Onderzoek zwangerschapsdiscriminatie
Brontekst
Versie 1dc1617569768d12 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 544Arbeidsmarktbeleid30 950Racisme en DiscriminatieNr. 1310 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 april 2026Zwangerschapsdiscriminatie is en blijft een hardnekkig probleem. Datbevestigt een recent onderzoek van SEO, dat in opdracht van hetMinisterie van SZW is uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd ondervrouwen die in de afgelopen vier jaar een kind kregen en tijdens hunzwangerschap werkten of werk zochten. Hieruit komt naar voren dat 44procent van deze vrouwen vermoedelijk een vorm van zwangerschapsdis-criminatie heeft meegemaakt. Dit speelt vooral bij sollicitaties en bijbeslissingen over het verlengen of omzetten van tijdelijke contracten. Metdeze brief bied ik dit onderzoek aan uw Kamer aan.Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) heeft inhet verleden diverse malen (2012, 2026 en 2020) vergelijkbaar onderzoekgedaan naar de aard en omvang van zwangerschapsdiscriminatie. Sindshet eerste onderzoek in 2012 is er nauwelijks verandering zichtbaar in demate waarin zwangerschapsdiscriminatie vermoedelijk voorkomt. In hetlaatste onderzoek van het College uit 2020 kwam naar voren dat 43procent van de vrouwen situaties heeft meegemaakt die vermoedelijkduiden op zwangerschapsdiscriminatie. Wel volgt uit het nieuwsteonderzoek dat 42 procent van de vrouwen zwangerschapsdiscriminatieherkent, waar dit in het laatste onderzoek van het College nog 34 procentwas. Ongeveer een kwart van de vrouwen die discriminatie ervaart énherkent, doet een melding. Dit is een toename ten opzichte van hetonderzoek uit 2020, waar slechts 11 procent van de vrouwen die discrimi-natie ervaarde en herkende een melding deed.Nieuw in het onderzoek van SEO is dat ook het perspectief vanwerkgevers is meegenomen, via een enquête onder werkgevers.Werkgevers geven aan dat zij het belangrijk vinden om zwangerewerknemers goed te beschermen. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dateen meerderheid van de werkgevers, 63 procent, niet volledig op dehoogte is van de regels rond gelijke behandeling bij zwangerschap en kst-29544-1310ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 544, nr. 13101 moederschap. Daarnaast blijkt dat veel werkgevers praktische belemme-ringen ervaren bij het naleven van de regels.Ik vind het van groot belang dat vrouwen en mannen gelijk wordenbehandeld op de arbeidsmarkt. Discriminatie vanwege een zwangerschap,bevalling of kinderwens mag én kan niet. Dat er geen vooruitgang is in hetaantal vrouwen dat vermoedelijk met zwangerschapsdiscriminatie temaken krijgt laat wederom zien dat op dit gebied nog behoorlijke stappente zetten.De afgelopen jaren is er ingezet op grotere bewustwording en kennisonder werknemers en werkgevers, onder meer via de campagne «Datmag je verwachten». Dat uit het onderzoek een toename in herkenning enmeldingen naar voren komt, zie ik als positief. Ik blijf daarom inzetten opgoede informatievoorziening aan werknemers en werkgevers. Verder ga ikgraag in gesprek met sociale partners over hoe we ervoor kunnen zorgendat zwangerschapsdiscriminatie wordt tegengegaan.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. VijlbriefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 544, nr. 13102
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.