KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over Uitkomst verwervingsvoorbereidingsfase vervanging onderzeebootcapaciteit (Kamerstuk 34225-52)

16 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5271b5fabb1c6557 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202434 225Toekomst van de Nederlandse onderzeedienstNr. 55 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 16 mei 2024 De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegdaan de Staatssecretaris van Defensie over de brief van 15 maart 2024inzake uitkomst verwervingsvoorbereidingsfase vervanging onderzee-bootcapaciteit (Kamerstuk 34 225, nr. 52).De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 16 mei2024. Vragen en antwoorden, voorzien van een inleiding, zijn hiernaafgedrukt.De voorzitter van de commissie,De RoonAdjunct-griffier van de commissie,Manten kst-34225-55ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 551 InleidingDe antwoorden op de vragen 7, 11, 19, 23, 30, 38, 46, 47, 48, 49, 56, 57, 61,73, 74, 82, 83, 95, 96, 109, 122, 128, 129, 135, 151, 155, 156, 157, 158, 176,182, 187 bevatten (commercieel) vertrouwelijke informatie en zijn separaatter vertrouwelijke inzage beschikbaar gesteld1.Vragen en antwoorden1.Hoe staat uw uitspraak dat er in de offerte van Naval Groupsprake is van brede betrokkenheid van de Nederlandse defensie-en veiligheid gerelateerde technologische industriële basis(NLDTIB) in verhouding tot uw uitspraak dat er honderdenmiljoenen, ten opzichte van een order van 5,6 miljard euro, naarNederlandse bedrijven zal vloeien? Kunt u zo gedetailleerdmogelijk aangeven op welke manier en waar deze miljoenen de«supply chain» van Nederland versterken?De Nederlandse defensie-industrie kan een bijdrage leveren aan hetontwerp, de ontwikkeling en de bouw van onderzeeboten. Dit geldt echtervoor een beperkt deel van de gehele onderzeeboot. Zoals gemeld in devoortgangsrapportage op 1 april 2022 (Kamerstuk 34 225, nr. 35), is uit dedialoogrondes inzichtelijk geworden dat naar het zich laat aanzien eendeel van de door Defensie geïdentificeerde kritieke systemen (opcomponentenniveau) door Nederlandse bedrijven kunnen wordengeleverd. Er is kennis op het gebied van onderzeeboten aanwezig maarNederlandse bedrijven hebben decennia geen onderzeeboten gebouwden het bedrijf dat de Walrusklasse onderzeeboten heeft gebouwd bestaatniet meer. Daarnaast bestaat een onderzeeboot uit een heel groot aantalsubsystemen en componenten die in de totale waarde van een onder-zeeboot zijn verankerd. Hierdoor is de totale waarde van de Nederlandsebetrokkenheid afgezet tegen de totale waarde van de onderzeeboot niet tevergelijken met bijvoorbeeld de bouw van oppervlakteschepen.Naval Group betrekt een brede groep van Nederlandse bedrijven enkennisinstituten. Het gaat om een combinatie van grote bedrijven,mkb-bedrijven, innovatieve high-tech bedrijven en kennisinstituten. DeIndustrial Cooperation Agreement (ICA) van Naval Group levert eenwezenlijke versterking op van de Nederlandse Defensie Technologische enIndustriële Basis (NLDTIB) op het gebied van het ontwerp, de ontwikkelingen de bouw van onderdelen en subsystemen van de onderzeebotenwaaronder kritieke systemen van de onderzeeboot, maar ook systemenvoor bovenwaterschepen die Naval Group bouwt voor andereopdrachtgevers.De precieze waarde van de orders per bedrijf kan op dit moment nietworden overlegd omdat de contracten tussen Naval Group en Neder-landse toeleveranciers nog in onderhandeling zijn. Nederlandse bedrijvenzullen worden betrokken bij staal- en modulebouw (Royal IHC), platform-automatisering (RH Marine), akoestische bekleding (Bolidt), energiehuis-houding (RH Marine), hydraulische systemen (Van Halteren Technologies),composietstructuren (Solico), detectie (Optics11), filtersystemen(Hatenboer), koudwatermakers (Heinen&Hopman of Van HalterenTechnologies), trimsystemen (Bolidt), pompen (Combimac) en IntegratedLogistics Support (Verebus).1Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt TweedeKamerTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 552 2.Wat was voor het kabinet de reden om in november 2019 tekiezen voor een open aanbestedingsprocedure? Zijn hier in eenlater stadium redenen aan toegevoegd? Zo ja, welke en wanneer?Met de B-brief van 13 december 2019 (Kamerstuk 34 225 nr. 24) is deTweede Kamer geïnformeerd over de verwervingsstrategie voor hetprogramma vervanging onderzeebootcapaciteit. Hierbij is op grond vaneen wezenlijk nationaal veiligheidsbelang artikel 346 van het Verdragbetreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) gebruikt.Artikel 346 VWEU stelt EU-landen, in dit geval Nederland, in staat om bijoverheidsaankopen af te zien van een openbare Europese aanbesteding.Het kabinet heeft gekozen voor een verwerving in concurrentie waaraandrie geselecteerde buitenlandse kandidaat-werven konden deelnemen.Zoals toegelicht in de beantwoording van vragen over de B-brief(Kamerstuk 34 225 nr. 25), heeft het kabinet hiervoor gekozen omdatNederland niet beschikt over een zelfscheppende onderzeebootbouwin-dustrie om zelfstandig een onderzeeboot volledig te ontwerpen enbouwen. Door verschillende kandidaat-werven te laten deelnemen, konDefensie verschillende aanbiedingen vergelijken en zodoende de besteprijs-kwaliteit verhouding en gunstige contractvoorwaarden afdwingen.Dit gold nadrukkelijk ook voor de invulling van aspecten uit de DefensieIndustrie Strategie (DIS) en risicobeheersing. Deze uitgangspunten zijngedurende de verwervingsvoorbereidingsfase hetzelfde gebleven. Overde uitkomsten van de verwervingsvoorbereidingsfase is uw Kamer met deD-brief van 15 maart jl. geïnformeerd.3.Zijn er in de achterliggende periode in aanloop van of tijdens deaanbestedingsprocedure door de werven betrokken bij deaanbesteding of door de Nederlandse overheid toezeggingengedaan die niet bekend zijn geworden bij de Tweede Kamer? Zoja, welke en aan wie?Nee, dat is mij niet bekend.4.Wat zijn de gevolgen van de voorlopige gunning aan de Fransewerf Naval voor de samenwerking op maritieme basis in Noord-Europa? Betekent dit dat deze samenwerking niet of nauwelijksmeer zal plaatsvinden?65.Kunt u de wezenlijke strategische verandering gezien de eerderenauwe samenwerking met de Noordelijke NAVO-landen duiden?Waarom is de keuze voor Naval op dit punt de beste en waarom isdie keuze beter dan een keuze voor Saab-Damen, nu juist diecombinatie gaat om de Noordelijke NAVO-landen?De drie kandidaat-werven zijn alle gevestigd in landen die lid zijn vanzowel de NAVO als de EU. Zowel Duitsland, Frankrijk als Zweden zijnbelangrijke samenwerkingspartners voor Defensie. In de onderzoeksfaseis met het oog op de onderzeebootvervanging beoordeeld wat demogelijkheden zouden zijn voor verdieping van de samenwerking met delanden van de beoogde kandidaat-werven. Defensie heeft in de verwer-vingsvoorbereiding geen aanleiding gezien om van de mogelijkhedenvoor samenwerking een gunningscriterium te maken.Defensie streeft ernaar om de relatie met Frankrijk te onderhouden enwaar opportuun verder te verdiepen. Zo zijn er op het gebied vanmateriële samenwerking projecten gaande voor de aanschaf van nieuweTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 553 helikopters voor de Special Operations Forces (SOF). En er is sprake vansamenwerking naar aanleiding van het gezamenlijke project met Belgiëvoor de verwerving van nieuwe mijnenbestrijdingscapaciteit. Wanneer devoorlopige gunning van de order voor vier nieuwe onderzeeboten aan deFranse werf Naval Group definitief wordt, zal dat een nauwere materieel-samenwerking betekenen met Frankrijk.Dit doet niets af aan het belang van de maritieme samenwerking metonder meer de Noord-Europese landen. Denemarken, Duitsland, Finland,Nederland, Noorwegen en Zweden hebben op 7 december 2023 eenMemorandum of Understanding (MoU) ondertekend over samenwerkingbij de bouw van maritiem materieel (Northern Naval Capability Coope-ration – NNCC). De NNCC-landen bekijken momenteel mogelijkheden vooreen breed scala aan concrete samenwerkingsmogelijkheden.5.Waarom is er gekozen voor een strategische samenwerking metFrankrijk op het terrein van de bouw van schepen/boten voor deKoninklijke Marine? Komt hierdoor de continuïteit van deNederlandse marinebouw niet in gevaar, die in de sectoragendavoor de Maritieme Maakindustrie van het kabinet van grootbelang voor onze strategische autonomie wordt geacht?16.Hoe verhoudt de gunning aan de Franse werf Naval zich tot deinhoud van de ambitieuze sectoragenda «No guts, no Glorie»over het belang van de Nederlandse maritieme maakindustrie ende actielijn daarin onze vitale nationale belangen zwaarder meete wegen bij inkooptrajecten van de overheid met een zo grootmogelijke betrokkenheid van de Nederlandse maritieme maakin-dustrie?17.Hoe is invulling gegeven aan het voornemen vanaf het begin vanhet besluitvormingsproces te sturen op het zoveel mogelijkrichten van de toekomstige vervangingsprojecten van de Marineen de Rijksrederij op onze maritieme maakindustrie?24.Loopt de OEM-positie van de Damen-werf bij de bouw vanoppervlakteschepen in de toekomst gevaar door de voorlopigegunning van de onderzeebootorder aan de Franse werf Naval?Kan Naval bijvoorbeeld via IHC meedingen bij de aanbestedingvan de vervanger van het luchtverdedigings- en commandofregat(LCF)? Verzwakt dit de positie van de Nederlandse marinebouwniet binnen Europa?85.Loopt de zelfscheppendheid van de Nederlandse marinebouw inde toekomst gevaar door de voorlopige gunning van de onderzee-bootorder aan de Franse werf Naval Group, gezien de verre-gaande samenwerking met Frankrijk op materieelgebied zoalsbenoemd in de D-brief? Hoe bent u van plan te voorkomen datNaval Group meedingt bij de aanbesteding van de vervanger vanhet luchtverdedigings- en commandofregat (LCF)?De komende vijftien jaar vervangt de Koninklijke Marine naast deonderzeeboten bijna alle grote bovenwaterschepen, verschillendeondersteunende vaartuigen en de operationele vaar- en voertuigen vanhet Korps Mariniers. Expliciet is hierbij aangegeven dat de vervanging vande onderzeeboten een eigen, al langer lopend traject volgt (Kamerstuk27 839, nr. 423).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 554 De Ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Infrastructuur enWaterstaat (IenW) en Defensie hebben met de maritieme sector afsprakengemaakt in de «Sectoragenda Maritieme Maakindustrie» (Kamerstuk31 409, nr. 423). De Sectoragenda valt samen met het begin van eenomvangrijk investeringsprogramma van Defensie in materieel voor demarine. Defensie draagt met deze miljardeninvesteringen nadrukkelijk bijaan versterking van de sector en beoogt daarbij een partnerschap met desector dat niet alleen de bouw van marineschepen omvat maar ookinfrastructuur, personeel, kennisontwikkeling en innovatie, en onderhoud.Zoals gemeld in de brief over Defensie en de Nederlandse maritiememaakindustrie (Kamerstuk 27 830 / 31 409, nr. 423), is voor Defensie demaritieme maakindustrie de leverancier bij uitstek van marineschepen. Indit kader vestigt de brief de aandacht op tal van projecten, waaronder devervanging van de LC-fregatten en de vervanging van de LandingPlatform Docks en Oceangoing Patrol Vessels, de vervanging vanhulpvaartuigen, en de investering in innovatieve schepen voorbescherming van de Noordzee. In deze trajecten komt de in desectoragenda beschreven ambitie tot uitdrukking om het belang vanversterking van de maritieme maakindustrie nadrukkelijker te latenmeewegen bij maritieme investeringsprogramma’s van de overheid. In debrief komt ook tot uitdrukking dat Defensie voor maritieme capaciteitennauw samenwerkt met Europese partners. België en Nederland hebben demarines verregaand geïntegreerd met identieke schepen voor mijnenbe-strijding en fregatten voor onderzeebootbestrijding. Daarnaast onderzoektNederland in het kader van NNCC een breed scala aan concrete samen-werkingsmogelijkheden met Denemarken, Duitsland, Finland, Noorwegenen Zweden.Door vroegtijdig te communiceren over investeringsprojecten en desamenhang daartussen, stelt Defensie de sector in staat zich beter tepositioneren en kan Defensie de eigen investeringen beter plannen doorrekening te houden met de capaciteiten van de industrie. In dit kader isbijvoorbeeld in de A-brief over de vervanging van de LCF-fregatten enbewapening maritieme lucht- en raketverdediging (Kamerstuk 27 830,nr. 426) gemeld dat Defensie voornemens is de Nederlandse maritiemesector in te schakelen onder artikel 346 VWEU. Dit is momenteel hetgrootste materieelproject van Defensie, waarbij wordt ingezet op eenaanbesteding zonder concurrentiestelling. Hiervoor zal Defensie desamenwerking zoeken met Damen Naval en Thales NL en daarnaast metde bredere defensie-industrie. Damen Naval is in beeld voor het scheeps-platform en Thales NL is in beeld voor het radar- en vuurleidingssysteem.In de brief over de Nederlandse maritieme maakindustrie is toegelicht dathet al langer lopende programma voor de onderzeebootvervanging opwezenlijke punten afwijkt van andere maritieme (vervangings-)projectenomdat Nederland niet meer beschikt over zelfscheppende onderzee-bootbouw. Het kabinet heeft aan het eind van de onderzoeksfase gekozenvoor een verwerving in concurrentie, waaraan drie buitenlandsekandidaat-werven deelnemen. Zoals toegelicht in de D-brief, biedt deofferte van Naval Group over het geheel bezien de beste balans watbetreft het beste product voor de beste prijs, risicobeheersing en dewaarborging van het wezenlijk nationaal veiligheidsbelang en destrategische autonomie. Naval Group voldoet ruimschoots in de matewaarin Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen worden betrokken inontwerp, productie, assemblage en integratie van de kritieke systemen.Het industriële samenwerkingsvoorstel (ICA) van Naval Group levert eenwezenlijke versterking op van de NLDTIB op het gebied van het ontwerp,de ontwikkeling en de bouw van onderdelen en subsystemen van deonderzeeboten waaronder kritieke systemen van de onderzeeboot, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 555 ook systemen voor bovenwaterschepen die Naval Group bouwt voorandere opdrachtgevers. Met de leveringsovereenkomst wordt vastgelegddat Defensie de kennis, rechten en middelen verkrijgt voor de positio-nering van de Directie Materiële Instandhouding (DMI) in Den Helder(regierol), zodat Defensie zelf Nederlandse bedrijven kan inschakelen bijde instandhouding. De instandhouding op termijn zal geschieden onderregie van de DMI, waarbij Defensie zelf bedrijven en kennisinstellingen zalbetrekken bij de instandhouding.6.Is er bij de beoordeling van de puntenscore voor de deelnemendewerven gebruikgemaakt van een «multiplier»? Zo ja, op welkewijze? Wie heeft opdracht gegeven deze «multiplier» te hanterenvoor wat betreft de puntentelling?In het gunningsmodel van Defensie is niet gebruik gemaakt van een«multiplier». Dit instrument wordt door EZK gehanteerd bij de beoor-deling van ICA-voorstellen en is hier ook toegepast.7.In hoeverre is de prijs van doorslaggevend belang geweest bij dekeuze? Is dit belang gedurende het aanbestedingstraject noggroter geworden als gevolg van autonome prijsstijgingen doorexterne factoren? Was het daardoor in feite onmogelijk om eenlage prijs te evenaren door het bieden van een kwalitatief betereboot en/of door een grotere Nederlandse industrieparticipatie?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.8.In hoeverre is door het grote belang van de prijs in de weging eencommerciële werf bij voorbaat kansloos in vergelijking met eenstaatsgesteunde werf? In hoeverre is deze overweging meege-nomen gedurende de beslissingscriteria?25.In hoeverre is tijdens de procedure getoetst of hier sprake is vanoneerlijke concurrentie door een Frans staatsbedrijf?66.Kunt u toelichten of er in de procedures is meegewogen datstaatsbedrijven voordelen hebben op het gebied van het nemenvan financiële risico’s? Zo ja, hoe zijn deze voordelen in deafweging van de offertes gemitigeerd?67.Kunt u toelichten waarom er, ondanks de voordelen van staatsbe-drijven op het gebied van garanties en financiële risico’s diekunnen leiden tot een groot prijsverschil, volgens u geen reden isvoor een onderzoek naar een gelijk speelveld?De drie kandidaat-werven zijn alle gevestigd in een EU-lidstaat. Ditbetekent dat de werven en de overheden van de drie betreffende landengebonden zijn aan dezelfde EU-wetgeving die er toe strekt om marktver-storende staatssteun uit te bannen. De Europese staatssteunregels zorgenervoor dat ondernemingen niet zonder meer financieel ondersteund ofbevoordeeld kunnen worden door overheden. De Europese Commissie is– onder toezicht van het Hof van Justitie – exclusief bevoegd ten aanzienvan de toetsing van de verenigbaarheid van staatssteun van EU-lidstatenmet de Europese regels. Defensie is geen toezichthouder en moet bij hetbetreden van de markt dus afgaan op de oordeelsvorming van deEuropese Commissie. In dit kader was er bij de selectie van de kandidaat-werven geen rechtvaardiging om één van de drie kandidaat-werven uit teTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 556 sluiten van inschrijving en hetzelfde geldt voor het doorlopen trajectsindsdien.Indien een inschrijving voor een opdracht abnormaal laag lijkt inverhouding tot de te verrichten werken, leveringen of diensten, kan deaanbestedende dienst de inschrijver verduidelijkingen over de samen-stelling van de inschrijving vragen. Defensie heeft gedurende dedialoogfase in verschillende stadia om een prijsindicatie gevraagd. Deantwoorden gedurende de dialoogfase en de prijsinformatie in deingediende offertes hebben geen aanleiding gegeven verduidelijkingenhieromtrent te vragen. Het beoordelingsproces is daarbij door Defensie opeen zodanige manier ingericht en gevolgd dat de integriteit van hetproces, het gelijke speelveld en de herleidbaarheid van oordelen,beslissingen en waarderingen zijn gewaarborgd (Kamerstuk 34 225,nr. 47).9.Kunt u een opsomming geven van de projecten die Naval Groupen/of zijn voorganger DCNS in de laatste 25 jaar op tijd en binnenbudget heeft opgeleverd? En welke niet?14.Kunt u een opsomming geven van de projecten die Damen Navalin de laatste 25 jaar op tijd en binnen budget heeft opgeleverd?En welke niet?Dat is niet mogelijk omdat dergelijke informatie niet wordt bijgehouden.10.Kunt u een vaststaande opsomming geven van de geverifieerdebetrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij de assistentie vande bouw door de Franse werf Naval? Zo nee, waarom niet enwanneer is die duidelijkheid er wel?22.Heeft de commissaris militaire productie (CMP), werkzaam voorhet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Nederlandsebedrijven bezocht die worden genoemd in de drie voorstellen?Heeft het Ministerie van EZK zich de «hardheid» van de indus-triële opvolging nagetrokken?EZK heeft regulier contact met Nederlandse bedrijven in de defensie-industrie, ook over de vervanging van de onderzeeboten en de rol dieNederlandse bedrijven hier in (kunnen) spelen. EZK kan echter geencontact hebben met Nederlandse bedrijven over de precieze reikwijdte enfinanciële waarde van de activiteiten in de ICA omdat deze nog niet zijngecontracteerd. EZK kan zich ook niet mengen in de onderhandelingentussen de werf en de Nederlandse bedrijven over hun offertes enaanbiedingen. Daarnaast heeft EZK een non-disclosure agreement metNaval Group getekend waardoor het niet mogelijk is om dit soort zaken indetail met Nederlandse bedrijven te bespreken.In de ICA-voorstellen staan de activiteiten tussen de kandidaat-werven ende Nederlandse defensie-industrie die de kandidaat-werven toezeggen tegaan uitvoeren. Bij iedere activiteit staat de beschrijving, de Nederlandsepartner en de financiële waarde van de activiteit. De kandidaat-werfcommitteert zich aan iedere individuele activiteit voor de opgegevenwaarde. De financiële toezeggingen in de ICA zijn harde toezeggingen endaarom is het ook niet nodig deze een-op-een met Nederlandse partijen teverifiëren. Na ondertekening van de ICA worden de harde toezeggingenjuridisch bindend. De ondertekening van de ICA met de winnende werf zalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 557 naar verwachting vlak voorafgaand aan of tijdens de tekening van deleveringsovereenkomst geschieden.11.Wat is de omvang van de toegezegde betrokkenheid van deNederlandse industrie bij de bouw door Naval?De totale waarde van de toegezegde betrokkenheid van de Nederlandseindustrie die via de Industrial Cooperation Agreement (ICA) wordtvastgelegd bedraagt enkele honderden miljoenen. Als percentage van deofferteprijs is dit nagenoeg gelijk aan de toegezegde betrokkenheid van deNederlandse industrie bij de ingediende offerte en ICA van SaabKockums. In de vertrouwelijke bijlage wordt dit nader onderbouwd.12.Hoe ziet u de bredere toekomstige (veiligheids)samenwerkingmet Frankrijk concreet voor zich? Waar zou die uit moetenbestaan?Frankrijk is een strategische partner van Nederland en een belangrijkeNAVO- en EU-bondgenoot. Het land behoort voor Defensie al geruime tijdtot de strategische partners waarmee intensievere samenwerking wordtnagestreefd. Zo zijn er op het gebied van materiële samenwerkingprojecten gaande voor de aanschaf van nieuwe helikopters voor deSOF-eenheden. En er is sprake van samenwerking naar aanleiding van hetgezamenlijke project met België voor de verwerving van nieuwe mijnen-bestrijdingscapaciteit en de gezamenlijke aanschaf met meerdereEU-partnerlanden van de multirole tanker-transport (MRTT) vliegtuigen.Daarnaast zijn Frankrijk en Nederland betrokken bij verschillende EDF-onderzoeksprojecten op het gebied van veiligheid. De militaire samen-werking van de afgelopen jaren omvatte missies in de Sahel-landen,waaronder Mali. Zowel Frankrijk als Nederland zien het belang vanlangdurige Europese militaire samenwerking om gezamenlijk op te tredentegen dreigingen zoals in de huidige oorlog in Oekraïne. Beide landenhebben zich dan ook gezamenlijk ingespannen voor leveringen vanmaterieel en het verzorgen van opleidingen voor de Oekraïense krijgs-macht. De toekomstige veiligheidssamenwerking zal voortbouwen op dehuidige bilaterale en multilaterale samenwerking. De beoogde materieel-samenwerking met Frankrijk zal, naar aanleiding van het te sluiten MoUvoor de levering van de nieuwe onderzeeboten, een strategisch karakterkrijgen. Deze samenwerking kan een opstap bieden naar meer operati-onele samenwerking op onderzeebootgebied.13.In hoeverre zijn de opgaven over de daadwerkelijke betrok-kenheid van Nederlandse bedrijven in de industriële samenwer-kingsovereenkomsten (ICA) daadwerkelijk gecheckt bij diebedrijven? Wat is het aandeel Nederlandse manjaren in debiedingen van de drie werven?Zie het antwoord op vraag 10. Wat betreft het aandeel Nederlandsemanjaren kan het volgende worden gemeld: in de industriële samenwer-kingsovereenkomsten worden de activiteiten tussen werf en Nederlandseindustrie kwantitatief en kwalitatief beschreven. De industriële samenwer-kingsovereenkomst dient, conform de doelen van de DIS, een bijdrage televeren aan de versterking van de wezenlijke nationale veiligheidsbe-langen. Als afgeleide hiervan wordt met de industriële samenwerkings-overeenkomst ook een belangrijke economische impuls gegeven aan dedefensie-industrie en het bredere maritieme ecosysteem. Wat dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 558 impuls, bijvoorbeeld uitgedrukt in het aantal manjaren, precies is kan opvoorhand niet worden gezegd.14.Kunt u een opsomming geven van de projecten die Damen Navalin de laatste 25 jaar op tijd en binnen budget heeft opgeleverd?En welke niet?Zie het antwoord op vraag 9.15.Hoe is het track record van Naval meegewogen in het gunnings-traject, denk aan de déconfiture van de verwerving van 12Australische boten en andere casussen?18.Hoe is het feit dat Naval Group’s laatste onderzeebootproject, deBarracudaklasse, bijna 25 jaar besloeg tot oplevering van deeerste boot in het gunningstraject? Wat betekent dit voor delevertermijn van de nieuwe onderzeeboten? Hoe weet u zeker datde boten binnen de gestelde termijn worden opgeleverd?50.In hoeverre is de aanbesteding van de vier onderzeeboten bijNaval Group te vergelijken met de mislukte order van Australiëmet betrekking tot de onderzeeboten?51.Kunt u garanderen dat bij de gunning aan het Franse Naval Groupniet dezelfde contractuele problemen zullen opspelen, zoals degeraamde kosten die al verdubbeld bleken te zijn voordat debouw feitelijk begon en dat de beloofde industriële samen-werking niet geëffectueerd werd, omdat er in Australië geengeschikte bedrijven zouden zijn? Kunt u gedetailleerd toelichtenwelke waarborgen hiertoe zijn getroffen? Welke mate vanjuridische houdbaarheid hebben die waarborgen? Kunt u op ditpunt tevens een garantie van de landsadvocaat overleggen om dejuridische houdbaarheid te ondersteunen?112.Hoe zal Defensie ervoor zorgen dat de kosten van het Neder-landse onderzeebotenproject niet dezelfde stijging ondergaan alshet Shortfin Barracuda-project voor Australië, dat oorspronkelijkbegon met een begroting van 50 miljard Australische dollar enuiteindelijk toenam tot 90 miljard Australische dollar voordat hetwerd geannuleerd?117.In hoeverre zijn de ervaringen in Australië, zoals gemeld doorvoormalig Minister-President Scott Morrison en Naval GroupAustralia directeur John Davis, waarbij de order van Naval inAustralië zowel qua tijdlijn en budget buiten de perken liep en desamenwerking met lokale industrie werd afgeschaald, meege-wogen in de gunning van het Nederlandse onderzeebootpro-gramma, gezien het feit dat u aangaf dat er tijdens de AUKUS-samenwerking lessen zijn meegenomen door een gezant naarAustralië?Ervaringen en lessons learned vanuit het Australische onderzeebootpro-gramma zijn meegenomen in de besluitvorming ter voorbereiding op deofferteaanvraag. Dit behelst onder meer het maken van afspraken omtrentde invoering van een instandhoudingskostenmodel en het vastleggen vanafspraken met de Franse overheid (MoU). De leveringsovereenkomstdwingt Naval Group om binnen de gecontracteerde kaders van product,tijd en geld te blijven, waarbij Defensie de voortgang blijft monitoren enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 559 erop toeziet dat wordt voldaan aan de gestelde eisen. De productie-planning van de winnende werf zal contractueel worden vastgelegd. Opbasis van deze contractueel vastgelegde planning moeten uiterlijk tienjaar na tekening van de leveringsovereenkomst de varende beproevingenvan de tweede boot zijn voltooid. Belangrijk hierbij is dat het moment vancontracttekening het startpunt vormt van de geactualiseerde planning. Ditmoment is voorzien rond de zomer, na de parlementaire behandeling vande D-brief.De keuze van Australië voor het trilateraal veiligheidspartnerschapAUKUS en daarmee de verdieping van de veiligheids- en defensiesamen-werking tussen de drie betreffende landen, waaronder op onderzeeboot-gebied, is een strategische keuze in de gewijzigde geopolitieke context(Kamerstuk 35 925, V nr. 8 van 25 oktober 2021). Andere of aanvullendeargumenten voor het beëindigen van het contract met Naval Group zijnniet met Defensie gedeeld in de contacten met Australische counterparts.16.Hoe verhoudt de gunning aan de Franse werf Naval zich tot deinhoud van de ambitieuze sectoragenda «No guts, no Glorie»over het belang van de Nederlandse maritieme maakindustrie ende actielijn daarin onze vitale nationale belangen zwaarder meete wegen bij inkooptrajecten van de overheid met een zo grootmogelijke betrokkenheid van de Nederlandse maritiememaakindustrie?Zie het antwoord op vraag 5.17.Hoe is invulling gegeven aan het voornemen vanaf het begin vanhet besluitvormingsproces te sturen op het zoveel mogelijkrichten van de toekomstige vervangingsprojecten van de Marineen de Rijksrederij op onze maritieme maakindustrie?Zie het antwoord op vraag 5.18.Hoe is het feit dat Naval Group’s laatste onderzeebootproject, deBarracudaklasse, bijna 25 jaar besloeg tot oplevering van deeerste boot in het gunningstraject? Wat betekent dit voor delevertermijn van de nieuwe onderzeeboten? Hoe weet u zeker datde boten binnen de gestelde termijn worden opgeleverd?Zie het antwoord op vraag 15.19.Wat is de contractuele verplichting van de ICA voor de Neder-landse maritieme industrie in een percentage van de order voorde onderzeeboten? Hoeveel is de directe betrokkenheid, dusleveringen van Nederlandse producten, systemen en kennis diedirect in de onderzeeboot worden toegepast?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.20.Welke afspraken zijn gemaakt over het (deels) overdragen vanintellectueel eigendom om zo het reguliere onderhoud inNederland door Nederlandse bedrijven te kunnen blijvenuitvoeren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5510 41.Hoe is de regierol van de Directie Materiële Instandhouding (DMI)en de rol van de Nederlandse Defensie-industrie bij onderhoudgeborgd? Worden de gebruiksrechten volledig overgedragen?136.Hoe is de regierol van DMI en de rol van de Nederlandse Defensie-industrie bij onderhoud geborgd? Worden de gebruiksrechtenvolledig overgedragen?In de leveringsovereenkomst borgt Defensie de voorwaarden van eeninstandhoudingsovereenkomst, de toekomstige inrichting van deinstandhouding, de ontwikkeling van een instandhoudingskostenmodelen het daarvoor beoogde toekomstige partnerschap, met als doel deregierol bij CZSK/DMI te beleggen en op voorhand afspraken over deinstandhouding zo veel mogelijk vast te leggen.In de leveringsovereenkomst zijn afspraken vastgelegd over hetoverdragen van gebruiksrechten voor het onderhoud gedurende delevensduur van de boten tot en met toekomstige afstoting. Met dezeafspraken wordt DMI in staat gesteld om de kernactiviteiten voorinstandhouding zelfstandig uit te voeren. Hierdoor wordt geborgd datDefensie de (operationele) kerntaken zelfstandig kan blijven uitvoeren, enwordt de DMI zo goed mogelijk gepositioneerd om zelf Nederlandsebedrijven en kennisinstellingen te betrekken bij de instandhoudinggedurende de gehele levensduur.21.Hoe is het strategische belang van maximale Nederlandsebetrokkenheid meegewogen in de beoordeling?Het door Defensie toegepaste beoordelingskader voor het offertetrajectberust op de uitgangspunten beste boot voor de beste prijs, risicobe-heersing en waarborging van het wezenlijk nationaal veiligheidsbelang ende strategische autonomie (WNV). De kandidaat-werven konden zich methun offerte onderscheiden door Nederlandse bedrijven en kennisinsti-tuten te betrekken bij de ontwikkeling, bouw en instandhouding van dekritieke systemen van de onderzeeboot (WNV-plan). Ook is beoordeeld ofde offertes voldeden aan de harde eisen voor de positionering van de DMIin Den Helder (regierol) en het verkrijgen van kennis, rechten en middelen,zodat Defensie zelf Nederlandse bedrijven kan inschakelen bij deinstandhouding.Tegelijk met de offertes hebben de kandidaat-werven hun voorstelleningediend voor industriële samenwerking (ICA) die tot doel hebben om,bovenop hetgeen voortvloeit uit de WNV-eisen, een zo groot mogelijkeNederlandse betrokkenheid vast te leggen die bijdraagt aan eenversterking van de NLDTIB. Naast (hoogwaardige) activiteiten in relatie totde kritieke systemen, ging het om (hoogwaardige) activiteiten diebetrekking hebben op alle overige systemen van de onderzeeboot, danwel andere (hoogwaardige) activiteiten die leiden tot een versterking vande NLDTIB. Gelijktijdig met het voorlopig gunningsbesluit is de evaluatievan alle ICA-voorstellen aangeboden aan de Ministeriële CommissieOnderzeebootvervanging (MCOV). Het ICA-voorstel moest acceptabel zijnom te kunnen overgaan tot vaststelling van het voorlopig gunningsbe-sluit.22.Heeft de commissaris militaire productie (CMP), werkzaam voorhet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Nederlandsebedrijven bezocht die worden genoemd in de drie voorstellen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5511 Heeft het Ministerie van EZK zich de «hardheid» van de indus-triële opvolging nagetrokken?Zie het antwoord op vraag 10.23.Kan er inzicht worden gegeven in de situatie die zou ontstaan alsde puntentelling in de aanbesteding per werf wordt uitgesplitstnaar prijs, kwaliteit en Nederlandse industriële betrokkenheid?Welke werf scoort dan op de verschillende onderdelen het beste?73.Welke kandidaatwerf heeft het beste gescoord op de gunningscri-teria afgezien van de prijs? Is dit de beste onderzeeboot van dedrie aanbiedingen?176.Hoe verhoudt de balans die de offerte van Naval Group biedt watbetreft het beste product voor de beste prijs, risicobeheersing ende waarborging van het wezenlijk nationaal veiligheidsbelang ende strategische autonomie zich tot de balans van de andere tweeoffertes op deze specifieke aspecten? Op welke aspecten was deofferte van Naval beter dan de andere, op welke minder en watheeft de doorslag gegeven?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.24.Loopt de OEM-positie van de Damen-werf bij de bouw vanoppervlakteschepen in de toekomst gevaar door de voorlopigegunning van de onderzeebootorder aan de Franse werf Naval?Kan Naval bijvoorbeeld via IHC meedingen bij de aanbestedingvan de vervanger van het luchtverdedigings- en commandofregat(LCF)? Verzwakt dit de positie van de Nederlandse marinebouwniet binnen Europa?Zie het antwoord op vraag 5.25.In hoeverre is tijdens de procedure getoetst of hier sprake is vanoneerlijke concurrentie door een Frans staatsbedrijf?Zie het antwoord op vraag 8.26.Is het juist dat de offertes van de werven kunnen wordenverlengd tot 31 december 2024? Heeft een van de aanbiedersdaarover al duidelijkheid verschaft?Alle offertes zijn geldig tot en met 28 juli 2024. De Request for Quotationbiedt de mogelijkheid om verlenging van de geldigheidsduur van deoffertes te vragen. Een vaste periode is hiervoor niet aangegeven, ditwordt altijd bepaald op het moment van aanvraag tot verlenging.Defensie heeft tot dusver geen actie ondernomen om een verlenging tevragen en acht dat niet wenselijk. De tijd dringt voor de Onderzeedienst.Het moment van contracttekening vormt het startpunt van de mijlpalen-planning die erop is gericht om tijdig te beschikken over de nieuweonderzeeboten zodat de Walrusklasse kan uitfaseren. Tijd die verlorengaat kan niet later worden ingehaald.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5512 27.Klopt het dat de D-brief lijkt te suggereren dat er ook eenstrategische overweging ten grondslag ligt aan de keuze voor deFranse aanbieder? Is deze keuze gemaakt op andere, niet in deD-brief genoemde, overwegingen? Zo ja welke? Zo nee, waaromworden de strategische overwegingen dan genoemd?Nee. Het door Defensie toegepaste beoordelingskader is transparant en indetail bekend gesteld in de Request for Quotation om de kandidaat-werven in staat te stellen een offerte te kunnen aanbieden die het besteinvulling geeft aan de uitvraag. Toepassing van het beoordelingskader engunningsmodel heeft een onderscheidende rangschikking opgeleverd meteen duidelijke winnaar, Naval Group.Zoals destijds in de B-brief (Kamerstuk 34 225, nr. 24) is toegelicht, heeftDefensie in de onderzoeksfase de mogelijkheden van internationalesamenwerking in kaart gebracht. Daarbij zijn voor Duitsland, Frankrijk enZweden geen belemmeringen naar voren gekomen. Er is tijdens deverwervingsvoorbereidingsfase geen aanleiding geweest om dit beeld bijte stellen. In de D-brief (Kamerstuk 34 225, nr. 52) is toegelicht datDefensie op onderzeebootgebied reeds langdurig samengewerkt met veelverschillende landen op tal van deelterreinen. Defensie wil deze samen-werking voortzetten na de introductie van de nieuwe onderzeeboten enwaar mogelijk verder uitbreiden met het land van de leverancier. Debeoogde materieelsamenwerking met Frankrijk zal, naar aanleiding vanhet te sluiten MoU, een strategisch karakter krijgen. Deze samenwerkingkan een opstap bieden naar meer operationele samenwerking oponderzeebootgebied.28.Welke «andere capaciteitsterreinen» zijn nog beschikbaar voormaterieelsamenwerking in de toekomst tussen Nederland enFrankrijk, en waar wil het kabinet dan op inzetten?Defensie actualiseert voortdurend de kansen voor internationale samen-werking met partners. Belangrijke aanleiding hiervoor vormen de recenteontwikkelingen in het veiligheidsdomein die meer focus vergen opstrategische autonomie en leveringszekerheid. Materieelsamenwerking iseen instrument dat niet alleen gezamenlijke verwerving en afstoting vanmaterieel mogelijk maakt, maar ook bijdraagt aan een sterkere Neder-landse en Europese Defensie-industrie.De huidige materieelsamenwerking met Frankrijk betreft vooral hetluchtdomein. Zo gebruikt de Luchtmacht de militaire transporthelikopterCougar AS 532U2 van Airbus, en samen met luchtmachten van partner-landen, de multirole tanker-transport (MRTT) vliegtuigen van Airbus. Zoalsaangekondigd in de Defensienota 2022, wordt de Cougar vervangen alsonderdeel van het versterken van de Nederlandse SOF-capaciteit door 14nieuwe helikopters van het type H225M Caracal van Airbus. Dit projectgaat naar verwachting tot medio 2031 duren. De Nederlandse, deBelgische en de Franse marine werken samen op het gebied vanmijnenbestrijding.29.Met welke landen bestaat op dit moment een samenwerking oponderzeebootgebied? Is dat met de Franse Marine nog niet hetgeval? Wat is hiervan de achtergrond?De Onderzeedienst werkt met veel verschillende landen samen, zowel inNAVO- als in niet-NAVO-verband. Deze samenwerking kan de onderzee-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5513 bootoperaties betreffen, maar ook specifieke techniek, opleidingen,logistiek of onderzeebootveiligheid.Voorbeelden zijn:–Frankrijk, als strategische partner van Nederland, heeft een rijke kennisop gebied van onderzeebootbestrijding en is ook in dat opzicht eengoede samenwerkingspartner voor de Nederlandse Onderzeedienst.De Koninklijke Marine werkt overigens al lange tijd samen met deFranse marine op het gebied van mijnenbestrijdingsvaartuigen(huidige klasse en vervangende klasse), NH-90 helikopters en radar- ensonarsystemen en ook op operationeel gebied bijvoorbeeld in deFranse Carrier Strike Group en in het Caribisch gebied.–Met de onderzeedienst van het Verenigd Koninkrijk bestaat eenlanglopende uitwisseling tussen officieren, waarbij een Nederlandseofficier is geplaatst bij Flag Officer Seatraining Submarines en dieverantwoordelijk is voor het trainen van zowel Nederlandse en Britseonderzeebootbemanningen. Een Britse onderzeebootofficier isgeplaatst aan boord van een Nederlandse onderzeeboot.–Samen met Duitsland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijkorganiseert Nederland de onderzeebootcommandantenopleiding. Dezeopleiding heeft een hoog internationaal aanzien en staat open voorinternationale deelnemers. In het verleden voeren cursisten uit o.a.Australië, Brazilië, Canada, Frankrijk, Verenigde Staten en Zweden indit kader mee met Nederlandse onderzeeboten. Eigen, Nederlandsecursisten volgden eerder o.a. de Amerikaanse, de Duitse en de Noorsecommandantenopleiding en met de Verenigde Staten bestaat eenspecifieke uitwisselingsovereenkomst om cursisten in elkaarscommandantenopleiding toe te laten.–Met de Amerikaanse, de Australische en de Canadese marine is erintensieve samenwerking op het gebied van onderzeeboottorpedo’s.–Op gebied van onderzeebootcommunicatie(systemen) is er intensievesamenwerking met de het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.–Met de Engelse, de Noorse en de Franse onderzeedienst wordtgeregeld getraind waarbij tactieken worden beoefend, beproefd enuitgewisseld. Op gelegenheidsbasis gebeurt dit ook met de Duitse ende Zweedse onderzeedienst.–De Onderzeedienst werkt met (NAVO-)landen die beschikken overonderzeeboten samen op het gebied van onderzeeboot-veiligheid(Submarine Escape and Rescue).30.Is het juist dat de regering van het Verenigd Koninkrijk (VK) er bijhet kabinet op heeft aangedrongen te kiezen voor het Zweeds-/Nederlandse ontwerp van Saab-Damen, om de bestaande Brits-Nederlandse samenwerking op onderzeebootgebied niet verder tebemoeilijken?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.31.In hoeverre betekent de strategische samenwerking met Frankrijkop onderzeebootgebied een complicatie voor de samenwerkingmet het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten (VS)?Er zijn geen indicaties dat de strategische samenwerking met Frankrijk oponderzeebootgebied een complicatie zou zijn voor samenwerking met hetVK en de VS. De Nederlandse onderzeeboten zijn en blijven een belang-rijke nichecapaciteit binnen de NAVO en zowel van het VK als deVerenigde Staten wordt verwacht dat ze aanspraak blijven maken op despecifieke Nederlandse expertise op het gebied van opereren metTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5514 expeditionaire dieselelektrische onderzeeboten. Nederland blijft ook in detoekomst een aantrekkelijke samenwerkingspartner op onderzeeboot-gebied.32.Heeft u bij uw afweging voor strategische samenwerking enstrategische consequenties ten aanzien van de gunning van deonderzeebootbouw de aanwezigheid van de Franse atoomwapen-capaciteit laten meewegen?De Franse capaciteiten op het terrein van nucleaire wapens hebben geenrol gespeeld in de verwervingsvoorbereiding en de besluitvorming overde voorlopige gunning.33.In hoeverre moet het gunningsbesluit worden gezien als een stapnaar een grotere Frans-Europese autonomie op defensieterrein?De verwerving van nieuwe onderzeeboten draagt bij aan de veiligheid vanNederland en van Europa, en versterkt zowel de nationale als de Europesestrategische autonomie.34.Onder welke voorwaarden kreeg een werf een groen licht metbetrekking tot de ICA? En bij welk percentage van participatievan de Nederlandse industrie?EZK gaf een «groen licht» aan een ICA als deze acceptabel was in het lichtvan de doelstelling van de ICA: door de borging van wezenlijke nationaleveiligheidsbelangen en de strategische autonomie van Nederland op hetgebied van de onderzeebootcapaciteit te garanderen. Strategischeautonomie vereist in dit kader dat de operationele relevantie van deNederlandse onderzeebootcapaciteit over de gehele levensduur behoudenkan blijven en dat de operationele gereedheid van de onderzeebootcapa-citeit gewaarborgd blijft. Het versterken van de NLDTIB draagt bij aandeze vorm van strategische autonomie. Door het versterken van deNLDTIB op de kennisgebieden, technologiegebieden en industriëlecapaciteiten uit de DIS levert de winnende werf een hoogwaardigebijdrage aan de bescherming van nationale veiligheidsbelangen. Er ishierbij geen minimumpercentage voor de participatie van de Nederlandseindustrie gehanteerd. Dit zou er namelijk voor kunnen zorgen dat dekandidaat-werven precies of net meer dan het minimum ten aanzien vanparticipatie zouden voorstellen en niet voor het maximaal mogelijkezouden gaan.35.Welke extra risico’s worden voorzien, aangezien in paragraaf2.4.2 van het ADR-rapport wordt geconstateerd dat er extrarisico’s zijn ten aanzien van de aanpassing van het ontwerp vande winnende werf aan de eisen van Defensie? Welke beheers-maatregelen zijn genomen?Defensie voorziet nu geen extra risico’s ten opzichte van de in deverwervingsvoorbereidingsfase onderkende risico’s. De risicobeheersingvan het programma hield voorafgaand aan de offertebeoordeling alrekening met risico’s als gevolg van aanpassingen die de winnende werfheeft moeten doen aan het ontwerp als gevolg van eisen van Defensie.Hierover is uw Kamer in eerdere brieven geïnformeerd. In de met dewinnende werf af te sluiten leveringsovereenkomst wordt vastgelegd watde werf op welk moment moet leveren en aan welke (technische) eisen ditTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5515 moet voldoen. De winnende werf is en blijft verantwoordelijk voor hetaangeboden ontwerp. De uitvoering hiervan zal Defensie nauwgezetvolgen.36.Hoe is de objectiviteit in het proces van de totstandkoming enbeoordeling van de ICA’s geborgd? Heeft daar ook een onafhanke-lijke partij meegekeken?In het projectteam van EZK dat de onderhandelingen heeft gevoerd metde drie kandidaat-werven over de ICA en de ICA’s heeft beoordeeld zatennaast vertegenwoordigers van EZK twee externe leden die door EZKwerden ingehuurd. Het betrof twee experts met specifieke kennis van demaritieme sector en onderzeeboten.37.Welke risico’s ziet u voor de huidige planning? Hoeveel ruimte iser in de planning om deze risico’s op te vangen?69.Kunt u aangeven waar er mogelijk knelpunten kunnen ontstaantot het tijdig opleveren van de eerste onderzeeboot?146.Welke risico’s ziet u voor de huidige planning? Hoeveel ruimteheeft u in de planning om deze risico’s op te vangen?Wat betreft de factor tijd verwijs ik uw Kamer naar de vertrouwelijkebijlage E van de D-brief waarin de risico’s zijn weergegeven in een top-5van risico’s na de Effective Date of Contract (EDC). De planning bevatbuffers om tegenvallers als gevolg van risico’s op te vangen.38.Hoe verhoudt de betrokkenheid van de Nederlandse industrie opbasis van de offerte en ICA van Naval Group zich tot de offertesen ICA’s van de andere werven?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.39.Wat zijn de financiële risico’s als gevolg van het opsplitsen vanaanschaf en instandhouding? Hoe groot en reëel zijn dezerisico’s? Wat valt te zeggen over het risico van een te lageinschatting van onderhoudskosten en het risico van uitstel enduurder onderhoud? Hoe gaat u borgen dat de winnende werfgestimuleerd wordt om de onderhoudskosten zo laag mogelijk tehouden?125.Hoe worden de financiële risico’s beheerst ten aanzien van hetverdere onderhoud van de onderzeeboten?141.Hoe gaat u de financiële risico’s als gevolg van het opsplitsen vande aanschaf en de instandhouding ondervangen?142.Hoe gaat u ervoor zorgen dat de kosten voor instandhoudinggoed ingeschat worden en dat hier voldoende financiële ruimtevoor beschikbaar komt?143.Hoe gaat u borgen dat de winnende werf gestimuleerd wordt omde onderhoudskosten zo laag mogelijk te houden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5516 144.Wanneer wordt het instandhoudingsbudget geactualiseerd opbasis van de gunning aan Naval Group?Het risicodossier voor het instandhoudingsdeel is geactualiseerd op basisvan de informatie uit de dialoog en de met de offerte van Naval Groupontvangen informatie. Deze actualisatie past binnen de risicoreserveringvoor het instandhoudingsdeel en leidt daarmee niet tot aanpassing vandeze reservering. Hiervoor verwijs ik uw Kamer naar de vertrouwelijkebijlage E bij de D-brief waarin de top-5 financiële risico’s is toegelicht.Daarnaast heeft Defensie als onderdeel van het eisenpakket deverplichting opgenomen om de werf een instandhoudingskostenmodel opte laten zetten waarmee de verwachte instandhoudingskosten inzichtelijkkunnen worden gemaakt. Met behulp van het instandhoudingskosten-model kunnen de financiële effecten van trade-offs op het gebied vanbootontwerp en instandhoudingsinrichting inzichtelijk worden gemaaktwat uiteindelijk leidt tot optimalisatie van de instandhoudingskosten.40.Hoe wordt geborgd dat de kwaliteit en voortgang van dewinnende werf wordt bewaakt en dat afspraken en toezeggingenworden nagekomen, aangezien daar twijfels kunnen rijzen? Is hetmogelijk dat een onafhankelijke partij zoals de Auditdienst Rijk(ADR) periodiek onderzoek doet naar het nakomen van deafspraken en toezeggingen van Naval Group en dat de Kamerhierover periodiek geïnformeerd wordt?43.Waarom vraagt, volgens de ADR, de inrichting van programmabe-heersing nog de nodige aandacht om te komen tot de vaststellingervan voor de start van de realisatiefase? Wat is de situatie vande inrichting van de programmabeheersing op dit moment en watmoet er nog gebeuren? Is Defensie wel voldoende in staat om dekwaliteit en voortgang van de winnende werf te borgen zodatafspraken en toezeggingen worden nagekomen, aangezien daartwijfels kunnen rijzen? Hoe wordt dit geborgd? Is het mogelijkdat ook de ADR een nadere toelichting geeft?44.Waarom wil het kabinet zoveel mogelijk aansluiten bij hetkwaliteitssysteem van de winnende werf? Erkent het kabinet datdat ook het risico van de slager die zijn eigen vlees keurt in zichheeft?45.Hoe is geborgd dat de uiteindelijke leveringen voldoen aan onzekwaliteitseisen? In hoeverre is geborgd dat er ook extern toezichtkomt op de kwaliteit van de leveringen?120.Wat houdt de inrichting van de programmabeheersing in en hoewordt hier aandacht aan gegeven? Welke rol spelen onder meerde Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer bij de rest vanhet projectproces? Kunt u daar meer over uitweiden?123.Hoe worden het belang van interne kwaliteitsborging binnen deprogrammaorganisatie en het toezicht op de voortgang en dekwaliteit van de werkzaamheden van de werf bezien?137.Is het mogelijk dat een onafhankelijke partij, zoals bijvoorbeeldde ADR, periodiek onderzoek kan doen naar het nakomen van deafspraken en toezeggingen van Naval Group en dat de Kamerhierover periodiek geïnformeerd wordt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5517 174.Hoe wordt de kwaliteit tijdens de bouw gemonitord en voor hetin gebruik nemen gecheckt?De leveringsovereenkomst borgt de kwaliteit en de voortgang op basisvan het aangeboden projectmanagement- en risicomanagementplan. Dedetailuitwerking hiervan, zoals de organisatie om de gebruikelijkeactiviteiten op het gebied van project-, risico- en contractmanagement(programmabeheersing) uit te kunnen voeren, wordt momenteelvoorbereid. De huidige inrichting van het programma vervangingonderzeebootcapaciteit (VOZBT) wordt verder geoptimaliseerd waardoordeze beter aansluit op het projectmanagementplan van de werf en op destart van de realisatiefase. Vanaf ondertekening van de leveringsovereen-komst zullen de noodzakelijke voortgangsbesprekingen in samenspraakmet de winnende werf worden ingepland.In de leveringsovereenkomst is ook opgenomen dat de winnende werfmoet voldoen aan de AQAP kwaliteitsstandaarden van de NAVO (AlliedQuality Assurance Publications). Gedurende de engineering en bouwfasezal het programma VOZBT toezicht houden op het behalen van degecontracteerde kwaliteitsnorm. Daartoe wordt op locatie van dewinnende werf defensiepersoneel met benodigde kennis en ervaringgeplaatst, om continu de benodigde sturing en controle uit te kunnenoefenen. Zij worden daarbij ondersteund door specialistisch personeelvan Defensie (zoals Toezichthouder Defensie Leveranciers – TDL) enindien noodzakelijk door kennisinstituten en een onafhankelijk klassen-bureau (zoals bijvoorbeeld Lloyd’s Register of DNV-GL).Op het programma VOZBT wordt op verschillende manieren financieeltoezicht gehouden. Naast de reguliere interne rollen van de HoofddirectieFinanciën en Control en de Directie Financiën en Control van COMMIT,vervult ook de Auditdienst Rijk (ADR) een belangrijke rol. De ADR wordtop verschillende manieren betrokken bij VOZBT. Ten eerste voor hetuitvoeren van onderzoek naar beheersing en de financiële stand van zakenvoortvloeiend uit de Regeling Grote Projecten2. Daartoe voert de ADRjaarlijks onderzoek uit naar de stand van zaken aan de hand van devoortgangsrapportage (VGR). Ten tweede voor het uitvoeren vanfinanciële risicoanalyses, budgetonderzoeken en eventueel onderzoeknaar financiële voortgang tijdens de ontwikkel- en realisatiefase bijleveranciers. Daartoe voert ADR/Contract Auditing onderzoek uit (op basisvan de af te sluiten leveringsovereenkomst met Naval Group en het MoUmet Frankrijk) naar de financiële voortgang tijdens de ontwikkel- enrealisatiefase. Ten derde voert de ADR werkzaamheden uit voor decontroleverklaring begrotingsverantwoordingen en beheer voortvloeienduit de CW2016 (wettelijke taak). Tot slot kan de ADR eventueel aanvul-lende, vraag-gestuurde onderzoeken verrichten voor Defensie.De Algemene Rekenkamer (AR) onderzoekt of de Rijksoverheid «publiekgeld zinnig, zuinig en zorgvuldig uitgeeft». Bij VOZBT heeft de AR de DMPA-, B- en D-fasen onderzocht. De AR heeft aangekondigd dat het rapportover de D-fase op 23 mei a.s. wordt gepubliceerd.41.Hoe is de regierol van de Directie Materiële Instandhouding (DMI)en de rol van de Nederlandse Defensie-industrie bij onderhoudgeborgd? Worden de gebruiksrechten volledig overgedragen?Zie het antwoord op vraag 20.2wetten.nl – Regeling – Regeling Grote Projecten – BWBR0021424 (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5518 42.Hoe is het proces bij de totstandkoming van de ICA verlopen?EZK is in een vroeg stadium betrokken bij het programma VOZBT. EZKheeft bijvoorbeeld actief deelgenomen aan de dialoogfase, de kandidaat-werven meermaals bezocht en met hen over industriële samenwerkinggesproken.In december 2022 heeft EZK een formeel verzoek naar de drie kandidaat-werven gestuurd voor het indienen van een ICA-voorstel voor 28 juli 2023.Op of net voor die datum heeft EZK van ieder van de kandidaat-werveneen ICA-voorstel ontvangen. Na een ronde van verificatievragen enverhelderingen waren de ICA-voorstellen in december 2023 definitief. EZKheeft de voorstellen na de ontvangst beoordeeld en de definitievevoorstellen verwerkt in de ICA-beoordeling die onderdeel is geweest vande besluitvorming over het voorlopig gunningsbesluit.43.Waarom vraagt, volgens de ADR, de inrichting van programmabe-heersing nog de nodige aandacht om te komen tot de vaststellingervan voor de start van de realisatiefase? Wat is de situatie vande inrichting van de programmabeheersing op dit moment en watmoet er nog gebeuren? Is Defensie wel voldoende in staat om dekwaliteit en voortgang van de winnende werf te borgen zodatafspraken en toezeggingen worden nagekomen, aangezien daartwijfels kunnen rijzen? Hoe wordt dit geborgd? Is het mogelijkdat ook de ADR een nadere toelichting geeft?Zie het antwoord op vraag 40.44.Waarom wil het kabinet zoveel mogelijk aansluiten bij hetkwaliteitssysteem van de winnende werf? Erkent het kabinet datdat ook het risico van de slager die zijn eigen vlees keurt in zichheeft?Zie het antwoord op vraag 40.45.Hoe is geborgd dat de uiteindelijke leveringen voldoen aan onzekwaliteitseisen? In hoeverre is geborgd dat er ook extern toezichtkomt op de kwaliteit van de leveringen?Zie het antwoord op vraag 40.46.Kunt u kwalitatief en kwantitatief naast elkaar zetten (i) hoeveelomzet uit de opdracht toevalt aan Nederlandse bedrijven,respectievelijk aan buitenlandse aanbieders, (ii) hoeveel procentdit van de totale opdrachtsom is, (iii) welke afhankelijkheden envoorwaarden verbonden zijn aan deze percentages en getallen bijelk van de partijen, (iv) hoeveel middelen van elk van de aanbie-dingen in de komende 20 jaar zouden toevallen aan Nederlandsepartners, inclusief onderhoud en doorontwikkeling van deschepen, en (iv) bevestigen dat, respectievelijk uiteenzetten,waarom de keuze voor Naval Group de meeste financiëlemiddelen in ons eigen land houdt, ofwel waarom dit de bestekeuze is voor de Nederlandse maritieme maakindustrie?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5519 47.Kunt u uitweiden waarom de aanbieding van Naval Group isgepresenteerd als «drie groene stoplichten»? Kunt u tevenstoelichten middels kwalitatieve en kwantitatieve onderbouwingbij welk percentage of bedrag aan Nederlandse bijdragen in hetproject, het stoplicht op groen gaat? Welke selectiecriteria zijn opdit punt aangehouden in de aanbesteding van de onderzeeboten?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.48.Klopt het dat van de drie aanbieders de Naval Group het minstebijdraagt aan de Nederlandse strategische autonomie? Kunt uuiteen zetten hoe de verhoudingen liggen?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.49.Kunt u toelichten hoeveel Nederlandse bedrijven daadwerkelijkdirect zullen bijdragen aan de bouw van de onderzeeboten? Kuntu een concreet aantal en bedrag noemen en kunt u aangevenhoeveel van deze partijen daadwerkelijk gecontracteerd zijn,hoeveel contracten nog in ontwikkeling zijn en bij hoeveel van degenoemde bedrijven sprake is van een niet bindende intentie,ofwel een verkenning?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.50.In hoeverre is de aanbesteding van de vier onderzeeboten bijNaval Group te vergelijken met de mislukte order van Australiëmet betrekking tot de onderzeeboten?Zie het antwoord op vraag 15.51.Kunt u garanderen dat bij de gunning aan het Franse Naval Groupniet dezelfde contractuele problemen zullen opspelen, zoals degeraamde kosten die al verdubbeld bleken te zijn voordat debouw feitelijk begon en dat de beloofde industriële samen-werking niet geëffectueerd werd, omdat er in Australië geengeschikte bedrijven zouden zijn? Kunt u gedetailleerd toelichtenwelke waarborgen hiertoe zijn getroffen? Welke mate vanjuridische houdbaarheid hebben die waarborgen? Kunt u op ditpunt tevens een garantie van de landsadvocaat overleggen om dejuridische houdbaarheid teondersteunen?Zie het antwoord op vraag 15.52.Heeft de betrouwbaarheid van de te kiezen partner een officiëlerol gespeeld bij de voorlopige keuze? Zo ja, hoe scoren Naval,Saab en ThyssenKrupp hierin en hoe is die score tot standgekomen?Voorafgaande aan de deelname aan de gunningsfase (ontvangst Requestfor Quotation) hebben alle kandidaat-werven een zogenoemde EigenVerklaring ondertekend met daarin een toelichting op criteria op hetgebied van geschiktheid en betrouwbaarheid. Deze verklaring was eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5520 voorwaarde voor deelname aan de gunningsfase en is daarmee onderdeelvan het voorlopig gunningsbesluit. Er is derhalve geen sprake van eenscore, alle drie de kandidaat-werven hebben de betreffende verklaringondertekend.53.In hoeverre kunt u de Nederlandse inbreng garanderen?55.Wat is de hardheid van de samenwerkingsovereenkomsten dieNaval Group met Nederlandse bedrijven aangaat en welkegaranties op nakoming zijn daarin opgenomen?130.Wanneer wordt de ICA hard? Voor of na de gunning?168.Welke juridisch bindende afspraken worden beoogd met NavalGroup inzake de ontwikkeling van de ICA?180.Er wordt gesproken over samenwerking tussen de werf en deNederlandse industrie en kennisinstituten. Hoe is geborgd datdeze samenwerking ook in ruime mate plaats gaat vinden?183.Hoe wordt gewaarborgd dat Nederlandse bedrijven toetreden tottoeleveringsketens van Naval Group?Op 28 juli 2023 hebben de drie kandidaat-werven definitieveICA-voorstellen ingediend. Deze voorstellen zijn tot december 2023 noglicht aangepast na verificatie van de voorstellen. De voorstellen zoals diein december 2023 vaststonden, zijn beoordeeld en de beoordeling vandeze voorstellen is onderdeel geweest van de besluitvorming over hetvoorlopig gunningsbesluit.In de ICA-voorstellen staan de activiteiten tussen de kandidaat-werven ende Nederlandse defensie-industrie die de kandidaat-werven toezeggen tegaan uitvoeren. Bij iedere activiteit staat de beschrijving, de Nederlandsepartner en de financiële waarde van de activiteit. De kandidaat-werfcommitteert zich aan iedere individuele activiteit voor de opgegevenwaarde. Deze toezegging is hard en verandert niet meer tot de onderte-kening van de ICA. Het kan dus niet zo zijn dat een kandidaat-werf tussennu en de ondertekening activiteiten verwijderd of de waarde van deactiviteit wijzigt. Na ondertekening van de ICA zijn de harde toezeggingenomgezet in juridisch bindende verplichtingen. Vanaf dat moment ontstaateen juridische verplichting om de activiteiten in de ICA voor deopgegeven waarde en met de genoemde Nederlandse partner uit tevoeren.54.Welke gunnings-, subgunnings- en subsubgunningscriteria zijngehanteerd voor het veiligstellen van een zo groot mogelijkebijdrage van Nederlandse content en het Nederlandse bedrijfs-leven? Welke eisen zijn op dit punt gesteld aan het borgen vanjuridische zekerheid over hetgeen door een inschrijver op dit puntwordt aangeboden?Naast de geldigheidseisen heeft Defensie in het gunningsmodel eengunningscriterium opgenomen waarmee de werven zich kunnenonderscheiden door het (op licentiebasis) betrekken van Nederlandsebedrijven voor de (door)ontwikkeling, engineering, productie, assemblageen/of instandhouding van kritieke systemen. Hiermee stimuleert Defensiedat Nederlandse bedrijven vanaf het begin in de toeleveringsketen van dekandidaat-werven worden opgenomen ten behoeve van het wezenlijkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5521 nationaal veiligheidsbelang (WNV). De activiteiten zullen wordenvastgelegd in een WNV cooperation plan dat onderdeel uitmaakt van deleveringsovereenkomst.55.Wat is de hardheid van de samenwerkingsovereenkomsten dieNaval Group met Nederlandse bedrijven aangaat en welkegaranties op nakoming zijn daarin opgenomen?Zie het antwoord op vraag 53.56.Kunt u benoemen of kwalitatief en kwantitatief sancties zijnopgenomen wanneer de contractuele verplichting van de ICAvoor de Nederlandse maritieme industrie niet wordennagekomen? Kunt u de Kamer een oordeel van de landsadvocaattoesturen over de hardheid en garanties die met deze sanctiesverbonden zijnZie de separate vertrouwelijke beantwoording.57.Kunt u kwalitatief en zo mogelijk ook kwantitatief reflecteren ophet effect op het Nederlandse verdienvermogen van de verschil-lende aanbiedingen, zowel in termen van directe als indirectefinanciële effecten?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.58.Hoe kwalificeert u het belang van de laagste prijs voor deaanbesteding in verhouding met het behoud van verdienver-mogen in Nederland?59.Kunt u tevens toelichten hoe dit aspect (vraag 58) is meege-wogen in de gunnings-, subgunnings- en subsubgunningscriteriaen schetsen hoe dit criterium zich verhoudt tot andere gunnings-criteria? Kunt u toelichten in welke mate, zowel kwalitatief alskwantitatief, Nederlandse bedrijven betrokken worden bij hetonderhouden van de onderzeevloot na oplevering daarvan? Welkezekerheden zijn op dit punt geborgd, voor welke periode en hoeis uitgesloten dat onderhoud gaandeweg toch naar een anderland verplaatst wordt, waardoor het verdienvermogen van deNederlandse maritieme maakindustrie afneemt?Prijs is één van de elementen in het beoordelingskader en gunnings-model, dat berust op de uitgangspunten beste boot voor de beste prijs,risicobeheersing en waarborging van het wezenlijk nationaal veiligheids-belang en de strategische autonomie (WNV). Het gunningsmodel maakteen prijs-kwaliteit afweging mogelijk. Daarnaast is het ICA-trajectdoorlopen dat als doel heeft om, bovenop hetgeen voortvloeit uit deWNV-eisen, een zo groot mogelijke Nederlandse betrokkenheid vast teleggen die bijdraagt aan een versterking van de NLDTIB. DeICA-voorstellen zijn door EZK beoordeeld op kwalitatieve en kwantitatieveaspecten, alsmede de maturiteit van voorgestelde activiteiten. Deoffertebeoordeling en de ICA-beoordeling zijn gescheiden uitgevoerd.Zoals toegelicht in de brief over het proces tot gunning (Kamerstuk34 225, nr. 44), berust het voorlopig gunningsbesluit op de uitkomst vande rangschikking van de offertes op basis van het gunningsmodel. Tegelijkmet de uitkomst van de offertebeoordeling lag ook de uitkomst van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5522 ICA-beoordeling voor in de MCOV, zodat de ICA’s konden wordenmeegewogen in de besluitvorming. Over de uitkomsten is uw Kamer metde D-brief geïnformeerd.Voor de Nederlandse betrokkenheid bij de instandhouding zie hetantwoord op vraag 20. De ICA wordt initieel gesloten voor de leverings-overeenkomst en later opgehoogd als het instandhoudingscontract wordtgesloten. Omdat nog niet duidelijk is wat de waarde van het instandhou-dingscontract is, kan nog niets worden gezegd over de financiële waardevan de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven in de instandhou-dingsfase via de ICA. Vanuit de ICA geldt ook voor de activiteiten die dewerf als onderdeel van de ICA opvoert in het kader van de instandhoudingdat het hier om een juridisch bindende verplichting gaat.60.Wat zijn de belangrijkste factoren die hebben geleid tot debeslissing om Naval Group de opdracht van de onderzeeboten toete kennen?De offerte van Naval Group heeft de hoogste totaalscore behaald op degunningscriteria. Daarnaast heeft Naval Group een gebalanceerd,veelzijdig en realistisch ICA-voorstel ingediend.61.Kunt u de scorematrix voor de gunningscriteria voor elk van dedrie beoordeelde aanbiedingen naast elkaar plaatsen en de Kamerdit in afschrift toesturen?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.62.Klopt het dat volgens u Naval Group een brede groep vanNederlandse bedrijven en kennisinstituten betrekt en dat Navalgoed heeft gekeken naar wat de Nederlandse industrie kanbieden en een gebalanceerd, veelzijdig en realistisch voorstelheeft ingediend? Kunt u uitleggen wat dit inhoudt? Wat is dedefinitie van «goed gekeken»? Wat is de definitie van «gebalan-ceerd» en wanneer is geen sprake van een gebalanceerdvoorstel? Wat is de definitie van «veelzijdig» en wanneer is geensprake van een veelzijdig voorstel? Wat is de definitie van«realistisch» en wanneer is geen sprake van een realistischvoorstel? Hoe zijn deze criteria meegewogen in de gunnings-,subgunnings- en subsubgunningscriteria, welk gewicht kwamdaaraan per criterium toe en hoe zijn de aanbiedingen op dezepunten onderling ten opzichte van elkaar vergeleken? Hoescoorden de andere aanbiedingen op de criteria «goed gekeken»,«gebalanceerd» en «realistisch»?175.Wat kunt u oogmerken onder de zin «een realistisch, gebalan-ceerd, veelzijdig en realistisch voorstel» in relatie tot wat deNederlandse industrie kan bieden?De Nederlandse defensie-industrie kan een bijdrage leveren aan hetontwerp, de ontwikkeling en de bouw van onderzeeboten. Van de groepNederlandse bedrijven die directe toeleverancier van een onderzee-bootwerf kunnen zijn, heeft Naval Group een groot aantal opgenomen inde ICA. Een aantal Nederlandse bedrijven had zich exclusief aan anderekandidaat-werven verbonden. Daarom was het voor Naval Group nietmogelijk de betreffende bedrijven te betrekken. Desondanks heeft NavalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5523 Group in belangrijke mate Nederlandse bedrijven betrokken als directetoeleverancier bij de bouw van de onderzeeboten.Naval Group heeft de activiteiten redelijk gelijkmatig verdeeld over detwee categorieën die gerelateerd zijn aan de Nederlandse onderzeeboten:de categorie gerelateerd aan de kritieke systemen en de categoriegerelateerd aan de overige systemen en onderdelen van de boot.Daarnaast heeft Naval Group een groot aantal activiteiten opgevoerd diede Nederlandse defensie-industrie versterken maar niet gerelateerd zijnaan de Nederlandse onderzeeboten. Hiermee is het voorstel van NavalGroup gebalanceerd. De Nederlandse bedrijven die in de ICA van NavalGroup zijn opgenomen, zijn in staat om het gevraagde te leveren.Daarmee is het voorstel realistisch. Naval Group heeft een grote verschei-denheid aan activiteiten opgevoerd. De ICA van Naval Group bevat R&D,ontwerp, ontwikkeling, bouw en directe toelevering van (kritieke)subsystemen en componenten. Hiermee is het voorstel van Naval Groupveelzijdig.In de beoordeling van de ICA is geen sprake van gunningscriteria entoekenning van punten. Er wordt een eindoordeel geveld over de ICA ende beoordeling zelf is gemaakt op basis van drie beoordelingscriteria(kwantiteit, kwaliteit en maturiteit) en beschrijvend van aard. De ICA’s zijnin de beoordeling onderling niet vergeleken. Voor de ICA’s van de anderekandidaat-werven zijn andere kwalificaties gebruikt die passen bij deinhoud van die ICA’s.63.Ligt volgens u de kracht van de ICA van Naval Group in dediversiteit van de activiteiten, het hoogtechnologische eninnovatieve karakter van de activiteiten, en de brede betrok-kenheid van de NLDTIB? Hoe kwalificeert dit tegenover debiedingen van de andere twee partijen?De diversiteit aan activiteiten, het hoogtechnologische en innovatievekarakter en de brede betrokkenheid van de Nederlandse defensie-industriezijn de sterke punten van de ICA van Naval Group. De ICA’s zijn onderlingniet vergeleken in de ICA-beoordeling. Aan de andere ICA’s hangenandere kwalificaties en het is op basis van de ICA-beoordeling niet tezeggen hoe deze ICA kwalificeert ten opzichte van de andere ICA’s.64.Wat betekent het, dat in de gebalanceerde ICA een aanzienlijkdeel van de Nederlandse maritieme defensie-industrie vertegen-woordigd is, in getallen of percentages? Wat is de definitie van«aanzienlijk»? Hoe verhoudt het oordeel «aanzienlijk» uit de ICAvan Naval zich ten opzichte van de ICA’s van Saab en Thyssen-Krupp? Hoe hebben de drie partijen onderling ten opzichte vanelkaar gescoord op het criterium dat «de Nederlandse maritiemedefensie-industrie vertegenwoordigd is»?195.Hoe noemenswaardig is de spreiding van de voorgesteldebetrokkenheid van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen?De Nederlandse defensie-industrie kan een bijdrage leveren aan hetontwerp, de ontwikkeling en de bouw van onderzeeboten. Van de groepNederlandse bedrijven die directe toeleverancier van een onderzee-bootwerf kunnen zijn, heeft Naval Group een groot aantal opgenomen inde ICA. Het is niet mogelijk dit in precieze getallen of percentages tevatten. Mede omdat individuele bedrijven en hetgeen zij kunnen leverenonderling onvergelijkbaar zijn. Een werf kan een groot aantal bedrijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5524 betrekken dat kleine niet-hoogwaardige onderdelen levert. Dit is lastig afte zetten tegen een werf die een kleiner aantal bedrijven betrekt dathoogwaardige onderdelen levert. In de ICA-beoordeling is geen rangordeaangebracht in de ICA-voorstellen en er is geen vergelijking gemaakttussen de verschillende ICA-voorstellen. Saab Kockums betrekt in hetICA-voorstel ook verschillende Nederlandse bedrijven en richt zich daarbijmet name op één Nederlands bedrijf met bestaande toeleveranciers.Thyssenkrupp Marine Systems betrekt een klein aantal bedrijven voor debouw van de Nederlandse onderzeeboten in hun ICA.65.Kunt u de wezenlijke strategische verandering gezien de eerderenauwe samenwerking met de Noordelijke NAVO-landen duiden?Waarom is de keuze voor Naval op dit punt de beste en waarom isdie keuze beter dan een keuze voor Saab-Damen, nu juist diecombinatie gaat om de Noordelijke NAVO-landen?Zie het antwoord op vraag 4.66.Kunt u toelichten of er in de procedures is meegewogen datstaatsbedrijven voordelen hebben op het gebied van het nemenvan financiële risico’s? Zo ja, hoe zijn deze voordelen in deafweging van de offertes gemitigeerd?Zie het antwoord op vraag 8.67.Kunt u toelichten waarom er, ondanks de voordelen van staatsbe-drijven op het gebied van garanties en financiële risico’s diekunnen leiden tot een groot prijsverschil, volgens u geen reden isvoor een onderzoek naar een gelijk speelveld?Zie het antwoord op vraag 8.68.Kunt u gedetailleerd ingaan op de berichtgeving van DeTelegraaf, waarin stond dat Frankrijk beschikt over wetgeving dieFranse bedrijven toestaat om spionageactiviteiten uit te voeren inandere staten? Is dat juist en beschikt Frankrijk over dergelijkewetgeving? Hoe beoordeelt u dat principe? Hoe beoordeelt u hetfeit dat u voornemens bent om een Franse partij de opdracht voorde bouw van onderzeeboten te gunnen, die daartoe moetsamenwerken met Nederlandse bedrijven waarop dan dus ookspionageactiviteiten mogelijk zijn? Welk risico op het weglekkenvan strategische, nationale kennis van onze maakindustrie ziet uop dit punt? Welke maatregelen kunt u treffen op dit punt enheeft u die ook getroffen? Zo ja, hoe? Heeft u de berichtgevinggeverifieerd bij zowel uw Franse als uw Zweedse ambtsgenoot enbij de beide betrokken bedrijven Saab en Naval?78.Zijn er aanwijzingen dat er, naast Saab in 2019, Nederlandsebedrijven en/of kennisinstituten zijn gehackt of bespioneerd in ditproces? Wat betekent de noodzaak van het stellen van deze vraagvoor de bescherming van de Nederlandse veiligheidsbelangen?Bent u het ermee eens dat een strategische samenwerkingaangaan met een land dat actief spionage inzet om Nederlandsebesluitvorming te beïnvloeden niet wenselijk is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5525 Frankrijk is een van de strategische partners van Nederland op defensie-gebied. Defensie heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat Fransewetgeving het zou toestaan om spionageactiviteiten uit te voeren bijbedrijven gevestigd in een andere EU-lidstaat. Ook beschikt Defensie nietover concrete informatie die aanleiding geeft om te veronderstellen datSaab of Nederlandse bedrijven of kennisinstellingen zijn gehackt ofbespioneerd vanuit Frankrijk. De kandidaat-werven dragen zelf deverantwoordelijkheid om melding te maken van (pogingen tot) spionageen eventueel aangifte te doen. Er is geen melding gemaakt bij hetprogramma VOZBT over het (mogelijke) verlies, diefstal of compromitatievan gevoelige programma-informatie als gevolg van mogelijke spionagedoor een ander land. Ik heb over de berichtgeving in de Telegraaf geencontact gehad met mijn Franse of Zweedse ambtgenoot.69.Kunt u aangeven waar er mogelijk knelpunten kunnen ontstaantot het tijdig opleveren van de eerste onderzeeboot?Zie het antwoord op vraag 37.70.In hoeverre zijn de huidige onderzeeboten nog modern engeavanceerd genoeg om tot in de jaren ’30 door te varen?De Walrusklasse onderzeeboten hebben recent een instandhoudingspro-gramma Walrusklasse (IP-W) ondergaan waardoor de levensduur isverlengd tot midden jaren ’30. IP-W bestond deels uit technischeaanpassingen, waardoor de boten fysiek langer kunnen doorvaren, maarer zijn ook upgrades uitgevoerd aan onder andere computersystemen,sensoren en torpedo’s. Daardoor blijven de onderzeeboten van deWalrusklasse tot midden jaren ’30 in staat om onderzeebootoperaties uitte voeren. Wel zal de operationele relevantie afnemen naarmate het eindevan de levensduur nadert omdat detectiemogelijkheden afnemen door(relatief) kwalitatieve achteruitgang van sensoren en relatief groterekansen om te worden gedetecteerd door (relatief) verbeterde sensorenvan de tegenstander. Alleen een nieuw ontwerp kan deze tekortkomingenoplossen. De Walrusklasse onderzeeboten zullen door extra onderhoud entoenemende onverwachte storingen een toenemende onderhoudslasthebben met als gevolg een lagere beschikbaarheid waardoor benodigdeervaringsopbouw bij het personeel wordt bemoeilijkt.71.Is het uit te sluiten dat de huidige onderzeeboten eerder aanvervanging toe zijn?De vervanging volgt later dan initieel gepland en daarom zijn aanvullendemaatregelen genomen om de Walrusklasse veilig te laten doorvaren totmidden jaren ’30. Deze maatregelen omvatten onder andere hetvervangen van een aantal systemen en het getrapt uit de vaart nemen vantwee onderzeeboten, waardoor de onderhoudsdruk ongeveer gelijk blijften de hoeveelheid reservedelen groter wordt. Het blijft echter techniek,waardoor het nooit 100% is uit te sluiten dat voor het einde van deverlengde levensduur een reparatie te groot blijkt te zijn in relatie tot deresterende levensduur. Langer doorvaren moet zoals eerder aangegevenbovenal veilig en verantwoord zijn. De veiligheid wordt op basis vanveiligheidsprotocollen door de Militaire Zeewaardigheidsautoriteit scherpin de gaten gehouden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5526 72.Hoe zijn we ervan verzekerd dat ten tijde van de ingebruiknemingvan de onderzeeboten ook de «state of the art» elektronischeoorlogvoering wordt toegepast?Reeds in de behoeftestellingsfase is de noodzaak van capaciteiten tenbehoeve van elektronische oorlogsvoering in een breed elektromagne-tisch spectrum onderkend en in de eisen verwerkt. Systeemkeuze,verwerving en integratie worden gedurende de detailed engineering enbouwfase uitgevoerd3, gebruik makend van de laatste ontwikkelingen. Hetkunnen implementeren van nieuwe vormen van (digitale) signaalver-werking en de mogelijkheden voor het uitwisselen van databases metbondgenoten stellen Defensie in staat het hoogste niveau van ontwik-keling op dit gebied te kunnen blijven toepassen gedurende delevensduur van de onderzeeboten.73.Welke kandidaatwerf heeft het beste gescoord op de gunningscri-teria afgezien van de prijs? Is dit de beste onderzeeboot van dedrie aanbiedingen?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.74.Welke kandidaatwerf heeft de grootste Nederlandse participatieuitgedrukt in euro’s?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.75.Tot welke datum zijn de ingediende offertes geldig?De ingediende offertes zijn geldig tot en met 28 juli 2024.76.Hoe en wanneer zijn de gunningscriteria en de ICA tegen elkaargewogen?De beoordeling van de offertes en de beoordeling van de ICA-voorstellenzijn gescheiden trajecten geweest. De uitkomst van de offertebeoordelingwaaronder de beoordeling van de gunningscriteria, en de uitkomst van deICA-beoordeling door EZK, zijn voorgelegd aan de MCOV op 12 maart jl.en de MR op 15 maart jl. Het ICA-voorstel moest acceptabel zijn om tekunnen overgaan tot vaststelling van het voorlopig gunningsbesluit.77.Wanneer is er in 2019 in de ministerraad, dan wel in de minis-teriële onderraden en overleggen, over de vervanging van deonderzeeboten gesproken? Kunt u voor ieder gesprek aangevenwelke bewindspersonen daarbij aanwezig zijn geweest?Over de inhoud van beraadslagingen in de ministerraad en ministeriëleonderraden en commissies kunnen geen mededelingen worden gedaanvanwege de geheimhoudingsplicht. Agenda’s en besluitenlijsten van deministerraad (MR) worden sinds 16 april 2021 op rijksoverheid.nlgeplaatst. Over 2019 zijn die zodoende niet beschikbaar.3Derde voorgangsrapportage Programma Vervanging Onderzeebootcapaciteit, paragraaf 3.1,pagina 10 en 11. (Kamerstuk 34 225, nr. 52)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5527 Gesprekken over de vervanging van de onderzeeboten vinden plaats in deMCOV. De MR van 13 december 2019 heeft ingestemd met de instellingvan de MCOV. Op 31 januari 2020 heeft de eerste MCOV-vergaderingplaats gevonden. De leden van de MCOV zijn de Minister van Buiten-landse Zaken, de Minister en de Staatssecretaris van Defensie, de Ministervan EZK, de Minister van Financiën, de Minister van Landbouw Natuur enVoedselkwaliteit, en de Minister-President.78.Zijn er aanwijzingen dat er, naast Saab in 2019, Nederlandsebedrijven en/of kennisinstituten zijn gehackt of bespioneerd in ditproces? Wat betekent de noodzaak van het stellen van deze vraagvoor de bescherming van de Nederlandse veiligheidsbelangen?Bent u het ermee eens dat een strategische samenwerkingaangaan met een land dat actief spionage inzet om Nederlandsebesluitvorming te beïnvloeden niet wenselijk is?Zie het antwoord op vraag 68.79.Hoe schat u het risico in dat Nederlandse bedrijven en kennisin-stituten die meewerken aan de vervanging van de onderzeebotenhet slachtoffer worden van economische spionage?De MIVD meldt in het recent aangeboden openbaar jaarverslag 2023 datNederlandse bedrijven, kennisinstellingen en wetenschappers eenpotentieel doelwit zijn van diverse statelijke actoren die (heimelijk)hoogwaardige, al dan niet militair relevante, technologie proberen teverwerven (Kamerstuk 29 924, nr. 260). Staten kunnen door overnamesvan bedrijven die hoogwaardige technologie ontwikkelen of doorinvesteringen in vitale infrastructuur, ongewenste afhankelijkhedencreëren met risico’s voor het functioneren van de Nederlandse economieen de nationale veiligheid. Daarmee is de continuïteit van onze vitaleprocessen in het geding en dreigt het weglekken van kennis en vertrouwe-lijke of gevoelige informatie. In dit kader is ook de defensie-industriekwetsbaar voor (economische) spionage, zowel in het fysieke als digitaledomein. Het jaarverslag maakt duidelijk dat de MIVD en AIVD in 2023onderzoek verrichtten naar spionageactiviteiten door China, dat ondermeer de Nederlandse maritieme industrie als spionagedoelwit zietvanwege de goede kennispositie van bedrijven en kennisinstellingen.De inlichtingen- en veiligheidsdiensten voeren onderzoek uit naarspionage en cyber-dreigingen en adviseren waar nodig over mitigerendemaatregelen. In dit kader verwijs ik ook naar de veiligheidseisen zoalsvastgelegd in de Algemene Beveiligingseisen voor Defensieopdrachten(ABDO). Volgens de Wet veiligheidstoets op investeringen, fusies enovernames (Wet Vifo) moeten zowel investeerders in vitale aanbieders enondernemingen met sensitieve technologie, als deze ondernemingen zelfwijzigingen van zeggenschap melden bij het Bureau Toetsing Investe-ringen (BTI) van EZK. BTI beoordeelt of er een risico ontstaat voor denationale veiligheid en kan voorwaarden verbinden aan investeringen ofdeze zo nodig verbieden.80.Kunt expliciteren waarom Defensie «onder de indruk van dematuriteit van het bod van Naval» is? Hoe verschilt dit van deandere ontwerpen? Op welke manier is de maturiteit van deontwerpen onderdeel geweest van de gunningscriteria?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5528 De kwalificatie «maturiteit» is door EZK gebruikt bij de beoordeling van deICA-voorstellen. Naval Group heeft bij EZK aangegeven dat de orders bijNederlandse bedrijven waaraan het zich heeft gecommitteerd met eengrote mate van zekerheid worden geplaatst. Men heeft bijvoorbeeld aloffertes van Nederlandse bedrijven ontvangen en/of hen gekwalificeerden/of hen opgenomen in het leverancierssysteem. Dit wijst er op datNaval Group deze bedrijven zeer waarschijnlijk zal contracteren. Dematuriteit van het voorstel van Naval Group is hiermee als goedbeoordeeld.81.Wat waren de minimale eisen om een groen stoplicht te krijgenvoor de ICA?98.Welk percentage was intern bepaald als het minimum voor hetverkrijgen van het zogenaamde «groene licht» voor de ICA,ondanks dat Minister Adriaansens aan de Kamer meldde dat ergeen minimum en maximum was vastgesteld voor de inbreng vande kandidaten? Hoe wordt een (veel) grotere inbreng van anderekandidaten meegewogen, gezien het feit dat volgens uw brief ernaast de WNV-eisen een zo groot mogelijke Nederlandse betrok-kenheid moet worden vastgelegd?De kandidaat-werven hebben een verzoek gekregen om een voorstel vooreen ICA in te dienen. Op dat moment is ook duidelijk gemaakt dat debeoordeling van de ICA-voorstellen onderdeel zou zijn van de besluit-vorming en dat een acceptabele ICA conditioneel was voor een «groenlicht» vanuit EZK voor de gunning. Het is niet nader gespecificeerdwanneer kandidaat-werven een groen licht zouden krijgen, om hen eensterke prikkel te geven om een zo groot mogelijke industriële betrok-kenheid van de NLDTIB voor te stellen en niet een betrokkenheid dieprecies afdoende zou zijn. De mate van industriële samenwerking en deingediende offertes zijn vervolgens in samenhang afgewogen in deMCOV.82.Hoeveel industriële participatie of andere gerelateerde verplich-tingen hebben bedrijven uit Frankrijk, Duitsland en Zweden inNederland openstaan? Zijn er in het verleden vertragingenopgetreden bij de invulling van deze verplichtingen doorbedrijven uit de eerdergenoemde landen? Zo ja, kunt u ditkwantificeren?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.83.Wat is de verhouding tussen de directe industriële participatievan de drie aanbiedende werven in de aangeboden ICA’s per28 november 2023?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.84.Wanneer is het gunningsmodel en de daarbij behorendeverhouding tussen kwaliteit, prijs en autonomie vastgesteld? Opwelke wijze is dit gunningsmodel aangepast voor inflatie in deindexering en andere prijsopdrijvende effecten in de periodetussen het vastgestelde gunningsmodel en datum prijspeil van deoffertes om te voorkomen dat de prijs een onevenredig aandeel inhet gunningsmodel heeft?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5529 Het gunningsmodel is vastgesteld door de MCOV op 27 september 2022.Het gunningsmodel is later niet meer aangepast. Om het risico op drieongeldige biedingen op prijs te mitigeren is het budget opgehoogd voorzowel de basisraming als de risicoreservering en is besloten om geenplafondprijs te hanteren. Defensie heeft het beoordelingskader engunningsmodel toegelicht in een besloten technische briefing in deTweede Kamer op 18 oktober 2022. Defensie heeft het beoordelingskadertransparant in detail bekend gesteld in de Request for Quotation om dekandidaat-werven in staat te stellen een offerte met een gebalanceerdontwerp te kunnen aanbieden die het beste invulling geeft aan deuitvraag. De werven hebben hierin vervolgens zelf keuzes gemaakt.85.Loopt de zelfscheppendheid van de Nederlandse marinebouw inde toekomst gevaar door de voorlopige gunning van de onderzee-bootorder aan de Franse werf Naval Group, gezien de verre-gaande samenwerking met Frankrijk op materieelgebied zoalsbenoemd in de D-brief? Hoe bent u van plan te voorkomen datNaval Group meedingt bij de aanbesteding van de vervanger vanhet luchtverdedigings- en commandofregat (LCF)?Zie het antwoord op vraag 5.86.Kunt u garanderen dat de offerteprijs de prijs is waarvoor u gaattekenen? Zo nee, hoeveel stijgt de prijs?De prijzen die in het contract met Naval Group zijn opgenomen, zijn vasteprijzen. Jaarlijkse prijsbijstelling wordt zoals gebruikelijk vastgesteld opbasis van de contractueel vastgelegde prijsbijstellingsformule. NavalGroup committeert zich met haar inschrijving en akkoord op de leverings-overeenkomst aan het naar kwaliteit leveren van de gevraagde productenen diensten binnen de gestelde kaders, waaronder het kader geld.87.Heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat eeninschatting gemaakt van de effecten van de concurrerende ICA’sop de levenslange instandhouding van de te vervangen onderzee-boten, met inbegrip van een bredere Nederlandse betrokkenheiddie zou leiden tot een grotere monetaire terugvloei naar destaatskas over de periode van instandhouding? Zo niet, waaromis dit niet gedaan, en kan dit inzicht alsnog worden gegeven opbasis van de aangeboden ICA’s per 28 november 2023?In algemene zin kan worden gesteld dat hoe groter de betrokkenheid vande Nederlandse industrie bij het ontwerp, de ontwikkeling en de bouw is,hoe groter de betrokkenheid van de Nederlandse industrie in de instand-houdingsfase zal zijn. Het is aannemelijk dat bedrijven die eensubsysteem leveren of integreren ook zullen worden betrokken bij hetonderhoud van het betreffende systeem. Hoe groot die betrokkenheid zalzijn is echter niet op voorhand in te schatten of vast te stellen. Debetrokkenheid is namelijk afhankelijk van veel verschillende factoren. Hetkan ook zo zijn dat bedrijven die geen componenten leveren door deleverancier van de betreffende componenten wel worden betrokken in hetonderhoud. De betrokkenheid bij het onderhoud kan in die zin ook groterzijn dan de betrokkenheid bij de bouw.88.Kunt u nader onderzoek doen naar de «all-over» economische ensleuteltechnologie-effecten van een aanbesteding aan NavalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5530 Group (Frankrijk) vis-á-vis de Zweedse of Duitse aanbieding?Kunnen hierbij de indirecte effecten worden meegenomen zoalsde mogelijkheid een nieuwe hightech exportmarkt («de maritiemeASML») te ontwikkelen, de instandhouding van de onderzee-boten, spill-over effecten naar het civiele scheepsbouwdomein ende inzet van het Nederlandse MKB en kennisinstellingen?Over de uitkomsten van de onderzoeksfase is uw Kamer geïnformeerdmet de B-brief van 13 december 2019. Aan de B-brief (Kamerstuk 34 225,nr. 24) gingen verschillende onderzoeken en drie Requests for Informationbij de beoogde werven vooraf. Naast de marktverkenning en inventari-satie van opties door Defensie (TNO-rapport over alternatieven, rapportover werfappreciatie, mogelijkheden internationale samenwerking) en eenkosten-baten analyse inclusief risicoanalyse, gaat het om een appreciatiedoor EZK van de mogelijkheden van industriële participatie (14 september2018) en een aanvullend onderzoek naar aanleiding van de DefensieIndustrie Strategie (Kamerstuk 34 225, nr. 23). De Kamer is (vertrouwelijk)geïnformeerd over de onderliggende onderzoeken (Kamerstuk 34 225,nr. 26).Op basis van de ICA-voorstellen is het mogelijk om economische effectenaf te leiden maar het is niet mogelijk om precies in te schatten of vast testellen wat de (indirecte) economische effecten zullen zijn. De genoemdeindirecte effecten zijn op basis van de ICA niet precies op waarde teschatten. Over de looptijd van de ICA kan hier meer inzicht in wordenverkregen op basis van de uitgevoerde activiteiten.89.In hoeverre is de Nederlandse onderzeedienst en de instand-houding van de onderzeeboten kwetsbaar door de keuze voorNaval Group in vergelijking tot de andere aanbieders, waarbijNederland (naast Pakistan, India, Brazilië en Maleisië) nu één vande vele kleinere onderzeediensten zal zijn voor Naval Group? Hoeverhoudt zich dit tot de beoogde waarborging van vitale belangenvan Nederland zoals verwoord in de recente sectoragenda vooreen toekomstbestendige maritieme maakindustrie?Zie het antwoord op vraag 41.90.Waarom vergroot het kabinet bewust de afhankelijkheid vanFrankrijk, terwijl er genoeg capaciteiten zijn in eigen land – enIndonesië, India en Brazilië, samen met Naval Group wel in eigenland bouwen – om een strategisch project als onderzeeboten veelmeer nationaal en in evenwichtige Europese samenwerking op tepakken?91.Kan Defensie een inventarisatie geven in de kennisdomeinen diein Nederland ontbreken en in Indonesië, India en Brazilië blijkbaarwel aanwezig zijn, aangezien deze landen in hun eigen landbouwen, waarop Defensie steeds de conclusie trekt datNederland de kennis niet meer bezit om in Nederland onderzee-boten te bouwen?Over de uitgangspunten voor de verwervingsvoorbereidingsfase is uwKamer geïnformeerd met de B-brief van december 2019. Over deuitkomsten van de verwervingsvoorbereidingsfase is uw Kamer geïnfor-meerd met de D-brief van 15 maart 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5531 Defensie kan geen inventarisatie geven van de kennisdomeinen inIndonesië, Inda en Brazilië. Defensie heeft geen inzicht in de bouwactivi-teiten in de genoemde landen, noch in de kennis en technologie waaroverwordt beschikt, of in de afspraken die met buitenlandse leveranciers zijngemaakt. Defensie heeft in de beantwoording van eerdere Kamervragenover de in Nederland aanwezige kennis (Kamerstuk 34 225, nr. 32, vraag 5)toegelicht dat anders dan ten tijde van de bouw van de Walrusklasse, dehoofdaannemer van destijds niet meer bestaat en een deel van denationale toeleveranciers ook niet meer aanwezig zijn. Defensie beschiktniet meer over de kennis en capaciteit van destijds om een centrale rol tevervullen in het ontwerp en de productie van onderzeeboten en er is geenNederlandse werf meer die zelfstandig onderzeeboten kan ontwerpen enbouwen. Ook uit een analyse door Nederlandse bedrijven zelf in 2021bleek dat, om een belangrijk aandeel te kunnen hebben in de bouw vanonderzeeboten, overdracht nodig zou zijn van kennis, rechten, mensen enmiddelen uit het buitenland.92.Welk belang is vanuit Nederland gediend met een keuze voorNaval Group waarmee verdere marktconsolidatie wordtbestendigd op het gebied van zowel oppervlakteschepen, zoalsfregatten en mijnenvegers, als onderzeeboten?94.Wat zijn de effecten van een consumerende Nederlandse Defensiedie grotendeels haar Marine heeft aanbesteed bij buitenlandsepartijen?In economische zin betekent consolidatie dat bedrijven samengaan doorfusies en overnames. In de Europese marinebouw is, met uitzonderingvan de Duitse sector, op dit moment geen sprake van consolidatie maarwillen verschillende landen juist weer bouwcapaciteit voor bovenwater-schepen creëren (o.a. Denemarken en Finland). Mede door de volleorderboeken en overwegingen rond nationale veiligheid zijn fusies ofovernames in de Europese maritieme sector niet opportuun. Defensiedraagt met vervangingsprogramma’s en investeringen in nieuwecapaciteiten bij aan versterking van de Nederlandse maritieme sector.Hierbij wordt de focus verbreed van het nemen van besluiten alleen opbasis van de behoeftestelling per schip of ander maritiem materieel naarook de gewenste effecten om de hele sector te versterken. De onderzee-bootvervanging wijkt op wezenlijke punten af van andere maritieme(vervangings-)projecten omdat Nederland niet meer beschikt overzelfscheppende onderzeebootbouw. Zie ook de eerdere Kamerbrievenover de Nederlandse maritieme maakindustrie, de A-brief over devervanging van de LC-fregatten en de A-brief over de verwerving vanamfibische transportschepen.93.Zal er buiten deze aanbesteding eveneens een Frans-Nederlandsdefensiepact worden gesloten zoals Frankrijk in 2021 metGriekenland is overeengekomen ten tijde van de aanbestedingvoor Griekse fregatten inclusief veiligheidsgaranties? Zo ja,welke? Zo niet, is dit dan geen gemiste kans? Waarom is nietafgesproken dat Frankrijk (een deel van) haar oppervlakte vlootaanbesteedt bij de Nederlandse marinebouw?Defensie is niet bekend met de inhoud van de afspraken tussenGriekenland en Frankrijk over de aanschaf door Griekenland van fregattendie worden gebouwd door Naval Group. Zoals in de D-brief vermeld, zalDefensie voorafgaand aan of gelijktijdig met de tekening van de leverings-overeenkomst met Naval Group een MoU sluiten met de Franse Staat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5532 Met het MoU wordt bekrachtigd dat ook de nationale overheid van dewinnende werf zich verbindt aan de voorwaarden voor zelfstandig gebruiken instandhouding van de vervangende onderzeeboot-capaciteit doorNederland gedurende de levensduur. De beoogde materieelsamen-werking met Frankrijk zal, naar aanleiding van het te sluiten MoU voor delevering van de nieuwe onderzeeboten, een strategisch karakter krijgen.Deze samenwerking kan een opstap bieden naar meer operationelesamenwerking op onderzeebootgebied.94.Wat zijn de effecten van een consumerende Nederlandse Defensiedie grotendeels haar Marine heeft aanbesteed bij buitenlandsepartijen?Zie het antwoord op vraag 92.95.Hoe is de mathematische verdeling tussen de drie «ingrediënten»– «beste boot voor de beste prijs», risicobeheersing, en dewaarborging van het wezenlijke nationale veiligheidsbelang enstrategische autonomie – in het gunningsmodel, zoals benadruktin de brieven aan het parlement en het debat op 24 maart 2013?96.Welke harde minimale eisen van daadwerkelijke Nederlandseindustriële participatie zijn vastgesteld en welke stimulansen zijner geïmplementeerd in het gunningsmodel, zoals beschreven inde B-brief? Hoe zwaar hebben deze factoren meegewogen in hettotale gunningsmodel?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.97.Welk onderscheid in de weging is er gemaakt tussen onder-zeeboot gerelateerde industriële participatie enniet-onderzeeboot gerelateerde industriële participatie gezien hetherhaalde belang van de waarborging van wezenlijk nationaalveiligheidsbelang en de strategische autonomie die u heeftbenadrukt met betrekking tot het onderzeebootprogramma?De industriële samenwerking die is gerelateerd aan de Nederlandseonderzeebootcapaciteit heeft meegewogen in de beoordeling van deICA’s. Dit komt tot uiting in de beoordeling van de ICA’s op zowel kwaliteitals kwantiteit. De nota over de beoordeling van de ICA-voorstellen die isvoorgelegd aan de MCOV is uw Kamer tegelijk met de D-brief tervertrouwelijke inzage beschikbaar gesteld.98.Welk percentage was intern bepaald als het minimum voor hetverkrijgen van het zogenaamde «groene licht» voor de ICA,ondanks dat Minister Adriaansens aan de Kamer meldde dat ergeen minimum en maximum was vastgesteld voor de inbreng vande kandidaten? Hoe wordt een (veel) grotere inbreng van anderekandidaten meegewogen, gezien het feit dat volgens uw brief ernaast de WNV-eisen een zo groot mogelijke Nederlandse betrok-kenheid moet worden vastgelegd?Zie het antwoord op vraag 81.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5533 99.Hoe verschilt de ICA die, als een juridisch bindende commerciëleovereenkomst volgens Nederlands recht zal gelden, van devroegere offset overeenkomsten, indien dit niet identiek is?Bij de vaststelling van Richtlijn 2009/81/EG is het toenmalige compensatie-beleid oftewel «offset» in Nederland afgeschaft. Op basis van de nieuwewet- en regelgeving is het nationale compensatiebeleid vervangen doorhet industriële participatiebeleid. Het industriële participatiebeleid istoegespitst op afgebakende gebieden die van wezenlijk belang zijn voorde Nederlandse veiligheid. Binnen het industriële participatie-beleidworden alleen activiteiten ondersteund die een bijdrage leveren aan dehet borgen van de veiligheidsbelangen, zowel op korte als op langetermijn. Het huidige industriële participatie-beleid, en daarmee de ICA, zijnniet gebaseerd noch gericht op het realiseren van een economischetegenprestatie qua waarde of omzet, maar op het bijdragen aan dewezenlijke nationale veiligheidsbelangen door technologie, industriëlecapaciteiten en kennis in stand te houden of door te ontwikkelen of nieuwop te bouwen (zie Kamerstuk 26 231, nr. 31).100.Wat houden de kritische challengers in, waarover wordtgesproken in het beoordelingsproces van de offertes, en wat isde rol geweest van deze challengers?133.Wie zijn de kritische challengers die betrokken zijn geweest bijde beoordeling van de offertes en wat is precies hun rol geweest?De kritische challengers zijn medewerkers van Defensie die op afstandstaan van het programma VOZBT en hierin geen actieve rol vervullen. Dekritische challengers stellen controlevragen die dwingen om nader teonderbouwen, waarmee ze tunnelvisie of vooringenomenheid helpenvoorkomen. Hiermee wordt de objectiviteit van de argumentatie endaarmee de kwaliteit van het beoordelingsproces verbeterd.101.Welke specifieke maatregelen heeft u binnen het kader van hetonderzeebootprogramma genomen om een gelijk speelveld tewaarborgen, zoals vermeld in uw brief «DIS in nieuwe geopoli-tieke context» (Kamerstuk 31 125, nr 123) aan de Tweede Kamer,waarin u refereert aan een gebrek aan een gelijk speelveld in dedefensiemarkt en de intentie tot het implementeren van eenactievere industriepolitiek voor meer eerlijke concurrentie?Defensie en EZK hebben binnen de gekozen verwervingsstrategieinvulling gegeven aan de doelstellingen van de (geactualiseerde) DIS,waaronder de versterking en internationale positionering van de NLDTIB.Zoals toegelicht in de brief over de offerteaanvraag (Kamerstuk 34 225,nr. 40) en de beantwoording van de feitelijke vragen daarover (Kamerstuk34 225, nr. 41), heeft het kabinet maatregelen getroffen om Nederlandsebetrokkenheid tot stand te laten komen via drie verschillende sporen:1) door eisen te stellen ter waarborging van het wezenlijk nationaalveiligheidsbelang (WNV), 2) door eisen te stellen die Defensie in staatstellen om de instandhouding van de onderzeeboten zoveel mogelijkzelfstandig te organiseren met een regierol voor de DMI in Den Helder, en3) door de bredere Nederlandse betrokkenheid vast te leggen in eenindustriële samenwerkingsovereenkomst met de winnende werf (ICA).Over de ICA is uiteengezet dat deze tot doel heeft om, bovenop hetgeenvoortvloeit uit de WNV-eisen, een zo groot mogelijke Nederlandsebetrokkenheid vast te leggen die bijdraagt aan een versterking van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5534 NLDTIB. De DIS biedt hiervoor het beleidsmatige kader. Over de totstand-koming van de ICA is uw Kamer geïnformeerd met de brief van 25 januari2023 (Kamerstuk 34 225, nr. 42).102.Hoe kunt u onder concurrentie contracteren als er geen realis-tisch alternatief is, aangezien u in de D-brief schrijft dat daarwaar CZSK/DMI niet onafhankelijk kan opereren van deleverancier, en er geen realistisch alternatief is voor deleverancier, zijn noodzakelijke diensten zoveel als mogelijk opvoorhand onder concurrentie gecontracteerd worden?124.Hoe kan er onder concurrentie worden gecontracteerd tenaanzien van het onderhoud gedurende de levenscyclus als er geenrealistisch alternatief is voor de winnende leverancier, zoalsbeschreven in de D-brief, waarin staat dat CZSK/DMI de bij hetonderhoud gedurende de levenscyclus noodzakelijke dienstenzoveel mogelijk op voorhand onder concurrentie dient te contrac-teren bij de winnende werf?Deze noodzakelijke diensten worden onder concurrentie gecontracteerdomdat zij onderdeel waren van de offerteaanvraag en daarmee deel uitmaken van de (winnende) offerte.103.Waarom heeft het demissionaire kabinet ervoor gekozen om eenbuitengewoon drastische koerswijziging op strategisch veilig-heidsgebied te maken door te besluiten tot een strategischemaritieme samenwerking met Frankrijk, gezien het feit dat er alintensieve samenwerkingen zijn met Noord-Europese landen enhet Verenigd Koninkrijk, en het potentieel voor maritiemeindustriële samenwerking in Noord-Europa? Zijn er adviezen vanDe Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) die hieraan tengrondslag liggen?Het kabinet ziet verbreding en verdieping van defensiesamenwerking metFrankrijk niet als een koerswijziging, maar als voortzetting van beleid daterop is gericht om samen met bondgenoten en partners Europa te(blijven) beschermen en verdedigen. De beoogde (materieel)samen-werking met Frankrijk op onderzeebootgebied vormt een aanvulling opreeds bestaande vormen van samenwerking op tal van terreinen metverschillende Europese landen. Europese defensiesamenwerking is éénvan de onderwerpen waarover de AIV regering en parlement adviseert. Inde besluitvorming over de gunning zijn geen specifieke AIV-adviezengebruikt.104.Op welke momenten (tijdstippen) kan Defensie op basis van deprestaties van de winnende werf zonder financiële consequentieshet contract beëindigen?Specifieke tijdstippen kunnen niet worden geduid. Conform de leverings-overeenkomst kan Defensie het contract ontbinden indien de werf (tijdelijkof permanent) tekort schiet in de (correcte) uitvoering van de overeen-komst. Ook vormen aanleidingen zoals surseance van betaling enbeïnvloeding van personeel van de Staat redenen voor ontbinding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5535 105.Hoe worden ICA’s beoordeeld? Hoe gaat Defensie de definitieveICA’s blijvend monitoren en zorgen dat afspraken over en weerworden nageleefd?De ICA’s zijn op een beschrijvende manier beoordeeld op basis van driebeoordelingscriteria: kwantiteit, kwaliteit en maturiteit.De naleving van de industriële samenwerkingsovereenkomst wordt doorEZK nauwgezet gemonitord en ieder jaar met de leverancier van deonderzeeboten besproken. Er is tijdens de looptijd veel ruimte om denaleving bij te sturen om te garanderen dat de ICA-verplichting aan heteinde van de looptijd is uitgediend.106.Zal de voorlopig toegekende onderzeeër grote en kostbareaanpassingen nodig hebben binnen het onderzeebootprogrammaom TLAM en MARK48 te kunnen lanceren of worden die modifi-catiekosten volledig doorgeschoven naar andere programma’s?Het programma VOZBT is verantwoordelijk voor het treffen vanvoldoende technische voorzieningen voor het kunnen integreren eninzetten van heavy weight torpedo’s en kruisvluchtwapens vanuit denieuwe onderzeeboten. In de aangeboden onderzeeboot zijn detechnische voorzieningen reeds meegenomen. Verdere details omtrentintegratie van deze wapens staan beschreven in de derde voortgangsrap-portage, paragrafen 4.4.1 en 4.4.3.107.Wat zijn de garanties dat ISS-werkzaamheden in Nederlandworden uitgevoerd?161.Welke bedrijven gaat DMI inschakelen bij instandhouding en watgaat Defensie zelf doen? Wat is hierbij de rol van het project«werf van de toekomst»?166.Kunt u aangeven in hoeverre de Nederlandse industrie wordtbetrokken bij het onderhoud van de nieuwe onderzeeboten?194.Hoeveel procent van de betrokken bedrijven zal Nederlands zijnin de instandhouding?De instandhouding van de nieuwe onderzeeboten zal zich concentreren opde Marinebasis Nieuwe Haven in Den Helder, waarbij het dok-gebondenonderhoud wordt uitgevoerd op het schepenliftcomplex van de DMI.Tijdens de ISS Definition Phase wordt nader uitgewerkt voor welkeonderhoudswerkzaamheden een beroep zal worden gedaan op deleverancier en haar (Nederlandse) toeleveranciers, in samenwerking metde DMI. De exacte rolverdeling tussen de verschillende partijen van deinstandhouding, zoals DMI en Nederlandse industrie, is hier onderdeelvan. Bij deze hybride aanpak wordt een publiek-private samenwerking zoveel als mogelijk gestimuleerd voor het behoud van noodzakelijke kennisvoor de uitvoering door DMI-personeel van ongepland onderhoud tijdens(of in voorbereiding op) de inzet van de onderzeeboten. Voor eentoekomstbestendige ontwikkeling van zowel de militaire als civiele havenin Den Helder, werkt Defensie actief samen met de provincie Noord-Holland en de gemeente Den Helder in het bredere samenwerkings-verband «Ontwikkeling Maritiem Cluster regio Den Helder». De ambitieom een maritieme maintenance valley te ontwikkelen maakt hier deel vanuit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5536 108.Heeft de, al dan niet, invulling van de ICA van de winnende werfinvloed op het betaalschema van het onderzeebootprogramma?Wat zijn eventueel de consequenties van het niet tijdig nakomenvan de gecontracteerde ICA?De naleving van de ICA-verplichting is niet gekoppeld aan het betaal-schema voor het onderzeebootprogramma.Zoals gezegd, worden na ondertekening de toezeggingen uit de ICAjuridisch bindend. Als de ICA-verplichting aan het einde van de looptijdniet is uitgediend, kan deze worden opgehoogd. Daarnaast zouniet-naleving grote reputatieschade opleveren in een markt die beperkt isen waar industriële samenwerking van groot belang is. Er is de wervendie onderzeeboten bouwen dus veel aan gelegen hun afspraken na tekomen.109.Hoe verhoudt de aankondiging dat honderden miljoenen euro’snaar Nederlandse bedrijven zullen gaan, zich tot het totaleprojectbudget van ongeveer 5,5 miljard euro zoals vermeld in deD-brief? In het bijzonder, gezien het feit dat dit waarschijnlijkbetekent dat hoogstens 10% van de waarde van de order naarNederlandse bedrijven zal gaan, hoe verhoudt dit zich tot grotemilitaire aanbestedingen van andere landen, zoals hetF126-project van Duitsland waar 70% van het werk in Duitslandwordt uitgevoerd?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.110.Hoe verhoudt de aankondiging van Naval Group om met tienNederlandse bedrijven samen te willen werken zich tot debiedingen van TKMS en Saab? Hebben deze bedrijven bevestigddat ze technische biedingen en offertes aan Naval Group hebbenverstrekt, zoals op 28 november toen de ICA werd gesloten?Het aantal bedrijven dat betrokken is, zegt niets over de kwaliteit van deICA of de financiële omvang. De onderhandelingen tussen Naval Groupen de Nederlandse bedrijven die worden betrokken bevinden zich in eenvergevorderd stadium. In veel gevallen zijn al offertes verstrekt, maar decontractonderhandelingen kunnen pas worden afgerond na onderte-kening van de leveringsovereenkomst. Zie ook het antwoord op vraag 64.111.Is het haalbaar om direct na de EDC te beginnen met de gedetail-leerde engineeringfase voor de Blacksword Barracuda, gezien hetfeit dat dit een volledig nieuw ontwerp lijkt te zijn met verschil-lende rompdiameter, lengte en tonnage dan de eerdere Barracuda-varianten? Zal er wellicht eerst een definitiefase en basisenginee-ringfase moeten plaatsvinden? En zo ja, is hiervoor voldoende tijdtoegewezen in het projectschema zoals vermeld in de D-brief?145.Kunt u inzicht geven in de tijdlijnen die verbonden zijn aan deverschillende deelfases na contracttekening?154.Kan de precieze tijdlijn voor het vervolg van de vervanging van deonderzeebootcapaciteit worden gegeven, met daarbij de nu reedsbekende data en de bandbreedtes waarbinnen volgende fasenuitgevoerd zullen worden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5537 Zoals toegelicht in bijlage A van de D-brief onderkent het programma datde realisatiefase van de onderzeebootcapaciteit in verschillende deelfaseszal worden doorlopen. Het betreft achtereenvolgens de Mobilisatiefase, deDetailed Engineering fase, de Bouwfase, de Introductie/transitie fase en deGebruikersfase. Op het moment dat er een Gunningsbesluit is, zal NavalGroup overgaan tot mobiliseren. Dat heeft gevolgen voor het handelenvan het programma VOZBT. Het programma wordt gemobiliseerd middelsverhoogde capaciteit, aanwezigheid op locatie van Naval Group en hetinrichten van processen die van belang zijn voor de realisatiefase. Tijdensde Detailed Engineering fase is er intensief contact met Naval Group voorde bouw van de boot. In deze fase zal de feitelijke invulling van despecificatie plaatsvinden. Er wordt gekeken of deze feitelijke invullingaansluit op de gestelde functionele eisen. Na de finale Critical DesignReview (CDR) wordt de Detailed Engineering fase afgesloten en wordt erovergegaan op de bouwfase.De planning van de winnende werf, zoals toegelicht in bijlage A van deD-brief, zal contractueel worden vastgelegd. Op basis van deze contrac-tueel vastgelegde planning moeten uiterlijk tien jaar na tekening van deleveringsovereenkomst de varende beproevingen van de tweede boot zijnvoltooid.112.Hoe zal Defensie ervoor zorgen dat de kosten van het Neder-landse onderzeebotenproject niet dezelfde stijging ondergaan alshet Shortfin Barracuda-project voor Australië, dat oorspronkelijkbegon met een begroting van 50 miljard Australische dollar enuiteindelijk toenam tot 90 miljard Australische dollar voordat hetwerd geannuleerd?Zie het antwoord op vraag 15.113.Welke strategische hefbomen heeft Defensie om prijsstijgingenen vertragingen tegen te gaan, en bestaat er een back-up planvoor een dergelijk scenario?De leveringsovereenkomst dwingt Naval Group om binnen de gecontrac-teerde kaders van product, tijd en geld te blijven, waarbij Defensie ditcontinu blijft monitoren.114.Hoe realistisch is het dat Nederlandse bedrijven betrokkenworden bij het onderhoud van de onderzeeërs als ze nietbetrokken zijn bij de productie? Is er een kennisoverdrachtovereengekomen met Naval Group? Hoe worden deze bedrijvengecompenseerd voor de tijd en moeite die ze steken in hetopbouwen van de kennis gezien ze de kennis niet opbouwentijdens de ontwikkelings- en productiefase?Tijdens de ISS Definition Phase wordt nader uitgewerkt voor welkeonderhoudswerkzaamheden een beroep zal worden gedaan op deleverancier en haar (Nederlandse) toeleveranciers, in samenwerking metde DMI. De exacte rolverdeling tussen de verschillende partijen van deinstandhouding, zoals DMI en Nederlandse industrie, is hier onderdeelvan. De ICA, die initieel voor de leveringsovereenkomst worden gesloten,wordt opgehoogd voor het instandhoudingscontract. Complementair aande Nederlandse betrokkenheid die in het instandhoudingscontract wordtovereengekomen, kan ook betrokkenheid van de Nederlandse industrievia de ICA worden bevorderd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5538 115.Waar komt het grote prijsverschil vandaan, kijkende naar deprijsstelling van Naval Group die relatief laag is in vergelijkingmet de recente order van Scorpène van Indonesië en de ordervoor TKMS van Noorwegen?Defensie heeft geen kennis van de inhoud van de overeenkomsten vanIndonesië of Noorwegen waardoor een vergelijking naar prijsstelling nietmogelijk is.116.Zijn er bepaalde wegingen veranderd met betrekking tot hetbetrekken van de Nederlandse industrie tijdens het wervings-proces?Nee.117.In hoeverre zijn de ervaringen in Australië, zoals gemeld doorvoormalig Minister-President Scott Morrison en Naval GroupAustralia directeur John Davis, waarbij de order van Naval inAustralië zowel qua tijdlijn en budget buiten de perken liep en desamenwerking met lokale industrie werd afgeschaald, meege-wogen in de gunning van het Nederlandse onderzeebootpro-gramma, gezien het feit dat u aangaf dat er tijdens de AUKUS-samenwerking lessen zijn meegenomen door een gezant naarAustralië?Zie het antwoord op vraag 15.118.In hoeverre is staatssteun meegewogen in de prijsverschillen,gezien de prioriteit in de Defensie Industriële Strategie (DIS) omde Nederlandse Maritieme Industrie fors te ondersteunen en hetfeit dat Nederland deelneemt aan een Noordelijke alliantie vanmarinebouw om «non-level playing fields» in de MaritiemeMaakindustrie tegen te gaan?Niet. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de werf NavalGroup, deels in staatshanden, grotere risico’s kan nemen en kan leverentegen prijzen waar een commerciële werf nauwelijks tegenop kan. Zie ookhet antwoord op vraag 8.119.Hoe is de beslissing voor een strategisch partnerschap metFrankrijk tot stand gekomen, zoals beschreven in de D-brief?Betekent deze keuze dat Nederland zich weg beweegt vansamenwerkingen met de VS, het VK en de andere Five Eyes? Watzijn de implicaties van deze keuze voor onze rol in de NorthernNaval Capability Cooperation? Is er met ons parlement besprokendat Nederland ervoor kiest om met Frankrijk samen te werken ophet gebied van bescherming?121.Is er formeel of informeel informatie ingewonnen over hoe onzepartners in de Five Eyes over deze gunning denken? Zo ja, welkezienswijze hebben zij met het Defensie gedeeld? Zo nee, waaromniet?Defensie rekent Frankrijk al geruime tijd tot de strategische partnerswaarmee intensievere samenwerking wordt nagestreefd. Hierover is uwTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5539 Kamer de afgelopen jaren met enige regelmaat geïnformeerd, onder meerin rapportages over de stand van zaken van de internationale militairesamenwerking. De strategische samenwerking waarover in de D-briefwordt gesproken heeft betrekking op onderzeebootgebied, in hetbijzonder de materieelsamenwerking. Zoals in eerdere brieven vermeld,zal Defensie voorafgaand aan, of gelijktijdig met de tekening van deleveringsovereenkomst een MoU sluiten met het land van de winnendewerf. Hiermee wordt bekrachtigd dat ook de nationale overheid van dewinnende werf zich verbindt aan de voorwaarden voor zelfstandig gebruiken instandhouding van de vervangende onderzeebootcapaciteit doorNederland gedurende de levensduur. Gezien de reikwijdte en de beoogdelooptijd van het MoU heeft de hieruit voortvloeiende samenwerking eenstrategisch karakter. Zoals gemeld in de D-brief, kan deze samenwerkingeen opstap bieden naar meer operationele samenwerking op onderzee-bootgebied en andere vormen van materieel- en veiligheidssamen-werking.Defensie werkt in veel verschillende verbanden en ook bilateraal samenmet tal van bondgenoten en partners. Intensivering van de samenwerkingmet Frankrijk op onderzeebootgebied doet niets af aan andere vormenvan samenwerking, zoals in het kader van de Northern Naval CapabilityCooperation. Defensie werkt op onderzeebootgebied reeds langdurigsamen met veel verschillende landen en wil deze samenwerking voort-zetten na de introductie van de nieuwe onderzeeboten en waar mogelijkverder uitbreiden met het land van de leverancier. Nederland maakt geendeel uit van de zogenoemde «Five Eyes». Defensie heeft de betreffendelanden dus ook niet geconsulteerd over eventuele implicaties van deleverancierskeuze voor inlichtingensamenwerking.120.Wat houdt de inrichting van de programmabeheersing in en hoewordt hier aandacht aan gegeven? Welke rol spelen onder meerde Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer bij de rest vanhet projectproces? Kunt u daar meer over uitweiden?Zie het antwoord op vraag 40.121.Is er formeel of informeel informatie ingewonnen over hoe onzepartners in de Five Eyes over deze gunning denken? Zo ja, welkezienswijze hebben zij met het Defensie gedeeld? Zo nee, waaromniet?Zie het antwoord op vraag 119.122.Wanneer werd er «groen» gegeven in de stoplichten-procedure?Is er verschil tussen lichtgroen en donkergroen? Wat was hetkantelpunt naar «groen» binnen de ICA-evaluatie?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.123.Hoe worden het belang van interne kwaliteitsborging binnen deprogrammaorganisatie en het toezicht op de voortgang en dekwaliteit van de werkzaamheden van de werf bezien?Zie het antwoord op vraag 40.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5540 124.Hoe kan er onder concurrentie worden gecontracteerd tenaanzien van het onderhoud gedurende de levenscyclus als er geenrealistisch alternatief is voor de winnende leverancier, zoalsbeschreven in de D-brief, waarin staat dat CZSK/DMI de bij hetonderhoud gedurende de levenscyclus noodzakelijke dienstenzoveel mogelijk op voorhand onder concurrentie dient te contrac-teren bij de winnende werf?Zie het antwoord op vraag 102.125.Hoe worden de financiële risico’s beheerst ten aanzien van hetverdere onderhoud van de onderzeeboten?Zie het antwoord op vraag 39.126.Kunt u beschrijven hoe het bezwaarproces in zijn algemeenheid isvormgegeven, aangezien in de media is vermeld dat TKMSbezwaar maakt tegen de voorgenomen gunning? Kan het bezwaarnog impact hebben op de verdere gunning en uitvoering van ditproces?In mijn brief van 30 april jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over dedagvaarding van tkMS. De bezwaarprocedure behelst een kort geding tenoverstaan van de (civiele) voorzieningenrechter. In lijn met de gemaakteafspraken zal Defensie hangende de procedure geen contractueleverplichtingen aangaan met de voorlopige winnaar. Of hierdoorvertraging zal ontstaan in de het programma, bijvoorbeeld ten aanzienvan het beoogde moment van contractsluiting, is afhankelijk van devoortgang en uitkomst van het kort geding.127.Leidt het veranderen en toenemen van dreigingen in de afgelopenjaren tot risico’s of gedachten rondom het ontwerp, rekeninghoudend met de bescherming van de bodem van de Noordzee,elektronische oorlogsvoering en toegenomen kennis en kunde ophet gebied van sensoren, zowel van onze bondgenoten als vanonze tegenstanders?Nee, het operationele concept en het ontwerp van de onderzeebootblijven zeer relevant, ondanks de veranderende en toenemende dreiging.De vervangende onderzeebootcapaciteit zal niet primair worden ingezetvoor de bewaking en bescherming van de onderzeese infrastructuur op deNoordzee. Defensie heeft hiervoor andere capaciteiten tot haarbeschikking en heeft tevens de behoefte gesteld voor nieuwe capaciteitenvoor het verbeteren van de bescherming van vitale infrastructuur op deNoordzee (zie Kamerstuk 36 124, nr. 39). Gezien ontwikkelingen op hetgebied van sensoren van zowel bondgenoten als tegenstanders, heeft deaangeboden onderzeeboot eigenschappen die de kans om door anderengedetecteerd te worden kleiner maken. Wat betreft de elektronischeoorlogsvoering, heeft de aangeboden onderzeeboot uitgebreide capaci-teiten om met hedendaagse en toekomstige dreigingen om te kunnengaan. Zie tevens het antwoord op vraag 72.128.Was «prijs» onderdeel van de gunningcriteria? In welke mateheeft dat meegespeeld?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5541 Het door Defensie toegepaste beoordelingskader voor het offertetrajectberust op de uitgangspunten beste boot voor de beste prijs, risicobe-heersing en waarborging van het wezenlijk nationaal veiligheidsbelang ende strategische autonomie. Zie voor een nadere toelichting op prijs deseparate vertrouwelijke beantwoording.129.Kunt u iets zeggen over het prijsverschil tussen de scheeps-werven? Hoe groot is dat prijsverschil?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.130.Wanneer wordt de ICA hard? Voor of na de gunning?Zie het antwoord op vraag 53.131.Wat zijn de aanvullende risico’s waar de Kamer volgens hetADR-rapport onvoldoende over is geïnformeerd?Het ADR-rapport (Kamerstuk 34 225, nr. 53) meldt dat bij de D-brief in devertrouwelijke Bijlage E een top 5 financiële risico’s en een top 5 tijdri-sico’s wordt gepresenteerd. Defensie heeft gezien de fase waarin hetprogramma zich nu bevindt en de (commerciële) gevoeligheid vanspecifieke (financiële) informatie, besloten geen gedetailleerde informatieper risico en over het totaal van de risico’s te vermelden. Hoewel de ADRhet standpunt van Defensie zeker in deze fase van het programmabegrijpelijk vindt, wordt voor het vervolg van het programma geadviseerdom met de Kamer af te stemmen welke mate van gedetailleerdheid moetworden betracht bij het verstrekken van informatie over risico’s en inwelke mate deze informatie openbaar of vertrouwelijk moet wordenverstrekt. Naar mate de uitvoering van het programma VOZBT vordert,ontstaat er meer ruimte om meer gedetailleerde financiële informatie overde risico’s in de voortgangsrapportages op te nemen.132.Op welke wijze wordt er toezicht gehouden op het verloop van deplanning van het project? Kan hierbij expliciet worden ingegaanop de vraag welke lessen uit eerdere grote projecten getrokkenzijn om vertraging te voorkomen?Het toezicht op de planning maakt deel uit van de programmabeheersing.Voor de inrichting hiervan is gebruik gemaakt van geleerde lessen tenaanzien van de risicoanalyse en -beheersing in het programmaverwerving F-35, waarop ook de AR de aandacht heeft gevestigd. Vanaf2021 is de systematiek van doorlopende risicoanalyse tot stand gekomen,waarbij de planning wordt beschouwd aan de hand van probabilistischeanalyse. Mede naar aanleiding van onderzoeken naar tijdsoverschrij-dingen tijdens de dialoogfase zijn vanaf 2022 de risicoanalyses en-rapportages uitgewerkt tot volwaardige sturingsinstrumenten dieperiodiek worden voorgelegd aan de governance-overleggen. Over deinhoud hiervan wordt uw Kamer geïnformeerd in de voortgangsrappor-tages en als er tussentijds sprake is van aanpassing van de planning. In ditkader is één van de geleerde lessen dat mijlpalen moeten berusten opdegelijk onderbouwde doorlooptijden voor de verwerving, ontwikkeling,bouw, levering en ingebruikname van een nieuwe capaciteit. Dit kanbetekenen dat programmamijlpalen later worden vastgesteld en gecom-municeerd dan in het verleden gebruikelijk. Tot dat moment is hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5542 realistischer om onzekerheden te benoemen en te werken metbandbreedtes op basis van een probabilistische inschatting.133.Wie zijn de kritische challengers die betrokken zijn geweest bijde beoordeling van de offertes en wat is precies hun rol geweest?Zie het antwoord op vraag 100.134.Hoe is de objectiviteit in het proces van de totstandkoming enbeoordeling van de ICA’s geborgd? Heeft daar ook een onafhanke-lijke partij meegekeken?Zie het antwoord op vraag 36.135.Kunt u iets zeggen over hoe de betrokkenheid van de Neder-landse industrie op basis van de offerte en ICA van Naval Groupzich verhoudt tot de offertes en ICA’s van de andere werven?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.136.Hoe is de regierol van DMI en de rol van de Nederlandse Defensie-industrie bij onderhoud geborgd? Worden de gebruiksrechtenvolledig overgedragen?Zie het antwoord op vraag 20.137.Is het mogelijk dat een onafhankelijke partij, zoals bijvoorbeeldde ADR, periodiek onderzoek kan doen naar het nakomen van deafspraken en toezeggingen van Naval Group en dat de Kamerhierover periodiek geïnformeerd wordt?Zie het antwoord op vraag 40.138.Wat is de stand van zaken met betrekking tot de inrichting van deprogrammaorganisatie en programmabeheersing en hoe wordt deinterne kwaliteitsborging en het toezicht op de voortgang enkwaliteit van de werkzaamheden van Naval Group hierinopgenomen?Na de parlementaire behandeling van de D-brief kan Defensie beginnenmet de realisatiefase. Inhoudelijk zal het werk tijdens de realisatiefase eenander karakter kennen dan tijdens de verwervingsvoorbereiding. Deuitvoering van de leveringsovereenkomst moet worden begeleid engemonitord en de instandhoudingsfase zal worden voorbereid. Defensietreft voorbereidingen voor de inrichting van de programmaorganisatie enprogrammabeheersing in de realisatiefase. Defensie heeft nota genomenvan het ADR-rapport bij de D-brief, waarin het belang is onderstreept omvoor ondertekening van de leveringsovereenkomst de inrichting van deprogrammaorganisatie en de inrichting van de programmabeheersinggedurende de realisatiefase zover mogelijk te hebben uitgewerkt.De huidige inrichting van het programma wordt geoptimaliseerdwaardoor deze beter aansluit op het projectmanagementplan van de werfen op de start van de realisatiefase. Vanaf ondertekening van de leverings-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5543 overeenkomst zullen de noodzakelijke voortgangsbesprekingen insamenspraak met de winnende werf worden ingepland. Ook zal op delocatie van de winnende werf een afvaardiging van het projectteamaanwezig zijn om de voortgang ter plekke te monitoren. Zie ook hetantwoord op vraag 40.139.Kunt u in de Gateway Review ook de inrichting van de program-mabeheersing in de realisatiefase laten beoordelen?De Gateway Review zal een evaluatief deel bevatten en zich toespitsen optoetsing van een door Defensie aan te leveren voorstel voor de inrichtingen aansturing van het programma VOZBT in de realisatiefase.140.Kunt u de Gateway Review met de Kamer delen zodra dezeafgerond is?Ja.141.Hoe gaat u de financiële risico’s als gevolg van het opsplitsen vande aanschaf en de instandhouding ondervangen?Zie het antwoord op vraag 39.142.Hoe gaat u ervoor zorgen dat de kosten voor instandhoudinggoed ingeschat worden en dat hier voldoende financiële ruimtevoor beschikbaar komt?Zie het antwoord op vraag 39.143.Hoe gaat u borgen dat de winnende werf gestimuleerd wordt omde onderhoudskosten zo laag mogelijk te houden?Zie het antwoord op vraag 39.144.Wanneer wordt het instandhoudingsbudget geactualiseerd opbasis van de gunning aan Naval Group?Zie het antwoord op vraag 39.145.Kunt u inzicht geven in de tijdlijnen die verbonden zijn aan deverschillende deelfases na contracttekening?Zie het antwoord op vraag 111.146.Welke risico’s ziet u voor de huidige planning? Hoeveel ruimteheeft u in de planning om deze risico’s op te vangen?Zie het antwoord op vraag 37.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5544 147.Kunt u de Kamer voortaan, desnoods vertrouwelijk, meer inzichtgeven in de risico’s en risicoreservering conform de afspraken inde uitgangspuntennotitie?148.Kunt u in een volgende technische briefing over dit project ookgedetailleerd ingaan op het risicodossier?De ADR adviseert in het rapport bij de D-brief om met de Kamer af testemmen welke mate van gedetailleerdheid moet worden betracht bij hetverstrekken van informatie over risico’s. Defensie verwacht in de komendevoortgangsrapportages tijdens de realisatiefase meer inzicht te kunnengeven in de onderkende risico’s en de risicoreservering. Hierbij geldt hetuitgangspunt zoveel mogelijk openbaar, vertrouwelijk waar het moet.Tijdens een (vertrouwelijke) technische briefing kan Defensie meergedetailleerd informatie geven, ook over de gehanteerde methodiek voorrisicobeheersing.149.Wat is uw reflectie op de constatering van de ADR dat hetbeschikbare bedrag om onbenoemde risico’s op de kunnenvangen beperkt is?In het programma wordt een zeer gedegen risicomodel gehanteerdwaardoor meer dan in reguliere projecten rekening is gehouden met hetkunnen optreden van risico’s. Bovendien is in de risicoreservering eengrote marge opgenomen t.a.v. de exploitatie. Daarmee is de totalerisicoreservering fors hoger dan gebruikelijk. Dat wordt ook door de ADRgeconstateerd. Er is nu geen aanleiding het bedrag voor onbenoemderisico’s te verhogen.150.Wanneer verwacht u dat de Onderzeedienst de strategischepersoneelsplanning gebaseerd op het bemannings- en onder-houdsconcept in kan voeren?Het doel van de strategische personeelsplanning is op personeelsgebiedde transitie van de Walrusklasse naar de Orkaklasse te faciliteren en meergrip te krijgen op de huidige en toekomstige in-, door-, en uitstroomketen.Hiertoe wordt momenteel capaciteit voor strategische personeelsplanningbij de onderzeedienst ingericht in gezamenlijkheid met de strategischepersoneelsplanning van CZSK/P&O en CZSK/DMI. De contouren van denieuwe onderzeedienst, het nieuwe onderhoudsconcept en de samen-stelling van de bemanning van de Orkaklasse worden steeds duidelijkeren daarmee ook de inrichting van de nieuwe organisatie. Op basis vandeze gegevens en de gegevens over bemanningen en ondersteuning voorde Walrusklasse zal het strategische personeelsplan worden geschrevenwaarvan het eerste concept aan einde van dit jaar gereed wordtverondersteld.151.Kunt u iets dieper ingaan op de huidige uitstroom van personeelen het tekort aan specifiek (technisch) personeel? Is de uitstroomhoger dan verwacht? Wat zijn de redenen voor uitstroom? Welkemaatregelen worden genomen om uitstroom te beperken?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5545 152.Waarom is de bemannings- en trainingsfilosofie gewijzigd naarvijf bemanningen voor vier boten en hoe verhoudt dit zich tot deschijnbaar gehandhaafde filosofie van twee operationele onder-zeeboten? Heeft dit een effect op de gereedheid?188.In de toekomst moeten vijf bemanningen beschikbaar zijn voorvier onderzeeboten. Betekent dit dan dat een set bemanning nietaan een vaste boot is gekoppeld?Het vijf-bemanningenconcept zoals beschreven in het Concept ofOperations (CONOPS) is in het licht van de toekomstige arbeidsmarkteffectiever dan het huidige concept. De nieuwe onderzeeboten hebbeneen langere deployment endurance (tijd van huis) dan de huidige boten.Het is echter wenselijk de bemanningen minder lang van huis te laten zijnmet het oog op de motivatie van personeel (en daarmee personeels-behoud). Door bemanningen en platformen los te koppelen kan eenvoorspelbaardere, gunstigere vaar-wal verhouding voor het personeelworden bereikt. En tegelijkertijd wordt meer rendement uit de platformenverkregen. Het huidige trainingsconcept vraagt veel team- en individueletraining die met name op zee plaatsvindt. Tijdens die periode kan deeenheid niet of zeer beperkt worden ingezet. Door veel meer op te leidenen te trainen aan de wal met gebruik van moderne (virtuele) trainingsmid-delen die dit mogelijk maken, zijn de vaardagen op zee effectiever. Deinzetdoelstelling van twee inzetbare onderzeeboten (éen onderzeebootlangdurig inzetbaar en één onderzeeboot kortstondig), kan met hetvijf-bemanningenconcept met meer zekerheid worden behaald enbehouden.153.Passen de benodigde infrastructurele en vastgoedaanpassingenin het budget van het project «Uitbreiding afmeercapaciteit» inde Nieuwe Haven?Zoals beschreven in de Kamerbrief «Uitkomst verwervingsvoorberei-dingsfase vervanging onderzeebootcapaciteit» (kamerstuk 34 225, nr. 52)wordt voor de Nieuwe Haven in Den Helder een integraal plan ontwikkeld.Aanpassingen aan infrastructuur en vastgoed die noodzakelijk zijn alsgevolg van de komst van de nieuwe onderzeeboten vallen qua financiëleverantwoordelijkheid onder het programma VOZBT. Uitbreiding afmeerca-paciteit is een apart project onder verantwoordelijkheid van CZSK en RVB.De aanpassingen aan infrastructuur en vastgoed die (financieel) onderdeelzijn van het programma VOZBT worden in samenhang met de transfor-matie vastgoed opgave en het voornemen tot integrale Ontwikkeling vanhet Maritiem Cluster Den Helder (Bestuursakkoord Defensie, gemeenteDen Helder en Provincie Nood-Holland) afgestemd.154.Kan de precieze tijdlijn voor het vervolg van de vervanging van deonderzeebootcapaciteit worden gegeven, met daarbij de nu reedsbekende data en de bandbreedtes waarbinnen volgende fasenuitgevoerd zullen worden?Zie het antwoord op vraag 111.155.Welke offerte scoorde het hoogst op het beste product voor debeste prijs, welke scoorde als tweede, en welke scoorde alsderde?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5546 Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.156.Welke offerte scoorde het hoogst op het aspect risicobeheersing?Welke als tweede en welke als derde?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.157.Welke offerte scoorde het hoogst op het aspect waarborging vanhet wezenlijk nationaal veiligheidsbelang? Welke scoorde alstweede en welke als derde?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.158.Welke offerte scoorde het hoogst op het aspect strategischeautonomie? Welke als tweede en welke als derde?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.159.Hoe definieert u «waardige opvolger»? Is dit voldoen aandezelfde eisen of veel zaken nog beter doen? Zijn de eisen nietanders voor wat de Marine nu nodig heeft?In de verwervingsvoorbereidingsfase (D-fase) is door het CommandoZeestrijdkrachten (CZSK) het CONOPS uitgewerkt in nauwe samenwerkingmet de Commandant Strijdkrachten (CDS). Dit gerubriceerde documentbeschrijft de functionele eisen waarmee invulling wordt gegeven aan devier militaire functionaliteiten, zoals beschreven in de D-brief (paragraaf«Behoefte»). De aangeboden onderzeeboot vult de operationele behoeftevan Defensie in en is een grote verbetering ten opzichte van de huidigeWalrusklasse.160.Kan het kabinet het voldoen of ruimschoots voldoen enovertreffen van operationele behoeften nader toelichten?De aangeboden onderzeeboten hebben ten opzichte van de huidigeWalrusklasse een grotere slagkracht en verbeterde capaciteiten voor hetverzamelen van inlichtingen en beeldopbouw, en zijn moeilijker tedetecteren. Ook de capaciteiten voor Special Forces Operations zijnaanzienlijk verbeterd (zie D-brief, paragraaf «Voorlopig gunningsbesluit»).161.Welke bedrijven gaat DMI inschakelen bij instandhouding en watgaat Defensie zelf doen? Wat is hierbij de rol van het project«werf van de toekomst»?Zie het antwoord op vraag 107.162.Wat is momenteel het tijdspad van nu tot de vier onderzeebotente water gaan? Wat zijn de risico’s die het tijdspad kunnenvertragen?In de tweede voortgangsrapportage is de Tweede Kamer gemeld dat hetbeoogde moment waarop de eerste twee nieuwe onderzeeboten FullOperational Capable (FOC) beschikbaar zijn naar verwachting zal vallen inTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5547 de bandbreedte 2034–2037. Voor de offerteaanvraag is het kader tijdtoegespitst om het risico op een capability gap te beperken. Uiterlijk tienjaar na contracttekening moeten de varende beproevingen, de SeaAcceptance Trials (SAT), van de tweede boot zijn voltooid.In het contract met Naval Group zullen de volgende mijlpalen (afhankelijkvan datum contractondertekening) worden vastgelegd:MijlpaalDataEDCGepland Q3 2024Detailed Engineering / ISS-definitionEDC – 2027BouwfaseGepland vanaf 2027Levering eerste onderzeebootGepland Q3 2033Levering tweede onderzeebootGepland Q3 2034FOC eerste twee onderzeebotenGepland Q3 2035Levering derde onderzeebootGepland Q1 2036Levering vierde onderzeebootGepland Q3 2037 Wat betreft de factor tijd zijn in de vertrouwelijke bijlage E van de D-briefde risico’s weergegeven in een top-5 van risico’s na de Effective Date ofContract (EDC). De planning bevat buffers om tegenvallers als gevolg vanrisico’s op te vangen.163.Wat is de onderbouwing voor de keuze niet tijdens verwervingmaar wel bij instandhouding gebruik te maken van art. 346VWEU?Zoals gemeld in de B-brief, maakt Defensie bij de verwerving van nieuweonderzeeboten gebruik van artikel 346 VWEU, op grond van een wezenlijknationaal veiligheidsbelang. Zie ook het antwoord op vraag 2.164.Gelet op de informatie die in media terug te vinden was voor hetverzenden van de D-brief, zijn de non-disclosure agreementstijdens het proces ergens geschonden?Nee. Geen van de drie kandidaat-werven heeft Defensie aangesproken opeen eventuele schending van de getekende non-disclosure agreements.Andersom heeft Defensie de werven ook niet hierover aangesproken.165.Kunt u aangeven hoeveel procent van de bedrijven die benodigdzijn bij de ontwikkeling van de nieuwe onderzeeboten uitNederlandse bedrijven bestaat?Nee.166.Kunt u aangeven in hoeverre de Nederlandse industrie wordtbetrokken bij het onderhoud van de nieuwe onderzeeboten?Zie het antwoord op vraag 107.167.Wanneer verwacht u dat het «derde groene licht» behaald zalworden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5548 Dat is zodra EZK het ICA-voorstel van Naval Group heeft omgezet in eenjuridische bindende overeenkomst en zowel de winnende werf als EZKwillen overgaan tot ondertekening. De ondertekening van de ICA met dewinnende werf zal naar verwachting vlak voorafgaand aan of tijdens detekening van de leveringsovereenkomst geschieden.168.Welke juridisch bindende afspraken worden beoogd met NavalGroup inzake de ontwikkeling van de ICA?Zie het antwoord op vraag 53.169.Wat leidde tot het faillissement van de Rotterdamsche DroogdokMaatschappij in de jaren 90?170.Kunt u aangeven waarom Nederland niet meer beschikt overzelfscheppende onderzeeboot bouw?Het faillissement van het RDM-concern is complex, betreft verschillendebedrijven en heeft zich voltrokken gedurende een lange periode. Totrecent zijn hierover juridische procedures gevoerd. Het oorzakenon-derzoek van een faillissement is een zaak van curatoren, niet van Defensie.Het sinds de jaren negentig verdwijnen van zelfscheppende onderzee-bootbouw uit Nederland heeft te maken met de keuzes die bedrijven zelfhebben gemaakt, maar in de bredere context ook met het krimpen vanorderportefeuilles en beperkte exportmogelijkheden, mede als gevolg vande veranderde veiligheidssituatie na het einde van de Koude Oorlog.171.Kunt u toelichten wat het uit de vaart nemen van twee van devier onderzeeboten betekent voor de cyclus van opwerken eninzet met minder schepen?Beschikking over twee in plaats van vier onderzeeboten heeft tot gevolgdat de oorspronkelijke inzetbaarheidsdoelstelling niet meer kan wordenbehaald. Omdat de verouderende platformen meer onderhoud vereisen,is de beschikbaarheid lager dan oorspronkelijk beoogd. Om desondanksde benodigde opleidings- en trainingscapaciteit voor de bemanningen teblijven waarborgen, wisselen individuele bemanningsleden vaker danvoorheen het geval was. Het opwerktraject voor onderzeebootbeman-ningen is daarop aangepast en een meer continue cyclus geworden. Deonderzeedienst kan zodoende blijven voldoen aan de inzetbaarheidsdoel-stellingen van Defensie.172.Kunt u aangeven wat u van plan bent met de Walrusklasse-onderzeeboten wanneer ze uit de vaart gaan?De Walrusklasse onderzeeboten worden na uitbouw van bruikbareonderdelen verschroot. De verkoop van de resterende romp en daarinachtergebleven onderdelen is zeer onwenselijk, net als de verkoop van detwee resterende onderzeeboten aan het einde van hun levensduur mediojaren ’30. Ten eerste omdat de technologie aan boord geclassificeerd is(zoals de drukhuid waarvan de samenstelling, dikte en ronding geheimzijn) en in een groot aantal gevallen afkomstig is van bondgenoten.Tevens behelst verkoop de inspanning voor het opleiden van buitenlandspersoneel voor inzet en onderhoud van Walrusklasse onderzeebotenhetgeen extra capaciteit vraagt die CZSK niet kan leveren zonder gevolgenvoor de inzet van de Nederlandse onderzeeboten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5549 173.Op basis waarvan zijn de vier militaire functionaliteiten gekozen?De vier militaire functionaliteiten voor de vervangende onderzeebootcapa-citeit zijn geïdentificeerd in de behoeftestellingsfase (A-fase) van hetprogramma VOZBT (zie A-brief, Kamerstuk 34 225, nr. 13, pagina 6,paragraaf «Militaire functionele eisen»). Gedurende de A, B en D-fase is ergeen aanleiding geweest om deze functionaliteiten aan te passen. In deverwervingsvoorbereidingsfase (D-fase) is het CONOPS uitgewerkt. Ditgerubriceerde document beschrijft de functionele eisen waarmee invullingwordt gegeven aan de vier genoemde functionaliteiten.174.Hoe wordt de kwaliteit tijdens de bouw gemonitord en voor hetin gebruik nemen gecheckt?Zie het antwoord op vraag 40.175.Wat kunt u oogmerken onder de zin «een realistisch, gebalan-ceerd, veelzijdig en realistisch voorstel» in relatie tot wat deNederlandse industrie kan bieden?Zie het antwoord op vraag 62.176.Hoe verhoudt de balans die de offerte van Naval Group biedt watbetreft het beste product voor de beste prijs, risicobeheersing ende waarborging van het wezenlijk nationaal veiligheidsbelang ende strategische autonomie zich tot de balans van de andere tweeoffertes op deze specifieke aspecten? Op welke aspecten was deofferte van Naval beter dan de andere, op welke minder en watheeft de doorslag gegeven?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.177.Met wie wordt het instandhoudingscontract getekend? Hoe is derolverdeling tussen Defensie, producerende werf en anderebedrijven en kennisinstanties bij instandhouding?Als onderdeel van de levering is Naval Group verplicht om samen metDefensie de toekomstige instandhouding uit te werken. Dit zal wordengedaan tijdens de ISS Definition Phase waarin het doel is om te komen toteen optimale inrichting van de toekomstige instandhouding. Het hiermeebeoogde contract zal worden afgesloten tussen Naval Group en Defensie.De exacte rolverdeling tussen de verschillende spelers van de instand-houding, zoals DMI en Nederlandse industrie, wordt ook tijdens de ISSDefinition Phase uitgewerkt.178.Wat moet worden verstaan onder «een aanzienlijk aandeel» en«een duidelijke impuls», aangezien te lezen valt dat de gebalan-ceerde ICA een aanzienlijk deel van de Nederlandse maritiemedefensie-industrie vertegenwoordigt en dat het een duidelijkeimpuls zal geven aan de Nederlandse (maritieme) defensie-industrie?Van de groep Nederlandse bedrijven die directe toeleverancier van eenonderzeebootwerf kunnen zijn, heeft Naval Group een groot aantalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5550 opgenomen in de ICA. Samen met de aard van de activiteiten, de kennisdie Naval Group zal overdragen en het potentieel om blijvend toe tetreden tot de keten van een wereldwijde speler op het gebied vanonderzeebootbouw, geeft de betrokkenheid van de Nederlandse industriein de ICA van Naval Group een duidelijke impuls aan de Nederlandse(maritieme) defensie-industrie. Ook bevat de ICA van Naval Groupactiviteiten gericht op de levering van systemen voor bovenwaterschependie Naval Group bouwt voor andere opdrachtgevers.179.Op welk proces berust het inschakelen van Nederlandse bedrijvendoor Defensie?Zoals toegelicht in de brief over de offerteaanvraag en de beantwoordingvan de feitelijke vragen over de offerteaanvraag (Kamerstukken 34 225,nrs. 40 en 41), kan de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven, met hetoog op de gehele levensduur van de onderzeeboten, via drie sporen totstand komen:1.Naast eisen in het programme of requirements heeft Defensie in hetgunningsmodel een gunningscriterium opgenomen waarmee dewerven zich kunnen onderscheiden door het (op licentiebasis)betrekken van Nederlandse bedrijven voor de (door)ontwikkeling,engineering, productie, assemblage en/of instandhouding van kritiekesystemen. Hiermee stimuleert Defensie dat Nederlandse bedrijvenvanaf het begin in de toeleveringsketen van de kandidaat-wervenworden opgenomen voor het wezenlijk nationaal veiligheidsbelang(WNV). De activiteiten zullen worden vastgelegd in een WNV coopera-tion plan.2.In de ICA worden naast WNV de activiteiten opgenomen die betrekkinghebben op de niet-kritieke systemen van de onderzeeboot, dan wel opoverige activiteiten die leiden tot Nederlandse betrokkenheid. Defensieneemt in de conceptleveringsovereenkomst dan ook een verwijzing opnaar de ICA. Er dient met de winnende werf in principe overeenstem-ming te zijn bereikt over deze ICA voordat Defensie overgaat tottekenen van de leveringsovereenkomst. De ICA wordt opgehoogd bijadditionele aankopen zoals de instandhouding.3.Daarnaast moeten de kandidaat-werven met hun bieding voldoen aaneisen die Defensie in staat stellen om de instandhouding van deonderzeeboten zoveel mogelijk zelfstandig te organiseren met eenregierol voor de DMI in Den Helder. De DMI wordt middels overdrachtvan kennis en ten minste gebruiksrechten zo goed mogelijk gepositio-neerd om zelf de NLDTIB te kunnen betrekken bij de instandhoudinggedurende de gehele levensduur.Voorts is uw Kamer in separate brieven geïnformeerd over de inrichtingvan het ICA-traject (Kamerstuk 34 225, nr. 42), en over de inrichting vanhet proces tot gunning (Kamerstuk 34 225, nr. 44).180.Er wordt gesproken over samenwerking tussen de werf en deNederlandse industrie en kennisinstituten. Hoe is geborgd datdeze samenwerking ook in ruime mate plaats gaat vinden?Zie het antwoord op vraag 53.181.Kunt u voorbeelden geven van eerdere missies die onze onderzee-boten met andere landen draaiden? Is dit al vaker met Frankrijkgeweest?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5551 Nederlandse onderzeeboten worden op verschillende manieren ingezet.Dat kan onder commando van de NAVO, maar ook volledig nationaal of ineen multinationaal samenwerkingsverband. Verdere details overonderzeebootoperaties zijn staatsgeheim.182.Kunt u specifiek voor de onderzeebootdienst cijfers overinstroom en uitstroom van personeel geven voor de afgelopendrie tot vijf jaar?Zie de separate vertrouwelijke beantwoording.183.Hoe wordt gewaarborgd dat Nederlandse bedrijven toetreden tottoeleveringsketens van Naval Group?Zie antwoord op vraag 53.184.Worden de systemen en componenten die zich ook in de onder-zeeboten van Frankrijk bevinden in de toekomst mogelijkontwikkeld door Nederlandse bedrijven?Het is mogelijk dat Nederlandse bedrijven die nu subsystemen encomponenten aan Naval Group leveren voor de Nederlandse onderzee-boten dit in de toekomst ook zullen doen voor onderzeeboten vanFrankrijk of onderzeeboten voor andere landen die door of onder leidingvan Naval Group worden gebouwd. Dit geldt met name voor Nederlandsebedrijven die unieke technologie ontwikkelen die nu (voor het eerst) wordttoegepast in de Nederlandse onderzeeboot.185.In hoeverre kan de nationale overheid van de winnende werfafwijken van de Memorandum of Understanding (MoU)?Het MoU bevat politiek bindende afspraken, en beide overheden zijngehouden om de daarin neergelegde afspraken na te leven.186.Wat betekent de materieelsamenwerking met Frankrijk voor deconcurrentiepositie van de Nederlandse markt?Ten opzichte van de huidige situatie versterkt de materieelsamenwerkingmet Frankrijk op het gebied van onderzeeboten de concurrentiepositie vanNederlandse bedrijven. De Nederlandse defensie-industrie is op ditmoment in beperkte mate actief in het onderzeebootdomein. Enkelebedrijven leveren nu al subsystemen of componenten aan onderzeeboot-bouwers of zijn actief (geweest) in het onderhoud van de onderzeebotenvan de Walrusklasse. Door de ICA met Naval Group krijgen de capaciteitenvan Nederlandse bedrijven op het gebied van onderzeeboten een flinkeimpuls. Daarnaast betrekt Naval Group via de ICA ook Nederlandsebedrijven als toeleverancier bij de bouw van oppervlakteschepen. Ditvergroot de markt voor Nederlandse maritieme toeleveranciers enverbetert hun concurrentiepositie.187.Hoeveel vaardagen per jaar heeft de onderzeebootdienst in deafgelopen drie tot vijf jaar gehad? Hoeveel neemt dat naarverwachting af in de komende jaren als er boten uit gebruikworden genomen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5552 In aanloop naar de overgang naar de nieuwe Orkaklasse onderzeeboten isZr.Ms. Walrus in 2023 uit dienst gesteld. Zr.Ms. Zeeleeuw wordt uit dienstgesteld aan het einde van 2026. Dit heeft tot gevolg dat er in totaal mindervaardagen kunnen worden gemaakt door de onderzeedienst. Daarnaast ishet merkbaar dat de onderzeeboten ouder worden en er daardoor meerstoringen optreden. Om veilig naar zee te kunnen blijven gaan issimpelweg meer onderhoud benodigd. Ook dit heeft een negatief effectop het aantal mogelijke vaardagen. Deels wordt dit gecompenseerd doormeer en intensievere training in simulatoren aan de wal. Exacte aantallenvaardagen zijn gerubriceerd en worden genoemd in de vertrouwelijkebijlage.188.In de toekomst moeten vijf bemanningen beschikbaar zijn voorvier onderzeeboten. Betekent dit dan dat een set bemanning nietaan een vaste boot is gekoppeld?Zie het antwoord op vraag 152.189.Welke mogelijkheden zijn er voor de opleiding van komendecapaciteit van de Onderzeedienst?Trainingsmiddelen en simulatoren zijn als onderdeel van de leveringopgenomen. Naval Group is contractueel verplicht om de komende jarende trainingsbehoefte te identificeren op basis van de door hen te levereninstallaties. Hieruit volgt een Training Needs Analysis die samen metCZSK uitgewerkt wordt zodat uiteindelijk aan alle niveaus van training(individueel en team) voldaan kan worden. Dit geldt zowel voor oplei-dingen voor de bemanning, de instructeurs bij CZSK en technischpersoneel bij DMI.190.In hoeverre zal Defensie samenwerken in de training vanpersoneel voor de nieuwe klasse onderzeeboten met Frankrijk?192.Kunt u aangeven in hoeverre personeel dat wordt getraind voorde komende onderzeebootklasse al ingezet wordt op debestaande onderzeeboten?Voor de overgang van Walrusklasse naar Orkaklasse onderzeeboten heeftCZSK een Introductie Commissie (IC) ingesteld. De IC werkt aan eengedetailleerd plan voor de overgang naar de nieuwe klasse en kijkt daarbijook naar de personele opbouw van de gehele onderzeedienst enterprise,de bedrijfsvoering binnen de Onderzeedienst, het onderhoud aan boorden bij DMI en ook naar de manier van opleiden en trainen. Naastcontractueel vastgelegde opleidingen en training door Naval Group is deverwachting dat de onderzeedienst samen zal werken met de Franseonderzeedienst teneinde te leren van hun ervaringen met operationele- entechnische systemen aan boord van de Franse onderzeeboten.Het is de verwachting dat personeel met Walrusklasse-ervaring deoverstap naar de nieuwe Orka-klasse zal maken, aangevuld met nieuwinstromend personeel zonder onderzeebootervaring dat via opleidingenaan de wal en in simulatoren zal worden voorbereid op functioneren aanboord.191.Kunt u aangeven of er budgettaire gevolgen zijn voor deopleiding, training en gereedstelling?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5553 In de leveringsovereenkomst worden opleiding en training gecontrac-teerd. Gereedstelling valt binnen het LCC-budget van het programma alsonderdeel van de exploitatiebegroting.192.Kunt u aangeven in hoeverre personeel dat wordt getraind voorde komende onderzeebootklasse al ingezet wordt op debestaande onderzeeboten?Zie het antwoord op vraag 190.193.Zijn er al bedrijven die zich in de Maintenance Valley willen gaanvestigen om dit te ondersteunen?Maintenance Valley is een concept dat zich niet beperkt tot onderzee-boten. Voor andere scheepsklassen dan onderzeeboten wordt op ditmoment met meerdere bedrijven gesproken over samenwerkingsmoge-lijkheden. Overleg voor samenwerking op het vlak van de instandhoudingvan de nieuwe onderzeeboten zal aanvangen na ondertekening van hetkoopcontract. Voor andere scheepsklassen (bestaande en toekomstige)wordt binnen enkele maanden een intentieverklaring ondertekend, waarinCZSK en een aantal industriële partners zich gezamenlijk gaan inspannenvoor de inrichting van toekomstige logistieke en onderhoudsconcepten.194.Hoeveel procent van de betrokken bedrijven zal Nederlands zijnin de instandhouding?Zie het antwoord op vraag 107.195.Hoe noemenswaardig is de spreiding van de voorgesteldebetrokkenheid van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen?Zie het antwoord op vraag 64.196.Kunt u uiteenzetten wat de impact is van de gunning van dit typeonderzeeboten op de werkgelegenheid in de regio Den Helder?Defensie introduceert de komende jaren diverse nieuwe scheepsklassen,daarom werkt het CZSK aan een integraal plan voor de Nieuwe Haven inDen Helder waarin alle scheepsklassen en ondersteunende infrastructuurkunnen worden geaccommodeerd. Voor een toekomstbestendigeontwikkeling van zowel de militaire als civiele haven in Den Helder, werktDefensie actief samen met de provincie Noord-Holland en de gemeenteDen Helder in het bredere samenwerkingsverband «OntwikkelingMaritiem Cluster regio Den Helder». De ambitie om een «maintenancevalley (submarines)» te ontwikkelen maakt hier deel van uit. Deverwachting is dat deze ontwikkeling een positief effect zal hebben op dewerkgelegenheid in de regio Den Helder. Het exacte effect is op ditmoment niet aan te geven. Komende jaren wordt het «in service support»contract uitgewerkt en zal gaandeweg meer informatie beschikbaarkomen over welke bedrijven betrokken zullen zijn bij de instandhoudingvan de Orkaklasse en wat de impact zal zijn op de werkgelegenheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5554 197.Kunt u aangeven of het ontwikkelen van vastgoed en infra-structuur, alsook de simulatoren en werktuigen voor de instand-houding ook worden geleverd door Nederlandse bedrijven?Op basis van een Facility Gap Analysis Report worden de wijzigingen dievanuit de exploitatie nodig zijn op het gebied van vastgoed en infra-structuur inzichtelijk gemaakt. Vastgoed en infrastructuur zijn geenonderdeel van de levering en zal separaat via de daarvoor geldende(overheids-) procedures worden aanbesteed. Simulatoren en werktuigenzijn wel onderdeel van de levering van Naval Group.198.Kunt u aangeven hoeveel kosten worden verwacht voor deinstandhouding van de onderzeeboten?Door het loskoppelen van de investering en de instandhouding in hetverwervingstraject is er ten opzichte van de tweede voortgangsrapportageover de instandhouding geen nieuwe financiële informatie beschikbaar. Erhebben zich daardoor op deze budgetten, los van de loon-, prijs- envalutabijstellingen en het niet meer meenemen van de instandhoudingvan het Torpedowerkschip, geen verdere wijzigingen voorgedaan.199.Welke mogelijkheden bestaan er mocht de winnende werf nietvoldoen aan de gestelde eisen en afspraken?Op grond van de leveringsovereenkomst zal Defensie nakoming eisen.Daarnaast kan Defensie een boete heffen en ultimo zelfs de overeenkomstontbinden.200.Kunt u aangeven of er beperkingen zijn bij de inzet van deverouderde klasse en de nieuwe klasse?Voor de overgang van Walrusklasse naar Orkaklasse onderzeeboten heeftCZSK een Introductie Commissie (IC) ingesteld. De IC werkt aan eengedetailleerd plan voor de overgang naar de nieuwe klasse en kijkt daarbijook naar de bedrijfsvoering binnen de gehele onderzeedienst enterprise.Op dit moment ziet de Onderzeedienst de overgang naar de nieuweklasse, en het parallel opereren met zowel de oude als de nieuweOrkaklasse met vertrouwen tegemoet. Naar mate het einde van delevensduur nadert, zal de inzet van de Walrusklasse met beperkingengepaard gaan. Zie ook het antwoord op vraag 70.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 225, nr. 5555

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1769ee37af537936

14 okt 2026 · cae374444879e7d1

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.