KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december 2025 in Brussel

12 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2bc5818c145e93d1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2156 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 januari 2026Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van11 en 12 december 2025 in Brussel.Daarnaast ga ik in het verslag in op de nieuwe doorrekeningen van deNederlandse EU-afdrachten onder de voorstellen van de EuropeseCommissie voor het volgende Meerjarig Financieel Kader en het Eigen-middelenbesluit. In deze nieuwe doorrekeningen zijn de laatste econo-mische cijfers van de Europese Commissie meegenomen.De Minister van Financiën,E. Heinen kst-21501-07-2156ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21561 Verslag Eurogroep en Ecofinraad 11 en 12 december 2025 EurogroepMacro-economische ontwikkelingen in de eurozone, inclusief IMFArtikel IV-missieIn de Eurogroep is gesproken over de macro-economische ontwikkelingenin de eurozone. Daarnaast heeft de Eurogroep een terugkoppelingontvangen van de IMF-missie aan de eurozone in het kader van dejaarlijkse Artikel IV-missie voor de eurozone. Het IMF wees op devoortdurende onzekerheden in de wereldeconomie en koppelde daaraanhet belang dat de EU weerbaarder wordt tegen exogene economischeschokken. Ook wees het IMF op de lage arbeidsproductiviteit in de EU tenopzichte van de Verenigde Staten. Daarbij werd ook ingegaan op denoodzaak van structurele hervormingen om op die manier economischegroei te realiseren. In dit geval wees het IMF op drie specifieke aandachts-gebieden, namelijk vervolmaking van de interne markt, verdere stappenop de Spaar- en Investeringsunie en verdere ontwikkeling van deenergie-infrastructuur in de EU. De Europese Centrale Bank (ECB)onderstreepte het pleidooi van het IMF over vervolmaking van de internemarkt.Beoordeling van de ontwerpbegrotingsplannen van de lidstatenvan de eurozone en van de begrotingssituatie en vooruitzichtenin de eurozoneDe Eurogroep besprak de ontwerpbegrotingen voor 2026 die de lidstatenvan de eurozone medio oktober hebben ingediend bij de EuropeseCommissie, en de opinie van de Commissie over deze ontwerpbegro-tingen die op 25 november zijn gepubliceerd.1 In haar opinie op basis vande ontwerpbegrotingen voor 2026 onderscheidt de Commissie drie cate-gorieën lidstaten op basis van hun naleving van de maximaal toegestanegroei van de netto overheidsuitgaven. De eerste categorie («compliant»)omvat landen die binnen de uitgavenplafonds blijven. De tweedecategorie («at risk of non-compliance») betreft landen waar de uitgaven-stijging de plafonds benadert of licht overschrijdt. In de derde categorie(«at risk of material non-compliance») vallen lidstaten, waaronderNederland, waar de uitgaven boven de grens uitkomen. De Eurogroepheeft zoals ieder jaar een verklaring over de ontwerpbegrotingengepubliceerd.2 De Eurogroep verklaring benadrukt het belang van prudentbegrotingsbeleid, naleving van de Europese begrotingsregels en het tijdigcorrigeren van overschrijdingen van het uitgavenpad.Verkiezing voorzitter van de EurogroepOp 18 november jl. maakte de toenmalig voorzitter van de Eurogroep, deMinister van Financiën van Ierland Paschal Donohoe, bekend zijn functieneer te leggen vanwege een nieuwe betrekking bij de Wereldbank.3Vervolgens werd een procedure gestart voor verkiezing van een nieuwe1https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/commission-communication-assessing-national-fiscal-policies_en & https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-governance-framework/stability-and-growth-pact/preventive-arm/annual-draft-budgetary-plans-dbps-euro-area-countries/draft-budgetary-plans-2026_en2Eurogroup press statement, 11 december 2025, «Eurogroup statement on the draft budgetaryplans for 2026», https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2025/12/11/eurogroup-statement-on-the-draft-budgetary-plans-for-2026/3Eurogroup press statement, 18 november 2025, «Statement from President of the Eurogroup,Paschal Donohoe», https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2025/11/18/statement-from-president-of-the-eurogroup-paschal-donohoe/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21562 voorzitter van de Eurogroep. Twee Ministers van Financiën hadden zichgekandideerd voor het voorzitterschap van de Eurogroep, namelijk deMinister van Financiën van Griekenland Kyriakos Pierrakakis en deMinister van Begroting van België Vincent van Peteghem.4Tijdens de vergadering kozen de leden van de Eurogroep voor debenoeming van Kyriakos Pierrakakis tot voorzitter van de Eurogroep. Zijnambtstermijn is ingegaan per 12 december 2025 voor een periode van2,5 jaar.Raad van Gouverneurs van het Europees StabiliteitsmechanismeDe Raad van Gouverneurs (RvG) van het Europees Stabiliteitsmechanisme(ESM) kwam op 11 december jl. bijeen. De RvG besloot, ten eerste, totinstemming met het beëindigen van de twaalfjarige aanpassingsperiodeop de kapitaalinleg van Letland. Dit betekent dat Letland ongeveer103 miljoen euro kapitaal dient in te leggen per januari 2026. Ten tweedebesloot de RvG in te stemmen met toetreding van Bulgarije tot het ESMper 1 januari 2026. Bulgarije wordt daarmee het 21ste lid van het ESM. Totslot besloot de RvG om de nieuwe voorzitter van de Eurogroep, KyriakosPierrakakis, te benoemen tot voorzitter van de RvG van het ESM.EcofinraadEcofinraadontbijtZoals gebruikelijk gaf de voorzitter van de Eurogroep bij het Ecofin-raadontbijt de aanwezige Ministers een terugkoppeling van de bespre-kingen in de Eurogroep. Tevens heeft de Commissie een update gegevenover de macro-economische situatie.Spaar- en InvesteringsunieDe Ecofinraad wisselde van gedachten over het kapitaalmarktintegratie-en toezichtcentralisatiepakket (KTP). De Europese Commissie gaf eenkorte toelichting op de voorstellen die het gedaan heeft als onderdeel vanhet KTP.De Raad erkende het belang van verdere ontwikkeling van de EuropeseSpaar- en Investeringsunie. De lidstaten verwelkomden het pakket aanvoorstellen dat de Europese Commissie op 3 december jl. publiceerde.Een aantal lidstaten gaf een eerste appreciatie op de inhoud van devoorstellen en de komende raadsonderhandelingen. Daarbij benadruktenzij dat bij het overhevelen van nationaal toezicht op significanteniet-bancaire financiële instellingen naar toezicht op Europees niveau, ookaandacht zal moeten zijn voor het kostenniveau en een efficiënteverdeling van toezichtstaken tussen de nationale en Europese toezicht-houder ESMA. Hiermee moet worden voorkomen dat het Europeestoezicht op deze instellingen zorgt voor hoge kosten en verlies van deeffectiviteit van het toezicht.Pakket voor de gemeenschappelijke munt: digitale euro eneurocontanten als wettig betaalmiddelHet voorzitterschap lichtte toe dat een raadsakkoord op het pakket voor degemeenschappelijke munt nabij is. Dit kon op goedkeuring rekenen van4Eurogroup press statement, 28 november 2025, «Eurogroup presidency: two Ministers putforward their candidacies»https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2025/11/28/eurogroup-presidency-two-ministers-put-forward-their-candidacies/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21563 de Europese Commissie en de ECB. De lidstaten die het woord namen,dankten het voorzitterschap voor het goede werk en spraken steun uitvoor het aanstaande Raadsakkoord. Nederland dankte het voorzitterschapvoor de gemaakte voortgang. De raadspositie bevat waarborgen die voorNederland essentieel zijn: niet-programmeerbaarheid, een hoog niveauvan privacy en het vastgelegde karakter van de digitale euro als betaal-middel, niet als spaarproduct. Nederland lichtte toe dat het toegevoegdewaarde ziet in de digitale euro op het gebied van weerbaarheid, strate-gische autonomie en als pan-Europees, publiek betaalmiddel. Verderverwelkomde Nederland de versterking van de positie van contant geldals wettig betaalmiddel met de verordening inzake contant geld.Nederland noemde de proportionaliteit voor ondernemers, hetvoorkomen van disproportionele regeldruk en de ruimte voor nationalebetaalgewoonten als positieve punten in het Raadsakkoord.Zoals het voorzitterschap tijdens de Ecofinraad meldde en waarover deKamer reeds is geïnformeerd5, is op 19 december in het Comité vanPermanente Vertegenwoordigers (COREPER) een Raadspositie vastgesteldop de wetsvoorstellen die vallen onder het pakket voor de gemeenschap-pelijke munt. Het kabinet heeft ingestemd met deze Raadsposities. Hetbetreft de twee verordeningen die een juridische basis vormen voor dedigitale euro (Digital Euro Regulation) en een verordening inzake contantgeld als wettig betaalmiddel (Legal Tender Cash Regulation, LTCR). EenRaadspositie is geen definitief akkoord dat maakt dat de verordening inwerking kan treden. Eerst moet het Europees Parlement tot een eigenpositie komen, waarna in triloogonderhandelingen moet wordengekomen tot een definitief akkoord. Zonder deze politieke besluitvormingkunnen de verordeningen niet in werking treden. Dat betekent in dit gevaldat de ECB zonder politiek akkoord geen digitale euro kan uitgeven. DeKamer zal via de gebruikelijke wegen nader worden geïnformeerd over deverdere behandeling van het pakket voor de gemeenschappelijke munt.Hervormingspakket douane-unieHet voorzitterschap gaf een overzicht van de stand van zaken metbetrekking tot het hervormingspakket van de douane-unie. Daarbij werdhet belang van de hervorming van de douane-unie benadrukt; dehervorming raakt aan fundamentele aspecten als het concurrentiever-mogen, de handel en veiligheid. Het voorzitterschap riep de lidstaten optot flexibiliteit, om zo snel mogelijk tot een akkoord te kunnen komen. Hetis het Deens Voorzitterschap niet gelukt om een politiek akkoord tebereiken, dit was wel het doel.Stand van zaken financiële dienstenwetgevingHet voorzitterschap gaf een overzicht van de stand van zaken metbetrekking tot wetgevingsvoorstellen op het gebied van financiëlediensten.Economische gevolgen van EU-wetgevingDe Ecofinraad wisselde van gedachten over de economische gevolgenvan EU-wetgeving. Veel lidstaten uitten zich positief over de inspanningenvan het Deense voorzitterschap voor het agenderen van dit onderwerp; envoor de inspanningen voor een overzicht van de verwachte economischegevolgen van EU-wetgeving op basis van impact assessments. DeEcofinraad verwelkomde het voorstel van het Deens voorzitterschap vooreen reguliere publicatie van dit overzicht. Ook werd overwegend positief5Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 22 112, nr. 4219Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21564 gereageerd op het voorstel om het thema «Economische gevolgen vanEU-wetgeving» regulier te bespreken in de Ecofinraad. Tijdens de RaadAlgemene Zaken op 16 december jl. zijn Raadsconclusies aangenomenover de economische gevolgen van EU-wetgeving.6Raadsconclusies vereenvoudiging financiële wet- en regelgevingDe Ecofinraad nam Raadsconclusies aan over vereenvoudiging vanregelgeving voor financiële dienstverlening.7 Met deze bespreking enconclusies gaf de Raad opvolging aan een eerdere discussie oververeenvoudiging van bestaande en nieuwe wet- en regelgeving tijdens deinformele Ecofinraad van 19 en 20 september jl.In de Raadsconclusies schetst de Ecofinraad de bijdrage die de vereen-voudiging van de EU-wetgeving inzake financiële diensten kan leverenaan het concurrentievermogen van de financiële sector en de Europeseeconomie. De Ecofinraad beschrijft dat de financiële stabiliteit van hetstelsel, zoals robuuste kapitaal- en liquiditeitseisen geborgd moetenblijven, maar erkent de toegenomen complexiteit van de regelgeving enbenadrukt dat alle betrokkenen bij de totstandkoming van wet- enregelgeving hier gedeeld verantwoordelijkheid voor dragen. De conclusiesbevatten tevens een lijst met concrete leidende principes voor hetversimpelen van wet- en regelgeving en schetsen de stappen die deEcofinraad noodzakelijk vindt om concrete versimpeling te bewerkstel-ligen.Versneld afschaffen vrijstellingsdrempel invoerrechtenDe Ecofinraad bereikte een politiek akkoord over de versnelde afschaffingvan de Europese vrijstelling van invoerrechten voor goederen tot en met€ 150 (de zogenoemde de-minimisregeling) en de tijdelijke en pragma-tische invoering van een vast tarief van € 3 per (in beginsel) product ofproductgroep. Deze maatregel moet nog verder technisch wordenuitgewerkt.Het politiek akkoord volgt op het eerdere besluit van de Ecofinraad op13 november jl. om de de-minimisregeling af te schaffen vanaf hetmoment dat het IT-systeem (de zogenoemde datahub) dat hiervoor nodigis, beschikbaar komt. Dit gebeurt in 2028. De invoering van een vast tariefvan EUR 3 per product of productgroep is daarmee tijdelijk van aard. Devoorziene ingangsdatum is 1 juli 2026, met een looptijd tot 1 juli 2028. Hetgaat specifiek om een belastingheffing, die losstaat van de Europese ennationale handelingskostenvergoeding, waarover de Staatssecretaris voorfiscaliteit, Belastingdienst en Douane uw Kamer in december heeftgeïnformeerd.Op dit moment zijn zendingen met een waarde onder de EUR 150vrijgesteld van invoerrechten. Deze vrijstelling komt uit een tijd voor deopkomst van e-commerce waarin het aantal lage waarde zendingenverwaarloosbaar was. Met de explosieve opkomst van e-commerce is eensituatie ontstaan waarin e-commerce zendingen van online platforms vanbuiten de EU vrijgesteld zijn, maar bulkimporten van Europese onder-nemers niet. Dit zorgt voor een ongelijk speelveld. Lidstaten gaven aandat de afschaffing van de de-minimisregeling een belangrijke stap is omde stroom aan e-commerce te beteugelen en dat de tijdelijke invoering6https://www.consilium.europa.eu/en/meetings/gac/2025/12/16/7«Conclusions on simplifying the Union’s financial services regulation – Council Conclusions(12 December 2025)», 16463/25, Brussel, 12 december 2025, https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-16463-2025-INIT/en/pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21565 van een vast tarief een werkbare maatregel is, die in beginsel snelgeïmplementeerd kan worden. Een aantal lidstaten benoemde deson-danks de relatief korte implementatietermijn. Die lidstaten gaven deuitvoerbaarheid door de Douane en het bedrijfsleven als aandachtspuntenmee bij de verdere (technische) uitwerking van de maatregel, evenals datde tijdelijke maatregel moet voldoen aan internationale afspraken.Economische en financiële impact van de Russische agressietegen OekraïneDe Commissie gaf een toelichting op de financieringsnoden van Oekraïne.Op basis van de cijfers van het IMF bedraagt het ongedekte financierings-tekort over de periode 2026–2.027 EUR 54 mld. Dit bedrag is na inzet vande zogenoemde ERA-leningen, waaruit alle betalingen reeds op13 november jl. werden voltooid, en inzet van de Oekraïne-faciliteit. Ookging de Commissie in op de economische situatie in zowel Oekraïne alsRusland.De Commissie herhaalde het belang van spoedige besluitvorming voorextra financiering voor het dekken van het Oekraïense financieringstekort.De Commissie lichtte verder toe dat het bij andere G7-partners zal blijvenaandringen op het naar voren halen van uitbetalingen onder deERA-leningen, om zo aan de acute financieringsbehoefte van Oekraïnetegemoet te komen. De Commissie ging tot slot in op de impact van hetsanctiebeleid.Tijdens de Europese Raad op 18 december jl. is een akkoord bereikt omOekraïne in de komende twee jaar te ondersteunen met 90 miljard euroaan leningen.8 Dit was noodzakelijk vanwege de urgente financieringsbe-hoefte van Oekraïne en met het oog op besluitvorming over het nieuweIMF-programma. Eén van de voorwaarden voor een nieuwIMF-programma is dat in de eerste twaalf maanden van hetIMF-programma het financieringstekort is gedekt. Met de EU-leningenwordt aan deze voorwaarde voldaan. Op 26 november jl. is op stafniveaueen voorlopig akkoord bereikt tussen het IMF en Oekraïne over een nieuwvierjarig IMF-programma (2026–2029) met een omvang van USD8,1 miljard. Voorwaarde vanuit het IMF voor een programma is verder datcrediteuren en donoren van Oekraïne bereid zijn om financing assurancesaf te geven om de schuldhoudbaarheid van de Oekraïense schuld en definanciering van het financieringstekort voor de komende jaren tegaranderen. Dit is conform het vorige IMF-programma voor Oekraïne9,waarvoor Nederland financing assurances heeft verleend samen met deG7, België, Litouwen, Polen, Slowakije en Spanje. Net als bij het vorigeIMF-programma heeft Nederland aangegeven bereid te zijn dergelijkeassurances af te geven.Europees Semester 2026: Alert Mechanism Report 2026 enRaadsaanbevelingen economisch beleid eurozoneDe Commissie gaf een korte toelichting op het herfstpakket dat in hetkader van het Europees Semester is gepubliceerd.10 Specifiek was eraandacht voor twee verschillende onderdelen uit het pakket, namelijk hetjaarlijkse rapport over het waarschuwingsmechanisme (Alert Mechanism8https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/19/akkoord-europese-raad-over-financiele-steun-aan-oekraine9Kamerstukken II, vergaderjaar 2022–2023, 26 234, nr. 27510«Commission outlines priorities to boost EU competitiveness in its 2026 European SemesterAutumn Package», Straatsburg, 25 november 2025, https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_25_2760.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21566 Report, AMR) in het kader van de macro-economische onevenwichtig-heden procedure (MEOP) en het voorstel voor de aanbeveling van deRaad over het economisch beleid van de eurozone (Euro Area Recommen-dation). In deze Ecofinraad bleef het bij een toelichting van de Commissie.Een uitgebreidere bespreking staat gepland voor de aankomendeEcofinraad op 20 januari 2026. In de geannoteerde agenda van deEurogroep en Ecofinraad van januari zal nader worden ingegaan op deinhoud en appreciatie van het pakket.Implementatie Stabiliteits-en GroeipactDe Commissie gaf een toelichting op haar beoordeling van de aanwe-zigheid van buitensporige tekorten in lidstaten in het kader van artikel 126,lid 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie(VWEU). De Commissie heeft het bestaan van buitensporige tekorten inFinland en Duitsland onderzocht, op basis van cijfers voor 2024 enprognoses voor 2025. Uit de beoordeling blijkt dat voor Finland wordtvoorgesteld een buitensporigtekortprocedure (Excessive DeficitProcedure; EDP) te openen omdat het tekort ondanks de toepassing vande ontsnappingsclausule niet volledig te verklaren is door hogeredefensie-uitgaven. Voor Duitsland wordt geen voorstel gedaan om eenEDP te openen, omdat de tekortoverschrijding hoofdzakelijk samenhangtmet een tijdelijke stijging van defensie-uitgaven, wat ook aanleiding wasvoor het activeren van de nationale ontsnappingsclausule. Besluitvorminghierover ligt voor in de Ecofinraad van 20 januari 2026. In de geanno-teerde agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van januari wordt hieropingegaan.De Ecofinraad stemde in met de Gedragscode (Code of Conduct). Deimplementatie van de nieuwe begrotingsregels wordt op onderdelenverduidelijkt via een Code of Conduct.11 Deze geldt als «soft law». Deverordeningen zijn bindend en blijven leidend.Raadsbesluiten over gewijzigde HVF-plannenDe Ecofinraad stemde in met de gewijzigde herstel- en veerkrachtplannenvan Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Letland, Malta, Oostenrijk, Polen,Portugal, Slovenië en Tsjechië. De Commissie lichtte toe dat de EU tot opheden meer dan € 378 miljard uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit (HVF)aan de lidstaten heeft uitbetaald.Jaarverslag Europese Rekenkamer EU-begroting 2024De Europese Rekenkamer (ERK) gaf in de Ecofinraad een presentatie overhet jaarverslag over de EU-begroting 2024. De ERK geeft in het rapportover het verslagjaar 2024 wederom een afkeurend oordeel ten aanzienvan de uitgaven van de EU-begroting. Het foutenpercentage (onrechtma-tigheden) in de uitgaven is in 2024 3,7%. Dit is een daling ten opzichte van2023, toen het foutenpercentage 5,6% was. De goedkeuringsdrempel ismaximaal 2%. Het hoogste foutenpercentage wordt gevonden bij deuitgaven m.b.t. Cohesie, veerkracht en waarden (5,7%) (2023: 9,3%).Daarnaast heeft de ERK een separate beoordeling gegeven over deuitgaven in het kader van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. De ERK geefteen oordeel «met beperking» ten aanzien van deze uitgaven. Dit betekentdat de bevindingen van materieel belang zijn, maar geen diepgaandeinvloed hebben. Bij vijf van de zes betalingen zijn materiële foutengevonden. Daarnaast onderzocht de ERK in hoeverre de hervormingen dielidstaten moeten doorvoeren in ruil voor de ontvangen middelen,11https://www.consilium.europa.eu/media/zlbeojkz/st16230en25-002.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21567 daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Hieruit blijkt dat hier nog verbeterpuntenliggen met name op het terrein van klimaat en vergroening.De presentatie van het jaarverslag is voor de Raad het startpunt van dezogenaamde dechargeprocedure. Op basis van het jaarverslag stelt deRaad ieder jaar een Raadsaanbeveling op voor het Europees Parlement.Het Europees Parlement verleent decharge aan de Europese Commissieover de uitvoering van de Europese begroting. In januari 2026 starten deinhoudelijke en technische besprekingen in het ambtelijke Begrotings-comité, die resulteren in een dechargeadvies van de Raad aan hetEuropees Parlement. De Ecofinraad beslist, waarschijnlijk in maart 2026,met gekwalificeerde meerderheid over het dechargeadvies.OverigDe Commissie heeft nieuwe informatie gepubliceerd over de voorstellenvoor het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) en het eigenmidde-lenbesluit (EMB). In dat kader zijn ook nieuwe economische cijfersgepubliceerd, wat gevolgen heeft voor de Nederlandse raming van deEU-afdrachten. Op basis van deze nieuwe informatie is de geschattebudgettaire impact van het voorgestelde MFK en EMB geactualiseerd.Deze vormt een update van de budgettaire effecten ten opzichte van de op12 september jl. verzonden Kamerbrief. De budgettaire schatting blijftonzeker, zowel vanwege de onwaarschijnlijkheid dat de voorstellen zonderwijzigingen worden ingevoerd als ook de inherente onzekerheden bij(nieuwe) lange termijn ramingen.Indien de Commissievoorstellen voor het nieuwe MFK en EMB zonderwijzigingen zouden worden doorgevoerd, leiden de voorstellen tot eenbudgettaire opgave van gemiddeld 3,1–4,0 miljard euro per jaar inlopende prijzen ten opzichte van de huidige Nederlandse raming op deBZ-begroting (stand Miljoenennota 2026).12 Dit betreft een inschatting vande gemiddelde budgettaire opgave over de jaren van het volgend MFK(2028–2034). Hoewel deze lager is dan de eerdere inschatting vangemiddeld 4,5–5,4 miljard euro uit de kabinetsappreciatie van12 september jl., blijft dit voor Nederland onverminderd een onwenselijkebudgettaire uitkomst. Het uiteindelijke budgettaire effect is afhankelijk vanhet onderhandelingsresultaat.Het verschil met de eerdere inschatting van gemiddeld 4,5–5,4 miljardeuro uit de kabinetsappreciatie van 12 september jl. is met name teverklaren door de doorrekening van een aantal onderdelen van het EMB,waarover eerder nog geen cijfers beschikbaar waren. Dit gaat onderandere over het pakket aan voorgestelde nieuwe eigen middelen ennieuwe cijfers voor de douanerechten. Deze onderdelen zijn voor deNederlandse afdrachten aan de EU-begroting relatief gunstig. Het kabinetblijft evenwel bij de inzet conform de kabinetsappreciatie van12 september jl. en zal zich onder meer inzetten voor een verlaging vanhet voorgestelde MFK, het behoud van de korting op de bni-afdracht enhet behoud van de perceptiekostenvergoeding van 25%.In de beantwoording van het schriftelijk overleg MFK/EMB van10 november jl. is uw Kamer reeds geïnformeerd over de budgettaireeffecten van de nieuwe eigen middelen. Uit een eerste analyse komt naarvoren dat de voorgestelde nieuwe eigen middelen op basis van ETS1,12Het voorstel van de Commissie omvat maximaal 100 miljard euro steun voor Oekraïne(2028–2034), bestaande uit leningen, giften en garanties. Omdat de verdeling tussen dezeinstrumenten nog niet vaststaat, blijft de exacte budgettaire impact onzeker, vandaar conformde kabinetsappreciatie van 12 september jl. een bandbreedte van gemiddeld circa 0,9 miljardeuro per jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21568 CBAM, tabak en de omzetbijdrage van grote ondernemingen (CORE),indien de voorstellen niet worden gewijzigd, financieel voordelig zijn voorNederland ten opzichte van de bni-afdracht. Het voorgestelde nieuweeigen middel op basis van e-waste is daarentegen – op basis van dehuidig voorgestelde vormgeving – financieel nadelig voor Nederland.Indien alle nieuwe eigen middelen, zonder wijzigingen, ingevoerd zoudenworden heeft dit een positief effect voor Nederland van 861 miljoen euroten opzichte van de bni-afdracht. Momenteel is er nog geen volledigeinhoudelijke appreciatie van alle nieuwe eigen middelen, wel blijft hetkabinet zeer kritisch ten aanzien van CORE.Uit de nieuwe informatie van de Europese Commissie blijkt tevens dat deraming van de inkomsten uit de traditionele eigen middelen (TEM, ofteweldouanerechten) hoger is dan eerder werd aangenomen. Dit komt onderandere door de afschaffing van de invoerrechtenvrijstelling voor pakketjesonder 150 euro (de minimis vrijstelling) en de introductie van de handlingfee voor e-commercepakketjes. Dit verhoogt de TEM-opbrengsten enverlaagt daarmee de benodigde bni-afdrachten voor de lidstaten.De Commissie heeft tevens nieuwe meerjarige economische groeicijfersgepubliceerd. Hieruit blijkt dat het EU-bni harder groeit dan verwacht, endat het Nederlandse bni-aandeel hierin relatief groeit (naar 6,5%) op delange termijn. Dit betekent logischerwijs – bij een gelijkblijvend MFK alspercentage van het EU-bni – dat Nederland ook meer en een iets groterdeel van de bni-afdracht betaalt. Dit betreft een tegenvaller van gemiddeld666 miljoen euro per jaar in de periode 2028–2034.13 Deze tegenvaller alsgevolg van de nieuwe economische groeicijfers zal conform de bestaandewerkwijze bij een regulier begrotingsmoment in de raming van deEU-afdrachten op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zakenworden verwerkt. De verwerking van deze tegenvaller leidt tot eenverhoging van de Nederlandse raming van de afdrachten aan deEU-begroting, waardoor het resterende verschil met de doorrekening vande Commissievoorstellen voor het volgende MFK en EMB afneemt.Daarmee zal het verschil tussen de Nederlandse raming van deEU-afdrachten en de doorrekening van de Commissievoorstellenuitkomen op gemiddeld circa 2,5–3,4 miljard euro per jaar.13Deze tegenvaller start in 2027 (142 miljoen) en loopt op gedurende de MFK-periode van 2028(312 miljoen) tot 2034 (898 miljoen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21569

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 517441b962ae0f71

14 okt 2026 · 0e1c7cedc7cf8a7d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.