KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over het eindrapport 'Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften' (Kamerstuk 29398-1200)

8 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1aa82e75b0363f56 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1227 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 8 juni 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragenvoorgelegd aan de Minister van Justitie en Veiligheid naar aanleiding vanhet rondetafelgesprek over (Verkeers)boetes en oplopende betalingspro-blemen d.d. 15 april 2026 (Kamerstuk 29 398, nr. 1200).De Minister en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hebben dezevragen beantwoord bij brief van 8 juni 2026. Vragen en antwoorden zijnhierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,EerdmansAdjunct-griffier van de commissie,Meijer kst-29398-1227ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12271 1Kunt u aangeven op welke departementale begrotingen kostenworden gemaakt om schuldenproblematiek aan te pakken? Kuntu per beleidsterrein een nadere specificatie geven van de omvangvan deze budgetten en aangeven waaraan deze budgettenbesteed worden? Kunt u ook een inschatting geven van demiddelen die via het Gemeentefonds aan schuldproblematiekbesteed worden?Het Nationaal Programma Armoede en Schulden bevat een pakket aanmaatregelen om schulden te voorkomen en duurzaam op te lossen. Dit iseen interdepartementaal en interbestuurlijk programma. De deelnemendedepartementen zijn in principe beleidsverantwoordelijk voor deopgenomen maatregelen en acties en financiering daarvan. Het basis-pakket uit het interdepartementaal beleidsonderzoek naar problematischeschulden is in de schuldenaanpak het uitgangspunt.In het coalitieakkoord «Aan de slag» is een envelop armoede en schuldenopgenomen met ingroei naar een omvang van 150 miljoen vanaf 2028. In2027 wordt deze envelop grotendeels ingezet voor energiemaatregelen envroegsignalering. Over de structurele inzet van deze middelen na 2027moet nog besluitvorming plaatsvinden. Beoogd is om de deze middelengedeeltelijk in te zetten voor de uitvoering van IBO-maatregen problema-tische schulden.SZW heeft daarnaast voor onder andere de uitvoering van het programmaBescherming inkomen bij beslagleggingen, gericht op een betere borgingvan het bestaansminimum (beslagvrije voet) en de ondersteuning vanpartijen in het maatschappelijk middenveld op het terrein van schulden(zoals vrijwilligers en schuldpreventie) voor in totaal jaarlijks circa€ 41 miljoen op de begroting.De financiering van de gemeentelijke schuldhulpverlening verloopt via dealgemene middelen van het gemeentefonds. De uitvoering van deschuldhulpverlening is gedecentraliseerd. Dit betekent dat gemeenten zelfbepalen welk budget zij beschikbaar stellen voor de gemeentelijkeschuldhulpverlening. In de maatschappelijke kosten-batenanalyse die in2024 in opdracht van het IBO problematische schulden is opgesteld, werdingeschat dat in 2022 € 199 miljoen werd uitgegeven aan gemeentelijkeschuldhulpverlening.1 SZW heeft in 2023 eenmalig 30 miljoen (vroegsig-nalering en bijzondere bijstand) en vanaf 2024 structureel 40 miljoen extrabeschikbaar gesteld aan gemeenten via het gemeentefonds om degemeentelijke dienstverlening rondom armoede en schulden te verbe-teren en te uniformeren.2Kunt u uiteenzetten hoe de systematiek rondom de indexatie vande boetebedragen van de verschillende type verkeersboeteswerkt (zowel Mulderboetes als strafrechtelijke verkeersboetes)?3Kunt u verklaren waarom de indexatiesystematiek voor deverschillende type verkeersboetes verschilt (Mulderboetes enstrafrechtelijke boetes)?Antwoord vraag 2 en 3:1De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek. Een last voor burgers, bedrijven enoverheden; bijlage 14 bij Kamerstukken II, 2023/2024, 24 515, nr. 770.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12272 De Mulderboetes zijn opgenomen in de bijlage bij de Wet administratief-rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv). Indexeringvan de boetebedragen onder de Wahv gebeurt bij algemene maatregelvan bestuur en valt onder de verantwoordelijkheid van MJenV.De tarieven voor de strafrechtelijke verkeersboetes behorend bij destrafbare feiten die zijn opgenomen in de bijlagen bij het Besluit-OMafdoening, zijn opgenomen in de beleidsregels van het OpenbaarMinisterie (hierna: OM). De indexering van die tarieven vindt door het OMplaats in die beleidsregels.De tarieven in de bijlage bij de Wahv worden jaarlijks geïndexeerd aan dehand van de consumentenprijsindex (hierna: CPI). Het OM indexeert detarieven die zijn opgenomen in de OM-beleidsregels ook jaarlijks enhanteert daarbij in beginsel ook het CPI-indexeringspercentage. Omdathet OM-beleid betreft kan het OM echter besluiten van hetCPI-indexeringspercentage af te wijken, ook wanneer de Minister vanJenV dat voor de Wahv-tarieven niet besluit. In 2023 besloot het OM af tewijken van het CPI-indexeringspercentage. De tarieven onder de Wahvwerden toen geïndexeerd met de CPI die dat jaar 8,6% bedroeg, en hetOM besloot vanwege het hoge inflatiecijfer de tarieven in de beleidsregelste indexeren met een percentage van 3%.2 Daarnaast heeft er voor deWahv boetes in 2024 ook een beleidsmatige verhoging (4,3%) plaatsge-vonden bovenop de indexering van 5,7%. Deze verhoging is door het OMniet voor de strafrechtelijke verkeersboetes doorgevoerd. De strafrechte-lijke verkeersboetes zijn in dat jaar echter wel met hetzelfde percentage(5,7%) als de Wahv-boetes geïndexeerd.4Kunt u in kaart brengen wat de kosten zouden zijn om deindexatiesystematiek voor verkeersboetes gelijk te trekken? Kuntu hierbij beide varianten uitwerken, te weten één variant waarinde indexatiesystematiek van de Mulderboetes wordt toegepastvoor de strafrechtelijke verkeersboetes en vice versa?Zoals in het antwoord op vraag 2 en 3 is aangegeven is de indexeringsys-tematiek voor verkeersboetes op grond van de Wahv en de verkeers-boetes op grond van het strafrecht al gelijk.5Kunt u uiteenzetten hoe de systematiek van de verhogingen bijniet betalen van de verschillende verkeersboetes (Mulderboetesen strafrechtelijke verkeersboetes) werkt en kunt u hierin ook devoormalige verhogingssystematiek van de Mulderboetesmeenemen?Op grond van art. 23 lid 3 Wahv wordt een verkeersboete van rechtswegemet 50% verhoogd als het verschuldigde boetebedrag niet is betaaldbinnen twee weken nadat de beschikking waarbij de verkeersboete isopgelegd onherroepelijk is geworden. Als het verhoogde bedrag nietbinnen de daarvoor gestelde termijn van vier weken wordt betaald, wordthet inmiddels verschuldigde bedrag van rechtswege verhoogd met 100%van het bedrag van de verkeersboete en de daarop inmiddels gevallenverhoging op grond van art. 25 lid 1 Wahv.3 Met ingang van 2011 zijn de2Stb. 2023, 53.3Indien tussen de verkeersovertreder en het CJIB een betalingsregeling tot stand is gekomen,wordt de sanctie van rechtswege verhoogd op het moment dat de getroffen betalingsregelingniet volledig is nagekomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12273 ophogingenpercentages op grond van de Wahv verhoogd van 25% en50% naar 50% en 100%.Bij strafrechtelijke geldelijke sancties, waaronder strafrechtelijke verkeers-boetes, wordt de sanctie op grond van artikel 6:4:2 Wetboek van Strafvor-dering van rechtswege verhoogd met € 20,– indien het verschuldigdebedrag (inclusief de administratiekosten) niet is betaald binnen dedaarvoor gestelde termijn. Als het verhoogde bedrag niet binnen de bij deeerste aanmaning gestelde termijn geheel of gedeeltelijk is betaald, wordthet inmiddels verschuldigde bedrag (of het nog openstaande gedeeltedaarvan) van rechtswege verhoogd met 20% van het openstaande bedrag.Hierbij geldt een minimum van € 40,–.6Kunt u verklaren waarom de verhogingssystematiek bij strafrech-telijke verkeersboetes veel minder rigide is ingericht dan bijMulderboetes? Wat rechtvaardigt dit verschil?Bij de Mulderboetes is bij de invoering van de wet voor een hogereophoging gekozen om de betalingsdiscipline te verhogen. Bij de Mulder-boetes gaat het om boetes die niet hoger kunnen zijn dan het bedrag vande eerste geldboetecategorie (€ 550). Terwijl het bij de strafrechtelijkeboetes gaat om alle boetes, dus ook buiten verkeersfeiten, en ombedragen tot meer dan een miljoen.Het is niet zo dat het inningsproces van strafrechtelijke geldelijke sanctieswezenlijk verschilt van Wahv-boetes. De verhogingssystematiek bijstrafrechtelijke verkeersboetes in vergelijking met Mulderboetes is nietminder rigide ingericht, maar anders vormgegeven. Voor beide regimeszijn over het algemeen dezelfde mogelijkheden tot het leveren vanmaatwerk, zoals het treffen van een betalingsregeling.7Kunt u in kaart brengen wat de kosten zouden zijn om deverhogingssystematiek van strafrechtelijke verkeersboetes ooktoe te passen op Mulderboetes?In de Kamerbrief van 4 april 2025 hebben de toenmalige Staatssecreta-rissen laten weten dat het aansluiten bij de ophogingenpercentages vanstrafrechtelijke geldelijke sancties naar schatting een structurele vermin-dering van inkomsten van 64 miljoen euro per jaar oplevert.4 Dit bedrag isexclusief de incidentele en structurele implementatiekosten en isgebaseerd op de cijfers van voor de indexatie van 2025.8Kunt u in kaart brengen wat de kosten zouden zijn om terug tegaan naar de oorspronkelijke verhogingssystematiek van deMulderboetes? Kunt u ook aangeven wat de budgettaire batenzouden zijn als deze oorspronkelijke systematiek van de Mulder-boetes zou worden toegepast op de strafrechtelijke verkeers-boetes?9Kunt u een aantal scenario’s in kaart brengen van verschillendeverhogingen van de administratieve kosten van verkeersboetesen hierbij ook per scenario de budgettaire baten in kaartbrengen?4Kamerstukken II 2024–2025 29 279, nr. 931.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12274 Antwoord vraag 8 en 9:In de Kamerbrief van 4 april 2025 hebben de toenmalige Staatssecreta-rissen onderstaande tabel met uw Kamer gedeeld. De weergegevenbedragen zijn exclusief de structurele en incidentele implementatiekosten.Scenario’s verlaging ophogingenpercentagesSchatting verminderdeontvangsten (in miljoeneneuro’s per jaar)50%–100% (huidige percentages)–50%–75%1235%–100%1640%–80%1930%–100%2225%–100%2725%–50% (ophogingenpercentages tot 2011)46€ 20–20% van het openstaande bedrag (conform stelselWetboek van Strafvordering)64 Wanneer in een berekening bij de Boetevonnissen, OM-Afdoening enEuropees Geldelijke Sancties de huidige systematiek van verhogingen(1e verhoging € 20 en 2’ verhoging 20%) zou worden vervangen door deoorspronkelijke systematiek van Wahv (1e verhoging 25% en 2e verhoging50%) dan zou dit op basis van een aantal uitgangspunten en aannames totcirca € 4,5 mln. meer baten kunnen leiden. Dit is slechts een indicatiefberekend bedrag waarbij geen rekening is gehouden met bijvoorbeeld demogelijke impact van een dergelijke wijziging op het betaalgedrag.De huidige administratiekosten bedragen € 9,–. Een verhoging van deadministratiekosten met € 1,– levert ongeveer 7 miljoen euro aan extraopbrengsten per jaar op, uitgaande van 7 tot 8 miljoen verkeersboetes perjaar. Een verhoging van de administratiekosten met € 5,– – het totaal-bedrag aan administratiekosten per verkeersboete wordt dan € 14,– –levert dus ongeveer 35 miljoen euro extra opbrengsten per jaar op. Hierbijwordt opgemerkt op dat de geïnde administratiekosten overeen moetenkomen met de daadwerkelijk gemaakte administratiekosten van het CJIB.10Klopt het dat de proportionaliteit van de feitgecodeerde boetesvoor het laatst is afgewogen in 2005? Zo ja, hoe verhoudt dit zichtot de andere sanctiestelsels en de wettelijke grensbedragen?Bij de jaarlijkse indexering wordt niet gekeken naar de proportionaliteitvan de boetes. Met de indexering wordt de proportionaliteit van deverkeersboetes geacht gelijk te blijven. De jaarlijkse indexering is namelijkbedoeld om te corrigeren voor de geldontwaarding en de relatievestrafmaat zo gelijk te houden. In het rapport van het Openbaar Ministerieuit 2023 is geconcludeerd dat de verkeersboetes door de eerderebeleidsmatige verhogingen bovenop de jaarlijkse indexeringen, nietlanger in verhouding staan tot de andere sanctiestelsels en niet proporti-oneel meer zijn. De benodigde bezuinigingen van 300 miljoen euro perjaar om het verlagen van de verkeersboetes te kunnen bekostigen, acht ditkabinet op dit moment niet wenselijk. Hiervoor is op de begroting vanJenV geen dekking. In de kabinetsreactie op het rapport «Boetestelsels inbalans» is aangegeven dat samen met het OM bekeken wordt welkewettelijke grensbedragen momenteel aanpassing behoeven en of hiervooreen wetstraject gestart kan worden.11Doet u onderzoek naar de wenselijkheid van het opnemen vannadere regels in het Besluit administratiefrechtelijke handhavingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12275 verkeersvoorschriften en/of de Aanwijzing administratiefrech-telijk handhaving verkeersvoorschriften over de hoogte en devormgeving van de boete waarbij rekening wordt gehouden aanopzet, schuld en/of persoonlijke omstandigheden? Zo ja, kunt udat in kaart brengen?Nee. Voor overtredingen in de Wahv wordt altijd het standaard boete-bedrag opgelegd dat in de (bijlage bij de) Wahv is opgenomen. Er wordtgeen rekening gehouden met opzet, schuld of persoonlijke omstandig-heden. Dit maakt het mogelijk om de grote hoeveelheid overtredingenefficiënt af te kunnen doen. Bovendien gaat de Wahv uit van kentekenaan-sprakelijkheid, waardoor de boete aan de kentekenhouder en dus nietperse aan de feitelijke bestuurder wordt opgelegd. Hierdoor kan er dusook geen rekening worden gehouden met persoonlijke omstandigheden.De Commissie Feiten en Tarieven (CFT) adviseert over de hoogte van deWahv-boetes. De CFT hanteert hiervoor het zogenoemde Tarievenhuis. DitTarievenhuis houdt in dat de hoogte van de boetes voor verschillendecategorieën verkeersovertredingen binnen de Wahv en de onderlingeverhouding daarvan is bepaald aan de hand van de mate van gevaar-zetting. Uitgangspunt daarbij is dat de straffen de ernst en strafwaar-digheid van strafbare gedragingen uitdrukken.12Is er in het verleden, samen met het Openbaar Ministerie (OM),gekeken naar de mogelijkheden om de waardering van de ernstvan bepaalde feitencodes te heroverwegen, denk bijvoorbeeldaan drugsafval dumpen?In 2020 heeft de CFT op verzoek van JenV een advies uitgebracht over dehoogte van verschillende verkeersboetes. Op basis van dit advies zijnverschillende verkeersboetes voor overtredingen met veel gevaarzettingverhoogd en zijn andere boetes voor kleinere, minder gevaarlijkeovertredingen verlaagd.De boetes voor onder andere de volgende overtredingen zijn verhoogd:−Vasthouden van mobiele (communicatie)apparatuur;−Niet zo veel mogelijk rechts rijden (onnodig links rijden) op eenauto(snel)weg;−Niet verlenen van voorrang aan een voorrangsvoertuig en daarbij hetfeit overhevelen naar het strafrecht;−Signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan istoegestaan.De tarieven voor aan aantal specifieke, meer ordenende dan gevaarzet-tende feiten, zijn verlaagd, waaronder:−Het veroorzaken van onnodig geluid met een motorrijtuig;−In- en uitstappende passagiers voorbijrijden zonder hen de gelegen-heid te geven in- of uit te stappen;−Parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats.Na dit advies heeft geen algemene heroriëntatie plaatsgevonden van detarieven voor feitgecodeerde delicten. Voor het specifieke voorbeeld dat inde vraag wordt aangehaald (het dumpen van afvalstoffen die zijn ontstaanbij de productie van drugs) is geen feitcode opengesteld. In die zaken zaleen uitgewerkt proces-verbaal moeten worden opgemaakt en hiervoorgeldt dus geen standaard boetetarief.13Klopt het dat de boeteopbrengsten van de uitbreiding van hetaantal geautomatiseerde handhavingsmiddelen in 2023opgenomen zijn in de algemene middelen? Wat is procedureelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12276 ervoor nodig om (toekomstige) intensivering van geautomati-seerde handhaving terug te laten vloeien naar de begroting vanhet Ministerie van Justitie en Veiligheid?Het klopt dat de extra boeteopbrengsten ten gevolge van de uitbreidingvan het aantal geautomatiseerde handhavingsmiddelen in 2023opgenomen zijn in de algemene middelen. Dat is het gevolg van hetbesluit in 2017, naar aanleiding van de motie Zijlstra/Samsom, om van deB&T-ontvangsten een generaal dossier te maken (Kamerstuk 34 550, nr. 7).Dit betekent dat schommelingen in de boeteontvangsten, zowel meer alsminder ontvangsten, ten laste van de algemene begroting komen. Deredenering daarvoor was te voorkomen dat intensivering van handhavingof verhogingen van boetebedragen ingegeven werd door financiëleoverwegingen in plaats van beleidsmatige overwegingen. Dituitgangspunt is opgenomen in de startnota’s van voorgaande kabinettenen het huidige kabinet. Er zijn geen procedurele belemmeringen om deeventuele toekomstige extra B&T-opbrengsten als gevolg van eenuitbreiding van de geautomatiseerde handhaving, ten gunste van debegroting van JenV te laten komen. Het zou echter wel strijdig zijn met hetbesluit om van de B&T-ontvangsten een generaal dossier te maken. JenVmoet beleidsmatige beslissingen die leiden tot minder opbrengsten, dusgeen autonome ontwikkeling, overigens wel compenseren uit de eigenbegroting.14Kunt u uiteenzetten welke procedurele waarborgen, zoals eenvoorhangprocedure, nodig zijn om oneigenlijk gebruik van debevoegdheid om de tarieven van de Wet administratiefrechtelijkehandhaving verkeersvoorschriften (Wahv) vast te stellen tevoorkomen?De bijlage bij de Wahv (en daarmee de in deze bijlage opgenomen feitenen tarieven) kan bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) wordengewijzigd. Conform artikel 2, vijfde lid, van de Wahv is een dergelijkewijzigingsprocedure onderhevig aan een voorhangprocedure. Dit betekentdat het besluit pas wordt voorgedragen aan de Afdeling advisering van deRaad van State (hierna: de Afdeling) nadat het ontwerpbesluit vier wekenaan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Deze procedurelewaarborg biedt beide Kamers de mogelijkheid om opmerkingen over hetconceptbesluit te maken en hierover met de Minister van gedachten tewisselen.Na de voorhangprocedure wordt een voorgesteld wijzigingsbesluit vooradvies voorgelegd aan de Afdeling.Deze mechanismen bieden de mogelijkheid aan zowel de beide Kamersals de Afdeling om de inhoud van het voorgenomen besluit tecontroleren.15Kunt u een overzicht geven van de ontwikkeling van de hoogtevan de meest voorkomende verkeersboetes over de jaren 2010tot en met 2026, uitgesplitst naar jaarlijkse indexatie en beleids-matige verhogingen?Hieronder zijn de boetebedragen weergegeven van de meest voorko-mende overtredingen in 2025 en voor overtredingen begaan met eenmotorvoertuig met meer dan twee wielen (categorie 1). In de laatstekolom is berekend wat het boetebedrag ongeveer zou zijn geweest zonderbeleidsmatige verhogingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12277 OvertredingBedrag 2010Bedrag 2026(inclusiefbeleidsmatigeverhogingen)Bedrag 2026exclusiefbeleidsmatigeverhoging14 km/u te hard binnen de bebouwdekom19 euro37 euro28 euro4 km/u te hard op een autosnelwegbuiten de bebouwde kom17 euro28 euro221 euro5 km/u te hard binnen de bebouwdekom24 euro46 euro35 euroAls bestuurder tijdens het rijden eenmobiel elektronisch apparaatvasthouden160 euro440 euro3350 euro6 km/u te hard binnen de bebouwdekom28 euro56 euro41 euro1 Wat de exacte bedragen zouden zijn geweest zonder beleidsmatige verhogingen is niet meer teachterhalen. De indexeringen en beleidsmatige verhogingen worden berekend over de onafge-ronde bedragen na de laatste indexering en/ of verhoging. De onafgeronde bedragen uit hetverleden zijn echter niet allemaal meer uit de systemen te halen. Waardoor het exacte bedragniet meer berekend kan worden.2 Dit bedrag is in 2020 naar aanleiding van een advies van de CFT verlaagd.3 Zoals in het antwoord op vraag 12 is opgenomen is dit bedrag in 2020 naar aanleiding van eenadvies van de CFT verhoogd. 16Kunt u bevestigen dat de verhogingen bij niet-tijdige betaling vanWahv-boetes oplopen met 50 procent en daarna 100 procent,waardoor een boete uiteindelijk kan verdrievoudigen? Kan daarbijworden aangegeven hoe vaak in 2023, 2024 en 2025 een eersteen tweede verhoging is opgelegd?Ja, de wettelijke ophogingenpercentages bij niet-tijdige betaling bedragen50% en 100%. Bij niet betalen kan een boete uiteindelijk verdrievoudigen.Het aantal keer dat een verhoging is opgelegd is:5Jaartal1ste verhoging(1ste aanmaning in aantallen)2e verhoging(2e aanmaning in aantallen)20231.097.872582.62720241.096.099614.98020251.054.880623.761 17Kunt u per jaar sinds 2020 aangeven hoeveel inkomsten uitverkeersboetes zijn geraamd, hoeveel inkomsten daadwerkelijkzijn gerealiseerd en welk deel daarvan bestond uit verhogingenwegens niet-tijdige betaling?In onderstaande tabel zijn de geraamde en de daadwerkelijk gerealiseerdeontvangsten opgenomen voor de jaren 2020 t/m 2025. De ontvangsten inhet kader van verhogingen bedragen jaarlijks circa 15 procent.5De aantallen gaan om het aantal aanmaningen (en dus het aantal keer dat een eerste entweede verhoging wordt opgelegd) in het betreffende jaar. De zaak kan evt. in een ander jaarzijn ingestroomd.Voor zaken die niet worden betaald na eerste aanmaningen, volgt vervolgens een tweedeaanmaningTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12278 18Kunt u aangeven of u rekening houdt met de mogelijkheid dat deHoge Raad oordeelt dat de huidige verhogingspercentages van50 procent en 100 procent bij niet-tijdige betaling vanWahv-boetes disproportioneel zijn, en zo ja, welke juridische,financiële en uitvoeringsmatige scenario’s hiervoor zijnvoorbereid, waaronder eventuele terugbetaling, kwijtschelding ofaanpassing van nog openstaande verhogingen?De rechtbank Den Haag heeft in september 2025 een prejudiciële vraagaan de Hoge Raad gesteld over de wettelijke ophogingen bij Wahv-boetes.Deze vraag is momenteel in behandeling bij de Advocaat-Generaal (A-G)voor conclusie. Het is niet bekend wanneer de conclusie wordt genomen.Na de conclusie van de A-G zal de Hoge Raad de vraag in behandelingnemen en een uitspraak doen. Hierna kan de procedure bij de rechtbankDen Haag worden voortgezet.Er kan niet vooruit worden gelopen op rechterlijke uitspraken. Vanzelf-sprekend bereiden het CJIB en het Ministerie van Justitie en Veiligheidzich wel voor op mogelijke scenario’s. De algemeen directeur van het CJIBheeft dit tijdens het rondetafelgesprek over «(verkeers)boetes enoplopende betalingsproblemen» op 15 april jl. ook toegelicht. Als deuitkomst van de procedure helder is, zal uw Kamer nader wordengeïnformeerd over de eventuele implicaties en hoe dit wordt opgepakt.19Kunt u aangeven wat de budgettaire derving zou zijn van hetverlagen van Wahv-boetes met respectievelijk 10, 20, 30 en40 procent, en wat de budgettaire derving zou zijn van hetaanpassen van de verhogingspercentages naar de strafrechtelijkesystematiek?De budgettaire derving van het verlagen van WAHV-boetes met respectie-velijk 10, 20, 30 en 40 procent bedraagt respectievelijk circa € 100, € 200,€ 300 en € 400 miljoen.Zie voor de varianten voor een verlaging van de ophogingenpercentagesdie eerder met uw Kamer zijn gedeeld het antwoord op vraag 8.20Kunt u aangeven hoeveel huishoudens met geregistreerdeproblematische schulden ook betalingsachterstanden opverkeersboetes hebben, en welk aandeel dit is van het totaalaantal huishoudens met problematische schulden?Uit cijfers van het CBS blijkt dat van het aandeel huishoudens in 2025 metgeregistreerde problematische schulden in Nederland 18,5% van deze(Bedragen*€ 1.000,–)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12279 huishoudens (ook) een of meerdere verhoogde openstaande Wahv-boeteshad.6 Dit komt neer op ruim 134.000 huishoudens in Nederland.21Kunt u aangeven of er wetenschappelijk onderzoek beschikbaaris naar de relatie tussen de hoogte van verkeersboetes en hetdaadwerkelijke nalevingseffect? Is daarbij onderzocht of eenhogere boete leidt tot beter verkeersgedrag, of dat vooral depakkans en voorspelbaarheid van handhaving bepalend zijn?Stichting Wetenschappelijk onderzoek verkeersveiligheid (SWOV) heeftonderzoek gedaan naar de relatie tussen de hoogte van de boetebedragenen het nalevingsgedrag7. De conclusie is – kort gezegd – dat hogereboetes wel effect hebben op gedrag maar dat het effect zeer beperkt is endat vooral zichtbaar is als dit samengaat met een hogere pakkans.22Kunt u aangeven of er Nederlands of internationaal wetenschap-pelijk onderzoek beschikbaar is naar de gevolgen van het gedragvan politieagenten, de inzet van hun discretionaire bevoegdheid,en de hoogte van boetes?Er is geen Nederlands onderzoek beschikbaar naar het verband tussenboetehoogte en de discretionaire bevoegdheid van agenten. Wel is erinternationaal onderzoek beschikbaar, bijvoorbeeld van Yasanthi et al.(2024) over Determinants of traffic safety enforcement behaviour amongpolice officers: A narrative review.23Kunt u aangeven of er binnen het OM richtlijnen bestaan voor deverhouding tussen strafeisen bij geweldsdelicten, vermogensde-licten, fiscale delicten en veelvoorkomende overtredingen? Zo ja,kunt u deze richtlijnen en de onderliggende uitgangspunten aande Kamer doen toekomen?Het OM streeft naar interventies die een voelbare normbevestigingalsmede een zichtbare reactie op criminaliteit opleveren en maximaalbijdragen aan herstel van het toegebrachte leed. De sanctie dient inverhouding te staan tot de ernst van het feit, de omstandighedenwaaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte.De Landelijke Commissie Strafvorderingsrichtlijnen (LCS) is het orgaanbinnen het Openbaar Ministerie dat de richtlijnen voor strafvorderingontwerpt en actualiseert. Het College stelt de richtlijnen vervolgens vast.Er bestaan veel verschillende strafvorderingsrichtlijnen, deze zijn allemaalonline te vinden. In de aanwijzing kader voor strafvordering8 zijn deuitgangspunten voor het opstellen van de strafvorderingsrichtlijnenvastgesteld.246Schuldenproblematiek in beeld, CBS. Openstaande verhoogde Wahv-boetes worden meege-nomen in de cijfers van het CBS als ten minste één persoon in het huishouden een Wahv-boeteheeft waarvan de tweede aanmaning ten minste twee maande openstaat, of zich al in eenlatere fase bevindt én het totale bedrag van de boetes die zich minimaal in deze fase bevindenboven de 50 euro is én een persoon met maximaal vijf kentekens voorkomt in het bestand éneen persoon met maximaal 99 boetes voorkomt in het bestand.7SWOV (2019). Verkeershandhaving. SWOV-factsheet, september 2019. SWOV, Den Haag enSWOV (2013), Sancties in het verkeer, SWOV, Den Haag.8Openbaar Ministerie (2019), «Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen»,Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen (2019A003) | Openbaar MinisterieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122710 Kunt u aangeven of bij het vaststellen van verkeersboetesperiodiek wordt getoetst of de boetehoogte nog in verhoudingstaat tot de ernst van het feit, tot vergelijkbare sancties in hetstrafrecht en tot de draagkracht van burgers?Bij de jaarlijkse indexering van de verkeersboetes wordt dit niet getoetst.De jaarlijkse indexering is bedoeld om te corrigeren voor de geldont-waarding (zie ook het antwoord op vraag 10). Zoals in het antwoord opvraag 12 is aangegeven is in 2020 wel gekeken naar de verkeersboetes enof deze gezien de ernst van de feiten verhoogd of verlaagd moestenworden. Het rapport van het Openbaar Ministerie uit 2023 heeft deverhouding van de verkeersboetes tot de andere sanctiestelsels bekeken.Naar de verhouding tot de draagkracht van burgers is niet gekeken.25Kunt u aangeven welke instantie uiteindelijk verantwoordelijk isvoor het bewaken van de samenhang tussen boetes in hetbestuursrecht, het strafrecht en het verkeersrecht?Het is niet mogelijk om een specifieke instantie aan te wijzen die uitein-delijk verantwoordelijk is voor het bewaken van de samenhang tussenboetes in het bestuursrecht, het strafrecht en het verkeersrecht. Hetbewaken van die samenhang is vooraleerst de verantwoordelijkheid vande wetgever, dit betreft dus de regering en de Staten-Generaal. Te dienaanzien kan ook worden gewezen op het standpunt van het kabinet overde verhouding tussen het strafrecht en het punitieve bestuursrecht naaraanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad vanState inzake sanctiestelsels (Stcrt. 2018, 31269), en de naar aanleiding vandat standpunt genomen maatregelen om de afstemming tussen deverschillende boetestelsels te verbeteren.Bij de bewaking van de samenhang tussen de verschillende boetestelselsis ook een rol voorbehouden aan de bestuursorganen, het OM en derechtsprekende macht, om te waarborgen dat de samenhang ook in depraktijk zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.26Kunt u aangeven of u bereid bent een onafhankelijk onderzoek telaten uitvoeren naar de vraag of verkeersboetes nog primairdienen als verkeersveiligheidsinstrument, of in de praktijk medefunctioneren als structurele inkomstenbron voor de Staat?Nee, dit lijkt mij overbodig. In het rapport van het OM en in de evaluatievan de Wet administratiefrechtelijke verkeershandhaving, is reedsgeconcludeerd dat de beleidsmatige verhogingen om financiële redenenzijn doorgevoerd en de verkeersveiligheid niet primair dienen. Debenodigde bezuinigingen van 300 miljoen euro per jaar om het verlagenvan de verkeersboetes te kunnen bekostigen, acht dit kabinet op ditmoment niet wenselijk. Het doen van nog een onderzoek hiernaar, lost ditprobleem niet op.27Kunt u aangeven of bij toekomstige verhogingen van verkeers-boetes standaard een proportionaliteitstoets, schuldeneffecttoetsen begrotingsprikkeltoets kan worden uitgevoerd en aan deKamer kan worden toegezonden?Zoals aangegeven bij vraag 10 wordt bij de jaarlijkse indexering nietgekeken naar de proportionaliteit, het effect op de schulden of begrotings-prikkels van de boetes. De indexering is een technische aanpassing aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122711 geldontwaarding (inflatie) die geen invloed heeft op de proportionaliteiten eventuele effecten op schulden of begrotingsprikkels van de verkeers-boetes. Om die reden is een toets hierop bij indexering niet zinvol. Zoalsreeds eerder meerdere malen is aangegeven, gaat de Minister van Justitieen Veiligheid de verkeersboetes alleen jaarlijks indexeren en nietbeleidsmatig verhogen.28Worden de door experts aangedragen alternatieven voor dehuidige hoogtes en verhogingstredes van verkeersboetesonderzocht? Waarom acht u deze alternatieven wel/niet haalbaar,zie bijvoorbeeld de aanbevelingen uit het position paper vanmevrouw Van Rooy, aangeleverd in aanloop naar het rondetafel-gesprek?In het kader van de kabinetsreactie op het rapport «boetestelsels inbalans» zijn verschillende opties voor het in balans brengen van desanctiestelsels onderzocht. Deze zijn echter allemaal onhaalbaar gebleken.In het position paper van Merel van Rooy zijn de volgende mogelijkhedenaangedragen:1.Vind toch dekking op de begroting van JenV, verwijzing naarombuigingenlijst.2.B&T volledig naar begroting van het Ministerie van Financiën3.Halveer de MRB-vrijstelling voor oldtimers4.Dekking vinden bij het Ministerie van Financiën bij APB.Dekking vinden op de begroting van JenV voor zowel het verlagen van deinitiële boetes als het verlagen van de ophogingenpercentages, vinden deMinister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid niet wenselijk. Dit zou een forse bezuiniging op deJenV-begroting betekenen, bijvoorbeeld op de strafrechtketen die toch alonder druk staat.Omdat de B&T al een generaal dossier is conform de begrotingsregelsvan dit kabinet, levert een technische verschuiving naar de begroting vanMinisterie van Financiën geen oplossing en lost ook het budgettaire tekortvan minderontvangsten niet op.De overige door experts aangedragen alternatieven vragen om eenreallocatie of verschuiving van begrotingsmiddelen. Dit is een politiekvraagstuk en gerelateerd aan de werking van de begroting. Hiervoor zijnde begrotingsregels van toepassing die door het huidige kabinet zijnvastgesteld bij startbrief. De begrotingsregels vormen dan richtlijnen hoehier mee om te gaan. Politieke wensen worden integraal afgewogen ophet hoofdbesluitvormingsmoment. Dit geldt ook voor alternatieven uit deombuigingslijst. De Tweede Kamer kan bij de begrotingsbehandeling eenamendement indienen om voor de benodigde dekking te zorgen.29Hoe ziet u de rol van Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)in het onderzoeken, en verbeteren van het boetebeleid?Het CJIB is namens de Minister belast met de inning van onder andereWahv-boetes en heeft daardoor een goed beeld van de gevolgen van hetinningsbeleid. Het CJIB en het Ministerie van Justitie en Veiligheid voerendoorlopend gesprekken over de inning van onder andere Wahv-boetes eneventuele knelpunten die hierin naar voren komen. Verder biedt dejaarlijkse Stand van de Uitvoering van het CJIB inzichten om met elkaar ingesprek te gaan over verdere verbeteringen van het inningsbeleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122712 Gezamenlijk wordt vervolgens gekeken of en zo ja, hoe deze knelpuntenkunnen worden opgelost. Deze gesprekken zullen blijven plaatsvinden.30Welke stappen onderneemt u en/of welke gesprekken voert u methet CJIB om deze organisatie optimaal in staat te stellen bij tedragen aan verbetering van het huidige boetebeleid?Zie het antwoord op vraag 29.31Kunt u aangeven hoe uitvoering en dekking gegeven gaat wordenaan de moties met betrekking tot het niet-benutten van hetverkeersboetebeleid als begrotingsmiddel?Zoals eerder aangegeven, zal de Minister van Justitie en Veiligheid deverkeersboetes niet beleidsmatig verhogen en enkel nog jaarlijksindexeren. Hiervoor is geen dekking nodig.32Wat is het exacte aantal boeteverhogingen per jaar over deperiode 2020–2025?De boetes zijn in deze jaren een keer per jaar verhoogd. Ze zijn in dezejaren elk jaar geïndexeerd met de consumentenprijsindex. Daarnaast heefter in 2024 voor de Wahv-verkeersboetes een aanvullende beleidsmatigeverhoging van 4,3% plaatsgevonden die tegelijkertijd met de jaarlijkseindexering is doorgevoerd.33Wat is het gemiddelde bedrag van een verkeersboete, van eeneenmalig verhoogde verkeersboete en een tweemaal of meerverhoogde verkeersboete?Het gemiddelde bedrag van een verkeersboete bedroeg in 2025 112,82euro.Het gemiddelde bedrag van een eerste aanmaning bedroeg in 2025 219euro.Het gemiddelde bedrag van een tweede aanmaning bedroeg in 2025 480euro.34Voor welke feiten worden de meeste verkeersboetes uitge-schreven? Kunt u dit delen in de vorm van een top-vijf of top-tientabel inclusief aantallen?Op de website van het CJIB9 zijn cijfers te vinden over de opgelegdeboetes. De top 5 zag er in 2025 als volgt uit.OvertredingAantal in 20254 km/u te hard binnen de bebouwde kom417.2444 km/u te hard op een autosnelweg buiten de bebouwde kom326.7315 km/u te hard binnen de bebouwde kom311.033Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaatvasthouden248.0206 km/u te hard binnen de bebouwde kom236.913 9Feiten & Cijfers | CJIB.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122713 In de cijfers op de website van het CJIB kan ook op hoofdgroepenovertredingen worden geselecteerd.35In welke gemeenten worden de meeste verkeersboetes uitge-schreven? Kunt u dit delen in de vorm van een top-vijf of top-tientabel inclusief aantallen, en incl. aantallen naar hoofd van debevolking?Dit zijn de aantallen in 2025.PleeggemeenteAantal geregis-teerde sanctiesNaar hoofd van debevolkingAmsterdam555.9260,59Stichtse Vecht498.3637,53Rotterdam493.1980,73’s-Gravenhage301.0860,53Haarlemmermeer275.6771,62Utrecht249.3650,66Leidschendam-Voorburg134.4331,7Nijmegen133.8240,7Groningen128.9350,53Eindhoven123.3150,49 De top 10 gemeenten naar hoofd van de bevolking is niet uit de systemenvan het CJIB te halen.36Kunt u meer informatie of onderbouwing verschaffen over welkestappen u voornemens bent om te nemen om inzicht te krijgen inde maatschappelijke kosten en baten van het huidige boete-beleid?Door de Hogeschool Utrecht en Panteia is recent onderzoek gedaan naarde validiteit van ophogingen bij verschillende overheidsorganisaties,waaronder het CJIB.10 Daarnaast is in opdracht van het Interdeparte-mentaal Beleidsonderzoek Problematische schulden een berekeninggemaakt van de maatschappelijke kosten van problematische schulden.Deze kosten zijn berekend op 8,5 miljard euro per jaar.11 In haar positionpaper heeft Merel van Rooy geschetst dat de maatschappelijke kosten alsgevolg van specifiek verkeersboeteschulden op 750 miljoen euro per jaarworden geschat.De hiervoor genoemde onderzoeken en cijfers geven reeds voldoendeinzicht in de maatschappelijke kosten van schulden. Wij zien op ditmoment dan ook geen meerwaarde in het doen van onderzoek naar demaatschappelijke kosten van verkeersboetes, zoals de algemeen directeurvan het CJIB ook tijdens het rondetafelgesprek van 15 april jl. heeftaangegeven.37Aangezien in het rondetafelgesprek en het position paper vanmevrouw Van Rooy bleek dat een schatting van de maatschappe-lijke schade van het boetebeleid (á 750 miljoen) slechts een groveschatting is, kunt u aangeven wat bekend is over de schade enkosten van schulden?10Onderzoek naar de validiteit, proportionaliteit, doelmatigheid en doeltreffendheid vanophogingen; Kamerstukken II, 2025/2026, 24 515, nr. 819.11De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek. Een last voor burgers, bedrijven enoverheden; bijlage 14 bij Kamerstukken II, 2023/2024, 24 515, nr. 770.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122714 Zoals in de vraag hierboven is aangegeven worden de maatschappelijkekosten van de schuldenproblematiek ingeschat op tenminste 8,5 miljardeuro per jaar. Het gaat hier om kosten die (problematische) schuldenveroorzaken en niet specifiek om de kosten van (verkeers)boetes.38Welk effect heeft de grootte en schade van schulden(proble-matiek) op zorgkosten?Geldzorgen, en dan met name de (chronische) stress die geldzorgenteweegbrengen, werken door op zowel de mentale als fysieke gezondheidvan mensen. De kosten voor de gezondheidszorg als gevolg van deschuldenproblematiek worden in het hierboven genoemde onderzoekgeschat op minimaal € 438 miljoen. Dit lijkt een onderschatting te zijn,omdat een groot deel van de effecten niet is te kwantificeren. Alskanttekening hierbij geldt dat als gevolg van de clustering van problemen– waaronder schulden – het vaak niet mogelijk is om in beeld te krijgen bijhoeveel mensen de specifieke klacht (alleen) wordt veroorzaakt door deschuldenproblematiek.39Welk effect heeft de grootte en schade van schulden(proble-matiek) op uitgaven aan sociale zekerheid?De uitkeringskosten na baanverlies door een schuldensituatie worden inhet hierboven genoemde onderzoek geschat op € 445 miljoen.40Wat zijn de kosten van de inspanningen vanuit overheden omopenstaande schulden af te handelen?In het hierboven genoemde onderzoek is een inschatting gemaakt van allekosten van invordering (€ 849 miljoen) en maatschappelijke onder-steuning (€ 1 miljard) die samenhangen met de schuldenproblematiek.Het gaat dan onder meer om de kosten voor ambtshandelingen, de inzetvan personeel bij incassoactiviteiten, de rechtelijke macht, schuldhulpver-lening, bewindsvoering, griffierechten etc. Daarbij is geen onderscheidgemaakt tussen kosten die door overheden worden betaald en kosten diedoor private partijen worden gemaakt. Ook geldt dat bij een deel van dezekosten een eigen bijdrage moet worden betaald. Voor de uitkomsten vande maatschappelijke kosten-batenanalyse is dat niet van belang, maar datmaakt het lastig om exact te kwantificeren wat de kosten voor deoverheden zijn.41Hoeveel andere, extra kosten als gevolg van schulden en debijbehorende schuldenproblematiek zijn er?In het hierboven genoemde onderzoek worden de volgende kostenpostenonderscheiden:•Invordering € 849 miljoen•Maatschappelijke ondersteuning € 1 miljard•Gezondheidszorg € 438 miljoen•Arbeidsmarkt en economie € 6,2 miljard•Onderwijs en onderzoek geheel onbekend•Openbare orde en veiligheid geheel onbekendAlle posten waarvoor een berekening kon worden gemaakt zijn bij elkaaropgeteld € 8,5 miljard. De grootste posten zijn verminderde arbeidsmarkt-productiviteit en verzuim (€ 4,5 miljard) en oninbare vorderingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122715 (€ 1,24 miljard). Hierbij geldt dat er ook veel kostenposten zijn waarvoorop basis van bronnen niet in beeld kon worden gebracht wat de omvangis van de kosten die door schuldenproblematiek worden veroorzaakt. Degenoemde totale kosten vormen volgens de onderzoekers dan ook eenstevige onderschatting.Als kanttekening wordt erop gewezen dat het wegnemen van schuldenniet automatisch betekent dat alle in het rapport opgevoerde kostenverdwijnen. Schulden maken vaak deel uit van een kluwen aan problemenen sommige problemen kunnen lang doorwerken in het leven vanmensen.42Hoe verhouden die kosten op andere (beleids)terreinen zich tot deinkomsten uit boetes?De boeteopbrengsten bedragen ongeveer 1 miljard euro per jaar.Bovenstaande bedragen betreffen de kosten voor alle schulden en nietenkel de kosten voor schulden als gevolg van verkeersboetes. Het is dusniet logisch om die kosten af te zetten tegen over de inkomsten uit boetes.Zoals in het antwoord op vraag 36 is aangegeven worden de maatschap-pelijke kosten van specifiek verkeersboeteschulden geschat op750 miljoen. De verhouding specifiek daarvoor is dus 3:4.43Zijn de antwoorden op bovenstaande vragen ook beschikbaarvoor de kosten, baten en effecten van specifiek schuldenpro-blemen als gevolg van boeteverhogingen?In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de boeteverhogingen, zoalsbij verkeersboetes, kunnen bijdragen aan het vergroten van de schulden-problematiek in Nederland en de maatschappelijke kosten die daarmeeworden veroorzaakt. De maatschappelijke effecten van sec de boeteverho-gingen zijn echter niet onderzocht.44Welke stappen gaat u nemen om meer inzicht te krijgen in decijfers achter het boetebeleid (verhogingen, bedragen, voor welkefeiten dat gebeurt, in welke gemeenten, et cetera)?In het jaarbericht Wahv dat het CJIB jaarlijks op zijn website publiceert zijndiverse cijfers te vinden over het totale aantal Wahv-overtredingen, dehoeveelheid verkeersboetes per soort overtreding en het gemiddeldeinitiële boetebedrag.Daarnaast heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in deKamerbrief van 18 maart 2026 aan uw Kamer laten weten dat het CJIBvanaf volgend jaar het jaarbericht Wahv aanvult met het percentageWahv-boetes dat direct wordt betaald en hoeveel boetes wordenopgehoogd.Voornoemde cijfers geven een compleet beeld van het boetebeleid.Daarom is er op dit moment geen aanleiding om hierop extra stappen tezetten.45Kunt u een maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA)uitvoeren naar het huidige (verkeers)boetebeleid, onder andereom te achterhalen of het huidige beleid de belastingbetaler nietmeer kost dan dat het oplevert?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122716 Zie het antwoord op vraag 36.46Bent u voornemens om over de verschillende beleidsdomeinenwaar het (verkeers)boetebeleid aan raakt (en met de verantwoor-delijke bewindspersonen) rekening te houden met mogelijkhogere maatschappelijke kosten dan maatschappelijke baten vanhet (verkeers)boetebeleid, in de nabije en verre toekomst? Zo ja,hoe?Zoals eerder aangegeven, zal de Minister van Justitie en Veiligheid deverkeersboetes niet beleidsmatig verhogen maar enkel jaarlijks indexeren.Dit gebeurt om te corrigeren voor de geldontwaarding en het effect op demaatschappelijke kosten is daarmee (zeer) beperkt. Daarom kunnen geengaranties afgegeven worden voor de toekomst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122717

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8f9c6c3f90d9f810

14 okt 2026 · 910c836b951e8e7e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.