Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 23 september, appreciatie vangstadviezen ICES en appreciatie werkprogramma Hongaars voorzitterschap
Brontekst
Versie 74cf48e65e3226ac · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1668 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 september 2024Op 23 september a.s. vindt de volgende Landbouw- en Visserijraad plaatste Brussel. Zowel de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur als de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheiden Natuur zijn voornemens om deel te nemen aan deze Raad. Met dezebrief informeren wij de Kamer over de agenda en de Nederlandseinbreng. Tevens maken wij van deze mogelijkheid gebruik u te informerenover de prioriteiten van het Hongaars voorzitterschap (hierna: hetVoorzitterschap) van de Raad van de Europese Unie op het gebied vanlandbouw, visserij, voedselzekerheid en natuur (hierna: LVVN) en dewetenschappelijke vangstadviezen van de Raad voor het Onderzoek naarZee (ICES).I. Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 23 september2024 Gedachtewisseling over de ontwikkelingen op de landbouwmarkten, inhet bijzonder na de invasie van OekraïneHet Voorzitterschap zal een gedachtewisseling organiseren over de laatsteontwikkelingen op de landbouwmarkten, in vervolg op het overzicht datde Commissie begin mei publiceerde met de halfjaarlijkse vooruitzichtenop de landbouwmarkten1. De Commissie gaf daarin aan dat de onzeker-heden op de markten groot blijven, vooral vanwege de geopolitiekeontwikkelingen. De Commissie constateerde dat de prijzen van inputfac-toren als energie, kunstmest en veevoer in de landbouw de afgelopenperiode zijn gedaald, maar dat arbeids- en rentekosten kunnen stijgen. DeCommissie zal daarbij ook ingaan op de laatste ontwikkelingen tenaanzien van de invoer van landbouwproducten uit Oekraïne en deautomatische vrijwaringen die inmiddels zijn ingesteld voor eieren,honing, haver, suiker en gries als onderdeel van de verlenging van de1Short-term outlook kst-21501-32-1668ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16681 autonome handelsmaatregelen voor Oekraïne na 5 juni jl. Tot slot zal deCommissie naar verwachting ingaan op de recent gestarte antidumping-en antisubsidie-onderzoeken door China naar varkensvlees- en zuivelpro-ducten vanuit de EU.Wij zullen tijdens de Raad de informatie van de Commissie verwelkomenen de analyse onderschrijven dat de markten zich voor het grootste deelgestabiliseerd hebben met over het algemeen redelijke opbrengstprijzenen gedaalde inputkosten. Wel onderschrijven wij dat onzekerheden overde markten blijven vanwege geopolitieke ontwikkelingen en wisselendeklimatologische omstandigheden. Wij zullen verder zorgen uitsprekenover de gevolgen van de Chinese onderzoeken voor Nederlandsebedrijven en waardering uitspreken voor de ondersteuning die deCommissie biedt bij dit proces. Ook zullen wij het belang benadrukken vanhet monitoren van de WTO-conformiteit van de Chinese onderzoeken enhet ondernemen van actie als er sprake is van onjuist gebruik van hethandelsdefensief instrumentarium.Implementatie GLB-NSP 2023–2027Het Voorzitterschap heeft ervaringen met het tweede jaar van deimplementatie van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (hierna: GLB)2023–2027 geagendeerd. Ten tijde van schrijven van deze geannoteerdeagenda zijn de achtergrondstukken nog niet gepubliceerd. Wel kunnen wijde Kamer alvast meedelen dat wij zullen blijven benadrukken datuitvoerbaarheid een prioriteit is voor ons. Een uitvoerbaar GLB betekentvereenvoudiging, maar ook stabiliteit binnen de huidige periode. Boerenmoeten weten waar zij aan toe zijn en tijdig de GLB-gelden kunnenontvangen. Nederland rapporteert over de voortgang van het NationaalStrategisch Plan (hierna: NSP) van het GLB via het Annual PerformanceReport (APR). Door de nieuwe opzet van het GLB en de late goedkeuringvan het NSP door de Commissie in december 2022 is de uitvoering vanhet NSP laat van start gegaan. Dit heeft ertoe geleid dat in het eersteuitvoeringsjaar van het GLB-NSP een aantal subsidieregelingen later isopengesteld dan initieel gepland. Nederland ziet het als een uitdaging omdeze gedeeltelijke achterstand de komende jaren in te halen en wij zullendeze zorg delen tijdens de Raad.Bijeenkomst EU-Westelijke Balkan veterinaire diensten (diversenpunt)Het Voorzitterschap zal een terugkoppeling geven van een vergaderingwaar de hoogste Veterinaire instanties van de Westelijke Balkanlandenaan zullen deelnemen. De inhoud van de vergadering is op het momentvan schrijven nog niet bekend. Er wordt op dit moment door het Voorzit-terschap gewerkt aan een achtergronddocument waarin dit wordtverduidelijkt.27e bijeenkomst van het FAO bosbouwcomité (diversenpunt)Op het moment van schrijven is er nog geen achtergronddocument voordit diversenpunt beschikbaar. Naar verwachting zullen het Voorzitterschapen de Commissie de Raad informeren over de uitkomsten van de 27ebijeenkomst van het FAO bosbouwcomité dat van 22 tot en met 26 juli jl.plaatsvond in Rome. Het FAO bosbouwcomité geeft sturing aan het werkvan de FAO op het gebied van bossen. Tijdens de bijeenkomst kwamenverschillende thema’s aan bod, waaronder de samenhang tussen bossenen landbouw, bio-economie, klimaatverandering, bosbranden, herstel vanecosystemen en stedelijke bossen. De belangrijkste uitkomsten waren degoedkeuring van het tweejaarlijkse State of the Worlds Forests rapport ende FAO Forestry Roadmap voor de periode 2024–2031. Er vond ook eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16682 aantal high level dialogen plaats met Ministers en high level vertegen-woordigers, onder andere over het opschalen van agro-forestry.Nederland was ambtelijk vertegenwoordigd. Wij onderschrijven hetbelang van bossen in het tegengaan van klimaatverandering, hetbeschermen van biodiversiteit en het ondersteunen van het levenson-derhoud van veel mensen. Hoewel er in sommige landen vooruitgang isgeboekt in het tegengaan van ontbossing en bosdegradatie blijft de drukop bossen en daarmee de ecosysteemdiensten die zij leveren toenemen,dat is zorgwekkend. Klimaatverandering maakt bossen kwetsbaardertegen plagen, ziektes en branden. Tegelijkertijd is de mondiale houtpro-ductie op recordniveau en wordt voorspeld dat de vraag naar hout blijfttoenemen. Dringende actie en innovatie in de bossensector zijn nodig.Visserij: Onderhandelingen vangstmogelijkheden 2025Dit najaar vinden onder het Hongaarse voorzitterschap, met onder-steuning van België en Spanje, de jaarlijkse onderhandelingen plaats overde vangstmogelijkheden (Total Allowable Catches, TAC’s) voor 2025. Erwordt gewerkt aan het bereiken van politieke akkoorden met derde landenen binnen de Europese Unie (EU) over de vangstmogelijkheden voor deMiddellandse Zee, de Zwarte Zee, de Oostzee, de Noordzee en deAtlantische Oceaan.De Commissie voert namens de EU-lidstaten bilaterale onderhandelingenmet het Verenigd Koninkrijk (VK) en Noorwegen en trilaterale onderhan-delingen met het VK en Noorwegen. Voor de gedeelde visbestanden methet VK geldt dat gedurende het jaar de Commissie met het VK overlegtover technische maatregelen en uitgangspunten in bestandsbeheer in hetSpecialised Committee on Fisheries (SCF) onder de Handels- en Samen-werkingsovereenkomst (HSO). Daarnaast neemt de Commissie namensde EU deel aan onderhandelingen met de Oost-Atlantische kuststaten(coastal states) met betrekking tot makreel, blauwe wijting en AtlantoScandian haring.Op de Raad van 23 september staan, met de onderhandelingen in hetnajaar in het vooruitzicht, twee gedachtewisselingen op de agenda: dejaarlijkse consultaties voor vangstmogelijkheden voor de EU enerzijds enVerenigd Koninkrijk (EU-VK) anderzijds en de consultaties voor vangstmo-gelijkheden voor de EU en Noorwegen. Op dit moment zijn nog niet allewetenschappelijke vangstadviezen van de Raad voor het Onderzoek naarZee (International Council for the Exploration of the Sea, ICES) gepubli-ceerd. Daarom zal vermoedelijk op de komende Raad nog niet in detailworden ingegaan op individuele visbestanden.De afgelopen jaren, verlopen de onderhandelingen met het VK enNoorwegen veelal moeizaam. Dit vinden wij een zorgwekkende ontwik-keling. Noorwegen keert zich onder meer tegen het EU standpunt dat deEU na Brexit toch coastal state voor Atlanto Scandian-haring behoort teblijven, en wat betreft makreel hebben de Faröer, Noorwegen en het VKeen meerjaren-verdelingsafspraak gemaakt zonder de EU en IJsland hierinte betrekken. De Nederlandse inzet is dat de historische verdelingsarran-gementen uitgangspunt dienen te zijn en blijven vanuit het oogpunt vanduurzaam bestandsbeheer en stabiliteit voor de visserijondernemingen. Inde onderhandelingen met Noorwegen, waar afspraken worden gemaaktover het ruilen van diverse visquota en toegang tot elkaars wateren, zetNederland dan ook in op een eerlijke verdeling tussen de EU-lidstaten inde uitruil van visbestanden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16683 In de Raad zullen wij onze zorgen uiten over het generieke karakter vanhet boomkorverbod en zullen wij, net als in de Raad van 24 juni jl.(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1661), aandacht blijven vragen voor devoordelen van de pulstechnologie. Dit met het oog op het verkennen vanmogelijkheden voor de herziening van het Europese beleid, om zo ruimtete creëren voor het gebruik en de verdere ontwikkeling van pulsvisserij alseen duurzame en effectieve vangstmethode overeenkomstig het Hoofdlij-nenakkoord. Hiermee geven wij eveneens uitvoering aan de motie van deleden Van der Plas en Pierik (BBB) om te streven naar een herziening vanhet Europese beleid om ruimte te bieden voor het gebruik en de verdereontwikkeling van pulsvisserij als een duurzame en effectieve vangstme-thode (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 83).II. Appreciatie van de wetenschappelijke vangstadviezen vanICES Zoals eerder aan uw Kamer gecommuniceerd (Kamerstuk 21 501-32,nr. 1655), zullen wij ons er in de onderhandelingen voor inzetten dat devangstmogelijkheden worden vastgesteld op het niveau dat overeen-komst met de doelstellingen van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid(GVB), net als in voorgaande jaren. Hieronder valt onder meer dat wordtbeoogd dat bestanden op het niveau van maximale duurzame opbrengst(Maximum Sustainable Yield, MSY) kunnen worden bevist. Tevensonderschrijven wij het hanteren van een voorzorgbenadering voorvissoorten waarvoor weinig data beschikbaar is. Hiermee bedoelen wijechter niet dat er tot automatische reducties moet worden overgegaan.Wij zijn van mening dat dit zorgvuldig en per situatie beoordeeld moetworden. Wij vinden het belangrijk dat wetenschappelijke adviezen debasis blijven van onze inzet en dat bij besluitvorming de sociaalecono-mische impact op de visserijsector zorgvuldig wordt meegewogen.Wij zullen tijdens de aanstaande Raad nogmaals de aandacht vragen voorhet statement dat tijdens de Raad van 10-12 december 2023 gezamenlijk isopgesteld door Nederland, België, Denemarken, Frankrijk Griekenland,Italië en Portugal2. Tevens zullen wij de medeondertekenaars aanmoe-digen hier vervolg aan te geven.Kijkend naar de reeds verschenen adviezen voor de voor Nederland meestrelevante visbestanden3 valt een aantal adviezen op, te weten kabeljauw(–22%), Noordzeeharing (–22,5%), Noordzeetong (+177%), tongschar(–30%), wijting (+85%), zeebaars (+14 %) en zeeduivel (+211%). Degenoemde percentages zijn een verandering ten opzichte van het adviesdat vorig jaar door ICES is opgesteld.Voor tong is in april 2024 een herijking van het wetenschappelijke modelachter de adviezen gepubliceerd waar uw Kamer reeds over is geïnfor-meerd (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1643). Het recent verschenen weten-schappelijke advies voor de vangstmogelijkheden van tong in 2025 laat,zoals hierboven aangegeven, een substantiële verhoging zien. De kortingdie de sector heeft ondervonden voor dit jaar valt daarom zwaar. Wijzullen ons dan ook stevig inzetten op het realiseren van de volledigeverhoging. Daarnaast hebben wij nauw contact met de Commissie om de2Statements – Council Regulation fixing for 2024, 2025 and 2026 the fishing opportunities forcertain fish stocks, applicable in Union waters and, for Union fishing vessels, in certainnon-Union vessels, and amending Regulation (EU) 2023/194 as regards deep-sea stocks –5027/1/24 REV 13Reeds verschenen wetenschappelijke vangstadviezen voor 2025 ten opzicht van de vangstad-viezen voor 2024: griet (+21%), witje (+25%), Noordzeeharing (–23%), zwarte koolvis (+7%),schelvis (-25%), wijting (+85%), grote zilversmelt (+7%), schol (+14%), zeebaars (+14%), tarbot(18,2%), tongschar (–30%), zeeduivel (+211%) en tong (+177%).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16684 vangstmogelijkheden voor 2024 nog tussentijds aan te passen. Om dit terealiseren is een nieuw wetenschappelijk advies nodig. De toenmaligeEurocommissaris heeft eerder toegezegd hierover in gesprek te zullengaan met het VK (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1661). Wij wachten deuitkomsten hiervan af.De Noordzeeharing kent dit jaar een negatief advies van –22,5%. Hetverlaagde advies wordt verklaard door de bevinding dit jaar dat deaanwas van jonge haring lager is dan eerder werd ingeschat. Haring isvoor Nederland een belangrijk bestand en om de visserij hierop ook in detoekomst veilig te stellen, zetten wij erop in het wetenschappelijke advieste volgen. Noordzeeharing wordt op trilateraal niveau beheerd samen metNoorwegen en het VK.Wat betreft zeebaars geldt dat dit bestand ten opzichte van vorig jaar eenlicht positief advies kent. De visserij op zeebaars is met name van belangvoor de Nederlandse kleinschalige kustvisserij en sportvisserij.De komende tijd analyseren wij de reeds bekende en de nog teverschijnen vangstadviezen nader. Wij zijn hierover in gesprek metrelevante stakeholders. Zodra meer bekend is, informeren wij u via dereguliere brieven over de Raad.III. Appreciatie van het werkprogramma van het Hongaarsvoorzitterschap van de Raad van de Europese Unie Hongarije heeft op 1 juli 2024 de voorzitterschapsrol van België overge-nomen en is daarmee voor de tweede keer voorzitter van de Raad sindszijn toetreding tot de Europese Unie (hierna: EU) in 2004. Het Voorzitter-schap heeft in zijn werkprogramma zeven horizontale kerndoelstellingenopgenomen. Eén daarvan is «een Europees landbouwbeleid waarin deboer centraal staat». Hieronder delen wij met de Kamer onze appreciatievan de ambities op de verschillende LVVN-dossiers, zoals opgenomen inhet werkprogramma van het Voorzitterschap.Een Europees landbouwbeleid waarin de boer centraal staatHet Voorzitterschap is van mening dat de Europese landbouw voor veelverschillende uitdagingen staat. Het wil het komende half jaar de focusleggen op een concurrerende, duurzame, op kennis gebaseerde, crisisbe-stendige en boer- en visservriendelijke landbouw en visserij.Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)Het Voorzitterschap streeft ernaar om tijdens de Landbouw- en Visse-rijraad van oktober 2024 Raadsconclusies aan te nemen over de toekomstvan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (hierna: GLB) om hiermeesturing te geven aan hoe het GLB na 2027 aangepast zou moeten worden.De Kamer zal geïnformeerd worden over de Nederlandse inzet en hetproces omtrent de Raadsconclusies door middel van de geannoteerdeagenda en het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van oktober. Hetkomende jaar zullen wij de Nederlandse positiebepaling voor de volgendeGLB-periode verder vormgeven in samenspraak met de Kamer, medeover-heden en belanghebbenden. Daarin zal het regeerprogramma leidend zijnvoor ons. Omdat in Brussel het nadenken over de vormgeving van hettoekomstige GLB al in volle gang is, steunen wij het agenderen van ditonderwerp door het Voorzitterschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16685 Het Voorzitterschap stelt de volgende onderwerpen centraal in dediscussie tijdens de besprekingen over het nieuwe GLB: het verminderenvan administratieve lasten, concurrentiekracht en een GLB dat «vriende-lijker» is voor boeren (farmer-friendly). Dat vinden wij ook belangrijkeonderwerpen. Ten algemene zullen wij tijdens besprekingen benoemendat het GLB gericht moet zijn op de landbouw van de toekomst. Daarbijvinden wij met name het lange termijn concurrentievermogen, boerenin-komen, innovatie, doelgerichtheid, plattelandsontwikkeling, behoud vancultuurlandschap, stabiliteit, vereenvoudiging en uitvoerbaarheidbelangrijk. Verder moet het GLB primair bijdragen aan de lange termijnveerkracht en weerbaarheid van de agrarische sector in de EU, door in tezetten op innovatie en het versterken van het concurrentievermogen. Ditkan mede bereikt worden door een meer resultaatgericht GLB en door eenuitbreiding van de doelgerichte betalingen.Naast het versterken van het concurrentievermogen en de economischeweerbaarheid van boeren, vinden wij een vitaal landelijk gebiedbelangrijk. Het GLB moet daarom ook blijven inzetten op generatiever-nieuwing en jongeren blijven ondersteunen die agrarisch ondernemerwillen worden.Naast de toekomst van het GLB, heeft het Voorzitterschap ook aange-geven de implementatie van het tweede jaar van het GLB-NationaalStrategisch Plan te willen evalueren. Een gedachtewisseling hierover staatgeagendeerd voor de Landbouw- en Visserijraad van 23 september 2024.Marktsituatie, handel en concurrentievermogenHet Voorzitterschap wil tijdens de Landbouw- en Visserijraad in novemberde marktsituatie in de verschillende landbouwsectoren bespreken, medein het licht van de oorlog in Oekraïne. Deze zullen ambtelijk wordenvoorbereid door middel van sectorspecifieke gedachtewisselingen om eenbeter beeld te krijgen van iedere landbouwproductensector in de EU. HetVoorzitterschap wil de besprekingen omtrent de marktsituatie tevensbenutten om te bezien in hoeverre de mogelijkheden voor crisisaanpak inhet GLB toereikend zijn. De markten hebben zich de afgelopen periodevoor een groot deel gestabiliseerd met over het algemeen redelijkeopbrengstprijzen en gedaalde inputkosten (energie, kunstmest, veevoer).Onzekerheden op de markten blijven echter groot, vooral vanwege degeopolitieke ontwikkelingen, klimatologische omstandigheden enpotentiële handelsbelemmeringen. Daarom verwelkomt het kabinet dereguliere besprekingen van de marktsituatie in de landbouwsectoren in deLandbouw- en Visserijraad.Voor wat betreft het crisisbeheer in de EU, is het kabinet in het algemeenvan mening dat terughoudend omgegaan moet worden met de crisis-steunmaatregelen en inzet van de landbouwcrisisreserve. Tevens heeft hetVoorzitterschap aangegeven de toepassing van het wederkerigheidsbe-ginsel richting derde landen te willen bespreken. Ook wil het Voorzitter-schap de discussie in de Raad over de verwachtte Verordening Grensover-schrijdende Handhaving Oneerlijke Handelspraktijken en de aanpassingenin de Verordening Gemeenschappelijke Marktordening inzake desamenwerkingsmogelijkheden tussen primaire producenten faciliteren.Deze voorstellen, ingebracht door de Commissie, dienen de positie van deboeren in de waardeketen te gaan versterken. Wij verwelkomen debespreking van de aangekondigde voorstellen dan ook.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16686 Levensonderhoud van agrariërs en concurrentievermogenVolgens het Voorzitterschap is de bestaanszekerheid van Europese boerenin het geding door druk op concurrentievermogen vanwege klimaatveran-dering, hoge inputkosten, importen uit derde landen en strenge productie-voorschriften. Wij herkennen dat de landbouwsector te maken heeft metdeze veranderingen en willen de sector graag ondersteunen om debenodigde veranderingen en oplossingen te bewerkstelligen, zoals meteen versterkte inzet op innovatie. Het kabinet onderschrijft dat een heldertoekomstperspectief nodig is, met extra aandacht voor jonge boeren,zodat zij bedrijven kunnen overnemen of starten. Hiertoe willen wijmaatregelen nemen en willen wij in Europa alles op alles zetten om tezorgen dat Europese regels werkbaar zijn en het verdienmodel onder-steunen. Dit betekent een eerlijke prijs voor de producten van produ-centen en een gelijk speelveld. Nederland spant zich in om het interna-tionale duurzame verdien- en innovatievermogen van de landbouw- envisserijsector te versterken (Kamerstuk 30 196, nr. 825).Concurrerende visserij en aquacultuursectorenHet concurrentievermogen van de Europese aquacultuursector staatcentraal in de visserijprioriteiten van het Voorzitterschap. Gezien derelatief lage ecologische voetafdruk van de aquacultuursector, stelt hetVoorzitterschap dat de sector een sleutelrol kan spelen bij de verduur-zaming van de Europese voedselproductie en tegelijkertijd de uitdagingenop het gebied van de voedselsoevereiniteit, veroorzaakt door deafnemende vangsten uit zee, kan helpen verzachten. Het doel van hetVoorzitterschap is om een aanpak te ontwikkelen die een duurzamemariene en zoetwateraquacultuur in de EU bevordert. Dit is eerdergeagendeerd tijdens de informele bijeenkomst van de directeuren-generaal Visserij van afgelopen 8-10 juli. Wij herkennen de potentie vande aquacultuursector en zullen aandacht vragen voor de verschillendeeigenschappen, kansen en duurzaamheidsopgaven van de verscheidenedeelsectoren bij het opstellen van een dergelijke aanpak. Ook is hetvaststellen van totaal toegestane vangsten (TAC’s) en quota voorvisbestanden voor 2025 één van de prioriteiten van het Voorzitterschap.Het Voorzitterschap zal zich concentreren op het bevorderen van eenecologische, economische en sociaal duurzame EU-visserij door de TAC’sen quota. Wij zijn blij dat het Voorzitterschap zich zal blijven inzetten voorhet vaststellen van TAC’s en quota op wetenschappelijke basis en zullen inde onderhandelingen aandacht vragen voor de weging van de sociaaleco-nomische pijler in het besluitvormingsproces.VoedselzekerheidHet Europese agro- en visserijcomplex levert een cruciale bijdrage aanonze voedselzekerheid. Het Voorzitterschap stelt dat het garanderen vanvoedselsoevereiniteit en voedselzekerheid onderdeel moet zijn van deEU-inzet op strategische autonomie. Het kabinet deelt het belang van deinzet op voedselzekerheid, maar is van mening dat dit niet hetzelfde is alshet streven naar voedselsoevereiniteit. Het streven naar soevereiniteitmaakt ons namelijk ook kwetsbaar voor bijvoorbeeld misoogsten endieren- en plantenziekten. Bovendien vindt het kabinet het belangrijk datzowel het Europese als het Nederlandse agro- en visserijcomplex eenbijdrage blijft leveren aan de mondiale voedselvoorziening en dit vraagtom een open houding. Het kabinet blijft daarnaast waakzaam ten aanzienvan risicovolle strategische afhankelijkheden en ziet hiervoor eenbelangrijk handelingsperspectief op EU-niveau.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16687 PlattelandsontwikkelingHet Voorzitterschap wil in het kader van de discussie over de toekomstvan de Europese landbouw aandacht besteden aan generatievernieuwingen aan het behoud van de traditionele Europese manier van leven op hetplatteland. Beide zijn volgens het voorzitterschap voorwaarden om delandbouwproductie op peil en het platteland levendig te houden. Wijonderschrijven het belang van aandacht voor generatievernieuwing. Hetstimuleren van generatievernieuwing (jonge landbouwers en vissers,zij-instromers) is belangrijk voor de sociale, economische en ecologischeduurzaamheid van plattelandsgebieden en kustgemeenschappen. Hieraanwerken wij onder andere met de vestigingssteun voor jonge ondernemersin het GLB. Het behoud van leefbaarheid in het landelijk gebied is eenbrede verantwoordelijkheid die meerdere overheden en ministeries raakt.Het is van belang dat wij samen met andere overheden het gesprekvoeren over de leefbaarheid in het landelijk gebied met aandacht vooronder meer sociaaleconomische aspecten als werkgelegenheid, kansen-gelijkheid, maatschappelijke voorzieningen en bereikbaarheid om zo degemeenschapszin te behouden. Wij vinden vernieuwing en doorontwik-keling voor Nederland van groot belang, met aandacht voor diversiteit inhet ondernemerschap, vrouwelijk ondernemerschap, digitalisering enverbreding van landbouwbedrijven in het landelijk gebied.DierenwelzijnOp 7 december 2023 heeft de Commissie een voorstel voor een veror-dening gepubliceerd over het welzijn en de traceerbaarheid van hondenen katten, alsmede een voorstel voor herziening van de Transportveror-dening, die het welzijn regelt van dieren tijdens transport. Het Voorzitter-schap is voornemens de onderhandelingen over deze twee voorstellenvoort te zetten. Eind juni jl. hebben de lidstaten overeenstemming bereiktover een compromistekstvoorstel voor de verordening over het welzijn entraceerbaarheid van honden en katten. Dit vormt nu het mandaat voorverdere onderhandeling met het Europees Parlement. De compromistekstsluit voor een groot deel aan bij de Nederlandse inzet (Kamerstuk 22 112,nr. 3860) tijdens de onderhandelingen. Verder zullen wij bij de Commissiepleiten voor het verbeteren van een gelijk speelveld in de EU teruitvoering van de motie Van Campen/Bromet (Kamerstuk 35 746, nr. 21).Regionale samenwerking bij de bestrijding van dier- en plantenziektenHet Voorzitterschap schrijft in het werkprogramma dat de dreiging enuitbraak van plant- en dierziekten één van de vele uitdagingen is die deEuropese landbouw op dit moment kent. Het benoemt daarbij denoodzaak tot regionale samenwerking binnen de EU en met directebuurlanden om crises die voortvloeien uit grensoverschrijdende dier- enplantenziekten effectief te beheren en tegen te gaan. Wij onderschrijvende noodzaak tot regionale samenwerking volledig. Recent is de waardevan die samenwerking nog gebleken bij de aanpak van blauwtong. Mededoor gezamenlijk optrekken van de Commissie en verschillende lidstaten,is het gelukt om in zeer korte tijd vaccins tegen blauwtong serotype 3beschikbaar te krijgen.Overige onderwerpenHet Voorzitterschap streeft naar een duurzaam, gezond en competitiefEuropa en wil de EU voorbereiden op de toekomst. Daarbij zijn deprioriteiten in het werkprogramma van het Voorzitterschap het klimaat,behoud van biodiversiteit, circulaire economie, klimaatmitigatie, water eneen gezond milieu. Hierbij zijn het implementeren en uitvoeren van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16688 Green Deal en het Fit-voor-55 pakket voor het Voorzitterschap prioritair.Wij steunen de uitvoering van reeds gemaakte afspraken.Green Claims RichtlijnTijdens de Milieuraad van 17 juni jl. is er een Raadspositie bereikt tenaanzien van het Commissievoorstel. Het Voorzitterschap heeft de GreenClaims Richtlijn bij aantreden direct opgepakt. Waarschijnlijk zal tegen heteinde van het jaar de triloog starten tussen de Raad, de Commissie en hetEuropees Parlement. Het Voorzitterschap streeft naar zoveel mogelijkprogressie in die onderhandelingen. De Raadspositie sluit goed aan bij deNederlandse prioriteit om valse milieuclaims en greenwashing tegen tegaan zonder het bedrijfsleven disproportioneel te belasten. In de verdereonderhandelingen zet het kabinet in op uniforme eisen aan de onder-bouwing en verificatie van keurmerken, claims en geharmoniseerde eisenaan verificateurs in de EU, om een gelijk speelveld te creëren, conform hetBNC-fiche4.Bio-economie en het BIOEAST-initiatiefHet programma van het Voorzitterschap besteedt ook aandacht aan hetonderwerp bio-economie en het zogenaamde BIOEAST-initiatief. Ditinitiatief beambieert een pan-Europees onderzoeks- en innovatiepartner-schap te ontwikkelen dat zich richt op Centraal- en Oost-Europeselidstaten. In de visie van BIOEAST, gericht op 2030, stellen de 11 lidstatendie aan dit initiatief deelnemen, verdere onderlinge samenwerking tewillen bevorderen ten aanzien van uitdagingen zoals een nog onvol-doende ontwikkelde onderzoeksinfrastructuur en een impasse ingovernance. Wij steunen het BIOEAST-initiatief en de verdere ontwik-keling van kansen in lidstaten.Voortzetten onderhandelingen Plant and Forest Reproductive Materials enNGTsHet voorstel voor Plant Reproductive Materials (PRM) ligt momenteel voorin eerste lezing in de Raad. De voortgang onder het Belgisch voorzitter-schap heeft niet geleid tot een Raadspositie. Recent heeft een lidstaatvoorgesteld om het voorstel te herstructureren, vanwege de complexiteitdoor het samenvoegen van uitgangsmateriaal van verschillende sectoren.Nederland zet in op een verordening die de diversiteit van de verschil-lende sectoren recht doet, waarbij de sterke punten uit de huidigerichtlijnen worden behouden en bijzondere aandacht is voor terugdringenvan administratieve lasten. Nederland is, evenals een groot deel van delidstaten, geen voorstander van het uitbreiden van het gebruikswaarde-onderzoek voor de fruit-, groente- en wijnbouwsector5.Voor Forest Reproductive Materials (FRM) zijn onder het BelgischVoorzitterschap de belangrijkste discussies afgerond en ook de voorNederland belangrijkste punten binnengehaald6. Zodoende verwacht hetVoorzitterschap met betrekking tot FRM dit halfjaar tot Raadsconclusies tekomen. Verder is het recente voorstel voor een verordeningen overNieuwe Genomische Technieken7 (hierna: NGTs) reeds in zijn geheelbesproken in de Raad en is er op de meeste discussiepunten een4Fiche: Green Claims Richtlijn (Kamerstuk 22 112, nr. 3671)5Fiche: Verordening Plantaardig uitgangsmateriaal (Kamerstuk 22 112, nr. 3771)6Fiche: Verordening Bosbouwkundig teeltmateriaal en mededeling natuurlijke hulpbronnen(Kamerstuk 22 112, nr. 3772)7Fiche: Verordening Nieuwe Genomische Technieken (Kamerstuk 22 112, nr. 3773)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16689 compromis bereikt. Ten algemene is het kabinet positief over hetNGT-voorstel en neemt Nederland een actieve houding aan in de Raad.Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA) en voedselverspillingTijdens de Milieuraad van 17 juni 2024 is een Raadspositie vastgesteldover de herziening van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA) (Kamerstuk 21501, nr. 945), waarin het onderdeel voedselverspilling onder de verant-woordelijkheid van het Ministerie van LVVN valt. De triloog met deCommissie en het Europees Parlement zal in het najaar starten, met alsdoel om eind 2024 een akkoord te bereiken. Nederland staat positieftegenover het voorstel van de Commissie om wettelijk bindendedoelstellingen voor de reductie van voedselverspilling in te stellen. Op30 september 2024 organiseert het Voorzitterschap een internationaleconferentie over dit onderwerp in Boedapest.BosmonitoringHet Voorzitterschap streeft naar een Raadspositie ten aanzien van deverordening over bosmonitoring eind november. Wij steunen dezeambitie.Convention on Biological Diversity (COP16)Op 21 oktober 2024 start de 16e Conferentie van Partijen van hetVN-Biodiversiteitsverdrag (COP16) in Colombia. Omdat de EU als éénpartij onderhandelt, zal de inzet in EU-verband worden afgestemd via deMilieuraad. Het Voorzitterschap geeft aan de implementatie van hetGlobal Biodiversity Framework maximaal te willen ondersteunen envooruitgang te willen boeken op onder andere het monitoringsraamwerken de mobilisatie van middelen. Het kabinet steunt dit. De Kamer zalvoorafgaand aan de COP16 geïnformeerd worden over de Nederlandseinzet.Bodemmonitoringsrichtlijn en bodembehoudEen gezonde bodem is belangrijk voor de vele gebruiksfuncties die wijkennen en essentieel voor de productie van gezond voedsel. Het is ookdeel van de oplossing voor de opgaven op het gebied van klimaatadap-tatie en -mitigatie, (grond)waterkwaliteit en -kwantiteit, onder- enbovengrondse biodiversiteit en stikstof. Het Voorzitterschap zal de triloogover de Bodemmonitoringsrichtlijn met het Europees Parlement en deCommissie starten, met een politiek akkoord als doel, voor het einde vanhet jaar. Lidstaten zijn blij met regulering op EU-niveau, omdat bodem nuop gelijke voet komt te staan met water en lucht, en tevreden dat derichtlijn flexibiliteit biedt voor nationale omstandigheden. De aandachts-punten uit het BNC-fiche8 zijn behaald en daarom zullen wij ons inzettenop het behoud van hetgeen dat wij reeds hebben bereikt.WolfDe Commissie heeft op 20 december 2023 een voorstel gepubliceerd omde beschermde status van wolven onder het Verdrag van Bern te verlagenvan «strikt beschermd» naar «beschermd». Wij zijn voornemens om in testemmen met het verlagen van de beschermde status. Als een gekwalifi-ceerde meerderheid van lidstaten het voorstel van de Commissie steunt,zal het worden ingebracht in de jaarlijkse vergadering van de BernConventie, die in december 2024 plaatsvindt.8Fiche: Richtlijn bodemmonitoring en veerkracht (Kamerstuk 22 112, nr. 3798)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166810 Daarnaast willen wij in Brussel aandacht vragen voor de incidenten in deafgelopen tijd met probleemwolven en kinderen, onder meer in Leusden.Nederland is een klein, dichtbevolkt land. Wolf en mens leven hierdoornoodgedwongen dicht op elkaar waardoor de kans op incidenten groter isdan in lidstaten met veel ruimte. Wij willen in Brussel verkennen wat demogelijkheden zijn voor maatwerk voor onze Nederlandse situatie, zodatwe dit soort incidenten kunnen voorkomen.Tot slot; wij zullen door middel van de gebruikelijke geannoteerdeagenda’s en verslagen van de Landbouw- en Visserijraden en Milieuradende Kamer blijven informeren over de ontwikkelingen onder het Hongaarsvoorzitterschap,De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166811
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.