KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 18 november 2024, over Emancipatie

13 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a15983268f20e381 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2025Nr. 148 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 13 december 2024 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op18 november 2024 overleg gevoerd met mevrouw Paul, StaatssecretarisFunderend Onderwijs en Emancipatie, over:–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voorhet jaar 2025 (Kamerstuk 36 600-VIII, nr. 2);–de brief van de voorzitter van de vaste commissie voorOnderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 8 november 2024inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoordeninzake Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerievan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025(Kamerstuk 36 600-VIII) (Kamerstuk 36 600-VIII, nr. 18);–de brief van de voorzitter van de vaste commissie voorOnderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 15 november 2024inzake beantwoording vragen commissie over de nota vanwijziging inzake Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voorhet jaar 2025 (Kamerstuk 36 600-VIII-14) en over de invullingvan het OCW-aandeel in de rijksbrede subsidietaakstelling(Kamerstuk 36 600-VIII, nr. 15) (tweede deel) (Kamerstuk36 600-VIII, nr. 35);–de brief van de Staatssecretaris Funderend Onderwijs enEmancipatie d.d. 6 november 2024 inzake Lhbtiqa+-monitor2024. De leefsituatie van lhbtiqa+ personen en opvattingenover lhbtiqa+ personen in Nederland (Kamerstuk 30 950,nr. 426);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 18 juni 2024 inzake opzet periodieke rapportageEmancipatiebeleid 2018–2025 (Kamerstuk 30 420, nr. 409);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 3 juni 2024 inzake rapportage Beijing 30 (Kamer-stuk 30 420, nr. 405); kst-36600-VIII-148ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1481 –de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 29 maart 2024 inzake voortgang genderdiversiteitin de top (Kamerstuk 30 420, nr. 394).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,VerhoevTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1482 Voorzitter: BrometGriffier: VerhoevAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Becker, Bromet, Dobbe,Rooderkerk, Van der Velde, Westerveld en Van Zanten,en mevrouw Paul, Staatssecretaris Funderend Onderwijs en Emancipatie.Aanvang 10.01 uur.De voorzitter:Dames en heren, hartelijk welkom bij het wetgevingsoverleg van de vastecommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over emancipatie. Ikheet de Staatssecretaris, de ondersteuning, het publiek en de Kamerledenwelkom. Even vooraf: er is vanochtend nog een brief gekomen van deStaatssecretaris. Zij heeft verzocht om daar even een toelichting op tegeven. Als de commissie dat toestaat, dan wil ik dat eerst doen. Ja? DeStaatssecretaris.Staatssecretaris Paul:Voorzitter, dank en ook dank aan de commissie. Er is inderdaadvanochtend vroeg een brief naar de Kamer gegaan namens het kabinetmet de prioriteiten op het gebied van emancipatie. Ik had die brief veeleerder willen sturen. Die stond geagendeerd voor de ministerraad vanafgelopen maandag, maar die ministerraad verliep anders dan anders,waardoor de brief werd aangehouden en werd doorgeschoven naar deministerraad van vrijdag. Ook die ministerraad liep anders dan anders,waardoor de brief uiteindelijk pas ’s avonds heel laat, of eigenlijk ’snachts, om een uur of elf werd vastgesteld door de ministerraad en ikvervolgens de ruimte had om die er namens het kabinet uit te sturen. Alscoördinerend bewindspersoon op dit thema vond ik het belangrijk om ditecht in het kabinet en de ministerraad vast te stellen. De realiteit van dethematiek is dat ik een aantal dingen eigenstandig kan doen, maar dat ikuiteindelijk de collega’s nodig heb om de juiste stappen te kunnen zettenop het vlak van emancipatie, met name SZW, VWS en JenV. Daardoor konik die brief pas later versturen en hebt u die pas vanochtend vroegontvangen. Dat is zeker niet ideaal. Ik heb ook aan de andere kant van detafel gezeten en ik weet hoe vervelend dat is. Mijn oprechte excusesdaarvoor. Wanneer wij het volledig zelf in de hand hebben, zullen wij inieder geval ons uiterste best doen om dat niet weer te laten gebeuren.De voorzitter:Dank u wel. Een reactie van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Fijn dat de Minister dit zo toelicht. Tegelijkertijd is dit een groter probleem,want dit gebeurt vaker. We behandelen vandaag een begroting. Vorigeweek was ik bij het WGO Jeugd en daar kregen we de stukken ook paslaat. Mijn vraag aan de voorzitter is of ze dit misschien kan oppakken metde voorzitters van andere commissies, omdat dit echt gaat over belang-rijke zaken.Twee. Ik heb die brief nog niet tot in detail kunnen doornemen, dus ik kijkook even naar de voorzitter en naar de anderen om te zien hoe we met debehandeling van die brief kunnen omgaan. Wat mij wél opviel, is dat eenheel groot deel in de beslisnota zwart is, juist het deel dat gaat over deeenheid van het kabinetsbeleid. Het lijkt me wel relevant om daar strakswat extra vragen over te kunnen stellen, want juist bij emancipatie heb jete maken met een coördinerende Staatssecretaris. Zij moet ook watkunnen zeggen over de collega’s op andere departementen. Als ik uit debeslisnota niet kan opmaken wat de eenheid van het kabinetsbeleid is,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1483 dan vind ik daar wel iets van. Ik weet nog niet precies wat, want ik hebnog niet alles kunnen doornemen, maar dat viel me wel op in de brief.De voorzitter:Dank. Ik zal dit zeker met de andere voorzitters bespreken, want ik herkendit. Ik ga het dus oppakken. Ten tweede: we kunnen nu een leespauzeinlassen, maar we hebben maar tot 15.00 uur. Dat is vrij kort. Het is aan decommissie of zij nu een leespauze wil hebben of dat we gewoon kunnenbeginnen en de teksten in de loop van het debat gaan lezen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Wat mij betreft kunnen we wel beginnen, maar ik sluit me uiteraard aanbij alle gemaakte opmerkingen. Als er vragen zijn over iets wat gelakt is,zou de Staatssecretaris natuurlijk wel kunnen zeggen: als die vragen erzijn, dan kan ik dat zelf toelichten. Dat is natuurlijk ook een optie.De voorzitter:Goed. Mevrouw Westerveld, tot slot.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Misschien kunnen we gewoon beginnen. Ik ga de brief in ieder geval in delunchpauze doornemen. Misschien is er straks nog een enkele extra vraagover de brief.Mevrouw Dobbe (SP):Ik sluit me aan bij de vragen. Wanneer krijgen we eventueel meeropmerkingen of meer informatie over het zwartgelakte gedeelte?Staatssecretaris Paul:De brief die is uitgestuurd, is de brief namens het kabinet. Alle dingen dieachter de schermen in onze interne discussies plaatsvinden, zijn intern.Het zou heel vreemd zijn als ik zou gaan uitweiden over wat er gelakt is. Iksnap de vraag. Ik zou ook nieuwsgierig zijn. Maar dat zijn de goedediscussies, soms ook scherpe discussies, die we achter de schermenhebben gehad. Ik kan daar dus inhoudelijk ook niet verder op ingaan. Watbetreft de brief die is verstuurd: nogmaals, heel veel excuses dat die er zolaat is. Maar dat is de brief die namens het kabinet ingaat op de priori-teiten van dit kabinet op het gebied van emancipatie. Daarbij sluiten weaan op twee belangrijke thema’s uit het hoofdlijnenakkoord, namelijkveiligheid en bestaanszekerheid.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu beginnen. De sprekersvolgorde is zoals debegrotingsvolgorde. We beginnen dus met de grootste oppositiepartij. Ikstel voor dat er vier interrupties zijn in de eerste termijn van de Kamer. Ikgeef het woord aan mevrouw Westerveld van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het debat over emancipatie gaat eigenlijk gewoonover mensenrechten, over gelijke behandeling en over wat de overheidkan doen om dat te waarborgen. Want wat door de een als vanzelf-sprekend wordt beschouwd, wordt door de ander gezien als een gunst.Heb je bijvoorbeeld een lichamelijke of een verstandelijke beperking, benje lesbisch, biseksueel, transgender, aseksueel of vrouw, ben je van kleur,kom je uit een familie waarin dingen niet altijd even makkelijk zijn, dan staje in de praktijk vaak automatisch op achterstand. Hoe meer van dezekenmerken er opgeteld zijn, hoe lastiger je het soms hebt. Dan is het somsook best wel moeilijk om dingen aan te kaarten. Als je als persoon of alsgezin letterlijk in de overlevingsstand staat, dan is het soms moeilijker omde juiste wegen te bewandelen en duidelijk te maken wat er moetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1484 veranderen. Maar het mooie nieuws van vandaag is dat we hier bij elkaarzitten om dat soort dingen te bespreken en erkennen en natuurlijk ook,wat mij betreft, om te werken aan oplossingen. Het is namelijk onze taakom de stem te zijn van mensen die in een andere positie zitten dan wij,om naar hen te luisteren en ook om hen te erkennen. Ook moeten we hiervandaag problemen die we niet zelf ervaren met elkaar bespreken.Voorzitter. Ik maak het wat concreter. Als je een beperking hebt, heb jedagelijks te maken met discriminatie. Soms is dat doordat gebouwen niettoegankelijk zijn, maar soms ook omdat het niet vanzelfsprekend is dat jeonderwijs kan volgen, dat je een plek op de arbeidsmarkt hebt of dat jekunt sporten of bewegen bij een sportvereniging in de buurt. Of je hebteen niet-Nederlands klinkende achternaam. Dan is de kans vele malengroter dat je onterecht wordt verdacht van bijvoorbeeld fraude. Dan wordje ook lager ingeschat op school. Ben je vrouw, dan verdien je voorhetzelfde werk minder dan mannen. Dat speelt met name in de lagerbetaalde beroepen. Afgelopen week was het Equal Pay Day, de dag datalle vrouwen in Nederland eigenlijk zouden moeten stoppen met werkenomdat de mannen op dat moment het vrouwenjaarsalaris al binnenhadden.Voorzitter. Dit zijn allemaal feiten. Als ik een langere spreektijd had, danhad ik een nog veel langer lijstje kunnen noemen. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is: is zij het met mij eens dat we dit niet mogen accep-teren? En wat gaat zij op bovenstaande terreinen doen? Gaat zij ditoppakken met haar collega’s?Voorzitter. In de praktijk worden mensenrechten geschonden omdatwetgeving nog achterloopt op de praktijk. Dat is bijvoorbeeld het geval bijmeerouderschap. Nederland kent heel veel liefdevolle regenboogge-zinnen, die constant tegen juridische problemen aanlopen omdat erwettelijk gezien maar twee juridisch erkende ouders zijn. Ik weet dat er alheel lang wordt gesproken over wetgeving, om ervoor te zorgen dat debestaande wet wordt aangepast aan de bestaande praktijk. Ik wil deStaatssecretaris vragen hoe het daarmee staat. Het kan namelijk somsecht nare maar soms ook risicovolle situaties met zich meebrengen,bijvoorbeeld de situatie dat je in een ziekenhuis bent en een besluit moetnemen.Voorzitter. Ik maak me ook grote zorgen over jongeren, want deeenzaamheid en de suïcidegedachten onder lhbtiq+-jongeren zijnschrikbarend. Tegelijkertijd zien we dat de acceptatie afneemt. Daaromlijkt het mij ontzettend belangrijk dat leerlingen van jongs af aan leren omrespectvol met elkaar om te gaan, ongeacht de verschillen die er zijn. Datis ook een van de nieuwe kerndoelen voor het onderwijs, maar deinvoering daarvan wordt uitgesteld. Ik heb het onderwijsdebat dat deMinister voerde, ook gevolgd. Maar ook met deze bril op, vanuit deemancipatie, zou ik de Minister willen vragen of ze echt kan opschietenmet de nieuwe kerndoelen. En wat gaat ze in de tussentijd doen omervoor te zorgen dat jongeren ook al op school leren dat die verschillenjuist mooi zijn, dat iedereen erbij hoort?Ik lees in de begroting ook dat er forse bezuinigingen komen op subsidiesvoor gender- en lhbti-gelijkheid. Ik wil de Staatssecretaris vragen hoe zede mooie woorden, die ik eerder van haar heb gehoord en die ze ook echtoprecht meende, rijmt met wat ik zie dat er als beleid wordt uitgevoerd.Dat lijkt niet met elkaar te rijmen. Ik zie toegenomen pestgedrag opscholen en werkvloeren. Organisaties waarschuwen daar ook voor. Ikkreeg gisteravond weer een best aangrijpende mail in mijn inbox van eenorganisatie die zich bezighoudt met de gelijkheid van jongeren, ook in hetonderwijs. Zij gaven aan dat er op hun budget gekort wordt en dat hetvoor hen straks heel moeilijk wordt om hun werk te doen. Zij wezen op degevolgen voor deze jongeren. Ik had het er net ook al over: eenzaamheiden suïcidegedrag. De cijfers daarvan zijn echt schrikbarend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1485 Voorzitter. Ik hoor ook dat er nog steeds identiteitsverklaringen op scholenzijn. Hoe kijkt de Staatssecretaris daarnaar?Voorzitter. Ik wil ook weten welke organisaties hier precies door geraaktworden. Welke gevolgen heeft dit in Nederland en internationaal? OokBuZa bezuinigt fors op organisaties die zich wereldwijd druk maken overmensenrechten. Hoe kijkt deze Staatssecretaris daarnaar? Vind zij het ookbelangrijk dat juist die internationale netwerken niet worden stukge-maakt?Voorzitter. Een deel van die haat verspreidt zich ook online. De DigitalServices Act bestaat inmiddels meer dan een jaar, maar lhbtiq+-jongerenmerken hier weinig van. Hoe kunnen de mogelijkheden die deze act biedt,gebruikt worden om jongeren te beschermen en desinformatie tegen tegaan?Voorzitter. We hebben ook een probleem met ongeveer 2.000 dak- enthuisloze lhbtqi+-jongeren. In sommige gevallen worden zij namelijk opstraat gezet door hun ouders, wat heel schrijnend is. De Kamer heeft hiereerder al in meerderheid vragen over gesteld. Ik wil ook aan dezeStaatssecretaris vragen wat zij kan doen om dakloosheid onder dezekwetsbare groep tegen te gaan.Voorzitter. De Kamer heeft geregeld dat er een nationale strategievrouwengezondheid komt. Die is hard nodig, want we weten allemaal dater problemen zijn met vrouwen die gezondheidsklachten ervaren en dat ereen kennisachterstand is. Maar we zien dat er geen personele capaciteit ofgeld voor deze strategie is, dus de vraag aan de Staatssecretaris is hoe hetdaarmee zit. En hoe zit het met de eerder aangenomen motie van collegaKostic´ van de Partij voor de Dieren, waar ook onze partij achter stond, dievraagt om te stoppen met niet noodzakelijke behandelingen bij interseksekinderen?Ten slotte, voorzitter. Het kabinet schrijft te staan voor een samenlevingwaarin iedereen zichzelf moet kunnen zijn, ongeacht waar je wortelsliggen, van wie je houdt, of je man of vrouw bent of als je je geen vanbeiden voelt. Dat zijn hartstikke mooie woorden, maar in de praktijk zienwe hier bar weinig van terug. We zien op papier dat er een kabinet zit datseksuele voorlichting verdacht maakt. Dat doet deze Staatssecretaris niet,maar haar collega’s wel. We zien bijvoorbeeld bij VWS dat borstprothesesniet meer vergoed worden voor transvrouwen. We zien dat er wordtbezuinigd op emancipatiebeleid en dat het kabinet overweegt lhbti-vluchtelingen naar Uganda te sturen. Ik weet dat deze Staatssecretaris wélhart heeft voor al deze punten. Ik hoor graag hoe zij haar rol ziet bij al dezebelangrijke thema’s, die soms formeel bij collega’s liggen maar waarvanik toch echt hoop dat zij haar rol daarin pakt. Want emancipatie is eenkwestie van mensenrechten. Laten we daar met elkaar voor gaan staan.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Velde van de PVV.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel, voorzitter. De commissie OCW komt, pak ’m beet, één keerper jaar samen om het onderwerp emancipatie te bespreken. Dat is welbar weinig voor zo’n ontzettend belangrijk onderwerp. Emancipatie is hetstreven naar gelijke rechten, kansen, vrijheden en verantwoordelijkhedenvoor iedereen, ongeacht geslacht, seksuele oriëntatie, identiteit, etniciteit,geloof, leeftijd of beperking. Dit houdt in dat iedereen de mogelijkheidmoet hebben om zichzelf te zijn en om zich volledig te ontplooien binnende samenleving. Dit principe is natuurlijk ook verankerd in artikel 1 van deGrondwet, waarin bepaald is dat iedereen recht heeft op gelijke behan-deling in gelijke situaties, en dat discriminatie op basis van kenmerkenzoals geslacht verboden is. Beleid zou daarom neutraal en gelijkwaardigmoeten zijn, met gelijke kansen voor iedereen, ongeacht geslacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1486 Maar als ik mij verdiep in ons emancipatiebeleid, dan is het overduidelijkdat de overheid aan positieve discriminatie doet. Zo hebben vrouwen eennogal prominente rol binnen dat emancipatiebeleid. Overal wordt ingezetop meer werkuren voor vrouwen en meer kansen voor vrouwen intopposities. Maar er wordt bijvoorbeeld weinig tot niet stilgestaan bij hetwerven van mannen in van origine meer vrouwelijke beroepen, bijvoor-beeld in de zorg. Juist de zorg is een van de sectoren waar we eenschreeuwend tekort aan personeel hebben.De PVV vindt het belangrijk dat vrouwen financieel onafhankelijk zijn,maar het soort werk en het aantal uren moeten natuurlijk wel een vrijekeuze blijven. Helaas is dat niet altijd haalbaar. Neem bijvoorbeeldalleenstaande moeders, die vaak meer uren moeten werken dan moedersmet een man die fulltime werkt. Toch moet keuzevrijheid waar mogelijkcentraal staan.Voorzitter. Wat ook opvalt, is dat onderzoeken zoals die van de SER en hetCPB weinig aandacht besteden aan persoonlijke voorkeuren, zoalshobby’s en interesses, die een belangrijke rol spelen in de keuzes vanvrouwen. Ook wordt geen input gevraagd van deskundigen, zoalsbiologen en evolutionair psychologen, om te begrijpen waarom vrouwenmogelijk andere interesses hebben dan mannen. Onze vraag aan deStaatssecretaris is waarom deze aspecten steeds worden genegeerd inonderzoeken waarin ze relevant zouden kunnen zijn.Heeft de Staatssecretaris weleens van de gendergelijkheidsparadoxgehoord? Voor de mensen die niet weten wat dit is: de paradox houdt indat in landen met veel gendergelijkheid, zoals Scandinavische landen enNederland, mannen en vrouwen juist grotere verschillen vertonen inberoeps- en studiekeuzes dan in landen met minder gelijkheid. Dat klinktnatuurlijk tegenstrijdig. Echter, de mate van vrijheid in landen alsNederland zorgt er juist voor dat vrouwen de keuze hebben om te kiezenwat zij graag willen doen en wat ze leuk vinden. In landen met een lagegendergelijkheid werken vrouwen vaak in sectoren die elders alstraditioneel mannelijk gelden, zoals bouw en productie. Dat is dan geenvrije keuze, maar het gevolg van economische noodzaak en beperktemogelijkheden, zoals in Bolivia, waar vrouwen in de mijnbouw werken, inNepal, waar vrouwen veel in de bouw en landbouw werken, en inEthiopië, waar vrouwen in de textiel- en koffieproductie werken.Voorzitter. De PVV vraagt zich dan af of het zinvol is om vrouwennadrukkelijk te stimuleren om bepaalde beroepen te kiezen die zemisschien niet willen. Wij vinden het belangrijk dat iedereen gelijkekansen krijgt en dat kennis en kunde de doorslag geven bij het aannemen,niet het geslacht.Voorzitter. Wat mij ook is opgevallen in het emancipatiebeleid van devoorganger van Staatssecretaris Paul, is dat overal de nadruk wordtgelegd op meer intersectioneel beleid. Mijn vraag aan de Staatssecretarisis of zij van plan is dit verder uit te breiden. Wat de PVV betreft zorgt ditbeleid namelijk alleen maar voor meer hokjesdenken. Door de overmatigenadruk op labels gaat het zijn doel van gelijkheid voor iedereen totaalvoorbij. Wij hebben echter natuurlijk, zoals ik eerder ook al benoemde,artikel 1 van de Grondwet, dat al aangeeft dat iedereen recht heeft opgelijke behandeling in gelijke situaties en dat discriminatie op basis vankenmerken verboden is.Verder heeft de voorganger van de Staatssecretaris voorheen aangegevendat de effectiviteit van bepaalde aanpakken nog steeds onderzocht wordt.Mijn vraag aan de Staatssecretaris is of er ondertussen al meer inzicht isin de doelmatigheid en efficiëntie van het huidige beleid.Voorzitter. Ik zou nog even terug willen naar het punt over vrouwen en dearbeidsmarkt. In 2013 werkte zo’n 69,8% van de vrouwen tussen de 15 en65 jaar. In 2023 was dit 78%. Echter, het aantal werkuren dat vrouwenwerken is maar toegenomen met één. Dit ging namelijk van 29,5 naar30,5. Dus op het onderdeel «hoeveelheid vrouwen die werken» lijkt hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1487 effectief, maar je zou kunnen stellen dat op de hoeveelheid uren weinigwinst behaald is. Hoe wil de Staatssecretaris extra werkuren stimulerenzonder de vrije keuze van vrouwen te beperken? Even een kleinekanttekening: ik zag in de brief van vanochtend wel iets daarovervoorbijkomen, dus wellicht kan de Staatssecretaris daar iets meerverdieping aan geven.Voorzitter, een afsluiting. Emancipatie betekent dat iedereen gelijkekansen moet krijgen om zichzelf te ontplooien, zonder opgelegde keuzesof beperkingen. Ons beleid moet recht doen aan de realiteit, diversiteit envoorkeuren, zonder te vervallen in labels of sturing die keuzevrijheidaantast. Wij roepen de Staatssecretaris op om te waarborgen dat beleidwerkelijk neutraal is, met artikel 1 van de Grondwet als leidraad, en zich terichten op de effectiviteit en efficiëntie van de aanpak, zodat gelijkheidvoor iedereen niet slechts een streven blijft, maar een werkelijkheid wordt.De voorzitter:Dank u wel. Er is een vraag van mevrouw Rooderkerk van D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Hier wordt door de PVV een interessante visie op emancipatie tentoonge-spreid. Er worden wat anekdotes verteld over landen en die worden metelkaar vergeleken, maar als we naar de arbeidsparticipatie kijken, dan zienwe dat vrouwen meer onbetaald werk doen. Zij hebben bijvoorbeeldzorgtaken voor kinderen of verlenen mantelzorg. Gemiddeld doenvrouwen dat 26 uur in de week en mannen 17 uur. Ik hoor mevrouw Vander Velde zeggen dat we niet te veel naar vrouwen moeten kijken. Heeft zijdan een voorstel om ervoor te zorgen dat mannen wat meer tijd aan diezorgtaken gaan besteden, zodat vrouwen de ruimte hebben om meer tewerken?Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel voor de vraag, mevrouw Rooderkerk. Ik moet wel zeggen, viade voorzitter, dat ik uw betoog iets warrig vond. Aan het einde merkte ikdat u een vraag stelde en die vraag is, geloof ik: wat ziet de PVV alsoplossing om mannen meer aan de zorgtaken te krijgen? Klopt dat?Mevrouw Rooderkerk (D66):Ja. Volgens mij was het een vrij heldere vraag, maar ik kan hem herhalen.Mevrouw Van der Velde (PVV):Het was meer dat het aan het begin over iets heel anders ging. Ja, diezorgtaken zijn natuurlijk binnen een gezin te bespreken. Uiteraard zijn wijer zeker niet tegen om ook aan mannen informatie te geven en hun dekeuze te bieden die zorgtaken op zich te nemen, maar die rolverdeling zaltoch wel echt binnen een gezin plaats moeten vinden. De overheid heeftin die zin niks op te leggen.De voorzitter:De tweede interruptie voor mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Natuurlijk is het beleid dat een overheid voert ook van invloed op hetverdelen van de taken in een gezin. Ik hoorde mevrouw Van der Veldezeggen dat mannen en vrouwen verschillende hobby’s hebben, maar daargaat het bij de arbeidsparticipatie door vrouwen natuurlijk niet alleen om.Het beleid dat de overheid daarop voert, is natuurlijk ook van belang.Stimuleert die bijvoorbeeld inderdaad dat mannen in huis meer zorgtakenop zich nemen? Daar kun je vanuit de overheid wel degelijk wat aan doen.Maar het begint natuurlijk met het erkennen daarvan: het hoeft niet per seTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1488 zo te zijn dat er verschillende wensen en hobby’s zijn, zoals mevrouw Vander Velde dat zegt, maar er is wel een verschil in de deelname aan arbeid.Mevrouw Van der Velde (PVV):De correlatie tussen de hobby’s van mannen en vrouwen en dewerkzaamheden die men binnenshuis uitvoert, zie ik niet helemaal. Het iswel degelijk zo dat mannen en vrouwen niet altijd dezelfde hobby’shebben, en hobby’s en interesses kunnen wel degelijk van invloed zijn opde werkzaamheden die worden uitgevoerd. Maar nogmaals, het is aaneen gezin, in welke samenstelling dan ook, om te bepalen wie welkewerkzaamheden binnenshuis gaat doen. Je kan voorlichting geven overwat een goede taakverdeling volgens ons zou moeten zijn, maar je kuntmensen niet dwingen om die taakverdeling daadwerkelijk over te nemen.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Dobbe van de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap de warrigheid van het betoog misschien wel als de PVV zelf begintover de mijnen in Bolivia, maar goed. Los daarvan heb ik een vraag overde vrijwilligheid bij de zorgtakenverdeling binnen een gezin. Het isjammer dat de PVV daarbij niet verder komt dan het geven vanvoorlichting over hoe we het misschien wel of niet zouden willen. Het isnatuurlijk wel degelijk mogelijk om daarin te sturen en de mogelijkhedenvoor vrouwen te verbeteren. Ik noem bijvoorbeeld de kinderopvang.Kinderopvang zou vrouwen echt vrijspelen om te kunnen werken enmannen vrijspelen om die taken in het gezin op zich te nemen. Nu was dePVV eerder voor een voorstel om private equity binnen de kinderopvangte weren. Ik ben benieuwd of de PVV daar nog steeds voor is. Dat heb ikniet gehoord in het betoog van de PVV.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik heb begrepen dat de huidige regering er juist mee bezig is omkinderopvang beter te maken ten gunste van iedereen, dus ook vanvrouwen. Dat zal inderdaad ook mannen meer de kans geven om binnenhet gezin meer te gaan doen. Echter, ik ga met u niet een debat overkinderopvang overdoen, want dat hoort niet in deze commissie.Mevrouw Dobbe (SP):Dat hoort natuurlijk wel in deze commissie. We hebben het vandaag overemancipatie. Bij emancipatie horen ook de mogelijkheden en arbeidsparti-cipatie van vrouwen. Die worden voor een groot deel vergemakkelijktdoor betaalbare en toegankelijke kinderopvang. Als de relatie tussenkinderopvang en emancipatie de PVV ontgaat, zou ik haar toch zeker wathuiswerk willen meegeven, want er zit zeker wel een relatie tussenemancipatie en kinderopvang. Het is ook niet zo heel erg moeilijk om dierelatie te leggen. Het is jammer dat de PVV dat niet ziet. Maar de PVV waseerder wel voor een voorstel om de private equity te weren, die nu onzekinderopvang opneemt en een gevaar vormt voor kinderopvang en deemancipatie van vrouwen in Nederland. Ik vroeg mij af of de PVV dat nogsteeds is.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik geloof niet dat ik tegen mevrouw Dobbe heb gezegd dat wij geen relatiezien tussen kinderopvang en vrouwenemancipatie. Wel heb ik aange-geven dat het zittende kabinet, de zittende regering, ermee bezig is om datvoor iedereen te verbeteren. Ik snap dus niet helemaal waarom mevrouwDobbe hier zo op doorgaat.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1489 Een derde interruptie? Oké, dat is goed. U heeft er nog vier.Mevrouw Dobbe (SP):Mevrouw Dobbe gaat daarop door, omdat de PVV hier niet de relatie zegtte zien tussen emancipatie en kinderopvang en omdat wij vandaag eendebat voeren over emancipatie en de PVV niet inziet waarom wij hierkinderopvang noemen. Mijn vraag was heel simpel. Is de PVV nog steedsvoor het weren van private equity, dus sprinkhaankapitalisten, uit onzekinderopvang, zodat we daadwerkelijk werk kunnen maken van emanci-patie in Nederland? Op die simpele vraag wil ik graag een ja of een nee,het liefst een ja.Mevrouw Van der Velde (PVV):Weet u, daar kom ik in mijn tweede termijn even bij u op terug. Dat is mijneerlijke antwoord. Ik wil wel graag even via de voorzitter meegeven datmevrouw Dobbe zojuist wederom aangaf dat de PVV geen relatie ziet,terwijl ik al duidelijk aangegeven heb dat wij die wel zien, maar dat dit nieteen debat puur over kinderopvang moet worden.De voorzitter:Er is een vraag van mevrouw Westerveld van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Eerst even over intersectioneel beleid. Dat gaat juist niet over labelsplakken, maar over het erkennen dat er ongelijkheid is in onze samen-leving, maar ook in wet- en regelgeving en eigenlijk overal. Door dat teerkennen, kun je het aanpakken. Mijn vraag borduurt voort op de eerderevragen die zijn gesteld, want de inleiding klopt niet helemaal met wat ikzie in bijvoorbeeld het regeerprogramma en wat ik lees in de begrotingen.Daar vinden flinke bezuinigingen plaats, niet alleen op lhbti- en gender-beleid maar ook op onderwijs en kinderopvang. Zoals mevrouw Dobbezei, heeft dat wel degelijk een relatie met emancipatie. Hoe rijmt mevrouwVan der Velde haar mooie inleiding toch met het ontbreken van beleid?Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik geloof niet dat ik uw vraag helemaal begrijp. Gaat dit om de bezuini-gingen die nu plaatsvinden of doelt u op iets anders?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Het Kamerdebat heeft natuurlijk verschillende functies, bijvoorbeeld datwe met elkaar verschillen kunnen overbruggen. Soms denken we ergensgewoon heel anders over. Wat soms heel lastig is in het Kamerdebat, isdat we politici iets horen zeggen, maar we in de stukken gewoon lezen dater iets heel anders gebeurt, bijvoorbeeld in de begroting of het regeerpro-gramma of de extra taakstelling die nog naar ons toe kwam en waaroverwe het vandaag ook hebben. Ik vind het lastig dat we mensen horenzeggen – in mijn ogen doet mevrouw Van der Velde dat ook – datemancipatie belangrijk is, maar we aan de andere kant zien dat beleidontbreekt. Mijn vraag is hoe mevrouw Van der Velde dat met elkaar rijmt.Misschien kan ik de vraag anders stellen. Zou er dan niet ook geïnvesteerdmoeten worden, zodat iedereen kan meedoen in deze samenleving?Mevrouw Van der Velde (PVV):Oké, dat is helemaal helder. Dank u wel, mevrouw Westerveld, zeg ik viade voorzitter. Ik geloof wel dat wij het erover eens zijn dat dit belangrijk is,maar ik geloof niet dat wij het eens zijn over die bezuinigingen. Metminder geld moet je gewoon bezig kunnen gaan met effectiever endoelmatiger beleid. Als het beleid – in uw optiek ontbreekt dat – meerdoelmatig en effectief wordt ingezet, heb je ook minder geld nodig. Naarik in de brief van Staatssecretaris Paul heb gelezen, zijn er echt welTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14810 gerichte punten waar echt op in wordt gezet. Er is dus wel degelijkdoelgericht beleid. Ik zit mij dus een beetje af te vragen ... Laat me hetanders formuleren. Er is gewoon daadwerkelijk wel doelgericht beleid,ook op de punten die u belangrijk vindt. Ik snap dus niet helemaal waar unaartoe wil.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Laat me één concreet voorbeeld noemen dat aansluit bij de voorbeeldendie net ook al werden genoemd en die alles te maken hebben metemancipatie. Ik maak me er ongelofelijk veel zorgen over dat lhbti-jongeren zo onveilig zijn. Dat heeft misschien wel alles te maken met demaatschappelijke discussie in de samenleving. Het heeft natuurlijkverschillende oorzaken, maar een goede manier om het tegen te gaan isom juist op scholen dat gesprek met elkaar te voeren. Voor leerkrachten ishet ongelofelijk moeilijk om dat op een goede manier te doen. Er zijn helegoede lesprogramma’s voor ontwikkeld, bijvoorbeeld door een heelaantal maatschappelijke organisaties die daarmee bezig zijn. Juist dezeorganisaties worden getroffen. Die zijn zo belangrijk voor het onderwijs,om docenten te ondersteunen en om te faciliteren dat men dat noodzake-lijke gesprek op scholen met elkaar kan voeren. Dat heeft uiteindelijk helegrote gevolgen voor deze jongeren zelf. Ik had het over eenzaamheid,maar ook over zelfdoding. Die cijfers zijn bij deze jongeren echt velemalen hoger dan voor andere jongeren. Hoe rijmt mevrouw Van der Veldedus wat ze zei, namelijk dat iedereen mee moet kunnen doen, met wat erin de praktijk gebeurt, namelijk dat er flinke bezuinigen plaatsvinden bijdeze belangrijke organisaties?Mevrouw Van der Velde (PVV):Wij vinden dat er ook een taak bij de ouders van kinderen ligt ombepaalde zaken thuis te bespreken. Wij vinden dat niet alles daadwerkelijkvia scholen hoeft te gaan. Hoewel het dus spijtig is dat bepaalde organi-saties minder subsidie gaan krijgen, zien wij dit niet direct als eenprobleem.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu de beurt aan mevrouw Rooderkerk van D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. Het is bijna een jaar na de verkiezingen. Nederland maakteen ruk naar rechts. Partijen die hebben laten weten niet zo veel op tehebben met de positie van lhbti-personen kwamen aan het stuur te zitten.In Amerika werd onlangs een president verkozen die niet veel opheeft metvrouwenrechten en het recht op zelfbeschikking. Veel lhbti-personen envrouwen maken zich dan ook zorgen: wat betekent dit voor mij?Het regeerprogramma is dun op het gebied van emancipatie, terwijl hetvorige kabinet uitgebreide plannen presenteerde. Die hadden een-op-eenovergenomen kunnen worden. Is de Staatssecretaris dat van plan? Ik kandat nog lastig beoordelen op basis van wat ik tot nu toe gezien heb, ookomdat de brief voor dit debat laat was. Ik ben hier echter met goedemoede gekomen en ik hoop vandaag ook zaken te doen, om toch eenaantal dingen voor elkaar te kunnen krijgen.Voorzitter. Binnenkort is het Paarse Vrijdag, een dag waarop scholen extraaandacht besteden aan seksuele diversiteit en genderdiversiteit. Het is eendag waarop veel leerlingen zich gesterkt voelen om zichzelf te laten zien.Dat is hard nodig, zeker in omgevingen waar dat niet vanzelfsprekend is.Kan de Staatssecretaris toezeggen dat ze Paarse Vrijdagen en deGay-Straight Alliances financieel blijft steunen?In conservatieve omgevingen blijft de acceptatie van lhbti-personen vaakachter. Gereformeerde kerkgenootschappen buiten de PKN denken hetnegatiefst over homoseksualiteit, 58%. Bij moslims is dat 53%. Ze wetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14811 zelf wat er nodig is om in die situatie verandering te brengen. Ik zou graagmiddelen beschikbaar willen stellen, zodat mensen in die gemeen-schappen de mogelijkheid hebben om zich te verenigen. Ik ben benieuwdhoe de Staatssecretaris hierover denkt.Voorzitter. Volwassenen die tot kwetsbare groepen behoren, zoalsvrouwen, jongvolwassenen en lhbti-personen met een migratieachter-grond die te maken krijgen met seksueel geweld, hebben meer moeite omde hulpverlening te vinden. Er is een enorm goed project waar mensenmet een migratieachtergrond en professionals samenwerken om detoegang tot hulpverlening te vergroten. Dat is het project SAMEN. Dit jaarloop dit helaas af. Is de Staatssecretaris bereid om dit project voort tezetten?Vrouwen worden vaker slachtoffer van geweld en discriminatie omdat zijvrouw zijn. In sommige gevallen ligt daar pure vrouwenhaat aan tengrondslag. Vrouwen worden neergezet als minderwaardig, wat insommige gevallen kan leiden tot dodelijk geweld. Dergelijke ideeënworden verspreid door types als Andrew Tate en op internetfora. Het isideologisch gemotiveerd extremisme dat oproept tot geweld, en zomoeten we het ook behandelen. Het VK is daarmee begonnen. Ook inNederland moeten we dit serieuzer nemen. Daarom vraag ik de regeringom vanuit de NCTV jaarlijks apart te rapporteren over vrouwenhaat endaarbij ook na te gaan of dit aanleiding geeft tot het aanmerken vanvrouwenhaat in Nederland als «extreme ideologie». Graag een reactie vande Staatssecretaris.Voorzitter. Tot slot iets wat mij persoonlijk raakt. Mijn Kamerlidmaatschapbegon afgelopen jaar met zwangerschapsverlof voor mijn tweede zoontje.Om met verlof te kunnen, moest ik echter als raadslid ontslag nemen. Datdeed denken aan de jaren vijftig, toen ontslag wegens huwelijk ofzwangerschap de norm was. Kan dat niet anders? Vervolgens moest iklanger verlof opnemen dan normaal, omdat ik halverwege mijn verlofgeïnstalleerd werd als Kamerlid en die regeling uiterst inflexibel is.Inmiddels heeft het vorige kabinet toegezegd dat aan te willen passen.Deze particuliere voorbeelden laten zien dat onze democratie en onzeinstituties anno 2024 nog steeds niet helemaal zijn ingericht op vrouwen.Maar dat geldt ook voor de arbeidsmarkt als geheel. 43% van de zwangerewerknemers krijgt te maken met discriminatie. Helaas ken ik dezevoorbeelden van vrouwen maar al te goed. Dit aantal neemt ooknauwelijks af. Je wordt bijvoorbeeld gediscrimineerd als je tijdens jesollicitatie wordt afgewezen omdat je zwanger bent, of als je geensalarisverhoging, contractverlenging of promotie krijgt als je inverwachting bent. Het is van groot belang dat er meer bewustzijn is bijwerkenden en werkgevers, met name mkb’ers, over zwangerschapsdiscri-minatie en rechten en plichten. Is de Staatssecretaris bereid om decampagne hiervoor voort te zetten? Zijn er nog andere acties die zij gaatondernemen voor het grote aantal zwangere vrouwen dat deze discrimi-natie ervaart?Ook is meer winst te behalen op het gebied van gendergelijkheid. Vrijdagwas het Equal Pay Day. We grapten onderling dat we dus eigenlijk alsvrouwen al met kerstreces konden gaan. Maar dit toont wel aan dat deloonkloof nog altijd veel te groot is. Het lukt nog onvoldoende om meervrouwen in de top van het bedrijfsleven te krijgen. Daarom zijnwerkgevers volgens Europa verplicht tot loontransparantie. De wet die ditmoet regelen, is nog niet naar de Kamer gestuurd. Wanneer kunnen wijdie verwachten? Graag een reactie hierop van de Staatssecretaris.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Becker van de VVD.Mevrouw Becker (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14812 Dank u wel, voorzitter. De afgelopen jaren heeft de emancipatie vanvrouwen en de lhbt-gemeenschap vooruitgang geboekt. Dat is goednieuws, maar tegelijkertijd is er echt nog een wereld te winnen. Het isdaarom fijn dat we vandaag het debat voeren met de Staatssecretarisover het beleid voor de komende jaren. Ik vind het mooi dat zij in haarbrief aangeeft te willen inzetten op meedoen en op veiligheid, volgens mijtwee mooie kernthema’s voor het emancipatiebeleid.Ik wil zelf ook beginnen met het thema meedoen. Te veel vrouwen inNederland zijn financieel afhankelijk van hun partner. Dat laat ook deEmancipatiemonitor 2024 zien. Onder stellen met kinderen werkt devrouw bijna vier keer zo veel niet als de man. Vrouwen die wel werken,werken in 65% van de gevallen in deeltijd. 30% van de vrouwen inNederland is niet economisch zelfstandig, en bij bepaalde migranten-groepen ligt dat percentage nog hoger. Deze afhankelijkheid maaktvrouwen kwetsbaar. Natuurlijk kan het soms een vrije keuze zijn, maar tevaak ligt het aan de omstandigheden dat vrouwen niet werken terwijl zijdat misschien wel zouden willen en zeker zouden kunnen. Als je afhan-kelijk bent, ben je kwetsbaar, niet alleen economisch maar ook in situatiesvan huiselijk geweld, eergerelateerd geweld en onderdrukking. Want gamaar eens bij je man weg omdat hij je mishandelt als je samen met jekinderen van zijn inkomen afhankelijk bent. Bovendien maakt de financiëleafhankelijkheid van vrouwen Nederland kwetsbaar. We vergrijzen in raptempo en hebben iedereen nodig.Hoe kijkt de Staatssecretaris daarnaar? Hoe kunnen we werken en meerwerken aantrekkelijker maken voor vrouwen? Hoe kunnen wij vrouwenbewuster maken van de voordelen van werken? Het adagium «eenslimme meid is op haar toekomst voorbereid» geldt wat de VVD betreftnog steeds. Is de Staatssecretaris bereid hier een communicatieaanpak opte ontwikkelen? Ik overweeg of we daar met elkaar misschien eenamendement over kunnen indienen, maar ik zou eerst graag de reactievan de Staatssecretaris willen horen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik steun het betoog helemaal, in de zin dat het belangrijk is dat dearbeidsparticipatie van vrouwen groot is en zij niet afhankelijk zijn vanhun man. Alleen, de campagne «Een slimme meid is op haar toekomstvoorbereid» richt zich alleen op vrouwen. Het hele probleem wordt weerbij de vrouw neergelegd, terwijl mevrouw Becker terecht zegt dat het ookgaat om hoe we als samenleving en als overheid de voorwaardenscheppen voor vrouwen om te kunnen werken, bijvoorbeeld door middelvan gratis kinderopvang. Zouden we niet juist nu een communicatiecam-pagne moeten hebben die gericht is op mannen?Mevrouw Becker (VVD):Dank voor deze vraag. Ik heb willen aangeven dat het adagium «eenslimme meid is op haar toekomst voorbereid» nog steeds geldt, maar ikheb niet gezegd dat de campagne zo moet heten. Ik denk inderdaad dathet belangrijk is dat de hele samenleving ziet dat we met elkaar moetenfaciliteren dat vrouwen meer kunnen werken. Het zit ’m onder andere inde kinderopvang. De VVD heeft er in de onderhandelingen voor gestredendat de kinderopvang nagenoeg gratis kan worden. Het zit ’m ook inflexibele verlofregelingen en in mannen, die zich moeten realiseren wathun taak is thuis in de huishouding en in de zorg voor de kinderen. Datmoeten we met elkaar faciliteren. Het zit ’m ook in het loonstrookje. Wewillen niet dat iemand denkt: ik kan wel heel veel extra gaan werken, maardat levert me nauwelijks wat op. Het gaat om dat allemaal bij elkaar. Daarmoeten wij hier wat aan doen. Maar ik denk ook dat vrouwen en mannenin de samenleving zich bewust moeten zijn van de noodzaak. Vandaarmijn vraag aan de Staatssecretaris: bent u bereid om daar communicatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14813 op in te zetten? We kunnen het vervolgens samen met de Staatssecretarishebben over hoe die communicatie eruit moet zien.Een onderdeel van meedoen zijn ook onze vrije waarden. Het zit ’mnamelijk niet alleen in werken, maar ook in jezelf kunnen zijn. Nog niet zolang geleden was dat in Nederland niet vanzelfsprekend. 50 jaar geledenwas studeren voor vrouwen een unicum, net als trouwen buiten je eigengeloof. Homoseksualiteit was een groot taboe en over transgenderschapwerd al helemaal nooit gesproken. Opeenvolgende generaties hebben eenenorme emancipatiestrijd geleverd en daar profiteren wij vandaag van. Deemancipatiestrijd van vrouwen is vastgelegd in een archief dat wordtbeheerd en ontsloten door Atria. Ik krijg geluiden dat zij vrezen voor hetvoortbestaan van dat archief en voor het kunnen ontsluiten daarvan voorde samenleving. Kan de Staatssecretaris daarop ingaan?Onze vrije samenleving hebben we te danken aan de emancipatiestrijd,maar de VVD maakt zich grote zorgen over de onvrije invloeden diemomenteel vanuit verschillende hoeken de emancipatie weer willenterugduwen. In een schokkend rapport van de ngo Justice for Prosperityuit 2023 wordt in beeld gebracht hoe anti-lhbt- en antivrouwenrechtennar-ratieven worden verspreid vanuit onvrije autocratische regimes. Hetrapport laat zien dat er banden zijn tussen de kringen rond Poetin enorganisaties die in vrije democratische landen, zoals Nederland, deemancipatie ondermijnen. Er zouden ook contacten zijn met en financiëleleningen zijn aan politici uit Europese lidstaten. Ook vanuit strengchristelijke groeperingen in de VS worden denkbeelden via fondsen en hetinternet hier verspreid. De VVD vindt dit een levensgevaarlijke ontwik-keling. Onze vrije waarden en onze democratie staan bloot aan kwaadwil-lende invloeden van buitenaf die de emancipatie willen tegenwerken. Zoude Staatssecretaris samen met de collega’s in het kabinet een analysewillen maken van dit rapport en daarop een reactie willen geven? Hetliefst wordt dit meteen vergezeld van een contrastrategie, waarbij zij ookde organisaties betrekt die zich in Nederland juist inzetten voor deemancipatie en last hebben van de narratieven die vanuit het buitenlandop hen afkomen.Voorzitter. In de afgelopen weken is het er vaak over gegaan: onvrijebeïnvloeding zien we soms ook vanuit islamistische hoek. Wat degevolgen daarvan kunnen zijn, is het lelijke gezicht van antisemitisme enhet lelijke gezicht van homohaat en van straatintimidatie, van onverdraag-zaamheid en intolerantie. Datzelfde gezicht zien we ook vanuit extreem-links en extreemrechts. In Amsterdam vindt inmiddels de helft van descholieren homoseksualiteit niet normaal. De VVD heeft de Staatssecre-taris gevraagd om nader onderzoek. Door wie wordt dit onderzoekuitgevoerd en wat wordt precies de doelstelling van dit onderzoek? Wewillen in ieder geval een compliment maken aan de Staatssecretarisomdat zij onvrije beïnvloeding wil tegengaan door toezicht te gaanhouden op weekendscholen. Dat is een langgekoesterde wens van ons,maar ook van de Partij van de Arbeid en D66. Ziet zij meer instrumentendie onvrije beïnvloeding kunnen tegengaan en meer mogelijkheden omhet positieve verhaal over vrijheid en gelijkwaardigheid op scholen tevertellen? Hoe kijkt zij ertegen aan dat op steeds meer scholen PaarseVrijdag niet doorgaat vanwege onverdraagzame geluiden in die scholen?Voorzitter. Dan veiligheid. Het is heel simpel: lhbt’ers moeten veilig handin hand over straat kunnen en vrouwen moeten veilig over straat kunnen,wat ze ook dragen. De VVD heeft gevraagd om het Actieplan VeiligheidLHBTI door te zetten. Wat is de voortgang? Hoe staat het met de extraagenten voor Roze in Blauw?Gelukkig is afgelopen zomer de Wet seksuele misdrijven...De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Dobbe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14814 Mevrouw Dobbe (SP):Hoewel ik ook geïnteresseerd ben in het stukje over de Wet seksuelemisdrijven, hoor, wil ik even terug naar wat mevrouw Becker schetst, watik ook heel erg herken en waar ik me heel erg zorgen over maak: deinternationale beïnvloeding en de conservatieve krachten die we hier inNederland en over de hele wereld zien. Je ziet nu overal verhalenterugkomen van strategieën, gecoördineerd door allerlei conservatievekrachten, om vrouwenrechten maar ook lhbtqi-rechten, om alles tegen tegaan. Daar zijn ook rapporten over verschenen. Ik heb daar ook hele grotezorgen over. Dat betoog ondersteun ik helemaal. Tegelijkertijd zie je nujuist hier in Nederland dat ook de organisaties die zich bezighouden metgelijke rechten, te maken krijgen met druk en met intimidatie. Maar erstaan wel bezuinigingen op de rol waardoor juist deze organisatiesworden geraakt. Hoe rijmt mevrouw Becker dit met elkaar? Zouden we nujuist niet pal voor deze organisaties moeten staan? Zouden we die nietmoeten steunen en ondersteunen, niet alleen tegen intimidatie maar ookom ervoor te zorgen dat zij hun werk goed kunnen blijven doen?Mevrouw Becker (VVD):Dank voor deze vraag. De VVD vindt het ontzettend belangrijk datorganisaties in Nederland die zich bezighouden bijvoorbeeld met seksuelegezondheid, met seksuele voorlichting of met emancipatie, voort kunnenblijven bestaan. Ik weet dat rondom de VWS-begroting door Staatssecre-taris Vincent Karremans maar ook door onze woordvoerders uitgebreid isgesproken over voorkomen dat er bezuinigd zou moeten worden opbijvoorbeeld de Rutgers Stichting. Ik weet dat mijn collega RoelienKamminga bij de behandeling van de OS-begroting, waar ook veel vandeze organisaties middelen van krijgen, een motie heeft ingediend om despeciale kennis die Nederland op dit terrein heeft en zijn voortrekkersrolniet weg te gooien door dat helemaal weg te bezuinigen en om daar dusmiddelen op te blijven inzetten. Dat is dus een hele stevige inzet van deVVD. Lukt het daarmee om daar helemaal een hek omheen te zetten enervoor te zorgen dat geen enkele bezuiniging dit onderwerp raakt? Dat zouje natuurlijk het liefst in iedere commissie bij elk onderwerp willenzeggen, want er zijn ontzettend veel belangrijke doelstellingen enbelangrijke organisaties. Dus dat gaat helaas niet. Maar als je kijkt wat erqua taakstelling nu richting het emancipatiebeleid gaat, dan denk ik datdat, gelukkig, zeer beperkt blijft. Daar dank ik de Staatssecretaris voor. Ikben het eens met mevrouw Dobbe dat deze organisaties gewoon hunwerk moeten kunnen blijven doen. Daar trek ik graag samen in op.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Becker (VVD):Ja, oké. De Wet seksuele misdrijven is gelukkig ingevoerd. De VVD was ererg lang mee bezig om dat voor elkaar te krijgen. Inmiddels zijn de eersteveroordelingen voor straatintimidatie een feit. Toch is er meer nodig. Ikheb al in een eerder debat, met de voorganger van deze Staatssecretaris,gevraagd: kunnen we nou niet kijken of er toch sneller daderprofielenkunnen komen? Ik ben benieuwd of op dat punt inmiddels al een standvan zaken te melden is. Daarnaast wil ik graag weten of gemeenten nugebruik kunnen maken van het geld dat beschikbaar is gekomen bij deimplementatie van de wet, zodat ze er echt voor kunnen zorgen dat dezewet effectief in de praktijk werkt.Voorzitter. Vrouwenveiligheid is een punt dat mevrouw Rooderkerk ookheeft gemaakt. Het zijn vaak giftige denkbeelden over de vrouw die heeldiepgeworteld in het hoofd van daders zitten: een vrouw is minder-waardig; een vrouw is bezit. Dit soort haat wordt meer en meer ook viainternet verspreid. In het VK wordt vrouwenhaat vanwege de incel-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14815 beweging inmiddels aangemerkt als een extreme ideologie. Incel staatvoor «involuntary celibate», dus onvrijwillig celibatair, en daarom zou je –hoe walgelijk is het! – een vrouw mogen verkrachten als zij je geen seksgeeft. De VVD wil dat we ook in Nederland scherp toezien op de invloedvan personen en platforms die vrouwenhaat aanwakkeren. Is de NCTV almet het VK in gesprek getreden over de ontwikkelingen daar? Inaansluiting op de vraag van mevrouw Rooderkerk zou ik ook graag willenweten of het kabinet aan de NCTV zou willen vragen om overvrouwenhaat apart te gaan rapporteren.Dan breder over alle vormen van haat. Er is een interdepartementaal planvan aanpak over onlinediscriminatie, -racisme en -hatespeech toegezegd.Hoe staat het daarmee? Wanneer kan de Kamer dit plan ontvangen? Enkunnen de Staatssecretaris en het kabinet erop toezien dat het niet eennietje wordt door alles wat er allemaal al gebeurt, maar dat het daadwer-kelijk een extra inzet wordt om die onlinediscriminatie tegen te gaan, ookdoor de DSA-mogelijkheden te benutten?Voorzitter. Het mag duidelijk zijn: de VVD zet zich in voor individuelevrijheid, zodat je jezelf kan zijn en je het beste uit jezelf kunt halen.Emancipatie is geen kwestie van het afdwingen van een gelijke uitkomst,maar van het creëren van gelijke kansen, van kunnen meedoen en vanveilig zijn, waar je ook vandaan komt, van wie je ook houdt en waar je ookin gelooft. Met die overtuiging zullen wij ergens in de komende wekenmet een heel aantal partijen in de Kamer de initiatiefwet tegen homocon-versiepraktijken verdedigen. Met die overtuiging zullen wij dergelijkeinitiatieven, ook vanuit de Kamer, blijven oppakken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Dobbe van de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Afgelopen donderdag was het Equal Pay Day. Datis zojuist ook al opgemerkt. Dat is de dag waarop vrouwen voor de restvan het jaar kunnen stoppen met werken omdat vrouwen schandaliggenoeg nog steeds minder betaald krijgen voor hetzelfde werk alsmannen. Vrouwen verdienen gemiddeld 12% minder dan mannen. Jaarna jaar zijn die cijfers eventjes nieuws, maar daarna ebt de verontwaar-diging weer weg. Dan wachten we weer op de cijfers van het nieuwe jaar,waaruit blijkt dat het dan een beetje is verbeterd, maar dat het nogtientallen jaren duurt voordat het gelijkgetrokken is. Het is eigenlijkschokkend dat het niet tot veel meer ophef of tot directe actie leidt. DeEuropese Richtlijn loontransparantie die in 2023 is aangenomen, moetnog in Nederland geïmplementeerd worden. Waarom doen we dateigenlijk niet meteen? Waarom zouden we daarop wachten tot 2026? Daarwil ik graag een reactie op.Ook artikel 10 van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwenlaat ruimte aan de regering om via een algemene maatregel van bestuuraanvullende maatregelen te nemen om de loonkloof te dichten. Wordthier wat de Staatssecretaris betreft tot het uiterste gebruik van gemaakt?Zo nee, welke aanvullende maatregelen kan zij vandaag nog aankon-digen? Graag een reactie.Dan een ander groot probleem. Eerdere sprekers hebben ook al gevraagdhoe we het voor vrouwen aantrekkelijker maken om te gaan werken. Datzit ’m natuurlijk ook in waardering en beloning. In de beroepen waarinvrouwen oververtegenwoordigd zijn, zakt vaak de waardering, zowelfinancieel als maatschappelijk. Dan heb je het over de zorg en hetonderwijs. Dit zijn wel de beroepen die we tijdens de coronaperiodeessentieel noemden. Het zijn ook beroepen waarvoor wij hier in Den Haagkunnen zorgen dat er meer geld beschikbaar komt. Dat is dan weer hetgoede nieuws. Kijk bijvoorbeeld naar de ouderenzorg en de thuiszorg,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14816 waar bijna een half miljoen mensen werkt, voornamelijk vrouwen. Diecao-onderhandelingen zijn vorige week gestopt omdat zowel werkgeversals werknemers zeggen dat er onvoldoende geld uit Den Haag is gekomenom een fatsoenlijke beloning af te spreken. Dus als wij willen dat vrouwenfatsoenlijk worden beloond voor hun werk, dan zouden we daarvoor extrageld kunnen regelen. Is de Staatssecretaris dan ook bereid om zich ervoorin te zetten dat er extra geld komt bij haar zorgcollega en om een plan temaken voor een betere beloning in sectoren waar veel vrouwen werken?Echte emancipatie kan ook niet zonder goede kinderopvang; ik zei het netal. Erkent de Staatssecretaris dit ook? In onze kinderopvang is markt-werking ingevoerd. Dat zou goed zijn voor de kwaliteit en het zou allemaalgoedkoper worden door die marktwerking. Het zou ook schaarsteoplossen. Het resultaat ervan zien we inmiddels. Kinderopvang is eenwingewest geworden voor private equity, voor beursgenoteerdebedrijven. Er wordt met voor een groot deel publiek geld winst gemaakt.Al in 2014 was het eerste faillissement van een kinderopvangorganisatie,namelijk Estro. Misschien weten jullie het nog. Dat had dramatischegevolgen. Dat is inmiddels tien jaar geleden. Toen hebben we al geziendat het misging. Inmiddels is private equity niet geweerd, maar is bijna14% van de kinderopvangplekken in handen van private equity. In zestiengemeenten is meer dan 50% van alle buitenschoolse opvang in handenvan één private-equityketen. In sommige wijken zijn private-equitypartijende enige aanbieders. Dat is nu de stand van zaken in Nederland.Inmiddels is door de Tweede Kamer een voorstel aangenomen om privateequity in de zorg te verbieden. Is de Staatssecretaris ook bereid omprivate equity uit de kinderopvang te weren? Is zij bereid om winstuitke-ringen te verbieden, zodat geld voor kinderopvang gaat naar kwaliteit ennaar het betaalbaar houden van kinderopvang, en niet naar winstuitke-ringen? Dan kunnen we écht werk maken van emancipatie.Tot slot wil ik aandacht vragen voor de organisaties en voorvechters vanvrouwenrechten en rechten van de lhbtqi-gemeenschap. Zij staan onderdruk. We hadden het er net al over. In toenemende mate hoor ik ook hierin Nederland verhalen over intimidatie en maatregelen die getroffenmoeten worden voor de veiligheid en vrijheid van de mensen dieopkomen voor deze rechten. Dit kabinet zou pal moeten staan voor hendie opkomen voor de rechten van anderen. Is de Staatssecretaris bereiddat te doen en hoe gaat ze dat doen? Dat betekent niet alleen intimidatietegengaan, maar ook dat er steun moet zijn en blijven voor organisatiesdie opkomen voor vrouwenrechten, maar ook de rechten van de lhbtqi-gemeenschap, door hen in staat stellen om op te komen voor die rechten.Ik heb het dus over vrouwenorganisaties, jongerenorganisaties, organi-saties voor en van migrantenvrouwen, zodat zij hun strijd voor hun eigenvrijheid en gelijkheid kunnen blijven voeren. Hoe borgt de Staatssecretarisdit? En hoe ziet de Staatssecretaris de bezuinigingen die op de rol staan?Ziet ze dat deze organisaties onder druk staan?Mevrouw Becker (VVD):Volgens mij zijn we het er samen over eens dat het belangrijk is dat ervoldoende en betaalbare kinderopvang is, om ervoor te kunnen zorgendat mannen en vrouwen allebei kunnen werken en de zorgtaken kunnenverdelen. Nou weet ik dat de SP al lang een punt maakt van de privateequity in de kinderopvang. Ik denk dat er zeker excessen te noemen zijnwaar we vanaf moeten. Tegelijkertijd denk ik dat we dit debat een beetjegenuanceerd moeten voeren. Dezelfde discussie is vaak bij VWS gevoerd:moeten we private equity niet weren uit de zorg? Inmiddels heeft MinisterAgema ook gezegd dat er best wel heel veel partijen zijn die daarmeevoldoende middelen in de zorg beschikbaar stellen om alle zorg die nodigis in dit vergrijzende land, overeind te houden.Mevrouw Dobbe noemde zojuist cijfers over hoeveel procent van dekinderopvang inmiddels door private equity mogelijk wordt gemaakt. HoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14817 ziet zij de wachtlijsten stijgen en de beschikbaarheid van de kinderopvangafnemen als we opeens die partijen zouden verbieden nog kinderopvangaan te bieden? Zijn dan niet vrouwen uiteindelijk de dupe, omdat dewachtlijsten dan langer geworden zijn? Is de SP nou bereid daar eenbeetje genuanceerder naar te kijken, in plaats van te zeggen: streep al dieprivate equity maar weg? Is het echt zo plat, is mijn vraag.Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor de vraag. Het is zeker niet plat. Kijk, de belofte van de markt-werking in de zorg maar ook in de kinderopvang was dat er meer plekkenzouden komen, dat het beter zou worden, dat het betaalbaar zou worden.We zien het tegenovergestelde. Private equity is daar een uitwas van.Toen we het debat hadden met mevrouw Agema over de zorg, vroeg ikhaar om een voorbeeld te noemen. Zij was tot het inzicht gekomen, natwee, drie maanden van haar ministerschap, dat zij altijd tegen privateequity was geweest, maar nu toch niet meer. Ik vroeg: waar zijn dan devoorbeelden van waar dit iets toevoegt aan de sector en de zorg? Die hadze niet. Die heb ik ook niet voor de kinderopvang. Private equity zuigtbedrijven leeg. Het vormt een risico voor het voortbestaan van dekinderopvangbedrijven. We hebben het gezien bij Estro. Het is een enormrisico. Volgens mij moeten wij ernaartoe dat we goede kinderopvangorga-nisaties hebben van publiek geld, waarbij niet een ontzettend groot deelvan dat geld verdwijnt in de zakken van aandeelhouders. Dát is goed vooronze kinderopvang.Mevrouw Becker (VVD):Ik weet dat de SP principieel tegen marktwerking en zeker tegen private-equitypartijen is, maar ik zou mevrouw Dobbe toch willen uitnodigengewoon eens naar de feitelijke rapporten te kijken over private equity inde kinderopvang. Dan blijkt gewoon dat ze verantwoordelijk zijn voor eenbelangrijk deel van het aanbod, ook in wijken waar dat nodig is, en dat zebovengemiddelde kwaliteit leveren. Dan vind ik het verhaal «ze zuigen dekinderopvang leeg en het zijn alleen maar sprinkhanen» geen recht doenaan wat er in die rapporten staat. Kent mevrouw Dobbe die rapporten? Zoniet, dan geef ik die haar graag buiten de vergadering. Ik vind het primadat we het hebben over waar het bij private equity niet goed gaat. Maarhet in één keer verbieden, zou volgens mij verschrikkelijk zijn voor debeschikbaarheid van kinderopvang in dit land. We willen juist dat ergenoeg kinderopvang is. Dus ik vraag toch nogmaals of mevrouw Dobbewil proberen er iets genuanceerder naar te kijken.Mevrouw Dobbe (SP):Volgens mij is het probleem hier dat de risico’s en de problemen dieprivate equity bieden voor de kinderopvang, niet worden onderkend doorde VVD. Onze kinderopvang is beter af als een publieke voorzieningzonder dat er winsten, veel publiek geld en al het geld dat ouders inleggenvoor goede kinderopvang, verdwijnen in de zakken van aandeelhouders.Volgens mij is er weinig oog bij de VVD voor de risico’s, zoals bij Estro.Als je het hebt over «zouden moeders niet de dupe zijn als zij zoudenwillen werken?», dan heb je daar het resultaat gezien. Daar zijn moeder dedupe geworden, van het faillissement van Estro. Volgens mij moeten wedaarvanaf, kan het ook op een andere manier en moeten we dat doen.Dan hoeven we die risico’s niet te lopen en dan behouden we eenheleboel publiek geld voor zaken waarvoor het bedoeld is.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Zanten van deBoerBurgerBeweging.Mevrouw Van Zanten (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14818 Dank u wel, voorzitter. Ik maak deel uit van een fractie met twee mannenen vijf vrouwen. Onze fractievoorzitter in de Tweede Kamer is een vrouw,onze fractievoorzitter in de Eerste Kamer is een vrouw, Onze Ministers zijnvrouw en onze vicepremier is dus ook een vrouw. Onze partij zou eenvoorbeeld kunnen zijn van diversiteit op het gebied van vrouwen in detop. Maar dat is bij ons geen beleid. Bij ons gaat het vooral om talent, omkennis, om ervaring, om persoonlijkheid en om standpunten, ongeacht jeleeftijd, je afkomst, je seksuele voorkeur of je geslacht.Voorzitter. In oktober stelde ik vragen over een olifant, een olifant dieonbenoemd blijft. Ik benoem hem echter wel. Het is namelijk de invloedvan religieuze en culturele groepen op de afnemende homoacceptatieonder jongeren. Hoewel er ook enkele voorbeelden zijn binnen hetorthodox-christelijk geloof, kunnen we niet ontkennen dat het in de grotesteden vooral gaat om het islamitisch geloof, want een van de belang-rijkste redenen is dat minder dan de helft van de Amsterdamse jongerennog accepteert dat twee mensen van hetzelfde geslacht een relatie metelkaar hebben. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdrachtvan de gemeente Amsterdam uit 2021. Een respondent die zelf deeluitmaakt van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap legt uit dat detaboe, de groepscultuur en het geloof een grote druk uitoefenen en dat diteen reden kan zijn dat deze groep zo regelmatig wordt aangegeven als hetgaat om uitingen van discriminatie van de lhbti-gemeenschap.Wegens de uitkomsten van de GGD Gezondheidsmonitor van vorig jaarwil de Staatssecretaris de dalende acceptatie gaan onderzoeken, zoalseerder toegezegd aan collega Becker. In de vanochtend verschenen brief –die heb ik ook nog niet helemaal kunnen lezen, maar wel een beetje –staat dat de mate waarin religie een rol speelt, moeilijk te duiden is. Graagkrijg ik wel de bevestiging van de Staatssecretaris dat hierbij in datonderzoek echt heel kritisch wordt gekeken naar de religieuze achter-grond. Als dat nu moeilijk valt te duiden, vraag ik haar om te kijken of datop een andere manier toch in dat onderzoek kan worden meegenomen,zodat dit wel duidelijk wordt.Het viel me verder op dat de Staatssecretaris in de beantwoording vanmijn vragen sprak over «conservatieve denkbeelden». BBB wordt gezienals een sociaal-conservatieve partij. Wij behouden graag traditionelewaarden zoals gelijkwaardigheid van mensen, ongeacht geslacht, afkomstof achtergrond. Wat BBB betreft is het niet nodig om iedereen in een hokjete stoppen of, zoals Europarlementariër Assita Kanko gisteren zo mooi inde Ronny Naftaniel-lezing zei: «Burgerschap boven afkomst. Samen voordezelfde waarden en normen.» Daar moet het uiteindelijk om gaan. Ik vindde negatieve ondertoon bij de Staatssecretaris bij het gebruik van«conservatief» dus niet helemaal passend. Graag een reactie hierop.Wat BBB betreft behoort ook de gelijkwaardige positie van de vrouw totdie waarden. Hierbij moet ik denken aan het boek Gender Rebels vanSybilla Claus. Daarin wordt aan sociologe, feministe en schrijfster JolandeWithuis gevraagd of het vrouwen vooruithelpt om het begrip «vrouw» opte heffen. Zij antwoordt daarop onder meer: «Voor mij is het einddoel vanhet feminisme het opheffen van de maatschappelijke betekenis van hetsekseonderscheid, zodat de seksen alleen nog verschillen in lichaam, ener verder geen onderscheid wordt gemaakt. Helemaal buiten de woorden«vrouw» en «man» kun je zelfs in die utopische situatie niet. Denk aanmedische zaken.» Kan de Staatssecretaris hierop reflecteren? Wat is haaridee hierachter?Voorzitter. We hebben in Nederland een enorm tekort aan geschiktpersoneel. Het is al eerder genoemd. Dit probleem zou voor een deelverholpen kunnen worden als vrouwen zonder baan of met eendeeltijdbaan gaan werken of wat meer gaan werken. Dat is goed voor dearbeidsmarkt en voor de economische zelfstandigheid van vrouwen. Juistdie zelfstandigheid leidt ook tot emancipatie. Er zijn diverse manieren omvrouwen in staat te stellen meer te werken. Die vragen vaak niet eens omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14819 heel veel maatregelen. Het gebruik van andere opstarttijden is eenvoorbeeld, net als hybride werken. Ik vraag aan de Staatssecretaris hoe ditsoort eenvoudige maatregelen meer kan worden gestimuleerd.Voorzitter. Er moet in de samenleving ruimte zijn voor verschillendewetenschappelijke benaderingen van seksualiteit. Hierbij de vraag aan deStaatssecretaris of het klopt dat alleen Rutgers als kennisinstituut isaangewezen en zo ja, waarom hiervoor is gekozen. Daarnaast wordt inzowel het hoofdlijnenakkoord als het regeerprogramma gesproken over«politiek neutraal onderwijs», ook waar het gaat om relationele enseksuele vorming. Zou er dan geen ruimte moeten zijn voor meerkennisinstituten naast Rutgers, is mijn vraag. Daarnaast hoor ik graag vande Staatssecretaris wat zij vindt van de rolvermenging binnen Rutgers,waarbij de organisatie zowel kenniscentrum en ontwikkelaar vanvoorlichtingsmaterialen als pleitbezorger is. Ook constateren we dat ereen financiële ongelijkheid is tussen openbare en identiteitsgebondenbasisscholen in de toegang tot door het RIVM erkende lesmethoden. Gaatde Staatssecretaris dit aanpakken en zo ja, hoe?Voorzitter. Zoals ik aan het begin van mijn betoog heb gezegd, staart BBBzich niet blind op hokjes, maar zijn we er voor alle inwoners vanNederland en willen we iedereen in staat stellen om het maximale uitzichzelf te halen. In het licht hiervan was ik verbijsterd door een recentonderzoek van de Vrije Universiteit...De voorzitter:Voordat u hierover verdergaat, is er nog even een interruptie vanmevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja, want ik begrijp een deel van het betoog van mevrouw Van Zanten niet.Ze maakt zich terecht zorgen over de dalende acceptatie en ook, als ikhaar woorden goed interpreteer, over hoe er met lhbti-jongeren wordtomgegaan. Dat is terecht, maar dan snap ik niet hoe ze een paar zinnenlater de aanval opent op een kenniscentrum dat scholen helpt met hetgoed ontwikkelen van lesmateriaal, waarover scholen erg tevreden zijn enwaarvan we ook gewoon in de cijfers zien dat het resultaat oplevert. Ineen bijzin verwijt ze dit kenniscentrum ook nog een keer dat ze politiekniet neutraal zouden zijn. Dat meende ik tenminste in haar betoog tehoren. Mijn vraag aan mevrouw Van Zanten is dus of we niet zoudenmoeten stoppen met karikaturen maken van hoe het onderwijs omgaatmet de lhbti-gemeenschap en hoe leraren in de klas proberen om datgesprek te voeren met hulp van al die belangrijke kenniscentra. Zoudenwe, en zou ook mevrouw Van Zanten met BBB niet juist moeten inves-teren in organisaties die de scholen goed helpen in plaats van daarop tebezuinigen?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoor in de vraag van mevrouw Westerveld – volgens mij zijn het er eenpaar – een vraag over kenniscentra. Dat is eigenlijk ook specifiek mijnvraag. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is of het klopt dat het om maaréén kennisinstituut gaat en dat dat Rutgers is. Natuurlijk heeft Rutgersgewoon bestaansrecht, maar daarnaast zou het fijn zijn, ook in het kadervan pluriformiteit, als er andere kenniscentra zijn.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Er zijn heel veel organisaties. In de feitelijke vragen hebben we bijvoor-beeld gevraagd naar de taakstelling en de bezuiniging en naar deorganisaties die subsidie krijgen. In de antwoorden staat een hele rij. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14820 begin niet eens met het opnoemen ervan, maar ik was een tijdje geledenmee met iemand van School’s cool die in Nijmegen gesprekken voerde.Maar dat is niet mijn punt. Mijn punt is het volgende. We constateren metelkaar dat de acceptatie omlaaggaat. Volgens mij vindt iedereen dat enzien we dat allemaal, want het blijkt gewoon uit cijfers. Zou er dan nietjuist geïnvesteerd moeten worden in bijvoorbeeld organisaties die zobelangrijk werk doen op scholen en die docenten helpen om gesprekkenin de klas te voeren, zodat iedereen in de klas zich veilig kan voelen? Zouniet juist ook BBB in die organisaties moeten willen investeren?Mevrouw Van Zanten (BBB):In de beantwoording van de schriftelijke vragen die ik in oktober steldeover het artikel Olifant in kamer, las ik onder andere dat er niet eenduidigsprake is van een daling. Dat verschilt per gebied en ook of het gaat omalleen homoseksualiteit of om de hele gemeenschap. De Staatssecretarisheeft aan collega Becker toegezegd om daar een groot landelijk onderzoeknaar te gaan uitvoeren. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is om dat eerstaf te wachten. Want zoals ik in mijn betoog ook al aangaf, lijkt het mijvooral te gaan om jongeren met een islamitisch geloof. Dat zie je ook indat onderzoek in Amsterdam. Ik denk dat het dus niet per se op elkeschool heel nodig is. Ik vind echter dat je precies moet weten waar hetprobleem met die dalende acceptatie ligt en wat daar de oorzaak van is.Dan moet je dat ook gericht aanpakken, en dus niet over het hele land enop elke school als dat niet hoeft.De voorzitter:Nee, uw interrupties zijn op, mevrouw Westerveld; het spijt mij. MevrouwRooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Er zijn een paar punten waar ik nu op ga reageren. Er wordt weer allemaalmist gecreëerd. Ten eerste worden leraren weer verdacht gemaakt, dat zeniet neutraal onderwijs zouden geven over lhbti-acceptatie of onder-werpen die daaraan raken. Dat wil ik even verre van me werpen. DeStaatssecretaris heeft gezegd dat het politiek neutraal is en dat we er dusgewoon mee doorgaan. Nu zegt mevrouw Van Zanten ook nog dat vooralbij moslims de lhbti-acceptatie laag zou liggen. 53% denkt negatief overhomoseksualiteit. Onder bijvoorbeeld leden van gereformeerde kerkge-nootschappen is dat 58%. Ik denk dus dat we dit breed in de samenlevingmoeten bekijken. Overal waar negatief gedacht wordt over homoseksua-liteit moeten we dat aanpakken. Ik hoop dat mevrouw Van Zanten dat metme eens is. De vraag die ik daarbij heb, is de volgende. Probeert zij ooknog eens de suggestie te wekken dat Rutgers niet neutraal zou zijn? Datlijkt mij namelijk iets wat we ook niet moeten doen.Mevrouw Van Zanten (BBB):Even alle vragen op een rij in mijn hoofd. Volgens mij zei mevrouwRooderkerk er iets over dat ik leraren beschuldig. Ik beschuldig lerarenhelemaal nergens van. Dat is absoluut niet wat ik hier heb geprobeerd tezeggen. Het gaat om het volgende. Voor ons is het belangrijk dat duidelijkwordt waar precies de problemen liggen en dat die gericht wordenaangepakt. Ik ben het zeker met mevrouw Rooderkerk eens dat er ookbinnen bijvoorbeeld orthodox-christelijke gemeenschappen incidentenzijn; daar zijn ook voorbeelden van bekend. Dat noemde ik al in mijnbetoog. Ik wil ook graag dat dat wordt meegenomen. Daarom was mijnvraag aan de Staatssecretaris om nogmaals te bevestigen dat dereligieuze achtergrond wordt meegenomen. Nogmaals, voor mij isRutgers één kennisinstituut. Ik vind dat, als wij echt pluriformiteit willenhebben, daar ook iets anders tegenover moet staan. Je ziet namelijk datmensen soms wel vraagtekens hebben bij Rutgers. Ik zeg niet dat dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14821 vraagtekens er specifiek bij mij zijn. Ik heb ook boekjes gezien waarvan ikdenk: «Is hier nou zo veel ophef over? Ik vind het eigenlijk wel meevallen.»Puur om het zo pluriform mogelijk te houden vraag ik of er daarnaast ookruimte is voor een ander kennisinstituut.De voorzitter:Er is ook een interruptie van mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Je zou zeggen: pluriformiteit in de samenleving is altijd goed. We hebbenhet hier echter over een kennisinstituut. We hebben het hier niet over hetomroepbestel. Het gaat dus even over de vraag of we er met elkaar ingeloven dat Rutgers gewoon op een goede manier feitelijke kennisbeschikbaar stelt. Of doen we hier een beetje mee aan het gevoel dat watRutgers naar buiten brengt ook maar een mening is? Ik vind het welbelangrijk om daar even op door te gaan, omdat ik een punt heb gemaaktvan die ongewenste buitenlandse beïnvloeding. Je ziet dat een stichtingals Rutgers daar ontzettend veel last van heeft, omdat je inmiddels op hetinternet, in de hoofden van jonge mensen en zelfs al bij politieke partijenaan deze tafel de narratieven begint terug te horen dat het zou gaan omeen ideologie, een lhbt- of een genderideologie, in plaats van om feitelijkekennis.Daarom zou ik mevrouw Van Zanten het volgende willen vragen. Ik zegniet dat ze het zo bedoelt, maar ik zou haar willen vragen zich daarvanbewust te zijn en om heel voorzichtig te zijn met vragen als: moeten nietwe in het kader van pluriformiteit naast Rutgers nog een kennisinstituutzetten? Daar zou je de suggestie mee kunnen wekken dat wat Rutgersdoet, een mening en een ideologische missie is, in plaats van hetbeschikbaar stellen van objectieve informatie voor jonge mensen, voormensen die bezig zijn met het thema seksuele gezondheid. Laat ze zichdus bewust zijn van die buitenlandse agenda, die oerconservatieveagenda, waarbij ze eigenlijk zelf de vraag stelde of conservatief nou zo ergis. Ik denk zelf dat «conservatief» soms tegenover «vrijheid» staat. Dushoe gaat zij nou helpen om die vrijheid te verdedigen in plaats vanmisschien soms onbedoeld onderdeel te worden van de conservatieveagenda die buitenlandse overheden hier zo graag in de hoofden vanmensen willen krijgen?Mevrouw Van Zanten (BBB):Allereerst ben ik het met mevrouw Becker eens dat wij buitenlandseinmenging absoluut niet moeten hebben. Dat lijkt mij vrij evident. Danhebben we het dus weer over die religieuze conservatieve denkbeelden.Maar zoals ik in mijn betoog aangaf, zijn er ook sociaal-conservatievedenkbeelden die juist uitgaan van acceptatie en gelijkwaardigheid vaniedereen. Het is niet nodig om continu al die verschillen en al dieverschillende hokjes maar te blijven benoemen, want daar wordenmensen op den duur wel een beetje moe van. En dan krijg je ook juistweer het omgekeerde. Mensen worden juist zo moe van weer een nieuwhokje en weer een nieuwe letter van het alfabet erbij. Dat wordt gewoonheel vermoeiend. Weet je, als het gaat om acceptatie: accepteer gewooniedereen. Want wat zou het uitmaken? Mij maakt het in ieder geval niks uitwat voor een huidskleur iemand heeft, wat voor een geslacht iemandheeft of hoe iemand zich identificeert. Voor mij is elk mens gelijkwaardig.De voorzitter:Ik zie iedereen smeken om een extra interruptie. Die wil ik best toestaan.Gelet op de tijd kan het, maar het is ook wel zo dat in een debat deinterrupties worden verdeeld. Laten we hier in de tweede termijn even opdoorgaan. Ik snap wat mevrouw Rooderkerk zegt, maar dat wildemevrouw Westerveld ook. Ik vind het goed, maar dan gaan we daar tijdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14822 aan besteden. Een extra interruptie voor iedereen. Ik begin met mevrouwWesterveld, want zij was de eerste die daarom vroeg.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik wilde een feitelijk punt maken. Mevrouw Van Zanten begon over demoslimgemeenschap, terwijl we gewoon weten dat het veel breder speelten dat het ook in heel streng religieuze gemeenten echt een probleem is.Een algemeen punt, voorzitter. Dit is geen interruptie, maar gewoon eenopmerking. Ik denk dat we heel erg moeten uitkijken met de woorden diewe hier gebruiken. Woorden die we in de Kamer gebruiken, kunnen ookeen rol spelen bij intolerantie, bij het zich niet geaccepteerd voelen doormensen. Ik heb mevrouw Van der Plas al een paar keer gehoord over «deletterbak». Laten we mensen gewoon erkennen voor wie ze zijn. Daarhoeven we helemaal niet moeilijk over te doen. Dat mensen verschillendzijn is gewoon feitelijke, wetenschappelijke informatie. Laten we dataccepteren. Laten we daarmee omgaan, laten we daar op een respectvollemanier naar kijken en laten we heel erg uitkijken met woorden die wij ookhier in deze Kamer gebruiken.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ja, dat is precies wat ik geprobeerd heb te zeggen. In een eerderemancipatiedebat hadden we ook deze discussie. Sommige partijen hiervinden dat respect wordt getoond door alles specifiek te benoemen, maarvoor mij is het tonen van respect iedereen als gelijkwaardig zien. Daarhoeft geen aparte naam voor te komen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Maar nu doet mevrouw Van Zanten weer hetzelfde. Het is vervelend datwe nu weer in dit debat zijn beland. Dat heb ik echt liever niet, maar ikmoet er dan toch wat van zeggen. Je kunt niet zeggen dat je iedereengelijkwaardig behandelt als je tegelijkertijd een deel van de mensenwegzet doordat je zegt «een nieuwe letter van het alfabet» of «de heleletterbak» en je al dat soort uitspraken doet. Misschien raakt dat mevrouwVan Zanten niet, maar dat raakt heel veel mensen wel. Als mevrouw VanZanten werkelijk wil dat iedereen gelijkwaardig wordt behandeld en zichook zo voelt, dan moet ze mensen niet op die manier wegzetten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik zie dat toch volledig anders. Mevrouw Rooderkerk kan wel vinden dathaar mening moreel superieur is aan die van mij en zeggen dat we dezediscussie opnieuw moeten gaan voeren, maar zij stelt zelf deze vraagopnieuw. Nogmaals, gelijkwaardigheid is het gelijk behandelen vaniedereen en dat hoeft niet apart te worden benoemd. Jolande Withuisgeeft het in datzelfde interview in Gender Rebels aan: we zouden afmoeten van nog meer genders en gewoon naar géén gender moetengaan. Ik hoop dat dit een beetje verduidelijkt wat ik bedoel. Het gaat eromdat ik en mijn partij alles en iedereen accepteren, hoe hij zich ook voelt enwie hij ook wil zijn. Wij maken daarbij geen onderscheid en vindenniemand minder of meer dan een ander, maar het is voor ons nietnoodzakelijk om dat keer op keer te benoemen.Mevrouw Becker (VVD):We hebben dit debat inderdaad in het vorige commissiedebat ookgevoerd. Toen eindigde ik mijn pleidooi met dat we eens met de gemeen-schappen moeten gaan praten. Het voelt namelijk ongemakkelijk dat wehet hier de hele tijd over mensen hebben. BBB zegt dat mensen hier niksaan hebben. Daarom heb ik gezegd dat we met gemeenschappen, zoalsde bi+-gemeenschap en de transgendergemeenschap, moeten gaanpraten en aan hen moeten vragen of zij het fijn vinden dat we dit nietmeer benoemen en er geen ruimte meer voor hebben in debatten omdatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14823 ze het fijn vinden om allemaal gelijk behandeld te worden, of dat zezeggen: nee, wij voelen er wel degelijk een meerwaarde in dat ditbenoemd wordt, zodat er gericht beleid op kan worden gevoerd. Heeftmevrouw Van Zanten dat gesprek inmiddels met de gemeenschapgevoerd?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoef niet heel ver te gaan om dat gesprek met gemeenschappen tevoeren, want zeker een kwart tot een derde van onze eigen fractie is gayof bi, en anders dan het heteroseksuele en het man-vrouwdenken. Voorhen maakt dat helemaal niks uit. Zij zeggen ook: «Ik ben meer dan mijnseksuele voorkeur. Beoordeel mij op wie ik ben en niet op op wie ik val ofhoe ik me voel. Het gaat erom dat ik een leuk persoon ben, goed werkaflever en we goed met elkaar omgaan.» Daar gaat het om.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Van Zanten (BBB):Voorzitter. Ik was gebleven bij een recent onderzoek van de Vrije Univer-siteit waarin stond dat kwetsbare kinderen de dupe worden van de focusop taal en rekenen in het basisonderwijs. Er zou volgens de onderzoekerseen holistische aanpak moeten komen met aandacht voor het sociaal-emotioneel leren en het gedrag en zelfbeeld van deze doelgroep.Voorzitter. Ik sluit af met de woorden van een van de vrouwen binnen mijnpartij. Zij zei: «De enige reden waarom dit kind uit, zoals dat tegenwoordigheet, een «achterstandsgezin» zo ver gekomen is, is omdat ze excellentonderwijs kreeg in lezen, schrijven en rekenen. Want goed onderwijs isjuist ook voor emancipatie een vereiste.»Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. De Staatssecretaris heeft een halfuur nodig, maar ik denk datwe meteen de gelegenheid aangrijpen om te lunchen. We zijn hier dus om12.00 uur weer terug.De vergadering wordt van 11.20 uur tot 12.04 uur geschorst.De voorzitter:We gaan weer verder met het debat over emancipatie. Ik wil het woordgeven aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Paul:Dank, voorzitter. Het is fijn om over dit belangrijke thema, emancipatie, tekunnen spreken. Dit is voor mij het eerste debat over emancipatie, wanthet is een toevoeging aan mijn portefeuille. Ik vind het mooi dat ditonderwerp mij is toevertrouwd. Het is mooi om hier te kunnen sprekenmet een afspiegeling van de maatschappij, want dat is de Tweede Kamer,die bestaat uit heel verschillende mensen. Daarbij constateer ik wel dat wehet vrouwenquotum hier ruimschoots halen. Aan ons zal het dus nietliggen.De voorzitter:Even tussendoor nog: we halen het mannenquotum absoluut niet. Maar ikzou nog even tegen de commissieleden willen zeggen dat we vierinterrupties hanteren. Dan kan de Staatssecretaris nu verdergaan. Heeft uook blokjes? Dan kunnen we die ook eventjes opschrijven.Staatssecretaris Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14824 Ik begin met een inleiding. Dan kom ik aan het einde op de indeling en deblokjes. Maar zoals ...De voorzitter:Er is een vraag van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Aangezien we niet met heel veel leden zijn, zou ik willen vragen of hetmogelijk is om zes interrupties toe te staan.De voorzitter:Dat is goed. We gaan hier om 15.00 uur weg, dus ik hoop dat de motiesdan zijn ingediend. We doen zes interrupties.Staatssecretaris Paul:Voorzitter. Het is niet zo gek dat de meningen en standpunten behoorlijkvan elkaar kunnen verschillen als je het over dit thema hebt. Dat heeft erook mee te maken dat velen van ons hier vaak heel persoonlijk bijbetrokken zijn. Emancipatie gaat over veiligheid en vrijheid van groepenen individuen. Het gaat over gelijke kansen en gelijke rechten vooriedereen om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving, waarbijwe ons leven naar eigen inzicht kunnen inrichten: ons liefdesleven, onsgezinsleven, onze opleiding en onze keuzes ten aanzien van werk. InNederland is die vrijheid de afgelopen decennia duidelijk toegenomen.Die vrijheid is een kostbaar bezit dat we moeten koesteren enbeschermen.Is het dan allemaal rozengeur en maneschijn? Nee. Er zijn nog steeds veelurgente vraagstukken rond het thema emancipatie. Nogmaals, mijnexcuses voor het feit dat die brief zo laat is aangekomen; voordatmevrouw Van Zanten vanochtend aanschoof, heb ik aangegeven dat erwat hiccups waren, waardoor die brief pas wat later naar de Kamer konkomen. In die brief geef ik heel duidelijk aan dat er nog werk aan dewinkel is. Ik heb daarin ook de prioriteiten van dit kabinet aangegeven,waarbij ik wil focussen op twee punten: veiligheid voor iedereen enmeedoen door iedereen. De focus op deze twee thema’s past bij deprioriteiten van dit kabinet. Ik heb aansluiting gezocht bij belangrijkethema’s uit het hoofdlijnenakkoord: veiligheid en bestaanszekerheid. Ikkom daar straks bij de beantwoording van uw vragen nog verder over tespreken.De veiligheid van lhbtiq+-personen en de veiligheid van vrouwen schiettekort. Dat is onacceptabel. Lhbtiq+-personen zijn op straat lang niet altijdveilig: ze worden nageroepen, bedreigd of krijgen met fysiek geweld temaken. Op veel plekken durven ze niet – en dat kunnen ze ook niet –gewoon zichzelf te zijn en bijvoorbeeld hand in hand te lopen. Dat vind ikverdrietig. Dat is verschrikkelijk. Ook vrouwen zijn op straat, en vaak ookthuis, niet veilig. Dan vindt er ook op het werk nog veel grensover-schrijdend gedrag plaats. Dat is de laatste jaren steeds duidelijkergeworden. Ook het andere doel, volwaardig meedoen, is nog lang nietbereikt. Vrouwen werken nog steeds een stuk minder dan mannen, zekerals we kijken naar het aantal uren per week. Los van het feit dat ik deindividuele keuzes van mensen respecteer, constateer ik dat vrouwendaardoor veel vaker economisch niet zelfstandig zijn, met alle gevolgenvan dien. Een aantal van de sprekers van de Kamer schetste dat ook.De prioriteitenbrief die u vandaag heeft ontvangen, geeft de hoofdlijnenaan. In de Emancipatienota die u volgend jaar krijgt, wordt de aanpakverder uitgewerkt in concrete maatregelen. Dat zijn maatregelen die ik zalnemen in nauwe samenwerking met, en met een aanjagende functierichting diverse collega’s in het kabinet. Ik ben ervan overtuigd dat eengrote meerderheid van de Nederlandse bevolking en van de TweedeKamer ook vindt dat we de veiligheid en de bestaanszekerheid van alleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14825 mensen in ons land moeten bevorderen, ongeacht wie je bent. Dat is derode draad door alle verschillende denkbeelden rond emancipatie. Latenwe kijken naar wat ons verenigt. Dan kunnen we samen echt stappenzetten op deze onderwerpen en het verschil maken voor de mensen omwie het draait, de mensen voor wie wij hier zitten. Ik ben daar in iedergeval heel gemotiveerd voor.Op uw inbreng kom ik nu graag per thema terug. Ik heb dat ingedeeld inde volgende blokjes. Het eerste blokje is veiligheid, zowel van lhbtiq+-personen als van vrouwen. Het tweede blokje is volwaardig meedoen.Daarbij zoom ik wat verder in op de arbeidsmarkt in algemene zin,onderwijs en zorg. Dan heb ik nog een blok overig. Ik zeg maar «blok»,want het is volgens mij het grootste.Dan begin ik met het thema veiligheid. Ik begin met de vraag vanmevrouw Becker van de VVD over buitenlandse beïnvloeding. Zij vroeg ofik een analyse wil maken van het rapport over buitenlandse beïnvloeding.Ik constateer overigens dat de vragen niet helemaal op volgorde vansprekers liggen, waarvoor excuses. Ik ga mijn best doen om alle vragen tebeantwoorden, dus u komt aan bod. Het dreigingsbeeld in Nederland isbreed en kent meerdere vormen van onverdraagzaam en antidemocra-tisch gedachtegoed die ondermijnend kunnen zijn voor de democratischerechtsorde of het openbaar gezag. Dit zien we op extreemrechts, opextreemlinks en bij anti-institutionelen, maar ook bij religieuze tendensen.Het kabinet zet echt stevig in op het tegengaan van ongewenste buiten-landse financiering in den brede. Uw Kamer is daar onlangs met een briefover geïnformeerd. Ook wordt de brede aanpak in 2025 geëvalueerd. Ikben van plan en graag bereid om met mijn collega, de Minister vanJustitie en Veiligheid, in gesprek te gaan over de anti-lhbtiq+- en-vrouwennarratieven en de mogelijkheden tot contrastrategieën, zoalsmevrouw Becker het volgens mij noemde.De voorzitter:Mevrouw Becker heeft meteen een interruptie.Mevrouw Becker (VVD):Misschien kunnen we dit gedurende het debat doen, voorzitter, zodat hetons geen interrupties kost. Ik zou graag willen weten van de Staatssecre-taris op welke termijn ik daar dan iets over zou kunnen ontvangen naaraanleiding van de gesprekken met Justitie.Staatssecretaris Paul:Dat gaan we checken. Daar kom ik in tweede termijn op terug, want ik bendaarin mede afhankelijk van mijn collega van Justitie en Veiligheid. Ik komdaar dus graag op terug.Dan heb ik een vraag van mevrouw Rooderkerk over de acceptatie vanlhbti-personen in conservatieve omgevingen. Zij vroeg om daar middelenvoor beschikbaar te stellen. Hoe kijk ik daarnaar? Op dit moment financierik de Alliantie Verandering van binnenuit. Deze alliantie zet in op onder-steuning van mensen uit gesloten gemeenschappen bij het veranderenvan sociale normen en het emanciperen van mensen die beknot entegengewerkt worden. We weten dat er in deze gemeenschappen enomgevingen stereotiepe ideeën zijn over wat mannelijk en wat vrouwelijkis en dat dit heel weerbarstig is. Dit project loopt tot en met 2027. Volgensmij is het volgende ook een uitdaging. Als je regelingen en organisatieshebt, moet men de weg naar die regelingen en organisaties ook weten tevinden. Ik ben dus graag bereid om meer bekendheid te geven aan desubsidieregeling voor initiatieven die hieraan bijdragen, dus dat gaan wegewoon doen.Dan was er een vraag van mevrouw Rooderkerk over de eventuelebereidheid om het project SAMEN voort te zetten. Hoewel ik hetbespreekbaar maken van seksueel geweld en gendergerelateerd geweldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14826 in migrantengemeenschappen en toegang tot hulp een warm harttoedraag, kan ik dat nu niet toezeggen. Dat heeft ermee te maken dat deInternationale Organisatie voor Migratie, die volgens mij de oorspronke-lijke subsidieaanvraag heeft gedaan, een nieuwe aanvraag bij OCW zoumoeten doen voor een nieuw project. Zo’n subsidieaanvraag wordt danbeoordeeld volgens specifieke beoordelingskaders, in dit geval deSubsidieregeling gender- en lhbtiq+-gelijkheid 2022–2027. Dat betekentdat een eventuele aanvraag heel welwillend en open beoordeeld zalworden, maar dat geldt voor alle aanvragen. Het is heel lastig of eigenlijkonmogelijk om daar nu in dit debat een toezegging over te doen.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk wil daar een vraag over stellen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ja, ook over het vorige punt. Ik kreeg een toezegging van de Staatssecre-taris over de gelden voor projecten die gericht zijn op lhbti-personen ende acceptatie in religieuze gemeenschappen. Dank daarvoor. Ik wil graaghoren wanneer zij een brief naar de Kamer kan sturen over hoe hetdaarmee staat. Wellicht kan dat over een halfjaar. Dat zou mooi zijn.Dan mijn tweede punt. De Staatssecretaris gaf aan: het is een heel mooiproject en ze kunnen een nieuwe subsidie aanvragen. Ik hoop toch dat ikiets meer ruimte krijg van de Staatssecretaris, want we zien dat dit heelbelangrijk is voor heel veel groepen mensen in de samenleving. Ik hoopecht dat we dat project verder kunnen brengen. Ik doe nogmaals deoproep om daar iets meer voor te doen dan alleen maar te zeggen: zemogen een nieuwe subsidie aanvragen.Staatssecretaris Paul:Ik kom graag nog terug op de eerste vraag. Die gaat over de toezeggingdat ik ervoor zal zorgen dat er meer ruchtbaarheid en bekendheid wordtgegeven aan de subsidieregeling en de betreffende initiatieven. Ik komdaar in het eerste kwartaal van 2025 op terug in mijn emancipatienota. O,ik word gecorrigeerd. Dat wordt voor de zomer. Daar is iets meer tijd voornodig. Voor de zomer kom ik daarop terug.Dan de andere vraag. Ik snap die vraag heel goed. Er is een heel orden-telijk proces voor hoe we omgaan met subsidieaanvragen en subsidiere-gelingen. Er is een afwegingskader voor, waarop een specifieke aanvraagwordt beoordeeld. Als er een steengoede aanvraag wordt beoordeeld,dan zullen de collega’s die dit beoordelen, daar in alle welwillendheidnaar kijken. Er worden van allerlei kanten aanvragen ingediend. Het zouheel raar zijn als ik daar een voorschot op zou nemen vanuit mijn stoelhier, niet wetend hoe de specifieke aanvraag eruitziet. Ik kan alleen maarstimuleren dat de betreffende organisatie een mooie aanvraag indient.Daar zal in alle welwillendheid naar gekeken worden.Ik ga door met de vraag van mevrouw Becker over hoe het staat met hetonderzoek naar de dalende acceptatie van lhbtiq+-personen onderjongeren. Het onderzoek naar die dalende acceptatie onder jongerenwordt op dit moment aanbesteed en uitgezet, dus er is op dit moment noggeen onderzoeksbureau bekend. Het onderzoek richt zich onder andere opde invloed van sociale media en conservatieve denkbeelden, ookreligieus-conservatieve denkbeelden. Ik verwacht de uitkomsten van datonderzoek voor de zomer van 2025 met u te kunnen delen.Voorzitter. Mevrouw Van Zanten had ook een vraag over het onderzoeknaar de dalende acceptatie. Ik heb daar per ongeluk net al antwoord opgegeven. De vraag was of daarin ook expliciet conservatieve religieuzedenkbeelden worden meegenomen. Het korte antwoord is: ja, dat gaanwe zeker doen.Mevrouw Becker had nog een vraag over Roze in Blauw. Hoe staat hetmet de extra agenten voor Roze in Blauw in het hoofdlijnenakkoord? InTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14827 het regeerprogramma is inderdaad genoemd dat er structureel geld wordtvrijgemaakt voor de aanpak van alle vormen van discriminatie en racismedoor de politie. Althans, door de politie wordt daar geld voor vrijgemaakt.Het programma Politie voor Iedereen, waar Roze in Blauw een belangrijkerol in speelt, wordt voortgezet. Daarnaast wordt het ExpertisecentrumAanpak Discriminatie-Politie door dit kabinet structureel gefinancierd.Volgens mij worden de zorgen die mevrouw Becker aangaf, goedgeadresseerd door het op deze manier structureel te financieren en heteen goede plek te geven.Mevrouw Becker had verder nog een vraag over straatintimidatie en of wesneller kunnen kijken naar daderprofielen van straatintimidatie. Wat is delaatste stand van zaken, was haar vraag. Daar komt mijn collega van JenVVan Weel voor het einde van dit jaar op terug, mede namens mij. Zoalseerder aan de Kamer toegelicht, onder anderen door diezelfde collega VanWeel, is voor onderzoek naar daderprofielen van seksuele intimidatienodig dat er voldoende jurisprudentie beschikbaar is om een represen-tatief beeld van de daders te schetsen. Op dit moment is daar nog geensprake van. Voor zover bekend zijn er op dit moment vijf uitspraken overseksuele intimidatie gedaan. Het klinkt een beetje dubbel, want je hooptnatuurlijk dat het helemaal niet plaatsvindt, maar als het plaatsvindt, hoopje dat ernaar gehandeld wordt en je dat vervolgens kunt benutten omgerichte acties op te zetten. Van Weel komt daar voor het einde van ditjaar bij de Kamer op terug.Dan nog een vraag van mevrouw Becker. Ze vroeg of gemeenten nog eenberoep kunnen doen op middelen die beschikbaar zijn gesteld voor deimplementatie van de wet om straatintimidatie aan te pakken. DeStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft tijdens het debat Zeden en(on)veiligheid van vrouwen van 16 oktober toegezegd deze vraagschriftelijk te beantwoorden. Een brief volgt later deze week, heb ikbegrepen. Die komt er dus snel aan, nog voor de begrotingsbehandelingvan Justitie en Veiligheid. Het is de bedoeling dat die voor de begrotings-behandeling naar de Kamer wordt gestuurd.Dan een vraag van mevrouw Becker: hoe staat het met het ActieplanVeiligheid LHBTI? Op dit moment ben ik met mijn collega-minister vanJustitie en Veiligheid – Van Weel wordt vaak aangehaald – gestart met eenproject om te onderzoeken wat werkt om de veiligheid van lhbtiq+-personen te bevorderen. De evaluatie van het vorige actieplan en hetWODC-onderzoek naar daderprofielen worden beide meegenomen in ditproject. We gebruiken dus de relevante informatie die voorhanden is enlaten die niet onbenut in de la liggen. De uitkomsten van het projectvormen de basis voor onze gezamenlijke vervolginzet, die we naarverwachting in de tweede helft van 2025 met uw Kamer kunnen delen.Dan een vraag van mevrouw Becker en mevrouw Rooderkerk. De vraagwas of we kijken naar en in gesprek zijn met het Verenigd Koninkrijk, meerin het bijzonder of de NCTV dat doet. De vraag was om de NCTV te vragenom apart over vrouwenhaat te rapporteren. Het Verenigd Koninkrijk isinderdaad voornemens om vrouwenhaat te behandelen als ideologischextremisme. Maar de precieze uitwerking hiervan moet ook daar, in hetVK, nog plaatsvinden. De NCTV gaat, zo heb ik begrepen, op korte termijnhierover in gesprek met hun counterparts in het Verenigd Koninkrijk. Hetkabinet wil de uitkomsten van dat gesprek afwachten. In Q1 informeert deNCTV in ieder geval uw Kamer over de status hiervan. Het staat dus al inde agenda’s. In het eerste kwartaal van 2025 komt de NCTV hierop terug.Ze zullen dan ook ingaan op de rol en verantwoordelijkheid van de NCTVzoals die op basis van de wettelijke grondslag kan worden opgepakt. DeKamerleden die met mij werken op Onderwijs, weten dat ik graag kijk naargoede voorbeelden in andere landen, want waarom zou je het wielopnieuw uitvinden? De kunst is om dan vervolgens te kijken hoe je dat zogoed mogelijk hier in Nederland een plek kan geven. To be continued, zouik willen zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14828 De voorzitter:Er is een vraag hierover van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Nog even hierop doorgaand. Ik hoor dat de Staatssecretaris bereid is eenaantal stappen te zetten. Maar uit het antwoord op de schriftelijke vragenvan mij en mijn collega blijkt dat ze nog niet bereid is, of de NCTV dat nogniet is, om dit echt als ideologisch extremisme aan te merken. Nu hebbenwe een kabinet dat, zo bleek bij het spoeddebat afgelopen week, nogalvan het benoemen van problemen is, maar gek genoeg kan het nietworden benoemd als het gaat om vrouwenhaat, zo lijkt het wel. Mijnvraag is wat de terughoudendheid is om ook dat serieus te nemen, als ookde NCTV aangeeft dat het wel degelijk een rol speelt, dat ze daar weldegelijk signalen van oppikken. In het VK is dit net zo het geval, maar daarbenoemen ze het wel en nemen ze het wel direct serieus.Staatssecretaris Paul:Ik zou de indruk weg willen nemen dat ik dit niet serieus neem. Het enigewat ik aangeef, is dat we dit stapsgewijs gaan doen en dat de NCTV zelfheeft aangeven het gesprek te willen gaan voeren. Dat gaat op heel kortetermijn gebeuren. Vervolgens gaat de NCTV met alle nieuwe informatie enaanvullende inzichten die ze hebben gekregen, bekijken hoe ze daar dejuiste vervolgstappen in kunnen zetten. Dat lijkt mij heel verstandig. Ditbetekent niet dat het eindeloos gaat duren. Sterker nog, we komen hieropterug in het eerste kwartaal van volgend jaar.Dan ga ik door met een vraag van mevrouw Westerveld, die overigensook door mevrouw Becker is gesteld, over onlinebeïnvloeding enonlinehaat. Hoe worden de mogelijkheden van de DSA, de DigitalServices Act, gebruikt om jongeren te beschermen en haat te bestrijden?De DSA bevat verschillende regels die van belang zijn in relatie tot deaanpak van onlinediscriminatie en online discriminatoire uitingen.Wanneer online-uitingen strafbaar of onrechtmatig zijn, is dit illegaleinhoud in de zin van de DSA. Op grond van de DSA kan er dan eenverzoek worden gedaan om deze inhoud te verwijderen. Grote platformsmoeten ook maatregelen nemen om risico’s op discriminatie te beperken.Het kabinet verwacht dit najaar, tussen nu en het kerstreces, een interde-partementaal plan van aanpak tegen onlinediscriminatie naar de Kamer testuren, opgesteld door de ministeries van JenV, BZK, SZW en OCW. Ik kijkeven naar de ondersteuning rechts van mij: volgens mij is BZK in de leadhierbij. Ik ga ervan uit dat deze planning wordt gehaald. Mocht dat niet zozijn, dan is het ook aan BZK om daarop terug te komen. Maar in iedergeval voor het einde van dit jaar, voor het kerstreces, zal de Kamer hiermeer over horen. De impact op jongeren en de rol van de DSA wordthierin meegenomen.Daarnaast weet mevrouw Westerveld dat ik vanuit mijn onderwijsporte-feuille ook heel nadrukkelijk inzet op onlineweerbaarheid van kinderen enjongeren, met name door ervoor te zorgen dat digitale geletterdheid enmediawijsheid een stevige plek krijgen in het curriculum, zodat kinderenen jongeren met alle dingen die op hen afkomen in ieder geval betergeëquipeerd zijn om daarmee om te gaan. De mogelijkheden van de DSAworden in ieder geval verder benut en daar komt het kabinet voor hetkerstreces op terug.De voorzitter:Dank. Er zijn een paar vragen. Allereerst mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Het probleem is natuurlijk wel dat de plannen voor het nieuwe curriculumook al zijn uitgesteld. Maar goed, daar heb ik ook een vraag over gesteldaan de Staatssecretaris. Mijn vraag nu gaat over het verschil tussenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14829 dingen met elkaar op papier regelen en de praktijk. Daar zie ik namelijkwel wat licht tussen. Ik maak het nog wat breder: als mensen discrimi-natie, racisme of onveiligheid ervaren of als zij worden achtergesteld, ishet natuurlijk goed dat we op papier hebben geregeld dat zij dat kunnenaankaarten. Maar we willen dat het dan ook in de praktijk wordtaangepakt. Daar zie ik nog wel een lacune. Ik vraag dus aan de Staatsse-cretaris of in het plan dat wij krijgen ook zal staan hoe het in de praktijkwordt aangepakt. Ik maak het nog wat breder. Verschillende collega’shebben vragen gesteld over de politie. De Staatssecretaris begon zelf ookover Roze in Blauw en antidiscriminatierechercheurs. Allemaal mooiewoorden, maar komen er ook echt mensen bij om dit probleem aan tepakken? Ik hoop dat in het plan dat we dit najaar krijgen, hopelijk tussennu en het kerstreces, echt concreet staat of er capaciteit bij komt.Staatssecretaris Paul:Om dat echt concreter te kunnen benoemen, moet ik daar in tweedetermijn op terugkomen.De voorzitter:Mevrouw Van der Velde heeft ook een vraag.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik hoorde de Staatssecretaris net een hele groep ministeries opnoemen.Valt de commissie DiZa daar ook onder? Die hoorde ik namelijk volgensmij niet terugkomen. Of heb ik gewoon niet goed geluisterd?Staatssecretaris Paul:Die valt onder BZK. Voor de goede orde: het Ministerie van BZK is bij ditplan van aanpak de kartrekker.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Paul:Dan ben ik aanbeland bij het tweede blokje. Dat gaat over volwaardigmeedoen, bestaanszekerheid en een aantal thema’s waar ik wat uitge-breider bij stilsta. Ik begin met een vraag van mevrouw Becker overeconomische zelfstandigheid. Zij vroeg hoe ik kijk naar de toename vanafhankelijkheid van vrouwen, terwijl we iedereen nodig hebben op dearbeidsmarkt. Ik ben het helemaal met haar eens dat het goed is alsvrouwen onafhankelijk kunnen zijn. Dat is niet alleen goed voor hetindividu, maar ook voor onze samenleving in brede zin en voor dearbeidsmarkt. Ik hoef niemand te vertellen dat de tekorten groot zijn. Insommige sectoren geldt dat specifiek. Denk aan zorg, onderwijs entechniek. Daar hebben we iedereen heel hard nodig.Het goede nieuws is dat steeds meer vrouwen werken en dat hunafhankelijkheid niet toeneemt, maar afneemt. Dat blijkt ook uit de recenteEmancipatiemonitor. De arbeidsparticipatie van vrouwen blijft stijgen enook het gemiddeld aantal uren dat zij werken, stijgt. Hierdoor ligt hetaandeel economisch zelfstandige vrouwen inmiddels op bijna 70%. Ditzijn vrouwen die minstens het bijstandsniveau voor een alleenstaandeverdienen. Het aandeel vrouwen dat minstens het voltijdminimumloonverdient, is ook toegenomen tot bijna 60%. Het kabinet wil en blijft dezemaatregelen stimuleren, zoals u ook in de prioriteitenbrief kunt zien. Ikwas afgelopen week op pad in het kader van mijn emancipatieportefeuille.Hier in de Kamer en op allerlei andere plekken benoemen we natuurlijk,logischerwijs, de dingen die niet goed gaan en die beter moeten. Maar ikvind het ook belangrijk dat we benoemen dat we stappen zetten en dat hetkabinet er alles aan gaat doen om die stappen verder te bestendigen. DaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14830 kom ik in de Emancipatienota verder op terug, want het is een nauwesamenwerking met de collega’s van met name SZW.Mevrouw Becker vroeg ook naar de communicatieaanpak. Hoe kunnen wevrouwen bewust maken van de voordelen van werken? Geldt nog steedsdat een slimme meid op haar toekomst is voorbereid? Hoe kunnen wedaar een communicatieaanpak voor ontwikkelen? Wat mij betreft geldtnog steeds: een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. Ook voorvolwassen vrouwen is het belangrijk om goed te weten wat de voordelenzijn van werken, voor het heden, maar ook voor de toekomst. Ik begrijp degedachte om hier meer aandacht aan te besteden. Dit sluit ook aan bij defocus op meedoen in het emancipatiebeleid. Ik zou willen aangeven dat eral diverse initiatieven op dit terrein lopen, zoals de alliantie FinancieelSterk door Werk en andere initiatieven. Maar de oproep is heel terecht.We moeten dit aandacht blijven geven.Dan de vraag van mevrouw Dobbe over de loonkloof. Waarom implemen-teren we niet meteen de EU-richtlijn en wachten we tot 2026? We wachtenzeker niet tot 2026. We gaan niet lijdzaam toezien. Op dit moment wordt erhard gewerkt aan een wetsvoorstel voor implementatie hiervan inNederland. Het streven is dit wetsvoorstel begin 2025 voor internetconsul-tatie open te stellen. We zijn dus stappen aan het zetten om die richtlijn zosnel als mogelijk te implementeren.Een andere vraag van mevrouw Dobbe ging ook over de loonkloof. Zijdeed de suggestie of oproep om bij AMvB zaken te regelen. In lijn met watik hiervoor zei, is het niet zo dat we de boel traineren of wachten tot 2026.We zijn concrete stappen aan het zetten. De wetgevingsjuristen zijn hardbezig om het wetsvoorstel voor implementatie van de EU-richtlijn inNederland te realiseren. Daarin staan ook veel aanvullende maatregelenom die loonkloof te dichten. Zoals ik net al aangaf, is het streven om datwetsvoorstel begin 2025 voor internetconsultatie open te stellen.Mevrouw Dobbe stelde een vraag over de zorg, namelijk over deeventuele bereidheid om meer middelen vrij te maken en over plannenvoor een betere beloning in die sector. Misschien is het een beetje eenflauw antwoord, maar het is wel de realiteit: voor het verhogen van debudgetten in de zorg is mijn collega, de Minister van VWS, verantwoor-delijk. Zij is degene met wie u daarover in debat zou kunnen gaan. Wat ikin ieder geval doe, is mij inzetten voor het verkleinen van het verschil inbeloning tussen mannen en vrouwen. Maar ik ga niet over de beloningvan alle werkenden in een bepaalde sector. De loontransparantie, waar wehet zojuist over hadden, is wel heel belangrijk. De implementatie van deEU-richtlijn is ongelofelijk belangrijk. Die zal doorwerken in allerleisectoren, ook in de zorg.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap het antwoord, hoor. De Minister voor Zorg gaat daarover, in iedergeval over de cao voor verpleeghuizen en thuiszorg. Daar werken bijnaeen half miljoen mensen en het merendeel daarvan is vrouw. We hebbenhet over de loonkloof, en in deze sectoren worden vrouwen minderbeloond dan in andere sectoren waar veel mannen werken. Het is daaromin het kader van emancipatie belangrijk om daar wat aan te doen en diekloof tussen sectoren te dichten. Ik vraag deze Staatssecretaris niet om ditop te lossen, maar ik vraag haar wel om in het belang van emancipatie enin het belang van een goede beloning van vrouwen – het klopt dat meervrouwen werken, maar dat doen ze wel in sectoren die minder betalen –met haar collega te gaan praten en in dat gesprek te pleiten voor meerloonruimte, zodat men de lonen daar ook daadwerkelijk kan verhogen.Want vorige week bleek juist dat in er in deze sector, in deze cao, geenruimte is om die lonen te verhogen.Staatssecretaris Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14831 Ik ben absoluut bereid om daarover het gesprek aan te gaan, maarnogmaals: de uiteindelijke afweging van de verschillende belangen in dezorg is aan mijn collega. Ik ben zelf natuurlijk wel in hoge mate verant-woordelijk voor een andere sector waarin veel vrouwen werken. Dat is hetonderwijs. In die sector hebben wij de afgelopen jaren de kans gezien omeen beentje bij te trekken. Het vorige kabinet heeft daar nadrukkelijk grotestappen gezet, die uiteindelijk structureel doorwerken. Je hoopt dan ookdat de sector daarmee in brede zin aantrekkelijk wordt, voor mannen envoor vrouwen. Ik moet zeggen «nóg aantrekkelijker wordt», want hetonderwijs is natuurlijk een prachtige sector. Ik ben graag bereid om daarin ieder geval aandacht voor te vragen bij mijn collega.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Het zou fijn zijn om een termijn te horen waarop wordt teruggekoppeld.Dat was het meer.De voorzitter:Sorry, wat is de vraag?Mevrouw Dobbe (SP):Een termijn voor de terugkoppeling.De voorzitter:O, neem me niet kwalijk. Een termijn: wanneer?Staatssecretaris Paul:In het eerste kwartaal van 2025 kom ik erop terug.Ik ga door naar een vraag van mevrouw Rooderkerk over zwangerschaps-discriminatie. Volgens mij vroeg zij heel concreet of ik bereid ben om decampagne tegen zwangerschapsdiscriminatie voort te zetten. Nou, ik bennog heel ouderwets: ik heb een wekkerradio en een telefoon als extraback-up, mocht de wekkerradio verstoord raken. Het was heel toevallig:die ging vanochtend aan en het eerste spotje dat ik hoorde ging over decampagne voor het tegengaan van zwangerschapsdiscriminatie. Dat is decampagne die nu loopt. Deze campagne van SZW is in september gestart,maar loopt nu nog gewoon door. Deze campagne is er inderdaad opgericht dat werkenden en werkgevers zich bewust zijn van zwanger-schapsdiscriminatie.Het is belangrijk dat er voortdurend aandacht is voor dit thema. SZWinformeert zwangeren en werkgevers dan ook doorlopend via folders enveelbezochte platforms over rechten en plichten. Het is aan de ene kantbelangrijk dat werkgevers zich bewust zijn van geoorloofd enniet-geoorloofd gedrag. Het is ook belangrijk dat zwangere werkendenweten waar ze recht op hebben en daar het goede gesprek over kunnenaangaan. SZW kan eind van dit jaar globaal inzicht bieden in het bereikvan de campagne. Die heet «Wat verwacht je?» SZW gaat die eerstevalueren. Zodra de resultaten bekend zijn, zal de Tweede Kamer daarovergeïnformeerd worden. Ik verwacht nu de vraag wanneer SZW dat gaatdoen. Ik durf niet helemaal voor mijn collega’s te spreken. Misschienkunnen we het ondertussen checken; dan kom ik daar in de tweedetermijn op terug. Het is altijd heel gemakkelijk om een ander in het pak tenaaien, om het plat te zeggen, maar dat doe ik liever niet.De voorzitter:Desondanks is er een vraag van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14832 Die was al beantwoord. Veel dank daarvoor. Heel goed om te horen dat deStaatssecretaris het ook belangrijk vindt om hiermee voort te gaan. Eencampagne is één ding dat je als overheid kunt doen, maar het probleem iswel dat 43% van de vrouwen te maken krijgt met zwangerschapsdiscrimi-natie. Ik ken dus ook zo veel voorbeelden uit mijn omgeving dat ik denkdat we daar echt nog meer tegen zouden moeten doen. Nou heb ik niet degouden oplossing klaarliggen, maar ik vroeg eigenlijk ook of de Staatsse-cretaris wanneer ze ons informeert over de resultaten van die komendecampagne, zou willen nadenken over wat we hier meer tegen kunnendoen. Wellicht kan dat samen met het College voor de Rechten van deMens, dat hier veel ervaring mee heeft, of andere organisaties. Mijn zorgis namelijk dat dit gewoon maar doorgaat. Ik spreek vrouwen wie hetoverkomt, bijvoorbeeld vrouwen die zwanger zijn en halverwege te horenkrijgen dat ze niet meer terug hoeven te komen omdat het werk andersingevuld wordt. Dan ben je zwanger en dan moet je op dat moment ietsgaan aanvechten bij de rechter! Dat zijn echt zaken die gewoon heel lastigzijn voor vrouwen. Daarmee wordt eigenlijk heel veel bij vrouwenneergelegd. Kortom, wat mij betreft moeten we hier veel harder tegenoptreden. Ik hoop dan ook dat deze Staatssecretaris daarover na wildenken: wat voor acties zijn er mogelijk, ook richting werkgevers die zicher niet aan houden? Dit is namelijk echt een groot probleem, ook wanneerhet gaat om het dichten van de loonkloof.Staatssecretaris Paul:Ik ben het helemaal met mevrouw Rooderkerk eens dat het onbestaanbaaris dat je zo’n groot deel van je arbeidspotentieel laat liggen. Vrouwen dieeen mooie opleiding hebben gehad, die gewoon met grote passie aan deslag zijn en hun werk goed doen, worden gediscrimineerd worden omdatze zwanger zijn. Dat zou niet mogen gebeuren. Volgens mij is het de juistestap om met SZW in gesprek te gaan over de resultaten van diecampagne en over de vraag welke acties al dan niet worden doorgezet enwelke aanvullende acties er mogelijk zijn. Ik denk dat dit bij uitstek eenonderwerp is om mee te nemen in de Emancipatienota. Daar kom ik dusvoor de zomer van 2025 bij de Kamer op terug.Dan ga ik door naar een vraag van mevrouw Van der Velde van de PVV. Zevraagt hoe we extra werkuren kunnen stimuleren zonder keuzevrijheid tebeperken. Ik hoorde met name in uw betoog de oproep om nou nietallerlei dingen te gaan opleggen. Het goede nieuws is dat ik een liberaal inhart en nieren ben. Ik ben voor vrije keuzes, dus ik ga niemand ietsopleggen. Waar dat past vind ik het echter belangrijk dat vrouwen meeruren werken, zoals ik ook richting mevrouw Becker zei. Dat is belangrijkvoor het individu. Het biedt ontplooiingskansen. Het biedt economischezelfstandigheid, niet alleen in het hier en nu, maar ook in de toekomst.Uiteindelijk is het echter aan de individuele persoon om te besluiten watze wel of niet doet. Voor mensen die dat willen en kunnen moet deoverheid in ieder geval niet in de weg staan om meer uren te werken.Samen met mijn collega van SZW zet ik me hiervoor in.Sterker nog, in het onderwijs – ook ik ga maar weer leunen op het anderedeel van mijn portefeuille – zijn we nu aan het experimenteren met dezogenaamde meerurenbonus. Zo’n 200 scholen zijn zelf aan het kijken water nodig is om mensen meer te laten werken. Dat gaat overigens ommannen én vrouwen. Een aantal onderwerpen is al genoemd, ook dooruw Kamer. Dat kan gaan om meer geld. Het kan gaan om een tegemoet-koming en ondersteuning in de kinderopvang, maar het kan nadrukkelijkook gaan om meer flexibiliteit in het rooster. Een leraar zei een keer tegenmij: ik ben er al enorm mee geholpen en zou het ontzettend fijn vinden alsik mijn eigen kinderen een keer naar school kan brengen en niet om 8.30uur of 9.00 uur voor de klas moet staan. Er zijn dus veel dingen die we opdat vlak doen. We ondersteunen ook allerlei projecten, onder andere dealliantie Financieel Sterk door Werk, die activiteiten uitvoert gericht op hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14833 vergroten van de duurzame financiële onafhankelijkheid van met namepraktisch opgeleide vrouwen.Dan was er een vraag van mevrouw Van der Velde over keuzevrijheid tenaanzien van het aantal uren werken en het feit dat vrouwen ook andereactiviteiten en hobby’s hebben. Zeker is en blijft het een vrije keuze hoemensen het betaalde en het onbetaalde werk willen verdelen en hoeveeltijd ze aan andere activiteiten zoals hobby’s willen besteden, maar ik denkdat het nu juist niet helemaal een vrije keuze is. Je ziet dat mensen doortraditie en rolpatronen soms een bepaalde kant op worden gestuurd,waarbij mannen de eerste verantwoordelijkheid hebben voor hetkostwinnen en vrouwen de eerste verantwoordelijkheid voor de kinderen.Het kabinet wil juist stimuleren dat mensen hierin een bewuste, vrijekeuze maken en doen wat het beste bij hen past. Uiteindelijk zei mevrouwVan der Velde het zelf ook: het goede gesprek aan de keukentafel met jepartner draagt er in hoge mate aan bij om te kijken wat bij jou en je gezinpast.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik ben blij dat de Staatssecretaris dat aangeeft. Wel vraag ik mij af ofbekend is of er niet al een bewuste keuze wordt gemaakt. Sommigemensen kiezen natuurlijk voor die traditie en die rolpatronen, omdat ze datprettig vinden. Ik zeg natuurlijk niet dat dat overal zo is, maar ik zeg weldat dit zeker een ding is bij mensen. Hoe weten we of dit niet al een vrijekeuze is? De tweede vraag is of u ook nog iets gaat zeggen over deSER-onderzoeken en het CBS. Komt u daar zo nog op terug?Staatssecretaris Paul:Wat de eerste vraag betreft: ik ga ervan uit dat het een vrije keuze is. Ik ziehet als mijn plicht, ook vanuit de emancipatieportefeuille, om meisjes envrouwen te wijzen op de eventuele consequenties van uit het arbeids-proces stappen en minder uren werken. Dat heeft uiteindelijk conse-quenties. Op het moment dat je relatie verbroken is en je niet meer kuntleunen op de kostwinner, heeft dat consequenties. Dan zul je plat gezegdje eigen broek moeten ophouden. Niet iedereen is daar altijd vandoordrongen. Maar ik zou willen herhalen dat het in elke situatie eenpersoonlijke afweging en een persoonlijke keuze is. Het kabinet gaat nietsopleggen aan mensen, maar gaat wel in communicatie duidelijk makenwat de consequenties zijn. Ik herhaal ook maar even wat ik tegenmevrouw Becker zei: we hebben iedereen nodig. We hebben grotetekorten. Als wij dat wat we in ons land hebben op peil willen houden enin stand willen houden, is het heel belangrijk dat zo veel mogelijk mensenmeedoen aan het arbeidsproces.Op de tweede vraag moet ik terugkomen. Die ging over het CBS. Ik denkdat die in een ander mapje zit, dus daar kom ik op terug.Ondertussen kan ik wel een andere vraag van mevrouw Van der Veldebeantwoorden, over de gelijkheidsparadox. Het is inderdaad eenopvallend verschijnsel dat in Scandinavische landen minder vrouwen inde bètasectoren werken dan in bijvoorbeeld Oost- en Zuid-Europa. Hier isinderdaad onderzoek naar gedaan door de EU STEM Coalition, eenEuropees netwerk van organisaties op het gebied van bètaonderwijs ende arbeidsmarkt. Sommige dingen zijn overigens ook historisch gegroeid.Ik vind het vooral belangrijk dat onze jongeren kiezen voor een studie diepast bij hun eigen capaciteiten en interesses en niet bij wat zogenaamdmannen- of vrouwenberoepen zouden zijn.Ik was afgelopen donderdag bij een heel mooi bedrijf, HoppenbrouwersTechniek, een familiebedrijf dat maar liefst 105 jaar bestaat en heel veelinzet pleegt om zo veel mogelijk jonge vrouwen en meisjes te interesserenvoor de techniek. Je ziet namelijk het volgende. Ik heb met een aantaljonge vrouwen gesproken die daar de afgelopen jaren in dienst zijngetreden en met heel veel plezier en trots hun werk vervullen. Een van dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14834 jonge vrouwen vertelde dat toen zij zich aan het oriënteren was op haarstudiekeuze, een aantal docenten haar ontmoedigden voor de techniek tekiezen, omdat ze aannamen dat dat voor haar misschien te zwaar zou zijnen het werk misschien niet zou matchen met een meisje zoals zij. Zij isheel blij dat ze wel heeft doorgezet. Wat belangrijk is, is dat je bepaaldestereotypen en aannames doorbreekt, zodat iedereen uiteindelijk eenkeuze maakt die bij haar past.Dan de vraag van mevrouw Van der Velde of ik ook stimuleer dat mannenmeer gaan werken in van origine vrouwelijke beroepen. Ook hier zou ikwillen herhalen dat het voor iedereen een vrije keus is om te bepalen watdiegene wil doen, op basis van capaciteiten en interesses. Uit onderzoekweten we dat de beroepssegregatie in Nederland met name samenhangtmet stereotype verwachtingen binnen de samenleving. Met de alliantieWorden Wie Je Bent zetten we in op het doorbreken van die stereotypeverwachtingen in bijvoorbeeld het onderwijs. Een van de dingen waar ikzelf aan werk binnen mijn onderwijsportefeuille is bijvoorbeeld meermeesters voor de klas. Hoe mooi is het, wanneer je op een basisschool ofmiddelbare school zit, maar met name in het basisonderwijs, dat je ookmannelijke rolmodellen en meer meesters voor de klas hebt? In dat kaderzijn we bijvoorbeeld werk aan het maken van een splitsing van de pabo ineen specialisatie voor het jongere kind en een specialisatie voor hetoudere kind, omdat uit onderzoeken lijkt te komen dat dat soms een redenkan zijn voor jonge mannen, voor jongens, om af te haken en niet tekiezen voor de huidige pabo. Daar maken we dus zeker werk van.Nog een vraag van mevrouw Van der Velde: is het zinvol om te stimulerendat vrouwen naar mannenberoepen gaan? We hebben net al evengewisseld dat ik eigenlijk af wil van de vraag of iets een mannen- of eenvrouwenberoep is. Er zijn bepaalde beroepen waarbij inderdaad traditi-oneel, op basis van rollenpatronen, bepaalde keuzes worden gemaakt. Invergelijking met andere landen binnen de Europese Unie kent Nederlandeen sterke seksespecifieke opleidings- en beroepskeuze. Stereotypeverwachtingen in het onderwijs, thuis en in de samenleving kunnen dekeuzevrijheid van leerlingen belemmeren. Ik vind dat heel zonde, want zogaat er talent verloren, zowel voor de individuele leerling als voor desamenleving. Dus goede informatie en het stimuleren van allerleiinitiatieven waardoor leerlingen keuzes maken voor opleidingen diegewoon bij hen passen en waardoor ze zich niet laten weerhouden doorallerlei stereotypen, is wat mij betreft heel belangrijk.Dan een vraag van mevrouw Becker over onverdraagzame geluiden. Hethoort volgens mij niet in dit mapje, maar dat maakt niet uit. Het gaat overhoe ik ernaar kijk dat initiatieven zoals Paarse Vrijdag geen doorgangvinden vanwege onverdraagzame geluiden. Wat ik zie, is dat PaarseVrijdag een mooi initiatief is, waar inmiddels duizenden scholen aanmeedoen – vrijwillig, zeg ik erbij. Dat vind ik heel mooi. Ik herken dezorgen van mevrouw Becker over de weerstand en spanningen als hetgaat om lhbtiq+-emancipatie in het onderwijs. Ik heb me daar eerder ditjaar ook heel duidelijk over uitgesproken, in het kader van de Week van deLentekriebels. Dat is een middel waar scholen vrijwillig voor kiezen omhun leerlingen de juiste handvatten te bieden op het gebied van relati-onele en seksuele vorming. Ik heb groot respect voor de scholen diehiermee aan de slag gaan, want het legt een extra last op deze scholenom uitgebreider in gesprek te gaan met de ouders om eventuele zorgenweg te nemen. Ik sta er heel simpel in: hoe wij er hier over praten doetertoe. Ik vind het belangrijk dat we verschillen omarmen en dat we lerendat het prima is om tegengestelde opvattingen te hebben, maar wel altijdmet respect voor anderen. School is een minisamenleving waarin je kuntoefenen. Mevrouw Becker weet dat ik eraan hecht dat burgerschap eenbelangrijk aandachtsgebied is op scholen, op basisscholen en opmiddelbare scholen. We hebben dat in 2021 wettelijk verankerd en daarwordt strikt op toegezien door de inspectie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14835 Mevrouw Becker (VVD):Ik dank de Staatssecretaris voor haar goede antwoord. Ik weet hoe vol zijzich hiervoor inzet, maar ik probeer mij toch te verplaatsen in leerlingendie onderdeel uitmaken van de lhbt-gemeenschap en die helaas bovenge-middeld vaak gepest worden op school. Niet op iedere school is er eenalliantie die deze jonge mensen helpt. In Twente speelde deze discussielaatst. Stel dat je op een school zit waar Paarse Vrijdag niet iets positiefsis, maar iets wat zorgt voor polarisatie, omdat er een discussie ontstaat opde school over de vraag: willen we dit wel of niet? Als men zegt «wewillen dit niet», dan is dat natuurlijk de vrije keuze van die school zelf. Ikwil niemand dwingen om Paarse Vrijdag te organiseren op school, maar ikkijk wel naar die leerlingen. Ik weet niet of u het boek van Splinter Chabothebt gelezen over hoe hij zich voelde in de tijd dat hij er nog niet voor uitdurfde te komen. Stel je voor hoe het is als je stil op je kamertje zit endenkt: ben ik nu echt niet normaal? Bedenk wat voor signaal ervan uitgaatals er op je school een hele negatieve discussie plaatsvindt over PaarseVrijdag en er besloten wordt om het niet te doen. Hoe ziet deze Staatsse-cretaris haar rol? Ze kan scholen niet dwingen, maar hoe kan zij in iedergeval voorkomen dat dit soort initiatieven juist negatief uitpakken voor deleerlingen voor wie we het doen? Hoe steunt zij leerlingen die op scholenzitten waar ze hier niet aan doen of waar een negatieve discussieontstaat? Hoe steunt zij de leerlingen die dreigen onvrij te zijn ineenzaamheid?Staatssecretaris Paul:Dat is een terechte vraag van mevrouw Becker. Ik vind het belangrijk omte zeggen dat Paarse Vrijdag, de Week van de Lentekriebels en allerleiandere initiatieven een middel en geen doel zijn. Ik zorg er met name voordat de scholen waar de nodige discussie speelt en waar de nodige reuringis rond deze thema’s, worden voorzien van de juiste handvatten, zodat zijvoor hun populatie, voor hun leerlingen, het juiste kunnen doen. Wezetten daar onder andere op in via de Stichting School & Veiligheid en viahet Expertisepunt Burgerschap. Ik ben ook bezig met het wetsvoorstel Vrijen veilig onderwijs, omdat ik wil dat scholen, wanneer er sprake is vanwelk type incident dan ook, scherper inzichtelijk maken wat er aan dehand is, zodat ze hun beleid daar heel goed op kunnen aanpassen. Hetgaat mij niet om allerlei rapportages richting mij. Het gaat er mij vooralom dat binnen de schoolcontext inzichtelijk wordt gemaakt wat er aan dehand is en hoe men dat zo goed mogelijk kan adresseren.Wat hierbij kan helpen, is dat er meer aandacht komt voor het aspectvoorlichting aan de ouders. Ik zie dat veel scholen daar ook al werk vanmaken. Scholen betrekken de ouders bij wat ze doen, want vaak zit daareen zorg. Vaak is er sprake van aannames die in de praktijk helemaal nietkloppen. We hebben dat zelf allemaal kunnen zien. Er werden ook vanuitde Tweede Kamer allerlei zaken de wereld in geslingerd. Vandaar dat ikook zeg: hoe wij over zaken praten doet er echt toe. Ik sta daar pal voor.Ik heb ook veel contacten met leerlingen over dit thema. Ik herken dan ookwat mevrouw Becker schetst. Als ze niet terechtkunnen bij een vertrou-wenspersoon, als op andere plekken de diversiteit wordt gevierd maar ophun school niet, dan doet dat echt wat met kinderen. Dat doet ook echtwat met het gevoel van eenzaamheid, het gevoel van gebrek aanwaardering, het gevoel er te mogen zijn. Mevrouw Westerveld stipte dateerder ook aan. Ik ben daarom met verschillende organisaties heelnadrukkelijk bezig om ervoor te zorgen dat die aandacht er is en blijft. Viade organisaties die ik net noemde, bieden wij handvatten als erproblemen zijn, of als scholen handelingsverlegen zijn. Dat is het vaakook, hè. Vaak is het geen onwil van de scholen zelf, maar weet mengewoon niet goed hoe men hiermee om moet gaan. Dat is iets waarop ikvolle bak blijf inzetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14836 Mevrouw Rooderkerk vroeg of ik kan toezeggen dat Paarse Vrijdag en deGSA’s financiële steun zullen blijven ontvangen. Ja, Paarse Vrijdag en deGSA’s zijn initiatieven die ik financier via de projectsubsidies. Nee, ik moethet even goed zeggen: via de projectsubsidie «Aan het begin van deregenboog» en de Alliantie Kleurrijk en Vrij. Die loopt in ieder geval nogdoor tot en met 2027. Die zullen dus ondersteund blijven worden.Mevrouw Westerveld stelde een vraag over burgerschap en aanvullendbeleid. Letterlijk zei mevrouw Westerveld: «Kan de Staatssecretarisopschieten met de nieuwe kerndoelen en wat gaat zij in de tussentijddoen zodat leerlingen op school leren dat verschillen mooi zijn?» Scholenzijn nu al verplicht om leerlingen te leren hoe respectvol om te gaan metdiversiteit. Dat staat niet alleen in de huidige en de herziene kerndoelen,maar ook in de wettelijke burgerschapsopdracht, waar ik het eerder overhad. Ook hebben scholen een zorgplicht voor de veiligheid van álleleerlingen en dat maakt dat geen enkele school kan ontkomen aan hetbevorderen van een veilig schoolklimaat waarin respect voor elkaarsverschillen centraal staat. Daarnaast verleen ik subsidies aan COCNederland, het project All Inclusive, het Theater AanZ en de StichtingSchool & Veiligheid, die ik ook eerder noemde. Zij ondersteunen scholenop het gebied van de veiligheid en acceptatie van lhbtiq+-leerlingen. Tenslotte laat ik onderzoek doen naar de oorzaken van de dalende acceptatieonder jongeren, zodat we daar zo gericht mogelijk op kunnen inspelen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de Minister. Ik weet ook waar ze voor staat, maar tegelijkertijdweten we dat er ook bij het Ministerie van OCW fors wordt bezuinigd endat er daarbovenop nog een extra taakstelling komt die ook het gender-en lhbti-beleid raakt. In de antwoorden op de vragen die we hebbengesteld, zag ik een hele lijst met organisaties die zulk belangrijk werk doenen deels afhankelijk zijn van subsidie van het Ministerie van OCW. Mijnconcrete vraag aan de Staatssecretaris is hoe zij ons kan garanderen dathet belangrijke werk dat deze organisaties op scholen doen – dat werd netnog door de Staatssecretaris onderstreept – daardoor niet in gevaar zalkomen. Ik noemde niet voor niets ook het internationale beleid waarinNederland en Nederlandse organisaties een belangrijke rol spelen.Staatssecretaris Paul:Mevrouw Westerveld heeft helemaal gelijk. Er is een fikse bezuiniging endaar hebben we nog een taakstelling bovenop gekregen. Ik zie het als mijntaak om ervoor te zorgen dat de onderwerpen die we met elkaarbelangrijk vinden, en die ik ook belangrijk vind, te ontzien, onder andereom lhbtiq+-personen te kunnen beschermen en hun rechten te kunnenblijven borgen, maar ook om binnen het onderwijs rond dit thema tekunnen doen wat nodig is. Dat laat onverlet dat de bezuinigingen op ditpunt op mijn eigen ministerie relatief klein zijn. Tegelijkertijd zie ik dat opandere plekken andere keuzes worden gemaakt – mevrouw Westerveldstipte ook het internationale aspect aan – zoals bij Ontwikkelingssamen-werking en door een aantal maatschappelijke organisaties, waar wordtbezuinigd. Dat klopt. Maar wat ik in ieder geval probeer te doen, is bij dezaken die spelen binnen het aandachtsgebied waarop ik direct invloed kanuitoefenen, dat zo veel mogelijk overeind te houden.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Nogmaals, dat zijn heel belangrijke woorden van de Staatssecretaris,maar het kabinet spreekt met één mond. Daar maak ik me soms welzorgen over. Kijk naar lhbti-jongeren. Zij kampen vijf keer vaker metgedachten over suïcide. De eenzaamheid onder hen is vele malen hogerdan bij andere groepen jongeren. Dit blijkt ook keihard uit de cijfers. Weweten dat de school zo’n belangrijke plek is om met elkaar in de klas datgesprek te kunnen voeren dat je gewoon mag zijn wie je bent en hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14837 normaal en hoe vanzelfsprekend dat zou moeten zijn. Maar we weten datdit lastig is, ook voor veel docenten. Het is hartstikke logisch dat ditgesprek lastig is om te voeren. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is watde garantie is dat die vervelende bezuinigingen en die extra taakstellingniet uiteindelijk effect hebben op dit belangrijke werk, dat zowel deStaatssecretaris als ik als volgens mij een heel groot deel van deze Kamergewoon onderkent. Ik wil graag een garantie horen dat deze organisatiesniet worden getroffen in het belangrijke werk dat zij doen.Staatssecretaris Paul:Die toezegging kan ik doen. Neem de organisaties die binnen hetonderwijs actief zijn. Mevrouw Westerveld zegt heel terecht dat hetonderwijs de plek is waar van alles gebeurt en waar je dus al dit soortthema’s goed kunt adresseren. Ik zet daar juist volle kracht op in. Daarvinden geen bezuinigingen plaats. Ik begrijp de zorg, want ik zie dat er opandere plekken bezuinigd wordt. Ik moet overigens ook bezuinigen, zelfsflink bezuinigen. 20% van de subsidietaakstelling van de rijksoverheid valtbinnen mijn begroting: het funderend onderwijs. Dit betekent dat jescherpe keuzes moet maken. Mevrouw Westerveld kent mijn riedelinmiddels genoegzaam wat betreft het op peil brengen van de basisvaar-digheden en het aanpakken van het lerarentekort, om ook zo de onder-wijskwaliteit te borgen. Ook dat element van veilig en vrij jezelf kunnenzijn speelt daarbij een rol. Niet voor niets heb ik dat in het regeerpro-gramma als een hele belangrijke pijler benoemd. Dit betekent dat jedaarin ook de mensen en middelen moet vrijmaken om dat waar tekunnen maken. Dat blijven we dus doen.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik vind het niet leuk om te zeggen, maar ik ben hierdoor niet overtuigd.We weten met elkaar dat het belangrijk is dat bijvoorbeeld leraren de tijdkunnen hebben om in hun klas in gesprek te gaan met leerlingen. Weweten ook dat de werkdruk en veel te volle klassen er soms voor zorgendat dit onder druk komt te staan. We weten ook waar nu al de grootsteproblemen zijn. Die zijn vaak op de scholen met een uitdagende leerlin-genpopulatie, waarop soms meer incidenten plaatsvinden dan op anderescholen. We weten van organisaties als Stichting School & Veiligheid dater echt nog heel veel werk te doen is. We weten dat belangrijke organi-saties als Rutgers, het COC en de organisatie die ik net al noemde, weldegelijk onder druk staan. Dat heeft ook te maken met deze bezuiniging,deze taakstelling van dit kabinet. Ik hoor de Staatssecretaris dus. Ik vindhet vervelend om te noemen, maar ik zie nog nergens die garantie in datscholen, leraren, organisaties, kennisinstituten de komende tijd doorkunnen gaan met het belangrijke werk dat ze nu al doen. Trouwens nogéén punt. De Staatssecretaris heeft groot gelijk dat het debat zoals we datin de Kamer voeren, daar ook alles mee te maken heeft.Staatssecretaris Paul:Op het laatste punt: de garanties en de financiële garanties kan ik inbeperkte mate geven. Ik gaf net al aan dat ik volle bak blijf inzetten op deonderwerpen die ik belangrijk vind en die een prioriteit hebben gekregen,zowel in de prioriteitenbrief als in het regeerprogramma. Maar ik ganatuurlijk niet – hoe graag ik dat misschien ook zou willen – over debegrotingen en budgetten van andere bewindspersonen. Ik blijf in gesprekover de punten die belangrijk zijn, maar zij maken integraal de afwegingdie zij moeten maken.Dan wat betreft het eerste punt dat mevrouw Westerveld aanhaalde. Zijhaalde een heleboel dingen aan. Laten we daarover verder praten in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14838 onderwijsdebat. Er werd gezegd dat leraren meer ruimte moeten hebben,dat de werkdruk verlaagd moet worden en al dat soort zaken. MevrouwWesterveld weet hoe we inzetten op de aanpak van het lerarentekort meteen veelheid aan maatregelen, maar dat we dat niet van de ene op deandere dag hebben gerealiseerd. Maar het werken in de onderwijsregio’s,het samenwerken, het stimuleren van scholen om samen te werken omhet lerarentekort aan te pakken, het stimuleren van meer uren door demeerurenbonus, het stimuleren van zijinstroom, het aanpakken van dewerkdruk, onder andere door het aantrekken van klassenassistenten enonderwijsondersteuners: het heeft allemaal als doel om de leraaruiteindelijk te laten doen waar hij goed in is, namelijk stof en vaardig-heden overbrengen en aandacht geven aan de individuele leerling, juistook om de problemen die mevrouw Westerveld schetst te kunnenadresseren.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk heeft ook een vraag.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ja, nog een vervolgvraag daarop. Ik begrijp de vraag wel over degaranties die wij nou hebben, juist bij het onderwerp emancipatie, datnatuurlijk over heel veel verschillende ministeries is verdeeld en waarbijdus ook heel veel verschillende bewindspersonen betrokken zijn. Dan stelthet inderdaad niet gerust dat wij heel laat een brief krijgen omdat erallerlei chaos in de ministerraad is en dan vervolgens een beslisnotawaarin heel veel gelakt is. Dat heb ik eerder nog niet heel vaak voorbij zienkomen vanwege de eenheid van het kabinet, oftewel: er was kennelijkonenigheid binnen het kabinet. Dan staat er bij de kernpunten ook nog:hierbij rekening te houden met de conclusie van de Minister-President inde onderraad of de voorraad dat we geen polariserende brief aan deKamer sturen. Wat betekent dit nou voor het debat dat wordt gevoerdtussen bewindspersonen? Wat betekent het nou voor de garanties die wijhebben dat het beleid waarover de Staatssecretaris hier zo mooi vertelt enwaarmee ik het op veel punten eens ben, ook kan worden uitgevoerd?Staatssecretaris Paul:De conclusie van de gelakte beslisnota kan zijn dat er discussie was en datuiteindelijk ... Ik vind dat ook goed. Je moet binnenskamers scherp hetdebat kunnen voeren en ook hartgrondig van mening kunnen verschillen.Voor de thema’s waarvoor ik verantwoordelijk ben, vind ik het belangrijkdat ik uiteindelijk kan uitdragen waar we voor staan en dat ik daar voor devolle honderd procent achter sta en ook weet dat ik de mensen enmiddelen heb om het waar te maken. Inderdaad, we hebben alle spanningen sensatie rond het kabinet uitgebreid in de media kunnen lezen. Voorhet debat dat we hier voeren denk ik dat het van belang is dat ik echt vollebak inzet op datgene waar ik op inzet, in woorden maar ook in middelenen met de mensen die daarvoor nodig zijn. Ik blijf daar dus ook over ingesprek met mijn collega’s van SZW, van JenV en van VWS. Voor zoverhet echt een een-op-een-financiële of -subsidierelatie is waar ik zelf overga, kan ik garanties geven ten aanzien van de Stichting School &Veiligheid en ook wat betreft het deel van de subsidie waar ik vanuit OCWover ga ten aanzien van bijvoorbeeld Rutgers. Maar de realiteit is dat erook andere ministeries en bewindspersonen zijn die over bepaalderegelingen gaan en dat zij hun eigen afweging moeten maken in het lichtvan de taakstellingen die zij hebben. Ik snap dat dit voor sommigenmisschien een onbevredigend antwoord is, maar ik heb ook vaker gezegddat ik geen knollen voor citroenen ga verkopen. Dit is zoals het is.Mevrouw Dobbe (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14839 Ik wil hierop voortborduren, maar het dan misschien op een anderemanier proberen. Ik snap wat de Staatssecretaris zegt. Ik vind het jammer,want ik voel die onzekerheid zelf ook, zeker als ik de zwartgelakte – of nouja, tegenwoordig zijn het witgelakte – documenten zie. Want hoeveelvertrouwen heb je erin als je niet weet waar de onenigheid zit en waar deklappen gaan vallen? Is de Staatssecretaris bereid tot het volgende? Als erin de taakstelling inderdaad iets wordt wegbezuinigd op de ministeriesvan SZW, JenV en VWS wat emancipatie raakt, dus organisaties die zichbezighouden met bijvoorbeeld vrouwenrechten of lhbtqi-rechten, kunnenwij dan in ieder geval een analyse krijgen van wat er verdwijnt en wat datbetekent?Staatssecretaris Paul:Ik vind dat een ingewikkelde vraag, want dan word ik een soort adminis-trator van al mijn collega’s. Als ik kijk naar mijn eigen tijd en die van mijncollega’s op het ministerie, is dat niet de manier waarop ik hen zou willeninzetten. Nogmaals, mea culpa voor de late verzending van de brief. Ikben daarin juist ingegaan op hoe we kunnen kijken naar thema’s waar dewereld op zit te wachten en waar groepen beter van worden. Of het nougaat over de veiligheid van lhbtiq+-personen of die van meisjes envrouwen, of over het volwaardig meedoen van bepaalde groepen in desamenleving: hoe kunnen we daar vol op inzetten zonder ons te verliezenin zaken die op andere plekken misschien op minder steun kunnenrekenen of die het onderspit gaan delven in de bezuinigingsronde die nuplaatsvindt?Daarom was het voor mij ook zo belangrijk om afgelopen vrijdagnacht om23.00 uur het kabinet haast te dwingen om een uitspraak te doen overdeze brief en ervoor te zorgen dat we gezamenlijk naar buiten treden. Ikwil namelijk dat er volle bak wordt ingetekend op de dingen die ik in diebrief uitdraag. Daarvoor is het belangrijk dat je als coördinerend bewinds-persoon weet dat als je het hebt over het verbeteren van de positie vanvrouwen op de arbeidsmarkt, je aan de bak kunt met je collega van SZWen dat als je het hebt over de veiligheid van lhbtiq+-personen, je samenmet je collega van JenV stappen kunt zetten om die te bevorderen. Zo kijkik ernaar. Ik denk dat dat de meest effectieve en efficiënte inzet is vanmensen en middelen, in plaats van met analyses te komen over maatre-gelen die worden genomen op een departement waar een bewinds-persoon volledig gerechtvaardigd is om dat eigenmachtig te doen.Mevrouw Dobbe (SP):Dit antwoord snap ik ook. Maar voor ons is emancipatie over verschil-lende ministeries verdeeld. Daarom voeren we dit debat vandaag met u.Het risico is dat er een blinde vlek ontstaat waarin eventueel achter-uitgang plaatsvindt. Het risico is dat wij bijvoorbeeld wel zien dat erergens een stap naar voren wordt gezet in het beleid, maar wij hetvervolgens niet weten als er elders drie stappen achteruit worden gezet. Ikdenk dat de Staatssecretaris mijn vraag wel begrijpt. Kunnen we het op deeen of andere manier inzichtelijk maken voor ons, zodat wij weten hoe hethele emancipatiebeleid eruitziet, dus waar we stappen vooruitzetten enwaar we wat hebben moeten laten vallen? Zo kunnen we het beleid in zijnvolledigheid beoordelen.Staatssecretaris Paul:Ik snap de wens. Toch blijf ik bij mijn eerdere antwoord. Ik wil de vraagwel even meenemen, om te kijken hoe ik er wat mee zou kunnen doen,ook richting de Emancipatienota. Maar ik vind het tegelijkertijd echt heelzonde van de tijd en de inzet van mensen en middelen om mezelf teverliezen in allerlei analyses terwijl ik op een aantal prioriteiten enfocuspunten echt meters zou willen maken. Maar ik snap de vraag en gakijken hoe ik het op de een of andere manier kan meenemen. Maar omdatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14840 op dit moment niet alle initiatieven expliciet al het labeltje «emancipatie»hebben, heb je ook niet het totale zicht op de middelen die rijksbreedworden ingezet op emancipatie. Niet alles is expliciet zo gelabeld. Ik zeihet net een beetje grappend, maar eigenlijk bedoel ik het ook wel serieus:ik wil niet een soort administrator van het grotere geheel worden, wantdan komen we uren in de dag tekort, zeker gezien de taakstellingen die erliggen. Dus ik neem dit mee, maar kan er verder geen harde toezeggingenop doen.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk heeft ook een vraag.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ja, in het verlengde daarvan. Het lijkt er toch een beetje op dat deStaatssecretaris in haar brief wel heeft opgeschreven waarover er binnenhet kabinet geen verdeeldheid is, maar heel veel weglaat waaroverkennelijk wél verdeeldheid is. Wij, en ook de Staatssecretaris, hebben heelveel goede dingen in gang gezet in het vorige kabinet. Het lijkt er echterop dat we die nu niet meer terugzien. Ik noem een aantal punten om hetwat concreter te maken, want ik begrijp dat de Staatssecretaris zegt er zoin het algemeen niet meteen een hele brief over te kunnen sturen. Opbijvoorbeeld de steun voor lhbti en vrouwen, waaronder seksuele enreproductieve rechten in het buitenland, wordt fors bezuinigd. Ik denk danonder andere aan de motie-Kamminga. Kunnen wij er nu van uitgaan datdat niet ten koste gaat van alle inzet die er in het buitenland is, voorvrouwen en meisjes?Ten tweede het uitbreiden van het aantal discriminatierechercheurs. Datzou gebeuren, maar gebeurt dat ook? Over Roze in Blauw staat heel veelin het akkoord, bijvoorbeeld dat er wat geld bij moet, maar ik hoor deStaatssecretaris in haar beantwoording niet zeggen dat er ook daadwer-kelijk mensen voor worden aangesteld. Daardoor is dit nog steeds eennetwerk dat van vrijwilligheid aan elkaar hangt, terwijl het heel serieuszou moeten zijn.Ten derde het bestendigen van zelfbeschikking. Ik heb het dan bijvoor-beeld over de Transgenderwet, meerouderschap, draagmoederschap enhet recht op abortus. Welke stappen gaat de Staatssecretaris daar dan opzetten? Daar horen wij nu ook niks over en wat ons betreft is het vanbelang dat we daarmee doorgaan.De voorzitter:De interrupties worden erg lang. Ik zou u willen vragen om ze iets in tekorten.Staatssecretaris Paul:Voorzitter, ik ga dan proberen om het van mijn kant in ieder geval watkorter te houden. Dit kabinet is een ander kabinet dan het vorige. Zosimpel is het. Dit kabinet legt andere accenten en maakt andere keuzes.Dat is de realiteit en daar kan ik in mijn eentje verder ook niets aanveranderen. Dat is gewoon wat het is.De punten waar we op inzetten, staan verwoord in het regeerprogramma.Ik heb inderdaad in de prioriteitenbrief mijn focus aangegeven. Hetbetekent, ook voor mijzelf, dat ik me in de huidige constellatie heb teverhouden tot waar de accenten en de acties liggen, ook binnen de andereministeries, om ervoor te zorgen dat we door goed samen te werken zoveel mogelijk bereiken voor de mensen voor wie we het doen.Een aantal initiatieven die mevrouw Rooderkerk noemde, zijn eigenlijkzaken waar je scherp op zou kunnen toezien. Mevrouw Becker gaf al aanwat het lid Kamminga heeft gedaan bij de begrotingsbehandeling vanBHO. Dat geldt in die zin ook voor andere begrotingen. Ik kan daar geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14841 toezeggingen over doen, want daar gaan de bewindspersonen van diespecifieke ministeries over. Dus...De voorzitter:Nee, want uw interrupties... O, maar het is nu wel uw laatste interruptie.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik heb natuurlijk over heel concrete thema’s binnen het emancipatiebeleidveel vragen gesteld. Daar is nu geen antwoord op gegeven, want deStaatssecretaris zegt: dat is aan die andere bewindspersonen; ik kan daargeen toezeggingen op doen. Daarmee concludeer ik dat er toch echt voorte vrezen valt dat dit een aderlating is voor het emancipatiebeleid. Ik zalover deze onderwerpen schriftelijke vragen indienen om te achterhalenwat hiermee gaat gebeuren, want dat is mij nu gewoon niet duidelijk. Hetstemt mij alles bij elkaar heel zorgelijk, want ik hoopte toch echt dat deVVD in dit kabinet het emancipatiebeleid hoog zou houden. Ik hoopdaarom dat we verder komen dan alleen maar die korte brief dievanmorgen is gestuurd over waar de prioriteiten zouden moeten liggen.Staatssecretaris Paul:Die brief is kort, omdat het een prioriteitenbrief is waarin we de Kamer inieder geval mee willen nemen in de richting die ik samen met mijncollega’s uit ga werken in de Emancipatienota.Ik kan hierover nog één ding zeggen. Ik gaf net al aan dat het ene kabinethet andere niet is. Kabinetten hebben verschillende aanvliegroutes enleggen verschillende accenten, maar er is een reden waarom mijn partijdeze portefeuille heeft geclaimd. Ik ga ook in een andere politiekeconstellatie mijn stinkende best doen om er te staan voor al die mensenen al die groepen die op ons rekenen. Daar mag mevrouw Rooderkerk mijaan houden. Alle steun daarbij is welkom. Het is een andere constellatie,maar we gaan samen gewoon ons best doen om het verschil te makenvoor al die mensen die op ons rekenen.Als het van de voorzitter mag, dan zou ik nu door willen gaan met eenvraag van mevrouw Westerveld over burgerschap en aanvullend beleid.De voorzitter:Zijn we bijna bij het derde blokje of...?Staatssecretaris Paul:Ja.De voorzitter:Want het langste blokje moet nog komen en er mag daarom best wel ietsmeer tempo in, zeg ik tegen zowel de Staatssecretaris als de Kamerleden.Staatssecretaris Paul:Oké. Deze hebben we gehad. Kijk, soms gaat het heel snel.Burgerschap. Daarover was een vraag van mevrouw Becker. Komen ermeer mogelijkheden om onvrije beïnvloeding tegen te gaan en meermogelijkheden om op scholen het positieve verhaal over vrijheid tevertellen? Met het wetsvoorstel Toezicht informeel onderwijs zet ik eenbelangrijke stap om informeel onderwijs aan te pakken dat aanzet tot haat,discriminatie en geweld. In het reguliere onderwijs is er vanuit deburgerschapsopdracht en het burgerschapsonderwijs veel aandacht voorhet positieve verhaal over vrijheid en het bijbrengen van respect voorverschillen in de samenleving en voor de democratische rechtsstaat. Datblijven we gewoon doen. Dat ligt ook verankerd in de conceptkerndoelen.Daar pakken we op door.Dan een vraag van mevrouw Westerveld over dakloze lhbtiq+-jongeren.Wat doen we om een veilige opvang voor hen te bevorderen? MevrouwTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14842 Westerveld weet dit waarschijnlijk nog beter dan ik, maar vanuit hetNationaal Actieplan Dakloosheid Eerst een Thuis is er bijzondere aandachtvoor deze doelgroep. De Staatssecretaris Langdurige en MaatschappelijkeZorg zal voor het plenaire debat op 19 december 2024 een brief naar uwKamer sturen over de voortgang van het Nationaal Actieplan Dakloosheid.Hierin is ook specifiek aandacht voor de voortgang ten aanzien vanlhbtiq+-personen in relatie tot dakloosheid. Dus daar komen we heelspecifiek op terug.Dan een vraag van mevrouw Westerveld over hoe het zit met de strategievrouwengezondheid. Hoe gaan we de gestelde doelen bereiken? DeMinister van VWS heeft extra budget toegekend aan ZonMw omonderzoek te doen naar gezondheidsproblemen waar alleen vrouwen meete kampen hebben. Voor het zomerreces 2025 informeert de Minister vanVWS de Kamer over de uitwerking van de nationale strategie. Zelfondersteun ik de Alliantie Gezondheidszorg op Maat. Deze alliantie zetzich in voor vrouwspecifieke gezondheidszorg.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dit is een onderwerp dat wel vaker bij emancipatiedebatten wordtbesproken, maar ook bij VWS, omdat het een groot dilemma is dat er veelminder kennis is en dat vrouwen in sommige gevallen overlijden omdat erte weinig kennis is of er niet voldoende behandelmethodes zijn. Dat hoefik deze Staatssecretaris niet uit te leggen. Ik begrijp dat er wel eenstrategie komt, maar dat er geen financiële middelen voor zijn. Het lijkt mijniet verstandig dat er wel een strategie komt, maar dat er vervolgens geenkennis is en er geen personele capaciteit voor komt. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is of ze hier specifiek aandacht voor heeft en of ze ditanders ook kan bespreken met haar collega’s.Staatssecretaris Paul:Dat zal ik doen, ja. Ik weet overigens niet ... Ik neem nu even aan watmevrouw Westerveld zegt, dat die strategie er komt maar dat er geenmiddelen zijn. Ik weet niet of dat laatste zo is, maar daar ga ik over ingesprek.De voorzitter:Wanneer krijgen we daar een terugkoppeling van?Staatssecretaris Paul:Ik ga ervoor zorgen dat daar in de brief van de Minister van VWS die voorhet zomerreces van 2025 komt, aandacht aan wordt besteed. Dus dat komtdan vanuit de Minister van VWS. Ik denk dat dat de kortste klap is.De voorzitter:Een toezegging van de Staatssecretaris over de Minister van VWS.Staatssecretaris Paul:Nou, de toezegging is dat ik met de Minister van VWS in gesprek ga. Hetlijkt mij dat voor het zomerreces 2025 het uitgelezen moment is – daarinstaat de uitwerking van de nationale strategie – maar goed, als zij eerderof later daarop terugkomt ... Eerder is natuurlijk alleen maar mooi.Dan een vraag van mevrouw Westerveld over een motie van het lid Kostic´over non-consensuele niet-noodzakelijke medische behandelingen bijintersekse kinderen. Op dit moment wordt gewerkt aan een kwaliteitsstan-daard waarin dit wordt meegenomen. Die wordt begin 2025 verwacht. Vandaaruit wordt gekeken of er nog aanvullende regulering nodig is. Dat isdus werk in uitvoering. Ik denk dat het in dit geval ook de Minister vanVWS is die daar begin 2025 op terugkomt. En JenV, hoor ik naast mij.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14843 Wilt u gebruikmaken van uw laatste interruptie? Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja, daar wil ik gebruik van maken, want dit is gewoon een belangrijkonderwerp. Ik begrijp dat dingen zorgvuldig moeten gebeuren en dat zeuitgewerkt moeten worden, maar hier wordt gewoon schade toegebrachtaan hele jonge kinderen. Daar heeft een meerderheid van de Kamer eenhalfjaar geleden al aandacht voor gevraagd. Er is een motie aangenomen.Er is al veel langer aandacht voor gevraagd. Ik wil heel graag een beroepdoen op deze Staatssecretaris om ervoor te zorgen dat er met ditonderwerp, maar eigenlijk ook met heel veel andere onderwerpen, vaartgemaakt wordt. Ik weet dat het in eerste instantie niet op haar bordje ligt,maar zij is wel de coördinerend bewindspersoon. Dus mijn verzoek isecht: maak hier vaart mee en zorg dat dingen worden uitgevoerd. Ikbegreep namelijk dat de laatste informatie die er geweest is ook zegt dathier gewoon op gehandeld en geacteerd kan worden, maar dat er welregels moeten komen. Daarom is mijn oproep: geef hier urgentie aan.Staatssecretaris Paul:Dat zullen we doen.Dan was er een vraag van mevrouw Westerveld over het stoppen van devergoeding voor borstprotheses voor transgender personen. Het nietcontinueren van die regeling komt voort uit de rijksbrede taakstelling dieis aangekondigd in het hoofdlijnenakkoord. De regeling stopt niet, maarloopt af in 2028. Die loopt dus nog wel even door. De Minister van VWSheeft besloten die regeling niet te verlengen. Ik hoop dat er op een anderemanier een oplossing wordt gevonden, maar dat is de stand van zaken opdit moment.Dan een vraag van mevrouw Van Zanten van BBB: wordt het inzetten vaneenvoudige maatregelen, zoals hybride werken of flexibele tijden,gestimuleerd, waardoor vrouwen meer zouden kunnen werken? Dit heeftzeker de aandacht, want dit kan het makkelijker maken om betaald werk tecombineren met bijvoorbeeld zorgtaken. Dat geldt overigens zowel voormannen als voor vrouwen. Hierop wordt door SZW ingezet in hetNationaal Groeifondsproject Meer uren werkt!Dan ben ik nu aanbeland bij het laatste blokje. Dat is het blokje overig.Dan begin ik met een vraag van mevrouw Westerveld over meerouder-schap. Wat is de stand van zaken in de wetgeving rond dit thema? Nou, erzijn verschillende onderzoeken uitgezet die bij zullen dragen aan eenzorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming op dit onderwerp. Ikverwacht dat de Staatssecretaris Rechtsbescherming alle onderzoeksre-sultaten en een inhoudelijke afweging medio 2025 integraal aan uwKamer kan aanbieden. Dat doen hij, Staatssecretaris Struycken, en ikoverigens samen. Ik vind het belangrijk dat er op basis van een zocompleet mogelijk beeld een afweging gemaakt kan worden ten aanzienvan de regeling voor meerouderschap en/of meerpersoonsgezag. Maardat komt dus medio 2025 richting de Kamer.Dan een vraag van mevrouw Van der Velde over intersectionaliteit. Ik vindtermen minder interessant dan de problemen van mensen en meer in hetbijzonder het oplossen van problemen van de mensen die soms ervarendat ze op meerdere gronden tot gemarginaliseerde groepen behoren,bijvoorbeeld als het gaat om financiële onafhankelijkheid. De ongelijkheidtussen mannen en vrouwen is bijvoorbeeld veel groter onder praktischopgeleiden dan onder hbo- en wo-opgeleiden. Bijvoorbeeld lhbtiq+-personen van kleur kunnen zowel vanwege hun seksuele oriëntatie alshun kleur gediscrimineerd worden. Ik vind dat we oog moeten hebbenvoor deze realiteit en wil mijn best doen om ervoor te zorgen dat de meestkwetsbare groepen bij het maken van doeltreffend beleid goed wordenmeegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14844 Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank aan de Staatssecretaris voor dat antwoord. Ik vraag me dan wel hetvolgende af. Het is natuurlijk belangrijk dat deze groepen mee wordengenomen, maar houden we dan inderdaad ook in de gaten dat we niet tever doordenken in hokjes? Zorgen we ervoor dat er echt neutraal beleidwordt aangenomen dat gewoon voor iedereen werkt?Staatssecretaris Paul:Ik ben in principe niet voor hokjes, maar waar ik wel voor ben, is datmensen die in hun dagelijks leven veel ellende en problemen ervarendoor wie ze zijn, of dat nou te maken heeft met hun culturele, etnischeachtergrond of seksuele oriëntatie, geholpen worden. We mogen nietaccepteren dat mensen bijvoorbeeld om die redenen worden achterge-steld. Daarom hebben we dit emancipatiedebat bijvoorbeeld: om mensente helpen die ten onrechte op achterstand staan en oplossingen voor henaan te dragen in het beleid. Volgens mij moeten we dat zo slim en zodoeltreffend mogelijk doen. Daarbij gaan we niet uit van hokjes, wantniemand wil graag in een hokje gepropt worden. Mensen willen serieusgenomen worden en willen geholpen worden met de echte problemen dieze in het dagelijks leven ervaren.Dan... Ja?De voorzitter:Mevrouw Van der Velde heeft nog een vraag.Mevrouw Van der Velde (PVV):Hebben wij daar niet al artikel 1 voor? Daarin staat al dat discriminatie enal die zaken verboden zijn en dat iedereen gelijk is. Moet je dan explicietdoorgaan met beleid waarin heel specifiek nog op doelgroepen in die zinwordt ingegaan? Of kun je dan niet beter algemeen beleid maken dat vooriedereen goed werkt?Staatssecretaris Paul:Volgens mij is het punt dat de groepen die ik net bijvoorbeeld noemde,ervaren dat artikel 1 níét wordt gerespecteerd. Zij worden gediscrimineerdop bepaalde gronden, of dat nou te maken heeft met hun huidskleur, methun seksuele oriëntatie of met dat ze praktisch en niet wetenschappelijkzijn opgeleid. Het gaat erom dat helaas... In de ideale wereld zouden weons met z’n allen houden aan artikel 1 van de Grondwet, en dan zou hetkumbaya zijn en is iedereen blij, maar de realiteit is dat dat helaas niet hetgeval is. Dan is het onze taak als overheid om mensen recht te doen diegediscrimineerd worden of op een andere manier in een achterstandspo-sitie zijn gebracht en ervoor te zorgen dat ze volwaardig mee kunnen doenen beschermd worden.Dan ga ik door naar de vraag van mevrouw Rooderkerk over het emanci-patiebeleid en de focus die ik heb aangebracht. Ik heb ervoor gekozen omin te zetten op twee prioriteiten: iedereen moet veilig zichzelf kunnen zijnen iedereen moet volwaardig mee kunnen doen. Wat mij betreft zijn datzeer urgente kwesties als het gaat om emancipatie, en ik geloof ook dathet helpt om te focussen op prioriteiten die goed aansluiten bij hethoofdlijnenakkoord van dit kabinet. Overigens gaan daar een hooponderwerpen achterlangs. Het klinkt misschien heel smal, maar er zijnheel veel onderwerpen die daarmee samenhangen en waar we ook in deEmancipatienota op terug zullen komen. Het staat de Kamer uiteraard vrijom eigen initiatieven toe te voegen, maar dit zijn in ieder geval de basisen de prioriteiten waar het kabinet op inzet.Dan een vraag van mevrouw Dobbe over wat ik doe om organisaties teondersteunen die opkomen voor lhbtiq+-personen, vrouwen en mensen-rechten en hoe dat zich verhoudt tot de bezuinigingen. Bezuinigen is altijdingewikkeld, maar ik sta pal voor de organisaties die opkomen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14845 vrouwenrechten en lhbtiq+-rechten. Dat doe ik in woord maar ook in daad.Zo ondersteun ik acht allianties van maatschappelijke organisaties. Dat isal begonnen in 2022 en dat blijven we doen tot 2027. Ik financier ook tweearchiefinstellingen op het gebied van lhbtiq+ en gendergelijkheid,namelijk Atria en IHLIA. Verder ondersteun ik meerdere kortlopendeprojecten die bijdragen aan het emancipatiebeleid. We gaan daar dusgewoon volle bak mee door. Het klopt dat er een taakstelling is. Die zalvooral neerslaan op nieuwe projectsubsidies en helaas ook op debeschikbare ambtelijke capaciteit. Dat is misschien ook wel een van deredenen waarom ik kies voor focus, omdat je nog scherper moet kijken enmoet beoordelen wat we redelijkerwijs kunnen waarmaken op eendoelmatige en effectieve manier, gezien de uitdagingen die we hebben,ook in het licht van die taakstellingen.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor het antwoord. Het antwoord gaat vooral in op de financiëlesteun en misschien personele steun die aan deze organisaties wordtgegeven. Mijn vraag gaat verder dan dat. Anders dan een aantal jaargeleden moet je, als je sommige van die organisaties bezoekt, ineens dooreen heel veiligheidscordon heen. Ze worden beveiligd. Er is in toene-mende sprake van intimidatie ten opzichte van de organisaties en demensen die daar werken. Wat doet de Staatssecretaris om deze organi-saties te steunen, op te staan tegen die intimidatie, zich daartegen uit tespreken en ook heel praktisch te helpen zodat zij hun werk kunnen doenzonder last te hebben van intimidatie? Daar is mijn vraag op gericht.Staatssecretaris Paul:Me uitspreken en gewoon in nauw contact blijven met die organisaties.Dat zie ik ook als een belangrijke taak die ik van harte uitvoer. Ik ben deafgelopen weken op heel veel plekken geweest. Het doet mij ook pijn. Ikzie en hoor uit de verhalen wat dit met mensen doet en hoe onveiligsommigen van hen zich voelen. Ik heb niet alle mensen die zich bezig-houden met intimiderende acties aan een touwtje, helaas. Anders zou ikze heel ver weg meppen. Het is iets waarover ik mij in ieder gevaluitspreek. Daar waar nodig doe ik ook handreikingen om ervoor te zorgendat die organisaties veilig hun werk kunnen doen. Overigens zijn zij daarook heel actief mee aan de slag. Soms is het schakelen met politie enjustitie. Dat is iets wat je in een ideale wereld misschien niet doet, maarals dat nodig is, moet je dat wel doen. Je kunt zorgen voor meer onder-steuning op het gebied van veiligheid. Tegelijkertijd zie je ook – dat wastijdens een sessie met volgens mij achttien verschillende organisaties –dat de kennis die bij sommige aanwezig is over dit thema en het werkenaan veiligheid breed gedeeld wordt. Vanuit het ministerie zorgen wijervoor dat handvatten die door bepaalde organisaties worden ontwikkeldbreder worden gedeeld, opdat iedereen weerbaar en veilig zijn werk kandoen.Voorzitter. Dan ga ik door met een vraag van mevrouw Westerveld over dethema’s die bij andere departementen liggen. Ik heb het eigenlijk al eenbeetje gezegd. Ik snap dat het soms onbevredigend is, maar dat is noueenmaal het lot van een coördinerend bewindspersoon. Maar ik blijf meervoor inzetten dat er aandacht is voor de doelgroepen waar wij voorstaan en dat dit ook wordt doorvertaald naar breder beleid. Voor de zomervan 2025 zal ik in de Emancipatienota de concrete doelen en maatregelenop het gebied van emancipatie benoemen die ik afspreek met mijncollega-bewindspersonen. Een aantal dingen kan ik eigenmachtig doen,een aantal dingen kan ik doen binnen het onderwijsdomein, maar vooreen heleboel zaken ben ik afhankelijk van de collega-bewindspersonen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14846 met name van SZW, JenV en VWS. Ik zal mijn uiterste best doen hen testimuleren en te motiveren om met de maatregelen te komen die nodigzijn.Dan ga ik door met een andere vraag van mevrouw Westerveld, over deforse bezuinigingen op subsidies en hoe ik dat rijm met de mooiewoorden die ik eerder heb gesproken. Die subsidietaakstelling op hetterrein van emancipatie heeft betrekking op een aantal projectsubsidies.Er wordt niet gekort op de allianties waarin wij op dit moment alinvesteren. Ik heb daar zojuist ook iets over gezegd. De komende periodeblijf ik mij hiervoor hard maken en blijf ik inzetten op het leveren van eenbijdrage aan de emancipatiedoelen, ook binnen een financieel krapperkader. Dat vraagt om scherpe keuzes en dat vraagt om focus, maar datblijven we wel doen.Mevrouw Van der Velde vroeg of ik zicht heb op de effectiviteit van desubsidies. Ik laat mijn emancipatiebeleid en de doelmatigheid ervanregelmatig evalueren. Zo zal er in 2025 een periodieke rapportage wordenuitgevoerd. Hierin wordt het emancipatiebeleid over de periode2018–2025 geëvalueerd op doeltreffendheid, doelmatigheid enmaatschappelijke impact. Ook werk ik momenteel aan een zogenaamdemidterm evaluatie van de strategische partnerschappen, want we werkenveel samen met strategische partners. Dat nemen we dus ook onder deloep. Die evaluaties geven verder zicht op wat goed werkt, op wat wemeer moeten doen en op de punten waarop we het beleid moetenaanpassen. De uitkomsten daarvan zal ik met uw Kamer delen in Q1 van2025.Ik ga door met de vraag van mevrouw Van Zanten over ruimte voorverschillende benaderingen. Waarom is alleen Rutgers kennisinstituut opdit gebied? Naast Rutgers worden momenteel ook andere instellingen metbetrekking tot seksualiteit gefinancierd door het Ministerie van VWS. Denkaan Soa Aids Nederland, de Stichting HIV Monitoring en de HivVereniging. In principe kan elke instelling een aanvraag indienen voorinstellingssubsidie. Het betreffende ministerie zal de aanvraag altijdbeoordelen op beleidsrelevantie alsook op staatssteun. Op basis hiervanwordt besloten welke instellingen gefinancierd worden. Ik vind de manierwaarop Rutgers werkt heel goed. Hun methode en de informatie die zij hetonderwijs aanreiken, zijn gestoeld op wetenschappelijke en in de praktijkbewezen effectieve methodes. Ze zijn evidence-informed. Het zijn ookmethodes waar het RIVM zijn stempel op heeft gedrukt. Ik vind het metname heel belangrijk dat je niet zomaar wat doet, maar dat het goedonderbouwd is en dat je weet dat het werkt, zowel in de praktijk als vanuitde wetenschap.Een andere vraag van mevrouw Van Zanten...De voorzitter:Mevrouw Van Zanten wil eerst hier nog een vraag over stellen.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank voor de beantwoording. Ik begrijp wat de Staatssecretaris zegt, ookover de wetenschappelijke benadering. Ik wil ook helemaal niet zeggendat we daartegen zijn, maar een ander erkend instituut, zoals Veiligwijs,heeft meer een benadering vanuit het kind. Nogmaals, ik wil Rutgers nietafvallen, maar in onze optiek hoort er ruimte te zijn voor meer aanbod,zodat scholen zelf kunnen kiezen wat ze willen. Driestar of Veiligwijs zijnook erkende instituten, dus waarom worden die niet gesubsidieerd?Staatssecretaris Paul:Daar is een afwegingskader voor. Dat wordt volgens objectieve criteriabekeken. Andere organisaties zouden prima een aanvraag kunnenindienen. Die wordt volgens objectieve criteria beoordeeld. Ik noemde zelfin een breder kader ook instellingen als de Stichting School & VeiligheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14847 en het Expertisepunt Burgerschap. Er zijn verschillende punten waarinformatie gehaald kan worden. Tegelijkertijd is het heel goed als er weleen bepaalde bundeling van kennis en kunde is, want anders heb jeallemaal ieniemieniesubsidieaanvragen. Het is niet altijd het beste voor dekwaliteit en de duurzaamheid als het aanbod heel gefragmenteerd is. Datstaat nog los van wat dat doet voor mijn ministerie en voor de ambte-naren, die daar heel veel tijd aan kwijt zijn. Maar die ruimte is er wel.Mevrouw Van Zanten (BBB):Daar zou ik graag nog een vraag over willen stellen. Het is goed om tehoren dat daar wel ruimte voor is, maar wie bepaalt dan precies of dezeaanvragen voldoen aan de criteria? Is dat het ministerie? En op basis vanwelke criteria wordt dat bepaald? Ik geef nogmaals het voorbeeld vanVeiligwijs. Die benadering heeft een wat meer conservatieve kijk op dedingen, terwijl Rutgers toch wat progressiever is. Naar mijn idee zou daarruimte voor moeten zijn. Als je het ene subsidieert, dan zou je het andereook moeten kunnen aanbieden in het kader van neutraal onderwijs.Staatssecretaris Paul:Kijk, er is een – dit is een beetje technisch – brede kaderregelingwaarbinnen getoetst en gekeken wordt. Het voert te ver om hier al diecriteria op te sommen en ik heb ze ook niet paraat, zeg ik gelijk maar.Uiteindelijk gaat het ook bij die criteria erom hoe je de doelstelling van indit geval relationele en seksuele vorming, ook in de informatie daaroveren in de lesmethoden, zo goed mogelijk kunt borgen en hoe je er zo goedmogelijk voor kunt zorgen dat scholen, leraren en schoolleiders de juistehandvatten krijgen om dat met hun leerlingen te delen. Als er andereorganisaties zijn die menen dat ook te kunnen en die daarvoor eenaanvraag willen indienen, dan kan dat prima. Vanuit het ministerie en ookvanuit mij persoonlijk is er geen enkele kleuring. Het is niet aan mij of aanons om ervoor te zorgen dat een bepaalde organisatie bevoordeeld wordtof niet. Dat is niet aan ons.De voorzitter:Punt van orde van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Nee, er lopen hier een paar dingen door elkaar. De Minister heeft grootgelijk als zij zegt dat zij niet gaat over de kleuring, want Veiligwijs heeftnota bene op de eigen website staan dat hun benadering waardengerichtis. Volgens mij is het inderdaad niet de taak van het ministerie om daarinkeuzes te maken. Het ministerie moet objectieve kennis en kennisinsti-tuten bevoordelen die gericht zijn op wetenschappelijke kennis, en nietorganisaties die de zaak waardengericht benaderen.De voorzitter:Ik weet niet of dit nou een punt van orde is, maar het is gezegd. Ik geef hetwoord weer aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Paul:Ik wilde eigenlijk doorgaan met de volgende vraag van mevrouw VanZanten, maar het klopt. Voor mij telt voor alle dingen die wij doen, zowelbinnen de emancipatieportefeuille alsook binnen de onderwijsportefeuille,dat het bewezen effectief is. Het moet bewezen evidence-informed zijn,zowel in de praktijk als volgens de wetenschap, en scholen moeten ermeeuit de voeten kunnen om leerlingen bij te brengen wat zij nodig hebbenom uiteindelijk volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving.Dan een vraag van mevrouw Van Zanten over de ongelijkheid tussenopenbare en identiteitsgebonden lesmethoden en de toegang tot door hetRIVM erkende lesmethodes, en of ik dat ga aanpakken. Gezien deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14848 grondwettelijke onderwijsvrijheid past mij terughoudendheid bij eeneventuele inmenging in de markt van leermiddelen en lesmateriaal. InNederland staat het iedereen vrij om lesmateriaal te ontwikkelen. Scholenkiezen zelf welk lesmateriaal of welke methode zij gebruiken en dat pastook weer bij de autonomie die zij hebben onder artikel 23 van deGrondwet. Scholen zijn totaal niet verplicht de lespakketten te gebruikendie door het RIVM zijn beoordeeld op hun wetenschappelijke onder-bouwing. Uiteindelijk zie ik in de praktijk – ik kom op heel veel scholen;mevrouw Van Zanten overigens ook, dat zie ik ook op haar socials – datscholen keuzes maken die passen bij hun onderwijskundige visie, bij depopulatie en bij hun denominatie. Dat past ook binnen de grondwettelijkevrijheid die we daarover hebben afgesproken.Nog een vraag van mevrouw Van Zanten: helpt het wel om de woorden«man» en «vrouw» te gebruiken? Het zou er toch niet toe moeten doen?Het einddoel van emancipatie zou moeten zijn dat het er maatschappelijkniet toe doet of je een man of een vrouw bent, maar op dit moment maakthet helaas voor je kansen op veel gebieden nog wel uit. Voorlopig kunnenwe er in het emancipatiebeleid nog niet omheen, is ons werk hier nog nietafgelopen en zullen we nog geregeld met elkaar in discussie en debatgaan.Mevrouw Van Zanten (BBB):Mijn vraag was eigenlijk precies andersom: zelfs in een situatie waarin wehet einddoel van het feminisme bereiken, zoals Jolande Withuis zegt, zulje alsnog de woorden «man» en «vrouw» móéten gebruiken, al gaat hetalleen om medische zaken. Het lichaam van een vrouw is nu eenmaalanders dan het lichaam van een man, en dat maakt verschil in de maniervan opereren of in het herkennen van ziektes. Mijn vraag was ook hoe deStaatssecretaris dat ziet. Je ziet bijvoorbeeld in Engeland vergevorderdgelijkheidsdenken. De termen «man» en «vrouw» mogen in sommigeziekenhuizen niet eens meer gebruikt worden bij de geboorte van eenkind. Hoe ziet de Minister dat? Willen we uiteindelijk toe naar een soortnon-binaire samenleving? Of ziet de Staatssecretaris ook dat je somsiemand wel moet blijven benoemen met «man» en «vrouw» en dat hetwenselijk is om die termen bijvoorbeeld in het paspoort te houden?Staatssecretaris Paul:De afschaffing van die termen ligt wat mij betreft niet op tafel. Uiteindelijkgaat het erom, als het functioneel is om die verschillen op welk vlak danook te blijven specificeren, dat je dat gewoon moet doen. Bij het emanci-patiebeleid gaat het wat mij betreft om wat ik daarvoor zei, dat jeongelijkheid wil bestrijden en dat je ervoor wil zorgen dat iedereen dejuiste kansen krijgt. Wat dat betreft is er voor ons nog wat werk aan dewinkel.Mevrouw Van Zanten vroeg ook waarom ik de term «conservatief»hanteer, als in «conservatieve waarden». Dit is een beetje semantisch,maar volgens de Dikke Van Dale betekent de term «conservatief»: gerichtop het behoud van de bestaande maatschappelijke toestanden. Waardengericht op het behoud van het bestaande of het verleden noemen we inmijn beleving daarom «conservatieve waarden», maar dat is geenszinsbedoeld om ... Wat mevrouw Van Zanten omschreef als «conservatief» zieik ook een beetje als traditioneel; tradities willen behouden en omarmen.Ik blijf graag in gesprek met mevrouw Van Zanten en de BBB over onsgezamenlijke doel, namelijk het bevorderen van de positie van vrouwenen lhbti-personen. Voor mij zit er in die zin geen negatieve connotatie in,maar ging het meer om de extremen.Mevrouw Becker vroeg hoe het staat met het voortbestaan van Atria en ofhet klopt dat dit in gevaar is. Nee, geenszins. Dat is echt niet aan de orde.Het is wel zo dat Atria volledig afhankelijk is van de subsidie van derijksoverheid en dat voor de periode 2023–2027 extra incidentele middelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14849 beschikbaar zijn gesteld om in het basisniveau te kunnen voorzien. Atriaheeft als zelfstandige organisatie primair een eigen verantwoordelijkheidvoor de duurzaamheid van haar organisatie. Daarom ben ik ook ingesprek met hen en anderen om te onderzoeken op welke manier ditwaardevolle vrouwenarchief – want het is een heel waardevol vrouwenar-chief – duurzaam geborgd kan worden, maar op dit moment is zeker nietaan de orde dat het voortbestaan in gevaar is.Dan ben ik volgens mij aanbeland... O, ik zie dat ik er eentje gemist heb.Mevrouw Westerveld vroeg naar de stand van zaken bij de wetgevingover meerouderschap. Zorgvuldigheid is van groot belang om recht tedoen aan de complexiteit van dit onderwerp. Er zijn inmiddels verschil-lende onderzoeken uitgezet die zullen bijdragen aan een zorgvuldigevoorbereiding van de besluitvorming op dit onderwerp. Ik verwacht datalle onderzoeksresultaten en een inhoudelijke afweging medio 2025integraal naar uw Kamer worden gezonden. Ik ga deze niet toezenden; datkomt volgens mij via Staatssecretaris Struycken richting uw Kamer. Datzal dan medio 2025 zijn.Mevrouw Becker (VVD):Excuus, want dit is op het vorige punt. Het ging even wat snel achterelkaar. Dat ging over Atria. Fijn om te horen dat het voortbestaan niet ingevaar is. Ik begrijp dat dit het vrouwenarchief is waarin de strijd diegevoerd is voor alle rechten die wij nu als vrouwen hebben, isopgeslagen, om het maar zo te zeggen. Wat Atria wil voorkomen, enterecht volgens mij, is dat in de transitie van deze organisatie gebeurt dathet archief ergens in dozen wordt opgeslagen, maar dat er eigenlijk geenmiddelen of geen positie meer overblijft om dit ook te ontsluiten voorjongere generaties, om de maatschappelijke waarde ervan naar voren tekunnen blijven brengen. Men is toch bang op te moeten gaan in eenandere organisatie, die dan misschien het archief bewaart, maar dewaarde ervan niet meer weet te ontsluiten. Dus ik zou zo graag detoezegging willen krijgen van deze Staatssecretaris dat er niet wordtgekeken naar maar één manier waarop dit kan, namelijk opgaan in eenandere organisatie, maar dat heel creatief wordt gekeken hoe demaatschappelijke functie van Atria bewaard kan blijven, misschien ookdoor synergie met andere organisaties die zich met vrouwengeschiedenisbezighouden. Daarmee vraag ik echt niet om nu extra middelen toe tevoegen, maar ik vraag wel de inzet om de functie van Atria te waarborgen.Staatssecretaris Paul:Het punt is helder. Ik wil daar zeker verder over in gesprek gaan. Daarbijgaat het mij om het vinden van de juiste balans tussen het behouden vande eigenstandigheid en identiteit, die samenhangen met het uniekevrouwenarchief, en het tegelijkertijd ervoor zorgen dat de toekomstduurzaam geborgd is. Ik wilde het eerst niet zeggen, maar ik zeg het dantoch even oneerbiedig: op dit moment liggen ze aan een soort subsidie-infuus, dat heel belangrijk is voor het voortbestaan. Ik wil eigenlijk dat datminder kwetsbaar wordt, zodat je ook in de toekomst er zeker van bent datdat prachtige en belangrijke archief beschikbaar en toegankelijk blijft. Inde gesprekken zullen we dus kijken naar die balans.Mevrouw Becker (VVD):Voorzitter, ik beloof dat dit mijn laatste vraag is. Ik overweeg er anderseventueel een motie over in te dienen. Zou ik iets van een toezeggingkunnen krijgen dat wij op een zeker moment weer over de voortgang vandie gesprekken worden geïnformeerd, zodat er nog een moment komtvoor de Kamer om mee te kijken? Dat kan ons nu een motie besparen.Staatssecretaris Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14850 Die toezegging wil ik doen. We zullen het in ieder geval in de Emancipa-tienota meenemen. Mocht er eerder iets te melden vallen, zal ik een briefnaar de Kamer sturen.De voorzitter:Zijn er nog onbeantwoorde vragen? Een heel kort rondje. MevrouwWesterveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik had nog een vraag gesteld aan deze Staatssecretaris over het wereld-wijde netwerk, waar Nederland ook een belangrijke rol in speelt als hetgaat over emancipatie, en de ontwikkelingen en bezuinigingen die er zijnop andere departementen. Nogmaals, ik weet dat zij niet de bewinds-persoon is op de andere departementen, maar kan ze vanuit haar rol wel –dat was mijn punt – in gesprek gaan met haar collega’s van Ontwikke-lingshulp en BuZa?Staatssecretaris Paul:Ik ben op zich altijd bereid om in gesprek te gaan, maar tegelijkertijd zijnook mijn uren en middelen beperkt. Daar refereerde ik eerder ook aan.Dus de vraag is hoeveel dat gaat veranderen aan de afweging die nuwordt gemaakt door de andere bewindspersoon. Maar ik wil dat heus welaankaarten, omdat ik zie welke rol Nederland in het verleden heeftgespeeld. Tegelijkertijd zeg ik er ook maar bij – dat is misschien wennenvoor ons allemaal, maar zeker voor de Kamer – dat er een ander kabinetis, met een andere kleur, dat andere afwegingen maakt. Dat betekent datwe op sommige dingen volle bak inzetten en op andere zaken niet of watminder. Dat is ook de realiteit.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik had de Staatssecretaris natuurlijk nog gevraagd naar die rapporten vande SER en het CPB. De Staatssecretaris gaf aan dat ze nog moestterugkomen op het betrekken van biologen en evolutionair psychologen.Ik vroeg mij af of de Staatssecretaris er nu op terug gaat komen of dat iker later antwoord op ga krijgen.Staatssecretaris Paul:In alle eerlijkheid konden wij het niet zo snel terugvinden. Ik had volgensmij gezegd dat ik er in tweede termijn op zou terugkomen. Dit was nogmijn eerste termijn.De voorzitter:Voordat er verwarring komt: we doen nu even een stapeltje vergetenvragen. Heeft mevrouw Rooderkerk nog opmerkingen? Nee. MevrouwBecker ook niet. Mevrouw Dobbe wel.Mevrouw Dobbe (SP):Ja. Ik had nog een vraag gesteld over kinderopvang en het weren vanprivate equity uit de kinderopvang. Misschien heb ik het gemist, maardaar heb ik volgens mij het antwoord nog niet op gehoord. Ik wil vooraldat de Staatssecretaris, als ze met haar collega’s van BHO en BuZa gaatpraten, zich gesterkt voelt door een aantal recent aangenomen moties inde Tweede Kamer die precies dit bepleiten. Ik hoop dat dat de Staatssecre-taris in die gesprekken helpt. Ik ben nu vooral benieuwd naar hetantwoord op de vraag over het weren van private equity uit dekinderopvang.Staatssecretaris Paul:Terecht; die was ik vergeten. Kinderopvang speelt inderdaad een heelbelangrijke rol bij de verdeling van arbeid en zorg tussen mannen enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14851 vrouwen en dus bij emancipatie. De kinderopvangsector bestaat voor eengroot deel uit commerciële bedrijven, klein en groot. Eerlijk gezegdhebben we op dit moment al die bedrijven nodig om kinderen eenopvangplek te kunnen bieden, nu en ook in de toekomst, in de aanloopnaar de stelselherziening. Kinderopvang is in Nederland van kwalitatiefhoog niveau. De commerciële bedrijven dragen daar ook hun deel aan bij.Uit marktonderzoek komen geen concrete aanwijzingen voor overwinstenin de kinderopvangsector. Dit is bevestigd vanuit SZW. Bovendien blijkt uitander onderzoek dat het uitsluiten van commerciële partijen juridischonhaalbaar is en forse negatieve neveneffecten heeft. Volgens mij was ereen interruptiedebatje tussen u en mevrouw Becker. Ik kan alleen maarbevestigen dat we al die partijen nodig hebben. Tegelijkertijd moet jeingrijpen daar waar sprake is van uitwassen of ongeoorloofde praktijken.Daar moet je ingrijpen, maar de realiteit is ook dat we de commerciëlepartijen nodig hebben. Juist daar gaat het vaak ontzettend goed metinnovaties en het werken aan de kwaliteit. Ik denk dat het wellicht ook eenideologisch verschil is tussen mevrouw Dobbe en mijzelf of je totaal nietmet commerciële partijen zou moeten werken. Ik denk dat we ze nodighebben, maar ik denk tegelijkertijd... Ik val in herhaling.De voorzitter:Nee, dat hoeft niet. Dank u wel. Mevrouw Van Zanten nog als spijtoptant?Nee. Dan als allerlaatste mevrouw Rooderkerk, want die had nog eenvraag bedacht. Ik wil een beetje van deze ronde af, want die is al eenextraatje.Mevrouw Dobbe (SP):Dat snap ik, voorzitter, maar ik was ook nog niet door mijn interruptiesheen. Die had ik hiervoor gespaard.De voorzitter:Vooruit.Mevrouw Dobbe (SP):Tot slot dan; ik beloof dat dit de laatste is. We kunnen ongetwijfeld eenideologisch debat voeren over de markt in de kinderopvang en commer-ciële partijen. Dat lijkt mij een heel goed idee, maar daar ging mijn vraagniet eens zozeer over. Mijn vraag ging over private equity. Dat zijn weer deuitwassen van die markt. Dat zijn flitskapitalisten, sprinkhaankapitalisten,wat je maar wilt, met het doel om snelle winsten te maken. Die zitten ookin onze kinderopvang en daar ging mijn vraag over, want die nemen inrap tempo de kinderopvang over voor snelle winsten. Ik wil toch vragenom een reflectie daarop. Kunnen we dat niet weren?Staatssecretaris Paul:Ik ga niet mee in de terminologie van mevrouw Dobbe van «sprink-hanen», «overwinsten» en al dat soort dingen. Ik zou willen voorstellendat mevrouw Dobbe over dit specifieke thema in gesprek gaat met deStaatssecretaris die specifiek gaat over de kinderopvang, de kinderop-vangsector, het stelsel en alles wat daarmee samenhangt. Mij wordtingefluisterd dat daar op 23 januari een commissiedebat over is. Ik vindhet echt te ver voeren om daar nu zo uitgebreid op in te gaan. Dus: to becontinued aan een andere tafel.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik heb alleen een korte vraag die nog niet was beantwoord. Wanneer komtde wet over loontransparantie naar verwachting naar de Kamer?Staatssecretaris Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14852 We gaan het even checken. Ik dacht dat ik die vraag had beantwoord,maar blijkbaar niet duidelijk genoeg. We gaan dus even zoeken.De voorzitter:Misschien kunt u daar in de tweede termijn nog even op terugkomen. Dangaan we nu even schorsen voor een korte sanitaire stop. Om 14.15 uurbeginnen we met de tweede termijn van de Kamer.De vergadering wordt van 14.07 uur tot 14.15 uur geschorst.De voorzitter:We gaan weer beginnen. Staatssecretaris, we gaan weer beginnen.Mevrouw Westerveld, aan u het woord.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Staatssecretaris voor de antwoorden. Ik wil eigenlijk nog veelmeer zeggen, maar ik weet dat ik maar twee minuten heb. Ik begin dusgewoon met mijn moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat suïcidege-dachten en eenzaamheid bij lhbtiq+-personen vele malen vakervoorkomen dan onder leeftijdsgenoten;constaterende dat de acceptatie van lhbtiq+-personen afneemt en het juistdaarom belangrijk is om scholen en leraren te ondersteunen in het voerenvan gesprekken in de klas over grenzen aangeven, veiligheid, mentaalwelzijn en respect voor elkaar;constaterende dat kennisinstituten en maatschappelijke organisatiesbelangrijk werk doen in het ondersteunen van scholen, leraren enorganisaties waar mensen samenkomen, zoals op de werkvloer en bijsportverenigingen;verzoekt de regering om te waarborgen dat kennisinstituten door kunnengaan met hun belangrijke werk, en om met hen concrete afspraken temaken zodat bij het volgende emancipatiedebat ten minste gelijke impactvoor de doelgroep wordt nagestreefd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Dobbe.Zij krijgt nr. 37 (36 600-VIII).Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dan mijn tweede motie.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14853 gehoord de beraadslaging,overwegende dat de Tweede Kamer de regering in een breed gesteundemotie (30 420, nr. 401) heeft gevraagd om in het belang van het kind eralles aan te doen om te voorkomen dat non-consensuele enniet-noodzakelijke medische behandelingen (nnmb’s) bij interseksekin-deren plaatsvinden;overwegende dat de regering recent een rapport van ZonMw naar deKamer stuurde waarin scenario’s voor wetgeving worden voorgesteld;verzoekt de regering om te werken aan een wettelijk verbod op nnmb’s,non-consensuele en niet-noodzakelijke medische behandelingen, zoalsvoorgesteld in het ZonMw-rapport, en om een tijdpad daarvoor naar deKamer te sturen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Kostic´.Zij krijgt nr. 38 (36 600-VIII).Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dan de laatste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat veel kabinetsambities op het gebied van emancipatieen aangenomen moties nog niet concreet zijn uitgewerkt, zoals meerou-derschap, de nationale strategie vrouwengezondheid, politiecapaciteitvoor bestrijding van discriminatie, de opvang van dakloze lhbtiq+-personen en de plannen die in de meest recente emancipatiebrief zijngenoemd;constaterende dat de acceptatie omlaaggaat, dat agressie en geweldsteeds meer toenemen, en dat dit vraagt om een aanpak die aansluit bijde ambities;constaterende dat er ook diverse bezuinigingen zijn aangekondigd die integenspraak lijken met de ambities, zoals bezuinigingen op gender- enlhbtiq-gelijkheid en de bezuiniging op borstprotheses voor transpersonen;verzoekt de regering om in de komende Emancipatienota een duidelijktijdpad op te nemen met daarin een beschrijving van hoe alle ambities enaangenomen moties worden uitgevoerd, met een financieel overzicht vande daadwerkelijke kosten en de door het kabinet gereserveerde middelen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Dobbe.Zij krijgt nr. 39 (36 600-VIII).Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Velde van de PVV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14854 Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik wil het eigenlijk bij mijn moties houden. Ik heb ertwee. De eerste.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat inclusieve taal en regelgeving bedoeld zijn om gelijkebehandeling en herkenbaarheid voor diverse groepen te bevorderen;overwegende dat het gebruik van inclusieve termen in wetgeving somsjuist kan leiden tot meer hokjesdenken en onderscheid tussen groepen,wat afbreuk kan doen aan het principe van gelijkheid voor de wet;van mening dat wetgeving neutraal en algemeen toepasbaar moet zijn omgelijkheid te waarborgen zonder burgers onnodig in specifieke catego-rieën te plaatsen;verzoekt de regering om terughoudend om te gaan met zogenoemdeinclusieve taal in regelgeving,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Velde en Van Zanten.Zij krijgt nr. 40 (36 600-VIII).Mevrouw Van der Velde (PVV):De tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Aanwijzingen voor de regelgeving (aanwijzing 3.8)voorschrijven om in wet- en regelgeving sekseneutrale taal te gebruikenwaar mogelijk;overwegende dat het onnodig vervangen van specifieke termen zoals«moeder» en «vader» door genderneutrale begrippen kan leiden totonduidelijkheid en dat dit afbreuk kan doen aan het behoud vanmaatschappelijk herkenbare rollen;van mening dat het gebruik van vertrouwde termen bijdraagt aan debegrijpelijkheid van wetgeving en belangrijk is voor de sociale cohesie inde samenleving;verzoekt de regering om in wetsteksten termen zoals «moeder» en«vader» te behouden wanneer dit bijdraagt aan de duidelijkheid enmaatschappelijke herkenbaarheid van de wet,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14855 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Velde en Van Zanten.Zij krijgt nr. 41 (36 600-VIII).Mevrouw Westerveld heeft een vraag.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja, eigenlijk over alle twee de moties, maar ik begin bij de tweede motie.Ik zou willen vragen waar dit nu een concreet probleem is.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik geloof dat mijn motie daar prima helder in was, mevrouw de voorzitter.Het draagt bij aan maatschappelijke cohesie en het duidelijk houden vande wetteksten.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat we heel zorgvuldig moeten omgaan met wetgeving, maar mijnvraag is: in welke wetgeving is dit nu een heel concreet probleem?Mevrouw Van der Velde (PVV):Het ging om wet- én regelgeving. Ik zal zo even voor u kijken waar dit inde wetgeving al van toepassing is, mevrouw Westerveld. Maar afgelopenzomer was er een voorbeeld, waarbij «persoon uit wie een kind wordtgeboren» in een tekst werd gezet. Daar zijn wij geen voorstander van. Deheer Hugo de Jonge was toen nog demissionair Minister op dat punt.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik vind dit dus weer typisch zo’n voorbeeld waarbij een probleem wordtgemaakt van iets wat helemaal geen probleem is. Zonder de discussie vantoen te willen herhalen, zeg ik dat dit verhaal toen een heel eigen leven isgaan leiden. Ik vraag me oprecht af waarom we hierover een jaar na datoopnieuw een discussie moeten voeren en waarom hier een motie ligtwaarin op iets wordt ingegaan wat toen op geen enkel moment eenprobleem was en nu al helemaal geen probleem meer is.Mevrouw Van der Velde (PVV):Het kan natuurlijk zijn dat mevrouw Westerveld dit inderdaad geenprobleem vindt, maar het is niet zo dat iedereen dit geen probleem vindt.Wij vinden dit wel een probleem, en daarom ligt deze motie er.De voorzitter:Voor de goede orde: ik ga zo meteen het nieuwe beoordelingskader voormoties toelichten dat vanaf vandaag van toepassing is. Misschien is datbehulpzaam bij de appreciatie van deze moties door de Staatssecretaris.Dan zou ik nu het woord willen geven aan mevrouw Rooderkerk van D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. Na alle male panels bij talkshows die we hebben gezien,ook de laatste dagen weer op tv, hebben we hier dan een all-female panel,tot en met onze voorzitter. Maar eigenlijk vind ik dat toch wel weerjammer, want de emancipatie van de vrouw begint bij de man. Decampagne over «een slimme meid», die zelfs uit mijn geboortejaar komt,vind ik wat denigrerend. Ik zou zeggen: iets als «een slimme vent is metzijn zorgtaken bekend» zou wellicht een mooi vervolg zijn.Verder wil ik ertoe oproepen dat de Kamerleden niet alleen in emotiesschieten bij de zaken die zij als belangrijk ervaren, maar ook oog hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14856 voor zaken die andere mensen als belangrijk ervaren. Kunnen mensenzich bijvoorbeeld niet goed uiten, bijvoorbeeld omdat zij als lhbti’er dievrijheid niet voelen, dan moeten we die zorg ook serieus nemen. Het lijktme dat we niet populistisch moeten zijn en dat we niet alleen maarvoorrang moeten geven aan ons eigen ervaren gevoel, maar daariedereen de ruimte voor moeten geven. Dat zou mijn oproep zijn.Dan heb ik nog twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat aan vrouwenhaat de opvatting ten grondslag ligt datvrouwen minderwaardig zijn en dat vanuit dit gedachtegoed geweld tegenvrouwen wordt gelegitimeerd;overwegende dat vrouwenhaat onder andere in het Verenigd Koninkrijkwordt behandeld als ideologisch extremisme;constaterende dat in Nederland vrouwenhaat niet apart door de veilig-heidsdiensten wordt gemonitord en het kabinet van mening is dat hier alvoldoende over wordt gerapporteerd als onderdeel van andereideologieën;van mening dat vrouwenhaat en de radicalisering die hiermee samen-hangt structureler onderzocht en aangepakt moeten worden;verzoekt de regering de NCTV jaarlijks apart te laten rapporteren overvrouwenhaat;verzoekt de regering daarbij jaarlijks na te gaan of andere uitingen vanvrouwenhaat dan uitingen van vrouwenhaat die al binnen bekendeextreme ideologieën voorkomen, toch aanleiding geven voor hetaanmerken van vrouwenhaat in Nederland als extreme ideologie,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk en Becker.Zij krijgt nr. 42 (36 600-VIII).Mevrouw Rooderkerk (D66):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat 43% van de vrouwen gediscrimineerd wordt tijdenshun zwangerschap en dit nauwelijks afneemt;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14857 overwegende dat de oorzaak hiervan deels ligt in het feit dat werkgeversen werknemers onvoldoende kennis hebben over wat zwangerschapsdis-criminatie is en hoe ze die kunnen voorkomen;van mening dat de overheid een actievere rol moet spelen om zwanger-schapsdiscriminatie tegen te gaan;verzoekt de regering om een campagne tegen zwangerschapsdiscrimi-natie in het leven te roepen, als voortzetting van de eerder gevoerdecampagne,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Rooderkerk.Zij krijgt nr. 43 (36 600-VIII).Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Becker van de VVD.Mevrouw Becker (VVD):Dank u wel, voorzitter. Je zou het natuurlijk ook zo kunnen zien dat als eenonderwerp zo belangrijk is, we juist vrouwen sturen omdat we dan wetendat het goedkomt. Laten we onszelf dus niet tekortdoen. In het vorigedebat heb ik gezegd dat emancipatie begint bij de man, maar nog vakerbij de moeder van de man. In mijn eigen leven heb ik dat ondervondenmet een zeer geëmancipeerde schoonmoeder, waardoor mijn man mij instaat stelt om hier te doen wat ik doe.Hoe dan ook, ik wil graag een motie indienen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat vrouwenrechten en lhbtiq+-rechten in Nederland onderdruk staan, waarbij beide groepen zowel online als offline in toenemendemate met haat, intimidatie en geweld te maken krijgen;overwegende dat onwenselijke buitenlandse beïnvloeding onze vrijedemocratische samenleving ondermijnt en ideeën importeert die haaksstaan op onze fundamentele vrijheden, zoals ook onderzoek uit 2023 vanJustice for Prosperity laat zien;verzoekt de regering in kaart te brengen op welke wijze in Nederlandsprake is van georganiseerde buitenlandse beïnvloeding en financieringdoor autocratische regimes zoals Rusland en door streng religieuzegroeperingen uit onder andere de VS, gericht op een anti-lhbtiq+- en eenantivrouwenrechtenagenda;verzoekt de regering hierop een contrastrategie te ontwikkelen en daarbijmee te nemen hoe online-uitingen van vrouwen- en homohaat kunnenworden aangepakt op basis van bestaande Nederlandse en Europesewetgeving,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Becker.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14858 Zij krijgt nr. 44 (36 600-VIII).Mevrouw Becker (VVD):Voorzitter. Ik had een amendement voorbereid over Atria. Ik ben blij metde toezegging, dus wacht ik heel graag de brief van de Staatssecretaris afover de voortgang van de gesprekken.Tot slot. Zojuist is er een amendement rondgedeeld dat ik heb ingediendsamen met de leden Van Zanten en Rooderkerk. Wij willen vrouwenbewust maken van de voordelen van werken. Dat is ook in het belang vande samenleving. Feit is dat we iedereen nodig hebben. We denken dat ditde komende jaren kan bijdragen aan de agenda van deze Staatssecretarisop het gebied van meedoen.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Dobbe van de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ongeacht of mannen en vrouwen de zorgtaken nueerlijk verdelen of niet, zou ik zeggen: laten we de kinderopvang goedregelen, zodat vrouwen wat kunnen doen, ook als ze niet een man hebbendie meewerkt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering voornemens is het stelsel voor definanciering van kinderopvang grondig te wijzigen;overwegende dat de aanwezigheid van private equity in de kinderopvangals ongewenst gevolg heeft dat er belastinggeld als winst aan dekinderopvang wordt onttrokken;verzoekt de regering bij de uitwerking van het nieuwe stelsel voorkinderopvangfinanciering private equity uit de kinderopvang te weren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Westerveld.Zij krijgt nr. 45 (36 600-VIII).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat vrouwenrechten en rechten van lhbtiq-personen onderdruk staan en dat ook de organisaties en voorvechters voor deze rechtenonder druk staan en te maken hebben met intimidatie en tegenwerking;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14859 verzoekt de regering een strategie te ontwikkelen om organisaties enindividuen die zich inzetten voor de rechten van vrouwen en lhbtiq-personen in hun werk te ondersteunen, en deze met de Kamer te delen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 46 (36 600-VIII).Mevrouw Dobbe (SP):Tot slot, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen een blijvendprobleem is;overwegende dat veel maatregelen om de loonkloof tegen te gaan nu nietworden genomen;verzoekt de regering om een actieplan tegen de loonkloof te ontwikkelenmet daarin in ieder geval de volgende maatregelen: één, een versneldeimplementatie van de Europese Richtlijn voor loontransparantie, twee,een analyse van de waardering van beroepen waarin vrouwen oververte-genwoordigd zijn, en drie, een analyse van zwangerschapsdiscriminatieen de rol van het geboorteverlof,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 47 (36 600-VIII).Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Van Zanten van deBBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor het beant-woorden van de vragen. Ik ben in mijn betoog ingegaan op kennisinsti-tuten op het gebied van seksualiteit. Ik blijf van mening dat door dehuidige gekozen structuur er één instituut is dat door subsidiëring eenbevoorrechte positie heeft. Hierdoor ontstaan er grote verschillen inkosten voor scholen en is de vrijheid bij het kiezen van een methodeeigenlijk een schijnvrijheid. Samengevat, BBB vindt het wenselijk dat ereen eerlijker speelveld komt, want dat past bij een pluriforme samen-leving. Ik zal hier de komende tijd verder naar kijken en er ook wat dieperin duiken.In mijn eerste termijn heb ik het gehad over de olifant in de kamer. Ik benheel blij dat de Staatssecretaris opnieuw heeft bevestigd dat ook de rolTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14860 van religie bij de afnemende homo-acceptatie nader onderzocht zalworden.Daarnaast ben ik blij dat de Staatssecretaris met ons van mening is datconservatisme niet per definitie iets negatiefs is. Ik herhaal het: wijbehouden graag traditionele waarden zoals gelijkwaardigheid vanmensen, ongeacht geslacht, afkomst of achtergrond.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. De Staatssecretaris heeft aangegeven tien minuten nodig tehebben voor de voorbereiding van de appreciatie van de moties. Ik wil deKamerleden wel vragen om in de buurt te blijven, omdat wij echt om15.00 uur deze zaal uit moeten en ik nog heel veel toezeggingen die zijngedaan moet voorlezen. Om 14.40 uur gaan wij verder.De vergadering wordt van 14.30 uur tot 14.40 uur geschorst.De voorzitter:We gaan snel weer verder met het debat. De Staatssecretaris gaat zometeen een oordeel geven over de moties. Het is vandaag 18 november.Dat betekent dat de werkwijze van de Kamer iets gaat veranderen. Als hetgoed is, hebben de leden de brief van de Voorzitter daarover allemaalgelezen, maar ik zal hem even kort in herinnering brengen. Hiervoorgaven de bewindspersonen altijd oordeel Kamer op een motie als ze hetermee eens waren, of ze zeiden «ontraden» als ze het er niet mee eenswaren. Soms vroegen ze dan de Kamerleden om een motie aan tehouden. Er is een aangepast beoordelingskader gekomen met vijfverschillende appreciaties. De eerste is nog steeds «oordeel Kamer». Detweede is «ontraden». De derde is «overbodig». De vierde is «ontijdig»;het gaat over het tijdstip van indienen. En de vijfde is «onaanvaardbaar».Die hadden we eigenlijk al, maar die wordt bijna nooit toegepast. Ik ga deStaatssecretaris vragen een oordeel te geven volgens deze vijf nieuwecriteria en ook het amendement van een oordeel te voorzien. Ik wil haarverzoeken om dat heel kort te doen, dus zonder al te veel toelichting,omdat we echt om 15.00 uur de zaal uit moeten en er ontzettend veeltoezeggingen zijn gedaan, die ik allemaal nog moet voorlezen. Dat is duseen mooie uitdaging voor de Staatssecretaris. Aan haar het woord.Staatssecretaris Paul:Dank, voorzitter. Ik ga direct beginnen met de appreciatie van hetamendement van Becker, Van Zanten en Rooderkerk. Ik kan het oordeelKamer geven met één kleine kanttekening. Er wordt verwezen naar eenbewustwordingscampagne. Ik zou willen vragen of ik dat «bewustwor-dingsaanpak» mag noemen; een campagne zou een middel kunnen zijn.Met die kanttekening: oordeel Kamer.De voorzitter:Het amendement krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Paul:Ja. De motie op stuk nr. 37 van de leden Westerveld en Dobbe geef ikoordeel Kamer, met de kanttekening dat voor zover het binnen mijn eigenbegroting ligt, ik daarvoor ga staan.De motie-Westerveld/Kostic´ op stuk nr. 38 moet ik ontraden. De kwaliteits-standaard komt in Q1 2025. Deze wil ik afwachten. Daarnaast is in derondetafel die heeft plaatsgevonden geen consensus bereikt over eenverbod.De motie-Westerveld/Dobbe op stuk nr. 39: oordeel Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14861 De motie-Van der Velde/Van Zanten op stuk nr. 40 geef ik het oordeel«overbodig», want we zijn al terughoudend ten aanzien van een aantalzaken.De motie-Van der Velde/Van Zanten op stuk nr. 41 is overbodig. Dit doenwe al. Waar nodig gebruiken we heel expliciet de woorden «moeder» en«vader».De motie-Rooderkerk/Becker op stuk nr. 42 over vrouwenhaat is ontijdig.Over nieuwe ontwikkelingen in de dreiging die uitgaat van terrorisme engewelddadige vormen van extremisme wordt tweejaarlijks door de NCTVgerapporteerd in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Ik zou u willenvragen de motie aan te houden. We hadden het over het voorbeeld vanhet Verenigd Koninkrijk. De NCTV gaat in gesprek met het VerenigdKoninkrijk. We verzoeken u daarom de motie aan te houden, zodat we inQ1 2025 de Kamer kunnen informeren over de status hiervan in hetVerenigd Koninkrijk. Daarin zullen we ook ingaan op de rol en verantwoor-delijkheid die de NCTV volgens zijn wettelijke grondslag kan spelen.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk en mevrouw Becker, vindt u het goed om dezemotie aan te houden? Het kan ook later. Ze gaan even nadenken. De motieop stuk nr. 42 is ontijdig.Staatssecretaris Paul:De motie op stuk nr. 43 van mevrouw Rooderkerk is ook ontijdig. Inseptember is er vanuit SZW de publiekscampagne «Wat verwacht je?»geweest. Deze creëert bewustzijn onder werkenden en werkgevers overzwangerschapsdiscriminatie. Die campagne wordt nu herhaald opradiozenders; ik refereerde er al aan. SZW kan binnenkort inzicht bieden inhet bereik van de campagne. Ik wil de resultaten van de campagneafwachten. Daarna kan ik in gesprek gaan met SZW over de effecten eneen mogelijke voortzetting van de campagne.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik zal de motie aanhouden.De voorzitter:Op verzoek van mevrouw Rooderkerk stel ik voor haar motie (36 600-VIII,nr. 43) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Paul:De motie op stuk nr. 44 van mevrouw Becker krijgt oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 45 van de leden Dobbe en Westerveld is ontijdig.Mijn advies, dat ik ook eerder meegaf, is om dit aan de orde te stellen inhet commissiedebat dat specifiek over dit onderwerp gaat en plaatsvindtop 23 januari.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, wat vindt u daarvan?Mevrouw Dobbe (SP):Ik ga er nog even over nadenken, maar ik ben niet genegen om nu tezeggen: o, we wachten het allemaal maar af.De voorzitter:De motie op stuk nr. 45 is ontijdig.Staatssecretaris Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14862 De motie-Dobbe op stuk nr. 46 krijgt oordeel Kamer. Dit wordt ookonderdeel van de Emancipatienota, dus daarin zult u het nodige kunnenterugzien.De motie op stuk nr. 47 van mevrouw Dobbe is ontijdig. Ik zou zeggen:wacht het wetsvoorstel af. Het wetsvoorstel gaat in Q1 2025 in internet-consultatie en zal rond de zomer 2025 naar de Kamer gaan.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, wilt u daar iets over zeggen?Mevrouw Dobbe (SP):Nee.De voorzitter:Oké, de motie op stuk nr. 47 is ontijdig.Staatssecretaris Paul:Dat waren de amendementen en moties.Voorzitter. Dan heb ik nog een paar vragen waar ik op terug zou komen intweede termijn. Ik ga dat ook zo snel mogelijk proberen te doen. Eenvraag van mevrouw Becker was: op welke termijn komt het rapport overbuitenlandse inmenging? We komen voor de zomer van 2025 met eenterugkoppeling over het gesprek met onder andere JenV. Met uw Kamerga ik in gesprek hierover in het commissiedebat van februari. In februari iser nog een specifiek commissiedebat over buitenlandse inmenging, meteen hele reeks aan bewindspersonen, waaronder ikzelf.Dan de vraag van mevrouw Rooderkerk over zwangerschapsdiscriminatie:wanneer wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over het bereik van deSZW-campagne? Volgens mij heb ik daar net ook iets over gezegd. SZWkan eind dit jaar globaal inzicht geven in het bereik van de campagne Watverwacht je? Dus dat zal voor het einde van dit jaar gebeuren.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank hiervoor, maar mijn vraag ging over de wet om de loonkloof tegente gaan. Wanneer kan de Kamer die verwachten?Staatssecretaris Paul:Er lopen wat wetsvoorstellen door elkaar, maar die gaat in Q1 2025 ininternetconsultatie. Toch? Ja.Mevrouw Westerveld benoemde een aantal specifieke acties en initia-tieven. Zij zei: er staat wel van alles op papier, maar hoe gaat dat in depraktijk plaatsvinden? Er was een specifieke vraag over extra capaciteit bijde politie. Er zijn structureel middelen vrijgemaakt voor capaciteit bij depolitie, voor de aanpak van discriminatie. Hier vallen de discriminatiere-chercheurs van het expertisecentrum antidiscriminatie P – van politie –onder. Dat geldt ook voor het programma Politie voor Iedereen, inclusiefRoze in Blauw. Daar zijn structureel middelen voor vrijgemaakt. DeMinister van JenV zal uitgebreider ingaan op hoe de middelen wordenbesteed. Op 19 december is er ook een commissiedebat Politie, waarinspecifieke vragen gesteld kunnen worden. Want die uitwerking zit tochecht bij mijn collega van JenV.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel.Staatssecretaris Paul:O, nog eentje. Even kijken, dat is een vraag van mevrouw Van der Velde,over de SER, het CPB en mijn reflectie op een aantal zaken. Dat ging overbiologie en evolutionaire psychologie als verklaring voor zorgverdeling. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14863 houd me aanbevolen voor een linkje naar de informatie die mevrouw Vander Velde heeft, want we zijn echt meerdere keren gaan graven, maar dieonderzoeken komen wij niet tegen. Als u mij de bron doet toekomen, benik bereid daar per brief op te reageren. Ik denk wel dat biologie enevolutionaire psychologie niet goed kunnen verklaren hoe we nu inNederland arbeid en zorg verdelen. Dit is immers alleen al over deafgelopen eeuwen steeds veranderd, terwijl de mens al 200.000 jaarbestaat en evolueert. Ook zijn het anderhalfverdienersmodel en departtimewerkcultuur echt wel typisch Nederlands. In andere Europeselanden werken vrouwen veel vaker voltijds dan hier, terwijl de biologie ende evolutie daar natuurlijk hetzelfde zijn. Dus culturele en economischefactoren spelen in elk geval ook een grote rol. Maar als mevrouw Van derVelde mij dat toestaat, kom ik er in een brief nog op terug.De voorzitter:Dit zou een heel debat op zich kunnen veroorzaken. Ik vraag aan mevrouwVan der Velde of zij even wil reageren op het verzoek om die linkjes doorte sturen naar de Staatssecretaris.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank je wel, voorzitter, maar dit was totaal niet mijn vraag. Ik heb dus eenellenlang antwoord gekregen maar niet op wat ik vroeg. Mijn vraag wasnamelijk specifiek: waarom wordt er niet interdisciplinair gebruikgemaaktvan onder andere biologen en evolutionaire psychologen om nog verderuit te zoeken of die gebieden verschillen verklaren tussen baneninteressesvan mannen en van vrouwen, en wat voor effect dat heeft op de keuze vanvrouwen voor specifieke banen? Dat was mijn vraag. Die is dus nietbeantwoord. Ik heb voor de Staatssecretaris helaas geen linkje, want mijnvraag was en is: waarom wordt er niet meer interdisciplinair ingezet omeen breder antwoord te vinden?De voorzitter:De Staatssecretaris heeft net toegezegd dat ze met een brief komt over ditonderwerp. Ik neem dus aan dat ze daarin ook antwoord gaat geven opdeze vraag.Daarmee kunnen we overstappen naar de toezeggingen die door deStaatssecretaris gedaan zijn. Het is een hele lange lijst. Ik ga ze voorlezen.–Eén. De Staatssecretaris gaat in gesprek met de Minister van Justitieen Veiligheid over het rapport betreffende buitenlandse beïnvloedingmet betrekking tot narratieven over vrouwen en de lhbtiq+-gemeenschap. Termijn: voor de zomer van 2025 en het commissiede-bat in februari over buitenlandse inmenging.–Twee. De Staatssecretaris zal meer ruchtbaarheid geven aan debeschikbaarheid van subsidieregelingen op het gebied van lhbtiq+-acceptatie in religieus conservatieve gemeenschappen en komt hieropterug in de Emancipatienota voor de zomer van 2025.–Drie. De uitkomsten van het onderzoek naar dalende acceptatie vanlhbtiq+’ers zal de Staatssecretaris voor de zomer van 2025 naar deKamer zenden.–Vier. De uitkomsten van het project dat loopt naar aanleiding van hetactieplan lhbtiq+ worden in de tweede helft van 2025 naar de Kamergestuurd, met de Minister van Justitie en Veiligheid.–Vijf. In het eerste kwartaal van 2025 wordt de Kamer geïnformeerdover de gesprekken die de NCTV voert met zijn counterpart in hetVerenigd Koninkrijk over de aanpak van vrouwenhaat.–Zes. Voor het kerstreces ontvangt de Kamer een interdepartementaalplan tegen onlinediscriminatie. Het Ministerie van BZK heeft daarin hetvoortouw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14864 –Zeven. De Staatssecretaris gaat in gesprek met haar collega van SZWover de loonkloof en komt hierop in het eerste kwartaal van 2025terug.–Acht. Het kabinet informeert de Kamer, via de Minister van SZW, eind2024 over de resultaten van de campagne tegen zwangerschapsdiscri-minatie. Eventuele acties die hieruit voortkomen neemt de Staatssecre-taris mee in de Emancipatienota.–Negen. De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijk Zorg stuurtvoor de begrotingsbehandeling de voortgang van het NationaleActieprogramma Dakloosheid naar de Kamer.–Tien. De Staatssecretaris gaat in gesprek met de Minister van VWSover de nationale strategie over onder andere de gezondheid vanvrouwen en zal het resultaat hiervan opnemen in de Emancipatienota.–Elf. Staatssecretaris Struycken van Rechtsbescherming stuurt deresultaten van het onderzoek over de mogelijke invoering van hetmeerouderschap medio 2025 aan de Kamer.–Twaalf. De periodieke rapportage emancipatie, waarin het emancipatie-beleid wordt geëvalueerd op doeltreffendheid, doelmatigheid enmaatschappelijke impact, zal in het eerste kwartaal van 2025 aan deKamer worden verzonden.–Dertien. De Kamer wordt over de voortgang van de gesprekken overAtria en het duurzaam borgen van het vrouwenarchief geïnformeerd inde Emancipatienota, en indien mogelijk al eerder.Is dat allemaal akkoord? De Staatssecretaris.Staatssecretaris Paul:Twee kleine aanpassingen. De toezegging over de midterm evaluatie is Q12025. En de toezegging met betrekking tot de periodieke evaluatie is Q42025.De voorzitter:Met die aanvullingen zijn de toezeggingen opgelezen. Mevrouw Dobbeheeft nog een opmerking.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, volgens mij mis ik er nog één, of u heeft toch te snel gesproken.Volgens mij is ook de toezegging gedaan dat er met een collega van VWSgesproken zou worden over de beloning en de loonruimte in de vvt. BeginQ1 zou daarover worden teruggekoppeld. Toen vroeg ik namelijk nog aanu, voorzitter, wanneer dat dan is en toen zei de Staatssecretaris «begin Q12025».De voorzitter:Kunt u de vraag nog een keer herhalen?Mevrouw Dobbe (SP):Volgens mij was er nog een toezegging gedaan omdat ik het had over deloonruimte binnen de cao vvt, dus de verpleeghuizen en de thuiszorg. Diecao-onderhandelingen zijn opgeschort omdat er te weinig loonruimte is.Volgens mij hadden wij net de toezegging gekregen dat de Staatssecre-taris met haar collega van Zorg daarover gaat spreken en dat wij daarbegin Q1 een terugkoppeling over krijgen.Staatssecretaris Paul:Dat klopt.De voorzitter:Ik zie geknik. Ik ga die toezegging niet herhalen, want u heeft die perfectvoorgelezen. Dan mevrouw Westerveld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14865 Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):De Staatssecretaris zou ook in gesprek gaan met de Minister vanBuitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp. Daarbij heeft zij inderdaad gezegd wat haar rol is, maar ik zoudat graag als toezegging horen, want het lijkt mij een hele mooietoezegging.Staatssecretaris Paul:Daar kan ik ook een toezegging over doen. Daar komen we in de Emanci-patienota op terug.Voorzitter. Dan heb ik nog één kleine aanpassing. Het gesprek met deNCTV gaat niet over de aanpak vrouwenhaat, maar over de monitoringdaarvan. Daar volgt dan een aanpak uit, als het goed is.De voorzitter:Dat gaan wij zo opnemen. Dan mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):We hebben het ook gehad over het project SAMEN. Toen gaf de Staatsse-cretaris aan dat er nieuwe aanvragen kunnen worden gedaan voor dezegroep om te werken aan meer lhbti-acceptatie. Kan zij een stand vanzaken opnemen in de Emancipatienota over wat daaruit is gekomen en ofer nog vervolgacties nodig zijn of dat het gelukt is?Staatssecretaris Paul:Ik ben even op zoek naar waar mevrouw Rooderkerk naar op zoek is.Volgens mij is het namelijk niet gebruikelijk om terug te rapporteren overindividuele subsidieaanvragen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik kom er zo wel even op terug.De voorzitter:Ja, het is misschien goed om het even onderling te bespreken, omdat hettoch gaat over de Emancipatienota.Dan is het 15.01 uur en wil ik iedereen hartelijk danken voor de aanwe-zigheid: de Staatssecretaris, haar ondersteuning, onze ondersteuning hierin de zaal, het publiek op de tribune en natuurlijk de Kamerleden en degriffie. Tot de volgende keer.Sluiting 15.02 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 14866

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9dd16ac80d181a8e

14 okt 2026 · d2c56322469800b6

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingEmancipatie
    Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 18 november 2024, over Emancipatie

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.