Vervroegen uitrijddatum drijfmest 2025
Brontekst
Versie b3b457c3daf9b765 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 037MestbeleidNr. 582 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 februari 2025In het Commissiedebat «Uitvoerbaarheid van beleid op het boerenerf»van 23 januari jl. heb ik uw Kamer toegezegd te onderzoeken of hetmogelijk is de uitrijddatum van 16 maart voor drijfmest dit voorjaar tevervroegen als de weerstomstandigheden daarvoor gunstig lijken. Ik hebhiervoor de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (hierna: CDM) ineen spoedadvies enkele vragen gesteld. Met deze brief informeer ik uwKamer over dit advies en mijn besluit om op basis hiervan de uitrijddatumvan 16 maart voor drijfmest dit voorjaar niet te vervroegen.De uitrijddatum van 16 maart voor drijfmest op bouwland geldt in depraktijk vooral voor het gewas maïs (snijmaïs, Corn Cob Mix enkorrelmaïs). Voor bijna alle andere akkerbouwgewassen en grasland geldtdat drijfmest op dit moment al mag worden uitgereden. Deze teelten zijnaangewezen als zogenaamde «vroege teelten», dit zijn teelten die omteelttechnische redenen bemesting nodig hebben in de periode van15 februari tot 15 maart, dit volgt uit het 7e Nederlandse actieprogrammabetreffende de Nitraatrichtlijn 2022–2025 (hierna: 7e AP).De CDM benadrukt in haar advies dat tussentijdse uit- en afspoeling vannitraat en fosfaat naar het grond- en oppervlaktewater kan wordenvoorkomen door het moment van bemesten en inzaaien zo kort mogelijkop elkaar te laten plaatsvinden. Dat betekent dat bij het vroeger uitrijdenvan mest ook de maïs vroeger zou moeten worden ingezaaid om dezerisico’s te beperken. De mogelijkheid tot het vroeger inzaaien van maïs isonder andere afhankelijk van de weersomstandigheden en degeschiktheid van de grond. Op basis van de huidige weersituatie kan geeninschating worden gemaakt van de weersomstandigheden in de komendemaand, en dus de mogelijkheid tot het vroeger inzaaien van maïs.Hiermee zou er een verhoogd risico op tussentijdse uit- en afspoeling zijnwanneer de periode tussen het bemesten en de groei en stikstofopnamevan de maïs langer wordt. Daarnaast vergroot het vroeger uitrijden vanmest de kans op bodemverdichting, wat plasvorming en oppervlakkige kst-33037-582ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 5821 afspoeling kan veroorzaken. Bodemverdichting kan ook gevolgen hebbenvoor de oogst van de maïs in het najaar en het tijdig inzaaien van eenvanggewas. Tenslotte heeft het vervroegen van de uitrijddatum ondergemiddelde weersomstandigheden nog beperkte effecten op andereemissies, het risico op ammoniakemissie wordt kleiner maar het risico oplachgasemissie wordt hoger.Afgaand op voornoemd CDM-advies en de daarin genoemde risico’s, hetgegeven dat een groot areaal akkerbouwgewassen en grasland nu albemest mogen worden en dat deze uitrijddatums onderdeel zijn van deafspraken die zijn gemaakt met de Europese Commissie in het kader vanhet 7e AP, zie ik helaas geen mogelijkheden om de uitrijddatum van16 maart voor drijfmest te vervroegen.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 5822
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.