Hervormingsagenda inkomensondersteuning
Brontekst
Versie 4f7ee5833f72b4e2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202526 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 792 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 november 2024Nederland is één van de meest welvarende landen. Toch maken veelmensen zich zorgen over hun bestaan. Er zijn zorgen over de effecten vanflexibilisering van de arbeidsmarkt, de hogere lasten van onder anderelevensonderhoud en over een complex stelsel van (onzekere) inkomens-ondersteuning. De complexiteit en onzekerheid binnen het stelsel vaninkomensondersteuning raken meerdere domeinen, zoals socialezekerheid, toeslagen, fiscaliteit en gemeentelijke regelingen. U ontvangtdeze brief mede namens de staatssecretarissen van Participatie enIntegratie, Fiscaliteit en Belastingdienst.Zorg dragen voor bestaanszekerheid is een kerntaak van de overheid. Deoverheid vult deze in met de stelsels van sociale zekerheid, toeslagen eneen deel van de fiscaliteit. Sociale zekerheid heeft als kerndoelen ommensen te ondersteunen die niet in hun eigen inkomen kunnen voorzien,om de bestaanszekerheid van mensen te beschermen en om mensen zosnel mogelijk weer (betaald) te laten participeren. Toeslagen biedenaanvullende inkomensondersteuning, naast dat ze een bijdrage leverenaan verschillende kostenposten. En het belastingstelsel houdt rekeningmet draagkracht. Regelingen in die stelsels zijn op zichzelf soms alcomplex en leveren onzekerheid op en daarnaast heeft een deel van demensen ook nog met meerdere regelingen tegelijk te maken. Regelingenzijn niet altijd goed op elkaar afgestemd. Zo kunnen regelingen verschil-lende definities en voorwaarden hebben of werken ze op onbedoeldewijze op elkaar door. Vooral voor mensen in een kwetsbare positie is hetgeheel vaak moeilijk te doorgronden. Dat kan bijvoorbeeld terugvorde-ringen of niet-gebruik tot gevolg hebben of (mentale) gezondheidspro- kst-26448-792ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7921 blemen veroorzaken1 en mensen er van weerhouden (meer) te gaanwerken. Terwijl we iedereen nodig hebben op de arbeidsmarkt. Daarmeevergroot het stelsel voor sommige groepen juist de bestaansonzekerheid.In het regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) is aange-kondigd dat het kabinet de sociale zekerheid, toeslagen en inkomstenbe-lasting wil hervormen. Daartoe starten we een hervormingsagendainkomensondersteuning met drie doelen: inkomensondersteuning moetbestaanszekerheid bieden, deze moet makkelijker te begrijpen zijn en(meer) werken moet lonen. Deze verschillende doelen staan soms opgespannen voet met elkaar en vragen om een goede weging. We strevendan ook naar een herontwerp wat robuust is over de kabinetsperiodesheen. Bij de hervorming van het inkomensbeleid is de bestaandeinkomensverdeling het uitgangspunt. In de Kamerbrief2 van 17 oktober jl.over de taakopdracht voor de hervorming van het belasting- en toeslagen-stelsel is u een brief toegezegd over de hervormingsagenda inkomenson-dersteuning. De hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel ziet opvereenvoudigingen binnen het domein van fiscaliteit en toeslagen. Dehervormingsagenda inkomensondersteuning gaat over het gehele stelselvan inkomensondersteuning dat meerdere domeinen (sociale zekerheid,fiscaliteit en toeslagen) raakt.In lijn met de aanbevelingen van de Staatscommissie Rechtsstaat wordt erbinnen de hervormingsagenda inkomensondersteuning door verschil-lende departementen, uitvoeringsorganisaties en lokale overhedenstapsgewijs gewerkt aan vereenvoudigingen, hervormingen en aanuitvoerbaar beleid. We benutten daartoe het grote aantal adviezen enrapporten dat de afgelopen jaren is verschenen en we bewaken desamenhang tussen de lopende vereenvoudigingstrajecten binnen hetstelsel van inkomensondersteuning.3 Het perspectief van mensen staatvoorop. Het kabinet maakt gebruik van de kennis van onder andereervaringsdeskundigen, maatschappelijke organisaties, publieke dienstver-leners en van lokale overheden.In deze brief benadruk ik nogmaals de noodzaak van een hervormingsa-genda inkomensondersteuning. Vervolgens informeer ik u over deopbouw en de planning. Het kabinet gaat graag met uw Kamer hierover ingesprek om te komen tot gedragen vertrekpunten.Het huidige stelsel van inkomensondersteuningOngeveer 70% van de mensen in ons land heeft recht op een vorm vaninkomensondersteuning (toeslagen, sociale verzekeringen of socialevoorzieningen). Dat zijn niet alleen mensen met lage inkomens. Ookmensen met midden- en hoge inkomens maken hiervan gebruik. Datbetreft onder andere bepaalde toeslagen, volksverzekeringen als de AOWen de kinderbijslag en werknemersverzekeringen als de WW en de WIA.Zes miljoen unieke huishoudens ontvangen toeslagen en meer danvijfeneenhalf miljoen mensen ontvangen een bijdrage in hun bestaansze-kerheid vanuit de volksverzekeringen. Ruim viereneenhalf miljoen mensenmaken gebruik van meerdere inkomensondersteunende regelingen. Voor1WRR (2023), Grip. Het maatschappelijk belang van persoonlijke controle en SER (2023), Gezondopgroeien, wonen en werken. Naar een structurele gezondheidsaanpak en bestrijding vansociaaleconomische gezondheidsverschillen.2Tweede Kamer 2024–2025, 32 140, nr. 2113Eerder hebben onder andere de Commissie sociaal minimum, het IBO Vereenvoudiging socialezekerheid, het IBO Toeslagen, het rapport Toekomst toeslagenstelsel en de bouwstenen vooreen eenvoudiger belastingstelsel de noodzaak en de mogelijkheden voor vereenvoudigingen inhet stelsel beschreven. Ook de Staat van de Uitvoering en verschillende knelpuntenbrievenzoals van UWV en de SVB benadrukken de urgentie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7922 een groot deel van de mensen doet het stelsel wat het moet doen. Daarbijgaat het veelal om mensen die weinig grote veranderingen kennen in hunlevensomstandigheden (wisselend inkomen, echtscheiding, overlijden vaneen partner).Het huidige stelsel van inkomensondersteuning als geheel kent enkeleonmiskenbare voordelen. Zo is het stelsel gericht. Uitgangspunt is datalleen huishoudens met (tijdelijk) weinig inkomen of geen primairinkomen door het zich voordoen van bepaalde sociale risico’s of eenlevensfase, zoals ouderdom, (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid ofwerkloosheid, ondersteuning krijgen via inkomensherverdeling waardoorzij in inkomenszekerheid worden voorzien. Voor diverse soorten kostenbiedt de overheid tegemoetkomingen (kinderen, huur, zorgkosten). Hetstelsel werkt deels op basis van een inschatting van het actuele inkomenen vermogen van mensen, naast de toetsing op andere omstandigheden(grondslagen) zoals huishoudsamenstelling, en tracht daarmee gerichteondersteuning te bieden. De gerichtheid leidt tot nauwe afbakening vangroepen en dus tot meer voorwaarden waar mensen aan moeten voldoen.Het gevolg is wel dat veel verantwoordelijkheid en ook het financiëlerisico bij mensen wordt belegd. Deze verantwoordelijkheid en degerichtheid van delen van het stelsel dragen in belangrijke mate bij aan decomplexiteit.Een deel van de mensen heeft daardoor problemen: bestaansonzekerheid,mentale en fysieke gezondheidsproblemen, en oplopende schulden doorhet risico op terugvorderingen en niet-gebruik van regelingen. Door hettoenemende aantal flexibele arbeidsrelaties in combinatie met een laaginkomen en vermogen, hebben steeds meer mensen te maken met dezecomplexiteit.Uit gesprekken met stakeholders,4 en (vertegenwoordigers van) mensen5en uit een groot aantal rapporten blijkt dat het huidige stelsel voor eendeel van de mensen onbegrijpelijk, onzeker, onrealistisch en ontoereikendis en dat vereenvoudigingen noodzakelijk zijn. Ook ervaart een deel vande mensen het stelsel als oneerlijk.Onbegrijpelijk•Het stelsel kent veel regelingen, meerdere uitvoerders en heelveel ontvangers. De uitvoering is verspreid vormgegeven.•Regelingen stapelen en interacteren met elkaar (met werk, metuitkering, met toeslagen, met zorg, met wonen, met studeren).•Men moet regelmatig overstappen van de ene naar de andereregeling;•Verschillende regelingen hanteren verschillende definities voordezelfde begrippen (inkomensbegrippen, partnerbegrippen). Dedefinities sluiten vaak niet aan bij de belevingswereld vanmensen.•Elke regeling kent vele voorwaarden, rechten en plichten.•De opbouw van verschillende inkomenscomponenten is nietinzichtelijk voor de mensen.Onzeker•Het gebruikmaken van geschatte inkomensbestanddelen zorgtvoor tijdige betalingen van de ondersteuning, maar kan ookleiden tot nabetalingen en terugvorderingen.4Onder meer LCR/Iederin, SER, Nationale ombudsman, Nibud, CAK, Sociaal Raadslieden, PMM,ANBO-PCOB, Woonbond, Aedes, Stichting voor werkende ouders, Stichting ABC, Super SingleMom, Stichting Leergeld, Beroepsvereniging SAM, Muzus, Patiëntenfederatie en MIND.5Het programma VIM heeft mensen gesproken op de markt, vertegenwoordigers van mensen(LCR/Iederin), binnen focusgroepen en heeft gesproken met ervaringsdeskundigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7923 •Delen van het stelsel houden onvoldoende rekening met desituatie van sommige groepen die maandelijks een anderinkomen hebben.•Voor mensen kan het onduidelijk zijn wat de gevolgen zijn vanmeer werken voor het inkomen en voor inkomensafhankelijkeregelingen.•De gevolgen van de complexiteit zijn voor rekening van deburger. Dat wil zeggen dat wanneer mensen als gevolg van deingewikkelde en wisselende regelingen fouten maken, zij hetfinanciële risico dragen.Onrealistisch•Het stelsel is gebaseerd op het beleidsparadigma van dezelfredzame burger. Een burger die zelf goed kan inschattenwaarop hij recht heeft en welke acties hij daarvoor moetondernemen.•Het systeem is onvoldoende ingericht om rekening te houdenmet de gevolgen van stressvolle omstandigheden op het doen-en denkvermogen van mensen.•De dienstverlening is vaak op afstand en vergaand geautomati-seerd; en maatwerk is bij grote aantallen slechts beperktmogelijk.Ontoereikend•Mensen moeten verschillende regelingen stapelen om tot hetsociaal minimum te komen en moeten op de hoogte zijn van dezeregelingen.Oneerlijk•Gemeenten kunnen extra ondersteuning bieden aan mensen.Daarmee ontstaan verschillen tussen gemeenten. Deze verschil-len ervaren mensen vaak als «willekeur».•Regelingen sluiten niet altijd goed op elkaar aan waardoormensen in uitzonderlijke gevallen zelfs onder het sociaalminimum kunnen komen (alleenverdienersproblematiek).•Ook wordt door sommigen ervaren dat (meer) werken onvol-doende oplevert.Naar een eenvoudiger stelsel van inkomensondersteuningVereenvoudiging van het stelsel is voor mensen noodzakelijk. Deafhankelijkheid van aanvullende inkomensregelingen als toeslagen engemeentelijke regelingen is te groot geworden. Het kabinet wil de balansherstellen. Een nieuw stelsel kan echter niet van de ene op de andere dagworden ingevoerd, dat kost tijd en de hervormingen worden doorgevoerdterwijl het huidige stelsel moet blijven draaien om mensen de noodzake-lijke ondersteuning te kunnen blijven bieden. Elk nieuw voorstel, elke stapdient zorgvuldig gezet te worden, omdat het consequenties kan hebbenvoor (een deel van) de diverse groepen van mensen en voor deuitvoering. Waarbij oog moet zijn voor de samenhang van verschillendemaatregelen en hoe het uiteindelijk voor de mensen, de uitvoering, dearbeidsmarkt en de begroting uitpakt.Wat we niet moeten vergeten, is dat een perfect stelsel niet bestaat. Ookonze buurlanden hebben knelpunten. Elk nieuw stelsel brengt andereknelpunten met zich mee, maar de vraag is hoe we de juiste keuzes makenwaarbij er altijd afruilen zijn. Een eenvoudiger stelsel dat mensen meerzekerheid geeft heeft naast voor- ook nadelen. Zo kan bij een eenvoudigerstelsel de ondersteuning minder gericht zijn. Dit kan leiden tot meerkosten voor de overheid of tot het verdelen van hetzelfde geld terondersteuning over meer mensen, waardoor sommige mensen er ininkomen op achteruit gaan. Ook kan de wens voor vereenvoudigingbetekenen dat er terughoudend moet worden omgegaan met deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7924 introductie van nieuwe uitzonderingen of regelingen. Daarnaast betekentvereenvoudiging voor mensen niet altijd vereenvoudiging voor deuitvoering. Er zijn dus nog veel keuzes te maken en daarbij is er altijdsprake van afruilen. Het vereenvoudigen en hervormen van het stelsel vaninkomensondersteuning vraagt daarom politieke keuzes.Deze keuzes wil het kabinet maken met uw Kamer en met de publiekedienstverleners, sociale partners, lokale overheden, maatschappelijkeorganisaties en de mensen om wie het gaat. Zodat er breed draagvlakontstaat waar dit kabinet en volgende kabinetten op kunnen voortbouwen.Het stelsel van inkomensondersteuning is het gevolg van het socialezekerheids- en inkomensbeleid dat de afgelopen decennia is gevoerd.Evenwichtig inkomensbeleid draait om de manier waarop draagkrachtterugkomt in belastingheffing en inkomensondersteuning. In de socialezekerheid gaat het om de vraag welke maatschappelijke risico’s desamenleving wil dekken en hoe dit in verschillende wetten verdervormgegeven is. Daarbij moet voortdurend een balans worden gezochttussen toereikende inkomensondersteuning, gezonde overheidsfinanciënen arbeidsparticipatie. Deze balans moet ook worden gezocht binnen dehervormingsagenda. Ook elementen zoals voldoende bestedingsruimteen inkomenseffecten, houdbaarheid, uitvoerbaarheid, betaalbaarheid enhandhaafbaarheid spelen een belangrijke rol bij het vinden van eenbalans. Het kabinet onderstreept daarin het belang van arbeidsparticipatieen dat «werken moet lonen». Daarbij is een belangrijke randvoorwaardedat de armoede niet stijgt ten opzichte van het referentie jaar 2024 en datwe (kinder)armoede voorkomen.Met de hervormingsagenda inkomensondersteuning werken wevoorstellen uit voor vereenvoudiging en hervorming op de korte,middellange en lange termijn. Het primaat ligt altijd bij de individuelevereenvoudigingstrajecten, waar de uitwerking moet plaatsvinden. Dit isook logisch, gegeven de verschillende snelheden waarop deze trajectenzich bewegen, de diepgaande uitwerking die nodig is om te komen totkansrijke hervormingsvoorstellen en de verschillende doelen envormgeving van domeinen en regelingen. De desbetreffende vakbewinds-lieden zijn daarmee zelf verantwoordelijk voor de voortgang en ontwikke-lingen binnen hun eigen vereenvoudigingstrajecten.Als Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ben ik tegelijkertijdverantwoordelijk voor het inkomensbeleid in Nederland. Vanuit dieverantwoordelijkheid zie ik het als mijn rol om de inhoudelijke samenhangvan de verschillende trajecten in het oog te houden en ervoor te zorgendat de trajecten inhoudelijk op elkaar aansluiten. Dat draagt eraan bij datniet alleen op het niveau van de individuele trajecten de verschillendeprincipes in balans zijn, maar ook op systeemniveau. Ook zijn er inter-acties. Denk hierbij aan het draagkrachtprincipe in de fiscaliteit, deherverdelende effecten van toeslagen en de garantie van het sociaalminimum via de Participatiewet en verschillende lokale aanvullingen. Ditmaakt een integrale benadering van essentieel belang. Als coördinerendbewindspersoon behoud ik daarom het overzicht en bewaak ik desamenhang én voortgang. Dat doe ik op basis van de analyse enuitgangspunten die ik in deze brief neerleg. Op basis daarvan werk iksamen met de Staatssecretarissen voor Fiscaliteit en Belastingdienst,Toeslagen en Douane, Participatie en Integratie en de Ministers van VRO,VWS en OCW.De volgende principes vanuit burgerperspectief vind ik daarin van belang.Deze principes komen naar voren uit de vele adviezen, rapporten engesprekken met stakeholders en mensen zelf. Daarnaast zijn bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7925 voorbereiding van beleidsvoorstellen en uiteindelijke besluitvorming metuw Kamer ook andere afwegingen van belang zoals inkomenseffecten,houdbaarheid, uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en handhaafbaarheid.PrincipesZeker en voorspelbaar inkomenHet stelsel voor inkomensondersteuning leidt voor mensen tot eenzeker en voorspelbaar inkomen.We handhaven een goede verzekering bij verlies van inkomen uitarbeid (met name werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid) en debijstand als vangnet. Waar mogelijk gericht op terugkeer naar werken inkomen.CHet financiële risico wordt zo min mogelijk bij mensen belegd.CMensen ontvangen de ondersteuning waar ze recht op hebbentijdig (en waar mogelijk en wenselijk automatisch).Mensen moeten genoeg overhouden van een verdiende euro, en deonzekerheid over gevolgen voor toeslagen en andere vormen vaninkomensondersteuning bij de stap naar (meer) werk moet vermin-deren:CMeer werken leidt tot een merkbaar hoger besteedbaar inkomen.CEr is mogelijkheid om terug te keren naar oude rechten alswerken onverhoopt niet lukt (simpel switchen).CHet stelsel werkt zo min mogelijk met voorschotten, verrekenin-gen en terugvorderingen.CHet stelsel werkt waar mogelijk met minder inkomensafhankelijkeregelingen of met inkomensafhankelijke regelingen met eenminder steile afbouw. De effecten voor mensen en voor derijksbegroting moeten daarbij goed in het oog gehouden worden.Begrijpelijk stelselHet stelsel voor inkomensondersteuning is logisch en eenduidig.De inkomensondersteuning grijpt aan op de draagkracht van eenhuishouden en dit moet meer eenduidig en simpeler wordenvastgesteld.CMensen begrijpen waar ze recht op hebben, hoe dat recht teverzilveren is en aan welke voorwaarden deze rechten verbondenzijn.CMensen hebben inzicht in wat veranderende (levens)situatiesbetekenen voor hun bestedingsruimte, deze informatie isgemakkelijk en op betrouwbare wijze te verkrijgen van dienstver-leners.Het bestaansminimum van huishoudens moet op een eenvoudigerewijze worden geborgd: makkelijker te verzilveren en met een lagerniet-gebruik van regelingen.CMinder regelingen, minder loketten.CZoveel mogelijk geharmoniseerde definities en voorwaarden.Maatwerk zal in individuele gevallen altijd nodig blijven, maar is hetsluitstuk van het systeem.CEr is desgewenst persoonlijke hulp beschikbaar voor mensen diedat nodig hebben.CEr is maatwerk mogelijk bij bijzondere omstandigheden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7926 Het kabinet wil ook bij de uitwerking van de hervormingsagenda ingesprek blijven met de publieke dienstverleners, sociale partners, lokaleoverheden, maatschappelijke organisaties en de mensen om wie het gaat.Ook wordt getoetst of de voorstellen de gewenste uitkomst hebben endaadwerkelijk tot vereenvoudiging leiden voor mensen en de samen-leving. Zo werken we stap voor stap aan vereenvoudigingen. Per voorstelen in samenhang.Werken aan vereenvoudigingMet de hervormingsagenda inkomensondersteuning werken we toe naareen concrete agenda met vereenvoudigingen voor de korte, middellangeen lange termijn. De hervormingsagenda bestaat uit verschillendevereenvoudigingstrajecten in het hele domein van inkomensonder-steuning. Voor de aanpak van complexiteit binnen het stelsel vaninkomensondersteuning als geheel op de langere termijn wordenverschillende routes verkend. Zie in onderstaand figuur de hervormingsa-genda gevisualiseerd.Fiscaliteit en toeslagenHervorming van het belasting- en toeslagenstelsel is de enige manier ommeer werken voor alle groepen te laten lonen, en de fundamenteleproblemen van het toeslagenstelsel aan te pakken. De hervorming van hetbelasting- en toeslagenstelsel (waar het inkomensondersteuning betreft)is dan ook een belangrijk onderdeel in de hervormingsagenda, waarbij debestaande inkomensverdeling het uitgangspunt is. Nagenoeg alleNederlanders hebben immers te maken met belastingen, en heel veelhuishoudens ontvangen toeslagen. Inhoudelijk is het daarom logisch omeen stip op de horizon te zetten op dit traject en dat mee te nemen in deandere trajecten. Uw Kamer ontvangt in het voorjaar van 2025 conform deTaakopdracht hervorming belasting- en toeslagenstelsel een eersteinhoudelijke brief met enkele varianten en keuzeopties. Hierin lopen dehuurtoeslag, zorgtoeslag en kindregelingen mee. Dit zal voor de fiscaliteiten toeslagen het startpunt zijn voor de parlementaire dialoog omgezamenlijk te kijken of we een stip op de horizon kunnen formuleren,waarbij andere acties aan kunnen sluiten. Daarbij is er ook aandacht voorde relatie tussen het belasting- en toeslagenstelsel en het minimumloonen de doorwerking van verschillende regelingen op elkaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7927 Op het gebied van de verschillende toeslagen en fiscale regelingenworden ondertussen de nodige vereenvoudigingen voorbereid en wordtmet verschillende uitvoeringsorganisaties en lokale overheden gewerktaan goed uitvoerbaar beleid, die alle passen binnen de hervormingsa-genda en de bij behorende doelen:−De hervorming van de Kinderopvangtoeslag loopt al langer in eenseparaat traject. Uw Kamer wordt dit najaar geïnformeerd via eenhoofdlijnenbrief over de hervorming van het financieringsstelsel vande kinderopvang. Deze brief is de beleidsmatige basis voor hetwetstraject.In 2025 wil het kabinet een wetsvoorstel openstellen voor internetcon-sultatie en uitzetten voor een uitvoerings- en toezichtstoets.−Inkomensondersteuning aan chronisch zieken en gehandicapten. Defiscale regeling aftrek specifieke zorgkosten is geëvalueerd en laat ziendat een deel van de doelgroep geen gebruik maakt van de regelingvanwege de complexiteit of hoge administratieve aanvraaglast. Hetkabinet verkent daarom aanpassingen en alternatieven voor de fiscaleregeling aftrek specifieke zorgkosten. De doelgroep chronisch ziekengehandicapten doet een beroep op veel verschillende regelingen,verspreid binnen het stelsel. Er wordt onderzocht of het eenvoudigerkan. Het streven is om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025 heteindrapport af te ronden en vervolgens met uw Kamer te delen.−Wetsvoorstel wijziging wet op de huurtoeslag ter verbetering van dekoopkracht en vereenvoudiging van de regeling. In het wetsvoorstelvoor wijziging van de Wet op de huurtoeslag en enkele andere wettenwordt de koopkracht verbeterd en wordt de huurtoeslag versimpeld.Huishoudtypen worden geharmoniseerd (waaronder harmonisatie vande vergoeding van huurdelen) en de afbouw in de huurtoeslag wordtminder steil en lineair. De eigen bijdrage in de huurtoeslag wordtverlaagd. Het wetsvoorstel loopt mee met het belastingplan 2025.−Wetsvoorstel vereenvoudiging huurtoeslag. In dit wetsvoorstel wordtde huurtoeslag vereenvoudigd en wordt de koopkracht van huurdersin het duurdere huursegment verbeterd. De maximum huurgrenzenkomen te vervallen, de jongerenleeftijdsgrens wordt verlaagd en desubsidiering van een aantal categorieën servicekosten komt tevervallen. De eigen bijdrage in de huurtoeslag wordt verhoogd tergedeeltelijke dekking van de maatregelen, maar per saldo wordt deeigen bijdrage bij invoering van beide wetsvoorstellen verlaagd. Hetwetsvoorstel loopt mee met het belastingplan 2025.−Het wetsvoorstel Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek»is momenteel in de Kamer in behandeling. Het streven voor inwerking-treding is 1 januari 2025. Voor het wetsvoorstel voor de fiscaleregeling, die deze problematiek bij de bron aanpakt, is invoering per2028 beoogd.−Kindregelingen (kinderbijslag en kindgebonden budget). Het kabinetonderzoekt bijvoorbeeld de vormgeving van één kindregeling in éénwettelijk kader en bereidt besluitvorming voor. Dit betreft eenvraagstuk op het snijvlak van toeslagen en sociale zekerheid. Er heefteen ambtelijke verkenning plaatsgevonden naar een toekomstigekindregeling. In de verkenning zijn twee basisvarianten op hoofdlijnenuitgewerkt. Een brief met de ambtelijke verkenning is in februari 2024aan de Kamer aangeboden.Sociale zekerheidVoor de sociale zekerheid geldt dat een groot deel van de complexiteit kanof moet worden opgelost door vereenvoudigingen binnen regelingen zelf.Hier ligt door de complexe wet- en regelgeving an sich al een opgave ommensen de inkomenszekerheid te bieden die zij nodig hebben. Ook draagtte grote afhankelijkheid van gemeentelijke regelingen bij aan bestaanson-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7928 zekerheid en aan mensen lastig uit te leggen verschillen voor verge-lijkbare gevallen op basis van woonplaats. Ik wil deze opgave in brederverband beschouwen en zal zoeken naar oplossingen die vanuit burger-perspectief bijdragen. De Vereenvoudigingsagenda sociale zekerheid richtzich op vereenvoudiging van socialezekerheidsregelingen zoals deParticipatiewet, de WW, de WIA en de interactie ertussen. Voor de socialezekerheid worden oplossingen verkend voor zowel de korte, middellangeals lange termijn. Hierdoor krijgen mensen te maken met minder (strenge)voorwaarden en lopen zij minder financieel risico. In juni wordt u jaarlijkshierover geïnformeerd.−Dit najaar ontvangt uw Kamer voor verschillende trajecten al de eersteresultaten, zoals de uitwerking van varianten de OCTAS en eenvoortgangsbrief met de probleemanalyse van spoor 2 van deParticipatiewet.−Het kabinet werkt aan het wetsvoorstel proactieve dienstverlening. Hetwetsvoorstel is van belang zodat burgers beter hun weg in de socialezekerheid vinden en deze gebruiken door meer gerichte informatie-voorziening en het verkleinen van drempels bij de aanvraag. Daarmeekrijgen UWV, SVB en gemeenten de bevoegdheid om, met verwerkingvan persoonsgegevens, mensen gericht te informeren over onbenutteaanspraken in de sociale zekerheid. En om vervolgens aanvragen tefaciliteren. Het wetsvoorstel zal dit jaar ter advisering aan de Raad vanState worden aangeboden en wordt naar verwachting begin 2025 bijde Tweede Kamer ingediend.−Met het programma Simpel Switchen werkt het kabinet aan hetwegnemen van belemmeringen zodat mensen in de Participatiewetmakkelijker en veiliger tussen uitkering en werk en tussen dagbeste-ding – beschut werk – banenafspraak – regulier werk kunnen wisselen.Samen met partnerorganisaties uit het veld, professionals en mensenzelf wordt door SZW en VWS gewerkt aan de doelen uit het program-maplan om het voor mensen makkelijker te maken om te switchen. Ditziet zowel op het verbeteren van processen in de uitvoering als op wet-en regelgeving. Dit programma loopt van 2024 tot 2027. De Kamerwordt elk jaar geïnformeerd over de voortgang. De eerstvolgende briefontvangt u eind 2024.−Er loopt een onderzoek naar vereenvoudiging van de leefvormen in deAOW.−Tot slot zal er aandacht zijn voor hoe we het bestaansminimumgaranderen en voor de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk engemeenten. De Staatssecretaris voor Participatie en Integratie is metVNG en Divosa in gesprek over hoe we uitwerking kunnen geven aande ambitie om het armoedebeleid te verbeteren. Daarbij is ookaandacht voor de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk engemeenten. Hierover wordt u geïnformeerd in het voorjaar 2025.Los van de vereenvoudigingsagenda wordt er binnen de sociale zekerheidgewerkt aan hervormingen die raken aan het stelsel van inkomensonder-steuning. Deze voorstellen hebben verschillende doelen. In het hoofdlij-nenakkoord is een vergisrecht opgenomen. De uitwerking hiervan wordtonder meer opgepakt in het kader van het wetsvoorstel handhavingsociale zekerheid, waarin ook gekeken wordt naar terugvorderingen.Hierdoor wordt het mensen minder zwaar aangerekend als zij een foutmaken.Domeinoverstijgende knelpuntenHet kabinet wil via het programma VIM samen met de publieke dienstver-leners en lokale overheden op de korte termijn domeinoverstijgendeknelpunten die zien op de samenloop van regelingen doorbreken. Zowerken we aan een oplossing voor de complexe bruto-netto problematiekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7929 die speelt als een uitkering wordt teruggevorderd als de jaargrens isgepasseerd. Hiervoor is geld gereserveerd uit de enveloppe Groepen in deknel. Ook werkt het programma VIM oplossingen uit voor het mitigerenvan de impact op toeslagen of andere uitkeringen bij een uitbetaling inéén keer.Voor de middellange termijn wordt gewerkt aan het harmoniseren enstandaardiseren van begrippen. Eenduidige, omlijnde en geharmoni-seerde begrippen dragen bij aan het voorkomen van fouten en vergis-singen. Hierbij wordt bijvoorbeeld bezien of toegewerkt kan worden naareen kleinere set objectiveerbare begrippen die beter aansluiten bij debelevingswereld van mensen. Door gebruik te maken van een kleinere setobjectiveerbare begrippen, worden regelingen op zich niet alleeneenvoudiger en beter na te leven voor mensen, maar wordt ook beteregegevensdeling en meer proactieve dienstverlening mogelijk. Dit zou optermijn kunnen bijdragen aan ingevulde aanvraagformulieren en waarmogelijk en wenselijk automatische toekenning van regelingen. Deharmonisatie van begrippen is een belangrijke faciliterende factor voorverschillende lange termijn vereenvoudigingen die nodig zijn. Over devoortgang van de harmonisering van begrippen en de domeinoverstij-gende aanpak van de korte termijn knelpunten wordt uw Kamer in hetvoorjaar van 2025 geïnformeerd.Tot slotEen nieuw stelsel kan niet van de ene op de andere dag worden gereali-seerd. Daar moet stap voor stap naartoe worden gewerkt, in samen-werking tussen politiek, beleid en uitvoerders. Met mijn collega’s in hetkabinet hoop ik dat wij hier de komende jaren constructief met u mee aande slag kunnen gaan. In het voorjaar van 2025 zullen wij uw Kamerinformeren over hoe de afzonderlijke trajecten binnen deze agenda insamenhang uitgewerkt worden voor een zekerder en begrijpelijker stelselvan inkomensondersteuning, waarin werken meer loont.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 79210 PLANNINGSOVERZICHT (NIET UITPUTTEND)Brieven, wet- en regelgevingTijdpadVerantwoordelijk bewindspersoonFiscaliteit en ToeslagenHervorming Toeslagen en Fiscaliteit• 17 oktober jl. Taakopdracht• Eerste inhoudelijke brief voorjaar ’25 metenkele varianten en keuzeopties.• Gerichte nadere uitwerking kan wordenopgenomen in brieven in het najaar ’25 eneen eindbrief/eindproduct voorjaar ’26.• Voor zover mogelijk wordt vervolgensgestart met het opstellen van wetgeving.Staatssecretarissen van FinanciënVerkenning naar aanpassingen van of alterna-tieven voor de fiscale regeling aftrek specifiekezorgkostenHet streven is om uiterlijk in het eerstekwartaal van 2025 het eindrapport af teronden en vervolgens met uw Kamer tedelen.Minister VWSToeslagenKinderopvangtoeslag• Hoofdlijnenbrief financiering nieuw stelselkinderopvang najaar 2024.• Wetsvoorstel in internetconsultatie: medio2025.Staatssecretaris Participatie en IntegratieWetsvoorstel wijziging wet op de huurtoeslagter verbetering van de koopkracht en vereen-voudiging van de regelingBehandeling bij het belastingplan 2025(behandeling EK begin december).Minister VroWetsvoorstel vereenvoudiging huurtoeslagBehandeling bij het belastingplan 2025(behandeling EK begin december).Minister VroSociale zekerheidParticipatiewet• Spoor 1: wetsvoorstel ligt in de Kamer.• Spoor 2 en 3: najaar 2024, Kamerbrief metvoortgang en probleemanalyse.Staatssecretaris Participatie en IntegratieSimpel switchen in de participatieketen• Looptijd programma 2024–2027.• De Kamer wordt elke jaar over de voortganggeïnformeerd, eerstvolgende brief eind 2024.Staatssecretaris Participatie en IntegratieNationaal Programma Armoede en SchuldenVoorjaar 2025Staatssecretaris Participatie en IntegratieProactieve dienstverlening sociale zekerheid• Verzending naar de Raad van State wordtvoorbereid.• Naar verwachting ligt het wetsvoorstelbegin 2025 in de Kamer.Minister SZWWIA: uitwerking varianten OCTASQ4 2024 KamerbriefMinister SZWToeslagenwetQ1 2025 KamerbriefMinister SZWWWKnelpuntenonderzoek is in november 2023aan de Kamer aangeboden.Minister SZWAlleenverdieners problematiekHet streven voor inwerkingtreding van hetwetsvoorstel voor de tijdelijke regeling is1 januari 2025.Staatssecretaris Participatie en IntegratieAOW: partnerbegripMedio 2025 Kamerbrief met uitkomstenonderzoek objectief partnerbegrip AOW.Minister SZWAKW en WKB: kindregelingenKamerbrief is in februari 2024 aangeboden.Minister SZWKorte en middellange termijn knelpunten VIMKnelpunten VIM, waaronder brutonettoproblematiek en harmonisatie begrippenKamerbrief Q2 2025Minister SZW BIJLAGE.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 79211
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.