KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief Politie

5 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9bf9eee725bf116a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 628PolitieNr. 1220 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 september 2024InleidingEen goed functionerende politie is essentieel voor een goed functione-rende democratische rechtsstaat. Ik heb grote bewondering voor deinspanningen die politiemensen elke dag leveren. Tegelijkertijd zie ik ookdat de samenleving veel vraagt van de politie. Dat toont dat de samen-leving vertrouwen heeft in het instituut, maar maakt ook dat de druk op depolitie hoog is. Het is noodzakelijk om keuzes te maken in het takenpakketvan de politie om te verzekeren dat de politie in verbinding blijft met desamenleving, toekomstbestendig is en zich kan richten op haarkernfunctie. Het kabinet zal voor Prinsjesdag het regeerprogrammapresenteren, waarin onder meer de prioriteiten uit het hoofdlijnenakkoord(bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 37) ten aanzien van de politie verder zijnuitgewerkt.In juni 2024 is het eerste halfjaarbericht politie 20241 gedeeld met uwKamer. Met deze brief informeer ik uw Kamer over een aantal ontwikke-lingen sinds de verzending het eerste halfjaarbericht politie. In deze briefga ik in op het gesprek over het stellen van prioriteiten binnen depolitiefunctie dat ik dit najaar ga voeren in het Landelijk Overleg Veiligheiden Politie (LOVP), Politie Voor Iedereen en het sociaal onveiligewerkklimaat in basisteam Rotterdam Centrum, het eindrapport van demonitoringscommissie Schneiders, de ontwikkelingen inzake een nieuweverdeelsystematiek voor politiesterkte, de uitkomst van de pilots domeinoverstijgend werken door gemeentelijke boa’s, de reactie op de brief vande Inspectie over kwaliteitszorg bij de politie, de beleidsreactie op hetInspectierapport «De verschillende perspectieven bijeen» en tot slot deaankondiging van de beleidsreactie op het (te verwachte) onderzoek vande Nationale ombudsman over CTER-registraties.1Kamerstukken II, 2023–24, 29 628, nr. 1217. kst-29628-1220ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12201 Een fundamenteel gesprek over de politiefunctieHet whitepaper versterking politiefunctie2 schetst een toenemende ensteeds complexer wordende vraag naar veiligheid vanuit de maatschappij.De mensen en middelen waarmee veiligheid gewaarborgd kan worden,zijn per definitie schaars. Naast de toenemende vraag naar politie-inzet,nopen de krapte op de arbeidsmarkt en de grote druk op de meerjarenbe-groting de politie tot het maken van keuzes voor de toekomst. Veiligheid isniet alleen een verantwoordelijkheid van de overheid, maar moet samenmet andere organisaties (publiek en privaat) en burgers wordenvormgegeven.Voor de doorontwikkeling van de politiefunctie is de ontwikkelagendapolitiefunctie vormgegeven langs vier prioritaire thema’s, te weten: 1) derol van de overheid en taakverdeling met andere organisaties binnen depolitiefunctie, 2) geweldsbevoegdheid en gegevensdeling, 3) digitali-sering, en 4) een periodieke herijking ontwikkelagenda politiefunctie3. Deuitvoering van de ontwikkelagenda is er op gericht om de politie in staatte stellen zich weer meer te richten op haar kernfunctie en andereorganisaties aanknopingspunten te bieden om een rol binnen depolitiefunctie te vervullen.Daarnaast wordt al langer met uw Kamer het debat gevoerd over de drukop de politiecapaciteit, en de belasting die deze druk heeft op het werkvan politieagenten. Ook op bestuurlijk niveau is deze uitdaging eenblijvend onderwerp van gesprek. Gelet op de steeds grotere encomplexere vraag naar veiligheid en het feit dat capaciteit per definitieschaars is, moet er een fundamenteel gesprek worden gevoerd over hetstellen van prioriteiten met politie, de burgemeesters en het OpenbaarMinisterie (OM), alsook de gezagen in de domeinen migratie en bewakenen beveiligen. In het najaar zal ik dit gesprek onder meer voeren in hetLandelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP). In het tweede halfjaarbe-richt van 2024 kan ik uw Kamer hier over informeren. Het uitgangspunthierbij is en blijft een maatschappelijk verbonden politie, die tegelijkertijdin staat is zich aan te passen aan relevante ontwikkelingen, waaronderaanhoudende arbeidsmarktkrapte en de noodzaak van bovenlokale inzet.Steeds vaker moeten politieagenten bijstand leveren aan andere politieeenheden om de gaten in de bezetting te dichten. Om deze ontwikke-lingen het hoofd te bieden, is het nodig om de incidentafhandeling tevernieuwen, waarbij beter gebruik wordt gemaakt van innovatie entechnologie. In het regeerprogramma zal dit nader worden toegelicht. Ookis het belangrijk om nog meer samen te werken met partners, zoalsbuitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), om de lokale verankeringvan de politie te behouden.Politie voor IedereenPolitiemedewerkers die zich inzetten voor onze veiligheid hebben recht opeen sociaal veilig werkklimaat. Om dit te bewerkstelligen neemt dekorpsleiding diverse maatregelen. Politie voor Iedereen (PVI) is de bredeopgave van de politie waarbinnen de al langer bestaande thema’sdiversiteit, inclusie en divers vakmanschap worden vervolgd. PVI bevatacties die geordend zijn in vijf onderdelen: 1) Veilige inclusieve teams;2) diverse instroom; 3) aanpak discriminatie (waaronder het opnemen enopvolgen van meldingen en aangiftes van discriminatie); 4) Professioneelcontroleren (tegengaan van etnisch profileren door de politie); 5) NetwerkDivers Vakmanschap (NDV) & Bondgenoten. Daarnaast werkt de korps-2Kamerstukken II, 2023–24, 29 628, nr. 1194.3Deze thema’s zijn verschillend van aard en kennen een verschillende fasering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12202 leiding met het Plan aanpak uitsluiting, discriminatie en racisme (PlanUDR) toe naar een veilige en inclusieve organisatie waar geen ruimte isvoor discriminatie en racisme. Hierbij is het van belang dat signalen vanuitsluiting, discriminatie en racisme serieus worden genomen en dathierop door de leiding wordt geacteerd. Bij de uitvoering van dit planwordt tevens de Sociale Agenda betrokken. Ik informeer uw Kamerregelmatig over de voortgang van deze maatregelen, zoals onlangs in dejaarverantwoording politie.4Naar aanleiding van signalen uit het basisteam Rotterdam Centrum eneen rapport van de Nederlandse Politiebond is door de EenheidsleidingRotterdam direct besloten een onafhankelijk onderzoek in te stellen. Het ispijnlijk om te constateren dat er geen sprake is van een sociaal veiligwerkklimaat binnen het basisteam Rotterdam Centrum. Tegelijkertijd toontde openheid van de medewerkers dat niet langer wordt weggekeken vandeze problematiek. Ik vind het goed dat de Eenheidschef passendemaatregelen neemt en hiervoor een plan van aanpak opstelt.Eindrapport monitoringscommissie Schneiders rondom demonitoring van de Landelijke EenhedenDe monitoringscommissie Schneiders heeft haar opdracht op 15 juli jl.voltooid. De korpschef en ik willen onze diepe waardering uitspreken vooralle leden van de commissie. Jarenlang zijn zij intensief betrokkengeweest bij de transitie van de landelijke eenheden. Zij waren waardevollesparringpartners voor de politieorganisatie en een vertrouwd enbetrouwbaar gezicht richting alle medewerkers van de landelijkeeenheden.De eindrapportage van de monitoringscommissie «LX en LO: moedigvoorwaarts» is op 26 juli naar uw Kamer verzonden.5 De commissie heefteerder verschenen monitoringsrapportages als bijlage bij de eindrap-portage opgenomen. Deze rapportages heeft mijn ambtsvoorgangereerder bij de halfjaarberichten politie met uw Kamer gedeeld. Hieronderga ik nader in op de inhoud van de eindrapportage van de monitorings-commissie.De grootste kracht van de landelijke eenheden zijn de mensen die erwerken. Met passie en expertise zetten zij zich elke dag – soms onder zeeruitdagende omstandigheden – in om ons land veilig te houden. Zij hebbenrecht op een prettig en sociaal veilige werkcultuur, iets wat in sommigedelen van de landelijke eenheden niet vanzelfsprekend is geweest.Daartoe is een cultuurtransitie ingezet, die veel vraagt van de organisatie,van de leidinggevenden en de medewerkers zelf. Alleen samen kunnen zijde nodige cultuuromslag bewerkstelligen. Vanzelfsprekend blijven demedezeggenschap en de vakbonden hierbij belangrijke strategischepartners. De commissie benadrukt de noodzaak om snel zichtbareveranderingen in de manier van werken en omgaan te laten zien en dezeurgentie ook de komende jaren op alle niveaus vast te houden. Ikonderschrijf deze aandachtspunten.De Landelijke Eenheid is door een herordening van taken omgevormdnaar twee nieuwe, gelijkwaardige eenheden met elk een samenhangendtakenpakket, een heldere rol en een onderscheidende identiteit. Desuccesvol verlopen administratieve splitsing per 1 januari 2024 en de startvan de nieuwe en hervormde eenheidsleidingen zijn belangrijke eerste,zichtbare interventies in de structuur van de landelijke eenheden. De4Bijlage bij Kamerstukken 36 560 VI, nr. 1.5Kamerstukken II, 2023–24, 29 628, nr. 1219.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12203 komende maanden zullen de hoofden operatien van de landelijkeeenheden stapsgewijs nationale verantwoordelijkheden voor landelijkethema’s, portefeuilles of stelsels op zich gaan nemen. Daarnaast zal voorgeprioriteerde onderwerpen via ontwerpsessies waarin de medewerkerseen belangrijke rol spelen, gewerkt worden aan de doorontwikkeling vanhet vak.De transitie is niet af. De effecten die de politie nastreeft met deze transitievragen ook de komende jaren de aandacht. De korpsleiding heeft mijverzekerd dat zij een meer nadrukkelijke rol gaat innemen in de integralemonitoring van de voortgang van de transitie in deze volgende fase.Daarmee wordt op het hoogste niveau in de organisatie gewaarborgd datde transitie de urgentie houdt die nodig is. De heer Schneiders zal dekorpsleiding hierbij blijven ondersteunen als adviseur en sparringspartner.De Inspectie Justitie en Veiligheid zal haar onafhankelijk toezicht op delandelijke eenheden oppakken in lijn met de bevindingen van decommissie Schneiders en de aanbevelingen in haar eerdere rapporten.Het plan van aanpak voor toezicht op dit dossier wordt medio septembergepubliceerd op de website van de Inspectie. Daarbij wordt gekeken naarde kwaliteit van de taakuitvoering waarbij aspecten als sturing, leider-schap en cultuur (veilige werkomgeving) nadrukkelijk aan de orde komen.Het departement zal toezicht blijven houden op het beheer. Uiteraard blijfik met de korpschef in gesprek over de voortgang op de transitie.Middels deze tekst ga ik in op het verzoek van het lid Mutluer en anderentijdens de procedurevergadering van woensdag 3 september jl.Ontwikkelingen inzake een nieuwe verdeelsystematiek voorpolitiesterkteNaar aanleiding van een brief van de Regioburgemeesters en het OM, demotie Van der Plas c.s.6 en de motie Van der Werf en Kuik7 wordt op ditmoment een nieuwe verdeelsystematiek voor politiesterkte vormgegeven. Deze verdeelsystematiek zal worden gebruikt voor het verdelenvan eventuele nieuwe sterkte (formatie) over de regionale eenheden in detoekomst. Er zal dus geen sprake zijn van een herverdeling van de huidigesterkte over de regionale eenheden. Dit is mede op het verzoek van deRegioburgemeesters en het OM en wordt gesteund door de politie endoor mijn departement.De huidige verdeelsystematiek is verouderd en past niet meer bij depraktijk, ook zijn onderdelen van de systematiek niet meer passend bij dehuidige tijd. Bij het ontwikkelen van de nieuwe verdeelsystematiek wordtgekeken naar de opgaven waar de regionale eenheden voor staan en dewerklast die daaruit voortvloeit. Ook aspecten als beschikbaarheid enbereikbaarheid worden daarin betrokken. Op basis daarvan zal gekomenworden tot een nieuwe – zo objectiveerbaar mogelijke – systematiek voorhet verdelen van nieuwe sterkte. De politie, het OM en de Regioburge-meesters worden nauw betrokken. Ook het draagvlak in de eenheden iseen belangrijk onderdeel van het proces tot de totstandkoming van eenactuele en toekomstbestendige verdeelsystematiek.De opdracht voor het maken van een nieuwe verdeelsystematiek isEuropees aanbesteed, en het bedrijf Andersson Elffers Felix (AEF) werktop dit moment aan de uitvoering daarvan. De verwachting is dat denieuwe systematiek in 2025 wordt opgeleverd.6Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VI, nr. 87.7Kamerstukken II 2022/23, 29 628, nr. 1176.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12204 Als Minister van Justitie en Veiligheid stel ik formatieruimte met dedaarvoor benodigde middelen beschikbaar en verdeel deze formatie-ruimte of sterkte, gehoord het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie, overde regionale en landelijke eenheden. De verdeling van de inzet van desterkte binnen de eenheden is vervolgens aan het lokaal gezag (deburgemeesters en de officieren van justitie), in samenspraak met depolitiechef van de betreffende politie-eenheid. De bezetting van dezeformatie dient door de korpschef te worden gerealiseerd.Uitkomst pilots domein overstijgend werken door gemeentelijkeboa’sZoals gemeld in het Halfjaarbericht Politie van 7 december 20238, zijn depilots domein overstijgend werken voor gemeentelijke boa’s domein I(Openbare Ruimte) in de eerste helft van dit jaar geëvalueerd. Het doelvan deze pilots was om te bezien of het toevoegen van bevoegdheden vanandere domeinen aan Domein I een oplossing kan zijn voor de ervarenoverlast waarop Domein I boa’s op dit moment niet kunnen handhaven.De pilots richtten zich op bevoegdheden ten aanzien van taxi’s en opoverlastfeiten op het water. Binnen de taxipilot hebben boa’s van degemeenten Amsterdam, Breda en Rotterdam kunnen handhaven op viertypen overtredingen, te weten: het vervoeren van meer personen dantoegestaan; het niet goedgekeurd als taxi in het kentekenregister staan;het ontbreken van een geldige chauffeurskaart of ontbreken van een goedleesbare chauffeurskaart en onregelmatigheden rondom rittenprijzen.Binnen de waterpilot hebben vervolgens boa’s van de gemeentenAalsmeer/Amstelveen, Alkmaar, Breda, Leiden en Wijdemeren kunnenhandhaven op 33 door henzelf aangedragen feiten, zoals het als schippervan een schip op binnenwateren varen zonder in het bezit te zijn van eengeldig klein vaarbewijs.De evaluatie op deze pilots heeft plaatsgevonden en de uitkomsten zijnpositief. Ook de bestuurstafel boa waarin een vertegenwoordiging van degemeenten, politie en OM zitting hebben, heeft daarna een positief adviesgegeven over opname van de feiten in de Regeling Domeinlijsten.Derhalve heb ik besloten de feiten die zien op het handhaven van eenaantal feiten uit de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiere-glement en de Wegenverkeerswet (taxi) per 1 augustus 2024 op te nemenin de Regeling Domeinlijsten, domein I Openbare ruimte.Reactie op brief Inspectie over kwaliteitszorg bij de politieDe Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: de Inspectie) heeft onderzoekuitgevoerd naar kwaliteitszorg bij de politie. De resultaten van ditonderzoek zijn als bijlage 1 toegevoegd bij deze brief. Kwaliteitszorg is hetbewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van de taakuitvoeringdoor de politie. Het kwaliteitszorgstelsel stelt de politie in staat haartaakuitvoering systematisch te monitoren en te verbeteren.De Inspectie stelt vast dat er een basis is gelegd voor kwaliteitszorg en dater in de eenheden relevante initiatieven in uitvoering zijn. De Inspectieconcludeert dat er aandacht is voor kwaliteit, maar tegelijkertijd dat er opdit moment nog geen sprake is van een kwaliteitszorgstelsel dat landelijken in alle eenheden is geïmplementeerd en werkelijk functioneert.De Inspectie is van mening dat grote organisaties zoals de politie nietzonder een kwaliteitszorgstelsel kunnen en geeft daarom een aantaloverwegingen mee aan de politie.8Kamerstukken II 2023/24, 29 628, nr. 1193.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12205 1)Om het stelsel van kwaliteitszorg en kwaliteitsontwikkeling daadwer-kelijk mogelijk te maken, is het belangrijk dat er bij de politie meeraandacht komt voor de randvoorwaarden zoals financiële middelenen capaciteit. Deze randvoorwaarden zijn nodig om het stelsel vankwaliteitszorg te laten slagen.2)De Inspectie vindt het raadzaam om de sleutelfiguren in de eenhedenblijvend mee te nemen in de ontwikkelingen rond het stelsel vankwaliteitszorg. Zij vervullen een belangrijke rol in het laten landen enverder brengen van dit stelsel.3)De eenheden moeten in hun ontwikkelplannen de kwaliteitsdoelstel-lingen expliciet maken en deze systematisch evalueren en bijsturen(cyclus van plan-do-check-act).4)Tot slot is het belangrijk dat er in het landelijke kwaliteitszorgstelseleen verbinding wordt gelegd tussen de planning en controlefunctiebij de politie en de politieprofessie. Door deze verbinding te leggenontstaat er cyclisch aandacht voor kwaliteitsverbetering en innovatieop het niveau van de eenheden maar ook op landelijk niveau.De politie heeft met het stelsel voor kwaliteitszorg en de introductie vanvakgroepen ervoor gekozen om kwaliteitsverbetering van onderop testimuleren. Er is op dit moment al een groot aantal vakgroepen actiefbinnen de politieorganisatie, veelal zelfgeorganiseerd. De vakgroepen zijngeorganiseerd vanuit een taak- of vakgebied en gericht op de ontwikkelingvan het vak, de kwaliteitsverbetering en kennisdeling. Hierdoor wordtexpertise opgebouwd en actief gewerkt aan het versterken van dekwaliteit van het werk vanuit de praktijk. Het streven van de politie is devakgroepen methodisch te laten werken en te begeleiden vanuit hetStelsel voor Kwaliteitszorg. Voor de implementatie wordt gestart metvijftien vakgroepen: zes binnen het werkveld Wijk en Veiligheid, zesbinnen Opsporing en Intelligence en drie vanuit Bedrijfsvoering. Deopbrengsten van deze vakgroepen worden gesynchroniseerd met dewerkingsprincipes van het Stelsel voor Kwaliteitszorg.De politie heeft mij gemeld dat zij de overwegingen van de Inspectie terharte nemen en inzetten op een bredere inbedding van een kwaliteitszorg-stelsel. Om te kunnen beschikken over een goed stelsel voor kwali-teitszorg is het belangrijk dat er aandacht wordt geschonken aan dekwaliteitszorgvoorzieningen. Hiermee wordt een stelsel van activiteitenbedoeld dat gericht is op het systematisch expliciteren (norm stellenm.b.t. een professionele taakuitvoering), evalueren (toetsen) en bijsturen(verbeteren) van doelstellingen. Op deze manier wordt kwaliteitsverbe-tering zichtbaar en wordt de kwaliteit van de taakuitvoering geborgd. Dekorpschef heeft bij mij aangegeven dat onderzocht wordt hoe er meercentrale sturing op kwaliteitszorg kan worden ingericht.De Inspectie geeft met dit onderzoek inzicht in de stand van zaken vankwaliteitszorg zoals dat op dit moment door de politie wordt ingevuld. Dekomende jaren zal de Inspectie de ontwikkelingen rond het kwaliteits-stelsel en hoe daarop door de politie wordt gestuurd in haar toezichtblijven volgen. Naar aanleiding van de Inspectiebrief zal ik met de politiein gesprek gaan over hoe kwaliteitszorg met betrekking tot de taakuit-voering verder kan worden ontwikkeld en geïmplementeerd.Beleidsreactie Inspectierapport «De perspectieven bijeen?»De Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: Inspectie) heeft een vervolgon-derzoek gedaan naar de bejegening door de politie van slachtoffers vanzedenmisdrijven. De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage 2toegevoegd bij deze brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12206 Het onderzoek is verricht in vervolg op het in 2020 door de Inspectiegepubliceerde rapport «Verschillende perspectieven»9 waarin de Inspectieconcludeerde dat slachtoffers van zedenmisdrijven over het algemeenpositief terugkijken op het contact met de politie, maar dat er ook frictieszijn in drie contactmomenten van zedenslachtoffers met de zedenrecher-cheurs. Zowel tijdens het informatieve gesprek waarin het slachtofferuitleg krijgt over de procedure, de bedenktijd om wel of geen aangifte tedoen, als in de periode na de aangifte liepen de verwachtingen vanslachtoffers en politie uiteen.10Met het vervolgonderzoek beoogt de Inspectie in beeld te brengen welkeaanpassingen de politie heeft doorgevoerd in de bejegening vanzedenslachtoffers, specifiek in de drie eerder genoemde contactmo-menten. Ook wilde de Inspectie weten of die veranderingen hebben geleidtot een (door betrokkenen ervaren) verbetering van hoe zedenrecher-cheurs omgaan met slachtoffers van een zedenmisdrijf.De hoofdconclusie van de Inspectie luidt dat de politie de werkwijzerondom het omgaan met zedenslachtoffers heeft aangepast. Zedenrecher-cheurs hebben de intentie om keuzevrijheid en maatwerk te bieden aan deslachtoffers van zedenzaken, maar wensen en behoeften van slachtofferslopen uiteen en voor ieder slachtoffer is maatwerk nodig. Dit is demoeilijkheid bij zedenzaken. Desondanks is het de politie gelukt om inhaar werkwijze meer oog te hebben voor het slachtofferbelang dan tentijde van het inspectieonderzoek «Verschillende Perspectieven» (2020). Hetlukt echter nog niet in alle gevallen om ook in de uitvoering voldoenderekening te houden met de wensen en behoeften van slachtoffers.Verder benoemt de Inspectie in haar rapport een aantal nieuwe kwetsbaar-heden in de vernieuwde aanpak van zedenzaken. Naar aanleiding van hetinspectierapport is, ten behoeve van een betere bejegening en efficiëntiede mogelijkheid gecreeerd om het informatief gesprek met slechts éénzedenrechercheur uit te voeren. Dit wordt echter niet door elke zedenre-chercheur als prettig wordt ervaren omdat het complexe zaken zijn.Daarnaast wijst de Inspectie op de praktijk dat basisteams mindercomplexe meldingen van zedendelicten oppakken om de werkdruk bij dezedenteams iets te verlichten.De Inspectie komt in haar rapport tot de volgende aanbeveling aan dekorpschef:Zedenrechercheurs moeten in staat zijn om een adequate empathischeafweging te maken tussen opsporingsbelang en slachtofferbelang.Investeer in voldoende opgeleide en gecertifieerde zedenrechercheursvoor dit hoog specialistische politiewerk door erop toe te zien dat er meerruimte en tijd is voor training en opleiding van (zeden)rechercheurs. Dietijd wordt nu niet altijd ervaren.In aanvulling geeft de Inspectie de korpschef de volgende overwegingmee:Breng in kaart wat de afhandeling van zedenzaken door de basisteamsoplevert, wat dit aan capaciteitswinst oplevert en wat het voor de(verschillen in) bejegening van slachtoffers betekent.Het inspectierapport laat zien dat de politie serieus aan de slag is gegaanmet de aanbevelingen van de Inspectie. Er zijn aantoonbaar verbeteringen9Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 34 843, nr. 42.10Voor de beleidsreactie op dit inspectierapport zie: Kamerstukken II 2019/20, 34 843, nr. 42.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12207 in het werkproces rondom de bejegening van zedenslachtoffers doorge-voerd en deze verbeteringen worden door betrokkenen ook in de praktijkervaren, zij het niet in alle gevallen. Het is goed daarbij te vermelden datde geïnterviewde slachtoffers in de periode van de eerste helft van 2022melding of aangifte hebben gedaan, dus midden in het veranderproces bijde politie. Sinds die tijd heeft de politie haar ontwikkeling doorgezet en isde vernieuwde werkwijze steeds bekender geworden.De korpschef en ik onderschrijven de aanbeveling van de Inspectie. Het ishelder dat de vak-ontwikkeling, zeker op het werkterrein van zeden, en deomgang met slachtoffers doorlopend om aandacht en ruimte vragen.Naar aanleiding van het eerder inspectieonderzoek is de opleidingHandelen in Zedenzaken aangepast en heeft het bejegeningsaspect hierineen veel duidelijkere plek gekregen. Ook bij de implementatie van de Wetseksuele misdrijven heeft de bejegening van slachtoffers een duidelijkeplek gekregen doordat er aan ruim 25.000 medewerkers (zowel bij dezedenteams als o.a. aan de medewerkers in de basisteams, regionaleservice, meldkamers en opsporingsdiensten) een specifieke leermoduleBejegening beschikbaar is gesteld. De politie werkt verder aan een opmaat gemaakte vak-ontwikkeling, die aansluit op de behoeften van deverschillende doelgroepen binnen het zedendomein en die passend isbinnen de zedenteams.Ik herken verder het beeld dat de uitdaging vooral zit op het terugbrengenvan de werkdruk binnen de zedenteams zodat medewerkers de tijd enruimte kunnen vinden om trainingen en opleiding te volgen. De afgelopenjaren zijn maatregelen genomen om die werkdruk te verlichten enwerkvoorraden op het terrein van zedenzaken terug te dringen. Zo heeftuw Kamer met de motie-Klaver c.s.11 structureel 15 miljoen eurovrijgemaakt waarmee de formatie van de zedenpolitie, de opleiding vanzedenrechercheurs, de forensische opsporing en forensisch medischonderzoek fasegewijs is uitgebreid. Concreet zijn er sinds 2020 110,3 ftetoegevoegd aan de opsporingscapaciteit en 3 fte aan docentencapaciteit.De capaciteit van de zedenteams wordt vanaf 2024 verder uitgebreid omde verwachte toename van het aantal meldingen en aangiften als gevolgvan de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven op 1 juli 2024 tekunnen opvangen. Hiervoor is via de motie-Hermans c.s.12 structureel5 miljoen euro beschikbaar gesteld. Over de actuele stand van de formatieen bezetting bij de zedenteams is uw Kamer geïnformeerd in het eerstehalfjaarbericht politie 2024.13Met betrekking tot de overweging die de Inspectie meegeeft over hetafhandelen van zedenmeldingen door de basisteams merk ik nog op datdit p zich geen nieuwe werkwijze is, maar dat er inmiddels bij eenzedenmelding altijd contact is met de frontoffice zeden voor triage. Erwordt dan gekeken, in goede samenspraak met het slachtoffer, wat depolitie gaat doen en wie dat doet ten behoeven van een weloverwogen enmeest spoedig afhandeling voor alle betrokken. Dit is overigens eenontwikkeling van na het onderzoek van de Inspectie.Tot slot geeft het onderzoeksrapport van de Inspectie wederom het belangaan van het blijvend investeren in de vak-ontwikkeling op dit ingewikkeldedomein. Er is al veel ontwikkeld en ingevoerd sinds het vorige inspectie-rapport. Daarvoor ben ik de betrokken zedenrechercheurs en het landelijkexpertiseteam zeer erkentelijk. De politie gaat het rapport van de Inspectie11Kamerstukken II 2019/20, 35 300, nr. 11.12Kamerstukken II 2021/22, 35 925, nr. 13.13Kamerstukken II 2023/24, 29 628, nr. 1217.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12208 nader bestuderen om te kijken waar er nog verdere investering nodig is. Ikblijf hier met de politie over in gesprek.Aankondiging beleidsreactie onderzoek Nationale ombudsmanover CTER registratiesIn het tweede halfjaarbericht politie 202314 is uw Kamer geïnformeerdover de werkwijze van de politie in de bestrijding van terrorisme,extremisme en radicalisering. In dat kader is ook ingaan de informatiever-werking van de politie bij de bestrijding van terrorisme, extremisme enradicalisering. Ook is toegelicht onder welke wettelijke voorwaardeninformatie gedeeld kan worden met nationale, buitenlandse en interna-tionale organisaties en de wijze waarop signaleringen geplaatst worden.Als laatste is uw Kamer geïnformeerd over de voormalige werkwijze vande politie ten tijde van uitreizigers, meer specifiek de Landelijk OverzichtPolitie – Jihadgang (LOP-J) lijst.De Nationale ombudsman heeft in februari 2023 aangekondigd eenonderzoek te starten naar de wijze waarop de overheid omgaat metregistraties en signaleringen bij terrorisme, extremisme en radicalisering.Het onderzoeksrapport wordt medio november verwacht. Ik zal naaraanleiding van dit rapport een reactie opstellen, mede naar aanleiding vanhet verzoek tijdens het ordedebat van 27 februari 202415. Bij mijn reactiezal ik ook de toegezegde handreiking betrekken. Deze handreiking gaat inop hoe en op welke wijze mensen, per (mogelijke betrokken) instantie,inzage kunnen krijgen in de gegevens die een desbetreffende instantieover hem of haar heeft geregistreerd. Ook gaat deze handreiking in ophoe hiertegen bezwaar kan worden aangetekend.Tot slotIk kijk uit naar de aankomende regeerperiode waarin ik mij zal inzettenvoor een politie die zich kan richten op haar kerntaak, gereed is voor detoekomst en in verbinding blijft met de samenleving.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel14Kamerstukken II, 2023/24, 29 628, nr. 1193.15Kamerstukken II 2023/24, 2024Z03015.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12209

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3460e6842f0166ce

14 okt 2026 · 3e58978f936be409

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.