Verslag van een commissiedebat, gehouden op 21 mei 2026, over Verkeersveiligheid
Brontekst
Versie 5f3e6bf11cc261b6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1252 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 16 juli 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat en de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 21 mei 2026 overleggevoerd met de heer Karremans, Minister van Infrastructuur en Water-staat, en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid, over:–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.26 maart 2026 inzake uitvoering moties nationale veiligheids-risico’s van slimme (elektrische) voertuigen (Kamerstuk30 821, nr. 331);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.24 april 2026 inzake de Aanpak Fatbikes (Kamerstuk 29 398,nr. 1220);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.15 mei 2026 inzake de Strategische Agenda VerkeersveiligheidRijkswegen (SAVeR) (Kamerstuk 29 398, nr. 1222);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.15 mei 2026 inzake stand van zaken verkeersveiligheidvoorjaar 2026 (Kamerstuk 29 398, nr. 1223);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.15 mei 2026 inzake voortgang voertuigautomatisering(Kamerstuk 31 305, nr. 538).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,HuizengaDe voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,EerdmansDe griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,Schukkink kst-29398-1252ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12521 Voorzitter: KrögerGriffier: MeedendorpAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Bikkers, Van Brenk, VanDuijvenvoorde, Goudzwaard, Grinwis, Heutink, De Hoop, Jumelet, Kröger,Van Leijen, Prickaertz en Stoffer,en de heer Karremans, Minister van Infrastructuur en Waterstaat, en deheer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 13.01 uur.De voorzitter:Goed. Hierbij open ik deze vergadering van de vaste commissie voorInfrastructuur en Waterstaat. We zijn vandaag bijeen voor een commissie-debat over verkeersveiligheid. Ik heet de leden heel graag welkom, deheer Goudzwaard van JA21, de heer Stoffer van de SGP, de heer VanLeijen van D66, mevrouw Van Brenk van 50PLUS, de heer Bikkers van deVVD, de heer Heutink van de Groep Markuszower, de heer Jumelet vanhet CDA, de heer Prickaertz van de PVV, de heer De Hoop vanGroenLinks-PvdA en twee bewindspersonen, de heer Karremans, Ministervan Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Justitie en Veiligheid,de heer Van Weel. We hebben vijf minuten spreektijd. Ik wil graag met deleden afspreken dat we vier interrupties doen. Ik geef graag als eerste hetwoord aan de heer Goudzwaard.De heer Goudzwaard (JA21):Dank u wel, voorzitter. Laat ik ermee beginnen dat deze inbreng medenamens BBB is. Afgelopen december heb ik dit punt ook al benoemd.Helaas is het opnieuw noodzakelijk. Het is nog altijd kinderlijk eenvoudigom via onlineplatforms spotgoedkoop allerlei verkeersongelukken in spete bestellen. Veel van de fatbikes, vaak afkomstig uit China, voldoen aldirect uit de verpakking niet aan de geldende wet- en regelgeving. Dehandhaving is ontegenzeggelijk ingewikkeld, maar juist daar ligt de sleutelvoor een structurele oplossing van het fatbikeprobleem.Voorzitter. Het is goed dat politie, Douane, ILT en NVWA nauwer gaansamenwerken, maar een echte, coherente handhavingsstructuur die zichspecifiek richt op de import en verkoop van illegale fatbikes ontbreekt nogaltijd. ILT en NVWA hebben bovendien al een breed takenpakket encontroleren vooral reactief naar aanleiding van meldingen. De vraag isdus of deze aanpak wel is opgewassen tegen de omvang van hetprobleem. Daarbij komt dat dit probleem niet pas in Nederland ontstaat,maar al aan de grenzen van de interne markt. Daarom heb ik een aantalvragen aan Onze Minister.Hoe beoordeelt de Minister de rol van de e-commerceplatforms bij deverspreiding van illegale fatbikes? Welke mogelijkheden ziet de Ministerom de verkoop via deze platforms daadwerkelijk te beperken? Is deMinister het met JA21 eens dat Nederland niet kan wachten tot ermogelijk in 2028 een centrale Europese douanehub operationeel is? Welkeconcrete resultaten verwacht de Minister volgend jaar van het convenanttussen IenW en de Douane?Voorzitter. Een klein stukje over de verzorgingsplaatsen. Het Ministerie vanIenW legt momenteel de laatste hand aan het wetsvoorstel voorzieningenop verzorgingsplaatsen. Wat JA21 betreft is dit een bijzonder ondoordachtvoorstel. Deelt de Minister de zorg dat het opdelen van verzorgings-plaatsen in afzonderlijke kavels voor tanken, laden en voorzieningen leidttot meer zoekverkeer, onoverzichtelijke verkeerssituaties en daarmee eenverslechtering van de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid? Deoverheid moet verkeersveiligheid en bereikbaarheid organiseren en nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12522 via tekentafelbeleid goed functionerende familiebedrijven uit de marktdrukken.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (Groep Markuszower):Dank aan JA21 dat zij beginnen over verzorgingsplaatsen. Ik kon het nietmeer in mijn tekst kwijt, maar ik vind het heel erg fijn dat zij dat doen. Datgeeft mij de gelegenheid hierover wat vragen te stellen. In mei 2025hebben we samen met de BBB en de VVD een motie ingediend om bij denieuwe verzorgingsplaats van de toekomst tenminste één kavel te veilenwaar zowel een shop als laden en fossiel wordt aangeboden. Die motie isaangenomen maar het kabinet heeft die motie eigenlijk niet goeduitgevoerd. Mijn vraag aan JA21 luidt: hoe kijkt JA21 daarnaar? Is hetuitgangspunt nog steeds dat dit het toch zou moeten gaan worden in hetuiteindelijke voorstel?De heer Goudzwaard (JA21):Kan de heer Heutink nog even kort toelichten wat hij bedoelt met «dit»?De heer Heutink (Groep Markuszower):Dat kost mij nu natuurlijk een interruptie.De voorzitter:Ja, want anders komen we wel in een hele vrije debatvorm terecht. Dus ja,de heer Heutink.De heer Heutink (Groep Markuszower):Als u mij heel even de ruimte geeft... In die motie riepen wij er destijds toeop – dat vinden wij nog steeds – dat bij het nieuwe systeem van veilenvan verzorgingsplaatsen tenminste één kavel moet worden geveild diezowel laden en shops als fossiel bevat. Dan heb je namelijk als kleineondernemer de kans om niet uit de markt te worden geprezen ten aanzienvan brandstof en tegelijkertijd nog iets te kunnen verdienen op elektrischladen. Het kabinet heeft nu per brief gezegd, oké, we gaan dat in demigratieperiode in een tijd waarin geen enkel kavel wordt geveild, tochaanbieden. Dat is leuk, maar er wordt niets geveild. Mijn vraag is of dat deweg is die we met elkaar op moeten gaan of dat we hier richting hetkabinet wat strakker op moeten zitten om het toch te regelen.De heer Goudzwaard (JA21):Dan is de vraag helder. Nee, dat is niet de kant die we moeten opgaan.Zeker niet. We hebben niet voor niets die motie gesteund. Ik noemde hetnet in mijn betoog al. Ik zou graag willen doorgaan. Ik vind het een zeeronverstandig wetsvoorstel.Voorzitter, ik ga verder met mijn betoog als dat kan. Is de Minister bereidvóór verdere behandeling van dit wetsvoorstel in gesprek te gaan met eenafvaardiging van familiebedrijven die door dit voorstel direct geraakt gaanworden? Graag een reactie.Voorzitter. Dan het roekeloze rijgedrag met soms fatale gevolgen. We ziensteeds vaker berichten over dodelijke ongevallen die worden veroorzaaktdoor totaal onnodig en onverantwoord rijgedrag. Dat is niet alleen opbasis van de krantenkoppen. Hoewel het aantal verkeersdoden sinds deeeuwwisseling sterk is gedaald, zien we de laatste jaren opnieuw eenzorgelijke stijging. Van 2024 naar 2025 was er sprake van een toenamevan 12%. Het is niet altijd helder uitgesplitst wat precies de oorzaak is. Hetpast wat JA21 betreft wel in een breder patroon van normvervaging enverhuftering in het verkeer. Bij roekeloos rijgedrag met dodelijke afloopstaat de strafmaat wat ons betreft lang niet altijd in verhouding tot hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12523 veroorzaakte leed. Kijk, dit is geen JenV-debat. Wij beperken de vraag danook tot de kwestie van de rijontzeggingen. Hoe legt de Minister aannabestaanden uit dat iemand die door extreem roekeloos rijgedrag eenander doodrijdt, in sommige gevallen na enkele jaren alweer legaal achterhet stuur mag zitten? Het besturen van een auto is geen recht, maar eenvoorrecht. Dat voorrecht kun je verdienen maar ook verspelen.Voorzitter. Tot slot de verkeersboetes. Het is alom bekend dat de verkeers-boetes in Nederland uitzonderlijk hoog zijn, zelfs wanneer er aanmanings-kosten bovenop komen. Het heeft er steeds meer de schijn van datverkeersboetes worden gebruikt als pleister op de begroting. De relatiemet verkeersveiligheid wordt steeds minder duidelijk. Daarbij komt dat demotie-El Abassi onlangs is aangenomen waarin de overheid wordtverzocht boetes uitsluitend als verkeersveiligheidsinstrument in te zetten.Mijn laatste vraag aan de Minister is – en dan ben ik klaar met mijnverhaal – of de Minister kan uitleggen waarom Nederland zulke hogeverkeersboetes en aanmaningskosten hanteert en in hoeverre dezehoogtes bijdragen aan verkeersveiligheid in plaats van extra inkomstenvoor de schatkist te genereren. Hoe gaat de Minister uitvoering geven aande aangenomen motie-El Abassi?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Keurig binnen de tijd. De heer De Hoop heeft een interruptie.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag aan de heer Goudzwaard over met name het roekelozerijgedrag. Ik deel met hem dat het eigenlijk niet te verkopen is aannabestaanden dat mensen best wel snel weer achter het stuur mogenkruipen. Een logische oplossing zou bijvoorbeeld een alcoholslot zijn.Maar een alcoholslot wordt nu vaak als strafmaatregel gezien, terwijl heteigenlijk een tegemoetkoming is aan de dader. Je mag namelijk wel weerachter het stuur, maar onder voorwaarde dat je geen druppel drinkt. Is deheer Goudswaard het met ons eens dat je dat eigenlijk niet eens zozeer alsstrafmaat moet zien, maar als een maatregel dat iemand wel achter hetstuur mag maar onder toezicht van het alcoholslot? Het is dus niet eenstraf maar eerder een tegemoetkoming aan de dader.De heer Goudzwaard (JA21):Dank voor deze vraag. JA21 is het eens met het standpunt van de heer DeHoop. Ook wij zijn voorstander van het invoeren van een dergelijkalcoholslot. Het betekent overigens niet dat roekeloos rijgedrag altijd handin hand gaat met alcoholgebruik. Daarin moet wel echt even een verschilworden gemaakt. Ik ben het eens met de heer De Hoop dat er met de inzeten met de veiligheid op de weg meer valt te halen wanneer we kijken naarde inzet van een alcoholslot.De voorzitter:Geen andere interrupties. Ik geef graag het woord aan de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Bijna 760 verkeersdoden vorig jaar waaronder ruim 100jongeren. Dat kunnen we niet accepteren. Het is nota bene het hoogsteaantal in bijna twintig jaar. Ik weet dat de verkeersminister het belang ende urgentie van verkeersveiligheid ziet en ook voelt. Maar de investerings-agenda van de coalitie en het kabinet geven de verkeersveiligheid geenprioriteit. Integendeel. Het kan toch niet zo zijn dat de jaarlijkse investeringin verkeersveiligheid op de weg daalt naar 6 miljoen euro, terwijl dejaarlijkse maatschappelijke schade van de verkeersongevallen meer dan30 miljard euro is. Dan heb ik het nog niet eens over al het persoonlijkeleed dat daarmee samenvalt. Ik roep kabinet en coalitiepartijen op ervoorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12524 te zorgen dat bij de komende begrotingsbesprekingen ten minste wordtgezorgd voor zicht op verlenging van de Investeringsimpuls Verkeersvei-ligheid.Daarbij komt dat 30% bezuinigd wordt op ondersteuning van belangrijkemaatschappelijke partners. Ik noem SWOV, TeamAlert en Veilig VerkeerNederland. Ondertussen neemt de inflatie ook nog eens toe en dat isbijvoorbeeld voor een organisatie als SWOV niet houdbaar. We hebbendeze kennis hard nodig om schaarse middelen zo effectief mogelijk in tezetten. De aanpak van bijvoorbeeld de fatbikeproblematiek kan niet zonderinzetten op gedragsverandering. Wil de Minister het budget voor demaatschappelijke partners ten minste op peil houden? Dat geldt tegelij-kertijd ook voor de ondersteuning van het Rijk voor ontsluiting vanziekenhuis- en ambulancedata.Voorzitter. Afgelopen maandag was ik op werkbezoek bij de ANWB. Ik kanhet iedereen aanraden. Het was mooi om te zien hoe data ingezet kanworden om heel effectief onveilige locaties op te sporen. Op basis vanremdata werd gesignaleerd dat bij een oversteekplaats voor fietsers vaaken hard op de rem werd getrapt. Toen bleek dat de situatie echt onover-zichtelijk was. Na het eenvoudig rood kleuren van de fietsoversteekminimaliseerde het aantal noodstoppen. Het beter ontsluiten vanverkeersveiligheidsdata zit in de landelijke aanpak Strategisch PlanVerkeersveiligheid. Mijn vraag is welke slagen daarin nog wordengemaakt en of daarbij wordt samengewerkt met de ANWB zodat die datasteeds breder kunnen worden ingezet.Net kwam in een interruptiedebatje het alcoholslot al aan de orde. Watons betreft moet dat programma snel terugkomen. De justitieministerschrijft dat hij voor de zomer de verkenning naar herinvoering in hetstrafrecht zal afronden en op basis daarvan een keus zal maken. Jurispru-dentie leert dat het alcoholslot een plek kan krijgen in zowel het straf- alsbestuursrecht als je het wettelijk goed regelt. Dan is het bereik veel breder.Ik zou er bij de Minister op willen aandringen dit nog eens goed tebekijken en mee te nemen in de verkenning. Mijn vraag is of de Ministervoor de zomer de knoop gaat doorhakken en een richting gaat kiezen.De SGP ziet graag meer inzet van boa’s bij verkeershandhaving inbijvoorbeeld de 30 kilometerzones. Er worden gesprekken gevoerd, maarvervolgens kan worden bezien wat de mogelijkheden zijn, aldus dejustitieminister. Het onderwerp is niet nieuw, de pilots zijn uitgevoerd, dusmijn vraag is of de Minister het nut van boa-inzet ziet en of hij, als heteven kan, deze rol wil versterken. Gaat hij dat snel uitwerken?Licht in het donker. Dat is altijd positief, maar niet als het verblindt. Wekrijgen steeds meer signalen dat autokoplampen steeds feller schijnen enminder goed staan afgesteld en dus ook sneller verblinden. Dat geldt ookvoor e-bikeverlichting. We hebben allerlei normen en de apk, maar devraag is wat hier nu misgaat. Ik vraag de verkeersminister in te zetten opscherpere normering en apk en om bijvoorbeeld koplampentestappa-ratuur op te nemen in het RDW-register meetmiddelen.Ik kom op de jonge motorrijders. Steeds meer jongeren gaan motorrijden.Ik kan me dat best voorstellen, maar het heeft wel als gevolg dat hetaantal verongelukte jonge motorrijders in drie jaar tijd is verdrievoudigd.Jongeren nemen meer risico en juist op die motor ben je extra kwetsbaar.Mijn vraag is hoe die risico’s worden meegenomen in rijopleidingen encampagnes. Is versterkte inzet op dit punt nodig?De fatbikes. Bij de aanpak van fatbikes is effectieve handhaving vanillegale en opgevoerde fatbikes cruciaal. In dit verband een paar vragen.Een groot probleem bij het toezicht op import en handel is de versnip-pering. De bevoegdheden van ILT, Douane, NVWA en politie sluiten nietgoed op elkaar aan. Dat is tenminste mijn indruk. ILT en NVWA kunnenniet zo veel als het gaat om onlinehandel in illegale fatbikes. Dan blijft hetdweilen met de kraan open. Mijn vraag is of er wordt gekeken naar meeronorthodoxe maatregelen om grip te krijgen op deze importstroom.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12525 Wordt in de periodieke rapportages zo concreet mogelijk inzicht gegevenin de aantallen inbeslagnames, herstelmaatregelen en sancties? Zou hetniet wijs zijn op korte termijn een integrale ketenanalyse voor e-bikes uitte voeren?Iets heel anders. De verkeersminister wil de terugkeurprocedure vooronder meer campers en caravans afschaffen. Ik snap dat het lastig is omop overbelading te handhaven, maar de impact is veel groter dangesuggereerd wordt. Het raakt ook de gemeentelijke brandweer engladheidbestrijding, om maar wat te noemen. Ik begrijp dat sectorpartijenniet zijn geconsulteerd. Mijn vraag is hoe de Minister gaat zorgen vooreen zorgvuldige afhandeling.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie geen interrupties, dus ik geef graag het woord aan de heer VanLeijen.De heer Van Leijen (D66):Dank, voorzitter. Verkeersveiligheid gaat niet alleen over asfalt, regels ofstatistieken. Het gaat over mensen, over ouders die hun kinderen veilignaar school willen laten fietsen, over ouderen die zelfstandig onderwegwillen blijven en over jongeren die na sport of werk weer veilig thuiswillen komen. Juist daarom is het goed dat we steeds vaker kijken naarrisico’s, voordat het misgaat in plaats van na een ernstig ongeluk. Wemoeten wel eerlijk zijn over waar we nu staan want de cijfers zijnzorgwekkend. In 2025 kwamen 759 mensen om in het verkeer, het hoogsteaantal sinds 2007. Ook het aantal ernstig gewonde fietsers stijgt fors. Alswe niks extra’s doen, lopen die aantallen de komende jaren alleen nogmaar verder op. Nul verkeersdoden gebeurt niet vanzelf. Daarvoor zijnduidelijke keuzes, betrouwbare data en concrete maatregelen nodig.Voorzitter. We moeten niet wachten totdat er meer slachtoffers vallenvoordat we in actie komen. Juist door eerder naar risico’s te kijken,kunnen we ongelukken voorkomen. Daarom zijn SPI’s, Safety Perfor-mance Indicators, zo belangrijk. Tussensignalen die laten zien of hetverkeer veiliger wordt, nog voordat je dat terugziet in de aantallenverkeersslachtoffers. Denk aan snelheidsovertredingen, gevaarlijkekruispunten of onveilige fietspaden. Dat zijn precies de factoren waarop jekunt ingrijpen om ongelukken te voorkomen. Die SPI’s zijn inmiddelsbenoemd. Dat is heel goed, maar er zijn nog geen concrete doelen. Juistdie tussendoelen maken het mogelijk om goed te sturen en op tijd bij testuren als maatregelen niet genoeg blijken te zijn. Daarom wil ik deMinister vragen wanneer er concrete en meetbare tussendoelen perrisicofactor komen, zodat we niet alleen een einddoel hebben maar ookkunnen volgen of we echt op de goede weg zitten.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank voor de bijdrage van de heer Van Leijen. Heel herkenbaar. Hij hadhet natuurlijk over concrete zaken enz. Het belangrijkste wat daar nog bijhoort, is de pecunia, het geld. Ik heb zojuist gepleit voor het verlengen vande Investeringsimpuls Verkeersveiligheid. Concreet is mijn vraag of deheer Van Leijen er ook zo in staat.De heer Van Leijen (D66):Dank voor deze interruptie. De heer Stoffer heeft natuurlijk gelijk. Er moetop een gegeven moment boter bij de vis komen. Dat snap ik heel goed.We zien ook dat dit een begroting is die enorm onder druk staat. Over deIenW-begroting hebben we het maandagavond ook gehad. Ik heb sterk deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12526 wens om dat te kunnen regelen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik tot nu toezelf nog niet de puzzel heb kunnen leggen hoe we dat met elkaar kunnenregelen. Als de heer Stoffer daarvoor concrete suggesties heeft, zou ikdaarover graag met hem in gesprek gaan. Als we dat met elkaar kunnenregelen, denk ik dat dat de verkeersveiligheid ten goede komt.De heer Stoffer (SGP):Het geeft in ieder geval aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan. Datdoen we uiteraard graag. Tussen nu en ergens rond Prinsjesdag moet datnatuurlijk wel georganiseerd zijn. Heeft verkeersveiligheid voor D66 eendusdanige prioriteit dat D66 ervoor knokt om ervoor te zorgen dat metalles wat de heer Van Leijen maar ook mijn buurman en ik zojuistnoemden en wat dadelijk nog komt, het aantal verkeersslachtoffers,doden en gewonden, zo veel mogelijk terug te brengen? Niet naar nul –dat is onze ambitie en die moeten we houden – maar wel zo ver mogelijk.Geld is een heel belangrijke factor. We weten dat deze begroting enormonder druk staat. Maar goed, dit is juist de periode dat je over begrotingenheen kunt kijken. Is het daarmee echt topprioriteit voor D66 om hetgewoon met elkaar te gaan doen? Ik weet dat het niet makkelijk is, maarals we hier met elkaar die ambitie uitspreken, moet het ons toch lukkenom in ieder geval die impuls voort te zetten.De heer Van Leijen (D66):Ik geloof er oprecht in dat voor alle partijen die hier aan tafel zitten, vanlinks tot rechts, ondanks onze ideologische verschillen, verkeersveiligheideen topprioriteit is. Dat geldt uiteraard ook voor D66.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Van Leijen (D66):Dank, voorzitter. Juist vandaag, op de Fiets naar je Werk Dag, zien we hoebelangrijk het is dat iedereen veilig en ontspannen de fiets kan pakken. Alswe kijken naar verkeersveiligheid moeten we extra aandacht hebben voorkwetsbare verkeersdeelnemers en dan met name voor ouderen op defiets. Bijna de helft van de fietsdoden en ernstig gewonden is inmiddels 70jaar of ouder. Dat aantal stijgt. Mensen blijven langer actief, fietsen vakeren stappen steeds vaker op de e-bike. Dat is een grote verbetering van devrijheid en mobiliteit, een groot goed. Het vraagt wel om extra aandachtvoor hun veiligheid.Tegelijkertijd zien we ook een zorgelijke stijging van slachtoffers onderjongeren. Daarom is het goed dat de Minister met maatregelen isgekomen rondom fatbikes en om gevaarlijke situaties onder jongeverkeersdeelnemers serieus op te pakken. Ambulancedata kunnen helpenom beter inzicht te krijgen in waar het achteraf misgaat, als aanvulling opde preventieve inzet met SPI’s. Door die gegevens beter te benutten en tedelen met lokale wegbeheerders kunnen gevaarlijke situaties snellerworden aangepakt.Daarover heb ik twee vragen aan de Minister. In de brief van de Ministeraan de Kamer staat dat er nog gesprekken lopen over de juridischewaarborgen rond het koppelen van ambulancedata aan anderedatabronnen. Kan de Minister toezeggen dat de Kamer in september eentussenupdate ontvangt over de juridische mogelijkheden en waarborgen,zodat we deze informatie tijdig kunnen betrekken bij de begrotingsbehan-deling voor volgend jaar? We zien dat steeds meer partijen demeerwaarde van ambulancedata erkennen, onder meer bij het verbeterenvan verkeersveiligheid en het sneller signaleren van risicolocaties.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12527 Ik keek even of er een logisch punt was en dat is nu gekomen. MevrouwVan Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Voor ons is ongevalregistratie ook belangrijk. We zien wel dat er ongevals-cijfers zijn over aantallen slachtoffers, maar onvoldoende over deoorzaken van het ongeval. Is dat nu waar D66 op uit is door dit verzoekom aandacht voor die ambulance?De heer Van Leijen (D66):Grotendeels wel ja. Ik denk inderdaad dat ambulancedata een behoorlijkebron kunnen vormen van aanvullende data over verkeersongevallen.Absoluut.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Van Leijen (D66):Deelt de Minister deze brede waardering voor de toegevoegde waardevan ambulancedata ook? Kan hij concreet aangeven hoe hij ervoor zorgtdat die meerwaarde niet alleen wordt erkend maar ook daadwerkelijkstructureel wordt geborgd?Voorzitter. Juist omdat we met betere data steeds scherper zien waar enbij wie het misgaat, moeten we ook kunnen inzetten op oplossingen dieongelukken helpen voorkomen. Bewustwording speelt daarin eenbelangrijke rol. De Zet ’m op!-campagne van Minister Karremans over hetdragen van een fietshelm is daarbij een goede stap. We worden erg blijvan de filmpjes van de Minister met helm op de bakfiets. Deze keergelukkig zonder paard en met T-shirt. Dat vinden we ook een flinke stap.Maar wij worden vooral blij van concrete oplossingen. Als we het aantalverkeersslachtoffers echt willen terugdringen, moeten we kiezen voormaatregelen die bewezen effectief zijn. Daarom zijn wij net als heel veelandere organisaties voor meer 30 kilometerzones in woonwijken enrondom scholen. Drempels en klinkers kunnen helpen bij de nalevingdaarvan. Dit is belangrijk want lagere snelheden zorgen aantoonbaar voorminder ongelukken en minder ernstig letsel als het toch misgaat. Zekervoor fietsers, kinderen en ouderen maakt dat een groot verschil. Eenaanrijding bij 30 kilometer per uur heeft simpelweg veel minder ernstigegevolgen dan een aanrijding bij 50 kilometer per uur.Daarom zou ik de Minister willen vragen naar de huidige stand van zakenrondom het aanpassen van 50 kilometerwegen naar 30 kilometerzones.Veilige infrastructuur, duidelijke keuzes en slimme data moeten daarbijhand in hand gaan. Nul verkeersslachtoffers is geen vanzelfsprekendheid.Dat vraagt om beleid dat niet alleen ambitieus klinkt, maar ook iedere dagzichtbaar veiliger verkeer oplevert.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Bikkers.De heer Bikkers (VVD):Ik denk dat de heer Van Leijen terecht zegt dat als je 30 kilometer per uurrijdt het ongeval vaak wat minder ernstig zal zijn dan wanneer je 50kilometer per uur rijdt. Het afwaarderen van wegen zie je best veel in hetland. Tegelijkertijd zie je ook heel vaak dat er gewoon een bord 30kilometer neergezet wordt en men hoopt dat mensen 30 kilometer gaanrijden. In mijn ogen leidt dat vooral tot verkeersonveilige situaties, wantmen gaat ervan uit dat mensen 30 kilometer gaan rijden, maar dat doen zeniet. Is de heer Van Leijen het met de VVD eens dat bij het invoeren van 30Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12528 kilometerwegen expliciet de herinrichting van die weg hoort en dat we hetanders eigenlijk niet moeten willen?De heer Van Leijen (D66):Ik ben het met de heer Bikkers eens dat dat hand in hand gaat. Dat zat ookin mijn inbreng, in mijn betoog. Dat gaat samen met andere wegin-richting, met klinkers. Ik ben zelf vader van twee kinderen op een schoolwaarbij dat nog niet is geregeld en waar gewoon nog 50 kilometergereden wordt. Ik zou willen dat het per morgen geregeld zou zijn, mét dieweginrichting en mét die lagere snelheden.De heer Heutink (Groep Markuszower):We weten natuurlijk allemaal dat D66 niet per definitie de meestautovriendelijke partij is. Zoveel is duidelijk. Ik ben het met D66 eens datde fietsveiligheid omhoog moet. Maar wie moet daarvoor boeten?Volgens D66 de automobilist. Volgens mij kunnen we het best allebeidoen. Volgens mij kunnen we die 50 kilometerwegen waar dat veilig kan,prima houden zoals ze zijn. Sterker nog, ik denk dat dat noodzakelijk is omvlot van A naar B te komen en dat het de vrijheid bevordert die heel veelautomobilisten ervaren op het moment dat ze autorijden. Tegelijkertijdmoet we de gemeente oproepen om bijvoorbeeld gesplitste fietspaden temaken. Fietspaden die gescheiden zijn van rijbanen. Daar moeten zemaatregelen nemen. Dat kan prima hand in hand zonder dat de autoopnieuw daarvan de dupe wordt. Dat zeg ik tegen D66 en ik wil dat D66daar serieus naar gaat kijken.De heer Van Leijen (D66):Ik denk de heer Heutink en ik het eens zijn dat gescheiden fietswegen heelsterk kunnen bijdragen aan de veiligheid. Verder vind ik het wel erg boudgezegd. Stel dat je de ouder bent van wie het kind in het verkeer isoverleden en je zit naar dit debat te kijken. We hebben het hier over 30kilometerzones rond scholen en binnen de bebouwde kom. Dat is wat ikheb aangegeven. Je hoort de heer Heutink zeggen: dat straft de automo-bilist. Dat gaat om de straf dat je 20 kilometer minder hard mag rijden ineen straat waar kinderen naar school gaan. Waar heeft u het over?De heer Heutink (Groep Markuszower):Waar hebben we het over? Op het moment dat iemand overlijdt door eenongeval, wanneer dan ook, is dat natuurlijk verschrikkelijk. We wetenallemaal dat het hek van de dam is als D66 nu pleit voor veel meer zonesvan 50 kilometer naar 30 kilometer terugbrengen. We zagen in gemeentenals Amsterdam waar de snelheid werd teruggebracht van 50 kilometernaar 30 kilometer, dat het een grote chaos in die stad werd. Files,opstoppingen, mensen die vast kwamen te staan en niet meer van A naarB konden rijden. Het werd een groot drama. Is dat nu werkelijk hetNederland dat D66 voor zich ziet, waar mensen tot stilstand komen? Waarmensen niet meer kunnen rijden om maar dat wereldbeeld van fietsen terealiseren waarvan D66 zo’n groot voorstander is?De heer Van Leijen (D66):Meneer Heutink is politiek aan het bedrijven en iets heel groots aan hetmaken van iets wat heel serieus is, namelijk verkeersslachtoffers. U blaasthet enorm op. U zegt dat we allemaal niet meer kunnen doorrijden en dathet hek dan van de dam is. Grote woorden die eigenlijk nergens op slaan.Ik heb het over wijken waar scholen zijn, binnen de bebouwde kom, waarje 30 kilometer per uur kan gaan rijden. Volgens mij is dat heel logisch. Deheer Heutink doet aan politieke stemmingmakerij. Dat helpt niet bij ditdebat.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12529 Ik had de microfoon nog niet aan. Er is een interruptie van de heer VanDuijvenvoorde van Forum.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik hoorde de heer Van Leijen het nu terugbrengen naar woonwijken metscholen, maar in zijn gehele betoog heb ik vernomen dat het gaat om nulverkeersslachtoffers, fietsers die helmen moeten gaan dragen, die heleobsessie met veiligheid, en dat er nul risico mag zijn in de samenleving.Volgens mij is dat een heel groot thema. De heer Heutink stipt dat aan.Hoe denkt de heer Van Leijen nul verkeersslachtoffers te gaan bereikenzonder dat je in een soort totalitaire staat terechtkomt waarin iederekomma van het verkeer wordt geregeld door camera’s, bekeuringen enboetes? Het leven moet toch ook een beetje vrij kunnen ademen in hetverkeer?De heer Van Leijen (D66):Allereerst een groot compliment aan Forum dat het zelfs in dit debat kanbeginnen over een totalitaire staat. Dat vind ik echt knap. Mooi dat u zelfsdie complottheorie ook hier kunt toepassen. Volgens mij ben ik heelconcreet geweest. Het gaat om SPI’s, concrete tussendoelen, ambulan-cedata ontsluiten en om 30 kilometer rijden op plekken waar scholen zijnen binnen de bebouwde kom. Dat heb ik letterlijk gezegd in mijn betoog.Het gaat om concrete maatregelen. Zo simpel is het.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Als de heer Van Leijen de vorige keer bij het verkeersdebat was geweest,had hij mijn betoog kunnen volgen. Het is namelijk een gevolgtrekking.Als je nul verkeersslachtoffers wil – wat per definitie onmogelijk is – zul jeeen totalitaire staat moeten bouwen. Dat is geen complottheorie. Hetleven heeft risico. Het is dus een beetje een vreemde reactie van de heerVan Leijen. Als we logisch nadenken en je nul verkeersslachtoffers wil,moet je iedere komma gaan controleren. Het kan namelijk niet anders. Devraag is dus welk risico acceptabel is voor de heer Van Leijen om enerzijdsveiligheid te waarborgen en anderzijds het menselijk oordeelsvermogenen de vrijheid om in het verkeer te bewegen. Dat is de vraag.De heer Van Leijen (D66):Dank voor uw inbreng. Het vorige commissiedebat was ik nog geenKamerlid, anders had ik graag geluisterd. De vraag die u stelt, klopt niet.De vraag is hoe we die aantallen verkeersslachtoffers gaan terugbrengen.We staan op een punt waarbij we zien dat er meer mensen om het levenkomen en waarbij we zien dat de daling van het aantal verkeersslacht-offers stagneert. Er zijn organisaties die voorspellen dat de aantallen gaanstijgen. De vraag is hoe we dat tij gaan keren. De essentie van mijninbreng was welke concrete maatregelen we met elkaar gaan nemen omdat tij te keren. Voor de rest vind ik het allemaal een beetje stemmingma-kerij.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):De heer Van Leijen heeft een aantal keer de term «nul verkeersslacht-offers» gebruikt, dus ik denk dat dat geen stemmingmakerij is. Ik denk dathet heel belangrijk is dat we die afwegingen steeds blijven maken.Desalniettemin ben ik het met de heer Van Leijen eens: indien ze stijgen,moeten we dan niet nadenken over hoe we ze kunnen minimaliseren? Datis alleen iets anders dan tot nul terugbrengen.De heer Van Leijen (D66):Ik vind het heel positief dat we het met elkaar eens zijn. Ik ben ookbenieuwd welke concrete maatregelen u voor zich ziet. Ik heb er een paargenoemd. Ik denk dat het toch belangrijk is dat we die nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125210 De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van de heer Prickaertz.De heer Prickaertz (PVV):Ik hoor het betoog van meneer Van Leijen en denk bij mezelf: wil D66 nuin alle woonwijken de maximumsnelheid terugbrengen naar 30, of gaathet specifiek om de straat? Als ik namelijk kijk naar mijn gemeente, zie ikdat de snelheid in de straten waar scholen zijn al is teruggebracht naar 30kilometer per uur, maar dat je in de overige straat nog gewoon nog 50mag rijden. Dat lijkt mij een uitstekende regel. Mijn partij wil welvoorkomen dat we op een gegeven moment overal, in elke woonwijk, nogmaar 30 mogen rijden. Hoe staat meneer Van Leijen daarin?De heer Van Leijen (D66):Dat hangt natuurlijk heel erg af van de verkeerssituatie in die wijk. Er zijnecht nog wel wijken waar geen 30 kilometer per uur wordt gereden, maarwaar wel een school is. Laten we daar nou eens beginnen, want dat isecht een onveilige situatie.De heer Prickaertz (PVV):Dat is niet echt een antwoord op mijn vraag. Mijn vraag is als volgt. Ik zalhem wat simpeler stellen. Wil meneer Van Leijen in alle woonwijken, of ernou een school staat of niet, de maximumsnelheid terugbrengen naar 30of wil hij dat alleen in de stukjes waar scholen staan?De heer Van Leijen (D66):Ik ga nog een keer mijn antwoord geven: dat wil ik in gebieden en opplekken waar onveilige verkeerssituaties zijn. Dat zal echt niet in allewijken binnen de bebouwde kom zijn. Als er geen onveilige verkeerssi-tuatie is, hoef je dat niet te doen. Er zijn wel plekken met evident onveiligeverkeerssituaties. Een plek met een school is daar een heel goedvoorbeeld van.De voorzitter:Dat roept geen verdere vragen op. Dan geef ik graag het woord aanmevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Dank, voorzitter. Het is al even geleden dat ik mij namens 50PLUSbezighield met deze portefeuille. De toenmalige VVD-minister VanNieuwenhuizen wilde toewerken naar nul verkeersdoden. Dat halen wevan geen kanten. Het is net al genoemd: het gaat om 759 mensen vorigjaar.De veiligheid van ouderen in het verkeer is en blijft een belangrijk themavoor ons. Daarom zit ik hier, want de cijfers zijn verontrustend. 42% vande verkeersdoden is 70 jaar of ouder. Het lijkt ook iets vaker te gaan omscootmobielen. Ook blijkt dat oudere voetgangers en zeker ook fietserseen veel hoger risico hebben op overlijden door een ongeval danjongeren. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Zonder ingrijpen zal dit nietminder worden, want het aantal ouderen neemt alleen maar toe. Het gaatzowel over de vitale als de kwetsbare; ik hecht eraan te zeggen dat ook inhet verkeer «de oudere» niet bestaat.Ik heb het destijds al aangekaart: vindt de Minister het een goed idee omnú werk te gaan maken van een deelplan verkeersveiligheid voor ouderen,in samenhang met de nationale strategie verkeersveiligheid? Er zijn hierimmers veel aspecten bij betrokken, van een veilige en seniorvriendelijkeweginrichting tot medische conditie. Misschien moeten we ook stoppenmet «seniorvriendelijke» weginrichting roepen en dit omdopen tot«mensvriendelijke» weginrichting. We zijn immers allemaal gebaat bijoverzichtelijkheid in het verkeer; dat heeft niet eens te maken met leeftijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125211 Voorzitter. Ook heb ik destijds geopperd om een noodknoop op scootmo-bielen in te stellen. Is daar ooit nog iets mee gebeurd? Wij horen dat eenactieve rem goed zou zijn. Sowieso is het een goed idee dat een scoot-mobiel zo intuïtief mogelijk te gebruiken is, aangezien niet alle gebruikerservaring hebben als verkeersdeelnemer of met techniek. De veiligheid vande scootmobiel is belangrijk. Ik lees in de update van het Strategisch PlanVerkeersveiligheid dat opfriscursussen voor het gebruik van scootmo-bielen worden geactualiseerd. Dat is mooi. Maar wordt er bij de start vanhet gebruik van de scootmobiel, dus bij de uitgifte, ook een behoorlijketraining gegeven? Ik ben benieuwd of de Minister daarop kanantwoorden.Hoe kijkt de Minister verder aan tegen het verbeteren van de ongevallen-registratie? Mijn collega zij het net ook al. Op dit moment zeggen deongevallencijfers te weinig over de oorzaken van het ongeval. Ze zeggenalleen maar wat over de slachtoffers. Het lijkt ons een goed idee om datwel te gaan registreren. We horen dat er een onderregistratie is vanscootmobielen in cijfers. Dat moet veranderen. Ik hoor ook daar graag eenreactie op.Het is net al genoemd: de fatbikes, of misschien inmiddels de skinnybikes.Het is, wat ons betreft, een grote irritatie en zorgt voor veiligheidsrisico’sin het verkeer, niet in de laatste plaats voor ouderen. De fatbikes gaan zohard dat zij soms de snelheid daarvan niet goed kunnen inschatten. Datgeldt waarschijnlijk ook voor jonge kinderen en misschien zelfs voor u enmij. Het is goed dat daar meer regels voor komen. Toch hoop ik dat deMinister een mogelijkheid ziet om die aanpak te versnellen, zonder daarbijde zorgvuldigheid uit het oog te verliezen.Het is net ook al genoemd door de collega van de SGP: is het nou wel eengoed idee om te gaan snijden in het budget van SWOV? Daar horen wegraag een reactie op.Dan, voorzitter, als u het mij toestaat, iets wat een beetje buiten de orde is.Als je als oudere je auto niet meer kan gebruiken, aangewezen bent op hetopenbaar vervoer en in Utrecht woont, dan heb je het niet best. Daar ziteen gedeputeerde van de VVD die nog wel wat hulp kan gebruiken. Dusals de Minister zijn talenten kan aanwenden, dan houd ik mij aanbevolen.Het zou mij ook schelen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik kan veel delen van de inbreng van mevrouw Van Brenk. Ik heb eenvraag aan haar over iets waar ik zelf ook wel over dub. Dat gaat over dehelmplicht die er in 2027 komt voor jongeren onder de 18. Moeten wetoch ook niet kijken hoe we ouderen zo veel mogelijk kunnen stimulerenom ook die helm op te zetten? En ik deel de inbreng van mevrouw VanBrenk helemaal, die vanuit 50PLUS schetst hoe belangrijk het voor devitaliteit van heel veel ouderen is dat zij op de fiets stappen. Tegelijkertijdzien we dat juist heel vaak de ouderen in een situatie terechtkomenwaarbij sprake is van hoofdletsel. Ik was benieuwd – het is niet zozeer destellingname, maar vooral een vraag – of mevrouw Van Brenk inmiddelsvoor een helmplicht is voor bijvoorbeeld 65-plussers of niet en waarom.Progressief Nederland twijfelt daar ook over. Het is best een lastigediscussie en ik ben benieuwd hoe 50PLUS daarover denkt.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Wij zijn inderdaad voor een helmplicht bij de e-bikes en alles wat snellergaat. Ik zie dat steeds meer ouderen dat gelukkig ook doen. We wetennamelijk – we hebben hier traumachirurgen gehad die daarop aange-drongen hebben – wat de gevolgen zijn van het vallen en dan met nameTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125212 bij ouderen. Het gaat over heupletsel maar vooral over hersenletsel als jevalt, dus dat is behoorlijk heftig. Dus ja, wij zijn zeker voorstander. Wijkunnen ons daar echt wel in vinden.De voorzitter:Meneer Van Duijvenvoorde, uw laatste interruptie.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik hoorde iets interessants van mevrouw Van Brink, namelijk dat ouderenal vaker een helm dragen. De ontwikkeling is dus al gaande. Waarom zoumevrouw Van Brink dan voor een plicht zijn als het zichzelf al aan hetorganiseren is? Waarom moet de Staat daar dan invloed op uitoefenen?De voorzitter:Mevrouw Van Brénk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Inderdaad, het is een «e» in plaats van een «i». Maar ja, u ziet mij veel teweinig hier, dus ik begrijp het volkomen.Wij zien inderdaad dat zij het steeds meer gaan gebruiken, maar wijzouden het eigenlijk nog meer willen stimuleren, omdat we zien dat dezorgkosten oplopen. Daar heeft iedereen ook veel commentaar op. Datsnap ik, we zijn ook met meerderen. Ik weet niet of de collega weleens inUtrecht geweest is en de files op de fietspaden in Utrecht kent. Dat is nietkinderachtig. Dus wij zouden dat zeer willen stimuleren, maar als we ziendat het onvoldoende is en dat er dus een grotere belasting is op zieken-huizen en dergelijke, dan staan wij niet afwijzend tegenover een plicht.De voorzitter:Goed. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Bikkers.De heer Bikkers (VVD):Dank u wel, voorzitter. Toen ik gisteren dit debat aan het voorbereidenwas, zat ik mij rot te ergeren aan onnodig getoeter van een fatbike die bijmijn huis over de stoep heen reed. Te veel jonge gasten rijden gevaarlijkhard, zonder enig besef welk risico zij voor zichzelf en hun omgevingveroorzaken. De problemen met fatbikes zijn duidelijk. Er zijn meerongelukken, overlast en veel opgevoerde voertuigen, en daar moet gerichtop ingegrepen worden. Ik ben ook blij dat de Minister dit onderwerp directna zijn aantreden beet heeft gepakt.Er ligt een breed pakket aan maatregelen, waar ik er enkele uit zou willenhalen. Het kabinet kiest voor een helmplicht voor jongeren op elektrischefietsen. De VVD staat open voor maatregelen die bijdragen aan veiligheid,maar wil wel goed begrijpen hoe deze keuze zich verhoudt tot hetprobleem. Daarom de vraag aan de Minister: hoe onderbouwt hij de keuzevoor een brede helmplicht in relatie tot het specifieke probleem rondomde fatbike? Hoe verhoudt dit zich tot de afspraken om te komen tot eenaparte voertuigcategorie? En hoe wordt geborgd dat deze maatregel ookecht bijdraagt aan minder ongelukken?Minstens zo belangrijk, voorzitter, is de handhaving. Opgevoerde fatbikesrijden overal rond en zijn ondanks de vele technische snufjes best goed teherkennen. Als iemand zijn benen niet beweegt en toch hard gaat, dantrek je hem, wat mij betreft, zo snel mogelijk naar de kant.De voorzitter:Een moment. Ik zie een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):De eerste zin van de heer Bikkers zijn bijdrage leidt natuurlijk wel tot devraag: is de irritatie van de heer Bikkers een goede basis voor beleid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125213 Maar oké, dat terzijde. Mijn vraag is als volgt. Je kunt je wel ergeren aande fatbike en zeggen dat de maatregelen daarop moeten toezien.Vervolgens begint de heer Bikkers over handhaafbaarheid en dat datallemaal best wel te doen is. Maar ambtelijk zijn ze hier al een paar jaar opaan het puzzelen en komt men iedere keer tot de conclusie: als je defatbike wil aanpakken, moet je ook de skinnybike aanpakken en moet jeeigenlijk voor alle elektrische fietsen maatregelen treffen. Hoe ziet de heerBikkers dat?De heer Bikkers (VVD):Het gaat niet zo zeer om mijn irritatie, maar om het feit dat ik die irritatiehad bij het voorbereiden van dit debat en dat graag met u wilde delen.Misschien zien we ook wel breder in de samenleving dat die irritatiegedeeld wordt. Ik hoor dat in ieder geval wel om me heen en dan is het,denk ik, goed om dat ook in dit debat naar voren te brengen.Als het gaat om de handhaafbaarheid denk ik dat er een heleboel dingenal kunnen. Zoals ik al zei, op het moment dat je als motoragent langs eenfatbike rijdt waarbij de bestuurder zijn benen niet beweegt maar welvooruitgaat, dan is een ding heel duidelijk: dit is geen fatbike zoals dezeooit verkocht is. Dus wat mij betreft kunnen we daar beter op handhaven.Zo zijn er nog wel een aantal van dat soort elementen die, in mijn ogen,naast het plan van de Minister, veel sneller aangepakt kunnen worden.Tegelijkertijd zie ik dat de Minister ervoor kiest om een aantal goede,gedegen onderzoeken uit te voeren en die na de zomer onze kant op testuren om ervoor te zorgen dat we op dat moment ook beleidskeuzeskunnen maken. Ik zie ook dat hij parallel daaraan werkt aan een apartevoertuigcategorie en aan de leeftijd voor de helmplicht. Ik zie een pakketwaar we, denk ik, best tevreden mee kunnen zijn binnen de ruimtes die wehebben met elkaar en waarmee we er uiteindelijk voor kunnen zorgen dathet gewoon een stuk veiliger wordt op de weg.De heer Grinwis (ChristenUnie):Een korte vervolgvraag. Ik snap natuurlijk allemaal wat de heer Bikkerszegt. Maar als je eindeloos moet studeren op een specifieke helmplichtalleen voor fatbikes, voor bestuurders jonger dan 18 jaar, terwijl jemisschien morgen al een helmplicht zou kunnen invoeren voor alleelektrische fietsen voor bestuurders jonger dan 18 jaar... Dan is hetnamelijk ook snel afgelopen met de populariteit van de fatbike. We wetendat het niet echt cool is om als 14-jarige met een helm op een fatbike tezitten.De heer Bikkers (VVD):Het is fijn dat u het antwoord op de vraag die ik aan de Minister stelde alprobeert te geven. Ik ben benieuwd of de Minister dat ook zo ziet.Tegelijkertijd zie je dat de populariteit van de e-bike dan ook zal afnemen.De vraag is dan wel of die 16- of 17-jarige die net wat verder van demiddelbare school af woont, dan nog op de e-bike stapt of toch de busterug ingaat. Dat moeten we, volgens mij, voorkomen, want ik denk dathet goed is dat mensen blijven bewegen en, zeker op die leeftijd, zo veelmogelijk op de fiets gaan zitten. Ik ben dus gewoon benieuwd naar hoe deMinister die afweging gemaakt heeft. Het plan is nu namelijk om eenalgehele helmplicht voor 18-minners in te voeren. Ik vraag de Minister omdaarop te reflecteren.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Bikkers (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125214 Ik noemde de opgevoerde fatbikes. Ik vraag de Minister of we daar opkorte termijn meer inzet op kunnen zien. Wanneer gaan de mensen dat opstraat ook terugzien?Voorzitter. Het plan lag er snel. Wat de VVD betreft gaan we met diezelfdesnelheid ook aan de slag om concrete maatregelen te krijgen. De Ministerverwacht namelijk na de zomer de uitkomst van de onderzoeken. Op basisdaarvan gaan we beleidskeuzes maken. In september volgend jaarverwacht de Minister de helmplicht in te voeren. In januari 2028 komt deinvoering van het volledige LEV-kader. Een wetswijziging voor deminimale leeftijd duurt vanaf nu ook nog een tijdje. Ik snap dat dingensoms lang duren, maar ik zou de Minister vooral willen aanmoedigen omhier snelheid in te maken.Voorzitter. Dan ga ik naar de inrichting. De ernstigste ongelukkengebeuren in het onderliggend wegennet. Daar moet dus de prioriteitliggen. We zien nog te vaak onduidelijke kruispunten en onoverzichtelijkesituaties, en dat verhoogt de risico’s. Voor de VVD is het simpel: infra-structuur moet logisch en veilig zijn. De middelen die het kabinet heeftuitgetrokken voor lokale ingrepen zijn inmiddels verdeeld onder degemeentes en de uitvoering wordt ter hand genomen. Ik wil de Ministervragen op welke manier hij monitort of de subsidies voor het onder-liggend wegennet, waarvoor gemeentes de wegbeheerder zijn, ook echtingezet worden op de meest effectieve maatregelen en of we niet zomaar,zoals net al besproken in het interruptiedebatje met de heer Van Leijen, 30kilometerborden neerzetten, maar ook echt nadenken over de wegin-richting en het echt veiliger maken.Voorzitter. Verkeersveiligheid vraagt om een structurele aanpak en niet omlosse maatregelen. Ik vraag de Minister dan ook hoe hij ervoor zorgt datverkeersveiligheid een blijvende prioriteit is en niet afhankelijk is vantijdelijke impulsen vanuit Den Haag.Ten slotte, voorzitter. Voertuigen worden steeds slimmer. Moderne auto’szijn al lang niet meer alleen mechanische vervoersmiddelen, maar zittenvol met rijhulpsystemen, automatisch remmen en rijstrookassistentiesys-temen die ingrijpen als de bestuurder fouten maakt. We staan aan hetbegin van een volgende stap: geautomatiseerd rijden en steeds verder-gaande voertuigcommunicatie, waarbij voertuigen deels zelf beslissingennemen of met elkaar en met de infrastructuur verbonden zijn.Dat kan de verkeersveiligheid verbeteren, omdat systemen kunnen helpenom menselijke fouten te voorkomen. Tegelijkertijd verandert het funda-menteel hoe we kijken naar verantwoordelijkheid en veiligheid. Want alssystemen steeds meer overnemen, moeten we zeker weten dat zebetrouwbaar zijn, dat ze goed worden gecontroleerd en dat ze nietkwetsbaar zijn voor storingen, misbruik et cetera. Mijn vraag aan deMinister is: hoe zorgt hij dat de wet- en regelgeving deze ontwikkelingen,die vrij snel zijn, ook bijhoudt?Tot zover. Dank u wel.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank aan de heer Bikkers voor zijn bijdrage. Ik heb nog een vraag over de30 kilometerzones. Dat is iets waar heel veel gemeenten erg enthousiastover zijn. Een motie van mevrouw Kröger en meneer Stoffer heeft daareerder toe geleid. De heer Bikkers schetst dat er voor die weginrichtingengeld nodig is. Er is nu een tranche richting gemeenten gegaan, maar het iseigenlijk nog steeds te weinig. Pleit de heer Bikkers dan ook voor nogmeer geld voor de weginrichting naar 30 kilometer per uur, om zo onzewegen veiliger te maken?De heer Bikkers (VVD):Ik pleit ervoor dat we de goede dingen doen. Ik zie dat er in gemeentesenerzijds zomaar 30 kilometerborden neergezet worden en anderzijds dater wegen zijn waar 50 kilometer per uur gereden wordt, waar losliggendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125215 fietspaden liggen die relatief veilig zijn, maar waar met deze middelen defietser weer teruggebracht wordt op de rijbaan om deze vervolgens af tewaarderen naar 30. Volgens mij gaan we een verkeerde kant op als je duszegt: het is een redelijk veilige weg en de fietser heeft een eigen fietspadnaast de rijbaan van de auto, maar die brengen we terug als remmendmiddel voor de auto en op die manier waarderen we de rijbaan af naar 30.Volgens mij zijn we dan de verkeerde dingen aan het doen. Daarom vraagik de Minister om écht te kijken naar effectieve maatregelen die deverkeersveiligheid vergroten in plaats van dit soort bewegingen testimuleren.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Nu zoomt de heer Bikkers in op een aantal voorbeelden waarvan hij zietdat het dan misschien niet goed gedaan wordt, maar in algemene zin kunje zeggen dat als er door gemeentes aanpassingen worden gedaan in deweginrichting naar 30 kilometer per uur, dat leidt tot meer veiligheid.Volgens mij willen we dat allemaal. Ik zit een beetje met het volgende. Alswe daadwerkelijk vinden dat er rijksfinanciering nodig is richtinggemeenten en sowieso voor onze infrastructuur... We hebben vanmevrouw Van Nieuwenhuizen tot de heer Harbers en nu de heerKarremans, telkens VVD-ministers, horen zeggen «wij willen nul verkeers-doden», zonder vervolgens de financiering uit te trekken om onze wegenveiliger te maken. Mijn vraag aan de heer Bikkers is dus: hoe menens is deVVD nu? Gaat hij met zijn vuist op tafel slaan voor meer middelen uit deIenW-begroting om daadwerkelijk onze wegen veiliger te maken?De heer Bikkers (VVD):Volgens mij heb ik duidelijk aangegeven dat het geld dat er nu is, beter enslimmer uitgegeven moet worden. Tegelijkertijd zie ik ook dat ergemeentes zijn die dit soort maatregelen misschien wel willen treffenmaar niet eens kunnen vanwege de menskracht. We kunnen gemeenteswel vragen om hier zo veel mogelijk mee aan de slag te gaan... Ik ben ookwel benieuwd naar de reflectie van de Minister op hoe op dit moment demiddelen uitgegeven worden. Mijn ervaring uit de gemeentelijke wereld isnamelijk dat gemeentes heel graag het geld willen uitgeven, maar dat ergeen verkeerskundige is die een tekening kan maken waarmee hetuiteindelijk ook kan worden uitgevoerd. Ik zie de heer De Hoop knikken. Ofnee, schudden, excuus. Ik zie hem schudden.Tot anderhalf jaar geleden was ik zelf wethouder Mobiliteit in eenmiddelgrote gemeente in Zuid-Holland. Er was in geen enkele gemeenteom mij heen een verkeerskundige te vinden die de tekeningen kon makenen dus kon het niet tot de uitvoering komen. Ik ben dus wel benieuwdnaar de reflectie van de voormalig wethouder uit Rotterdam, die datprobleem ook had, die nu Minister is. Daar hadden ze het natuurlijkallemaal goed voor elkaar. Ik ben benieuwd of het geld dat we met elkaaruitgetrokken hebben ook uitgegeven wordt op dit moment.De voorzitter:Ik zie geen verdere interrupties, dus dan geef ik graag het woord aan deheer Heutink.De heer Heutink (Groep Markuszower):Voorzitter. Daar zit ie: de eerste Minister die het wél durft om de heksen-jacht tegen de fatbike te openen. Daarvoor onze complimenten. Onlangswerd Enschede de eerste gemeente van Nederland die fatbikes uit hetcentrum weert. Dat is een moedig en goed besluit geweest. Het is goeddat de aanval op de verschrikkelijke fatbiketerreur dan nu eindelijk isgeopend. Sterker nog, Enschede en ook Amsterdam gingen destijds integen de oude lijn van de vorige Minister. Tijdenlang hoorden wij: het kanniet. En wat blijkt nu? Het kan toch wel. Enschede toont het aan. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125216 inrijverbod voor de fatbike werkt daar ontzettend goed. De overlast is flinkgedaald.Maar laten we wel reëel zijn. We weten allemaal dat niet per se de fatbikehet probleem is. Het zijn de mensen die erop zitten en ervoor kiezen omzich niet te gedragen. Dat is natuurlijk het echte probleem. Maar omdat zijmassaal kiezen om overlast te plegen op die specifieke fiets, is hetverstandig om te zorgen dat we deze fiets zo onaantrekkelijk mogelijkmaken. Normaal gesproken zitten we hier om dingen aantrekkelijker temaken. De Minister heeft de eervolle taak om iets zo onaantrekkelijkmogelijk te maken. Daarom vindt onze fractie het positief dat de Ministerinmiddels wel de ruimte en de mogelijkheden ziet om maatregelen tegende fatbike te nemen.De aparte categorisering van fatbikes is dan ook de noodzakelijke stapwaar wij al jaren om vragen en die zullen we dan ook steunen. Maar ikdoe toch een oproep aan de Minister. U heeft straks die aparte voertuigen-categorie voor fatbikes en dan kunnen we dus specifieke maatregelennemen tegen de fatbike. Waarom moeten we dan in hemelsnaam ook aldie andere e-bikes gaan belasten en onaantrekkelijker maken? Daarmeegaat de Minister, wat ons betreft, echt te ver in wat noodzakelijk is om hetprobleem dat we hebben met die verschrikkelijke fatbikes op te lossen.Voorzitter. Dan een ander megagroot probleem: rijden onder invloed.Vorige week bereikte ons het nieuws dat een bekende Nederlander enoud-acteur uit GTST opnieuw betrokken geraakt zou zijn bij het geval vanrijden onder invloed. Dat was inmiddels al voor de vierde keer. Drie keerdaarvan was in 2024. Laat dat even inzinken. Drie keer is hij betrapt metharddrugs in het systeem terwijl hij achter het stuur zat. Het ging ook nietom zomaar wat middelen. Justitie stelde vast dat er sprake zou zijngeweest van GHB, speed en crystal meth. Het zijn middelen die weüberhaupt niet willen zien, maar al helemaal niet in het verkeer. Laat staandat je achter het stuur stapt en ermee gaat rijden.De straf voor het rijden met GHB in het systeem – dat was de laatste keer– leverde slechts een boete op van € 800. Ik kan niet anders dan denken:wat als zo’n persoon een kind aanrijdt? Wat als hij een onschuldigeNederlander invalide maakt of zelfs doodrijdt? Dat is simpelweg onver-teerbaar.Deze casus staat niet op zichzelf. Het afgelopen jaar werden bijna 50.000gevallen van rijden onder invloed geregistreerd door de politie. Dat is eentoename van 12% ten opzichte van het jaar ervoor. Dat is een gigantischetoename. In tien jaar tijd is dit cijfer verdubbeld. Als deze lijn doorzet,zitten we in 2035 op 100.000 van dit soort gevallen. Dat moeten we nietwillen. Dan is werkelijk iedereen vogelvrij in het verkeer.Nu al vallen er jaarlijks tussen de 75 en 140 doden door alcohol achter hetstuur. Het opmerkelijke is dat de Wegenverkeerswet op grond van artikel 8maar maximaal een jaar gevangenisstraf uitschrijft voor het rijden metGHB, crystal meth of speed. Voor de vergelijking: een potje bumperklevenkan je op grond van opzettelijk gevaarlijk rijgedrag, artikel 5a, maximaaltwee jaar gevangenisstraf opleveren. Dat betekent dus... We kunnen hetallebei niet aanraden, maar je kunt dus beter met crystal meth op achterhet stuur gaan zitten dan een beetje haast hebben op de weg en bumper-kleven, want dat eerste levert duidelijk minder op. Hoe zit dit, vraag ik aande Minister. Ik wil hier graag een antwoord op. Ik wil weten of dit nog welproportioneel is.Voorzitter. Ik wil ook dat de Minister gaat kijken naar zwaardere sancties.We moeten met elkaar een stevige aanpak van veelplegers gaan maken.We moeten voorkomen dat iemand keer op keer met harddrugs op achterhet stuur kan kruipen en het telkens met een taakstrafje of een paarhonderd euro boete... We moeten ervoor zorgen dat ze er niet meewegkomen. We moeten zwaarder straffen, voorzitter.Ik begreep dat er een interruptie is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125217 De voorzitter:Ja, en u bent aan het einde van uw spreektijd. Er is een interruptie vanmevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Dan kan ik de spreektijd nog wat verruimen, dat scheelt misschien. Ik wasbenieuwd naar wat wel een juiste proportionele straf zou zijn, wat GroepMarkuszower betreft.De heer Heutink (Groep Markuszower):Laten we wel stellen: op het moment dat je voor de vierde keer gepaktwordt met drugs achter het stuur, en niet zomaar drugs, ik heb ze netgenoemd, en je wegkomt met een boete van € 800 terwijl in het wetboekstaat dat de maximumstraf een jaar gevangenisstraf is, dan moeten wedus in ieder geval zwaarder straffen, conform de lijn die wij met elkaarhier hebben vastgesteld. Ten tweede vind ik het op z’n minst logisch datwe gaan kijken naar de strafmaat ten opzichte van andere delicten.Het kan toch niet zo zijn dat bumperkleven zwaarder wordt bestraft danhet met drugs achter het stuur zitten, waarmee je de kans creëert dat jeiemand doodrijdt? Wat ons betreft moet die straf ten minste gelijk wordengesteld aan bumperkleven, maar liever gaat de Minister nog veel verderdan dat en zet hij veel zwaardere sancties in. Ik wil daar geen termijn aankoppelen, dat laat ik echt aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Diekan het beste beoordelen welke strafmaat daarvoor het beste past. Hetenige wat wij vragen aan de Minister is: ga die mensen veel zwaarderstraffen. Dat is namelijk nodig om die mensen uit het verkeer te houden.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Wat dat betreft: het is volkomen terecht. Er moet inderdaad zwaardergestraft worden. Alleen, zodra we praten over gevangenisstraf... Diehebben we schijnbaar niet leegstaan hè; we hebben er zo weinig ruimtevoor. Ziet Groep Markuszower daar dus nog wat oplossingen voor?De heer Heutink (Groep Markuszower):Als we nu daadwerkelijk in een situatie terechtkomen waarin we maarlager gaan straffen omdat de gevangenissen te vol zitten, dan hebben weeen levensgroot probleem. We zien dat gevangenen eerder wordenvrijgelaten, en dat gebeurt inderdaad omdat de gevangenissen vol zitten.Dat is een levensgroot probleem. Daarom zeggen we ook, en een motievan onze hand daarover is ook aangenomen, dat er meer meerper-soonscellen moeten worden gerealiseerd. Dat is een oplossing die gaatbijdragen aan het tekort aan gevangenisplekken. Dat ontslaat ons echterniet van de taak om gezamenlijk te kijken naar zwaardere straffen enhardere sancties en om daadwerkelijk te zorgen dat die straffen wordenopgelegd.Het alcoholslot dat net in deze commissie is besproken, duurt onsallemaal veel te lang. Wat ons betreft kan het alcoholslot zo snel mogelijkworden ingevoerd. Daarom vond ik de opmerking van meneer De Hoopook een hele intelligente – ik zeg het niet vaak, maar ik ga het nu tochzeggen – omdat je het dan niet ziet als een sanctie maar juist alshulpmiddel. Dat kan een mooie workaround zijn om het niet als eendubbele strafmaat te zien maar om het toch wel te kunnen invoeren.Uiteindelijk gaat ook dat bijdragen aan veiligere wegen.De voorzitter:U bent door uw tijd.De heer Heutink (Groep Markuszower):Helemaal?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125218 De voorzitter:Zeker. U heeft nog drie seconden.De heer Heutink (Groep Markuszower):Drie?De voorzitter:Zeker.De heer Heutink (Groep Markuszower):Als ik nog drie seconden heb, dan wens ik de Minister heel veel succesmet zijn heksenjacht.De voorzitter:Goed. De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Van heksenjacht naar... SWOV, het instituut voorwetenschappelijk onderzoek naar verkeersveiligheid, is duidelijk: deverkeersveiligheid is terug bij af. In 2025, het is al gememoreerd, kwamen759 mensen om in het verkeer. Het aantal verkeersdoden ligt inmiddelsweer op een niveau dat vergelijkbaar is met dat van rond 2008, waarmeewe in feite dus terug bij af zijn. Verdrietig en zorgwekkend.Nietsdoen is geen optie, zegt de Minister als het gaat om beleid voorfatbikes. Daar ben ik het helemaal mee eens, zeg ik u. Hetzelfde geldtnatuurlijk voor de verkeersveiligheid in het algemeen. Wat gaan we dandoen om het tij te keren? De prognoses zijn namelijk niet goed. Zonderaanvullend beleid verwacht SWOV een stijging van verkeersslachtoffers.Verkeersveiligheid blijft een belangrijk vraagstuk voor de komende jaren.Het CDA vraagt vandaag aandacht voor drie maatregelen: blijf investerenin het onderliggend weggennet, zorg dat kennis en data niet tussen wal enschip vallen en blijf inzetten op handhaving.Voorzitter. De middelen uit de investeringsimpuls van het Strategisch PlanVerkeersveiligheid zijn grotendeels uitgegeven. Deze tijdelijke investe-ringsimpuls heeft veel in beweging gezet. Tegelijk verdwijnt de behoefteaan maatregelen niet wanneer een tijdelijke regeling afloopt. Gemeentenen provincies kennen vaak precies de plekken waar het risico het grootstis. De vraag is dus hoe we voorkomen dat opgebouwde plannen,capaciteit en samenwerking weer wegzakken. Ik wil het debat vandaagniet versmallen tot de vraag of er ergens een nieuw potje kan wordengevonden. Juist als niet alles tegelijk kan, moeten we scherper kiezen voormaatregelen die aantoonbaar bijdragen aan minder slachtoffers. Wemoeten beter kijken hoe verkeersveiligheid kan meelopen metonderhoud...De voorzitter:U moet even een punt zetten, want er is een interruptie.De heer Jumelet (CDA):Ik ga bijna een punt zetten. Ik maak de regel af en dan weet u ook wat ikverder ga zeggen.De voorzitter:Ik probeerde u al een tijdje te waarschuwen.De heer Jumelet (CDA):O, dat had ik niet in de gaten. We moeten beter kijken hoe verkeersvei-ligheid kan meelopen met onderhoud, vervangen en herinrichting, metdingen die toch al moeten gebeuren. Het gaat dus over de samenloop vande dingen, werk met werk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125219 De voorzitter:De heer Grinwis. Die had helemaal aan het begin van het betoog meteenal een interruptie.De heer Grinwis (ChristenUnie):De heer Jumelet begon met het aanhalen van SWOV. Bij de drie puntendie hij vervolgens noemde, zei hij niet dat de bezuinigingen op SWOV,Veilig Verkeer Nederland en TeamAlert moeten worden teruggedraaid.Maar gehoord zijn eerste punt, en het vuur waarmee de heer Jumelet datbracht, neem ik aan dat hij ook vindt dat de bezuinigingen op dieinstanties moeten worden teruggedraaid en dat het niet netjes is om, ineen tijd dat de verkeersveiligheid achteruit kachelt, te bezuinigen op deorganisaties die juist zorgen voor verkeersveiligheid en ons dat onder deneus wrijven.De heer Jumelet (CDA):Alle goede dingen komen in drieën. Laat dat nou het tweede punt zijn datik wilde aanraken: zorg dat kennis en data niet tussen wal en schip vallen.Als u mij dat toestaat, kom ik daar nog even op terug in mijn betoog.Voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de Minister over het eerste punt. Hoekijkt de Minister naar het aflopen van het SPV en wat zijn volgens hem degrootste uitvoeringsrisico’s als tijdelijke middelen op zijn? Gaat het danvooral om projecten die niet doorgaan, om vertraging, om gebrek aancofinanciering of om verlies van uitvoeringscapaciteit bij medeover-heden? Is de Minister bereid om op korte termijn in gesprek te gaan metgemeenten en provincies over het vervolg van het SPV?Voorzitter. Mijn tweede punt gaat over kennis, data en preventie. Daarkomt het, meneer Grinwis. Verkeersveiligheidsbeleid vraagt erom dat weinformatie krijgen over waar het misgaat, welke groepen kwetsbaar zijn enwelke maatregelen echt effect hebben. Daarom moeten we wat onsbetreft terughoudend zijn met bezuinigingen op kennisinstellingen voorverkeersveiligheid. Het gaat me daarbij niet om het heilig verklaren vaniedere organisatie of iedere subsidieregeling. Het gaat om het doel. Vooreffectief verkeersveiligheidsbeleid maken en monitoren zijn kennis en dataessentieel: ambulancegegevens en ziekenhuisgegevens, jongerenpre-ventie, gedragskennis, onafhankelijk onderzoek, monitoring van wat werkten wat niet werkt. Ik vraag dan ook aan de Minister of hij kan aangevenwelke landelijke kennis en data hij noodzakelijk vindt voor goed verkeers-veiligheidsbeleid. Nu we terug bij af lijken, vraag ik hoe de Ministeraankijkt tegen bezuinigingen bij – ik maak het rijtje dan maar even af,meneer Grinwis – VeiligheidNL, TeamAlert, Veilig Verkeer Nederland ofSWOV. Welke risico’s ziet hij daarbij?Voorzitter. Mijn derde punt is handhaving. Gedragsverandering vraagt eenduidelijke norm, maar die norm moet ook zichtbaar worden gehandhaafd.Dat geldt voor snelheid op gevaarlijke plekken, alcohol- en drugsgebruikin het verkeer en afleiding door telefoons. Wat het CDA betreft moet depakkans omhoog. Daar heb ik eerder ook aandacht voor gevraagd. Sinds2008 zijn staandehoudingen in het verkeer gedaald met 60%, terwijlalcohol- en drugsgebruik en afleiding door de telefoon juist toenemen. Ikvraag aan de Minister van JenV wanneer de Kamer de uitkomsten van dewerkgroep intensivering verkeershandhaving ontvangt. Er worden op ditmoment, begrijp ik, dertien kansrijke maatregelen uitgewerkt om deverkeersveiligheid te versterken. We zijn natuurlijk benieuwd naar deconcrete resultaten.Dan nog de rol van de gemeente. Gemeenten zien dagelijks waar hetmisgaat. Tegelijkertijd moet helder blijven welke handhaving bij de politiehoort en wat verantwoord bij gemeentelijke boa’s kan worden belegd.Kan de Minister van JenV samen met de Minister van IenW uitwerkenwelke afgebakende rol gemeentelijke boa’s kunnen spelen bij lokaleverkeersveiligheid en waar de grens daarvan ligt? Gemeenten vinden hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125220 in ieder geval noodzakelijk dat gemeentelijke boa’s meer bevoegdhedenkrijgen op het gebied van verkeershandhaving.Tot slot. Ik rond af. Vandaag is het Fiets naar je Werk Dag. Ik hoorde dateen van de collega’s ook net zeggen. Ik heb het ook gedaan. Het istrouwens een hele opgave om door Den Haag veilig hier te komen. Het isgoed dat daar aandacht voor is. Ik vraag vandaag ook graag extraaandacht voor verkeersveiligheid voor fietsers. Dat gaat over gedrag enhet gaat over inrichting. Ook hier geldt dat wat het CDA betreft niets doengeen optie is.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen verdere vragen, dus dan geef ik graag het woordaan de heer Prickaertz.De heer Prickaertz (PVV):Dank, voorzitter. Deze Minister is van plan de overlast die fatbikebe-stuurders veroorzaken aan te pakken. Hulde. Maar de Minister wil datdoen door middel van een aparte voertuigcategorie. Hoe realistisch is dateigenlijk? We hebben inmiddels gezien hoe snel de markt zich aanpast. Oplocaties waar fatbikes verboden zijn, worden ter controle de bandenopgemeten. In reactie daarop laten fatbike-eigenaren dunnere bandenplaatsen. Vervolgens is het in feite geen fatbike meer. Ook voormaligMinister Madlener heeft al eerder geconcludeerd dat het juridischonhaalbaar is om voor de fatbike een aparte voertuigcategorie in tevoeren. Waarom is dit nu wel mogelijk? Mijn vraag is wat er sindsdienveranderd is. Waarom kiest deze Minister niet gewoon voor algemeneregels voor e-bikes? Laten we eerlijk zijn: is de fatbike zelf het probleem ofgaat het om het tuig erop dat zich keer op keer misdraagt? De vraag stel iknadrukkelijk ook aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Er wordtgedaan alsof de fiets de oorzaak is van asociaal gedrag, maar die fietsdoet dat natuurlijk niet. Het zijn de mensen op de fatbikes die zichmisdragen. Deze groep lijkt overal mee weg te komen. Waarom niet veelcentraler stellen dat dit soort figuren gewoon keihard aangepakt moetenworden?De voorzitter:Meneer Prickaertz, er is een interruptie.De heer Bikkers (VVD):Ik ben enigszins in verwarring. Het was de vorige Minister, van PVV-huize,die zei dat we van fatbikes geen aparte categorie kunnen maken. Het wasde fractie van de PVV die toen snoeihard tegen de eigen Minister ingingen zei: we willen het wel en je regelt het maar. Nu zit hier een Minister dieer een aparte categorie van wil maken. Nu zegt de PVV: ja, moeilijk, lastig,kan het allemaal?; ik heb er twijfels bij. Kan de heer Prickaertz datuitleggen?De heer Prickaertz (PVV):Dat kan ik. Minister Madlener gaf het probleem al aan: Een apartecategorie voertuig is juridisch niet mogelijk. De Minister geeft aan dat hijeen voertuigcategorie wil maken, maar er wordt nergens aangegeven opwelke wijze. Binnen de fractie zijn we tot elkaar gekomen en hebben wijmoeten concluderen dat dat vrijwel een onmogelijke opgave is. In mijnbetoog kom ik zo met een veel simpeler voorstel.De heer Bikkers (VVD):Helder. Voor mij is helder dat de PVV in eerste instantie de eigen Ministeronder vuur nam en zei dat het wel kon. Inmiddels is de draai gemaakt. ErTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125221 zit hier een andere Minister die zegt dat het wel kan en nu zegt de PVV dathet niet kan. Helder.De heer Prickaertz (PVV):Dat is heel makkelijk geconcludeerd, maar dat is absoluut niet het geval.Het kan ook weleens zijn dat je op een gegeven moment, op basis vaninformatie die je verkrijgt, je standpunt verandert. Vandaar. Kan ikvervolgen?De voorzitter:De heer Van Leijen heeft een interruptie.De heer Van Leijen (D66):Ik was dan toch nog wel benieuwd welke nieuwe informatie de fractieheeft gekregen waardoor het standpunt veranderd is.De heer Prickaertz (PVV):Dat is de informatie waar collega Heutink het al even over had. InAmsterdam en Enschede hebben ze een verbod op fatbikes ingevoerd.Dat is ontzettend leuk, maar wat blijkt? In Amsterdam staan ze letterlijk bijde ingang van het Vondelpark de banden op te meten. Vervolgens laten deeigenaren van fatbikes er door een fietsenmaker smallere banden opzetten en stellen ze dat het geen fatbike meer is. Dan komen ze hetVondelpark weer in. Het probleem is heel simpel. Je hebt ook mountain-bikes met een elektrisch aanvoersysteem die ook brede banden hebbenen ook een zwaar frame hebben. Er is bijna geen onderscheid te maken.We hebben gezien dat de eerste verboden op fatbikes eigenlijk nietfunctioneren, omdat de fatbike eenvoudigweg aangepast kan worden.Vandaar.De voorzitter:De heer Prickaertz vervolgt zijn betoog.De heer Prickaertz (PVV):Voorzitter. Aparte regels voor fatbikes zijn wat ons betreft dan ookeigenlijk niet uitvoerbaar. Over algemene maatregelen voor e-bikesdenken wij wel graag mee, bijvoorbeeld een minimale leeftijd van 14 jaarvoor het besturen van een e-bike in het algemeen en een helmplicht tot 18jaar. Ten eerste denken wij dat jonge kinderen tot 14 jaar prima kunnenfietsen zonder elektrische ondersteuning. Dat is goed voor de gezondheiden het tegengaan van overgewicht bij de jeugd. Is de Minister bereid ditplan verder uit te werken en hoe staat hij tegenover dit voorstel?Dan wil ik graag aandacht vragen voor het feit dat automobilisten wordenoverspoeld met controles op de snelwegen. Waarom ligt de focus juistdaar, terwijl de ernstigste en dodelijkste ongelukken plaatsvinden op 50 en80 kilometerwegen? Het lijkt er sterk op dat overmatig controleren op desnelweg vooral gebeurt ten gunste van de staatskas gezien het feit dat depakkans op snelwegen vele malen hoger ligt dan in de bebouwde kom ende provinciale wegen. Bovendien zien wij helemaal niet dat harder rijdenop de snelweg automatisch leidt tot meer ongelukken. Waarom maakt deMinister van IenW het dan niet mogelijk om op alle snelwegen gewoonweer 130 kilometer per uur toe te staan? Wat de PVV betreft liever 140,maar oké. Zeker nu steeds meer auto’s elektrisch of hybride zijn, vervaltook het stikstofargument steeds verder. Daar komt bij dat in vrijwel alleandere Europese landen op snelwegen harder mag worden gereden danin Nederland.Alsof dat nog niet genoeg is, zien we ook op bepaalde wegen ’s avondsom 23.00 uur de verlichting uitgaan, zoals in mijn woonplaats Dordrechtop de N3. De reden is het milieu. Als ik ’s avonds wat later naar huis rij opde A16 en bij Dordrecht de N3 opdraai, waar ook gewoon 100 kilometerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125222 per uur is toegestaan, rijd ik letterlijk een enorm zwart gat in. Het gaat hierom verkeersveiligheid, maar kennelijk is deze in bepaalde gevallenondergeschikt aan milieu. Dit is compleet doorgeslagen, terwijl er juist alvanaf 2019 wordt ingezet op meer verlichting op snelwegen, watnatuurlijk een uitstekende zaak is.Tot slot het onderwerp alcohol en drugs.De voorzitter:Eén moment. De heer Van Leijen heeft een interruptie.De heer Van Leijen (D66):Ik hoor de heer Prickaertz zeggen dat er te veel wordt geflitst opsnelwegen en dat de ongelukken vooral gebeuren op de N-wegen enbinnen de bebouwde kom. Ik denk dat hij wat betreft de N-wegen en debebouwde kom een goed punt aanstipt. Vindt hij dan ook dat daar meergeflitst zou moeten worden? Is hij dan ook voor meer handhaving binnende bebouwde kom?De heer Prickaertz (PVV):Ja, daar ben ik absoluut voor. Zeer zeker. Meer concentratie ophandhaving en controle in de bebouwde kom en op 80 kilometerwegen,zeker gezien het feit dat daar de meeste doden vallen. Uit de onlangsgepresenteerde cijfers van vorig jaar blijkt dat het aantal verkeersdodenop de snelweg ongeveer 2% bedraagt. De overgrote meerderheid valt dusin de bebouwde kom en op N-wegen. Ja, absoluut. Zeer zeker.De heer Van Leijen (D66):Maar dat wilt u niet in combinatie met een 30 kilometerzone bij scholen?Daarop reageerde u: vrijheid, automobilistje pesten. U wilt wel dehandhaving, maar u wilt de snelheid hetzelfde laten? Wat heeft diehandhaving dan voor zin?De heer Prickaertz (PVV):Dat is niet helemaal waar. Ik heb duidelijk aangegeven dat we ookvoorstander zijn van aparte maatregelen in straten waar scholen zijn enwaar kinderen moeten oversteken, waaronder de mogelijkheid om daar 30kilometer per uur te mogen. Ik zie overigens wel dat er in veel woonwijkenwaar scholen zitten al heel veel maatregelen genomen worden om diesnelheid naar beneden te krijgen. Ik denk dat dat gewoon een heel goedsysteem is. Maar wat mijn partij wil voorkomen is dat we straks één grootAmsterdam zijn en de maximumsnelheid in alle gemeentes naar 30kilometer per uur gebracht wordt. Daar zijn we absoluut op tegen.De heer Jumelet (CDA):Dit debat gaat over verkeersveiligheid. De heer Prickaertz wil eensnelheidsverhoging naar 130, het liefst nog 140, begrijp ik. Het gaatnatuurlijk niet alleen over snelheid. Het gaat ook over het gebruik van eentelefoon bij het autorijden. Ik denk dat de pakkans nu laag is. Die is 60%minder dan in 2008. Ik noemde het in mijn bijdrage. Hoe kijkt de heerPrickaertz daarnaar?De heer Prickaertz (PVV):Ondanks dat wij voor verhoging van de maximumsnelheid zijn, zeker opdit moment, ben ik nog steeds groot voorstander van het keihardaanpakken van mensen die achter het stuur andere dingen doen danautorijden. Ik rij zelf dagelijks op en neer naar Den Haag vanuit Dordrecht.Ik maak het regelmatig mee dat er iemand op de linkerbaan met 95kilometer per uur rijdt. Uiteindelijk gaat de persoon in kwestie naar rechtsen dan zie je gewoon dat hij bezig is met zijn telefoon. Ik vind dat echtschandalig. Daar moet keihard tegen opgetreden worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125223 De heer Jumelet (CDA):Ik maak dan toch maar de opmerking dat ik het wel bijzonder vind dat jejuist met deze gegevens over het verkeer toch de snelheid wilt verhogen.Ik zou zeggen: kijk ook naar de automobilisten. Ze kunnen vaak niet harderdan 100 rijden, dus ik vind die 130, 140 eigenlijk een beetje absurd.De heer Prickaertz (PVV):Het een staat los van het ander. Dat er opgetreden moet worden tegenbezig zijn met andere zaken achter het stuur dan autorijden is vanzelf-sprekend. Aan de andere kant is het heel simpel. Op het moment dat hette druk is, kun je niet harder rijden dan 80, 90 of 100, maar er zijn ook zeerveel situaties waarin je wel gewoon wat harder kan rijden en er zijn ookzeer veel wegen in Nederland waar je gewoon lekker door kan rijden engewoon beter op kan schieten. Ik denk dat dat gewoon mogelijk moetkunnen zijn.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Prickaertz (PVV):Tot slot, voorzitter. Het onderwerp alcohol- en drugsgebruik in het verkeer.Een aantal mensen zijn me er al in voorgegaan. Ik kom even op een anderaspect. Uit gesprekken met de transportsector kwam naar voren dat hetwerkgevers in de transportsector niet is toegestaan om hun chauffeurs tecontroleren op drugs en/of alcohol. De politie kampt met grote capaciteits-tekorten om vrachtwagenchauffeurs te controleren. Daardoor is hierweinig tot geen controle op, terwijl bijvoorbeeld op het spoor, maar ook inde lucht, bij piloten, er wel allerlei mogelijkheden zijn om controles uit tevoeren op drugs en/of alcohol. Ik heb een vraag aan beide Ministers: zijnzij bereid te kijken naar de mogelijkheden hieromtrent, zodat ook in detransportsector werkgevers hun eigen chauffeurs kunnen controleren opeventueel drugs- of alcoholgebruik?Dan was ik er. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Keurig binnen de tijd. Dan geef ik graag het woord aan deheer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Het aantal verkeersdoden en zwaargewonden blijft toenemen.Elk geval is een heel schrijnend geval. Eenieder die iemand die hij liefheeftverliest door een verkeersongeluk is er een te veel. Ik wil mij aansluiten bijalle oproepen vanuit alle maatschappelijke organisaties die zeggen dat erecht veel meer nodig is om het aantal verkeersdoden naar beneden tekrijgen. Het gaat te traag en de trends gaan nog steeds de verkeerde kantop.Beide Ministers zijn bezig met een aanpak. Ik wil beginnen bij de fatbike. Ikben blij dat de Minister werkt aan maatregelen om een categorie te makenvan de fatbike. De Kamer vraagt hier al heel lang naar. Het staat in hetcoalitieakkoord. Maar ondertussen lopen hieraan parallel ook een aantalontwikkelingen, bijvoorbeeld bij de skinnybikes. Het is echt nodig omhierop door te pakken. Uiteindelijk heb je vooral fundamentele wijzigingennodig. Wat Progressief Nederland betreft moet je gewoon alle kleinevoertuigen met een motor als bromfiets beschouwen en zouden dieallemaal binnen het LEV-kader dezelfde aanpak verdienen. Ik zou deMinister willen stimuleren om te bekijken of dit niet breder getrokkenmoet worden. Ik sprak met een jongen uit het dorp waar ik opgegroeidben en die zei: in 2027 moet ik op mijn elektrische fiets met een helm naarschool fietsen en als ik met mijn beppe fiets, dan hoeft zij die helm nietop, terwijl zij misschien wel meer gevaar loopt dan ik als ze van de fietsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125224 valt. Dat zijn natuurlijk wel dingen waar je met elkaar best nog wat beternaar kunt kijken. Ik zou de Minister willen vragen om dat toch te doen.Ik zou de Minister ook willen vragen om te kijken naar de voertuigen diehet gevaarlijkst zijn. Laten we heel eerlijk zijn: misschien is dat niet defatbike, maar toch de auto. We kunnen specifiek inzoomen op SUV’s, wantdaar verwacht ik iets extra’s. In Engeland is een aantal jaar geleden eenonderzoek geweest naar 68 verkeersongelukken. Daar bleek dat bij eenSUV de kans op een dodelijk ongeluk stijgt met 44% en als diezelfde SUVeen ongeluk heeft met een kind, de kans op een dodelijk ongeluk met 82%stijgt. Daarom worden er in het buitenland al verschillende maatregelengetroffen. Het duidelijkste voorbeeld is Parijs. Ook in Nederland zie jesteeds meer steden die vragen om een aanpak hierop. Ik zou de Ministerwillen vragen of hij inzichtelijk kan maken hoeveel groter de kans inNederland is op een dodelijk ongeluk met een zware auto als een SUV enof dat niet vraagt om een wat gerichtere aanpak. Wil de Minister daar eenbrief over naar de Kamer sturen voor het eerstvolgende verkeersdebat?Voorzitter. Over drankrijders en het alcoholslot is al veel gezegd. Wij ziendat echt als meer dan een strafmaatregel. Het is het beschermen vanoverige bestuurders. Ik heb meerdere stukken gelezen over hoe dat in2015 bij de Hoge Raad is gegaan. Ik las in de stukken dat het vooral gaatom het ontbreken van wet- en regelgeving over hoe de samenloop tussenstraf- en bestuursrecht moet plaatsvinden. Ik weet dat de Minister vanJustitie druk bezig is met een programma over het alcoholslot. Ik zou hemwillen aanmoedigen om te kijken naar wat voor wet- en regelgeving ernou echt nodig is om dit zowel in het strafrecht als in het bestuursrechteen plek te geven en dit ook bij de behandeling van de wetsvoorstellenwaar hij aan werkt nadrukkelijk mee te nemen, ook in de brieven die hijdaarover naar de Kamer stuurt. Ik sluit me aan bij de opmerkingenhierover van bijvoorbeeld de heer Stoffer.Mijn fractie is ook erg blij dat er aan die 30 kilometerzones gewerkt wordt,maar er zijn gewoon meer middelen nodig. De kans op een niet-dodelijkongeluk wordt ontzettend veel groter als je gewoon langzamer rijdt, duswaar dat kan op een veilige manier en met een goede weginrichtingmoeten we dat zo veel mogelijk stimuleren. Dat betekent ook dat daarmeer financiering voor nodig is.Dan wil ik nog overgaan naar de ambulancedata. De Minister schreefdaarover. Uit RTL-onderzoek blijkt dat drie keer meer ongelukken metletsel plaatsvinden dan de politie registreert. We hebben vaker gesprokenover de ongelukkenregistratie en dat die niet levert wat we nodig hebbenvoor goed preventief verkeersveiligheidsbeleid, maar drie keer meer isbest wel een groot verschil. Ik zou graag van de Minister wat uitleg willenover hoe het kan dat daar zo’n groot verschil tussen zit en wat hij andersgaat doen om die registratie scherper te krijgen.Voorzitter. Over de hoogte van de boetes is in heel veel debatten al watgezegd. Ik zou nu een iets bredere vraag willen stellen over de verhogingwanneer je de eerste keer niet betaalt. Ik las een voorbeeld. Als je € 500boete krijgt voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats, dankunnen boetes oplopen tot € 1.500 met aanmaningen. Dat zijn echt heleforse bedragen. Los van de hoogte van de verkeersboete zou ik deMinister van JenV en de Minister van Verkeersveiligheid willen vragen ofdaar specifiek naar gekeken kan worden. Moeten we dat toch niet andersmet elkaar doen?Voorzitter. Ten slotte. Ik heb veel debatten verkeersveiligheid gedaan. Deurgentie voelen we altijd allemaal, maar uiteindelijk gaat het om eenandere weginrichting voor zowel de fiets als de auto en dat kost noueenmaal geld. Als je dan gaat bezuinigen op plekken waar je de verkeers-veiligheid kunt vergroten, dan neem je het probleem niet serieus genoeg.Ik roep beide bewindspersonen op om niet te bezuinigen op SWOV en alleandere organisaties die hier juist voor zorgen.Dank.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125225 De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Brenk heeft een interruptie.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik had nog één vraag. Het is volgens mij voor iedereen wel duidelijk dateen verkeersboete op zich nog wel gaat, maar dat hij soms verdubbeldwordt en soms zelfs verdriedubbeld. Stel dat we het alleen bij verkeers-boetes zouden houden en die niet steeds zouden verdubbelen. Zou dateen van de oplossingen zijn waardoor het voor mensen acceptabelerwordt en mensen niet in de problemen komen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst denk ik dat wij al vaak samen geconstateerd hebben dat nietzozeer de hoogte van de boete zorgt voor ander gedrag, maar de pakkans.Ik zou dus sowieso willen dat beide bewindspersonen zouden inzetten opmeer handhaving. Ik zie dat er meer flitspalen bij komen. Dat vind ik heelerg goed. De hoogte van de boete vind ik fors en op veel plekken eigenlijkal te hoog. Die zou wat ons betreft, zeker voor sommige overtredingen,best wat lager kunnen. Maar wanneer je een boete krijgt en je kunt dehuur niet betalen, je kunt de boodschappen bijna niet doen, dan komendaar hele ingewikkelde keuzes voor mensen concreet op tafel te liggen.Dan maken mensen af en toe de afweging om die boete op dat momentmaar niet te betalen. Maar als hij daarna twee keer of drie keer over dekop gaat, is dat onredelijk en niet proportioneel. Dat vind ik niet alleen,maar ook de Raad voor de rechtspraak en het College voor de Rechtenvan de Mens. Ik vind dus dat je daarnaar moet kijken. Om helemaal geenverhogingen meer op te leggen vind ik weer best wel ver gaan, maar dathet niet proportioneel is, ben ik helemaal met mevrouw Van Brenk eens.Daar moet echt naar gekeken worden.De heer Stoffer (SGP):Ik vond het mooi dat de heer De Hoop afsloot met onder andere deStichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, SWOV. Ik denkdat ik al een relatie had met SWOV voordat de heer De Hoop geborenwas, namelijk toen ik zo’n 30 jaar geleden studeerde. Toen gebruikte ik eral data van. Later bij Rijkswaterstaat heb ik die ook altijd gebruikt en nu inde Kamer ook. Dat geeft misschien iets aan van de waarde van hetinstituut. Ik vind het mooi dat de heer De Hoop die ook hier naar vorenbrengt. Vraagt hij, net als ik gedaan heb, aan het kabinet om dezeorganisatie, en de andere die we hebben benoemd, op peil te houden?Stel nu dat het kabinet dat vergeet, zouden de heer De Hoop en ik dan dehandschoen op kunnen nemen om te zorgen dat we dat richting debegroting in ieder geval ook wel op peil houden? Ik zie zelfs de heerGrinwis en mevrouw Van Brenk al de vinger opsteken. Als we datgezamenlijk doen, is de boodschap heel helder. Stel dat ze het vergeten,dan pakken we dat links en rechts van de coalitie samen op. Vindt u dateen goed voorstel?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst: de constatering dat SWOV ouder is dan ik klopt. Dat zegtgenoeg over het belang van de organisatie. Daar heeft de heer Stofferhelemaal gelijk in. Ik zou graag met hem meedoen met een amendementom die bezuiniging te voorkomen. Ik zou dat eigenlijk nog breder willentrekken. Ik zie dat eigenlijk de hele oppositie met elkaar schetst dat nietalleen op het gebied van verkeersveiligheid, maar op het brede gebiedvan infrastructuur veel te weinig geld wordt uitgetrokken. Dat gebeurt aleen aantal jaren. Ik zou daar toch echt wel een streep met elkaar willentrekken. Er zijn gewoon meer investeringen nodig op het gebied van IenW.Ik zou willen dat de heer Stoffer en andere partijen eraan vasthouden datwij bij de begrotingsbehandeling aangeven dat wij van dit kabinet meerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125226 investeringen verwachten op het gebied van onderhoud, maar ook op datvan nieuwe aanleg. We kunnen niet zo doormodderen op het gebied vaninfrastructuur. Ik hoop dat de heer Stoffer ook met mij de handschoenoppakt om echt een stevig signaal aan het kabinet te geven dat dezebegroting voor nu eigenlijk niet voldoende is en dat dat wel wat betekentvoor wat we verwachten in augustus, september.De heer Stoffer (SGP):Ik had niet durven hopen dat mijn bescheiden interruptie zoveel teweegzou brengen, maar ik ben daar heel blij mee. Deze week hadden we eendebat – ik doe ook Buitenlandse Zaken – over de NAVO. Toen heb ikMinister Berendsen de toezegging kunnen ontlokken dat hij met MinisterKarremans in gesprek gaat om voor Prinsjesdag te kijken of we de 5% diewe voor de NAVO moeten besteden ook kunnen gebruiken om viaducten,bruggen enzovoorts op peil houden, zodat zware apparatuur, die westraks krijgen, er ook overheen komt. Misschien ligt daar al een zaadje omer een stuk financiering voor te zoeken. Ik wil breder gaan hoor, maarmisschien deelt de heer De Hoop dit. Deze Minister hoeven we niet aan teduwen, maar de rest van het kabinet misschien wel. Dat doen we dan bijdezen. Vindt u dat een goed idee?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat vind ik een goed idee. Ik wil nog een aansluitende opmerking maken.Wat betreft militaire mobiliteit hebben we deze week als commissie hetmandaat aan twee rapporteurs gegeven om daarnaar te kijken, zelfs vooreen parlementaire verkenning. Dat vergt ook een kabinetsreactie. Ik bentoevallig een van die rapporteurs, dus ik kom nog eens langs bij de heerStoffer om te spreken over zijn ideeën over hoe we dat goed in kunnenvullen.De voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan de heer Grinwis voor zijn bijdrage.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Terwijl wij net zijn begonnen met het verkeersvei-ligheidsdebat is in de Giro d’Italia, de mooiste grote wielerronde, detwaalfde etappe begonnen. Na natuurlijk de Italianen zie je dat er vooralNederlanders aan meedoen. Nederlanders zijn de grootste groepbuitenlanders die meedoet aan de Giro d’Italia. Dat is niet toevallig.Fietsen hoort bij de Nederlandse cultuur. Dat komt mede doordatNederland altijd voorop heeft gelopen op het gebied van verkeersvei-ligheid. Door de wereld werd naar ons gekeken hoe we dat hier nou doen.Fietsinfrastructuur werd een voorbeeld van hoe het wel kan, hoevoetgangers, fietsers, automobilisten in vredige co-existentie en veilignaast elkaar gebruik kunnen maken van de openbare weg.Maar het gaat helemaal niet goed met die veiligheid in het verkeer. Ikschrok van de meest recente berichten. In 2025 steeg het aantal verkeers-doden dus met meer dan 10% naar 759. De stijging was er met nameonder fietsers. De verwachting is dat het de komende jaren alleen maarverder gaat stijgen. Mijn vraag: waar is het mis gegaan? Wat is er overvan het veilige fietsland dat Nederland was? Het is goed dat er in hetcoalitieakkoord aandacht is voor de verkeersveiligheid. Toch is dezeaandacht vooral gefocust op handhaving, op handhavingsmaatregelen.Missen we dan niet iets, vraag ik aan de Minister. Wat missen de Ministerszelf in hun coalitieakkoord voor een verkeersveiliger Nederland?Voorzitter. Zoals ik al zei hoort fietsen bij Nederland. Van jongs af aanstappen kinderen niet in de auto, maar op de fiets. Ze bewegen en ze lerenzich bewegen in het verkeer. Daarom vond ik het schrikbarend dat nogmaar een kwart van de kinderen op de fiets naar school komt. Vindt deMinister dat ook niet een veel te laag percentage?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125227 De timing van dit debat valt mooi samen met de verkeersexamens diedoor heel Nederland de afgelopen weken zijn georganiseerd door VeiligVerkeer Nederland en onze basisscholen. Vele tienduizenden kinderen uitgroep zeven stappen jaarlijks op de fiets en laten zien wat ze hebbengeleerd. Dat is een prachtige Nederlandse traditie van nu al 94 jaar. Thuiswordt het besproken en wordt van tevoren samen met een ouder hetbewuste traject een of meerdere keren gefietst. In combinatie met deverkeerslessen en het theoretisch examen worden kinderen zich zobewust van hun positie in het verkeer en het samenspel. Maar hoeschrijnend is het dan dat nog eens tienduizenden kinderen die kans nietkrijgen? Het is toch niet acceptabel dat meer dan 1.000 scholen, ongeveer16%, niet meedoen aan het praktisch verkeersexamen? Zeker basis-scholen in grote steden laten het afweten en laten het steeds meerafweten. Niet zelden leggen scholen bij voorbaat het hoofd in de schoot,omdat te veel kinderen niet kunnen fietsen of niet op de fiets naar schoolkomen. De afgelopen jaren geven steeds meer ouders aan het nietbelangrijk te vinden dat hun kind zelfstandig is in het verkeer en gaankinderen later zelfstandig op de fiets naar school. Maar de Christen-Uniefractie legt zich daar niet bij neer en de Minister toch ook niet? Hoekunnen we de jaarlijkse deelname aan het praktisch verkeersexamen beterborgen? Is de Minister bereid maatregelen te nemen om het aantaldeelnemende scholen te verhogen en om zo veel mogelijk kinderenfietsvaardig in het verkeer te laten zijn? Is het niet gewoon tijd om hettheoretisch en praktisch verkeersexamen verplicht onderdeel te laten zijnvan de lesstof op de basisschool? Ik ben benieuwd naar de reactie indezen en of de Minister deze oer-Hollandse traditie wil bevorderen.Voorzitter. De problematiek rondom fatbikes loopt ondertussen despuigaten uit. Het is goed dat de Minister maatregelen aankondigt. Dat isook een belangrijk signaal naar de wethouders en gemeenten, zoalsEnschede, waar ze al gebiedsverboden voor fatbikes hebben afgekondigd.We hebben nog wel wat vragen over de juridische houdbaarheid van dedoor de Minister aangekondigde maatregelen. Ze kwamen al een beetjelangs. Waren het niet de ambtenaren van de Minister zelf die eerderaangaven dat het onderscheid tussen een fatbike, een skinnybike enandere elektrische fietsen juridisch moeilijk hard te maken is? Wat maaktdat de Minister nu wel een aparte voertuigcategorie wil invoeren voorfatbikes? Wat is er nou precies veranderd, behalve dat de poppetjes aande top zijn veranderd? Is de nieuwe lijn van de PVV-fractie, die verdachtveel lijkt op de lijn die mijn fractie eerder uiteen heeft gezet, niet verstan-diger en veel sneller te implementeren en te handhaven, met misschienaanvullend een ontheffingsmogelijkheid voor jonge kinderen die tientallenkilometers per dag naar de middelbare school fietsen?Een groot probleem ligt daarnaast aan de voorkant van de keten bij deimport en verkoop van al dan niet illegale fatbikes. Heeft de Minister goedinzicht in deze keten? Toepassing van welke bevoegdheden en instru-menten is nodig om dit deel van de keten beter in de smiezen te krijgen,om zo illegale import, verkoop en opvoerpraktijken aan banden te leggen.Hoe wordt gemonitord of de intensivering van de samenwerking tussentoezichthouders daadwerkelijk effect gaat sorteren?Voorzitter. Ten slotte wil ik nog het volgende zeggen over de bezuinigingop belangenorganisaties. Als we kijken naar de cijfers en trends rondverkeersveiligheid, dan is het toch best bijzonder dat we bezuinigen opverschillende verkeersveiligheidsorganisaties, zoals Veilig VerkeerNederland, SWOV en TeamAlert. De redenatie lijkt zo: weet je wat, hetgaat slecht met de verkeersveiligheid in Nederland, dus laten webezuinigen op de organisaties die daar iets aan doen en ons dat onder deneus wrijven. Is dat wel zo verstandig, Minister? Is hij het niet met meeens dat deze organisaties cruciaal zijn voor onderzoek, educatie engedragsinterventie? Wil de Minister het benodigde geld vrij maken om ditgoede werk te blijven laten doen door deze organisaties en dus deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125228 bezuiniging van in totaal 3,8 miljoen per jaar terug te draaien. Ik benbenieuwd naar zijn reactie. Dit was mijn bijdrage in de eerste termijn. Iksluit me verder aan bij alle mooie punten die door mijn collega’s zijngemaakt.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot, de heer Van Duijvenvoorde.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Voorzitter. Dinsdag verliet ik dit debat wat eerder omdat ik eindelijk mijnauto kon ophalen, die al twee maanden bij de garage stond. Voor dederde keer stond ik stil langs de snelweg op de weg naar huis. Het was23.30 uur, het miezerde en mijn auto stopte er weer mee, want detechnologie haperde. Die blijft maar haperen en het wordt maar nietgefixt, dus ik ben vandaag ook weer met de trein. Ik ben niet met de fietsvandaag; dat is te ver vanuit Amsterdam. Ik werd door de Uber naar huisgebracht en dat was een Tesla, een zelfrijdende Tesla. Ik was funda-menteel tegen zelfrijdende auto’s – dat zal mijn collega’s niet verbazen –maar ik was er toch redelijk snel van overtuigd dat het toch wel eenwonder is. Die auto rijdt zelf en de taxichauffeur en ik zaten een beetje tekletsen over het leven; hij vertelde vooral zijn levensverhaal. Er zit duseigenlijk wel wat in die zelfrijdende auto’s. De auto is natuurlijk ook dedrager van innovatie geweest. De Franse filosoof Roland Barthes heefteen prachtig essay geschreven over de Citroën DS. Dat was het toppuntvan menselijke innovatie. Al het menselijk vernuft kwam daar samen:esthetiek, techniek. Dat was natuurlijk heel bijzonder en de mens is perdefinitie ook een technisch wezen. In een primitieve tijd moesten we debomen al omhakken om beschutting te vinden om te kunnen overleven.Mensen en techniek gaan dus altijd samen. Dat moet je accepteren. Dat iswat het is. Maar er is wel een merkwaardige paradox ontstaan, want dieauto’s worden steeds meer gebaseerd op wantrouwen in de mens. Als jeje handen dus niet op «tien voor twee» hebt, gaat hij piepen. Als je eenbeetje naar links afwijkt, gaat die auto trillen, en als je net te hard rijdt –het is 23.00 uur en je rijdt 3 kilometer te hard – dan vertraagt hij het liefst.Die auto’s vertrouwen de mens dus niet meer. Tegelijkertijd komen we ineen situatie terecht dat de mens overbodig wordt. De mens mag dus zijnhanden van het stuur houden. Hij moet nog wel op de weg kijken. Ik kijkuit naar het moment waarop we koffie kunnen drinken en kunnenvergaderen in een zelfrijdende auto en dat we er niks meer mee hoeven tedoen. Maar er zijn nog wel een aantal vragen over die zelfrijdende auto.Als technologie per definitie betrouwbaarder zou zijn dan het menselijkoordeel, wat natuurlijk het uitgangspunt is, een systeem minder feilbaaris, enkel omdat het technisch is, waarop is dat vertrouwen dan eigenlijkgebaseerd? Waar komt dat vertrouwen in de techniek van de zelfrijdendeauto vandaan?Dan heb ik nog een aantal andere punten. De Minister schrijft zelf datgeautomatiseerd vervoer een fundamentele systeemverandering is. Hetvoertuig voert zelfstandig rijtaken uit, zonder actieve betrokkenheid vaneen bestuurder. Maar diezelfde bestuurder moet wel blijven opletten enkunnen ingrijpen en blijft vooralsnog juridisch verantwoordelijk. De mensbevindt zich op dit moment dus in een soort vreemde tussenpositie. Hijwordt uitgenodigd om de controle los te laten, maar zodra het misgaat, ishij nog wel verantwoordelijk en aansprakelijk. Mijn vraag aan de Ministeris daarom: hoe redelijk is het om burgers verantwoordelijk te houden voorsystemen die zij niet hebben ontworpen, niet volledig kunnendoorgronden en ook steeds minder feitelijk besturen?In het Verenigd Koninkrijk worstelen ze natuurlijk ook met deze vraag.Sinds 2024 bestaat daar de Automated Vehicles Act. Die wet introduceertaparte juridische rollen: de user in charge, de mens die aanwezig is maarniet bestuurt, en the authorised self-driving entity, de partij die verant-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125229 woordelijk is voor het systeem wanneer de auto zelfrijdend is. Dat is eenserieuze poging om de juridische werkelijkheid in lijn te brengen met detechnische werkelijkheid. Maar er zit ook een schaduwkant aan, want omvast te stellen wie er reed, moet continu worden bijgehouden hoe hard erwordt gereden en waar, in welke modus, wat het systeem deed, of dehanden op het stuur zaten en waar de chauffeur naar keek. Dat raaktnatuurlijk ook weer aan de privacy van de bestuurder. Dat is gewoon eenconflict. Daarom heb ik drie vragen aan de Minister. Is de Minister bekendmet de Britse Automated Vehicles Act 2024? En hoe beoordeelt hij diebenadering in het licht van de Nederlandse discussie over aansprake-lijkheid? Erkent de Minister dat het vaststellen van aansprakelijkheid bijgeautomatiseerd rijden in de praktijk vraagt om een gedetailleerdevoertuigagenda? Kan de Minister toezeggen dat toekomstige Nederlandseregelgeving niet alleen de aansprakelijkheid regelt, maar ook hardeprivacywaarborgen bevat, zoals minimale dataverzameling, beperktebewaartermijnen, duidelijke toegangsrechten en een expliciet verbod ophet gebruiken van die data voor algemene verkeershandhaving ofgedragsprofilering?Tot slot: overigens ben ik van mening dat we de fietshelm nimmer moetenverplichten bij mensen boven de 18 jaar.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van de heer Van Leijen.De heer Van Leijen (D66):Ik heb met veel belangstelling naar dit betoog geluisterd en ik heb echtgeprobeerd me goed te concentreren op wat u zegt. Ik vond het eeninteressant betoog. Klopt het dat ik u in uw hele betoog tijdens hetcommissiedebat Verkeersveiligheid geen enkele concrete maatregel hebhoren noemen om daadwerkelijk iets te doen voor de verkeersveiligheid?Heeft u suggesties voor welke concrete maatregelen zouden kunnenwerken? Wat zijn die dan? En waarom zitten die niet in uw inbreng?De heer Van Duijvenvoorde (FVD):De vorige keer hebben we dit debat ook gevoerd. Toen heb ik een heelverhaal gehouden over verkeersveiligheid. Je wilt ook niet jezelf iederetwee maanden herhalen. Ik vond het vanwege mijn bijna-traumatischeervaring met mijn auto interessant om toch een keer met elkaar na tedenken over de toekomst van de zelfrijdende auto. De volgende keer ga ikgraag weer in debat over de verkeersveiligheid met de heer Van Leijen.De voorzitter:Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van deKamer. De bewindspersonen geven aan ongeveer een half uur te willenschorsen. Wij zijn hier dus terug om 15.10 uur.De vergadering wordt van 14.37 uur tot 15.16 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen dit debat. We gaan heel snel van start met de eerste termijnvan de zijde van het kabinet. Ik stel voor om vier interrupties te doen,maar echt kort, want anders komen we in tijdnood. Ik geef graag hetwoord aan de Minister van IenW voor een beschrijving van zijn beant-woording, qua blokjes en dergelijke.Minister Karremans:Dank, voorzitter, en dank voor alle vragen over dit ontzettend belangrijkeonderwerp. Het werd al vaak gememoreerd in dit debat: vorig jaar warener 759 verkeersdoden. Dat zijn er meer dan twee per dag. Daar zitten weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125230 inmiddels op. Dat zijn er 84 meer dan in 2024. In 2012 waren het er nog650. Een van die 650 in 2012 was een goede vriend van mij en medeo-prichter van mijn bedrijf. Hij vond op 10 mei 2012 op 23-jarige leeftijd dedood in het verkeer. Zo zitten er achter al die cijfers die over verkeers-slachtoffers gaan natuurlijk hele tragische verhalen. Dat heeft mij alswethouder in Rotterdam heel erg gemotiveerd om daar iets aan deverkeersveiligheid te doen. Het is nu natuurlijk ook mijn motivatie alsMinister van IenW om die stijgende trend van verkeersslachtoffers tekeren. Daarom heeft u ook binnen twee maanden na het aantreden van ditkabinet al de Aanpak Fatbikes ontvangen en ontvangt u voor de zomernog een verscherpte aanpak verkeersveiligheid. Die zullen we niet alleenmet concrete doelen maken, zeg ik in antwoord op de heer Van Leijen. Wemaken die ook langs de lijnen van infrastructuur, waaronder het gebruikvan data, gedrag, waaronder het stimuleren van de fietshelm, voertuigenen handhaving. Overigens draag ik die fietshelm ook als er niet gefilmdwordt. Dat gezegd hebbende, zal ik nu antwoord geven op de vragen diezijn gesteld. Dat doe ik in de volgende blokjes. Laat ik met het favorieteonderwerp van de commissie beginnen, namelijk fatbikes. Daarna volgende blokjes rijbewijs en CBR, infrastructuur, impulsaanpak verzorgings-plaatsen, strategie, data, subsidies en vervolgens het blokje overig.Zoals gezegd begin ik met het blokje fatbikes. Een van de eerste vragendie daarover is gesteld, is of ik mogelijkheden zie om de invoering van deregels voor fatbikes te versnellen zonder zorgvuldigheid te verliezen. Datlaatste is natuurlijk wel nodig. De Kamer en mevrouw Van Brenk steldendie vraag ook. Ik ga zo snel mogelijk. Ik heb wel een goede onderbouwingnodig voor wat wij nu aan het maken zijn om verdere stappen te zetten. Eris ook gevraagd wat het verschil is tussen «vroegâh», om het even op zijnHaags te zeggen, toen nog vanuit IenW, en nu. Ik citeer het even zoals deKamerleden het hebben gezegd: eerst was het allemaal niet mogelijk ennu is het opeens wel mogelijk. Een belangrijke nuancering daarbij is datmijn voorgangers niet hebben gezegd dat het totaal onmogelijk is. Als jede rapporten erop naslaat, dan staat er ook in dat het wel degelijkmogelijk is om aparte regels voor de fatbikes te maken. Wat erverschillend is, is volgens mij de aanvliegroute. Ik heb gezegd dat ik geenperfecte regelgeving hoef te hebben. Ik wil regelgeving hebben die impactmaakt. Daar zijn we nu mee bezig. Er werd heel veel gesproken overbanddikte, maar dat is niet het enige waar je naar hoeft te kijken. Er zijnheel veel elementen die aan een fatbike vastzitten die je zou kunnenaanhalen om daar in een aparte categorisering iets mee te doen. Diemogelijkheden zijn er ook. Mijn voorgangers hebben die mogelijkhedenook gezien. Het is niet alsof er in die zin wat veranderd is, maar deaanvliegroute wel. Ik heb ook altijd gezegd – dat is al een aantal keer in ditdebat langsgekomen – dat niks doen sowieso geen effect heeft. Dan kiesik er liever voor om het zo goed mogelijk te doen. Wordt dat 100%waterdicht? Nee. Maar hier is mijn motto toch een beetje: laat het goedeniet de vijand zijn van het perfecte. Dat is hoe ik erin zit.De heer Heutink vroeg: waarom moeten we al die andere e-bikes dan ookbelasten en onaantrekkelijk maken? De fatbikeverkoop is enorm gestegen.Heel veel jongeren rijden op een fatbike. Naar onze eigen inschatting isdat 40% tot 60% van al het e-bikegebruik onder jongeren. Ook het aantalmensen met hersenletsel, wat we zien op de spoedeisende hulp, isontzettend gestegen. Dat is zes keer meer dan vijf jaar geleden. Dat is vooreen groot deel aan fatbikes te wijten. Daarom pakken we daarin eenaparte categorie en onderzoeken we een minimumleeftijd. Er zijngemeenten, wethouders die dat aan ons vragen. De heer Bikkersrefereerde er al aan; hij deed dat in Vlaardingen en ik in Rotterdam. Zijsmeken de rijksoverheid: kun je ons alsjeblieft de handvatten geven omervoor te zorgen dat wij uiteindelijk die fatbikevrije zones kunneninstellen? Dat kan alleen met een aparte voertuigcategorie. Dat zou jekunnen doen als je een minimumleeftijd instelt. We zijn nog aan hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125231 onderzoeken waar we die neer zouden moeten leggen. Dat doen wenatuurlijk in samenspraak met Justitie en Veiligheid. Maar dan heb je ookeen concreet aanknopingspunt om dat te doen.De heer Heutink (Groep Markuszower):Ik deel die analyse ten aanzien van fatbikes helemaal met de Minister.Laten we dat vooropstellen. Alleen ging de vraag natuurlijk om hetvolgende. We gaan nu een aparte voertuigcategorie maken voor diefatbikes. Dat betekent dat we straks eindelijk specifiek voor die fatbikesmaatregelen kunnen nemen, zoals een helmplicht en een minimum-leeftijd, en we geven gemeenten de mogelijkheid om in de APV dingen teregelen. Waarom wordt er dan toch voor gekozen om een helmplicht vooralle e-bikes te regelen? Dat hoeft dan niet meer. Het kan een mooie escapezijn als je het niet zou doen voor die fatbike, maar dat hoeft dan toch nietmeer?Minister Karremans:Dat denk ik wel en dat doen we dan tot 18 jaar. Jongeren zitten ook opandere e-bikes die natuurlijk hard kunnen gaan, dus ook op e-bikes diegeen fatbike zijn, ook al is dat niet de grootste groep van dee-bikegebruikers onder jongeren. Omdat ze jong zijn, kunnen ze vaakminder goed risico’s inschatten. Ze zijn kwetsbaarder in het verkeer. Wehebben bijvoorbeeld ook voor e-steps gezegd dat we het verstandigvinden om tot 18 jaar tot helmgebruik te komen. Er zit natuurlijk ook nogeen andere gedachte achter die ik verstandig vind. Dat is namelijk dathelmgebruik... Dat stuk in Nederland is nu eigenlijk niet... Ik weet niethoeveel Kamerleden er nu een helm dragen op de fiets. Ik denk heelweinig. Dat geldt voor heel veel Nederlanders. Dat is ook op de e-bike nogsteeds het geval. We zien wel dat het groeit, maar het is nog steeds heelweinig. Als ik mijn kinderen in de e-bakfiets naar school breng, dan ben ikde enige vader die een helm draagt. Ik ben echt de enige. Maar ik houdstug vol en een begin is een begin. Ik hoop dat wanneer kinderenopgroeien met het dragen van een helm, ze dat gebruik ook meenemen.Dat hebben we bijvoorbeeld ook met skiën en snowboarden gezien. Danwordt de stap niet «de helm opzetten», maar «de helm afzetten als je 18bent». Je hoopt dat je ze op die manier een beetje meekrijgt, zonder dathet een plicht is, dus zonder daar nu een plicht voor in te voeren. Weweten namelijk ook dat lastig te handhaven is en daar is nu ook helemaalgeen draagvlak voor, dus dat zal ook niet tot een succes leiden.De heer Heutink (Groep Markuszower):Het zou beter zijn... Het doel is om die fatbike zo onaantrekkelijk mogelijkte maken. Ik denk dat een helmplicht daarbij past, wat de Minister ookvoorstelt. Maar als het gaat om al die andere e-bikes, denk ik dat eenplicht daarin onder de 18 jaar echt veel te ver gaat. We hebben net ook deverhalen gehoord van de jongeren die naar school willen. Wij willen hetwel aantrekkelijk houden dat al die jongeren de fiets pakken en niet deverplichting voelen om een helm op te zetten. Kan de Minister niet veelbeter inzetten op die verplichtingen ten aanzien van de fatbike – datsteunen we – en dan gaan inzetten op stimuleren zonder dat daar eenplicht bij komt kijken als het gaat om al die andere e-bikegebruikers?Minister Karremans:Het doel is niet de fatbike onaantrekkelijk te maken, het doel is verkeers-veiligheid. Ik zei al: jongeren zijn juist slechter in het inschatten vanrisico’s in het verkeer. Zij zijn daar roekelozer in. Ik vind dat je er alsoverheid meer toe bent gelegitimeerd om daar meer bescherming tegente bieden, dan bijvoorbeeld bij volwassenen. We kunnen voor de jongereneen helmplicht introduceren per september 2027, ook als je op een e-stepof op een e-bike zit die geen fatbike is. Dat is dus niet het komendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125232 schooljaar, maar het schooljaar erop. We gaan dat natuurlijk allemaalnetjes voorbereiden en ze daarover goed informeren, ook om ervoor tezorgen dat de politie niet in één keer geconfronteerd wordt met hetmassaal negeren van die regel. Maar alles afwegende, gezien deverkeersveiligheid die daarbij in het geding is, denk ik dat het eenverstandige en proportionele maatregel is.Ik ga door met de volgende vraag. De heer Prickaertz had een vraag overdat die aparte regels voor fatbikes niet uitvoerbaar zijn. Moet je niet weeralgemene maatregelen nemen? Eigenlijk is dat het tegenovergesteldeverhaal van de heer Heutink. Dat vind ik dus ook niet. Ik doe beide. Ikneem algemene maatregelen voor alle e-bikes, namelijk via die helmplichttot 18 jaar, en voor die fatbikes gaan we een stap verder. We zien dat ereen mogelijkheid is om die aparte categorisering te maken. Dat wordtdoor veel wethouders gevraagd en we zien door fatbikes ook veelongelukken en overlast ontstaan.De heer Prickaertz (PVV):Ik hoor de Minister zeggen dat hij kennelijk toch gelooft in het vaststellenvan een voertuigcategorie fatbikes. Denkt de Minister niet dat de markt dienieuwe wetgeving heel snel zal inhalen, waardoor die jongelui die nuzorgen voor overlast, fatbikes, straks gewoon met een alternatieve fietskomen die net zo hard kan, dezelfde capaciteit heeft en daar net zo veeloverlast op gaan plegen? Je hoort dat ook en je hoort het fietsenmakersook zeggen. Althans, de handelaren die deze fatbikes verkopen zeggen:binnen een mum van tijd staat er straks weer een ander type dat dan nietonder de categorie fatbikes valt, maar daarbuiten valt, waardoor deoverlast gewoon doorgaat.Minister Karremans:Ik ben ook helemaal niet naïef. Ik denk dat deels geprobeerd zal wordenom die regels te omzeilen, maar nogmaals, geen regels maken is sowiesoniet effectief. Dat doet helemaal niks. Ik denk wel degelijk dat er effectieveregels te maken zijn. Ik zei al: er werd in het debat heel veel gefocust opde banddikte. Dat is lang niet het enige wat je kan aangrijpen om eenaparte categorie te maken. Ik heb al eerder gezegd: het kan gaan om hetdubbele zadel en het gewicht, al dan niet in combinatie met de banddikte.De markt kan zich aanpassen, maar wij kunnen dat ook. Wij kunnenregelgeving dus ook aanpassen. Daar zijn we voor, ook als politiek. Ik ziedat dus best wel optimistisch in, ook als het gaat om dat er vast nieuwemodellen op de markt gebracht zullen worden. Dat zal vast. Maar er zijnnu ontzettend veel fatbikes in omloop die dan wel onder die categori-sering vallen en die we op die manier kunnen aanpakken. Ik ben er dusniet zo pessimistisch over. Ik zit ook zo in de wedstrijd: laat mij het maarproberen. Ik denk dat ik op basis van de informatie die ik heb ookontzettend ver kan komen en echt een impact kan maken, zeker ook vooral die wethouders die nu met de handen in het haar zitten en geen enkelemogelijkheid hebben om die overlast aan te pakken en iets te doen aan deverkeersveiligheid op dat gebied. Ik denk dat we dat kunnen bieden. Wewerken daar op dit moment hard aan op het departement.Dan ga ik naar het punt van de heer De Hoop. Hij vroeg: in 2027 moetenjongeren wel een helm op – ik vertaal het even voor de niet-Friezen, wanthij had het over «beppe» – maar oma hoeft dat niet te doen terwijl zij juistbij een val meer gevaar loopt. Hij vroeg of ik hier niet eens een keer goednaar moet kijken. Eigenlijk is dat waar het in het debat ook over ging.Moet er niet ook een helmplicht komen voor ouderen, omdat we zien datdie juist kwetsbaar zijn? Dat klopt ook. We zien in de verkeersveiligheids-cijfers van het afgelopen jaar dat er ontzettend veel eenzijdige ongelukkenzijn met ouderen op e-bikes. En een helm kan inderdaad 60% tot 70% vanhet letsel voorkomen. Ik denk dat het heel belangrijk is om te benadrukkenom helmgebruik te stimuleren, zeker ook voor ouderen, die kwetsbaar zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125233 in het verkeer. Maar ik vind het helemaal niet gek – dat heb ik net algezegd – dat we de eerste stap zetten met die helmplicht ten aanzien vanjongeren. Nogmaals, met skiën en snowboarden is dat ook zo gegaan. Datis echt overal begonnen met kinderen, in Oostenrijk, Italië en Zwitserland.Vervolgens is dat gebruik geworden en zijn ouderen gaan volgen.Toevallig – hij noemde het voorbeeld van oma – zien we dat vrouwelijkeoudere fietsers juist veel vaker een helm dragen, maar dat mannelijkee-bikefietsers... Ik heb dat ook aan mijn fietshandelaar gevraagd, toen ikdaar onlangs was om mijn fiets te laten repareren. Ik was mijn fiets niettwee maanden kwijt zoals bij de auto van de heer Van Duijvenvoorde hetgeval was. Maar mannen denken toch: het komt wel goed; mij zal het nietoverkomen. Totdat het je een keer overkomt. Daarom wordt die fietshelm-stimulering ook onderdeel van de aangescherpte aanpak.Dan geef ik meteen antwoord op de vraag: waarom nu niet eenhelmplicht? Een. Er is heel weinig draagvlak, ook onder ouderen, en datkan dan weer negatieve gevolgen hebben voor fietsgebruik in algemenezin. Je wilt dat juist ook stimuleren. Daarnaast is het zo: als er heel weinigdraagvlak is en je voert een helmplicht in, dan heeft de politie echt weleen hele taaie klus. Mijn collega kan het beamen, maar die kan daar nietachteraan blijven gaan. En dan is het eigenlijk een verspilde kans. Je kandan niet nog een keer zeggen: volgend jaar gaat het echt in. Dat is echt hetrisico dat je daarop hebt. Je moet echt goed nadenken over wanneer jeeen verbod invoert of wanneer je een plicht invoert. Als daar namelijk nietvoldoende draagvlak voor is en als dat niet voldoende wordt nageleefd,dan heb je in de handhaving echt een probleem, wat vervolgens voor dehele fietshelmstimulering een risico is. Daarom geven wij er nu devoorkeur aan om die stimulering juist met beide handen aan te pakken. Ishet uitgesloten dat wij ooit een helmplicht zullen invoeren? Dat kannatuurlijk nooit. Maar ik denk dat we voorlopig echt een heel eind kunnenkomen met fietshelmstimulering en ik ben daar ook positief over.De voorzitter:Een vraag van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Je wilt natuurlijk zo effectief mogelijke maatregelen nemen. Als je kijktnaar het aantal verkeersslachtoffers in 2025, dan is 53% 60-plus en 9%onder de 20. Je ziet bij de meeste verkeersslachtoffers dat het vaak omouderen gaat en vaak om mensen op de fiets. Als je die letsels zo stevigmogelijk zou willen aanpakken, dan zou het in die zin logischer zijn om tekiezen voor de 65-plusser dan de jongere onder de 18 jaar. Dat even overde effectiviteit van een maatregel. Dan zou ik de Minister er wel toe willenbewegen om richting 2027 nog een keer heel goed te kijken naar wat hetverschil is tussen jongeren onder de 18 jaar op de elektrische fiets die bijeen ongeluk zijn betrokken, dus niet de fatbike maar de elektrische fiets,en de 65-plusser op een elektrische fiets. Zou hij daarover nog een briefrichting de Kamer willen sturen voor de besluitvorming als het gaat omdie hele fatbikeaanpak?Minister Karremans:De heer De Hoop zegt: de effectiefste maatregelen. Daar zit de assumptiein verscholen dat als je een helmplicht invoert, die ook wordt nageleefd endaarmee effectief is, en dat is precies de vraag. Was het maar zo als wijeen verbod opleggen of een plicht opleggen, dat het probleem dan isopgelost. Dat heb ik in Rotterdam onder andere met straatintimidatie enmet andere zaken gezien: het werkt niet. Het is soms goed om tenormeren en dingen te doen, maar het wil helaas niet zeggen dat als wijbijvoorbeeld een fietshelmplicht voor ouderen invoeren, die dan ookdaadwerkelijk ertoe leidt dat... Je hebt één keer de kans om het goed tedoen. Als die vervolgens niet voldoende wordt nageleefd – wij wetenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125234 allemaal van de capaciteitsproblemen die de politie heeft en de priori-tering die zij moet stellen aan bepaalde zaken – dan ben je in één keerweg. Dan is het geen reëel verhaal meer. Daar ben ik wel voor beducht.Ik denk dat we nog ontzettend veel stappen te zetten hebben als het gaatom die fietshelmstimulering en bewustwording daarvan. In Denemarkenheb je gezien dat je tot enorme aantallen kan komen zonder helmplicht.We zien daar echt goede voorbeelden, dus dat je zonder helmplicht veelverder kan komen dan wanneer je bijvoorbeeld een helmplicht zouinvoeren. Daar zitten namelijk ook die risico’s in. Daarnaast vind ik het eenverschil – dat heb ik ook benoemd – dat je als overheid ten opzichte vanjongeren een andere houding hebt in te vullen dan ten opzichte vanouderen. Je pakt dan veel meer een beschermende rol als overheid. Jevult bepaalde keuzes voor jongeren in. Dat doen wij op allerlei terreinen,bijvoorbeeld als het gaat om roken, als het gaat om alcohol en als het gaatom deelnemen aan het verkeer. Dat past dus ook veel meer bij hoe wegewend zijn om dat te doen, omdat het ook logisch is dat wij dat alsoverheid op die manier oppakken. Voor ouderen is dat echt een anderverhaal. Zeker als mensen dat niet gewend zijn, zit er een heel groot risicoin een helmplicht, wat een averechts effect teweeg zou kunnen brengen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik trek ook niet in twijfel dat het verstandig is om juist op jonge leeftijd tebeginnen. In Denemarken zie je inderdaad dat vrijwillig op jonge leeftijdbeginnen ervoor zorgt dat nu 40% – dat zeg ik even uit mijn hoofd – inDenemarken vrijwillig een fietshelm gebruikt. Dat is helemaal goed. Ik trekook niet in twijfel dat het misschien verstandig is om dit te doen bij dee-bikes tot 18 jaar. Daar gaat mijn fractie ook niet voor liggen. Maar ikvraag de Minister wel... Die naleving bijvoorbeeld ook... Op hetplatteland... TNO heeft uitgerekend dat 60.000 jongeren elke dag op eenelektrische fiets naar de middelbare school fietsen. Ik vraag me af of diedaadwerkelijk ook een fietshelm gaan opzetten, dus of het draagvlak daargroot is. Als je de vraag stelt of dat voor fatbikes groot is, dan zegtiedereen natuurlijk ja. Maar als je die vraag expliciteert naar elektrischefietsen, dan is dat echt wel anders. De volgende vraag heeft de Ministerniet beantwoord. Zou hij niet in kaart willen brengen hoeveel jongeren tot18 jaar op een elektrische fiets, dus niet een fatbike, bij een verkeerson-geluk betrokken zijn, en hoeveel 65-plussers op de fiets? Zou hij dat danvoor de besluitvorming over de fatbike willen doen, zodat we dat meekunnen wegen?Minister Karremans:Zo kan je nog wel meer groepen eruit halen. Dan zou je ook de groeptussen 18 en 65... Die zijn ook heel vaak betrokken bij verkeersongelukken.Dat is wel het geval. Ik denk niet dat dat de juiste manier van aanvliegenis. Ik maak die vergelijking omdat die vergelijking ook gemaakt is door deheer De Hoop. Hij vraagt ook: waarom de kleinzoon wel en de oma niet? Ikprobeer uit te leggen wat er in die afweging zit. We hebben onderzoekgedaan naar het draagvlak voor een helmplicht voor jongeren. Dat is 82%.Dat geldt voor alle e-bikes. Daar is dus veel draagvlak voor, dus daarinzien we echt de aanleiding om dat te gaan doen. Ik denk dat je dan ookecht een stevige basis hebt om zo’n helmplicht voor jongeren voor eene-bike in te voeren.De voorzitter:Dit roept een vraag op bij de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Er wordt al heel lang over gepraat. Het is door de voorganger van dezeMinister aangekondigd. Wanneer gaat die helmplicht voor 18-minners opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125235 de e-bike, inclusief fatbike, gelden? Ik hoor namelijk ook verhalen dat hetpas ergens volgend jaar is, terwijl het toch een vrij eenvoudige maatregelis.Minister Karremans:Dat is september 2027. En om de vervolgvraag ook te beantwoorden: datis de snelst mogelijke route die er is, omdat het een AMvB is. Dat iswetgeving. Dat moeten we... Tenzij de heer Grinwis zegt: vergeet alledemocratische processen maar en voer het maar in. Kijk, hier wordt al eennoodwet gesuggereerd. Daar gaan we mee aan de slag. De helmplichtgaat volgende week in. Nee, we gaan zo snel mogelijk. Dat is dus echt deintentie.De heer Bikkers vroeg: hoe wordt geborgd dat deze maatregel, dus dehelmplicht, ook echt bijdraagt aan minder ongelukken? Ongelukken kun jeniet voorkomen met een helm, maar het letsel dat daaruit voortvloeit wel.We zien bij fietsongelukken veel hersenletsel, en 60% tot 70% van hethersenletsel kan worden voorkomen met een fietshelm. Dat is dus echteen ontzettend groot percentage.Dan ga ik verder met de vraag van mevrouw Van Brenk: wat is er gebeurdmet het voorstel van 50PLUS om een noodstopknop in te stellen voorscootmobielen? Ik heb me even verdiept in die noodstopknop. Ik dacht: ja,dat is toch gewoon een rem. Maar dat is dus niet het geval. We onder-zoeken momenteel de mogelijkheden om uitvoering te geven aan hetverplichtstellen van een actieve rem, waaronder dus de noodstopknop.Dan de behoorlijke training bij het scootmobielgebruik. Er wordt eenbasisinstructie verstrekt door de leverancier bij het verstrekken van eenscootmobiel via de gemeente.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Is er enig zicht op wanneer die actieve rem dan gaat komen? Er is al jarensprake van, dus de vraag is: wanneer gaat dat geëffectueerd worden?Minister Karremans:Dat nemen we mee in de uitwerking van het nieuwe gehandicaptenvoer-tuigenbeleid. Dat komt in het najaar. Dat zal dan daarin worden meege-nomen.Dan de vraag van de heer Grinwis over de ontheffing. Hij vroeg hoe ik kijknaar maatregelen voor e-bikes met ontheffingen, bijvoorbeeld voorjongeren die meer dan 10 kilometer moeten fietsen naar school. Ik hebuitgevraagd of dat zou kunnen. De reactie die ik gelijk kreeg is: dat wordtéén grote rotzooi. Dat is in handhaafbaarheid dus ook erg lastig. En jekunt natuurlijk nog steeds op een e-bike naar school toe.Er is gevraagd wat ik ervan vind om alle kleine voertuigen met een motorals bromfiets te beschouwen binnen het LEV-kader. Dat is een interessantvoorstel. We moeten wel even zorgvuldig kijken naar wat daar de voor- ennadelen van zijn. Die consequentie wil ik eerst onderzoeken voordat ikdaarop terugkom. Ik stel voor dat we dat ook in antwoord op de vraag vande heer De Hoop schriftelijk doen. Dat was het blokje fatbikes en hetLEV-kader.De voorzitter:Een vraag van de heer Goudzwaard.De heer Goudzwaard (JA21):Een van de vragen die ik aan de Minister heb voorgelegd, is: wat zijn deconcrete resultaten die de Minister volgend jaar verwacht van hetconvenant tussen IenW en de Douane? Komt die dan in een ander blokjeterecht? Dat had namelijk betrekking op fatbikes.Minister Karremans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125236 Nee klopt, die zat bij een ander blokje, maar ik pak hem er nu gelijk maarbij. Excuus, hij had eigenlijk beter in dit blokje kunnen zitten. We werkenop dit moment aan een taakbijlage als uitwerking van het convenant. Zoheet het, zo stond het ook in de brief. Daar wordt nu aan gewerkt. Ik kannog niet precies aangeven wat we concreet kunnen verwachten, andersdan dat de samenwerking veel beter wordt waardoor je veel beter kuntcontroleren. Er zat iets te veel ruis tussen de NVWA, de ILT en de Douaneover wie welke taak wanneer oppakt. Dat zijn we allemaal aan hetstroomlijnen. We verwachten dus sowieso betere en efficiënterecontroles. Ik neem dit ook mee in de Aanpak Fatbikes en de verdereuitwerking. Daarin zullen we dit netjes formuleren. Er werd gevraagd naarconcrete doelstellingen. Die zullen we daarin meenemen.Dan ben ik bij het blokje rijbewijs en CBR. Er was een vraag van de heerHeutink. Hij vroeg of er een aanpak moet komen voor veelplegers. Dat isinderdaad wel onze inzet. De heer Goudzwaard had het er ook al over.Toen ik wethouder in Rotterdam was, begon ik met de Rotterdamseverkeersaso-aanpak. Dat zag precies op die groep. Dat is dus niet dehuismoeder die iets te hard rijdt omdat ze te laat is voor het ophalen vande kinderen bij school, al moet die zich ook aan de snelheid houden. Hetging erom specifiek in te zetten op veelplegers. Mijn collega van JenV enik kijken daar op dit moment naar.De heer Heutink (Groep Markuszower):Wat gaat de inzet zijn? De inzet zou natuurlijk moeten zijn dat weveelplegers veel harder gaan straffen. Ik noemde net een voorbeeld:bumperkleven ten opzichte van het gebruik van drugs in het verkeer. Jeziet daar een discrepantie in de strafmaat. Misschien dat de Minister vanJustitie en Veiligheid er zo meteen nog op gaat antwoorden, maar ik hoopwel dat de Minister samen met de Minister van Justitie en Veiligheid gaatkijken hoe we die strafmaat kunnen gaan verzwaren.Minister Karremans:Daar komt mijn collega zo op terug. Dat zit tussen ons in. Wat je doet metrijontzegging et cetera zit weer bij ons. Wij werken daar samen aan en deMinister van JenV kan daar zo wat over zeggen.Dan ga ik naar infra en de impulsaanpak. De heer Stoffer had een vraag. Ikweet dat de impulsaanpak verkeersveiligheid hem erg aan het hart gaat. Ikheb er als wethouder ook altijd veel gebruik van gemaakt. Dat is hetvoordeel van een grote gemeente: daar heb je verkeerskundigen die datkunnen uitvoeren. We herkennen het signaal dat de heer Bikkers gaf overde capaciteit van verkeerskundigen wel. Ik ben nu bezig met de beant-woording van de vraag van de heer Stoffer, maar ik wil richting de heerBikkers toezeggen dat we dat verder uitlopen en met de VNG kijken of erknelpunten zijn die we kunnen helpen oplossen. Het huidige budget is 450miljoen euro. De heer De Hoop zei: er is in het verleden geen enkeleVVD-bewindspersoon geweest die geld heeft geïnvesteerd in verkeersvei-ligheid. Cora van Nieuwenhuizen heeft 450 miljoen geïnvesteerd, echt inde verkeersveiligheid. Daar was ze ook heel trots op en dat is terecht,want dat is natuurlijk een flink bedrag. Er zit cofinanciering op, in hettotaal gaat het om 900 miljoen investering in verkeersveiligheid, waarvanhet overgrote deel nog geïnvesteerd moet worden. Dat komt er dusallemaal nog aan. We kunnen dus nog uitzien naar die upside. Ik bekijk nude mogelijkheden om dat door te zetten. Het geld zit niet in mijnbegroting. De heer Stoffer weet dat ik te strak in mijn pak zit, zoals hij datzelf ooit bij het debat over de regeringsverklaring heeft gezegd. Dat is duseen uitdaging, maar we kijken naar wat we kunnen doen in de toekomst.De heer Bikkers vroeg hoe wordt gemonitord dat subsidies doorgemeenten worden ingezet voor effectieve maatregelen. Dat is onderdeelvan dat proces. De gemeenten leggen daar verantwoording over af. Datmoet sowieso. Gisteren was Verantwoordingsdag, die gaat overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125237 doelmatige bestedingen. Er wordt gekeken of de uitgaven daadwerkelijkleiden tot verkeersveiliger situaties.Hij vroeg ook: hoe zorgen we ervoor dat verkeersveiligheid een blijvendeprioriteit is en niet afhankelijk is van tijdelijke impulsen uit Den Haag? Inantwoord op de heer Stoffer heb ik net al gezegd dat we kijken hoe we deimpulsaanpak kunnen doorzetten. Dat doen we waar mogelijk structureelen als dat niet mogelijk is dan moet het tijdelijk. De inzet is om datmeerjarig vorm te geven.Het punt over het gebrek aan verkeerskundigen heb ik net beantwoord.Dat pakken we op.De heer Jumelet vroeg wat volgens ons de grootste uitvoeringsrisico’srond tijdelijke middelen zijn en of het dan vooral gaat om projecten dieniet doorgaan, vertraging, gebrek aan cofinanciering of om verlies vanuitvoeringscapaciteit. Ik zei net al dat de laatste tranche net is geweest.Dat is de laatste 45 miljoen euro, zeg ik uit mijn hoofd. Dan hebben we devolle 450 miljoen die ten goede komt aan verkeersveiligheid plus decofinanciering vanuit gemeenten. Er komt nog een veegronde aan. Die isnog niet open. Elke gemeente kan daar nog gebruik van maken. Die komter dus nog aan. We blijven de uitvoering van bestaande projectenmonitoren. We blijven ook, in relatie tot wat de heer Bikkers zei, in gesprekmet de medeoverheden over de uitvoeringscapaciteit.De heer Stoffer (SGP):Soms zit je nog even na te denken en dan komt er wat boven. Tweedingen. De Minister had het zojuist over zijn voor-, voor-, voorganger,mevrouw Van Nieuwenhuizen. Daar heb ik nog voor mogen werken en ikheb haar hier mogen controleren. Ik heb nog altijd een warm hart voorhaar. Als ik vroeg om geld voor een project was een van haar uitspraken:ja, Chris, ik heb geen geldboom. Ik hoor nu eigenlijk deze Minister inandere bewoordingen hetzelfde zeggen als we het hebben over geld voorverkeersveiligheid, namelijk: ik heb het niet in mijn begroting zitten. Heelvaak constateerde ik als de begrotingen er uiteindelijk waren, dat anderenin het kabinet of de coalitie daar geen oog voor hadden gehad en dan waser niks. Heeft de Minister wel een positief vooruitzicht, waardoor hij denkt:andere collega’s in het kabinet, mensen in de coalitie, hebben daar weloog voor en er zou wat kunnen komen? Of is het verstandiger om initiatiefvanuit de commissie te nemen? Want hier zit een warm hart voorverkeersveiligheid, uiteindelijk moeten zetels natuurlijk wat doen. Is hetverstandiger om als commissie niet af te wachten tot het september is endan te zien dat het mis is? Zou de Minister daar misschien op kunnenreflecteren? Ik snap dat hij geen honderd procent helder antwoord kangeven, maar reflecteren kan hij als geen ander, volgens mij.Minister Karremans:Zeker. Een mooi verhaal van de heer Stoffer dat hij mevrouw VanNieuwenhuizen heeft gecontroleerd en ook voor haar heeft gewerkt. Deheer Stoffer heeft mij vooralsnog alleen gecontroleerd, maar de deur bijRijkswaterstaat is altijd wagenwijd open zeg ik tegen de heer Stoffer. Datis een organisatie waar hij heeft gewerkt in het verleden. Over definanciële mogelijkheden heb ik gezegd: het zit nu niet in de begroting. Ikheb ook gezegd dat ik kijk naar wat er mogelijk is. Het staat de Kameraltijd vrij om amendementen in te dienen of de Minister van Financiën opte bellen om te vragen of er meer geld is voor verkeersveiligheid. Ik weetwel een beetje wat het antwoord is, als dat zou gebeuren. Ik ben er numee bezig. Ik denk dat we bij de keuzes in de begroting vanzelf met elkaareen discussie hebben over of het voldoende is of niet en wat we daarvanvinden. Ik denk dat dat het juiste moment is om met elkaar het debat tevoeren.De heer Bikkers (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125238 Ik kom nog even terug op de impulsaanpak. Naast capaciteit bijgemeentes zie je ook vaak dat cofinanciering een probleem is. Mochtblijken dat projecten niet tot uitvoering komen omdat het geld of decapaciteit er bij de gemeentes niet is, kan de Minister dan waarborgen dathet uiteindelijk wel ten goede blijft komen aan verkeersveiligheid enmisschien op een andere manier zou kunnen worden ingezet?Minister Karremans:Dat voer je dan uiteindelijk terug. Dat blijft dus beschikbaar. We zien weldat veel geld wordt weggezet en dat het uiteindelijk ook echt totuitvoering leidt, volgens mij zelfs in 98% van de gevallen. Pin me nietprecies vast op dat getal, maar de uitvoering is heel hoog.De heer Jumelet (CDA):Het SPV is een heel mooi instrument om verkeersveiligheid in provinciesen gemeenten goed verder te brengen, denk ik. Er zit inderdaad cofinan-ciering aan vast. Dit programma loopt tot 2030. We constateren in 2026dat 97% ongeveer wel is belegd maar nog niet is uitgevoerd. Hoe kijkt deMinister daarnaar? In elke provincie en gemeente wordt gewerkt aan hetverbeteren van wegen en het opnieuw inrichten van wegen. Eensamenloop, werk met werk maken, kan misschien een slimme manier zijnom aan de ene kant verkeersveiligheid te bevorderen maar ook met elkaarte zorgen dat we verder kunnen kijken dan 2026 en wellicht 2030. Heeft udaar een reactie op?Minister Karremans:Waar wij over gaan is specifiek de impulsregeling. Wat gemeentensowieso kunnen doen is werk met werk maken. Dat deed ik als wethouderook. Ik ging over klimaatadaptie, ik ging over het riool. De straten moeteneens in de 40 jaar sowieso open voor rioolvervanging. Op het moment datje dat doet, kan je net zo goed de straat ook verkeersveilig maken en waarnodig wat groener maken, bijvoorbeeld om wat meer schaduw te biedenvoor hete dagen, of wat meer wateropvangcapaciteit te bieden omdat westeeds vaker te maken krijgen met extreme regenbuien. Dat is wat je doetals gemeente. Ik denk dat er veel mogelijkheden liggen bij gemeenten.Wat wij met zo’n regeling doen, is een steuntje in de rug geven om het terealiseren. En dat is heel succesvol gebleken. Dat is ook het punt van deheer Bikkers, namelijk dat we een stok achter de deur hebben om ervoorte zorgen dat het uiteindelijk leidt tot meer verkeersveilige wegen. Dat isook in het debat gezegd: daar vinden voornamelijk de ongelukken plaats,niet zozeer op de rijkswegen. Daar vinden ook ongelukken plaats, maarhet gebeurt met name in gemeenten en binnen provincies. Dat is logischwant daar komen verschillende verkeersgebruikers elkaar tegen. Het ideevan snelwegen is dat er geen conflicten ontstaan in de inrichting. Dat islogisch en daarom is de impuls daarvoor bedoeld.De heer Jumelet (CDA):Ik vroeg ook om met provincies en gemeenten in gesprek te gaan, want zijmaken ook plannen. Die plannen liggen er tot nu toe tot 2030 om uit tevoeren met cofinanciering van het Rijk. Maar het zou goed zijn om teinventariseren welke plannen er nog meer zijn, na 2030, om te kijken ofhet nodig is om nog een aanzet te geven richting de begroting of nieuwemiddelen in de toekomst. Ik kijk de heer Stoffer even aan.Minister Karremans:Daar heb ik ook positief op geantwoord na de vraag van de heer Stofferdie in essentie op hetzelfde neerkomt. Ik wil daar in positieve zin naarkijken. Infrastructuur is een heel belangrijk onderdeel van het aanpakkenvan verkeersonveiligheid in Nederland. Dus ik zie de noodzaak zeker. Ikzeg wel eerlijk dat het nu niet in mijn begroting zit. Ik zeg ook eerlijk dat ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125239 te weinig geld heb. U kent allemaal de instandhoudingsopgave voor deinfrastructuur in Nederland. We maken daarvoor nu een hele afweging inwat we wel en niet gaan doen. Het moet er wel in passen. Ik kan dus aande voorkant geen garantie geven, maar u kent mijn inzet voor verkeersvei-ligheid. Ik kijk serieus naar wat er wel mogelijk is. Dat is alles wat ik er nuover kan zeggen. Het komt neer op een positieve grondhouding, laat ik hetzo formuleren.Ik heb nog een vraag van de heer Van Leijen die hieraan is gerelateerd.Het is een vraag over 30-kilometer-per-uurwegen. Hij vroeg of ik dieondersteun. Sterker nog, ik heb dat als wethouder veel gedaan. Ik heb inRotterdam op 110 wegen 30 kilometer per uur ingesteld. Mijn voorgangervan GroenLinks kwam niet verder dan negen, zeg ik er even bij. Ja,meneer De Hoop, verschil moet er zijn. Ik werd aanvankelijk vaakbekritiseerd, ook door mijn eigen partij, want het zou heel veel tijd kosten.Volgens mij staat het filmpje nog op YouTube, ik ben namelijk een paarkeer hetzelfde rondje gaan rijden. De eerste keer reed ik precies wat jemocht rijden, dat was op veel wegen 50 kilometer per uur. Daarna heb ikme gehouden aan 30 kilometer per uur. Ik was zelfs een paar keer snellertoen ik 30 kilometer per uur reed. Je kan wel heel snel naar het stoplichtrijden, maar je moet dan alsnog wachten. Zeker in binnensteden maakthet allemaal geen donder uit. Ondertussen gaat de verkeersveiligheid erwel enorm op vooruit als je 30 kilometer per uur aanhoudt. Maar je moethet wel doen op plekken waar het past. Ik heb het ook bij wegen gedaan,zoals de Bergweg in Rotterdam, waar een tram rijdt en waar je geendrempels kan aanleggen. Ik heb tenminste nog nooit een tram over eendrempel zien gaan. Dat is fysiek onmogelijk. Op die plekken moet jeoppassen met zomaar 30-kilometer-per-uurbordjes ophangen, want alshet niet past bij het gevoel van de weggebruiker die dan ook niet begrijptdat je daar 30 moet rijden, levert het vaak juist verkeersonveilige situatiesop. Dan krijg je een averechts effect. Met een aantal ingrepen kan je weleen heel eind komen. Ik ben er zeker voorstander van, maar je moet welgoed nadenken over waar je het doet. Je hebt ook te maken metgebiedsontsluitingswegen, met routes voor hulpdiensten. Het is niet heelprettig als je met een gebroken nek achter in een ambulance ligt om overeen weg vol met drempels te gaan. Dat zijn allemaal dingen waar jerekening mee moet houden als je wegbeheerder bent. Er zitten dus hakenen ogen aan, maar in de basis ben ik voorstander, daar waar het mogelijkis en het de verkeersveiligheid ten goede komt.Dat was de laatste vraag uit dit blokje.Dan kom ik bij de verzorgingsplaatsen. Daarover moet ik veel proces-matige antwoorden geven, omdat het nog in het proces zit. We zijn ons nuaan het beraden op hoe we het verder moeten brengen. We voeren veelgesprekken. De heer Goudzwaard vraagt of ik in gesprek wil blijven metstakeholders en specifiek ook met familiebedrijven. Ik heb gisteren nogeen gesprek gevoerd met een stakeholder. Ook met familiebedrijvenzullen we dat doen. Ik kan toezeggen dat we dat zullen doen voor we toteen afweging komen.Er was ook de vraag of verschillende kavels niet leiden tot meerzoekverkeer en meer verkeers- en sociale onveiligheid. Als je het niet goeddoet, kan dat zeker het geval zijn. Daarom zal je daar ook rekening meemoeten houden. Dat nemen we mee in de afweging.De heer Heutink vroeg wat ik heb gedaan met de motie-Heutink. Die is ophet ministerie luid en duidelijk verstaan, kan ik de heer Heutink verze-keren. We bezinnen ons op het vervolg en nemen de motie daarin mee.Dat zijn de antwoorden. Ik snap dat het niet helemaal bevredigend is,omdat het voor een heel groot deel nog in het proces zit en we er nog opzullen terugkomen, maar het zijn de antwoorden die ik op dit moment kangeven.De heer Heutink (Groep Markuszower):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125240 Voorzitter, ik heb meer een procesopmerking, dus ik hoop dat die nietgeldt als interruptie. Het gaat over het afdoen van moties. Is dat dan eeninterruptie of kan ik dat heel kort op deze manier doen?De voorzitter:Er zijn twee smaken: er is een punt van orde of er is een interruptie.De heer Heutink (Groep Markuszower):Dan een punt van orde, voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Doe uw best.De heer Heutink (Groep Markuszower):Dan is het punt van orde dat in de lijst van afgedane moties de Ministereerst schreef dat de motie is afgedaan door de uitwerking, maar ik hoorde Minister nu zeggen dat hij de motie nog verder gaat oppakken. Dan isde motie dus niet afgedaan.Minister Karremans:Ja.De voorzitter:Het is niet echt een punt van orde, maar de Minister geeft wel aan dat hetklopt.Minister Karremans:Ja, we doen die later nog, dat is goed. Dan kom ik nu bij SWOV en detaakstelling. Het vorige kabinet heeft inderdaad subsidietaakstellingopgelegd over alle departementen. Dat is destijds in het coalitieakkoordbesproken. Ook in dit coalitieakkoord komt er weer een taakstelling opsubsidies. Dat is omdat er ook andere belangrijke dingen zijn om tefinancieren. Bezuinigen is natuurlijk nooit leuk. Ik heb als StaatssecretarisVWS in mijn eerste maanden 110 miljoen moeten bezuinigen op allerleisubsidies. Het is wel nodig om geld vrij te maken voor andere belangrijkeprioriteiten. Dat is de andere kant die bij het verhaal hoort. Het geldt ookvoor hele belangrijke organisaties, met belangrijke taken.Het is ook zo dat er soms echt wel efficiënter kan worden gewerkt. Ik vinddus niet dat we zomaar kunnen zeggen dat het echt slechter gaat met deverkeersveiligheid omdat er een taakstelling zit op een aantal organisatiesdie daarin ondersteuning bieden. Ik hou wel een vinger aan de pols. Ikstuur bij subsidies nooit op wat er aan geld ingaat; ik kijk vooral naar wateruit komt. Dat is belangrijk. Ik kan de Kamer toezeggen dat we een vingeraan de pols houden. We kijken bij SWOV ook naar andere financierings-mogelijkheden. Het was oorspronkelijk een veel breder initiatief, met deANWB, het Verbond van Verzekeraars en de RAI Vereniging, en we gaanook met die partijen in gesprek om te kijken naar toekomstige finan-ciering. Dat zal dus mijn houding zijn ten aanzien van deze organisaties.De voorzitter:Een interruptie van de heer Grinwis en daarna de heer Van Leijen, de heerJumelet en de heer Stoffer.De heer Grinwis (ChristenUnie):In algemene zin snap ik de reactie van de Minister. Tegelijkertijd blijft hetaantal ambtenaren bij het Rijk maar stijgen. We zagen gisteren dat hetweer met 3.000 is toegenomen, waarvan 1.100 bij Financiën. Misschien isdat eens een argument richting uw collega. Mijn vraag is als volgt. DeMinister is bereid om in gesprek te gaan met deze organisaties om dewaardevolle werkzaamheden van bijvoorbeeld SWOV, maar ook VeiligTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125241 Verkeer Nederland, te continueren. Misschien kan het efficiënter, maar danwil ik het volgende wel graag zwart-op-wit. Deze bezuinigingen zijn nietgratis, ze gaan ten koste van waardevolle werkzaamheden, dus is deMinister dan bereid toe te zeggen dat er een terugkoppeling komt vandeze gesprekken en wat de uitkomsten zijn van de verminderde financiënvoor de continuïteit van het werk? En wanneer zou dat dan kunnen?Minister Karremans:Dat kan ik doen. Dat is op zich een prima verzoek. Wanneer dat zoukunnen, moet worden bekeken. Daar moet ik op terugkomen. We moetenbekijken wat een logisch moment is om dat te doen. Ik snap dat de Kamerer mogelijk op zou willen ingrijpen als het niet afdoende is, dus wemoeten er een logisch moment voor zoeken. We komen schriftelijk terugop wanneer dat is. Ik kan toezeggen dat we dat terugkoppelen aan deKamer.De heer Van Leijen (D66):Mijn interruptie gaat ook over SWOV. U zegt: we houden een vinger aande pols. Dat is fijn, maar ik ben toch nog op zoek naar een concreteinvulling. Wat betekent dat dan concreet? Het kan misschien efficiënter,maar op welk moment komt bij zo’n organisatie de basisdienstverleningonder druk te staan? Misschien kunt u daarop nog even reflecteren.Minister Karremans:Volgens mij is dat ook de vraag van de heer Grinwis. U vraagt beiden infeite wat de impact is. Het gaat trouwens om een taakstelling van, uit mijnhoofd gezegd, -17% in 2029. Het is dus niet zo dat de helft van het budgetopeens wordt weggehaald. Het is goed om die nuance erbij te geven. Inantwoord op de heer Van Leijen zeg ik dat we het netjes in kaart zullenbrengen. We zijn er transparant over. Ik zeg erbij: als er meer geld moet bijSWOV of een andere organisatie, zal dat ergens anders vandaan moetenkomen. Fietsstimuleringsbeleid of ov-beleid, bedenk het maar. Ik weet datde heer Van Leijen dat allemaal ook heel belangrijk vindt. Dat is wel derealiteit van begroten: als er ergens geld bij moet, moet het ergens andersvanaf.De heer Jumelet (CDA):U verwacht het niet, ik wil het ook hebben over SWOV, maar ook over deandere organisaties die zijn genoemd. Bezuinigen is op zich { Ik hoor deMinister zeggen dat hij een vinger aan de pols gaat houden, maar het zoumisschien moeten beginnen bij wat we nodig hebben voor de verkeers-veiligheid en welke data we nodig hebben. Ik zou me kunnen voorstellenals u de vinger aan de pols houdt, dat u dan juist die vraag stelt, namelijkhoe u de goede informatie boven tafel houdt. Dat zou mijn opmerking zijn.Ik heb zelf al gezegd dat we genoeg heilige huisjes hebben, dus kijk vooralpraktisch.Minister Karremans:Dat is een oproep naar mijn hart. Ik kom zo nog op de vragen die zijngesteld over data. Het is van belang dat we die hebben. Er was onderandere een vraag van de heer Stoffer. Hij zei dat het beter ontsluiten vanverkeersveiligheidsdata in de landelijke aanpak verkeersveiligheid zit. Hijvroeg welke slagen daar nog mee worden gemaakt en of erbij wordtsamengewerkt met de ANWB. Hij vroeg ook of deze data breder zullenworden ingezet. Het antwoord daarop is positief. We zetten in op hetgebruik van data om de verkeersveiligheid te verbeteren. HetANWB-project is daarvan een goed voorbeeld. In het Digitaal StelselMobiliteitsdata werken we samen met wegbeheerders, navigatiediensten,voertuigfabrikanten en uitvoeringsorganisaties aan het beschikbaarstellen van de mobiliteitsinformatie. Via het project Road Monitor werkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125242 we met geanonimiseerde data van meer dan een half miljoen voertuigenom verkeersonveilige hotspots te detecteren. Vanuit mijn ervaring alswethouder in Rotterdam kan ik vertellen dat die data extreem belangrijkzijn om uiteindelijk te bepalen welke knelpunten je waar kan aanpakken.Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Van Brenk over hoe ik kijk naar hetverbeteren van ongevalsregistratie. Ze vroeg of we niet ook de veroor-zaker van het ongeval moeten meenemen. Dat zou natuurlijk mooi zijn,het is alleen heel lastig. We gebruiken data van ambulances en politie. Hetis op de plek van het ongeval niet altijd duidelijk wie op dat moment deveroorzaker is. Het is heel lastig om dat in kaart te brengen. We zetten onsin brede zin in om de ongevallendata zo veel mogelijk te verbeteren,omdat het ontzettend belangrijk is voor een goede analyse en het makenvan de juiste keuzes voor verkeersveiligheidsbeleid. Data over deveroorzaker worden dus niet altijd vastgelegd, omdat het lastig is om datte doen.De heer Stoffer (SGP):Deze Minister is ongelofelijk snel. Het heeft zo zijn voordelen, maar soms{ De Minister haalt mooie dingen aan over datagebruik. Ik denk dat hetessentieel is. Mijn interruptie ging over het punt, waar al drie keer ietsover is gezegd, namelijk SWOV. Even voor het beeld: het gaat grofwegvan een goede 4 miljoen naar ongeveer 3 miljoen. Het ligt er een beetjeaan hoe je het vertaalt of welk percentage je eraan hangt. Daar gaat hetook helemaal niet om. We praten over een organisatie, maar de mensenzitten hier op de tribune. U deed de toezegging aan de heer Grinwis daterop wordt teruggekomen. Het zou goed zijn als er samen met deorganisaties wordt gekeken naar wat er nodig is. Het gaat voor mij ommeer dan de subsidie an sich. Er zit wat historie en emotie bij, zeg ik erbij.Dit instituut { Het heeft niet de gradatie van een instituut zoals het CPB,maar voor mij voelt het op verkeersveiligheidsgebied identiek. Het is echtuniek met unieke data en er zit qua onderzoek ook een uniek soortmensen.Laten we er dus ongelofelijk zuinig op zijn. Laten we niet voor het miljoendat we nu besparen ongeveer hetzelfde doen als we bij Defensie hebbengedaan, namelijk in één jaar heel veel afbreken en vervolgens tien jaarbezig zijn om het weer op te bouwen en te denken «had ik maar». Er is alzo weinig op het gebied van verkeersveiligheid. Dat werd zojuist ookvanuit de VVD aangegeven. De Minister zei dat hij het zelf ook zag bijallerlei gemeenten, zowel vanuit zijn eerdere positie als nu. Laten we dusalsjeblieft heel zuinig zijn en dit niet weggooien. Ik wil de oproep dusnogmaals doen. U heeft ook breed uit de commissie gehoord dat er heelveel draagvlak is om SWOV in leven te houden. Het hoeft niet uitermateruim. Dat is het ook helemaal niet, daarvoor kennen we de organisatieveel te goed. Het is altijd allemaal vrij sober vormgegeven.Dus nogmaals de oproep: laten we niet over percentages praten, maarmet die paar tonnen, waarover we het hebben, zorgen dat we ze echt inleven houden. U deed de toezegging aan de heer Grinwis om erop terugte komen. Mijn vraag is: wilt u daarbij nadrukkelijk het organisatie-vraagstuk meenemen en er bij ons diep op terugkomen? De wens is hierom dit met elkaar vorm te geven. Wij willen diep met elkaar kijken watvoor dekking er zou moeten zijn, want zo’n groot bedrag is het niet. Het isdus niet zozeer een vraag, maar een hartenkreet.Minister Karremans:Die is goed gehoord. Er zit een vraag in om de organisatie te betrekken.Dat zullen we doen. Overigens deel ik ook die warmte voor SWOV. Alswethouder was het een extreem belangrijke partner voor mij in hetvormgeven van verkeersveiligheidsbeleid, dus daarover geenmisverstand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125243 De heer Heutink (Groep Markuszower):Ik sloeg even aan op de ongevallendata. Ik ben IT’er van oorsprong, dus ikzat er even over na te denken tijdens het interruptiedebatje. Het isverschrikkelijk dat ze er zijn, maar die ongevallendata laten natuurlijk heelmooi zien waar de ongevallen plaatsvinden. Ik dacht bijvoorbeeld aannavigatiesystemen zoals Google Maps en Flitsmeister, waarmee wesamenwerking hebben over obstakels op de weg en verkeerslichten. Wedelen al gegevens met die instanties. Zou het niet mooi zijn als wemensen op de weg kunnen tonen: let op, dit is een gevaarlijke plek, hiergebeuren ongelukken. Dat kan door middel van die data. Dan kunnen wemensen bewuster maken, ook van hun rijgedrag op die plekken. Zou deMinister daar niet naar kunnen kijken?Minister Karremans:Ik wil er met alle liefde naar kijken. Ik denk dat het voor een heel grootdeel de verantwoordelijkheid is van wegbeheerders. Denk aan hetaanpassen van de snelheid en het aanpassen van de weginrichting. Daarzit veel winst. Ik vind het op zich een interessante vraag om eens te kijkenwat bijvoorbeeld Google Maps kan doen om de verkeersveiligheid teverbeteren. We kunnen het nazoeken. We kunnen ook kijken naarschoolomgevingen en zorgen dat daar meer alertheid is. We komen eropterug. Ik vind het een interessante suggestie.De voorzitter:Dan is er nog een interruptie van mevrouw Van Brenk en daarna de heerVan Leijen.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik ben in ieder geval blij om te horen dat de heer Karremans toch watwarme gevoelens heeft voor SWOV, want het klonk net behoorlijk koud.Het stemt me dus iets meer gerust. Toch vond ik dat hij wat te lichtvaardigheenging over mijn verzoek. Het is van groot belang om de oorzaak tekunnen achterhalen bij ongevalsregistratie. Wat we daaraan zoudenkúnnen doen, móeten we ook doen, vind ik. Ik hoop dat de Ministerdaarvoor openstaat en gaat proberen om in ieder geval te reproducerenwat wel mogelijk is.Minister Karremans:Ik begrijp dat ook: wat we kunnen doen, zouden we moeten willen doen.Na de zomer komen we richting de Kamer met een nieuwe aanpak tenaanzien van deze data. Dan nemen we dit mee en dan krijgt de Kamerinzicht in welke data er worden gebruikt, hoe dat kan worden vormge-geven en hoe we het in de toekomst voor ons zien. Dan zullen we dit puntmeenemen met de mogelijkheden en onmogelijkheden die eraanvastzitten, maar dat begrijpt mevrouw Van Brenk, denk ik.De heer Van Leijen (D66):Daar ging mijn vraag eigenlijk ook over: de structurele financiering voorde ontsluiting van ambulancedata. Ik heb veel begrip voor de Minister dathij met een enorme begrotingsdruk zit; zoals de heer Stoffer zegt «een testrak pak». Maar ik heb me laten vertellen dat dit in principe om eenbedrag gaat van een half miljoen per jaar, € 500.000. Dat zou je volgensmij nog deels financieren met gemeentes en het Rijk. Dat lijkt me danzomaar zo’n bedrag dat je zelfs in een te strak pak nog in de binnenzakvindt. Kunt u daarop reflecteren? Kunt u ook in de brief die u net toezegten die na de zomer komt, uitgebreid terugkoppelen aan de Kamer wat demogelijkheden zijn van financiering, deels door het Rijk en deels doorgemeenten, om het toch voor elkaar te boksen?Minister Karremans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125244 Zelfs in dit te strakke pak zijn de zakken echt leeg, hoor. Er zit helemaalniks in. Kijk maar: een rijkstelefoon, maar die is geen € 500.000 waard enzeker niet per jaar. Ik snap de vraag. Ik heb al eerder gezegd dat ik me wilinzetten om het voor elkaar te krijgen. We kijken ook naar medeover-heden. Ik kijk naar mijn eigen begroting, want we zien dat het echtbelangrijk is om deze data te blijven ontsluiten. Daar kan nog veel inworden verbeterd, want veel te weinig medeoverheden gebruiken diedata. Het kan nog veel breder worden ontsloten. Daar gaan we mee aande slag. We kijken naar de financiering en daar komen we na de zomer opterug als we het over deze data hebben. De oproep van de heer Van Leijenis duidelijk.De heer Van Leijen (D66):Sorry, misschien komt die nog en dan is het te vroeg, maar ik had ineerste termijn gevraagd om een toezegging om in september terug tekomen met een update van de gesprekken over de juridische waarborgenvan partijen voor het ontsluiten van de data.Minister Karremans:Die nemen we ook in september mee.Dan had de heer De Hoop gevraagd om een reactie op het RTL-artikel overde verkeersongevallenregistratie. Eigenlijk is dat hetzelfde antwoord. Wekijken naar de mogelijkheden, ook met meerdere overheden, om die teblijven financieren en ontsluiten.De heer Jumelet heeft al gevraagd welke data belangrijk zijn. Het gaat omkijken wat je nodig hebt. Ook als erover in gesprek wordt gegaan en datzullen we doen. Er is heel veel data beschikbaar die we zelf verzamelen,maar ook van de politie. Die data zijn essentieel voor de verkeersveilig-heidsaanpak.De heer Stoffer stelde de vraag over jongeren die gaan motorrijden. Zijnemen steeds meer risico en juist op de motor ben je extra kwetsbaar. Hijvroeg hoe deze risico’s worden meegewogen in rijopleidingen en incampagnes. Er wordt nu gewerkt aan een vernieuwd actieplan voor deverbetering van de verkeersveiligheid van motorrijders. Dat wordt gedaanin het motorplatform. Daarnaast willen we blijven vasthouden aan hetgetrapte rijbewijssysteem, zodat jongeren tot 24 jaar geleidelijk aan naarzwaardere motoren mogen doorstromen. Dit waren alle vragen in ditblokje en dan heb ik alleen nog het blokje overig.De heer Goudzwaard heeft gevraagd naar de rol vane-commerceplatforms bij de veiligheid, ook bij de fatbikes uit China dieaan voorwaarden moeten voldoen. Ik heb gezegd dat we dat meenemenin de Aanpak Fatbikes en dat werken we nu verder uit. Dit is een bekendfenomeen. Dit had ik met vapes trouwens ook, toen ik daar nog verant-woordelijk voor was. Daarover werd ook op allerlei websites geadver-teerd. De Europese Commissie onderzoekt momenteel, want dit moet ookin Europees verband worden geregeld, mogelijke overtredingen dooronlinemarktplaatsen als Temu, SHEIN, AliExpress, in het kader van deDigital Services Act. Hierbij wordt expliciet gekeken naar de verkoop vanillegale en onveilige producten, waaronder dus fatbikes die niet voldoen.JA21 heeft gevraagd of ik het met JA21 eens ben dat Nederland niet kanwachten tot er in 2028 een EU-douanehub is. De nieuweEU-douaneverordening, waaronder dus de oprichting van zo’nEU-datahub, zal gefaseerd in werking treden vanaf einde 2026. Deoprichting van een EU-datahub kan helpen bij het versterken van deEuropese samenwerking in het beschermen van de buitengrenzen.Ondertussen zitten we niet stil. In dat licht hadden we het net al over desamenwerking met de Douane hierover vanuit IenW.De heer Stoffer vroeg of er wordt gekeken naar meer onorthodoxemaatregelen om grip te krijgen op deze importstroom. Ik zei al dat we ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125245 meenemen in de aanpak, maar we zullen ook nadrukkelijk kijken wat weEuropees kunnen doen.Ik kom bij de vraag over de koplampentestapparatuur. We hebben dituitgezocht. De vraag van de heer Stoffer is of dit in het RDW-registermeetmiddelen moet worden opgenomen. Het goede nieuws is dat daaropsowieso wordt gekeurd. Apk-keurmeesters controleren de werking enafstelling van de testapparatuur. We hebben er ook wel regelgeving op.Lichten mogen bijvoorbeeld niet verblindend zijn. De RDW houdt ertoezicht op. Het RDW-register meetmiddelen gaat sec om hele specifiekemeetmiddelen die eens in de zoveel tijd herijkt moeten worden en daargaat dit niet voor op. Dit is een vrij technisch argument om te verklarenwaarom het niet in die specifieke lijst staat. Er wordt wel gewoon opgekeurd.Dan de felle lichten van de e-bikes, en natuurlijk ook van de autokop-lampen. Daar zijn allerlei normen voor in de apk. Wat gaat hier mis? Nou,er is al regelgeving in Nederland die zegt dat fietsverlichting, maar ookautoverlichting, niet mag verblinden. Door apk-keurmeesters wordt daaral op getest. Door politie kan hierop worden gehandhaafd en dit gebeurtook. Dan de vraag van de heer Bikkers over hoe we de wet- en regel-geving bijhouden ten aanzien van steeds slimmer wordende voertuigen.Een heel mooi voorbeeld is dat Nederland als eerste land van Europa FSD(Supervised) van Tesla heeft toegestaan. Er zijn nu heel veel zelfrijdendeTesla’s, waar Tesla heel blij mee was. Dat is inderdaad die taxi van de heerVan Duijvenvoorde.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Dat is niet waarom ik mijn hand opstak.Minister Karremans:O, ik dacht even dat u wilde zeggen dat het om die taxi ging. Dit is eenmooi voorbeeld van hoe we daar juist in meebewegen. Ik heb van deweek nog met CBR gesproken en eerder met RDW, want zij staan hier heelpositief tegenover. Juist deze innovatie kan heel erg bijdragen aan deverkeersveiligheid, maar ook aan ontzettend veel meer zaken. We zien erveel potentie in. Daarom ben ik er echt op gebrand om de regelgeving bijde tijd te houden. We starten met een aantal pilots op dit vlak en we lopenecht voorop in Europa. Ik ben van plan die koppositie te behouden in dekomende kabinetsperiode.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):De Minister zegt dat de belichting van de auto’s wordt gehandhaafd. InNederland is een lichtcrisis aan de hand, kijk maar naar het licht van dezaal waar we nu in zitten. Ik ben nieuwsgierig of er onderzoek kan wordengedaan of daadwerkelijk wordt gehandhaafd op de verblindende lampenvan de auto’s. Ik heb nog nooit gehoord dat iemand daarvoor is bestraft,maar mijn auto, die kapot is, heeft die helaas ook. Kan de Ministeronderzoek doen naar in hoeverre dit wordt gehandhaafd?Minister Karremans:Daar komt mijn collega zo op terug.De heer Goudzwaard (JA21):Ik kom terug op die samenwerking, op het convenant dat eraan gaatkomen. Het is mooi dat er ontwikkelingen zijn, maar kijk eens naar wat erin de Griekse havens gebeurt. Kortgeleden nog was er een operatiewaarin 100.000 elektrische fietsen in beslag werden genomen. Het geeftde schaal van de problematiek aan. Er wordt nu wel gezegd dat er op deEuropese hub wordt gewacht, maar ik mis op dit moment toch een beetjede sense of urgency bij de Minister. Dit is een van de grootste irritatiesonder het Nederlandse volk en nu wordt er gezegd: «we worden aan hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125246 handje genomen door de Europese Commissie en daar wachten we op»,«er is geen geld» en «we hebben nog geen doelstellingen geformuleerd,maar die komen eraan». Daar spreekt niet heel veel vertrouwen uit.Minister Karremans:Er zit een sense of urgency bij mij, maar ook realisme. Als je bedenkthoeveel goederen, los van de Griekse havens, waar we geen direct zichtop hebben, alleen al in de Rotterdamse haven binnenkomen, is hetduidelijk dat het onmogelijk is om die allemaal te controleren. We wetendoor de HARC-teams en de ondermijning dat er heel veel inzet is, maarhet is onmogelijk om alles op die manier te controleren. Dat is wel hetrealisme dat erin zit. Tenzij we zeggen «we gaan alles controleren entesten», maar daar hebben we de capaciteit niet voor. Sterker nog, dat redje niet zonder de economie enorme schade te berokkenen. Dat is wel derealiteit die erbij hoort. Ik zeg er tegelijkertijd bij dat op Europees niveaustappen gezet moeten worden. Er wordt nu gekeken wat gedaan kanworden aan platforms waar veel van dit soort producten vandaan komen.Dat is een goede stap. Ook bekijk ik alles wat in mijn macht ligt om tedoen. Daar zijn we nu naar aan het kijken, in samenwerking met Douane,maar ook met ILT en NVWA. Dat nemen we op in de aanpak die we nu aanhet maken zijn over fatbikes. Ik deel natuurlijk wel de probleemanalysevan de heer Goudzwaard. Die snap ik hartstikke goed. Die is er ook, maarde oplossing is niet zo simpel.De heer Goudzwaard (JA21):We moeten er ook niet te zwart-wit over zijn. Natuurlijk hoef je niet al diecontainers open te breken. Dat zouden we niet moeten willen nastreven.Het gaat erom dat de verschillende stakeholders in dit dossier watproactiever zouden kunnen handelen en dat dit ook terugkeert in deambities van de Minister. Daar mis ik het. Het is ook een kwestie van goedje huiswerk doen en proberen te achterhalen waar nou die ladingenvandaan komen. We moeten niet proberen het zo simpel te maken en tezeggen «we hebben de capaciteit niet om elke container open te breken».Nee, daar gaat het niet om. Er moet een andere mindset komen. Er moeteen technologische innovatie plaatsvinden. Er moet veel meer kennis-deling plaatsvinden en er moet veel meer onderlinge samenwerkingkomen. Dat zie ik nog veel te weinig terug. Dat is het punt dat ik probeeraan te stippen.Minister Karremans:Ik denk dat we elkaar wel verstaan. Precies in de aanpak die ik naar deKamer heb gestuurd, heb ik aangegeven dat we onderzoek gaan doennaar al die illegale handelsstromen, zodat we veel meer kennis krijgenover en zicht krijgen op waar het vandaan komt. Vervolgens kan wordenbekeken wat eraan kan worden gedaan. Met dat onderzoek zijn we nubezig, juist om meer grip te krijgen op de illegale handelsstromen vanfatbikes. Vanaf dat punt kunnen we verder werken aan concrete, passendemaatregelen die helpen om het probleem dat de heer Goudzwaardtreffend beschrijft, aan te pakken.De heer Prickaertz zei dat we overal 140 moeten gaan rijden, een beetjevrij vertaald. Ik zie hem breed lachen. Het schijnt een soort status te zijnop IenW dat je als Minister van IenW ergens met een 130-bord moetstaan. Daar zijn heel veel foto’s van. Ik denk niet dat die mogelijkheid voormij is weggelegd. Niet alle delen van het wegennet zijn geschikt voor 130.De snelheden zijn verhoogd op alle plekken waar dit binnen de normenvan geluid, stikstof en veiligheid kon. Dit ging over de laatste verhogingnaar 130. Dat waren in ieder geval de plekken waar ’s nachts al 130gereden kon worden. De snelheid op andere delen van het wegennet kanpas worden aangepast als er meer stikstofruimte is en als er, waar ditrelevant is, wegaanpassingen worden gedaan en de geluidsnormen nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125247 worden overschreden. Dan is niet de verkeersveiligheid het argument,maar zijn stikstof, geluidsnormen en weginrichting het argument.Dan de vraag van de heer Van Duijvenvoorde: waarop is het vertrouwengebaseerd dat de technologie van de zelfrijdende auto betrouwbaarwordt? Er wordt wettelijk vereist dat deze zich gedraagt als eenvoorzichtige en competente bestuurder. De RDW zit erbovenop en heeftdaarover veel kennis vergaard. Ik zei eerder al dat wij koploper zijn op datgebied. Door de combinatie van deze vereisten en de technologischevooruitgang is het echt de verwachting bij iedereen dat daardoor deverkeersveiligheid in brede zin wordt verbeterd.De heer Van Duijvenvoorde vroeg hoe redelijk het is om burgers verant-woordelijk te houden voor systemen die zij niet hebben ontworpen, nietvolledig kunnen doorgronden en feitelijk steeds minder besturen. Dit iseen van de grote issues als het gaat om self-driving vehicles: wie isverantwoordelijk en wie is aansprakelijk als er sprake is van eenauto-ongeluk? Daarom documenteren die auto’s de beslissingen die deauto neemt, zodat later kan worden nagegaan welke beslissing tengrondslag heeft gelegen aan een ongeluk. Lag dit aan de bestuurder, diebijvoorbeeld niet op tijd heeft ingegrepen of een bepaalde beslissing heeftgenomen, of lag het aan het systeem? Het is ook bijna een mooierechtsfilosofische discussie, maar laat ik die maar even uit de weg gaan.In de regelgeving houden we er natuurlijk rekening mee dat dit dilemmaer is.Dan kom ik bij de vraag of ik bekend ben met de Britse AutomatedVehicles Act uit 2024. Daar zijn we mee bekend. We zijn van plan om dezete analyseren bij de ontwikkeling van wet- en regelgeving in Nederland.Kan ik erkennen dat het vaststellen van aansprakelijkheid bij geautomati-seerd rijden in de praktijk vraagt om gedetailleerde voertuigdata? Dat isinderdaad het geval. Kan ik toezeggen dat toekomstige Nederlandseregelgeving niet alleen aansprakelijkheid regelt, maar ook harde privacy-waarborgen bevat, zoals minimale dataverzameling, beperkte bewaarter-mijnen, duidelijke toegangsrechten et cetera? Privacy wordt daarininderdaad meegenomen. Ik kan u vertellen dat wij een vrij actieveAutoriteit Persoonsgegevens hebben, die Europese privacyregelgeving opdit punt strikt naleeft.Er is een vraag gesteld over de sectorpartijen die zijn geconsulteerd enhoe we een zorgvuldige afweging maken. We hebben met veel brancheor-ganisaties gesproken, waaronder TLN, BOVAG, RAI Vereniging, ANWB enevofenedex. Natuurlijk nemen we het signaal van de heer Stoffer serieusen zullen we dit verder betrekken bij de besluitvorming.De heer Grinwis vroeg of we het verkeersexamen verplicht moeten makenvoor iedereen. We willen natuurlijk juist dat kinderen naar school fietsen.Schoolstraten zijn daarvan overigens een heel mooi voorbeeld. Je ziet datin steeds meer gemeenten. Rotterdam heeft dat ook veel gedaan. Destraat wordt dan afgesloten tussen bijvoorbeeld 08.15 uur en 08.30 uur,zodat er dan alleen fietsen in kunnen rijden. Misschien is dat nog eenmogelijkheid voor de school van de kinderen van de heer Van Leijen. Ikzou maar gewoon gaan vragen bij de gemeente of dit kan, precies om hetfietsgebruik onder kinderen te stimuleren. Over het verplicht stellen vanhet verkeersexamen zal Onderwijs altijd zeggen – de Staatssecretaris vanOCW zal dit dan tegen mij zeggen – dat niet te veel op het bordje van hetonderwijs gelegd moet worden. Ik weet dat de heer Grinwis dit ook vindt.We zien wel dat theoretische examens op bijna alle scholen wordenafgenomen. Praktijkexamens hebben een heel hoge deelname, maar dieloopt wel iets terug. We kijken altijd naar hoe we die kunnen vergroten enwat erachter zit. Het blijft een prioriteit en aandachtspunt van ons om datte blijven doen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125248 Ik geef een interruptie aan de heer Grinwis. Ik waarschuw wel dat we vrijkrap in de tijd zitten.Minister Karremans:Ik sprak snel!De voorzitter:Ja, maar u gaf ook veel anekdotische kleuring aan uw antwoorden.Wellicht kan dit iets minder. De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor deze reactie, maar ik vind die iets te vrijblijvend. Wij hebbenover het algemeen ook weerzin tegen alles op het bordje van de schoolleggen. Tegelijkertijd is het een oer-Hollandse traditie dat wij kinderen opjonge leeftijd leren zelfstandig op een fiets deel te nemen aan het verkeer.Het gaat niet alleen om het stimuleren om te fietsen, maar ook om hetzelfstandig, veilig en wel, deel kunnen nemen. We hebben dit uitgevraagd.Met name scholen in grote steden vinden het steeds moeilijker om deel tenemen, omdat een groot deel van hun leerlingen niet gewend is om tefietsen. Dit raakt langzamerhand uit het systeem. Als het gewoon bij hetcurriculum van groep 7 hoort, wordt er theoretisch en praktisch eenverkeersexamen afgelegd. Dit is een oer-Hollandse traditie van 94 jaar.Hoe moeilijk kan het zijn? Elke school is er al aan gewend. Ik vraageigenlijk aan de Minister een iets minder vrijblijvend antwoord te geven.Wat zijn de acties die hij voor ogen heeft om meer scholen mee te latendoen in plaats van minder en die neergaande trend tot staan te brengenen het liefst de andere kant op te laten gaan?Minister Karremans:Dit is een van de typische punten waardoor je beter met het verkeer leertom te gaan. Dit heeft een plek in de aangescherpte verkeersaanpak. Ik stelvoor dat we er daarin op terugkomen. Ik moet zeggen, scholen doen hetniet alleen niet omdat kinderen niet gewend zijn om te fietsen. Gezinnenhebben ook vaak geen geld voor een fiets. Dit is ook mijn ervaring uitRotterdam. Hoewel daar zeker oplossingen voor zijn, is dat ook derealiteit. Het heeft er niet alleen mee te maken dat sommige kinderen nietin die traditie zijn opgegroeid; het is soms ook de harde realiteit vansommige grote steden. We komen erop terug in de aangescherpteverkeersveiligheidsaanpak. Ik moet daarover ook even overleggen metmijn collega van OCW. Ik zeg toe dat we dat daarin oppakken.Dan kom ik bij de SUV’s. Dit is een vraag van de heer De Hoop. Dit is ookde laatste. Er is al onderzoek naar gedaan door SWOV en dat zullen wenog naar de Kamer sturen. O, die is al met de Kamer gedeeld, hoor ik net.Daar kan de Kamer kennis van nemen.De voorzitter:De heer De Hoop heeft daar een interruptie op. Daarna heeft mevrouwVan Brenk een interruptie.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat heb ik dan over het hoofd gezien, dat is dan mijn probleem. Deonderzoeken over de SUV’s die ik wel heb gelezen, zijn schrikbarend. Inhet Engelse onderzoek dat ik aanhaalde, zijn 680.000 verkeersongelukkenbekeken. Daaruit is gebleken dat in 82% van de ongelukken met kinderenhet tot meer dodelijke gevolgen leidt. Dat is schrikbarend. Ook deEuropese Federatie van Transport en Milieu zegt dat als dit zo doorgaat,de SUV het grootste verkeersgevaar voor mensen wordt. De gemiddeldemotorkap is inmiddels 85 cm hoog. Leiden dit soort onderzoeken ertoe datde Minister met gemeenten in gesprek gaat over de vraag wat er gedaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125249 kan worden om de verkeersveiligheidsrisico’s rondom SUV’s te doenverminderen?Minister Karremans:Een van de dingen die uit het onderzoek naar voren kwam, was dat hetveiliger is voor de inzittende, maar dat het een grotere impact kan hebbenop de tegenpartij. Overigens geldt hetzelfde voor vrachtwagens. Je hebtgewoon verschillende soorten voertuigcategorieën en mensen kiezenvoor een bepaalde auto, soms ook omdat ze denken dat de inzittenden –«mijn gezin en ik» – daardoor veiliger zijn. Zolang die voertuigen op deweg zijn toegestaan, hebben ze het volstrekte recht om die keuze temaken. Ik zoek naar het handelingsperspectief. De Kamer kan kennis-nemen van het onderzoek en daarover kunnen we vervolgens met elkaareen debat voeren. Ik ken het onderzoek niet tot in detail. Het is in hetverleden naar de Kamer gestuurd. Als de heer De Hoop er prijs op stelt,kan ik kijken of ik daar een appreciatie op kan geven. Ik vind het moeilijkom daarop nu uit de losse pols een antwoord te geven.De voorzitter:Dit is een toezegging voor een appreciatie op een onderzoek. De heer DeHoop heeft nog een vraag.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat waardeer ik in ieder geval. Kijkend naar gevaarlijke voertuigen, ben ikervan overtuigd dat een SUV voor verkeersdeelnemers gevaarlijker is daneen fatbike. Ik zou eerder tegen de Minister willen zeggen: kijk nou naareen SUV-aanpak. Ik heb gezien dat de wethouder in Utrecht aan maatre-gelen werkt en dat in Parijs is gekeken of kan worden gedifferentieerd inparkeertarieven in relatie tot de uitstoot. Het zijn niet alleen grote,gevaarlijke auto’s, maar vaak ook de meest vervuilende. Misschien kan deMinister in zijn appreciatie ook ingaan op internationale voorbeelden enop de vraag of hij eraan denkt dit in Nederland toe te passen?Minister Karremans:Ja, prima.De voorzitter:Dit wordt aan de toezeggingen toegevoegd. Dan heeft mevrouw VanBrenk een vraag.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Een van mijn vragen is niet beantwoord. Die vraag ging over mijn verzoekof het mogelijk is een deelplan verkeersveiligheid voor ouderen te maken,in samenhang met de nationale strategie voor verkeersveiligheid.Minister Karremans:In de aanpak verkeersveiligheid zitten natuurlijk heel veel maatregelen diespecifiek zien op ouderen. We kunnen duidelijk maken dat die insamenhang staan en dat is dan het deelplan voor ouderen.De voorzitter:Roept dit een vervolgvraag op?Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Nee, ik zie dit als een toezegging, dus dat is mooi.De voorzitter:Dan noteren we het als een toezegging.Als er geen verdere vragen zijn, geef ik graag het woord aan de Ministervan Justitie en Veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125250 Minister Van Weel:Gelet op de tijd zal ik mijn inleiding overslaan. In het verleden heb ik indeze debatten nog weleens moeten benadrukken dat handhaving slechtshet sluitstuk is van de verkeersveiligheid, maar dat dit ertoe leidt dat ikbijna niet meer aan de beurt kom, doet dan ook weer geen recht aan deonmisbare pijler die handhaving wel degelijk is als onderdeel vanverkeersveiligheid. Ik heb vier kleine blokjes: fatbikes, rijden onderinvloed, boetes en een paar overige vragen.Laat ik beginnen met de fatbikes en de handhaving daarop. Het afgelopenjaar zijn grote stappen gemaakt als we kijken naar de statistieken. Hetaantal boetes voor het rijden met een ongekeurd voertuig is gestegen van643 in 2023 naar 4.694 in 2025. Hoewel daarin geen splitsing is aange-bracht naar het soort voertuig, geeft de politie wel aan dat het in hetovergrote merendeel van deze geconstateerde tekortkomingen weldegelijk om fatbikes gaat. Ik ben onlangs bij een verkeerskeuring geweest.Daar stond een rollerbank voor fatbikes bij. Het is interessant om te wetendat de agent die de rollerbank bedient, ook weet welke codes en trucs erzijn om de fiets op dat moment niet harder dan 25 te laten rijden.Daarover zijn inmiddels ook rechtszaken geweest. Daarin is bekeken of hetbij de rechter standhoudt als een fiets niet daadwerkelijk 25 rijdt, maar ditwel kan. Dat heeft tot nu toe in een aantal gevallen standgehouden bij derechter. Dit betekent dat breder door de politie kan worden gehandhaafd,ook op het moment dat die optie tijdens de controle is uitgeschakeld. Ikdenk dat we daarmee echt een stap voorwaarts hebben gezet. Er wordtook ruim aandacht aan besteed op social media als deze controles wordenuitgevoerd. Dat is belangrijk, want dat heeft een uitstralingseffect naardegenen die menen dat ze hiermee weg kunnen komen. Dat over defatbikes, natuurlijk in aanvulling op al hetgeen de collega al heeft gezegd.We zijn bezig met het alcoholslot en komen voor de zomer met deuitkomst van onze verkenning en een voorstel voor hoe we dit gaantoepassen. Daarbij wil ik iets van verwachtingsmanagement inbrengen.Een aantal keren hebben we de bestuursrechtelijke optie weer gehoord alseen avenue die we zouden moeten bewandelen. Terecht werd daarbijverwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad en het risico op dubbelebestraffing. Die staat wat mij betreft onverkort. Desondanks hebben weeen onderzoek door Deloitte laten doen over de vraag of deze routealsnog zou kunnen worden bewandeld. Dit hebben we vorig jaar naar uwKamer gestuurd. Uit dat onderzoek bleek dat de herinvoering nog steedseen significant risico op dubbele bestraffing kent. Dat is dus niet de routedie wij op dit moment aan het lopen zijn. Wij verkennen nu de strafrechte-lijke route. Binnen die route hebben we ook gekeken of we het alcoholslotals een vervangende straf zouden kunnen gebruiken. Maar dit leidt weertot nieuwe bezwaren, omdat je dan ook zwaardere overtredingen hebt, diewel via het strafrecht worden afgedaan, versus iemand die alleen eenalcoholslot zou krijgen. Ook dat leidt weer tot rechtsongelijkheid. Wijkomen voor de zomer naar u met een uitwerking van het alcoholslotbinnen het strafrechtelijke spoor, inclusief het in kaart brengen van deconsequenties van het invoeren, zowel personeel als financieel. In eenvolgend debat kunnen we daarbij stilstaan.De heer Prickaertz stelde de vraag of werkgevers hun werknemers mogenlaten testen op drugs- en alcoholgebruik. Dat is op dit moment nietmogelijk. Het valt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie vanSociale Zaken en Werkgelegenheid. Zij hebben eerder aangegeven hieringeen wijziging te willen aanbrengen. In commissie deel ik u dieboodschap mede.De heer Heutink vroeg of rijders onder invloed, met name de veelplegers,strenger gestraft kunnen worden. Hij noemde een voorbeeld van eenbumperklever, die een hogere straf zou kunnen krijgen dan iemand dieonder invloed rijdt. Dat is iets te kort door de bocht geredeneerd. Gewoonbumperkleven levert doorgaans een boete op, maar als dit gedrag grootTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125251 gevaar oplevert, kan het ook worden vervolgd op basis van artikel 5a vande Wegenverkeerswet voor het veroorzaken van gevaar op de weg. Op dieovertreding staat een maximumstraf van twee jaar. Dit artikel is in 2020 inde wet gekomen om het strafgat te dichten tussen heel gevaarlijkweggedrag en gevaarlijk weggedrag zonder gevolgen. Rijden onderinvloed kan tot maximaal één jaar gevangenisstraf leiden, maar gedra-gingen die tijdens het rijden onder invloed plaatsvinden – daar is dan ookvaak sprake van – kunnen weer apart worden vervolgd. Iemand die onderinvloed is en gevaar veroorzaakt en daarvoor vervolgd wordt, kan op eengecombineerde en dus hogere straf rekenen. De aanscherping van diestrafrechtelijke aansprakelijkheid wordt op dit moment geëvalueerd. Debeleidsreactie en de evaluatie krijgt u in het najaar.Dan kom ik bij de boetes. Ik heb inmiddels veel tijd in uw Kamer doorge-bracht met betrekking tot dit onderwerp, niet alleen in het kader van deverkeersveiligheid maar ook in het kader van de strafrechtketen enanderszins. Ik heb het vaak al gezegd en zal het hier weer zeggen: onsboetestelsel is niet in balans. De verkeersboetes zijn te hoog, gerelateerdaan andere boetes. In het verleden zijn inderdaad autonoom verhogingendoorgevoerd om budgettaire gaten te dekken. Vanaf mijn aantreden, ookin de vorige termijn, heb ik gezegd dat ik dit niet ga doen. Ik vind niet datboetes er zijn om budgettaire gaten te dekken. Ze zijn er om de verkeers-veiligheid te verhogen. Daarom zal ik niet anders doen dan het indexerenvan de boetes. Dit moet ik wel doen, omdat anders de budgettairegevolgen elders binnen mijn begroting gevonden moeten worden.Als we het hele boetestelsel in balans zouden willen brengen, zoals dat opbasis van diverse rapporten is geopperd, loop ik tegen 300 miljoen perjaar aan. Dat is een enorm gat. We zijn nog steeds aan het kijken of we datergens op de balans zouden kunnen vinden, bijvoorbeeld door sommigeboetes wat omlaag te brengen en andere wat meer omhoog. Ik moet datwel budgetneutraal doen, want anders gaat het ten koste van enormecapaciteit bij bijvoorbeeld politie, jeugdzorg of van andere belangrijkeonderwerpen. Dat is voor nu de stand. Overigens krijgen we ook eenevaluatie van de wet-Mulder als geheel eind dit jaar. Daarover zult u voorhet einde van het jaar worden geïnformeerd.Dan heb ik nog een aantal overige vragen. De heer Goudzwaard vroegnaar de langere rijontzegging in het kader van de vraag hoe iemand weeraan het stuur kan komen een aantal jaren nadat hij iemand heeftdoodgereden. Op dit moment gelden al forse maximumtermijnen,namelijk vijf jaar en in geval van recidive zelfs tien jaar. Daarnaast is er bijmisdrijven waarvoor dit soort lange rijontzeggingen wordt opgelegd,vrijwel altijd ook een gevangenisstraf. Dit betekent dat iemand door derijontzegging, die ingaat na het verlopen van de gevangenisstraf, vaak alop die tien jaar in totaal uitkomt. Dat is best een tijd. In de strafrechtketenbestaat geen wens om dat maximum verder te verhogen. Al zouden wedit als wetgevers gezamenlijk doen, is de kans dat die in die gevallenwordt opgelegd, vrij klein. Het is dan echt meer symbolisch. Met hetWetsvoorstel verbetering aanpak rijden onder invloed, dat nu bij uwKamer ligt, verzwaren we de impact van de rijontzegging. Dat doen wedoor de dadelijke uitvoerbaarheid. Je hoeft dus niet meer te wachten opeen hoger beroep. Op het moment dat de rijontzegging wordt opgelegd ineerste aanleg, wordt die meteen uitvoerbaar en ziet men dus ook dedirecte gevolgen. Als men daarbij in overtreding gaat, gaat men invervangende hechtenis. Daarnaast gaan we bij de evaluatie van de wetdie ik net noemde, de vraag meenemen of de praktijk nu wellicht welbehoefte heeft aan een langere maximumduur van de rijontzegging. Ik zeial dat die in het najaar uw kant op komt.De heer Goudzwaard (JA21):Een vraag aan de Minister: we zien toch wel dat tijden veranderen en datverhuftering ook in het verkeer plaatsvindt. Ik snap dat vijf jaar wellichtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125252 lang klinkt, maar het staat nooit in verhouding tot het leed dat aan deandere kant heeft plaatsgevonden. Het zou misschien juist een mooieontwikkeling zijn wanneer wij als politiek zeggen dat je ook richting detwintig jaar kunt gaan of gewoon levenslang. Het leven van de dader isdan niet kapot; het leven van de andere partij is wel onherstelbaarbeschadigd, niet dat van de dader. Je kunt nog steeds overal komenzonder rijbewijs. Het zou ook nog eens een keer een fantastisch afschrik-wekkend karakter hebben. Ik zie een heleboel voordelen die ik de Ministerniet hoor noemen.Minister Van Weel:Die hoort u de Minister niet noemen omdat de voordelen niet zondermeer opgeld doen in de wereld van strafmaten. Als je een hele hogestrafmaat hebt die een rechter nooit oplegt, is het afschrikwekkende effectdaarvan nagenoeg nul. Je moet altijd een balans vinden met wat de ketenervan vindt. Ziet die inderdaad ruimte voor de oplegging van hogerestraffen en heeft ze daar behoefte aan? Als het antwoord daarop ondub-belzinnig nee is, moeten we als wetgever wel twee keer nadenken of wedie straf wel willen verhogen. Uiteindelijk leidt het anders tot teleurstel-lingen in de tenuitvoerlegging.Nogmaals, in dit geval gaan we nog een keer aan de keten vragen of er nuwel behoefte bestaat aan een hogere termijn voor de rijontzegging. Ik wilde verwachtingen over de uitkomst wel temperen. We gaan het zien aanhet einde van het jaar.Dan vroeg de heer Jumelet wanneer de uitkomsten van de werkgroepIntensivering verkeershandhaving komen. Na het zomerreces wordt umeer uitgebreid geïnformeerd over de stand van zaken. Het is goed opstoom, moet ik zeggen. Het heeft even geduurd, maar op dit momentloopt het zeer goed. Ik wil alvast twee resultaten noemen die in de vormvan pilots op korte termijn starten. De eerste is een pilot waarbij dewegbeheerder meer regie heeft op de plaatsing en roulatie van deflexflitsers. Er staat er regelmatig eentje bij mij in de buurt. Ik moet zeggendat ik daar erg blij mee ben. Anderen wat minder, denk ik. Daarnaastwordt er ook een pilot voorbereid om een trajectcontrole te gaan doenbinnen de bebouwde kom. Dat zijn twee heel concrete resultaten naaraanleiding van verzoeken die er al lang liggen.Ten slotte kom ik bij de boa’s en bij de vraag of we het nut zien vanversterking van de boa-inzet. U weet wellicht dat we het hele boa-stelselzojuist hebben herzien. Bij de verdere uitwerking en implementatie vandie herziening wil ik ook kijken of we meer kunnen doen met de boa’s inhet kader van de verkeershandhaving. Dat doen we in overleg met depolitie en het OM. We moeten ook zorgdragen dat we de gevaarzettingvoor boa’s wel in ogenschouw nemen. Daar waar zij niet opgeleid zijnvoor taken en wel in een gevaarlijke setting kunnen komen, moeten we zesamen met werkgevers tegen zichzelf beschermen. Nogmaals, daarkomen we op terug. Ik denk dat we daarover in het najaar verder kunnenspreken.Dat waren de vragen aan mij, voorzitter.De voorzitter:Goed. Ik zie nog een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is vooral een onbeantwoorde vraag. Die gaat over de verkeersboetes.De Minister van Justitie gaf daar een vrij algemeen antwoord op, maar ikinformeerde ook nog naar de verhoging op het moment dat iemand nietin staat was de boete te betalen en er dan een incasso komt. Zou deMinister daar nog iets uitgebreider op willen ingaan?Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125253 We hebben inmiddels een mogelijkheid gecreëerd voor het CJIB om tekijken naar individuele casussen, zowel wat betreft de betaalmogelijk-heden van de boete in eerste aanleg als het niet verder doorvoeren vanverhogingen. We kunnen ook algemene betaalregelingen treffen. Daar zijnzeer positieve resultaten mee. Er wordt echt gekeken naar draagvlak. Hetleidt ertoe dat, ik geloof, 80% van die betaalregelingen uiteindelijk ookwordt nagekomen. Dus met de caveat dat het niet in algemene zin gebeurtmaar wel in specifieke casussen, wordt dit meegenomen.Sorry, ik had ook nog de koplamp. Het lijkt me een mooie afsluiter. Ja,daar kan op gehandhaafd worden. Daar wordt ook op gehandhaafd doorde politie. Ik was laatst bij een algemene controle in een wijk waar veeloverlast is van voertuigen. Daarbij wordt alles meegenomen, inclusief hettesten van de koplampen, het controleren of alle gordels werken, of wewellicht andere zaken in auto’s vinden en of de belasting is betaald.Terwijl ik daar stond werd er eentje weggesleept omdat er nog eenbelastingschuld van zo’n € 80.000 openstond. Dus ja, we nemen hetallemaal mee.De voorzitter:Goed. Ik kijk nog even naar de leden of er behoefte is aan een tweedetermijn. Dat is het geval. Gezien de tijd stel ik een spreektijd voor van éénminuut. Kort maar krachtig. Dan geef ik als eerste het woord aan de heerVan Duijvenvoorde... Nee, excuus, de heer Goudzwaard.De heer Goudzwaard (JA21):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik verzoeken om een tweeminuten-debat.Ten tweede wil ik mijn collega De Hoop toch nog even bijvallen als hetgaat over de hoogtes van de aanmaningen. Het lijkt namelijk alsof deMinister zegt: ik ben er trots op dat 80% van de betalingsregelingen wordtvoldaan. Maar waar we echt naar moeten streven, is natuurlijk hetafstappen van die absurde verhogingen. Dat je daar je budget op hebtingericht, is om je kapot voor te schamen. Dat zou eigenlijk de reactiemoeten zijn. Het zijn absurde bedragen. Mensen komen in de problemen,maar vooral zijn die hoogtes gewoon niet meer te verkopen richting deinwoners van ons land. Ik hoop dus echt dat de Minister daar voortvarendmee aan de slag zal gaan.De voorzitter:Dank u wel. De heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter. Dank aan beide Ministers voor de uitgebreide beantwoording.Ik vond het aangenaam. Ook de uitnodiging om bij Rijkswaterstaat terugte komen, raakt mij in mijn hart.Ik heb nog een inhoudelijke vraag. Dat gaat over de afschaffing van hetterugkeuren. De Minister gaf aan dat met alle partijen is overlegd endergelijke. Ik kreeg toch nog terug dat BOVAG, de NederlandseKampeerauto Club en de kampeer- en caravanindustrie niet zijn geraad-pleegd en dat er ook niet mee is gesproken. Zou hij, en dan spreek ik hemmaar even aan als de oud-minister van EZ, gezien de zeer grote impact opmkb-bedrijven, voordat dit ergens een keer in consultatie gaat, toch metdeze organisaties in gesprek willen gaan om de gevolgen nog eens goedte wegen? Ik geef mijn kleur er nu maar bij: ik vraag mij af of dit besluitproportioneel is. Daar zit voor mij dus ook wel een inhoudelijke vraagonder. Die laatste hoef je uiteraard niet te beantwoorden, maar ik zougraag de toezegging hebben dat hij met de clubs die ik zojuist noemdenog in gesprek gaat om dit nog eens goed te wegen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125254 De heer Van Leijen.De heer Van Leijen (D66):Dank, voorzitter. Ik maak me oprecht zorgen om de verkeersveiligheid. Ikdenk dat dat, als we het debat en de commissie horen, breed wordtgedeeld. Ik zie dat ook bij de Minister. Volgens mij moeten we daar dusheel concreet mee aan de slag. Volgens mij vraagt dat om concretedoelen, de uitwerking van SPI’s, het ontsluiten van ambulancedata enveilige infrastructuur. Ik hoop dus dat we daar meters in gaan maken. Ikga me er in ieder geval hard voor maken. Verder kijk ik erg uit naar hetvolgende commissiedebat over verkeersveiligheid, want meneer VanDuijvenvoorde heeft me beloofd om met hele concrete maatregelen tekomen, dus daar kijk ik echt naar uit. Misschien verrast hij me nog in zijntweede termijn.De heer Bikkers (VVD):Dank u wel, voorzitter. En dank aan de Ministers voor de beantwoording.Het is heel fijn om te zien dat er voortvarend aan de slag wordt gegaan.Nogmaals de aanmoediging aan de Minister om echt snel aan de slag tegaan met de uitwerking van de fatbikeregelgeving. Ik denk dat we daarallemaal plezier van gaan hebben en dat het ook veel veiliger wordt. Daarlaat ik het bij.De voorzitter:De heer Heutink.De heer Heutink (Groep Markuszower):Ik wil beide Ministers bedanken voor de antwoorden. Ik wens de Ministervan Infrastructuur veel succes bij de aanpak van de fatbikes ten aanzienvan de rest van de maatregelen voor de gewone e-bikes. Daar gaan we dekomende paar maanden nog wel even stevig over worstelen, denk ik.Tegen de Minister van Justitie en Veiligheid zeg ik: het is goed dat de weten de strafmaat en dergelijke worden herzien en dat we daar de resultatenvan krijgen. Feit blijft natuurlijk wel dat het onuitlegbaar is dat je, als jemet crystal meth achter het stuur stapt, wegkomt met een bekeuring van€ 800. Dat moedigt nou niet echt aan om het de volgende keer niet tedoen. Ik denk dat we ook voor dit soort delicten gewoon toe zoudenmoeten naar minimumstraffen. We moeten daar echt werk van gaanmaken wat ons betreft. Ik ben ook benieuwd hoe de Minister daarnaarkijkt. Desondanks bedank ik de Minister van Justitie en Veiligheid voor deantwoorden.De voorzitter:De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Het begon wat in mineur toen er gezegd werd datde verkeersveiligheid weer terug bij af is. We moesten even de cijfersmemoreren. Dat is toch heel zorgelijk. Die zorgen heb ik breed gehoord inde commissie, maar ook bij de bewindspersonen. Dank voor alleantwoorden. Laat ik dan maar het bruggetje maken naar de ambitie en hetzoeken naar oplossingen. Ik heb daar veel waardering voor, maar wezullen als commissie nog heel wat met u te bespreken hebben in dekomende tijd. Laten we in ieder geval zorgen dat we weer een beetje meernaar boven kunnen kijken wat betreft de resultaten. Dank u wel.De voorzitter:De heer Prickaertz.De heer Prickaertz (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125255 Dank, voorzitter. Ook ik dank beide Ministers voor de antwoorden. Ik komnog wel heel even terug op het antwoord van de Minister over deverhoging van de maximumsnelheid, althans, het weer terugbrengen naar130 kilometer per uur. Hij kwam daar al vrij snel met het stikstofargument.Ik wil de Minister vragen of hij met de Kamer kan delen hoeveel minderuitstoot er is door de automobilist. Ik heb het er nog even op nageslagen:85% van de nieuwe auto’s is hybride of volledig elektrisch. Het aantalbenzineauto’s neemt enorm af. Er wordt ook algemeen gesteld dat deuitstoot van auto’s enorm afneemt, dus ik zou de Minister willen vragen ofhij die cijfers zou kunnen en willen delen met de Kamer. Dan laat ik hethierbij. Dank u.De voorzitter:De heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een paar punten, dus ik zal proberen het snel te doen.Allereerst vond ik het antwoord van de Minister van Justitie over hetalcoholslot nog niet afdoende. De Minister stapt toch over een aantalmoties heen die de Kamer recent nog heeft aangenomen om te kijken ofer niet toch nog wat binnen het bestuursrecht mogelijk is. Ter voorbe-reiding op het debat heb ik een aantal stukken gelezen, bijvoorbeeld in hetJuristenblad, die echt in twijfel trekken dat dat niet binnen het bestuurs-recht kan. Daarin staat dat er drie bezwaren zijn en dat het ASP, als je diebezwaren wegneemt, zeker weer een plek in het bestuursrecht kan krijgen.Ik zou de Minister dus echt willen verzoeken om breder dan alleen hetstrafrecht te kijken en dus ook naar het bestuursrecht.Dan over die boetes. Wat mij verbaast, is het volgende. Een incasso-bureau mag 15% verhoging rekenen over de eerste € 2.500. Wat doet deoverheid? Die rekent 50% over een boete. Hoe kan het dat wij over boetes50% rekenen, maar dat je bij alle andere aanmaningen niet meer dan 15%mag rekenen? Ik vind dat heel raar. Ik snap niet waarom dat bij verkeers-boetes wel zou mogen.Ten slotte dank aan de Minister van IenW voor de toezegging over zowelhet LEV-kader als de SUV. Ter geruststelling: de Minister kan misschienniet met 130-kilometer-per-uurborden staan, maar hij was zo enthousiastover al die 30 kilometerwegen die hij gecreëerd heeft in Rotterdam dat ikhet hem zou gunnen dat hij op heel veel plekken in Nederland met eengigantisch bord van 30 kilometer per uur gaat staan. Die borden gaan dewegen veiliger maken de komende tijd.De voorzitter:De heer Van Duijvenvoorde tot slot.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Voorzitter. Ten eerste wil ik beide Ministers danken voor hun komst en hetbeantwoorden van de vragen. Wel ben ik ontevreden over de beant-woording van de vraag over de koplampen. Het lijkt heel klein, maar het iseen enorme irritatie dat dit niet als onderdeel van een breder pakket in dedorpen wordt gezien. Er moet gewoon echt controle zijn op de staat vande koplampen van de huidige auto’s.Tot slot. Ik zou dit liever niet doen, maar ik wil even terugkomen op wat deheer Van Leijen zei. Het is natuurlijk heel vreemd dat iemand van D66besluit wat een FVD’er de volgende keer moet gaan zeggen. Iedereen hieris zo gericht op verkeersveiligheid en het is toch altijd belangrijk dat eroppositie is. De volgende keer zullen wij de degens kruisen. Ik zal niet éénmaatregel nemen ter bevordering van verkeersveiligheid, maar julliemaatregelen bekritiseren.Dank je wel, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125256 De voorzitter:Dan kijk ik even naar de bewindspersonen om te zien of er tijd nodig is tervoorbereiding of dat we in één keer door kunnen. Ik geef graag het woordaan de Minister van IenW.Minister Karremans:Dank. Spreken met de BOVAG en de NKC kunnen we natuurlijk doen, zegik in de richting van de heer Stoffer.De heer Prickaertz vroeg naar de 130 kilometer per uur. Daar gaat het nietalleen om de stikstofuitstoot, maar ook om de weginrichting en degeluidsnormen. De cijfers over de stikstofuitstoot. kunnen we inderdaadeven op papier zetten. Die komen dan voor de zomer.Minister Van Weel:Dan van mijn zijde: daar waar het gaat om de boetes bij het niet betalenvan de boetes. Laat ik het zo maar even noemen. Het belangrijkste isnatuurlijk dat mensen hierdoor niet in de problemen komen. Ik denk datdaar terecht aandacht voor is. Daar is een oplossing voor gevonden. Dieroute loopt ook naar tevredenheid. Het CJIB is blij dat het maatwerk kangeven aan de mensen die de draagkracht niet hebben om dat te doen. Zekunnen die verhogingen ook kwijtschelden in dat geval. Ze kunnentegenwoordig een hele boete kwijtschelden, als die aantoonbaar leidt totonwenselijke situaties. Dat is volgens mij het allerbelangrijkste dat wedaarmee kunnen doen. Verder zal ik uw zorgen doorgeven aan deStaatssecretaris, die uiteindelijk weer verantwoordelijk is voor het CJIB. Ikbedoel daarmee de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dankunnen we dat ook meenemen in een brief strafrechtelijke onderwerpen.De heer Heutink vroeg naar crystal meth en een boete. Dat is hooguit bijeen eerste keer en heel veel verschoningsredenen. In de regel kom jedaarmee namelijk echt niet weg met een boete. Dat moeten we ook nietwillen. Dat ben ik met hem eens. Als gezegd komen we ook nog met deevaluatie van de wet later dit jaar. Dan kunnen we altijd kijken welkeverdere aanscherpingen daar nog mogelijk zijn.Wat betreft de bestuursrechtelijke route: je kunt in het bestuursrechthandelen, maar dan gaat de strafrechtroute weer dicht. Dat wil je eigenlijkook niet, want heel vaak is er bij deze mensen een reden, een straf-waardige reden, waarom je dat alcoholslot wil opleggen. Ze zijn namelijktegen de lamp gelopen en daar moeten ze ook voor bestraft worden. Datis uiteindelijk de reden dat we in 2025 na dat onderzoek, dat wij overigensgezamenlijk als ministeries hebben gedaan, de conclusie hebbengetrokken dat het geen wenselijke route is. Ik treed graag nog een keer,ook ambtelijk, met u in overleg om te kijken of we elkaar misschien ergensniet helemaal goed begrijpen of dat wij een aantal zaken uit die motiesniet hebben meegenomen. Dan kunnen we kijken of we daar zo eenoplossing voor kunnen vinden.De voorzitter:Er zijn nog een paar interrupties. De heer Heutink mag als eerste.De heer Heutink (Groep Markuszower):Er wordt in dit huis veel gesproken over normeren, en dan gaat het vooralover politici, maar ik zou vooral willen normeren tegen mensen die de wetovertreden. Ik heb dus net de vraag gesteld aan de Minister: wat vindt uvan minimumstraffen? Dat was eigenlijk mijn vraag en ik wil toch graagweten wat de Minister daarvan vindt.Minister Van Weel:Daar vindt de Minister een heleboel van, maar daar heeft hij ook net eenWODC-onderzoek naar laten doen. Dat onderzoek is de Kamer altoegestuurd. Het WODC zegt nee, met een hoop uitroeptekens daarachter,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125257 maar ik moet nog met de beleidsversie komen op dat rapport. Daar zult udan mijn visie in vinden. Dat gaat overigens over minimumstraffen in denbrede en niet alleen maar voor verkeersovertredingen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb toch nog een vraag als het gaat over die incasso’s. Ik zou graag ietsmeer duiding van deze Minister willen over het volgende. Hoe kan het datwij voor bedrijven en anderen een wettelijk maximum hebben van 15% opde eerste € 2.500 als het gaat over aanmaningen, maar dat je daar bij eenverkeersboete 50% overheen krijgt? Hoe kan het dat wij daarin best welstreng zijn richting anderen? Ik vind het best wel scheef dat je daar alsoverheid 50% over rekent. Kan de Minister iets van een toelichting gevenop waar dat verschil hem in zit? Misschien begrijp ik het helemaalverkeerd, maar dan hoor ik het ook graag.Minister Van Weel:Ik zal schriftelijk moeten terugkomen op wat daar de ontstaansgeschie-denis van is geweest, want die heb ik ook niet paraat. Toen ik ze overigensbinnenkreeg, was het wel een goede stok achter de deur om ze meteen tebetalen. Ik ben blij dat we nu in ieder geval de mogelijkheid hebben ommensen die de boete niet kunnen betalen dan te ondersteunen en watcoulance te tonen, maar ik kom daar graag in een brief op terug.De voorzitter:Dat noteren we als een toezegging. Ik zie verder geen openstaandevragen. Dan gaan we nu over tot het leukste gedeelte, namelijk hetoplezen van de toezeggingen.Het lid Goudswaard heeft een tweeminutendebat aangevraagd.–De eerste toezegging. De Minister van Infrastructuur en Waterstaatzegt toe om aan de Kamer een terugkoppeling te geven over zijngesprekken met organisaties zoals SWOV, die gekort worden in hunsubsidies. Dat is een toezegging aan de heer Grinwis, maar ook enkeleanderen vroegen daarom.–De tweede toezegging. De Minister van Infrastructuur en Waterstaatzegt toe de Kamer te informeren over de mogelijkheden om data uitandere bronnen te halen, zoals Google Maps. Dat is een toezeggingaan de heer Heutink.–Na de zomer krijgt de Kamer van de Minister van Infrastructuur enWaterstaat een brief over de financiering en ontsluitingsmogelijkhedenvan ambulancedata ten behoeve van de ongevallenregistratie. Dat iseen toezegging aan het lid Van Leijen.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de Kamer eenappreciatie te doen toekomen van het onderzoek naar de onveiligheidin het verkeer door het rijden met SUV’s. Dat is een toezegging aan hetlid De Hoop.–In de verdere uitwerking van beleid rondom verkeersveiligheid zal deMinister van Infrastructuur en Waterstaat ook terugkomen op hoe hetverkeersexamen op meer scholen kan worden afgenomen. Dat is eentoezegging aan de heer Grinwis.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zal in een verdereuitwerking van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid ook specifiekaandacht besteden aan senioren. Dat is een toezegging aan mevrouwVan Brenk.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de cijfers over deuitstoot van stikstof door wegverkeer aan de Kamer te doen toekomen.Dat is een toezegging aan de heer Prickaertz.–De Minister van JenV komt schriftelijk terug op het verschil in deverhoging van de boete bij te laat betalen. Dat is een toezegging aande heer De Hoop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125258 Ik zie nog een opmerking van de heer Heutink en een van de heer DeHoop.De heer Heutink (Groep Markuszower):Ik weet niet of het bij de eerste toezegging richting mij zat, maar volgensmij is er ook nog een toezegging gedaan over het gebruik van ongeval-lendata in apps als Google Maps en dergelijke. O, dat was de eerste? Ah.Dan ging het om de andere, de uitgevoerde motie. Die wil ik er nog weleven in hebben.De voorzitter:Het wordt dus aangepast naar dat de motie nog niet is afgedaan.Dan is er nog een vraag van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb ergens een toezegging zo geïnterpreteerd dat de Minister schrif-telijk zal terugkomen op hoe je alle gemotoriseerde voertuigen binnen hetLEV-kader een plek kunt geven.De voorzitter:Dat noteren we ook als toezegging.Dan wil ik beide bewindspersonen bedanken voor alle antwoorden en hetvoeren van het debat. Ook de leden dank ik voor het debat.Sluiting 17.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 125259
Gerelateerde bronnen
- Verkeersveiligheid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 21 mei 2026, over Verkeersveiligheid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.