KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 9 april 2026, over digitalisering, leermiddelen en ondersteuningsstructuur in het funderend onderwijs

25 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fc1da1645c42af68 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 034Digitale leermiddelenNr. 81 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 25 juni 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de vastecommissie voor Digitale Zaken hebben op 9 april 2026 overleg gevoerdmet mevrouw Tielen, Staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie, over:−de brief van de Staatssecretaris Onderwijs en Emancipatied.d. 2 april 2026 inzake onderzoek marktwerking leermidde-lenmarkt funderend onderwijs en het sectorbeeld informatie-beveiliging en privacy (Kamerstuk 32 034, nr. 73);−de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap d.d. 18 februari 2026 inzake de onderzoekenWetsevaluatie Vrijwillige ouderbijdrage, Verkenning boven-schools fonds, Schoolkostenmonitor en Monitor AanvullendOnderwijs (Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 130);−de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap d.d. 3 februari 2026 inzake digitalisering enleermiddelen in het funderend onderwijs (Kamerstuk 32 034,nr. 72);−de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap d.d. 4 december 2025 inzake reactie op verzoekcommissie over de brief van een leraar inzake de jaarlijkseproblemen omtrent de levering van schoolboeken (Kamerstuk36 800 VIII, nr. 20);−de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap d.d. 18 november 2025 inzake uitkomstenverkenning naar een betere ondersteuningsstructuur voorscholen in het funderend onderwijs (Kamerstuk 36 800 VIII,nr. 18);−de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap d.d. 5 november 2025 inzake digitale veiligheid inhet funderend onderwijs (Kamerstuk 29 240, nr. 177). kst-32034-81ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 811 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur enWetenschap,KoorevaarDe voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken,DekkerDe griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Weten-schap,VerhoevTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 812 Voorzitter: StultiensGriffier: EastonAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Armut, Boomsma,Claassen, Kisteman, Moorman, Raijer, Rooderkerk en Stultiens,en mevrouw Tielen, Staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen allemaal en welkom bij dit commissiedebat. Vandaag gaanwe het hebben over digitalisering, leermiddelen en ondersteunings-structuur in het funderend onderwijs. Ik heet de Staatssecretaris van OCW,mevrouw Tielen, van harte welkom, evenals haar ondersteuning in de zaalen in de andere zalen achter ons. Ik heet de mensen thuis welkom. Ookfijn dat de mensen op de tribune er zijn.Ik zal kort vertellen wie er namens de Kamer aanwezig zijn. Dat is de heerKisteman namens de VVD, mevrouw Moorman namens GroenLinks-PvdA,mevrouw Rooderkerk namens D66, mevrouw Raijer namens de PVV. Deheer Claassen van de Groep Markuszower is officieel geen lid van decommissie en ik ga ervan uit dat er geen bezwaar is tegen zijn aanwe-zigheid. Ik zie dat dit inderdaad niet het geval is. Verder is de heerBoomsma er namens JA21 en tot slot mevrouw Armut namens het CDA.We hebben vandaag allemaal vier minuten spreektijd per fractie. We zittennog steeds in de interruptiespilot, wat betekent dat interrupties korter dan30 seconden niet worden meegeteld. Als ze langer duren dan 30 secondenworden ze dubbel geteld. Als u in totaal twee lange interrupties heeftgebruikt, is uw beurt totaal voorbij. Ik wijs er graag op: houd het kort enbondig, want – ik ga streng zijn – na twee lange kunt u niet meer interrum-peren. Tot zover de huishoudelijke mededelingen.We beginnen met de heer Kisteman namens de VVD.De heer Kisteman (VVD):Voorzitter, dank u wel. Vorige week hadden wij het rondetafelgesprek inaanloop naar dit debat. Dit bleek ontzettend nuttig, met veel goedeinbrengen van alle aanwezigen. Ik hoop dat ze, als ze vandaag meekijken,het gevoel hebben dat er iets met hun inbreng wordt gedaan in dit debat.Mijn eerste vraag aan de Staatssecretaris heb ik tijdens dit gesprek veelgehoord. Ik geleid die graag door. Die vraag gaat over de devices. Scholenkrijgen middelen voor het inkopen van lesmateriaal, maar devices vallenhier niet onder. Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris om deviceshier ook onder te laten vallen? Dit zou een enorm mooie stap zijn in dedigitaliseringsuitdaging die er ligt.De voorzitter:Ik zie gelijk een interruptie van mevrouw Moorman.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dank aan de heer Kisteman dat hij hiervoor pleit. Wij hebben hier ook albepleit dat dit eigenlijk in de Wet gratis schoolboeken zou moeten komente staan. Is de heer Kisteman het daarmee eens?De heer Kisteman (VVD):Ik vraag de Staatssecretaris naar de mogelijkheden om dit daaronder telaten vallen, dus dat klopt volledig.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Fijn dat u het ermee eens bent. Bent u ook bereid er meer geld voor uit tetrekken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 813 De heer Kisteman (VVD):Wat ons betreft is het of-of. Scholen kunnen kiezen om lesmethoden,schoolboeken of devices te kopen. Het moet geen en-en zijn. De Kamerheeft de wens dat scholen zuiniger omgaan met het gebruik van leermid-delen en schoolboeken. Ze moeten dus niet elk jaar iets kopen enweggooien, maar er een, twee of drie jaar mee doen. Wij willen kijkennaar de mogelijkheid van of-of. Dat het er dus onder valt, maar niet meteen verruiming van de middelen.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dus volgens de VVD heb je óf een laptop óf schoolboeken?De voorzitter:Ik vraag iedereen stil te zijn. Als er interrupties zijn, graag de handopsteken. De heer Kisteman is aan het woord.De heer Kisteman (VVD):Wat ons betreft hoef je niet elk jaar nieuwe schoolboeken te kopen. Datwordt nu wel gedaan en die worden met regelmaat weggegooid. Daarhebben wij discussies over. Als scholen zuiniger zouden omgaan met hetaanbesteden en het aankopen van boeken, en dit elke drie jaar zoudendoen in plaats van elk jaar, kunnen ze middelen overhouden en dieinzetten voor de devices.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dus de VVD is ervoor om de markt van schoolboeken aan te pakken endaar geld aan over te houden voor de laptops. Begrijp ik dat goed?De heer Kisteman (VVD):Wij zijn er voorstander van om scholen een keuze te laten maken, dus ófleermiddelen óf devices. Daarnaast voeren we diverse discussies over deleermiddelenmarkt. Daarnaar loopt ook een onderzoek van de ACM. Wijkijken daar met interesse naar uit.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.De heer Kisteman (VVD):Het mag ook via uw microfoon, mevrouw ...De voorzitter:Eerst de heer Claassen – hij stak het eerst zijn hand op – en laten weopmerkingen vooral bewaren voor de microfoon. Dan kunnen de mensenthuis ook meeluisteren. De heer Claassen.De heer Claassen (Groep Markuszower):Als het of-of wordt, wordt het ook een of-ofkeuze of een device of eenboek als leermiddel wordt gezien of als leeruitkomst. Je kunt leren tewerken met boeken of je kunt leren te werken met devices. Je kunt er ookop een andere manier informatie uithalen. Je kiest dan voor een anderevorm van onderwijs. Is dat daarmee de bedoeling?De heer Kisteman (VVD):Volgens mij sluit dit precies aan bij het rondetafelgesprek dat we hadden.Daar zeiden sommige aanwezigen: wij zouden juist geen device willen; wijwillen gewoon lezen en alles uit boeken halen, en willen niet met een iPadof zoiets aan de gang gaan. Volgens mij is dat juist de vrijheid die je hetonderwijs wil geven. Geef scholen de keuze tussen devices of fysiekeleermiddelen, zoals een boek. Dat is een keuze waar wij voor staan. Ikvraag aan de Staatssecretaris: welke mogelijkheden ziet zij hiervoor?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 814 De heer Claassen (Groep Markuszower):Het punt dat ik wil maken is dat een device of een boek een middel kanzijn, maar ook een leeruitkomst. Als je daar verschillen mee creëert, creëerje ook verschillen tussen de leeruitkomsten die je leerlingen of studentenwil aanbieden.De heer Kisteman (VVD):Ik denk dat het allemaal onderdeel is van wat een leerkracht of een schoolkan inzetten voor het geven van goed onderwijs. Volgens mij is het aan descholen zelf om te kiezen of zij daar fysieke boeken of devices voorgebruiken en hoe zij dat vervolgens inrichten.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik vind dat wel een interessante gedachte. We zijn samen met de ACMhard bezig om de markt van schoolboeken aan te pakken. Neon isbijvoorbeeld een uitgever die scholen zelf leerboeken laat maken voor eenfractie van de prijs. Ik denk wel dat we ervoor moeten waken dat we gaandoen alsof schoolboeken niet belangrijk zijn, want uit al het onderzoekblijkt juist dat leerlingen meer moeten lezen. Daarbij helpt het natuurlijkals ze ook schoolboeken gebruiken.De heer Kisteman (VVD):Zeker. Verderop in mijn tekst zal ik ook terugkomen op de kwaliteitsalli-antie voor leermiddelen die ooit op mijn verzoek is ingesteld. Daar zal ikzeker de belangrijkheid van laten merken.Mevrouw Rooderkerk (D66):Wellicht is het dan ook interessant – maar dat was de heer Kistemanmisschien al van plan – om aan de Staatssecretaris te vragen om dat eensdoor te rekenen. Hoeveel geld is er beschikbaar voor leermiddelen in delumpsum? Kan ze daar straks op terugkomen? Ziet zij inderdaad een kansom het mogelijk te maken dat laptops daaronder vallen als die kostengaan dalen door bijvoorbeeld het stoppen met wegwerpboeken?De heer Kisteman (VVD):Ik vind het een uitstekende vraag, die ik hierbij doorgeleid naar deStaatssecretaris.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Moorman nog een nabrander heeft.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat dat niet alleen vragen voor de Staatssecretaris zijn. Wat vindtde VVD zelf? Als je als school een keuze moet maken tussen een laptop ofboeken, wat doe je dan in het eerste jaar?De heer Kisteman (VVD):Mevrouw Moorman, we gaan niet vanaf morgen beginnen met onderwijs.Het onderwijs loopt al, het heeft al schoolboeken en middelen, ensommige scholen hebben al devices. Ze kunnen zelf kiezen waar ze meewillen starten. Volgens mij vinden wij vrijheid van onderwijs in dit huiszeer belangrijk. Geef scholen dan ook de mogelijkheid om hierover zelfbeslissingen te maken.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Is de heer Kisteman het ermee eens dat er nogal wat veranderd is sindsde Wet gratis schoolboeken? Die kwam er namelijk in 2008; toen was desmartphone er net.De heer Kisteman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 815 Ja, er is ontzettend veel veranderd. Ik heb hier nog een device dat ik vanhet LAKS heb gekregen. Moet je eens kijken wat voor ontwikkelingen wehebben meegemaakt. Volgens mij is dat overduidelijk.De voorzitter:U kunt verdergaan met uw betoog.De heer Kisteman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Het onderwijs staat voor grote uitdagingen. Eenvan die uitdagingen is de digitale veiligheid. Mijn fractie vindt hetbelangrijk dat digitale veiligheid binnen het onderwijs vooropstaat. Met dedigitalisering van leermiddelen en de toename van de kans op cyberaan-vallen binnen het funderend onderwijs, is het belangrijk dat scholenverantwoordelijkheid nemen voor het borgen van veilig gebruik vandigitale lesmaterialen. Nu er meer duidelijkheid is over waar scholen aanmoeten voldoen om de digitale veiligheid te waarborgen, ben ik benieuwdnaar de rol van de onderwijsinspectie als scholen en besturen achterblijven lopen op dit gebied. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgendat alle scholen meekomen in deze transitie? Welke bevoegdheden van deonderwijsinspectie heeft zij voor ogen om in te zetten? Is ze nog steedsvan plan om deze bevoegdheden vast te leggen?Voorzitter. Met de komst van AI zijn er volop kansen om deze technologieoptimaal te benutten voor beter onderwijs. Daarom is het belangrijk datleerkrachten hun digitale vaardigheden bijspijkeren. Hiervoor is onder hetvorige kabinet het actieplan Digitalisering in het funderend onderwijsgestart. Ik zou graag van de Staatssecretaris willen weten welke beroeps-groepen vanuit het onderwijs hierbij aangehaakt zijn. In hoeverre is destem van de leraar gehoord over het inzetten van AI?Daarnaast begreep ik uit een eerder debat met de voorganger van dezeStaatssecretaris dat het ministerie bezig is met een leerprogramma voorhet bijscholen van leerkrachten als het gaat om digitale geletterdheid. Hoestaat het hiermee? Is er ook maatwerk mogelijk, zodat besturen of regio’szelf in de behoeften van leraren kunnen voorzien? Welke mogelijkhedenziet de Staatssecretaris hiervoor? Wordt het een programma dat hetministerie bedenkt voor leraren, of wordt het iets wat leraren zelfbedenken en graag willen gebruiken, en waar ze iets aan hebben?Daarnaast merk ik op dat er veel onrust is over het inzetten van AI binnenhet onderwijs, enerzijds door de beperkte kennis onder docenten,schooldirecteuren en bestuurders en anderzijds doordat de ontwikke-lingen van deze technologie razendsnel gaan. Hoe gaat de Staatssecre-taris ervoor zorgen dat alle partijen aangehaakt blijven bij het actieplandigitalisering funderend onderwijs? Hoe zorgt zij ervoor dat alle docenten,jong en oud, mee kunnen komen in de ontwikkeling van AI, zodatiedereen AI op een verantwoorde manier inzet en kritisch blijft kijken,maar onze toekomstige generaties ook leren om ermee om te gaan? Hoegaat zij het onderwijs het vertrouwen geven om AI en digitalisering tedurven omarmen?De voorzitter:Ik zie een interruptie van mevrouw Rooderkerk, maar we wachten even totde Kamerbel klaar is.We gaan weer verder. We waren gebleven bij de interruptie van mevrouwRooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik kan mij vinden in het pleidooi van de VVD voor een duidelijke visie enstrategie met betrekking tot AI in het onderwijs. Een land als Estland heeftdat al, net als Frankrijk. Is de heer Kisteman ook van mening dat hetkabinet echt meer regie mag pakken om duidelijke kaders te stellen voorhet onderwijs?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 816 De heer Kisteman (VVD):Ik denk dat we vooral het onderwijs vertrouwen moeten geven. Watvinden wij wel en niet goed? Uit de berichten die ik nu hoor, blijkt dat hetvoor hen ook een zoektocht is en dat ze uit angst wat terughoudenderworden. Volgens mij is het allerbelangrijkste dat de Staatssecretaris hundus de ruimte geeft en aangeeft: hier liggen onze grenzen, dit vinden webelangrijk en binnen deze kaders kun je aan het werk gaan.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat klonk bevestigend. Het zou goed zijn als we echt met een AI-strategiekomen. Natuurlijk moeten we die niet zelf gaan bedenken. Er gebeurtbijvoorbeeld al veel bij NOLAI en Npuls. Ik ben blij dat de heer Kistemanook zegt dat we hier een duidelijke visie voor moeten maken.De heer Kisteman (VVD):Zeker. Daar moeten we ook vooral het onderwijs in meenemen. Volgensmij bedoelde mevrouw Rooderkerk dat ook.De voorzitter:U kunt verdergaan met uw betoog. O nee, ik zie dat mevrouw Raijer vande PVV ook nog een vraag heeft.Mevrouw Raijer (PVV):Ik had ook een vraag aan de heer Kisteman. De PO-Raad waarschuwtnamelijk dat technologie, met name AI, de autonomie van de leerlingenen de leraren aantast. Hoe staat u daar tegenover? Wat vindt u daar zelfvan?De heer Kisteman (VVD):Volgens mij zijn AI en alle digitalisering die wij nu meemaken een enormekans en moeten we onze leerlingen daar goed in opleiden en onzedocenten goed opleiden of bijscholen, zodat zij weten hoe ze daarmee ommoeten gaan. Kijk naar het bedrijfsleven en alle stappen die we daarmaken met digitalisering. Het is enorm belangrijk dat we dit omarmen enonze toekomstige generaties daarvoor opleiden.De voorzitter:Dan kunt u verdergaan met uw betoog. U heeft nog een minuut.De heer Kisteman (VVD):Dat moet lukken.Voorzitter. Ik zie dat het ministerie voortvarend aan de slag is gegaan metmijn voorstel voor de oprichting van de kwaliteitsalliantie voor leermin-deren, de Nederlandse leermiddelen kwaliteitsalliantie, NLKA, naar hetVlaamse model. Ik wil graag van de Staatssecretaris weten wat de standvan zaken is rondom de ontwikkeling van de landelijke kwaliteitskadersvoor leermiddelen, met het oog op het nieuwe curriculum. Ook ben ikbenieuwd hoe snel leermiddelenmakers aan de slag gaan met dezekaders.Uit recent onderzoek blijkt dat de ondersteuningsstructuur binnen hetfunderend onderwijs, die is bedoeld om scholen te ondersteunen als zeaan de slag gaan met kwaliteitsverbeteringen door het inzetten vanexterne bureaus, momenteel niet functioneert. Om dit te verbeteren wordter gekeken naar een kwaliteitsalliantie voor deze ondersteuningsstruc-turen. Is het mogelijk dit onder te brengen bij de kwaliteitsalliantie die nuwordt opgericht, zodat deze kwaliteitsalliantie gaat fungeren als eenoverkoepelend orgaan om richting te bieden aan de kwaliteitskaders vande knelpunten binnen het onderwijs? Hoe ziet de Staatssecretaris dat voorzich?Daar wil ik het bij laten, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 817 De voorzitter:Dank u wel. U bent perfect binnen de tijd. Dan gaan we over naarmevrouw Moorman voor haar inbreng.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank u wel. Eigenlijk is het niet meer mogelijk in deze tijd omzonder digitale leermiddelen goed je onderwijs te kunnen volgen. Daaromis het terecht dat veel van het gesprek dat we hier hebben over leermid-delen, over digitale leermiddelen gaat. We lopen tegen een aantal grotedilemma’s aan. De onafhankelijkheid, waar we het net ook al over haddenin het interruptiedebatje, is natuurlijk een belangrijk punt. Hoe voorkomenwe dat onze leerlingen een soort van merkkenners worden in plaats vandat ze echt digitaal onafhankelijk worden en goed met tech om kunnengaan? Daarvoor is het heel belangrijk dat wij een goed actieplan maken. Ikzie dat dat ook gaat gebeuren, maar er is onderzoek gedaan door Dialogicen zij zeggen: het is wel heel erg belangrijk dat de overheid eerst zegt datzij inderdaad onafhankelijk willen zijn. Dat is ook meteen mijn eerste vraagaan de Staatssecretaris: willen wij nu inderdaad onafhankelijk zijn van bigtech, zodat die vijftien actiepunten van Dialogic kunnen worden uitge-voerd? Gaan we dat dan ook doen?Voorzitter. We zien allerlei ontwikkelingen in het hoger onderwijs en hetacademisch onderwijs, zoals eduGenAI en GPT-NL, maar eigenlijk niet inhet funderend onderwijs. Zouden we dat niet ook voor het funderendonderwijs moeten organiseren? Komt er dan ook een ondersteunings-structuur? Verantwoordelijkheid is namelijk hartstikke goed, zoals de heerKisteman net zei, maar in de rondetafel – die inderdaad heel goed was –hebben we ook gehoord dat scholen behoefte hebben aan duidelijkekaders en een duidelijke ondersteuningsstructuur.Voorzitter. De Wet gratis schoolboeken komt uit 2009/2010. In 2008 kwampas de smartphone. Je kunt niet of boeken of digitale leermiddelenhebben, zoals de VVD hier veronderstelt; het gaat natuurlijk altijd samen.We moeten die devices dus meenemen in de Wet gratis schoolboeken.Dat is een hele belangrijke ingangspoort, zodat wij als overheid en alsonderwijs grip kunnen krijgen op wat er allemaal aan de leerlingen wordtaangeboden, in plaats van dat iedereen met zijn eigen device komt. HetLAKS heeft het net aan een paar mensen laten zien: soms komenleerlingen met hele oude devices aan, en soms met enorm moderne. Daarmoeten we wat aan gaan doen. Dan is de vraag natuurlijk: hoe betalen wedat? Het LAKS zegt: doe dat gewoon door een belasting op vapes. Dat lijktmij uitstekend. Ik weet hoe ingewikkeld dat is in onze begroting, maar erzijn misschien ook andere middelen. Gisteren is bijvoorbeeld een motieaangenomen over het verlagen van de externe inhuur. Op deJenV-begroting staat misschien nog wat; dit gaat immers ook over deveiligheid. Er zijn dus allemaal verschillende mogelijkheden. En als erhelemaal geen geld is, moeten we het maar bijpassen, want dit is gewoonte belangrijk om te laten gaan. We willen niet dat onze leerlingenafhankelijk blijven van big tech en daardoor hun leven lang onveilig zijn.Mevrouw Rooderkerk (D66):Heeft u met betrekking tot uw voorstel zicht op om hoeveel geld het gaat?Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dat is uitgerekend. Het gaat om 215 miljoen. Op de hele begroting lijkt datme een zeer overzichtelijk bedrag. Nogmaals, het kan ook uit potjeskomen van JenV die hiervoor beschikbaar zijn. Denk ook aan de wegwerp-boeken. Er worden 7 miljoen boeken per jaar weggegooid. Dat is eenmarkt die echt moet worden doorbroken. De ACM doet er op dit momentook al onderzoek naar. Dat moet worden aangepakt. We zien dat een kwartvan de scholen is overgestapt naar Neon. De heer Kisteman heeft het erde hele tijd over dat dat de autonomie is van de scholen, maar de scholenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 818 willen het zelf ook helemaal niet. Zij willen daar ook van af. Zij zitteneigenlijk aan die drie uitgevers vastgeklonken en willen daar gewoon vanaf. Zij willen ook niet al die wegwerpboeken. Misschien zijn daarinderdaad allerlei besparingsmogelijkheden, zodat er minder winstenworden gemaakt bij de uitgevers, en kunnen we dat geld gebruiken om dedevices te financieren. Kortom, er zijn heel veel verschillende financie-ringsmogelijkheden. Ik hoor graag de reflectie van de Staatssecretarisdaarop. Mocht dat nou allemaal niet kunnen, dan moeten we hier gewoonextra geld voor beschikbaar stellen. Nogmaals, dit is te belangrijk om hetgewoon te laten gebeuren en onze jongeren op jonge leeftijd afhankelijkte maken van big tech en een onveilige omgeving, en daar zelf geensturing op te geven. Allerlei landen zijn er al mee bezig. Estland is er almee bezig; dat zagen we van de week. Frankrijk loopt enorm voor. Taiwanloopt enorm voor. Nederland doet hier tot op heden eigenlijk niks mee.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat was een lang antwoord op mijn vraag. Het kost inderdaad een paarhonderd miljoen voor het p.o. en een half miljard als je ook het voortgezetonderwijs daarin meeneemt. Dat is serieus geld, zowel voor de kijker thuisals op onze Onderwijsbegroting. Wij zouden liever niet zien dat dat tenkoste gaat van geld voor leraren, de brede brugklas, school in deomgeving en dat soort zaken. Volgens mij sluit het betoog van mevrouwMoorman juist heel erg aan bij het voorstel om te bekijken of de mogelijkebezuinigingen op het wegwerpboekenmodel bij scholen kunnen wordeningezet voor leermiddelen.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dat gaf ik inderdaad als antwoord. Dat is een van de mogelijkheden diewe hebben: het beperken van die markt zodat er veel geld overblijft. Wehebben ook al eerder voorgesteld om de externe inhuur te beperken. Datscheelt ook heel veel. Ik ben het volstrekt met mevrouw Rooderkerk eensdat het natuurlijk niet ten koste mag gaan van ander belangrijk onder-wijsgeld. Daar strijden we juist enorm voor. Ik vind het ook te smalgedacht dat we dan meteen maar weer van andere belangrijke kansenge-lijkheidsmiddelen af moeten. Natuurlijk niet. Mijn hele betoog gaat er juistover dat wij onze leerlingen zo goed mogelijk moeten voorbereiden op detoekomst en dat we ook geen grote ongelijkheid willen zien. We zien datsommige leerlingen nu één laptop moeten delen met hun broertjes enzusjes en dat een ander de nieuwste device heeft, helemaal gratis, meteen goed internetabonnement en alle verschillende mogelijkheden. Datzorgt voor enorme ongelijkheid. Wij strijden juist tegen de ongelijkheid envoor een goede toekomst, niet ten koste van andere middelen. We moetenervoor zorgen dat we dit op orde brengen. Gratis schoolboeken kosttenook geld, maar we vinden het belangrijk. Daarom willen we ook een gratisdevice, want dat leidt er juist toe dat er gelijkheid is en het leidt ertegelijkertijd toe dat we grip krijgen op wat leerlingen allemaalmeekrijgen.De voorzitter:In de pilot is volgens mij niks afgesproken over antwoordtermijnen, maarik stel voor dat we proberen om ook die te beperken tot 30 seconden.Mevrouw Rooderkerk en daarna de heer Kisteman.Mevrouw Rooderkerk (D66):We delen die inzet op gelijkheid helemaal. Ik weet ook dat mevrouwMoorman zich daar altijd hard voor maakt. Maar om nou te zeggen dat hetsmal denken is dat een half miljard ergens anders van af zou moeten inhet onderwijs ... Dat is letterlijk hoe onze begroting werkt. Ik vind wel datwe als politici eerlijk moeten zijn over het feit dat het ergens van af moetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 819 als we voorstellen doen die geld kosten. We moeten ook zeggen waar datdan van af moet. Ik vind het wel van belang om dat opgemerkt te hebben.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik heb daar meerdere voorstellen voor gedaan, bijvoorbeeld in de vormvan marktschoolboeken. Het kan ook bij de JenV-begroting; daar ben ikook benieuwd naar. Want daar staat expliciet geld voor het beschermentegen invloeden van big tech. Ik denk dat daar goede afspraken overgemaakt kunnen worden. Ik heb het ook al over externe inhuur gehad. Ikheb dus allerlei verschillende mogelijkheden genoemd. Maar als de vraagis of het dan af moet van bijvoorbeeld de brede brugklas of anderekansengelijkheidsmiddelen: nee, natuurlijk niet, mevrouw Rooderkerk,want dat willen we niet. Als het dan allemaal niet past, zijn er ook nogallerlei verschillende manieren om extra geld met elkaar op te halen. Daarhebben we het ook al in andere debatten over, waar onder anderen devoorzitter vaak bij aanwezig is. Er zijn dus allerlei mogelijkheden. Laten wedaarin groot denken, maar vooral ook het belang ervan vooropzetten.Voorzitter, ik begrijp dat ik lange antwoorden geef, dus ik ga graag ...De voorzitter:Er is nog een interruptie van de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Laten we van smal naar breed denken gaan. Die aangenomen motie overminder externe inhuur gaat er natuurlijk toe leiden dat we straks legeklassen krijgen en dat we klassen krijgen zonder docenten, want diemensen hebben we natuurlijk gewoon keihard nodig met de tekorten inhet onderwijs. Dus wat hebben die leerlingen eraan als we straks weldevices hebben, maar er helemaal geen leraar meer voor de klas staatomdat ze niet meer ingehuurd mogen worden?Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dit is nou echt een typisch voorbeeld van smal denken, want juist die heleexterne inhuur leidt ertoe dat het lerarentekort wordt aangejaagd. Lerarenworden uit het onderwijs getrokken om vervolgens in invalpools, waar zetoe worden verleid door uitzendbureaus ... Het is een enorme zijsprong,maar dit is waar meneer Kisteman mij naar vraagt. Ik vraag de heerKisteman om zich hier goed in te verdiepen, ook in de kosten. Want wezien gewoon dat een extern ingehuurde leraar niet per se veel meersalaris krijgt, maar dat dit allemaal in de zakken van de uitzendbureausgaat. Daar betaalt de overheid nu heel veel publiek onderwijsgeld voor.Dat is hartstikke zonde. Laten we dat geld, in plaats van dat dat gewoonnaar de commerciële sector gaat, investeren in bijvoorbeeld devices vooralle kinderen, zodat we daar grip op krijgen.De heer Kisteman (VVD):Dan denken we daar anders over; dat kan natuurlijk ook. Dat is, denk ik,het geval. Laten we dan toch eventjes gaan naar de middelen diemevrouw Moorman hiervoor wil gebruiken. Ze roept van alles en nog wat.Als mevrouw Moorman hier straks iets mee wil gaan doen of een motiegaat indienen, met welke dekking gaat ze dan komen?Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik heb net een aantal dekkingsmogelijkheden genoemd. Ik ben dusbenieuwd naar de reactie van de Staatssecretaris. Wij gaan zeker eenvoorstel indienen, dus daar kan de heer Kisteman op rekenen. Wij vindenhet uiterst belangrijk dat dit gebeurt. We zullen verschillende dekkingsmo-gelijkheden aangeven. Ik hoop zeer dat de heer Kisteman bereid is omhier ook echt met een open blik naar te kijken, want als de VVD ditinderdaad ook belangrijk vindt ... Destijds moest er ook extra geldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8110 vrijgemaakt worden voor de Wet gratis schoolboeken, maar we vondenhet belangrijk dat alle kinderen de leermiddelen hadden die ze nodighadden om goed deel te nemen aan het onderwijs. We zijn nu zestien jaarverder. De wereld is veranderd. We moeten ons daaraan aanpassen. Wekunnen dan niet zeggen: wat vervelend; het geld is er nu niet, dus welaten onze leerlingen over aan de bigtechbedrijven die hun toekomstbepalen. Dat lijkt mij niet de juiste weg.De heer Kisteman (VVD):Maar nu is het net alsof GL-PvdA iets graag wil en vervolgens deoplossing bij het kabinet neerlegt. Ik ga het dus nog één keer vragen aanmevrouw Moorman: als zij straks met een voorstel moet komen, waarvangaan we naar haar idee die leermiddelen of devices dan betalen?Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Hoe vaak moet ik het nou herhalen? Ik heb al drie keer gezegd dat het kanuit de aanpassing van de wet op de gratis schoolboeken, zodat we demarkt beperken. Nu gooien we namelijk 7 miljoen boeken per jaar weg.Dat is hartstikke zonde. Dat kan met minder. Er zijn al heel veel scholen,25% van de scholen, overgestapt naar Neon. Die laten zien dat hetgewoon goedkoper kan, dus laten we deze markt breken. Ik heb gezegddat er geld staat op de begroting van JenV. Dat kunnen we hiervoorgebruiken. Uiteraard wil ik eerst een reactie van de Staatssecretaris. Dat iszoals we dat hier in dit huis met elkaar doen. Dan heb ik ook nog gewezennaar de externe inhuur en naar andere mogelijkheden. Hoeveel wilt u ervan mij hebben? Het lijkt er vooral op dat de VVD allerlei manieren verzinten bedenkt om hier onderuit te komen.De heer Claassen (Groep Markuszower):Dit is wel een interessante discussie over de uitvoering en de kosten diehet allemaal moet hebben, maar volgens mij hebben we in Nederland noggeen generieke keuze gemaakt voor een onderwijsmodel en hebben wenog geen didactische keuzes gemaakt voor ons onderwijsstelsel. Dathebben we dus nog niet helder. Het is eigenlijk een Poolse landdag overhoe scholen onderwijs geven, maar we hebben het hier wel over hoe wedat gaan inrichten. Zou dat niet omgedraaid moeten worden?Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik ben een beetje aan het zoeken naar de vraag van de heer Claassen.De voorzitter:Dat kan. De heer Claassen mag de vraag toelichten. Dan heeft u extra tijd.De heer Claassen (Groep Markuszower):De discussie over schoolboeken en devices en wat die moeten kosten,zouden we volgens mij moeten voeren nadat we een keuze hebbengemaakt over hoe we in Nederland ons onderwijs willen inrichten. Diekeuze hebben we niet gemaakt. We hebben het dus over invulling van hetonderwijs, maar in bijna elk dorp en bij bijna elke onderwijsinstellingwordt weer ander onderwijs gegeven. We zijn dus aan het invullen hoe wehet willen doen, maar we weten nog niet eens hoe we het willen gaandoen.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dank voor uw toelichting. Dat bleek vorige week ook heel duidelijk uit derondetafel over AI in het onderwijs. Toen werd ook gezegd: we hebbeneen collectief actieprobleem. Als je het aan alle scholen individueeloverlaat, zie je dat sommige scholen enorm gaan voorlopen, omdat diemensen in huis hebben die dat kunnen, en dat andere scholen daargigantisch mee worstelen. Dat leidt tot nog meer ongelijkheid. DaaromTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8111 werd hier eigenlijk door alle deskundigen gezegd: we hebben een heelduidelijk kader en een duidelijke ondersteuningsstructuur nodig;tegelijkertijd hebben we ook een soort grip nodig op wat er wordtgebruikt. Juist die gratis devices kunnen helpen om daar veel meer gripop te krijgen, dus ik denk dat dat heel erg voldoet aan de vraag die deheer Claassen hier stelt. Ik snap zijn vraag, maar we moeten dus juistzorgen dat er veel meer grip komt op de vraag hoe we ervoor zorgen datonze leerlingen zich veilig en goed kunnen voorbereiden op huntoekomst.De heer Claassen (Groep Markuszower):Dat is het maar deels. Mij gaat het er dus om: kiezen we hoe we onsonderwijs methodologisch, didactisch willen inrichten en dan met welkeleermiddelen we dat willen invullen, of kiezen we voor leermiddelen, dusalles digitaal, zoals de VVD wil, of boeken? Wat zegt Partij van deArbeid-GroenLinks? Kiezen we dan voor de devices en de boeken en gaanwe dan kijken welk onderwijsmodel daarbij past? Moeten we het nieteigenlijk omdraaien?Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat we het met elkaar eens kunnen zijn dat je in deze tijd eigenlijkgeen onderwijs meer kan volgen als je niet zelf ook een goed elektronischdevice hebt. Tegelijkertijd heb je ook de schoolboeken nog steeds nodig.Het gaat er hierbij dus om of we als overheid kiezen om te zorgen voorsturing, bescherming en veiligheid, en of we zoals in landen als Estland,Frankrijk en Taiwan echt kijken hoe we dat zo goed mogelijk als overheidkunnen doen. We doen dat overigens ook al voor hoger onderwijs enacademisch onderwijs, maar eigenlijk nog niet voor funderend onderwijs.Dat is hier het punt. Als we dus alsmaar afwachten, dan weten wegewoon dat de markt het overneemt. Dat zien we ook al. Je ziet nu al datleerlingen niet zozeer techdeskundige worden, maar dat ze gewoongebruiksdeskundige worden van bijvoorbeeld Microsoft of Google. Dat ishet grote probleem. Je weet gewoon hoe je een bepaald merk kangebruiken, maar niet meer hoe je daar vervolgens ... Het leidt ook nog toteen enorme lock-in. Je komt er ook nooit meer vanaf. Dat is hier dus hetpunt.De heer Boomsma (JA21):Ik kan het betoog goed volgen. Mevrouw Moorman verwijst ook naarEstland en vele anderen deden dat ook, maar in Estland heb je toch juisteen samenwerking mét big tech? Dan word je dus juist afhankelijk van bigtech.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dank voor deze vraag. Het goede aan Estland is: het doet wat. Het heeft ereen visie op. Ik vind Schotland ook heel inspirerend, want die hebben dievijf uitgangsprincipes. Ik zou die vijf uitgangsprincipes zeker graag willenovernemen. Het lijkt me een heel goed voorstel om dat met elkaar tedoen. We zullen zo meteen daarover waarschijnlijk nog wel een tweemi-nutendebat aanvragen. Frankrijk loopt eigenlijk het meest voorop. Datwerd ook hier in het rondetafelgesprek gezegd. Dat heeft daar echt heelveel grip op. Ik zou het liefst met elkaar een goed Nederlands modelontwikkelen, waarin we de ondersteuningsstructuur hebben, waarmee wegrip op de verschillende leermiddelen krijgen en waarvoor we eigenonafhankelijk AI-applicaties ontwikkelen, want dan loop je echt voorop.Waarom zouden we dat niet doen? Ik vind het dus inderdaad te smal omhet dan hier met elkaar over geld te hebben. Natuurlijk gaat het om geld.Alles gaat altijd over geld. Maar het gaat toch ook over de toekomst vanonze kinderen? Die is wat waard. Ja, ik ben bereid om te bekijken waar wehet geld vandaan kunnen halen, maar het gaat om het principepunt:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8112 willen we dit met elkaar of laten we dit gewoon gebeuren? Ik weet zekerdat de kosten dan op langere termijn nog veel hoger zullen zijn.De voorzitter:U kunt verder met uw betoog en u heeft ook nog n minuut spreektijd.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dan ga ik heel snel over op iets anders, want dit gaat niet alleen maarover digitalisering. Het gaat ook over de Wet vrijwillige ouderbijdrage, dieis geanalyseerd. Het Jeugdeducatiefonds heeft ons een brandbriefgestuurd. Het ziet dat de ongelijkheid tussen scholen alleen maar aan hettoenemen is en dat er eigenlijk een volgende stap nodig is. Er is eenvolgende stap nodig, zodat er eigenlijk überhaupt geen kinderen meergeen schoolreisje krijgen omdat er geen geld voor is. Het gaat dus nietalleen maar om het principe van uitsluiten; het gaat er ook om datgewoon alles wat bij het onderwijs hoort, wordt gefinancierd.Ik maak mij ook zorgen over de verschillen in kosten tussen onderwijsni-veaus. Ik zou daar graag een reflectie van de Staatssecretaris op hebben.Voor praktijkonderwijs is dat € 125 en voor het gymnasium € 465. Dit isnatuurlijk echt pure ongelijkheid en uitsluiting, dus graag een reactiedaarop.Voorzitter. Tot slot de ondersteuningsstructuur. Ook daar hebben we eenanalyse van gekregen. We zien dat het onvoldoende leidt tot impactvolleonderwijsverbeteringen en dat tegelijkertijd slechts 2% tot 5% er geengebruik van maakt. Dat is ook weer een manier waarop er heel veelonderwijsgeld uit het onderwijs gaat naar de ondersteuningsstructuur,waarvan zeer de vraag is welke impact die heeft. De voorganger van deStaatssecretaris schreef dat het aan een volgend kabinet is om metmogelijke oplossingsrichtingen te komen. Ik ben heel benieuwd welkeoplossingsrichtingen dat zijn.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We gaan naar mevrouw Rooderkerk. Zij spreekt namens D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. Naar aanleiding van het rondetafelgesprek dat wij hierorganiseerden over AI in het onderwijs, ontving ik een bericht van eenmoeder. Haar 6-jarige zoon maakte op school een powerpoint over IJslanden toen zij vroeg naar de bron en of de informatie wel klopte, bleek dierechtstreeks uit AI te komen. «Want dan hoef ik niet meer na te denken»,aldus de zoon. Zelf kunnen nadenken is nou juist hetgeen leerlingen opschool moeten leren, maar het risico van deze tijd is dat kinderen hetdenken uitbesteden aan AI. Deze cognitieve offloading vormt een risicovoor ons allemaal, maar zeker voor kinderen die de kunst van het kritischnadenken en formuleren nog onder de knie moeten krijgen. Daarmeeraken de ontwikkelingen op het gebied van AI en het onderwijs de kernvan het onderwijs in de basisvaardigheden. Vandaag wil ik het daaromover drie zaken hebben: verantwoord AI-gebruik, onafhankelijkheid vanbig tech en toekomstbestendige leermiddelen.Ik begin met verantwoord AI-gebruik. AI moet deze generatie kinderenslimmer maken en niet dommer. Daarvoor is werk te verzetten, want deontwikkeling van AI gaat razendsnel. AI is er al en we lopen achter.Allereerst de rol van de leraar. Het is van belang dat leraren toegerustworden om AI pedagogisch en didactisch verantwoord in te zetten.Wanneer versterkt AI het leren en wanneer juist niet? Is de Staatssecre-taris bereid om, natuurlijk samen met alle organisaties die zich hiermeebezighouden, een richtlijn te ontwikkelen voor het gebruik van AI op debasisschool en te borgen dat leraren hiervoor structureel wordentoegerust? Kan zij daarbij onderscheid maken tussen educatieve AI enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8113 algemene generatieve AI, zoals ChatGPT? Dat laatste lijkt mij totaal nietzinvol voor leerlingen op de basisschool, zeker niet wanneer ze datongebreideld gebruiken. In het coalitieakkoord staat ook veel geld voor deprofessionalisering van leraren. Kan zij ervoor zorgen dat zij daar gebruikvan maken in het kader van digitale vaardigheden?Dan mijn tweede punt: de onafhankelijkheid van big tech. We moeten afvan het idee dat elke school het wiel opnieuw moet uitvinden. Nuontbreekt regie. Zo ontstaan er, zoals iemand mij zei, Googlescholen enMicrosoftscholen. Liever zien we, zoals in Frankrijk, duidelijke kaders eneen veilig AI-systeem speciaal ontworpen voor het funderend onderwijs,waarin privacy volgens Europese standaarden is geborgd, en waarindidactiek leidend is en niet het verdienmodel van big tech. Dat kanbijvoorbeeld via GPT-NL en edu.nl. Kan de Staatssecretaris met dezepartijen een strategische visie maken met landelijke kaders voor AI in hetonderwijs en kan dit kabinet met NOLAI inzetten op de ontwikkeling vaneen veilig en publieke edu-AI, die speciaal ontworpen is voor hetonderwijs? Kan zij ons daarover informeren?Dan mijn derde punt: toekomstbestendige leermiddelen. Ook digitaleleermiddelen en lesboeken horen de leraar namelijk te ondersteunen inplaats van in de weg te zitten. Het is daarom goed dat ons voorstel omverplichte digitale licenties en wegwerpboeken af te schaffen, is uitge-voerd. Ook zijn wij blij om te zien dat er door de ACM een onderzoek isingesteld naar de markt voor schoolboeken. We zien daarnaast datscholen massaal kiezen voor Neon, een vernieuwende uitgever die lerarenzelf schoolboeken laat maken voor, zoals u weet, een fractie van de prijs.Ik vind het ook mooi om te horen dat Neon lesmateriaal maakt voorpraktijk- en gespecialiseerd onderwijs, want de toegankelijkheid vanlesmateriaal, ook van digitaal lesmateriaal, is nog niet goed geborgd. Mijnvragen zijn als volgt. Hoe gaat de Staatssecretaris er verder voor zorgendat leerlingen in het speciaal onderwijs toegang blijven houden totpassend lesmateriaal? In het coalitieakkoord staat ook het voornemenvoor een keurmerk voor lesmethoden. Dat hebben we eerder ook in eenKamermotie gezet en die aangenomen. Wanneer kunnen we dat concreetverwachten?Voorzitter, tot slot. Of het nu gaat om AI of om schoolboeken: ze moetenhet onderwijs versterken en niet belemmeren, zodat leerlingen slimmerworden niet dommer.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Ik zie dat de heer Kisteman een interruptie heeft.De heer Kisteman (VVD):Even over die wegwerpboeken: als ik het goed heb begrepen, was het ooitde wens van de Kamer om de lesmaterialen up-to-date te hebben endaardoor is het idee ontstaan om ieder jaar nieuwe leermiddelen temaken, om die up-to-date te laten zijn. Is mevrouw Rooderkerk zich erbewust van en is zij het ermee eens dat het betekent dat lesmethodes enleerboeken niet altijd meer up-to-date zijn, maar soms één, twee of driejaar verouderd kunnen zijn?Mevrouw Rooderkerk (D66):Het is een beetje een oude discussie, want deze hebben we natuurlijk al inde Kamer beslecht. Dit is het argument dat altijd van die grote marktpar-tijen komt. Er zijn er maar twee of drie die de hele markt voor school-boeken bezitten en die zo veel macht hebben dat zij scholen bijvoorbeelddigitale licenties lieten aanschaffen, die nooit gebruikt werden, eninderdaad ook elk jaar nieuwe lesboeken. Lezen, schrijven en rekenen zijnbasisvaardigheden. Het lijkt me heel erg van belang dat we het nieuwecurriculum in de lesboeken krijgen, maar om nou elk jaar nieuweTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8114 lesboeken te krijgen ... Het lijkt mij vooral van belang dat we kinderen heelgoed leren lezen, schrijven en rekenen, en alle andere vaardigheden die zijuit die boeken kunnen halen, maar we hoeven echt niet te denken dat ditelk jaar vernieuwd hoeft te worden. De andere kant is namelijk dat er duselk jaar miljoenen boeken gewoon in de kliko verdwijnen. Ik vind dat echtronduit zonde, niet alleen in het kader van duurzaamheid, maar ook vanhet publieke geld dat hieraan wordt uitgegeven.De heer Kisteman (VVD):Ik wil zeker niet die discussie opnieuw gaan voeren. Ik heb gesproken metkleinere uitgevers die niet onder die drie vallen die mevrouw Rooderkerknoemt. Zij zeggen: prima, goed idee, maar ga dan niet weer over vijf oftien jaar als Kamer zeggen dat die lesboeken meer up-to-date moeten zijn;accepteer dan ook dat het langer kan zijn. Is mevrouw Rooderkerk hetermee eens dat we als Kamer daarop dan ook een lijn over de langeretermijn moeten gaan voeren, zodat die uitgevers – ik bedoel dan echt dekleinere die wel voor marktwerking zijn en die niet onder het onderzoekvan de ACM vallen – daarop kunnen anticiperen?Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik wil nu echt de misvatting wegnemen dat wij als Kamer zouden hebbengezegd: we willen up-to-date lesboeken en daarom willen we dat er elkjaar honderden miljoenen aan boeken worden besteed die weer wordenweggegooid. Dat hebben wij echt nooit gezegd. Waarom is dit ontstaan?Ik mocht vroeger altijd mijn boeken kaften. Dat vond ik echt een leukritueel aan het begin van het jaar. Aan het eind van het jaar leverde ik dieweer in op een punt op school en dan werden die aan kinderen van hetvolgende leerjaar doorgegeven. Maar op een gegeven moment dachtendie uitgevers: tja, het is best wel veel werk om al die boeken in te zamelenen weer uit te geven, en het is ook wel zonde dat we dan niet meerkunnen verdienen. Die hebben dus bedacht dat ze die schoolboekennatuurlijk ook gewoon kunnen opsturen per post. Als je dan met allemarktmacht die er is, verplicht om weer nieuwe boeken in te zamelen, kunje er natuurlijk voor zorgen dat je veel meer winst maakt. Dat is hoe ditgebeurd is. Dat komt niet ten goede aan de kwaliteit van het onderwijs.Sterker nog, ik heb er heel veel bezwaren tegen. Daarom willen wij ookeen keurmerk op het lesmateriaal, omdat we lezen en schrijven al ruimtien, vijftien jaar op de verkeerde manier, en niet volgens de laatstewetenschappelijke kennis, in de lesboeken zijn gaan onderwijzen. Over vijfjaar hoort u mij niet zeggen: de boeken moeten up-to-date zijn, maarhoort u mij zeggen: ik hoop dat het gelukt is dat de PISA-scores omhoogzijn gegaan, dat kinderen veel beter zijn gaan lezen en schrijven en datniet een op de drie kinderen van school gaat zonder dat goed te kunnen.De heer Kisteman (VVD):Ik ga deels in het verhaal mee van mevrouw Rooderkerk. Ik kom uit eengezin met vier zussen en kreeg op een gegeven moment het boek dat mijnzus, die twaalf jaar voor mij in de school had gezeten, al had gehad. Hetboek is dan wel iets verouderd. Het is een beetje en-en en laten we niet nuzeggen dat dit niet de discussie is geweest, want het speelde ook mee dathet over ouderwetse of achterhaalde lesboeken ging. Laten we alsjeblieft– volgens mij begrijp ik het goed uit het betoog van mevrouw Rooderkerk– de schuld niet alleen maar in de schoenen van de uitgever schuiven,want er zijn tal van uitgevers die dagelijks goed werk doen en goedelesmethodes maken.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat is een hele mooie vraag naar wat meer nuance. Er zijn zeker nuancesen die zie ik ook, bijvoorbeeld Neon, maar er zijn ook kleinere uitgeversdie dat beter doen. Ik bepleit vooral keuzevrijheid bij scholen; dat zal deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8115 heer Kisteman ook moeten aanspreken. Keuzevrijheid om te zeggen: nazoveel jaar vinden wij het nodig om deze boeken te vernieuwen. Keuze-vrijheid om te zeggen: wij gebruiken wel of niet digitale licenties. En watmij betreft ook – we komen met een voorstel daartoe – keuzevrijheid omer ook laptops van te kunnen bekostigen voor leerlingen die daarverantwoord gebruik van kunnen maken, beheerd door de school zodathet op een goede manier gebeurt.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Raijer en zijspreekt namens de PVV-fractie.Mevrouw Raijer (PVV):In mijn bijdrage wil ik stilstaan bij drie onderwerpen. De implementatievan digitaal lesmateriaal, AI en de steeds verder ontsporende markt vanleermiddelen. Niemand ontkent dat digitaal lesmateriaal kansen biedt. Hetkan leerlingen motiveren, lessen interactiever te maken en helpen omleerstof op een andere manier aan te bieden. Maar daar houdt hetpositieve verhaal ook wel op, want de praktijk is een stuk weerbarstiger.Heeft u er weleens bij stilgestaan hoeveel tijd er verloren gaat voordat eenklas überhaupt aan de slag kan? De laptops moeten opgestart worden,kinderen moeten inloggen en zo nu en dan werken systemen niet. Tienminuten lestijd is zomaar verdwenen en dat is meer dan 20% van een les.Dit is geen vooruitgang, maar verlies van onderwijstijd. En toch laat deoverheid scholen dit zelf uitzoeken zonder kaders en regie. Mijnbuurvrouw benoemde het net ook al.Daarnaast zien wij steeds vaker dat digitale leeromgevingen wordeningezet zonder dat daar duidelijke noodzaak voor is. Tegelijkertijd hebbensteeds meer leerlingen moeite met basisvaardigheden zoals schrijven.Wanneer zij vooral digitaal werken, draagt dit niet bepaald bij aan hetverbeteren van die vaardigheid. Hoe wil de Staatssecretaris ervoor zorgendat digitalisering ondersteunend blijft in plaats van leidend?Voorzitter. Terwijl we dit al niet onder controle hebben, komt AI daar nogbovenop. AI is geen toekomstmuziek meer, het gebeurt nu. Steeds meerleerlingen gebruiken het. Op zich is dit prima als hulpmiddel, maar steedsvaker neemt AI het denkwerk over. Waarom zouden leerlingen zelf nogmoeite doen als de computer het sneller en beter kan en dit vaak niet eenswordt opgemerkt? Welke maatregelen gaat de Staatssecretaris nemen omte voorkomen dat AI het leerproces vervangt in plaats van ondersteunt?Zelfs de Onderwijsraad waarschuwt ervoor dat de inzet van technologiehet risico in zich draagt dat de autonomie van leerlingen en leraren wordtaangetast en het onderwijs eenzijdiger wordt. Hoe kijkt de Staatssecretarisnaar die waarschuwing? Dit raakt de kern van goed onderwijs. Wie houdthier de regie? Precies daar ligt het probleem. De regie is er niet.En dan mijn laatste punt, de leermiddelenmarkt. Dit is geen markt meer,maar een verdienmodel. Een paar grote uitgevers bepaalt wat er in de klasligt. Scholen zitten jarenlang vast aan contracten. Opstappen is praktischonmogelijk en ondertussen blijven de prijzen stijgen. Concurrentie? Die iser nauwelijks. Transparantie? Die ontbreekt volledig. En wat krijgen weervoor terug? Leerwerkboeken die na één keer gebruik de prullenbakingaan, nieuwe edities die zogenaamd noodzakelijk zijn, digitale pakkettenwaar scholen niet meer vanaf komen. Dit is geen onderwijsbeleid, dit iseen pervers verdienmodel. Dat is niet toevallig. Dit is het gevolg vanbeleid waarin de overheid de markt zijn gang heeft laten gaan. En wiebetaalt de rekening? Niet de uitgevers, niet de overheid, maar de ouders.De basisboeken zijn gratis, maar alles eromheen kost steeds meer geld,van werkboeken tot digitale licenties en aanvullend onderwijs. Uiteindelijkbetalen ouders alsnog de rekening. Ondertussen gebeurt er iets wat nogveel ernstiger is. De Onderwijsraad heeft dit al gezegd. Het publiekekarakter van het onderwijs staat onder druk en raakt steeds verderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8116 verweven met private belangen. We zijn het onderwijs langzaam aan hetuitverkopen. Dat is onacceptabel. Wanneer neemt de Staatssecretarisweer de regie op digitalisering? Welke concrete maatregelen komen er ommisbruik van AI te voorkomen? Wanneer gaat de Staatssecretarisingrijpen in de leermiddelenmarkt?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we luisteren naar de heerClaassen. Hij spreekt namens de Groep Markuszower.De heer Claassen (Groep Markuszower):Voorzitter. Digitalisering heeft de afgelopen decennia een steeds grotereplaats ingenomen in het onderwijs. Tablets, laptops en digitale platformsworden vaak gezien als vanzelfsprekende modernisering. Wij kijken eerstnaar de effecten op de leerprestaties. Lezen, schrijven en rekenen vormende cognitieve, maar ook psychomotorische basis. Juist bij deze vaardig-heden zien we dat intensief gebruik van digitale leermiddelen ongewensteeffecten heeft. Schermgebruik leidt tot versnipperde aandacht, verleidt totoppervlakkig lezen en bemoeilijkt de verwerking van informatie. Datschrijven ook Clinton (2019), Delgado (2018) en recent Chen (2025) in hunonderzoek. Leraren signaleren dat leerlingen minder geconcentreerdwerken en moeite hebben met duurzame kennisopbouw. Zo wordtvoorkennis niet bestendig, wat zorgt voor achterstanden en gebrekkigeopbrengsten. Internationale ervaringen bevestigen deze ontwikkelingen.Zweden voerde jarenlang een vergaande digitaliseringsstrategie. Daarnaontstonden zorgen over dalende leesvaardigheid en slechter tekstbegrip.Diaz heeft daarover in 2024 geschreven. De Zweedse overheid beslootdaarom om opnieuw te investeren in papieren schoolboeken voor alleleerlingen en meer nadruk te leggen op handschrift. Entholm (2023) enUnderk (2026) hebben daarover geschreven. Dit was een reactie opdalende scores in de PIRLS (2016–2021) en in de PISA, waarbij overmatigschermgebruik werd gelinkt aan verminderde concentratie en dieperbegrip. Wij kiezen voor onderwijs dat zich richt op bewezen effectievedidactiek. Papieren leermiddelen ondersteunen concentratie en gestructu-reerde kennisopbouw beter dan digitale tekst, vooral bij complexe langereteksten, Clinton & Peras (2023). Digitale middelen kunnen ondersteunendworden ingezet, maar wel gekaderd en doelgericht. Eerst een stevigecognitieve basis, daarna aanvullende digitale toepassingen. Dezevolgorde sluit aan bij hoe leerlingen leren volgens cognitieve leertheo-rieën.De leermiddelenmarkt vraagt eveneens aandacht. Scholen krijgenregelmatig combinatiepakketten aangeboden waarin digitale licentiesstandaard zijn opgenomen. Deze constructies stimuleren schermgebruiken beperken de keuzevrijheid. Scholen betalen voor digitale onderdelendie soms nauwelijks worden gebruikt. Onderwijsinhoud hoort leidend tezijn. Wij vragen de Staatssecretaris hoe zij voorkomt dat scholen vialicentieconstructies richting digitalisering worden gestuurd en hoe echtekeuzevrijheid wordt geborgd. Het aangekondigde kwaliteitskader voorleermiddelen kan hierbij richting geven. Leermiddelen dienen evidenceinformed te zijn. Het is allemaal niet zo ingewikkeld. Er is genoegexpertise en kennis over wat werkt en wat niet. Wat werkt zijn gestructu-reerde lesprogramma’s met expliciete directe instructies; Ripley et al.(2009) en Rosenshine (1995) schreven daarover. Papieren rekenmethodesmet herhaling en kennisrijke leerlijnen die duurzaam begrip opbouwen.Dit is ouderwets goed onderwijs waarin leerlingen zich focussen eninspannen, verzorgd door een uitstekende leraar. Kan de Staatssecretarisuitleggen hoe zij digitaliserend onderwijs verenigt met de noodzaak totmeer evidence informed materiaal?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8117 Ook willen we nadrukkelijk ingaan op het curriculum digitale vaardig-heden. Digitale ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op. Eencurriculum dat nu wordt vastgesteld kan binnen enkele jaren compleetachterhaald zijn. Daarom is een dynamische en flexibele curriculumont-wikkeling noodzakelijk, wat tegenwoordig ook «responsieve curriculum-ontwikkeling» heet, wat door Vreuls et al. (2023) nadrukkelijk is gerappor-teerd. We pleiten voor een structuur waarin digitale vaardighedenperiodiek worden geactualiseerd op basis van technologische ontwikke-lingen en onderwijspraktijk. Is de Staatssecretaris bereid de mogelijk-heden hiertoe te onderzoeken?Voorzitter. Wij kiezen voor een duidelijke volgorde. Eerst investeren inlezen, schrijven en rekenen, en in rust en concentratie in de klas, endaarna gericht inzetten van digitale middelen ter ondersteuning. Tegelij-kertijd willen we ervoor zorgen dat een flexibel curriculum met digitalevaardigheden meebeweegt met technologische ontwikkelingen zonder debasisvaardigheden te verdringen. Die koers zouden wij het liefst willenvolgen.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we luisteren naar de heerBoomsma. Hij spreekt namens JA21.De heer Boomsma (JA21):In het klassieke Athene moesten kinderen vooral gedichten uit hun hoofdleren, ook in het oude Afrika trouwens. Nu kan bijna niemand dat meer. Ikzou het op zich heel goed vinden als kinderen meer gedichten uit hunhoofd zouden leren, want als je dat kunt, heb je een soort kostbare schatdie niemand je meer kan afpakken. De hele Ilias en Odyssee is misschienwel wat overdreven. Door TomTom en Google Maps kunnen mensen numinder goed navigeren en kunnen ze zich minder goed oriënteren, maarmisschien is dit niet al te erg.Het punt is dat technologie allerlei taken van ons heeft overgenomen,steeds meer, en we midden in een revolutie zitten die nog veel meer takenvan ons gaat overnemen, of die dat dreigt te doen. Wat geen enkeletechnologie ooit van mensen kan overnemen, is het onderwijs. Want datgaat erom – mevrouw Rooderkerk zei het al – dat je zelf leert nadenken endat je zelf leert doen. Je kunt van alles downloaden, maar je kunt nietkaraktervorming, het denken zelf of het onderwijs downloaden.In die zin is digitalisering en AI een dilemma van Faust, die in de toneel-stukken van Goethe en Christopher Marlowe zijn ziel aan de duivelverkocht in ruil voor kennis en macht. Dit klinkt erg dramatisch, maar hetgaat er natuurlijk om dat technologie gepaard gaat met risico’s. Er is eensoort verband tussen technologie en primitivisme, want door technologiekan je ook primitiever worden. Dus hoe beter de mogelijkheid om deexterne natuur te manipuleren met technologie, hoe meer dat kan afleidenvan de noodzaak om de innerlijke natuur te vormen en te beheersen, hetkarakter. Dat risico is met AI extra groot, want de belangrijkstevoorwaarden voor goed onderwijs blijven nog steeds de discipline en hetconcentratievermogen van de leerling.Interessant in dit verband is dat in Zweden net is besloten om het gebruikvan schermen in de klas drastisch te verminderen. Fysieke schoolboekenen pen en papier maken daar een comeback. Dit bleek ook uit allerleiinternationaal onderzoek, dat door mijn buurman al veel is aangehaald.Zoals de PIRLS-test, waaruit blijkt dat de leesvaardigheid en het concen-tratievermogen achteruitgaan. Wat JA21 betreft moeten we zeer terug-houdend zijn met het gebruik van AI in het onderwijs, zeker in hetfunderend onderwijs en helemaal zeker in het basisonderwijs. Ja, laatkinderen er kennis mee maken, leer ze digitale vaardigheden en doe hetveilig, maar laat het, net als de smartphone, grotendeels achterwege. AlsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8118 je het doet, doe het dan beperkt, gecontroleerd en alleen ondersteunendaan het grotendeels primaire leerproces.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Het is jammer dat het maar vier minuten is, want ik zou graag een gedichtuit het hoofd van de heer Boomsma horen, maar misschien kan hij datdoen in antwoord op de interruptie. Is de heer Boomsma het met mij eensdat juist ook een device, die we door de school laten inkopen, kan helpenal die andere dingen terug te dringen?De heer Boomsma (JA21):Ik snap zeker de voordelen ervan. Ik wil trouwens best zo meteen watgedichten gaan voordragen, maar dat leidt nu misschien wat af van hetdebat. Als een device onder controle van het schoolbestuur valt, kun jeervoor zorgen dat de digitale veiligheid veel beter geborgd is. Dan is hetook eerlijker, want dan hebben alle leerlingen dezelfde toegang ertoe. Ikzou er ook meteen een pornofilter en dat soort dingen opzetten, zodat zedaar niet mee in aanraking komen. Daar zitten op zich goede kansen in.Maar dat neemt niet weg dat in een groot deel van het onderwijs diedevices helemaal niet nodig zouden moeten zijn.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Rooderkerk nog een vraag heeft.Mevrouw Rooderkerk (D66):Maakt de heer Boomsma daarbij onderscheid tussen educatieve AI engeneratieve AI zoals ChatGPT? Want het is van belang om dat onder-scheid te maken, omdat er verschillende vormen van AI zijn. Er zijnmodellen die speciaal voor het onderwijs zijn ontwikkeld en meergecontroleerd en onder begeleiding van een docent gebruikt kunnenworden. Dit is wat anders dan zomaar gebruikmaken van een chatbox dieje antwoorden al voorspelt.De heer Boomsma (JA21):Dat laatste zou je sowieso moeten beperken. Ik kan me voorstellen dat erzeker kansen liggen voor educatieve AI. De grote belofte van AI is dat jehet veel meer kunt toespitsen op individuele leerlingen. Als ze bepaaldeantwoorden geven, kan een AI leren hoe en tot hoever kan wordendoorgevraagd. Dat kan individueler worden toegesneden. Maar toch denkik dat het onderwijs vooral een collectief klassikaal proces moet zijn, zekerin het begin. Ik denk dat je dat op de middelbare scholen meer kangebruiken. In de discussie over hoger onderwijs hebben we gezegd dat jebij het beoordelen daarnaartoe zult moeten. Je zult veel meer toe moetennaar gestructureerd en onder toezicht schrijfopdrachten uitvoeren. Je kunteen opstel schrijven niet meer als huiswerk opgeven, want of ze nu wel ofniet een device ter beschikking hebben, de verleiding is dan natuurlijk heelerg groot. Je zult qua examinering en beoordeling daarnaartoe moeten.Je zult dus meer tijd moeten besteden aan het onder toezicht schrijven opscholen en je zult misschien meer mondeling moeten toetsen. Dan komtzo’n aap over IJsland wel een keer uit de mouw.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Pleit de heer Boomsma er ook voor dat we een AI-strategie of visieopstellen samen met alle organisaties en experts die zich hiermeebezighouden, zodat duidelijk is welke koers wij in ons onderwijs varen?De heer Boomsma (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8119 Ik steun die pleidooien. Een aantal mensen heeft al gezegd dat er kadersen richtlijnen moeten komen. Ik denk dat dat heel belangrijk is en ook heelurgent. De ontwikkelingen gaan zo snel. Deze processen lijken best weltraag te gaan. Laten we nu haast maken. Die Schotse richtlijn lijkt mij ookgoed. Laten we als overheid snel de regie nemen om scholen handvattente geven om hier verantwoordelijk mee om te gaan. Het zal zeker zo zijndat sommige scholen het meer willen inzetten dan andere. Mijn pleidooizou zijn: grote terughoudendheid. Als je het wel doet, doe het dan volgensde richtlijnen zodat het veilig, eerlijk en gecontroleerd is. We moeten ertoezicht op houden.De voorzitter:Nog een vervolgvraag van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Tot slot, want ik begrijp dat pleidooi ook heel goed, zeker waar het gaatom de algemene generatieve AI. Ik denk dat het goed is dat we ons ervanbewust zijn dat zij zelf een richtlijn hanteren van dertien jaar of ouder. Wehebben het nu over de basisschool. Het risico zit volgens mij vooral bij deongebreidelde toegang. Het is wat anders als je het onder begeleiding zoudoen of toepassingen voor het onderwijs aanbrengt. Ik ben benieuwd ofde heer Boomsma dat verschil ook ziet.De heer Boomsma (JA21):Dat is een heel belangrijk verschil. Zelfs in die laatste toepassing, dusonder begeleiding en educatief, moet je het volgens mij beperken. De bulkvan het onderwijs kan nog steeds het best geschieden door klassikaalonderwijs met boeken, pen en papier. Op die manier leer je zelf nadenken,leer je zelf schrijven en lezen van papier. Puur aanvullend en onder-steunend kun je langzaam kennismaken met andere methodes. Die kun jeeraan toevoegen. Natuurlijk horen daar digitale vaardigheden en digitaleveiligheid bij. Daar moeten kinderen ook op worden voorbereid. Zo zie ikhet. Laten we er in ieder geval voor zorgen dat er snel kaders en goederichtlijnen komen, zodat we zelf de regie houden.De voorzitter:U kunt verder met uw betoog. U heeft nog anderhalve minuut.De heer Boomsma (JA21):Dan nog iets over de schoolboeken en de markt daarvoor. Het is nu eenbeetje een gekke mix van marktwerking. Het is door de wet gratis voormensen. Je hebt wel de dominantie van twee grote distributeurs en eenaantal grote uitgevers. Door die twee distributeurs lijkt de aanbestedingmij een soort wassen neus. Ik weet niet hoe de Staatssecretaris dat ziet.We willen geen gedwongen winkelnering, ook niet met koppelverkoop endergelijke en verspilling van allerlei invulboekjes. Ik denk niet dat hetnodig is schoolboeken elk jaar te vervangen of vernieuwen. Zelfs niet elkedrie jaar. Sterker nog, als je dezelfde methodes en boeken zou hebbengebruikt als 50 jaar geleden zou het nu misschien nog wel beter zijngegaan met het onderwijs. Ik heb de discussie van een jaar geledenteruggelezen. Iedereen in de Kamer zei toen al minder wegwerpboeken tewillen. Zijn er nu minder wegwerpboeken?Ik zie dat de kosten van de leermethodes heel snel stijgen. In hetKPMG-rapport zou dat niet zijn bevestigd. Wat verklaart dat dan? Hebbenwe echt zo weinig zicht op wat het allemaal kost? Dat snap ik niet. Watgaat het effect zijn van de nieuwe kerndoelen? Hoeveel van de schoolme-thodes moeten daarop worden aangepast en hoe loopt dat? Er loopt nogeen ander onderzoek naar die markt. Voor de zomer krijgen we deresultaten daarvan. Ik zie dat die MEVW-leden hebben aanbevolenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8120 overstapboetes en dergelijke af te schaffen. Dat gaat om een aantalaanbevelingen. Worden die opgevolgd?Tot slot, over de kwaliteitsalliantie en het kwaliteitskader dat wordtopgezet. Dat lijkt ons goed. Ik neem aan dat die ook gaan gelden voor deNeonboeken voor de open leermiddelen. Wanneer is dat af en wie gaatdat beoordelen?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. We gaan naar de laatste spreker van de Kamer en dat ismevrouw Armut. Ze spreekt namens het CDA.Mevrouw Armut (CDA):Dank, voorzitter. AI verandert ons leven en de samenleving. Zoals metelke ontwikkeling heeft het positieve en negatieve kanten. De overheidadviseert sociale media pas te gebruiken vanaf vijftien jaar. Dat is wat hetCDA betreft logisch vanwege de risico’s voor de mentale gezondheid vankinderen. Verantwoord gebruik en begeleiding zijn hierbij onmisbaar. VoorAI zullen wij net als voor het gebruik van social media een gesprekmoeten voeren over wat wijsheid hierin is. Tijdens het rondetafelgesprekwerd duidelijk dat veilig gebruik van AI de hoogste prioriteit heeft. Hetdoet het CDA goed te vernemen dat het lezen van een boek in de klas nogwordt gewaardeerd, maar we weten inmiddels ook dat het reken-, taal- enleesniveau hard achteruitgaat. Een boek lezen vanaf papier gebeurt bijonze jongeren en kinderen steeds minder, terwijl het vaak beter is voorhet tekstbegrip en het onthouden dan vanaf een scherm.Maar het is niet nieuw dat we ons moeten zien te verhouden tot hetgemak van een scherm, wat het doet met onze spanningsbogen en watvoor effect het heeft op leerlingen. In het rondetafelgesprek viel deduidelijke oproep aan de politiek op: zorg voor duidelijke richtlijnen tenbehoeve van het veilige gebruik van kunstmatige intelligentie, zodatleraren, leerlingen en schoolleiding deze technologie verantwoord kunnentoepassen. Het is gebleken dat veel scholen al met AI werken, bijvoor-beeld bij het nakijken van huiswerk of het stimuleren van onderzoek. Allescholen geven hier op eigen wijze invulling aan. Het CDA is van meningdat, net als bij het advies rond sociale media, het funderend onderwijsgebaat is bij advies en richting.Daarom heb ik de volgende vragen aan de Staatssecretaris. Is deStaatssecretaris het met het CDA eens dat kinderen in de eerste leerjareneerst moeten leren rekenen, lezen en schrijven voordat AI als hulpmiddelwordt geïntroduceerd? Dus eerst de basis op orde. Zelf kunnen rekenen,zelf kritisch kunnen nadenken over mogelijke antwoorden. Is de Staatsse-cretaris van mening dat AI überhaupt een plek moet hebben op debasisschool? Het CDA staat daar zeer kritisch tegenover. Vervolgensmoeten leerlingen begrijpen wat AI is, hoe het werkt en wat de risico’szijn.Dit is niet alleen een belangrijke opdracht voor leerlingen, maar juist ookvoor onderwijsprofessionals. In hoeverre komt dit tot uiting in hetkerndoel digitale geletterdheid? Kan de Staatssecretaris met betrokkenpartijen overleggen om duidelijke richtlijnen te bieden voor veiligAI-gebruik in het funderend onderwijs? Welke lessen kunnen we trekkenuit andere Europese landen waar de overheid al meer invloed uitoefent ophet veilig gebruik van AI in het onderwijs? Anders gezegd: zou deStaatssecretaris eens kunnen kijken bij bijvoorbeeld onze buurlanden omte zien hoe zij hiermee omgaan en wat bruikbaar zou zijn voor hetNederlands funderend onderwijs?Voorzitter. Dan de leermiddelen in het speciaal onderwijs. De ACMonderzoekt digitale leermiddelen voor het voortgezet onderwijs, maar ikwil het ook graag hebben over de leermiddelen in het speciaal onderwijs.Hier blijkt dat het lastig is om geschikte lesmethodes te vinden die passenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8121 bij de diverse behoeftes van leerlingen. Dat bleek ook uit het NOS-artikelvan een tijdje geleden. Dat een zestienjarige met een lesboek van groepdrie moet werken is natuurlijk niet passend of motiverend. Door dekleinschaligheid en de uiteenlopende vragen in verband met bijvoorbeelddiverse handicaps of leerproblemen ontstaat er een structureel risico opmarktfalen. Dat concludeert de Staatssecretaris in haar brief en dat is eenstevige conclusie.Lesmethodes moeten in de praktijk aansluiten bij de vraag van leerlingen,juist bij deze kwetsbare groep. Leerlingen in het speciaal onderwijsmogen niet afhankelijk zijn van het wel of niet bestaan van een markt voorhun leermiddelen. Daar ligt volgens mij een verantwoordelijkheid voor deoverheid. Wij zouden graag zien dat de Staatssecretaris hierin de regieneemt.Daarom heb ik de volgende vragen aan de Staatssecretaris. Wordt hetgebrek aan geschikte leermiddelen voor speciaal onderwijs meegenomenin het ACM-onderzoek naar digitale leermiddelen? Wat kan de Staatsse-cretaris nog meer doen om het leermiddelenaanbod voor speciaalonderwijs te verbeteren? Is zij bereid met het veld, met de sectorraad enmet het speciaal onderwijs een aanbod te ontwikkelen dat beter aansluit?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. We zijn aan het einde gekomen van deeerste termijn van de Kamer. Ik stel voor dat we een halfuur gaanschorsen. Dan kan de Staatssecretaris de antwoorden voorbereiden enzien wij elkaar weer om 11.35 uur.De vergadering wordt van 11.02 uur tot 11.36 uur geschorst.De voorzitter:Goedemorgen allemaal. Wij gaan verder met het debat. We zijn inmiddelsaangekomen bij de eerste termijn van het kabinet. Ik geef het woord graagaan de Staatssecretaris voor haar beantwoording.Staatssecretaris Tielen:Dank u wel, voorzitter. «We leven in een tijd waarin digitalisering nietlanger een keuze is maar een realiteit die elk aspect van onze samenlevingraakt en misschien wel het meest zichtbaar in het onderwijs.» Dit is eencitaat en wel de eerste zin van de bijdrage die ChatGPT voor mij maakteals antwoord op de vraag om een inleiding voor een debat over digitali-sering in het onderwijs te maken.Ik ga nu verder met en in mijn eigen woorden. Digitale diensten makenveel en snel contact, ook op afstand. Makkelijk. Digitale diensten leverensnelle rekenkracht en zorgen ervoor dat we kennis snel kunnen vinden.Dat geldt voor kunstmatige intelligentie, AI, in nog grotere mate.Digitalisering en AI worden onmiskenbaar alleen maar belangrijker inonze samenleving en economie van de toekomst. Kinderen en jongerenkrijgen onderwijs om zich voor te bereiden op die toekomst. Metonderwijs creëren we immers vooruitgang. Het gaat er dus niet over of jevoor of tegen digitalisering in het onderwijs bent, maar hoe we ervoorzorgen dat we de kansen van digitalisering gebruiken en vergroten en derisico’s minimaliseren. Het gaat erom dat we kiezen voor regie optechnologie.Voorzitter. Regie vanuit het ministerie betekent dat ik samen met debetrokkenen in het onderwijs, denk aan de sectorraden, de PO-Raad, deVO-raad, docenten zelf, experts, schoolleiders, leerlingen en natuurlijk ookouders, werk aan een actieplan digitalisering funderend onderwijs dat zichricht op de toekomst. Ik heb uw Kamerleden zo vaak het woord «regie»horen noemen dat ik er in plaats van een actieplan misschien eenregieplan van wil maken. Het liefst zou ik er wat kernthema’s overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8122 benoemen, maar daar kom ik zo in de antwoorden op de vragen op terug.Regie betekent ook dat we samenwerken aan de kwaliteitskaders voorleermiddelen en het ondersteuningsaanbod. Uw Kamerleden hadden daarwat vragen over. Ondertussen zetten docenten en schoolleiders elke dagstappen vooruit om ervoor te zorgen dat digitalisering en technologie opgoede wijze bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs voor hun leerlingen.Daar draait het uiteindelijk allemaal om. Of, zoals we op het ministeriezeggen: een dag niet geleerd is een dag niet geleefd.Ik heb goed geluisterd naar uw Kamer en ik heb natuurlijk ook watantwoorden voorbereid. Die ga ik uiteraard in een paar kopjes met udelen. Allereerst digitalisering en technologie in het onderwijs in hetalgemeen. Dan specifiek een aantal vragen over AI. Daarna leermiddelenen de leermiddelenmarkt. Dan de ondersteunings- en adviseursmarkt. Totslot is er nog een vraag die niet onder een van die vier kopjes te vangenis.Ik begin gewoon bij het begin. Dat is makkelijk en dat gaat over digitali-sering en technologie.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie vanuit de Kamer. Dit was toch uw hele intro-ductie, met de blokjes?Staatssecretaris Tielen:Dit was de hele introductie.De voorzitter:Heel veel dank. Ik geef het woord aan mevrouw Moorman voor haareerste interruptie.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):We doen steeds interrupties aan het eind van een blokje, voorzitter?De voorzitter:Dat lijkt me een goed plan.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Even over deze inleiding. U gaat er dus een regieplan van maken in plaatsvan een actieplan. Dat lijkt mij eigenlijk uitstekend. Nu heeft Dialogicgezegd eerst te moeten aangegeven dat we echt onafhankelijk willen zijnvan big tech voordat zij met die actiepunten kunnen komen. Is dat wat uhier aangeeft en is dat wat we echt willen?Staatssecretaris Tielen:Daar heb ik een antwoord op voorbereid. Dat zit in een ander blokje, maarik wil er best wel een vooruitblik op geven. Ik denk aan een visie op hoewe willen omgaan met de grote technologiebedrijven als onderdeel vandat regieplan. Ik ga daarvan nu nog niet zeggen dat het zus of zo moet. Inhet interruptiedebat kwam al naar voren dat bijvoorbeeld Estland juist desamenwerking opzoekt. Daar gaan al heel veel dingen heel erg goed. Ikwil graag een aantal dingen op een rijtje zetten voordat we de visie alsbasis voor het regieplan kunnen neerleggen. Dat komt dus.De voorzitter:Dank. Ik zie nog een interruptie van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik wil zeggen dat ik het enorm goed vind om te horen dat de Staatssecre-taris zo uit de startblokken gaat en echt zegt hier de regie op te pakken. Ikkijk daarnaar uit en ik hoop dat we er als Kamer in dit debat wat richtlijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8123 aan kunnen meegeven. Ik was ook nog benieuwd wanneer de Staatssecre-taris verwacht met zoiets te komen. We zien natuurlijk allemaal dat AI er alis.Staatssecretaris Tielen:Ik pak daar zeker regie op, maar niet in mijn eentje op een kantoortje ophet ministerie. Ik kom daar in een aantal antwoorden zo op terug. We zijndaarover in gesprek met een aantal partners. Samen kom je verder, zeg ikaltijd maar. Het kost wel een beetje tijd. Ik verwacht in het najaar terug tekomen met dat regieplan.De voorzitter:Ik stel voor dat we beginnen met het eerste blokje en dat we inderdaad deinterrupties telkens aan het eind van het blokje doen.Staatssecretaris Tielen:Prima, helemaal goed. Dat is dan een vraag van mevrouw Raijer. Zij vroegwanneer de Staatssecretaris de regie neemt. Ik denk: vanaf heden. Erkomt een regieplan in het najaar. Daarin gaan we samen met allebetrokkenen bouwen aan een visie en vooral een regie op digitalisering inhet funderend onderwijs. Ik noemde de betrokkenen net al: leraren,schoolleiders, leerlingen, bestuurders maar ook partijen als Kennisnet enSIVON en uiteraard ouders en experts die er verstand van hebben. Datwas eigenlijk ook een vraag van meneer Kisteman. Die vroeg of lerarendaar voldoende stem in hadden. Ja, uiteraard. Ik denk dat een aantal vanuw leden het al benadrukte. Ik geloof dat ik het zelf ook nog een paar keerga benadrukken. Onderwijs gaat natuurlijk ook over het contact tussendocent en scholier of tussen leraar en leerling. Ze spelen een belangrijkerol in hoe digitalisering hun daarbij daadwerkelijk helpt en hoe dat hetonderwijs verstevigt. Ze spelen daar zeker een grote rol in.Dat was eigenlijk ook de vraag van mevrouw Raijer. Zij vroeg hoe jeervoor kunt zorgen dat digitaal onderwijs het niet overneemt van de kernvan het onderwijs. Volgens mij is dat een hele goede vraag waarvan weons allemaal heel erg bewust zijn. Ik benadruk graag nog een keer dat hetcontact tussen docent en scholier de kern is van ons onderwijs.Meneer Kisteman vroeg hoe we ervoor zorgen dat alle scholen kunnenmeekomen als het gaat over digitaal veilig onderwijs. Naast een heleboelmooie dingen die digitalisering en AI brengen, vormt veiligheid echt eenrisico. Op zich hebben we schoolbesturen die daarvoor verantwoordelijkzijn, maar dat kunnen ze misschien niet allemaal zelf helemaal vanaf nul.We hebben daarom een programma, dat Digitaal Veilig Onderwijs heet,waarin jaarlijks ruim 7 miljoen euro beschikbaar is om ervoor te zorgendat schoolbesturen daarmee aan de slag kunnen. Ook daaraan zijnuiteraard weer experts verbonden. U moet denken aan ondersteunendeorganisaties op dit gebied als Kennisnet en SIVON. Ik noem maar eenvoorbeeld: een programma als School-CERT, waar er bij digitaleincidenten snel hulp is om die te helpen oplossen. Dat lijkt een beetje opZ-CERT voor de zorg.Meneer Kisteman vroeg ook wat de Inspectie van het Onderwijs daarbijkan betekenen. We zijn aan het zoeken wat daarbij wel of niet kan. Ik vindhet belangrijk dat de inspectie er zicht op houdt, juist omdat Digitaal VeiligOnderwijs een basis vormt voor alles wat we op onderwijsgebied doen.Dat dient dus binnen het zicht van de inspectie zichtbaar te kunnenworden. De Inspectie van het Onderwijs kan nu al – dat gebeurt ook al –bij vraagtekens rond digitale veiligheid in gesprek gaan met schoolbe-sturen. Er is echter nog geen sanctie- of handhavingsmogelijkheid. We zijnnu aan het kijken of die bevoegdheid vastgelegd zou moeten worden enhoe dat zou kunnen. Ik ben het nu aan het verkennen en voor de zomerkom ik met een uitkomst of in ieder geval met een samenvatting en eenrichting vanuit die verkenning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8124 Daarbij moet ik het misschien wel met uw Kamer hebben over wat eengoede volgende stap is. Als we iets in wetgeving willen vastleggen zijn wezo weer een paar jaar verder. Dat is wel heel stevig maar misschien ookwel goed. Dat zijn typisch afwegingen die we aan de hand van dieverkenning met elkaar moeten maken.Meneer Claassen vroeg of wij pleiten voor een periodieke actualisatie vande structuur van digitale vaardigheden en dus ook digitale geletterdheid.Digitale geletterdheid is een van de kerndoelen binnen de basisvaardig-heden zoals we die benoemd hebben. We hebben er heel zorgvuldig vormaan gegeven in de kerndoelen. De kerndoelen zijn dan ook zo ingericht datze niet blijven hangen in 2026, maar dat er een flexibele actualisatiemoge-lijkheid in zit. Met de curriculumherziening is dat leergebied dusonderdeel van voortdurende updates. De Kamer gaf eigenlijk ook al aandat dat belangrijk is. Dat is dus inbegrepen in de manier waarop we numet de kerndoelen en de curriculumherziening bezig zijn. Dat is juistomdat meneer Claassen daar natuurlijk gewoon hartstikke gelijk in had.De voorzitter:Heel veel dank. Als ik het goed heb begrepen, hebben we hiermee hetblokje algemeen gehad. Ik kijk even rond om te zien of er interrupties zijn.Eerst is de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Dank u wel voor deze beantwoording. Even over dat stukje van deinspectie en de brief die eraan komt. De eerste vraag is uiteraard: wanneerkomt die brief dan? Komt die echt voor de zomer?Als tweede: wil de Staatssecretaris meenemen ... De hoeveelheidonaangekondigde inspectiebezoeken wordt dit jaar uitgebreid van200 naar 600. Kan er worden gekeken naar hoe we dat eventueel meteenmee kunnen nemen in de onaangekondigde bezoeken? Ik zie dat dat eenhele goede vraag is, gezien de reactie van uw collega naast u. Als we hierdus iets van kunnen maken ... Laten we het niet meteen te ingewikkeldmaken voor het onderwijs. Laten we dit gewoon meteen in de onaange-kondigde bezoeken meenemen, in plaats van dat hier weer enormerapportageverplichtingen voor het onderwijsveld uit voortstromen.De voorzitter:Laten we vooral koersen op wat de Staatssecretaris zelf zegt.Staatssecretaris Tielen:Met name dat laatste deel van de zin van meneer Kisteman spreekt meontzettend aan. Laten we proberen niet nog weer meer lijstjes, registratiesen administratie te creëren. We hebben namelijk juist met elkaarafgesproken om ervoor te zorgen dat de regeldruk en de administratievelasten «slank» – zo heb ik het genoemd – en efficiënt blijven. Laat mij ditmeenemen in de gesprekken met de inspectie hierover. Het moet ookwerkbaar zijn. Digitale veiligheid is natuurlijk iets anders dan de vraag«hoeveel klassen zijn ingericht met stoeltjes en tafeltjes?», om maar ietssimpels te noemen. Ik voel dus zeker mee met wat de meneer Kistemanbedoelt, maar laat me dit ook even overleggen met degenen die uitein-delijk het werk moeten doen en de inspectie.De voorzitter:Er is nog een vervolgvraag van de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Het gaat dan over de stappen die het onderwijs gaat zetten voor hetdigitaal vaardig onderwijs. Je ziet vaak dat de grotere scholen, met eenwat groter bestuur, deze stappen al wel zetten en de kleinere scholen niet.Misschien kan de Staatssecretaris hier ook naar kijken. Hoe zorgen weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8125 ervoor dat we ook die groep mee gaan krijgen? Wat mij betreft hoeft datniet meteen met boetes of dat soort dingen. Hoe gaan we nu zorgen dathet gehele onderwijs deze stap gaat zetten?Staatssecretaris Tielen:Daar zit natuurlijk een mate van urgentie en aandacht in die, denk ik,zowel bij grote als kleinere scholen echt wel aanwezig is. We weten alleendat het inderdaad soms makkelijker is om iets te vinden. We hebben hetondersteuningsprogramma Digitaal Veilig Onderwijs. Dat is er vooriedereen. Dus aan iedereen die meeluistert, zou ik zeggen: ook als je eenwat kleinere capaciteit hebt, meld je gewoon en maak er gebruik van.Want het is precies wat meneer Kisteman zegt. Het verschil moet kleineren het moet allemaal beter, om het maar zo te zeggen.De voorzitter:Ik kijk even rond. Ik zie verder geen interrupties. Dan gaan we naar hettweede blokje: AI.Staatssecretaris Tielen:Voorzitter. Er waren een hoop vragen gesteld over AI, kunstmatigeintelligentie. AI omvat natuurlijk wel verschillende dingen. Ik hoordeiemand vragen: moeten we AI nou wel of niet gebruiken op basisscholen?Maar ja, AI omvat natuurlijk én generatieve AI en educatieve AI en ... Ikdenk dat de voorzitter mij nu gaat onderbreken.De voorzitter:Er is blijkbaar iets heel urgents, als ...Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Even voor de orde. Ik heb bij digitalisering algemeen – het is natuurlijkaltijd de vraag wat daaronder valt – eigenlijk alleen maar antwoordengehoord op de vragen van de heer Kisteman, terwijl er, volgens mij, vande hele commissie vragen kwamen. Is dat dus nou afgerond?De voorzitter:Ik vermoed dat die antwoorden dan in andere blokjes gaan komen. Als eraan het eind vragen zijn blijven liggen, kunnen we die als Kamer gewoonnoemen. Maar ik geef het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Tielen:Ik heb ook vragen beantwoord van mevrouw Raijer en meneer Claassen.Maar misschien verwijst mevrouw Moorman naar devices. Dat heb ikonder het kopje leermiddelen gezet.De voorzitter:Ik kijk even rond om te zien of er nu al vragen zijn waarvan men hadverwacht dat die in het eerste blokje thuishoorden. Mevrouw Moorman?Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Zeker. Ik had bijvoorbeeld gevraagd naar eduGenAI en GPT-NL. Ik had ookgevraagd naar de ondersteuningsstructuur. Er waren dus meer dingenwaarvan ik zou denken dat ze onder digitalisering algemeen vallen.Staatssecretaris Tielen:«EduGenAI» zegt het al een beetje: dat heb ik gekoppeld aan het blokje AI.Daar ga ik nu net mee beginnen. Ondersteuningsstructuren waren,volgens mij, ook vooral gericht op AI. Daar kom ik dus nu op terug.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8126 Dat komt goed. Dan zien we aan het einde van de eerste termijn wel of ernog vragen zijn blijven liggen.Staatssecretaris Tielen:Het komt altijd goed.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de Staatssecretaris voor blokje twee.Staatssecretaris Tielen:Het komt altijd goed, alleen weet je nooit precies wanneer en hoe. Mijnoptimistische blik zegt: het komt goed.Laat ik dan beginnen met die vraag van mevrouw Moorman. Zij vroeginderdaad of we zouden moeten onderzoeken of eduGenAI en GPT-NL ookbeschikbaar zouden moeten zijn voor het funderend onderwijs. Het helekorte antwoord is ja. Maar ik weet dat de Kamer het altijd fijn vindt alsdaar nog een bijzin achteraan komt. Kennisnet is gestart met eenverkenning naar een publieke AI-voorziening voor het funderendonderwijs, dus zowel voor basis- als voortgezet onderwijs. Daar zijn ze numee bezig. Ik verwacht dat ze dat aan het eind van dit kalenderjaar hebbengedaan en dat ik er dan op terug kan komen bij de Kamer.Even kijken. Zal ik nog meer vragen van achteraan doen? Nee, ik gagewoon weer met voor ...Mevrouw Armut vroeg of ik het ermee eens ben – dat was een vraag naarmijn hart; daarom wilde ik daarmee beginnen – dat kinderen eerst moetenkunnen lezen, schrijven en rekenen voordat ze zelf aan de slag gaan metartificiële intelligentie. Ja, dat lijkt me logisch. Ik zeg het vaak: taal isüberhaupt de basis van alles. Het begint dus gewoon met kunnen lezen,schrijven, taal kunnen begrijpen enzovoort, voordat je met andere dingenbezig kan. Dus ja, daar ben ik het helemaal mee eens.Overigens omvat artificiële intelligentie natuurlijk heel veel dingen. Daarwas ik net mee begonnen, voordat er wat verwarring was over devolgorde. Je hebt enerzijds, dat heet, geloof ik, generatieve AI, waarmeeje vragen kan stellen en waarbij een computer het antwoord gaat zoekenen dat aan je geeft, maar er zijn ook vormen van artificiële intelligentie diedocenten kunnen helpen om onderwijs te geven. Er zijn een aantal mooievoorbeelden van hoe je erachter kan komen hoe scholieren vastlopen inbijvoorbeeld begrijpend lezen, zodat een docent gerichter kan helpen omzo’n scholier verder te helpen.AI is dus ook wel een verzamelbegrip. Dus de vraag «moeten we op debasisschool eigenlijk wel AI gebruiken?», is denk ik niet de goede vraag.De vraag is: op welk moment en welke manier moeten scholierendaarmee in aanraking komen? Dat is volgens mij iets waar we met elkaaruitgebreid antwoord op moeten zoeken, ook om de regie te kunnenhouden.Ik zie dat het vragen oproept, maar u had natuurlijk ...De voorzitter:We hadden eigenlijk met elkaar gezegd dat we het blokje afwachten.Staatssecretaris Tielen:Ik ben een beetje aan het ...De voorzitter:Ik zie nu wel twee handen. Ik kijk even of het echt urgent is of dat het kanwachten tot we het blokje AI afgemaakt hebben. We maken het blokje AIeerst af.Staatssecretaris Tielen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8127 Dank u wel, voorzitter, en excuses voor mijn verwarrende manier vanantwoorden.Zowel mevrouw Rooderkerk als meneer Boomsma vroegen of er eenstrategische visie met landelijke kaders kan komen voor AI in hetonderwijs. Volgens mij moet dat onderdeel zijn van het regieplandigitalisering funderend onderwijs waar ik net al naar verwees, ookspecifiek gericht op artificiële intelligentie. Zowel mevrouw Rooderkerk alseen aantal anderen van uw leden verwezen ook naar andere landen.Estland, Frankrijk, Zweden en Schotland heb ik langs horen komen. Wekijken uiteraard naar wat we daarvan kunnen leren en hoe we verschil-lende elementen waarvan wij denken dat dat goede regievoerders zijn,daarin kunnen betrekken. Overigens zijn wij zelf vooral met Estland enFrankrijk bezig. Maar ik neem de tips van de Kamer om wat dieper teduiken in de andere landen die als goede voorbeelden zijn genoemd,graag mee.Meneer Kisteman vroeg nog specifiek of de leraar voldoende meepraatover AI. Jazeker, ook daarvoor zitten er leraren aan tafel om te zorgen datwe het regieplan goed neerzetten. Ook zitten de leraren om tafel als je hethebt over het nieuwe curriculum en de kerndoelen rondom digitalegeletterdheid, inclusief kunstmatige intelligentie. Ook bij NOLAI – dat is deafkorting voor Nationaal Onderwijslab AI – staan vragen van lerarencentraal over wat daarmee gebeurt. Dus: jazeker. Overigens is het wel leukom te zeggen dat er heel veel andere landen zijn die weer naar ons kijkenom te zien hoe wij met NOLAI bezig zijn.Meneer Kisteman vroeg ook naar maatwerk voor de behoeftes van lerarenen de ondersteuning voor hen op het gebied van AI. Het is aan de scholenom te kijken hoe de kerndoelen wel of niet vormgegeven moeten wordenin het onderwijs, ook als het gaat over digitale geletterdheid. Ze kunnendaarbij zelf kiezen voor de leermiddelen en de toepassingen, binnen dekaders uiteraard. Wat dat betreft moet er voldoende ruimte zijn voormaatwerk, ook om de docenttekorten op scholen te regelen.Zijn de huidige docenten voldoende vaardig om ook echt om te gaan metde artificiële intelligentie? Meneer Kisteman vroeg het ietsje anders, maarhij zei ongeveer dit. Precies daarom hebben we echt een hoop onder-steuning beschikbaar, dus om ervoor te zorgen dat alle docenten daarinmee kunnen en natuurlijk ook willen gaan. Dit is onder andere met SLO,het Expertisepunt digitale geletterdheid, en de vak- en beroepsvereni-gingen beschikbaar gesteld. Ook vanuit Kennisnet is er een handreiking,en er is nog een handreiking Werken met AI in het primair onderwijs. HetArbeidsmarktplatform Primair Onderwijs biedt gratis cursussen. Er is dusin ieder geval heel veel aanbod om ervoor te zorgen dat docenten zichverder willen en kunnen ontwikkelen.Mevrouw Rooderkerk en mevrouw Armut vroegen naar een richtlijn alshet gaat over AI op de basisschool. Volgens mij is dat een mooi onderdeelvan het regieplan digitalisering funderend onderwijs. Daarbij kan ik danophalen wat er binnen basisscholen en zeker ook voor leraren handig is,wat daarbij de behoeftes zijn en hoe we dat goed kunnen invullen. Zo ishet doel duidelijk dat artificiële intelligentie verantwoord en veilig moetkunnen worden gebruikt en moet bijdragen aan de ontwikkelingen in hetonderwijs. Ook daar is, denk ik, wel weer van alles te leren vanuit anderelanden in Europa.Mevrouw Rooderkerk vroeg inderdaad naar NOLAI, Nationaal Onder-wijslab AI. In hoeverre kunnen we dat inzetten in het verder ontwikkelenvan een veilige publieke edu-AI, oftewel een educatieve AI-voorziening inpublieke handen? Ik zei net al in antwoord op een vraag van mevrouwMoorman dat Kennisnet gestart is met een verkenning of dat waardevol isen hoe dan. Daar is NOLAI ook bij betrokken. SIVON, SURF en ook dePO-Raad en de VO-raad zijn erbij betrokken. Aan het eind van het jaar kanik een samenvatting van die verkenning en een voorstel daarop sturen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8128 Over het buitenland hebben we het al een beetje gehad. Ik denk dat hetgoed is om over de grenzen te kijken, zeker voor dit soort gebieden. Datnemen we dus zeker mee. Nogmaals de bevestiging dat ook hier artificiëleintelligentie er alleen ter ondersteuning van het onderwijsproces moetkunnen zijn. Uiteindelijk blijft de kern van onderwijs, namelijk deoverdracht van kennis en vaardigheden door een docent aan scholieren,fier overeind, wat mij betreft.De voorzitter:Heel veel dank voor de antwoorden. Er zijn vast opgespaarde interrupties.We hadden eerst mevrouw Raijer, dan mevrouw Rooderkerk, en ik ziealvast nieuwe handen. Dan gaan we daarna verder. Eerst mevrouw Raijer.Mevrouw Raijer (PVV):Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat AI de leraar kan helpen ombijvoorbeeld te achterhalen waarom een kind achterligt met begrijpendlezen. Nu weet ik dat AI draait op algoritmes. Algoritmes wordeningevoerd door mensen. Hoe gaat u ervoor zorgen dat dat transparantgebeurt? We weten namelijk dat kinderen allemaal verschillend zijn. Alsmensen dat invullen, is de kans wel heel groot dat je steeds dezelfdeuitkomsten krijgt. Hoe gaat u ervoor waken dat dit niet gaat gebeuren?Staatssecretaris Tielen:Het beeld dat ik krijg als mevrouw Raijer deze vraag stelt is – ik denk datze dit niet zo bedoelt, maar ik verifieer het maar even – dat een aantaldocenten met elkaar algoritmes gaan maken om dat te doen. Maar dat isnatuurlijk niet zo. Hier zitten echt experts, onder andere bij dat NationaalOnderwijslab AI. Het is een project van hun, waarbij dus experts op zowelonderwijskundig gebied als op AI-gebied die programma’s maken. Op diemanier hebben zij er dus ook grip op dat het gekwalificeerd materiaal is,om het zo maar te zeggen. Het is niet iets dat op een zolderkamertje wordtgedaan, of zoiets.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van mevrouw Raijer.Mevrouw Raijer (PVV):Het is helemaal niet mijn intentie om te denken dat dat op een zolderka-mertje gedaan wordt, maar het is natuurlijk wel zo dat het wordtingevoerd door mensen. We weten dat als we nu via AI allemaal dezelfdevraag intikken, de uitkomst hetzelfde is. Wat ik wil zeggen: binnen hetonderwijs zijn kinderen allemaal verschillend. Begrijp ik van u dat er duswel wordt gekeken naar die verschillen?Staatssecretaris Tielen:Ik denk heel eerlijk dat het niet zo is dat als we alle tien dezelfde vraagintikken, we allemaal precies hetzelfde antwoord krijgen. Er zit namelijkook al heel veel kennis rondom je eigen zoekgeschiedenis. Maar goed, datkunnen we misschien een keer oefenen tijdens een schorsing.Even terug. Uiteindelijk gaat het over het gebruiken van deze kennisvanuit publieke waarden, en dat is precies waar het Nationaal Onder-wijslab AI op gebaseerd is. Een van die publieke waarden is inderdaadtransparantie. Om dus maar antwoord te geven op de vraag van mevrouwRaijer of dat openlijk is terug te vinden ... «Zit daar geen verborgenagenda in?», zou ik bijna zeggen. Nee, die publieke waarden zijn heelbelangrijk voor het Nationaal Onderwijslab AI.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk was de volgende. Daarna ga ik naar mevrouwArmut.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8129 Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank voor deze vele antwoorden en onder andere ook de toezegging datde richtlijn voor het algemene gebruik van generatieve AI op de basis-school wordt meegenomen in het regieplan. Ik neem aan dat het daar danin zal verschijnen.Mijn vraag gaat over leraren. Ik hoorde de Staatssecretaris zeggen dat eral veel is waar leraren gebruik van kunnen maken. Mijn vraag ging meerover het volgende. Als je kijkt naar bijvoorbeeld Estland met die AI Leap,dan zie je – er zitten ook nadelen aan – dat zij echt heel goed investeren inhet meenemen van leraren daarin. Dus ik hoop dat in dit plan een heleduidelijke aanpak zit en dat we echt alle leraren hier stapsgewijs inmeenemen, zodat iedereen daar goed in is opgeleid.Staatssecretaris Tielen:Natuurlijk. Het moet uiteindelijk – dat zei ik al – ondersteunend zijn aan dekern van dat onderwijsproces, en in die kern zit de docent. Ik zei het net al:ik wil niet alleen dat ze het graag kunnen, maar ook dat ze het willenkunnen, op een manier die past bij het werk dat ze doen. Daarom zitten zijook aan tafel bij de totstandkoming van het regieplan. Ik moet ook vanhen horen wat wel en niet goed werkt om dat voor elkaar te krijgen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Waar ik dan op doel is ... Ik kan me voorstellen dat dit op deze maniergaat, maar in Estland zeggen ze: we gaan zoveel duizend docenten binnenzoveel tijd hierin opleiden. We weten natuurlijk dat er met het nieuwekabinet honderden miljoenen naar teamontwikkeling op scholen gaat, dusik hoop dat dit daar onderdeel van gaat uitmaken.Staatssecretaris Tielen:Ik begon er al mee dat digitalisering niet weg te denken is in de manierwaarop we de toekomst vorm gaan geven. Dat zal dus ook onderdeel uitmoeten maken van professionalisering. Daar ben ik het mee eens. Overhet hoe en wat precies, en of daar cijfermatige doelen bijkomen, wil ik nogeven nadenken, ook om daar in gesprek met docenten en schoolleiderszelf vorm aan te kunnen geven. Dat zal zijn beslag krijgen in het regieplan.Mevrouw Rooderkerk (D66):Heel fijn. Ik weet ook dat de Staatssecretaris best wel fan is van smartformuleren, dus dat hoop ik hier ook terug te zien. Ik heb nog een vraag.Er kwam namelijk heel veel voorbij. Neemt zij daarin dan ook mee ... Kanzij onderzoeken of het mogelijk is om niet alleen voor het hoger onderwijsmaar ook voor het funderend onderwijs edu-AI te ontwikkelen? Dat zouKennisnet ook heel graag willen. Op dit moment wordt dat namelijk alleenvoor het hoger onderwijs ontwikkelt.Staatssecretaris Tielen:Kennisnet is dus nu aan het verkennen of dat waarde heeft en op welkemanier dat dan zou moeten. Op die vraag kom ik dus eind van het jaarterug.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat voelt dan wel weer laat. We zaten namelijk bij de rondetafel en toengaven zij aan wat het kost, namelijk 20 miljoen, en ook dat zij dat het liefstzo snel mogelijk zouden gaan doen. Dat gebeurt dus al voor het hogeronderwijs, maar nog niet voor het primair onderwijs. We lopen dus nu alachter. Nu zie je dus dat scholen gebruikmaken van Google en Microsoftin plaats van dat we gebruikmaken van onze Nederlandse of Europese,veilige AI.Staatssecretaris Tielen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8130 Snelheid is goed. Ik snap dat Kennisnet daar al iets voor heeft opgeleverd,maar dit is volgens mij wel iets waar samen met de betrokken sectoren,schoolleiders, docenten enzovoort over moet worden gesproken en hetkost gewoon echt wel even tijd om met elkaar in gesprek te gaan. Ik komdaar dus aan het einde van het jaar op terug.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik heb nog een laatste vraag. Ik neem aan dat het blokje hierover ging. Ikheb de vraag gisteren ook gesteld bij het debat over hoger onderwijs enAI in het onderwijs. Ik hoorde daar wat minder terug waar de regie ligtvoor de strategie. Ik kan me voorstellen dat de regie dus hier bij deStaatssecretaris ligt. Ik hoop dat wanneer deze strategie wordt gemaakt,zij wel een doorkijkje geeft naar het hoger onderwijs, zodat we echt eenleerlijn ontwikkelen voor leerlingen en het niet twee aparte gebiedenblijven. Uiteindelijk moet je het je hele onderwijscarrière gebruiken.Staatssecretaris Tielen:Zeker. De Minister en ik proberen dat sowieso zo veel mogelijk te doen. Ikheb er vanochtend nog over gesproken, als bruggetje vanuit haar debatgisteren naar het debat van vandaag. We nemen die volledige blik duszeker mee.Mevrouw Armut (CDA):Dank voor de beantwoording tot nu toe. Ik gaf in de woordvoering al aandat het CDA kritisch kijkt naar of AI überhaupt een plaats moet hebben inhet basisonderwijs. Ik snap dat er situaties zijn waarin het misschien welzou kunnen werken, maar eerlijk gezegd denk ik dat we daar nog niet zijn,juist omdat we weten dat de basis in het basisonderwijs niet op orde is.We weten ook: garbage in is garbage out. Ik denk dat we er op dit momentdus nog niet zijn. Is de Staatssecretaris het daarmee eens? Ik ben danbenieuwd hoe en of zo’n richtlijn een plek krijgt.Staatssecretaris Tielen:Zo begon ik net mijn antwoord op de vraag van mevrouw Armut: hetbegint allemaal met de basisvaardigheden; ik noem ze maar even taal enrekenen. Dus dat is zeker zo. We kunnen vervolgens met elkaar kijken wateen goed moment is. Ik denk dat dat ook onderdeel moet zijn van hetregieplan. Ik denk niet dat we kunnen wachten met nadenken over AI enhet een plek geven, totdat we heel Nederland hooggeletterd hebbengekregen. Het moet echt wel een samenloop zijn. Hoe dat precies moetgebeuren, komt terug in het regieplan. Ik hoor wel heel goed watmevrouw Armut zegt en dat ben ik ook niet met haar oneens. We moetenkijken hoe het met elkaar oploopt, want het is niet het een of het ander. Ikdenk dat je uiteindelijk moet zorgen dat we én goed taalbegrip hebben éngoed kunnen rekenen en dat er daarnaast digitale geletterdheid ontstaatom ervoor te zorgen dat onze jongeren de economie en samenleving vande toekomst zelf kunnen regisseren, zou ik bijna zeggen.De voorzitter:Dank. Ik zag dat de heer Boomsma een interruptie heeft.De heer Boomsma (JA21):Ik wil me daar wel bij aansluiten, want ik denk dat het goed is dat er eenplan wordt gemaakt, een regieplan. We moeten wel waken voor een planwaarin alleen staat hoe je AI en dergelijke kunt gaan gebruiken. Er moetook in staan hoe je het níet kunt gebruiken en hoe je het juist kuntbeperken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8131 Staatssecretaris Tielen:Daar ben ik het helemaal mee eens. Daarom vind ik de term «regieplan»ook wel aardig, mede ingegeven door wat uw Kamer zegt, omdat het juistonderdeel is van de totale onderwijsontwikkeling. Daar horen dus ook eenaantal dingen bij waar uw Kamer om vroeg, zoals kaders, richtlijnen endat soort zaken, om af te bakenen wanneer het wel van waarde is enwanneer niet en hoe scholen, schoolleiders en leraren ermee kunnenomgaan. Ik denk dat dit een hele lange zin is om ja te zeggen op de vraagvan meneer Boomsma.De voorzitter:Dank. Dan kijk ik nog even rond. Mevrouw Moorman als eerste en dan deheer Kisteman.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik probeer het heel kort te doen, in een halve minuut. Het smart formu-leren, straks in de regiebrief, sprak me aan. Ik heb drie punten: de doelenin het terugdringen van de afhankelijkheid van big tech, de doelen van hetaantal scholen met AI-beleid, en hoe de ondersteuningsstructuur er danuitziet. Daar had mevrouw Rooderkerk ook al goede vragen over. Komtdat dan allemaal in die brief?Staatssecretaris Tielen:Jazeker. Ik ga er tenminste wel van uit dat de gesprekken die ik daarovervoer met alle betrokken partners leiden tot iets waarvan we allemaalzeggen: die kant gaan we op, zo ziet succes eruit en zo kunnen we hetmeten. Ik vind het altijd wel charmant om meetpunten te gebruiken ofmaatstaven – ik zoek het woord maar ik denk dat u begrijpt wat ik bedoel –die op een pragmatische manier te achterhalen zijn. In een eerder blokjesprak ik al over regeldruk en administratieve last. Om de metingen neer tekunnen zetten, zou ik wel graag gebruik willen maken van heel veel kennisen dingen die we al hebben, om te voorkomen dat we weer nieuweExcel-formulieren moeten laten invullen.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Moorman.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Meten is weten, al moeten we wel altijd oppassen dat we dan niet wetenwat we moeten kunnen meten. Je kan natuurlijk kijken naar het aantallicenties, de software, hoeveel scholen een AI-beleid hebben. Dat kan jeallemaal heel duidelijk meten.Staatssecretaris Tielen:Nee, dat klopt, maar de afgelopen weken heb ik twee debatten met ugevoerd over wetten waarin ook extra meetpunten zitten. Het moet ookwel behapbaar blijven voor scholen. Ik hoor de tips en ik neem ze mee inde gesprekken die ik hierover voer met de betrokken organisaties.De heer Kisteman (VVD):Ging dit blokje ook over het bijscholingsprogramma dat het ministerieopzet voor digitale geletterdheid? Dan kan ik daar een vraag over stellen.Staatssecretaris Tielen:Daar heb ik wel wat dingen over gezegd, ja.De heer Kisteman (VVD):Dat is mooi. Uit het rondetafelgesprek kwam onder andere naar voren datleerkrachten vroegen hoe ze ervoor konden zorgen dat er werd voorzien inhun behoeften, in plaats van dat het vanuit het ministerie zou wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8132 geregeld. Ze vroegen of er meer aansluiting kan worden gevonden bij debesturen van scholen of in onderwijsregio’s. Welke mogelijkheden zijndaar? Het kan ook zijn dat die er niet zijn; dat is ook een eerlijk antwoord.Staatssecretaris Tielen:Ik vind het wel leuk om te horen van meneer Kisteman dat het gisteren inhet rondetafelgesprek is gedeeld, want dat heb ik zelf niet helemaalgevolgd, moet ik heel eerlijk zeggen. Onze indruk is juist dat we dat heelerg in samenhang doen met de behoeftes van schoolleiders en leraren.Dat zal ook voortdurend de check zijn, want alleen maar aanbod de wereldin slingeren is meestal een beetje zonde. Ik bevestig dus graag dat weblijven zoeken naar hoe we de behoeftes van leraren daarin kunnenmeenemen.De voorzitter:Ik zie nog een nabrander bij mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat klopt. Bij de rondetafel werd ons op het hart gedrukt om bij alles watwe doen onderzoek te doen naar de werking ervan, omdat het zulkenieuwe ontwikkelingen zijn. Ik hoop dat ook in het regieplan komt dat wewetenschappelijk onderzoeken wat in de praktijk de werking is van demaatregelen die we nemen, en dat we daarvan leren zodat we kunnenverbeteren.Staatssecretaris Tielen:Dat sluit aan op wat we zeggen over evidence informed. Volgens mijverwees een aantal leden van uw Kamer daar al naar. Dus: jazeker.Tegelijkertijd is het ook een zoektocht naar hoe snel we dingen kunnendoen, hoe diep we ze willen onderzoeken, hoeveel we ervan willen weten,enzovoort. Ik hoop dat mevrouw Rooderkerk het oké vindt dat weproberen daarin een evenwichtige mix te vinden. Maar het ophalen vankennis en effectiviteit is sowieso een goed idee. Je ziet bij het NOLAI-gebeuren dat het goed werkt. Daar kijken wij niet alleen naar, maar anderelanden ook.De voorzitter:Volgens mij zijn we klaar voor blokje drie: leermiddelen.Staatssecretaris Tielen:Blokje drie: leermiddelen. Dan begin ik met de vragen van meneerKisteman en mevrouw Moorman over de devices oftewel de digitaleleermiddelen, zoals laptops, tablets en wat al niet meer. Ik vond hetinteressant om te luisteren naar het interruptiedebat daarover. Er zijneigenlijk twee dingen. Is het een heel groot probleem op het moment? Weweten dat eigenlijk alle kinderen die op een school zitten waar in eenbepaalde mate een digitaal device wordt gebruikt, er een hebben. Dat isvoor een deel omdat ouders dat zelf aanschaffen, deels omdat er met deschool een regeling is getroffen, deels omdat initiatieven als StichtingLeergeld en het Jeugdeducatiefonds of gemeentelijke instellingendaaraan bijdragen.Als we zouden zeggen «laten we net als gratis schoolboeken ook gratisdevices opnemen in de wet», en dat is door uw Kamer al gezegd, dan kostdat structureel 221 miljoen per jaar extra. Ik zou niet weten waar ik dat nuvandaan zou moeten halen. De vraag is ook of we dat zouden moetenwillen, omdat het praktische probleem beperkt is. Ik wil er nog één dingover zeggen. Ik mag het hele blokje afmaken, geloof ik, maar ik wil er inieder geval nog één ding over zeggen. Scholen kunnen zelf al kiezen. Zekrijgen sinds de invoering van de Wet gratis schoolboeken via deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8133 lumpsum extra geld om daar hun inkopen mee te regelen en dat kannatuurlijk nog steeds. Er zijn dus ook scholen die daar een mix in vinden.De voorzitter:De werkwijze was mij net ook opgevallen, maar goed, ik ben ook maarvoorzitter, dus als jullie met z’n allen zeggen dat jullie het willenomgooien, dan gooien we het om. Ik neem aan dat er nog een paarantwoorden op vragen in dit blokje zitten. Zullen we eerst het blokjeafmaken en dan vragen stellen? Dan noteer ik het gewoon als weinterrupties zien. We schrijven ze netjes op. Mevrouw Moorman is straksde eerste aan het eind van blokje drie. We gaan naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Tielen:Ik volg u, voorzitter, dank u wel.Mevrouw Raijer had een vraag over de boeken. Ze vroeg hoe ik ervoorzorg dat de leermiddelenmarkt een beetje goed werkt, zeg ik even in mijnwoorden. Wij zorgen ervoor dat scholen meer kunnen kiezen en een beterzicht hebben op welke keuzes ze kunnen maken voor hun leermiddelen.We stimuleren daarnaast gezamenlijke inkoop. De Autoriteit Consument &Markt onderzoekt die markt. Enkelen van u verwezen daarnaar. Eind vanhet jaar komt de ACM met een rapport. Uiteraard deel ik dan ook deconclusies en aanbevelingen. Ik zal die ook meenemen in onze plannen.SIVON werkt aan de versterking van de vraag via een openkeuzecata-logus. SIVON en de branchevereniging van uitgevers hebben afsprakengemaakt over de manier waarop leermiddelen worden aangeboden. Unoemde licenties en boeken; de afspraak is dat zij niet meer aan elkaarworden gekoppeld en dat men ze los van elkaar kan afnemen. Dat pastook bij wat u er eerder over heeft gezegd in uw Kamer, in aansluiting opde aanbevelingen van een onderzoek naar marktwerking.De heer Claassen vroeg: hoe zorgt u dat de keuzevrijheid echt is en dat jekunt kiezen voor digitale licenties bij de een en boeken bij de ander. Deafspraken van de brancheorganisatie en SIVON dragen daaraan bij.Zijn er dan nu ook minder wegwerpboeken, vroeg meneer Boomsma,want ook de overstapboetes zijn afgeschaft. Dat weet ik niet, want diecijfers hebben we niet. Bovendien is het nog een relatief jonge regel. Daarkunnen we eind volgend jaar, 2027, hopelijk een beetje zicht op hebben. Ikhoop het wel, want net als u vind ik het verschrikkelijk om aan het eindvan het schooljaar nauwelijks gebruikte boeken bij de oudpapierbak af televeren. Er is veel voor gedaan om te zorgen dat het gaat gebeuren. Wegaan volgend jaar zien of dat voldoende was.Meneer Kisteman en mevrouw Rooderkerk vroegen naar een kwaliteits-keurmerk. Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs en SLO werken aaneen kwaliteitskader; daar verras ik u niet mee. De bedoeling is dat het bijde start van het schooljaar 2026–2027 klaar is. Dat betekent dat het er dezezomer is, maar alle docenten en schoolleiders zijn nu natuurlijk al deboeken aan het voorbereiden, dus pas na volgend schooljaar zal hetbeschikbaar kunnen zijn in de praktijk. Het gaat dan over het aanpassenvan materialen en het inzichtelijk maken hoe materiaal past bij de nieuwekerndoelen. Wat dat betreft is die timing natuurlijk helemaal goed.Mevrouw Moorman had een vraag over big tech; die had ik al beantwoordbij het regieplan. Het ging meer over devices, maar ik denk dat ik daarmeeook de vraag heb beantwoord over de afhankelijkheid van big tech.Daarover spreken we vast nog verder.Mevrouw Armut vroeg naar de leermiddelen voor het gespecialiseerdonderwijs. Ik denk dat het goed is om daar aandacht aan te besteden. Wewerken er hard aan om die te verbeteren. De signalen die mevrouw Armutnoemde, heb ik ook gekregen. We hebben een programma, Impuls openleermateriaal. Daar zit tot 2030 ongeveer 78 miljoen euro in. In ditprogramma werken we samen met scholen en partners aan goed enpassend open leermateriaal. Het project GOpen van de SectorraadTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8134 Gespecialiseerd Onderwijs is bezig de kwaliteitsimpuls voor leermiddelenin te zetten. Beide projecten zorgen ervoor dat we er hard mee aan de slagzijn. Dat programma zoekt ook samenwerking met Neon, waar een aantalvan u al naar verwees. Neon is een coöperatieve uitgeverij die leraren enschoolleiders zelf hebben opgezet. Daarbinnen zit ook een deel gespeciali-seerd onderwijs, in aanvulling op het programma en het project dat isopgezet.Mevrouw Armut vroeg of de ACM de leermiddelen voor speciaalonderwijs kan meenemen in hun onderzoek naar digitale leermiddelen. Ikheb de Autoriteit Consument & Markt niet aan een lijntje, dus het is echtaan henzelf om daar al of niet iets mee te doen. Zoals ik al zei: aan heteind van het jaar hebben zij hun rapport klaar.Meneer Boomsma verwees naar het KPMG-rapport over de kostenstij-gingen. Het is heel lastig om zicht te hebben op wat het precies kost. Er isveel variatie per school. We hebben met Licentie-Folio ook een aantaldingen veranderd. Dat maakt dat het echt lastig is om zicht te krijgen opde precieze kosten. Het onderzoek dat recent naar de Kamer is gestuurdbeveelt aan om de kosten structureel te monitoren. Dat betekent echterook weer administratieve registratie et cetera, dus ik ga erover in gesprekmet de sectorraden, SIVON en de brancheorganisatie om te kijken wat wedaar het beste mee kunnen doen.Tot slot in dit blokje over leermiddelen vroeg meneer Claassen in hoeverreevidence informed ook van toepassing is bij digitale leermiddelen. Ik denkdat een aantal vragen van andere leden er ook al op wees: ook digitaallesmateriaal moet natuurlijk zijn doel dienen, kwalitatief goed zijn enbijdragen aan leeruitkomsten en leeropbrengsten. De KwaliteitsalliantieLeermiddelen werkt daarom ook aan meer inzicht in wat werkt voor welkeleerling. Digitale leermiddelen zijn ook onderdeel van dat onderzoek, dusdat loopt daar al in mee.De voorzitter:Dank u wel. Dan heb ik op mijn lijstje staan: eerst mevrouw Moorman,dan de heer Kisteman, dan mevrouw Armut en dan mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik kondig meteen maar aan dat dit mijn ene interruptie is die langer gaatduren dan een halve minuut. Ik hoor de Staatssecretaris namelijk net ietszeggen waar ik echt ongelooflijk van schrik. Zij zegt: moeten we überhauptwel die devices in de Wet gratis schoolboeken zetten, want «is het wel eenprobleem?» Ik wil de Staatssecretaris vragen om echt even de rondetafelvan afgelopen week terug te kijken. Lees de positionpapers die allemaalzijn geschreven. Ik zou eigenlijk ook een appreciatie willen van deStaatssecretaris op al die positionpapers. Want hier werd unaniem gestelddat het een ontzettend groot probleem is.Er is op dit moment sowieso een enorme invloed van big tech op onsonderwijs. We zijn niet onafhankelijk, we zijn niet veilig. Het ondersteuntniet op de juiste manier de leerdoelen die we in het onderwijs hebben. Wegeven onszelf daarin over aan big tech. Dus alleen al vanuit veiligheids-principes zouden we dit moeten doen. En dan zit er natuurlijk ook nog eenenorme oneerlijkheid in, precies zoals LAKS ook zegt. Ze hebbenverschillende devices aan ons uitgedeeld die laten zien waar leerlingensoms mee komen: heel erg verouderde devices. Devices die je misschienwel met twee broertjes en zusjes moet delen.Dus er zijn niet allemaal dezelfde kansen in het onderwijs. Als wij willendat we grip krijgen op AI, op big tech in het onderwijs, dan moeten wewat doen. En dan is 215 miljoen of 221 miljoen, waar de Staatssecretarishet over heeft, natuurlijk niks op een begroting van 57 miljard. Ik vind hetook een hele rare redenatie. Als er 450 miljoen naar externe inhuur gaat,is dat «maar een klein bedrag» en dan zou 215 miljoen hiervoor ineensenorm veel zijn? Ik schrik me hier echt een ongeluk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8135 Voorzitter. We hebben het er al over gehad, er gaat ontzettend veel geldnaar boeken en per jaar worden 7 miljoen boeken weggegooid. Wehebben het over de externe inhuur gehad. En tegelijkertijd zie ik op allerleibegrotingen geld staan. Ik zie geld staan bij JenV – ik heb het er al overgehad – en daar wil ik graag een reflectie op. Ik zie geld staan bij BZK. Ikzie geld staan bij EZ. Dat gaat dan over de digitale autonomie of het gaatover cyberveiligheid of het gaat over online kinderrechten bij BZK. Ik wilecht heel dringend aan deze Staatssecretaris vragen om in gesprek tegaan met haar collega’s en te zorgen dat het geld er is, en te kijken of hetmogelijk is binnen het huidige budget voor gratis schoolboeken, of datvoldoende is. Maar laten we dit met elkaar regelen.Ja, voorzitter. Dit is mijn enige interruptie die langer is dan een halveminuut, maar dat komt omdat het echt belangrijk is. Ik schrik van het feitdat de Staatssecretaris zegt dat het geen probleem is. Nogmaals, kijk derondetafel terug en geef een appreciatie op de positionpapers, maar latenwe dit met elkaar gaan regelen. En ja, wij zullen daar zeker met eenvoorstel voor komen.Staatssecretaris Tielen:Mevrouw Moorman noemt eigenlijk twee problemen. Het ene probleem isde veiligheid en de grip op wat kinderen in hun handen krijgen als hetgaat om digitale devices. Het andere probleem is de toegang tot digitaledevices. Volgens mij is het verstandig om die twee dingen uit elkaar tetrekken, omdat de ene oplossing, gratis devices, niet beide problemenoplost. Het bigtechvraagstuk is breder dan alleen de devices die kinderenvoor onderwijs gebruiken. Het gaat natuurlijk ook over telefoons, wat jethuis hebt, enzovoorts, enzovoorts. Ik heb al toegezegd dat ik bij hetregieplan een visie zal geven op hoe we om zouden moeten gaan met bigtech als je kijkt naar digitalisering in het funderend onderwijs. Maar ikdenk echt niet – ik weet het eigenlijk wel bijna zeker – dat we door devicesop te nemen in de Wet gratis schoolboeken dat probleem hebbenopgelost. Als ik dat dan verkeerd begrijp, hoor ik dat graag.Dan over toegang tot devices en verschillen in devices. Ik denk dat datecht een ander soort probleem is met ook een andere oplossing. Wehebben natuurlijk met de Wet gratis schoolboeken geprobeerd vooriedereen betaalbare schoolboeken toegankelijk te maken. Dat heeft ookzijn effecten gehad op onder andere de markt, waar een aantal van u aanrefereerde. Dan is de vraag: lossen we dat probleem op met voor iedereeneen gratis device, waarbij «gratis» natuurlijk nooit bestaat? Dat is ook nietzo, denk ik. Juist – en dat is waaraan ik refereerde in mijn inleiding –omdat er al heel veel oplossingen zijn waardoor eigenlijk geen enkel kindzonder device naar school gaat, als dit op school nodig is. Op die manierrefereer ik aan mijn eerdere antwoorden en mijn eerdere inbreng.Het andere is dat 221 miljoen structureel echt heel veel geld is, ook als jezegt dat we een hele grote begroting hebben. Ja, we hebben een helegrote begroting, maar 85% van die begroting gaat naar salarissen. Dus datmoet je eigenlijk al buiten beschouwing houden, om daar zomaar uit tekunnen gaan «shoppen», zou ik bijna zeggen.Mevrouw Moorman refereert aan een potje bij Justitie en Veiligheid voorveiligheid. Ze zijn ook van de veiligheid. Dat zou op zichzelf een interes-sante route kunnen zijn, maar dat geldt natuurlijk voor heel veel meerdingen. Wij staan binnen Onderwijs, Cultuur en Wetenschap opgesteld, endaar hebben we een begroting om onze kwaliteit van onderwijs te kunnenleveren en te kunnen verbeteren. Een onderdeel daarvan zijn de leermid-delen. We geven elk jaar via een lumpsum grote bedragen aan scholenom daarvan hun personeel te kunnen betalen, hun gebouw te kunnenonderhouden en om aan leermiddelen te kunnen besteden. Dan is 22 miljoen euro gewoon heel erg veel geld en ik zou zo niet weten waar jedat dan vandaan moet gaan halen. Nogmaals, de vraag is welk probleemTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8136 je oplost: het eerste of het tweede, wat mevrouw Moorman aanbiedt. Wezijn het daar al niet helemaal over eens, denk ik.De voorzitter:Dank. Bij een lange interruptie hoort een lang antwoord. Vanaf nu zijn zeweer kort inderdaad bij iedereen. Mevrouw Moorman.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Zeker voorzitter, heel kort. Is de Staatssecretaris bereid om in gesprek tegaan met haar collega’s van BZK, JenV en EZK om te kijken hoe dat geldmisschien ook aan de veiligheid van digitale leermiddelen kan wordenbesteed?Staatssecretaris Tielen:In gesprek gaan is altijd goed; dat ga ik nooit weigeren. En inderdaad,onlineveiligheid is denk ik iets dat op heel veel gebieden breed gaat. Ookvanuit mijn portefeuille Emancipatie is het belangrijk. Ik vind het helemaalgeen slecht idee om daarover in gesprek te gaan. De vraag is alleen watde gewenste uitkomst van het gesprek is. En dan vind ik het niet directmijn opdracht – maar ik hoor het graag – om 221 miljoen euro bij elkaar tegaan halen om gratis devices mogelijk te maken. Dan zou mijn doel zijn:hoe zorgen we nou dat inderdaad de onlineveiligheid van kinderen in, open rond school, en thuis, verbeterd wordt? Dat is de grote opdracht, denkik. Daar sluit ik me helemaal bij aan, maar daar zitten ook andereoplossingsrichtingen bij. Daarover ga ik graag in gesprek, met zowel mijncollega op Economische Zaken als op Binnenlandse Zaken, als op Justitieen Veiligheid.De voorzitter:Tot slot. Mevrouw Moorman.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Is de Staatssecretaris bereid om een analyse te maken, ook op basis vande positionpapers, van wat Bring Your Own Device voor negatieveeffecten heeft, niet alleen in de ongelijkheid maar ook in de sturing diescholen hebben op veiligheid en het behalen van leerdoelen?Staatssecretaris Tielen:Ik weet niet zeker of ik de positionpapers ook heb gekregen. Ik hebgemerkt, sinds ik Staatssecretaris ben, dat onze poststroom echt heelanders is dan in de Kamer. Ik heb een hoop gesprekken, ik denk ook meteen aantal mensen die vorige week bij uw rondetafel zijn geweest, onderandere over het tot stand brengen van het regieplan. Ik vind het prima omdaar een korte reflectie op te geven. Of ik dat doe voorafgaand aan, of datmeeneem in het regieplan laat ik ook even over aan die gesprekken, alshet mag.De voorzitter:Ik geef zo het woord aan de heer Kisteman, dan mevrouw Armut, danmevrouw Rooderkerk en dan de heer Boomsma.Ik noem even, ook voor de mensen thuis, dat de positionpapers allemaalop de website van de Tweede Kamer staan. Deze zijn dus na te lezen vooriedereen die daar interesse in heeft. Dan gaan we naar de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Ik zit gelukkig tussen mevrouw Moorman en de Staatssecretaris in. En zowas mijn vraag ook, niet en-en maar of-of. Waarom is of-of niet een eerstestap voor die devices onder die Wet gratis schoolboeken, zodat scholenkunnen gaan kiezen wat ze willen? Dan kost het niet gelijk geld. Volgensmij is het niet helemaal wat mevrouw Moorman wil, maar wel een eersteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8137 stap. Ik denk dat we op die manier eerst kunnen kijken of dit nou is wat wewillen en of het werkt. Volgens mij was dat de vraag die ik stelde. Hoe kijktde Staatssecretaris daartegen aan?Staatssecretaris Tielen:Dat kan al hè. De scholen kunnen er al voor kiezen om het geld dat ze methun lumpsum hebben ... Wij monitoren überhaupt niet wat scholenprecies kopen voor welk deel van het geld. En ik denk dat dat goed is,want dat is de essentie van lumpsum. Scholen hebben zelf de ruimte omvanuit de lumpsum leermiddelen aan te schaffen. Dat waren school-boeken en dat zijn steeds meer ook andere, digitale leermiddelen. Heelveel scholen doen dat ook al. Ik ken er genoeg in elk geval waar dat er ookonderdeel van is. Daarvoor hoef ik geen wetswijziging voor te bereiden;dat scheelt ook weer.De voorzitter:De heer Kisteman had een vervolgvraag.De heer Kisteman (VVD):Als ik het goed heb – zeg het maar als ik ernaast zit – kan dat niet vanuitdie middelen voor de gratis schoolboeken. En dat is juist wat we hier nuvoorstellen.Staatssecretaris Tielen:Mijn informatie is – maar goed, ik zit hier ook nog niet heel erg lang – datde middelen die voor de Wet gratis schoolboeken beschikbaar zijngesteld, onderdeel zijn van de lumpsum. Dat is echt aan scholen om zelfte besteden.De voorzitter:Dan gaan we naar mevrouw Armut.Mevrouw Armut (CDA):Mijn vraag gaat toch weer even terug naar die leermiddelen voor hetspeciaal onderwijs. Ik vind het echt wel heel pijnlijk – we weten het ookwel langer – dat er gewoon geen passende leermiddelen zijn voor dezekinderen. Er gaat echt best wel veel geld naar onderwijs; dat hebben wehier ook net weer gehoord. We hebben best wel veel dingen goed metelkaar geregeld en we praten hier over hoe we het nou nog beter kunnenmaken en nog verder kunnen ontwikkelen. En toch zijn er 110.000 leer-lingen waar gewoon geen passende leermiddelen voor zijn. Dat heeft echtimpact op die leerlingen en ook op die docenten. Dus ik ben echt welconcreet op zoek: hoe gaan we nu zorgen dat dit fatsoenlijk wordtgeregeld? Dat moet toch gewoon op kortere termijn lukken, en ook dat weop lange termijn zekerheid hebben voor het speciaal onderwijs?De voorzitter:Ik wijs er nog even op dat iedereen, behalve de heer Boomsma enmevrouw Raijer, een lange interruptie hebben gedaan. Dus pas op met uwtweede. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Tielen:Ik voel de cri de coeur van mevrouw Armut en ik herken die ook heel erg.Precies daarom hebben we natuurlijk ook dat programma Impuls openleermateriaal en dat project GOpen. Dat is juist om ervoor te zorgen dathet leermateriaal van die leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs beterop hun leerbehoeften is afgestemd en die leerlingen dus beter bij hetonderwijs passend leermateriaal hebben. Er gebeuren dus al wel dingen.Er is ook echt wel geld om het mogelijk te maken voor scholen in hetgespecialiseerd onderwijs, en ook experts daaromheen, om dat te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8138 Dus ja. En daarom gebeurt er ook al heel veel, maar we zijn nog niet klaar.Maar gelukkig is het geld ook nog niet op, om maar zo te zeggen. Dekomende jaren is er echt nog stimulans voor mensen die er verstand vanhebben en die daar, vanuit de behoeften van leerlingen in het gespeciali-seerd onderwijs, betere middelen voor kunnen maken.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Armut.Mevrouw Armut (CDA):Dank voor het antwoord. Kan ik er dan van uitgaan dat die gesprekken ookmet onder andere het speciaal onderwijs, maar ook die sectorraden lopenen dat die onzekerheid over wat er nou na 2030 gebeurt – die onzekerheidwas er dus wel en dat lazen we ook terug in het NOS-artikel – wordtweggenomen? Dat er inderdaad aan wordt gewerkt, maar dat we ook echtconcreet gaan terugzien dat leerlingen van 16 jaar niet boeken van groep3 hoeven te gebruiken.Staatssecretaris Tielen:Ja, die gesprekken lopen ook goed, «constructief» krijg ik dan terug. Nee,dat gaat echt wel goed. In mijn eerdere antwoorden gaf ik ook aan datzowel de sectorraad als dat programma Impuls open leermateriaal contactzoeken met Neon om te zorgen dat daar ook vanuit die hoek versterkendekracht in zit. Dus ja, en overigens herken ik heel goed – dat zei ik al eerder– wat mevrouw Armut zei over het passen bij bepaalde leeftijdenzovoorts, enzovoorts. Dat geldt overigens ook bijvoorbeeld voorhoogbegaafden waar lang niet altijd goede programma’s voor zijn enwaar kinderen van 6 jaar dan inderdaad geconfronteerd worden metmateriaal dat echt veel meer voor pubers is. Dus ik herken het heel goed.Ik hoor terug dat dit echt goed en constructief loopt. Ik denk dat ik daar bijeen volgend debat ook nog wel wat concretere dingen over kan zeggen.De voorzitter:Dank. Dan gaan we naar mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ten aanzien van die Wet gratis schoolboeken: het voelt een beetje gek dater ook heel veel digitale leermiddelen zijn die er dan niet onder vallen,maar er wel uit betaald kunnen worden. Ik zoek even naar de ruimte die eral is voor scholen om hier gebruik van te maken, en die vooral ontstaatwanneer we de ontwikkeling zien in die schoolboekenmarkt; dat hetgoedkoper kan, bijvoorbeeld door dat verbod op wegwerpboeken.Staatssecretaris Tielen:Ik weet niet precies wat mevrouw Rooderkerk van mij wil horen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Geef mij 30 seconden om de vraag af te maken.De voorzitter:Handig hoor, zeker 30 nieuwe seconden naar binnen gehaald. MevrouwRooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat was lastig om in 30 seconden ... Mijn vraag is of de Staatssecretarisook ziet dat er ruimte gaat ontstaan bij scholen door waar we mee bezigzijn in die schoolboekenmarkt. Zou zij ook willen onderzoeken hoe dat inde praktijk uitpakt, bijvoorbeeld de ontwikkeling van de prijzen van dieschoolboeken en dus ook de besparingen die scholen daarop kunnenkrijgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8139 Staatssecretaris Tielen:We onderzoeken überhaupt hoe die markt met de leermiddelen nu inelkaar zit. U heeft daar al wat onderzoeksresultaten van gezien, maar ikhecht ook echt heel veel waarde aan het rapport over de markt dat deAutoriteit Consument & Markt eind van het jaar op zal leveren. Uiteindelijkis een markt over het algemeen bedoeld om zo goed mogelijke kwaliteitvoor zo laag mogelijke kosten te krijgen. Dat is uiteindelijk waar marktengoed in zijn en op kunnen concurreren. Als het andere effecten heeft, danmoet we daar iets mee doen. Dat is nu echt even aan de AutoriteitConsument & Markt.De maatregelen die wij hebben aangekondigd, nou niet zozeer wij, maarde afspraken vanuit de branche en SIVON, onder andere het ontkoppelenvan licenties met leerboeken, de ontwikkeling van Neon als coöperatieveuitgeverij, zijn inderdaad allerlei initiatieven en ontwikkelingen dievolgens mij bij gaan dragen aan een behapbaardere inkoop van boeken.Het is gewoon zo dat scholen zelf te kiezen hebben hoe ze die geldenbesteden. Dus als er inderdaad wat lucht in komt, dan zou dat hen kunnenhelpen. Maar ik kan dat niet zomaar doorrekenen, juist omdat wij, wat iknet al zei in antwoord op een vraag van de heer Boomsma, niet volledigzicht hebben op de betalingstransacties van scholen. En daar zou ikeigenlijk ook niet in willen gaan treden.Mevrouw Rooderkerk (D66):Het probleem bij het vorige onderzoek dat is gedaan naar die school-boeken, ook volgens mij op verzoek van de Kamer, is juist dat er geeninzage werd gegeven door de uitgevers in de cijfers hierachter. Dat is hoehet ons ter ore is gekomen. Daardoor hebben we dus wel weinig zicht. Ikhoop dat met het onderzoek van ACM daar wel zicht op komt.Staatssecretaris Tielen:Precies. En daarom kijk ik daar ook echt wel naar uit om inderdaad tekunnen begrijpen of die markt nog werkt zoals die zou moeten werken ofniet. Dat is precies waar de ACM zich op richt, volgens mij.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Mijn andere vraag ging over het speciaal onderwijs en de leermiddelendaarvoor. Er zijn volgens mij geen wettelijke regels voor digitale toeganke-lijkheid van de leermiddelen voor het speciaal onderwijs. Ziet deStaatssecretaris daar ook een groot gebrek in en zou ze dat willenoplossen?Staatssecretaris Tielen:Dat weet ik niet zeker. Voordat ik nu iets ga toezeggen wat niet helemaalklopt, dat vind ik niet zo goed. Als mevrouw Rooderkerk het goed vindt,dan neem ik die in de tweede termijn nog even mee.De voorzitter:Dan komen we daarop terug in de tweede termijn. Dan hebben we tot slotin het rijtje de heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Ik begrijp dat de Staatssecretaris heeft toegezegd terug te komen met eenreflectie op die innovation-rondetafelgesprekken, hetzij apart, hetzij in eenandere context, om te kijken naar de risico’s van Bring Your Own Device.Misschien is het ook goed om te kijken naar wat de voordelen zoudenkunnen zijn van een soort centrale regie. Als je het wel centraal doet, dankun je bepalen welke apps erop komen. Dan kan je er bijvoorbeeld ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8140 voor zorgen dat AI of ChatGPT, of Snapchat of dingen niet aan staan. Kande Staatssecretaris dat daarin meenemen?Staatssecretaris Tielen:Dat kan ik zeker meenemen, wel met twee kanttekeningen. Punt een.Scholen kunnen heel veel nu al wel en niet reguleren als het gaat overgebruik van de devices. Dat hoeft niet alleen op devices die vanuit schoolzelf worden geleverd, dus er kan al heel veel. En het andere is, nogmaals,dat het device dat mee de klas in gaat en van wie dat dan ook komt,natuurlijk niet de enige digitale bron is, niet de enige toegang tot dedigitale wereld die kinderen hebben. We moeten ook nuchter zijn enenigszins realistisch over waar je wel en niet grip op kunt hebben, denk ik.De heer Boomsma (JA21):Ik heb het idee dat die twee punten elkaar een beetje tegenspreken. DeStaatssecretaris zei eerst: ja, dat kan allemaal al dat controleren, en tentweede: we hebben er toch geen grip op.Staatssecretaris Tielen:Het ene gaat over devices die al dan niet door school worden geleverd. Eris al veel te doen over wat er in de klaslokalen gebeurt. Je kunt als schoolecht apps uitzetten en blokkers erop zetten. Dat soort dingen kan allemaalal. Tegelijkertijd hebben we geen grip op wat een kind vervolgens wel ofniet thuis doet met andere devices. Dat is een beetje de balans die wevolgens mij op een, wat ik zei, nuchtere manier moeten bekijken.De voorzitter:Ik zie nog een nabrander van mevrouw Armut.Mevrouw Armut (CDA):Ik twijfelde nog een beetje of ik het nu moest doen of in de tweedetermijn, maar ik dacht ik ga het dan toch maar nu vragen. Nog even overdat speciaal onderwijs en de leermiddelen. Ik zou het toch wel moeilijkvinden als we daar in het volgende debat pas over door hoeven te praten.Ik zou het fijn vinden als de Staatssecretaris bijvoorbeeld met een tijdpadkan komen, waarin ze uitwerkt hoe we tot betere leermiddelen voor hetspeciaal onderwijs gaan komen. Dus wat er concreet wordt ondernomenen of ze daar dan bijvoorbeeld in de vorm van een brief op terug kankomen op wat kortere termijn, zodat we iets hebben waar we dan overdoor kunnen praten.Staatssecretaris Tielen:Het lijkt mij prima om nog schriftelijk terug te koppelen hoe IOL en GOpen– het zijn allemaal van die termen – nu lopen. Het wordt geen hele langebrief, denk ik. Maar als mevrouw Armut behoefte heeft aan net iets meergrip dan wat ik nu in woorden in dit debat mee kan geven, dan snap ik datook best. Dan kom ik daar gewoon op terug.De voorzitter:Dat staat genoteerd. Dan gaan we volgens mij naar het vierde blokje.Staatssecretaris Tielen:Voorzitter. Dat is het kopje ondersteunings- en adviseursmarkt. Daar had ikniet zo veel vragen over, eentje van mevrouw Moorman over deverkenning. Die zegt eigenlijk: de ondersteuningsstructuur werkt niet, hoegaan we dat oplossen? Ik zeg het maar even populair in mijn woorden. Ikzag inderdaad in die verkenning dat scholen, markt en de overheid meerprofessionalisering nodig hebben en dat scholen geholpen moetenworden om zelf scherper te krijgen welke ondersteuning ze nou wel enniet nodig hebben. Daarnaast zou er meer transparantie op de marktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8141 moeten zijn over aanbod en kwaliteit en minder versnippering in hetondersteuningsaanbod, dat ook vanuit ons wordt georganiseerd. In hetcoalitieakkoord heeft u al kunnen lezen dat wij samen met de sectorwerken aan een kwaliteitskader voor dat onderwijsadvies. Ik verwachtdaar in het najaar een meer concrete uitwerking van te kunnen geven.Meneer Kisteman vroeg of het niet slim is om de kwaliteitsallianties diewe voor leermiddelen hebben ook voor onderwijsadvies te hebben, en diedan samen te voegen. Dat klinkt best wel logisch, maar dat komt eigenlijkmet name, denk ik, omdat de term «kwaliteitsalliantie» herkenbaar is inbeide. Maar die markten zijn zo verschillend, met zo veel andere partijendie daar ook een rol in spelen, dat ik me afvraag of dat daadwerkelijk ietsgaat brengen en niet alleen maar ... Nou ja, dat het eigenlijk niets gaatbrengen. Het lijkt me slimmer om losse allianties te houden, want dathoudt het ook werkbaar. Waar nodig en waar mogelijk proberen we ernatuurlijk wel voor te zorgen dat we de leerpunten uit het een en hetander wel bij de ander brengen, en wel enige mate van synergie in deontwikkeling en kwaliteitsverbetering in zijn algemeenheid neer te zetten.Dat was dat.De voorzitter:Dan komen we volgens mij bij blokje vijf, en daar is de grote vraag: wiensvraag is het? Er is nog één vraag bij «overig» en iedereen vraagt zich afvan wie het is.Staatssecretaris Tielen:Is er een prijs voor diegene?De voorzitter:Dat durven mensen niet meer bij jou. We gaan naar blokje vijf.Staatssecretaris Tielen:Het is een vraag van mevrouw Moorman, gefeliciteerd. De vraag gaat, alsik het goed begrepen heb, over de ouderbijdrage en de rol die deouderbijdrage wel of niet kan spelen bij het gebruik van digitale leermid-delen. Ik zoek even naar ... Nee, mevrouw Moorman bedoelde toch ietsanders?Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik snap het, hoor. Het moest even heel snel aan het einde. Er kwam eenbrief van het Jeugdeducatiefonds over de grote verschillen tussenscholen, en ik vroeg daarbij ook naar de verschillen tussen de niveaus.Staatssecretaris Tielen:Nu weet ik het weer, naar aanleiding ook van die Wet op de vrijwilligeouderbijdrage. Ik denk dat het eigenlijk een apart gesprek/debat vergt omdaar wat dieper op in te gaan. Er valt heel veel over te zeggen, denk ik. Devrijwillige ouderbijdrage, maar goed, dat hoef ik mevrouw Moorman nietuit te leggen, is natuurlijk bedoeld voor activiteiten die naast hetonderwijs plaatshebben: een klassenuitje, een schoolfeest, cultureelbezoek. Er zijn inderdaad nogal wat verschillen per school; dat heb ik ookgezien. De wet is aangescherpt en de evaluatie van de wet is eind vorigjaar naar de Kamer gestuurd met, vlak voordat ik aantrad, nog eenkabinetsreactie. Ik vind het eigenlijk ingewikkeld om hier nu verder dieperop in te gaan, omdat het echt wel een ander onderwerp is.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dat vind ik lastig, want het zit wel bij de stukken. Onder andere de monitorover de schoolkosten zat bij de stukken en tegelijkertijd ging het natuurlijkook wel over ... Dit gaat over schoolkosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8142 Staatssecretaris Tielen:Dat is waar, maar ik ga niet helemaal over de agenda natuurlijk.De voorzitter:Daar gaan we als Kamer over. Het staat inderdaad bij de stukken, dus erkunnen extra vragen komen. Als het antwoord is dat er nu geenantwoorden zijn, dan is dat ook een antwoord. Ik geef nog een keer dekans aan mevrouw Moorman.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Toch voorzitter, even voor de orde. Ik snap het, want het grootste deel vandit gesprek is gegaan over digitalisering in het onderwijs. Maar tegelij-kertijd moeten we ook wel breed kunnen spreken over wat er op deagenda staat. Als de Staatssecretaris dan zegt dat zij dat nu eigenlijk lastigvindt, omdat dat een apart debat verdient, dan vind ik dat prima. Ik vinddat apart debat ook goed. Maar dan is wel de vraag, ook aan de voorzitter,wanneer we dat dan gaan doen met elkaar. Ik wil daar best op een andermoment meer tijd voor nemen, maar ja ...De voorzitter:Over nieuwe debatten ga ik uiteraard niet in mijn eentje, dat doen we metz’n allen in de procedurevergadering bij OCW. Als er nu nog vragen testellen zijn, dan kunnen we die desgewenst bij de tweede termijnbetrekken. Als er nog openliggende vragen zijn, dan kan dat. Volgens mijis dat wat we nu kunnen regelen. En als we een nieuw debat organiseren,dan kunnen we dat met elkaar afstemmen in de procedurevergadering.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dan doe ik het zo. Dan vraag ik graag een brief aan deStaatssecretaris waarin zij ingaat op de brief van het Jeugdeducatiefondsen ook op de grote verschillen in middelen voor onder andere school-reisjes die er nu tussen scholen zijn. En ik vraag haar daar tegelijkertijd deverschillen bij te betrekken tussen de onderwijsniveaus zoals blijkt uit demonitor, dus € 125 voor het praktijkonderwijs en € 465 voor hetgymnasium. En dan zullen we dat agenderen.Staatssecretaris Tielen:Dat zeg ik wel toe, hoor.De voorzitter:Dan is de vraag aan mij om aan de Staatssecretaris de vraag te stellen: opwelke termijn zegt u dat toe?Staatssecretaris Tielen:Het is alweer half april ongeveer. Het is even zoeken, maar voor de zomermoet zeker lukken. Ik probeer het gewoon op zo kort mogelijke termijn,maar zeker voor de zomer.De voorzitter:Dan hebben we zo een goede werkwijze afgesproken, volgens mij. Danzijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn van de zijde van deStaatssecretaris. Ik kijk even rond of er nog vragen zijn blijven liggen. Datis niet het geval. Dan hebben als commissie twee opties. We kunnen of nuschorsen voor de lunch en daarna verdergaan of gelijk de tweede termijndoen. Mijn persoonlijke voorkeur is het laatste. Ik zie geknik dan gaan wedus gelijk verder met de tweede termijn. Ik geef als eerste het woord aande heer Kisteman, namens de VVD.De heer Kisteman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8143 Dank u wel, voorzitter. Ik kondig meteen aan dat ik een tweeminutendebataanvraag naar aanleiding van die discussie over de devices die we netgevoerd hebben. Daarnaast heb ik nog even een vraag over die kwali-teitsallianties. Een van de doelstellingen die we in het kabinet hebben, iseen slagvaardige overheid en minder ambtenaren. Hoe gaan we dit dandoen als we nog weer een praatgroep gaan oprichten? Daarnaast gaf deStaatssecretaris aan dat ze veel gesprekken voert en druk is met hetplannen van al die gesprekken en dat we daarom wat langer moetenwachten op brieven. Volgens mij is mijn voorstel juist efficiënt en conformregeerakkoord. De Staatssecretaris kijkt verbaasd, maar volgens mij zei deStaatssecretaris: ik moet die gesprekken inplannen en het kost veel tijdom die in te plannen. Dus vandaar dat ik dat op deze manier zeg. Volgensmij moeten we werken aan een slagvaardige overheid en efficiënter gaanwerken.Daar wilde ik het bij laten, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Moorman.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Als de heer Kisteman niet een tweeminutendebat hadaangevraagd, dan had ik het wel gedaan. Het lijkt me inderdaad belangrijkdat wij met elkaar voorstellen kunnen indienen. Een voorstel dat we zekerzullen indienen, en ik hoop met zo veel mogelijk partijen, want ik hoorecht aan de kant van de Kamer ook een enorm brede steun, is om te kijkenhoe we de devices in de Wet gratis schoolboeken kunnen plaatsen. Hetliefst natuurlijk budgetneutraal, want dat willen we allemaal het liefst. Endaar is ook een mogelijkheid voor, want we zien allemaal dat er nu eenenorme markt is ontstaan van maar een paar partijen die zorgen voorenorm veel wegwerpboeken. Dat willen we allemaal beperken. Daardoorzal er geld overblijven. Als dat voldoende is om daar de devices mee tebetalen, dan is dat natuurlijk hartstikke mooi. Daar zijn we allemaal blijmee.Tegelijkertijd ben ik blij met de toezegging van de Staatssecretaris dat zeook gaat praten met haar collega’s van BZK, JenV en EZK, die gaan overdigitale autonomie, cyberveiligheid en online kinderrechten, zodat we ookkunnen kijken, mocht het nou niet helemaal uitkomen, om het op diemanier te doen. Want dat het een probleem is, lijkt me duidelijk. Dat vindtvolgens mij ook een heel groot deel van de Kamer. Dus ik ben heel blij alshet voorstel Kamerbreed wordt gesteund en dat we gewoon deze stapkunnen doen, zoals we destijds ook hebben gedaan voor de gratisschoolboeken. De tijd gaat gewoon verder.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. Dank ook aan allen voor het debat. Ik vind het heel goedom te horen dat er een AI-strategie, een regieplan, voor het onderwijs isaangekondigd door de Staatssecretaris. Ik ben ook blij dat is toegezegddat leraren en de professionalisering daarvan daarin opgenomen worden.We denken inderdaad mee over het gezamenlijke voorstel voor de devicesbinnen de wet met betrekking tot gratis schoolboeken. Dat doen we hetliefst budgetneutraal.Ik wil daar nog iets belangrijks aan toevoegen dat nog niet helemaal uit debeantwoording van de Staatssecretaris bleek. Zij gaf aan dat kinderen datvan hun ouders of van een school kunnen hebben gekregen. Deongelijkheid daarin is natuurlijk wel degelijk een punt van zorg. SommigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8144 kinderen kunnen dat wel betalen, andere niet. Dat pleit er ook voor omscholen daarin meer ruimte te geven.Tot slot denk ik ook na over een voorstel om er echt voor te zorgen dat weedu-AI voor het funderend onderwijs ontwikkelen en niet alleen voor hethoger onderwijs. Ik denk dat velen hier daarvan de noodzaak zien. Zokunnen we AI toepassen in het onderwijs op een goede manier diebijdraagt aan beter leren en het versterken van het leerproces, zodatkinderen er daadwerkelijk wat van opsteken in plaats van dat ze hetdenken uitbesteden.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Raijer namens de PVV.Mevrouw Raijer (PVV):Dank u wel, voorzitter. De PVV is blij dat de Staatssecretaris heefttoegezegd dat ze met een plan komt, een regieplan. Daar zijn we blij mee.Ook zijn we blij dat de leerling en de docent de kern blijven. Ik heb naar debijdrage van mevrouw Moorman over een gratis device geluisterd. Wezien inderdaad dat het digitaal leren eigenlijk geen keus meer is, maarmeer een verplichting. Ik deel dan wel de mening dat kinderen van eendevice moeten worden voorzien, net zoals we dat met boeken doen. Ikvraag me echt af wat er nog naar de Kamer komt. We zullen wel heelkritisch blijven, met name op het AI-verhaal.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we naar de heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris en de ambtgenoten voor dediscussie. Ik zie natuurlijk ook uit naar dat AI-regieplan voor funderendonderwijs. Ik ben blij dat is aangegeven dat er ook gekeken wordt naarhoe je het kunt inperken of beperken en dat dat ook nadrukkelijk eenonderdeel is van zo’n regieplan. Misschien is het goed als de Staatssecre-taris ook nog even ingaat op hoe dat bijvoorbeeld in Zweden isaangepast. Men heeft daar besloten het gebruik van schermen drastischte verminderen en terug te gaan naar papier, pen en boeken, omdat datgoed is voor het onderwijs. Mevrouw Rooderkerk had het over edu-AIvoor funderend onderwijs. Dat lijkt me heel interessant, maar natuurlijkwel met die kanttekening. Ik weet niet of die daar ook bij hoort.Er wordt ook veel gesproken over wat bijvoorbeeld Frankrijk doet: eeneigen alternatief voor big tech. Dat zijn natuurlijk wel heel kostbaretrajecten. Hoe staat de Staatssecretaris daar nu tegenover? Tot slot dehoge kosten van die schoolboeken. Ik denk dat het goed is om dat teblijven monitoren. Ik snap eigenlijk niet zo goed waarom het zo lastig isom te weten hoeveel dat kost. Dat zou je toch gewoon moeten kunnenvragen aan mensen. In ieder geval heeft de Staatssecretaris toegezegd dathet wordt gemonitord. Daar zie ik dan ook maar naar uit.De voorzitter:Dank. Ik zie nog een interruptie van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik sluit mij helemaal aan bij de heer Boomsma. Het zou inderdaad niet zomoeilijk moeten zijn om te weten te komen wat het kost. Dat vraagt omtransparantie van de uitgevers. Die was er eerder niet. Ik denk dat hetbelangrijk is dat de Staatssecretaris daarop toeziet, maar dat moeteigenlijk de ACM doen. Dat was mijn eerste punt. Ik heb toch maaréén interruptie nodig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8145 Het tweede punt ging over edu-AI voor het funderend onderwijs. Daarbijis het juist van belang dat we onafhankelijk worden van big tech. Ikhoorde de heer Boomsma zeggen dat dat geld kost. Tegelijkertijd gaat ernu dus ook heel veel publiek onderwijsgeld naar de Googles en deMicrosofts voor het inkopen van allerlei systemen. Die zijn dan niet veilig.Daar zijn ook de data van kinderen niet veilig. Dan zou ik zeggen: laten wedan juist investeren, en dat ook zo snel mogelijk doen, in onze eigen AI,het liefst Europees of nationaal.De heer Boomsma (JA21):Dat klopt. Je betaalt nu natuurlijk ook heel veel. Maar iemand moet danwel een enorme investering doen, want het zijn natuurlijk hele kostbaretrajecten om dat te ontwikkelen. Daarbij komt het risico dat je nogjarenlang zit met een product dat eigenlijk minder goed is en waarmensen dan nog geen gebruik van gaan maken, omdat ze nog steedsvoor alternatieven kunnen kiezen die misschien beter werken. Daaromlegde ik de vraag ook neer bij de Staatssecretaris.Mevrouw Rooderkerk (D66):Wat ik weet – dat kan de Staatssecretaris vast toelichten – is dat er voorhet onderwijs al aan zo’n AI-hub gewerkt wordt. We zien dat het vooralvoor het hoger onderwijs gebeurt. Het onderwijs begint niet pas daar,maar begint al eerder. Daarom doe ik de oproep om dat ook voor hetfunderend onderwijs te ontwikkelen.De voorzitter:De heer Boomsma knikt instemmend. Mevrouw Armut ziet af van haartweede termijn. Ik kijk even naar opzij. De Staatssecretaris geeft aan tweeminuten nodig te hebben. Dat ronden we af naar boven. We gaan over vijfminuten verder.De vergadering wordt van 12.58 uur tot 13.02 uur geschorst.De voorzitter:We gaan weer verder met het debat. Ik vraag of de leden terug willenkeren naar hun stoel. De heer Kisteman, mevrouw Moorman, mevrouwRooderkerk, we gaan het debat afronden en zo naar de tweede termijnvan de Staatssecretaris. Dan geef ik graag het woord aan de Staatssecre-taris voor haar beantwoording in de tweede termijn.Staatssecretaris Tielen:Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat er een tweeminutendebat komt. Danzie ik de moties wel weer tegemoet. Dan kan ik ook weer wat zuiniger zijnmet mijn toezeggingen nu.Allereerst wil ik nog iets benadrukken. Volgens mij hadden mevrouwMoorman en ik gewoon wat spraakverwarring rondom de problematieken dus ook de oplossing van de gratis devices. Laat me dit momentgebruiken om het belang van onlineveiligheid in den brede en zeker onderde jeugd nog een keer te benadrukken. Daar vinden mevrouw Moormanen ik elkaar volgens mij heel erg in. Ik heb al gezegd dat ik graag ingesprek ga met een aantal collega’s in het kabinet die daarvoor opgesteldstaan. Bij dezen geef ik dat aan.Mijn regieplan op digitalisering komt in het najaar. Dat had ik altoegezegd. Ik doe dat graag echt samen met anderen. Dat is misschien alhet antwoord op de vraag van meneer Kisteman. Hij vroeg of we al diegesprekstafels weer nodig hadden. Ik weet niet precies welk woord hijgebruikte. Dat moeten we efficiënt doen, maar het antwoord is ja. Alleenga je sneller, maar samen kom je verder. Dat is echt waar. Het heeft niet zoveel zin om allerlei dingen te verzinnen waar de mensen die ermeemoeten werken niet verder mee kunnen. Daarom duurt het misschienTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8146 langer. Ik vind het niet zo lang duren als ik in januari met dat regieplankom. Het is mijn volste overtuiging dat we daarmee de regie kunnenpakken en het ook vol kunnen houden, omdat we daarmee echt de goedekant opgaan.Ik denk dat meneer Kisteman en ik wel ongeveer hetzelfde bedoelen. Ofhij verwees misschien naar die twee kwaliteitsallianties. Daarbij zou mijnantwoord juist zijn dat het goed is om die gescheiden te houden, omdat erzoveel verschillen zijn tussen die markten en de betrokken partijen. Het bijelkaar brengen kost misschien meer tijd dan nodig is. Nogmaals, alsmeneer Kisteman bedoelt dat we een beetje slagvaardig en slank moetenzijn in onze regelgeving, dan zeg ik ja.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Fijn dat we dichter bij elkaar komen. Dank voor die woorden. Ik benenthousiast over het idee om van een actie- naar een regieplan te gaan.Kijkt u daarbij ook even naar wat Schotland heeft gedaan. Het is echtinteressant om vanuit die vijf principes te werken.Staatssecretaris Tielen:Zeker. Ook de voorbeelden uit andere landen nemen we mee. Dat is hetleuke aan zulke debatten. Soms lijkt het voor mensen buitenaf alsof wevooral proberen om elkaar te slim af te zijn, maar dat is natuurlijk nietwaar. Volgens mij proberen we met elkaar dingen te doen die voorNederland goed zijn. Dit soort tips helpen mij echt, dus dank daarvoor.De voorzitter:Ik zag dat de heer Kisteman nog een interruptie had.De heer Kisteman (VVD):Ik ben blij met de beantwoording van de Staatssecretaris. Ik bedoel vooraldat het niet de bedoeling is dat we weer meer mensen op het ministerieaan het werk zetten voor dit soort dingen. We hebben juist de doelstellingom het met minder mensen te doen of eventueel met dezelfde mensen.Dat bedoelde ik vooral met «een slagvaardige overheid».Staatssecretaris Tielen:Zeker. Die taakstelling is heel duidelijk. Daar staan ook verschillendehandtekeningen onder. Tegelijkertijd betekent dat ook dat ik af en toeterugduw op wat extra vragen van Kamerleden, omdat elke vraag en elkextra onderzoek natuurlijk weer extra capaciteit vergt, ook op hetministerie.Zowel meneer Kisteman als mevrouw Moorman als mevrouw Rooderkerkkomen terug op de devices. Dat zie ik tegemoet. Ik heb een paar keer hetwoord «budgetneutraal» gehoord. Dat is altijd plezierig om te horen. Tochook weer een cliché: gratis bestaat natuurlijk niet. We hebben gezien watde wet met betrekking tot gratis schoolboeken doet met de markt. Wemoeten voorzichtig zijn met het inzetten van publiek geld voor eenprobleem dat daarmee niet per se wordt opgelost. Dat is wel eenaansporingspunt. Wat dat betreft vraag ik me echt af wat we hier aan hetdoen zijn. Tegelijkertijd werd er ook door een aantal leden gerefereerd aande verschillen tussen scholen, maar ook tussen kinderen en gezinnen. Iknoemde volgens mij al het Educatiefonds, maar we hebben ook deStichting Leergeld. We staan als overheid natuurlijk in nauw contact metdat soort organisaties om te zorgen dat op dat gebied de problemen zoveel mogelijk worden opgelost.Ik had van mevrouw Armut nog een vraag die zij in de eerste termijnstelde en waar ik toen geen antwoord op had. Dat heb ik inmiddels ietsbeter. Als ik het goed heb begrepen, vroeg mevrouw Armut of we geenrichtlijnen over de toegankelijkheid voor leermiddelen op konden zetten,met name voor het gespecialiseerd onderwijs. Officieel vallen leermid-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8147 delen niet onder de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn, dus daar passenze eigenlijk niet bij. Tegelijkertijd is het – dat is volgens mij waar mevrouwArmut een beetje op hintte; ik kijk zo meteen even naar haar om te zien ofdat zo is – wat betreft de kwaliteitsalliantie en de kaders rondom dekwaliteit van leermiddelen natuurlijk best goed om na te denken over ofwe daar voor het gespecialiseerd onderwijs enige mate van toegankelijk-heidsaanwijzingen of -richtlijnen in mee willen nemen. Als mevrouwArmut dat oké vindt, dan neem ik deze specifieke vraag mee naar dekwaliteitsalliantie.Naast Schotland en de vijf uitgangspunten was er ook nog een vraag overZweden. Volgens mij was die van meneer Boomsma. Zweden had ik ooknog niet zo heel erg op mijn vizier, moet ik heel eerlijk zeggen, maar ookdaar gebeuren natuurlijk dingen waar we wat aan hebben. We wetenallemaal – dat hoop ik tenminste – dat aantekeningen die bij een collegemet pen en papier gemaakt worden echt beter in de hersenen onthoudenworden dan als ze met tien vingers blind op een device getypt worden. Ikgeloof dus zomaar dat er een aantal interessante dingen te leren zijn uitZweden wat betreft het gebruik van digitaal en AI in het onderwijs. Ookdat nemen we dus mee in de vorming van het regieplan.Mevrouw Rooderkerk vroeg nog specifiek naar de AI-hub. Ik had al gezegddat Kennisnet dat ook voor het funderend onderwijs aan het verkennen is.Mevrouw Rooderkerk verwees naar het hoger onderwijs. Ik kan voor dezomer met een stand van zaken komen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Veel dank voor die toezegging. Ik had nog een vraag gesteld over hetgebrek aan wettelijke regels rondom digitale toegankelijkheid vanleermiddelen voor het speciaal onderwijs.Staatssecretaris Tielen:Daar verwees ik net al naar. Mevrouw Armut vroeg daar ook al om in haartermijn. Die zijn er niet. De vraag is of je dat moet willen, ook omdat erzoveel verschillende behoeftes zijn met betrekking tot toegankelijkheid. Ikvind het wel een goed punt om mee te nemen in de gesprekken met dekwaliteitsalliantie, die natuurlijk gericht is op kwaliteit. Maar op sommigegebieden zijn toegankelijkheid en kwaliteit, zeker voor deze groepleerlingen, natuurlijk nauw aan elkaar gerelateerd.De voorzitter:Dank. Dan zijn we aan het einde gekomen van het commissiedebat. Danheb ik nog de eervolle taak om de toezeggingen voor te lezen. Ik ga eenskijken of we allemaal dezelfde afdronk van het debat hebben. Ik zie nogéén punt van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Sorry, het antwoord ging heel snel. Er is eerder door de Kamer met ruimemeerderheid verzocht om het wettelijk verankeren van digitale toeganke-lijkheid. Dat is vanuit een Europese richtlijn voor heel veel gebieden welgoed verankerd, maar niet voor leermiddelen. We kunnen dit ook bij hetdebat over passend onderwijs weer oppakken. Die motie is niet uitge-voerd. Er is ook nog een motie ingediend door heer Ceder om vooraf-gaand hieraan bijvoorbeeld inkoopvoorwaarden te stellen. We zien nunamelijk dat de grote uitgevers stoppen met de sectie voor speciaalonderwijs. Het is natuurlijk eigenlijk heel zorgelijk dat zoiets kan gebeuren.Staatssecretaris Tielen:Mevrouw Armut had hier ook al een aantal vragen over, dus ik verwijsdeels naar de antwoorden daarop. Mevrouw Rooderkerk verwijst naar dieEuropese richtlijn. Daar zitten leermiddelen niet in, dus dat staat los vanelkaar. Er lopen een aantal initiatieven, met IOL, als ik het goed zeg, enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8148 GOpen, om te zorgen dat de kwaliteit van die leermiddelen wel beteraansluit op de behoeften van leerlingen in het gespecialiseerd onderwijsen hun docenten uiteraard.Mevrouw Rooderkerk (D66):Het was juist mijn punt dat leermiddelen niet onder die digitale toeganke-lijkheidsuitwerking passen. Dat is wat mij betreft een gebrek. Maar ik denkdat we dit debat moeten voortzetten bij het debat over passend onderwijs.Ik zie zelf nog wel echt zorgen bij wat er nu mogelijk is voor het speciaalonderwijs, ook met de initiatieven die nu genoemd zijn, hoewel ik daarwel heel blij mee ben, bijvoorbeeld met dat GOpen.Staatssecretaris Tielen:Ja, prima.De voorzitter:Waarvan akte. Ik ga de toezeggingen voorlezen.−De Kamer ontvangt in het najaar van 2026 het regieplan digitaliseringfunderend onderwijs.−De Kamer ontvangt voor de zomer van dit jaar een brief over de standvan zaken van het regieplan, waarin ook wordt ingegaan op debevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijs wat betreft digitaleveiligheid op scholen.−De Kamer ontvangt eind van dit jaar een brief over de verkenning dieKennisnet doet naar een AI-model voor funderend onderwijs.−De Kamer ontvangt een reflectie op de positionpapers die zijningediend ten behoeve van het rondetafelgesprek AI in het funderendonderwijs van vorige week. Hier is de vraag welke termijn er wordtgekoppeld aan die reflectie.Staatssecretaris Tielen:Ik zei al dat ik daar de ruimte voor wilde hebben en wil bekijken of ik dat inhet regieplan meeneem of er een aparte brief over maak. Het is natuurlijkvoeding voor dat regieplan, dus ik kan me voorstellen dat ik dat meeneemin die brief met de stand van zaken van dat regieplan voor de zomer.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Er zat volgens mij ook de toezegging bij dat er een reflectie zou komen opBring Your Own Device en wat voor problemen daarmee gepaard gaan.De voorzitter:Ik zie de Staatssecretaris knikken, dus hier hebben we een gedeeld beeld.Dat is mooi. Dan gaan we naar de volgende toezegging.−De Kamer ontvangt een brief over de ontwikkelingen betreffendeleermiddelen voor het speciaal onderwijs. Ook hier ontbreekt nog eentermijn. Ik krijg ingefluisterd dat het zou helpen als het voor het debatPassend onderwijs op 27 mei kan.Staatssecretaris Tielen:Precies.De voorzitter:Dat is over zes weken.Staatssecretaris Tielen:We gaan ons uiterste best doen, maar dat doen we altijd.De voorzitter:Dat wordt gewaardeerd. Ze gaan hun uiterste best doen. Dan komen webij de laatste twee toezeggingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8149 −De Kamer ontvangt in het najaar van dit jaar een brief over deontwikkelingen op de ondersteunings- en adviseringmarkt.−Dan de laatste. De Kamer ontvangt voor de zomer van dit jaar eenreactie van de Staatssecretaris op de brief van het Jeugdeducatiefondsover de evaluatie van de Wet vrijwillige ouderbijdrage, waarin ookwordt ingegaan op de uitkomst van de Schoolkostenmonitor over deverschillen in vrijwillige ouderbijdrage tussen onderwijsrichtingen.Mevrouw Moorman mist er nog twee. Het zou ook kunnen dat ze al eerderin de brief zijn gecommuniceerd en daarom niet deze lijst hebbengehaald, maar misschien is het onze schuld. Mevrouw Moorman.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Nee, hoor. Er komt natuurlijk gewoon best wel veel aan. Daar ben ik heelblij mee, maar bijvoorbeeld bij het regieplan heeft de Staatssecretaristoegezegd dat ze zo veel mogelijk smart gaat formuleren op het terug-dringen van de afhankelijkheid van big tech op het aantal scholen dat eenAI-beleid heeft en de ondersteuningsstructuur daarin meeneemt.Waarschijnlijk doet u dat al, maar dan hebben we dat gewoon vastgesteld.Een andere fijne toezegging was dat de Staatssecretaris in gesprek gaatmet BZK, JenV en EZ om te kijken of de middelen die daar staan voordigitale autonomie, online kinderrechten en cyberveiligheid ook eventueelingezet kunnen worden voor dit doel.De voorzitter:Ik zie een knik bij de Staatssecretaris, maar geef haar toch de kans om zelfte reageren voordat ik het ga invullen.Staatssecretaris Tielen:Ik ga vooral in gesprek met die collega’s om inderdaad te kijken naar hoewe met die onlineveiligheid omgaan. Ik heb expliciet gezegd dat ik nietper se financiële potjes ga aanspreken.De voorzitter:Tot slot mevrouw Moorman en dan mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Nu vind ik het toch weer ingewikkeld worden. Uiteindelijk is digitaliseringaltijd iets grensoverschrijdend van alle verschillende portefeuilles, dus ikhoop wel dat we met elkaar een beetje bereidheid tonen en dat er, als weeen probleem aanpakken dat in verschillende departementen ligt,gezamenlijkheid is. Anders kunnen we ook zeggen: dan gaan we het gelddat we ophalen bij het belasten van vapes ... Dan wordt het gewoon heelingewikkeld. Ik hoop dus wel dat de Staatssecretaris erin gaat met eenopen houding om te bekijken hoe we dat met elkaar gaan aanpakken endat er dan niet per definitie wordt gezegd: maar geld hoeven we niet.Staatssecretaris Tielen:Dat zei ik ook niet. Ik zei alleen: we gaan met elkaar in gesprek om nogeens te bevestigen en nader op zoek te gaan naar hoe we die onlinevei-ligheid zo goed mogelijk kunnen borgen, met name gericht op jongemensen, in en om en uit het onderwijs. Daarbij heb ik gezegd dat ik nietdenk dat gratis devices daarbij de ultieme oplossing zijn. Daar ga ik dusgeen geld voor halen. Maar als wij met een aantal departementen, eenaantal bewindspersonen, tot nadere acties komen rondom die onlinevei-ligheid, dan is dat uiteraard een vraagstuk waar we dan ook samen vooraan de lat staan.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ten aanzien van de toezeggingen had ik nog iets gemist. Dat hoortwaarschijnlijk bij het regieplan, maar het is toch goed om dat even apartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8150 op te schrijven. De Staatssecretaris gaf aan een richtlijn AI-gebruik op debasisschool mee te nemen, net als een plan om leraren te professionali-seren.De voorzitter:Dit wordt erbij betrokken, hoor ik. Heel fijn.Tot slot kondig ik aan dat er een tweeminutendebat is aangevraagd metals eerste spreker het lid Kisteman namens de VVD.Dan dank ik de Staatssecretaris en haar ondersteuning voor alle goedeantwoorden, voor het harde werk. Ik dank de Kamerleden voor ditconstructieve debat en alle mensen op de tribune en thuis voor het volgenhiervan. Het wordt vervolgd met een boel brieven die er binnenkort aangaan komen. Dank u wel, allemaal.Sluiting 13.19 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 8151

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 64d6bdbd06eede8a

14 okt 2026 · 6b42f6024d835ad4

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.