Verslag van een schriftelijk overleg over voorhang wijziging Besluit burgerluchthavens (Kamerstuk 31936-1142)
Brontekst
Versie 048755253774088c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 936LuchtvaartbeleidNr. 1151 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 9 april 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur enWaterstaat over de brief van 9 februari 2024 over de voorhang van dewijziging van het Besluit burgerluchthavens (Kamerstuk 31 936, nr. 1142).De vragen en opmerkingen zijn op 4 maart 2024 aan de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 9 april 2024 zijn devragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,PostmaAdjunct-griffier van de commissie,Koerselman kst-31936-1151ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11511 InleidingDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van destukken en hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij.De leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de Voorhang wijziging Besluit burgerluchthavens (BBL). Zij vinden hetbelangrijk dat er strenge regels zijn om ervoor te zorgen dat doorburgerluchthavens veroorzaakte luchtverontreiniging beperkt blijft.De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van hetconceptbesluit. Graag leggen zij de Minister nog enkele vragen voor.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Voorhangaangaande de wijziging Besluit burgerluchthavens om een grondslag tekunnen opnemen voor het berekenen van de emissie van het luchthaven-luchtverkeer van stoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van de Voorhang wijziging BBL. Zij benadrukken denoodzaak van het snel nemen van alle mogelijke maatregelen in deluchtvaart, waaronder krimp, om de klimaat- en natuurcrisis op tijd tebestrijden en om de gezondheid van mensen en dieren te beschermen.Algemene opmerkingenMet belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingenvan de fracties over de voorhang bij de wijziging van het Besluit burger-luchthavens (BBL)1. De voorliggende wijziging bevat twee aanpassingen.Allereerst wordt vastgelegd dat de emissie van stoffen die lokaleluchtverontreiniging veroorzaken, wordt uitgedrukt in kilogram per jaar.Daarnaast wordt een grondslag gecreëerd om bij ministeriële regelingrekenregels vast te kunnen leggen voor het berekenen van de emissie vanstoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken. Dit gaat over deabsolute emissies vanwege het luchthavenluchtverkeer. Mochten in detoekomst grenswaarden voor emissies worden opgenomen in deluchthavenbesluiten, dan is een rekenvoorschrift noodzakelijk. Dezewijziging van het BBL ziet enkel op het creëren van de benodigdegrondslag hiervoor. Vooralsnog is geen sprake van de invulling van derekenregels of eventuele concrete grenswaarden.Op 21 december 20232 is een brief aan de Kamer gestuurd met daarbijmeerdere onderzoeken naar de invloed van luchthavenemissies op delokale luchtkwaliteit. Uit deze onderzoeken blijkt dat de invloed vanluchtvaartemissies op de lokale luchtkwaliteit beperkt is. In de aanko-mende luchthavenbesluiten voor overige burgerluchthavens vannationale betekenis worden daarom op dit moment geen emissiegrens-waarden vastgelegd. Vooralsnog wordt er ook geen rekenvoorschriftvastgesteld. Wel wordt met de wijziging van het BBL alvast een grondslagopgenomen om dat op een later moment alsnog te doen.Rekenmethode1.De leden van GroenLinks-PvdA vragen om specifiek toe te lichten hoe hetsysteem eruit gaat zien, waar de bij Schiphol geldende systematiek1Kamerstukken II 2023/24, 31 936, nr. 1142.2Kamerstukken II 2023/24, 31 936, nr. 1137.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11512 aansluit bij of afwijkt van waardes, stoffen, meet- en rekenmethoden dienu voor bijvoorbeeld de industrie of het overige verkeer gelden en wat,waar van toepassing, de ratio is achter een dergelijk verschil.De voorgenomen wijziging van het BBL heeft enkel betrekking op deoverige burgerluchthavens en niet op de luchthaven Schiphol. Dewijziging heeft als doel om een grondslag toe te voegen in het BBL. Opgrond daarvan kunnen bij ministeriële regeling rekenregels wordenvastgelegd ten behoeve van het vaststellen van grenswaarden voorluchtvaartemissies. Het gaat hierbij om absolute grenswaarden, met eenmaximum aan emissies per gebruiksjaar. Bij de luchthaven Schiphol zijnin het luchthavenverkeerbesluit (LVB) daarentegen relatieve grenswaardenopgenomen. Het emissierekenvoorschrift voor de luchthaven Schiphol isopgenomen in de Regeling milieu-informatie Schiphol (Rmi). De voorge-nomen wijziging van het BBL heeft geen relatie met het rekenvoorschriftof de rekenmethode die bij Schiphol wordt gehanteerd.2.De leden van GroenLinks-PvdA vragen of er in de wet een lijst kan wordenopgenomen met te rapporteren stoffen evenals een verwijzing naar nadervast te stellen grenswaarden en geografische bepalingen waar diegrenswaarden gaan gelden.Het betreft hier een wijziging van het Besluit burgerluchthavens en nietvan de Wet luchtvaart. De wijziging heeft betrekking op de emissies vanstoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken. Absolute emissieshebben geen geografische bepaling, dat geldt alleen voor concentraties.Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) registreert debronnen en bijhorende emissies van een groot aantal luchtverontreini-gende stoffen. Luchtvaart is een bron vanwege de emissies door hetluchthavenluchtverkeer. Uit de onderzoeken die op 21 december 2023 metde Kamer zijn gedeeld, blijkt dat de invloed van luchthavenluchtverkeer opde lokale luchtkwaliteit beperkt is; de emissies door het luchthavenlucht-verkeer dragen voor een heel klein deel bij aan de totale aanwezigeconcentratie van de verschillende stoffen. Daarom worden op dit momentgeen grenswaarden voor emissies opgenomen in de aankomendeluchthavenbesluiten van de overige burgerluchthavens van nationalebetekenis. Indien in de toekomst emissiegrenswaarden worden bepaald,dan wordt een lijst met stoffen en bijhorende absolute grenswaardenopgenomen in het luchthavenbesluit.3.De leden van de PvdD vragen wat er valt onder het begrip «stoffen dielokale luchtverontreiniging veroorzaken» en hoe wordt dat bepaald?Verder vragen de leden van de PvdD wat er wordt verstaan onder «lokaal»en hoe en door wie de rekenvoorschriften en grenswaarden voor emissiesvan stoffen die niet «lokaal» zijn worden vastgesteld en wat dezegrenswaarden zijn.Stoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken zijn stoffen die in deleefomgeving de luchtkwaliteit beïnvloeden. Onder «lokaal» wordt hetgebied rond een luchthaven verstaan waarin de motoremissies vanluchtverontreinigende stoffen van het luchthavenluchtverkeer bijdragenaan concentraties van die stoffen op leefniveau. De emissie van dezestoffen kan bepaald worden met een rekenmodel. De wijziging van hetBBL kan, gelet op artikel 8.44, derde en vierde lid, van de Wet luchtvaart,alleen betrekking hebben op stoffen die bijdragen aan lokale luchtveront-reiniging. Vooralsnog bestaat er geen voornemen om dergelijke grens-waarden op te nemen in de luchthavenbesluiten, zoals bij antwoord 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11513 uiteen is gezet. Rekenregels of grenswaarden voor stoffen die buiten dezedefinitie vallen, zijn niet aan de orde.4.De leden van de NSC vragen of de zorgen over risico’s die gepaard gaanmet rekenmethodes worden gedeeld en hoe deze risico’s kunnen wordengemitigeerd. Verder vragen de leden van de NSC of de Kamer kan wordengeïnformeerd wanneer het rekenvoorschrift is afgerond.Een betrouwbare en gedegen rekenmethode is van groot belang voor allebetrokkenen en voor het vertrouwen in de gehanteerde systematiek. HetMinisterie van IenW zet zich in om rekenmethodes onafhankelijk te latentoetsen.Er is op dit moment nog geen sprake van een rekenmethode of eenrekenvoorschrift. Mocht dit op een later moment wel het geval zijn, danwordt de Kamer geïnformeerd over ontwikkelingen met betrekking tot hetrekenvoorschrift.5.De leden van de PvdD vragen wie per burgerluchthaven het bevoegdgezag is en op basis waarvan de rekenvoorschriften en emissiegrens-waarden precies bepaald worden door het bevoegd gezag, of hetbeschermen van gezondheid van mens en dier en een leefbare planeetvoor toekomstige generaties daarin leidend is en welke ruimte hetbevoegd gezag heeft om het belang van gezondheid maximaal mee telaten wegen.Luchthavens zijn ingevolge artikel 8.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart teonderscheiden in de luchthaven Schiphol, de overige burgerluchthavensen militaire luchthavens. Uit het tweede lid van artikel 8.1 volgt datoverige burgerluchthavens van nationale of regionale betekenis zijn. DeMinister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is het bevoegd gezagvoor de overige burgerluchthavens van nationale betekenis. Hierbij gaathet ingevolge het derde lid van artikel 8.1 om de luchthavens Lelystad,Eelde, Maastricht en Rotterdam. Voor de overige burgerluchthavens vanregionale betekenis zijn de gedeputeerde staten van de provincie waarinde luchthaven is gelegen het bevoegd gezag.Indien er een rekenvoorschrift wordt vastgelegd in de Regeling burger-luchthavens, dan geldt dit voor alle overige burgerluchthavens. Het is dusniet zo dat elk bevoegd gezag zelfstandig rekenregels bepaalt. De juistheiden accuraatheid van de rekenmethode is hierbij leidend. Bij het eventueelvaststellen van een rekenvoorschrift gaat het erom dat feitelijke emissiesdaarmee zo goed mogelijk kunnen worden bepaald. Dat raakt slechtsindirect aan de gezondheid van mens en dier. Zoals aangegeven in debeantwoording bij vraag 4, is vaststelling van het rekenvoorschriftvooralsnog niet aan de orde. Mocht dit in de toekomst wel het geval zijn,dan wordt de Kamer geïnformeerd over de totstandkoming van hetrekenvoorschrift.6.Verder vragen de leden van de PvdD of het bedoeling is dat er éénvoorschrift komt voor alle burgerluchthavens en hoe dit in de praktijkwerkt. Tevens vragen de leden waarom dit op deze manier is geregeld enhoe dit bijdraagt draagt aan een betere bescherming van de leefom-geving.Met de voorliggende wijziging van het BBL wordt enkel een grondslaggecreëerd om een eventueel rekenvoorschrift vast te leggen. Een dergelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11514 voorschrift zou gelden voor alle overige burgerluchthavens. Dezesystematiek sluit aan bij de systematiek voor het berekenen van degeluidsbelasting en de contouren voor externe veiligheid. Door hetopnemen van een grondslag in het BBL wordt het mogelijk in de toekomstgrenswaarden voor emissies van luchtverontreinigende stoffen uitvliegtuigmotoren op te nemen in de luchthavenbesluiten. Het opnemenvan grenswaarden in de aankomende luchthavenbesluiten is nu niet aande orde, en daarmee ook het vaststellen van een rekenvoorschrift niet. Zieook het antwoord op vraag 2.Leefomgeving7.De leden van D66 vragen of er ook rekening gehouden wordt met decumulatieve effecten van verschillende soorten uitstoot op welke manierde voorgestelde systematiek rekening houdt met bijvoorbeeld drukke enminder drukke periodes op deze luchthavens en de invloed daarvan opwerknemers en omwonenden. Daarnaast vragen de leden van D66 of kanworden gegarandeerd dat de voorgestelde rekenregels resulteren in eenveilige en gezonde leefomgeving voor de omwonenden van luchthavens,en zo ja, waar dat uit blijkt.Met een eventueel toekomstig rekenvoorschrift kunnen de absoluteemissies vanwege het luchthavenluchtverkeer worden berekend. Eendergelijk voorschrift gaat enkel over de manier waarop emissies berekendworden. De specifieke invulling van een rekenvoorschrift en de invullingover drukke en minder drukke periodes, is nu niet aan de orde. Bij hetvaststellen van een rekenvoorschrift gaat het erom dat feitelijke emissiesdaarmee zo goed mogelijk kunnen worden bepaald. Dat raakt slechtsindirect aan de gezondheid van mens en dier; rekenregels leiden nietdirect tot een meer veilige en gezonde leefomgeving voor deomwonenden van luchthavens, maar zijn een basis voor het berekenenvan eventuele grenswaarden.8.De leden van PvdD vragen hoe het halen van het doel om rondomburgerluchthavens de leefomgevingskwaliteit te verbeteren, in lijn metbijvoorbeeld de doelen van het Schone Lucht Akkoord, kan wordengegarandeerd als emissiegrenswaarden niet verplicht zijn.De effecten van luchtvaart op de lokale luchtkwaliteit in de leefomgevingzijn beperkt. In de eerder aangehaalde brief die op 21 december 2023 aande Kamer is gestuurd, is een aantal praktische maatregelen opgenomendat kan bijdragen aan het verminderen van emissies. Denk hierbijbijvoorbeeld aan overstappen naar emissievrije grondapparatuur,duurzaam taxiën, verminderen van het Auxiliary Power Unit (APU)-gebruik en overstappen naar elektrische Ground Power Units (e-GPU) ofPre Conditioned Air (PCA). Deze acties kunnen, los van het opnemen vaneventuele grenswaarden, bijdragen aan het behalen van de doelen vanhet Schone Lucht Akkoord.9.De leden van de PvdD vragen tevens of er tot nu toe geen mogelijkheidwas om emissiegrenswaarden voor burgerluchthavens voor stoffen dieluchtverontreiniging veroorzaken vast te stellen en of deze reeds bestaan.De leden vragen verder hoe tot nu toe de leefomgeving en gezondheidvan mens en dier tegen de uitstoot van burgerluchthavens precies werdbeschermd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11515 Artikel 8.44, derde lid, van de Wet luchtvaart biedt de mogelijkheid omgrenswaarden op te nemen voor emissies door het luchthavenlucht-verkeer van stoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken. Devoorgenomen wijziging van het BBL creëert een grondslag om reken-regels vast te leggen en bepaalt in welke eenheid, namelijk kilogram perjaar, de emissie uitgedrukt wordt. Hierdoor wordt het mogelijk gemaaktom emissiegrenswaarden vast te leggen. Echter, zoals bij antwoord 2 isuitgewerkt, worden in de aankomende luchthavenbesluiten nog geengrenswaarden vastgelegd.Het is van belang te vermelden dat voorafgaand aan eerder aangehaaldeonderzoeken veel onbekend was over de effecten van luchtvaartemissiesop de lokale luchtkwaliteit. Daarom heeft TNO in maart 20233 in opdrachtvan IenW onderzoek gedaan naar de emissies van Zeer ZorgwekkendeStoffen (ZZS) die vrijkomen uit vliegtuigmotoren in de Landing andTake-Off (LTO)-cyclus. Naar aanleiding van dit onderzoek, zijn meerdereonderzoeken uitgezet om de effecten inzichtelijk te maken. Deze onder-zoeken zijn in december 2023 naar de Kamer verstuurd. Deze onderzoekentonen aan dat de invloed van luchtvaartemissies op de lokale luchtkwa-liteit beperkt is.Grenswaarden10.De leden van de PvdD vragen voor welke burgerluchthavens ervoornemens of wensen zijn om emissiegrenswaarden vast te stellen enper wanneer. De leden vragen verder of klopt dat het niet verplicht is omdergelijke grenswaarden op te nemen, waarom dit het geval is en of ditalsnog kan worden afgedwongen.Uit de onderzoeken die op 21 december 2023 naar de Kamer zijnverstuurd, blijkt dat de invloed van luchtvaartemissies op de lokaleluchtkwaliteit beperkt is. In de aankomende luchthavenbesluiten van deburgerluchthavens van nationale betekenis worden daarom nu geenemissiegrenswaarden opgenomen.Uit artikel 8.44, derde lid, van de Wet luchtvaart volgt dat een luchthaven-besluit grenswaarden en regels kan bevatten die noodzakelijk zijn met hetoog op lokale luchtverontreiniging. Hier is geen sprake van eendwingende bepaling. Het is op grond van de huidige regelgeving nietverplicht om dergelijke grenswaarden op te nemen. Het afdwingen vangrenswaarden zou een wijziging van de Wet luchtvaart vereisen.UFP en andere stoffen11.De leden van GroenLinks-PvdA, D66 en PvdD vragen om verdereverduidelijking en reflectie met betrekking tot het voornemen omluchtverontreinigende stoffen in kilogram per jaar uit te drukken, specifiekin het licht van UFP. De leden van GroenLinks-PvdA verzoeken tevens hetontwerpbesluit op dit punt aan te passen. De leden van GroenLinks-PvdAvragen tenslotte of UFP ook zal worden opgenomen in de lijst met stoffenwaarover moet worden gerapporteerd en verwachten dat dit gebeurt in deeenheid die het meest relevant en gebruikelijk is.Voor de meeste luchtverontreinigende stoffen is het gebruikelijk datemissies in een gewichtseenheid worden uitgedrukt. Op die praktijk wordtaangesloten door in de wijziging de emissie in kilogram per jaar uit te3Kamerstukken II 2022/23, 31 936, nr. 1051.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11516 drukken. In de IPLO Emissiedatabase luchtvaart en -havens wordt permotortype en per fase in de LTO-cyclus uitgedrukt hoeveel gram vanafzonderlijke luchtverontreinigende stoffen vrijkomen bij de verbrandingvan één kilo brandstof.Ultrafijn stof (UFP) wordt anders uitgedrukt dan de andere stoffen,namelijk in aantal deeltjes per kubieke centimeter. IenW is zich ervanbewust dat de eenheid kilogram per jaar voor UFP wellicht niet de meestgeschikte eenheid is.Momenteel is er geen wettelijke norm voor UFP en is ook niet voorziendat er een wettelijke norm komt. Mochten er in de toekomst grens-waarden ten aanzien van UFP worden vastgesteld, dan wordt op datmoment bezien wat hiervoor de beste eenheid is. Het besluit wordt hiernu dan ook niet op aangepast.Toezicht en handhaving12.De leden van de BBB vragen welke consequenties er verbonden zijn aanniet-naleving van de grenswaarden. De leden van D66 vragen daarnaasthoe er binnen het berekenen op jaarbasis rekening gehouden wordt metde mogelijkheid om adequaat te kunnen handhaven, aangezien er langeperiodes zitten tussen de daadwerkelijke uitstoot en de mogelijkheid omvervolgens handhavend op te tredenZoals in het antwoord op vraag 2 staat, worden in de aankomendeluchthavenbesluiten geen grenswaarden opgenomen. Ook wordt er nugeen rekenvoorschrift vastgelegd. Mocht dit in de toekomst wel wordenoverwogen, dan geldt voor wat betreft de handhaving dat ingevolgeartikel 8.45, eerste lid, jo. artikel 8.70, tweede lid, van de Wet luchtvaarteen maatregel kan worden opgelegd bij overschrijding van een grens-waarde. Aangezien er nu geen grenswaarden worden vastgelegd, is datvooralsnog niet aan de orde.13.De leden van de PvdD vragen of er een risico bestaat dat er verschillenontstaan in hoe verschillende bevoegde gezagen en handhavers, zoals deInspectie Leefomgeving en Transport (ILT) of gedeputeerde staten/omgevingsdiensten, de emissiegrenswaarden vaststellen en erophandhaven.Zoals eerder aangegeven wordt met de voorliggende wijziging van hetBBL enkel een grondslag gecreëerd om eventuele rekenregels vooremissies door luchthavenluchtverkeer vast te leggen. In de luchthavenbe-sluiten van luchthavens van nationale bekentenis worden op dit momentgeen emissiegrenswaarden vastgelegd. Handhaving op dergelijkegrenswaarden is op dit moment nog niet aan de orde. Mocht dit in detoekomst wel het geval zijn, dan wordt opnieuw bezien hoe dehandhaving ingevuld zal worden.14.De leden van de PvdD vragen verder of het onwenselijk wordt gevondendat het toezicht en de handhaving op bedrijven, in dit geval burgerlucht-havens, afhankelijk is van de cijfers die die bedrijven zelf opleveren en hoein de toekomst gegarandeerd wordt dat bijvoorbeeld de uitstootgegevensdie worden opgeleverd overeenkomen met de reële uitstoot in deleefomgeving.In het antwoord op vraag 4 wordt het belang van een goed en gedegenrekenvoorschrift aangehaald. Hierdoor sluiten berekeningen en deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11517 werkelijkheid goed op elkaar aan. Daarnaast beschikt het InformatiepuntLeefomgeving (IPLO) over een overzicht van alle vrijkomende emissiesvan luchtvaart en luchthavens in Nederland. Deze gegevens kunnen,mocht in de toekomst besloten worden tot grenswaarden, gebruiktworden bij de berekening daarvan.15.De leden van de PvdD vragen tevens welke mogelijkheden er zijn voorbevoegde gezagen en handhavers om zelf ook de uitstoot te meten bijluchthavens, waar daar nu gebruik van wordt gemaakt en hoeveelmeetpunten er dan zijn per burgerluchthaven. Verder vragen de leden ofIenW ervoor open staat om, samen met andere overheden, een meerfijnmazig meetnetwerk te helpen faciliteren, om zo de echte uitstoot beterin kaart te krijgen, minder afhankelijk te zijn van bedrijven en degezondheid van burgers beter te beschermen.Het is niet goed mogelijk om onderscheid te maken tussen verschillendebronnen in de uitstoot. Zo kan niet worden bepaald of stoffen zijnuitgestoten door het luchthavenluchtverkeer of door bijvoorbeeld verkeerop de naastgelegen weg. Een gemeten hoeveelheid uitstoot kan niet aanéén bron worden toegekend. Het meten van stoffen die enkel doorluchtvaart uitgestoten worden, werkt niet goed en wordt niet toegepast.Daarom wordt er geen gebruik gemaakt van meetpunten. IenW ziet geennoodzaak om, samen met andere overheden, een meer fijnmazigmeetnetwerk te helpen faciliteren.Overige vragen16.De leden van de BBB vragen of het rekenvoorschrift niet pas bepaald kanworden als ook duidelijk wordt welke emissiegrenswaarden bij individueleluchthavenbesluiten worden ingesteld, om zo een adequaat rekenvoor-schrift toe te passen.Voor het berekenen en bepalen van eventuele grenswaarden, is eenrekenvoorschrift noodzakelijk. De wijziging van het BBL creëert eengrondslag voor grenswaarden aan emissies. In de aankomende luchtha-venbesluiten worden echter nog geen grenswaarden opgenomen enwordt er evenmin een rekenvoorschrift vastgelegd. Dit is uiteengezet in debeantwoording op vraag 2 en vraag 4.17.De leden van de PvdD vragen of krimp van het aantal vluchten ook eenvan die voorbeelden van maatregelen die kunnen worden ingezet om eengezonde leefomgeving te waarborgen en dus de uitstoot van schadelijkestoffen te minimaliseren en te vermijden.De eerder aangehaalde onderzoeken die op 21 december 2023 naar deKamer zijn verstuurd, laten zien dat de invloed van emissies doorluchtvaartluchtverkeer beperkt is. Ook de bijdrage aan het totaal van deaanwezige concentraties is klein. Krimp van het aantal vluchten kan echtereen aanvulling zijn op de bij antwoord 8 geformuleerde maatregelen omemissies te verminderen.18.De leden van de PvdD vragen tenslotte hoe de totale milieuruimte vanburgerluchthavens tot nu toe wordt bepaald en hoe rechtszekerheid wordtgeboden aan omwonenden van een burgerluchthaven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11518 De milieuruimte van een burgerluchthaven wordt op dit moment bepaalddoor de geluidsruimte die aan een luchthaven is vergund. Deze geluids-ruimte wordt in het luchthavenbesluit vastgesteld door middel vanhandhavingspunten rond de luchthaven. De Inspectie Leefomgeving enTransport (ILT) ziet toe op naleving van de vastgestelde grenswaardenvoor geluid, handhaaft hierop en kan bij overschrijding een maatregelopleggen. Dit is voor luchtvaartemissies vooralsnog niet aan de orde,aangezien er met de nu voorliggende wijziging geen grenswaarden voorluchtvaartemissies worden vastgelegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11519
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.