KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over de 22e voortgangsrapportage ERTMS (Kamerstuk 33652-106)

15 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 946f2c0948471351 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 652Spoorbeveiligingssysteem European Rail TrafficManagement System (ERTMS)Nr. 107 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 15 mei 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat over de brief van 3 april 2025 inzake de 22e voortgangsrapportageERTMS (Kamerstuk 33 652, nr. 106).De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 15 mei2025. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,P. de GrootAdjunct-griffier van de commissie,C. Martin kst-33652-107ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 1071 Vragen en antwoorden Vraag 1Nu er in tranches wordt gewerkt aan de invoering van ERTMS, hoe ziet hetNederlandse spoor er uiteindelijk uit als alle stappen zijn uitgevoerd –zowel technisch als in de dagelijkse operatie?Antwoord 1Voor de uitrol van ERTMS plaatsen de sectorpartijen nieuwe compo-nenten in de infrastructuur en de treinen en nemen nieuwe ICT-systemenin gebruik. De digitalisering van het spoor brengt ook een andere maniervan werken in de dagelijkse operatie met zich mee. Concreet betekent ditdat er in Nederland bij ERTMS level 2 geen seinen meer langs de baanstaan. Machinisten ontvangen hun informatie en instructies digitaal in huncabine. Ook het beheer- en onderhoud verschuift van analoog naardigitaal. Tijdens de invoering van ERTMS wordt daarom al het betrokkenpersoneel daarin opgeleid.Vraag 2Omdat de commerciële test op de Zeeuwse lijn eerst wordt afgerondvoordat het traject Kijfhoek–Belgische grens in gebruik wordt genomen,welke belangrijke lessen worden er geleerd van die test en hoe wordendie meteen toegepast bij het volgende traject?Antwoord 2Tijdens de commerciële validatie op de Zeeuwse lijn wordt gemeten welkeprestaties het spoorsysteem levert. Dit gebeurt terwijl vervoerders rijdenmet reizigers en lading. In deze periode leren de sectorpartijen nog steedsmeer over hoe een eventueel operationeel probleem het snelst opgelostkan worden. Ook is niet uit te sluiten dat er nog technische problemennaar boven komen. Op de proefbaanvakken optimaliseert de spoorsectordaarnaast het testen, in gebruik nemen en verkrijgen van goedkeuring.Door het IT-karakter van het systeem is ook dit proces voor alle betrokkenpartijen relatief nieuw. Alles is erop gericht om ERTMS in Nederlandsteeds sneller en met steeds minder hinder uit te rollen.Vraag 3Aangezien digitalisering van het spoor ook onverwachte problemen kanopleveren, welke systemen of werkwijzen zijn er om zulke problemen snelop te merken, te analyseren en blijvend aan te pakken?Antwoord 3Bij de uitrol van ERTMS voert de sector meerdere maatregelen uit om tevoorkomen dat onverwachte (digitale) problemen op kunnen treden. Eendaarvan is de ontwikkeling en implementatie van Security OperationsCenters (SOCs). Een SOC monitort de werking van de systemen. De SOCshebben speciale aandacht voor indicaties die kunnen wijzen op kwaad-willige interventie. Tot slot wordt ook voldaan aan de Wet beveiligingnetwerk- en informatiesystemen (Wbni) en de Cyberbeveiligingswet. Dezewetten bevatten handvatten en oplossingen voor cybersecurity.Vraag 4Hoe wordt er gezorgd dat ProRail, vervoerders en andere betrokkenengoed samenwerken, kennis uitwisselen en afspraken maken binnen denieuwe tranche-aanpak en hoe wordt dit gemonitord?Antwoord 4Samenwerken is van doorslaggevend belang voor de uitrol van ERTMS.Om dit te faciliteren, is er in Nederland een onafhankelijke programmadi-rectie. Zij coördineert de uitrol van ERTMS met gezamenlijke teams enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 1072 regulier overleg met regionale partijen en andere betrokkenen. In dezeoverleggen bespreken de partijen niet alleen de voortgang van de uitrol,maar ook van de samenwerking. Deze overleggen zijn op diverse niveaus,zodat goed een vinger aan de pols gehouden kan worden.Vraag 5Nu Tranche 1 alleen de meest noodzakelijke onderdelen bevat en anderetrajecten zijn doorgeschoven, welke criteria bepalen straks welkebaanvakken en treinen voorrang krijgen in de volgende tranches?Antwoord 5Als onderdeel van de voorbereidingen van tranche 2 werken de sectorpar-tijen onder regie van de programmadirectie aan een afweegkader.Hiermee kunnen verschillende varianten voor de invulling van tranchesvergeleken worden. Er wordt niet alleen gekeken naar de baten vanERTMS na realisatie, maar ook naar criteria met betrekking tot de uitrolzelf. Voorbeelden van mogelijke criteria zijn de kosten, gemaakte(bestuurlijke) afspraken en het effect op het spoorsysteem (zoals hinder enbetrouwbaarheid).Vraag 6Welke buitenlandse ERTMS-projecten worden als voorbeeld genomenvoor Nederland en op welke onderdelen vergelijken we onze aanpak metdie van andere landen?Antwoord 6Nederland wisselt regelmatig informatie en ervaringen uit met verschil-lende Europese landen over ERTMS. Er is veel contact met het Duitse,Belgische en Engelse programma. Ook met het Noorse en Deenseprogramma is contact. De contacten gaan bijvoorbeeld over de ombouwvan materieel en financiering daarvan, FRMCS en operationele processen.Daarnaast neemt Nederland deel aan bijeenkomsten die de EuropeseERTMS-coördinator organiseert en de ERTMS-bijeenkomsten van deNorth Sea – Rhine – Mediterranean corridor.Vraag 7Ook al valt FRMCS (Future Railway Mobile Communication System) nietdirect onder de ERTMS-programmadirectie, er wordt wel gewerkt aan eengezamenlijke strategie; wat is de planning voor het ontwikkelen enbesluiten van die strategie, en hoe sluit die aan op de ERTMS-uitrol?Antwoord 7FRMCS (Future Railway Mobile Communication System) is de opvolgervan het op verouderde technologie gebaseerde GSM-r. Het beheercon-tract wat ProRail voor GSM-r heeft, loopt in april 2032 af. De invoering vanFRMCS heeft impact op het radionetwerk en de ERTMS-installatie intreinen en de infrastructuur. De uitrol van ERTMS en FRMCS komensamen in de tijd en kunnen niet los van elkaar gezien worden.Bij het vormgeven van de tranches voor de uitrol van ERTMS wordtgekeken naar de brede digitaliseringsopgave van het spoor, waaronderook naar FRMCS. De sectorpartijen bekijken per tranche wanneer welkestappen in digitalisering nodig zijn. Bij de voorbereiding van tranche 2wordt gekeken of er deze tranche al stappen gezet moeten worden voorFRMCS. De specificaties voor FRMCS zullen waarschijnlijk pas in 2029worden vastgesteld in Europa. Leveranciers kunnen daarna pas aan deslag om producten te ontwikkelen. Daarom worden ook beheersmaatre-gelen verkend.Vraag 8Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 1073 Hoe worden de kosten en opbrengsten van elke tranche van ERTMS goedgeanalyseerd en gerapporteerd, zodat kosten beheersbaar blijven eneventuele overschrijdingen op tijd worden gesignaleerd?Antwoord 8De financiële prognoses van de verschillende projecten wordendoorlopend actueel gehouden en verwerkt in de voortgangsrapportages.Daarmee is voor alle projecten die onderdeel zijn van het programma devoortgang van de werkzaamheden en de nog uit te voeren onderdelenvan deze projecten inzichtelijk. Daarnaast kijkt de programmadirectie ookdoorlopend naar de opbrengsten op het gebied van leerervaringen die desectorpartijen opdoen van projecten. Op dit moment is alleen tranche 1nog vastgesteld en werken de sectorpartijen aan de voorbereiding vantranche 2. Voor alle tranches zal na vaststelling dezelfde werkwijzegehanteerd worden.Vraag 9De planning voor Tranche 1 is nog niet klaar; welke stappen en mijlpalenworden verwacht op weg naar een definitieve planning, en hoe wordt deKamer hierover geïnformeerd voordat de uitvoering begint?Antwoord 9De verwachting is dat een eerste planning dit najaar bij de 23e voort-gangsrapportage ERTMS met de Kamer gedeeld kan worden. De nieuweplanning zal meer flexibel zijn ten opzichte van eerdere planningen. Zokan beter ingespeeld worden op onzekerheden tijdens de langedoorlooptijd. De Kamer wordt op de hoogte gehouden van de stand vanzaken bij de reguliere halfjaarlijkse voortgangsrapportages ERTMS.Vraag 10De Auditdienst Rijk adviseert om het nieuwe proces voor risicoma-nagement goed vast te leggen; wat is de planning voor het formeelvaststellen en invoeren van dit nieuwe proces binnen het ERTMS-programma?Antwoord 10De verwachting is dat de geactualiseerde werkwijze voor risicoma-nagement in de tweede helft van 2025 wordt vastgesteld. De invoeringvan deze nieuwe werkwijze vindt stapsgewijs plaats.Vraag 11Hoe is het te verklaren dat de uitrol van ERTMS wederom duurder isgeworden?Antwoord 11ERTMS is een programma met een omvangrijke opgave en een ontwik-kelkarakter. Het Kabinetsbesluit van 2019 was de start van de verdereuitwerking van de deelprojecten binnen het programma. Op dit momentwordt de aanpak herijkt. De nieuwe aanpak levert meer gedetailleerdeinzichten op. Hierbij komen de samenhang en afhankelijkheden tussen dewerkzaamheden van de verschillende partijen steeds duidelijker naarvoren. Als gevolg hiervan brengt dit werkzaamheden, en daarmee kosten,met zich mee die voorheen niet in beeld waren.Een recent onderzoek1 wijst uit dat ook in andere Europese landenkostenstijgingen van ERTMS een probleem zijn. Systemen die niet te1European Commission: Directorate-General for Mobility and Transport, EY and Ineco, ERTMSon-board deployment – Analysis of cost drivers, Publications Office of the European Union,2025, https://data.Europa.eu/doi/10.2832/0774726Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 1074 upgraden zijn, nationale verschillen, autorisatieprocedures en specifiekeeisen zijn hiervan de belangrijkste oorzaken. Nederland kaart dit voort-durend in EU-verband aan en zoekt hiervoor ook de samenwerking metandere landen op.Vraag 12Kunt u uitleggen hoe het werken in tranches op korte termijn voor eenstijging in de kosten zorgt en op de lange termijn voor een goedkopereuitvoering?Antwoord 12De hogere verwachte kosten zijn het gevolg van een steeds beter beeldvan wat de implementatie van ERTMS vraagt. Innovaties en wijzigingen inwerkwijze kunnen zorgen voor besparingen. Maar het doorvoeren vanwijzigingen in bijvoorbeeld gecontracteerd werk zorgt in de praktijk voorvertraging en kostenstijgingen. Om dit te voorkomen, wijzigt in tranche 1zo min mogelijk. Wel wordt daarnaast doorlopend onderzocht hoe deuitrol sneller en goedkoper kan. Innovaties en aanpassing van werkwijzenworden doorgevoerd in volgende tranches. Dit moet leiden tot bespa-ringen en versnellingen in de volgende tranches.Vraag 13Wanneer zijn de effecten van de herijking terug te zien en zullen de kostenvan de uitrol van ERTMS niet meer hoger uitvallen?Antwoord 13De aard en complexiteit van de uitrol van ERTMS zorgt ervoor dat nieuwestijgingen van de verwachte kosten niet kunnen worden uitgesloten.Tegelijkertijd zorgt de herijkte aanpak voor meer regie vanuit de program-madirectie op de projecten, waardoor er eerder kan worden bijgestuurd.De effecten van de herijking zijn merkbaar door het betere gezamenlijkinzicht in de opgave en daarmee een duidelijker beeld van de opgave endaaraan verbonden risico’s. Daardoor kan hier nu beter op gestuurdworden. De programmadirectie onderzoekt, in samenwerking met desectorpartijen, daarnaast doorlopend hoe de uitrol sneller en goedkoperkan.Vraag 14Kunt u ten aanzien van de komende drie voortgangsrapportages eenuitgebreide prognose doen toekomen waarin uitgelicht wordt wat deverwachte plussen en/of minnen ten opzichte van het oorspronkelijkebudget worden?Antwoord 14In de voortgangsrapportages ERTMS worden de financiële prognoses dieresulteren in een totale financiële prognose voor de opgave gerappor-teerd. Daarnaast wordt over het actuele budget gerapporteerd. Tabel 7-3van de 22e voortgangsrapportage ERTMS2 geeft inzicht in de raming vande programmakosten ten opzichte van het totaal beschikbare budget. Eenindicator voor potentiële plussen en/of minnen is af te leiden uit de risico’sen onzekerheden die het programma kent, die ook onderdeel zijn van devoortgangsrapportages (hoofdstuk 8).Vraag 15Is de verhoging van 161 miljoen euro hoger of lager dan wanneer niet wasovergestapt naar het werken in tranches en waarom?Antwoord 152Kamerstukken II 2024/25, 33 652, nr. 106Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 1075 De kostenstijging van € 161 miljoen zit op reeds lopende projecten diezowel voor het oorspronkelijke programma als tranche 1 noodzakelijk zijn.Het werken in tranches heeft hier geen invloed op. Met het werken intranches kan het programma beter inspelen op toekomstige ontwikke-lingen of onzekerheden. Dit verhoogt de beheersbaarheid van hetprogramma. De nieuwe aanpak leidt tot een beter inzicht in de opgave endraagt daarmee bij aan betere sturing. Helaas blijkt daarbij dat eerderekostenramingen te optimistisch waren.Vraag 16Kunt u concrete voorbeelden geven op welke wijze het werken in tranchesbijdraagt aan de beheersbaarheid van het project, vooral in vergelijkingmet de vorige werkwijze?Antwoord 16In de nieuwe aanpak wordt behoedzamer gestart. In de oorspronkelijkeaanpak begon de uitrol op een proefbaanvak op een drukbereden baanvakmidden in het netwerk. Direct daarna zou de uitrol op 6 baanvakkenvrijwel parallel uitgevoerd worden. De nieuwe aanpak start met mindercomplexe delen van de opgave, wat zorgt voor meer stapsgewijzeopschaling in complexiteit. Daarmee zijn er meer mogelijkheden omgeleerde lessen toe te passen. De leerervaringen worden ook verwerkt inde volgende tranches.Vraag 17Wat zijn de grootste tegenvallers van het afgelopen jaar geweest en watwas hun effect op het budget?Antwoord 17De halfjaarlijkse voortgangsrapportage geeft inzicht in de kostenramingvan het programma. In de eerste helft van 2024 zijn de verwachte kostenten opzichte van de vorige rapportageperiode nagenoeg gelijk gebleven.In de tweede helft van 2024 zijn de verwachtte kosten toegenomen met€ 161 miljoen. Door een later verwachte ingebruikname van Kijfhoek –Belgische grens zijn de infrastructuurkosten toegenomen met circa€ 50 miljoen. Voor systeemaanpassingen nemen de kosten naarverwachting toe met circa € 37 miljoen, met name op het gebied van eensysteem voor beheer van infradata. De algemene kosten nemen naarverwachting toe met circa € 34 miljoen omdat de doorlooptijd van hetprogramma toeneemt.Vraag 18Welke elementen uit het programma zijn in het afgelopen jaar afgerond enwat is hun effect op het budget?Antwoord 18De halfjaarlijkse voortgangsrapportage beschrijft de meest actueleinzichten over de voortgang binnen het programma op projectniveau. Inde 22e voortgangsrapportage is te lezen dat er een datacenter inRotterdam is opgeleverd voor de huisvesting van het centrale ERTMS-systeem in de infrastructuur (CSS). Daarnaast is de Hanzelijn in dienstgesteld ten behoeve van het ervaringsrijden en zijn de eerste tweeprototypes van het treintype WINK voorzien van ERTMS. Deze elementenzijn onderdeel van grotere projecten. Daarmee is nog niet te beoordelenwat het exacte effect op de totale prognose is.Vraag 19Welke ERTMS-versie implementeren België, Duitsland en Luxemburg enzijn deze straks compatibel met de versie die in Nederland wordtgeïmplementeerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 1076 Antwoord 19Er zijn twee verschillende soorten begrippen ten aanzien van ERTMS-versies: enerzijds zijn er specificatieversies (de baselines) en anderzijdssysteemversies (system versions). Dit is nader toegelicht in bijlage 1.België heeft een mix van verschillende specificatieversies (baseline 2 en 3)en systeemversies (1.x en 2.x). Luxemburg heeft haar netwerk voorzienvan ERTMS op basis van specificatie baseline 2. De Duitse uitrol voorzietimplementatie van baseline 3 en baseline 4 en systeemversies (1.x en 2.x).Alle treinen die in de Nederlandse uitrol worden voorzien van ERTMS (opbasis van specificatieversie baseline 3) kunnen straks rijden onder ERTMSin België, Duitsland en Luxemburg. Om daar ook te kunnen rijden, moetende treinen ook toegelaten zijn in deze landen. Zie ook het antwoord opvraag 20 voor hoe deze toelating werkt.Nederland zal de komende jaren baanvakken gaan voorzien van ERTMSbaseline 4 met systeemversie 2.1. Er moet per grensbaanvak wordenuitgewerkt hoe deze systemen in de infrastructuur op elkaar aangeslotenworden vanwege de verschillen in specificatie- en systeemversies perland.Vraag 20Wat moet er concreet gebeuren om Nederlandse treinen met ERTMS tekunnen laten rijden in buurlanden, wat gaat dat kosten en hoe ziet hetkrachtenveld eruit?Antwoord 20Om te kunnen rijden in buurlanden is een landspecifieke toelating nodig.De meeste goederenlocomotieven die op dit moment in Nederland rijden,opereren internationaal en hebben al toelatingen in meerdere landen. Datgeldt ook voor internationale reizigerstreinen. Deze treinen zijn aluitgerust met een eerdere versie van ERTMS, waarmee ze bijvoorbeeldover de Betuweroute of HSL en verder over de internationale corridorskunnen rijden.Indien de ERTMS-versie van een locomotief wijzigt, moet er een nieuwetoelatingsprocedure doorlopen worden. De aanvraag hiervoor wordt inBrussel bij de European Railway Agency (ERA) gedaan. Van hieruitworden de landen betrokken waarvoor de aanvraag gedaan wordt. Medeafhankelijk van het aantal landen is de procedure tijdrovend. Het testen enopnieuw toegelaten krijgen van het prototype (de eerste van een serie)van een bepaald type internationaal toegelaten locomotief neemtmeerdere jaren in beslag en kost miljoenen. De toelating van locomo-tieven van een type waarvoor het prototype al is toegelaten, duurt enkeleweken en kost aanzienlijk minder.De treinen moeten voorzien zijn van een ERTMS- systeemversie die gelijkis aan, of hoger is dan de ERTMS-versie in de infrastructuur van dat land(zie ook bijlage 1) en waar nodig voorzien zijn van een zogenaamdeSpecific Transmission Module (STM) die ervoor zorgt dat de trein ook methet oude treinbeveiligingssysteem van dat land kan rijden.Vraag 21Wat moet er gebeuren om buitenlandse treinen met ERTMS te kunnenlaten rijden in Nederland, wat gaat dat kosten en hoe ziet het krachtenvelderuit?Antwoord 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 1077 Zie voor een beschrijving wat er moet gebeuren om met een trein in eenbepaald land te mogen rijden het antwoord op vraag 20.Vraag 22Is de houding ten opzichte van de implementatie van de herijking teoptimistisch geweest?Antwoord 22De herijking van de aanpak bestaat uit een groot aantal onderdelenwaarvan sommige een aanzienlijke tijdinvestering vragen. Mede omdatsectorpartijen ook druk zijn met de uitvoering van lopende projectenvraagt de uitwerking en implementatie van de herijking doorlooptijd.Daarbij geldt overigens dat de aanpak het beste werkende weg kanworden vormgegeven. Sowieso is er met de nieuwe aanpak sprake vanregelmatig bijstellen. Dit is nodig om goed in te kunnen spelen op wat ergeleerd wordt van de uitrol in binnen- en buitenland en op basis vanandere relevante ontwikkelingen zowel binnen als buiten het programmaERTMS.Vraag 23Is het mogelijk het tekort van 1 miljard euro terug te dringen in de loopvan de uitrol?Antwoord 23Het tekort van € 1 miljard heeft betrekking op de eerste fase van de uitrolin Nederland. Door innovaties, andere werkwijzen en herziening van eisenzoeken de sectorpartijen naar mogelijkheden om de kosten na tranche 1 teverlagen. Het is echter nog te vroeg om aan te kunnen geven of dit ookdaadwerkelijk zal lukken.Vraag 24In hoeverre is de oorspronkelijke scope van het programma ERTMS tot enmet 2030 nog van toepassing, in hoeverre wordt hierin voorzien met de2e tranche en welke uitrol van ERTMS zal plaatsvinden tot en met 2030?Antwoord 24Bij de 22e voortgangsrapportage ERTMS is gemeld dat er een besluit isgenomen over de inhoud van tranche 1 van de uitrol. In de eerste tranchewordt het centrale beveiligingssysteem van ERTMS (CSS) ontwikkeld.Daarnaast zijn er aanpassingen van de werkprocessen, computersys-temen en de beveiliging daarvan. De vervoerders bouwen treinen om engebruikers worden opgeleid voor rijden onder ERTMS. De scope vantranche 1 omvat ook de aanleg van ERTMS op de Noordelijke lijnen, deZeeuwse lijn en Kijfhoek – Roosendaal – Belgische grens, inclusief deverwijdering van seinen en het ATB-systeem. De eerste planning vantranche 1 zal naar verwachting dit najaar bij de 23e voortgangsrapportageERTMS met de Kamer gedeeld kunnen worden. Dan zal er een eerstebeeld zijn van welke uitrol van ERTMS er tot en met 2030 plaatsvindt.ERTMS wordt uiteindelijk in heel Nederland geïmplementeerd. De overigebaanvakken die in de oorspronkelijke scope van het Programma ERTMSzaten (SAAL, de Brabantroute en de Hanzelijn) maken geen deel uit vantranche 1. Op dit moment loopt de voorbereiding van tranche 2. Hierinwordt implementatie op deze baanvakken expliciet meegewogen. Er zijnechter meer zaken die afgewogen moeten worden (zie ook het antwoordop vraag 5). In het huidige beeld is het onwaarschijnlijk dat de uitrol vantranche 2 voor 2030 zal starten.Vraag 25Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 1078 Hoe wordt in de herijkte stapsgewijze aanpak het langetermijnperspectief(doelrealisatie, kosten, planning en budgetten) concreet geborgd?Antwoord 25De doelen van het programma bepalen hoe het programma uitgevoerdwordt en wat op welk moment gedaan wordt. Bij het maken van plannenper tranche vormen de beoogde doelen het ijkpunt en worden de kostenen doorlooptijd ingeschat.Vraag 26Wanneer komen de kostenramingen, planningen en budgetten voorTranche 1, het programma tot en met 2030 en de landelijke uitrol op delange termijn beschikbaar?Antwoord 26Tranche 1 van de uitrol is in maart 2025 vastgesteld. De Kamer wordt ditnajaar bij de 23e voortgangsrapportage ERTMS geïnformeerd over dekostenraming, budgetten en een eerste planning van tranche 1. ERTMS zaluiteindelijk in heel Nederland worden geïmplementeerd. In de nieuweaanpak wordt de uitrol opgedeeld in kleinere en meer beheersbarestappen. Op dit moment lopen de voorbereidingen voor tranche 2. In dekomende jaren worden nieuwe tranches voorbereid. Zo kunnen leererva-ringen meegenomen worden en kan er ingespeeld worden oponzekerheden.Vraag 27Wat kan inhoudelijk meegedeeld worden over de kostenramingen,planningen en budgetten voor de Tranche 1, het programma tot en met2030 en de landelijke uitrol op de lange termijn en kan de Kamer hierovervoor het zomerreces geïnformeerd worden?Antwoord 27Zie voor meer informatie over kostenramingen, planningen en budgettenhet antwoord op vraag 26.Vraag 28Hoe wordt omgegaan met de verdere vertragingen bij de TEN-T (Trans-European Transport Network) corridors waarvoor de EU-verplichting geldtom voor 2030 ERTMS in te bouwen? Wat is de planning van dezecorridors en wat zijn de gevolgen voor de Europese afspraken?Antwoord 28Tranche 1 van de uitrol is in maart 2025 vastgesteld. Zoals hierin te lezenis, is naast de TEN-T corridor Kijfhoek – Belgische grens ook de Zeeuwselijn onderdeel van tranche 1. De eerste planning van tranche 1 zal naarverwachting dit najaar bij de 23e voortgangsrapportage ERTMS met deKamer gedeeld kunnen worden. Dan zal er een eerste beeld zijn van welkeuitrol van ERTMS tot en met 2030 zal plaatsvinden. Dat is het moment dathet kernnetwerk volgens Europese afspraken van ERTMS voorzien moetzijn.Nederland voldeed met de uitrol zoals bedacht bij de Programmabe-slissing van 2019 al niet volledig aan de Europese verplichting om hetkernnetwerk voor 2030 van ERTMS te voorzien. De Commissie is hierdestijds van op de hoogte gesteld. Nederland voert gesprekken met deEuropese Commissie over de uitrol van ERTMS in Nederland en degevolgen van het niet volledig kunnen voldoen aan de TEN-Tverplichtingen.Vraag 29Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 1079 Welke maatregelen worden genomen om tijdige oplevering van de STMATB NG (Specifieke Transmissie Module Automatische TreinbeïnvloedingNieuwe Generatie) voor de Noordelijke lijnen te bewerkstelligen?Antwoord 29De oplevering van de STM ATB NG is van groot belang voor de tijdigeinvoering van ERTMS op de Noordelijke lijnen. Om die reden is er onderandere een stuurgroep ingesteld waarin de betrokken partijen maandelijkszitting hebben. De projectmanager rapporteert zowel aan deze stuurgroepals aan de programmadirectie ERTMS. Zo kunnen snel beheersmaatre-gelen getroffen worden of kan besloten worden om knelpunten teescaleren om de voortgang te borgen.Vraag 30Welke gevolgen heeft het niet halen van de deadline voor de CEF-subsidie(Connecting Europe Facility) aan goederenvervoerders?Antwoord 30De verstrekte CEF-subsidies kennen deadlines voor het opleveren van eenprototype locomotief met ERTMS. Indien de deadline van de CEF-subsidieniet wordt gehaald, heeft de goederenvervoerder geen recht meer op deEuropese subsidie. Het gevolg is dat de subsidie dan terugbetaald moetworden. Op dit moment werken de leveranciers en de goederenver-voerders hard om tijdig de prototype locomotief op te leveren, zodat desubsidie behouden kan worden.Vraag 31Wat is de stand voor de inschrijvingen op de subsidieregeling ERTMSgoederenlocomotieven die momenteel open staat?Antwoord 31De nieuwe subsidieregeling ERTMS voor goederenlocomotieven is op1 mei jl. opengegaan. In een week tijd zijn er 3 aanvragen ingediend.Vraag 32Waarom zijn de reeds vastgestelde kostenramingen voor Tranche 1 nietopgenomen in deze 22e voortgangsrapportage, zoals u in de lijst vanvragen en antwoorden over de vorige voortgangsrapportage heefttoegezegd en klopt het dat over kostenramingen reeds besluitvormingheeft plaatsgevonden en dat deze geen onderdeel uitmaken van devoorjaarsbesluitvorming?Antwoord 32Tranche 1 van de uitrol is in maart 2025 vastgesteld, onder voorbehoudvan de voorjaarsbesluitvorming 2025. Deze financiële besluitvormingheeft in april 2025 plaatsgevonden. Hier kon voor de financiële inhoudnog niet op vooruitgelopen worden. Dit najaar bij de 23e voortgangsrap-portage zullen de kostenramingen voor tranche 1 voor het eerst onderdeeluit kunnen maken van de rapportage.Vraag 33Hoe verhoudt het budgettekort van ruim 1 miljard euro en de nog nietverwerkte inpassing van de Noordelijke lijnen, assentellers en de Zeeuwselijn zich tot de kostenraming van de Tranche 1?Antwoord 33Het budgettekort van ruim € 1 miljard is gebaseerd op de oorspronkelijkescope zonder de inpassing van de Noordelijke lijnen en de Zeeuwse lijn.De Noordelijke lijnen en de Zeeuwse lijn zijn onderdeel van de scope vantranche 1. Daarbij is dekking voorzien vanuit het EOV-budget (artikel 13)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 10710 en de reservering voor de landelijke uitrol (artikel 11). De assentellers EKBzijn ook inbegrepen in tranche 1 en worden eveneens gedekt vanuit hetEOV-budget.Vraag 34Bevat de raming van Tranche 1 nog budgettekorten?Antwoord 34In de halfjaarlijkse voortgangsrapportages ERTMS wordt inzicht gegevenin de ontwikkeling van het geraamde tekort. De 22e voortgangsrapportagebevat een doorkijk in de potentiële budgetspanning van tranche 1. Hieruitblijkt dat de verwachte kosten voor tranche 1 hoger zijn dan debeschikbare budgetten. De Kamer wordt dit najaar bij de 23e voortgangs-rapportage ERTMS geïnformeerd over de kostenraming en budgetten vantranche 1.Vraag 35Maken de emplacementen bij de Noordelijke lijnen, bijvoorbeeld bijLeeuwarden, deel uit van de scope van Tranche 1, welk budget isbenodigd voor de emplacementen bij de Noordelijke lijnen en hoe zal ditworden gedekt?Antwoord 35De realisatie van de emplacementen van Groningen en Leeuwarden isonderdeel van de scope voor tranche 1. De emplacementen zijn hiermeetevens onderdeel van het potentiële tekort van tranche 1. Voor hetdekkingstekort in tranche 1 wordt onderzocht of kostenbesparingen nogmogelijk zijn. Tegelijkertijd wordt aanvullende dekking gezocht. De Kamerwordt dit najaar bij de 23e voortgangsrapportage ERTMS geïnformeerdover de kostenraming van tranche 1.Vraag 36Welke risico’s en uitdagingen die nu zichtbaar worden en kunnen leidentot verdere negatieve bijstellingen en prognoses zijn concreet geconsta-teerd, welke gevolgen worden hiervan verwacht en welke beheersmaatre-gelen worden genomen voor deze uitdagingen?Antwoord 36De aard van de opgave brengt met zich mee dat er veel onzekerheden enonbekendheden zijn. Deze worden zo goed mogelijk in beeld gebracht. Inhoofdstuk 8 van de voortgangsrapportage worden diverse onzekerhedenbenoemd. De kern van de herijkte aanpak is dat erkend wordt dat nooitalle risico’s en onzekerheden in beeld kunnen zijn. Ook kunnen niet allerisico’s en onzekerheden weggenomen worden. De herijkte aanpak maaktdat er beter vroegtijdig in gespeeld kan worden op een ander verloop vanhet programma dan oorspronkelijk gepland. De beheersmaatregelen zijnerop gericht om beter met onzekerheden om te gaan.Vraag 37Hoe wordt voorkomen dat risico’s en kosten opnieuw zullen wordenonderschat en in hoeverre wordt het risico op onderschatting vergrootdoordat in het kader van de lerende aanpak op decentraal gelegenproefbaanvakken wordt gewerkt?Antwoord 37De stapsgewijze aanpak in tranches met proefbaanvakken zorgt voor meerfocus en de mogelijkheid om te leren. Daarbij zorgt de aanpak voorexpliciete samenwerking met sectorpartijen waardoor de risico’s beterworden onderkend en doorgrond. De volgorde van de uitrol op de eerstedrie baanvakken is zo gekozen dat de complexiteit opbouwt. Hierdoor isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 10711 het mogelijk om te leren en wordt naar verwachting juist een betereinschatting van risico’s voor vervolgbaanvakken gemaakt. Tegelijkertijdneemt de implementatie van ERTMS nog vele jaren in beslag en is het eencomplex programma. Hierdoor zijn onverwachte ontwikkelingen in detoekomst niet uit te sluiten.Vraag 38Hoe reageert u op de drie conclusies in de blokjes 1, 2 en 3 van hetmarktonderzoek, gelet op het feit dat op pagina 2 van brief nr. 106 staatdat er naar verwachting voldoende voor Nederland geschikte goederenlo-comotieven met baseline 3 zullen zijn in de markt, maar we in het rapportlezen over een aantal uitdagingen in de markt, onder andere met deOBU-leveranciers? Graag een reactie per conclusie en per bullet onderieder blokje?Antwoord 38Voor de uitrol van ERTMS in Nederland is het belangrijk dat goederenma-terieel bijtijds van ERTMS voorzien is om te kunnen blijven rijden. Hetmarktonderzoek van SCI geeft aan dat er voldoende materieel met ERTMSbeschikbaar is; dit materieel bestaat uit materieel dat nieuw geleverdwordt en materieel dat omgebouwd wordt. In bijlage 2 van deze briefwordt gereageerd op de volgende drie conclusies uit het marktonderzoek1) het complexe en tijdrovende inbouwen van ERTMS in voertuigen, 2) debeperkte markt aan leveranciers, en 3) het aanhouden van de problemenin de markt tot 2030.Vraag 39Hoe reageert u op de drie conclusies in de blokjes 1, 2 en 3 van hetmarktonderzoek, gelet op het feit dat op pagina 2 van brief nr. 106 staatdat er naar verwachting voldoende voor Nederland geschikte goederenlo-comotieven met baseline 3 zullen zijn in de markt, maar we in het rapportlezen over een aantal uitdagingen in de markt, onder andere met deOBU-leveranciers? Graag een reactie per conclusie en per bullet onderieder blokje?Antwoord 39Zie hiervoor het antwoord op vraag 38 en bijlage 2 bij deze brief.Vraag 40Wat is uw reactie op de «challenges», «barriers» en «possible solutionapproaches» in het marktonderzoek, gelet op het feit dat in het rapportwordt verwezen naar economische risico’s, onzekerheid, capaciteitsbeper-kingen en financieringsproblemen als voornaamste uitdagingen voor hetaanbod van ERTMS OBU’s, maar we in brief 106 weinig lezen over deuitdagingen en beperkingen in de uitrol van ERTMS en u wel aangeeft datde aanbevelingen uit het rapport passen in de huidige aanpak van I&W endat aanbevelingen worden meegenomen in de uitrol van ERTMS? Graageen reactie per challenge, barrier en possible solution approach en perbullet onder de blokjes?Antwoord 40De uitrol van ERTMS is complex en bevat veel uitdagingen. Dit is ook éénvan de redenen waarom de aanpak van de uitrol wordt herzien. Door intranches te werken, adaptiever omgegaan worden met nieuwe uitda-gingen. Ook wordt het mogelijk te leren van opgedane ervaringen. Zowelbij de programmering als de realisatie van de implementatie van ERTMSworden de bijbehorende uitdagingen, beperkingen en kansen structureelmeegenomen in de besluitvorming. Dit gebeurt in nauwe afstemming metbetrokken stakeholders, waarbij gezamenlijk wordt gezocht naar werkbareTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 10712 oplossingen. Hiervoor zijn verschillende overlegstructuren ingericht, zoalsook toegelicht in het antwoord op vraag 43.Zie bijlage 2 voor een uitgebreide reactie per uitdagingen, barrières, enmogelijke oplossingsrichtingen per bullit.Vraag 41Welke gevolgen heeft het niet halen van de deadline voor de CEF(Connecting Europe Facility) subsidie aan goederenvervoerders?Antwoord 41Zie hiervoor het antwoord op vraag 30. Indien de deadline van deCEF-subsidie niet wordt gehaald, heeft de goederenvervoerder geen rechtmeer op de Europese subsidie. Het gevolg is dat de subsidie danterugbetaald moet worden.Vraag 42Wat is de stand voor de inschrijvingen op de subsidieregeling ERTMS-goederenlocomotieven die momenteel open staat?Antwoord 42Zie hiervoor het antwoord op vraag 31. In een week tijd zijn 3 aanvragengedaan.Vraag 43Hoe zorgt u voor een goede aansluiting tussen de ombouw van deinfrastructuur en het materieel van goederenvervoerders, infraver-voerders en historisch materieel?Antwoord 43In de programmastructuur zijn met deze drie groepen vervoerdersstructurele overleggen ingericht om actuele zaken te bespreken en hengoed te betrekken bij de ontwikkelingen van de uitrol.De goederenvervoerders zijn betrokken bij de nieuwe aanpak en deontwikkeling van tranche 1. Zij participeren actief in het programma. Methen worden actuele zaken rondom het goederenvervoer besproken die deimplementatie van ERTMS in het algemeen raken besproken, zoalsinformatie over tranche 2 en de ontwikkelingen rondom FRMCS.Met de vervoerende aannemers (gele vloot) worden op dit momentgesprekken over het geschikt maken van deze vloot voor ERTMS. Voor hethistorisch materieel (zwarte vloot) is op dit moment nog onduidelijk hoehet historisch materieel al dan niet geschikt gemaakt wordt voor ERTMS.Dit wordt nader bezien.Vraag 44Hoe gaat u om met de verminderde investeringsbereidheid van goederen-materieeleigenaren door onder meer de aangekondigde upgrade naarFRMCS (Future Railway Mobile Communication System)?Antwoord 44De terughoudendheid van materieeleigenaren om te investeren in FRMCSis begrijpelijk. Zij worden hierdoor mogelijk weer geconfronteerd methoge ombouwkosten waar voor hen weinig directe rendement tegenoverstaat. In de komende periode wordt gekeken naar wat er nodig is voor deupgrade naar FRMCS, voor zowel materieel als infrastructuur. Zie ook hetantwoord op vraag 7 voor een beschrijving hoe de komst van FRMCSwordt meegenomen bij de voorbereiding voor toekomstige tranches. InTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 10713 verschillende gesprekken met de Europese Commissie vraagt Nederlandaandacht voor de financiering van de benodigde upgrade.Vraag 45Wat is uw reactie op de «challenges», «barriers» en «possible solutionapproaches», gelet op het feit dat in het rapport wordt verwezen naar decommerciële risico’s, bestelachterstand, en het gebrek aan competitie alsvoornaamste uitdagingen voor locomotiefbestuurders en -houders? Kuntu reageren per challenge, barrier en possible solution approach en perbullet onder de blokjes?Antwoord 45Zie bijlage 2 voor een uitgebreide reactie per uitdagingen, barrières, enmogelijke oplossingsrichtingen per bullit.Vraag 46Welke structurele knelpunten ondervindt Nederland bij de implementatievan ERTMS als gevolg van Europese besluitvorming?Antwoord 46Het zwaartepunt van de Europese sturing zit op de inhoudelijke technischeontwikkeling van de TSI’s3. De coördinatie op migratievraagstukken en deuitwisseling van kennis of data krijgen minder aandacht. Nederlandondervindt bijvoorbeeld structurele knelpunten bij de verdere invoeringvan ERTMS en FRMCS. Hoewel het logisch is dat voor een ICT gebaseerdsysteem regelmatig updates van specificaties verschijnen, is het tempovan nieuwe eisen en specificaties hoger dan dat landen kunnenimplementeren.Daarnaast geven materieeleigenaren aan dat er beperkt tot geenvoordelen staan tegenover de benodigde investeringen voor ERTMS. Voorhet geschikt maken van materieel voor ERTMS is slechts beperkt(Europese) subsidie beschikbaar, voor FRMCS is hier geen zicht op. Eenfors deel van de kosten komt daardoor nu bij de materieeleigenarenterecht. Dit leidt bijvoorbeeld tot terughoudendheid van materieeleige-naren om voor ERTMS te investeren in materieel, omdat er nog te veelonduidelijk is over de impact van FRMCS op de ERTMS-installatie.Vraag 47In hoeverre kan Nederland binnen de Europese kaders sturen op meerstabiliteit en voorspelbaarheid in de regelgeving, met name rond deontwikkeling en aanpassing van TSI’s (Technische Specificatie voorInteroperabiliteit)?Antwoord 47IenW is regelmatig met de Europese Commissie in gesprek over destabiliteit en voorspelbaarheid in de TSI’s en andere Europese regel-geving. Ook neemt IenW deel aan verschillende gremia die betrokken zijnbij de ontwikkeling van nieuwe TSI’s. Bij nieuwe ontwikkelingen in deTSI’s benadrukt IenW het belang van migratie-aspecten en kosten-batenanalyses. Hierbij zoekt IenW ook de samenwerking op met anderelidstaten, omdat ook andere landen tegen deze zaken aanlopen. Tegelij-kertijd is de ontwikkeling van de TSI’s een zaak van alle lidstaten. IenWkan dus wel invloed uitoefenen, maar niet direct sturen op voor Nederlandgewenste uitkomsten.Vraag 483Technische Specificaties voor InteroperabiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 10714 Hoe wordt interoperabiliteit op de grensovergangen concreet geborgd,gezien de uiteenlopende nationale uitrolstrategieën binnen Europa?Antwoord 48Per grensbaanvak moet worden uitgewerkt hoe systemen in de infra-structuur op elkaar aangesloten worden. Nederland heeft daarover veelcontact met Duitsland en België om informatie uit te wisselen overERTMS.Vraag 49Hoe wordt omgegaan met de verdere vertragingen bij de TEN-T (Trans-European Transport Network) corridors waarvoor de EU-verplichting geldtom voor 2030 ERTMS in te bouwen?Antwoord 49Zie het antwoord op vraag 28 voor hoe wordt omgegaan met de TEN-Tcorridors waarvoor een uitrolverplichting van ERTMS geldt voor 2030.Vraag 50Wat is de planning van corridors en wat zijn de gevolgen voor deEuropese afspraken?Antwoord 50Zie het antwoord op vraag 28 voor wat er nu bekend is over de uitrol vanERTMS op het Europese kernnetwerk en de gevolgen van de nieuweaanpak voor Europese afspraken.Vraag 51In hoeverre voldoen de omringende landen aan de EU-verplichting omvoor 2030 ERTMS aan te leggen op de TEN-T (Trans-European TransportNetwork) corridors?Antwoord 51België heeft gepland het gehele spoornetwerk uiterlijk eind 2025 tevoorzien van ERTMS. Daarmee voldoen ze aan de EU-verplichting omvoor 2030 ERTMS aan te leggen op de TEN-T corridors.Volgens het vigerende Nationaal Implementatie Plan van Duitsland (versie12 juli 2024) zijn in 2029 in ieder geval de twee TEN-T corridors verbondenmet Nederland, de Noordzee – Rijn – Middellandse zee en de Noordzee –Baltische staten, nog niet volledig van ERTMS voorzien. Duitsland voldoethiermee niet voor 2036 volledig aan de EU-verplichting om voor 2030ERTMS aan te leggen op de TEN-T corridors.Vraag 52Wat zijn de gevolgen van de vertragingen op de TEN-T (Trans-EuropeanTransport Network) corridors voor het internationale reizigers- engoederenvervoer?Antwoord 52De TEN-T kernnetwerk corridors zijn de belangrijkste Europese routesvoor reizigers- en goederenvervoer. In Europees verband zijn afsprakengemaakt over maatregelen om grensoverschrijdend treinverkeermakkelijker te maken, zoals de invoering van ERTMS. Daarom isafgesproken de spoorlijnen van het kernnetwerk het eerst (voor 2030) vanERTMS te voorzien. Nederland is niet het enige land waar de uitrol vanERTMS ingewikkelder blijkt dan eerder voorzien. Ook bijvoorbeeldDuitsland heeft haar uitrolstrategie al een aantal keer aangepast. Naarverwachting zal het hier nog tot na 2030 duren voor het hele kernnetwerkvoorzien is van ERTMS. Als er nog geen ERTMS ligt, moeten deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 10715 vervoerders op deze routes materieel gebruiken wat geschikt is voor detreinbeveiligingssystemen van de verschillende landen. Daarnaast kunnende baten van ERTMS – zoals treinen dichter op elkaar kunnen laten rijdenwat zorgt voor meer capaciteit op het spoor – later geïncasseerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 10716

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1cd7dad4cb74d1a5

14 okt 2026 · 9edb8b4a1a05b907

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.