KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde Agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 1 december 2025

17 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ef897df43ceb7c2d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 806 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 november 2025Op 1 december aanstaande vindt de Formele Raad Werkgelegenheid enSociaal Beleid plaats te Brussel. Hierbij zend ik u de GeannoteerdeAgenda voor deze Raad toe. Conform de vastgestelde afsprakeninformeer ik uw Kamer middels de Geannoteerde Agenda tevens over devoortgang van de onderhandelingen inzake de herziening van deCoördinatieverordening Sociale Zekerheid. Ook informeer ik uw Kamerover ontwikkelingen in de onderhandelingen over de EU-talentenpool, enstuur ik uw Kamer een afschrift van het Nederlandse non-paper over deEuropese anti-armoedestrategie.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M.L.J. Paul kst-21501-31-806ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8061 GEANNOTEERDE AGENDA FORMELE RAAD WERKGELEGENHEIDEN SOCIAAL BELEID (WSB) 1 december 2025 In deze Geannoteerde Agenda treft u aan:•De kwartaalrapportage t.a.v. de herziening van CoördinatieverordeningSociale Zekerheid (COM(2016) 815);•Informatie over het recent bereikte voorlopig politiek akkoord over deVerordening oprichting EU-Talentenpool (COM(2023) 716);•Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleidvan 1 december;•Informatie over een Nederlands non-paper over de Europeseanti-armoedestrategie.Kwartaalrapportage: herziening Coördinatieverordening SocialeZekerheid (883/2004)Sinds 2016 wordt onderhandeld over de herziening van Verordening883/2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidssystemen(hierna: het herzieningsvoorstel). Na een terugblik volgt hieronder delaatste stand van zaken met betrekking tot de onderhandelingen over ditherzieningsvoorstel. Het onderwerp staat niet geagendeerd voor de Raadvan 1 december 2025.Achtergrond en terugblik trilogenElke lidstaat heeft zijn eigen socialezekerheidsstelsel met uniekekenmerken en regelingen. Verordening 883/2004 heeft als doel om dezenationale stelsels te coördineren, zodat mensen geen socialezekerheids-rechten verliezen of bijvoorbeeld dubbel verzekerd zijn wanneer zijgebruik maken van hun recht op vrij verkeer binnen de EU.In zowel 2019 als 2021 werd een voorlopig politiek akkoord tussen hetVoorzitterschap van de Raad, dat namens de lidstaten onderhandelde, enhet Europees Parlement binnen de Raad verworpen. Nederland heeftbeide voorlopige akkoorden niet gesteund vanwege bezwaren bij devoorgestelde verruiming van de exportmogelijkheden in het werkloos-heidshoofdstuk van het herzieningsvoorstel.Nederland vindt dat de beoogde modernisering van de Verordening nietwordt bereikt met het huidige herzieningsvoorstel en heeft daaromopgeroepen tot een reflectieperiode. Vanaf de introductie van hetherzieningsvoorstel in 2016 hebben er namelijk fundamentele verande-ringen plaatsgevonden op de arbeidsmarkt. Voorbeelden daarvan zijn detoegenomen digitalisering van het arbeidsdomein en een toename in hethybride werken. Ter ondersteuning van deze oproep heeft Nederland ditjaar een non-paper opgesteld met een eerste inventarisatie van verbeter-punten en suggesties voor vervolgstappen die richting kunnen geven aaneen toekomstig voorstel.1Stand van zakenDe laatste triloog vond plaats onder Pools Voorzitterschap in de eerstehelft van dit jaar. Onder het huidige Deense Voorzitterschap hebben ergeen onderhandelingen plaatsgevonden op dit dossier. Ook in dekomende maanden, tot aan de jaarwisseling, worden onder het DeenseVoorzitterschap geen ontwikkelingen verwacht.1Kamerstukken II, 2024/25, 29 861, nr. 158.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8062 In aanloop naar publicatie van het Commissiewerkprogramma 2026 heefteen groep van dertien lidstaten opgeroepen om het herzieningsvoorstelop de wetgevingsagenda te laten staan. De Commissie heeft gelet op debrede steun gehoor gegeven aan deze oproep. De verwachting is dat deonderhandelingen zullen worden voortgezet onder het CypriotischVoorzitterschap, dat in januari 2026 van start gaat.Nederland zal haar bestaande zorgen bij het huidige herzieningsvoorstelblijven benadrukken en zich blijven inzetten voor de benodigde moderni-sering van de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels in de Unie.Ter informatie: voorlopig politiek akkoord Verordening oprichtingEU-talentenpool (COM/2023/716)Graag informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Asiel enMigratie, over relevante ontwikkelingen en de Nederlandse positiebe-paling ten aanzien van het voorstel van de Europese Commissie voor eenVerordening ter oprichting van een EU-talentenpool2. De afgelopenmaanden is tussen het Deense EU-Voorzitterschap en het EuropeesParlement onderhandeld in de triloogfase. Op dinsdag 18 novemberbereiken de onderhandelende partijen naar verwachting een voorlopigpolitiek akkoord. Het Voorzitterschap beoogt eind november het voorlopigpolitiek akkoord ter stemming voor te leggen in het Coreper-II. Over hetvoorstel wordt met gekwalificeerde meerderheid gestemd. Indien degekwalificeerde meerderheid wordt bereikt, zal het akkoord als hamerstukkunnen worden aangenomen op een eerstvolgende Formele Raad. Hetkabinet is voornemens om zich te onthouden van stemming op hetbereikte akkoord (vergezeld van een stemverklaring) en zal zijn positie inhet hiernavolgende toelichten.Op 15 november 2023 publiceerde de Commissie in het kader van hettalentmobiliteitspakket een Verordening voor de oprichting van eenEU-talentenpool. Het voorstel heeft tot doel de algehele aantrekkelijkheidvan de EU te vergroten door het opzetten van een EU-breed IT-platformdat openstaat voor derdelanders die in de EU willen werken en voorwerkgevers die niet in staat zijn om binnenlands of binnen de EU hettalent te vinden dat ze nodig hebben. De uiteindelijke deelname vanlidstaten aan de EU-talentenpool is vrijwillig.De kabinetsinzet is in het BNC-fiche uiteengezet.3 Het uitgangspunt in debeoordeling van het voorstel is dat het kabinet arbeidsmigratie niet zietals een structurele oplossing voor de tekorten op de arbeidsmarkt. Hetkabinet heeft zich er tijdens de onderhandelingen voor ingezet om van deEU-Talentenpool een goed functionerend instrument te maken voor delidstaten die besluiten deel te nemen, met uitgebreide aandacht voor hetvoorkomen van misstanden en uitbuiting van arbeidsmigranten.Een aantal onderdelen van de Nederlandse inzet is meegenomen in hetvoorlopig politiek akkoord.De lidstaten behouden flexibiliteit in hun deelname aan het instrument, enbehouden volledige zeggenschap over de inrichting van hun nationaleimmigratieprocedures. Er wordt een verbinding gelegd tussen deEU-talentenpool en andere Europese initiatieven, zoals deEU-talentpartnerschappen. De compromistekst heeft aandacht voor deadministratieve lasten voor de uitvoeringsorganisaties. Daarnaast heefthet kabinet ervoor gepleit dat op het platform specifieke informatie over2COM(2023) 716, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52023PC0716.3Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3859.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8063 de rechten en plichten van derdelanders verplicht wordt aangeboden. Ookdeze inzet is overgenomen in de compromistekst. De informatie wordtwaar mogelijk gebaseerd op bestaande bronnen en middels automati-sering verstrekt om administratieve lasten te beperken.Aan belangrijke onderdelen van de Nederlandse inzet, in het bijzonder hettegengaan van oneigenlijke detachering van via de Talentpool geworvenderdelanders, is echter in het voorlopig politiek akkoord niet (volledig)tegemoetgekomen. Dit was overigens ook al de situatie ten tijde van hetbereiken van de Raadspositie, waarbij Nederland zich heeft onthoudenvan stemming4. Het blijft op grond van de compromistekst mogelijk datderdelanders die via het online portaal worden gerekruteerd na wervingop grond van het vrij verkeer van diensten onmiddellijk kunnen wordengedetacheerd naar een andere (niet-deelnemende) lidstaat. Oneigenlijkedetachering van via de Talentpool geworven derdelanders is dus nietuitgesloten in de compromistekst. Het onmiddellijk detacheren vanderdelanders naar een andere lidstaat is een bestaande praktijk die zichook los van de Talentpool voordoet. Ook buiten de onderhandelingen overde EU-talentenpool is het tegengaan van oneigenlijke detachering eenbelangrijke prioriteit voor Nederland. Het kabinet zet actief in op eenverheldering van het juridisch kader rond de detachering vanderdelanders.5Gelet op de weging van de Nederlandse belangen op het vlak van hetvoorkomen van misstanden en oneigenlijke detachering van (met name)derdelanders, migratiesamenwerking en partnerschappen met landen vanbuiten de Unie, het krachtenveld en het uiteindelijke doel en reikwijdtevan de Verordening, is het kabinet voornemens om zich te onthouden vanstemming. Het kabinet is voornemens om bij de onthouding eenstemverklaring af te geven, waarmee het kabinet aandacht wil vragenvoor de benodigde verheldering van het juridisch kader rond dedetachering van derdelanders.Op basis van een analyse van het krachtenveld is het de verwachting dateen ruime meerderheid van de lidstaten in zal stemmen met het voorzieneonderhandelingsresultaat uit de triloog. Het Europees Parlement zal ooknog moeten instemmen met het voorlopig politiek akkoord. DeEU-talentenpool wordt naar verwachting in 2028 operationeel. In aanloopnaar de inwerkingtreding in 2028 zal een volgend kabinet een besluitmoeten nemen over deelname aan het instrument. Ook is het mogelijk omnog te besluiten tot deelname nadat de EU-talentenpool al in werking isgetreden.Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en SociaalBeleid van 1 decemberIn het nu volgende informeer ik u over de Formele Raad Werkgelegenheiden Sociaal Beleid, 1 december 2025, waaraan ik voornemens ben deel tenemen. De Formele Raad vindt plaats in Brussel.4Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 751.5Kamerstukken II, 2024/25, 29 861, nr. 158, bijlage «Position Paper Posting of Third-CountryNationals».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8064 Agendapunt: algemene oriëntatie Verordening aanpassing van hetEuropees Globaliseringsfonds (COM(2025)140)Doel RaadsbehandelingBereiken van een algemene oriëntatie voor de herziening van deverordening.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Europees Globaliseringsfonds (hierna: EGF) is in 2007 opgericht omsteun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden door grotestructurele veranderingen als gevolg van globalisering en van wiegedwongen ontslagen een significant negatief effect hebben op deregionale of lokale economie. De Europese Commissie heeft eenherziening van dit fonds voorgesteld met als doel de groep die onder-steuning kan krijgen te verbreden en sneller te kunnen acteren. Het ideehierachter is om werkgevers de mogelijkheid te bieden om niet alleen bijreeds toegepast massaontslag werknemers te ondersteunen richtingander werk, maar ook die ondersteuning te bieden bij aangekondigde envoorziene massaontslagen.De algemene oriëntatie wordt ter stemming voorgelegd in het Coreper-overleg van 19 november. De EGF-verordening maakt geen afzonderlijkonderdeel uit van het MFK-voorstel voor de periode 2028–2034. Ditbetekent dat een eventuele instemming met deze herziening vantoepassing zal zijn tot eind 2027.Inzet NederlandIk ben voornemens namens Nederland in te stemmen met de algemeneoriëntatie op basis van de laatst beschikbare compromistekst.In het BNC-fiche6 lichtte het kabinet toe positief te zijn over het eerderinzetten van instrumenten om werknemers te ondersteunen voordatbaanverliezen plaatsvinden. Het oordeel rondom de rechtsgrondslag ensubsidiariteit was positief. Het kabinet plaatste echter kanttekeningen bijde toets op proportionaliteit. De inzet van Nederland heeft zich dan ookonder andere gericht op het verduidelijken van definitiekwesties om depraktische uitwerking uitvoerbaar te houden. In het bijzonder heeftNederland zich ingezet om voorziene bijkomende administratieve lastenen de financiële risico’s die bij het aangepast proces kwamen kijken tebeperken. De voorliggende algemene oriëntatie bevat aanpassingen dietegemoet komen aan deze aandachtspunten. Zo is de verplichting om eenaparte autoriteit op te richten geschrapt en zijn de financiële risico’s voorlidstaten verder beperkt. Ook krijgen lidstaten de mogelijkheid om eentoets uit te voeren voordat een aanvraag naar de Commissie wordtdoorgezet en wordt de Commissie verplicht rekening te houden met datnationale oordeel. Met deze aanpassingen sluit het compromis aan bij deNederlandse inzet.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementDe verwachting is dat een meerderheid van de lidstaten met de algemeneoriëntatie kan instemmen.6Kamerstukken II, 2024–25, 22 112, nr. 4052Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8065 Agendapunt: algemene oriëntatie wijziging Richtlijn ten behoevevan grenswaarden voor gevaarlijke stoffen (COM(2025) 418)Doel RaadsbehandelingBereiken van een algemene oriëntatie voor het Richtlijnvoorstel.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenOp 18 juli 2025 publiceerde de Europese Commissie een pakket metdaarin een zesde wijziging van Richtlijn 2004/37/EG. Deze wijziging betreftde bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aancarcinogene, mutagene of reprotoxische agentia op het werk (CMRD). DeCommissie stelt regelmatig wijzigingsvoorstellen voor deze Richtlijn voor,waarbij de reikwijdte wordt uitgebreid en nieuwe grenswaarden wordengeïntroduceerd.Het initiële voorstel voorzag in Europese grenswaarden voor kobalt enchemische verbindingen van kobalt, polycyclische aromatische koolwater-stoffen, 1,4-dioxane, en het opnemen van lasrook als mengsel in deCMRD. Over de inhoud van het wijzigingsvoorstel en de kabinetsappre-ciatie heb ik uw Kamer eerder geïnformeerd via het BNC-fiche7.De afgelopen maanden vonden onder leiding van het Deense voorzitter-schap onderhandelingen plaats tussen de lidstaten over een gezamenlijkeRaadspositie. Op 19 november zal het Deense Voorzitterschap hetrichtlijnvoorstel in het Coreper-overleg agenderen voor een algemeneoriëntatie. Als het voorstel daar op een gekwalificeerde meerderheid kanrekenen, wordt het ter instemming doorgeleid naar de Formele Raad. Invoorbereiding op het Coreper-overleg van 19 november besprak deRaadswerkgroep Sociale Vraagstukken het CMRD 6-voorstel, datgrenswaarden voor gevaarlijke stoffen op de werkvloer vaststelt. Tijdensdeze ingelaste werkgroep stond specifiek de stof isopreen centraal. Enkelelidstaten hadden eerder de stilteprocedure doorbroken om isopreenalsnog in het voorstel opgenomen te krijgen. Het kabinet steunt dezeopname, omdat het ontbreken van een wettelijke grenswaarde voorisopreen voor bedrijven in Nederland betekent dat zij zelf een bedrijfs-grenswaarde moeten onderzoeken en vaststellen. Dit brengt meeradministratieve lasten met zich mee dan het implementeren van eenalgemene, wettelijke waarde die bijdraagt aan een Europees gelijkspeelveld.Een grote meerderheid van de lidstaten steunde uiteindelijk de opnamevan isopreen, waarna het Voorzitterschap concludeerde dat de stof in deRaadspositie zou worden opgenomen.Inzet NederlandIk ben voornemens namens Nederland in te stemmen met de algemeneoriëntatie op basis van de laatst beschikbare compromistekst.Zoals uiteengezet in het BNC-fiche onderschrijft het kabinet dedoelstelling van dit pakket: het verbeteren van de bescherming vanwerknemers tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene,mutagene of reprotoxische stoffen.De afgelopen jaren heeft Nederland, samen met andere lidstaten,herhaaldelijk gepleit voor een substantiële uitbreiding van het aantal7Kamerstukken II, 2025/26, 22 112, nr. 4171.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8066 stoffen met grenswaarden in de Europese richtlijnen8. Stoffen zoalskobalt, polycyclische aromatische koolwaterstoffen, 1,4-dioxane enlasrook brengen grote gezondheidsrisico’s met zich mee, waartegenwerknemers beschermd moeten worden. Het kabinet verwelkomt deambitie van de Commissie om met dit voorstel ziekte door blootstellingaan gevaarlijke stoffen op de werkvloer beter te kunnen voorkomen. Hetkabinet steunt de voorgestelde grenswaarden van de Commissie, diedeels strenger zijn dan de huidige nationale waarden. Deze actualisatiesluit aan bij de stand van de wetenschap en de voorgestelde waardenworden haalbaar geacht door sociale partners op EU-niveau.Een belangrijk punt voor Nederland, zoals verwoord in het BNC-fiche, isdat het voorstel bijdraagt aan een gelijker speelveld in Europa. Lidstatenmoeten de Europees vastgestelde grenswaarden implementeren enmogen geen hogere (zwakkere) waarden handhaven. Hoewel lidstatenindien gewenst strengere nationale grenswaarden kunnen invoeren,zullen de verschillen tussen lidstaten hierdoor wel afnemen. Debandbreedte voor afwijking wordt verkleind, wat de zekerheid vergrootdat er voor elk van de kankerverwekkende stoffen uit dit voorstel eenvaste definitie en handhaafbare blootstellingswaarde geldt in allelidstaten.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementBinnen de Raad is een grote meerderheid van de lidstaten, waaronderNederland, positief over de laatste compromistekst. Een aantal lidstatenpleit nog wel voor een langere implementatietijd van de wijziging van deRichtlijn. Daarnaast hebben enkele lidstaten nog geen definitieve positieingenomen.Het Europees Parlement (EP) heeft tot nu toe nog geen standpuntbepaald. Pas wanneer zowel de Raad als het EP hun positie hebbenvastgesteld, kunnen triloogonderhandelingen starten om tot een definitiefakkoord tussen alle partijen te komen.Agendapunt: voortgangsrapportage EU-Richtlijnvoorstel Gelijkebehandeling buiten arbeid (COM(2008) 426)Doel RaadsbehandelingPresentatie van de voortgangsrapportage over de onderhandelingen overhet Richtlijnvoorstel.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Deens Voorzitterschap agendeert een voortgangsrapportage over hetRichtlijnvoorstel. Het Richtlijnvoorstel stamt uit 2008 en ligt, ondanksmeerdere pogingen om tot een akkoord te komen, vanwege de vereisteunanimiteit in de Raad vast door een blokkade van enkele lidstaten. Deafgelopen periode heeft het Voorzitterschap gepoogd om te achterhalenwelke stappen nodig zijn om de resterende lidstaten die nog niet inkonden stemmen te overtuigen van instemming.Inzet NederlandDit dossier valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Nederland heeft vrijwel alleonderwerpen in de richtlijn al door middel van nationale wetgeving8Kamerstukken II, 2024/25, 21 501-31, nr. 732.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8067 geregeld. Sinds Nederland in 2016 het VN-verdrag handicap heeftgeratificeerd en tegelijk de Wet gelijke behandeling op grond vanhandicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) heeft uitgebreid, worden voorNederland geen verstrekkende gevolgen meer verwacht, indien er eenakkoord zou worden bereikt over de richtlijn in de huidige vorm. Tegelij-kertijd gaat er een belangrijke signaalwerking uit van aanname van dezerichtlijn. De richtlijn helpt om discriminatie op grond van godsdienst oflevensovertuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid tegen tegaan. Het kabinet is dan ook overtuigd van de toegevoegde waarde vandeze richtlijn. Dit voorstel heeft symbolisch veel waarde omdat het eenbelangrijk gat in het EU-acquis dicht ten aanzien van antidiscriminatiewet-geving. Het kabinet hecht grote waarde aan de bescherming vanfundamentele rechten, waaronder het recht op gelijke behandeling. Hetkabinet blijft daarom voorstander van het Richtlijnvoorstel en roept op totspoedige aanname.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementOp dit moment is de vereiste unanimiteit in de Raad buiten bereik. Eenaantal lidstaten heeft aangegeven vanwege politieke voorbehouden (nog)niet in te kunnen stemmen met het Richtlijnvoorstel. Het EuropeesParlement heeft krachtens het Verdrag (artikel 19 van het Werkingsverdragvan de Unie) het recht van instemming nadat de Raad een algemeneoriëntatie heeft bereikt.Agendapunt: Beleidsdebat leveren op vereenvoudiging, imple-mentatie en handhaving op het gebied van sociaal - enwerkgelegenheidsbeleid.Doel RaadsbehandelingHet Deens Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden oververeenvoudiging, implementatie en handhaving op het terrein vansociaal - en werkgelegenheidsbeleid.Inhoud/achtergrondEen discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijdevan het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.Inzet NederlandEuropese regels bieden bescherming en dragen bij aan eerlijke concur-rentie en een gelijk speelveld. Tegelijkertijd kunnen deze regels voorondernemers, burgers en toezichthouders ook complex en kostbaar zijn.Het kabinet steunt daarom de ambitie van de Europese Commissie omregeldruk terug te dringen, evenals de urgentie ervan, zonder degerelateerde beleidsdoelstellingen en het beschermingsniveau vanwerkenden te ondermijnen. Het kabinet neemt deze weging ook mee bijde beoordeling van nieuwe voorstellen van de Commissie. Op nationaalniveau is het uitgangspunt van het kabinet dat Europese regels zolastenluw mogelijk worden geïmplementeerd.In de Raad zal ik aandacht vragen voor het belang van lastenluwe en waarmogelijk uniforme implementatie van Europese regels in het sociale - enwerkgelegenheidsdomein ter bevordering van het gelijke speelveld.Intensievere uitwisseling tussen lidstaten over goede praktijken rond enervaringen met de implementatie van Europese wetgeving kan hieraanbijdragen. Daarnaast dient de Raad tijdens onderhandelingen overEU-voorstellen voortdurend aandacht te hebben voor de gevolgen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8068 bepalingen uit EU-Richtlijnen voor de regeldruk en administratieve lasten.In het verlengde hiervan zal ik in de Raad aandacht vragen voor hetbelang van effectieve handhaving op de naleving van regels in het socialeen werkgelegenheidsdomein. Uitvoerbare regels en effectieve handhavinggaan immers hand in hand om de bescherming van werkenden en eerlijkeconcurrentie te waarborgen. Daarom zet het kabinet ook in op versterkingvan het mandaat van de Europese Arbeidsautoriteit.Agendapunt: Beleidsdebat Europees Semester 2026Doel RaadsbehandelingHet Deens Voorzitterschap beoogt een beleidsdebat te houden over hetEuropees Semester.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Europees Semester is het jaarlijkse proces waarin EU-lidstaten huneconomisch, arbeidsmarkt- en begrotingsbeleid coördineren. Eendiscussiedocument ten behoeve van het beleidsdebat is ten tijde van hetopstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar. Het ismogelijk dat het Deens Voorzitterschap vooruitblikt op de semester cyclusin 2026.De oorsprong van het Europees Semester ligt in het Verdrag betreffendede werking van de Europese Unie en de afspraken die daarin zijn gemaaktover het economisch beleid en het werkgelegenheidsbeleid.Inzet NederlandHet kabinet hecht waarde aan het Europees Semester, omdat het eenkader biedt om het financieel-economische en sociale beleid van lidstatente versterken en zo ook bijdraagt aan het functioneren en de stabiliteit vande Unie. Een sterke en stabiele Europese Unie, met sterke lidstaten dieduurzame en opwaartse sociaaleconomische convergentie en financiëlestabiliteit nastreven, is voor Nederland van groot belang als openeconomie. Daarbij hecht het kabinet aan het behouden van de focus vanhet Semester op economisch, begrotings- en werkgelegenheidsbeleid.Agendapunt: aanname kernboodschappen over van het SociaalBeschermingscomité over de implementatie van de aanbevelingvan de Raad over een toereikend minimuminkomen en hetwaarborgen van actieve inclusie in alle EU-lidstatenDoel RaadsbehandelingAanname van de kernboodschappen van het Sociaal Beschermingscomité(Social Protection Committee, SPC).Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet SPC en de Europese Commissie hebben gezamenlijk een rapportopgesteld over de implementatie van de aanbeveling van de Raad overeen toereikend minimuminkomen en het waarborgen van actieve inclusiein alle EU-lidstaten9. Deze aanbeveling stamt uit 2023. In de kernbood-schappen benoemt de SPC:•Het belang van een adequaat niveau van minimuminkomensonder-steuning bij het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting.9https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32023H0203(01)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8069 •Geen enkele lidstaat voldoet op dit moment volledig aan alle bepalin-gen in de aanbeveling.•Lidstaten bewegen op verschillende snelheden, in sommige lidstatenis het niveau van het minimuminkomen nog niet toereikend, in anderezijn er nog gaten in dekking en niet-gebruik waardoor niet iedereen inaanmerking komt voor ondersteuning.•Verder dienen lidstaten meer werk te maken van het bevorderen vanparticipatie en inclusie, door onder meer werk meer lonend te maken.•De SPC roept lidstaten op om werk te maken van de geïdentificeerdeuitdagingen om het EU-doel om het aantal mensen met risico oparmoede en sociale uitsluiting te verlagen met minstens 15 miljoen in2030. In dit verband wordt ook verwezen naar de door de Commissieaangekondigde EU anti-armoede strategie, die naar verwachting in2026 zal worden gepubliceerd.In 2028 wordt een nieuw rapport verwacht.Inzet NederlandHet kabinet kan zich goed vinden in de kernboodschappen en kan hiermeeinstemmen. Het kabinet zet zich in voor het vergroten van de bestaansze-kerheid van mensen. Het kabinet vindt dat de opstap naar werk de besteweg uit armoede is en daarom (meer) werken meer moet lonen. Hetkabinet werkt daarnaast aan verdere vereenvoudiging van deinkomensondersteuning.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met deze kernbood-schappen. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Agendapunt: aanname kernboodschappen over implementatievan het actieplan inzake tekorten aan arbeidskrachten envaardigheden in de EUDoel RaadsbehandelingAanname van de kernboodschappen van het Werkgelegenheidscomité(Employment Committee, EMCO) en het Sociaal Beschermingscomité(Social Protection Committee, SPC).Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Actieplan inzake tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden in deEU10 is op 20 maart 2024 door de Commissie gepubliceerd. Het Actieplanheeft als doel om structurele tekorten aan arbeidskrachten en vaardig-heden in de EU aan te pakken door samenwerking tussen lidstaten,sociale partners en instellingen te versterken. Het actieplan onderstreeptdat tekorten niet met één instrument op te lossen zijn, maar een geïnte-greerde aanpak vereisen die sociale inclusie, mobiliteit, innovatie ensamenwerking tussen lidstaten combineert. Het actieplan identificeert vijfhoofdsporen:1.Het activeren van ondervertegenwoordigde groepen op dearbeidsmarkt;2.Investeren in vaardigheden, training en onderwijs;3.Verbeteren van arbeidsomstandigheden;4.Bevorderen van eerlijke mobiliteit binnen de EU; en5.Aantrekken van talent van buiten de EU.10Action Plan Labour and Skills Shortages (6).pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80610 De kernboodschappen onderstrepen dat het adresseren van tekorten aanarbeidskrachten en vaardigheden in de EU van belang is voor deversterking van het concurrentievermogen. De comités constateren dat demeeste lidstaten initiatieven hebben gemeld die in lijn zijn met dehoofdsporen tot actie uit het Actieplan. Tegelijkertijd wordt benadrukt dataanvullende maatregelen en tripartiete samenwerking nodig blijft omtekorten op de arbeidsmarkt te adresseren.Inzet NederlandHet kabinet herkent zich in de kernboodschappen en onderschrijft hetbelang van een arbeidsmarkt waarin vraag en aanbod van arbeids-krachten en vaardigheden op elkaar is afgestemd. Gedurende hetopstellen van de kernboodschappen heeft het kabinet aandacht gevraagdvoor het activeren van onbenut arbeidspotentieel en het belang vaneerlijke arbeidsmobiliteit. Deze inzet komt goed terug in de kernbood-schappen, en ik ben daarom voornemens in te stemmen.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met deze kernbood-schappen. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Agendapunt: aanname van kernboodschappen van het Werkgele-genheidscomité en het Sociaal Beschermingscomité over deimplementatie van de Raadsaanbeveling rond het waarborgen vaneen rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteitDoel RaadsbehandelingAanname van zowel overkoepelende als landspecifieke kernbood-schappen van het Werkgelegenheidscomité (Employment Committee,EMCO) en het Sociaal Beschermingscomité (Social Protection Committee,SPC) over de implementatie van de Raadsaanbeveling rond hetwaarborgen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit.Inhoud/achtergrondDe kernboodschappen stellen dat lidstaten op verschillende terreinenrelevante stappen hebben gezet in het kader van een rechtvaardigegroene transitie, in lijn met de Raadsaanbeveling uit 2022.11 Alle lidstatenzetten in op actief arbeidsmarktbeleid om werknemers in banen dieworden geraakt door de groene transitie te ondersteunen, o.a. viavan-werk-naar-werk beleid, re-integratie en LLO. Hierin is versterking vande betrokkenheid van sociale partners essentieel gebleken. Sommigelidstaten hebben hervormingen in het belastingstelsel doorgevoerd om demeest kwetsbare groepen in de groene transitie te ondersteunen engroenere productiemodellen voor het bedrijfsleven te stimuleren. Ookhebben veel lidstaten stappen gezet tegen energiearmoede, via energie-toeslagen en belastingverlichting voor energie-efficiënte investeringen. Deoverkoepelende conclusie is dat een beweging richting een meer integralebeleidsaanpak nodig is om een rechtvaardige transitie waar te maken.Middels reguliere updates van het Integraal Nationaal Energie enKlimaatplan (INEK) van Nederland blijft het kabinet de Tweede Kamerinformeren over de hoofdlijnen van het klimaat- en energiebeleid inNederland voor de jaren 2021–2030.1211https://eur-lex.europa.eu/legal-content/nl/ALL/?uri=CELEX:32022H0627(04)12Kamerstukken II, 2023–24, 32 813, nr. 1407Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80611 Inzet NederlandSpecifiek over Nederland zijn de kernboodschappen onder andere positiefover het LLO-beleid en de ondersteuning van het mkb in de groenetransitie. Voortbouwend hierop wordt onder meer aanbevolen om nogmeer in te zetten op toegang tot training voor kwetsbare groepen. Ookwordt geopperd dat Nederland zou kunnen verkennen of verdererisico-mitigerende en risico-overdragende oplossingen voor klimaatgerelateerde schade voor groepen in een kwetsbare positie en het mkbmogelijk zijn.Nederland kan instemmen met de kernboodschappen. Nederland voert opverschillende terreinen beleid om de groene transitie rechtvaardig te latenverlopen, in aansluiting op de beleidsinitiatieven die de Commissieschetst. Zo zet het kabinet in op versterking van «groene» skills en aanpakvan tekorten die raken aan de energietransitie via het Actieplan Groene enDigitale banen. Ook zijn sectorale ontwikkelpaden ontwikkeld, gericht opinstroom in maatschappelijk cruciale sectoren zoals de energiesector.Verder werkt het kabinet aan hervorming van de arbeidsmarktinfra-structuur, waarbij de ondersteuning aan werkzoekenden en werkgeversintegraal beschikbaar wordt in regionale Werkcentra. Om gerichtenergiearmoede te verminderen bij kwetsbare groepen aan de onderkantvan de inkomensverdeling zet het kabinet in op de oprichting van eenpubliek energiefonds. Hiervoor worden middelen ingezet uit het Sociaalklimaatfonds. Ook zijn er verschillende programma’s en subsidies om hetmkb gericht te ondersteunen in de groene transitie.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met deze kernbood-schappen. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Agendapunt: Aanname opinie van het Werkgelegenheidscomitéover het verbeteren van de reikwijdte en relevantie van datacol-lectie rond sociale dialoog op EU en nationaal niveauDoel RaadsbehandelingAanname van een opinie van het Werkgelegenheidscomité (EmploymentCommittee, EMCO) over het verbeteren van de reikwijdte en relevantievan datacollectie rond sociale dialoog op EU en nationaal niveau.Inhoud/achtergrondDe opinie beschrijft het belang van verbetering van de datavergelijk-baarheid rond sociale dialoog en biedt een lijst met belangrijke indica-toren voor het monitoren van de sociale dialoog. Naast kwantitatieveindicatoren als de CAO-dekkingsgraad, vakbondsdichtheid en dichtheidvan werkgevers organisaties, zijn kwalitatieve indicatoren van belang voorhet meten van de voortgang op de Raadsaanbeveling, bijvoorbeeld in hetkader van de onafhankelijkheid van vakbonden en werkgeversorgani-saties. Dit draagt bij aan betere monitoring van de Raadsaanbeveling uit2023 over versterking van de sociale dialoog binnen de EU13, in eencontext van dalend vakbondslidmaatschap en de opkomst van nieuwevormen van werk in lidstaten. Lidstaten worden aangemoedigd om innauwe samenwerking met sociale partners en OESO hun datavergaring teversterken. Het Werkgelegenheidscomité benadrukt dat bestaandedatabronnen reeds veel relevante informatie bieden en dataverbetering13https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:32023H01389Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80612 bereikt kan worden zonder significante verhoging van administratievelasten voor lidstaten.Inzet NederlandHet kabinet kan instemmen met de opinie en hecht waarde aan een sterkemonitoring en verbeterde datacollectie rond sociale dialoog in de EU. Hetkabinet benadrukt daarbij het belang van het beperkt houden vanadministratieve lasten.Agendapunt: Raadsconclusies over het toekomstige Europeseplan voor betaalbare huisvestingDoel RaadsbehandelingAanname van RaadsconclusiesInhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Deense Voorzitterschap heeft de concept-Raadsconclusies (hierna:Raadsconclusies) gepresenteerd met het doel richting te geven aan hetEuropean Affordable Housing Plan, dat de Commissie naar verwachtingop 16 december presenteert. De Raadsconclusies benadrukken dathuisvesting een nationale bevoegdheid is, maar erkennen dat Europeseinitiatieven kunnen bijdragen aan het aanpakken van gemeenschappelijkeuitdagingen.De conclusies gaan in op vier thematische sporen: 1) financiering: hoebestaande EU-instrumenten te gebruiken en nationale inspanningen teondersteunen, 2) bouw en duurzaamheid: hoe te bouwen en te renoveren,3) planning: waar te bouwen en 4) sociale inclusie: hoe sociaal inclusieveen diverse steden en wijken te bevorderen, en toegang tot betaalbarehuisvesting te stimuleren.Inzet NederlandDit dossier valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Nederland kan instemmen metde Raadsconclusies. Ons land kampt, net als veel andere lidstaten, meteen groot woningtekort en stijgende huizenprijzen. Het kabinet onder-schrijft daarom de hoofdboodschap van de tekst, die is gericht opbetaalbare, duurzame en toegankelijke huisvesting voor iedereen.Belangrijk uitgangspunt is dat huisvesting primair een nationalebevoegdheid blijft en dat EU-activiteiten aanvullend en ondersteunendzijn. Tegelijkertijd erkent het kabinet de meerwaarde van een gecoördi-neerde Europese aanpak bij gedeelde uitdagingen, bijvoorbeeld op hetgebied van innovatie, financiering en het oplossen van regelgevendeknelpunten. De borging van subsidiariteit en beleidsruimte komt in deRaadsconclusies goed terug.Verder wordt de nadruk op betere benutting van EU-instrumenten,circulair bouwen, versnelling van vergunningen en kennisuitwisselingtussen lidstaten verwelkomd. Nederland draagt hier al aan bij via het doorons opgerichte en gefinancierde European Housing Policy Network, dattwee keer per jaar bijeenkomt om inzichten en goede praktijken te delen.In het bijzonder is het kabinet positief over de oproep aan de Commissieom, in het kader van de vereenvoudigingsagenda, te kijken hoe finan-ciering, planning, vergunningverlening, bouw en renovatie eenvoudigerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80613 en efficiënter kunnen worden ingericht. Dit sluit goed aan bij de nationaleinzet14 en bij de conclusies van de Europese Raad van 23 oktober, waarinde koppeling tussen huisvesting en versimpeling nadrukkelijk isonderstreept.15Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadscon-clusies. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Ter informatie: non-paper Europese Anti-ArmoedestrategieDe Europese Commissie is voornemens om in het tweede kwartaal van2026 een Europese Anti-Armoedestrategie (EAAS) te publiceren. Met deEAAS wil de Commissie bijdragen aan de implementatie van de EuropesePijler van Sociale Rechten, en lidstaten helpen om het EU 2030-doel oparmoedebestrijding te halen. Het EU 2030-doel stelt dat het aantal mensenbinnen de EU dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting in 2030met ten minste 15 miljoen moet zijn verminderd, waaronder 5 miljoenkinderen16.Ter ondersteuning en beïnvloeding van de ontwikkeling van de EAASheeft het kabinet een non-paper opgesteld dat voortbouwt op hetNationaal Programma Armoede en Schulden. In het non-paper zet hetkabinet erop in dat de volgende punten terugkomen in de Europesestrategie: 1) hanteer een geïntegreerde aanpak; 2) geef prioriteit aanpreventie; 3) besteed aandacht aan armoede tussen generaties; en4) moedig lidstaten aan om «ervaringsdeskundigen» te betrekken bij hetbeleidsvormingsproces. Ook benadrukt het kabinet dat armoedebeleidprimair een nationale competentie is, dat de EAAS-lidstaten moetondersteunen bij het maken van nationaal beleid en niet moet leiden totextra administratieve lasten. Het non-paper is in de bijlage van dezeGeannoteerde Agenda gevoegd, in lijn met de geldendeEU-informatieafspraken.14Kamerstukken II 2025–2026, 32 847, nr. 138215Europese Raad, conclusies van 23 oktober 2025, EUCO 18/25, paragraaf 54.16Kamerstukken II, 2022–23, 21 501-31, nr. 669.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80614

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5f302ccd24171a4c

14 okt 2026 · 9c65d25de43f08c0

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.