Uitwerking van het coalitieakkoord met betrekking tot de studiefinanciering en stand van zaken wetstraject WSF BES
Brontekst
Versie 521a114263c856c6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 724StudiefinancieringNr. 252 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026In het coalitieakkoord «Aan de slag» dat D66, VVD en CDA met elkaarhebben gesloten1, zijn voorstellen opgenomen om de financiële positievan (oud-)studenten te verbeteren: het verhogen van de basisbeurs vooruitwonende studenten en het introduceren van een renteplafond. Middelsdeze brief informeer ik uw Kamer over de verdere uitwerking van dezemaatregelen. Tevens zal ik kort ingaan op de voortgang van hetwetsvoorstel Wsf BES.In de bijlage van deze brief ga ik daarnaast in op een drietal toezeggingenen moties uit recente Kamerdebatten. Het gaat, in volgorde van behan-deling, om de volgende onderwerpen: het niet-gebruik ondermbo-studenten bol niveau 1 en 22, de informatievoorziening van DUOover lenen3 en hulp voor studenten met een gokverslaving4. De bijbeho-rende moties en toezeggingen worden met deze brief afgedaan.Coalitieakkoord maatregelen studiefinancieringVerhoging van de basisbeurs voor uitwonende studentenHet is belangrijk dat iedereen in Nederland toegang heeft tot goedonderwijs. Studeren – of dat nu aan een mbo-, hbo- of wo-opleiding is – isvoor jongeren een belangrijke, leerzame en waardevolle periode. Hetbiedt jongeren de kans om zich verder te ontwikkelen en te ontplooien tothet talent van de toekomst. Daarom moet het vervolgonderwijs financieeltoegankelijk zijn.12026D045542TZ202412-0313Kamerstukken II 2024/2025, 31 524, nr. 6664TZ202604-101 kst-24724-252ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 2521 De financiële toegankelijkheid van het vervolgonderwijs is een gezamen-lijke verantwoordelijkheid van de overheid, de ouder(s) en de student zelf.De overheid levert deze bijdrage in de vorm van een basisbeurs en hetstudentenreisproduct. Van ouders wordt verwacht dat zij een ouderbij-drage leveren, terwijl studenten met ouders met een lager inkomen inaanmerking komen voor een aanvullende beurs. Studenten dragen bijdoor te werken of te lenen, of een combinatie daarvan.Op basis van het Nibud studentonderzoek5 blijkt dat er een groepstudenten is die zich zorgen maakt over hun financiële situatie. Binnendeze groep gaat het relatief vaak over om uitwonende studenten.Daarnaast zien we in algemene zin dat de prijzen stijgen, waar uitwo-nende studenten sneller tegenaan lopen dan thuiswonende studenten.Dit kabinet kiest er daarom voor om de financiële positie van uitwonendestudenten te verbeteren en heeft in het coalitieakkoord opgenomen om debasisbeurs voor deze groep te verhogen. Het gaat om een verhoging vancirca € 50 per maand, met gewenste invoering per studiejaar 2028/2029.Daarmee is in totaal een bedrag gemoeid van € 109 miljoen per jaar.Hiermee komt de basisbeurs voor uitwonende studenten in het hbo en woweer rond hetzelfde niveau van de basisbeurs vóór het studievoorschots-telsel, namelijk ongeveer € 375 per maand (prijspeil 2026). Voormbo-studenten komt de basisbeurs voor uitwonende studenten uit opongeveer € 400 per maand (prijspeil 2026).Om dit te realiseren zal ik een wetsvoorstel gaan voorbereiden, wat ik einddit jaar in internetconsultatie wil brengen. De verwachting is dat ik dat inhet najaar van 2027 aan uw Kamer zal toesturen voor parlementairebehandeling.Rentemaatregel op studieschuldenOm de financiële positie van (oud-)studenten verder te verbeteren is in hetcoalitieakkoord tevens voorgesteld om de rente voor studenten opstudieleningen te maximeren op 2,5%.Ik ben momenteel bezig met de nadere uitwerking van de rentemaatregel.Tijdens dit proces is gebleken dat de uitwerking van de maatregel meertijd vergt dan eerder voorzien. Ik streef ernaar uw Kamer na de zomerverder te informeren over de uitwerking van de rentemaatregel.Stand van zaken wetstraject Wsf BESIn de kabinetsreactie op twee onderzoeken naar de Wet studiefinancieringBES is een wetstraject aangekondigd om de Wet studiefinanciering BES(Wsf BES) aan te passen.6 Met dit wetsvoorstel beoog ik zoveel alsmogelijk een gelijkwaardig voorzieningenniveau te creëren in de Wsf BESten opzichte van de Wet studiefinanciering 2000. Momenteel werken weuit welke maatregelen onderdeel zullen zijn van dat wetsvoorstel, waarbijik rekening houd met het beschikbare budget en de andere context vanCaribisch Nederland, onder meer waar het gaat om de beperkte uitvoe-ringscapaciteit aldaar en kleinere studentaantallen. Het verhogen van de5Kamerstukken II 2024/2025, 31 288, nr. 11616Kamerstukken II 2025/2026, 24 724, nr. 248Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 2522 normbedragen zal in ieder geval één van deze maatregelen zijn. Deverwachting is dat het wetsvoorstel na de zomer in internetconsultatiegaat. Inwerkingtreding staat gepland voor studiejaar 2028/2029.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 2523 NIET-GEBRUIK VAN STUDIEFINANCIERING DOOR MBOSTUDENTEN BOL 1 EN 2 MINIMALISERENTijdens de behandeling van de begroting voor 2025 is toegezegd om uwKamer te informeren over het niet-gebruik van de basisbeurs bijstudenten op mbo-bol niveau 1 en 2.7 Bij deze doe ik deze toezegginggestand.Resultaten onderzoekIn het Nibud Studentenonderzoek 20248 gaf 12% van de respondenten uitmbo niveau 1 en 2 aan dat zij geen gebruik maken van de basisbeurs.Voor deze studenten is de basisbeurs, net als de aanvullende beurs en hetstudentenreisproduct, altijd een gift. Zij missen daardoor inkomsten waarze recht op hebben.DUO heeft daarom in 2025 zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoekuitgevoerd naar het gebruik van de basisbeurs onder studenten opmbo-niveau 1 en 2. Het onderzoek is meegezonden met deze Kamerbrief.De belangrijkste uitkomst daarvan is dat slechts 4,2% van alle mbo-bol-studenten op niveau 1 en 2 geen gebruik maakt van de basisbeurs. Vanalle mbo-bol-studenten op niveau 1 en 2 maakt 2,3% alleen gebruik vanhet studentenreisproduct en 1,9% maakt geen enkel gebruik van studiefi-nanciering. Over de jaren is er een dalende trend in het niet-gebruik vande basisbeurs bij mbo-bol niveau 1 en 2 studenten. Het niet-gebruik isafgenomen van ongeveer 5% in studiejaar 2020–2021 naar 4,2% instudiejaar 2024–2025.DUO heeft getracht in contact te treden met mbo-bol-studenten op niveau1 en 2 die momenteel geen gebruik maken van studiefinanciering. Omdatdeze specifieke doelgroep in de praktijk kleiner bleek te zijn dan deaanvankelijke ramingen deden vermoeden, heeft DUO slechts met eenbeperkt aantal studenten gesproken. Uit deze gesprekken zijn enkelevoorzichtige observaties naar voren gekomen, waarbij het beeld ontstonddat het niet ontvangen van de basisbeurs bij deze studenten vooralsnogniet lijkt te leiden tot acute of omvangrijke financiële problemen.Daarnaast viel op dat deze studenten zich vaak baseren op informatie uithun directe omgeving, die niet altijd correct blijkt te zijn, terwijl zij zelf nietactief op zoek lijken te gaan naar de juiste informatie. Tot slot kon wordenvastgesteld dat de studenten zonder basisbeurs die aan dit onderzoekdeelnamen, in de meeste gevallen wel zorgtoeslag ontvingen.Reactie op resultatenIk ben blij dat de groep mbo-bol 1 en 2 studenten die geen gebruik maaktvan de basisbeurs beperkt blijft tot 4,2% van de studenten die er recht ophebben, in plaats van de gerapporteerde 12% die uit het Nibud Studenten-onderzoek uit 2024 naar voren kwam. De meeste studenten weten de wegnaar DUO te vinden en vragen een studiefinancieringsproduct aan. Dereden voor het verschil tussen de cijfers van DUO en het NIBUD is nietdirect te herleiden. Vermoedelijk komt dit doordat beide onderzoekenverschillende onderzoeksmethoden hanteerden. In het komende Nibud-onderzoek ga ik onderzoeken hoe dit verschil ondervangen kan worden.Ik vind het goed om te zien dat studenten die de basisbeurs nietaanvragen niet in financiële problemen lijken te zitten, al realiseer ik medat dit mogelijk niet voor de hele groep studenten geldt. Tegelijkertijd vind7TZ202412-0318https://www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapport-studentenonderzoek-2024/BIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 2524 ik het zorgelijk dat studenten die de basisbeurs niet aanvragen zichmogelijk baseren op (foutieve) informatie uit hun netwerk. Het hebben (ofontbreken) van een netwerk blijkt een bepalende factor te zijn voor eenstudent. Dit kan een verklaring zijn waarom studenten wél de weg naar dezorgtoeslag weten te vinden, omdat binnen hun netwerk vaak bekend ishoe je dit aanvraagt en hoe dit in de praktijk in elkaar zit. Daarnaast lijkt uitde gesprekken met studenten dat het moment waarop het recht ingaateen rol kan spelen. Een student kan een basisbeurs aanvragen zodra die18 jaar wordt. Dit moment verschilt dus per student en niet iedere studentlijkt zich daarvan bewust.Maatregelen om het niet-gebruik nog verder te verminderenOm het niet-gebruik van de basisbeurs zo laag mogelijk te houden blijf ikinzetten op goede informatievoorziening, zodat studenten hun keuzekunnen maken op basis van de juiste informatie. DUO stuurt ieder jaareen brief naar mbo-bol-studenten op niveau 1 en 2 die geen enkele vormvan studiefinanciering hebben aangevraagd. Bovendien stuurt DUO insamenwerking met de belastingdienst een brief naar iedereen die bijna 18wordt om ze te wijzen op mogelijkheden van zorgtoeslag, de «teruggaafjongeren», studiefinanciering en tegemoetkoming scholieren.Daarnaast loopt er op dit moment een proef waarbij studenten die alleengebruik maken van een studentenreisproduct een brief per postontvangen waarin ze erop gewezen worden dat ze ook recht hebben opeen basisbeurs in de vorm van een gift. De resultaten van de eerste proefzijn dat 55% van de studenten naar wie de brief is gestuurd alsnog debasisbeurs hebben aangevraagd. Daarnaast zijn DUO-medewerkersaanwezig op verschillende mbo-instellingen alsmede op afspraakbalies,bibliotheken en gemeentehuizen. Ook worden door DUO medewerkersgerichte presentaties gegeven aan bijvoorbeeld medewerkers vanVluchtelingenwerk. Op deze manier wordt de groep mbo-bol niveau 1 en 2studenten zo goed mogelijk geïnformeerd en zorgen we dat de groep diegeen basisbeurs aanvraagt zo klein mogelijk blijft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 2525 UITVOERING MOTIE BRUYNINGDe Tweede Kamer heeft met de motie Bruyning9 verzocht om te bewerk-stelligen dat DUO met studentenorganisaties en ervaringsdeskundigen ingesprek gaat over hoe DUO studenten beter kan voorlichten enwaarschuwen over de mogelijkheden en risico’s van het aangaan van eenstudieschuld. DUO wordt gevraagd de resulterende bevindingen perdirect toe te passen ter verbetering van de informatievoorziening eninformatiepresentatie. Met deze brief doe ik deze motie gestand.DUO werkt continu aan de verbetering van de informatievoorzieningrondom studieleningen. Dat doet zij onder meer door in gesprek te gaanmet studenten en onderzoek te doen naar de behoeftes. Zo heeft DUOonderzocht wat DUO kan doen om ervoor te zorgen dat studentenbewustere keuzes maken over hun studielening en hoe oud-studentenbewustere keuzes kunnen maken voor de aflossing van hun studieschuld.Ook heeft DUO in september 2025 een evenement met ruim 200mbo-studenten georganiseerd, waarbij werd gesproken over omgaan metgeld, financiële educatie en de communicatie door DUO. Daarnaastspreken medewerkers geregeld met studentenorganisaties over deverbetering van de communicatie en heeft DUO ook een eigen Jonge-renraad die hen hierover adviseert.Dit heeft er de afgelopen jaren toe geleid dat de communicatie opverschillende punten is aangescherpt, waarbij DUO nadrukkelijker denadruk legt op de risico’s en de langetermijngevolgen van het afsluitenvan een lening. Deze aanpassingen zijn niet alleen zichtbaar op dewebsite, maar ook geïntegreerd in het aanvraagproces in Mijn DUO. Zomoeten studenten tegenwoordig expliciet verklaren dat zij zich ervanbewust zijn dat de lening inclusief rente moet worden terugbetaald doorhiervoor specifieke vinkjes te zetten.Als laatste wil ik benoemen dat de herinvoering van de basisbeurs en deinzet op het verbeteren van het gebruik van de aanvullende beurs hebbenbijgedragen aan de afname van het percentage studenten dat gebruikmaakt van de rentedragende lening. Tussen de studiejaren 2022/2023 en2024/2025 daalde het percentage in het hbo van 36,1% naar 19,0%, terwijldit in het wo afnam van 52,4% naar 27,2%.9Kamerstukken II 2024/2025, 31 524, nr. 666BIJLAGE 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 2526 STUDENTEN MET EEN GOKVERSLAVINGTijdens het commissiedebat Hoger onderwijs, Studiefinanciering en DUOvan 8 april jl. heb ik uw Kamer toegezegd10 terug te komen op hetvraagstuk rondom (spook)studenten die lenen bij DUO om hun gokver-slaving in stand te houden. Door middel van deze bijlage geef ik, medenamens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, invulling aan dezetoezegging. In deze bijlage ga ik allereerst in op de mogelijkheden vanonderwijsinstellingen en DUO bij (spook)studenten met gokproblemen,vervolgens ga ik in op de inzet op het beschermen van jongeren tegengokschade en tot slot op de mogelijkheden die betrokkenen en dejongeren zelf hebben om hulp te krijgen.Het bericht dat studenten hun studiefinanciering gebruiken om mee tegokken vind ik zeer zorgelijk. Hier is studiefinanciering uiteraard niet voorbedoeld.Het is niet bekend hoe groot deze groep is. DUO heeft geen inzicht in deomvang, mede omdat wettelijk niet is vastgelegd waar studentenstudiefinanciering aan mogen besteden. Dat zou in de praktijk ook niet tecontroleren zijn.Hieronder zal ik toelichten welke (beperkte) mogelijkheden en bevoegd-heden er bij zowel DUO als de onderwijsinstellingen bestaan bij dezeproblematiek.De rol en mogelijkheden van DUO en onderwijsinstellingen bij (spook)stu-denten met gok- en geldproblemenDoorverwijzende en signalerende functieZowel bij DUO als bij onderwijsinstellingen kunnen er signalen binnenkomen dat jongeren kampen met een gokverslaving. Het is daarbij vanbelang om deze jongeren snel naar hulpverlening door te verwijzen. Deonderwijsinstelling kan hier een signalerende rol in vervullen. Er is veelinformatie beschikbaar die deze studenten en de mensen om hen heenkunnen gebruiken om de juiste hulp te vinden. Zie ook verderop in dezebijlage.Preventieve maatregelenIn het hbo en wo wordt via het Landelijk Kader Studentenwelzijn en hetprogramma Stijn integraal gewerkt aan studentenwelzijn op onderwijs-instellingen. Hierbij is onder andere aandacht voor preventie en desamenwerking met zorgprofessionals en -instanties. Van onderwijs-instellingen mag worden verwacht dat zij eerstelijnszorg bieden,bijvoorbeeld door inzet van een studentdecaan of -psycholoog. Dezeprofessionals kunnen studenten ondersteunen, signalen herkennen enstudenten doorverwijzen naar passende zorginstanties of -professionals,indien nodig. Wel is belangrijk om te benadrukken dat onderwijs-instellingen geen zorginstellingen zijn. Het kan dan ook niet van henworden verwacht dat zij studenten met serieuze (langdurige) gezond-heidsproblematiek zelf opvangen en verzorgen.Mbo-instellingen konden gebruikmaken van de subsidie financiëleeducatie, waarmee zij docenten kunnen opleiden, lessen over geldzakenkunnen ontwikkelen en voorzieningen kunnen inrichten waar studententerechtkunnen voor hulp en informatie. Het Ministerie van Sociale Zakenen Werkgelegenheid heeft daar begin dit jaar een tweede tijdvak van10Hiermee is voldaan aan toezegging TZ202604-101BIJLAGE 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 2527 geopend. Scholen bieden daarnaast al hulp in de vorm van budget-coaches, studentendecanen of financiële spreekuren. Daarnaast wordenerop steeds meer scholen laagdrempelige steunpunten ingericht waarstudenten terecht kunnen met vragen over geld, studiefinanciering ofschulden.Verder heeft het Trimbos-instituut, met financiering uit het Verslavingspre-ventiefonds, in het preventieprogramma Helder op School het onderwerpgokken geïmplementeerd. Hiermee worden onderwijsprofessionals instaat gesteld om problemen door gokken te signaleren en waar nodig tebegeleiden naar hulp.Dwingendere maatregelen DUOWanneer verschillende vormen van hulp en financiële educatie nietvoldoende zijn, zijn in theorie meer dwingende instrumenten voorhandenbij DUO en de instellingen. DUO kan in beperkte situaties haarbevoegdheid gebruiken om de studiefinanciering, inclusief de studie-lening, stop te zetten. Dat kan a) op verzoek van de jongere zelf, b) als eenbetrokkene is gemachtigd bij DUO om financiële beslissingen te nemen ofc) wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarden van studiefinan-ciering, zoals een geldige inschrijving. De enige uitzondering hierop is bijstudenten op mbo-niveau 1 en 2 waar de studiefinanciering stopgezet kanworden in het geval van ongeoorloofde afwezigheid.Op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 bestaat dus geenmogelijkheid om de studiefinanciering stop te zetten wanneer een derde(bijvoorbeeld een ouder) zich meldt bij DUO met het verzoek de studiefi-nanciering stop te zetten vanwege een gokverslaving of andere reden. Ditligt alleen anders wanneer een student de ouder daarvoor heeftgemachtigd. De student kan echter zelf, ondanks een verstrektemachtiging, nog steeds zelf wijzigingen doorgeven of de machtigingintrekken.Dwingendere maatregelen bij onderwijsinstellingenOp het hbo en wo zijn instellingen verplicht om studenten aan het eindvan hun eerste studiejaar een advies te geven over het vervolg van hunstudie en kunnen ze dit advies bindend maken (het bindend studieadvies,artikel 7.8b WHW), bijvoorbeeld wanneer de student onvoldoendestudiepunten heeft behaald. Wanneer een student een negatief bindendstudieadvies ontvangt kan de inschrijving aan de opleiding wordenbeëindigd. Hierdoor verliest de student ook zijn recht op studiefinan-ciering.In uitzonderlijke situaties kan de instelling de student uitschrijven. Dit kanonder meer op grond van de artikelen 7.42 en 7.42a van de Wet op hethoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Enkele van dezegronden zijn: uitschrijving op verzoek van de student, het niet betalen vanhet collegegeld, of gedragingen van de student waaruit blijkt dat hij of zijongeschikt is voor de uitoefening van het beroep waartoe de opleidingopleidt. Het hebben van een gokverslaving zou kunnen leiden tot eendergelijke situatie, maar dat is zeker niet altijd het geval.Tot slot zijn mbo-studenten onder de 18 zonder startkwalificatie kwalifica-tieplichtig. Ongeoorloofd verzuim kan dus ook worden aangepakt door deleerplichtambtenaar. Studenten van 18 tot 27 jaar zonder startkwalificatiekunnen in het geval van langdurig ongeoorloofd verzuim terug naar hetonderwijs worden begeleid door het Doorstroompunt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 2528 Bescherming van jongeren binnen het kansspelbeleidVanuit het kansspelbeleid wordt prioriteit gegeven aan het verbeteren vande bescherming voor jongeren, die extra kwetsbaar zijn voor de risico’svan gokken. Voor minderjaren geldt sowieso dat zij niet mogen gokken endaarom ook niet toegelaten worden bij legale kansspelaanbieders. Het isbekend dat zij toch manieren vinden om te gokken, bijvoorbeeld bijillegale aanbieders of met het account van een meerderjarige. Jongvol-wassenen in de leeftijd van 18 tot en met 23 jaar mogen wel gokken, maarook zij zijn zeer vatbaar voor de risico’s van gokken. Wanneer zijgokschade oplopen kan dit nog lang doorwerken tot ver in hun latereleven. Binnen het kansspelbeleid worden daarom specifieke maatregeleningezet voor jongvolwassenen om te voorkomen dat zij gokschadeoplopen.Kansspelaanbieders hebben een zorgplicht, wat betekent dat zij hetgokgedrag van mensen moeten bijhouden en moeten ingrijpen wanneerzij signalen zien van risicovol of problematisch gokgedrag. Zij moetenhierbij extra aandacht hebben voor kwetsbare groepen, zoals jongvolwas-senen. Bij online gokken moeten mensen voordat zij daarmee kunnenbeginnen eerst speellimieten instellen. Sinds 1 oktober 2024 geldt datwanneer gokkers een limiet hoger dan € 350 per maand willen instellen,een contactmoment moeten hebben met de aanbieder waarin wordtgewezen op de risico’s. Voor jongvolwassenen geldt dit bij een lagerelimiet van € 150. Daarnaast zijn aanbieders verplicht om stortingen bovende € 700 per maand te blokkeren, totdat de gokker heeft aangetoond ditfinancieel te kunnen dragen. Voor jongvolwassenen geldt ook hier eenlager grensbedrag, namelijk € 300 per maand. Ook op het gebied vanreclame gelden speciale regels om jongvolwassenen te beschermen tegengokschade. Online reclame voor online gokken mag jongvolwassenenbijvoorbeeld niet bereiken en zij mogen geen bonussen ontvangen.De wetgeving omtrent online gokken wordt op dit moment herzien en zalverdere aanscherpingen bevatten ten aanzien van de zorgplicht. Ook wilde regering een overkoepelende stortingslimiet invoeren, zodat mensendie hun limiet bereiken bij een aanbieder niet verder kunnen gokken bijeen andere aanbieder. Daarnaast wordt gewerkt aan een verbod opreclame voor online gokken. Ook wordt stevig ingezet op een betereaanpak van illegaal kansspelaanbod. Omdat jongeren helaas ook bijillegale kansspelaanbieders gokken en minderjarigen ook manierenvinden om te gokken kijkt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheiddaarnaast met de Kansspelautoriteit (Ksa) hoe voorkomen kan worden datjongeren hiermee beginnen. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidheeft uw Kamer over bovenstaande bericht met haar voortgangsbriefkansspelen op afstand van 12 juni 2026.11Niet alleen is daarbij een wijziging van wet- en regelgeving aangekondigdmaar ook is de meerjarenagenda Bescherming tegen gokschadegedeeld.12 Hierin zijn 5 strategische doelen opgenomen om gokschadeverder terug te dringen, bij zowel online kansspelen alsook bij landge-bonden kansspelen zoals loterijen en fysieke sportweddenschappen. Zoalsook in de meerjarenagenda is opgenomen, hebben verschillende partijeneen rol in het voorkomen van gokschade. In het geval van jongeren zijndat niet alleen de kansspelaanbieders, maar ook de mensen in hunomgeving, zoals de professionals die werken met jongvolwassenen,bijvoorbeeld Onderwijsprofessionals. Uit het Verslavingspreventiefonds,dat beheerd wordt door de Ksa, worden verschillende activiteiten11Kamerstukken 2025–2025, 24 557, nr. 282122026D29372Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 2529 gefinancierd ter bescherming tegen gokschade. Zo worden het Samen-werkingsverband vroegsignalering schade gokken, het hiervoorgenoemde initiatief Helder op School van het Trimbos-instituut enverschillende campagnes gericht op bewustwording van de risico’s vangokken bij jongvolwassenen gefinancierd vanuit het Verslavingspreventie-fonds.13 Tevens wordt gekeken of en hoe het onderwerp gokken een plekkan krijgen in het preventieprogramma Opgroeien in een KansrijkeOmgeving.Mogelijkheden voor betrokkenen bij (spook)studenten met een gokver-slavingIk snap dat betrokkenen zich zorgen maken als een naaste zijn of haarstudiefinanciering gebruikt om te gokken in plaats van studeren, met hogeschulden als mogelijk gevolg. Er zijn verschillende hulpmiddelen eninitiatieven die zij kunnen raadplegen. Voor de volledigheid worden dezeook benoemd in deze bijlage.Er zijn verschillende organisaties en initiatieven die betrokkenen kunnenraadplegen. OpenOverGokken.nl is een initiatief van de Ksa, gefinancierdvanuit het eerdergenoemde Verslavingspreventiefonds. Op deze sitekunnen betrokkenen terecht voor advies of om hun verhaal te delen. Zijkunnen bijvoorbeeld hulp krijgen bij hoe ze het gesprek aangaan metiemand met een gokverslaving, waar behandeling in de buurt te vinden isen welke hulpmiddelen kunnen ondersteunen. Daarnaast is het Trimbos-instituut een onafhankelijk wetenschappelijk kennisinstituut dat betrok-kenen helpt met betrouwbare achtergrondinformatie over wat gokpro-blemen zijn, welke schade gokken kan veroorzaken en welke hulpvormener zijn. Met financiering uit voornoemd Verslavingspreventiefonds is bijhet Trimbos hiervoor het Expertisecentrum Gokken ingericht. De siteHelderopvoeden.nl helpt ouders en verzorgers bij vragen over gokken. Desite legt uit hoe je signalen van problematisch gokgedrag kunt herkennenen hoe je hierover met je kind in gesprek kunt gaan. Tot slot heeft Geldfiteen pagina over gokken waar betrokkenen informatie kunnen vinden overgeldproblemen door gokgedrag. De site legt uit welke financiële risico’sgokken kan hebben en verwijst door naar passende hulp. Ook kunnenmensen contact opnemen met Geldfit voor advies over schulden,betalingsproblemen of zorgen over geld door gokken.Verder is er de zogeheten Gokstop. Naast vrijwillige inschrijving door destudent kunnen betrokkenen een verzoek indienen om een naasteonvrijwillig in te schrijven. De Ksa beoordeelt dan of degene die wordtvoorgedragen een Gokstop kan worden opgelegd. Als de Gokstop wordtopgelegd, kan de naaste in ieder geval 6 maanden niet gokken bijspeelautomatenhallen, Holland Casino en legale online aanbieders.In een uiterst geval kunnen ouders van de student op grond van artikel1:432 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bij de kantonrechter een verzoekindienen om hun meerderjarige kind onder bewind te stellen wegensverkwisting, conform artikel 1:431 lid 1 onder b BW. Door dit zogehetenschuldenbewind krijgt de bewindvoerder het volledige beheer over hetvermogen van de onderbewindgestelde. Deze maatregel kan eveneenspreventief worden ingezet wanneer een kind nog minderjarig is, mits ereen gegronde verwachting bestaat dat er sprake zal zijn van verkwistingop het moment dat de jongere de meerderjarige leeftijd bereikt (art. 1:43113Bij het Samenwerkingsverband vroegsignalering schade gokken zijn onder andere hetTrimbos-instituut, Verslavingskunde Nederland (VKN), GGD GHOR Nederland en de Neder-landse Schuldhulproute (NSR) aangesloten. Via deze organisaties wordt nauw samengewerktmet verslavingszorginstellingen, gemeenten en ervaringsdeskundigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 25210 lid 2 BW). In de praktijk kan een ouder hierbij zelf als bewindvoerderworden aangewezen (art. 1:435 lid 4 BW), wat hen de juridische middelengeeft om de studiefinanciering effectief te beheren en te waarborgen datdeze gelden daadwerkelijk worden aangewend voor de beoogdeonderwijsdoeleinden. Gezien de ingrijpende aard van deze maatregel, diede financiële zelfstandigheid beperkt, zal de rechter slechts tot instellingvan het bewind overgaan indien daar een zwaarwegende en dwingendeaanleiding voor bestaat.Bovengenoemde mogelijkheden zoals de Gokstop en initiatieven alsOpenOvergokken.nl zijn uiteraard ook beschikbaar voor de jongeren zelf.Bij de inrichting van deze hulpmogelijkheden wordt erop gelet dat dezelaagdrempelig en breed toegankelijk zijn.Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Bij dezenis de toezegging dan ook afgedaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 724, nr. 25211
Gerelateerde bronnen
- De minister zal de Kamer in het najaar 2025 informeren over het niet aanvragen van de basisbeurs door mbo-studenten op bol niveau 1 en 2 en met nadere plannen h
De minister zal de Kamer in het najaar 2025 informeren over het niet aanvragen van de basisbeurs door mbo-studenten op bol niveau 1 en 2 en met nadere plannen hieromtrent komen.
- Minister komt in de verzamelbrief terug op het vraagstuk rondom spookstudenten die lenen bij DUO om hun gokverslaving in stand te houden.
Minister komt in de verzamelbrief terug op het vraagstuk rondom spookstudenten die lenen bij DUO om hun gokverslaving in stand te houden.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.