Lijst van vragen en antwoorden over de kabinetsreactie rapport “Hoe Tata Steel Nederland te verduurzamen?” en position paper ”Gezondheid Geborgd” (Kamerstuk 32813-1369)
Brontekst
Versie 465ada0f1b4f1556 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 813Kabinetsaanpak Klimaatbeleid30 196Duurzame ontwikkeling en beleid32 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 1394 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 24 mei 2024 De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft een aantalvragen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat ende Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de brief van28 maart 2024 inzake de kabinetsreactie rapport «Hoe Tata SteelNederland te verduurzamen?» en position paper «Gezondheid Geborgd»(Kamerstuk 32 813, nr. 1369).De Minister en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij briefvan 24 mei 2024. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De fungerend voorzitter van de commissie,StofferAdjunct-griffier van de commissie,Reinders kst-32813-1394ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13941 1Kunt u aangeven hoe bewoners worden betrokken bij de verduurzamingvan Tata Steel Nederland (TSN)?AntwoordHet betrekken van bewoners is in eerste instantie aan Tata SteelNederland (hierna: TSN) zelf als initiatiefnemer. Als onderdeel van deprojectprocedure en de vergunningaanvraag voor Groen Staal moet TSNaan de vereisten van de Omgevingswet voldoen als het gaat om partici-patie. Daarvoor heeft TSN een participatieplan opgesteld en gepubliceerd.In dat kader heeft TSN diverse participatiebijeenkomsten georganiseerd inhet voorjaar van 2023. Mede als gevolg van de eerste participatieronde(maart 2023-juli 2023), is het Groen Staal plan verder aangepast. Ditproces en de opbrengsten van deze bijeenkomsten zijn te vinden op dewebsite van TSN. De provincie toetst of TSN volgens het participatieplanblijft werken.Daarnaast is mede naar aanleiding van gesprekken met bewoners en insamenspraak met bewoners, de Expertgroep Gezondheid IJmond (hierna:Expertgroep) samen- en ingesteld. In de brief van 28 maart jl.1 geeft hetkabinet aan hoe het vervolg geeft aan het advies van de Expertgroep. Deinput van de Expertgroep is meegenomen in het vastgesteldeonderhandelingsmandaat.Op 22 mei 2024 hebben we samen met de IJmond-gemeenten enprovincie Noord-Holland een informatiebijeenkomst georganiseerd voorinwoners van de IJmond-regio over industrie en gezondheid, waar hetlopende proces om te komen tot maatwerkafspraken voor de verduur-zaming van TSN is toegelicht. In september afgelopen jaar heeft eenvergelijkbare bijeenkomst plaatsgevonden.Verder spreken de verschillende betrokken overheden, zoals de minis-teries van EZK en IenW, op regelmatige basis met diverse (vertegenwoor-digers van) bewoners.2Kunt u aangeven wat het verwachte tijdspad is voor het sluiten van demaatwerkafspraken?AntwoordZoals aangegeven in de Kamerbrief van 26 april jl. over het vaststellen vanhet onderhandelingsmandaat, willen we op basis van dit mandaatonderhandelingen starten om zo spoedig mogelijk tot een Joint Letter ofIntent (JLOI) en daarna een juridisch bindende maatwerkafspraak tekomen voor de verduurzaming en vergroening van TSN. Op basis van ditmandaat heeft op 21 mei 2024 een startbijeenkomst plaatsgevondentussen de beide onderhandelingsteams. Ik (Minister van EconomischeZaken en Klimaat) ben bij de start van de bijeenkomst geweest. Hiermeezijn de onderhandelingen met TSN formeel gestart.3Kunt u aangeven wanneer wordt verwacht dat TSN voor het eerstwaterstof gaat gebruiken?AntwoordTSN wil naar verwachting in 2030 een Direct Reduction Plant (DRP) ingebruik nemen. Dit is een fabriek die met behulp van aardgas of waterstofijzererts kan omzetten in ijzer. TSN geeft hierover aan dat «deze nieuweinstallatie initieel draait op aardgas en naarmate de beschikbaarheid en1Kamerstuk 32 813, nr. 1369Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13942 betaalbaarheid van groene waterstof toenemen in groeiende matewaterstof zal gaan gebruiken». Het is op voorhand niet precies te zeggenwanneer dit het geval zal zijn, omdat de markt voor groene waterstof nogvolop in ontwikkeling is. Gelet op eerdere goedkeuringsbesluiten van deEuropese Commissie ten aanzien van steun voor CO2-emissiereductie vanandere staalfabrieken, is het aannemelijk dat onderdeel van degoedkeuring het vereiste zal zijn dat – op termijn – TSN gebruik maakt vangroene waterstof.Zie verder ook het antwoord op de volgende vraag omtrent beschik-baarheid van waterstof.4Kunt u aangeven waarom er pas waterstof wordt gebruikt wanneer debeschikbaarheid toeneemt?AntwoordDe huidige markt voor hernieuwbare waterstof is nog onvolwassen,waardoor het lastig is om voorspellingen te doen wanneer voldoendebetaalbare volumes hernieuwbare waterstof beschikbaar komen.De Renewable Energy Directive (REDIII) bevat een bindend doel datlidstaten in 2030 42% van het waterstofgebruik in de industrie moetenvervangen door hernieuwbare waterstof(dragers), en 60% in 2035. Ditresulteert al in een grote opgave om het bestaande grijze waterstofge-bruik in de industrie (kunstmest, raffinage, chemie) te verduurzamen.Daarnaast is er ook veel interesse om over te stappen naar waterstofvanuit andere industriepartijen en gebruikers in mobiliteit.Om aan deze vraag te voldoen, wil het kabinet 4GW elektrolysecapaciteitrealiseren in 2030. Op dit moment is er slechts een vermogen van minderdan 10MW (0,01GW) aan elektrolyse operationeel in Nederland. Er isdaarom een gigantische opschaling nodig richting 2030 en daarna, waarde overheid actief aan bijdraagt middels subsidie voor productie vanhernieuwbare waterstof. Daarnaast is de kostprijs van hernieuwbarewaterstof momenteel nog aanzienlijk hoger dan die van alternatieven,zoals aardgas, en – in mindere mate – grijze en blauwe waterstof.Het kabinet zet naast binnenlandse productie in op de import vanwaterstof. Wanneer grote volumes geïmporteerde waterstof beschikbaarkomen is in grote mate afhankelijk van wereldwijde opschaling vanhernieuwbare waterstofproductie en het opzetten van importketens. Als erwereldwijd op grote schaal investeringsbeslissingen worden genomen,kunnen kosten voor hernieuwbare waterstof dalen en kan het beschikbareaanbod uit import toenemen. Echter, er bestaat ook in andere landensignificante vraag naar waterstof, waardoor een actieve rol voor deoverheid om import te faciliteren belangrijk is.Voorlopig blijft de beschikbaarheid van hernieuwbare waterstof dusbeperkt vanwege een combinatie van beperkt aanbod en een hogepotentiële vraag. Nieuwe potentiële waterstofgebruikers, zoals TSN, zullende overstap maken als ze toegang hebben tot waterstofinfrastructuur, deprijs van hernieuwbare waterstof voldoende gedaald is en het aanbodgroter is. De transitie van aardgas naar groene waterstof wordt voorzienzodra de kostprijs van groene waterstof concurrerend wordt met die vanaardgas en grijze waterstof, uiteraard rekening houdend met de invloedvan het ETS-systeem op deze prijzen, tenzij verplichtingen of financiëleondersteuning zorgen voor eerdere opschaling van het gebruik vanwaterstof.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13943 5Kunt u aangeven of de beschikbaarheid van waterstof met name bestaatuit nationale productie of uit import?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 4.6Kunt u uiteenzetten welke extra stappen nodig zijn om CO2-emissies alsde gezondheidsimpact van het bedrijf op de leefomgeving te blijvenminimaliseren?AntwoordTSN geeft aan voor fase 1 uit te gaan van 40% CO2-reductie. Bij tijdigebeschikbaarheid van voldoende en betaalbare waterstof2 kan de reductiein fase 1 oplopen tot 45%. Voor fase 2 gaat TSN uit van een 2e DirectReduction Plant (DRP) en 2 smeltovens (mogelijk Reducing ElectricalFurnaces (REFs)), met streefdatum 2037 om daarmee op circa 80%CO2-reductie uit te komen (indicatief). Middels maatregelen in de overigefabrieken streeft het bedrijf naar netto nul CO2-emissies in 2045.Voor de emissies met gezondheidseffecten mag van TSN ten eersteworden verwacht dat ze aan de geldende wet- en regelgeving en deverplichtingen uit hun vergunning voldoen. Zo geldt voor zeer zorgwek-kende stoffen (ZZS) al een minimalisatieplicht. Daarnaast worden degeldende Europese eisen voortdurend aangescherpt, bijvoorbeeld via deherziening van de Richtlijn Industriële Emissies.Daarnaast moeten aanvullende, bovenwettelijke maatregelen voor eengezondere leefomgeving onderdeel worden van de maatwerkafsprakenzodat de gezondheidsrisico’s versneld worden verminderd. Een deel vande denkbare additionele maatregelen kunt u terugvinden in de milieubriefvan TSN die in januari jl. met uw Kamer is gedeeld3. De nog nader vormte geven Gezondheidseffectrapportage zou mogelijk additionele maatre-gelen voor de periode na fase 1 (na 2030) in kaart kunnen brengen.7TSN spreekt over in de toekomst over te gaan op gas en/of waterstof alsdit beschikbaar is, wat betekent dit en wat als er onvoldoende beschikbaarblijft?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 9.8Bij welke kostprijs wordt de overschakeling van aardgas naar groenewaterstof gemaakt? Wanneer zal deze kostprijs naar verwachting bereiktworden?AntwoordDe transitie van aardgas naar groene waterstof wordt voorzien zodra dekostprijs van groene waterstof concurrerend wordt met die van aardgasen grijze waterstof, uiteraard rekening houdend met de invloed van hetEmission Trading System (ETS) op deze prijzen, tenzij verplichtingen offinanciële ondersteuning zorgen voor eerdere opschaling van het gebruikvan waterstof. Dit hangt af van hoe snel de prijs van hernieuwbarewaterstof daalt door leereffecten en toenemende beschikbaarheid van2Kamerstuk II 28 089, nr. 2713Kamerstuk II 28 089, nr. 271Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13944 hernieuwbare elektriciteit en van hoe de kosten van het gebruik vanaardgas zich ontwikkelen, wat afhangt van gas importprijzen en deCO2-prijs.Er bestaan echter aanzienlijke verschillen in schattingen over het jaarwaarop dit punt wordt bereikt. De leercurve voor de productie vanhernieuwbare waterstof via elektrolyse en de daaraan gekoppeldekostprijsontwikkeling is grotendeels afhankelijk van de wereldwijdeuitrolsnelheid van deze technologie. Net als bij zonne-energie enwindenergie zullen massaproductie en schaalvoordelen naar verwachtingleiden tot lagere kosten. Desondanks blijft het moeilijk om een preciezevoorspelling te maken over het moment waarop de kostprijs vergelijkbaarwordt met die van andere bronnen, vanwege deze afhankelijkheid van hetwereldwijde opschalingsproces.Er wordt actief beleid gevoerd om de productie en het gebruik vanhernieuwbare waterstof te stimuleren. Op basis van generiek subsidie-beleid komen daarom al eerder betaalbare volumes hernieuwbarewaterstof beschikbaar voor bedrijven. Echter, deze volumes zijn in eersteinstantie beperkt, en TSN zal moeten concurreren met andere partijen dieook geïnteresseerd zijn in het afnemen van deze gesubsidieerde water-stofvolumes.Naast het prijsverschil tussen hernieuwbare waterstof en aardgas speeltook de bereidheid van staalafnemers tot het betalen van een meerprijsvan «groen staal» een rol, de zogenaamde green steel premium. Deautomobielsector heeft bijvoorbeeld al belangstelling getoond in hetafnemen van groen staal, om zo haar scope 3 emissies te reduceren. Hetis echter op dit moment nog onduidelijk hoe deze premium zich zalontwikkelen de komende jaren, hoe groot het marktvolume is waarvoorafnemers bereid zijn een green steel premium te betalen en in hoeverrehet gebruik van hernieuwbare waterstof door afnemers als voorwaardewordt gesteld om staal tegen een green steel premium te verkopen.9Welk alternatief is er als groene waterstof niet tegen een kostprijsbeschikbaar wordt die TSN haalbaar acht? Wat doet dit met de uitzichtenvoor verduurzaming?AntwoordDe overstap van productie van kolen naar aardgas levert het grootsteaandeel in de CO2-reductie (80%). Als groene waterstof niet tegen eenkostprijs beschikbaar die TSN haalbaar acht, is TSN langer aangewezenop het gebruik van aardgas in de DRP. Om ondanks langdurigere inzet vanaardgas de CO2-uitstoot toch verder te reduceren kan TSN ervoor kiezenom de CO2-uitstoot uit het proces af te vangen en op te slaan (toepassingvan CCS). Een alternatief is om koolstofarme waterstof te gebruiken. Deinzet van aardgas met CCS is niet alleen goedkoper dan het gebruik vankoolstofarme waterstof, maar is ook energiezuiniger omdat niet eerstwaterstof hoeft te worden geproduceerd.Waterstof is geen technologisch noodzakelijk onderdeel van de verduurza-mingsplannen, omdat de DRP-installaties in eerste instantie kunnendraaien op aardgas. De DRP is wel waterstof-ready: er kan zonder extrainvestering overgestapt worden op waterstof. De integratie van waterstofin het productieproces hangt daardoor af van de aspecten waarop in hetantwoord op vraag 8 reeds is ingegaan.10Welk effect heeft vertraging van ondertekening maatwerkafspraken (nazomer 2024) op het plan van TSN voor verduurzaming?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13945 AntwoordEr wordt hard gewerkt om zo spoedig mogelijk tot een maatwerkafspraakte komen om de gewenste doelstellingen ten aanzien van CO2 engezondheid in 2030 te realiseren. Vertraging in het proces kan leiden totuitstel van investeringsbeslissingen en de bouw van de nieuwe installatiesdoor TSN, waardoor de voorgenomen CO2-reductie en milieuwinst in2030 mogelijk in gevaar komt. Wij spannen ons dan ook in om dit tevoorkomen. Ook TSN zal zich daarvoor moeten inspannen. Latererealisatie van de plannen betekent immers ook extra kosten voor hetbedrijf, vanwege het ETS en de CO2-heffing.11Waarom is voor het tweede scenario gekozen voor de titel «Alleenelektrische hoogovens», gezien de kern van het scenario lijkt omhalffabricaten in te kopen i.p.v. zelf te produceren?AntwoordDe keuze voor de scenario’s die zijn uitgewerkt, de namen daarvan en debijbehorende onderbouwing zijn aan de externe adviseurs Wijers/Blom. Ikga er van uit dat u doelt op de door hen geschetste route 4 waarinWijers/Blom inderdaad een scenario schetsen waarin lokale primaireijzerproductie vervangen wordt door geïmporteerd halffabricaat HBI (HotBriquetted Iron) en schroot. Dit wordt vervolgens door TSN in elektrischeboogovens verwerkt tot staal.12Welke voorbeelden zijn er in de wereld waar nu met groene waterstof opschone wijze ijzer uit ijzererts gehaald wordt of gaat worden? In hoeverrewordt dit met succes gedaan?AntwoordIn Zweden draait sinds 2021 een pilotfabriek waar sponsijzer, ook DirectReduced Iron (DRI) genoemd, wordt gemaakt met behulp van groenewaterstof (HYBRIT). Testresultaten laten zien dat dit sponsijzer van zeergoede kwaliteit is. De HYBRIT-technologie is succesvol getest oppilotschaal, maar nog niet bewezen op industriële schaal. In een volgendefase wordt een demonstratiefabriek gebouwd op een site van LKAB, eenZweeds mijnbedrijf.Ik ben niet bekend met andere voorbeelden van sites waar momenteel alijzer met groene waterstof wordt gemaakt.13Hoe verhoudt de mate van vervuiling aan de ene kant van HBI dat doorimporteren en lokaal opslaan kan leiden tot extra uitstoot van fijnstof enZZS door verwaaiing en oxidatie zich tot aan de andere kant het transportvan ijzererts en wat er vrijkomt in de sinter- en pelletlijnen en de tweekookgasfabrieken, die je vervangt als je HBI gaat importeren?AntwoordWijers/Blom maken hier een vergelijking van op hoofdlijnen, waarbij zeaangeven dat met het verdwijnen van de upstream-activiteiten weliswaareen groot deel van de huidige overlast- en gezondheidsimpact wordtverminderd, maar dat een deel van de gezondheidswinst weer vervaltdoor nieuwe effecten. Ze geven op pagina 36 van hun rapport aan dat50–80% van de lokale overlast wordt gereduceerd, maar dat er mogelijkook weer toename is van deze impact door het gebruik van HBI en/ofschroot.14Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13946 Met welke onafhankelijke derde partij is de stelling getoetst dat TSN bijproductie met 100% schroot de kwaliteit van het staal dusdanigverslechtert dat men het huidige productportfolio niet volledig in standkan houden? Is gekeken naar gebruik van ijzererts met voldoende hogepercentages ijzer, zoals dat ook door andere marktpartijen wordt gebruikt?Welk percentage van de huidige productie gaat het over?AntwoordWijers/Blom hebben hun rapport opgesteld ondersteund door onafhan-kelijk adviesbureau BCG en gesprekken met diverse stakeholders enexperts (zie pagina 6 rapport Wijers/Blom). Zij zeggen hierover in hunrapport dat TSN aangeeft dat bij productie met 100% schroot de kwaliteitvan het staal dusdanig verslechtert, dat men de huidige portfolio niet(volledig) in stand kan houden, en dat verder kijkend naar de interna-tionale markt, zichtbaar is dat het grootste gedeelte van de markt voor flatsteel niet kiest voor schroot-EAF. Omdat in deze route gebruik gemaaktwordt van schroot en HBI, en er geen ijzererts gebruikt wordt, is hetijzerpercentage in ijzererts in deze variant niet relevant. Als onderdeel vanhet project Groeien met Groen Staal4 wordt onder meer onderzoekgedaan naar optimalisatie van de techniek in smeltovens en maximaleschrootrecycling met als doel productie van hoogwaardig groen staal.15Waarom is bij scenario 4 de optie voor overkappen om te voorkomen dater schadelijke stoffen verwaaien niet meegenomen (in tegenstelling totscenario 2)?AntwoordDe scenario’s die zijn uitgewerkt zijn 5 basis-scenario’s die zicht geven opde belangrijkste effecten en mogelijkheden. Over route 4 gevenWijers/Blom in de tabel op pagina 36 met een groene kleur aan dat dezeroute goed scoort als het gaat om het verminderen van de milieurisico’s.Het daarnaast uitwerken van route 4 met versneld overkappen zou dieconclusie niet veranderen.16In hoeverre is gekeken naar of er een noodzaak is om overheidsgeld teinvesteren in verduurzaming die in heel Europa verplicht is? Is ookgekeken naar de optie om dit met eigen geld te doen om te voldoen aanEU ETS vereisten?AntwoordVanuit het ETS wordt TSN, net als alle andere Europese staalfabrieken viaeen beprijzing mechanisme gestimuleerd om de CO2-uitstoot te verlagen.De kosten van ETS (en CO2-heffing) zijn onderdeel van de gehelebusinesscase. Met de maatwerkaanpak zetten we in op bovenwettelijkemaatregelen om meer en sneller te verduurzamen. Ondanks oplopendeETS prijzen is het op dit moment niet rendabel om de hoge investeringente doen die nodig zijn voor de verduurzaming van TSN. Daarom issubsidie nodig. Deze subsidie zal alleen worden gegeven over deonrendabele top in de businesscase.Ook andere Europese landen verstrekken om die reden subsidies om hunstaalindustrie te laten verduurzamen. Wijers/Blom zeggen hierover oppagina 21 dat «in Europa groene producenten met overheidssteunworden gecompenseerd voor de onrendabele top in de investeringenvoor groen staal. Momenteel hebben Europese overheden in totaal zo’n€ 5 miljard aan staatsteun toegezegd aan zes sites. Daarbovenop lopen er4Groeien met Groen StaalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13947 onderhandelingen met vier additionele sites. Dat gaat om nog eensongeveer € 4 miljard.»17Hoeveel over- of onderproductie is er op dit moment wereldwijd vanstaal?AntwoordIn het rapport van de OECD «Latest developments in steelmaking capacity2023»5, staat een overzicht van de globale capacity utilisation in destaalsector op pagina 13. Dit is de verhouding tussen de daadwerkelijkeproductie en de beschikbare productiecapaciteit. Deze schommelde deafgelopen jaren tussen de 75 en 80%.18Hoeveel van het geproduceerde staal van TSN wordt op dit momentgebruikt in resp. Nederland, de rest van Europa en de rest van de wereld?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven dat staal een regionaal georiënteerdemarkt is. Zoals ook Wijers/Blom aangeven, produceert Europa 125 Miljoenton (Mt) voor eigen gebruik, exporteert Europa ongeveer 15 Mt en wordtongeveer 30 Mt geïmporteerd. Ook in Nederland gebruiken we jaarlijksongeveer evenveel staal als in IJmuiden wordt geproduceerd.6 TSN geefthierover aan dat tweederde van het staal dat in IJmuiden wordt geprodu-ceerd binnen de EU blijft en circa 11% binnen Nederland. Ongeveer 20%wordt naar de rest van de wereld geëxporteerd, waarvan het grootste deelnaar Noord-Amerika.Leveringen aanAandeel in 2022Nederland11%Rest EU2765%VK3%Rest van Europa1%Noord-Amerika14%Rest van de wereld6% 19Welk percentage van het geproduceerde staal wordt op dit momentgebruikt voor verschillende productcategorieën (huizen, bruggen, auto’s,windmolens, enz.)?AntwoordTSN geeft aan dat de verdeling over de sectoren er als volgt uit ziet:SectorAandeel in 2022OpmerkingMachines,witgoed, diverseapplicaties38%«Diverse applicaties» omvat een breed scala aantoepassingen, variërend van radiatoren tot kantoorarti-kelenMobiliteit26%Constructie20%Verpakkingsstaal13%TSN heeft een sterk Europees marktaandeel in dezesector (25%)Energie2%TSN ziet hier groeipotentie in zonnepanelen frames enwindmolenpalen 5https://www.oecd.org/industry/ind/latest-developments-in-steelmaking-capacity-2023.pdf6Zie ook hiervoor World Steel AssociationTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13948 20Als Tata doorgaat met staal produceren, welke sanering zal dan gedaanworden om te zorgen dat de vervuilde grond niet langer het water en delucht in de omgeving vervuilt?AntwoordOp het bedrijfsterrein van TSN zijn diverse bodemverontreinigingenaanwezig. Het bevoegd gezag de Provincie Noord-Holland is verantwoor-delijk voor het houden van toezicht hierop. Deze taken zijn gemandateerdaan de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied (OD NZKG). Door ODNZKG worden deze verontreinigingen gemonitord op met name (hetrisico op) verspreiding naar de omgeving buiten het bedrijfsterrein. Voorverschillende bodemverontreinigingen (waaronder grondwaterverontrei-nigingen) zijn saneringen in uitvoering. Er zijn op dit moment geenverdere bodemverontreinigingen bekend met een ongewensteverspreiding naar buiten het bedrijfsterrein. Als nieuwe bodemverontrei-nigingen ontstaan of worden geconstateerd, worden deze zo spoedigmogelijk gesaneerd, op grond van de zorgplicht onder de Omgevingswet.21In hoeverre zijn de verschillende scenario’s te realiseren met de finan-ciering die vanuit maatwerkafspraken gerealiseerd zouden worden (enkeletientallen miljoenen gegeven totaal budget voor maatwerkafspraken van 3miljard euro voor 10–20 bedrijven)?AntwoordBij scenario’s 1 en 5 van Wijers/Blom is geen sprake van een maatwerkaf-spraak, en zal dus ook geen sprake zijn van een maatwerksubsidie. Overde financiering van mogelijke maatwerksubsidie die voort zou kunnenvloeien uit overige scenario’s kunnen wij in het kader van de onderhande-lingspositie van de staat geen uitspraak doen.De budgettaire gevolgen van het uiteindelijke onderhandelingsresultaatzijn onder voorbehoud van parlementaire autorisatie van de begroting.22Welke instrumenten heeft u om vrijgekomen Emission Trade System-rechten (ETS) in het bezit van TSN «af te romen» in het geval vanmaatwerkafspraken?AntwoordTSN moet voor haar CO2-uitstoot ETS rechten kopen. Op dit momentwordt een deel van deze rechten als Free Allowances aan TSN verstrekt,de rest dient TSN te kopen. De Free Allowances worden de komende jarenals onderdeel van de invoering van CBAM stapsgewijs afgebouwd, totdatTSN in 2037 alle benodigde rechten zal moeten kopen. Bij het bepalen vande onrendabele top wordt rekening gehouden met de ETS kosten, het feitdat TSN een deel van de rechten gratis krijgt en het feit dat verduur-zaming ertoe leidt dat minder ETS rechten gekocht hoeven te worden.Omdat de waarde van rechten op deze wijze verdisconteerd wordt isafromen van rechten niet nodig.Voor de nationale CO2-heffing geldt iets anders. Daar krijgen bedrijven opbasis van hun daadwerkelijke productie, de benchmarks die voor dieproductie gelden en de nationale reductiefactor een bepaalde hoeveelheiddispensatierechten toebedeeld. Bedrijven die veel CO2 reduceren enminder uitstoot hebben dan dispensatierechten, kunnen daardoor eenoverschot aan dispensatierechten krijgen. Binnen het systeem vanCO2-heffing zouden ze deze rechten kunnen verkopen. Voor maatwerkbe-drijven die met maatwerk dit overschot realiseren geldt echter dat ze alsonderdeel van de maatwerkafspraken deze rechten niet meer mogenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13949 verhandelen zodat geborgd wordt dat daadwerkelijk de bovenwettelijkereductieopgave van maatwerk gerealiseerd wordt.23Hoe lang zou het afdwingen van bovenwettelijke maatregelen vooroverlast- en emissiereductie middels de route van nieuwe wet- enregelgeving naar schatting duren?AntwoordWijers/Blom zeggen hierover op pagina 17 van hun rapport: «Zonder eenmaatwerkafspraak met TSN kan de overheid overlast- en emissiereductiealleen afdwingen via wet- en regelgeving. Dat is een lange en complexeroute.» Het invoeren van nieuwe wetgeving kan jaren duren. Hoelangprecies is op voorhand niet te zeggen, zo hangt het onder meer af vanparlementaire behandeling, wat voor soort wetgeving het is en wat dewetgeving beoogt. Bovendien kan het leiden tot een scenario waarin TSNniet verduurzaamt en op de huidige manier door blijft produceren totdatregelgeving hen dwingt dat te veranderen. Tenslotte zal extra wetgevingin de meeste gevallen leiden tot nationale koppen op Europese eisen, watstrijdig lijkt met het recent overeengekomen Hoofdlijnenakkoord.724Welke voorwaarden worden er in ander Europese landen gesteld aanstaatssteun voor (groene) staalproducenten? Hoe verhouden dezevoorwaarden zich tot die in Nederland?AntwoordDe voorwaarden voor staatssteun worden bepaald door de Europeseregelgeving. Die is voor alle Europese landen hetzelfde. De EuropeseCommissie toetst de voorgenomen steun aan de relevante steunkaders enmaakt daarbij geen onderscheid tussen de lidstaten. Na deze toetsing laatde Europese Commissie via een persbericht weten geen bezwaar temaken tegen de voorgenomen steun. Het besluit zelf wordt pas latergepubliceerd, als zaken rond vertrouwelijkheid zijn opgelost.Van de acht groen staal projecten waarvoor de Europese Commissie eenbesluit tot geen bezwaar tegen staatssteun heeft genomen, is ermomenteel van één project het besluit openbaar gemaakt.8 Dat betreft hetproject van ArcelorMittal in Hamburg. Dit project heeft tot doel om eenbestaande 100 kton DRI-plant die momenteel op aardgas draait, te testenop 100% waterstof. De toegezegde steun is 55 miljoen euro. Opgemerktdient te worden dat het hier om een testfaciliteit gaat. CommerciëleDRI-plants hebben een capaciteit van 2 – 2,5 miljoen ton. De voorwaardenvoor staatssteun zijn beschreven in het voornoemde besluit. Enkelerelevante voorwaarden zijn:–de waterstof moet voldoen aan de definitie zoals gegeven in artikel 19(70) van de richtsnoeren staatsteun ten behoeve van klimaat, milieube-scherming en energie;–de DRI-plant leidt niet tot extra productiecapaciteit;–met een «claw-back» mechanisme wordt het risico op oversubsidiëringbeperkt. De begunstigde dient hiervoor geauditeerde kasstroomover-zichten te overhandigen aan het bevoegd gezag. Indien hieruit blijktdat er een positieve kasstroom is, moet 60% hiervan terugbetaaldworden aan de staat. De begunstigde mag 40% houden als stimulansom kosten-efficiënter te werken;7Kamerstuk 36 471, nr. 378https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202324/SA_63733_40199A88-0000-C7F4-B494-B4F5938921B4_147_1.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139410 –er zijn maatregelen ingebouwd die garanderen dat het project op tijdwordt opgeleverd, niet voortijdig beëindigd wordt en nog eenminimaal aantal jaren na afloop van de subsidieperiode in bedrijf blijft.Als de begunstigde hier niet aan voldoet dan kan Duitsland de steun(gedeeltelijk) terugtrekken;–de steun kent ook de voorwaarde dat de verkregen kennis gedeeldmoet worden.In Nederland is er nog geen steun toegezegd aan een groen-staal project,dus op dit moment kan niet worden geëvalueerd hoe deze voorwaardenzich verhouden tot de voorwaarden die in Nederland gesteld zullenworden. Het is van belang te benadrukken dat Nederland, net als anderelidstaten, deze voorwaarden zal voorleggen aan de Europese Commissieter toetsing.25Welke stappen neemt u m.b.t. de aanbeveling uit het rapport van Blom enWijers om op korte termijn te komen met nationaal beleid om een gelijkspeelveld te creëren m.b.t. tot de netwerkkosten van elektriciteit? Welkeopties worden daarbij betrokken? Wordt er bijvoorbeeld al gekeken naarde zonal pricing zoals die in Zweden en Frankrijk wordt gehanteerd? Inhoeverre is een dergelijk systeem voor de kostenverdeling van netwerk-kosten ook in Nederland een geschikte optie?AntwoordOp het gebied van elektriciteitskosten heeft het kabinet reeds besloten toteen aantal maatregelen die moeten bijdragen aan een gelijk speelveldvoor de industrie.Allereerst is in de voorjaarsbesluitvorming 2024 besloten om 186 miljoeneuro beschikbaar te maken voor de Compensatie Energie-intensieveIndustrie (CEI) regeling voor 2024. Hiermee kan op korte termijningegrepen worden en kunnen bedrijven in elektriciteits-intensievesectoren met een hoog weglekrisico, waaronder de staalindustrie, eentegemoetkoming krijgen voor hun indirecte ETS kosten (IKC-ETS), netzoals hun concurrenten in buurlanden. Nederland heeft eerder altoestemming gekregen van de Europese Commissie voor deze regeling.We zetten in op een snelle openstelling en uitkering. Ten tweede, zet ik,Minister van Economische Zaken en Klimaat, mij ook samen met deMinister voor Klimaat en Energie binnen de EU in voor een gelijkspeelveld en verdere harmonisatie van de methodologie van netwerkta-rieven. Hierover hebben wij twee non-papers gedeeld.9 De EuropeseCommissie is thans in een rechtszaak met Duitsland verwikkeld over devraag of een verlaging van de nettarieven voor elektriciteit intensieveindustrie staatssteun inhoudt.10Op dit moment wordt nog niet gekeken naar de introductie van zonalpricing in Nederland.11 De introductie van zonal pricing is een zeerverregaande ingreep in de ordening en daarmee het functioneren van deelektriciteitsmarkt. Naast nettarieven zal de invoering van zonal pricing9Bijlagen bij Kamerstuk, 21 501-33, nr. 106010https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:C_20240264111De invoer van zonal pricing betreft een wijziging in de configuratie van biedzones waarbinnende groothandelsprijs voor elektriciteit tot stand komt. Nederland kent nu één biedzonewaarbinnen vrijelijk gehandeld kan worden tussen partijen tegen één gelijke groothandels-prijs. Bij de introductie van zonal pricing zal één biedzone onderverdeelt worden in meerderebiedzones waarbinnen een aparte groothandelsprijs tot stand zal komen. Het wijzigen van deconfiguratie van biedzones is op Europees niveau gereguleerd via de elektriciteitsverordeningen kan enkel plaats vinden als er sprake is van structurele congestie op de lange termijn op hettransmissienet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139411 ook de groothandelsprijs voor elektriciteit beïnvloeden. Daarbij is hetallerminst zeker of dit zal leiden tot extra sociaal maatschappelijkewelvaart en zal het ook niet per definitie leiden tot netto lagere elektrici-teitskosten voor (industriële) afnemers. Het is de verwachting dat zonalpricing met name zal leiden tot een significante herverdeling van kostentussen alle producenten en afnemers van elektriciteit.In mei is een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) gestart naar debekostiging van de elektriciteitsinfrastructuur. Het doel van dit onderzoekis om meer inzicht in en grip te krijgen op de omvang van de investe-ringen in de elektriciteitsinfrastructuur tot 2040, en de bekostiging enfinanciering ervan. Dit IBO moet leiden tot concrete beleidsopties, dieonder andere b(dragen aan onze concurrentiepositie en de betaal-baarheid.1226Klopt het dat er uiterlijk in de zomer van 2024 een maatwerkafspraak metTSN moet liggen? In hoeverre is dat een harde deadline? Wat zijn degevolgen als het niet lukt om in de zomer van dit jaar tot een maatwerkaf-spraak te komen?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 10.27Wat zijn naar schatting de mondiale gevolgen qua CO2-uitstoot als TSNwordt gesloten en de productie van staal verschuift naar locaties met eenhogere CO2-intensiteit voor de productie van staal?AntwoordDe mondiale gevolgen qua CO2-uitstoot worden beschreven in hetsluitingsscenario in het rapport van Wijers/Blom. Op pagina 28 van hetrapport geven zij aan: «Wanneer we op mondiaal niveau naar dit scenariokijken, dan is de impact op emissies onzeker en mogelijk zelfs negatief.Het is niet ondenkbaar dat we, na het wegvallen van de productie vanTSN, elders een stijging van de uitstoot zullen zien. Als TSN’s productieverschuift naar locaties met een hogere gemiddelde CO2-intensiteit danTSN zal deze route op wereldwijde schaal de CO2-uitstoot laten stijgen. DeCO2-intensiteit van TSN is momenteel met 2,1 ton CO2 per ton geprodu-ceerd vloeibaar staal lager dan het gemiddelde van alle producenten diegebruikmaken van BF-BOF (2,3 ton CO2 per ton geproduceerd staal).»28Hoeveel winst heeft TSN in de laatste tien jaar gemaakt?AntwoordTSN geeft aan in de periode 1 april 2014-31 maart 2024 (FY 2015–2024)13cumulatief een Profit After Tax (PAT) gerealiseerd te hebben van € 1.089mln. Dit betreft dus de winst over 10 (boek)jaren gezamenlijk.29Is de winst die TSN maakt dekkend voor de beoogde verduurzamingsope-ratie?AntwoordDit is bedrijfsvertrouwelijke informatie.12Voorjaarsnota 2024 – Bijlage 1213Het boekjaar (Fiscal Year, FY) loopt bij TSN van 1 april tot 31 maart.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139412 30Wat is de stand van zaken van directe aanlandingen van windenergie bijTSN?AntwoordOp het 380kV station Beverwijk sluiten de windparken Hollandse Kustnoord (inmiddels operationeel), Hollandse Kust west Alpha (eind dit jaaroperationeel) en Hollandse Kust west Beta (begin 2026 operationeel) aan.Tezamen gaat het om 2,1 GW. Op het tussengelegen station Wijk aan Zeeliggen twee klantvelden klaar waar TSN op kan aansluiten. Daarnaast is ereen mogelijkheid voor een derde klantveld.Aanvullend wordt binnen het Programma Verbindingen aanlanding windop zee (pVAWOZ) 2031–2040 als aansluitlocatie van een 700 MWstroomkabel vanuit het kavel VIII Hollandse Kust west het 150 kV-stationVelsen onderzocht. Thans ontbreekt hier aansluitcapaciteit en ruimte. Hetbeschikbaar komen van aansluitcapaciteit en ruimte op en naar stationVelsen hangt samen met het verduurzamingsproces van TSN. Dezenetaansluiting zal daarom niet worden gerealiseerd onder de huidigeroutekaart maar naar verwachting na 2031. Zie ook de Kamerbrief van25 april 2024 (Structuurvisie Windenergie op Zee (SV WoZ)14).Tevens wordt binnen het programma VAWOZ en de maatwerkafsprakenonderzocht of er na 2031 mogelijkheden zijn om een 2 GW stroomkabelvan zee aan te sluiten in de directe omgeving van TSN.31Hoe snel zou TSN op z’n vroegst alleen via EAF staal kunnen produceren?AntwoordHet is in eerste instantie aan het TSN om hun eigen afweging te makenover hoe zij in de toekomst staal wil maken. Zij hebben aangegeven niet tekiezen voor productie met alleen EAF. Ook Wijers/Blom geven aanstaalproductie via alleen EAF te zien als beperkt levensvatbaar. Er isdaarom geen tijdbestek te geven voor wanneer dit wel zou kunnen,aangezien hier geen planning voor is gemaakt.32Hoeveel kost het om TSN te nationaliseren?AntwoordDe kosten van nationalisatie van TSN zijn niet onderzocht.33Hoe voorkomt u dat subsidies terecht komen in de bedrijfswinsten vanTSN?AntwoordIn de uiteindelijke overeenkomst zullen allerlei zekerheden door de staatgevraagd worden aan TSN. Voor de staat is het essentieel dat deondersteuning gebruikt gaat worden voor het beoogde doel: gezondheids-winst en verduurzaming van de productiefaciliteit.34Hoeveel aandelen van TSN zijn in handen van werknemers?AntwoordTSN heeft aangegeven dat er geen aandelen in handen van werknemerszijn. In het antwoord op vraag 45 en 46 wordt hier verder op ingegaan.14Kamerstuk 33 561, nr. 61Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139413 35Is er, in het formuleren van de routes waar sprake is van staatssteun,overwogen winsten te verbieden zolang er staatssteun wordt geleverd?AntwoordWijers/Blom hebben de geformuleerde routes langs 6 maatschappelijkelenzen beoordeeld, waaronder die van de bijdrage van de staat. Op deprecieze vorm en voorwaarden van die staatssteun kan in het belang vande onderhandelingspositie van de staat niet worden ingegaan.36Kunt u voor ieder van de vijf routes een indicatie geven van de effecten opwerkgelegenheid in termen van kwaliteit en kwantiteit?AntwoordDe kolom «Toegevoegde waarde voor Nederland» in de tabel op pagina36 van het rapport Wijers/Blom geeft een goede weergave van de effectenop de directe werkgelegenheid voor ieder van de vijf routes:–Geen maatwerkafspraak: zolang TSN niet sluit vanwege financiëleverliezen is er geen verlies aan werkgelegenheid (~9000 banen enindirecte werkgelegenheid)–Huidige voorstel TSN: extra werkgelegenheid tijdens transitie–Voorstel TSN met versnelde overlastreductie: extra werkgelegenheidtijdens transitie–Alleen elektrische boogovens: verlies ~3000 banen, maar welmogelijkheid tot aanwending gebied andere bedrijvigheid–Sluiten: verlies van alle 9000+ banen, maar wel mogelijkheid totaanwending gebied voor andere bedrijvigheid37Hoe snel kan TSN het overkappen van de grondstofvelden realiseren?AntwoordOp dit moment is niet aan te geven hoe snel dit kan, dit is onderwerp vande maatwerkgesprekken. Op pagina 26 van hun rapport schrijvenWijers/Blom dat overheden op verschillende niveaus «zich maximaalzouden moeten inspannen om het vergunningstraject voor de overkap-pingen te versnellen door te onderzoeken of een milieueffectrapportagevermeden kan worden en of het mogelijk is om een gedoogbesluit teverlenen voor de bouw van de overkappingen».De gedeputeerde staten van Noord-Holland hebben reeds aangegevenzich te zullen inspannen voor een spoedige vergunningenprocedure vooraanvullende milieumaatregelen die voortkomen uit het maatwerktraject,zodra daar meer duidelijkheid over is.1538Welke energiesysteemdiensten kan TSN aanbieden?AntwoordWijers/Blom geven hiervoor op pagina 26 aan dat de maatschappelijkewaarde van een maatwerkafspraak met TSN verder kan toenemen als TSNook energiesysteemdiensten aan gaat bieden. Dit heeft volgensWijers/Blom een positieve businesscase waardoor TSN financieelgecompenseerd zou kunnen worden voor deze diensten. Echter bestaat erop dit moment nog geen goed werkende markt voor compensatie vanindustriële vraagsturing (demand response).15https://www.noord-holland.nl/Actueel/Archief/2024/April_2024/Provincie_Noord_Holland_Advies_Wijers_en_Blom_biedt_zicht_op_duurzaam_staalbedrijf_in_gezondere_leefomTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139414 Verder is dit onderwerp van de maatwerkgesprekken.39Welke technische mogelijkheden bestaan er om productie met 100%schroot qua kwaliteit gelijk te trekken aan de huidige producten van TSN?AntwoordOm hoogwaardig staal volledig circulair (op basis van 100% schroot) teproduceren, is zuiver schroot van zeer hoge kwaliteit nodig. Dit typeschroot waar vrijwel geen vervuiling in zit en waarvan de chemischesamenstelling goed bekend is, ontstaat vooral bij staalfabrieken zelf (dieprimair staal maken) en bij de directe afnemers van primair staal. TSN enandere staalbedrijven recyclen zelf hun eigen schroot al, waardoor debeschikbaarheid heel beperkt is.1640Heeft u een scenario uitgewerkt voor het nationaliseren van TSN? Zo nee,kunt u zo’n scenario schetsen?AntwoordNee, dit scenario is niet uitgewerkt. Nationalisatie is een zeer verstrek-kende optie die alleen aan de orde is bij omstandigheden zijn die debelangen van de Nederlandse staat raken die niet op een andere manierbeschermd kunnen worden. Verder moet er bij nationalisatie ook eenschadevergoeding worden betaald.41Hoeveel gratis ETS-rechten ontvangt TSN?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven dat ze in verschillende landen productie-locaties heeft waarvoor het ETS rechten ontvangt. Zie hieronder de gratisETS rechten per land in 2023.LandVestiging# ETS-rechtenNederlandIJmuiden10.224.070FrankrijkMaubeuge in Louvroil28.434BelgiëSegal in Luik17.352 42Hoeveel gratis rechten zal TSN ontvangen tot en met 2030?AntwoordDat is niet bekend. Allocatie van gratis rechten hangt af van een aantalfactoren waaronder de benchmarks (die in die periode nog wordenherzien) en het activiteiten niveau. De gratis rechten worden de komendejaren als onderdeel van de invoering van CBAM stapsgewijs afgebouwd,totdat in 2037 TSN alle benodigde rechten zal moeten kopen.43Hoeveel CO2-heffing betaalt TSN op dit moment?AntwoordTSN heeft tot nu toe nog geen Nederlandse CO2-heffing betaald. Door dehoge ETS-prijs (voor 2024 vastgesteld op € 86,32) is de te betalen heffing16https://www.rabobank.nl/kennis/d011398914-de-weg-naar-groen-staal-deel-1-hoe-wordt-staal-gemaaktTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139415 voor ETS-installaties voor de jaren 2022, 2023, en 2024 € 0. Deze wordtnamelijk afgetrokken van de heffingsprijs (die is dit jaar € 74,17). Ziehiervoor ook de website van de Nederlandse Emissie Autoriteit.17TSN betaalt wel voor uitstoot van CO2 via het ETS.44Kunt u een overzicht delen van alle subsidies die TSN ontvangt?AntwoordDe subsidies die de rijksoverheid verstrekt staan in het subsidieoverzichtdat jaarlijks bij de presentatie van de begroting aan de Tweede Kamerwordt verzonden. Tata Steel kan gebruik maken van deze generiekeregelingen indien zij voldoet aan de voorwaarden.18Over de belastingpositie van TSN wordt geen informatie verstrekt. Opgrond van artikel 67 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR)is de belastingdienst namelijk gehouden aan geheimhouding van defiscale positie van een individuele belastingplichtige.45Hoeveel aandelen van TSN zijn in handen van Nederlandse aandeel-houders?AntwoordTSN heeft hierover het volgende aangegeven: TSN is indirect een 100%dochteronderneming van Tata Steel Limited (TSL), India. Tata Sons is voor~1/3 aandeelhouder van TSL. De overige aandelen staan genoteerd aan debeurs van Mumbai. Het is onbekend welk gedeelte van het aandeelhou-dersbestand Nederlandse aandeelhouders zijn.46Welk percentage van de winst van TSN is in handen van aandeelhoudersbuiten Nederland?AntwoordTSN heeft hierover het volgende aangegeven: De winsten komen toe aanTSN’s aandeelhouder, voor zover dividend wordt uitgekeerd. Vanuit TSNloopt dit via de juridische structuur naar de aandeelhouder. Tata SteelLimited (TSL) is via de geldende juridische structuur (indirect) 100%eigenaar van TSN. Tata Sons is ~1/3 aandeelhouder van TSL. De overigeaandelen staan genoteerd aan de beurs van Mumbai. Het is onbekendwelk gedeelte van het aandeelhoudersbestand (en de bijbehorendewinstuitkeringen) Nederlandse aandeelhouders zijn. Een groot deel vanTSN’s werknemers deelt eveneens mee in de winst in de vorm van eenresultaatsafhankelijke uitkering.47Zijn er indicaties dat subsidies voor het verduurzamen van TSN terechtkomen in de winsten van het bedrijf?AntwoordNee.48Zijn er afspraken gemaakt bij het subsidiëren van TSN over het inzettenvan bedrijfswinsten voor de verduurzamingsopgave?17Tarieven CO2-heffing | Nederlandse Emissieautoriteit18Bijlage 5: Subsidieoverzicht | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139416 AntwoordOp dit moment zijn er nog geen afspraken over subsidie gemaakt in hetkader van de maatwerkafspraken, aangezien de gesprekken om te komentot deze afspraken net zijn gestart. Zie verder hiervoor ook het antwoordop vraag 33.49Hoeveel CO2 wordt er in 2030, 2040 en 2050 gereduceerd in elk van de vijfscenario’s, zowel in procenten als in megatonnen CO2?AntwoordDe ambitie van het Expression of Principles (EoP) met TSN is 5 Mton CO2reductie in 2030. Dit staat gelijk aan een reductie van 40% ten opzichte vanhet referentiejaar 2019. Het gaat hierbij om de eerste fase van deverduurzaming van TSN. De routes die zijn onderzocht door Wijers/Blomgaan dan ook over fase 1 van de verduurzaming en richten zich dan ookop de komende jaren.De kolom «Mondiale CO2-impact» in de tabel op pagina 36 van hetrapport Wijers/Blom geeft een beknopte weergave van de impact opCO2-reductie van de verschillende scenario’s in 2030.Over de fase na 2030 heeft TSN zich in het EoP gecommitteerd aan deambitie van CO2-neutrale productie in IJmuiden in 2045. Wijers/Blomgeven op pagina 20 aan dat de gefaseerde aanpak flexibiliteit geeft voorwat betreft de technische invulling van de tweede fase. De route (endaarmee CO2-reductie in 2040) zal afhangen van de ontwikkelingen inbijvoorbeeld de productietechnologie, de vraag naar staal, de HBI-markten de energiemarkt. TSN geeft in de «Brief Groen Staal19» die wij op11 januari jl. met uw Kamer hebben gedeeld voor fase 1 uit te gaan van40% reductie (dit kan stijgen naar 45% bij tijdige beschikbaarheid vanvoldoende betaalbare en waterstof).20 Voor fase 2 (met de inzichten uitjanuari 2024) gaat TSN in deze brief uit van een 2e DRP en 2 smeltovens(mogelijk REF’s), met streefdatum 2037 om daarmee op circa 80% reductievan CO2 uit te komen (indicatief), om vervolgens af te bouwen naar nul in2045 met maatregelen aan de overige fabrieken.De verwachte reductie in 2040 en 2050 hangt, dus naast het scenario voorfase 1, af van de invulling van deze vervolgstappen.50Naar aanleiding van tet rapport waarin staat dat de opgave zich richt ophet verduurzamen van «ruim de helft van de productiecapaciteit vanTSN», of wel 3 Mton, hoeveel uitstoot wordt door andere processen danproductie veroorzaakt? Wat is de resterende emissieopgave na 2030 (in detweede fase)?AntwoordDe maximale CO2 uitstoot van TSN bedraagt 12.6 Mton/jaar, wanneer hetbedrijf op volle capaciteit draait. In de eerste fase van de verduurzamingvan TSN moet in 2030 5 Mton/jaar CO2 gereduceerd zijn. De resterendeemissieopgave na 2030 bedraagt dus nog 7,6 Mton/jaar CO2.51Kunt u een gekwantificeerd overzicht van de verschillende subsidies,(fiscale-) regelingen en voordelen die TSN ontvangt?19Kamerstuk 28 089, nr. 27120Kamerstuk 28 089, nr. 271 Bijlage IITweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139417 AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 44.52Hoeveel geld heeft TSN de afgelopen vijf jaar zelf geïnvesteerd inverduurzaming, niet zijnde de aanschaf van ETS-rechten?AntwoordTSN heeft hierover het volgende aangegeven: TSN rapporteert haarCAPEX uitgaven voor klimaatverandering en milieu in hetTSN-duurzaamheidsverslag. De som van deze uitgaven bedraagt t/m FY24(boekjaareinde 31 maart 2024) ruim € 480mln. Bij onderhoud ofvervanging van huidige installaties kijkt TSN naar mogelijkheden totvermindering van CO2-uitstoot.53Hoeveel heeft TSN de afgelopen tien jaar zelf geïnvesteerd in hinderbe-perking zoals vermindering van geur, geluid en zeer zorgwekkendestoffen?AntwoordTSN heeft hierover het volgende aangegeven: TSN rapporteert haarCAPEX uitgaven voor klimaatverandering en milieu in hetTSN-duurzaamheidsverslag. De som van deze uitgaven bedraagt t/m FY24(boekjaareinde 31 maart 2024) ruim € 480 miljoen. TSN heeft tussenFY15–24 ~ € 390 miljoen geïnvesteerd in hinderbeperkende maatregelen,waaronder het Roadmap plus programma ter waarde van € 300 miljoen.Naar verwachting wordt in 2025 dit Roadmap plus programma afgerond.Dit programma is gericht op bovenwettelijke reductie van (fijn)stof, geur,polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) en geluid.54Hoeveel dividend heeft TSN de afgelopen tien jaar uitgekeerd aan haaraandeelhouders?AntwoordTSN heeft hierover het volgende aangegeven: In de jaren FY15 tot en metFY18 is vanuit TSN een totaal € 580 miljoen aan dividend uitgekeerd aanTata Steel Netherlands Holding BV (TSNH). Dit dividend is door TSNHnooit verder uitgekeerd; niet als dividenduitkering noch in de vorm vaneen terugbetaling van kapitaal. Derhalve heeft TSL, de uiteindelijkeaandeelhouder, nooit (ook niet voor FY15) dividend inkomen genoten vanhaar Nederlandse dochtervennootschappen. Na FY18 is geen dividendmeer uitgekeerd en is alle winst van TSN geherinvesteerd in hetonderhoud van installaties, verbetering van installaties (STAR-programme) en het milieu investeringsprogramma (Roadmap Plus).55Kunt u een overzicht geven van het beleid of de plannen en/ofvoornemens die andere (belangrijkste) EU-landen hebben met staalfa-brieken en bijbehorende staatssteun?AntwoordVoor een overzicht van de voorgenomen steun aan groen-staal projectenin Europa verwijs ik (Minister van Economische Zaken en Klimaat), naarhet door mij gevraagde onderzoek door Berenschot met de titel «Verge-lijking overheidssteun in Europese landen ten behoeve van de staal-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139418 sector». Dit onderzoek geeft ook een overzicht van het beleid van andereEU-landen ten aanzien van de verduurzaming van de staalindustrie.2156Concreet met welke maatregelen vinden de auteurs van het rapport datNederland in het na- of voordeel is als zij schrijven dat een eerlijkspeelveld tussen buurlanden noodzakelijk is op het gebied van netta-rieven, belastingen en subsidies?AntwoordEen concreet nadeel dat wordt genoemd door Wijers/Blom op pagina 33van hun rapport is dat de elektriciteitsnetwerk kosten in Nederland hogerzijn dan in andere Europese landen. Dit komt doordat «Nederland eenverdeelsleutel hanteert die de industrie minder bevoordeelt dan in andereEuropese landen gebeurt. Die landen zetten verschillende instrumenten inom, binnen de richtlijnen, de netwerkkosten voor hun industrie tebeperken. Nederland zou voor een alternatieve kostenverdeling bijvoor-beeld kunnen kijken naar zonal pricing zoals wordt gehanteerd in Zwedenen Frankrijk of naar opties om de aanleg van het netwerk op zee anders tefinancieren zoals in Duitsland en het VK.» Daarbij kan wel wordenaangetekend dat Duitsland en de Europese Commissie thans in eenjuridisch geschil zijn verwikkeld over de vraag of een verlaging van denettarieven voor elektriciteit intensieve industrie staatssteun inhoudt. 22,2357Bent u voornemens en acht u het haalbaar om een langere termijncommitment te ontvangen en vast te leggen in de maatwerkafspraak? Inhoeverre kan zoiets juridisch bindend worden gemaakt of welke sancties/consequenties kunnen worden verbonden aan «vroegtijdig» vertrek?AntwoordDe staat gaat zekerheden vragen aan TSN over een groot aantal onder-werpen. In zijn algemeenheid is de bedoeling dat in de maatwerkaf-spraken wordt geborgd dat vernieuwde installaties die met overheidshulpworden gebouwd ook daadwerkelijk in Nederland produceren. Dit zal eenonderdeel worden van de uiteindelijke overeenkomst. Uw Kamer zalworden geïnformeerd over de zekerheden die de staat heeft kunnenafspreken en kan dan een oordeel uitspreken.58Zijn er technieken of materialen die binnen vijf tot twintig jaar debelangrijkste toepassingen van staal zouden kunnen vervangen? Wat ishet Technology Readiness Level (TRL) van deze technieken?AntwoordVervanging van staal door alternatieve materialen is voor specifieketoepassingen mogelijk. Het is veilig om aan te nemen dat we staal ook inde toekomst nodig hebben. We blijven auto’s rijden, windmolensgebruiken en huizen bouwen. Ook Wijers/Blom concluderen in hunrapport dat zij vooruitkijkend een jaarlijkse groei van 1% tot 2% van deEuropese staalvraag verwachten (t.o.v. 140 Mt per jaar in 2022).5921Vergelijking overheidssteun in Europese landen ten behoeve van de staalsector | Rapport |Rijksoverheid.nl22https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:C_20240264123https://www.steelonthenet.com/kb/state-aid.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139419 Acht u het haalbaar dat de ambities voor wind op zee van Nederland in2030 (of zo nodig eerder) te realiseren uitgaande van voorkeursroute voorverduurzaming? Kan uiteen worden gezet welke «stappen» er moetenworden ingezet in de tijd tot 2030 om deze aanlanding te realiseren?AntwoordDe ambities wind op zee heeft het kabinet verdubbeld van 10,7 GW in2030 naar 21 GW in 2030. In de brief aan uw Kamer van 25 april 202424heeft de Minister voor Klimaat en Energie gemeld te verwachten dezeambities te realiseren in 2032. Belangrijke factoren voor deze latereopleverdatum zijn de krappe toeleveringsketen en de vergunningproce-dures in kwetsbare gebieden waaronder de Waddenzee.Deze vertraging heeft geen effect op de aanlandingen in het Noordzeeka-naalgebied. Van de 2,1 GW windstroom die hier aanlandt onder dehuidige routekaart windenergie op zee is reeds 0,7 GW gerealiseerd. Ditjaar wordt nog eens 0,7 GW gerealiseerd en in 2026 de volgende 0,7 GW.60Als de auteurs schrijven dat de verdere investering afhankelijk is van degekozen route voor de tweede fase, welke routes zijn denkbaar voor deresterende installaties? Is dat vergelijkbaar met de eerste fase?AntwoordDe plannen voor de tweede verduurzamingsfase zijn nog niet vastgesteld,zoals Wijers/Blom op pagina 20 aangeven De gefaseerde aanpak geeftjuist flexibiliteit voor wat betreft de technische invulling van de tweedefase. De uiteindelijke keuze zal afhangen van de ontwikkelingen inbijvoorbeeld de productietechnologie, de vraag naar staal, de HBI-markten de energiemarkt. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 49.61Om welke bedragen gaat het als de auteurs stellen dat bespaard kanworden op het elektriciteitsnet op land door wind op zee direct bij TSNaan te laten landen?AntwoordOver eventuele besparingen van een directe aanlanding bij TSN is nogniets bekend of nader uitgezocht. De auteurs geven in hun rapport slechtseen kwalitatieve beschrijving van mogelijke synergievoordelen, die naderonderzocht en uitgewerkt moeten worden. Dit zal in het maatwerktrajectverder worden opgepakt.62Uitgaande van de ETS prijs van nu, hoeveel euro zou TSN besparen op deaankoop van ETS-rechten met de beoogde verduurzamingsroute?AntwoordVanuit het ETS wordt TSN, net als alle andere Europese staalfabrieken viabeprijzing gestimuleerd om actie te ondernemen. De mogelijke bespa-ringen op de kosten van ETS (en CO2-heffing) zijn onderdeel van degehele businesscase voor het Groen Staal project. Met demaatwerkaanpak zetten we in op bovenwettelijke maatregelen om meeren sneller te verduurzamen. Subsidie zal alleen worden gegeven over deonrendabele top in deze businesscase. Zie verder ook het antwoord opvraag 16.6324Structuurvisie Windenergie op Zee, Kamerstuk 33 561, nr. 61Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139420 Kunt u de relatie van TSN met de elektriciteitscentrales in Velsen naderduiden, zowel in uitstoot als verbondenheid in grondstoffen en/ofprocessen? Welke impact heeft verduurzaming op deze installaties en deelektriciteitsvoorziening in Nederland?AntwoordBij het productieproces van ijzer en staal komen productiegassen vrij.Deze gassen worden door TSN zo veel mogelijk opnieuw ingezet in deeigen bedrijfsprocessen om de energie-efficiëntie te optimaliseren. Eenvoorbeeld hiervan is het transport van productiegas van de Kooksfa-brieken naar de Warmbandwalserij, wat resulteert in een verminderdgebruik van aardgas. Het overtollige gas dat niet direct kan wordenhergebruikt in de eigen processen, wordt naar de elektriciteitscentrales inVelsen gestuurd waar het wordt omgezet in elektriciteit. Deze productieg-assen zijn hoofdzakelijk afkomstig van de Hoogovens.Vattenfall is eigenaar van deze centrales, terwijl TSN als leverancier enafnemer fungeert.Met het uitfaseren van de eerste Hoogoven wordt de productie vanproductiegassen verminderd. Hierdoor hoeft slechts één van de drieelektriciteitscentrales operationeel te blijven, en blijft één als back-up. Debeslissing over de toekomst van de niet meer benodigde centrale ligt bijde eigenaar, Vattenfall. Onlangs is hierover in diverse media gemeld datgesprekken lopen over «mogelijke oplossingen» tussen Vattenfall en TSN,«waaronder mogelijke overdracht van de centrales».2564Kunt u nader toelichten waarom een verduurzamingsvariant waarbijhalffabricaten worden geïmporteerd en verder verwerkt door TSN niet ismeegenomen? Uitgaande van grove berekeningen, hoe duur is dezevariant?AntwoordDeze route is meegenomen in het onderzoek van Wijers/Blom onder denaam «alleen elektrische boogovens». In deze route wordt de lokaleprimaire ijzerproductie vervangen door geïmporteerd halffabricaat (HBI)en/of schroot dat door TSN in elektrische boogovens verder wordtverwerkt tot staal.65Wat is de verwachte nationale staalbehoefte in 2030 en 2040 en hoeverhoudt zich dit tot de productiecapaciteit van TSN?AntwoordWijers/Blom geven op pagina 8 van hun rapport een inschatting voorEuropa. Hetzelfde geldt ook voor Nederland, namelijk dat onder invloedvan economische cycli en crises we het afgelopen decennium schomme-lingen hebben gezien in de Europese vraag naar staal. De vraag naar staalwordt sterk beïnvloed door de economische groei en is daarmee lastig tevoorspellen. Op dit moment zijn de vraag naar en de productie van staalmin of meer in balans. De ontwikkeling van de productie en de vraaghangen zoals gezegd sterk af van de economische situatie. Wijers/Blomconcluderen in hun rapport dat zij vooruitkijkend een jaarlijkse groei van1% tot 2% van de Europese staalvraag verwachten (ten opzichte van 140Mt per jaar in 2022).66Hoeveel winst heeft TSN de afgelopen vijf jaar gemaakt?25Vattenfall en Tata in gesprek over verkoop centrales | EnergeiaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139421 AntwoordTSN heeft in de periode 1 april 2019-31 maart 2024 cumulatief een ProfitAfter Tax (PAT) behaald van € 166 miljoen. Dit betreft dus de winst over 5(boek)jaren gezamenlijk.67Hoeveel boetes en dwangsommen zijn Tata opgelegd in de afgelopen tienjaar?AntwoordDe provincie Noord-Holland is alleen bevoegd gezag voor wet- enregelgeving waar de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied toezicht ophoudt. Daarnaast zijn de Arbeidsinspectie, de Inspectie Leefomgeving enTransport (ILT), Rijkswaterstaat en andere omgevingsdiensten bevoegdvoor wet- en regelgeving waar zij voor aangewezen zijn. Er is bij mij geentotaaloverzicht beschikbaar van alle opgelegde boetes en dwangsommen.68Als de auteurs dat «strategische autonomie heeft zijn prijs», aan welkefinancieringsbronnen kan worden gedacht voor deze «prijs»?AntwoordDe auteurs willen benadrukken dat volledig verduurzamen én behoud vaneigen productie in West-Europa op de lange termijn een financiëleuitdaging kan worden en inzet vraagt van de West-Europese landen.Hierbij benoemen ze geen concrete financieringsbron.69Hoe verhoudt het feit dat TSN stuurt op 70% CO2-reductie in 2037 zich tot0 beschikbare ETS-rechten in 2040? Waar komt de laatste 30% vandaan?Wat is hiervoor het plan?AntwoordZoals TSN aangeeft in de brief Groen Staal26 voorzien ze 40%CO2-reductie in 2030 en 80% in 2037 met vervanging van de Hoogoven 6en Kooksfabriek 1. De CO2-uitstoot wordt verder afgebouwd naar 0 in2045 met maatregelen in de staalverwerking en inzet van eventueleniet-fossiele koolstof. De CO2-reductie in fase 1 kan oplopen naar 45% bijbeschikbaarheid van voldoende en betaalbare groene waterstof. Ook isCCS nog een mogelijkheid.In het EU ETS worden naar verwachting rond 2040 geen nieuwe emissie-rechten meer geveild. Dat betekent overigens niet dat er dan geen(oude/bestaande) rechten meer in omloop zijn. Dit beeld per 2040betekent dat TSN mogelijk haar plannen voor de laatste stap van haartransitie zal moeten versnellen.70Van welke prijs per kilowattuur (KWh) is uitgegaan in 2030 en hoeverhoudt zich dit tot gehanteerde prijzen in SDE-rondes?AntwoordWijers en Blom gaan in hun rapport uit van een inkoopprijs van elektri-citeit van tussen de € 70 en de € 90 per MWh in 2030 (zie figuur 7, pagina32).Het PBL baseert zich voor de berekening van de basisbedragen SDE++ opde groothandelsprijzen voor elektriciteit zoals geraamd in de KEV 2023.26Kamerstuk 28 089, nr. 271 Bijlage IITweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139422 Uit de tabellenbijlage van de KEV202327 blijkt een groothandelsprijs van€ 73 per MWh, een lage prijzen-scenario van € 50/MWh en een hogeprijzen-scenario van € 93/MWh.71Hoeveel van de 350 ha, die delen van de energiehoofdinfrastructuur vanNZKG vraagt, zou op TSN-terrein kunnen? Met de grondprijs van nu, watzouden de kosten van deze aanschaf zijn voor de staat?AntwoordZoals TSN zelf ook aangeeft zal er ruimte beschikbaar komen op hunterrein, maar over de termijn en alternatieve aanwending is op ditmoment nog geen duidelijkheid. Uitspraken over mogelijke kosten kunnenwij in het belang van de onderhandelingspositie van de staat niet doen.72Hoe kan het dat in buurlanden Duitsland, België en Frankrijk al staalgemaakt wordt met waterstof maar voor TSN sprake is een tussenstapmet gas?AntwoordStaal maken volledig op waterstof vraagt een grote hoeveelheidwaterstof, die nu nog niet beschikbaar is. De stap om eerst staal te makenmet aardgas in een installatie die al klaar is voor overschakeling opwaterstof zorgt ervoor dat ook op kortere termijn de uitstoot van CO2 forsomlaag gaat. De overstap van kolen op gas levert een grotereCO2-reductie op dan de overstap van gas op waterstof. Dit argument geldtook in andere landen. De fabriek van ThyssenKrupp in Duitsland zalbijvoorbeeld ook niet volledig overgaan op waterstof, en de eerste jarenoverwegend aardgas gebruiken. Ook de fabrieken van ArcelorMittal inBelgië en Frankrijk zullen nog aardgas gebruiken.73Volgens het rapport-Wijers/Blom is er een actief energie- en industrie-beleid nodig, wat voor maatregelen zijn er nodig en voorhanden gezien dehuidige zorgen en problemen inzake de netcongestie?AntwoordDe netbeheerders zetten alles op alles om uitbreiding en verzwaring vanhet stroomnet te versnellen. Vanuit EZK wordt meegedacht in opties omdit te faciliteren. Hierbij kan gedacht worden aan versnellen van vergun-ningsprocedures. Helaas gaat ondanks maximale inzet uitbreiding nietsnel genoeg.Samen met netbeheerders, de ACM en marktpartijen werkt EZK in hetLandelijke Actieprogramma Netcongestie (LAN) aan instrumentenwaardoor het stroomnet beter kan worden benut, gericht op flexibelomgaan met de vraag naar transportcapaciteit door netgebruikers. Hierbijkan gedacht worden aan alternatieve transportrechten waarbij aange-slotenen op de piekmomenten geen aanspraak op transportcapaciteitmaken, capaciteitsbeperkingscontracten waarbij aangeslotenen tegen eenvergoeding op verzoek van de netbeheerder hun vraag tijdelijk verlagenen groepscontracten waarbij een groep aangeslotenen hun transportvraagbundelen en onderling afstemmen wie wanneer recht heeft op capaciteitvan het stroomnet. Ook wordt gewerkt aan oplossingen als het bijplaatsen27Klimaat- en Energieverkenning 2023, tabellenbijlage, tabblad kerntabel_1_economie,https://www.pbl.nl/downloads/pbl-2022-klimaat-en-energieverkenning-tabellenbijlage-v3-juli-2023-5021odsTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139423 van eigen opwek (achter de meter) en batterijen die capaciteit kunnenbieden op moment dat het stroomnet deze ruimte niet heeft.Het is in ieders belang dat netgebruikers, waaronder ook de industrie,gebruik maken van deze instrumenten. Niet alleen omdat dit ruimtecreëert op het volle stroomnet, waardoor partijen op de wachtrij kunnenworden aangesloten en op de piekmomenten congestie kan wordenvoorkomen. Ook biedt dit kansen voor bedrijven in de wachtrij, zowelpartijen die nog niet zijn aangesloten zijn als partijen die een verzoek vooreen zwaardere aansluiting wensen, bijvoorbeeld ten behoeve vanverduurzaming. Door flexibele vraag naar transportcapaciteit, bijvoor-beeld door processen buiten de piekmomenten te organiseren, of doorhet bijplaatsen van een batterij, kan mogelijk met een lager gecontrac-teerd transportvermogen worden voldaan. Op deze wijze kunnen nieuwetransportaanvragen en elektrificatie van industriële processen mogelijktoch doorgang vinden.74Volgens het rapport-Wijers/Blom voldoet TSN aan de vergunningen, maaris er ook nog steeds sprake van gezondheidsschade, wanneer is TSNgezond genoeg om hierin verder te gaan? Hoe staat TSN hier zelftegenover? Welke kosten zijn hiermee gemoeid?AntwoordHet kabinet onderschrijft, in lijn met de Europese ambities, het doel vannul-verontreiniging (zero pollution) in 2050 voor de leefomgeving in denbrede, en dus ook voor de luchtkwaliteit en de bijbehorende WHO-advieswaarden. Op dat moment zal er dus normaliter geen sprake meerzijn van gezondheidsschade.Wel is duidelijk dat dit einddoel stapsgewijs zal moeten worden behaald.Tot die tijd zal er dus altijd sprake zijn van enige gezondheidsschade alsgevolg van industriële emissies, zowel bij TSN als bij andere bedrijven enin andere situaties waarbij sprake is vervuiling, bijvoorbeeld in stedendoor wegverkeer.Wel ziet het kabinet dat de huidige gezondheidsrisico’s in de IJmonddermate urgent zijn dat uitstel van actie hierop onverantwoord is: hetonderwerp gezondheid van omwonenden in de IJmond heeft te langonvoldoende prioriteit gekregen bij de overheid en het bedrijf en daarmoet snel verandering in komen.Het kabinet kiest er daarom voor om, in lijn met het advies van deExpertgroep IJmond, in de maatwerkafspraak in te zetten op extragezondheidswinst. Uitgangspunt hierbij moet zijn dat de impact van TSNop de gezondheid van omwonenden, werknemers en oud-werknemers,zowel in termen van schadelijke emissies als hinder, zo snel en zo vermogelijk wordt geminimaliseerd. Deze vermindering van schadelijkeimpact moet bovendien goed gemeten en gecontroleerd worden. Ookvindt het kabinet het belangrijk om gezondheidseffecten binnen devergunningverlening zoveel dat kan binnen de bestaande (wettelijke)kaders mee te nemen. Het bevoegde gezag, de provincie Noord-Holland,werkt hier op dit moment al aan.75Ziet de u mogelijkheden om de procedure te versnellen naar de wensenvan het rapport-Wijers/Blom?AntwoordHet is (nog) niet aan te geven hoe snel dit kan, dit zal ook onderdeel vande onderhandelingen met TSN zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139424 De gedeputeerde staten van Noord-Holland hebben reeds aangegevenzich te zullen inspannen voor een spoedige vergunningenprocedure vooraanvullende milieumaatregelen die voortkomen uit het maatwerktraject,zodra daar meer duidelijkheid over is.2876Wat betekent dit voor de reorganisatie van het productieproces en degemaakte afspraken?AntwoordOp dit moment zijn er nog geen afspraken gemaakt in het kader van demaatwerkaanpak. Op 26 april jl.29 heb ik aangegeven dat het onderhande-lingsmandaat is vastgesteld en dat de onderhandelingen, op basis van ditmandaat, zo spoedig mogelijk starten. Deze onderhandelingen zijn gestart21 mei jl. Deze onderhandelingen zullen gaan over het project Groen Staalals geheel: het sluiten van Kooksfabriek 2 (KGF2) en Hoogoven 7 (HO7) envervangen door een Direct Reduced Iron (DRI) Fabriek en elektrischeboogoven (EAF) en diverse bovenwettelijke milieumaatregelen waarmogelijk versneld uitvoeren.77In het rapport-Wijers/Blom staat dat ambities Wind op Zee een risicovormen, deelt u de mening dat we beter kunnen inzetten op nieuwekerncentrales, thoriumcentrales en/of Small Modular Reactors (SMR)?AntwoordHet kabinet ziet kernenergie als een belangrijke aanvulling ophernieuwbare energiebronnen. We hebben niet de luxe om CO2-vrijeopties uit te sluiten en zetten in op maximaal aanbod van CO2-vrijeelektriciteit. Daarom zetten we – naast de ambities voor WOZ – in op derealisatie van twee nieuwe kerncentrales en anticiperen we op deeventuele realisatie van SMR’s in Nederland, uitgewerkt in de SMRprogramma-aanpak die recent aan uw Kamer is verstuurd.30 Een van dedoelstellingen van de programma-aanpak is om de potentie van SMR’s teconcretiseren, waarbij ook gekeken wordt naar de industrie.78Aangezien de toekomst van TSN sterk afhankelijk is van de beschik-baarheid van relatief goedkope groene energie en Nederland in het bestegeval in 2030 zo’n 5% goedkoper dan Duitsland, hoeveel goedkoper ofduurder zijn we in andere scenario’s in het slechtste geval?AntwoordHet is lastig exact te stellen hoeveel duurder of goedkoper hernieuwbareelektriciteit in het slechtste geval in Nederland zal zijn in 2030 relatief totDuitsland. Dit is, omdat de totale kosten voor energie afhankelijk zijn vanverschillende factoren, zoals de inkoopkosten van energie/elektriciteit opde groothandelsmarkt, ontwikkelingen van het Europese elektriciteits-systeem en de elektriciteitsmix, netwerktarieven en nationale heffingen.Voor wat betreft de (groothandels)inkoopkosten van elektriciteit kanverwacht worden dat deze in 2030 eenzelfde orde grootte kennen inNederland als in Duitsland. Dit omdat de Nederlandse en Duitse elektrici-teitsmarkt in hoge mate met elkaar verbonden zijn door middel vaninterconnectoren voor elektriciteit. Door deze verbondenheid zijn de28https://www.noord-holland.nl/Actueel/Archief/2024/April_2024/Provincie_Noord_Holland_Advies_Wijers_en_Blom_biedt_zicht_op_duurzaam_staalbedrijf_in_gezondere_leefom29Kamerstuk 29 826, nr. 20930Kamerstuk 32 645, nr. 123Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139425 groothandelsprijzen voor elektriciteit in Nederland en in Duitsland in hogemate gecorreleerd en vaak zelfs aan elkaar gelijk en ook in 2030verwachten wij dat dit het geval zal zijn.Eventuele verschillen tussen Nederland en Duitsland in een negatiefscenario zullen naar verwachting met name het gevolg zijn van mogelijkeverschillen tussen nationale netwerktarieven en belastingen.Voor wat betreft een verdere en gedetailleerde vergelijking van totaleelektriciteitskosten in 2030 met onder andere Duitsland, Frankrijk enBelgië wijs ik u ook op een onderzoek over dit onderwerp dat ik uw Kamerrecentelijk hebt doen toekomen.31Een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar de bekostiging vande elektriciteitsinfrastructuur is onlangs gestart. Het doel van ditonderzoek is om meer inzicht in en grip te krijgen op de omvang van deinvesteringen in de elektriciteitsinfrastructuur tot 2040, en de bekostigingen financiering ervan. Dit IBO moet leiden tot concrete beleidsopties, dieonder andere b(dragen aan onze concurrentiepositie en de betaal-baarheid.3279Aangezien de toekomst van TSN sterk afhankelijk is van de beschik-baarheid van relatief goedkope groene energie en Nederland in het bestegeval in 2030 zo’n 5% goedkoper dan Duitsland, hoeveel goedkoper ofduurder zijn we in andere scenario’s in een tussenvariant? Hoe verhoudtonze energieprijs zich tot andere landen met staal, zoals Zweden enFrankijk? Hoe verhoudt onze energieprijs zich tot andere landen met staal,zoals Zweden en Frankijk, in het slechtste geval?AntwoordVoor wat betreft het verschil in de kosten voor groene energie/elektriciteitin 2030 tussen Nederland en Duitsland verwijs ik u naar mijn antwoord opvraag 78.Het onderzoek33, heeft ook gekeken naar de verschillen in totale kostenvoor elektriciteit in Nederland en in Frankrijk. Uit dit onderzoek blijkt datde totale elektriciteitskosten in 2030 in Frankrijk lager zullen zijn dan inNederland. Uit dat onderzoek blijkt ook dat het voornaamste verschil in detotale elektriciteitskosten veroorzaakt wordt door nettarieven. Uit hetonderzoek blijkt eveneens dat de inkoopkosten voor elektriciteit inNederland in 2030 naar verwachting lager zijn dan in Frankrijk. In eenpositief scenario zouden de totale kosten voor het afnemen van elektri-citeit in Nederland concurrerend zijn met die in Franrijk. In een negatiefscenario zouden er echter verschillen blijven bestaan in de totaleelektriciteitskosten, voornamelijk als gevolg van verschillen in denetwerktarieven.Het hiervoor aangehaalde onderzoek heeft geen onderzoek gedaan naarhet verschil tussen de energiekosten in Nederland en Zweden. Op ditmoment kent Zweden, en de voor staalproductie relevante biedzones eengroothandelsprijs voor elektriciteit die gemiddeld gezien lager is dan diein Nederland. Op basis van beschikbare elektriciteit future-data is het opdit moment voorstelbaar dat een prijsverschil voor de inkoop van31Kamerstuk 32 813, nr. 127232Voorjaarsnota 2024 – Bijlage 1233Kamerstuk 32 813, nr. 1272Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139426 elektriciteit van eenzelfde orde grootte ook in 2030 zal bestaan.34Daarbovenop komen nog eventuele kosten voor netwerktarieven ennationale heffingen.Onlangs is al een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar debekostiging van de elektriciteitsinfrastructuur gestart. Het doel van ditonderzoek is om meer inzicht in en grip te krijgen op de omvang van deinvesteringen in de elektriciteitsinfrastructuur tot 2040, en de bekostigingen financiering ervan. Dit IBO moet leiden tot concrete beleidsopties, dieonder andere b(dragen aan onze concurrentiepositie en de betaal-baarheid.3580Welke staalproducenten kennen we nog meer in Europa?AntwoordNaast TSN zijn dit de grootste staalproducenten in Europa: ArcelorMittal(hoofdzetel Luxemburg, fabrieken in o.a. Duitsland, Frankrijk, België,Spanje), Thyssenkrupp (hoofdzetel Duitsland), Voestalpine (hoofdzetelOostenrijk), SSAB (hoofdzetel Zweden), Salzgitter (hoofdzetel Duitsland),CELSA (hoofdzetel Spanje), Huttewerke Krupp Mannesman (hoofdzetelDuitsland).81Hoeveel fabrieken zijn er in Europa die staal produceren?AntwoordIn Europa zijn circa 500 fabrieken die staal produceren. De meeste makensecondair36 staal in een vlamboogoven. Deze fabrieken hebben eenkleinere capaciteit dan de fabrieken die primair staal maken via hethoogovenproces. Van de totale productie in Europa komt circa 40% vandeze vlamboogovens. Daarnaast zijn er in Europa 28 fabrieken die staalmaken via het hoogovenproces (stand 2022).3782Waar zitten deze staalfabrieken in Europa?AntwoordDe staalfabrieken zijn verspreid over heel Europa. Graag verwijs ik naar desite van Eurofer voor een aantal overzichtelijke kaarten.3883Wat is de omvang van productie van staalfabrieken in Europa?AntwoordOp de site van Eurofer (zie vraag 81 en 82) wordt ook aangegeven wat deproductiecapaciteit is per staalfabriek. Ook in het rapport Wijers/Blomwordt een beeld gegeven van de huidige Europese Markt en deverwachtte ontwikkelingen.84Leveren de staalfabrieken in Europa «long» of «flat» steel?34https://www.eex.com/en/market-data/power/futures#%7B%22snippetpicker%22%3A%221866%22%7D en https://www.eex.com/en/market-data/power/futures#%7B%22snippetpicker%22%3A%2220%22%7D35Voorjaarsnota 2024 – Bijlage 1236Primair staal: nieuw uit ijzererts, secundair: recycling37https://www.eurofer.eu/about-steel/learn-about-steel/where-is-steel-made-in-europe38Kaarten StaalindustrieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139427 AntwoordDe staalfabrieken in Europa leveren zowel long als flat steel. In 2022 werder 75 miljoen ton flat steel en 50 miljoen ton long steel geproduceerd.3985Is er dan nog markt voor «long» en «flat» steel, aangezien onder deinvloed van de verschuiving de productiecapaciteit van staal 10 tot 30%kan afnemen en daarnaast wordt gezegd dat er nog eens 10% aan nieuweconcurrentie bij 2030 kan voorkomen?AntwoordDe markt voor long en flat staal verschilt wezenlijk. Niet alleen intoepassing maar ook in de gevraagde kwaliteit van het staal. Deverwachting is dat dit verschil zal blijven bestaan, en daarmee ook eenmarkt voor long en flat staal.86Aangezien onder de invloed van de verschuiving de productiecapaciteitvan staal 10 tot 30% kan afnemen en daarnaast wordt gezegd dat er nogeens 10% aan nieuwe concurrentie bij 2030 kan voorkomen, zijn diereducties in beide markten even groot? Hoeveel levert TSN aan deEuropese markt en hoeveel naar andere markten?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven dat de groeicijfers van alle traditionelemarktsectoren inderdaad op een vergelijkbaar niveau liggen. Eenonbekende marktvraag zal komen uit de transitie in de energiesector waarde bouw en aanleg van windmolenparken en PV-parken zeer staalintensiefzal zijn. Zie verder het antwoord op vraag 18.87Als Nederland maximaal inzet op duurzame energie waardoor deelektriciteitskosten in 2050 5% tot 10% goedkoper zijn dan Duitsland, watzijn de andere scenario’s indien Nederland bijvoorbeeld 75% van deambitie realiseert?AntwoordZoals ook in vraag 78 benoemd kennen de groothandelsprijzen voorelektriciteit voor Nederland en Duitsland een hoge mate van correlatie. Opdit moment achten wij het aannemelijk dat dit ook in 2050 het geval zalzijn en de groothandelsprijzen dan nog steeds een hoge mate vancorrelatie zullen kennen. Bovendien is het nu de verwachting datDuitsland en Nederland een elektriciteitsmix zullen ontwikkelen, welkegrotendeels gebaseerd is op elektriciteitsproductie uit zon en wind.40Een significante wijziging in de Nederlandse ambitie wat betrefthernieuwbare elektriciteitsproductie zal dan ook een soortgelijk effecthebben op de groothandelsprijzen in Nederland en Duitsland. Het isdaarom de verwachting dat in geval van een wijziging in de nationaleambitie, de verschillen in elektriciteitskosten tussen beide landen gelijkzullen blijven. Het is echter wel mogelijk dat als gevolg van een ambitie-wijziging het algehele niveau van de (groothandels)elektriciteitsprijzen inbeiden landen stijgen.Het is op dit moment echter zeer lastig om met enige zekerheid uitsprakente doen over de elektriciteitsprijzen in 2050, omdat deze van zeer veelfactoren afhankelijk zijn. Zoals de mate van verbondenheid van het39Eurofer: European Steel in Figures 202340Door de inzet op meer kernenergie kan de mix op termijn meer af gaan wijken van Duitsland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139428 Europese elektriciteitssysteem, ontwikkeling van de Europese elektrici-teitsmix en de regulering van de Europese elektriciteitsmarkt. Daarbij zalde prijsvorming in de elektriciteitsmarkt door systeemintegratie intoenemende mate afhankelijk worden van de interactie met anderedeelmarkten voor energie, zoals waterstof.88Is de windenergie al gegarandeerd? Overweegt de regering delen van dewindparken op zee speciaal te alloceren aan TSN? Wat zouden daar devoor- en nadelen van zijn?AntwoordBesluitvorming over de aansluitlocaties van windenergie op zee na 2031heeft nog niet plaatsgevonden. De besluitvorming over het starten vanruimtelijke procedures voor kansrijke aansluitlocaties zal naar verwachtingbegin 2026 plaatsvinden op basis van het programma VAWOZ waarin dekansrijkheid van verbindingen en aansluitlocaties voor na 2031 wordenonderzocht. Ook zijn de maatwerkafspraken met TSN hierin relevant. Bijde besluitvorming worden tevens de voor – en nadelen van directeaansluiting overwogen. Verder wordt verwezen naar de kamerbrievenover de «Structuurvisie WoZ» («Routekaart»)41, o.a. StructuurvisieWindenergie op Zee (SV WoZ), de brief van 2 december 2021, en derecente kamerbrief van 25 april 2024 (Structuurvisie Windenergie op Zee(SV WoZ)).89Hoeveel groot is het risico dat de kosten van het elektriciteitsnetwerk inNederland ten opzichte van andere landen hoger uitpakken voor indus-triële spelers?AntwoordZoals het rapport Wijers/Blom stelt, zijn de uiteindelijke nettarieven voorgebruikers afhankelijk van vele verschillende factoren. Dit geldt zowelvoor de totale netwerkkosten (die o.a. bepaald worden door de benodigdeuitbreidingen op land en zee en de snelheid van elektrificatie) als denettarieven voor gebruikers (waarbij verdeelsleutels, subsidies enheffingen een rol spelen). Dit risico is op dit moment lastig te kwantifi-ceren, omdat dit ook afhankelijk is van lange termijn beleidskeuzes inandere landen. In het kader van een gelijk Europees speelveld is de inzetom dit risico zo klein mogelijk te maken.Zie verder ook het antwoord op vraag 25.90Hoe werkt de Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)? Kan datbijgesteld worden door de Europese Unie als de interne markt te veel lastheeft van goedkopere import?AntwoordHet Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) is een EU-verordeningvoor de correctie aan de grens van de CO2-uitstoot die is vrijgekomen bijde productie van bepaalde productcategorieën (waaronder ijzer en staal)buiten de EU. Het CBAM moet voorkomen dat er weglek plaatsvindt,oftewel het verplaatsen van productie binnen de EU naar landen waarbedrijven niet hoeven te betalen voor hun CO2-uitstoot. CBAM moetzorgen voor een gelijk speelveld tussen de bedrijven binnen en buiten deEU. De transitiefase naar CBAM is per 1 oktober 2023 gestart en op1 januari 2026 is de algehele inwerkingtreding.41Kamerstuk 33 561, nr. 52, Kamerstuk, 33 561, nr. 61Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139429 Omdat het CBAM de marktprijs van emissierechten onder het ETS exactspiegelt kan de hoogte van de grensheffing niet worden bijgesteld, en kanom diezelfde reden niet (direct) worden gestuurd op import vangoedkopere goederen.91Indien de rol van de CBAM bijgesteld wordt door de EU als de internemarkt te veel last heeft van goedkopere import, via welke besluitvor-mingsprocedure werkt dat in Brussel?AntwoordAanpassingen aan het CBAM vereisen aanpassingen aan deCBAM-verordening. Dit volgt de gewone wetgevingsprocedure. DeEuropese Commissie dient hiertoe met een voorstel te komen, waarna deRaad met gekwalificeerde meerderheid en het Europees parlement metgewone meerderheid moeten instemmen.92Aangezien TSN een goede concurrentiepositie heeft ten opzichte vanhuidige spelers, wat gaan huidige spelers doen? Gaan zij allen verduur-zamen of zijn er ook spelers die sluiting in Europa verwachten?AntwoordHet grootste deel van de spelers heeft plannen om te verduurzamen. Netzoals bij TSN, vraagt dit om grote investeringen van die bedrijven. Daarbijzullen bedrijven rekening houden met de competitiviteit van hunbedrijfsvoering en zal, zeker voor bedrijven die nu al weinig competitiefzijn, het afbouwen van productiecapaciteit een optie zijn die overwogenwordt. Wij zijn niet op de hoogte van voorbeelden in de sector in Europawaar reeds een beslissing tot bedrijfssluiting genomen is.93Wat is ongeveer de verdeling in opleidingsniveau (mbo, hbo, wo) van de9.000 directe banen bij TSN op dit moment?AntwoordTSN heeft mij hierover de volgende verdeling aangegeven:OpleidingsniveauAandeelMBO27%MBO319%MBO429%HBO19%WO112%Overig14%1 Hierbij valt PhD onder WO 94Ligt het in de verwachting dat de verdeling in opleidingsniveau (mbo,hbo, wo) van de 9.000 directe banen bij TSN op dit moment gaatveranderen?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven dat in de afgelopen tien jaar hetpercentage werknemers bij Tata Steel IJmuiden met een MBO2-opleidingstabiel is gebleven, het aantal werknemers met een MBO3-opleiding isafgenomen, het aandeel werknemers met een MBO4- en HBO-opleiding isTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139430 stabiel gebleven, en het aantal werknemers met een WO-opleiding licht isgestegen.Deze trend zal naar verwachting voortduren, voornamelijk vanwege detoenemende complexiteit van het werk als gevolg van automatisering enrobotisering, het groeiende gebruik van data (bijvoorbeeld data-analyseen data science), en de toenemende complexiteit van IT-infrastructuren.95Op welke vakgebieden ligt de nadruk?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven dat hun personeelsbestand diversevakgebieden kent, waarbij de nadruk ligt op hoogwaardige technischefuncties, zowel toegepast alsook academisch. TSN werkt voor hetopleiden en bijscholen veel samen met scholen in de omgeving entechnische universiteiten. Ook heeft TSN een eigen Tata Steel Academywaar geaccrediteerde (met name technische) MBO-opleidingen aange-boden worden aan 170 nieuwe studenten per jaar.96Hoeveel kenniswerkers uit het buitenland werken er bij TSN? Wat is deverwachting voor dit aantal in de toekomst?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven dat de afgelopen jaren er een actieveinternationale wervingscampagne gevoerd is, iets wat voorheen nietgebruikelijk was. Gezien de aanhoudende vraag naar gekwalificeerdpersoneel en de problemen om deze mensen in Nederland te vinden,verwacht TSN dit beleid voort te zetten. Buitenlandse aanwervingenworden gedaan op basis van kennis en expertise. Momenteel heeft zemeer dan 120 kennismigranten in dienst en naar verwachting zal dit aantalde komende jaren verder toenemen.TSN biedt buitenlandse aanwervingen een taalprogramma aan om goedeaansluiting te hebben met de overwegend Nederlandssprekendewerkomgeving.97Waar in Nederland zijn de belangrijkste toeleveranciers en distributeursgevestigd? Wat zijn de grootste partijen?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven dat TSN in het afgelopen financiële jaar€ 1.120 mln. heeft uitgegeven aan de 30 grootste leveranciers, waarvan€ 775 mln. (70%) naar 13 in Nederland gevestigde specialistischeondernemingen ging. Dit omvat bedrijven die specifieke diensten leverenaan TSN, zoals technische, bouw-, recycling- en materiaalkundigediensten.98Waar zijn de meeste en de grootste klanten gevestigd en wie zijn degrootste partijen?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven te leveren aan ca. 800 klanten enmarktpartijen. TSN’s grootste klanten zijn gevestigd in Noordwest-Europa(BeNeLux, Duitsland en Frankrijk) en in de USA. De grootste eindtoepas-singen van TSN’s staal zijn:–Thuisapplicaties voor bijvoorbeeld onderdelen van IKEATweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139431 –Auto-industrie, met name voor Europese automerken–Verpakkingsstaal makers binnen de EU en VS–Zonnepanelen frame leveranciers binnen de EU.99Gegeven dat TSN een uitstekende balanspositie heeft met een equity ratiovan bijna 60%, hoe zien de mogelijkheden voor TSN eruit om zelf kapitaalop te halen op de kapitaalmarkt voor de benodigde investeringen?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven op dit moment geen langlopendeschulden te hebben. Om de benodigde investeringen te financieren zullenalle vormen van kapitaal (overheidssubsidie, eigen vermogen en vreemdvermogen) van belang zijn. De businesscase kent een onrendabele top enTSN geeft aan net als haar concurrenten elders in Europa financiële steunvan de overheid nodig te hebben voor haar transitie. Het verminderen vande onrendabele top is daarbij instrumenteel voor het aantrekken vanbenodigde private financiering.100Is er duidelijkheid over de businesscase van de investeringsplannen vanhet scenario van TSN en van het versnelde scenario? Wat is de terugver-dientijd? Wat is de ROIC inclusief en exclusief subsidie?AntwoordIn het belang van de onderhandelingspositie van de staat kan hier niet opingegaan worden.101Kunt u een overzicht geven van de subsidies die andere Europese landenverstrekken aan de staalindustrie?AntwoordJa, zie onderstaande tabel voor een overzicht van de laatste stand vanzaken voor zover bij ons bekend. Voor al deze sites heeft de EuropeseCommissie de staatssteun goedgekeurd.BedrijfLandSteun (Miljoen €)ArcelorMittalDuitsland55ArcelorMittalFrankrijk850ArcelorMittalBelgië280ArcelorMittalSpanje460ArcelorMittalDuitsland1.300ThyssenKruppDuitsland2.000SalzgitterDuitsland1.000Stahl-Holding-SaarDuitsland2.600 102Wat de optie 2.4 van «alleen elektrische hoogovens» betreft, in welkelanden zouden de upstream activiteiten dan plaats vinden?AntwoordIn hun rapport doen Wijers/Blom hier geen uitspraken over. Wel geven zeop pagina 28 aan dat de «mondiale productie van HBI nog in de kinder-schoenen staat». Ook geven ze aan dat gezien de energievraag van HBI-productie het aannemelijk is dat HBI geproduceerd gaat worden ingebieden waar veel duurzame energie kan worden opgewekt, zoalsbijvoorbeeld in het Midden-Oosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139432 103Moeten de elektrische hoogovens aan bepaalde eisen voldoen om hetpredicaat van «groen staal» te kunnen voeren?AntwoordEen definitie van groen staal is niet vastgelegd42 er zijn een groot aantalstandaarden, maar het gaat om staal dat is geproduceerd met significantminder uitstoot van CO2 dan traditioneel staal, door meer hergebruik vanschroot, nieuwe technieken en eventuele afvang van emissies.104Met betrekking tot de in totaal 5 miljard die Europese overheden aanstaatsteun toegezegd, klopt het dat dit gaat om zes sites gaat waarvan vierin onderhandeling zijn?Om welke sites gaat het? Wat voor type staal produceren ze? Hoeveelvolume hebben deze sites?AntwoordZoals ik in mijn antwoord op vraag 101 heb aangegeven heb ik nuinformatie over 8 productiesites van 4 verschillende producenten,waaraan in totaal circa € 8,5 miljard steun aan is toegezegd, de meestrecente informatie die ik nu beschikbaar heb. Voor al deze sites heeft deEuropese Commissie de staatssteun goedgekeurd. Voor al deze sites heeftde Europese Commissie aangekondigd dat er geen bezwaar is tegen devoorgenomen steun. Van slechts een site is dit besluit ook gepubliceerd.In onderstaande tabel staat per site welke type staal wordt geproduceerden wat de productie was in 2022.BedrijfLandType staalCapaciteit 2022 (Mton)ArcelorMittalDuitslandlang0,7ArcelorMittalFrankrijkvlak3,9ArcelorMittalBelgiëvlak4,5ArcelorMittalSpanjevlak en lang3,2ArcelorMittalDuitslandvlak4,8ThyssenKruppDuitslandvlak9,9SalzgitterDuitslandvlak4,3Stahl-Holding-SaarDuitslandvlak en lang4,6 105Als TSN uit Nederland zou vertrekken, welke andere opties zou TSNhebben om zijn staalproductie binnen Europa voort te zetten?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven dat ze geen optie ziet om bedrijfsonder-delen gedeeltelijk, of het bedrijf als geheel, te verplaatsen naar elders inEuropa. De huidige concurrentiepositie van TSN is het resultaat van zowelde configuratie en locatie als een geïntegreerd staalbedrijf met eendiepzeehaven. Na meer dan 100 jaar aanwezigheid in de regio beschiktTSN over toegang tot expertise en ervaring in staal-gerelateerdevakgebieden, zowel bij directe medewerkers als indirect in de regio. Hetverbreken van deze integratie zou economische nadelen en risico’skennen.106Wat is het alternatieve scenario voor TSN zonder maatwerkafspraken,gezien het feit dat de huidige strategie door de ETS kosten zal leidenonrendabele productie?42De weg naar groen staal - deel 3: Het antwoord van de industrie - RabobankTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139433 AntwoordHet scenario waarin er geen maatwerkafspraak wordt gemaakt met TSN isook onderzocht door Wijers/Blom. Ze geven op pagina 21 van hun rapportaan dat de investering in groen staal een onrendabele top heeft en datzonder maatwerkafspraak TSN daarom naar verwachting grijs blijftproduceren. Deze onrendabele top wordt bij een aantal staalproducentengecompenseerd door middel van staatssteun. Wijers/Blom concluderenverder op pagina 22 dat zonder overheidsinterventie grijs staal mogelijktot na 2035 rendabel blijft. En dat daardoor TSN in dat scenariowaarschijnlijk tot na 2035 grijs blijft produceren in IJmuiden, metvoortzetting van de negatieve milieu en gezondheidseffecten. Vervolgensstellen ze op pagina 23 dat wanneer grijs staal uiteindelijk niet meerrendeert, dit tot gevolg zal hebben dat TSN alsnog over moet gaan opgroene productie, of de productielocatie zal moeten sluiten.107Hoeveel belastinginkomsten ontvangt de Nederlandse staat van TSN?AntwoordDe Belastingdienst is het op basis van artikel 67 Algemene wet inzakerijksbelastingen (AWR) niet toegestaan informatie over de fiscale positievan een individuele belastingplichtige voor iedereen kenbaar te maken.108Zijn er andere financieringsopties die u overweegt voor de investeringendie nodig zijn, zoals equity participatie, lange termijn leningen ofgaranties?AntwoordIn het belang van de onderhandelingspositie van de staat kan hier niet opingegaan worden.109Overweegt u de maatwerkafspraken te combineren met prijsafsprakenvoor EU-klanten van TSN?AntwoordNee, het kabinet kan niet middels prijsafspraken ingrijpen in een vrijemarkt. Dit is in strijd met nationale en EU-mededingingsregels.43110Hoe bent u van plan de mijlpalen die nodig zijn voor zowel overlastre-ductie als CO2-reductie afdwingbaar op te nemen in de afspraken?AntwoordIn de maatwerkafspraken zullen duidelijke meetbare doelen wordengesteld waarmee de voortgang op het gebied van overlastreductie enCO2-reductie kunnen worden gemonitord. Dit wordt vastgelegd injuridisch afdwingbare maatwerkafspraken. In het belang van de onderhan-delingspositie van de staat kan op de vormgeving hiervan verder nietingegaan worden.111Welke subsidies/belastingvoordelen zijn er nog meer nodig om destaalindustrie concurrerend te houden of is de maatwerkafspraakvoldoende?43Zie het CIF-arrest, zaak C-198/01, van 9 september 2003: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:62001CJ0198Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139434 AntwoordHet Innovation Fund is het belangrijkste EU-fonds dat ingezet kan wordenin het geval van TSN. TSN kan hiertoe zelf een aanvraag indienen. DeRijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zal, indien gevraagd doorhet bedrijf, helpen met het indienen van een aanvraag.112Als er nog meer nodig is qua subsidies/belastingvoordelen, wat is dan deomvang van de subsidie of korting?AntwoordIn het belang van de onderhandelingspositie van de staat kan hier niet opingegaan worden.113Is het duidelijk welke wholesale elektriciteitsprijs er in Zweden zal zijn in2050 (uit de afbeelding op blz. 13 van het rapport wordt duidelijk datbinnen de scenariostudie er geen rekening is gehouden met Zweden)? Iser rekening gehouden in het rapport met het aanbod vanuit Zweden bij declaim dat ondanks de wat hogere wholesale elektriciteitsprijs TSN toch zalkunnen concurreren door de hoge vraag naar staal?AntwoordVoor de 2050 projectie van de gewogen gemiddelde wholesale elektrici-teitsprijs in West-Europa (geïndexeerd t.o.v. Nederland) hebben deauteurs gebruik gemaakt van het BCG H2 demand model en BCGEnergiesysteem model. Data uit Zweden zijn geen onderdeel hiervan endaarom geen onderdeel van deze projectie. Wel wordt op pagina 9aangegeven dat nieuwe producenten kunnen profiteren van lagereenergieprijzen, zoals in Zweden, maar dat concurrentiepositie naastenergiekosten ook bestaat uit het geheel aan operationele voor- ennadelen (zoals ligging, integratie op de site).114Hoe worden de uitspraken van Wijers/Blom over wat wel en niet levens-vatbaar is geapprecieerd? Wordt dit in de maatwerkafspraken verderonderbouwd?AntwoordOp basis van de rapporten van Wijers/Blom en de Expertgroep heeft hetkabinet besloten om in te zetten op een maatwerkafspraak met TSN opbasis van het plan van TSN met versnelde overlastreductie. Dit besluit isgenomen na zorgvuldige integrale afweging van de alternatieven uitverschillende perspectieven met als uitgangspunt levensvatbare, groeneen schone staalproductie in de IJmond.115De adviezen uit het rapport-Wijers/Blom geven aan dat scenario’s 2 en 3competitief is maar dat er ook margedruk en economische risico’s zijn:hoe groot zijn die risico’s en wat is daarvoor de onderbouwing?AntwoordWijers/Blom gaan in hoofdstuk 1 in op de algemene ontwikkelingen in destaalmarkt in Europa en productie in Nederland, waarin deze risico’sworden toegelicht. Zo geven Wijers/Blom aan dat er margedruk ontstaat,onder meer door dalende export vanwege toekomstig hoge COi-kosten,toenemende import als gevolg van een groeiende mondiale productieca-paciteit, en de introductie van nieuwe, groene producenten die profiterenvan lagere energieprijzen. Deze risico’s kunnen worden verminderd doorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139435 het versterken van de competitiviteit van de Nederlandse industrie, zoalstoegelicht op pagina 32–33 van het rapport.116Hoe wordt het advies van Wijers/Blom over dat scenario 4 een beperktelevensvatbaarheid heeft geapprecieerd?AntwoordIn de route om alleen een elektrische boogoven te realiseren zijn degezondheids- en hinderwinst groter dan bij route 3. Echter de gereali-seerde verbeteringen door het sluiten van de productie van ruwijzerworden mogelijk deels tenietgedaan door hinder en gezondheidsrisico’sten gevolge van de import van halffabricaten en schroot.Deze route lijkt echter een beperkte bedrijfseconomische levensvat-baarheid te kennen: het kostenvoordeel van elders HBI produceren wordtgrotendeels tenietgedaan door de kosten voor transport/overslag enenergieverliezen omdat HBI moet worden afgekoeld en weer opgewarmd.Ook kunnen met name de hoogwaardige producten in deze route nietgeproduceerd worden omdat de inzet van HBI in een EAF beperkt is tot40–60%. Daarnaast is de productiviteit van een EAF wanneer HBI gebruiktwordt lager dan wanneer direct geproduceerd DRI gebruikt wordt. Tevensverwachten Wijers/Blom dat in 2030 de mondiale productie van HBI nogbeperkt is.De lagere winstgevendheid in deze optie zou bovendien tot een hogesteunvraag voor de staat leiden. Ook zouden naar verwachting 3000directe banen verloren gaan, volgens Wijers/Blom.117Wat is de stand van zaken met betrekking tot de maatwerkafspraken?AntwoordOp 28 maart jl. is de kabinetsinzet om tot een maatwerkafspraak met TSNte komen op basis van het verduurzamingsplan van TSN met versnellingvan gezondheidsmaatregelen met uw Kamer gecommuniceerd. Zoals inde Kamerbrief van 26 april jl. met u gedeeld is het onderhandelings-mandaat vastgesteld. Op basis van dit mandaat heeft op 21 mei eenstartbijeenkomst plaatsgevonden tussen de beide onderhandelingsteams,waar ik (Minister voor Economische Zaken en Klimaat) ook aanwezig bengeweest bij het begin van de bijeenkomst. Hiermee zijn de onderhande-lingen met TSN formeel gestart, met als inzet om zo snel mogelijk tot eenJLOI en een daarna juridisch bindende maatwerkafspraak te komen.118Over scenario 1: waarom is het onwaarschijnlijk dat TSN Nederland zelfde benodigde investeringen zal gaan doen? Stelt het rapport niettegelijkertijd dat IJmuiden een goede plek is voor groen staalproductie,dat er genoeg vraag naar staal is in de Europese Unie en dat de CBAM deimport van fossiel staal erg duur maken?AntwoordWijers/Blom geven op pagina 21 van hun rapport aan dat de economischeafweging tussen grijs blijven produceren of overgaan op groene productiewordt bepaald door drie factoren: 1) het verschil in rentabiliteit tussengrijs en groen op basis van de operationele kostenbasis, waaronder ETS-en energiekosten, 2) de dekking van de kapitaalkosten nodig om tevergroenen, en 3) de mate waarin groene producenten worden gesteundmet staatssteun en groene premies in de markt. Zie verder ook hetantwoord op vraag 106.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139436 119Over scenario 2 & 3: hoe hebben de auteurs kunnen vaststellen dat dezescenario’s competitief zijn? Welke aannames zitten hierachter voor watbetreft staalprijs, CO2-prijs, CBAM-heffing, stroomprijs en prijs van groenewaterstof?AntwoordHet rapport is een rapport op hoofdlijnen. Voor de onderbouwing isgebruik gemaakt van interviews met experts, maar ook hebbenWijers/Blom gebruik gemaakt van modellen en analyses van BCG, zoalsonder meer het model Energiesysteem. De onderliggende modellen enprijzensets zijn niet openbaar.120Over scenario 3: welke additionele maatregelen ter verbetering van deluchtkwaliteit nemen de auteurs nu aan ten opzichte van scenario 2?Wordt het advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond gevolgd?AntwoordDe additionele maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit engezondheid die Wijers/Blom in scenario 3 hebben meegenomen zijnversnelde sluiting van Kooksfabriek 2 en het versneld realiseren van deoverkapping van grondstofvelden. Beide maatregelen zijn ook aanbeve-lingen van de Expertgroep Gezondheid IJmond. Daarnaast zijn een aantalandere aanbevelingen van de Expertgroep Gezondheid IJmond gevolgd.Meer toelichting hierop staat in de brief aan uw Kamer van 28 maart jl.44121Over scenario 4: Wat is de onderbouwing van de stelling dat in ditscenario het productportfolio moet worden aangepast? Kan er nietruwijzer worden geïmporteerd van voldoende kwaliteit zodat hetproductieportfolio in stand kan blijven?AntwoordRoute 4 gaat uit van staalproductie met een EAF. In een EAF kan geenruwijzer ingezet worden, enkel halffabricaat (HBI) en schroot. Om dezelfdeproductportfolio aan te houden zou er veel HBI ingezet moeten worden.De inzet van HBI (gebrikketteerde DRI) in de EAF is technisch beperkt totca 40–60%. Met lokaal geproduceerd DRI kan wel 100% DRI materiaalworden ingezet.Zoals Wijers/Blom ook concluderen, met een analyse van de interna-tionale markt, is er geen liquide markt in dit halffabricaat en is deleveringszekerheid laag. Bij het merendeels of volledig inzetten vanschroot in de EAF, verslechtert de staalkwaliteit dusdanig dat de klant- enproductportfolio moet worden vervangen door laagwaardigere alterna-tieven met lagere prijzen en met grotere druk van mondiale concurrenten.122Waarom is niet ook gekeken naar het scenario waarbij de halve fabriekverduurzaamt en de andere helft van de fabriek sluit? Wat is de logica datde fabriek ongeveer zo groot moet blijven als die nu is?AntwoordDe keuze voor de scenario’s die zijn uitgewerkt en de bijbehorendeonderbouwing is aan Wijers/Blom.44Kamerstuk 32 813, nr. 1369Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139437 Voor een gedeeltelijke sluiting geldt veel van wat Wijers/Blom hebbenvastgesteld in Route 5: gedwongen sluiting. Het volgende kan daaromworden aangegeven over een gedeeltelijke sluiting:–Het leidt waarschijnlijk tot een hogere mondiale CO2-emissie doorweglek van (grijze) productie naar elders.–Het leidt afhankelijk van welke onderdelen gesloten worden totverbetering van de gezondheid van omwonenden.–Er ontstaat een flink banenverlies in de IJmond, en hoewel hetarbeidskapitaal vrijspeelt voor andere mogelijk hoogwaardigeredoeleinden, zal dit groot effect hebben op de personen die hun baanverliezen.–Door een gedeeltelijke sluiting zal de winst van het bedrijf teruglopen,enerzijds door de lagere omzet, anderzijds omdat het bedrijf een flinkdeel van haar schaalvoordelen verliest. Dit laatste zorgt ervoor dat hetbedrijf minder competitief wordt en dat afhankelijk van welkeverduurzamingsroute voor het resterende deel van het bedrijf gekozenwordt, de economische levensvatbaarheid zeer onzeker wordt.–Een gedeeltelijke sluiting en de verduurzaming leidt tot een flinkesteunvraag van TSN: zowel de onrendabele top op de verduurzamings-investering als de partiele uitkoop als het verlies van schaalvoordelenzullen bijdragen aan deze substantiële steunvraag.–De gezondheidsverbeteringen zullen leiden tot een positieve impact ophet draagvlak in de omgeving. Onder de aanzienlijke groep werkne-mers die hun baan verliezen zal het draagvlak echter zeer laag zijn.123Waarom hebben de auteurs geen advies gegeven over fase 2 van deverduurzaming waarbij de fabriek volledig duurzaam wordt? Is het nietverstandig om bij fase 1 ook direct afspraken te maken over fase 2?AntwoordTSN heeft een plan aangeleverd waarin ze aangeven te willen inzetten opeen gefaseerde overgang naar duurzaam geproduceerd staal voor meerdan de helft van de huidige productiecapaciteit.Over de periode daarna is nog veel onzeker. Voor fase 2 gaat TSN uit vaneen 2e Direct Reduction Plant (DRP) en 2 smeltovens (mogelijk ReducingElectrical Furnaces (REFs)), met streefdatum 2037 om daarmee op circa80% CO2-reductie uit te komen. Middels maatregelen in de overigefabrieken wordt afgebouwd naar netto nul CO2 emissies in 2045, zoalsaangegeven in Brief Groen Staal.45De uiteindelijke keuze voor het vervolg zal afhangen van de ontwikke-lingen in bijvoorbeeld de productietechnologie, de vraag naar staal, deHBI-markt en de energiemarkt. Wijers/Blom geven op pagina 20 aan datjuist de gefaseerde aanpak flexibiliteit geeft voor wat betreft de technischeinvulling van die tweede fase. Wijers/Blom zien door deze gefaseerdeaanpak dat TSN de mogelijkheid heeft hierop in te spelen met inzet opDRP/EAF/REF of alleen EAF/REF met import HBI, of anders.124Hoeveel meldingen van overlast zijn er bij de omgevingsdienst gedaanover TSN de afgelopen tien jaar?AntwoordDe Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) heeft van1 januari 2014 tot en met 1 mei 2024 14.192 overlastmeldingen ontvangen45Kamerstuk 28 089, nr. 271 – Bijlage IITweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139438 die gerelateerd zijn aan de inrichting TSN. Daaronder vallen niet(meldingen over) andere partijen op het bedrijventerrein, zoals HarscoMetals.125Wanneer zal Tata IJmuiden moeten voldoen aan de strengere stikstofnorm zoals verzocht middels de motie-Bouchallikh over de Nederlandseregels aanpassen zodat de Europese norm van 500 milligram stikstofdi-oxide per kubieke meter ook aan TSN kan worden opgelegd (Kamerstuk22 343 nr. 354)?AntwoordZoals eerder aan uw Kamer is gemeld46 is de uitvoering van de motieBouchallikh sterk afhankelijk van het al lopende traject van de Omgevings-dienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) rondom verscherping van destikstof vergunning voor de Kooksfabriek 1 (Kooksfabriek 2 voldoet al aande bovengenoemde norm). In mijn brief van 15 maart jl.47 heb ik met uwKamer het aanvullende onderzoeksrapport van TSN en het beoordelings-besluit van de OD NZKG over dat rapport gedeeld. De OD NZKG gaat aande hand van de aangeleverde rapportages en zelfstandig onderzoek overtot het wijzigen van de voorschriften zoals verbonden aan de vergunningvan TSN. Hierbij wordt de emissiegrenswaarde zo veel mogelijk richtingde 500 mg/m3 gesteld. Het onderzoek van de OD NZKG loopt momenteelnog, het is daarom nu nog niet mogelijk om aan te geven of met dezewijziging de 500 mg/m3 norm exact zal worden behaald.126Wat gebeurt met de saneringskosten van de bodem in geval vanfaillissement? Zijn bedrijven (per wet) verplicht hier een spaarpot voor aante leggen?AntwoordIn de brief die wij u gestuurd hebben t.a.v. de milieuproblematiek bijTSN48 op 3 april jl. komen de volgende punten naar voren:–De bodemregelgeving gaat uit van het principe dat de vervuilerbetaalt. Dit is onder meer tot uitdrukking gebracht in de verplichtingom na beëindiging van de activiteiten de bodem (en het grondwater)te herstellen.–Vanuit de omgevingswet wordt door het bevoegd gezag een verplich-ting voor een financiële zekerheidstelling opgelegd aan bedrijven zoalsTSN om toekomstige saneringsopgaven te bekostigen.–In de praktijk is toepassing van deze wetten en regelingen geengemakkelijke opgave. Een complex samenstel van feiten en omstan-digheden speelt een rol bij de vraag of de rekening voor bodemherstelvolledig bij de veroorzakende bedrijven kan worden gelegd.–Hierbij spelen onder andere de periode van bodemverontreiniging ende op dat moment geldende wetgeving, emissie vergunningen, kennisover milieugevolgen, ernst en mate van verontreiniging, kosten vanherstel en de financiële draagkracht van de veroorzaker een rol.127Kunt u aangeven hoe lang nodig is voor verdere uitwerking vooropvolging van de adviezen?Antwoord46Kamerstuk 22 343, nr. 385, Kamerstuk 28 089, nr. 271, Kamerstuk 22 343, nr. 393.47Kamerstuk 22 343, nr. 39348Kamerstuk 28 089, nr. 275Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139439 Zoals in de Kamerbrief van 26 april jl.49 met u gedeeld is, is het onderhan-delingsmandaat vastgesteld. Op basis van dit mandaat zijn de onderhan-delingen op 21 mei jl. gestart met TSN om zo snel mogelijk tot een JLOIen daarna juridisch bindende maatwerkafspraak te komen. In de Kamer-brief van 28 maart jl.50 is reeds aangegeven wat de vervolgstappen zijn ophet rapport van de Expertgroep.128Hoeveel tijd is er nodig voor het opstellen van een integrale Gezondheids-effectrapportage?AntwoordDit is nog niet precies bekend. Op dit moment wordt de preciezevormgeving van de gezondheidseffectrapportage (GER) verder uitgewerkt,in samenwerking met verschillende overheidspartijen waaronder de GGDen het RIVM, de Commissie voor de MER en de Expertgroep. In eenvolgend stadium wordt hierbij ook contact gelegd met belanghebbenden.In een eerste sessie met de relevante partijen is vastgesteld dat veel vande data die in het MER traject vanuit het vergunningenspoor voorHeracless-Groen Staal wordt opgevraagd, vermoedelijk gebruikt moetworden voor het opstellen van een GER. Daarmee kan een GER nietsneller plaatsvinden dan de MER. Maar er kan wel parallel aan de MERnagedacht worden over de exacte vormgeving van de GER en dat gebeurtop dit moment ook. TSN heeft aangegeven de MER eind 2024 in te zullendienen bij het bevoegd gezag.129In hoeverre kan een Gezondheidseffectrapportage parallel aan een MERworden opgesteld?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 128.130Is een Gezondheidseffectrapportage als aanvulling nodig op de wijzewaarop gezondheid al wordt meegenomen in de MER en de maatwerkaf-spraken?AntwoordTen eerste wil het kabinet benadrukken dat in de nu voorliggendeafweging, én in de inzet voor het maatwerktraject, gezondheid al eenvolwaardige plaats krijgt. Ook neemt de provincie Noord-Hollandgezondheid al zoveel mogelijk mee in de milieueffectrapportage en hetvergunningentraject, voor zover mogelijk binnen de wettelijke kaders.Desalniettemin heeft uw Kamer bij motie51 verzocht om per direct testarten met het opstellen van een gezondheidseffectrapportage insamenwerking met de Expertgroep Gezondheid IJmond om gezondheideen volwaardige plaats te geven in het maatwerktraject. Op dit momentwordt de precieze vormgeving van de gezondheidseffectrapportage (GER)verder uitgewerkt, in samenwerking met verschillende overheidspartijenwaaronder de GGD en het RIVM, de Commissie voor de MER en deexpertgroep. In een volgend stadium wordt hierbij ook contact gelegd metbelanghebbenden.49Kamerstuk 32 813, nr. 136950Kamerstuk 29 826, nr. 20951Motie Gabriëls c.s., Kamerstuk 28 089, nr. 286Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139440 Het kabinet heeft uw Kamer recent geïnformeerd te starten met maatwerk-onderhandelingen met het bedrijf en heeft hier inmiddels een mandaatvoor vastgesteld52 en de onderhandelingen gestart (21 mei 2024). Deverwachting is daarom dat nieuwe inzichten uit de GER niet meer kunnenworden opgenomen in het onderhandelresultaat. Wel zou een GERingezet kunnen worden om vast te stellen welke verbeteringen na 2030nog nodig zijn en kan het de informatiepositie van omwonendenverbeteren.131Komt er ruimte vrij voor herontwikkeling en zo ja, welke zijn dit? En zijn eral ideeën hoe u hier invulling aan wilt geven?AntwoordZoals TSN zelf ook aangeeft zal er ruimte beschikbaar komen op hunterrein, maar over de termijn en alternatieve aanwending is op ditmoment nog geen duidelijkheid. Uitspraken over mogelijke kosten kunnenwij in het belang van de onderhandelingspositie van de staat niet doen.132Er wordt in het rapport-Gezondheid Geborgd gesproken over eenGezondheid Effect Rapportage (GER), Hoe ziet zo’n rapportage eruit enkan deze rapportage doorgevoerd worden zonder dat dit vertragingoplevert voor het maatwerktraject en wat betekent dit voor devergunningverlening?AntwoordUw Kamer heeft bij motie53 verzocht om per direct te starten met hetopstellen van een gezondheidseffectrapportage in samenwerking met deExpertgroep Gezondheid IJmond om gezondheid een volwaardige plaatste geven in het maatwerktraject. Op dit moment wordt de preciezevormgeving van de gezondheidseffectrapportage (GER) verder uitgewerkt,in samenwerking met verschillende overheidspartijen waaronder de GGDen het RIVM, de Commissie voor de MER en de Expertgroep. In eenvolgend stadium wordt hierbij ook contact gelegd met belanghebbenden.In een eerste sessie is vastgesteld dat veel van de data die in hetMER-traject wordt opgevraagd gebruikt moet worden voor het opstellenvan een GER. In dat geval zou de GER niet sneller dan de MER kunnenworden opgesteld. TSN heeft aangegeven de MER eind 2024 in te zullendienen bij het bevoegd gezag. Het kabinet heeft uw Kamer recentgeïnformeerd te starten met maatwerkonderhandelingen met het bedrijfen hier inmiddels een mandaat voor vastgesteld54 De onderhandelingenzijn gestart op 21 mei 2024. De verwachting is daarom dat inzichten uit deGER niet altijd meer kunnen worden opgenomen in het onderhandelre-sultaat. Wel zou een GER ingezet kunnen worden om vast te stellen welkeverbeteringen na 2030 nog nodig zijn en kan het de informatiepositie vanomwonenden verbeteren.De vergunningaanvraag van TSN in het kader van het groenstaalprojectzal worden beoordeeld aan de wettelijke vereisten. De GER is op ditmoment geen wettelijk vastgelegd instrument en kan dus niet wordenbenut bij de beoordeling van de aanvraag.13352Kamerstuk 29 826, nr. 20953Motie Gabriëls c.s., Kamerstuk 28 089, nr. 28654Kamerstuk 29 826, nr. 209Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139441 De Expertgroep Gezondheid IJmond betoogt dat stoffen op hetTSN-terrein substantiële verhoging van longkanker geven, op welkmoment is dit voldoende of maatschappelijk verantwoord genoeggereduceerd?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 74.134Hoeveel gezondheidswinst leveren de twee specifieke gezondheidsmaat-regelen op en hoe is dit meetbaar?AntwoordHet is niet duidelijk op welke twee specifieke gezondheidsmaatregelen inde vraag gedoeld wordt. Daarom nemen we aan dat het gaat over desluiting van Kooksfabriek 2 en de realisatie van overkappingen bij degrondstoffenopslagen. TSN heeft hiervoor berekeningen uitgevoerd. Deuitkomsten hiervan zijn begin dit jaar gedeeld met uw Kamer.55In het algemeen geldt voor alle gezondheidsmaatregelen dat het op ditmoment alleen nog mogelijk is om de gezondheidswinst op hoog niveauin te schatten, omdat voor de exacte berekeningen meer technischeuitwerking nodig is.Afhankelijk van de gezondheidsmaatregel zijn verschillende meet- enmonitoringsmethodes beschikbaar in de leefomgeving.Voor fijnstof en stikstof is o.a. het luchtmeetnet geschikt. Door de GGDAmsterdam wordt via het luchtmeetnet de IJmond continu gemonitord.Hierover verschijnen jaarlijks voortgangsrapportages. Op basis van ditmeetnet kan worden vastgesteld of en hoeveel de hoeveelheid fijnstof inde lucht afneemt.Voor grofstof wordt momenteel een meet pilot uitgevoerd door de ODNZKG. Voor geur zijn er e-noses en voor geluid wordt periodiek gemeten.De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied gaat op korte termijn nawelke mogelijkheden er zijn om een «real time» toegankelijk geluidsmoni-toringssysteem te realiseren. Voor hinder (grofstof, geur, en geluid) zijnniet alleen metingen maar ook overlast meldingen een belangrijkeindicatie omdat hinder door verschillende mensen verschillend wordtervaren.Bij al deze meetmethodes geldt dat TSN een belangrijke, maar niet deenige bron is. Een verandering van de fijnstofconcentratie in de lucht kanbijvoorbeeld niet 1 op 1 worden gelinkt aan TSN. Hiervoor zijn gegevensnodig over de wijzigingen in de uitstoot van TSN en van andere bronnen.135De Expertgroep Gezondheid IJmond adviseert de Kooksfabriek 2 zo snelmogelijk te sluiten, waar hangt die termijn voor wat betreft de expert-groep vanaf?AntwoordIn hun advies gaat de Expertgroep niet specifiek nader in op waar dietermijn voor hen vanaf hangt. De Expertgroep opereert onafhankelijk. Ikkan daarom niet voor hen spreken.13655Bijlage bij Kamerstuk 28 089, nr. 271Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139442 Waarom geeft de Expertgroep Gezondheid IJmond niet nu aan wat ermoet gebeuren naast het zo snel mogelijk sluiten van Kooksfabriek 2 omde gezondheidssituatie van omwonenden te verbeteren?AntwoordDe expertgroep werkt onafhankelijk. Ik kan daarom niet voor hen spreken.137Waarom adviseert de Expertgroep Gezondheid IJmond niet, in lijn metscenario 4 uit het rapport-Wijers/Blom om de hele «voorkant» van TSN tesluiten?AntwoordDe Expertgroep opereert onafhankelijk. Ik kan daarom niet voor henspreken.138Wordt het advies van de expertgroep gezondheid overgenomen om allesop alles te zetten om de Kooksfabriek 2 zoveel mogelijk voor 2029 tesluiten?AntwoordJa, zoals aangegeven in de brieven van 28 maart56 en 26 april57 heeft hetkabinet besloten om op versnelde sluiting Kooksfabriek 2 in te zetten in deonderhandelingen.139Op welke wijze zullen aanvullende doelen op het gebied van effecten opde gezondheid in een eventuele maatwerkafspraak met TSN wordengemeten, gecontroleerd en ook gehandhaafd?AntwoordHet kabinet zal, in lijn met het advies van de Expertgroep, inzetten op hetopnemen in een eventuele maatwerkafspraak van een paragraaf overgezondheid, met duidelijk omschreven doelen wat betreft effecten op degezondheid. Uitgangspunt hierbij moet zijn dat de impact van TSN op degezondheid van omwonenden, werknemers en oud-werknemers, zowel intermen van schadelijke emissies als hinder, zo snel en zo ver mogelijkwordt geminimaliseerd. Deze vermindering van schadelijke impact moetbovendien goed gemeten en gecontroleerd worden. In overleg metjuridische, technische en gezondheidskundige adviseurs wordt bezien opwelke wijze deze gezondheidsdoelen contractueel kunnen wordenvastgelegd in afspraken waarop TSN kan worden afgerekend.140Hoe verhoudt de situatie in de IJmond wat betreft de luchtkwaliteits-normen en de tussendoelen voor 2030 zich tot de situatie op nationaalniveau? Op nationaal niveau is Nederland goed op weg om te voldoenaan deze tussendoelen volgens de Minister, in hoeverre en in welke mategeldt dat ook voor specifiek de IJmond?AntwoordIn 2023 heeft het RIVM een rapport uitgebracht over de gevolgen van derichtlijn Luchtkwaliteit voor Nederland.58 Daarin stond dat voor PM10 inde IJmond overschrijdingen verwacht konden worden, als er geenaanvullende maatregelen getroffen worden. Daarin waren de beoogde56Kamerstuk 29 826, nr. 20957Kamerstuk 32 813, nr. 136958Kamerstuk 36 246, nr. 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139443 afspraken met TSN nog niet meegenomen. Voor PM10 werden er nogenkele andere locaties in Nederland geïdentificeerd waar zonder aanvul-lende maatregelen te treffen overschrijdingen verwacht kunnen worden,namelijk de Maasvlakte en bij (pluimvee)stallen. In het grootste gedeeltevan het land zal waarschijnlijk wel aan de nieuwe Europese luchtkwali-teitsnormen voldaan worden voor PM10.In datzelfde onderzoek zijn ook geen overschrijdingen van de nieuweEuropese normen voor PM2,5 en NO2 in IJmond voorzien.141Hoe groot is de inspanning om na 2030 te kunnen voldoen aan deWHO2021-advieswaarden voor stikstofdioxide en PM2.5 voor Nederlandals geheel en voor het IJmond gebied in het bijzonder?AntwoordHet RIVM-rapport uit 2023 keek naar het behalen van de normen uit derichtlijn Luchtkwaliteit. Die zijn een stapje minder streng dan deWHO-advieswaarden uit 2021. Voor Nederland, inclusief de IJmond, zijnwe goed op weg om de normen voor PM2,5 en NO2 in 2030 te halen.De inspanning die nodig is om de WHO-advieswaarden te halen hangt afvan het doeljaar. Hoe dichterbij het doeljaar, hoe meer er moet gebeurenin een kortere tijd. Volgens de aankomende Europese luchtkwaliteits-richtlijn zijn de WHO2021-advieswaarden het streefdoel voor 2050.Concreet betekent dat voor zowel NO2 als PM2,5 dat die concentraties noggehalveerd moeten worden ten opzichte van de EU-normen die vanaf2030 gaan gelden. Het behalen van de WHO2021-advieswaarden vergtdus nog flinke stappen zoals ook bleek uit de studie die door het RIVM isuitgevoerd59 naar wat er nodig is om in 2030 de WHO2021-advieswaardente halen. Daarbij zijn we ook afhankelijk van wat de landen om ons heendoen, hoe snel zij aan de richtlijn Luchtkwaliteit voldoen en wat zij verdergaan doen na 2030.142Kunt u aangeven welke doelen u beoogt in de gezondheidsparagraaf voorde maatwerkafspraak?AntwoordHet kabinet zal, in lijn met het advies van de Expertgroep, inzetten op hetopnemen in een eventuele maatwerkafspraak van een paragraaf overgezondheid, met duidelijk omschreven doelen wat betreft effecten op degezondheid. Uitgangspunt hierbij moet zijn dat de impact van TSN op degezondheid van omwonenden, werknemers en oud-werknemers, zowel intermen van schadelijke emissies als hinder, zo snel en zo ver mogelijkwordt geminimaliseerd. Deze vermindering van schadelijke impact moetbovendien goed gemeten en gecontroleerd worden.143Welke concrete maatregelen verwacht het kabinet te nemen in de IJmondin het kader van de implementatie van de nieuwe Europese luchtkwali-teitsrichtlijn?AntwoordNa de update van het RIVM van het rapport van de gevolgen van derichtlijn Luchtkwaliteit voor Nederland ga ik, Staatssecretaris vanInfrastructuur en Waterstaat, aan de slag met medeoverheden om te59Kamerstuk 30 175, nr. 415Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139444 bekijken welke maatregelen ingezet gaan worden om te voldoen aan derichtlijn Luchtkwaliteit. Daar kan ik nu nog niet op vooruit lopen.144Wat is de voortgang met de gezondheidseffectrapportage (GER) die insamenwerking met de Expertgroep Gezondheid IJmond wordt opgesteldzoals verzocht in de motie-Gabriëls c.s. (Kamerstuk 28 089, nr. 286)? Opwelke wijze wordt deze GER in dit stadium al betrokken bij hetmaatwerktraject?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 132.145Kunt u aangeven welke maatregelen op het gebied van mobiliteit,scheepvaart of houtstook worden bekeken om de luchtkwaliteit in deIJmond te verbeteren?AntwoordTSN is niet de enige bron in de IJmond. Er vinden ook emissies naar delucht plaats als gevolg van wegverkeer, overige bedrijven, scheepvaart enwoonomgeving. Het RIVM rapport laat zien dat meer dan 70% van degezondheidsschade ten gevolge van fijnstof veroorzaakt wordt door dezebronnen. Dit gaat vaak om vele kleine bronnen, de individuele bijdragenvan deze bronnen zijn ten opzichte van de emissies van TSN klein, echterhet is van belang om ook voor deze bronnen een extra inspanning televeren om de gezondheid en luchtkwaliteit in de IJmond te verbeteren.In dit kader lopen op dit moment al verschillende programma’s die hiereen bijdrage aan leveren. De gemeenten Beverwijk, Velsen en Heemskerk(hierna IJmond gemeenten), geadviseerd door GGD Kennemerland enOmgevingsdienst IJmond (ODIJ), werken in het «Programma Gezondheiden Luchtkwaliteit IJmond 2021–2025» aan het verbeteren van de luchtkwa-liteit. Dit programma zet in op bredere mogelijkheden om de gezondheiden luchtkwaliteit in de IJmond te verbeteren, door te richten op intensi-vering van beleid en maatregelen binnen gemeentelijke bevoegdheden ophet gebied van industrie en bedrijvigheid, woon- en leefomgeving,mobiliteit en scheepvaart.Daarnaast loopt in de IJmond in het kader van het Schone Lucht Akkoord,een pilot om te onderzoeken welke maatregelen het meeste potentieelhebben om hoogblootgestelde gebieden goed aan te pakken.Het Rijk zal de komende tijd, in overleg met provincie en gemeenten,bezien op welke manier zij de reeds lopende initiatieven kan versterken.146Hoeveel extra tijd brengt het opstellen van een Gezondheidseffectrap-portage met zich mee ten opzichte van het huidige tijdspad voor demaatwerkafspraken?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 132.147Welk effect zou het uitvoeren van meer continue metingen hebben op debedrijfsvoering van TSN en welke alternatieven zijn er?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139445 Meer metingen zullen de kosten voor TSN waarschijnlijk verhogen maarop zichzelf hebben metingen geen (meetbare) invloed op bedrijfspro-cessen. TSN is reeds verplicht allerlei continu metingen uit te voeren viahet onderstaande systeem.1.Aan een emissiegrenswaarde per bron is altijd een meet- enmonitoringsverplichting gekoppeld. Die volgt uit algemene wet- enregelgeving of is in de vergunning opgenomen op basis van deEuropese BBT-referentiedocumenten (BREFs) en kan bestaan uitcontinu-metingen of periodieke metingen maar bijvoorbeeld ook uithet (continu) bewaken van bepaalde parameters.2.De wet- en regelgeving legt de verantwoordelijkheid voor hetuitvoeren van emissiemetingen bij het bedrijf. Periodieke metingenen de kalibraties van continu-meetsystemen dienen wel altijduitgevoerd te worden door geaccrediteerde meetbureaus, conformdaarvoor geldende meetnormen. Het toezicht op de geaccrediteerdemeetbureaus gebeurt door de Raad voor Accreditatie (RvA), ziebijvoorbeeld Infomil60en het recente interview met de RvA hieroverop de website van de OD NZKG.61Continu-metingen zijn beperkt toepasbaar: alleen voor gekanaliseerdeemissies en niet voor alle componenten. Wel voor bijvoorbeeld stof, NOxen SO2 maar bijvoorbeeld niet voor dioxines/furanen (PCDD/F), polycy-clische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) en zware metalen.148Hoe bent u van plan te kijken naar mobiliteit en scheepvaart qua maatre-gelen voor verbetering van luchtkwaliteit in de IJmond?AntwoordJa, zie hiervoor verder het antwoord op vraag 145.149Op welke wijze neemt het bevoegd gezag (provincie Noord-Holland) degezondheidseffecten mee in de milieueffectrapportage en hetvergunningstraject?AntwoordHet milieueffectrapport (MER) wordt niet opgesteld door het bevoegdgezag maar door de initiatiefnemer, in dit geval TSN. Het bevoegd gezagbetrekt het MER bij de beoordeling van de aanvraag van vergunningen.Daaraan voorafgaand adviseert het bevoegd gezag over de benodigdereikwijdte en het detailniveau van het MER dat door de initiatiefnemerwordt opgesteld. Het advies van het bevoegd gezag over de benodigdereikwijdte en het detailniveau van het MER is op het moment vanschrijven nog niet beschikbaar. Wel is het advies van de commissie MERaan het bevoegd gezag op 16 mei openbaargemaakt.62 Voor het verdereantwoord op deze vraag verwijzen wij naar de openbare brief vangedeputeerde staten aan provinciale staten van provincie Noord-Holland,waarin gedeputeerde staten reageren op de adviezen van de ExpertgroepGezondheid IJmond.63In de brief staat onder andere: «Wij vinden de ideeën bij een GER van deExpertgroep waardevol. Want naast milieueffecten van Heracless-Groen60Kwaliteitsborging meetinstanties; accreditatie - Kenniscentrum InfoMil61Interview met de RVA62Onderzoek in MER Groen Staal Tata Steel mogelijke gezondere en schonere oplossingen63Zie: https://www.noord-holland.nl/Actueel/Archief/2024/April_2024/Provincie_Noord_Holland_Advies_Wijers_en_Blom_biedt_zicht_op_duur-zaam_staalbedrijf_in_gezondere_leefomgeving_IJmondvTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139446 Staal is informatie over de effecten op de gezondheid essentieel. Een GERals (juridisch) instrument bestaat overigens nog niet. Daarom zijn wij metde Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) en TSN alsinitiatiefnemer in gesprek hoe gezondheid zo veel mogelijk een centraleplek kan krijgen in het MER. Daarover hebben wij ook contact gehad metde expertgroep. Voor zover wij nu kunnen overzien lijkt er veel mogelijkom de ideeën van de Expertgroep bij een GER te verwerken in het MER.Ter illustratie daarvan verwijzen we naar een specifieke webpagina enfactsheet over gezondheid in relatie tot het MER op de website van deCommissie voor de m.e.r. Wij willen gezondheid dus zo veel mogelijkmeenemen in het MER traject. Onder andere door in het MER (via hetadvies op de NRD aan Tata Steel) een inhoudelijke koppeling te makennaar gezondheidseffecten met inzichten uit het recente RIVM-rapport «Debijdrage van Tata Steel Nederland aan de gezondheidsrisico’s van deomwonenden en de kwaliteit van hun leefomgeving».150Wat wordt er aan gezondheidseffecten wel en niet meegenomen in demilieueffectrapportage door de provincie Noord-Holland?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 149.151Wat is het verschil tussen de aanpak van het bevoegd gezag (provincieNoord-Holland) en de aanpak die voorheen is gehanteerd?AntwoordHet is niet duidelijk naar welke «aanpak» precies wordt gerefereerd indeze vraag. Het bevoegd gezag dient voor een aanvraag van eenprojectbesluit en bijbehorende vergunningaanvraag het bestaandewettelijke kader daarvoor toe te passen, inclusief de voorgeschrevenprocedures. Het wettelijke kader is uniform voor alle initiatiefnemers inNederland.152Op welke wijze wordt gezondheid in de gezondheidsparagraaf MERmeegenomen?AntwoordHet antwoord op deze vraag is nog niet te geven. Het MER moet nog doorTSN als initiatiefnemer worden opgesteld. Daaraan voorafgaand adviseerthet bevoegd gezag over de benodigde reikwijdte en het detailniveau vanhet MER dat door de initiatiefnemer wordt opgesteld. Het advies van hetbevoegd gezag over de benodigde reikwijdte en het detailniveau van hetMER is op moment van schrijven nog niet beschikbaar. Wel heeft decommissie MER op 16 mei haar advies aan de provincie Noord-Hollandgepubliceerd.64Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 149 hebben gedeputeerdestaten van de provincie Noord-Holland in eerdere gepubliceerde stukkenwel aangegeven hoe zij zullen kijken naar gezondheid en een gezondereleefomgeving in het project Heracless-Groen Staal en het daarvoorbenodigde MER.153Welke elementen zitten er in de MER met betrekking tot gezondheid enhoe ver zijn die uitgewerkt?64Onderzoek in MER Groen Staal Tata Steel mogelijke gezondere en schonere oplossingenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139447 AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 152.154Zijn de aangekondigde extra stappen alleen van toepassing op de IJmondof worden deze stappen ook in andere gebieden van Nederland gezet?Hoe verhoudt zich dit dan met het gelijke speelveld in Europa en welkekosten zijn hiermee gemoeid?AntwoordHet kabinet ziet dat de huidige gezondheidsrisico’s in de IJmond dermateurgent zijn dat uitstel van actie hierop onverantwoord zou zijn: hetonderwerp gezondheid van omwonenden in de IJmond heeft te langonvoldoende prioriteit gekregen bij de overheid en het bedrijf en daarmoet snel verandering in komen.In aanvulling op het nationale beleid en de geldende Europese kaders, wilhet kabinet in de IJmond een aantal extra stappen zetten om de luchtkwa-liteit te verbeteren. Daarom willen we in een eventuele maatwerkafspraakmet het bedrijf duidelijke afspraken maken over bovenwettelijke maatre-gelen ten behoeve van de vermindering van emissies die een negatieveinvloed hebben op luchtkwaliteit en gezondheid in de directe leefom-geving, zoals fijnstof. Ook willen we, samen met de provincie Noord-Holland en de IJmondgemeenten kijken welke andere bronnen enmaatregelen kunnen bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit inde IJmond. Te denken valt daarbij aan mobiliteit, scheepvaart ofhoutstook.De budgettaire gevolgen van het uiteindelijke onderhandelingsresultaatzijn onder voorbehoud van parlementaire autorisatie van de begroting.155Hoe snel kan een gezondheidseffect rapportage (GER) gemaakt worden?Kan dit wellicht versnellen als het gecombineerd wordt met de MER?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 128.156Welke doelen wat betreft effecten op de gezondheid zullen in demaatwerkafspraken worden opgenomen?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 142.157H oe wordt in de maatwerkafspraken geregeld dat de vermindering vanschadelijke impact goed gemeten en gecontroleerd wordt?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 139.158Waarom wordt de GER niet meegenomen in de maatwerkafspraken?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 132.159Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139448 Aangezien de Kooksfabriek 2 onder verscherpt toezicht staat vanwegeaanhoudende milieuovertredingen en het bevoegd gezag tevens dejuridische mogelijkheden tot bestuursdwang of intrekken van devergunning beziet, is de meest logische route niet bestuursdwang en/ofhet intrekken van de omgevingsvergunning voor Kooksfabriek 2 in plaatsvan het subsidiëren van sluiting?AntwoordHet intrekken van de vergunning van de Kooksfabriek 2 is aan hetbevoegd gezag, de provincie Noord-Holland. Dit is een autonoom proceswaar de rijksoverheid geen invloed op heeft. De provincie heeft aange-kondigd dat het traject langer duurt dan eerder voorzien. Hierdoor is ernog geen duidelijkheid over dit traject voordat met de onderhandelingenwordt gestart. Uiteraard blijven we in goed contact met de provincieNoord-Holland over de procesmatige kant van het verloop van het traject.160Aangezien ook Kooksfabriek 1 onder verscherpt toezicht van deomgevingsdienst staat, dwangsommen opgelegd krijgt vanwegemilieuovertredingen, niet over een stikstofafvang beschikt én eenuitzondering van de Europese stikstofnorm geniet, hoe realistisch is hetplan van TSN om de Kooksfabriek 1 tot minimaal 2037 open te houden?AntwoordZolang een installatie aan de geldende vergunningvoorschriften voldoet,kan een installatie in bedrijf blijven.161Waarom pakt de regering de complete uitstoot van TSN niet integraal aanin één maatwerkafspraak, aangezien er – na het uitvoeren van hetHeracles plan van TSN, nog voor lange tijd een aanzienlijke uitstoot vanCO2, stikstof, fijnstof, zware metalen en andere schadelijke stoffen zal zijn?AntwoordIn de Expression of Principles met TSN is afgesproken om in stappen toete werken naar een klimaat neutraal TSN, waarbij in 2030 35–40% CO2uitstoot gereduceerd wordt. TSN heeft nu een plan ingediend om 40%uitstoot te reduceren. Het bedrijf kiest, net als andere Europese staalbe-drijven die verduurzamen, voor een gefaseerde aanpak. Dit heeft te makenmet de omvang van de benodigde investeringen, de financierbaarheid encomplexiteit van de transitie. Alleen al dit plan leidt tot een verduurza-mingsoperatie van enorme omvang.Voor fase 2 gaat TSN uit van een 2e Direct Reduction Plant (DRP) en 2smeltovens (mogelijk Reducing Electrical Furnaces (REFs)), met streef-datum 2037 om daarmee op circa 80% CO2-reductie uit te komen. Middelsmaatregelen in de overige fabrieken wordt afgebouwd naar netto nulCO2-emissies in 2045, zoals aangegeven in Brief Groen Staal.65De uiteindelijke keuze voor het vervolg zal afhangen van de ontwikke-lingen in bijvoorbeeld de productietechnologie, de vraag naar staal, deHBI-markt en de energiemarkt. Wijers/Blom geven op pagina 20 aan datjuist de gefaseerde aanpak flexibiliteit geeft voor wat betreft de technischeinvulling van die tweede fase. Wijers/Blom zien door deze gefaseerdeaanpak dat TSN de mogelijkheid heeft hierop in te spelen met inzet opDRP/EAF/REF of alleen EAF/REF met import HBI, of anders.65Kamerstuk 28 089, nr.271 Bijlage IITweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139449 In het RIVM-rapport van september 2023 is geconstateerd dat met namefijnstof en NO2 en hinder door geur geluid en grofstof verantwoordelijkzijn voor de gezondheidsschade in de IJmond. In de door het kabinetgekozen variant «Voorstel TSN met versnelde overlast reductie» uit hetrapport Wijers/Blom wordt op het gebied van gezondheidsmaatregelenjuist ingezet op maatregelen die deze uitstoot aanpakken. Op die manierwordt, hoewel de transitie in fases wordt uitgevoerd, juist in de eerstefase een grote slag gemaakt op het gebied van gezondheid.162Waarom wordt de wet Verbod op Kolen bij Elektriciteitsproductie niet ooktoegepast op het verbruik van steenkool bij TSN? TSN produceerttenslotte toch ook elektriciteit uit steenkool door het verbranden van deafgassen van de Kooksfabrieken in energiecentrales?AntwoordOmdat TSN kolen gebruikt voor de productie van staal, valt dit gebruikniet onder de Wet Verbod op Kolen bij Elektriciteitsproductie. Het gebruikvan restgassen om elektriciteit te produceren is niet verboden in deze Wet.163Wordt er in het rapport van Wijers/Blom niet te veel uitgegaan van eenpassieve houding van TSN ten opzichte van de mondiale markt wanneerde opstellers negatief oordelen over de mogelijkheid om vanaf 2030groene HBI in te kopen (scenario 4)? Wat zijn de mogelijkheden als TSNactief inzet op het veiligstellen van voldoende groene HBI uit hetbuitenland, bijvoorbeeld door het opzetten van een consortium?AntwoordDe keuze voor de scenario’s die zijn uitgewerkt en de bijbehorendeonderbouwing zijn in eerste instantie aan Wijers/Blom. Wijers/Blom gevenop pagina 12 van hun rapport aan dat ze het aannemelijk achten datnieuwe producenten van groen staal eerst zullen voorzien in de lokalevraag voordat er sprake is van export richting West-Europa. Op pagina 20geven ze aan dat het de vraag is of een bedrijf als TSN een significantvolume aan HBI extern in kan kopen op een termijn waarin fase 1 speelt.Voor de lange termijn geven Wijers/Blom aan dat deze markt zich wellichtwel verder zou kunnen ontwikkelen.164Waarom staat er in het Expression of Principles met TSN als voorwaardedat er een CO2-reductie moet plaatsvinden in 2030 van 5 Mton «againstthe baseline of 12,6 MT/a», aangezien de totale CO2-uitstoot van TSN in2022 11,3 Mton bedroeg? Waar komt het getal van 12,6 Mton vandaan?Waarom wordt er niet gerekend met het actuele emissieniveau van TSN?AntwoordIn de Expression of Principles is afgesproken dat TSN de CO2 uitstoot met35–40% reduceert, waarbij de reductie kan oplopen tot 5 Mton/jaar tenopzichte van een baseline van 12,6 Mton/jaar.TSN heeft aangegeven in haar voorstel van november 2023 inderdaad 5Mton/jaar ten opzichte van een baseline van 12,6 Mton te gaan reducerenin haar plannen. Dit komt overeen met 40% CO2-reductie en betekent datTSN nog maar maximaal 7,6 Mton zal uitstoten na de transitie.De baseline van 12,6 Mton/jaar wordt gerealiseerd wanneer de fabriek vanTSN op volle capaciteit draait. In jaren waarin om operationele ofeconomische redenen op lagere doorzet wordt gedraaid is de CO2-uitstootlager. Dat is ook het geval voor het jaar 2022. Wanneer na 2030 op lagereTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139450 doorzet wordt geproduceerd zal dat dus ook betekenen dat TSN minderdan 7,6 Mton/jaar zal uitstoten.165Is de overkapping van kolen- en ertsvelden in scenario 3 als extramaatregel ten opzichte van het plan van TSN niet sowieso al BestBeschikbare Techniek (BBT)? Moet deze maatregel onder deomgevingswet niet sowieso door TSN genomen worden, in elk scenario?AntwoordHet overkappen van grondstoffenopslagen is op dit moment niet als eisopgenomen in de relevante BBT-conclusies.De regels over opslag van goederen in gesloten ruimten in het BesluitActiviteiten Leefomgeving gelden niet voor complexe bedrijven. Daarbijvindt regulering via de vergunning plaats op basis van een beoordelingvan luchtkwaliteit en gezondheid. Deze beoordeling kan ertoe leiden datop- en overslag in een gesloten ruimte plaatsvindt als andere maatregelenonvoldoende zijn.166Klopt het dat de kosten voor bodemsanering van het terrein van TSNkunnen oplopen tot 12 miljard euro, zoals gelekt in de sheet van NU.nl?Hoe wordt ervoor gezorgd dat TSN in elk scenario volledig financieelgarant staat voor deze kosten? Waarom gaat het rapport er vanuit dat destaat deze kosten uiteindelijk moet gaan maken mocht TSN verdwijnen?AntwoordWijers/Blom hebben een inschatting gemaakt van de (maximale)saneringskosten van de bodem na beëindiging van activiteiten door TSN.Deze inschatting van Wijers/Blom gaat uit van het saneren van de grondnaar een niveau geschikt voor woningbouw. Wanneer de grond voorindustriële doeleinden wordt gebruikt, zijn de saneringskosten aanzienlijklager.In een brief aan uw Kamer is eerder uitgelegd dat TSN naar allewaarschijnlijkheid weliswaar wel degelijk verantwoordelijk kan wordengehouden voor het herstel van de bodem, maar dat – als het gaat omgeheel of gedeeltelijke sluiting – tegelijkertijd op voorhand niet gegaran-deerd kan worden dat de kosten daarvan volledig door TSN zullen wordengedragen.66167Kan u de ontwikkeling en toepassing van groene waterstof door TSN alsvoorwaarde stellen voor eventuele staatsteun?AntwoordDe voorwaarden voor het verlenen van eventuele staatssteun worden dekomende maanden uitgewerkt. Een voorwaarde voor de toepassing vangroene waterstof zal dan onderdeel zijn van het hele pakket aan afspraken.Gelet op eerdere goedkeuringsbesluiten van de Europese Commissie tenaanzien van steun voor CO2-emissiereductie van andere staalfabrieken, ishet aannemelijk dat onderdeel van de goedkeuring het vereiste zal zijn dat– op termijn – TSN gebruik maakt van groene waterstof. De voorgenomensteun zal worden besproken met en worden voorgelegd ter goedkeuringaan de Europese Commissie.16866Kamerstuk 28 089, nr. 275Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139451 Wordt het advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond om deWHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit uit 2021 als leidend tebeschouwen bij het verlenen van vergunningen in de maatwerkafspraakovergenomen?AntwoordDe Expertgroep doet de aanbeveling om toe te werken naar de WHO2021-advieswaarden voor luchtkwaliteit, in zowel de IJmond als daarbuiten. Hetkabinet onderschrijft, in lijn met de Europese ambities, het doel vannul-verontreiniging (zero pollution) in 2050 voor de leefomgeving in denbrede, en dus ook voor de luchtkwaliteit en de bijbehorendeWHO-advieswaarden. Wel is duidelijk dat deze waarden stapsgewijs zullenmoeten worden behaald.Het verlenen van vergunningen is aan het bevoegd gezag, provincieNoord-Holland. Bij het verlenen van vergunningen is het bevoegd gezaggebonden aan de huidige wet- en regelgeving. Daarin zijn de WHO2021-advieswaarden op dit moment nog niet verankerd. Wel heeft het Europeesparlement op 24 april 2024 ingestemd met de herziening van de richtlijnluchtkwaliteit. In mei of juni stemt de Raad over ditzelfde voorstel. Als deRaad akkoord gaat is het besluit definitief. Vanaf dat moment heeftNederland nog 2 jaar de tijd om dit in Nederlandse wetgeving te imple-menteren. Op dat moment wordt dit ook onderdeel van het beoordelenvan vergunningaanvragen.Overigens gaan de WHO-advieswaarden over de luchtkwaliteit in deleefomgeving, dat is niet hetzelfde als een norm of waarde voor eenspecifieke bron zoals TSN. De luchtkwaliteit in de IJmond wordt bepaalddoor de uitstoot van TSN, maar ook door de uitstoot van andere bronnen(wegverkeer, scheepvaart, vliegverkeer en achtergrondconcentratie).Om aan de WHO-advieswaarden te voldoen zijn maatregelen bij alleenTSN niet voldoende. Daarom wil het kabinet in aanvulling op hetnationale beleid, in de IJmond een aantal extra stappen zetten om deluchtkwaliteit te verbeteren.169Hoe wordt dit advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond om«absolute cijfers te gebruiken en meetmethoden en -gegevens (openbaar)te delen en verifieerbaar te laten zijn» uitgevoerd? Moet er eerst eennulmeting worden gedaan om duidelijkheid te krijgen over deze absolutecijfers? Hoe wordt er gekeken naar het andere advies: «Een alternatieveoptie is om het meten te laten uitvoeren door een instituut dat volledigonafhankelijk is van TSN»? Kan de omgevingsdienst de metingen vanTSN overnemen, zodat men niet langer meer afhankelijk is van de datavan TSN?AntwoordHet kabinet heeft in reactie op het advies van de expertgroep aangegevenom in overleg met het bedrijf, het bevoegd gezag en de omgeving teonderzoeken hoe meetgegevens transparant kunnen worden ontsloten.67In september 2023 heeft het RIVM in opdracht van de Staatssecretaris vanIenW een rapport gepubliceerd waarin de impact van het bedrijf op degezondheid in kaart is gebracht. Dit rapport vormt een goede basis van deimpact van TSN voor 2019. Daarnaast is TSN verplicht om jaarlijksgeverifieerde emissie gegevens aan te leveren bij het bevoegd gezag.67Kamerstuk 32 813, nr. 1369Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139452 De OD NZKG is toezichthouder op TSN en geeft op haar websitetoelichting68 hoe zij metingen van TSN beoordeelt. Een nulmeting is nietnodig om duidelijkheid te krijgen over absolute cijfers, deze cijfers zijn bijde toezichthouder bekend.De OD NZKG voert momenteel een aantal metingen zelf uit69 De OD NZKGkan echter niet de metingen van TSN overnemen. Dit is een taak waar hetbedrijf door de wet zelf verantwoordelijk voor is gesteld.170In hoeverre is er bereidheid bij TSN om te investeren in versnelderealisatie van voorstellen voor overlastreductie zoals de realisatie vanoverkappingen? Op welke termijn kan o.a. het versneld overkappen vangrondstofvelden op zijn vroegst worden gerealiseerd?AntwoordTSN heeft hierover aangegeven haar impact op de omgeving zo snelmogelijk te willen verminderen. Zij neemt daarvoor concrete maatregelenmet haar Roadmap Plus programma en heeft daarnaast voorstellengedaan in het plan dat in november 2023 aan ons is aangeboden. Dit planen de mogelijke versnelling van maatregelen is onderwerp vanmaatwerkgesprekken.Zie voor het antwoord op de vraag over de termijn het antwoord op vraag37.171Hoe wordt geborgd dat er voldoende maatregelen worden getroffen bijTSN en Harsco om het netto geluidsniveau substantieel te verlagen totonder de norm, aangezien het Heracles plan van TSN juist leidt tot extrageluid?AntwoordDe bedrijven liggen op een gezoneerd industrieterrein waarbij allebedrijfsactiviteiten moeten passen binnen de normen van de geluidzone.De vergunningen van deze bedrijven met geluidvoorschriften wordendaaraan getoetst en bij het uitvoeren van hun activiteiten moeten ze zichaan deze voorschriften houden. Als het Heracless-Groen Staal plan leidttot extra geluid (in welke mate dit het geval is moet nog blijken uit hetMER) moet de totale hoeveelheid geluid nog steeds passen binnen debestaande geluidzone. Als dat niet past is het aan TSN om met bijvoor-beeld compenserende maatregelen te zorgen dat de geluidsbelasting tochbinnen de normen blijft.172Hoe kan het dat omwonenden meer geavanceerde apparatuur hebben omtoezicht te houden op de uitstoot van TSN dan de omgevingsdienst,aangezien omwonenden en Greenpeace de concentratie schadelijkestoffen in de lucht boven het Tata-terrein zelf meten met een FTIR-sensorom zo lekkages op te sporen? Waar blijft het rapport over lekkage vanschadelijke stoffen bij Kooksfabriek 2 dat de provincie Noord-Hollandgezag al twee jaar geleden heeft aangekondigd?AntwoordHet uitgangspunt van het milieurecht is dat een grote onderneming alsTSN zélf door middel van metingen en monitoring de uitstoot van haarinstallaties in de gaten houdt. Daartoe huurt het bedrijf geaccrediteerde68Hoe worden de metingen van Tata Steel beoordeeld? - Toezicht op Tata Steel (odnzkg.nl)69Kamerstuk 28 089, nr. 271 Bijlage IITweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139453 meetbedrijven in. De metingen die bewoners doen, kunnen een interes-sante aanvulling zijn op de zaken die het bedrijf en de verschillendeoverheden zelf al uitvoeren.Het stellen van monitoringsvoorschriften in de vergunning, de monitoringen het indien nodig uitvoeren van controlemetingen daarop is een taakvan het bevoegd gezag, de provincie Noord-Holland. Deze taken zijnbelegd bij de OD NZKG. Ik heb voor het beantwoorden van deze vraag deomgevingsdienst om toelichting gevraagd.Remote Sensoring FTIR is een relatief nieuwe techniek, welke tot opheden geen gevalideerde meetmethode is voor emissiemetingen. Het isop dit moment niet duidelijk of deze methode gevalideerd concentratieskan bepalen van stoffen in de lucht boven het Tata-terrein, en zo ja; voorwelke stoffen. De mogelijkheden rond het toepassen van FTIR-techniekenontwikkelen zich. Afhankelijk van het type (chemische) industrie verschiltde toepasbaarheid hiervan omdat deze vooral geschikt is voor hetobserveren van (vluchtige) stoffen in gasvorm. Het observeren van PAKsen zware metalen is bijvoorbeeld niet mogelijk. Voor het meten van demeeste gasvormige stoffen die vrijkomen bij staalproductie zijn voorgekanaliseerde bronnen meetmethodieken beschreven in de meetnormenen de BREF. Voor het schatten van emissies uit diffuse bronnen kan FTIR,of een andere techniek, wellicht mogelijkheden bieden. Dat is de ODNZKG aan het onderzoeken.In opdracht van de OD NZKG heeft een geaccrediteerd meetbureau in juni2023 een eerste serie diffuse-emissiemetingen uitgevoerd bij de KGF 2. Infebruari 2024 stonden de resterende metingen van diffuse emissiesgepland, maar de windrichting in die periode verhinderde het uitvoerenvan de diffuse-emissiemetingen. Deze resterende diffuse-emissiemetingen aan de Kooksfabriek 2 (om lekkages vast te stellen aanhet ovendek en de ovendeuren) kunnen door de ligging van de fabriekalleen bij noordenwind worden uitgevoerd. Noordenwind komtgemiddeld eens in de 200 dagen voor. Deze betrekkelijk zeldzame situatieheeft zich op 8 mei 2024 voorgedaan. De metingen zijn toen uitgevoerd.173Staat de Europese Commissie in dit geval toe dat een fabriek, zoals deKooksfabriek 2, met overheidssteun gesloten wordt vanwege de impactop milieu en gezondheid?AntwoordOver de staatsteun aspecten van de maatwerkafspraken met TSN lopenop dit moment de gesprekken met de Europese Commissie. Daar kunnenop dit moment geen uitspraken over gedaan worden.174Welke afspraken worden met TSN gemaakt voor het committeren aanafname van groene waterstof?AntwoordIn het belang van de onderhandelingspositie van de staat kan hier niet opingegaan worden.175Welke afspraken worden met TSN gemaakt voor het committeren aanafname van hernieuwbare elektriciteit?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139454 In het belang van de onderhandelingspositie van de staat kan hier niet opingegaan worden.176Welke route beoogt u het meest wenselijk en haalbaar?AntwoordIn de Kamerbrief van 28 maart jl. is de kabinetsinzet voor een maatwerkaf-spraak met TSN op basis van het verduurzamingsplan van TSN metversnelde overlastreductie bekend gemaakt. Dit besluit is genomen nazorgvuldige integrale afweging van de alternatieven uit verschillendeperspectieven met als uitgangspunt levensvatbare, groene en schonestaalproductie in de IJmond. Op 26 april jl.70 heb ik aangegeven deonderhandelingen met dit scenario als uitgangspunt z.s.m. te starten.Inmiddels zijn 21 mei jl. deze gesprekken gestart.177Welke route beoogt u met de meeste gezondheidswinst?AntwoordIn de Kamerbrief van 28 maart jl. is de kabinetsinzet voor een maatwerkaf-spraak met TSN op basis van het verduurzamingsplan van TSN metversnelde overlastreductie bekend gemaakt. Dit besluit is genomen nazorgvuldige integrale afweging van de alternatieven uit verschillendeperspectieven met als uitgangspunt levensvatbare, groene en schonestaalproductie in de IJmond. Hierbij weegt mee dat sluiting of eeneconomisch niet-haalbaar en door TSN als niet gewenst scenarioproberen te realiseren, leidt tot vertraging of het op korte termijnhelemaal niet realiseren van gezondheidswinst. Daarmee is het kabinetvan mening dat met de gekozen route de grootste gezondheidswinst kanworden behaald op korte termijn, uitgaande van groene en schonestaalproductie in Nederland.178Wat is de toegevoegde maatschappelijke en economische waarde van hetGroene Staal-plan voor Nederland?AntwoordHet Groen Staal-plan is gericht op het realiseren van groene, schonestaalproductie in Nederland. Zowel TSN als de overheid hebben aange-geven alleen een toekomst te zien voor TSN in Nederland mits het groenen schoner wordt. Wijers/Blom geven aan dat het plan niet volledigrendabel is en daarom een bijdrage van de overheid nodig is. Deverwachting van Wijers/Blom is dat zonder groen staal plan route 1 dewerkelijkheid wordt: grijs blijven produceren en op termijn sluiten. Demaatschappelijke waarde zit daarmee in versnelde oplossing van degezondheidsproblemen in de IJmond, het bijdragen aan het voorkomenvan klimaatverandering, het bijdragen aan de oplossing van de stikstof-problematiek, behoud van toegevoegde (economische en strategische)waarde, innovatiekracht en directe en indirecte werkgelegenheid.179extra werkgelegenheid levert het Groene Staal-plan op?AntwoordIn eerste instantie levert het Groen Staal-plan behoud van banen op delange termijn op, zowel bij TSN als bij de toeleveranciers. Wijers/Blom70Kamerstuk 29 826, nr. 209Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139455 geven in hun rapport voor de verschillende routes inzicht in de verwachteeffecten op werkgelegenheid.TSN geeft aan te verwachten dat elke baan bij TSN in 2037 via hetindirecte en afgeleide kanaal 2,3 extra banen opleveren, vergeleken met1,9 in 2022, oftewel een groei aan indirecte werkgelegenheid.71180Hoeveel overheidssteun krijgen andere staalfabrieken binnen Europa vande overheid?AntwoordZie hiervoor het antwoord op vraag 101.181Welke langetermijngaranties worden er gevraagd van de Indiase eigenaarTata Steel Limited?AntwoordIn het belang van de onderhandelingspositie van de staat kan hier niet opingegaan worden. In het algemeen kan ik wel aangeven dat ook Tata SteelLimited betrokken is bij de onderhandelingen, net als dat ze het EoP uit2022 mede hebben ondertekend.182Wat is de tijdlijn van de maatwerkafspraken? Betekent de update in devoorjaarsnota dat er al een definitief besluit is genomen over demaatwerkafspraken en de hoeveelheid middelen? Of neemt het kabineteerst een besluit, volgen dan onderhandelingen en dan de definitievemaatwerkafspraak?AntwoordZoals in de Kamerbrief van 26 april jl. met u gedeeld is, is het onderhande-lingsmandaat vastgesteld. Op basis van dit mandaat zijn 21 mei 2024 deonderhandelingen gestart met TSN om zo snel mogelijk tot een JLOI endaarna juridisch bindende maatwerkafspraak te komen. De budgettairegevolgen van het uiteindelijke onderhandelingsresultaat zijn ondervoorbehoud van parlementaire autorisatie van de begroting.183Wordt bij de gesprekken over een maatwerkafspraak met TSN ook deoptie van overheidsdeelname verkend? Zo nee, waarom niet?AntwoordWij delen het belang van het zorgvuldig borgen van de belangen van destaat wanneer maatwerkafspraken met het bedrijf gemaakt worden. Eenstaatsdeelneming heeft daarbij echter niet onze voorkeur. In het algemeengeldt dat bij een minderheidsaandeel de invloed van de staat beperkt is,maar de staat wel medeverantwoordelijkheid draagt. Uit het deelnemin-genbeleid volgt ook dat terughoudend moet worden omgegaan met hetaangaan van deelnemingen. Onze voorkeur gaat er dan ook naar uit omop een andere wijze de voor de staat relevante belangen juridisch teborgen. In het belang van de onderhandelingspositie van de staat kan hierniet verder op ingegaan worden.184In hoeverre staat TSN open voor gesprekken over het voorstel van TSN incombinatie met versnelde overlastreductie? Is de haalbaarheid van hetopenen van gesprekken hierover al onderzocht?71toegevoegde-waarde-tata-steel-oxford-economics_0.pdf (tatasteelnederland.com)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139456 AntwoordZoals in de Kamerbrief van 26 april jl. met u gedeeld is, is het onderhande-lingsmandaat vastgesteld (op basis van het plan van TSN zelf metversnelde overlastreductie). Nu de route is gekozen en het mandaat isvastgesteld, zijn de onderhandelingen met TSN gestart 21 mei jl.185Waarom is er onderzoek nodig om te achterhalen of het haalbaar is omhet gesprek met TSN aan te gaan? Wat zegt dit over de bereidheid enhouding van TSN tot nu toe?AntwoordZoals in de Kamerbrief van 26 april jl. met u gedeeld is, is het onderhande-lingsmandaat vastgesteld. Nu de route is gekozen en het mandaat isvastgesteld, starten de gesprekken met TSN in het kader van de onder-handelingen. Het genoemde onderzoek zegt niets over de bereidheid ofhouding van TSN tot nu toe.186Hoe waarborgt u dat er geen sprake is van uitstel van actie?AntwoordZoals in de Kamerbrief van 26 april jl. met u gedeeld is, is het onderhande-lingsmandaat vastgesteld. Op basis van dit mandaat zijn de onderhande-lingen op 21 mei 2024 met TSN gestart om zo snel mogelijk tot een JLOIen daarna juridisch bindende maatwerkafspraak te komen. Verder kan ikdaar in het belang van de onderhandelingspositie van de staat geenuitspraak over doen. In algemene zin is het zo dat uitstel van actie zalleiden tot extra kosten voor TSN, via het ETS en de CO2-heffing.187Bent u voornemens de Kamer periodiek op de hoogte te stellen van hetproces?AntwoordWij zijn graag bereid om middels een vertrouwelijke technische briefingde Kamer tussentijds bij te praten over de voortgang van de onderhande-lingen. Net als bij andere maatwerkbedrijven maken we de afsprakenbekend in een JLOI die samen met de onafhankelijke toetsing door deAdviescommissie Maatwerk Verduurzaming Industrie aan uw Kamerwordt gestuurd, alvorens tot een finale maatwerkafspraak wordtovergegaan. Ook zijn de budgettaire gevolgen van het uiteindelijkeonderhandelingsresultaat onder voorbehoud van parlementaire autori-satie van de begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139457
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.