KamerkringInloggen
Kamerbrief

Rapport wettelijke zbo-evaluatie LVNL en bestuurlijke reactie

18 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 753068df2ee948e7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 936Luchtvaartbeleid25 268Zelfstandige bestuursorganenNr. 1194 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 december 2024Hierbij ontvangt u de wettelijke evaluatie van de LuchtverkeersleidingNederland (LVNL) over de periode 2019–2023. Daarmee wordt voldaanaan de verplichting om de doeltreffendheid en doelmatigheid van eenzelfstandig bestuursorgaan (zbo) eens per vijf jaar te evalueren.1 Deevaluatie van LVNL is uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers vanadviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF). In deze brief wordt gerea-geerd op de conclusies en aanbevelingen van de onderzoekers. Hetrapport en de bestuurlijke reactie van LVNL treft u aan als bijlagen bij dezebrief.Het zbo LVNLLVNL zorgt dag en nacht voor een veilige, efficiënte en milieubewusteafhandeling van het vliegverkeer op de vliegvelden en in het luchtruim.LVNL geeft daarmee uitvoering aan taken die zijn vastgelegd in de Wetluchtvaart. LVNL is voor het grootste deel tariefgefinancierd, wat betekentdat de meeste opbrengsten van LVNL voortkomen uit heffingen die bijgebruikers – veelal luchtvaartmaatschappijen – voor de diensten inrekening worden gebracht. LVNL valt als zbo onder het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat (IenW). LVNL en IenW werken samen in eenbestuurlijke driehoek, waarbij de secretaris-generaal van IenW eigenaarvan LVNL is, de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme zaken de rolvan opdrachtgever vervult en LVNL opdrachtnemer is.2De conclusies en aanbevelingen uit het rapportIn het rapport concludeert AEF dat LVNL, ondanks de zeer bewogenperiode 2019–2023, doeltreffend en doelmatig functioneerde. LVNL heefteen constante kwaliteit kunnen leveren in het waarborgen van veiligheid1Artikel 39 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen2Conform de Circulaire governance ten aanzien van zelfstandige bestuursorganen kst-31936-1194ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 936, nr. 11941 van het vliegverkeer en een gelijktijdige efficiënte afhandeling. Daarnaastheeft LVNL ook meerdere grote projecten gerealiseerd, zoals de inrichtingvan luchtverkeersleiding op Lelystad, (diverse resultaten binnen) hetprogramma Minder Hinder Schiphol en de torenverbouwing op Schiphol.Wel hadden de twee grote vernieuwingsprogramma’s iCASen 1ATM3 enhet aanhoudende personeelstekort een weerslag op de organisatie.Daarnaast is de opgave voor LVNL – het garanderen van veiligheid en hetbalanceren van andere doelen zoals capaciteit en hinder – complexergeworden en is de context waarin LVNL opereert sterk veranderd. AEFconcludeert dat betere samenwerking en meer vertrouwen in de bestuur-lijke driehoek voorwaarden zijn om op de opgaven te sturen.In grote lijnen herkennen LVNL en IenW zich in de conclusies en aanbeve-lingen van AEF. Hierna wordt nader ingegaan op een aantal onderwerpendie bij opvolging van de aanbevelingen belangrijk zijn.Doeltreffend en doelmatig in een bewogen evaluatieperiodeDe evaluatieperiode 2019–2023 was een bewogen periode die gekenmerktwerd door een aantal grote en uiteenlopende uitdagingen voor zowelIenW als LVNL. LVNL had te maken met de gevolgen van de covidpan-demie, de ontwikkelingen rondom Schiphol en Lelystad Airport, deluchtruimherziening, de oorlog in Oekraïne en de twee grote programma’siCAS en 1ATM.Gegeven deze dynamiek is het positief dat LVNL erin slaagde om dedoeltreffendheid en doelmatigheid op peil te houden. LVNL heeft deveiligheid gewaarborgd, het verkeer efficiënt afgehandeld en bleef veelalbinnen de normen voor geluidshinder. AEF wijst wel op een doelmatig-heidsrisico door de beperkte kostenflexibiliteit en de onzekere verkeersvo-lumes in de toekomst. Mede vanwege de Europese kostenefficiëntiedoel-stellingen zullen LVNL en IenW aandacht blijven houden voor, en samenblijven werken aan de doelmatigheid van de organisatie.Complexere opgavesOp diverse plekken in het rapport constateert AEF dat de taakuitvoering ende opgave van LVNL complexer is geworden. LVNL streeft primair naareen veilige afhandeling van het verkeer. Tegelijkertijd wordt van LVNLverwacht dat zij de capaciteit waarborgt, het verkeer efficiënt afhandelt enbijdraagt aan een vermindering van omgevingshinder en emissies.Bovendien zal LVNL in de toekomst zowel civiele als militaire luchtver-keersdienstverlening leveren.Er is een groeiende complexiteit in de opgave van de luchtverkeersleidingen LVNL is zich daar ook steeds meer bewust van. Dat blijkt uit de nieuwevisie en strategie; de sterk veranderde uitdagingen krijgen hierin eenprominente plek. In het licht van de aanbevelingen volgt IenW dezestrategievorming met belangstelling en verwacht het departement vanLVNL dat zij zich in de toekomst op een goede manier tot deze opgave zalweten te verhouden. Daarbij dient de organisatie dit niet alleen tebeschouwen als context waarbinnen zij haar taken uitvoert, maar dientLVNL die opgave tot een wezenlijk en integraal onderdeel van haartaakuitvoering te maken. LVNL blijft immers een bij wet ingesteldeoverheidsorganisatie die haar taken, hoe specialistisch ook, dient uit tevoeren in het bredere, algemene belang. Voor zover mogelijk binnen de3iCAS wordt het nieuwe verkeersleidingssysteem dat het huidige systeem zal vervangen. 1ATMis een programma dat toewerkt naar de integratie van de militaire en civiele luchtverkeers-leiding in LVNL.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 936, nr. 11942 politieke en maatschappelijke dynamiek is het IenW die hiervoor derandvoorwaarden stelt en hierover zo vroeg mogelijk met LVNL in overlegtreedt. Dit is van belang voor een goede balans tussen de beleidsmatigeopgaven en prioriteiten van zowel IenW als LVNL. Aan LVNL is het omzelfstandig alle relevante belangen in beeld te brengen, deze te wegen enin de taakuitvoering te verankeren. Hierover dient LVNL, net als andereoverheidsorganisaties, zo transparant en toegankelijk mogelijk verant-woording af te leggen aan het ministerie en de samenleving.Interne organisatie en grote programma’sLVNL en IenW herkennen de conclusies uit het onderzoeksrapport over deontwikkeling en eenheid van het personeelsbestand, de relatie met depersoneels- en de beleidsplanning, en de grote programma’s 1ATM eniCAS. LVNL heeft in 2024 al diverse maatregelen genomen die in lijn zijnmet de aanbevelingen om aandacht te houden voor het personeelstekorten om de eenheid te borgen tussen operationeel en non-operationeelpersoneel en burger- en Defensiepersoneel. Verder heeft LVNL diversestappen gezet waaronder verbetering van de opleiding, verhoging van hetaantal verkeersleiders dat de opleiding afrondt, vergroting van het aantalopleidingsplekken, en uitbesteding van de eerste trainingen. Deze zijn aanhet einde van de evaluatieperiode ontwikkeld en laten, zoals AEFaangeeft, de eerste successen zien.Het ministerie zal deze ontwikkelingen blijven volgen. In het licht van deaanbeveling om binnen de driehoek meer aandacht te hebben voor ditthema, zal het ministerie de personeelsontwikkeling in relatie tot depersoneels- en beleidsplanning terugkerend agenderen in de gesprekkentussen LVNL en IenW. In aanvulling hierop onderschrijft het ministerie deaanbeveling van AEF dat LVNL aan iCAS een hoge prioriteit dient tegeven. Het ministerie ervaart ten aanzien van iCAS een toegenomentransparantie maar benadrukt het onverminderd grote belang van eenjuiste en tijdige implementatie van het programma door LVNL. Dit ookmet het oog op andere grote projecten zoals de Luchtruimherziening.Samenwerking in de bestuurlijke driehoekLVNL en het ministerie herkennen zich in de conclusies van AEF dat ertijdens de evaluatieperiode soms druk stond op de samenwerking. Diedruk is verklaarbaar door de grote uitdagingen die LVNL en IenW hethoofd moesten bieden. Bovendien betrof het uitdagingen die vanuit debestuurlijke driehoek beperkt beïnvloedbaar waren.Dit laat echter onverlet dat er, net als in elke andere bestuurlijke driehoek,blijvend moet worden gewerkt aan de samenwerking en het onderlingevertrouwen. In lijn met de aanbevelingen van AEF hebben LVNL en IenWin 2024 dan ook al stappen ondernomen om dit vertrouwen verder teverstevigen. LVNL en IenW zullen ervoor zorgen dat vertrouwen,transparantie en begrip voor wederzijdse rollen en verantwoordelijkhedenonderwerp blijven van het gesprek in de bestuurlijke driehoek. Daarbij isblijvend van belang dat LVNL zich als overheidsorganisatie bewust is vanhaar positie ten opzichte van de luchtvaartsector en het departement.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 936, nr. 11943 ConcluderendNet als LVNL herkent IenW zich in de conclusies en aanbevelingen vanAEF over de evaluatieperiode. De conclusies en aanbevelingen worden terharte genomen. Medio 2026 wordt de Kamer geïnformeerd over devoortgang bij de opvolging ervan.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 936, nr. 11944

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4a0722ad49cbac1c

14 okt 2026 · 35dbeee20bb96f6f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.