeljammer. Ook de heer Dijkgraaf betreurt dat erg, maarlaten wij even een beetje om de tijd denken. MevrouwKarabulut heeft een spreektijd van 30 minuten. Daar wensik haar veel succes mee.Mevrouw Karabulut (SP):Voorzitter. Volgens mij spreken wij nu al meer dan twintiguur over het voorstel voor de Wet werken naar vermogen.Over deze wet is al een aantal jaren heel veel te doen. Denaam is heel mooi. Het doel van de wet is om mensenmet een beperking, zowel jongeren als ouderen, die nugeen volwaardige plek op de arbeidsmarkt hebben en dieonvoldoende inkomen en kansen hebben, gelijke kansente geven en ervoor te zorgen dat zij niet afhankelijk zijn,maar economisch zelfstandig kunnen worden. Dat pastook bij internationale verdragen van de Verenigde Natiesvoor gelijke rechten van mensen met een beperking. Datis allemaal prachtig, maar bij de mensen met een beper-king, de betrokken gemeenten en werknemersorganisa-ties bestaan grote zorgen. Zij vrezen dat deze wet het te-genovergestelde zal bereiken: geen insluiting, maar uit-sluiting; geen volwaardige baan, maar een halve baan ofeen baan die onvoldoende inkomen oplevert.De afgelopen twee jaar hebben heel veel mensen uitde sociale werkvoorziening, jonggehandicapten, aan destaatssecretaris en het kabinet-Rutte proberen duidelijk temaken – de staatssecretaris is daar verschillende keren bijgeweest; dat vind ik ontzettend goed en dat waardeer ikzeer – dat zij er niet in geloven en dat zij niet zien dat hunpositie met dit wetsvoorstel daadwerkelijk verbeterd zalworden. Er zijn verschillende demonstraties geweest. Erzijn honderden verhalen. Wij hebben gisteren vier boekenvol van de vakbond meegekregen. Er stonden weer men-sen voor de deur met spandoeken met teksten als "ik wilwerk" en "ik wil inkomen". Deze mensen zeggen: armoe-de werkt niet. Uit de debatten, uit de beantwoording vande staatssecretaris in eerste termijn, maar vooral uit debijdragen van de woordvoerders van de partijen die destaatssecretaris steunen – de VVD, gedoogpartner PVV,gedoogpartner SGP, maar vooral het CDA – blijkt dat zijheel weinig ruimte overlaten om ook maar iets te kunnenveranderen en te luisteren naar de zorgen van de samen-leving.Hetzelfde ervaar ik wanneer ik spreek over de groeien-de armoede en tweedeling in Nederland. Op dit moment KarabulutTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-47hebben wij een premier die, helaas, gewoon zegt: armoe-de bestaat niet. Ik ben dol op optimisme. Natuurlijk moetje iets willen en daarvoor gaan. Je moet er hard voor wer-ken om iets te bereiken. Soms heb ik echter het gevoeldat de staatssecretaris zegt: beperkingen bestaan niet; jebent blind, maar je kunt zien; je zit in een rolstoel, maar jekunt lopen. Dat gevoel bekroop mij toen ik de afgelopendagen naar de antwoorden luisterde.Kort samengevat: de Wet werken naar vermogen zorgtervoor dat 60.000 banen in de sociale werkplaatsen wor-den geschrapt, al gebeurt dit op termijn. In die socialewerkplaatsen kan een deel van de mensen beschermden beschut werken. Een ander deel van de mensen werktin groepsverband en onder begeleiding bij werkgevers.Weer een ander deel van de mensen werkt bij werkge-vers, maar krijgt wel begeleiding. Dat is wel zo fijn, zozeggen zij. Bij de werkgevers worden 60.000 banen ge-schrapt en wordt gekozen voor een sterfhuisconstructie.Ik kom op de jonggehandicapten. Iedereen heeft overhen gesproken. Er is iets raars aan de hand in onze sa-menleving, want van deze jongeren, bij wie niet allesmeezit, die misschien wat problemen hebben, die lichtverstandelijk gehandicapt zijn of net een beetje meerstructuur, onderwijs en begeleiding nodig hebben daneen ander, vallen er veel buiten de boot door werkloos-heid, door het niet vinden van een baan, door het nietkunnen opbouwen van een toekomst met huisje-boom-pje-beestje. Overigens worden veel van deze jongerener rustig van als het hen wél lukt, zo hoorden wij van dehoofdcommissaris van de politie van Amsterdam. Dat zijin groten getale in een uitkering belanden, is niet goed.Natuurlijk, het doel om ervoor te zorgen dat het ophoudt,is perfect en fantastisch, maar we moeten realistisch zijn.Op dit moment heeft slechts 4,2% van de werkgevers eenjonggehandicapte in dienst. Dat kun je zeggen dat straksiedereen met arbeidsvermogen niet meer dat stickertje"jonggehandicapte" krijgt en niet meer die uitkering, maareen andersoortige uitkering of geen uitkering. Echter, devraag die we ons hier moeten stellen, is of dit de oplos-sing is voor werk en voor het onderwijs en de begeleidingdie ze nodig hebben. De begeleiding en dat onderwijswaarop zo wordt bezuinigd door dit kabinet, dreigen juistweg te vallen. Waar zijn ze dan? De banen zijn er nog niet.Het inkomen wordt verlaagd. De begeleiding valt weg. Ikben bang dat grote groepen jongeren tussen wal en schipgaan vallen.Dan de derde verandering die deze wet behelst. Dat isdat alle groepen behoudens de uitzonderingen vanwegeoude rechten, vallen onder de verantwoordelijkheid vande gemeenten. Maar gemeenten moeten een bezuinigingvan bijna 2 mld. opvangen. Het klinkt dan altijd heel mooidat "decentraliseren", maar dat decentraliseren, dat over-hevelen van taken naar gemeenten gaat op sociaal terreinalleen maar gepaard met heel heftige bezuinigingen. Ditzijn er 2 mld. De gemeenten moet met 2 mld. aan bezuini-gingen de begeleiding en het werk organiseren van bijna700.000 mensen in Nederland met een arbeidsbeperking,in ieder geval een half miljoen, en dan ook nog eens demensen die gewoon werkloos raken en geen baan meerkunnen vinden. Dat gaat knellen. Dat gaat niet werken opdeze manier.En dat is niet de enige bezuiniging want de rekeningvan 7 mld. van de 18 mld. van de totale bezuinigingenvan dit kabinet door de crisis, komt bij gemeenten te lig-gen. Dus het zijn niet alleen heel veel veranderingen, ookop het terrein van de zorg, maar het betekent vooral heelveel minder geld.En dan als klap op de vuurpijl komt dit kabinet-Ruttemet een instrument waar de honden geen brood van lus-ten. Ik heb hier heel veel moeite mee en ik denk dat ieder-een dat inmiddels wel door heeft. Waar het doel van dewet is om mensen met een beperking een gelijke posi-tie en gelijk werk te geven voor een eerlijk en gelijk loon,wordt er tegen ze gezegd: op het moment waarop je eenarbeidsbeperking hebt en je werkt naar vermogen, je de-zelfde uren werkt en je eigenlijk nog harder je best doetdan je collega zonder beperking, heeft je collega zonderbeperking recht op het wettelijk minimumloon maar jijniet. En dat in ieder geval voor zeven jaar. En mevrouwSterk gaat er dan vijf jaar van maken. Een doekje voor hetbloeden, zou ik zeggen. De doelstellingen zijn mooi maarde bezuiniging en de manier waarop maken van deze weteen heel lelijke discriminatoire wet.Dan zijn er nog een aantal andere belangrijke punten.Je kunt mensen naar werk leiden. Daarvoor heb je bege-leiding en ondersteuning nodig, in meer of mindere mate,maar je hebt vooral banen nodig. De doelstelling van hetwetsvoorstel is het verhogen van de arbeidsparticipatievan mensen met een beperking. We weten dat die partici-patie laag is, namelijk rond de 25% en we weten ook datof het nu economisch goed of slecht gaat, deze mensenal decennia lang heel moeilijk aan een baan komen. Danzou je verwachten dat met dit wetsvoorstel het kabinetzich ook een doel stelt: ik wil die arbeidsparticipatie met10%, 20% of 30% verhogen of ik wil afspraken maken metwerkgevers die de intentie hebben om 10.000, 20.000,30.000 en op termijn 500.000 arbeidsplaatsen voor demensen beschikbaar te maken, in te vullen en aan te pas-sen aan de beperking van mensen. Dat doel is er echterniet. Ik heb het de staatssecretaris acht keer gevraagd.Daarop zei hij: ja, maar wij hebben loondiscriminatie endan willen die werkgevers wel. Nee, die werkgevers wil-len niet. Dat hebben ze ook duidelijk gemaakt in het ron-detafelgesprek met ons. Sterker nog, ze hebben het gê-nant genoemd. We hebben een tijdje terug over dit onder-werp ook vragen gesteld om een beeld te krijgen van watde gemiddelde Nederlander hiervan vindt. Het overgrotedeel van de Nederlanders, niet alleen de achterban van dewat linksere partijen maar ook de achterban van de watrechtsere partijen, vindt werken onder het minimumloonmoreel onaanvaardbaar. De enige afspraak die de staats-secretaris heeft met werkgevers gaat over de 5000 werk-ervaringsplekken bij werkgevers. Op zichzelf ben ik daarblij mee, want beter ietsje pietsje dan helemaal niets. Gis-teren is echter uit een onderzoek van FNV Bondgenotengebleken dat de bedrijven die de plekken zouden regelen,zeggen: het is crisis, wij zijn al blij dat we onze eigen plek-ken kunnen behouden. Dat hebben wij overigens ook inhet rondetafelgesprek gehoord. Of zij zeggen dat ze vanniets weten, of dat het moeilijk en lastig zal worden. Destaatssecretaris heeft dat geluid niet kunnen weerleggen,dus ook dat is er niet.Op dit punt heb ik toch een motie, ook al weet ik dat decoalitie vandaag niet echt meegaand is bij wat de opposi-tie voorstelt. Normaal gesproken is zij dat weleens. Maargoed, ik sta hier niet voor niets. Ik doe dus toch een po-ging. Ik dien een motie in over de banen. KarabulutTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-48MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat uit onderzoek blijkt dat, ondanks toe-zeggingen van de werkgeversorganisatie, grote werkge-vers nauwelijks mensen met een beperking in dienst ne-men;verzoekt de regering, afspraken te maken met grote werk-gevers over het in dienst nemen van mensen met een ar-beidsbeperking,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut enHamer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoen-de ondersteund.Zij krijgt nr. 75 (33161).Mevrouw Karabulut (SP):Hiermee is een heel belangrijk fundament, de bodem on-der dit wetsvoorstel, direct al weggeslagen. MevrouwSterk gaf het zojuist ook toe. Anderen hebben het ookgezegd. Niemand kan wat zeggen over die banen. Menzegt: succes is niet verzekerd. De staatssecretaris zei gis-teren: natuurlijk zijn er risico's. Ik neem echter liever geenrisico's ten koste van mensen die toch al geen hoog sala-ris hebben en ten koste van de banen die we op dit mo-ment nog wel hebben voor mensen met een beperking.Ik kom op de loondiscriminatie. In dit wetsvoorstelwordt het "loondispensatie" genoemd. Het betekent dat jemensen minder dan het wettelijk minimumloon betaalt,omdat zij dat niet opleveren. Werkgevers hebben ook an-dersoortige subsidie en ondersteuning. Als de overheidniets voor hen organiseert, hun geen ondersteuning engeen premiekorting geeft, dan nemen werkgevers sowie-so geen mensen met een beperking in dienst omdat zijdan hun business niet kunnen runnen. Overigens zijn erheel veel sociale ondernemers die het wel doen, maar hetgros doet dat niet. Daarom zegt het kabinet dat mensendie rondom dat wettelijk minimumloon zitten, en vooraldegenen die daar net iets boven zitten, te veel verdienen.Dat blijkt ook uit alle inbrengen, van mevrouw Sterk totde heer Azmani en de heer De Jong. Daar is het eigenlijkom te doen in dit wetsvoorstel. Het kabinet zegt: die laat-ste lonen moeten lager worden, willen wij meer mensenaan het werk krijgen. Het kabinet gaat uit van de neolibe-rale marktgedachte: laat het allemaal over aan het spelvan vraag en aanbod van werkgevers; maak de lonen noglager, dan ontstaan de banen wel. Het liefst zou de staats-secretaris het wettelijk minimumloon loslaten, maar datis nu ook weer een brug te ver. Om die reden staat de caovan de mensen in de sociale werkplaats op dit momentonder druk. Ik heb verschillende Kamerleden en aan destaatssecretaris gevraagd of zij vinden dat een salaris van120% van het wettelijk minimumloon – dat is nog geen€ 1400 – veel is. Laten wij zelf eens proberen om daar eenpaar maanden van rond te komen. Dat is knap lastig, laatstaan als je nog minder verdient, zoals in dit wetsvoor-stel wordt voorgesteld. Er wordt namelijk voorgesteld omjuist de mensen met een beperking jarenlang onder hetminimumloon aan het werk te zetten, ook al werken zijnaar vermogen. Dat is het voeden van tweedeling. Dat ishet creëren van nog meer werkende armen. De staatsse-cretaris heeft alle successen van de hervormingen van deafgelopen jaren bejubeld, maar er is ook een keerzijde endie is dat er steeds meer mensen zijn die zonder enige be-scherming, tegen een laag loon en op basis van onzeke-re contracten moeten ploeteren. Ondanks dat zij werken,kunnen zij toch niet rondkomen. Voor mij horen die tweedingen bij elkaar. Werk is ontzettend belangrijk.In de jaren dat ik Kamerlid ben, heb ik nog nooit mee-gemaakt dat een wetsvoorstel zo veel mensen verdrie-tig maakt. Wij hebben een aantal spoeddebatten gevoerdnaar aanleiding van ontslagen bij de sociale werkvoorzie-ning. Mensen snappen het gewoon niet. Ze zijn verdrie-tig. Ze houden van hun baan. Het gaat niet alleen om huninkomen, want het is ook o zo belangrijk om bezig te kun-nen zijn. Natuurlijk zijn er mitsen en maren en natuurlijkkun je verbeteringen aanbrengen, maar mensen hebbendie vastigheid nodig. Heel veel mensen zijn ontzettendverdrietig omdat het kabinet juist op dit punt zegt dat hette veel is, terwijl die mensen keihard hun best doen.Gaan wij die loondispensatie toepassen? Ik heb het te-gen de staatssecretaris gezegd en ik heb het in een amen-dement voorgesteld: laat het loondiscriminatieverhaalvallen. Niet doen. Wij hebben in Nederland niet tweesoorten mensen. Wij hebben niet twee typen werkne-mers. Iedereen heeft recht op het wettelijk minimumloon,ook mensen met een beperking. Ik vrees echter dat het al-lemaal doorgaat, want ik heb net mogen horen dat par-tijen daar wel voor kiezen. Ook christelijke partijen zoalsde SGP en het CDA gaan op deze manier om met men-sen met een arbeidsbeperking. Geef de gemeenten danin ieder geval de mogelijkheid om aan te vullen tot 100%van het minimumloon, maar dat wordt niet gesteund.Voor het altijd aanvullen tot 100% van het minimumloonis ook geen steun. Evenmin is er steun voor het niet kor-ten op het loon na de asociale gezinstoets.De staatssecretaris wil gemeenten de ruimte biedenen hun mogelijkheden geven. Waarom wil hij dan niet bijwet regelen dat de gemeenten de mogelijkheid hebbenom aan te vullen tot 100% van het minimumloon zonderdat aan de betrokkenen eerst vijf jaar lang – indien hetamendement van mevrouw Sterk wordt aangenomen –minder dan het minimumloon is betaald?Mevrouw Hamer heeft een amendement ingediend omde gezinstoets te schrappen. Mijn fractie is nooit voor-stander geweest van de gezinstoets en zij steunt daaromdit amendement. Die gezinstoets is een onding. Ik zal bin-nenkort met een nieuw initiatief komen om aan te tonendat hij moreel en sociaal onacceptabel is. Kinderen diewerken, worden gestraft en moeten voor hun ouders zor-gen. Gepensioneerden, ouderen zullen hun dochter van35 moeten onderhouden terwijl zij haar ook nog eens me-deverzorgen. Dat is het Nederland van dit kabinet, maar ikwil dat Nederland veranderen.Ik ben geraakt door de eerlijkheid van de staatssecreta-ris. Ik heb gevraagd of hij het moreel acceptabel vindt datmensen met een beperking, die net zo hard of misschiennog wel harder werken dan andere mensen, op deze ma-nier worden gediscrimineerd doordat zij minder dan hetminimumloon krijgen ook al werken zij naar vermogen.Hij antwoordde heel eerlijk: het moet allemaal goedkoper.Het antwoord op mijn vraag is dus ja. Voor mij en mijn KarabulutTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-49partij is dit onacceptabel. Ik wil iets doen voor de oplos-sing van de armoede van de werkende armen en voorko-men dat die tweedeling alleen maar groter wordt.Ik heb gevraagd of de jonggehandicapten waarvoor hetUWV verantwoordelijk blijft, een beroep kunnen doen oploonkostensubsidie opdat zij ook pensioen kunnen op-bouwen en boven het minimumloon uitkomen. Zij zullendan het gevoel hebben dat zij niet afhankelijk zijn. Op ditpunt reken ik op de steun van de SGP-fractie. In haar ver-kiezingsprogramma staat heel duidelijk dat zij de loon-kostensubsidie wil invoeren voor jonggehandicapten.De SGP is nu in drukke onderhandelingen met ministerRutte. Ik neem aan dat dit wel geregeld kan worden. An-ders zal blijken hoe snel het kan gaan en dat de SGP netals de PVV verkiezingsbeloften breekt.Mevrouw Koser Kaya heeft een amendement ingedienddat beoogt de studieregeling voor jonggehandicapten tebehouden. Ik steun dit van harte.Ik heb zojuist in een interruptiedebatje met mevrouwSterk gesproken over de begeleiding van jongeren. De ge-meenten worden in de toekomst verantwoordelijk voor dejongeren met een beperking. Velen van hen zullen geenuitkering meer krijgen door de gezinstoets. Het zijn jonge-ren die het praktijkonderwijs of het voorgezet speciaal on-derwijs volgen. Zij hebben excellent vakonderwijs nodig.Als wij een analyse maken van de vraag hoe kan wordenverklaard dat zo veel jongeren instromen in de uitkeringvoor jonggehandicapten, is de kern de manier waarop demaatschappij, het onderwijs en het werk voor deze jonge-ren zijn ingericht. Het gaat te snel, het is te ingewikkeld ente individualistisch. Deze jongeren hebben vakonderwijs,structuur en begeleiding nodig.Nu er zo fors wordt bezuinigd, houden de gemeentennauwelijks budget over voor die begeleiding en kunnen zijdie niet garanderen. Er is echter ook nog een ander pro-bleem. Het is ongeorganiseerd, hoewel het kabinet be-noemt dat de overgang van school naar werk een pro-bleem is. Ik ken veel succesvolle projecten bijvoorbeeldvan Asito waar jongeren in de schoonmaak werken opSchiphol; zij maken vliegtuigen schoon. Ik heb dat zelfeen dag gedaan en het is zwaar werk. Zij doen het ech-ter met veel plezier. Dat lukt doordat de begeleiding totnu toe met veel pijn en moeite is georganiseerd, maar ditdreigt nu weg te vallen. Ik heb daarom op dat punt eenamendement ingediend, juist om die werkstage en hetrecht op begeleiding voor deze groep jongeren te garan-deren. Ik hoor hierop uiteraard graag een reactie van destaatssecretaris.Ik kom te spreken over de sociale werkvoorziening. Ikzei het al, daarover zijn gisteren afspraken gemaakt. Ikben ontzettend bang dat de hele zaak als een kaartenhuisin elkaar zal storten. Je ziet nu al dat er afdelingen wor-den gesloten en afgestoten, er worden nu al mensen inde sociale werkplaatsen ontslagen. Er zijn heel veel ver-drietige mensen. Er staan meer dan 20.000 mensen op dewachtlijst; zij komen niet aan de bak. Dat aantal zal alleenmaar groeien. Wat mij zo opvalt, is dat zowel de werkge-vers als de sw-bedrijven ontzettend bezig zijn met watvolgens de staatssecretaris moet gebeuren, namelijk on-der begeleiding en als dat kan buiten de muren van de so-ciale werkplaats gaan werken. Al die honderd bedrijvenzijn daarvoor nu een constructie aan het bedenken. Alleszal echter in elkaar storten, want er wordt gekozen vooreen model waarin in de toekomst alleen nog maar men-sen met een heel zware handicap toegang zullen hebbentot en zullen kunnen werken in een sociale werkplaats.Dat is een ander model dan we nu hebben. Ik vind dat wedaarmee een parel van onze beschaving kapotmaken. Ikzou er heel veel voor overhebben om dat tegen te kunnenhouden. Volgens mij kan dit, volgens mij kan het ook opeen andere manier, juist door afspraken te maken met allepartijen. Dat is echter helaas niet de route die het kabinetkiest.Ik heb op dit punt een aantal moties.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,spreekt zich uit voor het laten voortbestaan van de collec-tieve arbeidsovereenkomst voor de sociale werkvoorzie-ning,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut enHamer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoen-de ondersteund.Zij krijgt nr. 76 (33161).Mevrouw Karabulut (SP):Ik heb verder een motie over de pensioenen. Ook daar ziteen gigantisch probleem van 350 mln. Als dit niet wordtopgelost, gaat dat ten koste van de pensioenen van demensen in de sociale werkplaats, of worden gemeentenmet dit probleem opgezadeld.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Pensioenfonds voor Werk en(re)Integratie (PWRI) door de invoering van de wet Wer-ken naar vermogen wordt geconfronteerd met een tekortvan 350 mln.;constaterende dat de regering vooralsnog geen enkeletoenadering heeft gezocht om samen met het pensioen-fonds, gemeenten en deelnemers te zoeken naar een pas-sende oplossing;verzoekt de regering, in overleg te treden met het pensi-oenfonds, gemeenten en deelnemers om mee te denkenover een oplossing in de toekomst,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut enHamer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoen-de ondersteund.Zij krijgt nr. 78 (33161). KarabulutTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-50Mevrouw Karabulut (SP):Ook deze motie is medeondertekend door mevrouwHamer. Wij trekken namelijk al twee jaar lang heel veel sa-men op, ook op dit punt.Iedereen heeft het gehad over de gemeenten. De ge-meenten worden opgezadeld met een onmogelijke op-dracht; vooral de gemeenten waar het sociaaleconomischmoeilijk is, met een oververtegenwoordiging van men-sen in de sociale werkvoorzieningen omdat er geen ande-re werkgelegenheid is, en een hoog aantal jonggehandi-capten. In Oost-Groningen en Zuid-Limburg is er zo'n pro-bleem. Ik sprak vanochtend ook weer een wethouder diezei dat zijn gemeente een structureel tekort heeft; als daarniets aan wordt gedaan, is ze binnen vier jaar failliet. Dezeplannen leiden dus ook nog eens tot failliete gemeenten.Vandaar de volgende motieMotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regio's Oost-Groningen en Zuid-Limburg een bovengemiddeld aantal mensen met een ar-beidsbeperking tellen;constaterende dat de regio's Oost-Groningen en Zuid-Limburg een zeer zwakke arbeidsmarkt hebben;constaterende dat zonder een additionele structurelefinanciële bijdrage de transitie van de sociale werkvoor-ziening in beide regio's bij voorbaat tot mislukken is ge-doemd;verzoekt de regering, beide regio's een substantiële bij-drage uit het herstructureringsfonds en een financiëlehandreiking toe te kennen om de onoverkomelijke tekor-ten het hoofd te bieden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut enHamer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoen-de ondersteund.Zij krijgt nr. 79 (33161).Mevrouw Karabulut (SP):Concluderend: het wetsvoorstel rammelt aan alle kan-ten en er is geen draagvlak voor. Er is veel weerstand te-gen vanuit de samenleving, vanuit werkgevers en werk-nemers. Dit is niet de richting die men zoekt. Het kabinetkijkt er niet naar. Deze staatssecretaris gaat gewoon door.Er is geen enkele ruimte voor ons om verbeteringen aante brengen. Het moet me van het hart dat ik de staatsse-cretaris op weinig empathie heb kunnen betrappen, maarmisschien zit ik er, wat dat betreft, naast. Ik vind dat ditkabinet met deze plannen op een heel kille manier de ge-lijke behandeling en positie van mensen met een beper-king ondermijnt en verslechtert, in plaats van deze te ver-sterken. We moeten niet inzetten op oneerlijk werk enwerken onder het minimumloon, maar op een eerlijkebaan en een goede toegang tot begeleiding en onderwijs.Dit vereist naast de eigen verantwoordelijkheid van men-sen, de mantra van dit kabinet, ook een verantwoordelijk-heid van ons als volksvertegenwoordigers, van de over-heid en de werkgever. Het is harder dan ooit nodig om dewerkgevers en de overheid aan te spreken op hun verant-woordelijkheid. Dat gebeurt echter niet.Het kabinet zal met dit wetsvoorstel het tegenoverge-stelde bereiken, namelijk uitsluiting, loondiscriminatieen werkloosheid. De banen zijn er niet. Het is mij echterook duidelijk geworden dat het niet om de mensen gaat.Het gaat niet om het vergroten van de kansen van men-sen met een beperking. Het gaat alleen om de centen. Hetgaat om een kille bezuiniging.Mevrouw Sterk (CDA):Ik heb nog één vraag. Ik heb lang nagedacht of ik deze zoustellen en ik doe het toch. Wij hebben ook gezegd dat wijzorgen hebben. Volgens mij is er één vraag cruciaal in ditdebat. Mevrouw Karabulut hoeft hierop alleen maar ja ofnee te antwoorden. Wat heeft zij liever, dat mensen aanhet werk zijn of dat mensen in een uitkering blijven zitten?Mevrouw Karabulut (SP):Dan heeft mevrouw Sterk wel heel veel van mij gemistde afgelopen jaren. Natuurlijk wil ik mensen aan het werkhebben.Mevrouw Sterk (CDA):Ik stel vast dat dit wetsvoorstel dat mogelijk maakt, maardat u ervoor kiest om mensen in een uitkering vast tehouden. U wilt namelijk niet meewerken aan het instru-ment van loondispensatie.Mevrouw Karabulut (SP):Dit is echt te absurd voor woorden, met alle respect voormevrouw Sterk. Ik zou ervoor kiezen om mensen vastte houden in een uitkering? Ik kies er liever voor om die60.000 plekken in de Sociale Werkvoorziening, echte ba-nen met een fatsoenlijk cao-salaris waarmee mensen eenfatsoenlijk pensioen kunnen opbouwen, te behouden. Ikzou dat heel graag willen, maar dat is niet de route diemevrouw Sterk kiest. Loondispensatie is een ordinair in-strument waar ik absoluut niet achter sta. Het is een vormvan loondiscriminatie waarmee we niet alleen de mensenmet een beperking discrimineren maar ook de bodem on-der onze cao's wegslaan. Dat zal in de toekomst leiden totAmerikaanse toestanden, met nog meer werkende armenin Nederland. Die weg kiest mijn partij inderdaad niet.Mevrouw Sterk (CDA):Dan kan ik maar één conclusie trekken. De SP wijst hetinstrument van loondispensatie af, een instrument waar-door mensen meer kans maken om aan het werk te ko-men. De SP kiest er dus eigenlijk voor om mensen in eenuitkering te laten zitten.Mevrouw Karabulut (SP):Dit is een compleet onzinnige conclusie. Mevrouw Sterken haar partij, het CDA, kiezen daarvoor. Het kiest ervoorom mensen met een beperking onder het wettelijk mini-mumloon te laten betalen. Dat is pure discriminatie. HetCDA kiest ervoor om een sterfhuisconstructie te makenvan de parel van onze beschaving, de sociale werkplaat- KarabulutTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-51sen. Mevrouw Sterk heeft geen banen. Zij kiest ervoorom 2 mld. te bezuinigen op het werk, het inkomen en debegeleiding van deze mensen. De rekening van de crisiswordt bij deze groep mensen neergelegd. Daar kiest mijnpartij inderdaad niet voor.Ik heb een initiatiefwetsvoorstel waarmee ik juist hetsociaal ondernemerschap en de banen wil bevorderen.Daar zullen we nog over spreken. Ik wil inderdaad de ar-moede in dit land niet groter maken, maar oplossen.De voorzitter:Dan zijn we nu aangekomen bij de grote slotapotheo-se van dit debat: de heer Dijkgraaf van de fractie van deSGP!De heer Dijkgraaf (SGP):Voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik blij bendat ik niet woon in het land van mevrouw Karabulut. Ikwoon in Nederland en dat is niet het Nederland dat me-vrouw Karabulut ons geschetst heeft. Zij schetst ons eenland van onmogelijkheden, een land van zieligheid. In datland woon ik niet. En zij woont er ook niet, ook al zegt zijwel dat zij er woont.Mevrouw Karabulut (SP):Ik geloof niet in sprookjes. Ik ga niet uit van wensdenken.En wat ik al helemaal niet doe, is mensen met een beper-king onder het wettelijk minimumloon betalen.De heer Dijkgraaf (SGP):Zeker, voorzitter.Tijdens mijn voorbereiding op dit debat moest ik den-ken aan president Roosevelt. Toen Pearl Harbor gebom-bardeerd was, riep hij in die grote crisistijd zijn kabinet bijelkaar. Zijn generaals zeiden toen tegen hem dat het le-ger niet sterk genoeg was om de Japanners de oorlog teverklaren. Zijn minister van Economische Zaken zei dat hijhet niet moest doen, omdat hij daarmee de economie ka-pot zou maken. Al het geld zou dan immers voor Defensienodig zijn. Zijn minister van Financiën zei dat hij het nietmoest doen, omdat Amerika dan failliet zou gaan. Roo-sevelt werd dat zo zat dat hij, verlamd zijnde, de beugelsvan zijn rolstoel losmaakte, opstond uit zijn rolstoel enzei: Vertel mij nooit meer dat iets onmogelijk is als wij datwillen. Dat is de houding die ook wij zouden moeten heb-ben.Roosevelt zei ook: Denken dat iets onmogelijk is, is hetonmogelijk maken. En het omgekeerde is ook waar. Wijmoeten uitgaan van kansen en van maatschappelijk ver-antwoord ondernemen. Wij moeten uitgaan van de krachtvan de samenleving. Daar zullen wij het in de komendetijd van moeten hebben! Als ik terugkijk naar de afgelo-pen periode, dan komt mij onmiddellijk weer mijn bezoekaan een prachtig bedrijf in Capelle aan den IJssel voorogen. 15 van de 45 medewerkers van dat bedrijf hebbeneen beperking. En 45 mensen hebben het daar reuze naarhun zin. Die 30 mensen zonder beperking zeggen: Wijzouden ze niet meer willen missen. De directeur van datbedrijf zei tegen mij: "Weet je waarom ik dit doe? Ik vindhet mooi. Daarom doe ik het. Ik doe het niet voor de cen-ten, want dan kan ik beter andere mensen inhuren, men-sen met minder risico. Ik doe het, omdat ik het wil, omdathet meerwaarde heeft."Ik ben daarna ook op bezoek geweest bij een bedrijf inReimerswaal, een bedrijf waar 150 mensen werken, on-der wie 50 Polen. Ik vroeg aan de directeur van dat bedrijfof hij wel wist dat hij in plaats van die 50 Polen, ook 20,30, 40 of 50 mensen met een beperking voor hem kon la-ten werken. Die man zei: Daar heb ik eigenlijk nooit overnagedacht. Ik vroeg hem of de wethouder wel eens bijhem langs was geweest. Antwoord: Nee, de wethouderis nooit langs geweest. Die wethouder vergezelde mij opmijn werkbezoek en dat was dus snel geregeld: ze hebbengelijk een afspraak gemaakt om daar eens met elkaar overte spreken. Die eigenaar zei wel: "Eigenlijk vind ik het eengoed idee, maar ik heb er gewoon nooit over nagedacht.Niemand heeft mij ooit op dat idee gebracht. Maar inder-daad: misschien kunnen hier wel 20 of 30 van die mensenkomen werken." Dat soort kansen moeten wij pakken. Enin het land dat die kansen biedt, wens ik wel te wonen!Dat land herken ik ook.Mevrouw Hamer (PvdA):Wat vindt u dan van het telefoontje dat ik vanochtend vanErwin kreeg, iemand die al 25 jaar alle geboden kansenheeft opgepakt, maar nu wel gewoon wordt ontslagen.Om hem te helpen wordt hij dan maar afgekeurd. Dat isdus wat er met Erwin gebeurt. Is dat echt het land waar-in u wilt wonen? Hij woont hier om de hoek. In Den Haaggebeuren dit soort dingen dus gewoon.De heer Dijkgraaf (SGP):Mevrouw Hamer heeft daar natuurlijk wel een punt, dater allerlei dingen gebeuren. Ik ga niet op deze heel spe-cifieke casus in. Mevrouw Hamer heeft daar in haar be-toog in zeer mooie bewoordingen het een en ander overgezegd, zowel aan het begin als aan het eind van haarbetoog. Ik ken dat specifieke geval niet. Ook ik maak menatuurlijk wel zorgen. Gaat dit wel goed? In de rest vanmijn betoog ga ik proberen wat van die zorgen weg te ne-men. Dat zal centraal staan in de moties die ik indien, juistook om de dingen die mevrouw Hamer aansnijdt zoveelmogelijk te voorkomen. Wij kennen ook alle debatten totnu toe en stellen ons de vraag of het gerelateerd is aande nieuwe wet of aan de huidige wet. De nieuwe wet isnog niet eens ingegaan. Dat zou ook wel heel raar zijn,want wij zijn er nu over aan het debatteren en de EersteKamer volgt nog. Ik weet ook wel dat sommige socialewerkplaatsen maatregelen nemen, vooruitkijkend naarhet nieuwe beleid. Ik zie ook de gemeenten die hun ver-antwoordelijkheid hebben. Ik vind ook dat wij dat met el-kaar moeten benadrukken, met dit wetsvoorstel.Mevrouw Hamer (PvdA):De heer Dijkgraaf begon dit betoog met een aanval. Datmag hij doen. Hij viel mevrouw Karabulut aan en corri-geerde zich gelukkig omdat zij gewoon ook in ons landwoont. Maar hij zei: ik wil niet in uw land wonen. Vervol-gens schetst hij een beeld van een land van kansen. In datland zijn echter ook mensen aanwezig van wie op dit mo-ment de kansen worden afgenomen. De heer Dijkgraafen ik delen iets. De heer Dijkgraaf heeft een zoon met eenhandicap en ik heb een oudere broer met een handicap.Wij weten beiden hoe belangrijk het is de talenten van de-ze mensen te zien. Wij zien ook dat de dingen onder drukstaan. Ik zie dat in de sociale werkplaats van mijn broer enik neem aan dat de heer Dijkgraaf dat ziet in het passendonderwijs. Dat is ook realiteit in dit land. Ik vraag de heerDijkgraaf waarom wij de afgelopen week geen vragen DijkgraafTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-52mochten stellen over deze wet. Waarom mogen wij nietaan de orde stellen dat mensen nu onder het minimum-loon moeten werken? Hierover staat nota bene iets ver-meld in het verkiezingsprogramma van de SGP. Waaromwordt dit door de heer Dijkgraaf gestigmatiseerd? Alsofdegenen die de vragen stellen in een ander land zoudenwonen, of zuur zouden zijn, of enige andere kwalificatiezouden hebben. Waarom zet de heer Dijkgraaf deze toon?Waarom wordt niet zakelijk met elkaar gesproken overhoe wij dit wetsvoorstel kunnen verbeteren?De heer Dijkgraaf (SGP):Het zou mij een lief ding waard zijn als het debat geduren-de de twintig uur tot nu toe continu zakelijk was geweest,met af en toe een persoonlijke noot om aan te geven dathet ons ernst is, want iedereen kent wel mensen in zijnomgeving dichtbij of verder weg. Mevrouw Hamer en ikhebben dat allebei gedaan.Ik corrigeerde helemaal niets. Ik wens niet te wonen inhet land van mevrouw Karabulut zoals zij dat schetste.Dat is haar Nederland, dat is ons Nederland, wij wonenin hetzelfde land. Mijn enige punt was dat ik niet wens tewonen in het land zoals zij dat schetste. Die opmerkingwas niet op mevrouw Hamer gericht. Natuurlijk heeft me-vrouw Hamer het recht om alle mogelijke vragen te stel-len. Wij hebben 850 vragen gesteld in het schriftelijk ver-slag en wij hebben 300 vragen gesteld in de afgelopentwee dagen. Wij hebben heel veel antwoorden gehad,waarvoor nog even dank aan de staatssecretaris. Natuur-lijk mag mevrouw Hamer die vragen stellen en ik ga dievragen ook niet uit de weg.Mevrouw Hamer (PvdA):Van wie denkt de heer Dijkgraaf dat hij mensen geenkansen wil geven in talenten? Van wie denkt de heerDijkgraaf dat hij mensen niet aan het werk wil helpen?Van wie denkt de heer Dijkgraaf dat hij mensen aan dekant wil laten staan? Want anders begrijp ik het begin vanzijn betoog niet. Tegen wie heeft de heer Dijkgraaf het nu?Tegen de gemeente? Tegen de arbeidsgehandicapte? Te-gen de werkgevers? Tegen wie praat de heer Dijkgraaf?Wij willen toch allemaal in dat land wonen? Sterker nog,wij kunnen met elkaar dat land maken. Dan moet de heerDijkgraaf echter ook luisteren naar de bezwaren die erzijn.De heer Dijkgraaf (SGP):Ik maak hier veel te vaak mee dat wij denken met wettendingen te regelen; vergeet het maar! Wat ongelooflijk be-langrijk is, is die cultuur. Dan zouden wij niet eens eenwet nodig moeten hebben. Ik denk terug aan tientallen ja-ren geleden toen in kleine gemeenten de daar gevestig-de bedrijven gewoon hun maatschappelijke verantwoor-delijkheid namen voor de mensen die er wonen. Dat wil ikterug, dus dat bedrijven en gemeenten hun verantwoor-delijkheid nemen en dat mensen dat zelf ook doen. Als wijdie combinatie met elkaar hebben, komen wij waar wijwezen willen. Dat is geen verwijt naar allerlei individuelemensen; daar gaat het helemaal niet om. Ik wil de spiritvan Roosevelt terug. Wij hebben een probleem met elkaaren dat probleem moeten wij met elkaar oplossen. Dat kanals wij met elkaar de schouders eronder zetten.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Dijkgraaf (SGP):Voorzitter. Ik zei het net al: het geeft aan dat er kansen lig-gen. Dat wil niet zeggen dat er geen problemen zijn. Ookmijn fractie heeft haar zorgen. Een daarvan is dat sprakezou zijn van een koude decentralisatie. Wij hebben al heelvaak meegemaakt dat het Rijk denkt: mooi, dit probleemzijn we kwijt; we leggen het bij de gemeenten neer en ver-volgens nemen we onze verantwoordelijkheid niet. Daar-om dien ik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het succes van het wetsvoorstel in be-langrijke mate afhangt van de vraag of werkgevers bereidzullen zijn om voldoende werknemers met een arbeidsbe-perking in dienst te nemen;overwegende dat hiervoor van groot belang is dat vol-doende tegemoetkomingen en voorzieningen beschikbaarzijn;verzoekt de regering, indien blijkt dat het huidige instru-mentarium tekortschiet, aanvullende instrumenten be-schikbaar te stellen waarbij in ieder geval een aantrek-kelijkere premiekorting en een flexibeler arbeidscontractworden overwogen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf enAzmani. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 80 (33161).De heer Dijkgraaf (SGP):Voorzitter. De tweede motie haakt daarbij aan. Het gaatover de reële kansen op werk, een van de hoofdpuntendie ik altijd heb gemaakt in de bijdragen over dit wets-voorstel en de discussies daarover. Het tweede punt is definanciering van de sociale werkplaatsen, een punt waar-over ook mevrouw Hamer heeft gesproken. Ik dien de vol-gende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de rijksbijdrage per werknemer in desociale werkvoorziening de komende jaren aanzienlijkdaalt;constaterende dat de commissie herstructurering na tweejaar zal beoordelen wat de stand van zaken is van de uit-voering van de herstructureringsplannen, inclusief definanciële aspecten daarvan, en de regering zal adviseren DijkgraafTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-53of aanvullende maatregelen en/of middelen noodzakelijkzijn;overwegende dat gemeenten zich voldoende moeten in-spannen om de herstructurering tot een succes te makenen dat de onafhankelijke commissie deze inspanningenmee dient te wegen in de evaluatie;verzoekt de regering, bij het bepalen of er naast het voorde herstructurering van de sociale werkvoorziening be-schikbaar gestelde budget extra middelen nodig zijn, inbelangrijke mate uit te gaan van de bevindingen van deingestelde evaluatiecommissie,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf,Azmani, De Jong en Sterk. Naar mij blijkt, wordt de indie-ning ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 81 (33161).De heer Dijkgraaf (SGP):Voorzitter. Daarbij hoort ook dat gemeenten wat mij be-treft zouden moeten delen in meevallers alsmede in te-genvallers. Dat zou gemeenten meer prikkels geven omhiermee echt aan de slag te gaan. Ik begrijp de huidigeproblemen. Daarom heeft mevrouw Motie … ik bedoelnatuurlijk mevrouw Sterk. Dat wordt uw bijnaam, me-vrouw Sterk! Daarom heeft mevrouw Sterk mede namensondergetekende een motie ingediend om die prikkels inde toekomst te regelen.Ik kom bij de cao, een punt dat mevrouw Sterk al heeftaangekondigd. De coalitie heeft in de onderhandelingenervoor gekozen om het huidige bestand te ontzien. Daar-door wordt in feite een groot deel van het budget geblok-keerd. Wij hebben dat nooit een verstandige keuze gevon-den, iets waar wij nooit doekjes om hebben gewonden.Wij vinden in ieder geval dat het verschil tussen het – ikgeef het mevrouw Karabulut meteen toe, want zij zei te-recht dat je er maar van zult moeten rondkomen – relatiefhoge niveau van beloning voor het zittend bestand en hetniveau van beloning voor de nieuwe instroom in de loopvan de tijd kleiner moet worden. Het zittend bestand zitgemiddeld op zo'n 125% van het minimumloon. De nieu-we instroom krijgt maximaal 100% minimumloon en datmoet zo blijven. Dat hebben we zo vastgelegd en zo zouhet ook moeten zijn, uiteraard met indexatie als dat wette-lijk is verplicht. Belangrijk is dat het zittende bestand watons betreft minder stijgt dan de nieuwe instroom. Dan ishet mogelijk dat in absolute termen het verschil in belo-ning in de loop van de tijd wordt beperkt. Het is aan ge-meenten om dat te realiseren. Wij gaan daar helemaalniet over, wij beslissen daar niet over. Anders had ik weleen amendement ingediend. Tegelijkertijd zie ik wel datgemeenten aan de Kamer vragen om, gegeven de historievan dit geheel, een signaal af te geven. Daarom dien ik devolgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Wet werken naar vermogen nietsverandert aan de rechten en plichten van mensen dienu met een WSW-indicatie werkzaam zijn in een socialewerkvoorziening;constaterende dat werkgevers en werknemers verant-woordelijk zijn voor de arbeidsvoorwaarden;spreekt uit dat het voor het draagvlak van de sociale werk-voorziening wenselijk is dat de Ionen van huidige en toe-komstige werknemers in de toekomst naar elkaar toe-groeien, zonder dat de huidige werknemers gekort wor-den, en roept de gemeenten op, dit eventueel in overlegmet de werknemersvereniging te bewerkstelligen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf enSterk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 82 (33161).Voorzitter: EliasDe heer Dijkgraaf (SGP):Ik heb nog een vraag aan de staatssecretaris, en wel overde indexatie. Wij hebben daar gisteren een debatje overgehad. Voor het vertrouwen tussen Rijk en gemeenten ishet niet goed als er wettelijke verplichtingen blijven gel-den waarvoor niet wordt gecompenseerd. Het is niet goedals het wettelijk minimumloon wel wordt geïndexeerd,maar niet de bijdrage van de SW. Ik begrijp dat de staats-secretaris zich niet wil uitspreken over toekomstige be-grotingsbeslissingen. Daar heb ik begrip voor, maar deregering kan wel aangeven dat de wettelijke indexatieniet zal gelden als dat in redelijkheid niet van SW-bedrij-ven gevraagd kan worden. We kunnen natuurlijk niet heb-ben dat aan de ene kant de kosten jaar op jaar blijven stij-gen, terwijl aan de andere kant de vergoedingen die degemeenten ontvangen, op hetzelfde niveau blijven. Danwordt het in feite gewoon een sterfhuisconstructie dieniemand wil. Als we het zouden willen, zouden we dathier moeten besluiten en ik denk niet dat daar een meer-derheid voor te vinden valt. Graag hoor ik van de staats-secretaris een toezegging dat hij dat kan doen.Tot slot. We hebben een hele discussie gehad over detoegangstoets met mevrouw Koşer Kaya.De voorzitter:U bent door uw tijd heen, maar als u het kort houdt, maghet nog even.De heer Dijkgraaf (SGP):Zeker, dank u. Mevrouw Koşer Kaya laat zich verontschul-digen, ze moest iets anders gaan doen, maar ik wil tocheven het volgende zeggen, omdat we er heel veel overgedebatteerd hebben. Het gaat om het amendement opstuk nr. 44, ingediend samen met de heer Azmani, de heerDe Jong en mevrouw Sterk. Dat scheelt enorm in de bu-reaucratie. Er lag al een amendement van mevrouw KoşerKaya. Zij schrapt artikel 10b, lid 3. Dat is de controle van DijkgraafTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-54derden op die toegangstoets. Voor ons was dat absoluutniet genoeg. Het ambtshalve vaststellen van de toegangs-toets bleef er immers in zitten, lid 1. Het vaststellen vande doelgroep bleef eveneens erin zitten, artikel 6. Dat isin feite de kern van de toegangstoets. Dus de toegangs-toets blijft gewoon overeind, alleen de controle van der-den daarop ging eruit. Dat was ons niet genoeg, omdatwij willen dat gemeenten meer geld overhouden. Dat geldmoet gaan naar de mensen die een baan nodig hebbenen niet naar bureaucratie.Ten slotte op dit punt. Wij vonden ook dat misbruik te-gengegaan moest worden. Niet voor niets heeft de staats-secretaris gisteren in het debat gezegd: realiseer je welwat het betekent als je die toegangstoets schrapt. Danloop je een groot risico dat gemeenten daar misbruik vangaan maken. Vandaar dat wij een misbruikbepaling ge-woon integraal in het amendement hebben opgenomen.Zodra blijkt dat gemeenten hier massaal misbruik vanmaken, wordt de toegangstoets per Koninklijk Besluit her-steld. Dat zijn twee cruciale elementen, waarvan ik nietanders kan dan constateren dat ze leiden tot een totaalander amendement.Mevrouw Hamer (PvdA):Voorzitter. Ik interrumpeer ook even namens mijn collegaKoşer Kaya, die inderdaad wegens een andere verplich-ting weg moest. Ik had haar beloofd de volgende vraagte stellen, omdat zij dat zelf niet kan doen, terwijl het welhaar amendement betreft. Wij hebben maandag een eer-ste termijn gehad. Het amendement van mevrouw KoşerKaya lag er al meer dan een maand. Zij was de eerste vanons allemaal met het indienen van een amendement. Zijheeft daarop een volstrekt heldere toelichting gegeven,namelijk dat zij de toegangstoets eruit wilde. Zo heb ikhaar begrepen en zo heeft zij het ook bedoeld. Mijn een-voudige vraag gaat over het normale gebruik in de Ka-mer dat je dan om een toelichting vraagt aan de indienervan een amendement. Waarom is de vraag "wat bedoelje precies en wil je dit of dat dan niet ook regelen" maan-dag niet gesteld, door u noch door een van de andere in-dieners? Dat zou toch heel logisch zijn geweest?De heer Dijkgraaf (SGP):Als ik had geweten hoe wij er nu voor zouden staan, zouik het zeker hebben gedaan. Voor mij was het op dat mo-ment glashelder wat mevrouw Koşer Kaya wilde. Ik hadhaar amendement van haver tot gort gelezen. Het is ookuiterst kort, dus dat heb je in vijf minuten gedaan. Hetschrapt alleen artikel 10b, lid 3. Dan gaat het echt alleenmaar om de toets van de derde op de toegangstoets. Ikheb de tekst hier voor mij, waarin staat: "Een onafhan-kelijke derde verricht voor het college de werkzaamhe-den ten behoeve van de vaststelling of een inwoner tot dedoelgroep loondispensatie behoort en adviseert het col-lege hierover." Dat is het enige lid dat werd geschrapt. Ikkan nog bladzijden voorlezen over de toegangstoets diezij heeft laten staan. Dus voor mij was het glashelder.Mevrouw Hamer (PvdA):Voor mij was het ook glashelder, net als voor mevrouwKoşer Kaya. Ik mag aannemen dat de heer Dijkgraaf ooknaar haar heeft geluisterd bij de toelichting op het amen-dement. Zij heeft daaraan in de eerste termijn nogal wattijd besteed. Het was volgens mij echt glashelder dat zijde toegangstoets eruit wilde hebben. Volgens mij heb iknog – ik weet niet meer of ik dat in de microfoon heb ge-zegd – een grapje gemaakt omdat het mij wel een amen-dement leek voor de coalitie. Mijn vraag blijft waaromde heer Dijkgraaf het haar niet gewoon heeft gevraagd.Waarom is het totaal stil gebleven, terwijl het toch nor-maal gebruik is om elkaar te bevragen op amendemen-ten?De heer Dijkgraaf (SGP):Nogmaals, omdat het voor mij glashelder was. Ik wist ookwel wat het politieke signaal van mevrouw Koşer Kayawas. Dat heb ik ook wel opgevangen. Wat ik heel vaak bijpolitici, inclusief ondergetekende, zie is dat zij aan de enekant een politiek signaal hebben en aan de andere kantproberen om dat voor een deel in amendementen te vat-ten om het ook nog haalbaar te maken. Dat was mijn in-terpretatie: eigenlijk zou mevrouw Koşer Kaya misschienwel een stap verder willen, maar dit is wat zij heeft afge-leverd. Ik ken het gebruik in deze Kamer niet dat je doortwee maanden voordat de wetsbehandeling plaatsvindtop een onderwerp een amendement in te dienen daar-mee het hele onderwerp claimt. Dat zou een mooie boelzijn, dan ga ik voor het komende jaar op alle mogelijkeonderwerpen amendementen indienen en moet iedereenbij mij terecht.De voorzitter:Het punt is duidelijk. Tot slot, mevrouw Hamer.Mevrouw Hamer (PvdA):Het gaat natuurlijk helemaal niet om het claimen van eenonderwerp. Alleen is het zo wonderlijk dat er zo weinigverschil is. Mevrouw Koşer Kaya was zo helder in de toe-lichting dat ik nog steeds niet – ik spreek nu even voorhaar – begrijp dat u dan niet gewoon hebt gevraagd: voegdat nog even toe, en laten wij dat samen doen. U had heter vanochtend over dat het maar een haakje was. Ik be-grijp dat niet, maar ik begrijp dat u er gewoon niet aangedacht hebt. Laten wij het daar dan maar op houden.De heer Dijkgraaf (SGP):Nee, mevrouw Hamer moet dan ook naar mij luisteren.Dat haakje gaat over het misbruik. Wij noemen dat in depolitiek altijd "een haakje", maar technisch is dat uiterstingewikkeld, zo kan ik u vertellen. Inhoudelijk is er ooknog eens een keer het verschil dat zij materieel die toe-gangstoets volledig laat staan. In artikel 10b, lid 1a staat:"Ambtshalve moet men vaststellen of een persoon die al-gemene bijstand ontvangt tot de doelgroep loondispen-satie behoort." Dan kan een schriftelijke aanvraag inge-diend worden. Dat kan elk jaar. Dan moet de gemeente –artikel 6, lid 2e – de doelgroep loondispensatie bepalen.Dan moet ook worden vastgesteld dat zij als gevolg van li-chamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen, danwel vanwege andere redenen, met voltijdse arbeid nietin staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimum-loon. Al dat soort bepalingen – dat is geen limitatieve op-somming – heeft mevrouw Koşer Kaya laten staan. Dankun je niet zeggen: het is maar een heel kleine wijzigingten opzichte van haar amendement. Het is gewoon eentotaal ander amendement.De voorzitter:Het punt is duidelijk. Ik kijk naar de klok. Wij kopen nu vijfkwartier achter. U vindt dat er wel een verschil is tussendie twee amendementen en dat hebt u uitgelegd. DijkgraafTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-55Mevrouw Karabulut (SP):Dit kan worden opgelost. Het zijn allebei slechte amende-menten. Hierdoor kunnen nog meer mensen een salariskrijgen onder het minimumloon. Misschien kan de heerDijkgraaf dit samen met mevrouw Koşer Kaya oplossendoor beide amendementen in te trekken.De heer Dijkgraaf (SGP):Het antwoord is nee.Mevrouw Karabulut (SP):Mijn vraag is …De voorzitter:U wilt een tweede interruptie plaatsen, mevrouwKarabulut?Mevrouw Karabulut (SP):Ja, als u mij dat toestaat, voorzitter. In het verkiezingspro-gramma van de SGP staat dat er geen loondispensatiemoet komen, maar loonkostensubsidie voor jonggehan-dicapten. Op die manier kunnen jonggehandicapten na-melijk ook pensioen opbouwen en een loonstrookje krij-gen. Zal de heer Dijkgraaf op grond van zijn verkiezings-programma mijn voorstel op dat punt steunen?De heer Dijkgraaf (SGP):Dit is typisch een vraag voor de kijkertjes thuis. Exact de-zelfde vraag heeft mevrouw Karabulut namelijk giste-ren ook gesteld tijdens het wetgevingsoverleg. Dat magzij van mij doen, maar zij krijgt ook exact hetzelfde ant-woord. De SGP staat daar nog steeds voor. Wij laten onsverkiezingsprogramma helemaal niet in de steek. Ge-meenten mogen kiezen welk instrument zij willen inzet-ten. Dat is voor ons altijd een belangrijk criterium ge-weest. Er staat niets in het wetsvoorstel wat dat belem-mert. Ik zal daarom het amendement niet steunen. Hetantwoord op de andere vraag, over het intrekken van deamendementen, is natuurlijk ook nee.Mevrouw Karabulut (SP):Ik snap dat de heer Dijkgraaf licht geïrriteerd is en derge-lijke opmerkingen maakt. Dit is echter toevallig wel ont-zettend belangrijk voor de mensen thuis.De heer Dijkgraaf (SGP):Ja, daarom geef ik ook graag twee keer hetzelfde ant-woord.Mevrouw Karabulut (SP):Het is ook ontzettend belangrijk voor al die jonggehandi-capten die hij hierdoor toch maar mooi in de steek laat.Bij het UWV is de loonkostensubsidie op dit moment af-geschaft. De heer Dijkgraaf zal bovendien mijn voorstel-len niet steunen. Dat is mooi. Wij hebben dit vaker gezien,namelijk bij de PVV. Bij die partij wordt ook de ene verkie-zingsbelofte na de andere verkiezingsbelofte gebroken.De heer Dijkgraaf (SGP):Mevrouw Karabulut heeft mij gevraagd of wij het instru-ment loonkostensubsidie overeind zouden houden, zoalsin ons verkiezingsprogramma staat. Het antwoord is ja.Er staat niets in dit wetsvoorstel waarmee het gemeentenwordt verboden om loonkostensubsidie als instrumenttoe te passen. Als dat onjuist is, moet mevrouw Karabulutmij het artikel maar eens noemen. Als gemeenten dit in-strument willen inzetten, kunnen zij dat doen.De voorzitter:Mevrouw Karabulut wordt uitgedaagd, dus zij krijgt nog-maals het woord. Houdt u het alstublieft kort, mevrouwKarabulut.Mevrouw Karabulut (SP):Ik citeer uit het verkiezingsprogramma van de SGP. "Werk-gevers die een Wajonger in dienst nemen, krijgen loon-kostensubsidie in plaats van de huidige voorziening loon-dispensatie." Dit gaat over de huidige groep jonggehan-dicapten, mijnheer Dijkgraaf. Voor deze groep blijft hetUWV verantwoordelijk. Op dat punt heb ik een amende-ment ingediend. Dit staat letterlijk in het verkiezingspro-gramma van de SGP. De heer Dijkgraaf steunt echter mijnamendement niet. Daarmee regelt hij niet wat in zijn ver-kiezingsprogramma staat. Hij regelt niet dat de jongge-handicapte die nu met loondispensatie aan werk wordtgeholpen en dus onder het wettelijk minimumloon be-taald krijgt, straks niet meer op zo'n manier wordt betaaldomdat de loonkostensubsidie wordt ingevoerd. Dat regeltde heer Dijkgraaf dus niet. Hij breekt hier een verkiezings-belofte. Hij mag boos worden.De voorzitter:Mevrouw Karabulut, uw punt is duidelijk.De heer Dijkgraaf (SGP):Ik kan het antwoord herhalen dat ik zojuist heb gegeven.Volgens mij heb ik dat antwoord nu al twee keer gegevenen gisteren ook al een keer. Hetzelfde antwoord op dezelf-de vraag voldoet nog steeds.De heer De Jong (PVV):Tijdens de inbreng van mevrouw Sterk van het CDA werdal gesproken over de motie die de heer Dijkgraaf zojuistheeft ingediend. Het gaat daarbij over de cao's. Ik benin ieder geval blij dat daarin staat: "zonder dat de huidi-ge werknemers gekort worden". Het gaat daarbij dus omde huidige groep WSW'ers. Uit de motie leid ik af dat deheer Dijkgraaf wil dat gemeenten en bonden met elkaarom de tafel gaan zitten om op te pakken wat de afgelo-pen twee jaar een probleem was, namelijk de onzeker-heid rondom de cao's. Ik vroeg dit zojuist ook aan me-vrouw Sterk. Dat is uiteraard belangrijk, omdat wij nietover cao's gaan. Klopt het dat dit de bedoeling is?De heer Dijkgraaf (SGP):Om de voorzitter te plezieren geef ik een simpel ant-woord. Ja, dat klopt.De heer Klaver (GroenLinks):Het werk dat de heer Dijkgraaf hier verricht voor de coali-tie, is volgens mij onbetaalbaar. Hij weet de boel op eengoede manier bij elkaar te houden. Ik vraag hem niet watde verschillen zijn tussen het amendement van mevrouwKoşer Kaya en het amendement van de heer Dijkgraaf. Ikvraag hem waarom hij niet verder gaat als hij vindt dater meer verantwoordelijkheden bij de gemeenten moe-ten liggen. Waarom is artikel 10e niet meegenomen in ditamendement? In dat artikel wordt gesteld dat er een Alge-mene Maatregel van Bestuur moet komen waarin wordtgeregeld wat in de voorgaande artikelen staat. Dat wordtvervolgens opnieuw opgesomd in artikel 10e. Waarom DijkgraafTweede KamerWet werken naar vermogen 18 april 2012TK 7878-5-56haalt de heer Dijkgraaf dit er ook niet gelijk uit? Op diemanier is de optimale decentralisatie zoals hij die volgensmij voor ogen heeft, beter geregeld.De heer Dijkgraaf (SGP):Ik heb niet direct heel scherp voor ogen wat daarvan hetvoordeel zou zijn. Ik heb geen zin om een ontwijkend ant-woord te geven. Kan de heer Klaver dit nader toelichten?Wat zou het voordeel zijn van het schappen van artikel10e?De heer Klaver (GroenLinks):Jazeker.De voorzitter:Er komen wat elektronische hulpmiddelen bij.De heer Dijkgraaf (SGP):Nu gaat het goed komen.De heer Klaver (GroenLinks):Het belangrijkste argument van de heer Dijkgraaf om aante geven wat het voordeel is van zijn amendement ten op-zichte van het amendement van mevrouw Koşer Kaya,waar overigens ook mijn naam onder staat, is: mijn amen-dement zorgt voor meer beleidsvrijheid voor gemeenten.Nu lees ik in artikel 10e met betrekking tot lagere regel-geving: "De regels, bedoeld in het eerste lid, betreffen inieder geval regels met betrekking tot de vaststelling ofeen persoon tot de doelgroep loondispensatie behoort ende vaststelling van de loonwaarde." Dit zou bij of krach-tens een Algemene Maatregel van Bestuur moeten wor-den geregeld.De heer Dijkgraaf (SGP):Ik overzie dat op dit moment niet. Ik zie meerderecollega's wazig kijken. Ik denk dat wij dat zo meteen evenmoeten oppakken. Misschien kan er nog een heel interes-sant amendement na dit debat komen.De voorzitter:En u komt er misschien in tweede termijn op terug.De heer Dijkgraaf (SGP):Dit is de tweede termijn. Dit kunnen wij misschien in dewandelgangen regelen. Daar zit ik heel regelmatig met deheer Klaver.De heer Klaver (GroenLinks):In de wandelgangen, achter in de auto ... en laten wij me-vrouw Koşer Kaya daar zeker voor uitnodigen.De heer Dijkgraaf (SGP):Laten wij het dan maar in de wandelgangen doen, voorzit-ter.De voorzitter:U hebt een tijdje geleden "tot slot" gezegd.De heer Dijkgraaf (SGP):Hier komt mijn laatste zin als laatste spreker, als het mag.Een aantal woordvoerders heeft het al gedaan; ik wil deambtenaren – ik zie er vier achterin zitten, maar ik weetdat er in andere zalen nog velen zijn – heel veel dankenvoor hun geweldige inzet. Zonder hen zou het nooit kun-nen. Ik twijfel absoluut niet aan de goede inzet van al dieambtenaren. Gisteren sprak ik er al eentje die zei: ik zieuit naar het moment dat het achter de rug is, want dankunnen wij weer het land ingaan om het echt op te bou-wen en mensen die kans te geven. Als ik die motivatie ziebij die mensen, dan denk ik: yes, wij hebben het goed ge-daan.De algemene beraadslaging wordt geschorst.De voorzitter:Daarmee zijn wij gekomen aan het eind van de termijnvan de Kamer. De staatssecretaris zal morgen antwoor-den. Wij zijn nu zo'n kleine 21 uur onderweg. Hij zal dantevens reageren op de 29 ingediende moties en 33 inge-diende amendementen.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingInvoeringswet Wet werken naar vermogen (33161) (plenaire afronding termijn Kamer)
    Voortzetting van de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Wet werken naar vermogen) (33161)

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.