Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda bijeenkomst NAVO-ministers van Defensie van 18 juni 2026 (Kamerstuk 28676-560)
Brontekst
Versie c390ab5188ffcad6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 676NAVONr. 562 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 16 juni 2026 De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister van Defensie over de brief van 28 mei2026 over de geannoteerde agenda bijeenkomst NAVO-Ministers vanDefensie van 18 juni 2026 (Kamerstuk 28 676, nr. 560).De vragen en opmerkingen zijn op 9 juni 2026 aan de Minister vanDefensie voorgelegd. Bij brief van 16 juni 2026 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,PaternotteDe adjunct-griffier van de commissie,Manten kst-28676-562ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5621 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinisterVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geagen-deerde stukken voor de NAVO Defensie Ministeriële d.d. 18 juni 2026 enzien op dit moment af van het maken van inhoudelijke opmerkingen enhet stellen van aanvullende vragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de NAVO Defensie Ministeriële. Hieroverhebben de leden de volgende vragen.Vraag 1De Europese defensie-uitgaven nemen sterk toe. Hoe voorkomt deMinister dat de discussie over burden sharing verschuift naar burdenshifting, waarbij verantwoordelijkheden vooral van de Verenigde Statennaar Europese bondgenoten worden verplaatst zonder dat daarvoldoende gezamenlijke Europese capaciteiten tegenover staan?Antwoord vraag 1Bondgenoten zijn het erover eens dat de lasten binnen de NAVO eerlijkermoeten worden verdeeld tussen de VS en de Europese bondgenoten. Omtot een betere burden sharing te komen, is een burden shift nodig: eenverschuiving van bepaalde verantwoordelijkheden waarbij Europa eengrotere rol neemt. Nederland stuurt aan op een herverdeling van deNAVO-lasten middels een gestructureerd proces, om zo te komen tot eenredelijke en realistische opgave voor iedere bondgenoot. Tegelijkertijd isde urgentie hoog: Europese bondgenoten moeten zo snel mogelijk huncapaciteiten opbouwen en ontwikkelen om de Russische dreiging hethoofd te kunnen blijven bieden. We zetten hierin belangrijke stappen metonder andere de verhoging van de defensie-uitgaven, versterking van dekrijgsmacht en ontwikkeling en gebruik van EU-instrumenten (bijvoor-beeld PESCO).Vraag 2Hoe ziet de Minister de verdere ontwikkeling van een sterkere Europesepijler binnen de NAVO? Welke rol ziet zij voor zichzelf om binnen NAVO-en EU-verband actief coalities te smeden en Europese samenwerkingverder aan te jagen?Antwoord vraag 2Nederland zet in op het verwezenlijken van een sterker Europa binnen deNAVO. Dit betekent onder meer een Europa dat versneld de capaciteitenopbouwt om de burden shift in de NAVO uit te voeren. We geven dit vormbinnen de NAVO-capaciteitenplanning, voeren nauw overleg met de VSen werken aan nauwe en versterkte samenwerking met gelijkgezindeEuropese bondgenoten. We zijn gecommitteerd aan de opbouw vandefensiecapaciteiten. We zetten ons zo in voor een burden shift die debasis vormt voor de collectieve afschrikking en verdediging.Het kabinet zet daartoe ook in op versterkte samenwerking met gelijkge-zinde partners en bondgenoten. Nederland wendt zich proactief totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5622 Europese partners die in staat en bereid zijn de Europese rol binnen deNAVO te versterken. Concreet richten we ons op samenwerking bij deontwikkeling van specifieke capaciteiten maar ook het gebruik vaninstrumenten die de besluit-, en slagvaardigheid van Europa kunnenversterken, zoals gelegenheidscoalities, financieringsmogelijkheden,versterken van defensie industriële basis en aanpassing van wetgeving.Vraag 3Nederland heeft op terreinen als militaire mobiliteit, innovatie, luchtverde-diging en defensie-industrie een sterke positie opgebouwd. Op welkedossiers wil de Minister de komende jaren bewust een trekkersrolvervullen om de Europese defensiesamenwerking verder te versterken?Antwoord vraag 3De EU heeft negen Priority Capability Areas (PCA’s) aangewezen waaropintensievere Europese defensiesamenwerking noodzakelijk en opportuunis. Nederland heeft een coördinerende en leidende rol op de PCA dronesen counter-drone systemen en de PCA militaire mobiliteit. Bij werkzaam-heden op andere PCA’s is Nederland ook nauw betrokken. Zo wordtnadrukkelijk gekeken naar concrete Europese capaciteitsgebieden waargezamenlijke ontwikkeling en industriële samenwerking meerwaardebieden. Dit sluit aan bij de Nederlandse inzet om capability shortfallsgezamenlijk met Europese partners op te vullen.Daarnaast volgt Nederland nauwlettend de ontwikkelingen en de PCA dieraken aan lucht- en raketverdediging en participeren we waar mogelijk.Vraag 4Deelt de Minister de opvatting dat het succes van de nieuweNAVO-afspraken uiteindelijk niet moet worden afgemeten aan percen-tages van het bbp, maar aan de mate waarin bondgenoten daadwerkelijkde afgesproken capaciteiten realiseren?Antwoord vraag 4Zowel cash als capabilities zijn (naast contributions aan missies enoperaties) maatstaven van lastenverdeling binnen de NAVO. Op al dezevlakken hebben bondgenoten afgesproken bij te dragen aan de gezamen-lijke opgave. Uiteraard is het beschikbaar hebben van de afgesprokencapaciteiten fundamenteel voor het veilig houden van het bondgenoot-schap, maar er zijn ook investeringen nodig om deze capaciteiten terealiseren.Zoals reeds met uw Kamer is gedeeld is de volledige invulling van dehuidige NAVO-capaciteitsdoelstellingen begroot op ongeveer 3,5% vanhet bbp in het prijs- en volumepeil 2025. De aanvullende kosten voor hetinvullen van taken als Host Nation Support, Homeland Defence enmilitaire activiteiten buiten het NAVO-verdragsgebied zijn niet in deberekening meegenomen.1Vraag 5Hoe voorkomt de Minister dat de discussie over burden sharing beperktblijft tot hogere nationale uitgaven, en zet zij zich ervoor in dat Europeselanden ook gezamenlijk capaciteiten ontwikkelen en verwerven?1Zie Kamerstuk 28 676, nr.504Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5623 Antwoord vraag 5De essentie van burden sharing, oftewel lastenverdeling, is dat allebondgenoten leveren op het vlak van cash (3,5% van het bbp), capabilities(invulling van de capability targets) en contributions (bijdragen aanmissies en operaties). Hogere nationale uitgaven zijn een essentiëlevoorwaarde om te kunnen leveren op de vereiste capaciteiten. Hetversneld leveren van capaciteiten zoals gesteld door NAVO is waarNederland, maar ook alle andere bondgenoten, nu op inzet. Daarbij zoekthet kabinet continue naar mogelijkheden om samen te werken met onzebondgenoten, Hierbij zet zij met name in op gezamenlijke ontwikkeling enverwerving van capaciteiten door Europese landen, waar dit dedoelmatige en effectieve realisatie van de benodigde capaciteitenmogelijk maakt en de interoperabiliteit bevordert.Vraag 6Hoe wil de Minister voorkomen dat een substantieel deel van de extraEuropese defensie-uitgaven opnieuw buiten Europa terechtkomt, terwijljuist versterking van de Europese defensie-industrie noodzakelijk is voorde lange termijn?Antwoord vraag 6Meer verantwoordelijkheid voor de eigen Europese veiligheid van Europavergt een sterke Europese defensie-industrie met hechtere samenwerking.Een versterkte Europese defensie-industrie is een randvoorwaarde voorEuropese capaciteiten. Daarbij is internationale coördinatie en hetdoorbreken van nationale industriële belangen essentieel. We zettenbinnen de NAVO, EU en partnerschappen pro-actiever in op vraagbun-deling, coproductie en standaardisatie in lijn met de Nederlandsedefensiestrategie voor industrie en innovatie. We zetten ons consequenten actief in voor de belangrijke rol van derde landen zoals het VK,Noorwegen, Canada en de VS.Het kabinet acht het van belang dat de noodzakelijke verhoging van deEuropese defensie-uitgaven leidt tot versterking van de militaireslagkracht en tegelijkertijd bijdraagt aan een duurzame versterking van deEuropese defensie-industrie. Om het voortzettingsvermogen van onzekrijgsmacht te garanderen, zet Defensie nog meer in op snellere productieen het opschalen van de Nederlandse en Europese defensie-industrie. Hetkabinet streeft ernaar om 50% van ons materieel aan te schaffen inNederland en Europa. Tegelijkertijd is snelheid in het realiseren vancapaciteiten geboden en moet onder meer de levertijd van militairesystemen ook worden meegenomen in de beslissing waar deze wordenaangeschaft. Een concreet voorbeeld is de Nederlandse voortrekkersrolbinnen de Priority Capability Area (PCA) voor drones en counter-drones.Nederland pleit hierbij voor een betere Europese samenwerking opinnovatie, testen, productie, vraagbundeling en aanschaf van materieel.Vraag 7Is de Minister bereid tijdens de NAVO-ministeriële het initiatief te nemenvoor nieuwe strategische partnerschappen tussen Europese bondgenotenop terreinen waar grote capaciteitstekorten bestaan, zoals luchtverde-diging, munitieproductie, logistiek en ondersteuning, zo vragen de ledenvan de D66-fractie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5624 Antwoord vraag 7Het kabinet zet actief in op het versterken van Europa in de NAVO,hiervoor is inherent samenwerking onder Europese bondgenoten nodig;ook voor het ontwikkelen van de defensie-industrie en het verstreken vangezamenlijke aanschaf. Nederland neemt daarnaast in de EU actief deelaan de Priority Capability Areas (PCA): negen gebieden die deEU-lidstaten als prioritair hebben aangemerkt. Nederland heeft hierbij eenco-lead rol op de PCA drones en counterdronesystemen en op de PCAmilitaire mobiliteit. De focus ligt momenteel op het creëren van resultatenin deze bestaande capaciteitsgebieden.Vraag 8Europa neemt terecht meer verantwoordelijkheid voor zijn eigenveiligheid. Dat vraagt ook om landen die samenwerking actief organi-seren. Welke concrete initiatieven gaat de Minister de komende periodenemen om Nederland nadrukkelijker te positioneren als aanjager vanEuropese defensiesamenwerking, gezamenlijke capaciteitsontwikkeling enversterking van de Europese defensie-industrie?Antwoord vraag 8Zoals in het coalitieakkoord beschreven ziet het kabinet inderdaad eenaanjagende rol voor Nederland om toe te werken naar een sterkereEuropese rol voor onze eigen veiligheid. Hierin is het essentieel om onzedefensie-industrie de ruimte te geven om te groeien en strategisch tepositioneren. Investeringen in kennis, innovatie en industrie zijn nodig omeen toekomstbestendige krijgsmacht te bouwen, voor leveringszekerheiden om de strategische autonomie in Nederland en Europa te vergroten.Om het voortzettingsvermogen van onze krijgsmacht te garanderen, zetDefensie nog meer in op snellere productie en het opschalen van deNederlandse en Europese defensie-industrie. Dit stimuleren we doorernaar te streven om minstens vijftig procent van ons materieel aan teschaffen in Nederland en Europa. Ook maken we slimme afspraken metinternationale partners om de Nederlandse en Europese strategischeautonomie te vergroten en streven we naar minstens veertig procentgezamenlijke aanschaf. Daarnaast zet Nederland in op versimpeling vanaanbestedingsprocedures en bieden we voorfinanciering en langetermijn-zekerheid, zodat Nederlandse en Europese defensie-startups een kanskrijgen om op te schalen.Voor het aankomende nieuwe Meerjarig Financieel Kader van de EU pleitNederland onder andere voor het prioriteren van veiligheid, defensie eninnovatie, zodat Europese samenwerkingen op deze gebieden dekomende jaren worden gestimuleerd. Op deze manier dragen we bij aanhet ontwikkelen van een sterker Europa binnen de NAVO. Daarbij kijkenwe nadrukkelijk naar concrete Europese capaciteitsgebieden waargezamenlijke ontwikkeling en industriële samenwerking meerwaardebieden, ook coördineert Nederland de inzet op de Priority Capability Areasdrones en counter-drone systemen en militaire mobiliteit. Daarnaast volgtNederland nauwlettend de ontwikkelingen en de PCA die raken aan lucht-en raketverdediging en participeren we waar mogelijk.Vraag 9Is de Minister bekend met het Women, Peace and Security-beleid (WPS)van de NAVO, waarin de NAVO erkent dat WPS fundamenteel is voor hetvervullen van de eerste kerntaak van de NAVO: Afschrikking en Verde-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5625 diging (Deterrence and Defence)?2 Is de Minister bereid om zich in deDefensie Ministeriële actief in te zetten voor uitvoer van het WPS-beleidvan de NAVO en het uitwerken van dit beleid in een WPS-Actieplan? Enwil de Minister de Kamer daarover rapporteren?Antwoord vraag 9Ja. Defensie is bekend met het NAVO-beleid inzake Women, Peace andSecurity (WPS) en steunt de in 2024 vastgestelde NAVO Women, Peaceand Security Policy. In dit beleid erkent de NAVO dat de integratie vangenderperspectieven bijdraagt aan de uitvoering van alle kerntaken vanhet bondgenootschap, waaronder afschrikking en verdediging. Defensieonderschrijft dit uitgangspunt. Het draagt bij aan een beter begrip van deoperationele omgeving, een grotere effectiviteit van operaties en delegitimiteit van de Krijgsmacht. Dit sluit aan bij de inzet van Defensie omhet genderperspectief te integreren in beleid, planning, opleidingen,oefeningen en operaties. Defensie ondersteunt de implementatie van hetNAVO WPS-beleid en zal zich in relevante NAVO-overleggen blijveninzetten voor de verdere uitvoering daarvan. Daarbij steunt Defensie ookde verdere uitwerking van de implementatie van het NAVO WPS-beleidbinnen het bondgenootschap. De Kamer wordt over relevante ontwikke-lingen geïnformeerd via de reguliere rapportages.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda en het verslag. Deze leden zien een sterk enzelfstandig Europa als de voorwaarde voor een geloofwaardige NAVO.Genoemde leden steunen de onverminderde steun aan Oekraïne en deNederlandse verantwoordelijkheid aan de oostflank, maar hechten er ookaan dat de noodzakelijke investeringen open en navolgbaar wordengemaakt. Zij hebben dan ook nog enkele vragen.Vraag 10De verwerpelijke Russische raket- en droneaanvallen op Oekraïne zijn forstoegenomen, terwijl er wereldwijd een tekort is aan interceptors enmunitie voor Patriot-systemen. Dit tekort is in belangrijke mate veroor-zaakt door de Amerikaanse oorlog tegen Iran, waarbij in korte tijd een zeergroot deel van o.a. het Amerikaanse interceptorarsenaal is verbruikt. Hoeurgent acht de Minister dit tekort en welke concrete inzet pleegtNederland tijdens de UDCG om de Oekraïense luchtverdediging op kortetermijn te versterken?Antwoord vraag 10Het kabinet onderschrijft de acute behoefte aan luchtverdedigingsmid-delen en herkent de urgentie. Het kabinet zet zich dan ook doorlopend inom deze middelen aan te vullen. Eerder leverde Nederland systemen enraketten, zowel verworven als uit eigen voorraad. Ook het NederlandseF-16 programma is bevorderlijk voor de Oekraïense luchtverdediging.Daarnaast steunt Nederland de Intergrated Air en Missile DefenceCapability Coalition en de levering van counter-drone drones. In internati-onaal verband, waaronder bij de Ukraine Defence Contact Group (UDCG),roept Nederland continue op tot versterking van de Oekraïense luchtver-dediging door het leveren van de benodigde middelen. Daarnaast isNederland de op een grote bijdrager aan het Prioritised Ukraine Require-2https://www.nato.int/en/about-us/official-texts-and-resources/official-texts/2024/07/10/nato-policy-on-women-peace-and-security-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5626 ments List (PURL) initiatief dat pakketten levert die bestaan uit middelenvoor luchtverdediging, munitie en andere essentiële benodigdheden,afgestemd op de behoefte van Oekraïne.Vraag 11De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich daarnaast grotezorgen over signalen dat de Verenigde Staten reeds aan Europa enOekraïne toegezegde luchtverdedigingsmiddelen omleiden naar de eigenvoorraden en andere regio’s en vragen of dit ook geldt voor via PURLingekochte middelen. Kan de Minister bevestigen in welke mate ditgebeurt? Deze ontwikkeling legt wat deze leden betreft pijnlijk bloot datEuropa zijn veiligheid niet langer kan laten afhangen van Amerikaanseleveringszekerheid en versneld zelf in de eigen en Oekraïense behoeftemoet kunnen voorzien. Deelt de Minister deze analyse? In het verlengdehiervan vragen deze leden haar te reflecteren op de houdbaarheid vanPURL: werkt dit instrument nog afdoende nu de VS de eigen voorradenvoorrang geven?Antwoord vraag 11Via het Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) initiatief wordtmilitair materieel uit Amerikaanse voorraden geleverd aan Oekraïne. DePURL-pakketten bevatten onder andere luchtverdedigingsmaterieel. Depakketten worden samengesteld op basis van de Oekraïense behoeften enbevatten uniek Amerikaans materieel waar een kritieke behoefte aan is inOekraïne. De levering van de reeds toegezegde pakketten wordt voort-gezet, waardoor het initiatief werkt zoals beoogd. Het kabinet deelt datEuropa meer verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn eigen veiligheid.De afspraak om de defensie-uitgaven te verhogen tijdens de NAVO-top inDen Haag van 2025 was daartoe een eerste stap. Momenteel worden deadditionele defensie-uitgaven omgezet in concrete investeringen om tevoldoen aan de NAVO-capaciteitsdoelstellingen en nationale taken uit tevoeren. De Nederlandse inzet is om Oekraïne onverminderd te blijvensteunen en internationale partners incl. NAVO bondgenoten en EU landenaan te sporen om bij te dragen op basis van een fair share benadering.Vraag 12In het licht van deze ontwikkelingen zijn genoemde leden ook geïnteres-seerd in de nieuwe plannen voor geïntegreerde lucht- en raketverde-diging. Kan de Minister de Kamer informeren over de voortgang enontwikkeling rondom Integrated Air and Missile Defence en de besluitendie hierover genomen zullen worden? Deze leden onderschrijven denoodzaak om hier stappen te zetten, maar benadrukken dat zij sterkhechten aan de versterking van de Europese luchtverdediging via zoveelmogelijk Europese capaciteiten. In hoeverre zet Nederland zich er binnende NAVO en de EU voor in dat de IAMD-plannen bijdragen aan eensterkere Europese productie- en innovatiebasis, en hoe weegt de Ministerdaarbij het risico dat een te grote afhankelijkheid van Amerikaansesystemen, zoals nu zichtbaar wordt bij de Patriot-interceptors, deEuropese leveringszekerheid ondermijnt?Antwoord vraag 12Zoals toegelicht in de geannoteerde agenda voor de Defence MinistersMeeting (DMM) op 18 juni (Kamerstuk 28 676–560) werkt de NAVOmomenteel aan de ontwikkeling van nieuwe militaire plannen voorIntegrated Air and Missile Defence (IAMD) en kunnen hier om veiligheids-overwegingen geen nadere uitspraken over worden gedaan. In algemeneTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5627 zin kan ik wel toelichten dat dergelijke militaire plannen op strategischniveau nog geen vertaling bevat van het «met welke middelen», maarallereerst focust op het militair strategische «hoe». Daarnaast kan ikbenadrukken dat binnen de NAVO over de gehele linie wordt bezien opwelke manier Europese bondgenoten een grotere verantwoordelijkheidgaan nemen. Dat geldt ook voor het IAMD domein.Vraag 13Genoemde leden lezen dat de Nederlandse Patriot-inzet bij NSATU inPolen met maximaal zes maanden wordt verlengd, terwijl de NASAMS-en anti-dronesystemen worden teruggehaald. Juist dat laatste vindendeze leden zorgelijk: het aantal Russische drone-incursies aan de oostflankneemt toe, dus anti-dronecapaciteit is precies wat daar nu het hardstnodig lijkt. Waarom worden uitgerekend de anti-dronesystemen terugge-trokken op een moment dat de dronedreiging toeneemt en hoe wordt decontinuïteit van de bescherming geborgd?Antwoord vraag 13Voorop staat dat de logistieke hub in Polen die dient als doorvoerlocatievoor materieel dat wordt geleverd aan Oekraïne wordt beschermd. Daardraagt Nederland direct aan bij met de verlening van de NederlandsePatriot-inzet. Daarnaast biedt het in september gelanceerde EasternSentry van de NAVO bescherming aan de oostflank van hetNAVO-verdragsgebied. Verschillende NAVO-bondgenoten dragen hieraanbij, bijvoorbeeld met jachtvliegtuigen. Nederland heeft hier vanseptember 2025 tot december 2025 ook aan bijgedragen met F-35’s.Vraag 14Voorts vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie welke concretestappen Nederland zet om de defensie-industriële samenwerking metOekraïne, met name op het gebied van drones, te verdiepen, en hoe deKamer hierover wordt geïnformeerd. Genoemde leden verwijzen in ditverband naar de eerder door de leden Piri en Dassen gestelde schriftelijkevragen over de voortgezette samenwerking van Defensie met aan de heerWalraven gelieerde bedrijven, waaronder de drone-onderneming Hyllusbv, terwijl zijn eerdere bedrijf, DTS Armory, strafrechtelijk wordt onder-zocht (2026Z12163). Kan de Minister garanderen dat bij de voorgenomenintensivering van de industriële samenwerking met Oekraïne geenopdrachten lopen of worden verstrekt aan bedrijven gelieerd aan de heerWalraven?Antwoord vraag 14Om te leren van Oekraïense innovaties zet het kabinet in op het versterkenvan de industriesamenwerking met Oekraïne. Nederland neemt actief deelaan het initiatief Build With Ukraine, waarmee coproductie met Oekra-ïense bedrijven in Nederland mogelijk gemaakt wordt. Dit creëert eenwin-win-win: de productiecapaciteit van bewezen effectieve systemenvoor Oekraïne wordt vergroot, de Nederlandse industrie wordtopgeschaald en we krijgen toegang tot innovaties van het slagveld. Op10 oktober jl. heeft Nederland hierover een Memorandum van Overeen-stemming (MoU) getekend met Oekraïne. Op 16 april jl. is een belangrijkevolgende stap gezet – VDL heeft een licentieovereenkomst getekend methet Oekraïense GreentechHarvest voor de productie van twee typendrones in Born. Dit is het eerste coproductieproject tussen Nederland enOekraïne. We zoeken actief naar volgende projecten waarin de kracht vande Oekraïense en Nederlandse defensie-industrie elkaar kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5628 versterken. Uw Kamer wordt hierover onder andere geïnformeerd via deleveringenbrieven.Over eventuele lopende contracten in het kader van de intensivering vande industriële samenwerking met Oekraïne kan ik in het openbaar geenuitspraken doen. De Staatssecretaris heeft bij de beantwoording van devragen van de leden Piri en Dassen, waar naar u refereert, aangebodenom tijdens een vertrouwelijke technische briefing nader inzicht te geven inde lopende contracten met aan de heer Walraven gelieerde bedrijven ende status daarvan.Vraag 15De rol van het Duits-Nederlandse 1GNC wordt medio dit jaar geformali-seerd als tactisch hoofdkwartier voor de Baltische staten, waarbij 1GNC decommand and control over de NAVO-eenheden in Estland en Letlandoverneemt. Deze leden hechten aan een geloofwaardige afschrikking aande oostflank. Kan de Minister toelichten wat deze formalisering concreetbetekent voor de Nederlandse personele en materiële inzet, de kosten ende duur van het commitment en of dit een uitbreiding van de Nederlandseaanwezigheid of verplichtingen met zich meebrengt?Antwoord vraag 151GNC krijgt binnen de NAVO een rol in de coördinatie en aansturing vanNAVO-activiteiten en bondgenootschappelijke samenwerking in de regio.Nederlandse militairen binnen 1GNC gaan zich nadrukkelijker richten opcommandovoering, planning en coördinatie van NAVO-activiteiten inEstland en Letland. Dat betekent onder meer intensievere samenwerkingmet bondgenoten, deelname aan oefeningen en voorbereiding opcollectieve verdediging aan de oostflank.We doen uit oogpunt van operationele en personele veiligheid geenuitspraken over aantallen. Het aantal Nederlandse militairen dat betrokkenis bij 1GNC als gevolg van de nieuwe rol/taak wijzigt niet ineens signi-ficant, zeker niet op korte termijn.Nederland committeert zich met zowel cash, capabilities en contributionsaan NAVO conform de toegezegde 3,5%. Daarmee investeert Nederlandstructureel meer in Defensie en in de NAVO-verplichtingen die bondge-noten gezamenlijk zijn overeengekomen. Er is geen apart budget voordeze taak aangekondigd. De kosten vallen binnen de bredere versterkingvan de krijgsmacht en de NAVO-capaciteitsdoelstellingen.Vraag 16De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de 1,5%-norm voorbredere veiligheids- en defensiegerelateerde uitgaven voor het eerst isingevuld, op 17,45 miljard euro oftewel 1,4% van het bbp, maar dat nietinzichtelijk wordt gemaakt welke uitgaven daarin precies zijn meege-rekend, anders dan via een algemene omschrijving. Deze leden achten ditonvoldoende navolgbaar voor een serieuze parlementaire controle. Opwelke wijze maakt de Minister voor de Kamer inzichtelijk welke uitgavenexact aan de 1,5%-norm zijn toegerekend? In hoeverre bestaat binnen deNAVO al overeenstemming over welke uitgaven hieronder mogen vallen,hoeveel ruimte hebben lidstaten om dit zelf te bepalen, en wordt deNederlandse invulling door de NAVO getoetst? Is de Minister ten slottebereid het Annual Strategic Level Report, net als in 2024, openbaar met deKamer te delen in plaats van uitsluitend via een vertrouwelijke bijlage?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5629 Antwoord vraag 16Tijdens de NAVO top in Den Haag in 2025 hebben bondgenotenafgesproken dat zij uiterlijk in 2035 niet minder dan 1,5% van het BrutoBinnenlands Product (BPP) uitgeven aan defensie-gerelateerde uitgaven.De 1,5%-uitgaven kunnen besteed worden aan bredere veiligheid- endefensie-gerelateerde maatregelen, bedoeld om de uitvoering van zowelNAVO- als nationale defensieplannen mogelijk te maken. Dit kan gaan ombijvoorbeeld infrastructuur, industriële capaciteiten, weerbaarheid,innovatie en het aanleggen van strategische voorraden.Dit jaar heeft het kabinet voor het eerst een inventarisatie gedaan van deNederlandse uitgaven aan bredere veiligheids- en defensie gerelateerdeuitgaven. Deze inventarisatie telt op tot EUR 17,45 mld. in 2026 en eenpercentage van ruwweg 1,4% van het bbp. Dit hebben wij op 22 mei jl.laten weten aan de NAVO middels de Strategic Level Report.Onder bredere veiligheids- en defensie-gerelateerde uitgaven vallenbestaande uitgaven die bijdragen aan de weerbaarheid van demaatschappij en uitgaven die bijdragen aan de ondersteuning van dekrijgsmacht. Ook zijn uitgaven met zogenaamde dual use toegerekend aandit percentage. Daarmee bedoelen we uitgaven van departementen waarde krijgsmacht van mee kan profiteren. Denk bijvoorbeeld aan hetvoorkomen en beheersen van veiligheidsdreigingen middels diplomatie,coalitievorming en gerichte financiering die bijdraagt aan veiligheid. Dezeinzet is essentieel omdat Nederland voor zijn veiligheid sterk afhankelijk isvan een stabiele, veilige wereld.De uitgaven voor zowel de 3,5% als de 1,5% worden op totaalniveaugerapporteerd en worden op gepaste wijze met de Kamer gedeeld.Omdat dit de eerste keer is valt nog niet met zekerheid te zeggen hoe deNAVO de berekening van Nederland of andere bondgenoten zal appre-ciëren, en of daaruit eventuele aanvullende instructie volgt. Naarverwachting zal de NAVO nog voor de top in Ankara een update over debondgenootschappelijke defensie-uitgaven publiceren, inclusiefvoortgang op de 1,5%. Verdere doorrekening van de 1,5% en de impactvan de voornemens uit het coalitieakkoord zal in het komende jaarplaatsvinden.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de NAVO Defensie Ministeriële bijeenkomst en het verslagvan de eerdere NAVO- en EU-bijeenkomsten. Deze leden hebben hierovernog enkele vragen.De leden van de PVV-fractie onderschrijven het belang van een sterkeNAVO en een sterke Nederlandse krijgsmacht. Zij constateren dat in destukken herhaaldelijk wordt gesproken over het vergroten van de militaireslagkracht, het versneld invullen van NAVO-capaciteitsdoelstellingen enhet versterken van de afschrikking.Vraag 17Kan de Minister aangeven welke drie capaciteiten volgens het kabinetmomenteel de grootste tekortkomingen vormen binnen de Nederlandsekrijgsmacht? Kan de Minister tevens aangeven welke concrete capaci-teiten Nederland vóór 2030 moet hebben toegevoegd om aan deNAVO-doelstellingen te voldoen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56210 Antwoord vraag 17De gespecificeerde informatie aangaande de operationele gereedheid istoegelicht in de vertrouwelijke bijlage van de «Stand van Defensie najaar2025»3. Ook is uw Kamer eerder geïnformeerd over de tweejaarlijkseNATO Defence Capability Review. 4 Hierin bent u geïnformeerd over destand van zaken rond de aan Nederland opgedragen prioritaire doelstel-lingen. De uitkomst van deze review is in het bijzijn van de bondgenotenmet Nederland besproken. Na de bespreking volgt vanuit de interna-tionale staf van NAVO de definitieve versie van het (deels vertrouwelijke)rapport. Een samenvatting van dit rapport wordt zoals gebruikelijkgedeeld met uw Kamer, deze wordt verwacht na het zomerreces.Vraag 18Kan de Minister aangeven welke NAVO-capaciteitsdoelstellingenNederland op dit moment nog niet haalt en welke investeringen nodig zijnom deze tekorten weg te werken?Kan de Minister aangeven in hoeverre Nederland momenteel voldoet aande NAVO-doelstellingen op het gebied van grondgebonden lucht- enraketverdediging, vuursteun, landmanoeuvre-eenheden en logistiekeondersteuning? Op welke onderdelen bestaan de grootste tekorten?Antwoord vraag 18Ja, we zullen een samenvatting van het rapport met uw Kamer delenzodra dit beschikbaar is. Zie ook het antwoord op vraag 17.Vraag 19De leden van de PVV-fractie lezen dat Nederland toewerkt naar 3,5% vanhet bbp aan defensie-uitgaven en 1,5% aan defensie-gerelateerdeuitgaven. Kan de Minister per jaar aangeven hoe het groeipad richting2035 eruitziet? Kan de Minister bevestigen dat de extra middelen primairzullen worden ingezet voor daadwerkelijke versterking van de gevechts-kracht van de krijgsmacht en niet voor extra bureaucratie, beleidsontwik-keling of managementlagen?Antwoord vraag 19Het kabinet zet in op groei van het defensiebudget naar 2,8% van het bbpin 2030 en 3,5% in 2035. De voorziene groei kunt u terugvinden in definanciële tabel van het coalitieakkoord. Uiteraard staan deze investe-ringen ten dienste van het versterken van Defensie. Een eerste beeld vande geplande investeringen kunt u vinden in de voortkomende Defen-sienota. De concreet geplande investeringen worden opgenomen in deOntwerpbegroting 2027.Vraag 20De leden van de PVV-fractie lezen dat Nederland Patriot-munitie uit deeigen voorraad beschikbaar stelt aan Oekraïne. Kan de Minister aangevenhoeveel Patriot-raketten uit de Nederlandse voorraad aan Oekraïneworden geleverd? Welke gevolgen heeft deze levering voor de Neder-landse operationele gereedheid? Binnen welke termijn worden dezevoorraden weer aangevuld? Kan de Minister aangeven welke minimale3Kamerstuk 36 800 X, nr. 82, 20 mei 2026, Stand van Defensie voorjaar 20264Kamerstuk 28 676, nr. 464, 5 augustus 2024, NAVO-rapport Defence Planning Capability Reviewover 2023 en 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56211 voorraad Patriot-munitie Defensie noodzakelijk acht voor de verdedigingvan Nederland en het NAVO-grondgebied? Kan de Minister aangeven ofde levering van Patriot-munitie aan Oekraïne gevolgen heeft voor hetvermogen van Nederland om te voldoen aan de NAVO-doelstellingenvoor geïntegreerde lucht- en raketverdediging?Antwoord vraag 20Vanwege de operationele veiligheid communiceert Defensie niet overspecifieke aantallen. Over de aanvulling inzetvoorraad munitie wordtjaarlijks gecommuniceerd in Defensie Projecten Overzicht (DPO) middelseen vertrouwelijke bijlage. Uw Kamer wordt periodiek geïnformeerd overde stand van zaken omtrent militaire leveringen aan Oekraïne, waarvanmeest recentelijk op 27 februari jl. (Kamerstuk 22 054, nr. 479).Vraag 21De leden van de PVV-fractie onderschrijven het belang van een sterkeNederlandse defensie-industrie. De oorlog in Oekraïne laat zien datmilitaire slagkracht niet alleen wordt bepaald door wapensystemen, maarook door productiecapaciteit en de snelheid van levering. Kan de Ministeraangeven welk percentage van de Nederlandse defensiebegrotingmomenteel terechtkomt bij Nederlandse bedrijven? Hoe heeft ditpercentage zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?Kan de Minister aangeven welk deel van de extra defensie-uitgaven naarverwachting in Nederland wordt besteed? Hoe voorkomt het kabinet datNederlandse bedrijven worden verdrongen door grotere buitenlandsedefensieconcerns bij gezamenlijke aanbestedingen?Antwoord vraag 21Nederland onderstreept het belang van eigen productiecapaciteit eninvesteert hierin. Tegelijkertijd kan niet alles in Nederland wordengeproduceerd en worden er ook internationale contracten afgesloten. Inde rapportage Stand van Defensie voorjaar 2026 is uw Kamer geïnfor-meerd over de directe Nederlandse contractering met de eigen industrievan 2022 t/m 2025 (Kamerstuk 36 800-X-82 van 20 mei 2026). Desbetref-fende percentages en bijdragen zijn onderstaand weergegeven.2022: 50,62%; 2,32 mld. euro2023: 59,70%; 5,45 mld. euro2024: 21,42%; 4,06 mld. euro2025: 36,8%; 6,53 mld. euroVoor toekomstige defensie-uitgaven heeft het kabinet nieuwe doelengesteld voor inkoop bij de Nederlandse industrie en Europese industrie.Nederland streeft ernaar om minimaal vijftig procent van de additioneleuitgaven te realiseren bij Nederlandse en Europese ondernemers. Bijgezamenlijke aanschaf van materieel houdt Defensie oog voor betrok-kenheid van de Nederlandse defensie-industrie voor desbetreffendeproductieketens.Vraag 22Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om meer Nederlandsemkb-bedrijven bij defensieopdrachten te betrekken? Is de Minister bereidin gesprek te gaan met de producent van Patriot-systemen en Patriot-raketten om te onderzoeken of (delen van) de productie, assemblage, hetonderhoud of de modernisering van Patriot-capaciteiten in Nederlandkunnen plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56212 Antwoord vraag 22Defensie wil gebruik maken van de kracht van Nederlandse ondernemersom op te schalen. Er zijn bijvoorbeeld veel high-tech MKB-bedrijven diekunnen bijdragen aan innovatie en materieelverwerving. Via onsregionaal regieorgaan ODIN en de MINDbases heeft Defensie regionaalzicht en werkt samen met (MKB-)bedrijven die zo worden betrokken bijinnovatieprojecten en ecosystemen. Ondernemers die willen samen-werken met Defensie kunnen ons in de toekomst benaderen via eenonline loket. Via dit loket krijgen ondernemers informatie om te reagerenop behoeftes van Defensie. Daarnaast kunnen zij reageren op reguliereuitvragen via TenderNed. Ook zet Defensie in op vraagbundeling enmaterieel- en industriesamenwerking, waarbij innovatieve bedrijven beterworden opgenomen in Nederlandse en Europese defensieleveringsketens.Hiermee versterken we productiecapaciteit, versnellen we innovatie encreëren we meer ruimte voor Nederlandse bedrijven om bij te dragen aande gereedheid van de krijgsmacht.Het kabinet ziet toename van productie in Europa en Nederland alsnoodzakelijk, ook op gebied van luchtverdediging. Op dit moment is erechter geen alternatief voor Patriot-capaciteiten voorhanden. Samen-werking met partners buiten Europa blijft nodig, op meerdere terreinen,waaronder ook luchtverdediging. Om deze afhankelijkheid op termijn af tebouwen werkt defensie aan het vergroten van coproductie en licentiepro-ductie met leveranciers buiten Europa als tussenstap tot meer strate-gische autonomie.Vraag 23De leden van de PVV-fractie lezen dat Nederland pleit voor verdereintegratie van de Europese defensiemarkt, gezamenlijke aanbestedingenen een grotere rol voor de Europese Investeringsbank.Kan de Minister aangeven welke bevoegdheden hierdoor feitelijkverschuiven van nationale overheden naar Europese instellingen? Hoewordt gewaarborgd dat Nederland zelfstandig kan blijven bepalen welkmaterieel wordt aangeschaft en bij welke leveranciers? Kan de Ministergaranderen dat gezamenlijke Europese aanbestedingen er niet toe leidendat Nederland minder vrijheid krijgt om zelfstandig materieel aan teschaffen bij leveranciers van eigen keuze?Antwoord vraag 23In lijn met het coalitieakkoord verkent het kabinet samen metNAVO-partners binnen en buiten de Europese Unie de mogelijkheid voorhet oprichten van een intergouvernementeel defensiemechanisme(Multilateraal Defensiemechanisme, MDM) voor de financiering vangezamenlijke defensieprojecten.5 Nederland zet er daarbij op in dat hetMDM een financieringsinstrument wordt en geen bestaande inkooporga-nisaties dupliceert, zoals het NATO Support and Procurement Agency(NSPA).Defensie wil voor gezamenlijke aankopen daarnaast intensiever gebruik-maken van bestaande internationale samenwerkingsorganisaties, zoalshet NSPA, het Europees Defensie Agentschap (EDA) en op termijnOrganisation Conjointe de Coopération en matière d’Armement (OCCAR),zodra Nederland is toegetreden. Nederland heeft zich nog niet gecommit-teerd aan deelname of financiering van een MDM.5Verslag Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 maart 2026 (Kamerstuk 21 501–07, nr. 2176)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56213 Nederland is voorstander van meer gezamenlijke Europese aanbeste-dingen maar het staat Nederland altijd vrij om op basis van eigenbesluitvorming een andere keuze te maken.Vraag 24De leden van de PVV-fractie hechten eraan dat de NAVO het fundamentblijft van de collectieve verdediging van Europa. Kan de Ministerbevestigen dat verdere Europese defensiesamenwerking nooit mag leidentot een situatie waarin de NAVO wordt vervangen, gedupliceerd ofondergeschikt gemaakt aan EU-structuren?Antwoord vraag 24De NAVO is en blijft de hoeksteen van onze collectieve verdediging. Geletop de internationale ontwikkelingen wordt daarbij meer gevraagd vanEuropa. Het kabinet zet erop in dat Europa binnen de NAVO een grotereverantwoordelijkheid neemt. De EU speelt daarin een belangrijkeondersteunende rol, onder meer op het gebied van financiering, regel-geving en samenwerking, alsook industrie. Van enige vervanging van,duplicatie van of ondergeschiktheid aan de NAVO is geen sprake.Vraag 25De leden van de PVV-fractie lezen dat het Duits-Nederlandse Legerkorpseen grotere rol krijgt aan de NAVO-oostflank. Kan de Minister aangevenwelke extra personele en financiële gevolgen deze uitbreiding heeft voorNederland? Welke Nederlandse eenheden vallen in de praktijk onder denieuwe commandostructuur? In hoeverre heeft deze nieuwe taakgevolgen voor de inzetbaarheid van Nederlandse eenheden voornationale taken en andere NAVO-verplichtingen?Antwoord vraag 25De veiligheid van Nederland is onlosmakelijk verbonden met die van deNAVO-bondgenoten. Door gezamenlijk te investeren in collectieveverdediging wordt de veiligheid van het gehele bondgenootschapversterkt, inclusief die van Nederland. Het 1GNC, het Duits-NederlandseLegerkorps, is hiervan een concreet voorbeeld.Zie verder het antwoord op vraag 15.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de bijeenkomst van de NAVO-Ministersvan Defensie op 18 juni 2026. Deze leden steunen de inzet om deafschrikking en verdediging van de NAVO te versterken, de steun aanOekraïne voort te zetten en de Europese pijler binnen de NAVO teversterken. Zij hebben hierover nog enkele vragen.Vraag 26De leden van de CDA-fractie lezen dat tijdens de Defence MinistersMeeting (DMM) wordt gesproken over nieuwe militaire plannen voorIntegrated Air and Missile Defense. Zij begrijpen dat hierover niet allesopenbaar kan worden gedeeld. Toch vragen zij de Minister om, waarmogelijk, de Kamer inzicht te geven in de Nederlandse inzet. Welketekorten ziet de NAVO op dit moment op het terrein van lucht- enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56214 raketverdediging? Welke gevolgen heeft dit voor Nederland? En welkeNederlandse capaciteiten zijn hierbij het meest relevant?Antwoord vraag 26Bij de afweging van de keuze voor een aanvullende capaciteiten wordt deproducent inclusief de Europese/Nederlandse productiezekerheidbeoordeeld. Daarbij zal ten alle tijden worden afgewogen of de keuze onzemensen voorziet van het beste meest capabele materieel. Daarnaast isDefensie nauw betrokken bij Europese en NAVO initiatieven voor IAMD enonderzoekt het de mogelijkheden voor alternatieve, in veel gevallenEuropese of in Europa geproduceerde, effectoren voor de door Defensiegevoerde wapensystemen.Tijdens de DMM zal inderdaad gesproken worden over nieuwe militaireplannen voor Integrated Air and Missile Defense (IAMD). Vanwege deoperationele vertrouwelijkheid kan ik de Kamer hier echter niet overinformeren.Vraag 27De leden van de CDA-fractie steunen een eerlijkere lastenverdeling binnende NAVO. Deze leden lezen dat Nederland in 2026 volgens de nationaleberekenwijze uitkomt op 2,01% exclusief steun aan Oekraïne en 2,26%inclusief steun aan Oekraïne. Zij vragen hoe dit zich verhoudt tot deNAVO-berekeningswijze, waarbij Nederland al op 2,59% bbp zit. Kan deMinister de Kamer een helder overzicht geven van beide rekenwijzen,zodat duidelijk is waar Nederland echt staat?Antwoord vraag 27De NAVO en nationale berekening verschillen van elkaar in dat de NAVOde defensie-uitgaven en het bbp terugrekent naar een specifiek prijspeilom te corrigeren voor inflatie, en verschillende deflatoren hanteert voordefensie-uitgaven en het bbp. Ook gebruikt de NAVO bbp cijfers van hetOESO, waar voor Nederland CPB-ramingen leidend zijn. Op deze maniermaakt de NAVO de verschillende nationale cijfers internationaal verge-lijkbaar. Voor het opstellen van de begroting is de Nederlandse bereke-ningswijze leidend. Internationaal is de NAVO-berekeningswijze leidend.Voor meer uitgebreide toelichting verwijs ik u naar de GeannoteerdeAgenda van de NAVO-top van 24 en 25 juni 2025.6Vraag 28Volgens onderzoek dat onder coördinatie van het Ministerie van Justitieen Veiligheid is uitgevoerd, kan nu al 17,45 miljard euro, ofwel 1,4% bbp,worden toegerekend aan de bredere veiligheids- en defensiegerelateerdeuitgaven die uiterlijk in 2035 1,5% van het bbp moeten bedragen. De ledenvan de CDA-fractie vragen over welk jaar dit bedrag van 17,45 miljardeuro berekend is. Daarnaast vragen deze leden welk bedrag dat jaar extratoegerekend zou moeten worden om wel te kunnen voldoen aan de1,5%-norm. Als alle voornemens uit het coalitieakkoord worden uitge-voerd, op welk percentage komt Nederland dan in 2030 uit? De leden vande CDA-fractie vragen verder hoe de NAVO er zorg voor draagt dat de1,5% in alle NAVO-landen op dezelfde wijze berekend wordt.6Bijlage 2025D27847 bij Kamerstuk 28 676, nr. 519Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56215 Antwoord vraag 28Zie antwoord vraag 16.Vraag 29Oekraïne laat elke dag zien dat wat betreft materieel niet alleenhoogwaardige technologie telt, maar ook massa, voorraden en snelleproductie. Zonder voldoende munitie, onderdelen, drones en luchtverde-diging houdt geen krijgsmacht het lang vol. De leden van de CDA-fractiesteunen daarom de inzet op gezamenlijke inkoop, grotere productievo-lumes en meer leveringszekerheid. Zij vragen wel hoe dit concreet wordtgemaakt. Welke capaciteiten wil Nederland binnen NAVO- en EU-verbandgezamenlijk inkopen? Welke rol is daarbij voorzien voor Nederlandsebedrijven?Antwoord vraag 29Nederland maakt afspraken met internationale partners om de Neder-landse en Europese strategische autonomie te vergroten en streeft daarbijnaar minstens 40% gezamenlijke aanschaf. Uw Kamer wordt voor hetzomerreces met de Defensienota geïnformeerd over de capaciteitenwaarin Defensie de komende jaren zal investeren en mogelijk gezamenlijkmet partners zal aanschaffen in EU- en NAVO-verband. Het kabinet zet zichactief in voor positionering van Nederlandse Defensie- en Veiligheidgere-lateerde Technologische Industriële Basis (NLDTIB) in internationale enEuropese ontwikkel- en aanschaftrajecten.Het kabinet is voornemens zich aan te sluiten bij OCCAR, een samenwer-kingsverband van nu nog zes Europese landen. Toetreding tot OCCARdraagt bij aan het versterken van de Europese defensiesamenwerking, wateen belangrijke ambitie is van dit kabinet. Bovendien biedt het deNederlandse defensie-industrie kansen op interessante orders.Vraag 30De leden van de CDA-fractie vragen de Minister om expliciet in te gaan opmunitieproductie. Wat is de stand van zaken van de inzet om in Nederlandof samen met buurlanden meer munitie te produceren? Welke belemme-ringen zitten hierbij nog in de weg: vergunningen, financiering, grond-stoffen, personeel of langjarige afnamegaranties?Antwoord vraag 30Defensie streeft ernaar binnen drie jaar een munitieproductielijn voordrones te realiseren, conform motie Nanninga (Kamerstuk 36 800-X-46).Defensie werkt daarnaast via coproductie aan de opbouw van kapitalemunitie, bijvoorbeeld via een initiatief samen met Duitsland. De onder-handelingen hiervoor lopen op dit moment nog. Het is in deze fase nogniet met zekerheid te zeggen welke factoren eventueel een belemmeringkunnen gaan vormen.Vraag 31De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland internationale partnerszal aansporen om financieel bij te blijven dragen aan het PURL-initiatief.Nederland heeft in totaal € 750 miljoen toegezegd. Kan de Ministeraangeven welke resultaten daarmee tot nu toe zijn bereikt? Welk materieelis hierdoor geleverd of besteld? En welke Oekraïense noden blijven op ditmoment het meest dringend? De leden van de CDA-fractie vragen hoe deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56216 Minister de balans maakt tussen steun aan Oekraïne en de gereedheid vande Nederlandse krijgsmacht.Antwoord vraag 31De PURL-pakketten worden samengesteld op basis van de Oekraïensebehoeften en bevatten uniek Amerikaans materieel waar een kritiekebehoefte aan is in Oekraïne. Dit bestaan in algemene zin uit luchtafweer-systemen en bijbehorende munitie (inclusief munitie die uitsluitend doorde VS wordt geproduceerd, waaronder Patriot-raketten), artilleriemunitie,gevechtsvoertuigen, reserveonderdelen en andere cruciale middelenwaarmee Oekraïne zich kan blijven verdedigen tegen de Russischeagressie. Oekraïne heeft met name behoefte aan additionele luchtverdedi-gingsmiddelen. Materieel uit PURL-pakketten is geen onderdeel van deNederlandse voorraden en heeft niet direct een impact op de gereedheidvan de Nederlandse krijgsmacht. In het geval van leveringen uit eigenvoorraden wordt continu rekening gehouden met de impact op de eigengereedheid.Vraag 32De leden van de CDA-fractie steunen intensievere defensie-industriëlesamenwerking met Oekraïne. Kan de Minister concreet maken welkeprojecten met Oekraïne lopen of in voorbereiding zijn? Gaat het daarbijom drones, munitie, luchtverdediging, reparatiecapaciteit of gezamenlijkeproductie? En hoe wordt de Nederlandse industrie hierbij betrokken?Ook vragen de leden van de CDA-fractie of de Minister in NAVO-verbandzal pleiten voor meerjarige steunpakketten. Oekraïne heeft immersvoorspelbaarheid nodig, en langjarig commitment geeft ook een signaalaf richting Rusland.Antwoord vraag 32Het kabinet zet in op het versterken van de industriesamenwerking metOekraïne. Nederland neemt actief deel aan het initiatief Build WithUkraine, waarmee coproductie met Oekraïense bedrijven in Nederlandmogelijk gemaakt wordt. Dit creëert een win-win situatie: de productieca-paciteit van bewezen effectieve systemen voor Oekraïne wordt vergroot,de Nederlandse industrie wordt opgeschaald en we krijgen toegang totinnovaties van het slagveld. Zo heeft VDL heeft een licentieovereenkomstgetekend met het Oekraïense GreentechHarvest voor de productie vantwee typen drones. Dit is het eerste coproductieproject tussen Nederlanden Oekraïne. We zoeken actief naar volgende projecten waarin de krachtvan de Oekraïense en Nederlandse defensie-industrie elkaar kunnenversterken, bijvoorbeeld op het gebied van onbemenste systemen. In dezefase kan er echter geen uitspraak gedaan worden over projecten invoorbereiding met het oog op commerciële vertrouwelijkheid enoperationele veiligheid. Nederland is voorstander van voorspelbare,meerjarige steun aan Oekraïne en spreekt zich daar ook in internationaalverband voor uit.Vraag 33De leden van de CDA-fractie steunen de nieuwe rol van het 1st German/Netherlands Corps (1GNC). Het is goed dat Nederland en Duitsland samenverantwoordelijkheid nemen voor de verdediging van de oostflank. Ditpast bij een sterker Europa binnen de NAVO. Deze leden lezen dat 1GNCeen aansturende rol krijgt bij de verdediging aan de oostflank en bijoefenactiviteiten in vredestijd, crisis en oorlog. Zij vragen welke gevolgendit heeft voor Nederlandse eenheden, personeel, gereedheid en oefenbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56217 lasting. Heeft 1GNC voldoende capaciteit om deze nieuwe taak goed uit tevoeren?Antwoord vraag 33Voor uitzendingen en oefeningen met strategisch effect beoordeeltDefensie vooraf, samen met NAVO-bondgenoten, of voldoende capaciteit,personeel en middelen beschikbaar zijn om de opdracht verantwoord enduurzaam uit te voeren. Daarbij wordt ook gekeken naar rotatie, logistiekeondersteuning en eventuele overname door opvolgende eenheden. Deinzet van 1GNC staat bovendien niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uitvan de bredere collectieve verdediging van de NAVO. De kracht van deNAVO zit juist in de gezamenlijke capaciteiten van bondgenoten. Doorsamen de oostflank te versterken, vergroten bondgenoten gezamenlijk deafschrikking en verdediging van het NAVO-grondgebied. Ook investerenEuropese NAVO-landen, waaronder Nederland, fors in hun defensiecapa-citeiten en leveren een belangrijke bijdrage aan die collectieve verde-diging. Over exacte aantallen personeel, beschikbaar materieel of(gevolgen voor) operationele gereedheidsniveaus worden vanuitoperationele veiligheid geen uitspraken worden gedaan.Vraag 34De leden van de CDA-fractie steunen de inzet van Nederlandse Patriots terbeveiliging van het logistieke centrum van NSATU in Polen. Debescherming van deze logistieke schakel is direct verbonden met de steunaan Oekraïne en met de verdediging van NAVO-grondgebied. Deze ledenlezen dat de Patriot-inzet met maximaal zes maanden wordt verlengd,terwijl NASAMS en anti-dronesystemen worden teruggehaald naarNederland. Kan de Minister toelichten waarom juist deze keuze is gemaakten niet een verlenging van alle capaciteiten?Antwoord vraag 34Voorop staat dat de logistieke hub in Polen die dient als doorvoerlocatievoor materieel dat wordt geleverd aan Oekraïne wordt beschermd. Daardraagt Nederland direct aan bij met de verlening van de NederlandsePatriot-inzet. Daarnaast biedt het in september gelanceerde EasternSentry van de NAVO bescherming aan de oostflank van hetNAVO-verdragsgebied. Verschillende NAVO-bondgenoten dragen hieraanbij, bijvoorbeeld met jachtvliegtuigen. Nederland heeft hier vanseptember 2025 tot december 2025 ook aan bijgedragen met F-35’s.Vraag 35De beslisnota noemt geraamde uitgaven van circa € 19 miljoen voor deverlenging van de Patriot-inzet. Kan de Minister uitsplitsen waar dezekosten uit bestaan? En is er ruimte binnen artikel 1 Inzet van de Defensie-begroting als de inzet opnieuw zou worden verlengd?Antwoord vraag 35Planmatig is de maximale financiële omvang van artikel 1 – Inzet bereikten ook beleidsmatig wordt momenteel geen verlenging voorzien. Omoperationele redenen kan over de specifieke kosten verbonden aan dezeinzet geen uitspraak worden gedaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56218 Vraag 36De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het Nederlandse non-paper over een Europese interne markt voordefensie. Deze leden hebben hier enkele vragen bij.De leden lezen dat Nederland wil dat bij Europese defensieprogramma’sdeelname van het mkb, startups en scale-ups wordt gestimuleerd. Hoe wilde Minister dit afdwingen? Worden er harde voorwaarden gesteld aandeelname van kleinere bedrijven? En hoe wordt voorkomen dat kleinerebedrijven alleen als onderaannemer worden gebruikt, zonder echtetoegang tot kennis, opdrachten en groei? Deze leden vragen ook aandachtvoor de administratieve lasten. Kleine bedrijven hebben vaak niet decapaciteit om door lange Europese procedures te komen. Kan de Ministeraangeven welke regels als eerste moeten worden geschrapt ofversimpeld?Antwoord vraag 36Op 1 juli zal de Europese Commissie een communicatie over de internemarkt voor defensie publiceren. Het non-paper vormt onder andere deinzet van Nederland in reactie op de voorstellen van de Commissie op1 juli, maar we kunnen nog niet vooruitlopen op de inhoud van dezevoorstellen. Het kabinet hecht waarde aan het versimpelen van regel-geving voor bedrijven en aan een verlaging van administratieve lasten.Het Defensie Omnibus-pakket is hier ook een onderdeel van. Binnen deEuropese Raad wordt er toegewerkt naar een compromisvoorstel. Hetkabinet hoopt uw Kamer daar deze zomer verder over te kunneninformeren.Voorstellen als AGILE worden positief geapprecieerd door het kabinet. Inde positionering van Nederland in deze programma’s vraagt het kabinet inBrussel bij onderhandelingen continue om deelname van het mkb teversimpelen, als ook prikkels in het programma om grensoverschrijdendesamenwerkingen te stimuleren. Het stellen van harde voorwaarden is nietaltijd mogelijk, ook omdat het soms niet past binnen programma’s alsAGILE, waar deelname is gericht op enkele entiteiten, en niet entiteiten ineen consortium.Ook wanneer mkb’s actief zijn als onderaannemer kan dit leiden totlangdurige grensoverschrijdende samenwerkingen tussen Nederlandsebedrijven en Europese partners. Het is belangrijk dat onderaannemers indeze consortia onderdeel vormen van opschalingstrajecten voor kennis eninnovatie. Programma’s als het Europees Defensie Fonds (EDF) kunnen ditook stimuleren.Vraag 37De leden van de CDA-fractie steunen de inzet om NAVO-standaardensystematisch te gebruiken in Europese defensieprogramma’s. Kan deMinister aangeven of er nu Europese programma’s zijn waarNAVO-standaarden onvoldoende leidend zijn? Deze leden vragen ook ofNederland in EU-verband gaat pleiten voor het principe dat er geenEuropees defensiegeld besteed mag worden als er geen sprake is vanNAVO-interoperabiliteit. Zo nee, waarom niet?De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland verdere convergentievan Europees wapenexportbeleid wil, om een gelijk speelveld te creëren.Deze leden vragen in dit verband wat de stand van zaken is van deafspraak uit het coalitieakkoord om toe te treden tot het Verdrag van Aken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56219 Antwoord vraag 37Nederland streeft in de verschillende Europese defensieprojecten naar hetcreëren van standaardisatie en interoperabiliteit. In het kader vanEU-NAVO samenwerking, is het streven om voor beide organisatiesdezelfde standaarden te gebruiken. Indien NAVO-standaarden albeschikbaar zijn, dan is het Nederlandse standpunt om die alsuitgangspunt te nemen. Echter, als er bepaalde operationele of anderebelangen zijn, dan kan we hiervan worden afgeweken.Nederland zal in 2030 toetreden tot het Verdrag van Aken inzake wapenex-portcontrole. Het Verdrag bevordert defensiesamenwerking, specifiek deEuropese ontwikkeling en productie van defensiecapaciteiten, tussen deverdragspartijen. Nederland is in overleg met partners over toetreding.Vraag 38De leden van de CDA-fractie steunen de aandacht voor hergebruik,reparatie, revisie en herproductie. Kan de Minister aangeven welkeconcrete kansen er zijn voor Nederland op het gebied van onderhoud,revisie en hergebruik van defensiematerieel? Wordt daarbij ook gekekennaar regionale hubs in Nederland of met buurlanden?Antwoord vraag 38Het kabinet zet in op versterking en opschaling van industrie en innovatie,onder meer door Nederlandse bedrijven vroeg te betrekken bij deontwikkeling en aanschaf van materieel en ze op te nemen in grensover-schrijdende leveranciersketens. Hiermee worden bedrijven en kennisin-stellingen beter gepositioneerd voor activiteiten in de gehele levenscyclusvan het materieel.Voor het onderhoud van het defensiematerieel werkt Defensie intensiefsamen met het bedrijfsleven en internationale partners en neemt dezesamenwerking mee bij de uitwerking van opschaling van de krijgsmacht.Zo heeft Defensie bijvoorbeeld een samenwerkingsverband met Scaniawaarbij preventieve onderhoudsbeurten aan de Gryphus grotendeels doorde industrie worden gedaan, wordt het onderhoud voor de mijnenbestrij-dingsvaartuigen in België uitgevoerd en verloopt het onderhoud en hetuitvoeren van de Midlife Update (MLU) voor de Multi Role TankerTransport (MRTT)-vliegtuigen via de NATO Supply and ProcurementAgency (NSPA).Defensie kijkt bij de afstoting van materieel maximaal naar mogelijkhedenop het gebied van hergebruik, bijvoorbeeld door schenking aan Oekraïne,verkoop aan andere landen of inruil. Alleen als dat niet kan wordt hetmaterieel ontmanteld. Bij afstoting wordt bekeken welke kritieke strate-gische grondstoffen in het materieel zitten.Vraag 39De leden van de CDA-fractie steunen de inzet om de toegang tot finan-ciering voor de defensie-industrie te verbeteren. Deze leden lezen onderandere dat Nederland pleit voor verbreding van het mandaat van deEuropese Investeringsbank naar kernactiviteiten op defensiegebied,zolang dit de AAA-rating en markttoegang van de bank niet schaadt. Kande Minister aangeven in hoeverre zij hiervoor steun verwacht vanlidstaten? Deze leden vragen ook hoe Nederland zelf het goede voorbeeldgeeft. Welke Nederlandse publieke of publiek-private financieringsinstru-menten zijn beschikbaar voor defensiebedrijven? En sluiten dezevoldoende aan bij de snelle groei die nu nodig is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56220 Antwoord vraag 39In januari 2025 hebben 18 landen, waaronder Nederland, een brief aan deEuropese Investeringsbank (EIB) gestuurd waarin de EIB werdopgeroepen om meer te doen op het gebied van veiligheid en defensie. Inde brief werd de EIB onder andere opgeroepen om de lijst met uitslui-tingsgronden te beperken, mits de markttoegang en AAA-rating van deEIB hierdoor niet wordt geschaad.7 Uw Kamer zal middels het verslag vande Eurogroep/Ecofinraad van juni 2026 worden geïnformeerd overeventuele vervolgstappen van de EIB ten aanzien van defensiefinan-ciering.Defensie is daarbij van mening dat Nederland ook zelf het goedevoorbeeld moet geven voor wat betreft zijn eigen publiek-privatefinancieringsinstrumenten. Zoals aangegeven in de Kamerbrief financie-ringsknelpunten defensie-industrie, oplossingen en actielijnen van12 maart 20258, zijn er vanuit wettelijke mandaten weinig beperkingen tenaanzien van het financieren van de defensie-industrie voor de uitvoerdersvan publieke financieringsinstrumenten. Wel is het belangrijk om dezeregelingen meer bekendheid te geven en explicieter open te stellen voorbedrijven in de defensie-industrie. Defensie heeft daartoe de afgelopenmaanden samen met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaatsuccesvol op ingezet. Zo zijn er met de Rijksdienst voor OndernemendNederland speciale defensie-rondes opgezet binnen het ThematischeTechnologie Transfer programma en de SEED-regeling.9 Daarnaast heeftDefensie in samenwerking met de Regionale Ontwikkelmaatschappijen detoegang tot kapitaal voor innovatieve bedrijven in de defensie-industrieverbeterd middels de oprichting van het SecFund. Defensie verkentmomenteel de mogelijkheden om de financiering van met name de latereinnovatiefasen en verdere opschaling van de productiecapaciteit testimuleren. Als onderdeel van de Economische Beleidsanalyse defensie-industrie wordt tot slot verkend of het wenselijk is om dit instrumentariumverder uit te breiden of beter te benutten gelet op de benodigde snellegroei van de defensie-industrieVragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de bijeenkomst van de NAVO-Ministers van Defensie van18 juni 2026. Deze leden onderschrijven het belang van een sterke NAVO,een geloofwaardige afschrikking en een eerlijkere lastenverdeling binnenhet bondgenootschap.Vraag 40Deze leden lezen dat de bijeenkomst in het teken staat van de voorbe-reiding op de NAVO-top in Ankara, waaronder versterking vanafschrikking en verdediging, verhoging van defensie-uitgaven, dedefensie-industrie en steun aan Oekraïne. Kan de Minister aangevenwelke concrete inzet Nederland heeft richting de top in Ankara en welkeresultaten het kabinet daar minimaal wil bereiken?7Brief aan Europese Investeringsbank (EIB) | Rijksoverheid.nl8https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/03/12/kamerbrief-financieringsknelpunten-defensie-industrie-oplossingen-en-actielijnen9De Seed-regeling is een initiatief van de Nederlandse overheid dat gericht is op het onder-steunen van innovatieve start-ups.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56221 Antwoord vraag 40Over de kabinetsinzet richting de top in Ankara wordt u geïnformeerdmiddels de gebruikelijke geannoteerde agenda.Vraag 41De leden van de BBB-fractie lezen dat Nederland via het Annual StrategicLevel Report aan de NAVO heeft gerapporteerd over defensie-uitgaven,capaciteitsontwikkeling en deelname aan missies en operaties. De Kamerontving hierover slechts een vertrouwelijke bijlage. Deze leden begrijpendat niet alles openbaar kan zijn, maar vinden het wel belangrijk dat deKamer en de samenleving kunnen volgen waar Nederland staat bij deinvulling van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen. Kan de Minister inopenbare vorm aangeven op welke hoofdterreinen Nederland voortgangboekt, waar de grootste tekorten zitten en welke capaciteiten de komendejaren de meeste aandacht vragen?Antwoord vraag 41De gespecificeerde informatie aangaande de operationele gereedheid istoegelicht in de vertrouwelijke bijlage van de «Stand van Defensie najaar2025»10. Ook is uw Kamer eerder geïnformeerd over de tweejaarlijkseNATO Defence Capability Review. 11 Hierin bent u geïnformeerd over destand van zaken rond de aan Nederland opgedragen prioritaire doelstel-lingen. De uitkomst van deze review is in het bijzijn van de bondgenotenmet Nederland besproken. Na de bespreking volgt vanuit de interna-tionale staf van NAVO de definitieve versie van het (deels vertrouwelijke)rapport. Een samenvatting van dit rapport wordt zoals gebruikelijkgedeeld met uw Kamer, deze wordt verwacht na het zomerreces.Vraag 42De leden van de BBB-fractie lezen dat de bondgenoten spreken oververhoging van defensie- en defensie-gerelateerde uitgaven naar 5% vanhet bbp in 2035, waarvan 3,5% voor defensie-uitgaven en 1,5% voorbredere veiligheids- en defensie-gerelateerde uitgaven. Nederland komtvolgens de nationale berekenwijze in 2026 uit op 2,01% exclusief steunaan Oekraïne en 2,26% inclusief steun aan Oekraïne. Voor de bredere1,5%-norm komt Nederland volgens de eigen inventarisatie uit op 17,45miljard euro, oftewel 1,4%. Deze leden vragen hoe de Kamer inzicht krijgtin de precieze uitgaven die onder deze 1,5% worden geschaard. Welkeuitgaven zijn meegeteld, welke niet, en hoe voorkomt het kabinet dat dezenorm een boekhoudkundige exercitie wordt in plaats van een echteversterking van de weerbaarheid en ondersteuning van de krijgsmacht?Antwoord vraag 42Zie het antwoord op vraag 16.Vraag 43De leden van de BBB-fractie lezen dat het kabinet de 3,5%-norm wettelijkwil vastleggen. Kan de Minister aangeven wanneer de Kamer het voorsteltot aanpassing van de Wet financiële defensieverplichtingen kanverwachten? Wordt daarin alleen het einddoel voor 2035 vastgelegd, of10Kamerstuk 36 800 X, nr. 82, 20 mei 2026, Stand van Defensie voorjaar 202611Kamerstuk 28 676, nr. 464, 5 augustus 2024, NAVO-rapport Defence Planning CapabilityReview over 2023 en 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56222 ook een concreet groeipad met tussendoelen, zodat de krijgsmacht en dedefensie-industrie langjarige zekerheid krijgen? Deze leden vragen daarbijook hoe wordt voorkomen dat andere landen achterblijven terwijlNederland wel snel stappen zet. Welke bondgenoten hebben inmiddelseen geloofwaardig groeipad richting 3,5% en welke landen blijven achter?Antwoord vraag 43Op dit moment bereidt Defensie de wijziging van de Wet financiëledefensieverplichtingen voor. De aanbieding voor internetconsultatie wordtvoorzien na de zomer. Het wetsvoorstel wordt na de reguliere stappen(o.a. advisering Raad van State) zo snel mogelijk aan uw Kamer aange-boden. Conform het coalitieakkoord wordt de 3,5% van het bbp aandefensie-uitgaven vanaf 2035 wettelijk verankerd. In de memorie vantoelichting wordt – net als in het coalitieakkoord – het belang van eenstabiele groei benadrukt, maar er worden geen tussendoelen wettelijkvastgelegd. Door het wettelijk vastleggen van de 3,5%-norm en hetbenadrukken van een stabiele groei wordt aan de krijgsmacht en dedefensie-industrie langjarige zekerheid gegeven. Nederland ziet deurgentie in het versterken van de bondgenootschappelijke afschrikking enverdediging en kiest daarom om proactief stappen te zetten. Van onzebondgenoten kan verwacht worden dat zij ook hun eerlijke deel van delasten oppakken. Waar aanwijzingen bestaan dat dit niet gebeurt, zalNederland de betrokken bondgenoten daarop aanspreken.Vraag 44De leden van de BBB-fractie lezen dat tijdens de DMM ook wordtgesproken over nieuwe militaire plannen voor Integrated Air and MissileDefense. Deze leden begrijpen dat operationele details niet openbaarkunnen worden gedeeld. Tegelijkertijd is lucht- en raketverdediging éénvan de meest urgente capaciteitsvragen voor Europa en Nederland. Kande Minister, desnoods op hoofdlijnen, aangeven wat de Nederlandse inzetis bij deze plannen en hoe de uitkomsten zich verhouden tot de Neder-landse behoefte aan Patriot, NASAMS, anti-dronecapaciteit enmunitievoorraden?Antwoord vraag 44Bij de afweging van de keuze voor een aanvullende capaciteiten wordt deproducent inclusief de Europese/Nederlandse productiezekerheidbeoordeeld. Daarbij zal ten alle tijden worden afgewogen of de keuze onzemensen voorziet van het beste meest capabele materieel. Daarnaast isDefensie nauw betrokken bij Europese en NAVO initiatieven voor IAMD enonderzoekt het de mogelijkheden voor alternatieve, in veel gevallenEuropese of in Europa geproduceerde, effectoren voor de door Defensiegevoerde wapensystemen.Vraag 45De leden van de BBB-fractie lezen dat Nederland de steun aan Oekraïneonverminderd wil voortzetten en dat Nederland partners zal aansporenfinancieel bij te dragen aan het PURL-initiatief. Deze leden steunen hetbelang van Oekraïense zelfverdediging, maar vragen blijvende aandachtvoor de balans tussen acute steun aan Oekraïne en de eigen gereedheidvan de Nederlandse krijgsmacht. Zeker bij schaarse middelen zoalsPatriot-munitie is die afweging scherp. Kan de Minister aangeven hoeurgent het tekort aan luchtverdediging voor Oekraïne op dit moment is,welke bijdrage Nederland nog realistisch kan leveren en hoe wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56223 voorkomen dat Nederlandse voorraden en operationele inzetbaarheidonverantwoord onder druk komen te staan?Antwoord vraag 45Het kabinet onderschrijft de acute behoefte aan luchtverdedigingsmid-delen en herkent de urgentie. Het kabinet zet zich dan ook doorlopend inom deze middelen aan te vullen. Nederland steunt de Intergrated Air enMissile Defence Capability Coalition en de levering van counter-dronedrones. Daarnaast is Nederland de op een grote bijdrager aan hetAmerikaanse PURL initiatief dat onder andere schaarse Amerikaansgeproduceerde luchtverdediging levert. Materieel uit PURL-pakketten isgeen onderdeel van de Nederlandse voorraden en heeft niet direct eenimpact op de gereedheid van de Nederlandse krijgsmacht. In het gevalvan leveringen uit eigen voorraden wordt continu rekening gehouden metde impact op de eigen gereedheid.Vanwege de operationele veiligheid communiceert Defensie niet overspecifieke aantallen. Over de aanvulling inzetvoorraad munitie wordtjaarlijks gecommuniceerd in Defensie Projecten Overzicht middelsvertrouwelijke bijlage. Uw Kamer wordt periodiek geïnformeerd over destand van zaken omtrent militaire leveringen aan Oekraïne, waarvanmeest recentelijk op 27 februari jl. (Kamerstuk 22 054, nr. 479).Vraag 46De leden van de BBB-fractie lezen dat Nederland inzet op intensiveringvan defensie-industriële samenwerking met Oekraïne en op versterkingvan de Europese defensie-industrie. Deze leden vinden het van belang datNederlandse bedrijven, waaronder het mkb, startups, scale-ups enindustriële partijen zoals VDL, hier concreet van kunnen profiteren. Kan deMinister aangeven hoe Nederlandse bedrijven worden betrokken bijproductie, onderhoud, innovatie en opschaling, zowel voor Oekraïne alsvoor de invulling van NAVO-capaciteitsdoelen? Kan daarbij ook wordentoegelicht hoe het Nederlandse non-paper over een Europese internemarkt voor defensie bijdraagt aan minder administratieve lasten, beteretoegang tot financiering, meer gezamenlijke inkoop en deelname vanmkb-bedrijven aan Europese defensieketens?Antwoord vraag 46Nederland investeert in de opschaling van de industrie voor het voortzet-tingsvermogen van zowel Oekraïne als Europese krijgsmachten. Hetstreven is om tenminste 50% te verwerven bij de Nederlandse enEuropese defensie industrie. Een concreet voorbeeld is de Nederlandsevoortrekkersrol binnen de Priority Capability Area (PCA) voor drones encounter-drones. Nederland pleit hierbij voor een betere Europesesamenwerking op innovatie, testen, productie, vraagbundeling enaanschaf van materieel.Opschaling van de Nederlandse industrie gebeurt onder andere door voorde urgente behoefte van Oekraïne te verwerven bij Nederlandsebedrijven. Daarnaast zet het kabinet actief in op de industriesamen-werking tussen Nederland en Oekraïne via het initiatief Build WithUkraine. Dit maakt gezamenlijke productie, onderhoud en innovatietussen Nederlandse en Oekraïense bedrijven mogelijk. De hoogste nodenvan zowel de eigen als de Oekraïense strijdkrachten zijn hierbij leidend.Op 1 juli zal de Europese Commissie een communicatie over de internemarkt voor defensie publiceren. Het non-paper vormt onder andere deinzet van Nederland in reactie op de voorstellen van de Commissie opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56224 1 juli, maar we kunnen nog niet vooruitlopen op de inhoud van dezevoorstellen. Het kabinet hecht waarde aan het versimpelen van regel-geving voor bedrijven en aan een verlaging van administratieve lasten.Het Defensie Omnibus-pakket is hier ook een onderdeel van. Binnen deEuropese Raad wordt er toegewerkt naar een compromisvoorstel. Hetkabinet hoopt uw Kamer daar deze zomer verder over te kunneninformeren.Vraag 47De leden van de BBB-fractie lezen tot slot dat het 1 German/NetherlandsCorps medio 2026 een nieuwe rol krijgt binnen de regionale plannen voorde Baltische Staten en dat de Nederlandse Patriot-inzet in Polen metmaximaal zes maanden wordt verlengd. Deze leden onderschrijven hetbelang van bescherming van de oostflank, maar vragen hoe deze takenzich verhouden tot de beschikbaarheid van personeel en materieel inNederland. Kan de Minister aangeven welke gevolgen de nieuwe rol van1GNC en de verlengde Patriot-inzet hebben voor gereedheid, oefening,onderhoud en inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht? Is deMinister bereid de Kamer hierover, waar nodig vertrouwelijk, nader teinformeren?Antwoord vraag 47Zoals toegezegd inde Kamerbrief «Geannoteerde Agenda bijeenkomstNAVO-Ministers van Defensie van 18 juni 202612 kan op verzoek van deKamer een vertrouwelijke technische briefing worden georganiseerd voornadere toelichting over de taken en verantwoordelijkheden van 1GNC.Zie verder het antwoord op de vragen 15 en 33.12Kamerstuk 28 676, nr. 560Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56225
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.