KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang discriminatie en racisme juni 2026

2 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 80d3e42a23e5417b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 950Racisme en DiscriminatieNr. 566 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Tijdens het commissiedebat Discriminatie, racisme en mensenrechten van29 januari 2025 (Kamerstuk 30 950, nr. 435) heeft mijn ambtsvoorgangeruw Kamer toegezegd om een paar keer per jaar een brief te sturen over devoortgang en implementatie van dossiers over de aanpak van discrimi-natie en racisme op het terrein van het Ministerie van Binnenlandse Zakenen Koninkrijksrelaties (BZK). Hierbij ontvangt u de eerste voortgangsbriefsinds mijn aantreden als Minister van BZK.1. Wetgeving Wetsvoorstel bijstand bij discriminatieHet concept wetsvoorstel Bijstand bij discriminatie heeft opengestaanvoor (internet)consultatie van 23 maart tot 1 juni 2026. Op de internetcon-sultatie zijn ruim 50 reacties ontvangen. Ook zijn de gevraagde toetsen enadviezen van het Adviescollege toetsing regeldruk, de Autoriteit Persoons-gegevens, het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College)en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ontvangen. De reactiesworden verwerkt in een aangepaste versie van het concept wetsvoorstel.De planning is dat dit wetsvoorstel in het najaar aan de AfdelingAdvisering van de Raad van State zal worden voorgelegd.Wetsvoorstel uitbreiding van de Awgb met overheidshandelenOp 27 maart 2026 is uw Kamer geïnformeerd over het onderzoek naar deuitbreiding van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) metoverheidshandelen.1 Het wetgevingstraject waarmee de Awgb wordtgewijzigd is ondertussen gestart. Gedurende dit traject voert mijnministerie gesprekken over het wetsvoorstel met verschillende betrokkenorganisaties zoals het College voor de rechten van de Mens, uitvoerings-1Kamerstukken II 2025/26, 28 481, nr. 25. kst-30950-566ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5661 organisaties en gemeenten. Ik verwacht het conceptwetsvoorstel in deeerste helft van 2027 gereed te hebben voor internetconsultatie.Wijziging van de Awgb en het WvSr door de vervanging van de term«hetero- of homoseksuele gerichtheid» door «seksuele gerichtheid» enexplicitering in het WvSr van de discriminatiegronden genderidentiteit,genderexpressie en geslachtskenmerkenIn 2024 heeft mijn ambtsvoorganger, samen met de Minister van Justitieen Veiligheid, wetsvoorstel 36 510 ingediend dat ertoe strekt de termenhetero- en homoseksualiteit te vervangen met de term seksuelegerichtheid in de Awgb en het Wetboek van Strafrecht (WvSr).2 Daarnaastwordt de grond geslacht in het WvSr geëxpliciteerd, zodat daar medeonder wordt begrepen genderidentiteit, genderexpressie en geslachtsken-merken, zoals voor de Awgb al eerder gebeurde in 2019 door de inwer-kingtreding van de Wet verduidelijking rechtspositie transgenderpersonen en intersekse personen.3 Tot slot wordt geslacht alsnon-discriminatiegrond opgenomen in artikel 137c en 137e WvSr, zodatgroepsbelediging op basis van geslacht en de verspreiding daarvan,strafbaar wordt. Het doel van de wetswijziging is de versterking van(straf)rechtelijke bescherming van lhbtiq+ personen en het aanscherpenvan strafrechtelijke bescherming van intersekse en transgender personen.Dit wetsvoorstel maakt via het Regenboog stembusakkoord onderdeel uitvan het coalitieakkoord. Wij hebben de voortzetting van dit wetsvoorsteldan ook opgepakt. In mijn beleidsbrief van 24 april heb ik toegezegd omde nota naar aanleiding van het verslag zo spoedig mogelijk teverzenden.4 Samen met de Minister van JenV zet ik mij in om de notanaar aanleiding van het verslag zo snel als mogelijk en zorgvuldig naar uwKamer te sturen.Wettelijke verankering NCDRIn het coalitieakkoord is opgenomen dat de NCDR wettelijk wordtverankerd. Op dit moment wordt die verankering voorbereid. Geïnventari-seerd wordt welke vorm het meest aangewezen is (zelfstandige wet,opnemen in de Algemene wet gelijke behandeling en in overleg met hetMinisterie van Justitie en Veiligheid wordt bekeken of de verankering aldan niet kan worden samengevoegd met de wettelijke verankering van deNationaal Coördinator Antisemitismebestrijding). Ook wordt geïnventari-seerd hoe er recht kan worden gedaan aan het karakter van een regerings-commissaris die enerzijds onder ministeriële verantwoordelijkheid valt,maar anderzijds een zelfstandige taakuitoefening kent; hoe de taakom-schrijving het best geformuleerd kan worden, ook in relatie tot andereadviseurs van het kabinet op het terrein van de aanpak van discriminatie,zoals het College voor de rechten van de mens; en welke vereisten ermoeten worden opgenomen met betrekking tot benoemingswijze enbenoemingsduur. Ik verwacht het wetsvoorstel voor het eind van het jaarin internetconsultatie te brengen.2Kamerstukken II 2023/24, 36 510, nr. 2.3Stb. 2019, nr. 302.4Kamerstukken II 2025/26, 36 800 VII, nr. 97.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5662 2. Institutionele discriminatie en risicoprofilering Rapporten StaatscommissieOp 8 juni heeft de Staatscommissie tegen discriminatie en racisme haareindrapport Discriminatie doorbreken: naar een overheid die discriminatieen racisme bestrijdt en voorkomtgepubliceerd. Het rapport is als bijlage Ibij deze voortgangsbrief gevoegd en wordt via deze weg aangeboden aanuw Kamer. Het rapport is een waardevol en belangrijk slotakkoord vanvier jaar onderzoek naar discriminatie en racisme in Nederland.In het rapport bundelt de Staatscommissie haar eerdere rapportages enkomt zij met een actieagenda met oplossingsrichtingen en concrete acties.Ik bestudeer het rapport en start deze zomer met de voorbereidingen vooreen kabinetsreactie op het rapport. Ik kan op dit moment nog geenuitspraken doen over de vorm waarin en de termijn waarop het kabinet zalreageren. Gelet op het grote aantal aanbevelingen (inclusief de tussenrap-portages), zal het naar verwachting enige tijd duren voordat op alleaanbevelingen is gereageerd. Ik streef ernaar uw Kamer in de volgendevoortgangsbrief te informeren over de planning, alsook over de planningen werkwijze voor het opstellen van een rijksbrede strategie voor deaanpak van discriminatie, zoals ik heb toegezegd in het commissiedebatDiscriminatie, racisme en mensenrechten op 21 mei jl. In de kabinetsre-actie zal ik ook de reactie op de motie Koops betrekken.5Op 7 mei heeft de Staatscommissie tevens haar voortgangsrapportPrincipes voor profilering, een kritisch perspectief op de toepassing vandatagedreven profilering door de overheid uitgebracht. Het rapport is alsbijlage II bij deze voortgangsbrief gevoegd en wordt via deze wegaangeboden aan de Kamer. Een reactie op dit rapport zal betrokkenworden bij de integrale reactie op het eindrapport van de staatscom-missie.DiscriminatietoetsOp 18 mei 2026 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de wijze waarop ikvervolg geef aan de Discriminatietoetsen.6 We werken daarbij aan tweestappen: (1) de inbedding van de discriminatietoets in bestaandestructuren zoals aanbevolen door de staatscommissie en (2) het oprichtenvan een projectteam binnen het Ministerie van BZK die procesbegeleidingaanbiedt aan organisaties, kennissessies organiseert en zorgt voorduurzame borging van de toets. De gesprekken over de landingsplek voorhet projectteam zijn inmiddels afgerond. Het projectteam wordt onderge-bracht bij het ICTU. De opdracht aan het ICTU loopt voor de komende vierjaar. Het projectteam zal lopende trajecten voortzetten en nieuweorganisaties begeleiden bij het doorlopen van de discriminatietoets.Daarnaast zal het projectteam een plan van aanpak opstellen voor dekomende jaren, met het oog op het einddoel dat zo veel mogelijkorganisaties zelf de discriminatietoets kunnen uitvoeren en hebbengeïntegreerd in bestaande structuren. Ook zal het projectteam, insamenwerking met het Ministerie van BZK, goede voorbeelden en lessendie uit de toets kunnen worden getrokken, breed verspreiden en rappor-teren over de toetsen.5Kamerstukken II 2024/25, 30 950, nr. 448.6Kamerstukken II 2025/26, 30 950, nr. 546.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5663 3. Bescherming tegen discriminatie op de BES-eilanden Rechtshulp BES-eilandenOp 13 mei 2026 is de vestiging op Bonaire (Lokèt Hurídiko) geopend doormiddel van een zogenaamde «soft launch». Dit betekent dat de deureninmiddels tweemaal per week geopend zijn voor inloop en afspraken. Deverwachting is dat de dienstverlening op Bonaire vanaf september 2026wordt uitgebreid. Op Sint Eustatius en Saba is er nog geen dienstver-lening vanuit de stichting voor Rechtshulp en Gelijke Behandeling, omdatvoor die eilanden de werving voor een jurist nog loopt. Op Sint Eustatiusen Saba loopt sinds enige jaren de pilot Legal Desk. De stichting kijktmomenteel in samenspraak met de departementen van JenV en BZK hoede tijd tot de opening van de loketten kan worden overbrugd, zodat ookde burgers op Sint Eustatius en Saba zijn voorzien van enige vorm vandienstverlening. Daarnaast bereidt de Rijksdienst Caribisch Nederlandsamen met het Ministerie van BZK publiekscommunicatie voor over dewet Bescherming tegen discriminatie op de BES. Ook het College voor derechten van de mens zet in op brede voorlichting, onder andere, over hetmeldproces bij het College.4. Moties en toezeggingen Motie Van Zanten en Van der Plas intrekking subsidies wegens antisemi-tismeTijdens het debat over het pakket aan maatregelen ter bestrijding vanantisemitisme op 23 september 2025 hebben de leden Van Zanten en Vander Plas (beiden van de BBB) een motie ingediend, waarin zij de regeringverzoeken om met behulp van de antidiscriminatiebepalingen aanvul-lende kaders te ontwikkelen waarin subsidies kunnen worden ingetrokkenwanneer instellingen zich schuldig maken aan antisemitisme, hetfaciliteren ervan en/of het niet ingrijpen hierop.7 Deze motie is aange-nomen.Het juridisch kader waarbinnen verleende subsidies kunnen wordengeweigerd of ingetrokken wordt, onder andere, bepaald door deAlgemene Wet Bestuursrecht (Awb), de verschillende departementalekaderwetten voor subsidies, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingendoor het openbaar bestuur (de Wet Bibob) en, in het verlengde daarvan,het Wetboek van Strafrecht en de Grondwet.Vooropgesteld, biedt de wet geen mogelijkheid om subsidievoorwaardente stellen die niet te maken hebben met het doel van de subsidie. Voor hethanteren van selectiecriteria en verplichtingen bij subsidieverlening geldtde hoofdregel dat deze doelgebonden moeten zijn. Dat vloeit voort uitartikel 3:3 en artikel 4:38 van de Awb. Het tegengaan van antisemitisme isbij de meeste subsidieverstrekkingen niet het doel van de subsidiëring.Het voorgaande betekent dat het ook niet makkelijk is om een subsidieniet te verstrekken dan wel in te trekken om een reden die losstaat van hetdoel van de subsidie.Naast doelgebonden criteria kunnen ook niet-doelgebonden criteria enverplichtingen worden opgelegd, maar uitsluitend als hiervoor eenwettelijke grondslag bestaat (artikel 4:39 Awb). Er is geen wettelijkegrondslag die het expliciet mogelijk maakt om subsidies in te trekken ingeval van antisemitisme of andere vormen van discriminatie. Tegelijkertijdmogen instellingen en organisaties zich niet schuldig maken aan7Kamerstukken II 2025/26, 30 950, nr. 483.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5664 antisemitisme of andere vormen van discriminatie; dat is in het Wetboekvan Strafrecht strafbaar gesteld. Als er een ernstig gevaar dreigt dat eensubsidie wordt misbruikt voor het plegen van strafbare feiten, kan hetbevoegde bestuursorgaan de verstrekte subsidie intrekken.8 Of sprake isvan een ernstig gevaar wordt beoordeeld door de screeningsautoriteitJustis.9 Er bestaat dus al een wettelijk kader om subsidies in te trekken alser een ernstig gevaar is dat sprake is van een stafbare vorm van antisemi-tisme bij een subsidieontvanger.Gelet op het bovenstaande zijn er voldoende instrumenten om subsidieniet te verlenen dan wel in te trekken indien strafbare feiten wordengepleegd. Op deze wijze wordt binnen de bestaande juridische kadersuitvoering gegeven aan de motie. Aanvullende kaders zijn daarom nietnodig en daarvoor biedt de wet ook geen ruimte. De motie beschouw ikhiermee als afgedaan. Eerder heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (OCW) al in vergelijkbare zin geantwoord op Kamervragenover het intrekken of weigeren van subsidies in geval culturele instel-lingen landen boycotten op antisemitische gronden.10Motie Bamenga over portefeuillehouders binnen colleges bij de strijdtegen antisemitismeHet lid Bamenga heeft met zijn motie11 de regering verzocht om met deVNG in overleg te gaan om ervoor te pleiten dat iedere gemeente eenburgemeester of wethouder verantwoordelijk stelt voor het realiseren vaneen antidiscriminatievoorziening als onderdeel van de strijd tegenantisemitisme. Van belang om hierbij allereerst op te merken is datgemeenten op grond van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzie-ningen (Wga) reeds de taak hebben om burgers toegang te verlenen toteen antidiscriminatievoorziening. Aangezien deze antidiscriminatievoor-zieningen reeds bestaan, is er van realiseren geen sprake. Ook meldingenvan antisemitisme worden door de huidige antidiscriminatievoorzie-ningen opgepakt. Vanuit de Strategie Bestrijding Antisemitisme2024–2030 heeft het kabinet geïnvesteerd om de samenwerking tussen hetCentrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en Discriminatie.nl teversterken. Met deze inzet wordt beoogd het vertrouwen van slachtoffersin het meld- en opvolgingsproces te versterken en de toegankelijkheid vanhet stelsel voor slachtoffers van antisemitisme te vergroten.Met de VNG is overleg gevoerd over het aanstellen van een verantwoor-delijk wethouder of burgemeester voor de aanpak van antisemitisme. Decolleges van de gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de portefeuille-verdeling binnen colleges. Wanneer het gaat om openbare orde enveiligheid is daarvoor primair de burgemeester verantwoordelijk. In depraktijk zien we dat de antidiscriminatievoorzieningen doorgaans in deportefeuille vallen van de wethouder sociaal domein. Met het oog op debeoogde stelselherziening van de huidige antidiscriminatievoorzieningenblijf ik met de VNG in overleg over de wijze waarop de rol van gemeentenbij de lokale aanpak van discriminatie vorm krijgt. Met het overleg dat deambtenaren van mijn ministerie met de VNG hebben gevoerd aangaandede motie van het lid Bamenga doe ik de motie hiermee gestand.8Artikel 3, eerste lid, sub b, Wet Bibob.9Deze autoriteit beoordeelt de kans dat er weer een strafbaar feit wordt gepleegd aan de handvan eerder gepleegde strafbare feiten. Er moet wel een duidelijke relatie bestaan tussen degepleegde strafbare feiten en de subsidie. Daarom weegt Justis ook de aard van de subsidiemee («Veelgestelde vragen over Subsidies en de Wet Bibob», Justis 2022, p. 3).10Kamerstukken II 2025/26, 30 950, nr. 547, p. 2–3.11Kamerstukken II 2023/24, 36 272, nr. 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5665 Moties Van Nispen en Tseggai gebruik CBS-data voor onderzoek naardiscriminatieDe leden Van Nispen (SP) en Tseggai (PRO) verzoeken om overheidsin-stanties te stimuleren om voor de ontwikkeling en evaluatie van besluit-vormingsprocessen gebruik te maken van CBS-data of soortgelijke internedata om te onderzoeken en te signaleren of sprake is van discriminatie enom discriminatie te voorkomen.12 Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamervorig jaar geïnformeerd dat er een verkenning loopt naar de mogelijk-heden om gevoelige persoonsgegevens te gebruiken om discriminatie enongelijke behandeling door het gebruik van algoritmen te onderzoeken envoorkomen.13 Vorige maand is uw Kamer geïnformeerd dat in dit kaderinmiddels verschillende trajecten lopen: er is een adviestraject belegd bijde Adviesfunctie Verantwoord Datagebruik, ingebed in de Interbestuur-lijke Datastrategie, en mijn ministerie onderzoekt wat ervoor nodig is omde Selectiviteitsscan, ontwikkeld door het Centraal Planbureau,beschikbaar te maken voor de gehele overheid.14 Ik zal uw Kamer begin2027 informeren over de voortgang van deze trajecten. Tot slot is voor hetverzoek van de leden Van Nispen en Tseggai relevant dat de Staatscom-missie tegen Discriminatie en Racisme aanbeveelt om het verzamelen vangelijkheidsgegevens te verbeteren. Een inhoudelijke reactie op dit advieszal het kabinet meenemen in de reactie op het eindrapport van deStaatscommissie. Hiermee beschouw ik de motie als afgedaan.Met het voorgaande heb ik u inzicht willen geven in de stand van zakenvan mijn concrete aanpak tegen discriminatie en de gezette stappen.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E. Heerma12Kamerstukken II, 2025/2026, 30 950, nr. 499.13Kamerstukken II, 2025/26, 30 950, nr. 503, p. 4.14Kamerstukken II, 2025/26, 26 643, nr. 1520, zie bijlage bij de Kamerbrief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5666 VolgnummerNaamClassificatie1Eindrapport Discriminatiedoorbreken2Voortgangsrapportage Principesvoor profilering BijlagenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5667

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5ba27513d70473d9

14 okt 2026 · b076aaa3334a0eaa

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

  • Voortgang discriminatie en racisme juni 2026Actuele officiële versie

    Versie 3 · 28 sep 2026

Bijlagen

Bij dit hoofddocument

Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie