KamerkringInloggen
Kamerbrief

Brief inzake toezegging onderzoek oneigenlijk gebruik van de B9-regeling

17 dec 2012 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b1985f6e7b838d19 · officiële bron

kst-28638-95ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2012Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 28 638Mensenhandel Nr. 95 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 17 december 2012 Bij brief van 21 juni jl. (Kamerstuk 28 638, nr. 89) heeft de toenmalige minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, toegezegd uw Kamer te informeren over de wijze waarop het onderzoek naar het mogelijk oneigenlijk gebruik van de bedenktijd zal plaatsvinden. Door middel van deze brief kom ik aan deze toezegging tegemoet. Achtergrond De toenmalige minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft in zijn brief van 15 mei jl. aangekondigd de bedenktijd niet meer aan te bieden aan buitenlandse slachtoffers van mensenhandel die langer dan drie maanden uit de mensenhandelsituatie zijn. De publicatie van het rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel «Opsporing van mensenhandel en de B9-regeling»1 op 11 juni jl. en het daaropvolgende debat op 12 juni gaven de minister aanleiding om de voorgestelde wijziging van de bedenktijd niet uit te voeren tot het moment dat het onderzoek is afgerond2. Ik volg dit standpunt. Onderzoeksopzet Het onderzoek naar oneigenlijk gebruik zal zich niet beperken tot de bedenktijd maar zich richten op de gehele B9-regeling. De reden hiervoor is dat de discussie over oneigenlijk gebruik betrekking heeft op de gehele B9-regeling, namelijk de bedenktijd en de B9-verblijfsvergunning. Het onderzoek moet antwoord geven op de volgende onderzoeksvragen: 1.Welke (kenmerken van) mensenhandelcasussen leiden bij betrokken partijen tot vermoedens/vaststelling van oneigenlijk gebruik van de B9-regeling? 2.Hoe zijn deze kenmerken/casussen nader te duiden in het licht van enerzijds oneigenlijk gebruik van de B9-regeling en anderzijds alternatieve verklaringen? 1 BNRM, «Opsporing van menenhandel en de B9-regeling; Vreemdelingrechtelijke en strafrechtelijke aspecten van geseponeerder mensenhandelzaken», 2012. 2 Kamerstukken II 2011/2012 28 638, nr. 89 Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 28 638, nr. 951 3.Is vast te stellen of in casussen daadwerkelijk sprake is van oneigen-lijk gebruik? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? 4.Is het mogelijk om in een representatief, kwantitatief onderzoek de mate van oneigenlijk van de B9-regeling vast te stellen. Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Casusposities uit de praktijk (van OM, politie en de IND) zullen onderwerp van onderzoek zijn. Het onderzoek zal door een externe partij worden uitgevoerd en worden begeleid door het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC). De IND, OM, de Landelijke Expertgroep Mensenhandel van de politie en het Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel zijn geraadpleegd over de onderzoeksvragen en de te volgen onderzoeksmethoden. Het onderzoek zal in het eerste kwartaal van 2013 van start gaan en een looptijd hebben van vijf maanden. Als de vierde onderzoeksvraag bevestigend kan worden beantwoord, zal ik opdracht geven tot het uitvoeren van een representatief, kwantitatief onderzoek. Na afronding daarvan zal ik uw Kamer over de uitkomsten informeren. Ook als er geen vervolgonderzoek komt, informeer ik uw Kamer hierover. Slot Op dit moment wordt door het WODC onderzoek gedaan naar verblijfsre-gelingen voor slachtoffers van mensenhandel in andere Europese landen. Het gaat om de verblijfsregelingen in België, Italië en het Verenigd Koninkrijk waarbij ook nader wordt ingegaan op de mogelijkheid van oneigenlijk gebruik van die regelingen. Dit onderzoek wordt in het voorjaar van 2013 naar verwachting afgerond. Op 1 september jl. is de pilot « Kansloze aangiften B9» van start gegaan in de regio’s Rotterdam Rijnmond en Friesland, Groningen en Drenthe, waarover u bent geïnformeerd bij brief van 15 november 20111 en bij brief van 21 juni 20122. Deze pilot loopt tot 1 januari 2014 en heeft tot doel om aangiften van mensenhandel met geen tot weinig opsporingsindicaties van vreemdelingen met een B9-vergunning sneller dan voorheen af te handelen, uiteraard met behoud van de noodzakelijke zorgvuldigheid. Naar aanleiding van het externe onderzoek naar de B9-regeling dat in januari 2013 van start gaat alsmede het onderzoek naar de verblijfsrege-lingen in een drietal Europese landen en de uitkomst van de pilot «Kansloze aangiften B9» zal ik bezien of de B9-regeling in de huidige vorm gehandhaafd kan blijven of dat aanpassing op onderdelen noodzakelijk is. Ik zal uw Kamer daarover nader informeren. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven 1 Kamerstukken II 2011/2012 28 638, nr. 57 2 Kamerstukken II 2011/2012, nr. 89 Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 28 638, nr. 952

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d677fd38fe28970a

14 okt 2026 · 6f9ab97302f488d9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.