KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 oktober 2024, over consulaire Zaken

12 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e1ebfbb887abdfde · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken (V) voor hetjaar 2025Nr. 8 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 12 november 2024 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 3 oktober 2024overleg gevoerd met de heer Brekelmans, Minister van Defensie,mevrouw Faber, Minister van Asiel en Migratie, en de heer Veldkamp,Minister van Buitenlandse Zaken, over:–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 26 okto-ber 2023 inzake reactie op verzoek commissie over devisumproblematiek (Kamerstuk 36 410-V, nr. 14);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 5 juni2024 inzake leernotitie evacuatieoperatie Sudan (Kamerstuk29 237, nr. 205);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 28 juni2024 inzake Staat van het Consulaire 2024 (Kamerstuk36 410-V, nr. 88);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 oktober2024 inzake actieve ondersteuning vertrek Nederlanders inLibanon (Kamerstuk 23 432, nr. 540);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 sep-tember 2024 inzake overbrenging Afghaanse bewakers(Kamerstuk 27 925, nr. 970);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 oktober2024 inzake reactie op verzoek commissie over petitieVerzoek tot aanbieding petitie Koninkrijkspas (Kamerstuk20 361, nr. 222).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,KlaverDe griffier van de commissie,Westerhoff kst-36600-V-8ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 81 Voorzitter: KlaverGriffier: DekkerAanwezig zijn dertien leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Boswijk,Ceder, Diederik van Dijk, Dobbe, Kahraman, Klaver, Koekkoek, Paternotte,Piri, De Roon, Teunissen en Van der Wal,en de heer Brekelmans, Minister van Defensie, mevrouw Faber, Ministervan Asiel en Migratie, en de heer Veldkamp, Minister van BuitenlandseZaken.Aanvang 17.31 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Welkom bij dit commissiedebat over consulaire zaken. Eris een grote opkomst. Hartelijk welkom aan de mensen op de publieketribune, aan de mensen die thuis kijken en aan de bewindspersonen diedeelnemen. Ik kijk even rechts van mij: ik zie er al twee. Er is nog éénbewindspersoon op wie wij wachten: de Minister van Asiel. Dus ik stelvoor dat wij heel even schorsen totdat zij is aangeschoven en ik vraag degriffier om even contact op te nemen om te vragen waar zij is.De heer Paternotte (D66):Voorzitter. Ik begrijp dat we net vier minuten geleden stukken hebbengekregen die we hadden opgevraagd ter voorbereiding op dit debat. Ikheb die in de afgelopen vier minuten nog niet tot me kunnen nemen, dusmisschien is het goed om sowieso even te schorsen om die stukken tekunnen lezen, ook als Minister Faber nu stante pede binnenwandelt.De voorzitter:Zeker. Ik weet niet hoeveel stukken het zijn. Hoelang heeft u nodig alsschorsing?De heer Paternotte (D66):Volgens mij heeft de heer Ceder de omvang geïnventariseerd.De heer Ceder (ChristenUnie):Nou, nee hoor. Maar ik zie vijf bijlagen.De heer Paternotte (D66):Nog niet. O, vijf bijlagen.De voorzitter:Ik schors even voor vijf minuten. Dan kijken we daarna even wat er nognodig is.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:De Minister van Asiel is inmiddels ook aangeschoven. Fijn dat u er bent.Meneer Paternotte, u heeft inmiddels de stukken kunnen bekijken. Was datvoldoende tijd?De heer Paternotte (D66):We hebben kunnen bekijken hoe groot de stukken zijn die we kunnenbekijken. Op basis daarvan denk ik dat het goed is als we even tot 17.50uur kunnen schorsen zodat we die kunnen lezen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 82 Ik kijk even naar de collega’s om te zien of er steun is voor dat verzoek. Isdaar steun voor? Ja?De vergadering wordt van 17.36 uur tot 17.50 uur geschorst.De voorzitter:Er komen nog printjes aan. Ik zou willen voorstellen dat we nu beginnenmet de eerste termijn van de Kamer. U heeft vijf minuten spreektijd. Ikmaak dit heel even af, meneer Paternotte, en dan geef ik u het woord. Uheeft vijf minuten spreektijd. U heeft de kans om elkaar vijf vragen testellen. Ik zou u willen vragen om die vragen kort te houden. Als u devraag heel lang maakt, tel ik hem dubbel. De bonus is dat als u de vraagheel kort weet te houden, we hem niet meetellen. Alle tijd die we nietnodig hebben voor de eerste termijn, heeft u extra om in debat te gaanmet het kabinet. Meneer Paternotte, u wilt het woord.De heer Paternotte (D66):We lezen in de beslisnota dat het kabinet gedeeltelijk tegemoetkomt aande vragen van de Kamer. Het gaat natuurlijk om een informatieverzoek.We waarderen dat er gedeeltelijk aan tegemoetgekomen is, maar de wensis natuurlijk dat er volledig aan tegemoetgekomen wordt. Ik zou de anderegevraagde stukken betreffende de communicatie tussen de ministeriesover dit besluit dus ook graag ontvangen.De voorzitter:Ik kijk even rond om te zien of dit punt wordt gedeeld. Ik hoor mensen jazeggen. Graag even via de microfoon.De heer Kahraman (NSC):Kan ik daar een opmerking over maken?De voorzitter:Zeker, dat mag.De heer Kahraman (NSC):Kan de heer Paternotte de achterliggende redenen met de commissiedelen? Waar is hij naar op zoek? Dan kunnen we de afweging maken. Ikheb al stukken gekregen. Anders moeten we de vergadering ook gaanverdagen. Volgens mij wilde u een spoeddebat en willen we graag hetdebat vandaag met elkaar voeren.De voorzitter:Oké. Dat is een heldere vraag. Meneer Paternotte, heeft u een punt vanorde?De heer Paternotte (D66):Ja, zeker. Doet de microfoon het, voorzitter? Ja. Het klopt dat wij eenspoeddebat wilden. Mevrouw Van der Plas gaf aan dat een commissie-debat ook een volwaardig debat is. Desondanks is het één coalitiepartijoverigens niet gelukt om bij dat volwaardige debat aanwezig te zijn. Dereden om naar die stukken te vragen is dat we inzicht willen krijgen in dejuridische en politieke achterliggende redeneringen die hebben geleid totdit besluit, aangezien het diametraal tegenovergesteld is aan het besluitvan de ministerraad van 28 juni.Mevrouw Van der Wal (VVD):De vraag gaat volgens mij over stukken die weer achter nota’s liggen.Waar is het dan eindig? Daar zit echt wel mijn zorg.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 83 We gaan hier niet een heel debat over voeren. Ik constateer dat eenmeerderheid hier zegt: we willen ook de andere stukken die zijn gevraagd.Dat geleid ik door naar het kabinet.Minister Brekelmans:We hebben natuurlijk het verzoek van de Kamer zorgvuldig bekeken. Wehebben gekeken welke nota’s wij als bewindspersonen hebben gekregen.Die nota’s hebben wij gedeeld. Daar zit alle relevante informatie in die wijtot ons hebben gekregen om tot deze afweging te komen. Als wij numoeten gaan uitzoeken of ik een appje heb gestuurd naar mijn collega...De voorzitter:Meneer Brekelmans, uw microfoon valt uit. Er is iets niet in orde. Ik schorsde vergadering voor een klein ogenblik om te kijken wat er mis is met demicrofoons.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:We gaan een nieuwe poging wagen om deze vergadering te starten. Erwaren wat technische problemen met het luidsprekersysteem en demicrofoons hier in de zaal. Als het goed is, zijn deze verholpen. Voordat ikschorste, was er een verzoek om de informatie te ontvangen waargisteren om is gevraagd. Het gaat over de communicatie tussen deministeries. Ik vraag het kabinet om daar kort op te reageren. Ik stel voorom daarmee te beginnen. Wie kan ik het woord geven? MeneerBrekelmans. Sorry, de Minister van Defensie.Minister Brekelmans:Deze week hebben we als kabinet twee verzoeken gekregen. Het eersteverzoek was om het debat zo snel mogelijk te voeren – dat vindt nubinnen twee dagen plaats – en het tweede verzoek was om alle onderlig-gende informatie, inclusief al het contact tussen de ministeries, te delen.Die twee dingen gaan in de praktijk niet samen. Wat we hebben gedaan, ishet volgende. We hebben gekeken welke informatie wij als bewindsper-sonen hebben gekregen, op basis waarvan wij uiteindelijk tot een besluitzijn gekomen. Dat betreft deze nota’s. Deze informatie hebben wijdaarvoor gebruikt. Als je zegt nog dieper te willen gaan en ook het contacttussen ministeries te willen hebben, van ambtenaren op individueelniveau, zou dat betekenen dat we nu alle mails, alle werkdocumenten endat soort dingen moeten gaan bekijken. Dan zouden we ook alle gegevensmoeten lakken, want we willen niet dat individuele ambtenaren op diemanier in het openbaar komen.Ten tweede zou ik willen meegeven wat dit betekent voor ambtenaren. Datbetekent in de toekomst dat wanneer zij een mailtje naar een collega oppapier zetten, zij de overweging moeten maken dat het onderdeel van hetpublieke debat zou kunnen worden. Ik zou vanuit mijn positie echt aan deKamer willen meegeven: dit is de informatie waarop wij het politiekebesluit hebben genomen; dit is waarvoor wij politiek verantwoordelijkkunnen worden gehouden. Laten we enigszins rekening houden met depositie van ambtenaren en de vrije advisering, die ook voor ons uitein-delijk van belang is. Dat bepaalt de kwaliteit van de nota’s die wij ookweer krijgen. Als de Kamer anders besluit, zullen we het debat over, ikweet niet, enkele weken moeten vervolgen en zullen wij ook in het kabinetterug moeten nemen hoe wij met dit soort verzoeken omgaan. Dit heeftconsequenties voor niet alleen de drie Ministers en drie ministeries hieraanwezig, maar ook voor de ambtenaren binnen het hele kabinet.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 84 Dank. Ik zou willen voorstellen om nu in ieder geval het debat aan tevangen, maar meneer Paternotte wil er misschien nog kort op reageren.De heer Paternotte (D66):Ik vraag me af wie hier op dit dossier nu de coördinerend bewindspersoonvan de zijde van het kabinet is, maar dat geheel terzijde. Ik denk dat hetgoed is om even te benoemen dat de Minister van Defensie doet alsof heteen verzoek is dat de Kamer nooit eerder heeft gedaan. Dat is niet zo. Er isnatuurlijk alle begrip voor dat de namen van ambtenaren beschermdmoeten worden en dat daarvoor maatregelen genomen moeten worden.Maar inzage in dit soort communicatie kan iedere burger in Nederlandmet een beroep op de Wet open overheid gewoon opvragen. Het is danniet heel gek dat de Tweede Kamer dat ook kan doen. Dat geef ik graagmee. Ik ben ervoor om gewoon te beginnen. Laten we kijken waar wekomen.De voorzitter:Helder. De meerderheid van de Kamer heeft erom verzocht. We gaan duszien wat hierop komt. We gaan beginnen. Het woord is allereerst aanmevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het kabinet-Schoof heeft besloten omoud-medewerkers van de Nederlandse missie in Afghanistan toch niet teevacueren, nadat eerder door het vorige kabinet was besloten om dit wélte doen. Met een kil briefje, inclusief kostenplaatje van wat deze mensen-levens de Nederlandse belastingbetaler wel niet zouden kosten, tekendende Ministers het mogelijke doodvonnis voor een aantal van dezeoud-medewerkers. In de Kamer en in de samenleving is er altijd eenbreedgedragen gevoel geweest, van links tot rechts, dat we ons moeteninzetten voor de mensen die de afgelopen twintig jaar onmisbaar zijngeweest voor het werk van de Nederlandse missie in Afghanistan. Noemhet een ereschuld. Maar deze bewindspersonen proberen het in deasieldiscussie te trekken – dat is typisch voor dit kabinet – door teschermen met aantallen waarvan zij zelf ook weten dat die totaal nietrealistisch zijn, maar die wel mensen afschrikken. Ankie Broekers-Knoldeed dat drie jaar geleden net zo, door te waarschuwen dat er wel 100.000Afghanen hierheen zouden komen als de Kamer een en ander zoudoorzetten. Dat is gevaarlijke demagogie.Na aanhoudende en serieuze berichten over de dreigingen van de talibantegen onze oud-beveiligers én na de conclusie van de commissie-Ruys dater te veel onduidelijkheid was over de status van bewakers, vond hetvorige kabinet samen met een grote meerderheid in de Kamer dat eralsnog een oplossing moest worden gezocht voor een kleine, beperktegroep. De Kamer liet de voorwaarden aan het kabinet. Er waren tweeknoppen waaraan kon worden gedraaid: hoelang iemand voor Nederlandheeft gewerkt en de deadline voor aanmeldingen. Het kabinet-Rutte IVbesloot om minder dan 200 ex-beveiligers en hun gezinnen alsnog deoptie te bieden om over te komen.Ik heb de volgende vragen. Wat is de reële schatting van de ministeriesover het aantal Afghanen dat alsnog naar Nederland zouden komen, opbasis van het eerdere besluit? Zijn de 914 mensen die geregistreerd zijnbij Defensie als «medewerkers in Uruzgan» afkomstig uit het biometrischsysteem van het leger? Is dit aantal gecheckt met de twee kampcomman-danten, die het over veel lagere aantallen hebben? Kan het zo zijn dat er indie database veel meer mensen staan geregistreerd die niet eens alsbewaker voor Nederland hebben gewerkt? Kan de Minister van Defensiehardmaken dat er geen verband is tussen de moord op vijftien bewakersdoor de taliban en het werk dat zij deden voor de Nederlandse militairen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 85 Aan de Minister van Migratie heeft de IND aangegeven mensen niet goedte kunnen screenen. Waarom was dat eerder geen probleem? ZietMinister Faber deze groep als asielzoekers of als oud-medewerkers van deNederlandse missie jegens wie wij een ereschuld hebben? Van deplusminus 40 bewakers die al in Nederland zijn, is gebleken dat er mensentussen zitten die een gevaar vormen voor de staatsveiligheid.Voorzitter. Wat heeft ertoe geleid dat het kabinet dit harteloze besluit nam?Er was een Kamermeerderheid van 126 zetels die erom vroeg. De mensendie het betreft, wachten inmiddels op een bericht wanneer deoverbrenging zal gebeuren. Er was al lange tijd bekend bij de ministerieshoeveel mensen in totaal voor ons hebben gewerkt als beveiligers, zowelin Uruzgan als in Kabul. Ook was bekend dat er fte zal moeten wordenuitgetrokken om de nieuwe beoordelingen te doen. Met Qatar was er alcontact geweest over bemiddeling om mensen het land uit te krijgen. Mijnvraag is: welke informatie was eerder níét bekend, waardoor het kabinetalsnog heeft besloten om deze mensen te laten stikken? Het enige nieuwedat ik zie in deze beslisnota, is dat nota bene Minister Klever heeft latenoptekenen in de brief wat de kosten zijn van de opvang. Of past het niet inhet frame van de zogenaamde «asielcrisis» dat de laatste groepoud-Afghaanse medewerkers bescherming wordt geboden in Nederland?Ik hoor graag een reactie.Tot slot, voorzitter. Ik vind het ongekend dat we hier vier minuten vooraanvang van het debat de stukken krijgen die we eigenlijk al gister op tijdhadden kunnen krijgen, want hier had men niet heel lang naar hoevenzoeken.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Piri. Meneer Kahraman heeft een interruptie.De heer Kahraman (NSC):Mevrouw Piri gooit hier een aantal getallen op tafel. Als nieuw Kamerliddie geen historie met dit dossier heeft, heb ik mij verdiept in alle stukken,ook in die van het vorige kabinet. Ik kijk naar een stuk hier voor me van devoormalige Minister van Defensie, mevrouw Ollongren, die zegt dat zij914 ASG-guards in haar bestand heeft. Mevrouw Piri zegt dat het ommaar 200 mensen gaat. Wat doen we met die andere 700 mensen,mevrouw Piri? Of zijn we verkeerd geïnformeerd door de Minister?De voorzitter:Heldere vraag.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Even voor de duidelijkheid: ik strooi niet met cijfers; dat doet het kabinet.De heer Kahraman verwijst naar een beslisnota van Minister Ollongren uitdecember vorig jaar. Ook in een van de documenten die net zijn verschaft– ik weet niet welk document het is, maar het is afkomstig van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken – staat op pagina 3: «In een latereschatting spreekt Defensie van ongeveer 185 ASG-bewakers.» Ze hebbengekeken wie aan de criteria voldoen. Welke mensen leven niet meer?Welke mensen hebben niet een jaar voor Nederland gewerkt? Kennelijkkwam het eerdere kabinet, zoals ook is meegedeeld aan deze Kamer, totmaximaal 185 mensen die in Uruzgan voor de Nederlandse missie hebbengewerkt en aanspraak zouden moeten maken op de regeling.De voorzitter:De heer Kahraman heeft een vervolgvraag.De heer Kahraman (NSC):Mevrouw Piri zegt dat het kabinet met die getallen strooit. Ik moet tochuitgaan van de getallen die ik krijg, van zowel de vorige Minister als deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 86 huidige Minister. Ik ga ervan uit dat het kabinet ons juist informeert. Zoniet, dan hebben ze later nog een verhaal uit te leggen. Mevrouw Piri zegtdat ze het al hebben uitgezocht. Mevrouw Piri, mijn vraag is oprecht: vindtu dat uw motie-Piri c.s. is uitgevoerd? U heeft verzocht om twee onder-zoeksvragen. Dat was de motie-Piri. U heeft het kabinet verzocht ominzichtelijk te maken wie die ASG-bewakers waren en duidelijkheid teverschaffen over hoe we ze potentieel zouden kunnen overhalen. Vindt udat het vorige kabinet recht heeft gedaan aan uw motie om al dieinformatie te verzamelen en op basis daarvan een besluit te nemen?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Misschien is het voor de duidelijkheid even goed om te zeggen dat ook departijvoorzitter van de heer Kahraman voor de motie heeft gestemd. Datgeldt voor drie van de vier coalitiepartijen. Op basis van eerdere bericht-geving dat minstens vijftien bewakers die voor Nederland in Uruzganhebben gewerkt, zijn vermoord, heeft de toenmalige Minister vanDefensie op basis van Kamervragen in de zomer van 2023 – dat was nogvóórdat de commissie-Ruys haar conclusies had getrokken – gezegd: ikvind dat ik weer moet kijken naar deze zaak; we krijgen nog steeds zeerzorgelijke berichten. Dat was zonder de Kamer. Het was gewoon deMinister van Defensie die dat vond. Vervolgens heeft de commissie-Ruysgezegd: er is zeer veel onduidelijkheid over de bewakers. Die twee zakenbij elkaar opgeteld waren aanleiding voor een beslisnota in december. Ikvertel de heer Kahraman net dat Defensie vervolgens is doorgegaan metuit te zoeken wat, kijkend naar de voorwaarden die we stellen, de reëleschatting is van het aantal mensen dat geregistreerd staat en ooit voorons heeft gewerkt. Zij komen uit op 185 ASG-bewakers. Die informatiehebben we net ook van het nieuwe kabinet gekregen. Misschien heeft deheer Kahraman de stukken nog niet kunnen lezen. Dat is geen verwijt. Ikheb ze ook met moeite kunnen lezen, want we hebben ze pas netontvangen. Maar dit zijn de feiten.De voorzitter:Meneer Kahraman, uw derde vraag.De heer Kahraman (NSC):Mevrouw Piri probeert mij in een frame te krijgen. Ik lees echt de stukken.Ik kan u vertellen dat ik me de afgelopen vijf dagen echt heb moeteninzetten om me te verdiepen in dit dossier. Mevrouw Piri zegt: ik lees dater 915 ASG-bewakers voor Nederland hebben gewerkt in Afghanistan.Misschien kan de Minister de vraag straks ook beantwoorden. De getallendie mevrouw Piri noemt, als ik het terug kan herleiden, zijn de getallenvan mensen die zich hebben gemeld. Wat gaat u doen met de mensen diezich níét hebben gemeld? Ik begrijp het misschien niet, maar daaromvraag ik het u. Ik wil het graag begrijpen.De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Kahraman (NSC):In de notitie van de Minister van Defensie staat gewoon: ik heb 915 namenin mijn bestand die voor ons hebben gewerkt.De heer Paternotte (D66):Mag ik een punt van orde maken? Het staat wel heel erg duidelijk in destukken, precies zoals mevrouw Piri het net noemde. Als dat blijkbaar nogniet helder is voor alle Kamerleden, is het misschien beter om nog eveneen iets langere leespauze te nemen zodat iedereen de stukken echt kanlezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 87 De voorzitter:Dat is een punt van orde. Ik zal kijken of er steun voor is. Als voorzitter vanuw commissie zou mijn voorstel zijn om nu heel even door te gaan met deeerste termijn. Mevrouw Piri, u mag hierop reageren. Voor de goede ordemerk ik nog op dat ik u in het vervolg eerst het woord geef, meneerPaternotte, voordat u er gelijk doorheen gaat.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):De vorige Minister van Defensie heeft eerst gevraagd: hoeveel mensenstaan er in onze database die voor ons hebben gewerkt? Daar verwijst deheer Kahraman naar. Een deel van die mensen heeft een week voor onsgewerkt. Een deel van die mensen heeft drie dagen voor ons gewerkt. Wijlezen dat het kabinet-Rutte IV had besloten dat de voorwaarde minimaaleen jaar betreft. Dan vallen er al heel veel mensen af. Vervolgens hebbeneen aantal van die bewakers ook gewerkt voor andere missies, voorCanada, voor Australië en voor de VS, en zijn zij al overgebracht. Dat is inkaart gebracht. Die mensen haal je er ook van af. De vijftien mensen dievermoord zijn, worden er ook af getrokken, want die kunnen we niet meeroverhalen. De 34 ASG-bewakers die al in Nederland zijn, hoef je ook nietmeer mee te nemen. Dan lees ik van de voormalig Minister van Defensie«tot 185 ASG-bewakers». Dat besluit is genomen voor Rutte IV. Ik hoopdat het duidelijk is.De voorzitter:Dank. Dan gaan we naar de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Vorige week kondigde Minister Veldkamp volbravoure aan dat Nederland samen met Dutsland, Canada en Australië detaliban ging vervolgen voor vrouwenrechtenschendingen. «We cannotaccept this», waren de krachtige woorden van deze Minister. Maar ampertwee dagen later kwam er brief waarin hij namens het kabinet een anderebelofte aan Afghanen terugdraait. Zouden Duitsland, Canada en Australiëwel met Nederland willen optrekken als ze dit hadden geweten? Ik benheel benieuwd hoe de Minister hierop reflecteert.Voorzitter. Een Minister vertegenwoordigt het kabinet. Maar uiteindelijkblijf je ook nog een mens. Je moet je eigen geweten toetsen. Je bentuiteindelijk geen gevoelloze robot. Minister Veldkamp is lid geworden vande partij die is opgericht door Pieter Omtzigt, die herhaaldelijk ongenadighard was richting eerdere kabinetten als kwetsbare mensen in de knelkwamen. Omtzigt heeft in een eerder debat over de evacuatie vanAfghanen zelfs het optreden van het voorgaande kabinet vergeleken metSrebrenica, misschien wel de zwartste bladzijde uit de politieke geschie-denis van Nederland. Deze scherpe manier van politiek bedrijven moetdeze Minister hebben aangesproken toen hij zich aansloot bij NSC. Zelfslaap ik nu slechter door het besluit dat dit kabinet heeft genomen. Hoekijkt Minister Veldkamp hier persoonlijk op terug, zeker gezien het hardeoordeel van collega Omtzigt over kabinetten die spreadsheetpolitiekzouden bedrijven? Dat ging echter over elektrische auto’s; dit gaat overmensen. Ik citeer: «€ 76,70 per dag. Per jaar betekent dit € 27.959.» Dit isspreadsheetpolitiek in de meest kille vorm. Is dit goed bestuur? Past dit inhet mensbeeld van NSC, zo vraag ik de Minister. Is hij bereid om dithardvochtige besluit terug te draaien?Voorzitter. In de brief lees ik dat sinds het vorige kabinetsbesluit een kleinegroep Afghanen zich heeft gemeld. Wat gaat er met hen gebeuren?Worden zij nog wél toegelaten? En stopt het evacuatieteam nu metbestaan? Zo ja, wie houdt zich dan nog bezig met de schrijnendegevallen? En wat zijn precies die schrijnende gevallen? In de stukken diewe net hebben gekregen, wordt er het een en ander over geschreven,maar nog steeds is het niet duidelijk voor mij. Ik hoor graag een reactie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 88 Voorzitter. Het CDA begrijpt dat het afbakenen van groepen uitdagingenmet zich meebrengt en dat niet altijd alles met een schaartje kan wordengeknipt. Als het kabinet met déze argumenten naar de Kamer wasgekomen, had het CDA een redelijke gesprekspartner kunnen zijn. Echter,de manier waarop en de financiële motieven die worden aangevoerd,vragen om tegenmacht tegen dit kabinet. Dat hebben ze zelf over zichafgeroepen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Gaat uw gang, meneer Diederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter. In mijn bijdrage focus ik op Libanon en Afghanistan. Ikbegin bij Afghanistan. Het is inmiddels drie jaar geleden dat de centraleregering viel. De taliban zwaaien nu de scepter met harde hand. Er is eenharde shariawet ingevoerd, christenvervolging is schering en inslag enook wordt er gejaagd op wie het Westen heeft geholpen tijdens de jarendat we daar met troepen ambassadepersoneel en ontwikkelingswerkerswaren. In deze context spreken we nu over de Afghaanse bewakers dieonze mensen hebben beveiligd en bewaakt. Hun precaire positie is eenbelangrijk aandachtspunt voor de SGP.Voorzitter. Op 27 september jongstleden werden we verrast door de briefover de overbrenging van Afghaanse bewakers. De brief deed qua opzeten lengte vermoeden dat er slechts sprake zou zijn van min of meertechnische beleidsarme informatie. Niets bleek minder waar. In de briefwerd een koerswijziging van het kabinet aangekondigd. Ondanks hetcryptische «derhalve» op pagina 2 zocht ik tevergeefs naar een grondigemotivering die je verwacht rond een groep mensen die vanwege hun inzetvoor ons potentieel ernstig gevaarlopen. Voor nadere uitleg moet je debeslisnota doorspitten. Dat is toch niet wat we mogen verwachten vaneen brief aan de Kamer?In de beslisnota zien we enig gejongleer met cijfers en kostenplaatjes. Ookwordt de suggestie gewekt dat het om veel hogere aantallen zou kunnengaan, maar dat wordt niet hardgemaakt. Dat kan ook niet, want eenaanzienlijk deel van de mensen kan al buiten Afghanistan zijn. Bovendienzouden ze nooit allemaal tegelijk, maar druppelsgewijs geëvacueerdworden. Het gejongleer met cijfers en kostenplaatsjes geeft een gevoelvan gêne. Is de allereerste vraag niet gericht op onze verantwoorde-lijkheid, reputatie en onze morele plicht? Als mensen voor ons risico’snemen, dragen wij een verantwoordelijkheid voor hen. Het raakt deNederlandse reputatie. Hoe willen wij dat dit over tien of twintig jarenwordt herinnerd? Is het risico niet dat in toekomstige, vergelijkbaresituaties mensen hun diensten niet meer aanbieden, uit angst dat we hendaarna laten vallen? Ik vraag de Minister van BZ om een sterke uitlegwaarom hij deze Afghanen, die ons ondersteund hebben, niet wilopnemen. Wat betekent dit voor de toekomst en wat doet dit met deNederlandse reputatie?Voorzitter. Dan kom ik op de ontwikkelingen in Libanon. Het is goed dat deregering stappen onderneemt om Nederlanders evacuatieopties tebieden. De commissie-Ruys evalueerde de grootschalige evacuatie uitAfghanistan en er ligt een externe evaluatie en een leerboek van deevacuatie uit Sudan. Ik vraag de Minister of deze twee evaluaties zijnmeegenomen op de posten, en zeker de laatste maanden in Libanon. Ikhoop dat de bewindspersonen hierover naar tevredenheid zullenantwoorden. Ik wil verder terughoudend zijn met te veel microma-nagement en bemoeienis als Kamerlid. Ook dát was een les na deKabul-evaluatie.Voorzitter. Het is goed om in de brief over Libanon een bevestiging van desteun voor Israël te zien. De Minister van BZ heeft in duidelijke taal deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 89 Iraanse aanvallen en Hezbollahaanvallen veroordeeld. Toch bevraag ikhem over AVVN-resolutie 1701. Deze vraagt Hezbollah om aanvallen testaken. De resolutie moet regelen dat alleen de Libanese overheid en geenandere gewapende macht in het Zuiden de baas is. In een duidelijk gebiedtussen de grens en de rivier mogen geen gewapende groepen zijn. DeMinister noemt nog steeds dat deze resolutie leidend is, maar de realiteitis anders. Herkent de Minister van BZ dat en heeft hij bij contacten metLibanon en VN-gremia nadruk gelegd op het naleven van de resolutie?Wat zijn volgens hem de consequenties van het niet naleven ervan?Voorzitter. Door het falen van VN-resolutie 1701 wordt Israëls existentiëleveiligheid geraakt. De SGP kan daarom alle begrip opbrengen voor Israëlsacties. Graag herinner ik Minister Brekelmans aan de aangenomenmotie-Tuinman/Stoffer om te verkennen hoe we Israël helpen om hettegen Iraanse luchtaanvallen te beschermen. Kan de Minister uitleggenhoe het met uitvoering hiervan staat?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Dijk. Dan gaan we naar meneer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Voorzitter. Het ongemakkelijke vind ik dat we vandaag natuurlijk een debatzouden voeren over consulaire zaken. Heel veel Nederlanders in hetbuitenland wilden graag dat we het hier zouden hebben over de dienstver-lening aan hen en over bijvoorbeeld de wijze waarop we het mensenmakkelijker kunnen maken om te stemmen bij de aankomende TweedeKamerverkiezingen, waarmee door de heer Wilders steeds wordtgedreigd. Omdat de volledige coalitie een apart debat over het besluit omAfghaanse bewakers te laten vallen heeft geblokkeerd, hebben we geenandere keuze dan het hier vandaag te bespreken, ook al had ik dat nietverwacht. Na de val van Kabul, de motie-Belhaj c.s., het aftreden van tweebewindspersonen, een stevig rapport van de commissie-Ruys en vorigjaar de motie van mevrouw Piri om ook de Afghaanse bewakers vanKamp Holland en onze ambassade in veiligheid te brengen – deze werdmet 124 zetels steun aangenomen – was dat niet nodig. De VVD stemdevoor, BBB stemde voor en het lid Omtzigt stemde voor. Nu zegt hunkabinet in een kort, kil briefje zonder enige onderbouwing: helaas, welaten u zitten in Afghanistan; succes met de taliban.Het voelt ook een beetje als een déjà vu. Het is vandaag exact drie jaargeleden dat de voormalig Staatssecretaris voor Asiel, mevrouw Broekers-Knol, werd teruggefloten omdat ze zei dat er misschien wel 100.000Afghanen naar Nederland zouden komen als gevolg van de motie-Belhaj.Het betrof gegoochel met cijfers die, zoals de heer Boswijk destijds al zei,«totale onzin» bleken te zijn. L’histoire se répète. Nu voeren we hier weereen debat op basis van opgeblazen getallen. Als je dacht dat het nietgekker kon, heeft de PVV-Minister van Buitenlandse Handel ook nog eventot op de cent laten uitrekenen wat de veiligheid van deze mensen zoukosten.Voorzitter. Voor ons is helder dat dit besluit niet deugt, want het mantra«we laten niemand achter» van het Korps Commandotroepen heeftnatuurlijk geen waarde als je bewust mensen achterlaat. Daarom zijn ookveel veteranen woedend. Dit gaat ook over hun militaire eer en betrouw-baarheid. Dat is wat ik het allerminste begrijp: het kabinet richt schade aande betrouwbaarheid van Nederland en daarmee ook aan onze veiligheid.In Nieuwsuur zagen we een Afghaanse commandant zeggen dat hij nooitvoor Nederland was gaan werken als hij had geweten dat Nederland hemen zijn mensen zo zou laten vallen. Hij kent ook de lijst van landen dieallang de beveiligers uit Afghanistan hebben gehaald. De Finse Ministerzei: ze hadden onze Finse vlag op het uniform, ze beschermden onzemensen en daarom zitten ze nu hier. De boodschap van ons kabinet is: alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 810 je Nederlandse diplomaten of militairen beveiligt en jouw land wil jedaarop afrekenen, dan moet je het zelf maar uitzoeken. Wat doet dat metmensen die nú onze diplomaten en militairen bewaken, in al die landenwaar gevaar dreigt? Hoe kan de VVD, een partij die constant hamert ophet belang van internationale veiligheid, de veiligheid van onze diplo-maten en militairen zo op het spel zetten? We lazen in de beslisnota dat erinmiddels 168 verzoeken liggen. 168 Afghanen en hun gezinnen dachtenveilig te zijn, maar krijgen nu de deur in het gezicht. Hoe kan NSC, eenpartij van goed bestuur en een betrouwbare overheid, op die manier zo’nbelofte breken?BBB-leider Van der Plas, die hier nu niet aanwezig is...De heer Kahraman (NSC):De heer Paternotte beschuldigt ons ervan dat wij onze belofte – hij zei«belofte», dacht ik – hebben verbroken. Ik heb me echt verdiept in dekwestie. De motie-Piri c.s. heb ik gelezen. Lijst Omtzigt heeft die gesteund.De oproep daarin was heel duidelijk om een en ander te onderzoeken endaarmee naar de Kamer te komen. Als dat anders is, wil ik het graaghoren. Ik wil graag hier van de heer Paternotte horen waar Nieuw SociaalContract haar belofte niet heeft waargemaakt.De heer Paternotte (D66):De heer Omtzigt was een van de personen die erbovenop zaten dat rechtwerd gedaan aan het werk dat mensen in Afghanistan hebben verrichtvoor ons en de veiligheid van Nederlandse diplomaten en militairen. Omdie reden heeft hij de motie gesteund en ook een heleboel vragen gesteldaan het kabinet over de evacuatie en over de nasleep daarvan. De heerKahraman heeft gezegd dat hij positief-kritisch kijkt naar dit besluit. Ikweet niet wat er positief is aan dit besluit, maar ik had natuurlijk de hoopdat dat het woordje «kritisch» voor Nieuw Sociaal Contract zou inhoudendat NSC hier nog over nadenkt. Maar goed, het feit dat hij hier aangeeftdat NSC nooit enige indruk heeft willen laten ontstaan dat ze dezebeveiligers wilde helpen, geeft aan dat de geschiedenis blijkbaarherschreven moet worden.De voorzitter:Mijnheer Kahraman, dit is uw laatste interruptie.De heer Kahraman (NSC):Prima. Collega’s zeggen nu dat wij beloftes hebben verbroken. Ten eerste.NSC is een nieuwe partij, wel voortgekomen uit Pieter Omtzigt, die over isgegaan naar deze nieuwe partij.Ik heb zelfs letterlijk het verslag gelezen van het commissiedebat waarinde motie-Piri is ingediend. De Minister zei toen zelfs: ik kom in februari biju terug met de onderbouwing voor wat ik mogelijk voor deze groep zoukunnen doen. Wie is hier dan zijn belofte niet nagekomen? Is dat deMinister of zijn wij dat?De heer Paternotte (D66):Wij hebben net een hele stapel stukken gekregen en daaruit wordtglashelder dat de Minister van Defensie twee weken na zijn aantredenheeft gevraagd: hoe kan ik juridisch eigenlijk nog af van de belofte die hetvorige kabinet heeft gedaan op 28 juni? Het was verder inderdaad geenbelofte van NSC, maar een belofte van de Nederlandse regering, van deNederlandse overheid. Als NSC het heeft over goed bestuur, dan heeftNSC het volgens mij niet over het lid Omtzigt of het lid Kahraman, maarover de Nederlandse overheid en de verantwoordelijkheid die dezeregering heeft.De antwoorden hebben we net gezien en daaruit blijkt dat het nog maarde vraag is of je überhaupt van die belofte af kan. Maar feit is dat aan dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 811 168 mensen duidelijk is gemaakt dat ze welkom zijn en dat ze een padnaar veiligheid in Nederland zouden kunnen krijgen. En nu is dus door hetkabinet gezegd: dat pad snijden we alsnog af. Dat is geen goed bestuur.De voorzitter:Helder. Gaat u verder.De heer Paternotte (D66):Ik noemde BBB-leider Van der Plas. Zij is hier vandaag niet. Er is ook geenander lid van haar fractie, maar op 15 augustus 2021 schreef zij: «Stuur nudie vliegtuigen voor tolken, beveiligers, koks en anderen, dankzij wie hetNederlandse leger kon werken in Afghanistan. En breng hun gezinnen inveiligheid.» Wat is er gebeurd met BBB? Waarom vinden zij het nu oké omdie bewakers en hun gezinnen in onveiligheid achter te laten?Voorzitter. Ik wil graag van de Minister van Buitenlandse Zaken weten ofhet besluit op zijn aanwijzing is genomen of op die van de Minister vanDefensie. En waarom heeft hij die aanwijzing dan gegeven en wanneer isdat gedaan? Hoeveel mensen van de 168 aanvragers zijn door u of dooreen collega van u gebeld om te vertellen dat ze toch niet naar Nederlandmogen komen? En welke verklaring heeft hij gegeven? En begrijpt hij hoeongeloofwaardig zijn woorden over het gebrek aan rechten voorAfghaanse vrouwen en meisjes onder de taliban zijn als hij, op hetmoment dat hij daarover spreekt in New York, de Afghaanse bewakers enhun vrouwen en dochters niet naar Nederland laat komen? Daardoor zijnze immers aan de taliban overgeleverd.De Minister van Defensie wil ik vragen wat hij zegt tegen het KamerlidBrekelmans, die vorig jaar zijn fractie adviseerde om voor de motie-Piri testemmen, iets waar de Minister nu afstand van neemt. Hoe heeft hijgekeken naar die Afghaanse commandant die zei dat hij bij nader inzienniet voor Nederland had willen werken? Hoe denkt hij dat de veiligheidvan mensen in het vervolg gegarandeerd kan worden als de beste lokalebewakers niet meer voor Nederland willen werken?Tot slot een vraag aan de Minister van Asiel en Migratie. Haar voorgangerzei: laat duidelijk zijn dat de opvangcapaciteit in Nederland geen enkele rolhoort te spelen bij de vraag of deze mensen naar Nederland kunnenkomen, want dit gaat niet om asielzoekers. Staat deze Minister daar ookachter?Voorzitter. We kunnen het over van alles oneens zijn. Je kunt hier betogendat de taliban misschien wel het beste voorheeft met onze bewakers, ookal zie je de martelingen op tv. Je kunt ook zeggen dat de link tussenmoorden en martelingen van bewakers en het werk van Nederland nietgoed aangetoond kan worden, maar in deze tijd een besluit nemen datoverduidelijk het vertrouwen in Nederland stukmaakt, dat zal nog jarenschadelijk zijn voor de veiligheid van onze militairen en diplomaten. Dat isecht onverantwoord.Mevrouw Van der Wal (VVD):In ieder geval een reactie, want er worden grote woorden gebruikt. Erwordt net gedaan of iedereen op één hoop wordt gegooid. Maar het gaathier om een groep bewakers die niet hoog geprioriteerd is. Die op éénhoop gooien met de tolken en de mensen die direct onze militairenhebben geholpen en die echt in het kamp waren... Nederland heeftruimhartig gehandeld. Nederland heeft een grote groep, bijna 5.000mensen, terecht uit Afghanistan geëvacueerd. Dat is dus inclusief degezinsleden van deze mensen.Dit is een andere groep en dat blijkt ook duidelijk uit de stukken. Hetverbaast mij dan ook juist van de heer Paternotte, die ik ken alszorgvuldig, dat hij deze groepen voor het gemak even op één hoop gooit.Ik zie zorgvuldige overwegingen. Er is zorgvuldig afgewogen of dezegroep wel of niet te screenen is. Is er inderdaad aantoonbaar sprake vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 812 gevaar, gerelateerd aan de missie van op dat moment vijftien jaargeleden? Ik vind het jammer dat daar geen aandacht aan wordt besteed.De heer Paternotte (D66):Ik heb moeite de term «laag geprioriteerd». Het is niet voor niets dat demeeste landen hebben gezegd: deze mensen halen we naar ons toe, wantwe willen ze veiligheid bieden. De meeste landen hebben dat natuurlijkook al veel eerder gedaan. Deze mensen hebben minstens een jaar voorons gewerkt en zij hebben die tijd doorgebracht in de wachttorens, aan depoort of bij de ambassade, terwijl we wisten dat er bij de ambassades inKabul aan de lopende band aanslagen werden gepleegd. Ze werkten opde plekken waar eigenlijk de eerste linie van Kamp Holland lag, de plekwaar rakketten op af konden worden gestuurd. De Finse Minister zei hetvolgens mij op de juiste manier: deze mensen hebben voor onzeveiligheid gevaar gelopen. Dat is waarom zo veel militairen dit eenerekwestie noemen. Ik vind niet dat die mensen laag geprioriteerdbehoren te zijn. We horen er niet op die manier over te praten, want dit iseen ereschuld die we nog hebben in te lossen. En dit zijn de laatstemensen die daaronder vallen.Mevrouw Van der Wal (VVD):Maar dan moeten er wel echt concrete aanwijzingen zijn dat het persoon-lijke gevaar nú voortkomt uit een bijdrage aan die missie van vijftien jaargeleden. Ik heb verder ook begrepen dat deze groep na het vertrek vanNederland ook nog heeft bijgedragen aan missies van andere landen. Ikvind dat wel het totale verhaal moet worden verteld, omdat er volgens mijdoor het kabinet een redelijk genuanceerd beeld is neergelegd.De voorzitter:Er is geen vraag gesteld, maar u mag heel kort reageren. Daarna graagdoor met uw betoog.De heer Paternotte (D66):De ministerraad heeft op 28 juni een besluit genomen, onder anderewetende dat in de beslisnota’s van Minister Ollongren werd geschetst dathet onmogelijk is om uit te sluiten dat mensen in die complexe situatie inAfghanistan in onveiligheid zitten. We weten dat er al mensen vermoordzijn. Van de week konden we op Nieuwsuur zien dat mensen gemarteldzijn. Je kunt dan zeggen «we willen dat bij iedereen eerst wordt vastge-steld dat het gevaar dat ze lopen een-op-een verband houdt met het feitdat ze voor Nederland bewaker zijn geweest», maar je kunt ook redeneren«we weten dat er aan de lopende band mensen slachtoffer worden». Daarlaten deze mensen ook bewijzen van zien, bijvoorbeeld filmpjes die zehebben gemaakt van taliban die volledig bewapend voor hun deur staan.We weten dat veel mensen daarvan slachtoffer zijn geworden en dat iseen van de redenen waarom de aantallen waarschijnlijk lager zullen zijn.We hebben net als andere landen de verantwoordelijkheid om te latenzien dat Nederland mensen niet achterlaat, omdat Nederland anders hetsignaal geeft: als je ons beveiligt en bewaakt, dan kunnen we je toch nogbest achterlaten.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ik zit hier met plaatsvervangende schaamte. Ik zalmijn inleiding anders beginnen, want vanwege de tijd wil ik me storten opde stukken die ons toe zijn gestuurd. Daarin zijn juridische scenario’s enredenen geschetst waarom dit kabinet zich niet gebonden zou moetenvoelen aan de toezegging. Die argumenten zijn flinterdun.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 813 Het eerste argument is dat het niet past binnen het hoofdlijnenakkoordvan het nieuwe kabinet. So what! In december is er gewoon eentoezegging gedaan aan de Kamer. Er is al een besluit genomen en ditkabinet hoeft toch niet elk ander besluit terug te draaien? Dit is eennon-argument.Voorzitter. Het volgende argument: er is een groot tekort aan opvang-plekken in Nederland. We hebben net de term «druppelsgewijs» gehoorden dit kan dan ook geen argument zijn. De mensen komen niet in één keeren ook dit argument snijdt dus geen hout.Voorzitter. Er is geargumenteerd dat er tot nu toe geen signalen zijn datdeze groep gevaar loopt. Maar heeft het kabinet dan wel de uitzendingvan Nieuwsuur gezien? Er zijn vorig jaar vijftien mensen geëxecuteerd!Ook dit argument valt niet hard te maken en als dat wel zo is, dan hoor ikdat graag.Het volgende argument: het is inmiddels drie jaar geleden dat Kabul viel.Nou en! De kritiek op Nederland is nou juist dat wij het land zijn dat hetals een van de slechtste landen van de landen die actief zijn geweest inAfghanistan heeft gedaan. Het is dus geen reden om het niet te doen. Hetis juist een aansporing om het sneller te doen.Voorzitter. Het volgende argument: het vorige kabinet heeft voldoendegedaan wat betreft de evacuatie. Dat is niet het geval en daarom is er op19 december 2023 een toezegging gedaan aan de Kamer door Rutte IV.Mensen zijn nog steeds in afwachting en dat is ook de reden waarom ernu juridische procedures lopen.Voorzitter. Al deze argumenten snijden geen hout. Het is verschrikkelijk.Het is eerloos om terug te komen op de belofte aan de Afghaansebewakers. We hebben het over mensen die aantoonbaar een groot risicolopen, omdat ze onze ambassade en onze militaire basis bewaakt hebben.Voorzitter. De gevolgen van deze beslissing zijn zeer pijnlijk. De argumen-tatie snijdt geen hout en daardoor is het ook juridisch kwetsbaar. Ik geefdat aan in het kader van behoorlijk bestuur. Maar het is ook pijnlijk, omdatwe een aantal jaar geleden deze discussie ook al hebben gehad. En notabene twee Ministers hebben toen hun lot verbonden aan dit dossier,omdat het niet goed ging. Ik krijg een déjà vu.Voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Is het niet veel verstandiger om aande koers van het vorige kabinet vast te houden, omdat deze wijzigingjuridisch kwetsbaar is? Kan de Minister daarop ingaan?Voorzitter. Ik kan me ook niet voorstellen dat de Minister van Defensietrots is op dit besluit, want alle militaire vakbonden verzetten zich tegendit besluit en spreken over het niet nakomen van een ereschuld. Kan deMinister reageren op de militaire vakbonden?Voorzitter. Het gaat ook niet om grote aantallen. Kan de Minister beves-tigen dat de aantallen, die mevrouw Piri genoemd heeft, kloppen en datde eerdere aantallen, die de heer Kahraman genoemd heeft, inderdaadooit eerder zijn genoemd, maar dat er inmiddels een hoop gebeurd is?Zijn die aantallen daardoor niet onjuist? En als de Minister toch vanmening is dat het grote aantal dat genoemd is in de brieven, wel klopt,kunnen wij dan een gespecificeerde onderbouwing krijgen?Voorzitter. Gaat het om de kosten? Zo ja, dan hoor ik dat graag. Hetkabinet maakt namelijk wel een rekensommetje van mensenlevens, eenakelige kruideniersmentaliteit. Het gaat om mensenlevens! Onzeereschulden betalen we kennelijk alleen als het niet te veel kost. Als dathet geval is, is dat schandalig.Voorzitter. Ook de geloofwaardigheid van Nederland wordt hierdooraangetast. Het is toch zeker bespottelijk dat wij Afghanistan de les lezenover vrouwenrechten en Afghanistan daarvoor voor de rechter dagen,maar tegelijkertijd geen hand uitsteken voor de mensen die door hetregime worden bedreigd vanwege hun inzet. Kan de Minister vanBuitenlandse Zaken hierop reageren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 814 Voorzitter. Ik vraag de Minister van Asiel en Migratie of er rekening wordtgehouden met het scenario dat de rechter het besluit terugdraait. Kunnendaarvoor de modaliteiten wel alvast uitgewerkt worden? Of zijn er alplannen? Ik hoor graag of de Minister daarop voorbereid is.Tot slot een oproep aan de fracties. Ik wacht de bijdrages van de coalitie-partners af, maar ik wil hen nu al vragen om naar de argumentatie tekijken waarom het besluit is teruggedraaid. U kunt niet met droge ogenbeweren dat dit hout snijdt. Ik roep u op om onze ereschuld aan demensen die ons beveiligd hebben, die onze militairen beveiligd hebben, inte lossen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ceder. Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik ben het helemaal eens met de sprekers voor mij.Ik wil daar nog wel wat aan toevoegen, maar met wat zij hebben gezegd,ben ik het helemaal eens.De mensen die hebben gewerkt voor de missie in Afghanistan, zitten nogsteeds vast. Er is al een paar keer gerefereerd aan de uitzending van eenpaar dagen geleden van Nieuwsuur. Die uitzending liet de dagelijkserealiteit van een aantal van die mensen zien. Er is sprake van mishan-deling. Een voormalig bewaker van Kamp Holland vertelde wat er zougebeuren als de taliban erachter komen dat hij voor de Nederlandseregering heeft gewerkt. «Dan arresteren ze mij. Ze zullen mij vermoorden,mijn keel doorsnijden.» Dat is wat hij zei. Dat is een heel ander signaaldan wij hier lezen in de stukken die wij vier minuten voor de aanvang vandit debat hebben gekregen. Daarin staat namelijk dat er geen signalenzouden zijn dat deze groep gevaar loopt. Nou, dat is er in ieder geval aléén. Ik ben dus heel benieuwd naar hoe het kabinet tot dit standpunt heeftkunnen komen, gezien de eerdere besluiten die hierover zijn genomen ende signalen die er wel degelijk zijn.De man die in Nieuwsuur zijn verhaal deed en vele anderen hebben spijtdat ze ooit voor Nederland hebben gewerkt. Hij heeft gelijk, wantbijvoorbeeld uit het rapport van Sara de Jong blijkt dat Nederland het invergelijking met andere landen het slechtst heeft gedaan. De landen omons heen hebben hun bewakers gewoon opgenomen.Het gemak waarmee het kabinet afgelopen vrijdag zijn beslissing kenbaarmaakte, vind ik schaamteloos. Dit kabinet gaat gewoon geen moeite meerdoen en laat deze mensen zitten. In een briefje werden we geïnformeerddat dit kabinet een door een grote Kamermeerderheid aangenomen motieen het besluit van het vorige kabinet van tafel veegt, terwijl het om eenbeslissing gaat over mensen die gevaar lopen, omdat zij Nederlandgediend hebben. Het kabinet laat die mensen keihard vallen, alsof ze nooitbestaan hebben. Hoe durft het kabinet, zou ik willen vragen. Waar is hetmoreel besef? Hier zou ik graag een serieus antwoord op krijgen.Er is een ereschuld aan deze mensen en die moet worden ingelost. Ik zagechter zojuist op RTL Nieuws dat Minister Veldkamp tegen RTL heeftgezegd dat «ereschuld» de verkeerde terminologie zou zijn. Dan ben ikwel heel benieuwd waarom dat zo zou zijn, want volgens mij is er weldegelijk een ereschuld.Wij moeten worden gerustgesteld met het zinnetje: geen zorgen, hetkabinet blijft oog houden voor schrijnende gevallen. Schrijnendegevallen! Bedreigd worden, mishandeld worden, je leven niet zeker zijn,moeten vluchten en niet kunnen werken: is dat niet schrijnend genoeg,vraag ik de Minister. En hoe schrijnend moet het dan worden en hoe rijmthij dit met het besluit van dit kabinet om de bewakers die door hun werkvoor Nederland gevaar lopen, niet uit Afghanistan weg te halen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 815 In de eerdergenoemde brief, die we op 30 september van de vakbondenhebben gekregen, wordt ook gesteld dat de inspanningen van dit kabinetvoor schrijnende gevallen überhaupt een loze belofte blijken. Alsvoorbeeld wordt daar een van de ambassadebewakers genoemd diezwaar wordt bedreigd door de taliban, maar bij wie een verzoek om derechtszaak te versnellen negatief werd beoordeeld. Nu gaat u natuurlijkzeggen «we gaan niet in op individuele gevallen», maar u heeft ditvoorbeeld ook gezien, gelezen en gekregen. Hoe zit het nu met de zin diewe hebben mogen lezen, namelijk: «Het kabinet blijft oog houden voorschrijnende gevallen.»? Hoe definieert dit kabinet een schrijnend geval?Hoe zorgt u ervoor dat dossiers van schrijnende gevallen met spoedworden beoordeeld? Hoe kan de conclusie een andere zijn dan de beloftedie al is gedaan aan al deze mensen die voor Nederland hebben gewerktom ze uit Afghanistan weg te halen?Het besluit van dit kabinet om de mensen die zich langer dan een jaar ensoms vele jaren lang hebben ingezet voor Nederland, die de beloftehebben gekregen dat ze zouden worden geholpen en aan wie we eenereschuld hebben, nu te laten zitten kan niet en mag niet. We roepen dezeMinisters dan ook ertoe op om dat besluit terug te draaien.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. Het Westen heeft met de zogenaamde war on terrorchaos gezaaid in Afghanistan en het Midden-Oosten. In die oorlogen zijnniet alleen talloze burgerslachtoffers gemaakt, maar zijn Afghanen ookvoor ons karretje gespannen en gebruikt. Zij worden nu uiteindelijkafgedankt als wegwerpartikelen. Het zou niet passen in het hoofdlijnenak-koord. Het zou te lang geleden zijn. Er zou een tekort zijn aan opvang-plekken. Er is een kille berekening gemaakt van hoeveel mensen kosten.Het gaat hier om mensen die wij ons woord hebben gegeven. We drageneen plicht richting hen en toch zien we een regering die deze mensen alseen kille boekhouder liever laat stikken vanwege bureaucratischedrogredenen, financiële hocus pocus en PVV-onmenselijkheid.We zien dat de regering de keuzes lijkt te onderbouwen met rammelendecijfers. Zo telt zij 914 mensen, terwijl er van 735 van hen al jaren nietsvernomen zou zijn. Het is waarschijnlijk dat een groot deel van henAfghanistan al heeft verlaten. Kan de Minister erkennen dat de groteaantallen waarmee in de brief wordt geschermd, en ook het genoemdebedrag een overdrijving van de feiten zijn? Waarom zijn aantallen en geldüberhaupt een argument als het erom gaat je morele verantwoorde-lijkheid te pakken en je beloften na te nakomen? Dan ben je toch eigenlijkniets meer dan een onmenselijke boekhouder?Voorzitter. De daadwerkelijke, veel kleinere groep bewakers zal ook nietplotsklaps naar Nederland reizen. De IND zal niet opeens overspoeldworden door de druk, zoals de regering stelt. Ook dat is een drogredenvan kille boekhouders, want we lezen in de Staat van het Consulaire datde bewakers slechts druppelsgewijs naar Nederland overgebracht kunnenworden. Kan de Minister dus onderkennen dat de druk op de INDminimaal zal zijn en dat dit een drogreden is? Zo niet, hoe onderbouwt zijdit dan? Dat doet ze toch niet zoals bij die vermeende asielcrisis, waarvoorzij nog steeds een dragende motivatie bij elkaar aan het schrapen is?In de brief wordt met geen woord gerept over de veiligheid van demensen. Is dat alleen al eigenlijk niet een schandalige constatering? Britsemedia hebben uitvoerig gedocumenteerd hoe bewakers herhaaldelijk zijnafgetuigd en gemarteld. Er zijn mensen vermoord. We hebben media-uitzendingen gezien. We kennen de noodkreten. Vorig jaar november zeide Minister van Defensie nog dat er aanhoudende signalen zijn datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 816 bewakers in gevaar verkeren. Wat is er sinds november veranderd? Kande Minister inmiddels uitsluiten dat bewakers gevaar lopen?Voorzitter. Dan de Israëlische bombardementen op Libanon waarbijhonderden burgerslachtoffers zijn gevallen, de misdadige aanslag metexploderende piepers, de militaire invasie van Libanon waardoor meerdan een miljoen mensen op de vlucht zijn geraakt, en alle zaken die desituatie in Libanon totaal onhoudbaar maken. We krijgen al dagenberichten van Nederlanders die te midden van die verschrikkingenvastzitten. Mijn vraag aan de Minister is waarom andere landen veeleerder het besluit leken te hebben genomen om hun burgers daar weg tegaan halen. Waarom biedt Nederland alleen repatriëring aan en geenevacuatie? Is honderd procent duidelijk hoeveel Nederlanders er inLibanon zijn? Is er actief contact met al die mensen en zijn er mensen dieom praktische redenen niet naar Beiroet kunnen voor de repatriëring? Hoegaat de Nederlandse regering daarbij helpen? Wanneer gaat de Neder-landse regering eindelijk echt druk zetten op de Israëlische schurkenstaatom het staakt-het-vuren niet meer te saboteren? Want we kunnen tochniet eindeloos repatriëren uit de regio omdat de Israëlische agressie maargeen halt wordt toegeroepen?Ik wil ook opnieuw aandacht vragen voor Abed, die nog altijd niet uit Gazakan vertrekken. We lezen dat nog steeds een dertigtal Nederlanders zoalshij vastzit in Gaza. Kan de Minister erkennen dat deze mensen vastzittenomdat Israël ze niet laat vertrekken? Kan hij daarmee toegeven dat Israëleigenlijk Nederlandse staatsburgers in Gaza vasthoudt? Als Israël ze nietlaat gaan, kunnen we ze dan niet gewoon zelf gaan halen? Want we wetendat we dit onder het internationaal recht mogen doen.Voorzitter. Tot slot wil ik de petitie benoemen voor het visumvrij reizentussen Nederland en Suriname. We hebben historische banden, econo-mische banden en familiebanden met Suriname en nog veel meer. NeemtNederland niet een te afwachtende rol in de verwezenlijking van hetvisumvrij reizen? Is er iets wat de regering meer kan doen om zichhiervoor in te spannen? Als dat het geval is, dan hoor ik het graag.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Baarle. Dan gaan we naar mevrouw Koekkoek.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. No man left behind, we laten niemand achter; dat is hetmotto van ieder zichzelf respecterende krijgsmacht, en terecht, want als jeje leven in de waagschaal stelt om de waarden van Nederland teverdedigen, dan horen we daarvoor te staan, dan horen we ervoor tezorgen dat je veiligheid beschermd wordt en dat jij en je naasten nietgestraft worden voor de waardevolle taak die je voor Nederland vervult.Dan hebben wij, de Nederlandse Staat, de morele plicht om ervoor tezorgen dat je niet achtergelaten wordt. Maar dat is precies wat dit kabinetnu wél doet: met een kort en kil briefje wordt in drie alinea’s een besluittoegelicht. Of ik kan beter zeggen dat het kabinet dat in die drie alinea’sniet toelicht, want de boodschap is: bij nader inzien gaan we het andersdoen. Waarom het kabinet het anders gaat doen, welke zwaarwegenderedenen er zijn om af te wijken van een eerder standpunt, wordt nietvermeld. Neem dan de manier waarop dit debat gaat – collega Dobbe gafhet al aan. Minister Veldkamp staat voor het debat begint bij eenRTL-camera en zegt daar: ik ga niet overstag; ik ga niks anders doen. Alsde redenen, de argumenten, van de Kamer niks meer wegen voor deMinister, waarom voeren wij dit debat dan?Om even terug te komen op de onjuiste terminologie van zo’n«ereschuld»: Een ereschuld is een schuld die men als man van eer, mensvan eer, moet voldoen. Wij hebben inderdaad een ereschuld tegenoverdeze mensen, die met gevaar voor eigen leven tijdens oorlogsjarenNederlanders hebben beschermd. Dus ik vraag aan de Minister: welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 817 zwaarwegende redenen zijn er om die ereschuld niet in te lossen? Juistdeze mensen lopen nu extra gevaar onder het talibanregime. Zeker vijftienvan hen zijn al vermoord. Bewakers worden gemarteld en moetenwekelijks van adres veranderen. Huizen worden in brand gestoken. Zoonsworden opgepakt. Broers worden vermoord. Mensen moeten onder-duiken. Alle andere landen die ook missies hebben uitgezet, hanteren eenalgemeen beleid, precies omdat je mensen in levensgevaar brengt. En nuzegt het kabinet zonder zorgvuldige onderbouwing dat we ons niet meerzullen inspannen voor deze mensen.Omdat ieder spoor van onderbouwing ontbreekt, kan ik dit alleen maarwijten aan hardvochtig en cynisch beleid van dit kabinet, ingegeven doorhet wensdenken dat deze kilheid iets goeds doet voor het oplossen van deopvangcrisis. Zelfs als ik mee probeer te redeneren in de gedachtegangvan sommigen dat één mens hierheen halen al te veel zou zijn, dat dat teduur zou zijn, dan nog ontbreekt de logica om juist deze mensen af teserveren. Want welk signaal geven wij hier nu mee aan de lokale mensendie Nederlandse soldaten beschermen? Wat is je woord waard als jeterugkomt op een afspraak die gaat over het redden van mensenlevens,als je simpelweg liegt tegen mensen die essentieel zijn voor het slagenvan missies en die dat met hun leven moeten bekopen? Ik hoor graag eenreflectie van de Minister op wat dit doet voor de veiligheid en slagings-kansen van de Nederlandse inzet van huidige en toekomstige missies.Voorzitter. De chaotische evacuatie na de val van Kabul staat in mijngeheugen gegrift. Het beeld van mensen die uit wanhoop aan hetonderstel van een vliegtuig gingen hangen om daarna hun doodtegemoet te vallen, kan niemand loslaten. Niet alleen zijn hier tweebewindspersonen voor afgetreden; we weten ook dat mensen vermoordzijn omdat wij ze niet op tijd weg konden krijgen. De commissie-Ruysoordeelde niet voor niets keihard over de passieve houding vanNederland. Er is sprake van positief wensdenken over het gevaar van detaliban en er was onvoldoende nagedacht over wie er gevaar zou lopen bijeen machtsovername. Nu lees ik in de onderliggende stukken en hoor ikvan collega-Kamerleden dat we naar het causaal verband moeten kijken.Tja, ik denk dat het causaal verband moeilijk níét te zien valt en dat wij alsNederland daar, nogmaals, een ereschuld in hebben.Voorzitter. Dan over Libanon, want nu is daar de nood aan de man. Ik hebeen vraag aan de Minister – volgens mij vroeg collega Van Baarle daarook al naar. Duitsland kon maandag al mensen repatriëren uit Libanon.Ondertussen is van daaruit zelfs al een tweede vlucht geweest. Waaromduurt het dan voor Nederlanders tot vrijdag voordat er een repatriërings-vlucht kan vertrekken uit Libanon? Op basis waarvan besluit een Duitseoverheid dit proces te starten en waarom resulteerde dat in geval vanLibanon in vluchten die vier dagen sneller konden plaatsvinden? Wat ishier het verschil?Het kabinet geeft aan dat Nederlanders die niet kunnen vertrekken uitLibanon, zeer waarschijnlijk niet meer geholpen kunnen worden door deNederlandse ambassade. Welke maatregelen worden er genomen omNederlanders ervan op de hoogte te stellen dat ze zullen moetenevacueren? En tot op welk punt in het conflict zal de Nederlandseoverheid nog Nederlanders evacueren?Dan heb ik ook nog een vraag over de humanitaire situatie.De voorzitter:Dat is uw laatste vraag.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dat is mijn laatste vraag, voorzitter. Hoe voorkomen wij eh ... Sorry,voorzitter, nu ben ik een klein beetje van mijn à propos.De VN heeft gevraagd om 424 miljoen aan steun voor Libanon te geven.Wordt er ook additionele humanitaire steun vrijgemaakt? En als hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 818 antwoord nu nog niet gegeven kan worden, kan dat dan in ieder gevalvoor het commissiedebat over humanitaire hulp van volgende weekgegeven worden?Dank, voorzitter.De voorzitter:U was het even kwijt, maar u maakte er gewoon zo twee vragen van. Datdeed u zeer vakkundig. Mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, dank u wel. Eerst even over de stukken. Het kan natuurlijk nietdat we vlak voor een debat, vier minuten van tevoren, nog zo veel stukkenkrijgen. Maar als er één ding uit die stukken blijkt, dan is het dat hetkabinet naarstig op zoek is gegaan naar argumenten om af te zien van ditbesluit en dat al die argumenten zo lek zijn als een mandje. Er staat hierletterlijk: er zou geen causaal verband aan te wijzen zijn tussen mogelijkgevaar en werkzaamheden. Geen causaal verband.Ik denk dat iedereen RTL Nieuws heeft gezien. Ik zal even tweevoorbeelden kort herhalen. Een man die twaalf jaar als bewaker werktevoor de Nederlandse ambassade, mocht niet naar Nederland komen. Detaliban greep de macht en op weg naar huis werd hij aangevallen. Hijoverleefde ternauwernood en moest onderduiken. Deze regering zegt:zoek het maar uit! Een andere voormalig medewerker kreeg drie ledenvan de taliban aan de deur. Ze bedreigden hem. Hij maakte een filmpje,dat hij naar Nederland stuurde in de hoop dat zijn asielverzoek snellerbehandeld zou worden. Deze man laat het kabinet in de steek. Kan deMinister van Defensie ingaan op de risico’s die onze bewakers daar lopen?Erkent de Minister dat deze oud-beveiligers nog steeds risico’s lopen ofgooit hij deze signalen de deur uit en doet hij ze af als niet serieus of alsgeen signaal?Voorzitter. Verder zien we in de stukken dat de landsadvocaat zegt dat ereen zeer groot risico is op rechtszaken. Dat wil natuurlijk nog niet zeggendat die rechtszaken ook worden gewonnen. Maar hoe zou het zijn voor demensen die daar nu zitten om zo’n proces door te moeten, met eenoverheid die tegenover hen staat en die aan het procederen is tegenkwetsbare mensen? Wat doet dat met het aanzien van Nederland? Watdoet dat met het aanzien van Defensie? Graag een reactie van deMinisters. Wat doet dit met de betrouwbaarheid van Nederland en vanDefensie? Heeft de Minister daar überhaupt over nagedacht? Hoeverwacht de Minister ooit nog het vertrouwen te krijgen van lokalemensen als we hulp nodig hebben bij toekomstige militaire missies? Watverwacht de Minister dat de impact van het besluit is op de huidige lokaleambassademedewerkers in gevaarlijke landen?Voorzitter. Dan de kosten. Het zou € 75 per dag per geëvacueerdemedewerker kosten. Dat is blijkbaar te duur, maar we gaven destijds welmeer dan 1 miljoen euro per dag uit aan de missie in Uruzgan. Dieverhoudingen zijn totaal scheef. Dat vonden we niet te duur. Wat weegtzwaarder, geld of de ereschuld die Nederland heeft? Het gaat als het goedis om een zeer beperkt groepje mensen, maar daar schept het kabinet veelverwarring over. Dus mijn vraag is: kloppen de cijfers die mevrouw Pirinet helder uiteengezet heeft? Graag een bevestiging. Tot slot wordt er ooknog mooie sier gemaakt met de rechten van vrouwen en meisjes inAfghanistan. Hoe durf je! Hoe durf je niet je ereschuld na te komen entegelijkertijd wel te doen alsof je mooie rechten voorstaat en onzewaarden uitdraagt? Het is schandalig. Ik dacht dat dit kabinet niet dieperkon zakken na al die asielvoorstellen, maar blijkbaar kan het nog dieperonder de morele ondergrens zakken.Voorzitter. Nog één vraag over de evacuatie van Nederlanders uit Libanon.Daar leek de overheid langzamer in actie te komen dan in andere landen.Kan de Minister hierop ingaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 819 Voorzitter. Tot slot wil ik nog een moreel appel doen op met name NSC ende BBB, hier vandaag helaas niet is. Die stonden eerder wel voor hetoverbrengen van Afghanen die hun leven voor ons gewaagd hebben. Hetkan toch niet waar zijn dat de harteloosheid het hier wint van onzeereschuld?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Teunissen. Meneer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik besef de zwaarte van het onderwerp dat wijvandaag met elkaar bespreken maar al te goed. Voor ons ligt een duivelsdilemma, maar dit is de reden waarom ik de politiek in ben gegaan: naareer en geweten belangen afwegen. In dit geval wil ik rekening houden metzowel de belangen van de betrokkenen als de belangen van onsKoninkrijk.Voorzitter. Sinds het verschijnen van de brief heb ik heel veel gesprekkengevoerd met uiteenlopende experts en ervaringsdeskundigen, zoalsveteranen die in Afghanistan gediend hebben, een advocaat die op ditmoment contact heeft met de bewakers, een gespecialiseerde professoren een voormalig vakbondsvrouw, de dame die ook in het programmaNieuwsuur te zien was en die opkomt voor de groep ASG-bewakers. Dekwestie is zeer ingewikkeld. Een besluit als dit kan niet worden genomenzonder uitgebreid onderzoek, advisering en bespreking daarvan in deTweede Kamer. Laat staan dat hierop gehandeld kan worden. Alle landendie in Afghanistan hebben geopereerd, worstelen met hetzelfde duivelsedilemma: hoe gaan we om met de mensen die voor onze operatie inAfghanistan hebben gewerkt, direct of indirect? Wie krijgt wel en wie krijgtgeen toestemming om over te komen?Voorzitter. Uit al deze gesprekken is mij één ding duidelijk geworden. Ikheb ze allemaal op de man af gevraagd: kunt u mij een voorbeeld gevenvan een land dat iedereen heeft overgehaald uit een land dat voor henheeft gediend? Ik kreeg daarop van geen een een antwoord.De voorzitter:Meneer Kahraman, er zijn een aantal vragen voor u. Meneer Paternottewas volgens mij het eerst.De heer Paternotte (D66):Ik had me voorgenomen om even te luisteren naar wat de heer Kahramannog verder te vertellen had. Hij zei: zo’n besluit kan niet genomen wordenzonder een goed, fatsoenlijk en uitgebreid debat in de Tweede Kamer. Ikvraag me af hoe hij erover oordeelt dat de Minister bij het binnenwan-delen van deze vergadering heeft gezegd dat deze vergadering geen enkelverschil gaat maken. Hij zei: ik ga er niet op terugkomen.De heer Kahraman (NSC):Ik heb zijn uitspraak niet gezien of gehoord. Maar laat ik het zo zeggen: heteerste besluit, het besluit om iedereen over te halen naar Nederland, hadmet deze Kamer besproken moeten worden. Het had niet weggestoptmoeten worden in een notitie over consulaire zaken. Ten tweede hetbesluit van dit kabinet, waarvoor we hier vanavond bijeen zitten. Wemoeten vandaag met elkaar beoordelen of het besluit van dit kabinet hetjuiste besluit is. Daar debatteren we over. Maar ik had ook graag eendebat willen voeren over het vorige besluit. Helaas is dat niet voorgelegd.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 820 Meneer Paternotte, mijn complimenten voor de vorige interruptie. Diewas buitengewoon kort. Heel goed. Die tellen we niet mee. Uw volgendeinterruptie. Nee? Meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):De heer Kahraman had het over een duivels dilemma. Hij doet vermoedendat het erom gaat dat we iedereen over willen laten brengen en datNederland dus iets zou gaan doen wat andere landen niet doen. Kan hijuitleggen hoe hij tot de conclusie komt dat we iedereen die Nederlandooit geholpen heeft, willen laten overbrengen? De heer Kahraman is tochbekend met de criteria? Wat vindt hij van die criteria en wil hij zijnuitspraak terugnemen? Want dat is gewoon niet zo.De heer Kahraman (NSC):Met iedereen hiernaartoe halen, bedoel ik: iedereen die ASG-bewakerwas. Het vorige kabinet heeft gezegd: met EUPOL wordt geen modaliteitvoorzien. Ik moest aan mijn collega’s vragen wat hiermee werd bedoeld.Het antwoord dat ik van een collega kreeg, was: hier gaan we niets meedoen. Het vorige, demissionaire, kabinet kondigde, vier dagen voordat hetwerd overgedragen aan dit kabinet, een besluit aan in een document overconsulaire zaken, zonder dit met één woord te benoemen in de brief dieerbij zat. Er werd zelfs met geen woord over gerept in de beslisnota. Maardat is niet mijn duivelse dilemma. Mijn duivelse dilemma is: wie gaan wewel overhalen en wie niet? Gaan we iedereen overhalen? Met «iedereen»bedoel ik: de ASG-bewakers. Dat heb ik, denk ik, verduidelijkt. Wie gaanwe wel halen en wie niet?De voorzitter:Helder. Meneer Ceder, een vervolgvraag?De heer Ceder (ChristenUnie):Telt deze mee?De voorzitter:Die was ook heel kort. Dit antwoord telt wel dubbel, maar uw vraag washeel kort. Nee? De heer Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Van Dijk.De voorzitter:Sorry, meneer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik heb aandachtig geluisterd naar de heer Kahraman. Wat hij zegt over demorele dilemma’s en hoe hij zich erin heeft verdiept, geloof ik graag.Geen enkele twijfel wat dat betreft aan de intentie van de heer Kahraman.Wat mij echter toch wel heeft geërgerd, is dat ik in het briefje – het isnauwelijks een briefje te noemen – van het kabinet juist niks zie van dieduivelse dilemma’s en morele afwegingen. Dat maakt mij toch achter-dochtig. Waar komt dit vandaan? Wat zit hierachter? Heeft de heerKahraman dat onbehagelijke gevoel ook?De heer Kahraman (NSC):Ik ben het eens met de heer Van Dijk. Ik vind dit ook. Ik heb het eigenlijkook in mijn tekst aangegeven: een dergelijk besluit moet echt goedonderzocht worden. Ik moet hier niet met mijn collega’s een discussievoeren over de vraag of het 915 mensen, 200 mensen, 600 mensen of 500mensen zijn. Ik heb nu al verschillende getallen gehoord. Ik ga af op wat ikkrijg van kabinet. Ik kan u vertellen: als ik het kabinet erop betrap dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 821 gegoocheld heeft met getallen en onjuistheden heeft weerspiegeld... Maarik heb ook gekeken naar getallen van het vorige kabinet. Daar heb ik echt915 mensen gezien. Het dilemma voor mij is als volgt. Ik vind ook dat ditkabinet het echt beter had moeten onderbouwen. Maar het vorige kabinetheeft niks onderbouwd. Dat vind ik nog kwalijker.De voorzitter:Meneer Van... Nee, ho, ho, ho, ho, ho. Luister, net was het nog leuk, maarnu ben ik een beetje klaar met het gepraat buiten de microfoon, zowel terlinkerzijde van de Kamer als hier ter rechterzijde. Meneer Van Dijk, u heefthet woord, en niemand anders.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor het antwoord. Dan ben ik toch wel benieuwd hoe zwaar de heerKahraman straks weegt in hoeverre het kabinet blijk geeft van de moreledilemma’s en de pijn die dan gevoeld wordt, welke kant het uiteindelijkook op valt. Het gaat hier simpelweg om moraal.De heer Kahraman (NSC):Die vraag die kunt u ook stellen aan de Ministers. Ik heb de afgelopen vijfdagen echt gezeten met de vraag wat ik hiermee moet. Ik heb me er echtin proberen te verdiepen. Ik heb ook geprobeerd mensen te bellen die deandere kant bekijken. Ik heb de dame die bij Nieuwsuur was, die opkomtvoor deze mannen – en misschien ook vrouwen, maar ik denk dat hetvoornamelijk mannen zullen zijn – echt een halfuur aan de lijn gehad. Ikheb met haar doorgesproken hoe zij ernaar kijkt. Zij kwam met 120. Ik zei:maar mevrouw, wat doen we met die andere 700 mensen? Ik heb ook dieprofessor anderhalf uur aan de lijn gehad en gevraagd: kunt u mij eenland noemen dat een generaal pardon heeft? Dan heb ik het overbewakers, niet over de ASG. Zij kon mij geen land noemen. Maar ik hoordat hier wordt gezegd dat andere landen iedereen overnemen die voorhen heeft gewerkt. Die verduidelijking zou ik graag van het kabinet willenhebben. Zijn er landen die hebben gezegd: iedereen die voor ons heeftgewerkt als ASG-bewaker mag binnenkomen zonder enige voorwaarde?De voorzitter:Helder. Meneer Van Dijk, had u nog een vervolgvraag? Nee.De heer Ceder (ChristenUnie):Misschien komt mijn collega hier nog in zijn betoog op terug, maar ikprobeer oprecht af te pellen waar het dilemma zit. Ik hoor de heerKahraman enerzijds zeggen: ik weet niet hoeveel mensen het zijn, dus hetis een overweging van hoeveel personen het er zijn. Dan is de vraag waarde heer Kahraman de grens trekt. Als hij zegt dat hij niet meer wil doendan andere landen, dan hoor ik dat ook graag. Maar waar zit uw wegingten aanzien van hoe u straks op mogelijke moties gaat stemmen? Watgaat u toetsen?De heer Kahraman (NSC):Voor mij is het morele dilemma niet het aantal of wat andere landen welof niet doen. Voor mij is het morele dilemma: hebben wij een goederegeling voor mensen die echt in nood zijn en wier leven niet zeker isomdat zij voor ons hebben gewerkt? Dat is mijn dilemma. Hoe maak ik datonderscheid en hoe ga ik dat goed in een regeling krijgen? Want wehebben het geprobeerd. We hebben een tolkenregeling. Daar zaten ookbewakers in. Twee jaar later kwamen we als Kamer met z’n allen met: wezijn een groep vergeten. Mijn dilemma is: vergeet ik hier niet een groep?De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 822 De heer Kahraman geeft aan dat zijn dilemma is: als ik meega met demotie om een groep mensen over te brengen, vergeet ik dan niet nog eengroep; want ik wil graag iedereen helpen die er oprecht voor inaanmerking komt. Zo vul ik het in. Betekent dat in ieder geval dat ditbesluit van het kabinet voor u te ver gaat – u zegt namelijk dat u in iedergeval wie hiervoor in aanmerking komt, wil helpen – maar dat uw bezwaaris dat u nog op zoek bent of er nog andere categorieën zijn, en dat u diegraag inzichtelijk wil hebben? Is dat uw bezwaar tijdens dit debat?De voorzitter:Dat is een heldere vraag.De heer Kahraman (NSC):Mijn bezwaar is inderdaad dat het vorige kabinet een besluit heeftgenomen, waarbij wij als Kamer het kabinet hebben verzocht te onder-zoeken hoe het nou zit met de ASG-bewakers en de EUPOL-bewakers, endaarmee terug te komen, zodat we met z’n allen kunnen bepalen wat wegaan doen: gaan we ze allemaal binnenhalen of gaan we een aantalcriteria vastleggen? Zoals ik dit stuk van de Staat van het Consulaireinterpreteer, maar ik hoor het graag van het kabinet of mijn collega’s alshet anders is, heeft het vorige kabinet besloten om iedereen die voldoetaan het criterium ASG-bewaker over te halen naar Nederland, zonderenige andere voorwaarde. Nou ja, behalve de tolkencriteria die wenatuurlijk al hadden.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben eigenlijk wel benieuwd of de NSC-fractie van mening is dat ersprake is van een ereschuld, zoals alle militaire vakbonden het eigenlijk aljaren omschrijven. Minister Veldkamp heeft ruimte genomen om voor hetdebat te zeggen dat dit een term is die de oppositie gebruikt en dat hetverkeerde terminologie is. De afgelopen jaren hebben we die allemaal vrijunaniem met elkaar gebruikt. De term wordt nog steeds gebruikt doormilitaire vakbonden. Is de NSC-fractie in ieder geval van mening dat hierwel een ereschuld ligt?De heer Kahraman (NSC):Ik denk dat we een verantwoordelijkheid hebben voor mensen die voorons gewerkt hebben. We hebben ook een aantal verplichtingen jegenshen. Dat hebben we geprobeerd te vervatten in de tolkenregeling. Wehebben het kabinet opdracht gegeven: breng nou onze verplichtingrichting de ASG- en de EUPOL-bewakers in kaart en kom terug zodat wijmet elkaar kunnen bepalen wat we met die groep gaan doen. Die groepviel niet onder de tolkenregeling. Anders had het kabinet ze gewoonmoeten ophalen. Dat is mijn bezwaar. Ik wil hier duidelijk moreelafbakenen: hebben we iedereen en gaan we iedereen zonder enige criterialaten binnenkomen, of gaan we kijken of het leven van mensen echt ingevaar is en die groep wel toelaten?De heer Ceder (ChristenUnie):Ik vind ook niet dat we iedereen zomaar moeten binnenlaten. Ik hoop datwe elkaar kunnen vinden. Als er criteria zijn en u weegt die en zegt dat hetvoor u afdoende is, dan hoop ik dat u bereid bent om conform die criteriamensen over te brengen. Maar mijn vraag is niet beantwoord. Ik stelde devraag of de NSC-fractie vindt, net als Pieter Omtzigt dat vond, dat ersprake is van een ereschuld. Dat vinden de militaire vakbonden. Dat vindteen groot deel van de Kamer al jarenlang. Maar Minister Veldkamp zegtvlak voor het debat dat dit verkeerde terminologie is. Ik ben benieuwd watde NSC-fractie daarvan vindt. Daar heb ik geen antwoord op gekregen.De heer Kahraman (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 823 Ik twijfel gewoon over een ereschuld. Ik heb ook echt militairengesproken. Ik heb ook militairen gesproken die wat vinden van deASG-bewakers, die mij zeggen: je hoeft ze echt niet allemaal op te halen,sommigen ... Wat is een ereschuld? Voor mij is een ereschuld hetvolgende. Als wij, toen we deze mensen in dienst hadden, hebbentoegezegd «als er problemen komen in dit land, gaan wij jullie overhalennaar ons land», dan vind ik dat een ereschuld. Als het toegezegd is aandeze mensen, dan vind ik het een ereschuld. Duidelijker kan ik niet zijn.De heer Ceder (ChristenUnie):Tot slot mijn vraag, omdat ik even wil weten hoe ik het debat verder moetingaan. Heeft de NSC-fractie überhaupt al het besluit genomen zich tecommitteren aan de kabinetslijn, of wacht de fractie nog de beant-woording van de Minister af om mogelijk daarna nog een zelfstandigeweging te maken? Is het nog mogelijk om met moties te kijken waar deNSC-fractie zou willen landen?De heer Kahraman (NSC):Wij gaan elk debat in om met het kabinet te debatteren, informatie op tehalen en op basis daarvan een besluit te nemen. Natuurlijk hebben we allescenario’s besproken en bekeken waar we naartoe willen en welkeantwoorden we van het kabinet willen, voordat we op basis van dieinformatie een besluit nemen.De voorzitter:Dank u wel. Er waren meer mensen die vragen wilden stellen. Ik zag deheer Boswijk in ieder geval.De heer Boswijk (CDA):Ik ga eerst maar iets rechtzetten. De heer Kahraman zei net in eenbijzinnetje: we hebben het er twee jaar geleden over gehad en nu ineenshebben we het er weer over. We hebben het hier heel veel over gehad. Wemoeten kijken of we een ereschuld hebben aan iemand en dit is afhan-kelijk van de voorwaarden. De voorwaarden zíjn besproken. Dat is te lezenin alle stukken. Er zijn voorwaarden gesteld.Dan mijn vraag. Getuigt het van goed bestuur dat een Minister voordat hijeen debat ingaat eerst de pers te woord staat en zegt dat er eigenlijk niksaan zijn standpunt te veranderen is? Getuigt het van goed bestuur dat deKamer pas vier minuten voor een debat gevraagde stukken en niet allegevraagde stukken krijgt? Getuigt het van goed bestuur dat over eenbesluit door een vorig kabinet genomen, met brede steun van de Kameren met brede steun van drie coalitiepartijen in de huidige coalitie, op eenachternamiddag een flutbriefje komt met een financiële onderbouwing?Dan vraag ik toch aan NSC het volgende. Stel nou dat we die financiëleonderbouwing hadden gemaakt bij toeslagenouders. Stel dat we haddengezegd: joh, dit kost ons zo veel; daar gaan we niet meer aan beginnen.Dit zijn ook mensen die in de knel zitten. Is het goed bestuur als we op diemanier met mensen omgaan en een rekensom leidend gaat zijn?De heer Kahraman (NSC):Ik hoorde meer dan één vraag, maar ik beantwoord ze met alle liefde. Erwordt gezegd ... Ik zei: twee jaar geleden... Twee jaar geleden kwamen ...Ik zit even na te denken, hoor. Ik moet even mijn tijdlijn in de gatenhouden. Excuses. Een jaar geleden is er hier een discussie geweest: watgaan we doen met de ASG- en de EUPOL-bewakers? Dat is een jaargeleden. Volgens mij is die discussie vorig jaar in november gevoerd.Toen is de motie-Piri aangenomen. Toen is het kabinet op pad gestuurd:ga dit onderzoeken, breng het in kaart en kom dan terug, zodat we daarmet z’n allen iets kunnen. U zegt dat een meerderheid van de Kamer datbesluit in de Staat van het Consulaire ... Ik kan me niet herinneren... DatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 824 was in mijn tijd, toen ik al Kamerlid was, een besluit van het demissio-naire kabinet. Ik kan me niet herinneren dat ik daarover heb gestemd hierin de Kamer. Ik heb het uitgezocht. Ik heb ook gekeken: welk besluit van deministerraad ligt hieronder? Ik kon dat niet vinden, maar dat iswaarschijnlijk mijn onkunde als nieuw Kamerlid. Ik heb ook gekeken naarde beslisnota: op basis van welke criteria en welk advies van haarambtelijke organisatie heeft de vorige Minister van Buitenlandse Zaken ditbesluit genomen? Dat kon ik niet vinden, maar die vraag ga ik straks aandit kabinet stellen, want dat neemt het dossier over. Ik wil van dit kabinetstraks graag de onderbouwing van het vorige kabinet horen, maar ik vindook dat hun onderbouwing – daar heb ik, denk ik, al op geantwoord – weluitgebreider had gemogen, met een duidelijke argumentatie en misschienook hun morele dilemma daarin verwoord.Nog even de andere vragen. Ik ben het volledig met de heer Boswijk eens.Ik vind niet dat het financiële plaatje in dit geval, in zo’n moreel ..., hetenig ter zake doende is om iets wel of niet te doen. Duidelijker kan ik, denkik, niet zijn.De voorzitter:Helder. Waren er nog vragen open die u niet had beantwoord? Nee? Dangaan we naar de heer Boswijk. Wilde u een vervolgvraag stellen?De heer Boswijk (CDA):Ja, of de hele gang van zaken van goed bestuur getuigt. Daar heb ikeigenlijk geen antwoord op.De heer Kahraman (NSC):Ik maak me zorgen. Ik maak me zorgen dat de Minister een besluit kannemen ... Ik doe het even chronologisch. Het gaat over het vorige kabinet.Ik maak me zorgen dat de Minister een besluit kan nemen. Dat kan ze,want we hebben haar op pad gestuurd: onderzoek of de ASG- en deEUPOL-bewakers onderdeel kunnen zijn van de tolkenregeling. DeMinister besluit vier dagen voor haar aftreden, in een demissionairestatus, om dit besluit te nemen. Goed bestuur? Vraagteken.Dit kabinet maakt een afweging. Ik had liever een betere onderbouwing,maar die kan ik vandaag van hen vragen. Helaas kan ik het vorige kabinetniet bevragen op dat besluit.De voorzitter:Meneer Boswijk, ik kan me voorstellen dat u hierover een vraag wiltstellen.De heer Boswijk (CDA):Ja, mijn oren gaan klapperen nu hier het vorige kabinet de maat wordtgenomen. Prima, oké, dat is aan de heer Kahraman. Dan wordt er gezegdover het huidige besluit: daar ga ik niks van vinden. Dat vind ik welingewikkeld, want de heer Kahraman zegt dat NSC een nieuwe partij is,maar het is toch wel waar dat de heer Omtzigt, uw partijleider, hier ookeen rol in heeft gespeeld. Die trok zelfs – het waren niet mijn woorden –vergelijkingen met Srebrenica. Dat is een van de grootste zwartebladzijden in de politieke geschiedenis. Dat was de context waar hetvorige kabinet mee aan de gang ging. Dat had een Kamer die met 126Kamerleden zei: potverdorie, dit ga je regelen, en nu aan het werk. Danmoeten we blij zijn dat het kabinet aan het werk gaat. Nu zit er eenvolgend kabinet en dat zegt op basis van een financiële onderbouwing eneen flutbriefje: we gaan het toch effe anders doen. Daarover zegt de heerKahraman: ik ga nog even horen wat de Minister zegt. Ik had gehoopt dathier door de heer Kahraman, zeker gezien de geschiedenis en de maat diedoor de heer Omtzigt is gelegd, snoeihard werd geoordeeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 825 De heer Kahraman (NSC):Ik vind het jammer dat elke keer een collega wordt aangehaald. U kuntgewoon mij als woordvoerder aanspreken op de besluiten die wij als NSCnemen op Buitenlandse Zaken. Ik vertegenwoordig hier de partij. De heerBoswijk heeft het over Pieters rol. Hij linkt dit ... Ik heb dat filmpje gezien.Dat filmpje was naar aanleiding van de val van Kabul. Hoe Kabulgeëvacueerd was, vond hij beschamend. Ik kan me niet herinneren ... Ikheb echt getracht al die documenten door te spitten. Ik kan niet vinden datde heer Omtzigt dit gerelateerd heeft aan de discussie die we vandaaghebben. We hebben het vandaag over de ASG- en de EUPOL-bewakers.Dan moet de heer Boswijk mij aangeven waar hij dat heeft gevonden.De heer Boswijk (CDA):Het is de heer Kahraman zelf die zegt: wij zijn een nieuwe partij, dus ik hebdaar niet zo veel mee te doen; dat is allemaal van voor mijn tijd. Danherinner ik de heer Kahraman eraan: ho even, er was wel degelijk eenvertegenwoordiging; die heette dan anders, maar dat was in de persoonvan Omtzigt. Daarom leg ik toch die link. We kunnen niet helemaal doenalsof het allemaal nieuw is. Er is een voorgeschiedenis. De vergelijkingenmet Srebrenica zijn meerdere keren gemaakt, ook in een interview metBNR. Dat ging over het lakse optreden van het vorige kabinet.De voorzitter:Kort, had ik gezegd.De heer Boswijk (CDA):En nu hebben we eindelijk een kabinet dat doorpakte, en dan is het ookniet goed!De voorzitter:Wilt u daar nog kort op reageren, meneer Kahraman?De heer Kahraman (NSC):Jazeker wil ik daarop reageren. Ik vind het echt knap dat mijn collega’sonze fractievoorzitter zo nauwkeurig kunnen quoten in het debat hier. Ikmoet eerlijk zeggen: ik heb toch veel met hem meegemaakt, en ik zou diequote niet naar boven kunnen halen. Maar knap dat de heer Boswijk datkan. Ik vind het wel knap dat heel veel mensen geobsedeerd zijn door deheer Omtzigt en hem hier al heel vaak hebben aangehaald.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):De irritatie zit hoog, maar ik moet ook begrip hebben voor de heerKahraman. Er zitten hier een aantal collega’s, waaronder ikzelf, die aldrieënhalf jaar met dit dossier bezig zijn. Mijn irritatie zit ’m erin dat ergewoon niet-feitelijke informatie wordt gegeven. De tolkenregeling is ersinds 2014. We hebben dit gedaan omdat de Kamer er altijd van uitgingdat deze bewakers onder de tolkenregeling vielen. Daarom is die motieingediend. De motie is ingediend om de modaliteiten, de voorwaarden diewerden toegepast, aan het kabinet te laten, niet om te besluiten om hetniet te doen. Volgens mij heeft een demissionair kabinet dus gewoon deopdracht van een missionaire Kamer uitgevoerd zoals die in de aange-nomen motie stond.Dan mijn vraag. De heer Kahraman was al Kamerlid toen het besluit vanMinister van Defensie Ollongren over de ASG-nota kwam, in december.Waarom heeft hij toen geen vragen gesteld?De heer Kahraman (NSC):Ik probeer echt de motie van mevrouw Piri naar boven te halen. Ah, ik heb’m hier. Mag ik ’m voorlezen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 826 Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik ken mijn eigen motie echt.De voorzitter:Nee, nee, nee, nee, nee, mevrouw Piri, dit gaan we niet doen. MeneerKahraman, er is u een vraag gesteld.De heer Kahraman (NSC):Nou, als mevrouw Piri wil reageren om iets te verduidelijken, dan hou ikmet alle liefde mijn mond, hoor.De voorzitter:Nee, nee. U heeft het woord, en niemand anders.De heer Kahraman (NSC):Ik lees even de motie van Piri die ook mijn collega, de heer Omtzigt, heeftgesteund. «Constaterende dat er aanhoudende signalen zijn omtrent deveiligheidssituatie van Afghaanse bewakers die Nederland hebbengediend, constaterende dat voor tolken en ander lokaal personeel diehoogprofielwerkzaamheden hebben verricht de «tolkenregeling» eenopen einde heeft en dat het kabinet verkent – verkent! – wat het voorASG-bewakers kan doen, constaterende dat het kabinet heeft besloten degroep ambassadebewakers die eerder niet voor overbrenging inaanmerking kwam alsnog nader te onderzoeken, verzoekt het kabinet omEUPOL-bewakers en -tolken die werkzaamheden hebben verricht voor eenNederlandse EUPOL-functionaris te betrekken bij het traject voor deambassadebewakers zonder dat dit vertraging oploopt.» Ik heb hier eenpijltje staan. Dat verwijst terug naar de eerste...De voorzitter:En uw punt is? Ik heb er een beetje een probleem mee dat er hele motiesworden voorgelezen in reactie op een vrij eenvoudige vraag. Uw punt is?De heer Kahraman (NSC):Ik word ervan beticht dat ik zaken verkeerd voorstel. Ik doe niks andersdan feitelijk de motie van de vragensteller voorlezen.De voorzitter:Oké. Helder.De heer Kahraman (NSC):Ik ben nu bij het laatste dictum: «verzoekt het kabinet uiterlijk...»De voorzitter:Nee, nee, nee. Dit gaan we niet doen. We gaan geen moties helemaalvoorlezen. Uw punt is duidelijk. Het gaat om de inhoud. Mevrouw Piri,gaat u verder.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik kende de inhoud van mijn eigen motie; hartelijk dank. Maar mijn vraagis niet beantwoord. In december, toen de heer Kahraman al Kamerlid was,liep er bij Defensie al zes maanden een onderzoek waarbij het kabinet hadaangegeven: wij moeten iets voor deze bewakers doen; er zijn erinmiddels vijftien vermoord. De Minister van Defensie heeft toen eenbeslisnota naar de Kamer gestuurd. Waarom heeft de NSC-fractie daargeen enkele vraag over gesteld?De heer Kahraman (NSC):Ik ging ervan uit dat de Minister aan het inventariseren was en nog niet totbesluitvorming was gekomen. Haar collega, de Minister van BuitenlandseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 827 Zaken, had namelijk dezelfde opdracht, om te inventariseren. Voor mijwas het ook echt... Ik lees hier... Nou, ik ga het niet voorlezen, want danwordt de voorzitter boos. Ik lees ook dat de heer Belhaj in het laatstedebat... Excuses, dat mevrouw Belhaj in het laatste debat dat hierovergevoerd is, heeft gezegd: «Ik vind zorgvuldigheid belangrijker dansnelheid». Ik ging ervan uit dat het kabinet nog niet iets bij ons hadneergelegd om over te besluiten.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Daar gaan we weer. Deze Kamer heeft met 126 van de 150 stemmenbesloten om dit te doen. Het enige wat wij aan het kabinet lieten, was hetbepalen van de afbakening. Moet iemand twee jaar voor ons hebbengewerkt? Moet iemand tien jaar voor ons hebben gewerkt? Dat was aanhet kabinet. Maar de Kamer was duidelijk, hartstikke duidelijk. In haaronderzoek is de commissie-Ruys tot dezelfde conclusie gekomen, namelijkdat er onduidelijkheid bestond over de bewakers.Ik heb nog een vraag. Welke nieuwe informatie is er voor de heerKahraman opgedoken, waardoor hij nu zegt dat NSC achter het besluitvan dit kabinet staat om dit niet uit te voeren?De heer Kahraman (NSC):Ik word weer ... Er wordt weer gezegd ... Ik kan u al vertellen dat ik demotie niet ga voorlezen, voorzitter, want dat heb ik al gedaan. Er wordtgezegd dat wij een opdracht hebben gegeven aan het kabinet. Of ik moet«Hoe word ik een Kamerlid voor dummies» gaan lezen, maar als ik deze ...Ik heb de notulen woord voor woord nagelezen en ik heb gekeken of ereen toezegging van een van de Ministers is, maar die kon ik niet vinden. Ikhoop dat mevrouw Piri straks mag voorlezen waar ze die opdracht welheeft gezien en wanneer zij die toezegging van het kabinet heeft gekregen.De voorzitter:Om de verwachtingen te temperen: we gaan niet voorlezen. Mevrouw Piri,het woord is aan u.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik herhaal de vraag voor de tweede keer. Op basis van welke nieuweinformatie staat de NSC-fractie nu positief tegenover het besluit van ditkabinet om de 150 ASG-bewakers en de 48 ambassadebewakers niet overte brengen naar Nederland? Welke nieuwe informatie?De voorzitter:Een heldere vraag.De heer Kahraman (NSC):Ik heb nog geen woord van het kabinet gehoord.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Nee, maar we hebben alle stukken.De heer Kahraman (NSC):Wij debatteren hier met het kabinet. Het kabinet is nog niet eens aan hetwoord gekomen. Welke nieuwe informatie ik heb gehoord? Ik heb welnieuwe informatie gekregen van mijn collega’s. Dank daarvoor. Ze hebbenook geprobeerd om mij scherp te houden door te zeggen: meneerKahraman, u hebt de getallen echt volledig verkeerd. Nou, ik hoop dat hetkabinet mij wat dat betreft ook de oren gaat wassen als ik echt eenvolledig verkeerde voorstelling van zaken heb gegeven. Ik wacht echt debeantwoording van het kabinet af. En dan kan ik uw vragen beant-woorden. Ik kan dat echt nu nog niet doen, want ik heb het kabinet nogniet gehoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 828 Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dat is heel interessant, want we lazen namelijk in de krant dat de heerKahraman positief-kritisch is over dit besluit. Vervolgens blijkt, als je derest van de quote leest, dat hij vooral positief is en niet zo kritisch. Duswat is het nou? Gisteren hebben we de Minister van Defensie op tvgezien. Hij had zijn argumentatie al voor het Kamerdebat aan de mediagegeven. We hebben net van de Minister van Buitenlandse Zaken gehoorddat hij niet overstag gaat, ongeacht wat deze Kamer vindt. Ik vraag wat deNSC-fractie vindt. Op basis waarvan, op basis van welke nieuwe infor-matie, zei u: ik vind eigenlijk dat die lui van ons, daar in dat kabinet,topwerk doen?De heer Kahraman (NSC):Volgens mij wordt de vraag herhaald, maar is die anders verwoord enzitten daar eigen meningen in om mij in een hoek te drijven. Voor mij ishet gewoon heel duidelijk. Ik voer hier een debat met het kabinet. Ik wileen onderbouwing. Ik heb ook gezegd ... Nou, ik heb echt antwoorden ...Ik zal daarover best wel tegen het kabinet hebben gezegd: ik vind datfinanciële belachelijk. Ik heb ook gezegd dat de onderbouwing voor mijheel wat uitgebreider had gemogen, ook gelet op het morele dilemma dathet kabinet misschien heeft gehad. Mevrouw Piri wil mij nu een uitspraaklaten doen zonder dat ik enig woord van het kabinet heb gehoord.Waarvoor hebben we het kabinet dan uitgenodigd? Dan kunnen zegewoon naar huis.De voorzitter:Mevrouw Piri, tot slot.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dit wordt wel heel bijzonder: fracties hebben gewoon geen enkeleopvatting over politiek voordat ze hebben gehoord wat het kabinet ervanvindt.Voorzitter, over een andere zaak. We hebben net die documentengekregen. Alle scenario’s zijn daarin geschetst. Ik zal ze niet nagaan. Bijhet scenario «doorgaan op de ingezette lijn van Rutte IV», is het adviesaan de Minister: u moet dit doen vanwege de eerbiediging van gewekteverwachtingen en continuïteit van bestuur. Wat vindt NSC daarvan?De heer Kahraman (NSC):Voorzitter, mag ik eerlijk zijn? Ik heb de vraag gemist omdat ik even bezigwas met iets op te schrijven. Excuus. Als mevrouw Piri de vraag kanherhalen, heel graag.De voorzitter:Eerlijkheid moeten we belonen. Mevrouw Piri, zou u de vraag kunnenherhalen?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):We hebben net een document gekregen. Ik neem het de heer Kahramanniet kwalijk dat hij het nog niet heeft kunnen lezen, maar daarin wordenvoor de bewindspersonen alle scenario’s geschetst. Zij hebben gekozenvoor het scenario waarbij we niemand toelaten. Hierin staan ook alleandere scenario’s, met een argumentatie waaruit blijkt waarom je dat zoumoeten doen. Bij het scenario «doorgaan op de ingezette lijn» wordt alsbelangrijkste argument gegeven: eerbiediging van gewekte verwach-tingen en continuïteit van bestuur. Wat vindt NSC daarvan?De heer Kahraman (NSC):Zou ik die vraag in de tweede ronde mogen beantwoorden? Ik word hiernu on the spot gezet zonder dat ik de stukken heb kunnen lezen. Geef mijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 829 de tijd. Ik snap dat u hele leuke quotes voor het nieuws wil hebben,mevrouw Piri, maar die kan ik u niet geven.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Wat flauw! Ontzettend flauw. Ik vind de arrogantie van collega Kahraman,de manier waarop hij dit debat vanaf het begin überhaupt voert, stuitend.Het gaat hier om mensenlevens. Gelooft u mij, meneer Kahraman, ik zithier niet om politiek te bedrijven. Volgens mij zitten ik en de meestecollega’s hier omdat we iets geven om de ereschuld die Nederland heeft.Houdt u zich dus alstublieft in en let u op uw woorden. Mijn vraag is alsvolgt. De mensen in Afghanistan die dit betreft hadden in juli het idee datze met hun gezin na drie jaar onderduiken naar Nederland mochten. Erwas namelijk een kabinetsbesluit gevallen. Twee maanden later besluiteen nieuw kabinet dat toch niet te doen. Noemt u dat goed bestuur?De heer Kahraman (NSC):Ik moet er echt over nadenken. Ik heb al een paar keer geantwoord. Dit isgeen lichtzinnig besluit, dat je zomaar kunt nemen. Het vorige kabinetheeft een stap gedaan en daarmee iedereen voor het blok gezet. Ik hadgehoopt dat dat kabinet gewoon zijn opdracht zou hebben uitgevoerdzoals die verwoord was: onderzoek doen, alles in kaart brengen, terug-komen naar de Kamer en dan met de Kamer een besluit nemen over watte doen met de ASG. Dat is niet gebeurd. Dat besluit is vier dagen voor deoverdracht van het dossier genomen. In beide gevallen vind ik daarinderdaad wat van. Maar of ik het goed bestuur... Goed bestuur wasanders geweest. Dan was het eerste besluit er niet geweest. Dan had hettweede besluit, het terugdraaien van het eerste besluit, er ook niet hoevente komen.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik ga niet alle stukken voorlezen die we net gekregen hebben. Het is primaals collega’s nog niet alles gelezen hebben. Maar er wordt nu gesteld datde heer Kahraman stelling moet nemen terwijl het kabinet nog niksgezegd heeft. Dat is incorrect. Niet alleen heeft het kabinet iets gezegd – eris immers een besluit genomen – maar ook hebben we stukken gezien.Collega Piri haalt er net terecht een aan. In die stukken wordt onderandere een situatie geschetst met mogelijke redenen voor het kabinet omzich niet gebonden te voelen aan de toezegging van het vorige kabinet. Ikga ze niet voorlezen, voorzitter, maar ik wil ze wel even opnoemen. Ik wilnamelijk graag horen welke van die redenen collega Kahraman voldoendevindt om te zeggen dat hij positief-kritisch tegenover het besluit van hetkabinet staat. De redenen die worden gegeven, zijn als volgt: «Het pastniet in het hoofdlijnenakkoord. Er is een tekort aan opvangplekken inNederland. Behalve dan dat de groep zelf zegt gevaar te lopen, is er geencausaal verband, kan men stellen. Het is te lang geleden sinds de val vanKabul. Het vorige kabinet heeft al voldoende gedaan. Het beleid is tot nutoe nog niet geblokkeerd door de rechter...»De voorzitter:Nu bent u toch aan het voorlezen. Volgens mij is het helder wat u wilvragen: welke reden heeft de heer Kahraman?Mevrouw Koekkoek (Volt):Wat ik wil vragen... Omdat de heer Kahraman nog niet alle stukken heeftgelezen, leg ik ze wel even voor. Ik wil het antwoord namelijk eigenlijk niethoren. Daar kom ik in de tweede termijn op terug. De heer Kahramanheeft namelijk stelling genomen.De voorzitter:Wat is uw vraag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 830 Mevrouw Koekkoek (Volt):Mijn vraag is: welke van die redenen is voldoende voor de NSC-fractie omte zeggen dat het goed gaat?De heer Kahraman (NSC):Er wordt gezegd dat ik stelling heb genomen. Ik heb gezegd dat ikpositief-kritisch sta tegenover het besluit. Dat is geen stelling in de zin vandat ik voor of tegen ben. Ik heb gezegd dat ik positief-kritisch ben. Ikgebruik dit debat ook echt om informatie op te halen vanuit het kabinet. Ikkom straks nog met een aantal vragen. Ik hoop dat ik daarop gewoon eengoed antwoord van het kabinet krijg. Ik word hier bevraagd. Dat is prima.Ik probeer alle vragen echt zo veel mogelijk te beantwoorden. Dingenwaarvan ik zeg: die heb ik uit stukken kunnen... Kijk, als u mij gaat vragennaar stukken die ik nog niet heb kunnen lezen... Ik ga in een debat dat heelgevoelig ligt en waar morele afwegingen in zitten, niet nu, zonder destukken te kennen, een uitspraak doen.Mevrouw Koekkoek (Volt):We hebben net met z’n allen meer dan drie kwartier de tijd gehad om diestukken tot ons te nemen. Ik spel ze net ook uit. Ik verwacht een antwoord.Als het antwoord geweigerd wordt, dan haak ik daar onwil aan.Ik heb een andere vraag. Collega Piri gaf in haar inbreng net een aantalaantallen weer. Ik hoorde collega Kahraman eerder een aantal keerzeggen: het gaat me erom dat we niet iedereen toelaten. Stel nou dat blijktdat de cijfers die collega Piri heeft neergelegd, kloppen. Staat de heerKahraman dan negatief-kritisch tegenover dit besluit?De heer Kahraman (NSC):Het gaat mij niet om de aantallen. Volgens mij is daar ook naar gevraagddoor de heer Ceder. Het gaat mij om: laten we de mensen toe die hetnodig hebben, wier leven in gevaar is omdat ze voor ons hebben gewerkt?Het gaat er mij niet om dat het 2, 120 of 900 personen zijn. Iedereen heefthet hier over getallen, maar ik neem aan dat het kabinet dit allemaal heeftonderzocht en op basis daarvan deze twee besluiten heeft genomen, enniet omdat het gewoon een besluit wilde nemen.De voorzitter:Mevrouw Koekkoek, had u nog een vraag?Mevrouw Koekkoek (Volt):Ja, tot slot. De heer Kahraman gaf aan: ik wil mensen om de goede redenopvangen. Eerder stelde hij: ik ken geen enkel land dat iedereen zomaarheeft opgenomen. Dat klopt, maar ik en een aantal collega’s hebben inonze inbreng gerefereerd aan het feit dat partnerlanden van Nederland,zoals de VS, Duitsland, Australië, het Verenigd Koninkrijk en Finland, eenheel ander beleid hebben gehanteerd dan het Nederlandse beleid. Mijnvraag is: op het moment dat we zien dat partnerlanden een heel anderbeleid hebben gehanteerd waarmee ze de veiligheid van mensen garanthebben gesteld, waarom kunnen we dan niet concluderen dat hetNederlandse beleid dusdanig strikt is geweest dat we nu achteraf mensennaar veiligheid toe moeten brengen?De voorzitter:Dat is een heldere vraag.De heer Kahraman (NSC):Als ik de vraag van mevrouw Koekkoek goed begrijp, dan vindt zij hetbeleid niet correct. Dat kan, maar dan moeten we een debat voeren overde vraag of ons beleid correct is geweest. U vindt het beleid van anderelanden waarschijnlijk correcter dan dat van ons. Ik zou zeggen: kom metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 831 concrete voorstellen. Ik ga ervan uit dat het kabinet, de Kamer gehoordhebbende, het beleid uitvoert dat de Kamer heeft vastgesteld. Als u vindtdat dat anders moet, dan moeten wij hier met z’n allen in de Kamer hetbeleid veranderen. Het kabinet is gevraagd om het in kaart te brengen,zodat we hier het debat kunnen voeren en het beleid kunnen veranderen.De heer Paternotte (D66):Ik probeer goed te luisteren naar de heer Kahraman. Ik heb het idee dat hijvindt dat veel vragen aan zijn adres niet helemaal terecht zijn. Hij heefteen paar keer gezegd: het vorige kabinet was demissionair. Klopt het dathij vindt dat het vorige kabinet dat besluit eigenlijk niet had moetennemen?De heer Kahraman (NSC):Nee. Ik vind dat het vorige kabinet dit had moeten bespreken met deKamer. Laat ik het zo zeggen...De voorzitter:Volgens mij was dat een antwoord op de vraag.De heer Kahraman (NSC):Om vier dagen voor de overdracht van het dossier aan je collega zo’nzwaarwegend... We zitten hier niet voor niks met z’n allen. Ik maak nietveel debatten mee waarbij meer dan vier mensen aan tafel zitten. Wezitten hier nu bijna met alle fracties. Ik vind het logisch dat als het zo’npolitieke...De voorzitter:Dank je wel.De heer Kahraman (NSC):Nee, voorzitter, ik wil graag... Wilt u mij onderbreken?De voorzitter:Nee, maar volgens mij heeft u al antwoord gegeven. Deze commissieheeft een tijd afgesproken die staat voor dit debat. Ik wil u graag zo veelmogelijk de ruimte geven, want ik weet hoe belangrijk dit debat is. Maarals ik antwoorden hoor die ik al heel vaak heb gehoord, dan probeer ik hetwat korter te houden, zodat we een goed debat met elkaar kunnen voeren.Daarom wilde ik graag terug naar de vraagsteller, meneer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Was de heer Kahraman niet nog bezig? Nee? Hij vindt dat het met deKamer besproken had moeten worden. Op 19 december heeft MinisterOllongren, de Minister van Defensie, heel duidelijk aangegeven dat naaraanleiding van de motie-Piri is besloten om te kijken of er iets zou moetengebeuren. Er werd gezegd: hiertoe wordt een aanvulling op de werkaf-spraken uit 2014 opgesteld. Het is heel duidelijk in de brief van19 december dat het kabinet voornemens is om ervoor te zorgen dat ereen regeling komt, een aanvulling op de tolkenregeling, waardoor debewakers en de ambassadebeveiligers er ook onder vallen. Waarom heeftde heer Kahraman toen niet aan de bel getrokken? Hij heeft een halfjaarlang de kans gehad om te zeggen: ik vind dat daar apart met de Kamerover moet worden gesproken.De heer Kahraman (NSC):De heer Paternotte verrast mij. Ik heb die brief niet zo gelezen. Ik moetecht de oplegnotitie... Ik zou verwachten dat dat heel duidelijk zou staan inde beslisnota en de bijgesloten brief, maar ik heb dat niet zo gelezen. Ikheb niet gelezen dat... Ik heb ook nog geen brief gezien van de MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 832 van Buitenlandse Zaken, die zei: ik heb mijn onderzoek afgerond en dit isde verandering van het beleid. Ik kan niet in dat stuk lezen dat het beleid isveranderd...De voorzitter:Oké. Helder.De heer Kahraman (NSC):Het kan dat het voornemen er was, maar ik heb niet gehoord wat ze gaatdoen.De heer Paternotte (D66):Er staat letterlijk in de brief: «Er is besloten» – door het kabinet dus – «omover te gaan tot het herbeoordelen van de aanvragen van de voormaligeAfghan Security Guards». Daar zit toch geen woord Spaans bij? Dat is eenduidelijk bericht van het kabinet, namelijk: het is onze intentie om ervoorte zorgen dat deze mensen wel kunnen komen. We zitten hier in dit debatal een hele tijd te luisteren naar de kritiek van de heer Kahraman over dathet kabinet demissionair was en dat hij het niet op zijn besluitenlijst zag.Dat komt op mij over alsof hij behoorlijk gezochte argumenten gebruikt.Als het gewoon een-op-een niet klopt omdat het kabinet glashelder wasover de intenties, kunnen we dan in ieder geval afspreken dat we alleargumenten van de heer Kahraman, namelijk dat het vorige kabinet nietduidelijk was over de intenties en dat het daar met de Kamer over hadmoeten spreken, van tafel halen bij de afweging?De heer Kahraman (NSC):Die liggen zeker niet van tafel bij mij. Ik kom straks in mijn betoog ook metvragen aan het kabinet. Ik wil weten welke notities en onderbouwingenaan dat besluit ... Van het besluit van dit kabinet heb ik gelukkig eenbeslisnota gezien, van drie pagina’s, dacht ik. Zoals ik ook heb geuit, vondik de brief echt zwak. Laat ik dat woord maar gebruiken. Ik had de moreleoverweging en onderbouwing daarvan wat beter willen terugzien. Maarnu zegt mijn collega: u had de intenties van ... Moet ik tussen de regelsgaan lezen voortaan? Ik heb wel de beslisnota bij de Staat van hetConsulaire gelezen. In de brief kan ik geen woord «Afghaan» vinden. In debeslisnota kan ik geen woord «Afghaan» vinden. Maar in het stuk zelfstaat: ik ben voornemens om iedereen die ASG-bewaker is geweest, overte halen. Moet ik de intenties dan tussen de regels gaan lezen voortaan?De voorzitter:Voordat ik het woord geef aan mevrouw Dobbe, nog even dit. Sorry, u wiltnog verder op dit punt? Ik geef u zo het woord. We zijn al heel lang op eenen hetzelfde punt bezig. Dat wil ik uw Kamer alleen meegeven. Het is aanu wat u met dat gegeven doet.De heer Paternotte (D66):Ik denk dat het heel erg lastig is als een Kamerlid ergens in de beslisnotablijkbaar het woord «Afghaan» wil lezen, terwijl hij ook gewoon de briefkan lezen van de Minister aan de Kamer die bovenaan in de lijst vanverzonden stukken staat. Daarin probeert de Minister duidelijk te maken:ik wil dat de Kamer dit weet; wij gaan over tot het herbeoordelen van deaanvragen van de bewakers. Ik denk dat je het niet heel veel duidelijkerkan maken.Maar ik wil nog een vraag stellen aan de heer Kahraman. Hij zei: wijhebben de belangen van de bewakers afgewogen tegen die van hetKoninkrijk. Welk belang van het Koninkrijk is hier volgens hem dan in hetgeding?De heer Kahraman (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 833 Voor mij is in het geding, zoals ik hem ... Ik bedoel, ik ben een volksverte-genwoordiger. Voor mij is in het geding of dit kabinet alle belangen van demensen die ons hebben gediend of die waren ingehuurd via een derdepartij, goed heeft afgewogen. Zijn de belangen van die mensenafgewogen tegen de belangen van het Koninkrijk? Voor mij het Koninkrijk... Welke morele ... U heeft het over ereschuld. Ik vraag het kabinet bijdezen: hebben wij iets toegezegd aan deze groep mensen in die zin dat weze bij een evacuatie mee zouden nemen? Voor mij is een ereschuld ietswat ik toezeg aan een ander en niet nakom. Dat is voor mij een ereschuld.De heer Paternotte (D66):Dat is vast een antwoord op een vraag ...De voorzitter:Meneer Paternotte, ik had u nog niet het woord gegeven. MeneerPaternotte, dit is uw laatste interruptie.De heer Paternotte (D66):Het is vast een antwoord op een vraag maar niet op de vraag die ikgesteld had. De vraag die ik gesteld had was deze. De heer Kahramanheeft het over het afwegen van twee belangen, namelijk de belangen vande betrokkenen – daarmee doelt hij, neem ik aan, op de ambassadebevei-ligers en de bewakers – en de belangen van het Koninkrijk. Mijn vraag is:welk belang van het Koninkrijk is hier volgens hem dan in het geding?De heer Kahraman (NSC):Volgens mij is dat het morele dilemma van hoe wij met mensen omgaandie het Koninkrijk direct hebben gediend, die dus bij ons op de loonlijsthebben gestaan, die wij hebben ingehuurd, en hoe wij omgaan metmensen die wij hebben ingehuurd via een derde partij, die bewakings-werkzaamheden voor ons hebben gedaan. Welke verplichtingen ... Welketoezeggingen heb ik ze gedaan waardoor ik een ereschuld aan hen heb?Dat zijn de afwegingen. Ik bedoel, ik ben een volksvertegenwoordiger. Ikweeg het belang van ons Koninkrijk ook mee in elk besluit.De voorzitter:Ik geloof niet dat dit helemaal een antwoord was op de vraag, maar er iseen nieuwe kandidaat die iets gaat proberen en dat is ...De heer Kahraman (NSC):Voorzitter, u zegt dat ik geen antwoord heb gegeven. Dan wil ik graagweten op welk deel van de vraag van de heer Paternotte ik geen antwoordheb gegeven.De voorzitter:Volgens mij werd de vraag gesteld op welke wijze het belang van hetKoninkrijk is geschaad.De heer Kahraman (NSC):Voorzitter, zal ik mijn antwoord dan herhalen?De voorzitter:Nee, als u uw antwoord gaat herhalen, gaan we dat zeker niet doen. Danga ik nu het woord geven aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind dit wel storend, hoor, want het debat over hoe we met dezemensen omgaan, begint niet vandaag. De heer Kahraman doet alsof erallerlei nieuwe informatie is en er allerlei nieuwe afwegingen moetenworden gemaakt, maar het debat begint niet vandaag. Er is al heel veelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 834 afgewogen, er zijn al heel veel stukken verschenen en er is al heel veelonderzoek gedaan.Ik probeer even af te pellen wat hier nu onduidelijk is, want de Kamer wasvolgens mij duidelijk in wat zij wilde via de door een meerderheidaangenomen motie van mevrouw Piri. De lijst Omtzigt was volgens mijduidelijk in het steunen van deze motie-Piri. Het vorige kabinet wasduidelijk in het uitvoeren van deze motie-Piri. Volgens mij zijn de beloftesdie daarmee aan de bewakers zijn gedaan en de verwachtingen die zijngeschapen, duidelijk. Wat vindt de heer Kahraman niet duidelijk aan dezepunten?De heer Kahraman (NSC):Dat het debat niet vandaag begint, klopt. Ik refereer ook aan heel veeloude stukken, die zelfs van voor mijn tijd zijn. Ik refereer ook aan eenvorig kabinet, maar u refereert zelf weer aan de motie-Piri. Ik ga die nietvoorlezen, want dat vindt de voorzitter niet zo leuk. Ik heb ’m opgevat als:ga het onderzoeken. Het kabinet neemt dan een besluit en zegt tegen deKamer: we hebben een besluit genomen en dit is de onderbouwing. Alsde Kamer met onderzoeksvragen voortaan eigenlijk wil zeggen «dit is wathet kabinet moet doen», zet dat er dan ook alstublieft zo in, zo van: ik wildat u alle ASG- en EUPOL-bewakers overhaalt naar Nederland. Dan wetenwe waar we aan toe zijn.Dan de vraag welke beloftes we hebben gedaan. Ik kan me niet herinnerendat ik beloftes heb gedaan. Ik vraag het kabinet of het beloftes heeftgedaan. De enige belofte die ik kan terugvinden wat betreft consulairezaken is de belofte van het demissionaire kabinet om deze mensenallemaal ...De voorzitter:Helder. Mevrouw Dobbe, had u een vervolgvraag?Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind dit antwoord weer echt totaal onduidelijk. Sorry. Het vorige kabinethad wel scherp wat de motie-Piri betekende. Dat heeft er een besluit overgenomen en is dat ook gaan uitvoeren. Volgens mij kreeg dat ook bredesteun in de Kamer. Daar hebben wij de heer Kahraman toen ook niet overgehoord. Dat is dus niet duidelijk. Voor de mensen in Afghanistan was ookniet onduidelijk wat het voor hen betekende. Dat betekende in feite eenbelofte en creëerde dus actief de verwachting dat zij naar Nederlandzouden mogen komen op basis hiervan. Mijn vraag is de volgende. Deheer Kahraman wil geen uitspraken doen over of dit goed bestuur is, maarzegt wel: ik vind daar wat van. Kunt u dan in ieder geval met ons delenwat u daarvan vindt? Want dat hebben wij nog niet gehoord van u.De heer Kahraman (NSC):Laat ik beginnen met de eerste vraag: wie heeft een belofte gedaan? Ik zoudie vraag echt willen teruggeven aan mevrouw Dobbe: wie vindt datmevrouw Dobbe een toezegging heeft gedaan aan deze Afghaansebewakers ...De voorzitter:Even voor de goede orde, en dit is voor alle collega’s en dus ook voor denieuwe collega’s: we stellen geen...De heer Kahraman (NSC):Dit was retorisch, voorzitter.De voorzitter:We stellen geen vragen terug. U kunt antwoord geven op de vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 835 De heer Kahraman (NSC):Laat ik dan een retorische vraag stellen aan mevrouw Dobbe, voorzitter:wie denkt dat mevrouw Dobbe een belofte heeft gedaan aan dezebewakers? U heeft het over goed bestuur. Ik vind dat ik redelijk duidelijkben geweest: ik vind er wat van. Dat is in het Twents misschien: hmm.Laat ik het daarbij houden.Mevrouw Dobbe (SP):Dit kan toch niet? «Hmm» is het meest concrete wat we van de heerKahraman horen vanavond over wat hij ervan vindt. Wat víndt de heerKahraman hier nou van? Ik vind het wel een belofte op het moment dat jezo’n besluit neemt als kabinet, maar laten we het in ieder geval «verwach-tingen» noemen. Misschien kan de heer Kahraman daarin meegaan. Watvindt NSC nou van de verwachtingen die zijn gewekt bij die mensen, diedaar nog steeds elke dag gevaar lopen? Zij verwachtten namelijk dat zehiernaartoe konden komen. En u zegt: hmm? Kunt u daar wat uitgebreiderop reageren, alstublieft?De heer Kahraman (NSC):Mevrouw Dobbe kwalificeert het nu als «verwachtingen». «Hmm» hadgeen betrekking op de beloftes of de verwachtingen, maar op hoe ditkabinet en het vorige kabinet hebben gehandeld. Ik heb gezegd: hmm. Inhet Twents staat dat voor: nou, dat is niet echt heel goed. Nee, laat ik hetzo zeggen: dat is niet heel goed. Want anders ga ik het weer een beetjeafzwakken.Ik zit een beetje na te denken over wat de vraag was. Voorzitter, buiten demicrofoon worden er elke keer dingen tegen mij gezegd. Daar vind ik ookwat van. Zeg het gewoon op de man af! Ik probeer al ik weet niet hoelangnetjes antwoord te geven op vragen en als ik een vraag niet kan beant-woorden, geef ik aan waarom ik die niet kan beantwoorden. Als mensendat niet voldoende vinden ... Dit is wat ik kan. Ik kan niet op basis vaninformatie die ik niet heb antwoorden gaan bedenken, en dat wil ik ookniet doen.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, u wilt nog een vraag stellen.Mevrouw Dobbe (SP):Dat is dan heel fijn. De heer Kahraman zegt in ieder geval: dat betekentdat het niet goed is. Kwalificeert u dat dan als goed bestuur?De heer Kahraman (NSC):We willen overal een stempeltje voor, dingen kwalificeren en dingenrecenseren. Ik zit in dit debat. Als er een motie is en daar een uitspraakvan mij over nodig is, ga ik een waardeoordeel geven. Maar ik wil eerst indebat met het kabinet en op basis van de antwoorden ga ik hetkwalificeren.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het is goed nieuws dat NSC in ieder geval nog niet helemaal ja zegthiertegen, maar de heer Kahraman heeft wel in de media gezegdpositief-kritisch te zijn. Ik vraag me na dit hele verhaal nog steeds afwaarom hij in de media zegt positief-kritisch te zijn en uit te kijken naar deonderbouwing. Is dat niet een beetje de omgekeerde wereld? Zou NSCniet moeten onderbouwen waarom het positief-kritisch is?De heer Kahraman (NSC):Misschien was ik te vroeg; ik mag mezelf wel kwalificeren of recenseren.Ik ga dat niet over anderen doen, maar over mijzelf kan ik zeggen dat ikmisschien wat voorbarig was. Misschien had ik moeten zeggen dat ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 836 eerst het debat met dit kabinet moet hebben om de motivatie en demorele dilemma’s waar het mee heeft geworsteld te achterhalen. Maar uweet hoe je soms wordt uitgelokt om toch iets te zeggen. Excuses. Had ikniet moeten doen.De voorzitter:Een ruiterlijk antwoord.Mevrouw Teunissen (PvdD):We hebben nu eigenlijk vastgesteld dat NSC nog geen kwalificatie geeft,maar ook dat is niet wenselijk, want het gaat hier om mensenlevens. Hetgaat hier om mensenlevens, om een besluit dat het kabinet zo evenneemt, met zo’n klein briefje, terwijl het vorige kabinet dit heel zorgvuldig,weloverwogen in debat met de Kamer heeft besloten. Ik wil heel graagweten van NSC waar zijn grens ligt. Ik hoor de heer Kahraman zeggen dathet hem niet om de aantallen gaat, dat het hem niet gaat om de kosten,maar dat het hem gaat om het bieden van hulp aan mensen die het echtnodig hebben. Maar gisteren zagen we ook weer uitgebreid in de mediadat het gaat om mensen die daar zitten, die worden bedreigd. Er zijnmensen vermoord.De voorzitter:En uw vraag is?Mevrouw Teunissen (PvdD):Dan is mijn vraag: ziet hij in dat mensen die voor Nederland hebbengewerkt, hun leven op dit moment niet zeker zijn daar?De heer Kahraman (NSC):Er wordt gezegd dat dat besluit is genomen «in debat met de Kamer». Ikga mezelf niet herhalen, maar ik heb dat debat niet gehad toen het kabinetbesloot om iedereen over te halen. Ik heb nu wel een debat met dítkabinet, dat een besluit heeft genomen. Achteraf kan ik daar een waarde-oordeel over vellen.En ik besef wel degelijk dat het om mensenlevens gaat. Ik probeer naareer en geweten – dat heb ik hopelijk betoogd – te kijken hoe we ervoorzorgen dat we mensen die echt in nood zijn, die een schrijnend geval zijn,wel hiernaartoe kunnen halen.De voorzitter:Ik wijs u er nogmaals op dat we al heel lang op hetzelfde punt zitten. Datgaat allemaal ten koste van de tijd, maar u gaat zelf over uw inbreng.Meneer Van Baarle, u wilde ook nog iets vragen.De heer Van Baarle (DENK):Ik stoor mij eraan dat de heer Kahraman in dit debat vrijwel nooitantwoord geeft op vragen. Maar ik stoor me er ook aan dat hij eenverkeerde voorstelling geeft van feiten als zijnde dat het vorige kabinet hetbesluit genomen zou hebben om iedereen over te halen. Het vorigekabinet heeft eerst in een brief op 19 december 2023 aangekondigd dathet met een specifieke RI&E-regeling ging komen en daarna dat er eenregeling zou komen voor een beperkte groep. Dus dat is helemaal nooitgesteld. De heer Kahraman geeft een totaal verkeerde voorstelling vanfeiten. Er zijn op dit moment 31 ambassadebewakers en 137ASG-bewakers die op grond van hetgeen het kabinet heeft aangekondigdeen verzoek hebben gedaan.De voorzitter:En uw vraag is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 837 De heer Van Baarle (DENK):Hoe zorgvuldig is het om nu tegen die mensen te zeggen: we gaan niksvoor u doen? Want dat is waar het besluit van dit kabinet op neerkomt.Wat is de boodschap van de heer Kahraman aan de mensen die al eenaanvraag gedaan hebben?De heer Kahraman (NSC):Laat ik eerst beginnen over hoe de heer Van Baarle zegt dat ik eenverkeerde voorstelling van zaken geef. Ik heb niet gezegd ... Misschien benik een keer vergeten te zeggen: het vorige kabinet heeft voorgesteld of hetbesluit genomen om alle ASG, niet iedereen ... Ik besef wel degelijk datwe niet iedereen uit Afghanistan ... Maar misschien heb ik dat ... Maar dat... In al mijn antwoorden probeer ik het ... op die ASG ... Het was ook hetverzoek van deze Kamer om dat te onderzoeken. Het kabinet heeft gezegd:wij gaan ze allemaal onder de tolkenregeling ... waardoor ze hiernaartoemogen komen.Ik zit even te kijken wat uw tweede vraag was. Excuses. Ik ben de tweedevraag vergeten. Er komen zo veel vragen op mij af.De voorzitter:Meneer Van Baarle, echt kort.De heer Van Baarle (DENK):Ja, echt kort. Ook dit is weer niet waar: «om ze onder de tolkenregeling teplaatsen». Want op 19 december 2023 heeft het kabinet gezegd dat er eenaanvulling komt, specifiek gericht op die groep. U zei net letterlijk dat hetde bedoeling zou zijn van het kabinet om iedereen over te halen, maar datis helemaal nooit ergens opgeschreven. De heer Kahraman loopt hiergewoon een beetje met feitelijke onjuistheden te strooien en geeft ookgeen antwoord op mijn vraag wat dan zijn boodschap is in de richting vandie 168 mensen die op grond van deze ...De voorzitter:Ja, u herhaalt uw vraag nog een keer. Meneer Kahraman.De heer Van Baarle (DENK):... aankondiging een aanvraag hebben gedaan en die nu in de kou staan.De heer Kahraman (NSC):Zoals ik al zei: wat ik wil, is een regeling waarin iedereen die eenschrijnend geval is of wier leven bedreigd wordt omdat zij voor onshebben gewerkt, waarmee zij naar Nederland kunnen komen. Volgens mijis dat duidelijk. Ik heb het al twee, drie keer gezegd; dat is wat ik wil. Ik wildat mensen die hun leven niet zeker zijn in Afghanistan omdat zij voor onshebben gewerkt, naar Nederland kunnen komen. Ik gebruik misschien ...Dat is omdat ik niet drie jaar in dit dossier zit. Misschien zeg ik de«tolkenregeling» maar iedereen weet dat ik bedoel: die mensen mogenhiernaartoe komen. Als u mij op woorden wil pakken, alstublieft, geef danaan waar ik het fout heb. Dan zal ik het corrigeren. Nee, als het niet detolkenregeling is, dan is het niet de tolken... Maar volgens mij is deessentie duidelijk, namelijk dat het kabinet heeft besloten om al dieASG-bewakers de kans te geven om hiernaartoe te komen.De heer Van Baarle (DENK):Volgens mij is precies de reden voor het feit dat de Kamer een motie heeftingediend en dat het vorige kabinet het besluit nam om met een regelingte komen, de zorg over de mensen die in onveiligheid zijn. De vorigeMinister gaf in het debat aan dat er aanhoudende signalen zijn over hetgevaar dat deze mensen, de oud-ASG’ers, lopen. We hebben alleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 838 berichten gezien en ook de noodkreten gehoord van de mensen die zichtot ons richten. Daar is die regeling uit gekomen.De voorzitter:En uw vraag is?De heer Van Baarle (DENK):Heeft de heer Kahraman enig objectief bewijs waaruit blijkt dat wat hetvorige kabinet heeft gezegd, wat al die mensen zeggen over dat zebedreigd worden, dat al die mediaberichten waaruit blijkt dat er sprake isvan martelingen en vervolging, niet zouden kloppen? Dat is tochaantoonbaar zo?De heer Kahraman (NSC):Ik heb in mijn mond nooit iets gezegd waar ik heb gezegd dat wat ergezegd wordt dat mensen in gevaar zijn, dat dat niet waar is. Dat heb ikpertinent niet in mijn mond genomen.De heer Diederik van Dijk (SGP):De heer Kahraman heeft een paar keer heel duidelijk gezegd – even inmijn eigen woorden – dat de Afghanen, de Afghaanse bewakers diewerkelijk gevaar lopen voor hun leven, hier welkom zijn. Het punt is – datlazen we ook in de stukken die we net voor het debat kregen, de nota vanAsiel en Migratie – dat het bijna onmogelijk dan wel heel erg lastig is omaan te geven over welke personen we het dan hebben die werkelijk gevaarmoeten duchten voor eigen leven. Welke conclusies verbindt NSC aan deonmogelijkheid om dat vast te stellen?De heer Kahraman (NSC):Dit is precies het dilemma: gaan we iedereen ... En dan bedoel ik deASG-bewakers. Ik vond het ook bijzonder dat ik de EUPOL niet meer terugkon vinden. Wat is er met die mensen gebeurd? Lopen die geen gevaarmeer? Dat is het dilemma waar ik mee zit. Hoe kan ik ervoor zorg dragen,hoe kunnen wij zorgen dat dit kabinet de mensen die echt een schrijnendgeval zijn en dat kunnen aantonen ... De heer Van Dijk zegt: dat kunnen zeniet. Maar ik hoor op tv ... Ik zag die man op tv zeggen «we hebbenfilmpjes» en noem maar op, maar volgens mij – ik ben ook als vluchtelingnaar Nederland gekomen – moet je een aannemelijk vluchtverhaalhebben. In dit geval is het een speciale groep. Dit zijn geen vluchtelingen.Dit zijn mensen waar we een verplichting toe hebben. Maar daarvoorhebben we ook gezegd: die schrijnende gevallen moeten we gewoongoed bezien. Maar die discussie wil ik graag met dit kabinet voeren in dezin van: hoe gaan we zorgen dat de mensen die wel een schrijnend gevalzijn en die moeten vluchten omdat ze bedreigd worden omdat ze voor onshebben gewerkt ... Die discussie wil ik met dit kabinet voeren.De heer Diederik van Dijk (SGP):Inderdaad, het gaat hier niet over vluchtelingen. Dat is heel goed om vastte stellen. En het zijn de Ministers zelf die zeggen dat het eigenlijk bijnaniet te beoordelen is of ze wel of niet gevaar lopen. Moet, om toch éénstapje verder te komen, de conclusie dan niet zijn, ook voor NSC, dat hiergeldt dat je dan het zekere voor het onzekere neemt? Je haalt liever eenpaar mensen te veel hiernaartoe dan te weinig. Kan de heer Kahramanzich in die benadering vinden?De voorzitter:Een voorbeeldinterruptie: kort en scherp. Nu komt er een voorbeeldant-woord.De heer Kahraman (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 839 Kijk, aantallen ... Er wordt gegoocheld. Er wordt gesproken over 120. Ikhoorde ook andere getallen. Ik krijg van het kabinet ook andere getallen.Kijk, voor mij is het echt aan de heer Van Dijk: wat willen we? Willen wemensen ... Hoe kunnen we zorgen dat de mensen die echt in nood zijn ...of gaan we ... Kijk, ik krijg ook van het kabinet ...: het kunnen potentieel4.600 ... Dat is gewoon in de beslisnota, en die worden door ambtenarengeschreven, neem ik aan. En ambtenaren zijn beëdigd, dus ik neem aandat die naar eer en geweten die beslisnota’s aan de Minister versturen.Willen we 4.600 mensen hiernaartoe halen? Of willen we kijken hoe weeen regeling kunnen op... dat het schrijnende geval ... die dat echt kunnenaantonen ... Ik snap dat dat heel moeilijk is, maar dat is het dilemma waarik in zit. Wil ik iedereen overhalen die ASG-bewaker is of wil ik kijken hoeik alleen de mensen die echt schrijnend zijn, kan overhalen? Daar wil ikvanavond ook echt duidelijkheid van dit kabinet over hebben. Welkdilemma hebben zij gehad? Welke overwegingen hebben zij gehad?De heer Boswijk (CDA):Dat is toch wel tegenstrijdig. Enerzijds hoor ik de heer Kahraman zeggen:stel, het zijn er 4.000. Dan proef ik een beetje dat we dat ingewikkeldvinden. Anderzijds hoor ik hem zeggen: het gaat ons niet om de aantallen.Dan ben ik wel benieuwd waar het dan wel om gaat. Maar ik wil evenvoorbij alle rookgordijnen en mist. Is de heer Kahraman het met mij eensdat ereschuld per definitie niet juridisch is, maar wel een moreleverplichting. Een kabinetsbesluit middels een brief die wordt verstuurd,getekend door een Minister die beëdigd is door de Kroon, wekt eenbepaalde indruk bij heel veel mensen, in dit geval Afghanen. Is de heerKahraman het met mij eens dat het een ereschuld is als dat besluit wordtteruggedraaid? En dat die hier wordt geschonden? Is de heer Kahramandat met mij eens?De heer Kahraman (NSC):Hoe ga ik hierop reageren? Ik heb al gezegd: ik vind er wat van. Ik vind erwat van dat een Minister vier dagen voordat ze aftreedt, in demissionairestatus ... We zitten hier niet voor niets met zo’n groot gezelschap. Dit isniet niks. Dit zijn morele dilemma’s. Mijn vraag is echt wel: heeft deMinister die morele dilemma’s ook gehad toen ze dit besluit nam? Enwaarom heeft ze die niet met de Kamer gedeeld? Waarom heeft ze datdebat niet met de Kamer gevoerd, zodat we met z’n allen onderdeelkonden zijn van die morele afweging en een gezamenlijk besluit kondennemen?De heer Boswijk (CDA):Dit is nou echt zo’n rookgordijn. We gaan ons nu richten op een besluitvan vroeger, terwijl we het hebben over mensen van vlees en bloed die nuin onzekerheid zitten. Ik heb begrip voor de ingewikkelde situatie, waarinde heer Kahraman zit. Hij zit in een ingewikkelde coalitie. Zijn partij staater misschien in de peilingen niet goed voor en hij is ook nog eenbewindspersoon die verantwoordelijk is op dit dossier. Het zijn exactdezelfde omstandigheden die ik drie jaar geleden had! Ik zou toch hopendat NSC, net als het CDA destijds in de coalitie, nu echt extraparlementairgaat zijn en zegt: dit is niet volgens de normen en waarden die wijnaleven, dit accepteren we niet. Ik hoop dat NSC dat zegt in plaats van tewerken met rookgordijnen en te goochelen met cijfers. Gaan we nu echthet extraparlementaire zien? Gaan we nu eindelijk het goede bestuur zien?Gaat de heer Kahraman nu tegen het kabinet zeggen: dit is een ereschuld,die is gebroken; draai het terug?De heer Kahraman (NSC):Ik ga een retorische vraag stellen. Wie heeft die ereschuld gecreëerd?Voorzitter, ik probeer de vraag te beantwoorden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 840 De voorzitter:U mag doorgaan met de beantwoording.De heer Kahraman (NSC):Een ereschuld is iets wat iemand ... Het kabinet heeft een ereschuldgecreëerd in de Staat van de Consulaire ... Over mij wordt gezegd: u staatin de peilingen en noem maar op. Morele beslissingen neem je niet opbasis van peilingen. Morele beslissingen neem je op basis van je hart. Jekijkt wat je kunt doen voor deze mensen. Het zijn mensen die hun levenecht niet zeker zijn. Als er partijen zijn die suggereren dat ik op basis vanpeilingen morele besluiten neem, werp ik dat verre van me.De voorzitter:Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat we doorgaan. Gaat u verder met uwbetoog.De heer Kahraman (NSC):Ik heb zo veel interrupties gehad dat ik even moet kijken waar ik geblevenwas. Ik denk dat ik een aantal dingen kan skippen. Laat ik duidelijk zijn,Nederland heeft bij de val van Kaboel een regeling gecreëerd, waardoormensen die voor ons hebben gewerkt in Afghanistan in hoog-profiel werk,onderdeel werden van de tolkenregeling. Het omhelsde meer dan tolken.Inmiddels hebben we meer dan 4.600 mensen overgebracht, die gebruikhebben gemaakt van deze regeling. En het kabinet is bezig om nog 64mensen over te brengen. Dit is goed. Het is belangrijk dat dit wordtgedaan en dat het is gelukt.Ik wilde ook even terugkomen op de commissie-Ruys en het hele debat,maar volgens mij hebben we dat al duidelijk besproken met elkaar. Ik hebde notulen uitgeplozen, maar volgens mij is er geen toezegging gedaanom dit in gang te zetten, maar om het onderzoeksresultaat terug te geven.De Minister heeft zelfs een datum afgegeven: «Ik kom in februari 2024 bijjullie terug om te kijken welke haken en ogen aan het onderzoek zitten enaan het besluit dat ik zou kunnen nemen».Voorzitter. We hebben het een paar keer gehad over de besluitvorming. Ikheb gezegd: ik vind er wat van. Ik heb ook gezegd dat ik een aantal vragenheb. Daarop wil ik wel echt duidelijke antwoorden van dit kabinet.Kan de huidige Minister de resultaten van de toegezegde onderzoeken, opbasis waarvan beide besluiten zijn genomen, delen met de Kamer?Kan de Minister aangeven op welke grond de vorige Minister haar besluitheeft genomen? Ik kon de beslisnota niet vinden. Ja, ik kon wel eenbeslisnota vinden, maar ik kon echt geen zin vinden over de overwegingvan de Minister waarom ze dit besluit heeft genomen. Ik kon ook in debrief bij de nota geen enkele overweging vinden. Er zal toch ook eenministerraadbesluit onder liggen? Het gaat om drie Ministers die eenbesluit moeten nemen. Ik heb als nieuw Kamerlid geprobeerd om tezoeken in de openbare besluitenlijst. Ik kon geen besluit van de minis-terraad vinden om de ASG-bewakers hiernaartoe te halen.Voorzitter. Dit is terugkijken, maar ik wil ook vooruitkijken. Voor mij telt:hoe gaan we ervoor zorgen dat mensen die ... Ik merk dat deze commissiesterk op de woordkeuze let. Laat ik mijn tekst voorlezen, dan kan ik me ookniet verspreken.Voorzitter. Dan naar het besluit van het huidige kabinet. We moetenbeseffen dat waar we de grens ook trekken, er altijd een aantal mensenaan de verkeerde kant van de grens zullen uitkomen. Dit dilemma hebbenwe ook bij de tolkenregeling gezien. De Kamer heeft in 2021 deze regelingvastgesteld in de veronderstelling dat alle Afghaanse medewerkers diegevaar liepen hiermee geholpen waren. Vorig jaar, twee jaar na het eerstebesluit, is gevraagd om te onderzoeken of de EUPOL- en deASG-bewakers niet ook onder deze regeling konden vallen. Hierover heefthet kabinet nu een besluit genomen. Nieuw Sociaal Contract roept hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 841 kabinet op om barmhartig rekening te houden met individuele, schrij-nende gevallen.Mag ik afronden, voorzitter?De voorzitter:Nee. Uw tijd is allang om. Ik heb u echt ruim de tijd gegeven. Ik sta ookgeen interrupties meer toe op dit punt. Mevrouw Piri heeft een punt vanorde.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Een klein punt van orde, voorzitter. De tolkenregeling bestaat sinds 2014.De voorzitter:Dat deed u vakkundig, maar dit is geen punt van orde. Dan gaan we naarde heer De Roon. Ik sta geen interrupties meer toe.De heer Kahraman (NSC):Voorzitter, mag ik reageren op het punt dat mevrouw Piri maakt?De voorzitter:Nee. We gaan naar de heer De Roon.De heer De Roon (PVV):Dank, voorzitter. Ik wil ook even over Afghanistan spreken. Ik neem u evenmee terug naar het jaar waarin het Afghaanse bewind ineenstortte onderde druk van de talibanopmars. Zo’n beetje in het eerste kwartaal van datjaar heb ik tegen de toenmalige Minister van Defensie gezegd: houd errekening mee dat die ineenstorting van het Afghaanse bewind en deAfghaanse krijgsmacht veel sneller kan gebeuren dan jullie denken opbasis van de informatie die jullie zeggen te hebben; houd er rekening meedat het echt veel sneller kan gaan gebeuren. Nou, ik hoefde me nergensdruk over te maken. We weten hoe het is afgelopen.Voorzitter. Ik moest daaraan denken toen ik te maken kreeg met de situatiein Sudan, waar op een gegeven moment ook een opmars van rebellenwas, richting Khartoem. Toen heb ik tegen de Minister van BuitenlandseZaken gezegd: houd er rekening mee dat de ineenstorting van dat bewinden van de verdediging van Khartoem heel snel kan gebeuren; houd daaralsjeblieft rekening mee! Nou, hetzelfde verhaal. Enige tijd later kwamenwe terecht in de situatie waarover nu die rapportage en een brief isverschenen. Uiteindelijk deed die crisissituatie zich toch voor in Khartoem,omdat het allemaal veel sneller ging dan iedereen had gedacht.Het is jammer dat er in beide gevallen niet adequaat is gereageerd op watik signaleerde, maar dat is allemaal water dat onder de brug is gegaan endaar hoeven we nou ook niet meer heel diep op in te gaan. In Khartoemkwamen het consulaat en het personeel door die snel escalerendegevechten in de knel en raakten essentiële contacten verbroken. Door eenexterne partij – er is een onderzoeksbureau ingeschakeld – is op verzoekvan het ministerie een leernotitie opgesteld. Ik wil in de eerste plaatszeggen dat ik het heel verstandig vind om voor zoiets nou eens eenexterne partij in te schakelen. In vervolg op die leernotitie wordt op BuZanu gewerkt aan, wat ze dan noemen, een meer eenduidige, gebruiksvrien-delijke en handzame instructie voor de posten. Ook wordt het explicieteruitwerken van meerdere scenario’s en exit-opties onderschreven.Allemaal heel verstandige adviezen. Ik ben blij dat dit door BuitenlandseZaken is opgepakt; trouwens niet alleen door Buitenlandse Zaken, maarook door Defensie. Sinds de crisis in Sudan zijn bij navolgende criseszowel het Nationaal Crisiscentrum als het Ministerie van Defensie vanafhet beginstadium betrokken bij de crisisopschaling van BuitenlandseZaken. Die verbeterpunten waar nu sprake van is, en die BuitenlandseZaken ook overneemt, onderschrijf ik graag. Het is heel goed dat datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 842 gebeurt, maar het is nog niet afgelopen. Ik verneem dus graag over deverdere uitvoering daarvan in de komende tijd. Misschien kan de Ministervan Buitenlandse Zaken ook aangeven wanneer hij denkt dat dat procesgeheel voltooid is en wat de resultaten daarvan zijn.Dat was Afghanistan en Sudan wat betreft de wijze waarop BuitenlandseZaken met een crisissituatie omgaat. Maar nu kom ik natuurlijk bij dekwestie waarover hier al bijna twee uur gesproken is, namelijk die van deAfghaanse bewakers. Daar kan ik eigenlijk kort over zijn. Bij de regelingvan werkzaamheden afgelopen dinsdag heb ik al gezegd dat wij helemaalachter de beslissing van de regering staan die is neergelegd in de briefvan de Minister van Buitenlandse Zaken van 27 september. Wij kunnenons daar helemaal in vinden; het is een goede beslissing. Ik hoop ook datde regering daaraan vasthoudt. Ik vraag hun om dat te doen.Dan kom ik bij de Nederlanders in Libanon. Ik bedank de Minister voor debrief daarover. Ik ben ook blij dat hij, samen met andere departementen,zaken in gang zet om de Nederlanders in Libanon die weg willen, ter willete zijn met evacuatievluchten. Ik las dat ook niet-Nederlanders meekunnen als de vluchten niet vol zijn met Nederlanders. Ik ga natuurlijk nietmet u praten over de prioritering daarin – dus wie wil en wie niet – maar ikwil wel aandacht vragen voor het feit dat België dit zelf niet kan opzettenen er ook veel Belgen – ik geloof 1.800 – in Libanon zitten. Als u dus kansziet om Belgen mee te laten gaan met die evacuatievluchten, heel graag.De voorzitter:U bent aan het einde van uw tijd.De heer De Roon (PVV):Jammer, want ik had nog veel meer.De heer Diederik van Dijk (SGP):De heer De Roon zal nog even iets meer spreektijd hebben. Hij juicht hetkabinetsbesluit toe. Gelet op de aard van het kabinet zou ik het erg opprijs stellen om te horen waarom hij het zo’n goed besluit vindt. Er zijnhier heel veel dilemma’s over tafel gegaan, maar daar voelt u helemaalniet in mee. Kunt u iets meer zeggen over waarom u het besluit van hetkabinet zo goed vindt?De heer De Roon (PVV):Luister eens. U stelt deze vraag aan de woordvoerder van een partij diezegt een noodsituatie te hebben met asiel. We willen een asielnoodwet enwe willen een asielnoodknop. Dat betekent dus dat we niet nog meerbuitenlanders in Nederland willen die op de een of andere manier moetenworden opgevangen. Dat willen we gewoon niet. Nu is er eindelijk eenbesluit van de regering dat we dat gewoon niet gaan doen met dezeAfghaanse bewakers. Dat is voor mij reden om te zeggen: prima, houddaaraan vast.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor het hele heldere antwoord. Dat is in ieder geval duidelijk. Hetgeeft ook het grote verschil aan met de SGP. We hebben het nadrukkelijkniet over asielzoekers. Ook de SGP staat voor een rechtvaardig en strengasielbeleid – of hoe u het ook wilt verwoorden – maar het gaat hier overmensen voor wie wij een zekere verantwoordelijkheid dragen. Daar vroegik de reflectie van de heer De Roon op. Ervaart hij dat in enigerlei mateniet ook zo?De heer De Roon (PVV):Dan zal ik u daar een antwoord op geven. De PVV heeft meer dan tien jaarlang gezegd dat we helemaal niet op de grond in Afghanistan moetenzitten. We moeten niet betrokken zijn bij die oorlog. Dat hebben we al dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 843 jaren volgehouden. Al die jaren hebben partijen – ik ga ze niet allemaalnoemen, maar GroenLinks, Partij van de Arbeid, en ook het CDA, de VVD,D66 en de ChristenUnie – gezegd: dat moeten we wel doen en we gaandaar gewoon mee door. Daarmee creëer je een situatie waarin jemilitairen die in een kamp zitten ook bewaking gunt. Blijkbaar is ervoorgekozen om daarvoor Afghanen in te zetten. Over die Afghanen wordt nusteeds gezegd dat ze dat voor Nederland deden. Daar geloof ik werkelijkhelemaal niks van. Die Afghanen deden dat voor het geld dat ze kregenvoor die baan. Die Afghanen, die dat deden voor het geld, wisten ook heelgoed tegenover welke vijand de Nederlanders beschermd moestenworden: onbetrouwbare, gewelddadige en nietsontziende talibanmensen.Daartegen moesten de Nederlanders worden beschermd. Die bewakershadden, zolang ze die baan hadden – dus een jaar of langer, want over diegevallen gaat het – elke dag of nacht uit die uitkijktorens geschotenkunnen worden door de taliban. Dat risico namen ze welbewust. Ze wistendus met wie ze te maken hadden en hoe het kon aflopen. Dat betekent datmijn partij en ik ons in ieder geval helemaal niet speciaal verbondenvoelen met het lot van die Afghaanse bewakers. We waren er sowiesotegen, maar er is voor gekozen om het wel te doen. Die mensen hebbenbewust zelf risico’s genomen. Het is hun verantwoordelijkheid. Er zullenop dit moment zeker schrijnende gevallen zijn wat betreft de Afghaansebewakers. Dat geloof ik onmiddellijk. Maar ik zie nog miljoenen andereschrijnende gevallen in de wereld. Daar ga ik ook niet over zeggen: haal zemaar naar Nederland. Dat ga ik gewoon niet doen. Dat doe ik nu dus ookniet voor deze Afghaanse bewakers.De voorzitter:Dank u wel. Nee, meneer Ceder, u bent door uw interrupties heen, sorry.Het woord is aan mevrouw Van der Wal.Mevrouw Van der Wal (VVD):Dank, voorzitter. Dit commissiedebat gaat ook over consulaire zaken. Daarheb ik eerst even een puntje over. Daarna ga ik natuurlijk ook in opAfghanistan.Voorzitter. Goede en toegankelijke consulaire dienstverlening voorNederlanders in het buitenland is van groot belang voor de VVD. Algeruime tijd geleden is aangegeven dat steeds meer processen digitaalkunnen verlopen. Maar helaas gaat dit proces traag. Neem bijvoorbeeldde digitalisering van de vernieuwing van het rijbewijs; die zat vorig jaarook al in een verkenningsfase. Kunt u toelichten wanneer Nederlandershun rijbewijs online kunnen vernieuwen? Wanneer kunnen we daarnaastverwachten dat de consulaire documentverstrekking gedigitaliseerdwordt, zoals verzocht in de motie-Brekelmans/Sjoerdsma?Ik wil via deze weg ook mijn zorgen uitspreken over de steeds verderoplopende spanningen in het Midden-Oosten. Iran heeft een ongekenderakettenregen op Israël afgevuurd. Met de rugdekking van landen alsChina en Rusland vormt het Iraanse regime een steeds groter risico opescalatie naar een groter regionaal conflict. De afgelopen jaren hebbenverschillende evacuatieoperaties en repatriëringen plaatsgevonden. Ik zougraag van de Minister willen horen hoe deze recente operaties zijnverlopen. Dan kijk ik ook naar de situatie in Libanon. Het is goed dat hetkabinet Nederlanders ophaalt. Maar waarom was dit nog nodig? Hoe kijktde Minister naar Nederlanders die sinds oktober 2023, het moment dat ercode rood was, alsnog naar Libanon zijn afgereisd? Wat had er volgens deMinister beter gekund in de communicatie, zodat Nederlanders eerderterug hadden kunnen komen, via reguliere vluchten, of zodat ze überhauptniet naar Libanon waren gegaan? Nederlanders hebben daarin ook eeneigen verantwoordelijkheid; die mogen we wat mij betreft ookaanspreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 844 Voorzitter. Tot slot de beslissing van het huidige kabinet om de Afghaansebewakers niet naar Nederland te halen. Want dat leidt opnieuw totdiscussie, zoals we vanavond ook zien. We hebben als Nederland, terecht,al bijna 5.000 Afghanen geëvacueerd, omdat duidelijk was dat zij gevaarliepen door hun medewerking aan onze missie. Bij de aangenomenmotie-Piri leek het om een kleine groep te gaan, maar nu blijkt dat hetinclusief gezinshereniging potentieel om bijna 1.000 mensen gaat. Dezegroep is niet eerder fatsoenlijk door onze diensten gescreend. Daarmee ishet potentieel onmogelijk om die nu nog te screenen op zo’n manier datonze veiligheid gewaarborgd blijft. Ik wil graag van de Minister weten hoedit zit en hoe hij onze veiligheid heeft meegewogen.Zoals gezegd maakt de VVD zich zorgen om onze veiligheid; de Staat isverplicht om dat voor de eigen bevolking te doen. Is de IND überhaupt instaat om deze groep te screenen, vraag ik de Minister. Als mensenaantoonbaar gevaar lopen door medewerking aan die missie, ook vijftienjaar geleden al bijvoorbeeld, is het dan zo dat er door het kabinet ook echtnaar die schrijnende gevallen wordt gekeken? Hoe wordt dan voor diegevallen de screening gedaan?Voorzitter. Nu echt tot slot. Het kabinet neemt dit besluit mede op basisvan werkafspraken. Ik wil daarom van de Minister weten hoe dezewerkafspraken zijn vormgegeven. Hoe gaan zij daar bij andere missiesmee om? Wat kunnen we daarvan leren? Deze reflectie is in mijn ogenbelangrijk, zodat we in de toekomst meteen duidelijkheid kunnenverschaffen.De voorzitter:Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van deKamer. Ik kan me voorstellen dat de Minister gelijk gaat antwoorden. Ofnee, ik kan me voorstellen dat u behoefte heeft aan een korte schorsing.Mevrouw Piri heeft eerst een punt van orde.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):We hebben aan het begin geconstateerd dat we niet alle stukken hebbengekregen van het kabinet. We hebben net ook gehoord dat de heerKahraman eigenlijk ook nog behoefte heeft aan stukken van het vorigekabinet, als ik hem goed begrepen heb. We merken dat logischerwijs nietalle collega’s alles hebben kunnen lezen wat vier minuten voor aanvangvan het debat hierheen is gestuurd. Helaas was er geen meerderheid voorons idee om dit debat tot later dan 21.30 uur te voeren. Dat stonden decoalitiepartijen niet toe.Mijn voorstel zou zijn om het volgende ter stemming voor te leggen.Laten we het debat schorsen en volgende week vervolgen. Dan zou ikgraag schriftelijk antwoorden willen krijgen op onze vragen en willen datalle niet-geleverde stukken alsnog naar de Kamer worden gestuurd. Dankunnen we gewoon fatsoenlijk het debat voeren, want het gaat hier welom mensenlevens. Ik wil dit dus niet afraffelen in drie kwartier of veertigminuten met drie bewindspersonen. Dat is dus mijn voorstel.De voorzitter:Voordat ik het woord aan de overige Kamerleden geef, wil ik eenprecisering. Gaat uw voorstel over alle onderwerpen van zojuist of alleenover Afghanistan?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Uiteraard over Afghanistan, voorzitter.De voorzitter:Oké. Dan kijk ik even naar de Kamerleden. Ik begin achterin, bij mevrouwVan der Wal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 845 Mevrouw Van der Wal (VVD):Voorzitter. Ik heb echt voldoende informatie. Ik stel dan ook voor dat wedit debat vanavond gewoon afronden.De voorzitter:Geen steun.De heer De Roon (PVV):Hetzelfde als mevrouw Van der Wal.De voorzitter:Geen steun.De heer Kahraman (NSC):Voorzitter. Ik hoef geen documenten van het vorige kabinet te hebben.De voorzitter:Steunt u het verzoek of niet?De heer Kahraman (NSC):Voorzitter. Er wordt mij gezegd dat ik documenten nodig zou hebben. Alsmevrouw Piri mijn naam niet had gebruikt in haar betoog, dan had ik erook niet op gereageerd. Dus wat wilt u van mij? Moet ik blijven zitten alsiemand iets naar mij toewerpt?De voorzitter:Helder. Er is een punt van orde gemaakt. De vraag aan de Kamer is: wilt udadelijk doorgaan of wilt u dit deel van het debat volgende weekvoortzetten? Dat voorstel zou ik met enige spoed willen behandelen. Ik wildus graag horen: steunt u het voorstel, ja of nee?De heer Kahraman (NSC):Voorzitter. Mevrouw Piri zegt in de commissie dat ik ook wil verdagenomdat ik stukken wil. Ik zeg dat ik geen stukken hoef. Geen steun. Wekunnen het debat vandaag voeren.De voorzitter:Geen steun. Top! Hartstikke goed antwoord! Dank u wel.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik steun het verzoek.De voorzitter:Oké.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik steun het verzoek ook.De heer Van Baarle (DENK):Steun.Mevrouw Dobbe (SP):Steun.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter. Wel als we de antwoorden op de vragen die nu al gesteld zijnook schriftelijk krijgen. Want uit de stukken blijkt gewoon dat er eengebrekkige juridische onderbouwing is van het besluit. Dus steun, maardan wil ik dit ook wel ruim op tijd krijgen. Anders krijgen we namelijkweer hetzelfde. Ik ben hier echt niet blij mee. Dit is gewoon een zwakTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 846 juridisch besluit met grote mogelijke juridische consequenties. Die zou ikgraag ook hebben ...De voorzitter:Dank je wel. Ook voor u geldt: steun of geen steun?De heer Ceder (ChristenUnie):... en dan steun ik het.De heer Paternotte (D66):Steun, voorzitter. Dat geeft het kabinet dan ook de kans om ons verzoekten aanzien van aanvullende informatie mee te nemen en te wegen.De heer Diederik van Dijk (SGP):Juist omdat de Kamerbrief zo mager onderbouwd was, denk ik inderdaaddat dit debat, dat zorgvuldig moet worden gevoerd, aan waarde kanwinnen als we een schriftelijke beantwoording kunnen krijgen van de nugestelde vragen.De heer Boswijk (CDA):Steun.De voorzitter:Dan tel ik een meerderheid voor het verzoek van mevrouw Piri. Datbetekent het volgende. U zei «volgende week». We hebben nog niet naarde agenda kunnen kijken. Ik kan u dus niet garanderen dat dit debatdaarmee ook volgende week ingepland kan worden. Het zal nog een heletoer worden om dat te doen. Maar we gaan in ieder geval op zoek naareen ander moment. Ik zou wel willen voorstellen om in ieder geval devragen die over consulaire zaken zijn gesteld, vanavond nog wel af tedoen. Daar zitten namelijk ook zeker actuele zaken bij. Hoelang heeft unodig, Minister? Ik kijk even naar de Minister van Buitenlandse Zaken. Eenkwartier? Dan schors ik voor vijftien minuten, maar niet voordat ik deMinister van Defensie het woord heb gegeven.Minister Brekelmans:De Kamer gaat natuurlijk over de planning van het debat. Maar er zijn heelveel vragen gesteld. We weten allemaal dat als we die op papier zetten enwe die moeten afstemmen met drie ministeries en bewindspersonen dievolgende week op reis zijn, het gewoon praktisch veel tijd kost. Het isimmers veel werk. Dus als de Kamer zegt «we gaan dit debat op dinsdaginplannen», hebben we echt een probleem. Ik wil dus echt evenafstemmen wanneer wij dit kunnen leveren. Dat is zeker met zo’n gevoeligonderwerp belangrijk. Want als één dingetje niet helemaal klopt, wordennegen Kamerleden boos.De voorzitter:Het is helder. Eén. Dan heeft u negen Kamerleden die kritisch hun werkdoen. Twee. Ik heb zojuist gezegd dat ik niet weet wanneer we het dankunnen inplannen. Dat was een waarschuwing richting de Kamerleden.Maar de Kamer heeft in meerderheid duidelijk uitgesproken wat zij wil. Wezullen in de planning zo veel mogelijk met eenieder rekening houden. Ikschors de vergadering voor vijftien minuten.De vergadering wordt van 20.27 uur tot 20.49 uur geschorst.De voorzitter:Aan de orde is de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik geef hetwoord aan de Minister van Buitenlandse Zaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 847 Minister Veldkamp:Dank, voorzitter. Oorspronkelijk stond dit debat geagendeerd als eendebat over de Staat van het Consulaire, een document over een van dekerntaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Die taak is datNederlanders die in het buitenland zijn voor een reis, vakantie of verblijfmoeten kunnen vertrouwen op consulaire dienstverlening. Ik ga daar ietsover zeggen, niet alleen omdat er vragen over gesteld zijn, maar ookomdat medewerkers van het ministerie daar 24 uur per dag voorklaarstaan, in Den Haag en elders in de wereld. Dit gaat om dienstver-lening in goede tijden, voor bijvoorbeeld reisdocumenten of een DigiD alsje in het buitenland woont. Het gaat ook om dienstverlening in moeilijketijden, bijvoorbeeld bij het overlijden van een dierbare, detentie in hetbuitenland, huwelijksdwang en dergelijke. Iedere Nederlander mag wetendat de rijksoverheid er ook voor hen is, in Nederland en wereldwijd.Die taken houden ook de verantwoordelijkheid in voor het afgeven vanvisa voor mensen die Nederland willen bereiken vanuit het buitenland.Dat is niet alleen voor toerisme en familiebezoek. Ook handel en investe-ringen faciliteren we. Tegelijkertijd houden we de veiligheid vanNederland daarbij in het oog. Ik zeg erbij dat het aantal visumaanvragenstijgt met zo’n 15% per jaar.Ik markeer dit alles omdat dit van belang is en aandacht daarvoor nodigblijft. Juist dit soort tastbare taken zijn de reden waarom het kabinet debezuiniging op het zogeheten postennet van Nederlandse ambassades enconsulaten heeft willen beperken. In het regeerprogramma hebt u kunnenlezen dat we daar 10% in plaats van 22% taakstelling bij zetten, met dankvoor de financiële dekking aan de Minister van Financiën.Mevrouw Van der Wal vroeg naar digitalisering en wanneer Nederlandersonline hun rijbewijzen kunnen vernieuwen. Buitenlandse Zaken verbetertde processen voor aanvragen en voor het regelen van producten endiensten door burgers buiten Nederland en zet daar waar mogelijkdigitalisering voor in. We zullen ook bij ketenpartners blijven aandringenop verder gezamenlijk onderzoek naar wat er technisch mogelijk is omeen volledig digitaal aanvraagproces te realiseren. Ketenpartners zijn hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor depaspoorten of de Rijksdienst voor het Wegverkeer voor de rijbewijzen. Eenmeer digitaal aanvraagproces voor rijbewijzen is primair aan de Rijks-dienst voor het Wegverkeer. Het gaat daarbij buiten de EU om een relatiefkleine groep van nog geen 4.000 per jaar. Als je als Nederlander binnen deEU verblijft, moet je ter plaatse je rijbewijs vernieuwen. Zo heb ik eentijdlang rondgereden met een Grieks rijbewijs met Griekse lettertjes.Voordat ik terugkwam in Nederland dacht ik dat ik dat maar eens moestwijzigen. We hebben dus alle aandacht voor de motie-Brekelmans/Sjoerdsma.De voorzitter:Ik laat de Minister heel even doorgaan. Daarna mag de commissie vragenstellen.Minister Veldkamp:De heer Van Baarle van de fractie van DENK vroeg om een update van desituatie in Gaza wat betreft Nederlanders. Wij zetten ons ervoor in om depersonen uit de consulaire doelgroep over te brengen uit de Gazastrook.Tot nu toe zijn meer dan 90 personen naar Nederland overgebracht. Sindshet sluiten van de grensovergang bij Rafah begin mei hebben helaas geenoverbrengingen meer plaatsgevonden. We zijn in contact met enkeletientallen personen uit de Gazastrook die we willen ondersteunen.Daaronder zijn, zeg ik uit het hoofd, zeven mensen met de Nederlandsenationaliteit. De consulaire doelgroep is groter: Nederlanders, kernge-zinnen, mensen met een verblijfstitel in het Koninkrijk, en in dit geval ookmensen met zicht op gezinshereniging. Wij blijven ons hiervoor inzettenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 848 via alle diplomatieke kanalen. Dat gebeurt in Israël, maar ook in Egypte enJordanië als mensen langs die weg moeten vertrekken. Ik gebruik ookdaar de gelegenheden. Ik heb dat begin vorige maand ook in Israël zelfweer eens gedaan. Wij dringen erop aan, naast goedkeuring voor depersoon om de grens te kunnen passeren, dat meer grensovergangenworden opengesteld. Kerem Shalom is bijvoorbeeld op dit moment nietopengesteld voor personenverkeer. Men heeft meermaals toegezegd zichte zullen inspannen voor onze Nederlandse consulaire doelgroep.Nogmaals, er zijn al meer dan 90 personen overgebracht. We blijventrekken aan de mensen die nog moeten worden overgebracht.De heer Van Baarle vroeg ook naar het visumbeleid voor Suriname.Nederland steunt de wens van Suriname om op EU-niveau visumvrijreizen voor alle Surinaamse burgers te regelen. Dat is natuurlijk eenSchengen-aangelegenheid. Nederland heeft aan Suriname aangebodenom te helpen bij het leggen van contacten bij de Europese Commissie omhet verzoek onder de aandacht te brengen, en te onderzoeken langs welkeweg dat het beste kan. Dat heb ik ook toegezegd op 17 juli, toen MinisterAlbert Ramdin Den Haag bezocht. De bevoegdheid voor het instellen ofafschaffen van een visumplicht is een Europese. Nederland kan nietunilateraal besluiten om de visumplicht op te heffen voor een derde landals Suriname. Het initiatief daartoe ligt bij de Europese Commissie. Wijgaan Suriname helpen met onze expertise over hoe het in de EU werkt enhoe het in Schengen werkt. Nogmaals, ik heb dat op 17 juli toegezegd.Premier Schoof heeft dat ook afgelopen week in New York toegezegd aanpresident Santokhi tijdens een ontmoeting in de marge van de AlgemeneVergadering van de Verenigde Naties. Gezien de warme banden tussenbeide samenlevingen – die ken ik ook persoonlijk – zetten we ons hieruiteraard voor in.Dat was het wat algemene consulaire zaken betreft.De voorzitter:Op dit punt ga ik even een aantal interrupties toestaan. Allereerstmevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik hoorde de Minister iets zeggen over consulaire steun bij huwelijks-dwang. Nu wil het geval dat ik in het emancipatiedebat heb gevraagd naarde uitvoering van de motie-Jasper van Dijk/Valstar over huwelijksdwanguit 2022. Toen werd verwezen naar de Staat van het Consulaire. Die gaatover het Nederlandse buitenlandbeleid, dus eigenlijk waar we het ookvandaag over zouden moeten hebben. Maar tot onze verbazing is wat erin de Staat van het Consulaire staat wel heel mager. Ik zou daar dus welwat meer over willen horen van de Minister. Wat doen wij nu omslachtoffers van huwelijksdwang in het buitenland te helpen en terepatriëren, terug te halen?Minister Veldkamp:Dank aan mevrouw Dobbe. Ik hoor haar zeggen dat daar een wat magerepassage over in de Staat van het Consulaire staat. Onze nieuwe topambte-naren kijken even of we nog iets bij de hand hebben daarover. Mocht datniet zo zijn, dan kom ik er graag op terug in de tweede termijn, want ikbegrijp dat u dit belangrijk vindt en dat dit belangrijk is. Ik noteer ook evenom welke motie het gaat.Misschien kan ik er toch iets meer over zeggen. We plegen consulaireinzet op het gebied van huwelijkse gevangenschap, huwelijksdwang enachterlating. Ook internationaal agenderen we dat, ook in deVN-Mensenrechtenraad in Genève. Er is een door Nederland getrokkenresolutie met als thema gedwongen huwelijken. Daarin worden landenopgeroepen om actie te ondernemen en aan preventie te werken, zoalsonderwijs en betere voorlichting. Bij een melding van een concreet gevalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 849 van huwelijkse gevangenschap in het buitenland beoordelen BuitenlandseZaken en het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating, hetLKHA, de hulpvraag. Buitenlandse Zaken ontvangt op dit moment een vrijbeperkt aantal consulaire hulpvragen op dit terrein. Het handelingsper-spectief bij huwelijkse gevangenschap is soms beperkt, begrijp ik.Nogmaals, ik kan erop terugkomen in de tweede termijn. Dan ga ik datiets verder uitzoeken, mede aan de hand van de motie. Daar hebt u ookrecht op.De voorzitter:Dat is een goede toezegging. Mevrouw Van der Wal, u schrikt ervan.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ja, ik schrik ervan dat ik al aan de beurt ben, maar dat maakt verder nietuit. Ten aanzien van het digitaliseren: het antwoord van de Minister klinktalsof het nog steeds in de verkenningsfase zit, waar het eigenlijk vorig jaarook al in zat. Daarom vraag ik mij af of de Minister er een termijn aan zoukunnen verbinden.Minister Veldkamp:Dank aan mevrouw Van der Wal. Ik weet niet of ik daar een termijn aankan verbinden, maar er is wel een duidelijke inzet. We zetten ons ervoor inom bij andere landen te kijken of er best practices zijn waar we wat vankunnen leren over hoe dat strakker kan. We kennen natuurlijk allemaallanden waar de overheid sterk gedigitaliseerd is – ik noem bijvoorbeeldEstland – maar ik weet niet of dat ook in het buitenland geldt voor hen.Die kennis heb ik niet paraat. Ook hier kan ik op terugkomen in de tweedetermijn. Maar ik zie gewoon het belang hiervan. Ik heb zelf vaak genoeglangdurig in het buitenland verbleven om te weten dat digitalisering op ditpunt wel noodzakelijk is. Sterker nog, ik ben wel een beetje geschrokkenvan hoe de rijksoverheid in volle breedte ... Ik schrok bijvoorbeeld vanhoeveel papierwerk ik nog nodig had voordat ik afgelopen december konworden beëdigd als Tweede Kamerlid. Ik ben bijvoorbeeld nog naar mijngeboorteplaats, Etten-Leur, geweest om daar een geboorteakte op papierop te halen, omdat ik die als niet-ingezetene van Nederland – ik was opdat moment woonachtig in Londen – niet digitaal kon krijgen. We mogendus echt een push geven aan dat soort taken. Daar zal ik me voor inzetten.De voorzitter:Dank u wel. Was dat voldoende? Ja. Meneer Paternotte, heeft u eeninterruptie op hetzelfde punt? Ik wilde eigenlijk het woord geven aan deheer Van Baarle, maar die wilde interrumperen op een ander punt, toch?Ja. De heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Ik kan het deze Minister niet euvel duiden dat de motie-Brekelmans/Sjoerdsma de wereld in die zin nog niet veranderd heeft, maar er ligtbijvoorbeeld van de Stichting Nederlanders Buiten Nederland wel eenhoop onderzoek aan ten grondslag, dus ik zou hem willen vragen of hijzich ook met die stichting kan verstaan en of hij ons voor de begrotingsbe-handeling kan laten weten hoelang het beoordelen van wat er kan, nog zalgaan duren.De voorzitter:Dat is een heldere vraag.Minister Veldkamp:Ik kan toezeggen dat ik daarop voor de begrotingsbehandeling Buiten-landse Zaken terugkom. Met de Stichting Nederlanders Buiten Nederlandis er contact, en wel door de hoofddirectie Consulaire Zaken. Ik kan datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 850 contact ook zelf hebben. Dat heb ik in het verleden in andere rollen ookgehad. Ik weet dat ze zich inzetten voor Nederlanders in het buitenland,hoe ze dat doen en ook hoe belangrijk dat is voor die circa 1 miljoenNederlanders die in het buitenland woonachtig zijn.De voorzitter:Dank u wel. We noteren deze toezegging. Meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Over de Nederlanders en breder de consulaire doelgroep die op ditmoment nog in Gaza zit. Wij vragen als Tweede Kamer al heel erg lang –en dat is ook de roep vanuit de samenleving – om ervoor te zorgen datmensen vanwege de verschrikkelijke situatie daar gewoon weer terugnaar Nederland kunnen komen, maar dat lukt maar steeds niet. Mijn vraagaan de Minister is: waar ligt het aan dat dit maar steeds niet lukt? Aanwelke organisatie, aan welk land, aan welke omstandigheid ligt dat?Minister Veldkamp:Het beeld dat dit niet zou lukken, is in tegenspraak met het feit dat tot nutoe meer dan 90 mensen zijn overgebracht. Die inzet leidt dus wel degelijktot resultaten. We hebben de laatste tijd wel het probleem dat degrensovergang tussen de Gazastrook en Egypte, aan de zuidkant van deGazastrook bij Rafah, gesloten is. Daar vindt dus geen personenover-dracht meer plaats. Daarom is het niet meer gelukt om in nieuwe gevallenmensen uit Gaza te halen. Daar zetten we ons wel voor in, van: zorg noudat het via een andere overgang wel kan, bij Erez in het noordenbijvoorbeeld of bij de Kerem Shalom-overgang die ik al noemde. En zorgdat dit ook lukt met betrekking tot de betreffende personen. Daar sprekenwe Israël op aan. Dat is COGAT, dus de militaire instanties die zichbezighouden met movement and access, in het Engels, in en tot deGazastrook. Het is ook zaak dat wij daarover spreken met Egypte, alsmensen daarheen zouden gaan, en met Jordanië, als mensen naarJordanië zouden gaan. Ook die moeten hun toestemming geven. Dat iscomplex, maar daar blijven we aan trekken. Ik heb ook vorige week bij deAlgemene Vergadering van de VN in New York gesproken met zowel deIsraëlische als de Egyptische en de Jordaanse collega’s. Daar blijven wijons daadwerkelijk voor inzetten. Daar mag u volledig van uitgaan.De voorzitter:Laatste vraag, meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Het feit dat ik zeg dat het onvoldoende lukt of niet lukt, heeft ermee temaken dat er op dit moment mensen daar al een jaar lang een beroepdoen op ondersteuning en daar nog niet weg kunnen. Nu is het natuurlijkoverduidelijk dat de grensovergangen dicht zijn. Maar mijn vraag waswaar het aan ligt dat die mensen daar al, toen de grensovergangen nogopen waren, geen toestemming kregen om naar Nederland terug te keren.Ik hoop dat die grenzen zo snel mogelijk opengaan, maar de verwachtingis nu niet dat dit snel gebeurt. Is het dan een overweging dat we, net zoalsin medische vraagstukken is gebeurd, een missie gaan organiseren omdie mensen te evacueren, omdat ze daar al zo lang vastzitten?Minister Veldkamp:We hebben enkele tientallen mensen in beeld – 26 zeg ik uit mijn hoofd,dat wordt door mijn ondersteuning bevestigd – die we uit de Gazastrookwillen halen. Nogmaals, er speelt de kwestie met de grensovergangen.Soms speelt bovendien dat Israël aangeeft dat er ook veiligheidsredenenzijn. Daarover ga ik de discussie met de Israëli’s nog aan. Is dat het geval?Is het bij die persoon het geval? Hebben wij dezelfde gegevens of strokenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 851 die gegevens niet? Ik ga geen uitspraken doen over individuele casuïstiek,maar het is wel iets waarvan ik u kan verzekeren dat ik me er ookpersoonlijk voor inzet. Toen ik bijvoorbeeld begin september een bezoekheb gebracht aan Israël en de Palestijnse Gebieden, heb ik bij deIsraëlische gesprekspartners, inclusief de Minister van Defensie, ookspecifiek overgebracht hoe het zit met die 26 personen, inclusief 7personen met de Nederlandse nationaliteit. Daar zet ik mij dus echt voorin en ik kan u verzekeren dat ik dat zal blijven doen. Ik hou u graag op dehoogte.De heer Ceder (ChristenUnie):In aanvulling op de eerdere vraag van de heer Van Baarle over Surinameen de visumverlening, althans over het toelaten van visumvrij reizen.Mevrouw Piri en ik hebben twee jaar geleden in een zwartboek over dedienstverlening ten aanzien van VFS vragen gesteld, omdat het wel heellang duurt om vanuit Suriname een visum te krijgen, met allerlei ookpersoonlijke tragedies tot gevolg. Ik heb recent nog geen update gehadover wat nu de stand van zaken is. Ik zou van de Minister graag eentoezegging willen hebben dat hij erop terugkomt hoe het nu staat met dedienstverlening en de punten die we destijds geadresseerd hebben. Datkan ook schriftelijk.De voorzitter:Als ik me niet vergis, heeft u het hier in eerste termijn niet over gehad.Dan zou ik het ook niet vreemd vinden als de Minister daar nu niet directeen antwoord op heeft.De heer Ceder (ChristenUnie):Nee, dat snap ik, maar het is een aanvulling op het punt van de heer VanBaarle ten aanzien van Suriname en het visumvrij reizen.Minister Veldkamp:Ik weet niet of ik de vraag van de heer Ceder goed begrepen heb. Het gaatover Suriname en de visumverlening voor mensen uit Suriname voor eenbezoek aan Nederland. Klopt dat? Ja. Nogmaals, het beste is als ervisumvrijheid komt, dus daar zetten we ons voor in. Over die visumver-lening word ik ook weleens gecontacteerd door mensen die zeggen dat zeeen familielid of vriend hebben waarbij dat lang duurt. Ik zal ambtelijkkijken wat daarbij voor kink in de kabels zou kunnen zitten en wat dietermijnen zijn. Daar kom ik graag in de tweede termijn op terug. Is datgoed? Kunt u daarmee werken? Oké.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nog even naar de Kamer. De Kamer heeft geen verderevragen, dus u kunt verder met uw beantwoording.Minister Veldkamp:Consulaire bijstand en repatriëring uit Libanon. Daar is die consulairebijstand natuurlijk zeer actueel. Er geldt al bijna een jaar een roodreisadvies voor Libanon, sinds 20 oktober vorig jaar. De laatste tijdhebben we dat meermaals herhaald. Ga er niet heen, hebben we gezegd.We zeiden: bent u er, ga er dan weg nu het nog kan; misschien kunnen weu straks niet helpen. We zien tegelijkertijd, in de afgelopen dagen en week,dat het voor mensen die desondanks zijn gebleven, lastiger is gewordenom te vertrekken, te lastig. Dat is de reden dat we deze week beslotenhebben ook repatriëring door middel van militaire vluchten in te zetten,met dank aan het Ministerie van Defensie. De Minister van Defensie kandaar misschien zo meteen wat meer op ingaan. Het gaat over vluchtenmorgen en overmorgen door middel van een Airbus MRTT-vliegtuig. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 852 gaat om enkele honderden mensen, die zich inmiddels hebben gemeld viahet crisiscontactformulier. Dat zijn zo’n 400 mensen.Een team van het Ministerie van Buitenlandse Zaken controleertmomenteel of die personen tot de zogenaamde consulaire doelgroepenbehoren. Dat zijn in ieder geval Nederlanders, hun kerngezinnen, enindividuele personen met recht op verblijf in het Koninkrijk. Inmiddelsconstateren we dat ruim 200 personen voldoen aan de vereisten voor diedoelgroep. Met hen is of wordt vandaag contact opgenomen. Tot morgeneind van de middag kunnen mensen zich aanmelden via dat crisiscontact-formulier. Er wordt dus echt tot diep in de nacht gewerkt om al diegegevens te checken.Als onze vluchten niet geheel vol zijn, nemen we graag mensen vanbevriende nationaliteiten mee. Ik kan de heer De Roon geruststellen: onzeBelgische buren zijn buren en vrienden. Die bieden we dan ook graagplaats. Zoals u misschien weet, beschikt België zelf over significanteluchttransportcapaciteit, maar ik weet niet waar België precies staat in ditgeheel op dit moment. Maar we hebben in het verleden ook bijvoorbeeldmeegemaakt dat België Nederlanders meenam op vluchten, bijvoorbeelduit Afrika tijdens de coronacrisis.We behoren op dit moment tot de EU-landen die nu militaire vluchteninzetten. Tegelijk blijven we helpen met boekingen op de commerciëlevluchten die er nog zijn. Voor mensen die nu niet vertrekken, geldt dat wekijken naar repatriëring via commerciële vluchten in een later stadium.Sowieso lopen we dat traject van de commerciële vluchten af. Er zijn nogsteeds vluchten van Middle East Airlines. Daarbij kunnen we alsNederland en ambassade soms blokboekingen maken, waar dat mensenalleen misschien niet lukt. We kijken ook naar het meevliegen metmilitaire vluchten en overheidsvluchten die andere landen organiseren.Mensen die zich niet nu melden, voor morgen eind van de middag, zullenwe dus niet meer kunnen helpen via onze vluchten. Daarvoor geldtnormale consulaire bijstand. De Nederlandse ambassade functioneertoverigens nog. Die vertrekt vooralsnog niet.Ik kan aan mevrouw Van der Wal bevestigen dat het reisadvies reedsgeruime tijd rood is. Primair betreft het een eigen verantwoordelijkheid. Eris geen recht op repatriëring of iets dergelijks. Primair is dat een eigenverantwoordelijkheid, maar we willen hier wel graag bij helpen zodatmensen niet in de knel komen.De heer De Roon vroeg nog naar de leernotitie over Sudan en deevacuatie uit Sudan. Hij vroeg wanneer het proces voltooid is. Een aantalaanbevelingen naar aanleiding van die leernotitie is al in uitvoering. Datgeldt voor het betrekken van de posten bij beeldvorming en besluit-vorming. Dat geldt ook voor nadrukkelijke aandacht voor worstcasescena-rio’s. Daar doelde u volgens mij ook op. Verder geldt het ook voor hetversterken van de evaluatiefunctie. Met betrekking tot nieuwe aanbeve-lingen zoals het versterken van de ondersteuning van posten, aandachtvoor meerdere crisisscenario’s en schaalbaarheid van de crisisorganisatie,zijn we aan het experimenteren. In juni bent u daarover geïnformeerd ineen Kamerbrief. Toen is de leernotitie over Sudan ook aan de Kameraangeboden. De uitvoering daarvan nemen wij dus ter hand.Ik kijk even of de Minister van Defensie nog iets toe te voegen heeft aande beantwoording van de vragen over de repatriëring uit Libanon.De voorzitter:Ik kijk even of er vanuit de Kamer nog vragen zijn aan de Minister vanBuitenlandse Zaken. Dat is niet het geval. Dan is het woord aan deMinister van Defensie.Minister Brekelmans:Dank, voorzitter. Volgens mij zijn alle vragen over repatriëring al door deMinister van Buitenlandse Zaken beantwoord. Ik denk dat het belangrijk isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 853 – dat kwam al even in het debat aan de orde – om een duidelijk onder-scheid te maken tussen repatriëring en evacuatie. Het is niet zozeer dat wijniet tot evacuatie bereid zouden zijn. Wij treffen alle voorbereidingen vooreen eventuele evacuatie. Dat doen we overigens al maanden. We hebbende benodigde mensen en middelen daarvoor binnen één of twee dagen –dat heet «notice to move» – klaarstaan. Het is nu zo dat, gegeven desituatie in Libanon, we nog kunnen landen op het vliegveld in Beiroet endat er nog mensen naar het vliegveld in Beiroet kunnen komen. Op basisvan de dreiging en de situatie daar is er nu sprake van een repatriëring.Daarmee kun je ook een groter vliegtuig, een MRTT, sturen, waar meermensen in kunnen zitten. Je hoeft dus geen C-130 Hercules-transportvliegtuig te sturen, waar minder mensen in kunnen zitten. Hetheeft dus niets te maken met een bereidheid tot, maar met de situatie enmet wat nodig is. Op dit moment is er dus sprake van repatriëring.De heer Van Dijk had nog een vraag over de motie ten aanzien van steunaan Israël. Wij hebben op verschillende plekken en op verschillendeniveaus contact met Israël en met het Ministerie van Defensie daar. Ik kandaar nu niets concreets over aankondigen, ook met het oog op deoperationele veiligheid. Het enige wat ik daarover zou willen zeggen, isdat die motie destijds is ingediend in de context dat we op dat momenteen luchtverdedigings- en commandofregat, de Tromp, in de Rode Zeehadden liggen. Er werd ook gevraagd of we die niet konden inzetten terondersteuning van Israël. Nou, dat is nu niet meer zo. De Tromp isinmiddels al een tijdje weg. Wij hebben op dit moment dus geen militairemiddelen van dat type in die regio. Je ziet in de praktijk dat als het gaatom de recente aanval met bijna 200 ballistische raketten, het Israël is diedat grotendeels zelf doet. Israël wordt daarbij ondersteund door deVerenigde Staten. Het is niet zo dat een hele internationale coalitie metlanden als Nederland daaraan bijdraagt. Dat even ter context.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik naar de Kamerleden. De heer De Roon.De heer De Roon (PVV):Ik heb toch nog wel een vraag over die repatriëringsvluchten. Waaromkunnen er maar twee repatriëringsvluchten plaatsvinden? En waar gaandie vluchten eigenlijk precies naartoe? Gaan die naar Nederland of gaandie naar Cyprus? En gaan de mensen daar dan over met civielemaatschappijen? Kan dat nog iets beter uitgelegd worden?Minister Brekelmans:Er staan twee vluchten gepland, op basis van de capaciteit van dievliegtuigen en het aantal mensen dat zich heeft gemeld bij BuitenlandseZaken dat daarvoor in aanmelding komt. De Minister van BuitenlandseZaken noemde net het aantal: 200. De capaciteit van het vliegtuig dat westuren is 267, zeg ik uit mijn hoofd. Dus als het gaat om de behoefte nu,kom je daar een heel eind mee. Mochten zich later meer mensen meldenen mocht het niet mogelijk zijn om dat via commerciële vliegtuigen of viaonze partners te doen, dan staat niks ons in de weg om nog vaker dit typevliegtuig te sturen. Die gaan direct naar Eindhoven. Als er sprake is vanevacuatie, dan loopt dat via Cyprus. Daar zit de hub waarbinnen datplaatsvindt. Maar de repatriëringsvlucht kan direct naar Eindhoven.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van deze vergadering. Decommissie heeft zojuist namelijk besloten om de tweede termijn van ditoverleg volgende week te laten plaatsvinden, als we dat allemaal geplandkrijgen. Tevens is afgesproken dat de antwoorden op de vragen die zijngesteld rondom Afghanistan ook nog schriftelijk zullen komen vooraf-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 854 gaand aan het debat. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen, maarniet voordat ik de heer Ceder het woord heb gegeven.De heer Ceder (ChristenUnie):Wat ik wil doen, lijkt bijna overbodig. Maar ik ga het toch doen. Het isgeen doen om vijf minuten van tevoren stukken te krijgen. Ik hoop dus datwe hier in ieder geval een formele afspraak over kunnen maken. Ik snapdat dit tijd en afstemming kost – ik heb Minister Brekelmans goedgehoord – maar ik probeer toch wat duidelijkheid te krijgen. We willenonze voorbereiding namelijk ook deugdelijk doen, omdat het echt welergens over gaat.De voorzitter:Mevrouw Dobbe wil hier ook iets aan toevoegen.Mevrouw Dobbe (SP):Nou, het is meer dat ik niet snap hoe het nu zit. U zegt net: de tweedetermijn houden we volgende week. Maar we hebben toch geschorst in deeerste termijn? Dus dan moet er nog een beantwoording van de vragenuit de eerste termijn komen en daarna nog een tweede termijn. Dat klopt,toch?De voorzitter:U heeft helemaal gelijk. We sluiten het debat ook niet; we schorsen hetdebat. Volgende week beginnen we met de eerste termijn van de zijde vanhet kabinet, met de beantwoording van de vragen die gesteld zijn overAfghanistan. De Minister van Defensie.Minister Brekelmans:Duidelijk. Daar heeft de Kamer een punt. Vijf minuten voorafgaand aaneen debat informatie sturen, is niet hoe het hoort. We zullen ons er dusvoor inspannen om die informatie tijdig te sturen.De voorzitter:Heel fijn. Dank u wel. Dan schors ik de vergadering en gaan we volgendeweek verder.Sluiting 21.16 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 855

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9f9bb49aa256c2ed

14 okt 2026 · f2b31a514e32e9c1

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingConsulaire Zaken
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 oktober 2024, over consulaire Zaken

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.