Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen in verband met de handhaafbaarheid van het nakomen van enkele verplichtingen uit Verordening (EU) nr. 517/2014 van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en enkele technische wijzigingen
Brontekst
Versie 08c7b46c2c745822 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 29 383Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu Nr. 360 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 23 april 2021 Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit1, houdende houdende wijziging van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen in verband met de handhaafbaarheid van het nakomen van enkele verplichtingen uit Verordening (EU) nr. 517/2014 van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en enkele technische wijzi-gingen. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerp-nota van toelichting, die eveneens is bijgevoegd2. De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure (artikel artikel 21.6, vierde lid van de Wet Milieu-beheer) en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld. Ter voldoening aan artikel artikel 21.6, vierde lid van de Wet Milieubeheer is het ontwerpbesluit in de Staatscourant bekend gemaakt om een ieder de gelegenheid te geven om binnen vier weken wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Op grond van aanwijzing 2.38 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt deze termijn in verband met het meireces van uw Kamer verlengd tot 31 mei 2021. 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl2Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl kst-29383-360ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Ontvangen ter Griffie op 23 april 2021.De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 30 mei 2021.De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 31 mei 2021.Bij deze termijn is rekening gehouden met de recesperiode van de Tweede Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 29 383, nr. 3601 Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. De Minister van Economische Zaken en Klimaat, B. van ‘t WoutTweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 29 383, nr. 3602
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.