Voortgang aanpak basisvaardigheden mbo
Brontekst
Versie c8381de3337635dd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 524Beroepsonderwijs en Volwassenen EducatieNr. 603 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 april 2024Goed kunnen lezen, schrijven, rekenen en beschikken over burgerschaps-kennis en -vaardigheden zijn voor iedereen een noodzakelijke voorwaardeom deel te kunnen nemen de maatschappij. Ik zie deze basisvaardighedendaarmee als een onmisbaar maatschappelijk rijbewijs. Onvoldoendebeheersing van basisvaardigheden kan grote gevolgen hebben, zowelvoor een individu als voor de samenleving. Denk aan een verpleeg-kundige die een rekenfout maakt met medicijnen of een automonteur dieeen reparatiehandleiding niet goed kan lezen en daardoor een technischefout maakt. Maar ook mensen die door onvoldoende beheersing vanbasisvaardigheden overheidsinformatie niet begrijpen, niet voor huneigen rechten kunnen opkomen of moeite hebben met het aanvragen vantegemoetkomingen.In het mbo zijn basisvaardigheden onderdeel van de drievoudigekwalificatie, omdat ze nodig zijn voor het uitoefenen van een beroep, hetactief en betrokken mee te doen in de samenleving en om je blijvend teontwikkelen. Basisvaardigheden bieden daarmee een belangrijke basisvoor gelijke kansen en zijn vraagstukken die elkaar beïnvloeden enversterken.1 De dalende beheersing van basisvaardigheden baart mij danook zorgen.2 Zeker in combinatie met de groeiende kansenongelijkheid inde samenleving en de analyse van de Algemene Rekenkamer over deongelijkheid in het mbo zelf.3Goed onderwijs en adequate ondersteuning in basisvaardigheden zijn eenbelangrijk instrument om kansenongelijkheid verkleinen. Ik zet daarommet mijn Aanpak basisvaardigheden mbo in op acties die nodig zijn om1Inspectie van het Onderwijs (2023). Staat van het onderwijs 2023.2Inspectie van het Onderwijs (2022). Staat van het onderwijs 2022; Inspectie van het Onderwijs(2023). Staat van het onderwijs 2023.3Algemene Rekenkamer (2024). Op weg naar gelijke kansen in het middelbare beroepson-derwijs, deel II kst-31524-603ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6031 het mbo-onderwijs in de basisvaardigheden te versterken. Ik bouwhiermee voort op de Aanpak basisvaardigheden mbo uit mijn brief van3 juli 2023.4 Het is namelijk van groot belang om ongelijkheid in kansen tedoorbreken. Zowel voor het individu, de maatschappij als de economie.Het versterken van de basisvaardigheden hangt niet alleen nauw samenmet het bevorderen van gelijke kansen, maar ook met het slagen vanandere vraagstukken in het mbo. Voorbeelden hiervan zijn het voorkomenvan voortijdige schooluitval, het verbeteren van de aansluiting op dearbeidsmarkt en een leven lang ontwikkelen. Ambities die, net als debasisvaardigheden en gelijke kansen, de komende jaren in de Werkagendambo5 prioriteit zijn.LeeswijzerIn het eerste deel van deze brief ga ik in op de recente cijfers en dalendetrend onder jongeren ten aanzien van de basisvaardigheden en geef ikeen kort overzicht van de beschikbare middelen voor basisvaardighedenin het mbo. Daarna geef ik aan welke extra inzet ik op de korte termijnnodig acht om ervoor te zorgen dat het beheersingsniveau vanmbo-studenten zo snel mogelijk op peil is. In het tweede deel ga ik in opde acties op de middellange termijn die, als onderdeel van deWerkagenda mbo6, al zijn ingezet om de onderwijskwaliteit op debasisvaardigheden structureel te verhogen.7 Ik ga hierbij in op hetversterken van de kwaliteit van docenten en onderwijs. Passendeexaminering, waarbij de kwaliteit is geborgd, maakt onderdeel uit vangoed onderwijs in basisvaardigheden. Ook ga ik in op het vergroten vanzicht en grip op de basisvaardigheden.Dalende trend basisvaardigheden blijft doorzettenHet meest recente PISA rapport bevestigt de vermoedens dat de dalendetrend blijft voortzetten en laat zien dat in 2022 27% van de 15-jarigenonvoldoende gecijferd was in rekenen-wiskunde en 33% onvoldoendegeletterd in leesvaardigheid.8 Leerlingen in alle onderwijstypen van hetvoortgezet onderwijs (vo) zijn achteruitgegaan in hun prestaties tenopzichte van 2018. Dit is niet alleen zorgelijk omdat scores achteruitgaan,maar ook omdat de onderlinge verschillen groter worden. De achter-uitgang is het kleinst in het vwo en het grootst in het vmbo. Hierdoor ishet aannemelijk dat de percentages van 15-jarigen in het vmbo met eenonvoldoende beheersingsniveau in rekenen-wiskunde en leesvaardigheidnog hoger liggen. Daarnaast laat het meest recente rapport van hetinternationale onderzoek naar burgerschap «the International Civic andCitizenship Study» zien dat ook de burgerschapskennis afneemt onder15-jarigen.9 Ik vind dit beeld ten aanzien van de beheersing van basisvaar-digheden verontrustend.Deze resultaten zijn ook voor het mbo zorgelijk, omdat het grootste deelvan de vmbo-leerlingen doorstroomt naar het mbo. Bij instroom van hetvmbo in het mbo wordt het vereiste referentieniveau taal en rekenen(2F)10 lang niet altijd gehaald.11 Gezien de omvang van de problematiek is4Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 5655Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 5496Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 5497Zie bijlage 1 voor een schematische weergave van de inzet op de Aanpak basisvaardigheden.853f23881-en.pdf (oecd-ilibrary.org)9Daas-ea-2023-Burgerschap-in-Beeld.-Burgerschapscompetenties-en-burgerschapsonderwijs-in-vergelijkend-perspectief.pdf (iccsnederland.nl)10https://www.slo.nl/thema/vakspecifieke-thema/nederlands/referentiekader-taal/11Inspectie van het Onderwijs (2023). Staat van het onderwijs 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6032 het nodig om, over de onderwijssectoren heen, gezamenlijk de schoudersonder dit probleem te zetten om het tijd te keren. De Minister voor Primairen Voorgezet Onderwijs zet zich onder de noemer van het Masterplanbasisvaardigheden in om de basisvaardigheden in het funderendonderwijs te verbeteren. Ik sluit daar met de Aanpak basisvaardighedenvoor het mbo op aan. In het Masterplan basisvaardigheden voor hetfunderend onderwijs staan maatregelen om beter zicht te krijgen op debeheersingsvaardigheden basisvaardigheden op leerling- en school-niveau, een duidelijke focus aan te brengen en een opdracht te formulerenvoor verbetering van het onderwijs in basisvaardigheden (curriculum entoezicht), goede leraren in te zetten en gebruik te maken van bewezeneffectieve aanpakken die zijn gebundeld in een interventiekaart. Ook wordtgewerkt aan een structurele bekostiging voor het verbeteren van debasisvaardigheden in het funderend onderwijs. Uw Kamer is onlangsgeïnformeerd over het streven dat aan het eind van schooljaar 2027/2028de basis van alle leerlingen in het funderend onderwijs en de aansluitingnaar het vervolgonderwijs op orde is.12 Dat is een mooi vooruitzicht voorde langere termijn, maar vraagt extra inspanning voor de mbo-instroomin ten minste 2024, 2025, 2026 en 2027. Het mbo zal in die jaren te makenkrijgen met groepen jongeren die het mbo instromen met onvoldoendebeheersing van de basisvaardigheden en daarmee extra kwetsbaar zijn.Huidige financiële dekkingDe aanpak basisvaardigheden geeft invulling aan de afspraken diegemaakt zijn over onderwijskwaliteit in de Werkagenda mbo. Per jaarwordt € 2 miljoen besteed om instellingen te ondersteunen bij hetinrichten van het onderwijs (taal, rekenen en burgerschap), het ontwik-kelen van opleidingstrajecten voor docenten en het monitoren van debasisvaardigheden taal en rekenen. Om de kwaliteit van docenten teversterken voeg ik voor het professionaliseren van docenten basisvaardig-heden sinds 2023 jaarlijks € 30 miljoen toe aan de lumpsum.Mbo-instellingen kunnen via de Regeling Kwaliteitsafspraken 2024–202713aanvullende bekostiging ontvangen voor het realiseren van de doelstel-lingen uit de Werkagenda mbo, waaronder het versterken van deonderwijskwaliteit. Instellingen dienen op basis van hun eigen kwaliteitsa-genda en regionale analyse een aanvraag in, waarin zij aangeven hoe zedeze middelen en de € 30 miljoen voor professionalisering gaanbesteden.Voor burgerschap is aanvullend € 1,2 miljoen beschikbaar voor hetmonitoren van burgerschapsonderwijs in po, vo en mbo.Deel I: Extra inzet Aanpak basisvaardigheden mboVoor de komende jaren ligt er een extra en acute opdracht voor het mbo,namelijk om ervoor te zorgen dat elke student14 de achterstanden inhaalten het mbo verlaat met het vereiste basisniveau 2F voor taal en rekenen.15Deze extra opdracht richt zich op de korte termijn en duurt in ieder gevaltot de basis op orde is in het vo. Tijdens de meest recente begrotingsbe-handeling gaf ik al aan dat ik het een urgente zaak vind om te werken aan12Kamerstukken II 2023/24, 31 293, nr. 70913Staatscourant 2023, 8133 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakin-gen.nl)14Op niveau 2, 3 en 4.15Niveau 2F wordt beschouwd als het basisniveau dat minimaal vereist is om goed te functio-neren in de maatschappij. Voor mbo-studenten op niveau 2 en 3 geldt eindniveau 2F, voorstudenten op niveau 4 eindniveau 3F.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6033 de taal- en rekenachterstanden bij mbo-studenten. Ik heb een motie vanuw Kamer destijds op dit punt moeten ontraden, omdat dit, gezien dehoge aantallen studenten waarvan het taal- en rekenniveau onvoldoendeis bij de start in het mbo, een forse extra financiële impuls vraagt. Gelddat er binnen de huidige aanpak voor het mbo niet is. Het is aan eenvolgend kabinet en uw Kamer om hier de komende jaren prioriteit eninvulling aan te geven. Ik vind het echter een gezamenlijke verantwoorde-lijkheid om te voorkomen dat grote groepen jongeren in een kwetsbarepositie de komende jaren het mbo verlaten met onvoldoende beheersingvan basisvaardigheden en daardoor minder kansen hebben voor detoekomst. Het is wat mij betreft geen optie om nu niets te doen.Om geen tijd te verliezen ben ik alvast het nodige voorwerk aan het doendoor samen met enkele mbo-instellingen te kijken op welke wijze het taal-en rekenniveau van studenten die het mbo instromen snel op het vereistebasisniveau gebracht kan worden. Ik baseer me daarbij op de ervaringendie zijn opgedaan in het funderend onderwijs. Hierbij vind ik het vanbelang om, net als in de lopende aanpak, gebruik te maken van weten-schappelijke inzichten en onderbouwing.Met NPO-middelen is er een menukaart met bewezen effectieve inter-venties ontwikkeld voor het funderend onderwijs om leerachterstandendie door corona zijn ontstaan in te lopen.16 Een deel van deze interventiesricht zich op het bijspijkeren van kennis en vaardigheden, zoals debegeleiding in kleine groepen. Dit houdt in dat een docent, of daartoegetrainde begeleider, lesgeeft aan kleine groepjes. De resultaten in hetprimair onderwijs17, vmbo en praktijkonderwijs18 met deze interventie zijnveelbelovend.Deel II: Lopende Aanpak basisvaardigheden mboVersterken van de kwaliteit van docentenGoede docenten zijn de belangrijkste voorwaarde voor kwalitatiefhoogwaardig onderwijs. Zonder goede docenten, geen goed onderwijs.Het maakt voor studenten uit van welke docenten ze leskrijgen. Het gebrekaan goed opgeleide en bekwame docenten op een school kan ervoorzorgen dat de kwaliteit van het onderwijs onder druk komt te staan.19 Ikzie de kwaliteit van docenten dan ook als cruciale schakel om de onder-wijskwaliteit van de basisvaardigheden te versterken. Kwalitatief goede,en daarmee bekwame, docenten beschikken over pedagogische vaardig-heden, vakinhoudelijke kennis en vakdidactische vaardigheden.20Pedagogische vaardigheden om een veilig en stimulerend leerklimaat tefaciliteren. Vakinhoudelijke kennis, zodat de docent de inhoud beheerst.En vakdidactische vaardigheden om de leerstof aan te leren aanstudenten, op een manier die aansluit bij het kennis- en vaardigheden-niveau van de student op dat moment.Voor de zomer heb ik uw Kamer geïnformeerd over zorgen wat betreft dekwaliteit van docenten basisvaardigheden en de mismatch van hethuidige systeem in het mbo in relatie tot de benoembaarheid vandocenten basisvaardigheden. Ook heb ik uw Kamer geïnformeerd over hetonderzoek dat ik heb laten uitvoeren naar de professionele achtergrond16https://www.nponderwijs.nl/po-en-vo/aan-de-slag/menukaart17https://tbli.nl/bridge-hdt-zeer-effectief-uva-publiceert-onderzoeksresultaten-2019–2022/18https://osf.io/preprints/socarxiv/r56um19Algemene Rekenkamer (2024). Op weg naar gelijke kansen in het middelbare beroepson-derwijs, deel II20Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneelTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6034 van docenten basisvaardigheden en mijn voornemens om invulling tegeven aan de bevoegdheid voor basisvaardigheden in het mbo, zoalsafgesproken in het Coalitieakkoord.21Om invulling te geven aan de bevoegdheid voor basisvaardigheden in hetmbo, acht ik het nodig om aanvullende eisen te stellen aan docentenNederlands, rekenen en burgerschap.22 Alleen met goed toegerustedocenten kan het niveau van de basisvaardigheden van studentenverbeteren. Ik vind het belangrijk dat alle docenten Nederlands, rekenenen burgerschap beschikken over de benodigde kennis en vaardigheden.Pedagogische vaardigheden komen in alle lerarenopleidingen enopleidingstrajecten voor het Pedagogisch Didactisch Getuigschrift (PDG)aan bod. Docenten die een lerarenopleiding hebben gevolgd die geen linkheeft met Nederlands, rekenen of burgerschap, of een PDG-traject hebbengevolgd beschikken niet altijd over vakinhoudelijke kennis en vakdidac-tische vaardigheden voor deze basisvaardigheden. Daarom stel ik eenaanvullend opleidingstraject voor huidige en toekomstige docentenbasisvaardigheden met deze opleidingsachtergrond verplicht. Dezemodule moet wat mij betreft bestaan uit vakdidactiek en vakinhoud vande desbetreffende basisvaardigheid, afgestemd op de kwalificatie-eisenvoor de basisvaardigheid Nederlands, rekenen of burgerschap23 diegelden voor studenten. De precieze invulling hiervan vraagt nadereinvulling samen met het veld. Ik ben met de lerarenopleidingen in gesprekom de aanvullende opleidingstrajecten voor Nederlands, rekenen enburgerschap in het mbo te ontwikkelen en aan te bieden. Ik streef ernaarom komend jaar met lerarenopleidingen en de mbo-sector tot uniformeafspraken te komen over de aanvullende modules voor Nederlands,burgerschap en rekenen.In de praktijk betekenen de aanvullende eisen dat docenten met eenlerarenopleiding in een ander vakgebied dan de desbetreffende basisvaar-digheid en voor de docenten met een PDG het aanvullende opleidings-traject moeten volgen. Docenten die een eerste- of tweedegraadslerarenopleiding hebben afgerond in de basisvaardigheid waarin wordtlesgegeven zijn uitgezonderd24, omdat door hun opleiding verondersteldmag worden dat zij beschikken over de benodigde vakinhoud envakdidactiek.25 Ik zal deze aanvullende eisen in wet- en regelgevingverankeren, zodat het voor iedereen duidelijk en gelijk is welke lat gesteldwordt aan docenten basisvaardigheden.Ik vind het belangrijk dat beide routes, zowel PDG als lerarenopleiding,kunnen leiden tot lesgeven in de basisvaardigheden. De diversiteit aanprofessionele achtergronden van docenten in het mbo is waardevol enmaakt het mogelijk om basisvaardigheden in de context van het beroepaan te bieden. Dit sluit aan bij het advies van de Onderwijsraad om goedesamenhang aan te brengen tussen taal, rekenen, burgerschap en deberoepsgerichte onderdelen.26 Door wettelijke verankering kan de21Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 56522In de huidige situatie voldoet een mbo-docent aan de bekwaamheidseisen als deze beschiktover een getuigschrift van een eerstegraads of tweedegraads lerarenopleiding of indien dezebeschikt over een pedagogisch-didactisch getuigschrift (pdg) én een geschiktheidsverklaringvan het bevoegd gezag van de mbo-instelling. Het bestuur bepaalt vervolgens voor welkeonderdelen van het onderwijs de docent geschikt is.23Vastgelegd in Ekb WEB24In de uitwerking van het wetsvoorstel wordt meegenomen welke opleidingen hier preciesonder vallen.25Bijvoorbeeld: een docent Nederlands met een afgeronde lerarenopleiding Nederlands hoeftgeen aanvullend opleidingstraject te volgen. Een docenten Nederlands met een afgerondelerarenopleiding economie moet wel een aanvullend opleidingstraject volgen.26Kamerstukken II 2022/23, 31 293, nr. 648Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6035 Inspectie van het Onderwijs (hierna: IvhO) hierop toezien. Om te zorgendat alle studenten onderwijs krijgen van goed toegeruste docenten, zullende aanvullende eisen gelden voor huidige en toekomstige docentenbasisvaardigheden. In de uitwerking van het wetsvoorstel zal ik deaanvullende eisen verder uitwerken en rekening houden met eenpassende overgangstermijn voor het huidige personeel. Ik streef ernaardat de aanvullende eisen gelden vanaf studiejaar 2026–2027.Om tot dit besluit te komen heb ik onderzoek laten uitvoeren naar deprofessionele achtergrond van docenten basisvaardigheden, landelijkeveldsessies georganiseerd en gesprekken met AOb, BVMBO en MBO Raadgevoerd. Uit de veldsessies onder docenten, lerarenopleiders, beleidsme-dewerkers, management en andere betrokkenen bleek dat het veld hetbelangrijk vindt dat docenten basisvaardigheden in ieder geval beschikkenover pedagogische vaardigheden passend bij de mbo-doelgroep,vakdidactische vaardigheden en vakinhoudelijke kennis en dat hetmomenteel voornamelijk aan de laatste twee ontbreekt. Daarnaast werdspecifiek genoemd dat men de koppeling tussen basisvaardigheden enhet beroep waarvoor wordt opgeleid belangrijk vindt. Ook de partners(AOb, BVMBO en de MBO Raad) zijn het met mij eens dat er aanvullendeeisen nodig zijn om les te kunnen en mogen geven in de basisvaardig-heden. Wel hebben ze verschil van mening over welke eisen er gesteldmoeten worden en hoe deze vastgelegd moeten worden.Firda versterkt kwaliteit docenten: minimale aanstelling,professionalisering en netwerkFirda werkt aan de versterking van de kwaliteit van docentenbasisvaardigheden. Zo hebben docenten basisvaardigheden eenaanstelling van minstens 0,4 fte voor de desbetreffende basisvaar-digheid. Hierdoor is het niet meer mogelijk om slechts enkele urenper week les te geven in een basisvaardigheid. Daarnaast moetendocenten een opleidingstraject volgen als ze geen passendeachtergrond hebben. Hiervoor werkt Firda samen met regionalehbo-instellingen. Ook zet Firda in op netwerkvorming en leren vanelkaar, door te werken met vakgroepen voor Nederlands, rekenen enburgerschap. Zowel de voorzitter als de docenten die deelnemen aande vakgroep krijgen hier uren voor.De aanvullende eisen aan docenten basisvaardigheden staan niet opzichzelf en moet gezien worden in een bredere set van maatregelen om dekwaliteit van docenten in het mbo te versterken. Hierover zijn afsprakengemaakt in het werkplan «Samen voor het beste onderwijs».27Versterken van de kwaliteit van onderwijs en examineringHet moet voor mbo-instellingen duidelijk zijn wat studenten op verschil-lende niveaus moeten kennen en kunnen en hoe dit getoetst wordt inexamens, zodat er geen verschillen tussen en binnen mbo-instellingenontstaan.28 Zoals aangekondigd in de Kaderbrief Aanpak basisvaardig-heden mbo versterk ik wet- en regelgeving voor basisvaardigheden omscholen beter te ondersteunen bij de inrichting van hun onderwijs.29 Hettempo en de fasering hierin loopt voor de verschillende basisvaardig-heden niet gelijk, wel is de aanpak steeds hetzelfde. Ik maak gebruik van27Kamerstukken II 202/23, 27 923, nr. 44928Algemene Rekenkamer (2024). Op weg naar gelijke kansen in het middelbare beroepson-derwijs, deel II29Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 565Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6036 adviezen van experts en het veld en ik stimuleer instellingen en docentenom van elkaar en van wetenschappelijke inzichten te leren.Wanneer het onderwijs en de examinering voor rekenen, burgerschap enNederlands is versterkt, is het van belang dat er regelmatig wordtonderzocht of de kennis en vaardigheden die zijn opgenomen in dekwalificatie-eisen voor de basisvaardigheden nog passen bij de arbeids-markt en samenleving van dat moment. Daarom verken ik de mogelijk-heden voor een systematische doorlichting van de basisvaardigheden.Hierdoor wordt de responsiviteit om het onderwijs tijdig te vernieuwenvergroot.RekenenIn augustus 2022 zijn nieuwe wettelijke rekeneisen voor het mbo vankracht geworden. De verwachting was én is nog altijd dat de motivatie ende resultaten voor rekenen bij studenten omhoog gaan, doordat rekenennu meer aansluit bij de belevingswereld van de student en het examenre-sultaat meetelt voor het halen van een mbo-diploma. Ik verwacht voor dezomer een eerste beeld te hebben van hoe de nieuwe rekenexamensgemaakt worden.Tegelijkertijd krijg ik signalen uit het veld over studenten met dyscalculiein relatie tot de mogelijkheid om een mbo-diploma te behalen.30 JOBmboheeft recent een oproep gedaan waarin zij als gevolg hiervan vragen omeen herziening van de rekeneisen in het mbo. De vaste commissie voorOCW heeft mij per brief verzocht om een reactie op deze oproep tegeven.31 In deze brief kom ik daaraan tegemoet. Bij de ontwikkeling vande nieuwe rekenexamens is rekening gehouden met doelgroepen diemeer moeite hebben met rekenen. Zo zijn elementen uit het voormaligeErnstige Rekenproblemen examen (ER-examen) meegenomen in denieuwe rekenexamens. Studenten krijgen bijvoorbeeld meer tijd voor hetmaken van het examen, mogen gebruik maken van een rekenmachine enrekenkaarten, en ook is begeleide en mondelinge afname mogelijk.Ik neem de signalen hierover serieus en vind het belangrijk om een beterbeeld te krijgen van de doelgroep in het mbo met rekenproblemen.Daarom laat ik een onderzoek uitvoeren naar hoe groot deze doelgroep isen hoe groot de groep is voor wie het, ondanks alle beschikbare hulpmid-delen, niet mogelijk is rekenen met een positief resultaat af te sluiten. Ikverwacht de resultaten van dit onderzoek eind van dit jaar en zal debevindingen met uw Kamer delen.mboRijnland zet basisvaardigheden in de schijnwerpers door«Battle basisvaardigheden»mboRijnland heeft de «Battle basisvaardigheden» georganiseerd,met als doel om studenten enthousiast te maken voor basisvaardig-heden. Tijdens de wedstrijd moeten studenten vraagstukken overrekenen, Nederlands, Engels en burgerschap oplossen. Eerstejaarsklassen van de locatie doen mee aan een voorronde. Vanuit elke klaskomt per vaardigheid een finalist voort. Tijdens de finale is de restvan de klas als hulplijn beschikbaar voor de finalist. Zowel onder destudenten als docenten is veel enthousiasme om op deze manier delessen voor basisvaardigheden relevanter en leuker te maken. Omhet beheersingsniveau van de basisvaardigheden onder studenten te30https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-verspil-niet-langer-mbo-talent-stop-met-die-verplichte-rekentoets~b88c9d18/312024D11187Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6037 verbeteren, zal de «Battle basisvaardigheden» volgend jaar op allelocaties ingezet worden.BurgerschapIk heb uw Kamer voor de zomer van 2023 geïnformeerd over mijn inzetom de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs te versterken, naaraanleiding van het adviesrapport «Burgerschapsonderwijs in eenveranderende samenleving».32 Ik heb toen aangekondigd de wettelijkeburgerschapsopdracht voor het mbo nader uit te werken. Ook heb ikaangekondigd de huidige kwalificatie-eisen te vervangen door nieuweeisen. De aanvankelijke planning was dat ik eerst de kwalificatie-eisen zouwijzigen en vervolgens de wettelijke burgerschapsopdracht zou verduide-lijken. Gaandeweg bleek het nodig om eerst de wettelijke grondslag teverbeteren, voordat de nieuwe kwalificatie-eisen kunnen wordeningevoerd. Ik streef ernaar dat zowel de wettelijke burgerschapsopdrachtals de nieuwe kwalificatie-eisen in werking zullen treden per 1 augustus2026. Daarnaast heb ik uw Kamer voor de zomer van 2023 meegedeelddat ik van plan ben om een passende resultaatverplichting33 in tevoeren.34 Aanvankelijk zag ik bij een instellingsexamen het risico datinstellingen dit instellingsexamen zouden invullen met kennistoetsen,terwijl het bij burgerschapsonderwijs niet enkel om kennis gaat maar juistook om vaardigheden en ervaringen. Ook zag ik een risico op onnodigeprestatiedruk voor studenten. Ik heb op basis van het debat met uwKamer, waarbij tevens de motie van de leden Krul/Peters35 is aange-houden, nadere gesprekken met het veld en de reflectie op de voor- ennadelen die ik heb toegezegd36 aan uw Kamer (bijlage 2) besloten om metde invoering van de nieuwe kwalificatie-eisen toch een instellingsexamenin te voeren voor het onderdeel burgerschap. Ik heb in mijn overwegingde reacties meegewogen van onder andere bestuurders, docenten enstudenten. Na extra gesprekken, waaruit is gebleken dat een instellings-examen ook ingevuld kan worden met een portfolio, staan studentenpositiever tegenover een instellingsexamen. Studenten gaven aan minderprestatiedruk te ervaren door een portfolio dan door kennistoetsen.Daarnaast heb ik van verschillende instellingen vernomen dat zij al meteen burgerschapsportfolio werken en dit als basis kan dienen als invullingvoor het instellingsexamen. Ook hebben verschillende bestuurders zichpositief uitgelaten over een instellingsexamen burgerschap.Het beeld dat ik heb bij de invulling van een instellingsexamen is eenportfolio. Hierin kunnen studenten inzichtelijk maken wat hun leererva-ringen zijn. Dat portfolio kan onder meer worden gevuld met praktijkop-drachten, reflecties, presentaties, criteriumgerichte interviews en/ofkennistoetsen. Hierdoor biedt een portfolio ruimte voor het waarderenvan verschillende soorten kennis en vaardigheden in relatie tot dekwalificatie-eisen en voor differentiëren tussen verschillende soortenstudentgroepen, leerwegen en niveaus. Daardoor sluit het portfolio watmij betreft goed aan bij het karakter van het burgerschapsonderwijs. Ikverwacht van mbo-instellingen dat ze hier rekening mee houden bij detoepassing van het instellingsexamen. Ook zal ik het ExpertisepuntBurgerschap vragen om instellingen te ondersteunen bij de invulling vanhet instellingsexamen.32Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 56633Hierbij zouden mbo-instellingen de verantwoordelijkheid hebben om in de opleidingenherkenbaar aandacht te besteden aan de 20 nieuwe kwalificatie-eisen voor burgerschap, enom daarbij de ontwikkeling van studenten meetbaar in beeld te brengen.34Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 56635Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 58236TZ202309–044Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6038 Verschillende instellingen werken al met een portfolio voorburgerschapBinnen verschillende instellingen wordt voor burgerschap al gewerktmet een burgerschapsportfolio. Bijvoorbeeld op locaties en bijopleidingen van Albeda, Summa College, Zadkine, Firda en ROC vanTwente. Studenten maken hun leerervaringen en ontwikkelinginzichtelijk in een (digitaal) burgerschapsportfolio. Opleidingen dienu al met een portfolio werken sluiten het burgerschapsonderwijsmeestal af door een eindgesprek met de student over diens portfolio.Opleidingen kunnen eigen invulling geven aan de vorm van hetportfolio en zelf accenten leggen op inhoudelijke thema’s.De komende jaren verandert er veel op het gebied van burgerschap.Goede monitoring en evaluatie van de effecten is essentieel. Ik bendaarom voornemens om de aangekondigde wet waarmee ik de burger-schapsopdracht uitwerk, de vernieuwde kwalificatie-eisen voor burger-schap en het instellingsexamen binnen vijf jaar na inwerkingtreding teevalueren.NederlandsDe expertgroep Nederlands waarover ik uw Kamer voor de zomer van2023 heb geïnformeerd, is eind 2023 van start gegaan.37 Deze expertgroepricht zich op de knelpunten die uit een eerdere evaluatie kwamen over hetontbreken van actuele ontwikkelingen, de aansluiting van de huidigekwalificatie-eisen voor Nederlands op de verschillende mbo-niveaus,mbo-studentengroepen, de beroepscontext en de doorvertaling diedocenten moeten maken naar het onderwijs. Zij hebben de opdrachtgekregen om advies en uitwerking te geven aan haalbare en uitdagendetaaleisen voor mbo-studentengroepen. Hierbij dienen zij rekening tehouden met wat in het toeleverend onderwijs is aangeleerd en wat nodigis om succesvol door te kunnen stromen en goed te kunnen functionerenop de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Ook zal de expertgroepadviseren over passende examinering. Om te zorgen voor een goededoorlopende leerlijn met het voortgezet onderwijs, worden de huidigereferentieniveaus die in het mbo voor Nederlands gelden38, namelijk 2Fen 3F, in stand gehouden. Dat betekent dat de expertgroep zich binnen debandbreedte van deze twee referentieniveaus voor het mbo buigt overeen doorvertaling naar passende taaleisen.In de komende periode gaat de expertgroep aan de slag met een eersteuitwerking van de taaleisen en een advies over passende examinering dievervolgens met betrokkenen uit de onderwijspraktijk worden getoetst.Hiermee geef ik ook invulling aan de motie van de leden Pouw-Verweij enKrul39, waarin werd verzocht om de referentieniveaus beter en sneller telaten aansluiten bij de onderwijspraktijk. Voor de zomer zal de expert-groep werken aan een eerste uitwerking van de taaleisen en een adviesover passende examinering. Dit zal vervolgens bij het veld wordengetoetst. De eindrapportage met het advies van de expertgroep volgt ditnajaar en zal ik met uw Kamer delen.37Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 56538https://www.slo.nl/thema/vakspecifieke-thema/nederlands/referentiekader-taal/39Kamerstukken II 2023/24, 31 524, nr. 584Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6039 Albeda integreert taallessen in beroepscontextBinnen Albeda werken docenten Nederlands en docenten van deberoepsgerichte vakken samen aan het versterken van de basisvaar-digheden. Zo zijn er 15 woordenlijsten gemaakt met vaktermen enbelangrijke woorden die studenten moeten begrijpen om hunberoepstaken goed te kunnen uitvoeren. Wanneer een student werktaan een beroepstaak komen de betreffende woorden ook aan bod inde lessen Nederlands en de beroepsgerichte lessen. Studentenzoeken zelf de betekenis van de woorden op. Docenten bespreken inde lessen hoe deze woorden in de praktijk worden gebruikt. Zo vindttaalontwikkeling plaats binnen de beroepscontext en leren studentenom vaktaal te begrijpen en effectief toe te passen in hun toekomstigeloopbaan.LeesvaardigheidZoals ik in de inleiding schetste, vind ik de dalende trend rondom deleesvaardigheid van Nederlandse jongeren zorgelijk. Goed kunnen lezenen teksten begrijpen, zorgt dat je kennis kunt opdoen en je blijvend kuntontwikkelen. Ook draagt het bij aan inlevingsvermogen en begrip voor deander. Daarom vind ik het belangrijk om leesvaardigheid in het mbo testimuleren en te verbeteren. Dit heb ik gedaan door middelen beschikbaarte stellen voor het leesoffensief «Heel mbo leest!», een initiatief van hetKennispunt Taal en rekenen, de Stichting Lezen en de MBO Taalacademie.Het leesoffensief helpt mbo-instellingen door adviezen en praktische tipsom een leesklimaat op te zetten passend bij studenten in het mbo.40Doorstroom van mbo-studenten op Bonaire naar hbo in EuropeesNederlandGraag maak ik van de gelegenheid gebruik om terug te komen op demotie van de leden El Yassini en Hagen41 waarin verzocht wordt om aanmbo-studenten op Bonaire die na een Papiamentstalige mbo-4 opleidingdoor willen stromen naar het hbo in Europees Nederland, op hun verzoekextra Nederlandse taalondersteuning te bieden. Tot op heden worden erop Bonaire geen mbo-4 opleidingen in het Papiaments aangeboden en erzijn geen plannen dit op korte termijn te gaan doen. Desalnietteminbevestig ik dat, indien nodig, de betreffende studenten extra Nederlandsetaalondersteuning kunnen ontvangen en dat hiertoe middelenbeschikbaar gemaakt zullen worden uit het budget dat bedoeld is voorversterking onderwijs-arbeidsmarkt ten behoeve van de ontwikkeling vanCaribisch Nederland. Hiermee beschouw ik deze motie als afgedaan.Evidence informed lerenEen belangrijk onderdeel van mijn aanpak om de kwaliteit van basisvaar-digheden in het mbo te versterken is evidence informed leren. Zo kunnenmbo-instellingen bij het versterken van de onderwijskwaliteit van elkaarleren en gebruik maken van wetenschappelijke inzichten.Als onderdeel hiervan is uitwisseling tussen docenten en instellingen ennetwerkvorming van belang. Voor de zomer van 2023 heb ik uw Kamergeïnformeerd over mijn inzet omtrent een Lerend Netwerk Rekenen.42 Ditis een landelijk netwerk van rekenprofessionals van verschillendembo-instellingen in verschillende regio’s. In elke regio werken onderwijs-40Handreiking Leesoffensief «Heel mbo leest!» (visme.co)41Kamerstukken II 2021/22, 35 893, nr. 842Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 565Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 60310 teams aan ontwikkelvragen, waarbij ze worden ondersteund door eenexpert, zodat er resultaten worden ontwikkeld waarbij gebruik wordtgemaakt van wetenschappelijke inzichten. In juni 2024 wordt in kaartgebracht in hoeverre ontwikkelvragen al dan niet van antwoorden zijnvoorzien. In 2025 worden de opbrengsten gepresenteerd. Het KennispuntTaal en Rekenen zorgt ervoor dat deze opbrengsten breed gedeeldworden.Het practoraat rekenen, waarvan ROC van Amsterdam/Flevolandpenvoerder is, start deze zomer als onderdeel van de aanpak en richt zichop praktijkonderzoek en innovatie. Daarmee sluit het aan bij het LerendNetwerk rekenen. Practoraten voor basisvaardigheden zijn een belangrijkinstrument om te zorgen dat een goede uitwisseling ontstaat tussenonderzoek en onderwijs.Gratis studieboeken en -licenties Nederlands, rekenen en burgerschapvoor minderjarige studentenIn de motie van het lid Hagen c.s.43 wordt verzocht om vanaf 2024structureel € 10 miljoen te reserveren om boeken en licenties voormbo-studenten jonger dan 18 jaar voor de vakken taal, rekenen enburgerschap kosteloos ter beschikking te stellen. In navolging van dezemotie is in de Werkagenda mbo44 afgesproken om te zorgen dat destudieboeken en licenties voor basisvaardigheden (taal, rekenen enburgerschap) vanaf studiejaar 2024–2025 voor mbo-studenten onder de 18jaar kosteloos beschikbaar zijn. Ik zie dit als een belangrijke stap omjongeren gelijke kansen te bieden en de drempel naar het mbo teverlagen, omdat ook leerlingen in het voortgezet onderwijs, jonger dan 18jaar en zonder startkwalificatie, kosteloos boeken en licenties voorbasisvaardigheden ter beschikking hebben. Momenteel verken ik doormiddel van een onderzoek hoe hier op lange termijn invulling aangegeven kan worden en wat de (markt)effecten zijn. Ik streef ernaar datdeze structurele oplossing vanaf studiejaar 2026–2027 in werking kantreden. Voor de twee tussenliggende studiejaren voer ik een tijdelijkemaatregel in om minderjarige studenten tegemoet te komen in hunkosten voor studieboeken en licenties, om zo de toegankelijkheid van hetmbo voor minderjarige studenten ook in die jaren te verhogen. Hiervoor isjaarlijks € 10 miljoen beschikbaar45, die de mbo-instellingen via derijksbijdrage ontvangen. Hiermee kunnen zij een tegemoetkoming terwaarde van € 60 aan minderjarige studenten bieden. Ik heb dembo-instellingen hier recentelijk per brief over geïnformeerd en zal deuitvoering blijven volgen.Kwaliteit van examineringIn het onderwijs is examinering een belangrijk instrument om te beoor-delen of een student voldoet aan de kwalificatie-eisen. En daarmee is hetook een instrument om de onderwijskwaliteit te borgen. Hiervoor moetenwe kunnen vertrouwen op de kwaliteit van examinering en daarmee dekwaliteit van examens en examencommissies.Na een aantal kritische onderwijsverslagen46 van de IhvO over de kwaliteitvan examinering en het functioneren van examencommissies, bij zowelbekostigde als niet bekostigde mbo-instellingen, zijn de eisen voorexamencommissies in 2017 in de WEB aangescherpt. Om te weten in43Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VIII, nr. 14544Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 54945Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VIII, nr. 6346Nu beter bekend als de jaarlijkse «Staat van het Onderwijs».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 60311 hoeverre de wijzigen bijdragen aan een verbetering en of er aanvullendewetgeving nodig is, heb ik een evaluatie laten uitvoeren. De evaluatie«Onderzoek naar het functioneren van het mbo examencommissies:Evaluatie van de wetswijziging «Aanscherping eisen aan examencom-missies in het mbo»» bied ik hierbij aan uw Kamer aan. Hieronder schetsik de relevante uitkomsten uit het onderzoek en geef ik mijn reactiedaarop.Uit het rapport blijkt dat de meeste examencommissies en beleidsmede-werkers examinering van mening zijn dat het functioneren van examen-commissies is verbeterd als gevolg van de aanscherpingen in de WEB. Dewetswijziging heeft volgens hen de grootste positieve invloed gehad ophun onafhankelijke positie, de samenstelling van examencommissies engeleid tot een betere scheiding tussen het zorgen voor de kwaliteit vanexamens (door onderwijsteams) en het borgen van de kwaliteit vanexamens (door examencommissies). De toegenomen onafhankelijkheid isveelal het gevolg van het verdwijnen van managers uit de examencom-missies, meer uren voor commissieleden in hun jaartaak en meer tijd voorprofessionalisering. Meer tijd voor hun werk en professionalisering komtvaak doordat instellingen het aantal examencommissies hebbenverminderd. In de samenstelling van examencommissies heeft nu vakereen lid uit de beroepspraktijk en een lid buiten de opleiding(en) waar decommissie over gaat, zitting en minder vaak iemand met een financiëleverantwoordelijkheid. De scheiding tussen het borgen van de kwaliteit(examencommissie) en zorgen dat de kwaliteit wordt gerealiseerd(onderwijsteam) is verbeterd doordat zowel examencommissies alsonderwijsteams meer helderheid hebben over hun taken en verantwoor-delijkheden. Wat opvalt is dat niet-bekostigde, in tegenstelling totbekostigde instellingen, minder sterk ervaren dat de wetswijziging heeftbijgedragen aan een beter functioneren van examencommissies. Eenconcrete verklaring hiervoor biedt dit onderzoek echter niet. In hetevaluatierapport komen ook wat wisselende ervaringen met het betrekkenvan de beroepspraktijk in de examencommissie aan de orde. In gesprekmet het Kennispunt Onderwijs & Examinering wordt bekeken hoe weinstellingen hierbij het beste kunnen ondersteunen.Het stemt mij positief dat niet alleen de aanscherpingen in de WEB, maarook de eerder genoemde inspectierapporten en andere afspraken47instellingen ertoe heeft bewogen aanpassingen te maken om hetfunctioneren van examencommissies te verbeteren. Ik zie daarom geenaanleiding voor aanvullende wetgeving met betrekking tot examencom-missies.Meer grip op het beheersingsniveau van studentenNet als uw Kamer vind ik het belangrijk om tot een valide, integraal enbetrouwbaar beeld van het beheersingsniveau van de basisvaardighedenvan mbo-studenten te komen. Door dit beeld kunnen we monitoren of hetbeheersingsniveau van de studenten verbetert en of elke mbo-student48met minimaal 2F-niveau het mbo verlaat.Voor het monitoren van de beheersing van basisvaardigheden wordenonder regie van de IvhO peilingsonderzoeken ontwikkeld met betrekkingtot rekenvaardigheid en leesvaardigheid van mbo-studenten die net zijngestart met hun opleiding. Peilingsonderzoeken zijn metingen via eensteekproef op landelijk niveau. De afname voor rekenen vindt in het najaarvan 2025 plaats en de afname voor lezen in 2026. De IhvO publiceert de47Zoals de Examenagenda 2020–2025 en «Afspraken voor valide exameninstrumenten»48Op niveau 2, 3 en 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 60312 uitkomsten van de monitoring in onderzoeksrapporten, deze zullen tezijner tijd met uw Kamer worden gedeeld.Naast zicht op landelijk niveau, vind ik het ook belangrijk dat instellingenzicht hebben op het beheersingsniveau van taal en rekenen van elkeindividuele student. Hiervoor hebben verschillende partijen monitorings-instrumenten ontwikkeld voor taal en rekenen. Zo heeft de Coöperatieexamens MBO een nulmeting voor rekenen ontwikkeld en Bureau ICEnulmetingen taal en rekenen. Hierdoor kunnen instellingen een goedeindicatie krijgen van het niveau per student. De uitkomsten van dezenulmetingen helpt instellingen en docenten om gericht bijspijker- ofherstelprogramma’s aan te bieden. Hiermee geef ik invulling aan de motievan de leden Pouw-Verweij en El Yassini over het monitoren van hetbeheersingsniveau van basisvaardigheden in het mbo.49Om zicht te krijgen op het beheersingsniveau van burgerschap, werk iksamen met de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs aanmonitoring van burgerschapscompetenties en -onderwijs in het po, vo enmbo. Deze monitoring geeft inzicht in de ontwikkeling van burgerschaps-competenties van studenten, inzicht in de invloed van schoolcontextken-merken50 en de interventies daarop en een beeld van de algehele kwaliteitvan het burgerschapsonderwijs. Ik heb het Nationaal RegieorgaanOnderwijsonderzoek (hierna: NRO) gevraagd een overzichtsstudie te doenen hierop met experts te reflecteren. Dit heeft aanleiding gegeven om eennieuw monitoringsprogramma binnen NRO op te zetten. Het streven is dateind dit jaar onderzoekers starten om invulling te geven aan de doelstel-lingen van het monitoringsprogramma. Ik informeer uw Kamer in hetnajaar van 2024 over de voortgang.Tot slotOndanks de koers die met de Aanpak basisvaardigheden mbo, alsonderdeel van het Masterplan basisvaardigheden, is ingezet, concludeerik dat de situatie zorgwekkend is en dat er op korte termijn meer nodig is.Naast deze zorgen, ben ik positief gestemd over de mooie initiatieven dieik zie in het veld en de grote betrokkenheid van onderwijsprofessionals enscholen. Ik voel dan ook de urgentie om de basisvaardigheden teversterken en zo te werken aan meer kansengelijkheid. Dat vraagt om eenflinke inzet van OCW en de partners in de sector, zoals is afgesproken inde Werkagenda mbo.51 Tot slot vraag ik ook uw Kamer om blijvendeaandacht te hebben voor basisvaardigheden in het mbo, in samenhangmet de andere opgaven waar het mbo voor staat. Onze mbo-studentenverdienen een kansrijke toekomst en de samenleving heeft deze studentenhard nodig.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.H. Dijkgraaf49Kamerstukken II 2023/24, 31 524, nr. 58350Denk bijvoorbeeld aan het curriculum van de opleiding, expertise van docenten, de schoolor-ganisatie en innovaties.51Kamerstukken II 2022/23, 31 524, nr. 549Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 60313 OVERZICHT MAATREGELEN AANPAK BASISVAARDIGHEDEN INHET MBOActielijnBasisvaardigheidMaatregelPlanningVersterken van dekwaliteit vandocentenNederlands,rekenen, burger-schapStart wetstrajectVoorjaar2024Vervolggesprekken landelijkeafspraken en ontwikkelenopleidingstrajecten Neder-lands, rekenen en burgerschap2024Streven inwerking tredenaanvullende wettelijke eisendocenten basisvaardigheden1 augustus2026Versterking van dekwaliteit van hetonderwijs en deexamineringNederlandsAdviesrapport expertgroepNajaar 2024RekenenLerendNetwerkRekenenMiniconferentiebeantwoordingontwikkelvragenJuni 2024Conferenties omopbrengsten tepresenterenVoor- ennajaar 2025Start practoraat rekenenZomer 2024BurgerschapIndienen TK wetsvoorstelwijzigen WEB (wettelijkeburgerschapsopdracht voorinstellingen)Begin 2025Internetconsultatie wijzigingEkb WEB (20 nieuwekwalificatie-eisen en instel-lingsexamen)Najaar 2024Inwerking treden boven-staande wetsvoorstel enAMvB1 augustus2026Voorbeeldmatige handreikingvoor docentenMaart 2025Meer grip op hetbeheersingsniveaubasisvaardighedenvan studentenNederlandsPeilingsonderzoek leesvaar-digheidNajaar 2025RekenenPeilingsonderzoek2026BurgerschapStart monitoringsprogrammaEind 2024 BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 60314 OVERZICHT VOOR- EN NADELEN INSTELLINGSEXAMEN BURGER-SCHAPPassende resultaatsverplichtingInstellingsexamenBurgerschapalgemeen– Biedt gelegenheid voor focus opde kwaliteit van het onderwijs.– Er bestaat veel vrijheid voorinstellingen om zelf meetinstrumen-ten te ontwerpen.– Er bestaan geen richtlijnen ofkwaliteitseisen aan instrumenten dieworden gebruikt.– Er bestaat een groter risico dat dekwalificatie-eisen onvoldoende tothun recht komen in het onderwijs-programma, en daarmee opwederom te grote kwalitatieveverschillen tussen opleidingen eninstellingen. Onderzoek wijst uit datdit het afgelopen decennium eenkernprobleem is in het burger-schapsonderwijs.– Het vereist naar verwachting extrainzet van instellingen ten opzichtevan de situatie nu om de benodigdeprocessen te creëren.– Biedt gelegenheid voor focus opkwaliteit van het onderwijs én examine-ring.– Er bestaan richtlijnen voor de inzetvan exameninstrumenten, waarmee dekwaliteit daarvan wordt geborgd.– Burgerschapsonderwijs heeft eenvolwaardige plek in het onderwijspro-gramma, omdat het instellingsexamensnodig is voor het behalen van hetdiploma.– Sluit goed aan bij de systematiek voorde andere basisvaardigheden taal enrekenen.– Er bestaat een risico dat in hetonderwijsprogramma meer focus wordtgelegd op het kennisaspect dan nodig is(ten opzichte van vaardigheden en hetreflecteren op eigen ervaringen).– Het vereist naar verwachting relatiefmeer inzet van instellingen dan bij eenpassende resultaatsverplichting om debenodigde processen te creëren, zekerals instellingen examens zelf gaanconstrueren.Examendruk– De verwachte druk voor studentenzal bij veel opleidingen hoe dan ookhoger zijn dan nu, maar vergelekenmet een instellingsexamen zou dedruk bij een passende resultaatsver-plichting wegens de relatievevrijblijvendheid naar verwachtingminder hoog zijn.– Indien opleidingen onvoldoendegebruikmaken van de mogelijkhedenvoor een passende invulling van hetinstellingsexamen, zoals bijvoorbeeldhet portfolio en/of een criteriumgerichtinterview, bestaat een risico datstudenten meer examendruk kunnenervaren.Typeexamen-instrument– Het type meetinstrument datinstellingen moeten gebruiken, kanprecies worden vastgelegd endaarmee zou een passenderesultaatsverplichting naarverwachting minder vormvrij zijn.– Instellingexamens zijn vormvrij (bijv.een portfolio en/of criteriumgerichtinterview) en kunnen per opleidingverschillen.– Een instellingsexamen kan uit enkeleof meerdere examenvormen bestaan,dat bepaalt de instelling zelf.Uitvoering– Een passende resultaatsverplich-ting zou in de regelgeving als aparteexamenvorm moeten wordengeïntroduceerd, waarvoor aparteregels zouden moeten wordengedefinieerd en vastgesteld. Het isnog onbekend welk effect dit heeftop de uitvoerbaarheid doorinstellingen.– De regelgeving kent alleen eencentraal of instellingsexamen. Eeninstellingsexamen past binnen debestaande infrastructuur van instellin-gen. Dit betreft onder meer het zelfontwikkelen van examens, het inkopenvan examens, het (extern) valideren vanexamens en het betrekken van deuitslag bij het diplomabesluit. BIJLAGE 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 60315
Gerelateerde bronnen
- Begin 2024 komt de minister met een voorstel voor een bevoegdhedenstructuur basisvaardigheden mbo.
Begin 2024 komt de minister met een voorstel voor een bevoegdhedenstructuur basisvaardigheden mbo.
- Begin 2024 ontvangt de Kamer een voortgangsbrief basisvaardigheden. Hierin worden de volgende punten opgenomen (naast de toezegging inzake deze voortgangsbrief
Begin 2024 ontvangt de Kamer een voortgangsbrief basisvaardigheden. Hierin worden de volgende punten opgenomen (naast de toezegging inzake deze voortgangsbrief gedaan tijdens het commissiedebat): - de voor- en tegenargumenten voor het invoeren van een instellingsexamen burgerschap; - de uitkomsten v
- In het voorjaar van 2023 wordt de Kamer geïnformeerd over de verdere professionalisering van het mbo met als speerpunten het burgerschapsonderwijs en de basisva
In het voorjaar van 2023 wordt de Kamer geïnformeerd over de verdere professionalisering van het mbo met als speerpunten het burgerschapsonderwijs en de basisvaardigheden.
- Begin 2024 stuurt de minister een voortgangsbrief basisvaardigheden waarin onder meer wordt opgenomen hoe het taalonderwijs beter kan aansluiten op de ontwikkel
Begin 2024 stuurt de minister een voortgangsbrief basisvaardigheden waarin onder meer wordt opgenomen hoe het taalonderwijs beter kan aansluiten op de ontwikkeling van de mbo-student.
- Bij de indiening van het wetsvoorstel over burgerschap bij de Tweede Kamer, wordt door de regering ook gemotiveerd wat de aanvullende functie van een instelling
Bij de indiening van het wetsvoorstel over burgerschap bij de Tweede Kamer, wordt door de regering ook gemotiveerd wat de aanvullende functie van een instellingsexamen kan zijn. Zie ook TZ202310-166
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.