KamerkringInloggen
Kamerstuk

Nota naar aanleiding van het verslag

10 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 12b6566160bc6bbd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 526Wijziging van de Wet ter voorkoming vanwitwassen en financieren van terrorisme enenige andere wetten in verband met deuitvoering van Verordening (EU) 2023/1113betreffende bij geldovermakingen enoverdrachten van bepaalde cryptoactiva tevoegen informatie en tot wijziging van Richtlijn(EU) 2015/849 (Uitvoeringswet verordening bijgeldovermakingen en overdrachten vancryptoactiva te voegen informatie)Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAGOntvangen 10 september 2024 InleidingDe regering is de vaste commissie voor Financiën erkentelijk voor deaandacht die zij aan het onderhavige wetsvoorstel heeft geschonken envoor de door haar daarover gestelde vragen. De vragen worden zo veelmogelijk beantwoord in de volgorde van het door de commissie uitge-brachte verslag. Voor zover vragen, vanwege overeenkomst in onderwerp,gezamenlijk beantwoord zijn, is dit vermeld.Algemeen§ 1. InleidingDe leden van de NSC-fractie vragen wat het verschil is tussen deinwerkingtreding (30 juni 2023) en van toepassing zijn (30 december2024).In Nederlandse wetgeving is het tijdstip van inwerkingtreding van eenregeling vaak ook het moment waarop de in die regeling opgenomenmateriële normen gaan gelden. In EU-wetgeving vallen die momentenmeestal niet samen. Standaard treedt een verordening al op detwintigste dag na publicatie in werking. De verordening maakt dan inalgemene zin al wel deel uit van het EU-recht, maar hoeft dan meestal nogniet inhoudelijk te worden nageleefd. Het moment waarop een veror-dening ook inhoudelijk moet worden nageleefd, is het moment waarop deverordening «van toepassing» wordt. Door de verordening pas op eenlater tijdstip van toepassing te laten worden, wordt aan de lidstaten enaan burgers, bedrijven en instellingen voor wie de verordening gaatgelden een termijn geboden waarbinnen zij zich op de nieuwe regelskunnen voorbereiden. In Nederlandse wetgeving is het gebruikelijk omeen regeling ook dan pas in werking te laten treden, waardoor inwerking- kst-36526-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 71 treding en toepassing in tijd samenvallen. Richtlijnen kennen overigensnog een derde moment: de uiterste datum waarop de lidstaten hunimplementatiewetgeving ter omzetting van de richtlijn gereed moetenhebben.De leden van de NSC-fractie vragen welke keuzemogelijkheden lidstatennog hebben op nationaal niveau bij de implementatie.Verordeningen bieden naar hun aard doorgaans geen ruimte voornationaal beleid, los van specifieke lidstaatopties. Dit volgt al uit de keuzevan de Europese wetgever om zelf rechtstreeks werkende voorschriftenvast te stellen en dat niet, door vaststelling van een richtlijn, aan delidstaten over te laten. Voor verordeningen geldt bovendien dat zij inbeginsel uitputtend bedoeld zijn en de lidstaten geen ruimte meer biedenvoor nationaal beleid, tenzij een verordening daar uitdrukkelijk in voorziet.Er zaten een aantal lidstaatopties in TFR. Deze opties waren voornamelijkformeel van aard. Er is geen gebruik gemaakt van de lidstaatoptie uitartikel 2, vijfde lid van TFR, waarin de mogelijkheid wordt geboden aanlidstaten om TFR niet van toepassing te verklaren op bepaalde groepen.Artikel 1c, eerste lid van de Wet ter voorkoming van witwassen enfinancieren van terrorisme (hierna: Wwft) bevat al een algemeneontheffingsgrondslag waarvan gebruik kan worden gemaakt indien hetwenselijk is aan bepaalde groepen een ontheffing te verlenen van deverplichtingen van TFR. De lidstaatopties in artikel 26, tweede en derde lidvan de TFR zien op langere bewaartermijnen van gegevens. Omdat ditniet nodig wordt geacht, is er geen gebruik gemaakt van deze lidstaat-opties. Artikel 38, zesde lid van TFR betreft een lidstaatoptie waarvan welgebruik wordt gemaakt. Dit gaat over het aanwijzen van een centraalcontactpunt. Nu voor verschillende financiële instellingen ervoor gekozenis een centraal contactpunt aan te wijzen in Nederland is ervoor gekozeneen dergelijk contactpunt ook aan te wijzen voor aanbieders vancryptoactivadiensten.De leden van de NSC-fractie vragen wat het standpunt van de regeringwas in de Europese Raad inzake deze Verordening bij geldovermakingenen overdrachten van cryptoactiva te voegen informatie.Het Nederlandse standpunt voor de raadsonderhandelingen is vastgesteldvia het betreffende BNC-fiche en met de Kamer gedeeld.1 In het ficheheeft het kabinet aangegeven positief te zijn over het voorstel. Het kabinetheeft meermaals aangegeven zich in te zetten om alle FATF-aanbevelin-gen2 ten aanzien van crypto’s zoveel mogelijk op EU-niveau te implemen-teren. Dit geldt in het bijzonder voor het uitbreiden van de reedsbestaande verordening door cryptoactiva en cryptoactivadienstverlenerstoe te voegen aan de reikwijdte van de verordening.3 Dat wordt met dezeverordening bewerkstelligd. De andere inhoudelijke aandachtspunten vanhet kabinet ten aanzien van het oorspronkelijke voorstel, zoals beschrevenin het BNC-fiche, zijn volledig of grotendeels geland in de uiteindelijkeverordening, zoals een betere stroomlijning van deze verordening met deverordening markten in cryptoactiva (MiCA).§ 2. Inhoud van de verordeningDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering nog eenskan toelichten hoe met het wegnemen van de minimis-regel smurfing (het1Kamerstukken II, 2021–2022, 22 122, nr. 3205.2https://www.fatf-gafi.org/en/publications/Fatfrecommendations/Fatf-recommendations.html.3https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/09/24/fiche-3-verordening-betreffende-bij-geldovermaking-te-voegen-informatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 72 onder een grenswaarde van toezicht op transacties blijven door dezetransacties in brokjes op te knippen) wordt tegengegaan en dit bijdraagtaan de effectiviteit van het tegengaan van anonimiteit.Met TFR wordt beoogd de anonimiteit van cryptotransacties tegen te gaandoordat het verplicht wordt voor alle aanbieders van cryptoactivadiensten(zoals gedefinieerd in MiCA), behalve partijen die advies geven, om bijoverdrachten van cryptoactiva informatie toe te voegen over de initiatoren de begunstigde, net zoals nu al het geval is voor betalingsdienstaan-bieders bij geldovermakingen. De FATF-standaarden bieden ruimte om ditpas toe te passen bij transacties vanaf 1.000 euro. De FATF-standaardenstellen dat deze de-minimisregel niet geldt als het gaat om een samenge-stelde transactie (meerdere transacties die gezamenlijk uiteindelijk ééntransactie vormen).In de praktijk is het echter lastig om duidelijk te bepalen wanneermeerdere transacties wel of niet als een samengestelde transactie gezienmoeten worden. In de verordening is daarom uiteindelijk besloten omvoor alle transacties tussen aanbieders van cryptoactivadiensten,ongeacht de waarde van de transactie, te eisen dat informatie wordttoegevoegd. Hierdoor wordt voorkomen dat personen om de regels heenwerken door transacties op te knippen, waardoor individuele transactiesonder de 1.000 euro blijven. Daar waar het gaat om de overdracht van ofnaar een zelfgehost adres, is de de-minimisregel wel toegepast en dient erpas bij een bedrag vanaf 1.000 euro onderzoek te worden gedaan naar deinitiator of de begunstigde.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen voorts op welke manierdeze verordening zal gaan toezien op crypto-transacties tussen een partijgelegen in de EU en een in een derde jurisdictie gelegen partij. Wordtdeze laatste partij ook geïdentificeerd als onderdeel van deze veror-dening?TFR is van toepassing op de overdracht van cryptoactiva waarbij eencryptodienstverlener is betrokken. Enkel cryptodienstverleners gevestigdin de EU worden gezien als aanbieders in de zin van TFR. TFR is niet vantoepassing op een cryptodienstverlener gevestigd in een derde land,omdat TFR geen extraterritoriale werking heeft. Op basis van TFR geldtechter wel dat bij de overdracht van cryptoactiva vanuit de EU naar eenderde land, informatie over de initiator en de begunstigde van deoverdracht toegevoegd moet worden. Andersom geldt dat als crypto-dienstverleners transacties ontvangen, al dan niet uit derde landen, zijmoeten controleren of de op grond van TFR de vereiste gegevens zijnbijgevoegd. Indien dit niet het geval is moeten cryptodienstverlenersmitigerende maatregelen treffen en kunnen transacties wordengeweigerd, teruggezonden of zelfs worden opgeschort. De zakelijke relatiedient bij herhaaldelijk niet verstrekken van informatie zelfs te wordenbeperkt of beëindigd door de cryptodienstverlener.De normen van TFR vloeien voort uit de aanbevelingen van de FATF endeze aanbevelingen worden in veel andere jurisdicties die lid zijn van deFATF, waaronder verschillende derde landen, geïmplementeerd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tevens welk risico opsmurfing er specifiek is bij geldovermakingen van en naar self-hostedwallets (omdat hier wel een minimumbedrag van 1.000 euro geldt).In het geval van smurfing wordt het te witwassen bedrag opgeknipt inkleinere bedragen en verspreid naar verschillende rekeningen. Op dezemanier proberen criminelen onder de wettelijke rapportagelimieten teTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 73 blijven en daarmee detectie te voorkomen. Zelfgehoste bewaarporte-monees worden volledig beheerd door een gebruiker. Hierdoor zijntransacties van een naar een dergelijk zelfgehost adres lastiger teachterhalen. Daar waar het gaat om een zelfgehost adres is er desalniet-temin een grensbedrag van 1.000 euro ingevoerd. Deze grens is getrokkenom enerzijds de doeltreffendheid van betalingssystemen niet te onder-graven en anderzijds om de potentiële dreiging die van kleine geldover-makingen uitgaat te ondervangen. Daarnaast zou het de facto onmogelijkworden om nog transacties van of naar zelfgehoste adressen te sturen,ook als het gaat om legitiem gebruik. Dit wordt ondervangen door extraeisen aan aanbieders van cryptoactivadiensten om, in aanvulling op destandaard cliëntenonderzoeksmaatregelen, te beschikken over internebeleidsregels, procedures en controles om het risico op het witwassenvan geld en terrorismefinanciering vast te stellen en te beoordelen bijoverdrachten van cryptoactiva naar of vanuit een zelfgehost adres. Zomoet de cryptoactivadienstverlener die de transactie faciliteert nagaan ofdat zelfgehoste adres daadwerkelijk eigendom is van die cliënt ofdaadwerkelijk onder diens zeggenschap staat. Ook dienen er risicobeper-kende maatregelen worden getroffen die in verhouding staan tot devastgestelde risico’s. Deze verplichtingen dragen bij aan de mitigatie vande risico’s daar waar het gaat om de overdracht van en/of naar zelfge-hoste bewaarportemonees.De leden van de NSC-fractie vragen of de TFR-verordening ook leidt toteen wijziging van de Sanctiewet. Zo ja, welke?Met de Uitvoeringswet worden de partijen die gehouden zijn aanafdeling 5 van de Sanctiewet 1977 uitgebreid naar alle aanbieders vancryptoactivadiensten waarop de Wwft van toepassing is, waar voorheenafdeling 5 van Sanctiewet 1977 enkel van toepassing was op aanbiedersvan diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valutaen van bewaarportemonnees. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat er ookeenduidig wetgevend kader blijft bestaan voor cryptoactivadienstver-leners ten aanzien van de sanctiewetgeving. Daarnaast worden cryptoacti-vadienstverleners ook meegenomen in de door het kabinet aangekon-digde herziening van de sanctiewetgeving.§ 4.2. Verscherpt cliëntenonderzoekDe leden van de NSC-fractie vragen op welke manier betalingen binnenhet criminele circuit hiermee blootgelegd kunnen worden. Hoewaarschijnlijk is het dat criminelen hun (echte) persoonsgegevens gaanopgeven bij een cryptotransactie?Met de implementatie van TFR komen alle cryptoactivadienstverlenersonder de reikwijdte van de Wwft. Dit betekent onder andere dat dezeinstellingen cliëntenonderzoek moeten doen. In een cliëntenonderzoekmoet de instelling de identiteit van hu klant vaststellen en kijkt eeninstelling of er risico’s zijn dat een klant geld witwast of helpt omterrorisme te financieren. Wanneer de cryptoactivadienstverlener die eencryptoactivatransactie faciliteert niet alle benodigde informatie heeftontvangen en de risico’s niet goed kan beoordelen, of deze te hoog vindt,zou de transactie opgeschort kunnen worden of helemaal niet plaats-vinden. Dit geldt ook als er (mogelijk) sprake is van het opgeven van valsepersoonsgegevens. Als cryptoactivadienstverleners hun processen voorhet cliëntonderzoek goed op orde hebben, zou het risico op het verlenenvan diensten op basis van valse persoonsgegevens beperkt moeten zijn.Dit neemt niet weg dat malafide partijen altijd op zoek zullen zijn naarmogelijkheden om de regels te ontwijken. Daarom is het van belang datTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 74 cryptodienstverleners hun zaken op orde hebben en dat er goed toezichtop ze wordt gehouden.§ 4.4. Toezichthoudende autoriteitenDe leden van de NSC-fractie vragen hoe de handhaving en naleving vande TFR-verordening geregeld gaat worden. Kan de regering een naderetoelichting geven op de gevolgen van het wetsvoorstel voor de toezichtca-paciteit van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit FinanciëleMarkten (AFM)?TFR is een herziening van de bestaande Wire Transfer Regulation (WTR2).De WTR2 bevatte reeds verplichtingen ten aanzien van het vastleggen enuitwisselen van informatie bij girale geldovermakingen door banken enandere betaaldienstverleners. Deze onderdelen worden niet gewijzigd inTFR en op de naleving van deze verplichtingen wordt dus al toezichtgehouden. De meest materiele wijziging in TFR is dat cryptoactiva encryptodienstverleners binnen de reikwijdte worden gebracht.Met de Uitvoeringswet wordt geregeld dat de bevoegdheid voor hettoezicht op de naleving van TFR toebedeeld wordt aan De NederlandscheBank (DNB) indien het gaat over de verplichtingen voor betalingsdienst-aanbieders die voortvloeien uit de verordening en op de verplichtingen uitde Wwft voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft diecryptoactivadiensten aanbiedt. De Autoriteit Financiële Markten (AFM)wordt aangewezen waar het gaat over verplichtingen voor aanbieders vancryptoactivadiensten die voortvloeien uit de verordening en op deverplichtingen uit de Wwft (niet zijnde een bank of elektronischgeldin-stelling die cryptoactivadiensten aanbiedt). Het toezicht op de nalevingvan TFR en eventuele handhavende optreden van DNB of de AFM zalworden ingelijfd in het bestaande Wwft-toezicht van deze toezichthouders,met gebruikmaking van hun bestaande toezicht- en handhavingsinstru-mentarium, waaronder het doen van onderzoek, het opvragen vaninformatie en het opleggen van een (bestuurlijke) boete.Met de komst van TFR worden alle cryptoactivadienstverleners onder-worpen aan de bestaande regels ter voorkoming van witwassen enterrorismefinanciering zoals opgenomen in de Wwft. Dit betekent dat ernieuwe kennis en ervaring opgedaan moet worden door toezichthoudersen ook ingezet wordt op internationale samenwerking. De cryptoactiva-markt is bovendien een bewegelijke markt, waarbij veel cryptocactiva-dienstverleners nog geen ervaring hebben met toezicht. Dit samenge-nomen verwachten de toezichthouders een substantiële groei ten aanzienvan de benodigde capaciteit. Voor het toezicht dat de AFM zal gaanuitvoeren op de cryptosector is de inschatting dat voor het jaar 202536 FTE nodig zal zijn. Vanaf 2026 is de inschatting dat zij 33 fte(6,4 miljoen) nodig zullen hebben voor het doorlopend toezicht, waarvan7 fte gereserveerd is voor TFR. DNB heeft in 2023–2024 voor hetWwft-toezicht op de cryptoactivadienstverleners 14 fte (4,1 miljoen)begroot. DNB zal deze capaciteit voor de opvolgende jaren behouden voorhet toezicht op zowel TFR en MiCA. Hiervan is 6,4 fte gereserveerd voorhet toezicht op de instellingen. Het toezicht in het kader van TFR zal metname zien op het uitwisselen van informatie tussen de initiator en debegunstigden van de crypto-overmakingen. Ook het integriteitstoezichtvalt hieronder. De kosten die aan de sector worden doorberekend wordenopgenomen in het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019.De leden van de NSC-fractie vragen of de regering voornemens is om deervaringen met het nieuwe regime en mogelijke veranderingen intoezichtskosten te monitoren en zo ja, op welke manier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 75 Verschillende onderdelen van TFR worden door de Europese Commissiegeëvalueerd. Uiterlijk op 1 juli 2026 brengt de Commissie een verslag uitmet een beoordeling van de risico’s van overmakingen of overdrachtennaar of vanuit zelfgehoste adressen. Op uiterlijk 30 juni 2027 zal deCommissie een verslag indienen over de handhaving van deze veror-dening. Daarnaast zal mijn ministerie zelf ook de ontwikkelingen op decryptoactivamarkten blijven volgen. De toezichtkosten zijn voor eenbelangrijk deel afhankelijk van de hoeveelheid instellingen die eenvergunningsaanvraag doet. Wanneer er bijvoorbeeld veel meer of mindervergunningsaanvragen zijn dan in eerste instantie voorzien, kunnen degealloceerde kosten en toezichtinzet mogelijk te laag of te hoog zijn.Omdat er voor de AFM veel nieuwe taken bijkomen en er veel onzekerheidis over het aantal vergunningaanvragen, is met de AFM medio 2025 eenevaluatiemoment afgesproken waar wordt gekeken naar de benodigdetoezichtinzet. Daarnaast lichten DNB en de AFM de toezichtkosten toe inhun jaarlijkse begrotingen en verantwoordingen. Ik let bij de beoordelingvan deze stukken ook op de toezichtinzet voor TFR, mede in het licht vanontwikkelingen op de cryptomarkten en in het toezicht daarop.De leden van de NSC-fractie vragen verder of de ATR een advies heeftuitgebracht. Zo ja, hoe luidt dit advies?Het wetsvoorstel is voor advies voorgelegd aan het Adviescollegetoetsing regeldruk (ATR). Het adviescollege heeft het dossier nietgeselecteerd voor een formeel advies, omdat er geen grote gevolgen voorde regeldruk zijn.§ 5. GegevensbeschermingDe leden van de NSC-fractie vragen of de Autoriteit Persoonsgegevenseen advies heeft uitgebracht. Zo ja, hoe luidt dit advies?De voorontwerpen van het wetsvoorstel en de memorie van toelichtingzijn conform artikel 36, vierde lid, van de Algemene VerordeningGegevensbescherming (AVG) voor advies voorgelegd aan de AutoriteitPersoonsgegevens (AP). De Autoriteit Persoonsgegevens heeft op26 september 2023 advies uitgebracht.4 Zij heeft daarin aangegeven dathet wetsvoorstel haar geen aanleiding geeft tot het maken vanopmerkingen.§ 6.1. Gevolgen voor het bedrijfslevenDe leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat de TFR-verordeningleidt tot een flinke uitbreiding van het toezicht ingevolge de Wet tervoorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) opcrypto-activa transacties (van twee naar negen categorieën).De leden van de NSC-fractie merken terecht op dat TFR een flinkeuitbreiding is van het toezicht. Het huidige registratiekader vooraanbieders van wisseldiensten en bewaarportemonnees, dat opgenomenis in de Wwft op basis van de herziene vierde anti-witwasrichtlijn, wordtvervangen door een omvattender Europees stelsel voor een brederegroep cryptoactivadienstverleners, waarbij de markttoegang en gover-nance worden gereguleerd middels MiCA en de materiële voorschriftenter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme wordengereguleerd middels TFR en de implementatie daarvan in de Wwft. Allecategorieën aanbieders van cryptoactivadiensten die worden gereguleerd4https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/documenten/advies-uitvoeringswet-vo-tfr.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 76 door MiCA, behalve de aanbieders die advies verlenen over cryptoactiva,worden onder het bereik gebracht van de Wwft.Welke gevolgen heeft dit voor de toezichtskosten, regeldruk en adminis-tratieve lasten? Hoeveel extra fte’s zal de AFM moeten inzetten om dezewet te handhaven?De vraag over de toezichtkosten wordt beantwoord in paragraaf 4.4.,evenals de vraag over de hoeveelheid extra fte’s bij AFM.De wijzigingen van TFR hebben veelal directe werking en behoeven geennadere implementatie, behoudens enkele aanpassingen van verwijzingenin bestaande regelgeving. De regeldrukeffecten van deze bepalingenkomen derhalve niet voort uit nationale regelgeving, en daarom wordende effecten voor regeldruk niet in beeld gebracht. TFR wijzigt echter ookde vierde anti-witwasrichtlijn waarvan de nationale implementatie welregeldrukeffecten in zich draagt. Zo wordt de reikwijdte van de Wwftuitgebreid naar alle cryptoactivadienstverleners (behalve partijen dieadvies verlenen). Op dit moment vallen enkel de aanbieders van bewaar-portemonnees en aanbieders van wisseldiensten tussen virtuele enfiduciaire valuta onder de Wwft en de Sanctiewet 1977. Voor deze partijengeldt dat zij aan een aantal nieuwe verplichtingen uit de Wwft zullenmoeten voldoen die regeldruk opleveren. Voor de nieuwe aanbieders vancryptoactivadiensten die onder het bereik van de Wwft en Sanctiewet1977 komen te vallen, geldt dat zij straks zowel aan voor hen nieuweverplichtingen uit de Wwft als uit de Sanctiewet 1977 moeten voldoen.Kan de regering deze vragen ook beantwoorden voor de Uitvoeringswetverordening cryptoactiva (Kamerstuk 36 527)?Voor het antwoord op deze gestelde vragen in het kader van de Uitvoe-ringswet verordening cryptoactiva verwijs ik u graag naar paragraaf 2 en2.6. van de nota naar aanleiding van het verslag Uitvoeringswet veror-dening cryptoactiva.OverigDe leden van de PVV-fractie vragen de regering om op de volgendevragen te reflecteren. Ten eerste vragen deze leden met betrekking tottransparantie en privacy hoe de balans tussen effectieve witwas-bestrijding en de bescherming van de privacy van betrokkenen wordtgewaarborgd binnen de nieuwe regelgeving.De verschillende verwerkingen van persoonsgegevens op grond van hetonderhavige wetsvoorstel volgen rechtstreeks uit verplichtingen uit devierde anti-witwasrichtlijn. Bij de totstandkoming van de vierde anti-witwasrichtlijn isoverwogen dat het belang van het voorkomen van witwassen enfinancieren van terrorisme het verwerken van persoonsgegevensrechtvaardigt. Tegelijkertijd dient het verwerken van persoonsgegevensbeperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor de naleving van deverplichtingen uit de vierde anti-witwasrichtlijn. Dit is ook uitdrukkelijkoverwogen bij de totstandkoming van de vierde anti-witwasrichtlijn enkomt terug in artikel 34a van de Wwft. Persoonsgegevens die zijnverzameld in het kader van het cliëntenonderzoek mogen niet verderworden verwerkt voor een doel dat onverenigbaar is met ditnalevingsdoel. In artikel 34a Wwft zijn ook andere waarborgen verankerdter bescherming van persoonsgegevens van cliënten. Zo dient eeninstelling een cliënt vooraf te informeren over het verwerken van depersoonsgegevens en gelden er bewaartermijnen en de plicht totTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 77 vernietiging van persoonsgegevens na verstrijking daarvan. Ook is deAlgemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing wanneer erpersoonsgegevens verwerkt worden. De Autoriteit Persoonsgegevensheeft op 26 september 2023 advies uitgebracht over het onderhavigewetsvoorstel. Zij heeft daarin aangegeven dat het wetsvoorstel haar geenaanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Hieruit kan ook wordenopgemaakt dat in het onderhavig wetsvoorstel de bescherming vanprivacy afdoende is gewaarborgd.Ten aanzien van de internationale vergelijking vragen de leden van dePVV-fractie hoe de striktheid van de Nederlandse implementatie van dezeEU-verordening zich verhoudt tot die in andere EU-lidstaten, zoalsDuitsland, waar strengere regels zijn opgelegd.Het onderhavige wetsvoorstel ziet op implementatie van een verordening,wat weinig tot geen nationale beleidsruimte met zich meebrengt. In allelidstaten, ook in Duitsland, gelden dezelfde inhoudelijke normen. Er wareneen aantal lidstaatopties, waaronder een optie om langere bewaarter-mijnen aan te houden. Hiervan is geen gebruik gemaakt, omdat dit nietnodig werd geacht. Graag verwijs ik naar paragraaf 1 dat uitgebreideringaat op de lidstaatopties en de keuzes die hierin zijn gemaakt.De leden van de PVV-fractie vragen met betrekking tot toezicht enhandhaving welke specifieke maatregelen er zijn genomen om te zorgenvoor effectief toezicht en handhaving van deze regelgeving. En hoe zijndeze maatregelen afgestemd met bestaande structuren binnen de Wet ophet financieel toezicht?Het toezicht op de naleving van TFR en eventuele handhavende optredenvan DNB of de AFM zal worden ingelijfd in het bestaande toezicht op deWet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, en niethet toezicht op de Wet op het financieel toezicht. Hierbij wordt aange-sloten bij het bestaande toezicht- en handhavingsinstrumentarium,waaronder het doen van onderzoek, het opvragen van informatie en hetopleggen van een (bestuurlijke) boete. Graag verwijs ik ook naarparagraaf 4.4.Voorts vragen de leden van de PVV-fractie ten aanzien van de impact opinnovatie of de regering kan aangeven welke overwegingen zijn gemaaktom te zorgen dat de regelgeving innovatie binnen de sector van crypto-activa niet onnodig belemmert.Het onderhavig wetsvoorstel leidt ertoe dat cryptopartijen gelijke normendienen na te leven op het gebied van het tegengaan van witwassen enterrorismefinanciering als andere dienstverleners in de financiële sectorzoals banken, verzekeraars en vermogensbeheerders. Daarnaast dienencryptopartijen op basis van TFR informatie toe te voegen over de initiatoren de begunstigde bij overdracht van cryptoactiva. Een soortgelijkeverplichting geldt ook voor betaaldienstverleners als het gaat om giralegeldovermakingen. Kortom, met onderhavig wetsvoorstel worden albestaande normen ook opgelegd aan cryptopartijen. Deze verplichtingenzijn minimaal nodig om een integere financiële sector te waarborgen. Denieuwe eisen zullen ertoe leiden dat aanbieders van cryptodienstverlenersmeer informatie zullen moeten verzamelen en analyseren, wat zal zorgenvoor meer werk aan de kant van deze partijen. Dit hoeft innovatie echterniet in de weg te liggen – voor innovatie is het immers ook belangrijk datmen vertrouwen heeft in de sector, en daar draagt deze regelgeving aanbij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 78 Ten aanzien van de risico’s en veiligheid vragen de leden van dePVV-fractie welke stappen zijn ondernomen om de consumenten eninvesteerders te beschermen tegen de volatiliteit en de veiligheidsrisico’sdie gepaard gaan met cryptoactiva.Onderhavig wetsvoorstel bevat enkel de maatregelen die gelden voorcryptoactivadienstverleners voor het tegenaan van witwassen enterrorismefinanciering, alle overige regels die gelden voor aanbieders vancryptoactiva en cryptoactivadienstverleners zijn vastgelegd in MiCA. Zobevat MiCA regels over het informeren van consumenten over de aardvan de cryptoactiva en risico’s die hiermee gepaard gaan en regels dieerop toezien dat bij (bepaalde) cryptoactiva de volledige inleg ten alletijden teruggevorderd kan worden door de consument. Graag verwijs ikde PVV-fractie naar de Uitvoeringswet verordening cryptoactiva voor dezeregels.Op het gebied van internationale samenwerking vragen de leden van dePVV-fractie op welke manier samengewerkt wordt met internationalepartners om de regelgeving rondom cryptoactiva te harmoniseren, gezienhet internationale karakter van deze markten.Nederland neemt actief deel aan de Financial Action Task Force. In ditverband wordt internationaal nagedacht over maatregelen om witwassenen terrorismefinanciering tegen te gaan, ook met betrekking tot crypto-activa. De regels die voortvloeien uit TFR zijn dan ook gestoeld op deFATF-standaarden en sluiten daarmee aan op het internationaalafgesproken standaarden waar ook landen buiten de EU zich aan hebbengecommitteerd. Daarnaast wordt in IMF, G20 en FSB verband deontwikkelingen in cryptomarkten gemonitord waarbij en ook gesprokenover de (stabiliteits)risico’s, toezicht, en de regulering van cryptoactiva inverscheidene jurisdicties. Nederland draagt ook in deze samenwerkings-verbanden actief bij aan deze discussies, juist gezien de internationaleaard van cryptoactivamarkten.De leden van de PVV-fractie vragen voorts in het kader van evaluatie enaanpassing hoe de regering de effectiviteit van deze wetgeving zalevalueren. En welke mechanismen zijn ingebouwd om de wetgevingindien nodig aan te passen aan snel veranderende technologischeontwikkelingen?Voor het antwoord op de vraag van de PVV-fractie over hoe de regeringde effectiviteit van de wetgeving zal evalueren, verwijs ik graag naarparagraaf 4.4. waar door de NSC-fractie een vraag van soortgelijkestrekking is gesteld.TFR verwijst naar MiCA voor haar toepassingsbereik. Zodra de reikwijdtevan MiCA uitbreidt, zal TFR automatisch van toepassing worden opnieuwe partijen. Dit omdat TFR rechtstreekse werking kent. Daarbij isMiCA zo technisch neutraal mogelijk ingestoken en is geprobeerdrekening te houden met snel veranderende technologische ontwikke-lingen bij het opstellen van definities.Ook vragen de leden van de PVV-fractie wat de verwachte impact vandeze regelgeving op de Nederlandse financiële markten en de bredereeconomie is.Voor de financiële markten geldt dat er meer gereguleerde partijenbijkomen die kosten zullen maken i.v.m. naleving van de regels. Er wordtgeen significante impact verwacht op de bredere economie, anders dandat er meer criminele geldstromen onderschept en gestopt zullen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 79 Daarnaast leidt het tot meer en betere informatie die cryptodienstver-leners kunnen gebruiken om effectief en efficiënt te voldoen aan de eisenvan hun poortwachtersfunctie. De informatie kan daarnaast ook dooropsporingsdiensten gebruikt worden om criminele transacties op tesporen. Daarnaast zijn er derde partij dienstverleners die technischeoplossingen voor het onderling uitwisselen van informatie ontwikkelen.Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie welke specifieke maatregelenin de wetgeving zijn opgenomen om bijvoorbeeld marktmanipulatie tevoorkomen.MiCA bevat een verbod op marktmanipulatie. Om marktmanipulatie tevoorkomen moet iedereen die beroepshalve transacties in cryptoactiva totstand brengt of uitvoert, beschikken over systemen en procedures voor depreventie en opsporing van marktmisbruik. Zo is er een meldingsplichtwanneer er een vermoeden is van marktmanipulatie. Graag verwijs ik dePVV-fractie naar de Uitvoeringswet verordening cryptoactiva voor dezeregels.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 526, nr. 710

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 599f4ca7729c76f8

14 okt 2026 · d266886f1867d806

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.