Reactie rapport "Het vlagregister en het woonlandbeginsel, economische en strategische waarde"
Brontekst
Versie 4b7c90d8dc831ed2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 409Zee- en binnenvaartNr. 503 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 april 2026In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Infrastructuuren Waterstaat van 11 maart 2026 is gesproken over het rapport «Hetvlagregister en het woonlandbeginsel, economische en strategischewaarde». Met deze brief voldoe ik aan het verzoek om een schriftelijkereactie op dit rapport aan uw Kamer te doen toekomen.Zoals in de brief van 18 februari jl. aan uw Kamer aangegeven, ziet hetrapport op de mogelijke effecten van het loslaten van het woonlandbe-ginsel op het Nederlandse vlagregister. Het loslaten van het woonlandbe-ginsel betekent dat alle zeevarenden op Nederlands gevlagde zeeschepen,ongeacht hun woonland, worden beloond als ware zij in Nederlandwoonachtig.Voor een beknopte samenvatting van het rapport verwijs ik naarvoornoemde brief1. Het kabinet heeft hierin reeds gemeld dat het belangwordt gezien van het hanteren van het woonlandbeginsel in de interna-tionale zeevaart, zoals dat door de maritieme sociale partners in hun cao’swordt opgenomen. Tevens is aangegeven dat het kabinet verderonderzoek zal doen naar hetgeen nodig is voor het behoud van Neder-landse gevlagde zeeschepen en de maritieme sector in Nederland. Ditonderzoek zal, vanwege de grotere reikwijdte, in opdracht van hetinterdepartementale Rijksregiebureau Maritieme Maakindustrie wordenuitgevoerd.Uit het rapport blijkt dat bij het loslaten van het woonlandbeginselminimaal 50% tot 70% van de schepen in het Nederlandse vlagregisterwaarschijnlijk zal omvlaggen. Dat vind ik een zorgelijke constatering, wantals Nederlands gevlagde schepen uitvlaggen heeft dat als direct gevolgeen verlies aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid in Nederland.Het gaat hierbij enerzijds om inkomsten in verband met onder andere1Kamerstukken 31 409, nr. 496 kst-31409-503ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 5031 certificering, onderhoud en personeelsadministratie en anderzijds omwerk voor Nederlandse zeevarenden (primair kapiteins en officieren). Perjaar gaat het om een direct negatief effect van € 125–€ 200 miljoen op deNederlandse economie. Bovendien vergroot het uitvlaggen ook de kansdat rederijen geheel uit Nederland vertrekken, hetgeen bredere econo-mische repercussies heeft. Een afname van maritieme activiteiten inNederland leidt tot een algehele verzwakking van het hele maritieme enhavencluster.De Nederlandse gevlagde vloot met een jaarlijkse omvang vancirca € 1,9 miljard is, hoewel sterk internationaal georiënteerd, niet eengeïsoleerde sector. De Nederlandse zeevaart is onderdeel van en heeftinvloed op de maritieme en haven cluster in Nederland als geheel. In 2024betrof het een aandeel van 5,6% van het BBP2. Dit heeft enerzijds temaken met financiële relaties, zoals aankopen van de zeevaartsector bijandere Nederlandse maritieme sectoren, en anderzijds met niet-financiëlerelaties. Zo leveren de Nederlandse zeevarenden ook een bijdrage aan hetaanbod van personeel met hooggekwalificeerde nautische kennis voorandere maritieme sectoren. Daarnaast valt binnen de maritieme cluster derol van de Nederlandse zeevaartsector als aantrekkingsfactor voorinnovaties op.Het verlies van meer dan de helft van de Nederlands gevlagde schepen uithet register bij het loslaten van het woonlandbeginsel gaat mij aan hethart omdat dit ook een impact heeft voor de Nederlandse zeevarenden.Voor de nabije toekomst staat de opleiding en doorstroming vanvoldoende Nederlandse zeevarenden om te voorzien in gekwalificeerdpersoneel voor de resterende zeevaart, maar ook voor de rest van demaritieme cluster in Nederland op het spel. Blijvende aanwezigheid vanvoldoende uitstroom van gespecialiseerde nautische kennis van zeeva-renden naar walbanen in Nederland is al jaren een zorgpunt en dit zalalleen maar toenemen.Ik wil inzicht krijgen in de potentiële (kwantitatieve) impact voor detoekomstige bedrijvigheid en werkgelegenheid bij in Nederland geves-tigde rederijen en de bredere maritieme cluster in Nederland. Dit moetduidelijk worden uit het aanvullend onderzoek dat het RijksregiebureauMaritieme Maakindustrie laat doen naar hetgeen nodig is voor het behoudvan Nederlandse gevlagde zeeschepen en de maritieme sector inNederland.Naast het economische belang van een Nederlands gevlagde vloot, toonthet rapport ook aan dat de vloot bijdraagt aan de strategische belangenvan Nederland. Een reductie van het aantal Nederlandse gevlagdeschepen heeft consequenties voor de maritieme veiligheid, de nationaleveiligheid en de strategische autonomie. Nederland heeft zeggenschapover Nederlandse gevlagde schepen, waardoor deze in noodsituaties doorde regering kunnen worden ingezet. Ik deel de constatering van deonderzoekers dat het verlies van meer dan de helft van de Nederlandsgevlagde schepen uit het register bij het uitbreken van oorlog of crisis eengroot zorgpunt kan worden.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. Karremans2Maritieme monitor 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 5032
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.