KamerkringInloggen
Kamerbrief

Passend onderwijs: blijven bouwen aan de basis op orde

10 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7d5e2602bdb07003 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 497Passend onderwijsNr. 475 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR PRIMAIR EN VOORTGEZETONDERWIJS EN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGE-ZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 mei 2024Elk kind en iedere jongere heeft recht op onderwijs dat bij hem of haarpast, of het nu gaat om leerlingen die iets extra’s nodig hebben of niet.Het heeft onze prioriteit om de basis van passend onderwijs op orde tebrengen. Daarom werken we met de Verbeteraanpak Passend Onderwijsop verschillende manieren aan verbeteringen in het stelsel.Het afgelopen jaar is op belangrijke terreinen flinke vooruitgang geboekt.Zo bieden we op de meeste scholen passende ondersteuning, waarouders en leerlingen over het algemeen ook tevreden over zijn.1Daarnaast versterken we de positie van ouders en leerlingen, bijvoorbeeldmet een wetsvoorstel waarmee we hoorrecht voor leerlingen met eenextra ondersteuningsbehoefte gaan verplichten. Dit wetsvoorstel is naplenaire behandeling door uw Kamer aangenomen. Ook geven weuitvoering aan het plan van aanpak voor (hoog)begaafdheid en is indrie jaar onder meer € 66 miljoen beschikbaar gesteld aan samenwer-kingsverbanden, voor het creëren van een passend dekkend aanbod enhet borgen en versterken van voltijd hoogbegaafdheidsvoorzieningen.Met het Experiment Onderwijszorgarrangementen maken we bovendienmeer maatwerk mogelijk voor – op dit moment zo’n duizend2 – leerlingendie een complexe ondersteuningsbehoefte hebben. En de komendedrie jaar is er in totaal ruim € 160 miljoen beschikbaar voor de Brugfuncti-onaris om scholen en gezinnen te ondersteunen.Maar we zijn er zeker nog niet. De druk op het stelsel van passendonderwijs is groot, zoals ook uit het inspectierapport de Staat van hetOnderwijs blijkt.3 Op het gebied van het aantal thuiszittende kinderen en1Zie de doelstellingenmonitor in bijlage 2 en 3.2Het gaat om 945 leerlingen (peildatum april 2024).3Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VIII, nr. 125. kst-31497-475ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 4751 jongeren, het leerlingenvervoer, het lerarentekort4 en wachtlijsten ingespecialiseerd onderwijs staan we voor grote en complexe uitdagingen.Uitdagingen die de meest kwetsbare leerlingen raken. In deze brief gaanwe in op hoe we deze uitdagingen het hoofd bieden.Deze problematiek vraagt om het vervolgen van de stevige koers die we alhebben ingezet. Om voor nu én in de toekomst goed onderwijs vooriedereen te verzekeren is het belangrijk dat we koersvast zijn. Daaromzetten we gezamenlijk alles op alles om verbeteringen binnen het stelselte blijven realiseren en hierbij alle voorwaarden op orde te brengen. In deklas, op school of vanuit onze rol als beleidsmakers.Daarvoor is een sterke verbinding tussen onderwijs en zorg en eenintegrale benadering een belangrijke voorwaarde. Inzet op een goedesamenwerking tussen mensen uit het onderwijs en de zorg en hetwegnemen van schotten waar dat mogelijk is, is nodig om ervoor tezorgen dat elk kind alle kansen krijgt tijdens het opgroeien.We werken op de langere termijn toe naar een inclusieve inrichting vanhet onderwijs, zodat alle kinderen en jongeren er dicht bij huis,volwaardig en gelijkwaardig toegang tot hebben. De basis van passendonderwijs op orde brengen is noodzakelijk als fundament voor inclusiefonderwijs.In deze brief gaan we in op:1.De voortgang op de Verbeteraanpak Passend Onderwijs en degeprioriteerde maatregelen.2.De aanpak van verzuim en het terugdringen van het aantal thuiszit-tende kinderen en jongeren.3.Het versterken van de verbinding onderwijs en zorg.4.De wachtlijsten gespecialiseerd onderwijs en het plan van aanpak.5.De beweging naar inclusief onderwijs.I. Passend Onderwijs en de Verbeteraanpak Met de invoering van passend onderwijs in 2014 is het onderwijsstelselingrijpend gewijzigd. Waar vóór 2014 de (extra) ondersteuning voorleerlingen individueel werd geïndiceerd – via de leerlinggebondenfinanciering (LGF), het zogeheten «rugzakje» – werd dit met passendonderwijs meer collectief ingericht. Daarbij werd uitgegaan van deondersteuningsbehoefte van de leerling, in plaats van een diagnose. Deverantwoordelijkheden voor alle leerlingen met een ondersteuningsbe-hoefte kwamen op regionaal en lokaal niveau te liggen bij de schoolbe-sturen en samenwerkingsverbanden, waarbij de wet veel ruimte liet ompassend onderwijs naar regionale kenmerken en eigen visie te organi-seren.In 2020 is het stelsel van passend onderwijs geëvalueerd.5 Er werdgeconcludeerd dat er sinds 2014 op veel plekken betekenisvolle stappenzijn gezet, vooral op bestuurlijk niveau en in het organiseren van extraondersteuning.6 Tegelijkertijd was de conclusie ook dat passend onderwijsnog niet overal de gewenste verandering had gebracht in de scholen envoor de leerlingen, leraren en ouders. Zo konden leerlingen en ouders nietaltijd als gelijkwaardig gesprekspartner meepraten, werden leraren nog teweinig ondersteund in de klas en waren er scholen – en die zijn er nog4We gaan in op de aanpak van het lerarentekort in andere Kamerbrieven, zie hiervoor: Kamer-stukken II 2023/24, 31 839, nr. 990.5Kamerstukken II 2020/21, 31 497, nrs. 364 en 371.6Kamerstukken II 2020/21, 31 497, nr. 371.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 4752 steeds – die leerlingen en ouders adviseerden om zich tot een andereschool te wenden voor passende ondersteuning.Er was, kortom, verdere verbetering nodig. Daarom hebben we in 2020 deVerbeteraanpak Passend Onderwijs opgesteld.7 Deze Verbeteraanpakbestaat uit 25 maatregelen om leerlingen zo passend mogelijke onder-steuning te geven en de uitvoerbaarheid voor scholen en samenwerkings-verbanden te verbeteren.Voortgang op de Verbeteraanpak Passend OnderwijsSinds de Verbeteraanpak is opgesteld informeren we uw Kamer jaarlijksover de stand van zaken ervan. In 20228 hebben we focus aangebrachtbinnen de Verbeteraanpak door zeven prioriteiten te stellen, die we in20239 hebben aangevuld met vier extra thema’s. Die focus was nodig omén sneller verbeteringen aan te kunnen brengen én dit in ieder geval tebereiken voor de belangrijkste thema’s.Hieronder geven we de stand van zaken op de zeven prioriteiten envier aanvullende thema’s. Hierbij hebben we het thema «versterken vande positie ouders en leerlingen» en het thema «ondersteunen vankinderen en ouders» tot één maatregel genomen (maatregel 1), waardoorer drie aanvullende thema’s overblijven. In de bijlage van deze brief vindtuw Kamer, voor de voortgang op alle 25 maatregelen, de volledigevoortgangsrapportage van de Verbeteraanpak Passend Onderwijs (ziebijlage 1).We hebben overigens sinds het opstellen van de Verbeteraanpakdrie maatregelen afgerond. Het gaat om de maatregel om meer en betertoezicht op passend onderwijs te organiseren (maatregel 13), hetSteunpunt Passend Onderwijs (maatregel 24) voort te zetten en directebekostiging van het praktijkonderwijs (maatregel 25) te onderzoeken(waarvoor we op dit moment een wetsvoorstel voorbereiden).10 Dit zijnbelangrijke stappen, omdat hiermee kansengelijkheid wordt bevorderd(praktijkonderwijs als volwaardige onderwijssoort), de standaard vanonderwijskwaliteit omhoog gaat (beter toezicht) en het onderwijsvelddaarin ondersteuning krijgt (voortzetting Steunpunt).Dit jaar ronden we ook een aantal maatregelen af: de maatregel om opbasis van een escalatieladder te komen tot heldere stappen wanneerouders en school er samen niet uitkomen (maatregel 10) en de maatregelom geen Veilig Thuis-melding te doen bij puur een geschil over passendonderwijs (maatregel 12). Verder geven we geen uitvoering aan demaatregel om de uitspraken van de geschillencommissie landelijkbindend te maken (maatregel 11), omdat bijna alle adviezen van degeschillencommissie al worden overgenomen door de betreffendeschoolbesturen. De verwachting is dat dit in de overige gevallen niets zalveranderen omdat de problematiek dusdanig divers en complex is dat hetniet juridisch afdwingbaar is. De geschillencommissie ziet zelf om dezereden ook geen toegevoegde waarde in een landelijk dwingend karakter7Kamerstukken II 2020/21, 31 497, nr. 371.8Kamerstukken II 2021/22, 31 497, nr. 440.9Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 448.10Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 443.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 4753 van haar uitspraken. We zorgen er wel voor dat de geschillencommissiepermanent wordt, zodat ouders en leerlingen hier altijd terecht kunnen.Hiermee geven we invulling aan de toezegging aan het voormalig EersteKamerlid Smaling (SP).11Zeven prioriteiten1. Versterking van de positie en hetondersteunen van ouders en leerlingenMet het wetsvoorstel Versterking positie ouders en leerlingen versterken we de (informatie)positie vanouders en leerlingen in het passend onderwijs, zodat zij hun weg in het stelsel kunnen vinden. Op18 april 2024 heeft de plenaire behandeling van het wetsvoorstel plaatsgevonden in de Tweede Kamer.Het wetsvoorstel is op 23 april door uw Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel regelt onder meer datleerlingen van alle leeftijden hoorrecht krijgen over hun eigen ontwikkelingsperspectief (OPP), zodat zekunnen meepraten als hun OPP wordt vastgesteld, er iets in verandert of wordt geëvalueerd. Verdermoeten alle samenwerkingsverbanden een ouder- en jeugdsteunpunt hebben dat ouders en leerlingenuitsluitend in het belang van de leerling, informeert en ondersteunt bij passend onderwijs. Naarverwachting treedt de wet gedifferentieerd in werking. Op 1 januari 2025 worden de ouder- enjeugdsteunpunten wettelijk verplicht en op 1 augustus 2025 de onderdelen hoorrecht voor leerlingenmet een ontwikkelingsperspectief en het schoolondersteuningsprofiel in de schoolgids.2. Mogelijk maken onderwijszorgarrange-mentenEen goede aansluiting van onderwijs en zorg is cruciaal voor leerlingen met een ernstige en complexeondersteuningsbehoefte. In 2023 zijn we het Experiment Onderwijszorgarrangementen gestart.Hiermee kunnen scholen en samenwerkingsverbanden meer maatwerk bieden aan leerlingen die extraondersteuning nodig hebben op het gebied van onderwijs en zorg, bijvoorbeeld aan kinderen met eenernstig meervoudige beperking.Er doen 76 onderwijszorgarrangementen mee aan het experiment, verspreid over het hele land.Ongeveer de helft van de samenwerkingsverbanden neemt hieraan deel. De onderwijszorgarrange-menten hebben tot nu toe 945 leerlingen weten te helpen. Omdat eerste ervaringen binnen hetexperiment positief zijn en het voor deze groep leerlingen belangrijk is dat er structureel meer ruimtekomt voor flexibiliteit, zijn we eind vorig jaar een wetstraject gestart.3. Aanpak verzuim en digitaal afstands-onderwijsAanpak verzuimDe leerplichttelling in schooljaar 2022–2023 laat een stijging zien bij alle categorieën van verzuim, metname absoluut verzuim.1 Dit is zeer zorgwekkend en wijst nogmaals op de noodzaak van een goedeverzuimaanpak. Daarom werken we enerzijds aan een preventieve verzuimaanpak (met het wetsvoor-stel Terugdringen verzuim). Anderzijds maken we meer mogelijk voor scholen en samenwerkingsver-banden om schooluitval en -verzuim tegen te gaan wanneer dit voorkomt. Vanaf p. 9 gaan we nader opde verzuimaanpak in.Digitaal afstandsonderwijsIn december 2023 hebben we een brief aan uw Kamer verstuurd over het Actieprogramma digitaleschool.2 Met het actieprogramma benutten we de kansen die digitalisering biedt voor passendonderwijs. Zo maken we voor digitaal afstandsonderwijs structureel ruim € 7 miljoen extra per jaarbeschikbaar voor kinderen die niet fysiek (volledig) naar school kunnen. Een groot deel van dezemiddelen komt beschikbaar via een subsidieregeling die in de loop van dit jaar wordt gepubliceerd. Wezijn daarnaast gestart met een wetstraject om digitaal afstandsonderwijs volwaardig onderdeel van hetstelsel van passend onderwijs te maken. Het is onze ambitie om dit traject samen te voegen met hethierboven genoemde wetstraject onderwijszorgarrangementen. Hierover informeren we uw Kameruitgebreider na de zomer. Bij dit onderwerp hebben we ook specifieke aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen.4. Landelijke norm voor basisondersteu-ningVorig jaar hebben we de AOb en Ouders & Onderwijs namens leraren en ouders gevraagd3 om tekomen tot een breed gedragen, realistische en haalbare landelijke norm voor basisondersteuning dieaansluit bij wat de meeste scholen nu al doen en wordt betaald vanuit de reguliere bekostiging. Zijhebben de handschoen opgepakt en ontwikkelen nu een voorstel voor drie ondersteuningsgebieden:lezen/spellen en dyslexie, (hoog)begaafdheid en leergedrag (taak-/werkgedrag, executieve functies).Daar betrekken ze het onderwijsveld bij.In eerste instantie was de vraag om te komen tot een norm voor het reguliere onderwijs (waaronderspeciaal basisonderwijs en praktijkonderwijs), maar na een verkenning vanuit het Ministerie van OCW4kwam de wens om een landelijke norm te laten gelden voor het gehele funderend onderwijs. De AOben Ouders & Onderwijs nemen de opbrengsten van de verkenning mee in hun traject, want ookhiervoor is breed draagvlak wenselijk.Dit najaar doen de AOb en Ouders & Onderwijs een definitief en gedragen voorstel voor een landelijkenorm voor de drie genoemde ondersteuningsgebieden. Daarbij nemen zij, op basis van de opgedaneervaringen, ook een advies op hoe te komen tot een volledige landelijke norm voor basisondersteu-ning. Deze landelijke norm is ook helpend om te bepalen wat (startbekwame) leraren moeten kennenen kunnen. Ondertussen zijn we een wetstraject gestart om de landelijke norm vast te leggen. Hetwetsvoorstel gaat voor het einde van dit jaar in internetconsultatie.11T01575.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 4754 5. Beter aanbod voor (hoog)begaafdeleerlingenOok voor (hoog)begaafde leerlingen moet er juiste ondersteuning zijn. Daarom is afgelopen jaargewerkt aan de tien maatregelen van het plan van aanpak hoogbegaafdheid waarover uw Kamer indecember 2022 is geïnformeerd.5 Onder deze maatregelen valt een subsidieregeling waar voor deperiode 2023 tot 2025 € 66 miljoen is toegekend aan samenwerkingsverbanden (voor een beterpassend en dekkend aanbod en voltijd hoogbegaafdheidsvoorzieningen. Ook financiert OCW hetKenniscentrum Hoogbegaafdheid6 om wetenschappelijke en praktijkkennis te delen met scholen,leraren en andere professionals in onderwijs en zorg. Het Kenniscentrum organiseert diversebijeenkomsten en webinars.Over de uitvoering van het plan van aanpak van hoogbegaafdheid ontvangt uw Kamer een apartebrief. In die brief gaan we ook in op de motie die het Kabinet verzocht om te onderzoeken of hetaanmerken van voltijd hoogbegaafdheidsonderwijs als speciaal onderwijs (so) structurele financiering,expertise, leerlingenvervoer en een dekkend aanbod zou waarborgen (Kamerstuk 31 497, nr. 459).76. Inclusief onderwijsDe ambitie voor inclusief onderwijs in 2035 is verder geconcretiseerd. Om ook nu al meer mogelijk temaken ondersteunen we voorlopers, onder andere via de Beleidsregel Inclusieve leeromgeving.Hiermee bieden we vanaf het schooljaar 2024–2025 meer ruimte voor samenwerking tussen regulieren gespecialiseerd onderwijs. Ook worden themabijeenkomsten georganiseerd en delen we goedevoorbeelden uit het land ter inspiratie voor andere scholen. Vanaf p. 20 gaan we nader op inclusiefonderwijs in.7. Onafhankelijk intern toezicht vansamenwerkingsverbandenOnafhankelijk intern toezicht van samenwerkingsverbanden is essentieel voor kritische tegenspraak enhet voorkomen van belangenverstrengeling. Daarom borgen we wettelijk dat alleen nog onafhankelijkeleden in het toezichtsorgaan van samenwerkingsverbanden mogen zitten. Om dit te regelen is er eenwetsvoorstel in voorbereiding, conform de motie van de leden Van der Hul en Westerveld (GroenLinks-PvdA).8Het belang van onafhankelijk intern toezicht is nog eens benadrukt in de uitkomsten van het onderzoekwat onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix op verzoek van OCW heeft gedaan, naar hoe het interntoezicht nu is ingericht. Het eindrapport treft u in bijlage 4 aan. We zijn blij om te zien dat steeds meersamenwerkingsverbanden (gedeeltelijk) onafhankelijk intern toezicht hebben, maar bij het merendeelvan de samenwerkingsverbanden ontbreekt dit nog. Een wettelijke verplichting voor onafhankelijkintern toezicht is dus nodig. Dit ondersteunen ook de onderzoeken9 van de Inspectie van het Onder-wijs, waarvan we uw Kamer hierbij het inspectierapport Zicht en sturing op en verantwoording vandoelmatige besteding middelen passend onderwijs aanbieden (zie bijlage 5). We verwachten voor heteinde van dit jaar het wetsvoorstel in internetconsultatie te kunnen brengen, zodat we het wetsvoorstelvolgend jaar aan uw Kamer kunnen aanbieden.1 Zie voor de leerplichttelling bijlage 8, voor de duiding bij die cijfers van Ingrado bijlage 9 en voor een analyse daarvan bijlage 10.2 Kamerstukken II 2023/24, 31 497, nr. 471.3 Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 448.4 Met onder meer een gezamenlijke sessie met partijen uit het veld. Bij dit beleidsatelier waren vertegenwoordigers aanwezig van BiOnd, CNVOnderwijs, Ieder(in), LBBO, LBVSO, Netwerk LPO, NVO, Ouders & Onderwijs, VO-raad, scholen uit het gespecialiseerd onderwijs en het Ministerievan OCW.5 Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 445.6 Kenniscentrum Hoogbegaafdheid (kenniscentrumhb.nl)7 Kamerstukken II 2023/24, 31 293, nr. 711.8 Kamerstukken II 2020/21, 31 497, nr. 373 en Kamerstukken II, 2022/23, 31 497, nr. 452.9 Rapport «Verschillen tussen samenwerkingsverbanden» en rapport «Zicht en sturing op en verantwoording van doelmatige besteding middelenpassend onderwijs», Inspectie van het Onderwijs 2023. Drie aanvullende thema’s1. Toerusting en ondersteuning vanlerarenHet is belangrijk dat leraren goed worden voorbereid en ondersteund zodat zij goed passend onderwijskunnen bieden. Om dit voor elkaar te krijgen versterken we de kwaliteit van de lerarenopleiding1, zoalsook in het coalitieakkoord is afgesproken.2Om leraren goed te kunnen ondersteunen in passend en inclusief onderwijs zijn we een verdiependonderzoek gestart onder leraren in het funderend onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Hetonderzoek moet allereerst duidelijk maken waar de behoefte aan ondersteuning van leraren ligt, zodatleraren zelf kunnen aangeven wat zij nodig hebben.Het onderzoek wordt verricht in gezamenlijkheid met onder andere onderwijsvakbonden en vertegen-woordigers van lerarenopleidingen. De vraag wat de uitkomsten van dit onderzoek betekenen voor destartbekwaamheid van leraren en dus wat er in de opleiding aan de orde moet komen, wordt zodra deresultaten er zijn geadresseerd in het Opleidingsberaad leraren. De inrichting van een doorlopendeleer – en professionaliseringslijn voor leraren wordt opgepakt in de groeifondsaanvraag NationaleAanpak Professionalisering Leraren. De hbo-lerarenopleidingen actualiseren momenteel alle kennisba-ses; passend en inclusief onderwijs hebben al een plek gekregen in de generieke kennisbasis die vooralle leraren uit het hbo geldt. Verder zullen de resultaten van het onderzoek bijdragen aan de herijkingvan de bekwaamheidseisen van leraren die de beroepsgroep de komende periode uitvoert. Deresultaten van het onderzoek worden naar verwachting voor de zomer opgeleverd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 4755 2. Rollen en verantwoordelijkhedenschoolbesturen en samenwerkingsver-bandenDe taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van schoolbesturen en samenwerkingsverbandenmoeten helder zijn, zodat partijen weten wat ze van elkaar mogen verwachten en elkaar daarop kunnenaanspreken.Om duidelijkheid te scheppen in de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden is het programmavan eisen tegen het licht gehouden, vernieuwd en aangepast.3 Het programma van eisen uit 2020 zorgtnamelijk niet voor voldoende duidelijkheid. Het doel van de herziening is dan ook om meer helderheidte geven richting schoolbesturen en samenwerkingsverbanden over wat (minimaal) van ze wordtverwacht en waar zij een wettelijke verantwoordelijkheid voor hebben. Het belang hiervan onder-streept ook de Inspectie van het Onderwijs: zij geeft aan dat een helder programma van eisensamenwerkingsverbanden meer houvast geeft om, daar waar het minder goed gaat, bij te sturen.Over het aangepaste programma van eisen voor schoolbesturen en samenwerkingsverbanden zijn deafgelopen periode via regiobijeenkomsten gesprekken gevoerd met het veld. Op basis van dezegesprekken is het programma van eisen aangescherpt en wordt voor de zomer verspreid onder allesamenwerkingsverbanden en schoolbesturen.3. Gebruik ontwikkelingsperspectief(OPP)Het ontwikkelingsperspectief is onder meer bedoeld om te bepalen wat het uitstroomprofiel van deleerling is, welke onderwijsdoelen daarbij horen en welke begeleiding en ondersteuning daarvoornodig is. In het gespecialiseerd onderwijs wordt voor alle leerlingen een ontwikkelingsperspectiefopgesteld, in het regulier onderwijs alleen voor leerlingen die extra ondersteuning krijgen.4 In depraktijk doen scholen in het regulier onderwijs dit echter niet altijd, terwijl het wettelijk verplicht is.5Bovendien wordt het ontwikkelingsperspectief niet altijd goed ingezet.6 Het is dus nodig dat scholenworden ondersteund, zodat zij hun (wettelijke) verantwoordelijkheid beter kunnen invullen.Daarom verbeteren we – samen met het Steunpunt Passend Onderwijs en vertegenwoordigers vanscholen, samenwerkingsverbanden, ouders en leerlingen – het gebruik van het ontwikkelingsperspec-tief. Het Steunpunt Passend Onderwijs heeft het initiatief genomen om een nieuwe handreiking overhet OPP te ontwikkelen. Het doel van deze handreiking is om houvast te bieden voor een zo beknoptmogelijk OPP dat de wettelijke vereisten bevat en geen overbodige administratie vergt. Daarnaasthebben we Leerlingen Belang Voortgezet Speciaal Onderwijs (LBVSO) gevraagd om leerlingen teinformeren over het ontwikkelingsperspectief. Zodat de leerlingen zelf ook goed op de hoogte zijn vanwat hun rechten zijn. Het themaonderzoek Kwaliteit van de extra ondersteuning in het funderendonderwijs van de Inspectie van het Onderwijs (zie bijlage 6 en 7), benadrukt dat de kwaliteit van deOPP’s moet worden versterkt en laat zien dat acties in dit kader nodig zijn.1 Kamerstukken II 2023/24, 27 923, nr. 460.2 Kamerstukken II 2021/22, 35 788, nr. 77.3 Het programma van eisen volgt uit maatregel 19 «Heldere eisen aan besturen en samenwerkingsverbanden» van de Verbeteraanpak.4 Extra ondersteuning komt bovenop de basisondersteuning die alle scholen binnen een samenwerkingsverband bieden. Het aanbod van extraondersteuning verschilt per school.5 Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VIII, nr. 125.6 Kamerstukken II 2020/21, 31 497, nr. 364. Daarnaast wordt op dit moment onderzocht hoe ondersteuningsaan-vragen sneller kunnen worden toegekend en of er een proef kan wordengestart met directe toekenning van ondersteuning, conform de motie vande leden Kwint (SP) en Westerveld (GroenLinks-PvdA).12 De onderzoeksre-sultaten worden voor de zomer van 2024 verwacht. Op basis van deuitkomsten van het onderzoek wordt bezien wat de vervolgstappen zijn,waaronder de inzet van een proef.II. Aanpak verzuim: het versterken van preventie en meer ruimtevoor flexibiliteit en maatwerk Het tegengaan van verzuim is essentieel om ervoor te zorgen dat elk kinden iedere jongere een passende plek heeft in het onderwijs en zich kanontwikkelen. Het mag niet zo zijn dat leerlingen uitvallen of thuiszittenomdat zij niet de benodigde ondersteuning krijgen. Met de verzuimaanpakwerken we aan het terugdringen van het aantal kinderen en jongeren datonnodig thuiszit. Deze aanpak staat niet op zichzelf maar is in brede zinonderdeel van de Verbeteraanpak Passend Onderwijs. Zo zijn de onder-wijszorgarrangementen, digitaal afstandsonderwijs en het plan vanaanpak hoogbegaafdheid ook deel van het tegengaan van schooluitval, enmeer preventief ook onze inzet via de Brugfunctionaris.12Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 456.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 4756 De noodzaak om te blijven werken aan een verzuimaanpak blijkt uit deverzuimcijfers en is onlangs ook geadresseerd door de Kinderom-budsman.13 De cijfers laten zien dat het aantal leerlingen dat langduriggeen onderwijs volgt het afgelopen jaar weer is gestegen. Dit iszorgwekkend, waarbij het meest verontrustend de stijging is van absoluutverzuim (+ 34 %). De verzuimaanpak heeft daarom hoge prioriteit. Hierbijis onze inzet tweeledig: (1) we verscherpen én versterken de preventieveverzuimaanpak van scholen, samenwerkingsverbanden en leerplichtamb-tenaren en (2) we maken meer mogelijk (in wet- en regelgeving) voorleerlingen die dreigen uit te vallen of al uitgevallen zijn. Daarnaast zien weook een stijgend aantal leerlingen die thuisonderwijs volgen. Hierbij gaathet om kinderen en jongeren met een vrijstelling van de leerplichtvanwege richtingsbezwaren, die in de regel thuisonderwijs volgen. Wevinden het belangrijk dat ook deze kinderen zich zo goed mogelijk kunnenontwikkelen. Ik informeer u voor de zomer nader over de plannen op hetgebied van thuisonderwijs om dit te verbeteren. U ontvangt tegelijkertijdmet deze brief ook de antwoorden op de Kamervragen van de ledenVan der Hoeff en Crijns (PVV) over het bericht van de Kinderombudsman.Ik ga op korte termijn in gesprek met de Kinderombudsman en kom voorde zomer met een verdere reactie op het bericht van de Kinderom-budsman.Voor een volledig beeld van de verzuimcijfers vindt uw Kamer in bijlage 8de leerplichttelling, in bijlage 9 de duiding bij die cijfers van Ingrado(branchevereniging van leerplichtambtenaren) en in bijlage 10, eenanalyse daarvan.Aanpak verzuim in het kortWe werken aan:•Wetsvoorstel Terugdringen verzuim: scholen, samenwerkingsver-banden en leerplichtambtenaren versterken hun (preventieve)verzuimaanpak.•Meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk: er komt meer ruimtevoor maatwerk met digitaal afstandsonderwijs en onderwijs-zorgarrangementen.•Initiatieven voor thuiszittende jongeren: er komt meer ruimtevoor onderwijsaanbod aan niet-ingeschreven kinderen enjongeren zodat zij zich beter kunnen ontwikkelen.Wetsvoorstel Terugdringen verzuim voor het versterken van preventieIn de vorige brief over passend onderwijs is uw Kamer geïnformeerd overde wijzigingen in het wetsvoorstel Terugdringen verzuim naar aanleidingvan uitkomsten uit de internetconsultatie en (uitvoerings-)toetsen.14 Dezewijzigingen gingen met name om het beter borgen van de privacy vanleerlingen. Eind vorig jaar heeft de Raad van State zijn advies over ditwetsvoorstel gepubliceerd.15De Raad van State onderschrijft het belang om verzuim en thuiszittenzoveel mogelijk terug te dringen. Tegelijkertijd heeft de Raad van Stateeen aantal bezwaren die aanpassing van het wetsvoorstel vereisen. Zoadviseert de Raad van State om de doeltreffendheid beter te onder-bouwen door het onderscheid te verduidelijken tussen enerzijds het doelom verzuim in brede zin te voorkomen en anderzijds het doel omthuiszitten (schooluitval) te voorkomen. Verder stelt de Raad van State dat13Zorgen om blijvende problematiek van thuiszitters, Kinderombudsman (april 2024).14Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 448.15Wet terugdringen verzuim – Raad van State.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 4757 een gedegen analyse van de praktijk nodig is om te kunnen beoordelen ofde voorgestelde instrumenten uitvoerbaar zijn voor scholen en de andereketenpartners. Ook stelt de Raad van State vragen over het niveau vanregelgeving, de uitvoering van het onderwijskundig perspectief bij devrijstelling van leerplicht op grond van lichamelijke of psychische grondenen de toepassing van het wetsvoorstel in Caribisch Nederland.Het bestuderen en verwerken van het advies moet zorgvuldig gebeurenen kost daarom meer tijd. Dat betekent dat de eerdere beoogde inwerking-tredingsdatum van 1 augustus 2024 niet haalbaar is. Die datum verschuiftmet een jaar, naar 1 augustus 2025. Inwerkingtreding aan het begin vanschooljaar ligt hierbij namelijk voor de hand en dat geeft scholen ookvoldoende tijd om zich voor te bereiden. De maatregelen omtrent deregistratie van verzuim en het delen en verstrekken van geaggregeerdeverzuimgegevens vereisen daarnaast aanpassingen in de systemen vanDUO en softwareleveranciers van scholen. Deze aanpassingen vragenlanger de tijd, waardoor die maatregelen via een algemene maatregel vanbestuur niet gelijktijdig met het wetsvoorstel in werking zullen treden.Iedereen in ontwikkeling: initiatieven voor kinderen en jongeren die nietnaar school (kunnen) gaanIn het commissiedebat over passend onderwijs van 5 april 2023 istoegezegd16 om ruimte te zoeken voor, zoals het voormalig lid Kwint (SP)het noemde, het «rommelpotje». Hiermee bedoelen we initiatieven diebuiten de reguliere onderwijsbekostiging vallen en die (dreigend)thuiszittende kinderen en jongeren helpen om hun schoolloopbaan weerop te pakken. Zoals eind vorig jaar is aangegeven17 informeren wij uwKamer bij dezen over de stand van zaken van deze toezegging.Om jongeren die tijdelijk geen onderwijs krijgen weer in te laten stromenin het onderwijs verkennen we de mogelijkheid van een subsidieregelingvoor samenwerkingsverbanden. Met de impuls van zo’n regeling zoudensamenwerkingsverbanden ofwel zelf meer activiteiten kunnen onder-nemen, ofwel diensten inkopen bij initiatieven die geen bekostiging vanuitde overheid krijgen maar wel bijdragen aan de ontwikkeling van(dreigend) thuiszittende jongeren. Want hoewel er voor samenwerkings-verbanden nu ook al mogelijkheden zijn om dit onder strikte voorwaardente doen, zijn deze mogelijkheden beperkt en vaak ingewikkeld in deuitvoering.In het genoemde commissiedebat sprak uw Kamer de wens uit om deinitiatieven rechtstreeks vanuit het ministerie te bekostigen. Dit brengtgrote risico’s en bezwaren met zich mee, omdat de initiatieven waar het indit geval om gaat vaak private (markt)partijen zijn en er daarmee het risicois dat dit staatssteun is. We willen de bekostiging van dit soort initiatievendaarom laten lopen via de samenwerkingsverbanden passend onderwijs.Met het project WEL in ontwikkeling maken we meer mogelijk voorthuiszittende kinderen en jongeren. We hebben € 5,8 miljoen beschikbaargesteld aan samenwerkingsverbanden om – met ondersteuning vanIngrado, Gedragswerk en Zorg voor de Jeugd – kinderen en jongeren dieniet staan ingeschreven weer in ontwikkeling te krijgen. Door te kijkennaar wat er wel mogelijk is voor hen. Ieder samenwerkingsverband brengtmet de middelen tenminste vijf jongeren uit hun regio weer in ontwik-keling en tot leren, jongeren die in veel gevallen anders vast waren blijvenzitten. Sinds de start van de regeling, twee jaar geleden, is dit op tallozeplekken gelukt en zijn er mooie voorbeelden van kinderen en jongeren die16Kamerstukken II 2022/2023, 31 497, nr. 463.17Kamerstukken II 2023/2024, 31 293, nr. 711.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 4758 weer ingeschreven en aan de slag zijn op school. Het project WEL inontwikkeling loopt tot medio 2025. We brengen dan de opbrengsten vanhet project in kaart, die we meenemen in de wetstrajecten onderwijs-zorgarrangementen en digitale school.Tot slot richten we ons ook met het programma MaatschappelijkeDiensttijd (MDT) onder andere op het tegengaan van schooluitval en-verzuim. Met dit programma zetten jongeren (waaronder thuiszittendejongeren) zich in voor een ander en de maatschappij én ontwikkelen zehun talenten, bijvoorbeeld door te helpen bij maatschappelijke organi-saties of door vrijwilligerswerk te doen. Scholen, gemeenten enmaatschappelijke organisaties kunnen subsidie aanvragen. Uit onderzoekblijkt dat jongeren die deelnemen aan MDT vinden dat hun toekomstper-spectief is vergroot, ze meer zelfvertrouwen en (praktijk)ervaring hebbenopgedaan en de kans richting een opleiding of werk is vergroot.18III. Versterken verbinding onderwijs en zorg Een sterke pedagogische basis is van belang voor iedere leerling, maar inhet bijzonder voor kinderen en jongeren met een ondersteuningsbehoefte.Hiervoor is een goede samenwerking en een integrale aanpak vanonderwijs en jeugd(gezondheids)zorg vereist. De ondersteuning,organisatie en financiering van onderwijs en zorg moet dus goed opelkaar aansluiten. Zodat zoveel mogelijk kinderen onderwijs kunnenvolgen, óók als de zorgondersteuning intensief is. Daarbij is het vanbelang dat scholen ondersteund worden bij het vroegtijdig signaleren enadresseren van problemen die meer zorggerelateerd zijn. Hierbij kunnenbestaande mogelijkheden volop worden benut. Zo is aan elke school nu alde jeugdgezondheidszorg verbonden, die signalen kan oppakken ensamen met onderwijspersoneel kan zorgen voor meer integraliteit bij hetbieden van ondersteuning op school. Maar meer is nodig. Het kabinetinvesteert in brugfunctionarissen (zie toelichting hieronder op p. 14) metals doel om gezinnen te ondersteunen, als schakel tussen school, hetaanbod in de wijk en zorg.Versterken verbinding onderwijs en zorg in het kortWe werken aan:•Verbeteraanpak Zorg in Onderwijstijd: (1) het aanpassen van wet-en regelgeving voor het collectiever en meer gezamenlijkorganiseren en financieren van zorg gedurende onderwijstijd, en(2) het ondersteunen van professionals bij afspraken over zorg enonderwijs.•Brugfunctionaris: een subsidieregeling voor ruim duizendscholen in het bo, vo, sbo en (v)so, om te investeren in eenschakel tussen de school, het gezin, de wijk en zorg, die gezinnenondersteunt en scholen en onderwijspersoneel ontlast.•Veilig Thuis-meldingen: het verbeteren van het gebruik van deMeldcode Huiselijk Geweld & Kindermishandeling door professi-onals in de school, onder meer door het bevorderen vandeskundigheid en het onderzoeken van een adviesplicht.18Kamerstukken II 2022/23, 35 034, nr. 23.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 4759 Verbeteraanpak Zorg in Onderwijstijd: collectiever en gezamenlijkorganiseren en financieren van zorg gedurende onderwijstijdNaar aanleiding van het onderzoeksrapport Naar collectieve financieringvan Zorg in Onderwijstijd19 is in 2023 een verbeteraanpak voor Zorg inOnderwijstijd (ZiO) opgesteld.20 Met deze stapsgewijze aanpak zorgen wevoor een collectieve, duurzame en eenvoudige organisatie en financieringvan ZiO binnen de huidige stelsels van Jeugdwet (Jw), Wet langdurigezorg (Wlz) en onderwijswetgeving. Het doel hiervan is dat leerlingen,ouders en professionals in het gespecialiseerd onderwijs meer rust enduidelijkheid in de klas ervaren, waardoor de kwaliteit van onderwijs kantoenemen. Daarnaast moet het meer duidelijkheid geven voor ouders,scholen en gemeenten die een gezamenlijke opgave hebben voor deorganisatie en financiering van jeugdhulp en zorg voor alle kinderen diedit nodig hebben terwijl ze op school zitten. Het toekomstbeeld daarbijblijft, zoals ook eerder aan uw Kamer gemeld, collectieve financieringzonder financiële schotten op de langere termijn.Sinds de zomer van 2023 zijn, conform de planning van de verbete-raanpak, ontwerptafels ingericht en hebben meerdere bijeenkomstenplaatsgevonden met experts vanuit bijvoorbeeld de jeugdhulp,gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden. Er is gesproken overde belangrijkste vraagstukken waar een oplossing voor nodig is om deverbeteraanpak van ZiO te realiseren.De huidige op individuele basis gerichte zorg en jeugdhulp is uiterstcomplex. Zo is het bijvoorbeeld lastig en tijdrovend voor ouders om eenbeschikking te krijgen voor hun kind voor jeugdhulp en langdurige zorgop school. Iedere gemeente heeft een eigen toegangsroute, processen enwerkwijze, de administratieve lasten zijn hoog en als er eenmaal een(tijdelijke) beschikking is afgegeven, is niet altijd een zorgaanbiederbeschikbaar of zijn er wachttijden. Daarnaast zorgt het individuele karaktervan de zorg en jeugdhulp voor onrust in de klas doordat vaak veelverschillende hulpverleners in het lokaal aanwezig zijn. Dit bemoeilijkt ookhet lesgeven. Zoals eerder aan uw Kamer gecommuniceerd21 zijn (onderandere) wijzigingen in wet- en regelgeving nodig om dit vraagstuk op telossen. De kern hiervan is om ZiO zoveel mogelijk collectief beschikbaar testellen en per school slechts door een beperkt aantal aanbieders aan telaten bieden.In de Jeugdwet willen we een verplichting opnemen waarmee jeugdhulpin onderwijstijd als vrij toegankelijke voorziening moet worden ingezetvoor in ieder geval cluster 3- en 4-scholen. Het lid De Hoop (GroenLinks-PvdA) heeft in zijn motie22 gevraagd om een uitbreiding van de verbete-ringen naar de overige onderwijsvormen. De afgelopen periode hebbenverschillende gesprekken met partijen uit het cluster 1- en 2-onderwijsplaatsgevonden, waaruit vergelijkbare problematiek blijkt. Waar mogelijk,zullen we de verbeteringen voor cluster 3- en 4-scholen daaromdoortrekken naar cluster 1- en 2-scholen. Ook is het streven wet- enregelgeving op het terrein van langdurige zorg zo aan te passen dat voorzorg in onderwijstijd in principe zorg in natura ingezet wordt en deze opschoolniveau wordt ingekocht. In uitzonderingsgevallen moet welmaatwerk kunnen worden toegepast (zorg in natura en pgb). Gelet daaropwordt voor de langdurige zorg onderzocht of regelgeving kan worden19Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 444.20Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nrs. 448 en 466.21Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 448.22Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 458.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47510 aangepast zodat verantwoording ook op school, in plaats van opindividueel niveau, plaatsvindt.Samenwerking bij de organisatie en inkoop van ZiO is nu te vrijblijvend enkost veel tijd voor alle betrokken partners, waardoor collectieve inzet opscholen moeilijk van de grond komt. Daarom gaan we in relevantewetgeving een afstemmingsverplichting opnemen, zodat voor allescholen samenwerkingsafspraken over ZiO worden gemaakt.Een belangrijke stap om tot samenwerkingsafspraken te komen bij deorganisatie en inkoop van ZiO, is te bepalen welke taken onder zorg (Wlz)en jeugdhulp (Jw) vallen en welke taken onder onderwijsondersteuning(vraagstuk van definiëring en afbakening). Over de meeste taken enverantwoordelijkheden bestaat duidelijkheid. Tegelijkertijd zijn er eenaantal taken en verantwoordelijkheden die zowel onder de onderwijs- alsde zorgwetgeving vallen, waardoor onduidelijkheid ontstaat. Voor dezesituaties wordt de komende tijd in ieder geval gewerkt aan eenhandreiking met richtlijnen voor definiëring (welke ondersteuning valtonder zorg in onderwijstijd) en afbakening (tussen zorgtaken (Wlz en Jw)en onderwijstaken). Ook wordt praktische ondersteuning ingericht die hetveld helpt bij de implementatie van de handreiking. Een voorbeeldhiervan is de inzet van het project Zorgarrangeurs, waarvoor aan destichting Onderwijsconsulenten ook in 2024 subsidie is verleend.Uiteraard wordt regelmatig bij het veld geïnventariseerd of de onder-steuning afdoende is of dat er aanvullende behoeftes zijn.Met de voorgestelde oplossingen zoals hierboven omschreven, wordtuitvoering gegeven aan de motie van de leden Ceder en Drost(ChristenUnie)23 waarin verzocht is te verkennen welke aanpassingen inwet- en regelgeving nodig zijn en tot die tijd het veld maximaal teondersteunen bij het bieden van collectieve zorg op school. De komendeperiode zal in het teken staan van verdere voorbereiding voor eenwetsvoorstel, de ontwikkeling van een handreiking en de inrichting vanpraktische ondersteuning in samenwerking met onderwijs- en zorgprofes-sionals.Een brugfunctie op school: ondersteuning voor scholen en gezinnenEen stabiele thuissituatie en betrokkenheid van ouders zijn essentieel voorde ontwikkeling van leerlingen op school. In het onderwijs zien wedaarom steeds meer scholen – bijvoorbeeld in Groningen, Zutphen,Maastricht en Rotterdam – die hier samen met gemeenten op inzettendoor te werken met een brugfunctie. Ook de ervaringen binnen delopende pilot van de Gelijke Kansen Alliantie zijn positief. In september2023 heeft uw Kamer een brief ontvangen over de uitwerking van deaangenomen motie om deze mooie initiatieven te verbreden.24Op 15 december 2023 is de driejarige subsidieregeling brugfunctionarisgepubliceerd. Met inzet van de brugfunctie kan een verbinding wordengelegd tussen het gezin thuis, het kind op school en – waar nodig – metprofessionals, instanties en partners in de wijk. Vanaf het schooljaar2024–2025 is subsidie beschikbaar zodat circa 15% van de scholen in hetbo, vo, sbo en (v)so met een brugfunctie kan werken. Het oorspronkelijkebudget van € 4,8 miljoen voor het (v)so bleek te laag om 15% van desector te bereiken. De subsidieregeling brugfunctionaris is daaromgewijzigd en het budget voor het (v)so is opgehoogd naar € 10,3 miljoen23Kamerstukken II 2022/23, 31 839, nr. 960.24Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VIII, nr. 265.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47511 voor de gehele duur van de regeling. Hiermee bereiken we in het (v)so,net als in de andere sectoren, circa 15% van de scholen.Vanaf 1 januari tot 16 februari konden scholen subsidie aanvragen. Zijhebben in april gehoord of de subsidie is toegekend. Er zijn meeraanvragen ingediend dan we kunnen toekennen. Deze overtekening is eenblijk van het belang van de inzet van de brugfunctie en de interesse daarinin het land. De overtekening op de regeling komt niet onverwachts. Hier isvooraf rekening mee gehouden door bij de toekenning te selecteren op deCBS- en CUMI-indicator25. Hier hebben we actief over gecommuniceerdzodat schoolbesturen bewust zouden kiezen voor welke scholen zij eenaanvraag indienen: de scholen die een brugfunctie het hardst nodighebben. Ook is de aanvraag kort en eenvoudig gemaakt, zodat schoolbe-sturen hier niet onnodig veel tijd aan kwijt zijn. De scholen met eensubsidie zijn druk bezig met de voorbereidingen zodat de brugfunctiona-rissen komend schooljaar aan de slag kunnen.26Naast de subsidieregeling starten we een onderzoek om een beter beeldte krijgen van de effecten van de brugfunctie, hoe deze functie zichverhoudt tot bestaande ondersteunende functies en wat succesfactorenzijn in de verschillende onderwijssectoren. Dit helpt ons om goedevoorbeelden te verspreiden, de werkzame elementen van de brugfunctiete borgen en na afloop van de subsidieregeling te bepalen hoe we hetbudget voor de brugfunctie richting de toekomst kunnen inzetten. Deeerste resultaten worden voor de zomer van 2025 verwacht.De veiligheid van leerlingen thuisWat leraren en ander onderwijspersoneel op school zien kan een signaalzijn dat er buiten school iets speelt met een leerling. Daarom hebbenonderwijsprofessionals een rol in het signaleren hiervan en als dat nodigis melden zij dit bij Veilig Thuis (VT). Het stappenplan in de Meldcode27Huiselijk Geweld & Kindermishandeling helpt hen hierbij. Correct gebruikvan de meldcode is belangrijk, bijvoorbeeld in het tegengaan vanonnodige VT-meldingen bij onenigheid over passend onderwijs(maatregel 12 uit de Verbeteraanpak). We hebben OuderverenigingBalans, het Landelijk Netwerk Veilig Thuis en Ouders & Onderwijsgevraagd een brochure te maken voor ouders en onderwijsprofessionalsmet informatie over wanneer het wel of juist niet raadzaam is te meldenbij Veilig Thuis en wat er gebeurt als een VT-melding wordt gedaan. Debrochure is naar verwachting dit najaar gereed.Daarnaast zijn we breder bezig met het verbeteren van het gebruik van demeldcode. Door de mogelijkheden van een adviesplicht bij gebruik van demeldcode te onderzoeken en door op deskundigheidsbevordering in tezetten. Met de adviesplicht stimuleren we dat professionals bijvermoedens van schadelijke praktijken altijd advies vragen voor eengoede afweging van de situatie. Met deskundigheidsbevordering zettenwe in op het beter herkennen van signalen, het bieden van handelingsper-spectief (zoals het bespreken van zorgen met ouders en leerlingen) en hetdoorbreken van handelingsverlegenheid onder professionals. Dekomende periode voeren we gesprekken met veldpartijen om het eersteconcept van het plan deskundigheidsbevordering te toetsen. Na de zomerinformeren we uw Kamer over het plan en de bijbehorende acties.25De CBS-indicator is een onderwijsachterstandsscore per school en de CUMI-indicator is eenscore op basis van het aantal leerlingen dat tot een culturele minderheid behoort.26https://www.dus-i.nl/subsidies/brugfunctionaris.27Een beschrijving van het stappenplan staat op Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47512 IV. Wachtlijsten gespecialiseerd onderwijs en plan van aanpak Uw Kamer heeft ons, met het aannemen van de motie van het lid Hagen(D66)28, opgeroepen om te komen tot een aanpak voor het terugdringenvan de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs en deze te verbindenaan de aanpak voor wachttijden in de jeugdzorg.De stijging van wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs zijn zeerzorgelijk, omdat het betekent dat er leerlingen zijn die niet op de gewensteschool terecht kunnen. De wachtlijsten zijn geen op zichzelf staandprobleem maar onderdeel van bredere maatschappelijke ontwikkelingenen de krapte in de gehele keten van kinderopvang, onderwijs en zorg. Ditblijkt uit het onderzoek Druk op de keten dat vorig najaar naar uw Kameris verzonden.29 Uit dat onderzoek blijkt ook dat het gebruik van onder-steuning toeneemt, het sterkst onder jonge kinderen van 4 tot 7 jaar. Dit isverontrustend, omdat het de kans vergroot dat de druk de komende jarenverder zal toenemen.Plan van aanpak wachtlijsten gespecialiseerd onderwijs inhet kortWe werken aan:•Korte termijnoplossingen: verspreiden van goede voorbeelden(van tussenvoorzieningen) om regulier en gespecialiseerdonderwijs beter op elkaar aan te laten sluiten.•Middellange termijnoplossingen: onderzoek naar het beterstroomlijnen van de aanmeldprocedure en tlv-afgifte zodatscholen beter kunnen anticiperen op de instroom.•Lange termijnoplossingen: er komt met de Ministeries SZW, OCWen VWS een geïntegreerd plan van aanpak voor de druk op deketen kinderopvang-onderwijs-zorg.«Quick fixes» bieden geen oplossingOp basis van peilingen van Oberon30 die in het voorjaar en najaar van2023 zijn gedaan31 en de resultaten van het rapport Druk op de ketenconcluderen we dat de problemen niet op te lossen zijn met «quick fixes».Sterker nog, we zien een groot risico dat het bestrijden van symptomenop de korte termijn zal leiden tot averechtse effecten op de langeretermijn.Zo veroorzaakt het meer verwijzen naar gespecialiseerd onderwijs binnende samenwerkingsverbanden een negatieve (financiële) spiraal. De groeivan het aantal leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs leidt binnen hetsamenwerkingsverband tot een lager beschikbaar budget voor onder-steuning van leerlingen in het regulier onderwijs, omdat samenwerkings-verbanden één ondersteuningsbudget ontvangen voor lichte en zwareondersteuning. Doordat de ondersteuning in het regulier onderwijs bijgroei van het gespecialiseerd onderwijs noodgedwongen wordtvermagerd, kunnen reguliere scholen minder leerlingen met ondersteu-ningsbehoeften opvangen, waardoor de vraag naar plekken in hetgespecialiseerd onderwijs weer verder toeneemt. Hierdoor nemen28Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VIII, nr. 21.29Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 990.30Over de resultaten van de najaarsmeting is uw Kamer eind vorig jaar geïnformeerd: Kamer-stukken II 2023/24, 31 293, nr. 711.31We blijven de komende jaren de ontwikkeling van de wachtlijsten in het gespecialiseerdonderwijs volgen via een monitor in het voorjaar en najaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47513 wachtlijsten toe en kunnen deze leerlingen in zowel regulier als gespeciali-seerd onderwijs geen passende plek vinden.Voor de zomer komen we samen met de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid met een beleidsreactie op het onderzoek Druk op deketen, waarbij aandacht is voor oplossingen op zowel de kortere als langetermijn. Ook zoeken onze ministeries in de volgende fase naar eenverbinding met de aanpak van de wachttijden binnen de jeugdzorg. In detussentijd kunnen scholen, gemeenten en samenwerkingsverbanden enandere betrokkenen al gebruik maken van de oplossingsrichtingen envoorbeelden van kansrijke initiatieven die genoemd worden in hetrapport. Hier staan we stil bij wat we nu al willen doen rondom hetterugdringen van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs.Opties om dekkend netwerk in regio’s op korte en middellange termijn teverstevigenDe urgentie van het probleem vraagt om daadkracht in het hier en nu. Dewet biedt al de mogelijkheid om indien nodig het (v)so-aanbod uit tebreiden via een nevenvestiging. Over de bekostiging en mogelijkhedenvan het oprichten van nevenvestigingen voor (v)so is in het voorjaar van2023 een brief aan uw Kamer verzonden.32 Omdat het tekort aanpersoneel en geschikte huisvesting het oprichten van nieuwe nevenvesti-gingen kan belemmeren, kan tijdelijke plaatsing op een bovenschoolsevoorziening van het samenwerkingsverband (bijvoorbeeld eenorthopedagogisch-didactisch centrum) een alternatief vormen. Vandaaruit kunnen scholen en samenwerkingsverbanden – in afstemmingmet jeugdzorg en gemeenten – toewerken naar instroom in regulieronderwijs.Een andere oplossingsrichting is het creëren van tussenvoorzieningen enhet dichter bij elkaar brengen van reguliere en speciale scholen. Opverschillende plekken in het land gebeurt dit nu al door het inrichten vanstartklassen, ondersteuningsklassen, trajectklassen of aanleunklassenbinnen reguliere scholen. Dit kan bijdragen aan de overgang vangespecialiseerd onderwijs naar regulier onderwijs, aan een laagdrem-pelige, thuisnabije start in het onderwijs en het voorkomen van thuis-zitten. Goede voorbeelden hiervan zijn de Flexklas in Rotterdam, waarjongeren tijdelijk in een aparte klas regulier onderwijs met extra onder-steuning krijgen; de Startklas van de Holendrechtschool, een kleuterklas ineen reguliere basisschool waar in samenwerking met een sbo-school deondersteuningsbehoeften worden onderzocht van leerlingen die nog niet«schoolrijp» zijn; en de VO+-klassen in de Duin- en Bollenstreek, die in eenaantal reguliere scholen zijn ingericht met expertise vanuit het vso. Wijzullen dit soort voorbeelden de komende periode actief verzamelen enverspreiden. Het dichter bij elkaar brengen van regulier en speciaalonderwijs past bovendien bij de ruimte die we binnen wet- en regelgevingmaken met de nieuwe experimenteerregeling Inclusieve leeromgeving(zie «Inclusief onderwijs» hieronder).De personeelstekorten in het speciaal basisonderwijs en (voortgezet)speciaal onderwijs zijn nog forser dan in het regulier onderwijs.33 Wevinden het daarom heel belangrijk dat er in de aanpakken van depersoneelstekorten extra aandacht is voor het gespecialiseerd onderwijs,en dat de scholen voor (v)so ook actief in de onderwijsregio’s betrokkenzijn. Sommige regio’s doen dit al. Zo krijgen leraren in het (v)so voorrangbij een sociale- of midden-huurwoning in Amsterdam. In het kader van de32Kamerstukken II 2023/24, 36 200 VIII, nr. 225.33Kamerstukken II 2023/24, 27 923, nr. 460.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47514 regionale aanpak lerarentekorten zullen we met de partijen bespreken hoehet (v)so een betere plek kan krijgen in de vorming van de onderwijsre-gio’s. Daarnaast zijn we, mede naar aanleiding van het onderwijsakkoordSamen voor het beste onderwijs, ook in gesprek met het veld over welkeaanpak in bredere zin nodig is voor de aanpak van de tekorten in hetgespecialiseerd en het praktijkonderwijs.Uit de peiling van Oberon naar de wachtlijsten blijkt ook dat scholen eenpraktisch knelpunt ervaren in de late aanmeldingen en verzoeken voortoelaatbaarheidsverklaringen (tlv). We onderzoeken daarom met de sectorde mogelijkheden om de aanmeldprocedure te vervroegen en detlv-afgifte te vereenvoudigen, waardoor scholen meer zicht krijgen op demogelijke instroom, en zij met het samenwerkingsverband tijdig naaralternatieve oplossingen kunnen zoeken voor leerlingen die mogelijk nietin het gespecialiseerd onderwijs geplaatst kunnen worden.Opties voor de langere termijn: focus op de voorkant van de ondersteu-ningsketenUit het onderzoek en de gesprekken met de sector blijkt duidelijk dat defocus moet liggen op het aan de voorkant laagdrempelig en thuisnabijbieden van de ondersteuning. Hiermee kan een verwijzing voorkomenworden en kan hulp zo veel mogelijk binnen de school geboden worden.Een schoolwisseling kan namelijk grote impact hebben op de ontwikkelingvan kinderen.Bij het vroeg signaleren van problemen zit een risico: als alleen ingezetwordt op maatregelen voor het ondersteunen van het «afwijkende» kindin het reguliere onderwijs, maar niet aan de brede leeromgeving passendmaken voor ieder kind, bestaat het risico dat er steeds meer hoogspecia-listische ondersteuning moet worden geleverd. Die is vaak nietvoorhanden en leidt tot verwijzen naar gespecialiseerd onderwijs. Daaromis het ook belangrijk dat er voldoende maatwerk kan worden geboden inde omgeving binnen de klas. Binnen deze leeromgeving is het belangrijkdat er voldoende ruimte is om af te wijken van de standaard in hetonderwijsprogramma, bijvoorbeeld door (deels) digitaal afstandson-derwijs, afwijken van de onderwijstijd en tempo en differentiatie in deleerstof. Via verschillende delen van de Verbeteraanpak PassendOnderwijs werken we aan het verruimen van de mogelijkheden voormaatwerk, zoals via het Actieprogramma Digitale School, het ExperimentOnderwijszorgarrangementen en bijbehorende wetstrajecten.34Op de lange termijn is het belangrijk de negatieve spiraal van meerverwijzingen naar gespecialiseerde scholen te doorbreken. De inzet opinclusief onderwijs sluit hierop aan: het creëren van inclusieve leeromge-vingen waarbij een multidisciplinair schoolteam de ondersteuning biedtdie nodig is om ervoor te zorgen dat alle leerlingen zich thuisnabij kunnenontwikkelen, leren en participeren zal de druk op het gespecialiseerdonderwijs verminderen.Reactie aanvraag Aandacht+Het samenwerkingsverband Aandacht+ heeft op 28 maart 2024 eenaanvraag gedaan voor aanvullende bekostiging. De vaste Kamercom-missie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft mij verzocht omruimschoots voor het Commissiedebat passend onderwijs te reageren opdit verzoek. Om beter inzicht te krijgen in de situatie is echter eerst eengesprek nodig. Dat helpt mij in het vormen van een goed en afgewogen34Kamerstukken II 2023/24, 31 497, nr. 471.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47515 oordeel. Daarom is hiervoor meer tijd nodig, en is reactie voorafgaandaan het commissiedebat niet mogelijk. Ik verwacht voor de zomer tereageren op de aanvraag. Ik zal hierover dan ook uw Kamer informeren.V. Inclusief onderwijs Inclusief onderwijs is onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren dichtbijhuis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een inclusieveleeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen en samen leren enparticiperen. Om zo de kansen voor alle kinderen te vergroten en bij tedragen aan een inclusievere samenleving. Met de evaluatie van passendonderwijs in 2020 is toegezegd dat we toewerken naar inclusieveronderwijs. In maart 2023 zijn de Contouren werkagenda route naarinclusief onderwijs 2035 aangeboden aan uw Kamer.35 Hiermee hebbenwe richting gegeven aan de beweging naar inclusief onderwijs en eeneerste uitwerking geschetst van de acties en maatregelen die nodig zijnvoor de beweging naar inclusief onderwijs in 2035. Zowel het onder-wijsveld als uw Kamer heeft gevraagd om concretisering. Het afgelopenjaar hebben we hier een vervolg aan gegeven. Daarnaast hebben weverder ingezet op het ondersteunen van voorlopers die stappen (willen)zetten richting inclusiever onderwijs, onder andere via het SteunpuntPassend Onderwijs.Stappen van inclusief onderwijs in het kortWe werken aan:•Stimuleren van voorlopers: het creëren van meer ruimte voorsamenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs met debeleidsregel Inclusieve leeromgeving.•Inzicht verkrijgen in benodigde voorwaarden: het uitwerken vanwat er nodig is voor goede ondersteuning en toerusting vanleraren en voor inclusieve onderwijshuisvesting.•Kennisdeling: het organiseren van landelijke themabijeenkom-sten, een ondersteuningsprogramma en betere informatievoor-ziening over inclusief onderwijs.Waar staan we nu?De ambitie voor inclusief onderwijs is het afgelopen jaar verder uitge-werkt in een beleidskader (zie bijlage 11). We hebben duidelijk gemaaktwat we onder inclusief onderwijs verstaan en wat de kenmerken zijn vaneen inclusieve leeromgeving die hiervoor op school nodig is. De realisatiehiervan draagt positief bij aan de verwezenlijking van de kinderrechtenzoals vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van hetKind36, en geeft aan alle betrokkenen een beeld van wat we met elkaarwillen bereiken. De verdere uitwerking van de ambitie vond plaats opbasis van beleidsontwikkelingen op (inter)nationaal niveau en met inputvan vertegenwoordigers van de onderwijs- en zorgpraktijk, weten-schappers en ervaringsdeskundige jongeren uit het regulier en gespeciali-seerd onderwijs. Om de input van jongeren goed mee te kunnen nemenhebben onze ambtenaren meerdere jongerenbijeenkomsten georgani-seerd, die hebben geleid tot de jongerenvisie Onze toekomst, onsonderwijs, die als bijlage bij deze brief is gevoegd (zie bijlage 12). Dejongerenvisie is vertaald in het beleidskader.35Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 446.36Bijvoorbeeld: er mag geen ongeoorloofd onderscheid gemaakt worden tussen kinderen (art.2),het belang van het kind moet voorop staan bij alle maatregelen die kinderen aangaan (art. 3),en het onderwijs moet voor ieder kind toegankelijk zijn (art. 29).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47516 Samenvatting van de ambitie voor inclusief onderwijs (uit hetbeleidskader)Inclusief onderwijs is onderwijs waarbij alle kinderen en jongerendichtbij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot eeninclusieve leeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen ensamen leren en participeren. Binnen een inclusieve leeromgevingzijn alle kinderen welkom op een school dichtbij huis. Er wordtvanuit een pedagogische basis gewerkt aan de brede ontwikkelingvan alle kinderen. Elk kind ontwikkelt zich, wordt gezien en hoorterbij. De kinderen leren met en van elkaar. Het schoolteam ismultidisciplinair en biedt de ondersteuning die nodig is om allekinderen onderwijs te bieden. De inclusieve leeromgeving istoegankelijk voor alle kinderen, leraren en ouders.Er is een groeiende groep voorlopers die stappen voorwaarts zet richtinginclusief onderwijs. Deze voorlopers laten zien dat er al heel veel mogelijkis en dat ze hier goede resultaten mee bereiken. Vanuit het groeifondspro-gramma Ontwikkelkracht wordt op dit moment gesproken met een aantalvoorlopers om te kijken of zij vanaf het schooljaar 2024–2025 in de rol van«expertschool» andere scholen kunnen helpen met het creëren van eeninclusieve cultuur op hun school.PraktijkvoorbeeldenBasisschool De Korenaar in Eindhoven werkt al tien jaar inclusief. Deschool bedient kinderen met en zonder ondersteuningsbehoeften,waaronder cluster 3- en 4-leerlingen. «Ieder kind is welkom en heeftrecht op goed onderwijs». De school heeft een multidisciplinair teamdat zich inzet voor goed onderwijs aan alle kinderen op school, enook een aanbod biedt buiten schooltijd. Er wordt daarbij goedsamengewerkt met het netwerk om de school heen. Ieder kind krijgtonderwijs op zijn eigen niveau. De leerkrachten geven aan datinclusief onderwijs zorgt voor minder werkdruk en meer werkplezier.Onderwijsconcept Eduwiek in Hoogeveen maakt sinds 2017 steedsinclusiever onderwijs mogelijk. In dit onderwijsconcept versterkenregulier en speciaal voortgezet onderwijs elkaar. Leerlingen metuiteenlopende ondersteuningsbehoeften – waaronder leerlingen uitcluster 2, 3 en 4, leerlingen met hoogbegaafdheid, nieuwkomersleer-lingen en leerlingen zonder ondersteuningsbehoeften – hebben baatbij deze samenwerking. Regulier en gespecialiseerd onderwijs zijngeïntegreerd in een toegankelijk en multifunctioneel schoolgebouw,gericht op ontmoeting en het zoveel mogelijk samen volgen vanonderwijs. Er is een centraal expertisecentrum binnen de school terondersteuning van zowel docenten als leerlingen. Sinds 2018 experimenteren scholen met samenwerking tussen regulier engespecialiseerd onderwijs. Het uitgangspunt is (op grond van debeleidsregel Experimenten samenwerking regulier en speciaal onderwijs)dat scholen intensief samenwerken om zo te komen tot een geïntegreerdeonderwijsvoorziening: een school waarin leerlingen met en zonder extraondersteuningsbehoefte onderwijs volgen in dezelfde klas. De resultatenvan de uitgevoerde experimenten zijn positief, zo blijkt uit onderzoek vande Rijksuniversiteit Groningen.37 Leraren leren van elkaar en leerlingenontwikkelen zich positief. Met een nieuwe beleidsregel, Inclusieveleeromgeving, zetten we een stap verder richting inclusief onderwijs doorsamenwerking ook op kleinere schaal mogelijk te maken. Zo wordt het37Geïntegreerde onderwijsvoorzieningen: zicht op ontwikkelingen, bevorderende en belemme-rende factoren en uitkomsten bij leerlingen en ouders (NRO, 2023).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47517 bijvoorbeeld laagdrempelig mogelijk om vanuit het gespecialiseerdonderwijs een ondersteuningsklas in te richten op een reguliere school.Naar verwachting publiceren we de nieuwe beleidsregel nog voor dezomer, zodat scholen er in het schooljaar 2024–2025 gebruik van kunnenmaken.Aanvullend op deze maatregelen organiseren we onder andere via hetSteunpunt Passend Onderwijs verschillende activiteiten ter inspiratie voorandere scholen en samenwerkingsverbanden. Dit doen we via «inclusie inthe SPOtlight»: werkbezoeken, themabijeenkomsten en de verspreidingvan inclusieve voorbeelden uit het land.38 Daarnaast is er een ondersteu-ningsprogramma via het Steunpunt voor scholen die stappen willenzetten richting inclusief onderwijs. Ook geven we een vervolg aan desamenwerking met jongeren, via periodieke jongerenbijeenkomsten eneen grote jongerenconferentie begin 2025. Ten slotte werken we aanbetere informatievoorziening voor scholen en samenwerkingsverbanden,onder andere over wat er binnen de huidige wet- en regelgeving allemaalal kan.39Wat zijn de vervolgstappen?De komende periode richten we ons op de verdere uitwerking van deplannen voor de aanpak richting 2035. Dit vraagt – mede met het oog opde lessen uit het proefschrift van Sharon Stellaard40, waarin de beleids-ontwikkeling op passend onderwijs- en jeugdzorggebied over deafgelopen vijftig jaar onder de loep genomen is – om een zorgvuldigebenadering. Hierin nemen we ook de lessen uit de evaluatie passendonderwijs mee. De beweging naar inclusief onderwijs gaat namelijk ietsvragen van ons allemaal en is niet vrijblijvend. Het heeft impact op onszorgsysteem en ons hele onderwijssysteem, inclusief de route van en naaronderwijs (waaronder de kinderopvang en de verbinding met hetvervolgonderwijs en de arbeidsmarkt). Zo vraagt inclusief onderwijs omveranderingen in wet- en regelgeving en toezicht dat hierop aansluit, zaler mogelijk een andere inrichting van bekostiging nodig zijn en heeftinclusief onderwijs impact op de onderwijshuisvesting. Hierbij willen webenadrukken dat zowel het regulier onderwijs als het gespecialiseerdonderwijs een opgave heeft in de beweging naar inclusief onderwijs. Desamenwerkingsverbanden passend onderwijs spelen hierin op veelplekken een belangrijke, initiërende rol. We vinden het belangrijk om dekomende periode de benodigde stappen zorgvuldig en gezamenlijk metalle partijen te doorlopen.De veranderingen die nodig zijn leiden begrijpelijkerwijs ook tot zorgen bijpartijen die zich afvragen of de ambitie voor inclusief onderwijs welhaalbaar is. Leraren vragen zich bijvoorbeeld af wat de gevolgen voor henzijn en hoe zij er, terwijl de werkdruk al hoog is, nog extra kinderen bijkunnen hebben. Deze zorgen nemen we serieus. Vanzelfsprekend moetende voorwaarden op orde zijn om inclusief onderwijs te kunnen bieden.Hierbij hebben we het in ieder geval over de ondersteuning van leraren inde klas, zowel vanuit onderwijs als vanuit zorg. De leraar kan en mag erniet alleen voor staan.Tegelijkertijd willen we benadrukken dat we met de beweging naarinclusief onderwijs niet alleen werken aan gelijke kansen voor allekinderen en jongeren. Het is ook een kans om de kwaliteit van onsNederlandse onderwijs- en zorgstelsel verder te verbeteren en uitda-gingen zoals de groeiende wachtlijsten, het aantal thuiszittende jongeren38Verrassend Passend | Inclusiever onderwijs in de praktijk – Steunpunt Passend Onderwijs.39https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inclusief-onderwijs40Boemerangbeleid, Sharon Stellaard, 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47518 en problemen rondom het leerlingenvervoer aan te pakken. Inclusiefonderwijs kan ook helpen bij het anders organiseren van het onderwijsom het lerarentekort aan te pakken. In een goed toegerust multidisci-plinair schoolteam kan de leraar zich meer focussen op zijn kerntaak enanderen inschakelen als er iets extra’s of anders nodig is.Zoals uitgewerkt in de Contouren werkagenda route naar inclusiefonderwijs 2035 kent de beweging naar inclusief onderwijs een gefaseerdeaanpak. Tot en met 2025 zetten we ons met betrokken partijen in voor hetondersteunen van voorlopers, het opbouwen en delen van kennis en hetstimuleren van inclusief onderwijs. Onderdeel van de kennisopbouw is, inieder geval, het hierboven genoemde onderzoek naar de ondersteuningen toerusting van leraren om passend en inclusief onderwijs te kunnengeven. Ook wordt op dit moment onderzocht wat de ambitie voor inclusiefonderwijs concreet betekent voor de eisen en aanpassingen aan onder-wijshuisvesting. We verwachten uw Kamer in het voorjaar van 2025 overde uitkomsten te kunnen informeren. De periode na 2025 staat in hetteken van het realiseren van de noodzakelijke voorwaarden en hetaanpassen van de (wettelijke) kaders. Dit is een grote opgave die inrelatief korte tijd moet worden gerealiseerd maar toch streven we ernaardat een belangrijk deel van de scholen in 2035 de overgang naar inclusiefonderwijs heeft gemaakt.Bij de uitwerking van de plannen voor de aanpak richting 2035 nemen weook de eerder in de contouren van de werkagenda gedefinieerde acties enmaatregelen mee. Daarnaast bezien we, in verbinding met gerelateerdeontwikkelingen, welke (aanvullende) stappen noodzakelijk zijn om deambitie voor inclusief onderwijs te kunnen realiseren. Als onderdeelhiervan bekijken we onder andere welke aanpassingen in wet- enregelgeving nodig zijn om tot inclusief onderwijs te komen en welkefinanciële middelen nodig zijn om de ambitie te realiseren. Hiermee gevenwe opvolging aan de in 2023 aangenomen moties van het lid Van Meenen(D66) (over de contouren van de wetgeving)41 en van de leden Westervelden De Hoop (GroenLinks-PvdA) (over de financiën).42 In 2025 informerenwe uw Kamer hier verder over. Bij de moties over de contouren van dewetgeving betrekken we ook het manifest van de actiegroep «Van vsonaar gvo», waarin wordt gevraagd om het huidige vso om te voren naargespecialiseerd voortgezet onderwijs (gvo) en het gvo te laten vallenonder de wetgeving en het cao van het voortgezet onderwijs. U vindt inbijlage 13 een reactie op dit manifest, zoals gevraagd met de commissie-brief met kenmerk 2021D42447.43Tot slotIeder kind moet onderwijs krijgen dat past, waar hij of zij zich kanontwikkelen en kan groeien. Om uiteindelijk ook mee te kunnen doen inde maatschappij. We realiseren ons dat we dit alleen samen kunnenbereiken en we weten dat alle betrokkenen bij passend onderwijs envoorlopers op het gebied van inclusief onderwijs zich hier voor inzetten.Al die duizenden mensen die elke dag keihard werken om de leerlingenhet onderwijs, de extra aandacht, de ondersteuning en de zorg te gevendie ze verdienen. Zij verdienen onze waardering. Want alleen dankzij de41Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 460.42Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 462.43Kamerstukken II 2021/22, 31 293, nr. 615.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47519 leraren, intern begeleiders, ondersteunend personeel op de school,zorgverleners, schoolleiders, schoolbesturen en samenwerkingsver-banden krijgen die leerlingen het onderwijs dat ze verdienen.De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,M.L.J. PaulDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. van OoijenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47520

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3aadf01f632fdb33

14 okt 2026 · 5a71a9d4d5a44a48

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.