KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aanbieding verslag van de verkenner, dhr. Koolmees, ten behoeve van het debat over de verkiezingsuitslag

11 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f8f2e03d8559b684 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 848Kabinetsformatie 2025Nr. 2 BRIEF VAN DE VERKENNER Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 november 2025Hierbij bied ik u het eindverslag aan van mijn werkzaamheden alsverkenner.Hoogachtend,W. KoolmeesVerkenner kst-36848-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 21 Eindverslag verkennerProcedureDe Voorzitter van de Tweede Kamer heeft mij op dinsdag 4 november jl.gevraagd een verkenning te verrichten en hierover ten behoeve van hetdebat van de Tweede Kamer op 13 november over de verkiezingsuitslagverslag uit te brengen1.Op woensdag 5 november en donderdag 6 november heb ik vertegen-woordigers van alle vijftien naar verwachting verkozen partijenontvangen. In deze gesprekken heb ik mijn werkwijze toegelicht, kennisgenomen van hun (schriftelijke en mondelinge) standpunten en hierovervragen gesteld. De door hen overhandigde brieven zijn samen met degeautoriseerde samenvattingen van de gevoerde gesprekken als bijlagenbij dit verslag opgenomen.Nadat de eerste gespreksronde heeft plaatsgevonden, heb ik op vrijdag7 november en maandag 10 november verdiepende gesprekken gevoerdmet een aantal vertegenwoordigers om inhoudelijke posities en stand-punten verder te verhelderen. Het navolgende overzicht van standpuntenis gebaseerd op de brieven en gesprekken met de vijftien vertegenwoor-digers voor zover deze bij de verschillende onderwerpen een standpuntkenbaar maakten.1. Interpretatie uitslag verkiezingen Alle fractievoorzitters2 benoemen het belang van het snel vormen van eenstabiel landsbestuur. Sinds 2021 zijn al drie keer verkiezingen voor deTweede Kamer gehouden. In verschillende gesprekken is gewezen op hethistorisch lage vertrouwen dat Nederlanders hebben in de politiek. Devoorspelbaarheid en betrouwbaarheid van het regeringsbeleid staan doorde kort op elkaar volgende verkiezingen onder druk. Mensen weten steedsminder goed waar zij aan toe zijn. Dit leidt tot onvrede en teleurstelling.Ook voor ondernemers is de onzekerheid toegenomen. Dit heeft negatievegevolgen voor onder meer het investerings- en vestigingsklimaat inNederland.Uit de uitslag van de verkiezingen blijkt dat een groot aantal kiezers opeen andere partij heeft gestemd dan bij de verkiezingen in 2023. Departijen D66, CDA, JA21, FVD en 50PLUS hebben samen 44 zetelsgewonnen. Daartegenover staat het verlies van 44 zetels bij de partijenNSC, PVV, GroenLinks-PvdA, BBB, SP, VVD en Volt.De huidige demissionaire regering van VVD en BBB berust op een ergsmalle basis van 26 zetels. Het is daarom volgens partijen belangrijk datop een zo kort mogelijke termijn een stabiel kabinet aantreedt dat kanrekenen op voldoende steun in het parlement om de grote problemen diede afgelopen jaren zijn blijven liggen, op te lossen. Er bestaat een grotemate van overeenstemming over welke deze problemen zijn.1Op basis van artikel 11.1, eerste lid, van het reglement van orde.2De gesprekspartners waren ten tijde van de gesprekken nog geen fractievoorzitter van fractiesin de nieuwe Tweede Kamer. Omdat zij dit naar alle waarschijnlijkheid ten tijde van het debatover de uitslag van de verkiezingen wel zullen zijn is er voor het leesgemak in het verslag voorgekozen hen toch als zodanig aan te duiden. Hetzelfde geldt voor het gebruik van een term als«fractie».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 22 Een brede meerderheid noemt als opdracht voor de aankomendekabinetsperiode het investeren in het woningaanbod en de aanpak vannatuurherstel, stikstof en een toekomstbestendige landbouw, het nemenvan asielmaatregelen, grip krijgen op migratie, investeringen in defensieen veiligheid, investeringen in energiezekerheid en klimaat en hetverbeteren van het investeringsklimaat voor bedrijven en ondernemers.2. Richting kabinetsformatie Er lijkt in de nieuwe Tweede Kamer brede steun voor een coalitie met inieder geval de partijen D66 en CDA. Deze partijen hebben samen 30 zetelsgewonnen en zijn daarmee de grootste winnaars van de verkiezingen. Ditgaat samen met brede steun voor deelname van de VVD aan deze coalitie.Deze drie partijen beschikken samen over 66 zetels in de Tweede Kamer.Om tot een meerderheid te komen van meer dan 75 zetels is deelnamevan een of meer andere partijen noodzakelijk.De fractie van D66 adviseert een coalitie van D66, VVD, GroenLinks-PvdAen CDA verder te verkennen. D66 acht deze variant passend bij deverkiezingsuitslag. Een coalitie van D66 met drie partijen ter rechterzijdevan D66, bestaande uit D66, VVD, CDA en JA21, kan niet op eenmeerderheid in de Tweede Kamer rekenen en heeft gelet op de program-matische afstand niet de voorkeur. D66 noemt ook de mogelijkheid vaneen meerderheidscoalitie bestaande uit D66, GroenLinks-PvdA, CDA, JA21en CU. Wat betreft de VVD bestaat een volgend kabinet in ieder geval uitde partijen D66, VVD, CDA en JA21. Deze partijen moeten volgens de VVDsnel om tafel gaan om een regeerakkoord op te stellen. De fractie vanGroenLinks-PvdA kijkt naar D66 om te bepalen hoe op de kortst mogelijketermijn een daadkrachtig kabinet kan worden gevormd onder leiding vaneen progressieve premier. GroenLinks-PvdA geeft de voorkeur aan devorming van een meerderheidskabinet dat kan rekenen op ruime steun inde Tweede Kamer, en in staat is tot een vruchtbare samenwerking met deEerste Kamer. Het CDA hecht aan de totstandkoming van een nieuwkabinet op een zo kort mogelijke termijn. Het CDA ziet verschillendemogelijkheden om tot een stabiele samenwerking in een coalitie tekomen. Te denken is onder meer aan: D66, VVD, CDA en JA21 al dan nietmet een vijfde partij of aan: D66, GL-PvdA, VVD en CDA of aan: D66,GL-PvdA, CDA, JA21 en CU. In een volgende fase moet volgens het CDAgezocht worden naar een gezamenlijke agenda van mogelijke coalitie-partners. De fractie van JA21 adviseert de vorming van een stabielcentrumrechts kabinet dat kan steunen op een meerderheid in de TweedeKamer.De partijen PVV en FVD zijn bereid tot coalitieonderhandelingen endeelname aan een kabinet. Als de PVV door andere partijen wordtuitgesloten dan gaat de PVV oppositie voeren. De PVV is niet bereid eenkabinet te gedogen waar zij geen deel van uitmaakt. De fractie van FVD iswel bereid tot gedoogsteun of andere vormen van samenwerkingsaf-spraken mits op basis van inhoud. De partijen PVV en FVD worden echterdoor een meerderheid van de partijen uitgesloten. D66, GroenLinks-PvdA,CDA, PvdD, CU, DENK, SP en Volt sluiten de partijen PVV en FVD vansamenwerking uit vanwege voornemens en uitingen die zij in strijd achtenmet de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat. De VVD sluit dePVV uit van een coalitie en zal een coalitie waar de PVV deel van uit maaktniet steunen. De partijen JA21, BBB, SGP en 50PLUS sluiten geen enkeleandere partij uit en stellen voor de PVV te betrekken bij de onderhande-lingen over een nieuw kabinet. De fractie van BBB benoemt in dit kaderook FVD te betrekken bij de kabinetsformatie. Een ruime meerderheid van99 zetels sluit samenwerking met de PVV in deze verkenningsfase uit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 23 Samenwerking met FVD wordt door een meerderheid van 77 zetels indeze verkenningsfase uitgesloten.De VVD acht samenwerking in een coalitie met GroenLinks-PvdAuitgesloten op grond van inhoudelijke en politieke verschillen met diepartij. De fractie van GroenLinks-PvdA sluit de VVD niet uit en is bereidom inhoudelijke onderhandelingen aan te gaan met de VVD.De fractie van BBB stelt zich in deze fase bescheiden op en geeft aan nuniet beschikbaar te zijn voor deelname aan een coalitie of gedoogcon-structie. BBB adviseert te onderzoeken of met centrumrechtse partijen eencoalitie kan worden gevormd. De opdracht voor een nieuw kabinet is hetvoortzetten van de ingeslagen weg van het huidige kabinet op debelangrijke onderwerpen: stikstofbeleid waaronder het invoeren van derekenkundige ondergrens, een toekomst voor boeren en jonge boeren,aandacht voor voedselzekerheid, het schrappen van de regeldruk voorondernemers, een streng asiel en migratiebeleid, de hersteloperaties voorGroningen en Toeslagen en de voorgenomen meer dan halvering van heteigen risico in de zorg. Voorstellen voor het onteigenen van landbouw-grond op basis van stikstof zal BBB niet steunen.De fracties van ChristenUnie en SGP geven aan in het licht van deverkiezingsuitslag niet deel te nemen aan een coalitie en kabinet. Dezepartijen stellen zich constructief op en zullen voorstellen op de inhoudbeoordelen. In relatie tot steun aan een kabinet wijzen de ChristenUnie enSGP op het grote belang dat partijen hechten aan de klassieke grond-rechten en vrijheden van mensen en de bescherming van het ongeborenleven en andere medisch ethische vraagstukken. Eventuele voornemensvan een kabinet om op deze onderwerpen wijzigingen of verruimingenaan te brengen zullen van negatieve invloed zijn op de houding van dezefracties richting een kabinet. De SGP benoemt verder dat een koerswij-ziging op het gebied van natuurherstel en stikstof ten opzichte van hethuidige kabinetsbeleid van invloed kan zijn op de houding die de SGPaanneemt richting een nieuw kabinet.De fractie van de SP heeft geen voorkeur voor een specifieke coalitie, welvoor het bij elkaar brengen van partijen langs de lijnen van de inhoud.Deelname van de SP aan een coalitie ligt – gegeven het verkiezingsre-sultaat – niet voor de hand. De SP zal plannen van een kabinet vanuit deoppositie op merites beoordelen. De SP is voorstander van een klassiekeverhouding tussen een meerderheidscoalitie en een oppositie en ziet danook geen reden een minderheidscoalitie te onderzoeken.De Partij voor de Dieren wijst er op dat bezinning op het belang van dedemocratische rechtstaat allereerst noodzakelijk is. De fractie is bereid totsamenwerking met partijen die de democratische rechtstaat respecterenen een groen programma steunen. Naar het oordeel van de PvdD sluitenpartijen die zich niet houden aan de grenzen van de democratischerechtstaat zichzelf uit van samenwerking met de PvdD. Voor dergelijkepartijen zou geen plaats moeten zijn in enige regeringscoalitie.De fractie van DENK is voorstander van het zoeken van meerderhedenmet een zo progressief mogelijke combinatie van partijen. Als er daarbijeen beroep wordt gedaan op DENK is zij bereid verantwoordelijkheid tenemen in het landsbestuur mits zij hiermee voldoende van haar idealenkan realiseren en mits alle coalitiepartijen de rechtstaat onderschrijven,discriminatie in alle vormen afwijzen en Israël niet onbestraft laten. Een(minderheids)coalitie over (centrum)rechts zal de fractie van DENK nietsteunen. Een eventuele andere minderheidscoalitie zal de fractie vanDENK beoordelen op inhoud.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 24 De fractie van 50PLUS spreekt de voorkeur uit voor de vorming van een«motorblok» door de partijen D66, VVD en CDA waarna verder kanworden bezien hoe en door welke partijen voorstellen gesteund kunnenworden. De fractie van 50PLUS sluit geen enkele andere partij bij voorbaatuit. Een minderheidskabinet kan tot de mogelijkheden behoren. Voor50PLUS is het denkbaar dat zij deelneemt aan een meerderheidsregering,als een vaste gedoogpartner van een minderheidsregering of in de positievan constructieve oppositie. 50PLUS zal niet als partij deelnemen aan eenminderheidskabinet.De fractie Volt spreekt de hoop uit dat D66, GL-PvdA, VVD en CDA metelkaar in gesprek gaan. Ten aanzien van een coalitie van D66, VVD, CDAen JA21 constateert Volt dat het behalve aan een meerderheid mogelijkook ontbreekt aan gemeenschappelijk standpunten. Een minderheidscoa-litie acht Volt complex onder meer omdat het realiseren van de noodzake-lijke steun per onderwerp moeilijk te verwezenlijken is. Met een kabinetmet JA21 acht Volt de kans op overeenstemming nihil.3. Mogelijkheden voor politieke samenwerking in een te vormenkabinet Uit de verkenning komt geen eenduidig beeld naar voren over welkepartijen samen een meerderheidscombinatie kunnen vormen. Een ruimemeerderheid van de partijen adviseert een coalitie waar ten minste D66,CDA en VVD deel van uitmaken. Over welke partijen deze combinatie aaneen meerderheid in de Tweede Kamer kunnen helpen verschillen demeningen. D66 heeft een voorkeur voor een meerderheid metGroenLinks-PvdA en VVD. De VVD heeft een voorkeur voor een combi-natie met JA21 en sluit samenwerking met GroenLinks-PvdA uit. Het CDAen JA21 hebben een voorkeur voor een coalitie die kan steunen opminimaal 75 zetels dan wel een meerderheid in de Tweede Kamer waarbijhet CDA adviseert aan de hand van een gezamenlijke agenda te zoekennaar mogelijke coalitiepartners en JA21 een voorkeur heeft voor eencentrumrechtse meerderheid.Een door een aantal partijen voorgestelde coalitie van D66, VVD, CDA enJA21 kan met 75 zetels rekenen op de helft van de stemmen in de TweedeKamer. Verschillende gesprekspartners hebben er op gewezen datdaarmee geen meerderheid in de Tweede Kamer ontstaat. Omgekeerd, departijen die niet tot deze coalitie zouden behoren beschikken evenminover een meerderheid. Dit betekent in politieke zin dat besluiten van deTweede Kamer alleen genomen kunnen worden met steun van coalitief-racties en een deel van de andere helft van de Tweede Kamer, dan welmet steun van niet-coalitiefracties met steun van (een deel van) coalitief-racties. Dit geldt voor wetgeving maar ook voor moties, waaronder eenmotie van wantrouwen. Korter gezegd: 75 zetels geven niet de mogelijk-heden om zonder steun van andere fracties tot aanvaarding vanwetgeving te komen maar bieden wel bescherming tegen een motie vanwantrouwen. Hierbij moet worden aangetekend dat de ervaring leert dathet zetelaantal van partijen gedurende een kabinetsperiode geen vastgegeven is.Voor een meerderheid in de Eerste Kamer zijn voorts 38 zetels nodig. Decombinatie van D66, VVD, GroenLinks-PvdA en CDA heeft 35 zetels in deEerste Kamer. Hiermee is een meerderheid nog niet bereikt, maar wel inzicht. De combinatie van D66, VVD, CDA en JA21 heeft 23 zetels.3 Vooreen meerderheid is steun noodzakelijk van GroenLinks-PvdA (14 zetels) en3Hierbij is uitgegaan van twee zetels voor JA21 gelet op de mediaberichtgeving rondom deinvulling van de vrijkomende zetel in de Eerste Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 25 een andere partij, of BBB (13 zetels) en een andere partij, of een combi-natie van meerdere kleinere partijen.Partijen hebben ambitieuze plannen voor de aankomende periode en zijnvoornemens fors te investeren. Om de genoemde plannen te kunnenuitvoeren zijn grote wetswijzigingen noodzakelijk. Denk hierbij aanwetgeving voor de aanpak van (asiel)migratie, wetgeving in verband meteen aanpak voor natuurherstel, stikstof en een duurzame, toekomstbe-stendige en innovatieve landbouwsector of het hervormen van wettelijkeregelingen in de zorg en sociale zekerheid. De structureel hogere uitgavendie partijen voor ogen hebben, bijvoorbeeld voor defensie, zullen moetenworden gedekt met lagere uitgaven elders op de begroting of doorverhoging van belastingen. Anders slaan zeker op langere termijn deoverheidsfinanciën uit het lood. Keuzes die in dit verband noodzakelijk zijnvinden hun weerslag in (begrotings)wetgeving.Voor dit alles zijn zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer meerder-heden noodzakelijk. Het belang van een constructieve samenwerking metde genoemde fracties, leidend tot een meerderheid in Tweede en deEerste Kamer, is dus groot. In het gesprek met de voorzitter van de EersteKamer is vastgesteld dat de fracties in de Eerste Kamer een eigenstandigeafweging maken waar niet zonder meer aan voorbijgegaan kan worden. Inhet verleden hebben zich meerdere voorbeelden voorgedaan waarbijonvoldoende rekening is gehouden met de rol van de Eerste Kamer. Indeze verkenningsfase van de formatie is het nog onvoldoende heldergeworden hoe partijen tot de voor de grote ambities noodzakelijkemeerderheden in beide Kamers denken te komen. Vast staat wel dat hoedan ook partijen uit een breed spectrum elkaar nodig zullen hebben.4. Overige overwegingen en persoonlijke observaties Formeren is faseren, luidt de uitspraak van één van mijn gewaardeerdevoorgangers. Ik heb dat zelf een aantal keren mogen ervaren, alsonderhandelaar, verkenner en informateur. Het is niet onbegrijpelijk datalle partijen kort na de verkiezingen en de campagne sterk gericht zijn opde eigen standpunten die twee weken geleden de keuze van hun kiezers inhet stemhokje bepaalden. Tegelijkertijd is het in een vertegenwoordigendedemocratie zo dat de gekozenen een mandaat hebben dat hen deverantwoordelijkheid geeft meer te doen dan de opvattingen van hunkiezers te verwoorden. Zij dragen ook een verantwoordelijkheid voor hetoverkoepelende belang van Nederland. Dat brengt met zich mee dat,nadat het stof van de verkiezingsstrijd is neergedaald en de standpuntenzijn verduidelijkt, het denken en het gesprek tussen partijen verder gaat.De ervaring leert – en voor zover nodig spoor ik er toe aan – dat er danmeer ruimte zal ontstaan voor het gesprek over meer dan de alingenomen standpunten en posities. De ervaring leert ook dat daarvoortijd nodig is. Ik denk dat het verstandig is, ondanks het belang van eensnelle kabinetsvorming, hiervoor in de volgende fase voldoende tijd tenemen.Een belangrijke gemene deler in de gesprekken die ik als verkenner hebgevoerd is de ambitie om Nederland vooruit te helpen en een aantal groteopgaven aan te pakken. Het is allereerst van belang duidelijk wordt wat deinhoudelijke uitgangspunten zijn bij deze ambities. Partijen hebben weldegelijk sterk verschillende opvattingen hierover. De formulering van eengezamenlijke positieve agenda is een randvoorwaarde om totdaadkrachtig beleid te komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 26 Het is belangrijk dat partijen zich daarbij niet alleen richten op gedanebeloften en «Haagse» politieke akkoorden. Ook het organiseren van breeddraagvlak in de samenleving is essentieel om resultaten te boeken. Ditheb ik zelf zo ervaren in het pensioenakkoord, maar dit geldt zeker vooronderwerpen als woningbouw, infrastructuur, natuurherstel en stikstof,energievoorziening. Ik denk daarbij aan gemeenten, de sociale partners enandere maatschappelijke organisaties. Het verwezenlijken van dezeopgaven duurt ook langer dan één kabinetsperiode. Ook daarom is hetbelangrijk dat het draagvlak breder is dan alleen de fracties die op ditmoment samen een coalitie zouden vormen.Het belang van de Eerste Kamer lijkt op de achtergrond geraakt sinds eenaantal jaren. Hieruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de EersteKamer minder belangrijk is geworden. Door de vroegtijdige val van hetkabinet Rutte 4 en het huidige kabinet hebben simpelweg minderzwaarwegende wetsvoorstellen voorgelegen in de Eerste Kamer. Ook is ersinds de coronajaren sterk expansief begrotingsbeleid gevoerd wat er inde praktijk toe leidde dat begrotingswetten in beperkte mate bezuini-gingen bevatten. In de aankomende kabinetsperiode zal dat gelet op deambities en verkiezingsprogramma’s van partijen en de noodzaak vanhoudbare overheidsfinanciën, naar verwachting anders zijn. Gegeven dehuidige zetelverdeling in de Eerste Kamer en het feit dat verkiezingen pasin maart 2027 zijn, is het zaak om nu na te denken over het verzekeren vanbreder draagvlak. Het is niet voor niks dat de – door partijen veelgenoemde acute problemen (asiel en migratie, stikstof, energie) – allangere tijd stilliggen: het zijn politiek ingewikkelde en gepolariseerdethema’s.In het verlengde hiervan is het belangrijk om oog te hebben voor de«brede stabiliteit» van een coalitie en kabinet. Dit zit niet alleen in hetaantal zetels, maar ook in de verhoudingen tussen fracties van deelne-mende partijen en van de samenstelling van de bewindspersonenploeg.Het is daarom verstandig om goed na te denken over samenstelling vanhet team en over samenwerking tussen bewindspersonen en bovendienover samenwerking over de departementale grenzen heen binnen clustersvan beleid zoals economie, ruimte, buitenland en defensie en binnenlanden veiligheid.Hoe nu verder? Informatieopdracht en informateur.In deze eerste verkenningsfase is helder geworden dat er op dit momentbreed draagvlak bestaat voor een coalitie waar ten minste D66 en het CDAen ook de VVD deel van uitmaken. Ook is helder dat een meerderheidsco-alitie met vier partijen alleen gevormd kan worden uit een combinatie vanpartijen waaronder VVD en GroenLinks-PvdA. Een combinatie met VVD enJA21 heeft op voorhand geen meerderheid, alleen een verzekering tegeneen motie van wantrouwen. De VVD sluit samenwerking met GL-PvdA ineen coalitie uit.In dit stadium is het niet mogelijk te bepalen welke mogelijke combinatievan partijen de grootst mogelijke kans op een stabiel kabinet oplevert. Inhet kader van deze verkenning wordt daarop dan ook geen voorschotgenomen, laat staan een advies gegeven. Maar gegeven de stemverhou-dingen in Tweede en Eerste Kamer is het onverstandig in deze fase alopties van samenwerking tussen D66, GL-PvdA, VVD, CDA en JA21 uit tesluiten.D66 en CDA zijn de grootste winnaars van de verkiezingen. Tegen henliggen binnen bovengenoemd gezelschap geen blokkades en zij leggenzelf geen blokkades. Hoewel zij tot zeer verschillende politieke stromingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 27 en tradities behoren, bevinden zij zich bovendien gezamenlijk in hetpolitieke centrum van dit gezelschap. Het ligt daarom voor de hand D66en CDA de primaire verantwoordelijkheid voor een vervolgstap te geven.Die vervolgstap zal binnen een korte maar realistische termijn van drieweken moeten plaatsvinden en gericht moeten zijn op het langs deinhoud dichter bij brengen van een stabiel kabinet dat kan rekenen opsteun in Tweede en Eerste Kamer. Mij is gebleken dat de fractievoorzittersvan D66 en CDA bereid zijn een stap naar voren te zetten en inhoudelijkegesprekken met elkaar te voeren, compromissen te verkennen endaarmee op zoek te gaan naar de overeenkomsten in plaats van deverschillen.Op maandag 10 november heb ik mijn voorgenomen advies besproken inafzonderlijke gesprekken met de fractievoorzitters van D66, CDA en VVD.Daarna heb ik met de drie fractievoorzitters gezamenlijk een digitaaloverleg gevoerd. De fractievoorzitters van D66 en CDA hebben zichkunnen vinden in het door mij voorgestelde advies. De fractievoorzittervan de VVD heeft aangegeven dat wanneer de verkenner adviseert in dezefase niet te starten met een combinatie van vier partijen bestaande uitD66, VVD, CDA en JA21 dan wel een andere combinatie van partijen, enadviseert dat de fracties van D66 en CDA gaan schrijven aan een agenda,de VVD daar graag bij aansluit. Zij heeft voorts gepleit voor een kortertijdpad dan drie weken en voor het betrekken van de onderwerpenbeschermen van de portemonnee van middengroepen en hervormingenin de zorg en de sociale zekerheid. Gegeven het belang van voortgang zalhaar fractie in de Tweede Kamer echter niet tegen een voorstel teruitvoering van mijn advies stemmen.Inhoudelijk is er brede overeenstemming dat een nieuw kabinet op eenaantal terreinen aan de slag moet. Alle partijen vinden verder dat snelheidgemaakt moet worden om op de kortst mogelijke termijn een nieuwstabiel missionair kabinet te beëdigen. De stabiliteit van een kabinet is,zoals door de fractievoorzitter van het CDA terecht heeft geconstateerd,afhankelijk van de numerieke factor van het aantal zetels, maar evenzeervan inhoudelijke overeenstemming en goede onderlinge persoonlijkeverhoudingen.Dit brengt mij tot het volgende advies:1.D66 en CDA een stap vooruit te laten zetten in deze formatie door eeninhoudelijke en ambitieuze agenda op te stellen die antwoord geeftop de grote vraagstukken die bepalend zijn voor de toekomst vanNederland. Deze agenda, opgesteld in samenspraak met één ofmeerdere informateur(s), zal contouren geven van het mogelijk tevoeren beleid voor de aankomende kabinetsperiode die op vol-doende steun mogen rekenen in Tweede en Eerste Kamer.2.Deze agenda omvat, op grond van de door een meerderheid van defracties aangedragen prioriteiten in ieder geval de volgendeonderwerpen:–Het aanpakken van het woningtekort en de ruimtelijke invullingdaarvan;–Nederland van het stikstofslot halen met noodzakelijke maatrege-len waarbij er een duurzame toekomstbestendige en innovatievelandbouwsector en natuurherstel wordt gerealiseerd;–Het creëren van ruimte voor economische groei en verbeteringvan het investerings- en vestigingsklimaat met onder meer eenaanpak voor energiezekerheid en klimaatbeleid;–Een voortvarende aanpak voor asiel en andere vormen vanmigratie;–Keuzes voor defensie en veiligheid in overeenstemming met de inde NAVO-verband gemaakte afspraken;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 28 –Uitgangspunten voor het te voeren begrotingsbeleid en debekostiging van investeringen en in kaart brengen van toekomst-bestendige hervormingen met het oog op een sterke samenlevingen economie.3.Uitgangspunten te formuleren voor de vorming en samenstelling vanen samenwerking in een kabinet.4.Gegeven het belang van snelheid, deze ambitieuze agenda uiterlijkdinsdag 9 december 2025 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Bij deopstelling van onderhavig stuk moet er rekening mee wordengehouden dat andere partijen hier voldoende aanknopingspunten inzien om hier een gezamenlijke agenda van te maken.5.Ik adviseer de voorzitter van de grootste fractie een voorstel te doenvoor de te benoemen informateur(s).Met de aanbieding van dit verslag met bijlagen beschouw ik mijnopdracht als uitgevoerd. Ik blijf beschikbaar om het debat waarvoor ditverslag is opgesteld bij te wonen en de leden van de Tweede Kamer dandesgevraagd over mijn verslag inlichtingen te verstrekken.Hoogachtend,W. Koolmees.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 29

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6dc7f70f8d0eb3de

14 okt 2026 · cc702b145e259441

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.