KamerkringInloggen
Kamerbrief

Hervormingsbeleid op de speerpunten en de regionale benadering (herdruk)

13 apr 2012 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 362d5f6be260ade9 · officiële bron

kst-32605-89-n1ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2012Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–2012 32 605Beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking Nr. 89 HERDRUK1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 13 april 2012 Mede naar aanleiding van het verzoek van Mevrouw De Caluwe tijdens het VAO van 5 april jl. om een nadere invulling van de plannen in het kader van regionale benadering en de behoefte van uw Kamer aan een overzicht van de strategische inzet op de speerpunten, wil ik u als volgt informeren. In mijn Focusbrief ontwikkelingssamenwerking, die u op 18 maart 2011 toeging (Kamerstuk 32 605, nr. 2), heb ik op hoofdlijnen aangegeven welke hervormingsagenda op het terrein van ontwikkelingssamenwerking ik in deze regeerperiode wil realiseren. Na een jaar kan ik vaststellen dat goede voortgang is gemaakt. Het aantal partnerlanden is teruggebracht van 33 naar 15 landen en het beleid concentreert zich nu op vier speerpunten (voedselzekerheid, water, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR), en veiligheid en rechtsorde). De Kamer is geïnformeerd (Kamerstuk 32 605, nr. 54 en 65) over de uitwerking van de prioriteiten voedselzekerheid en water. De uitwerking van SRGR en veiligheid en rechtsorde volgen spoedig. De focus op zelfredzaamheid en daarbij het belang van ontwikkeling van de private sector zijn uitgewerkt en beschreven in de brief «Ontwikkeling door duurzaam ondernemen» (Kamerstuk 32 605, nr. 56). Het nieuwe beleid in de partnerlanden is vertaald in de meerjarige strategische plannen (MJSP’s) die door de Ambassades zijn opgesteld. Deze MJSP’s gingen u al eerder toe met mijn brief d.d. 6 maart 2012 (Kamerstuk 32 605, nr. 72) en zijn nu onderwerp van het a.s. Algemene Overleg op 18 april. Op basis van de analyse van de lokale context hebben posten een keuze gemaakt voor maximaal drie speerpunten. De concrete invulling van de speerpunten in de MJSP’s heeft – als onderdeel van de hervormingsa-genda – ook in nauwe samenwerking met andere departementen, 1 I.v.m. het wegvallen van de tweede alinea bij punt 2. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 605, nr. 891 kennisinstellingen en het bedrijfsleven plaatsgevonden. Deze aanpak was nieuw en heeft tot verscherpte keuzes geleid. In vergelijking met de vorige MJSP’s is er sprake van een verschuiving van sociale sectoren naar activiteiten gericht op economische zelfred-zaamheid. Ook de rol van de private sector (kleinschalige boerenbe-drijven, midden en kleinbedrijf, financiële sector) krijgt meer accent. De aanscherping van de regels voor algemene begrotingssteun en de focus op samenwerking binnen economische sectoren heeft geleid tot een sterke afname van begrotingssteun. Hieronder volgt een overzicht op hoofdlijnen van de wijze waarop invulling wordt gegeven in de vijftien partnerlanden aan het nieuwe beleid. Per speerpunt noem ik daarbij een sprekend voorbeeld van de bilaterale aanpak. 1. Voedselzekerheid In alle partnerlanden, behalve Jemen, wordt ingezet op voedselzekerheid. De Nederlandse inzet op voedselzekerheid is enerzijds gericht op landbouwactiviteiten ter verhoging van de voedselproductie en anderzijds op verbetering van het ondernemingsklimaat en efficiëntere markten. In een aantal partnerlanden (Bangladesh, Burundi, Rwanda, Ethiopië en Mozambique) zal ook aandacht gegeven worden aan verbeterde toegang tot voedsel. Door inzet van Nederlandse expertise en van verschillende instrumenten als Private Sector Investeringsprogramma (PSI) en Ontwikkelingsrelevante Infrastructuurontwikkeling (ORIO) kan op innovatieve wijze een belangrijke bijdrage geleverd worden aan verbete-ringen in de landbouwsector. Door middel van het fast track initiative voedselzekerheid is in zes landen (Ethiopië, Ghana, Kenia, Mali, Mozam-bique en Rwanda) een snelle start gemaakt met voedselzekerheid programma’s. In Ethiopië wordt bijvoorbeeld in dit kader een bijdrage geleverd aan de verhoging van de landbouwproductie: Het «Integrated Seed Sector Development Programme» in Ethiopië heeft in korte tijd tot resultaten geleid t.a.v. de voedselzekerheid. Het programma wordt uitgevoerd door een consortium van vier universiteiten, zaaizaadbedrijven en verschillende lokale partners, en wordt gecoördineerd en technisch ondersteund door het «University and Research Centre», Wageningen. Het draagt bij tot institutionele en beleidsverandering in de organisatie en structuur van de zaaizaad sector, waardoor de potentie van lokale, nationale en internationale zaaizaad bedrijven (waaronder een aantal Nederlandse) om een bijdrage te leveren aan het verbeteren van voedselzekerheid wordt verhoogd. Het programma ondersteunt 340 boerencoöperaties die zich richten op zaaizaadproductie. Naar verwachting zullen deze nieuwe ondernemers voor belangrijke voedselgewassen als maïs en tarwe respectievelijk meer dan 25% en 22% bijdragen in de productie van de nationale behoefte aan zaaizaad. Voor aardappels wordt de potentiële bijdrage op basis van de eerste resultaten geschat op meer dan 30%. Op lokaal niveau kan de impact nog groter zijn. Boeren hebben vaak geen toegang tot zaaizaad van betere variëteiten van hun voedsel- en handelsgewassen, omdat deze niet commercieel aantrekkelijk zijn voor grotere bedrijven. Deze boeren kunnen, door de verspreiding van deze coöperaties, nu wel worden bereikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 605, nr. 892 2. Water In elf partnerlanden (Bangladesh, Benin, Ethiopië, Ghana, Indonesië, Kenia, Jemen, Mali, Palestijnse Autoriteit, Rwanda en Zuid-Soedan) is gekozen voor het speerpunt water. Hierbij wordt gebruik gemaakt van Nederlandse kennis en kunde. De inzet richt zich op verhoogde toegang tot veilig drinkwater, verbeterde sanitaire voorzieningen, efficiënt watergebruik in de landbouw, een duurzame toename van de voedselpro-ductie en verbeterd waterbeheer in stroom- en deltagebieden waardoor mensen veiliger leven, de landbouw en infrastructuur minder schade ondervinden van overstromingen en de ecologie van het gebied in stand blijft. Een voorbeeld van deze aanpak is Benin: In Benin intensiveert Nederland de samenwerking op alle bovenge-noemde waterthema’s. Benin wil met Nederlandse steun jaarlijks voor 130 – 160 000 mensen toegang tot veilig drinkwater en verbeterde sanitatie bewerkstelligen; 70–80% op het platteland, 20–30% in de stad. Dit betreft een directe samenwerking met de overheid van Benin. Op het gebied van stroomgebied beheer vraagt Benin Nederlandse steun voor de benedenloop van de Ouémé, het economische en demografische zwaartepunt van het land. Beheersing van risico’s van overstroming, droogte, vervuiling en verzilting, en evenredige verdeling van water heeft prioriteit vanuit sociaal, ecologisch en economisch oogpunt. De delta-benadering die Benin wil toepassen biedt kansen voor inzet van Nederlandse kennis en kunde en zuid-zuid uitwisseling. Op basis van een tender zullen de contracten met bedrijven worden toegewezen. De banden tussen de Nederlandse en Beninse watersector worden versterkt. Zo is een platform opgericht met waterexperts uit beide landen die de samenwerking met advies gaat begeleiden. Het Nederlandse nutsbedrijf Brabant Water werkt met het nationale waterbedrijf van Benin aan een «operator partnership».3. Veiligheid en Rechtsorde In tien fragiele en conflictlanden (Afghanistan, Burundi, Ethiopië, Indonesië, Kenia, Jemen, Oeganda, Palestijnse Autoriteit, Rwanda en Zuid-Soedan) wil Nederland duurzame ontwikkeling en zelfredzaamheid bevorderen door in te zetten op het verhogen van veiligheid en welvaart. In de Profiel 2 landen Afghanistan, Burundi, Jemen, Palestijnse Gebieden en Zuid-Soedan is er sprake van een brede benadering op vrede, veiligheid en ontwikkeling waarbij ook een bijdrage geleverd kan worden aan de andere speerpunten. In de Profiel 1 en 3 landen Ethiopië, Indonesië, Kenia, Oeganda en Rwanda is er sprake van een thematische benadering van veiligheid en rechtsorde met een gerichte Nederlandse inzet. Een voorbeeld van brede benadering is Burundi: In Burundi werkt Nederland aan de verbetering van de veiligheids-sector. Het doel is de Burundese politie en het leger beter en transparanter te laten functioneren. Daarbij staan de veiligheidsbe-hoeften van de Burundese bevolking centraal. Met Nederlandse steun worden kazernes gebouwd en opgeknapt waardoor militairen niet meer tussen de burgers in de dorpen verblijven. Met politie wordt vooral op gemeentelijk niveau gewerkt aan het verbeteren van de lokale politiediensten en veiligheid. Nederland werkt ook aan het verbeteren van het toezicht op de veiligheidssector, bijvoorbeeld door het trainen van parlementariërs, media en organisaties van het maatschappelijk middenveld. De VN-vertegenwoordiging in Burundi en Burundese media geven aan dat de betrokkenheid van leger en politie bij mensenrechten-Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 605, nr. 893 schendingen afneemt. Volgens verschillende Burundese bronnen is deze daling mede veroorzaakt door de kritische politieke dialoog die de bilaterale donoren in de veiligheidssector (onder leiding van Nederland) voeren.4. Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten In acht partnerlanden (Bangladesh, Ethiopië, Ghana, Mali, Mozambique, Jemen, Benin en Burundi) staat SRGR centraal in het bilaterale programma. In de meeste landen is hierbij sprake van een verschuiving van een sector brede aanpak van gezondheid naar een specifieke SRGR-focus. In Burundi en Benin wordt een nieuw programma op dit terrein opgestart. De bilaterale programma’s richten zich vooral op preventie van moedersterfte, ongewenste zwangerschappen en HIV aids door verbeterde toegang tot informatie voor jongeren, betere toegang tot voorbehoedsmiddelen, en betere zorg rond zwangerschap en bevalling. Nederland zal aandacht vragen voor het respecteren van reproductieve en seksuele rechten van iedereen, ook voor gemarginaliseerde groepen. Nederland werkt nauw samen met internationale organisaties, publiek-private partnerschappen, Nederlandse maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Zo wordt in Mozambique de volgende aanpak voorgesteld: In Mozambique richt de Nederlandse Ambassade zich in samen-werking met de niet-gouvernementele organisatie Population Services International (PSI) op het breder beschikbaar stellen van voorbehoedsmiddelen, ook het vrouwencondoom. Aan voorbehoedsmiddelen, inclusief condooms, is een groeiende behoefte. Als aan die behoefte zou worden voldaan, dan zouden vele seksueel overdraagbare aandoeningen, HIV infecties en ongewenste zwangerschappen voorkomen kunnen worden. Nederland werkt daarbij nauw samen met de overheid van Mozambique en de private sector. De ambitie is om in 2013 1,2 mln. mensen, inclusief personen met HIV en sexwerkers, te hebben bereikt. PSI is recent van start gegaan met sociale en moderne media, zoals met SMSjes en Facebook, om de doelgroep te interesseren en te informeren over het vrouwencondoom. Op basis van een uitgebreid marktonderzoek heeft het vrouwencondoom ook een nieuwe naam en verpakking gekregen.5. Regionale programma’s Naast de bilaterale programma’s zijn er ook twee regionale programma’s ontwikkeld. Het regionale programma Grote Meren richt zich op de transnationale dimensies van de regionale conflictsituatie: Het Nederlandse regionale programma voor de Grote Meren ondersteunt onder meer economische grensoverschrijdende samenwerking en infrastructuur. Door de regionale samenwerking te versterken en de bestaansmogelijkheden voor de lokale bevolking te vergroten, draagt Nederland bij aan het stabiliseren van de regio. Zo zal Nederland over de periode 2011–2014 substantieel bijdragen aan de aanleg van een geïntegreerd netwerk van hoogspanningslijnen. Hierdoor wordt de energiezekerheid in de regio verbeterd en zullen, naar verwachting, nieuwe investeringen in de energiesector worden aangetrokken. Nederland draagt samen met donoren (Wereldbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en Duitsland) bij aan het bouwen van deze hoogspanningslijnen tussen Goma in de Democratische Republiek van de Congo (DRC) en Kigali in Rwanda. Het aanbesteden is in 2011 van start gegaan en de werkzaamheden zullen naar Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 605, nr. 894 verwachting in 2014 worden afgerond. Verbeterde energievoor-ziening in de regio zal een positief effect hebben op economische ontwikkeling en stabiliteit.In de Midden-Amerika regio wordt vormgegeven aan een programma gericht op het verbeteren van de rechtsorde en democratische rechten: Nederland ondersteunt de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) bij de uitvoering van het programma «Facilitadores Judiciales» (alternatieve geschillenbeslechting). Dit programma beoogt de toegang tot het juridisch systeem te verbeteren via een systeem van justitiële bemiddelaars. Door bemiddeling op lokaal niveau zal het beroep op het formele juridische systeem voor eenvoudige zaken afnemen. Ook wordt de formele rechtstoegang van traditioneel uitgesloten groepen verbeterd. Dit innovatieve programma is met Nederlandse financiering gestart in Nicaragua en wordt al uitgevoerd in Guatemala en Panama. In kader van het Midden-Amerika Programma zal Nederland de uitbreiding van dit OAS-programma naar de andere landen van de regio financieren en samenwerking tussen de Midden-Amerikaanse landen op dit gebied bevorderen.Ik vraag ten slotte uw aandacht voor een aantal specifieke landen. De recente coup in Mali was aanleiding voor voorlopige stopzetting van de uitvoering van het bilaterale programma. Op dit moment is niet te voorzien wanneer de samenwerking daar kan worden hervat. Gezien de politieke situatie in Jemen wordt daar voorzichtig begonnen met de uitvoering van het voorgenomen programma. De situatie in Zuid-Soedan kenmerkt zich door een toenemende spanning met het buurland Soedan. Een escalatie van dit conflict zou een negatief effect kunnen hebben op de uitvoering van het MJSP. De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. KnapenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 605, nr. 895

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c8d12d35d1f09845

14 okt 2026 · 0bb81548bbc40f65

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.