Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda formele EU Gezondheidsraad d.d. 2 december 2025 (Kamerstuk 21501-31-804)
Brontekst
Versie 68aa7c02575fdee9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 808 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 26 november 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport de brief van 11 november 2025 inzake deGeannoteerde agenda formele EU Gezondheidsraad d.d. 2 december 2025(Kamerstuk 21 501-31, nr. 804), de brief van 10 september 2025 inzake hetVerslag van een schriftelijk overleg over o.a. de EU-Gezondheidsraad van20 juni 2025 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 798), de brief van 12 september2025 inzake Fiche: EU-strategie borgen beschikbaarheid medischetegenmaatregelen ter versterking crisisparaatheid en gezondheidsbevei-liging (Kamerstuk 22 112, nr. 4161), de brief van 29 augustus 2025 inzakeFiche: Omnibus VI – vereenvoudiging eisen en procedures chemischeproducten (Kamerstuk 22 112, nr. 4115), de brief van 11 november 2025inzake Onderhandelingen Verordening Kritieke Geneesmiddelen (CriticalMedicines Act) (Kamerstuk 36 365, nr. 7) en de brief van 13 november2025 inzake Verslag informele EU Gezondheidsraad 16 september 2025(Kamerstuk 21 501-31 nr. 805).De vragen en opmerkingen zijn op 17 november 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 26 november2025 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,VoorzitterAdjunct-griffier van de commissie,Meijerink kst-21501-31-808ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8081 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de Forumvoor Democratie-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie7II.Reactie van de Minister7 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de formele EU-Gezondheidsraad enhebben hierover enkele vragen en opmerkingen.De leden van de D66-fractie vragen hoe de Nederlandse vertegenwoor-diging zich ervoor inzet dat strategische onafhankelijkheid in de Europesemedicijnproductie voldoende prioriteit krijgt binnen de herziening van deEuropese geneesmiddelenwetgeving, en op welke wijze wordt geborgddat deze inzet goed aansluit op het voorstel voor de Verordening KritiekeGeneesmiddelen (CMA).Zij verzoeken het kabinet toe te lichten hoe deze samenhang concreetwordt geborgd via de Nederlandse inzet in de Raad.Met betrekking tot het pandemieverdrag en het PABS-systeem vragen deleden van de D66-fractie hoe de ambities rondom internationaleparaatheid zich verhouden tot het reduceren van nationale middelen voorpandemische paraatheid. Daarbij vragen deze leden ook of het kabinet, inhet licht van de internationale onderhandelingen, voornemens is om deNederlandse laboratorium- en surveillance-capaciteit verder te versterken.Ten aanzien van de terugkoppeling van de 11e sessie van de WHOFramework Convention on Tobacco Control, vragen de leden van deD66-fractie of het kabinet kan aangeven of Nederland op dit momentvoldoende aan de ambities die het in EU-verband uitdraagt, met het oogop de inzet richting een rookvrije generatie en de discussies overmaatregelen binnen COP11.Daarnaast vragen deze leden, in het kader van het door Nederland in tebrengen standpunt over een EU-strategie voor klimaat en gezondheid,met welk mandaat de Nederlandse vertegenwoordiging deze discussie inde Raad voert. Zij verzoeken het kabinet ook te verduidelijken ofNederland daarbij expliciet inzet op een verdere verhoging van deEuropese ambitie op het terrein van klimaat en gezondheid.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben in aanloop naar de FormeleEU-Gezondheidsraad d.d. 2 december 2025, nog enkele vragen enopmerkingen. De leden benaderen de strategie vanuit het belang vannationale soevereiniteit, budgettaire autonomie en nationale regie overgezondheidscrises.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8082 Allereerst hebben deze leden vragen en opmerkingen aangaande hetFiche: «EU-strategie borgen beschikbaarheid medische tegenmaatregelenter versterking crisisparaatheid en gezondheidsbeveiligingen».De strategie bevat vergaande EU-initiatieven zoals een EU-breedgezondheidsinlichtingen-platform, een EU-lijst van medische tegenmaat-regelen, gezamenlijke aanbestedingen, noodvoorraden onder EU-regie enuitbreiding van civiel-militaire samenwerking. Hoe waarborgt het kabinetdat gezondheidszorg en crisisrespons primair nationale bevoegdhedenblijven en dat deze strategie niet leidt tot sluipende bevoegdheidsuit-breiding naar de EU? Kan het kabinet toelichten welke onderdelen van destrategie mogelijk wél in de richting van gedeelde of exclusieveEU-bevoegdheid bewegen? Hoe gaat de civiel-militaire samenwerking ervoor Nederland exact uitzien? Welke verplichtingen betreft dit voorNederland? Graag een uitgebreide toelichting hierop, aangaandematerieel, infrastructuur en personeel.Het fiche erkent dat financiering na 2026 onduidelijk is en dat veel actiesafhankelijk zijn van toekomstige MFK-besluiten. Kan het kabinet beves-tigen dat deze strategie beleidsmatig al richting geeft, terwijl financiëleverplichtingen pas zichtbaar worden in het nieuwe MFK? Is Nederlandbereid om geen nieuwe verplichtingen te accepteren totdat financiering,uitvoerbaarheid en impact volledig inzichtelijk zijn?De strategie breidt gezamenlijke EU-inkoop en crisisaanbestedingenverder uit. Hoe voorkomt het kabinet verlies van nationale flexibiliteit bijurgente medische inkopen, gezien de eerdere ervaringen met trage enbureaucratische EU-processen tijdens COVID-19? Kan het kabinetgaranderen dat Nederland ten alle tijde zelfstandig medische middelenkan inkopen, ook wanneer een EU-noodmechanisme is geactiveerd?Het fiche waarschuwt voor risico’s van EU-voorraden voor nationalebeschikbaarheid, vooral bij dual-use producten zoals antibiotica, PBM endiagnostiek. Hoe wordt voorkomen dat EU-noodvoorraden leiden totmarktdruk of tekorten in de nationale zorgketens? Is Nederland bereidvoor EU-verplichtingen te gaan liggen indien deze nationale voorraden ofzorglogistiek schaden?De strategie omvat een nieuwe EU-IT-structuur voor gezondheidsinlich-tingen, toeleveringsketens en vroeg-detectie. Welke data is Nederlandverplicht aan te leveren, en heeft Nederland zeggenschap over uitbreidingvan dataverzameling? Hoe voorkomt het kabinet dat EU-sturing op«gezondheidsinformatie» of «desinformatiebestrijding» leidt totinmenging in nationale communicatie en publieke debat?Ook hebben de leden van de PVV-fractie nog enkele vragen en opmer-kingen over het onderhandelingsmandaat voor de Verordening KritiekeGeneesmiddelen. Genoemde leden vragen zich af welke geneesmiddelenvolgens de Minister onder de definitie van «geneesmiddelen vangemeenschappelijk belang» vallen? Hoe beoordeelt de Minister deafbakening van deze categorie in het Commissievoorstel en in hetonderhandelingsmandaat van de Raad? Hoe beoordeelt de Minister deaanbestedingscriteria van de Europese Commissie zoals leveringsze-kerheid en geografische spreiding? Is er zicht op hoe dit er in de praktijkgaat uitzien? Graag nadere uitleg.Is het kabinet bereid om de prijs minder zwaar te laten meewegen, zoalsvoorgesteld door de Commissie? Indien ja, hoe weegt de Minister dittegen het nationale beleid met sluis-geneesmiddelen? Hoe staat deMinister tegenover het voorstel om deelname aan nooddistributie vankritieke geneesmiddelen vrijwillig te maken? Wat gaat de inzet vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8083 Nederland worden ten aanzien van nood-distributie? Hoe beoordeelt deMinister het voorstel van EP-rapporteur Sokol voor een bindend coördina-tiemechanisme voor tekorten?Kan de Minister genoemde leden inzicht geven wie verantwoordelijk isvoor de financiering van nooddistributie van kritieke geneesmiddelen?Wat gaan de financiële gevolgen voor Nederland zijn van bovenge-noemde voorstellen?Ten aanzien van de maatregelen voor tabaksontmoediging, lezen de ledenvan de PVV-fractie dat de Commissie voorstelt dat 15% van de tabaksac-cijns rechtstreeks wordt afgedragen aan de Europese begroting. Dit zoujaarlijks 11 tot 14 miljard euro opleveren. Erkent het kabinet dat dit eenstap richting eigenstandige EU-belastingen is? Op welke manier denkt hetkabinet dat het Nederlandse parlement nog het budgetrecht kan blijvenuitoefenen, wanneer de EU zelfstandig belastinginkomsten kan genereren,terwijl het Europees Parlement geen directe democratische legitimiteitheeft voor dergelijke belastingen? Erkent het kabinet dat dit voorstelfeitelijk betekent dat de EU zich een deel van de nationale belasting-grondslag toe-eigent? Hoeveel bedraagt dit voor Nederland?Wat is de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen over hetWHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging? Hoe verhoudt zich dit totde Europese inzet? Hoe beoordeelt de Minister de noodzaak tot herzieningvan de Tabaksproductenrichtlijn en Tabaksreclamerichtlijn?De Kamer is op 11 november jl. op de hoogte gesteld van de voorlopigepunten van de formele EU Gezondheidsraad van 02 december 2025. Deleden van de PVV-fractie vinden dit rijkelijk laat gezien de datum vaninbreng van dit verslag. Zeker gezien er op het moment van schrijven noggeen achterliggende stukken beschikbaar zijn. Is de Minister bereid om inde Europese raad bespreekbaar te maken de lidstaten eerder en completerte informeren over de agendapunten van de Gezondheidsraden? De ledenzien de beantwoording graag voor donderdag 20 november 2025tegemoet en vragen het kabinet expliciet in te gaan op de gevolgen voorsoevereiniteit, democratische controle en nationale crisisbeheersing.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deGeannoteerde Agenda van de Formele EU-Gezondheidsraad d.d.2 december 2025. Zij hebben daarover nog een enkele vraag.De leden van de VVD-fractie lezen dat de prioritering van strategischeprojecten niet ten koste mag gaan van of op gespannen voet mag komente staan met de wettelijke taken en bevoegdheden van de InspectieGezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Kan de Minister toelichten op welkemanier hij dit terechte uitgangspunt wil waarborgen?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de voorliggende stukken over de EU-Gezondheidsraad van2 december aanstaande. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmer-kingen over.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het een positieve zaakdat het Deense voorzitterschap vaart heeft gezet op de VerordeningKritieke Geneesmiddelen (CMA) en de ambitie heeft om eind 2025 tot eencompromis in de Raad te komen. Het is wat de betreffende leden betreftnamelijk van groot belang dat Europa voor medicijnen minder afhankelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8084 wordt van afzonderlijke leveranciers en derde landen, zeker gezien deoorzaak van de tekorten volgens de Europese Commissie voor de helft temaken hebben met tekorten in Europa aan geschikte werkzame stoffen(API’s). Urgentie is dan ook op zijn plaats. Deelt de Minister deze opvattingen verwacht de Minister dat de Deense ambitie nog realistisch is enbehaald kan worden?Wanneer wordt de Critical Medicines Coordination Group (CMCG)opgericht en welke rol zal Nederland daarin innemen?Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkelevragen over de bereikte vorderingen op de informeleEU-Gezondheidsraad in Kopenhagen van 16 september jl.De betreffende leden vroegen in aanloop naar de Raad, waarAnti-Microbiële Resistentie (AMR) op de agenda stond, welke lessen deMinister overneemt van Denemarken om verantwoord om te gaan methet gebruik van antimicrobiële middelen? De Minister gaf in de beant-woording aan dat we kunnen leren van de Deense ervaringen met de inzetvan nieuwe inkoopsamenwerkingen, in hun geval met Noorwegen enIJsland, om samen antibiotica in te kopen. Daardoor kan er wellicht noggerichter worden voorgeschreven, wat bijdraagt aan het voorkomen vanresistentie. Heeft de Minister deze gesprekken met Denemarken gevoerd?Wat waren hier de uitkomsten van en welke stappen kunnen in Nederlandgezet worden om best practices van Denemarken over te nemen?En wat doet Nederland concreet om de doelstelling te behalen om hetantibioticumgebruik met 3% terug te dringen in 2030 ten opzichte van2019?Ook hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkele vragenover de inzet in Europees verband op het gebied van klimaat engezondheid. De leden achten het van groot belang dat Nederland zichinzet om hier een breed gedragen strategie op te ontwikkelen, zekeraangezien er momenteel gebrek is aan een EU-strategie op dit vlak. Zoalsde Minister zelf aangeeft is een toegewijde en gecoördineerde EU-inzet opklimaat en gezondheid noodzakelijk voor een weerbaar, competitief eninvloedrijk Europa, zeker aangezien gezondheid een van de vijf sectoren isdie het meeste risico lopen door klimaatverandering. Kan de Ministernader ingaan op de inzet van Nederland op dit onderwerp? Wat is deverwachte steun op het diversenpunt dat Nederland zal inbrengen omsteun te genereren onder EU-lidstaten voor een verzoek aan deCommissie om een Europese strategie te ontwikkelen? Hoe kan het dat deoproep van Nederland van november 2023 op dit punt tot op heden noggeen vervolg heeft gekregen? Kan de Minister toezeggen dat hij zich tothet uiterste zal inzetten om dit vervolg wel af te dwingen, gezien demogelijk grote implicaties als Europa hier geen leiderschap in neemt?Tot slot lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de Minister opde Gezondheidsraad de terugkoppeling ontvangt van de Commissie vande 11e sessie van de Conferentie van Partijen (COP) van de FCTC, hetWHO-kaderverdrag inzake tabaksontmoediging. Hoe zijn deze onderhan-delingen verlopen? Hoe staat het met de herziening van de verschillendeTabaksrichtlijnen, met name in het licht van het verminderen van detoegankelijkheid van nieuwe tabaks- en nicotineproducten, zoals vapes,voor jongeren? Het baart de leden zorgen dat Nederland zich weliswaarinzet om een rookvrije generatie in 2040 te bereiken, maar dat de lidstatenbinnen de EU verdeeld zijn over de gezamenlijke inzet. Kan de Ministernader toelichten op welke manier Nederland zich inzet om een meergezamenlijke inzet te bevorderen en meer overeenstemming te bereikentussen de lidstaten? Op welke manier wordt daarnaast inzet gepleegd opstrengere regels voor vapes, met name de vele smaakjes waardoorjongeren sneller verslaafd raken? Deelt de Minister de opvatting dat eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8085 Europees smaakjesverbod een effectieve maatregel is om het aantalvapes met smaakjes (in Nederland) terug te dringen en zo ja, welke inzetis hij bereid daarop te doen bij andere lidstaten?Vragen en opmerkingen van de leden van de Forum voorDemocratie-fractieDe leden van de Forum voor Democratie-fractie hebben kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de formele EU-Gezondheidsraad van2 december 2025 en hebben hier nog enkele vragen over en opmerkingenbij.De onderhandelingen over het pandemieverdrag zijn afgerond. Is albekend wanneer dit verdrag in werking zal treden? Het pandemieverdragzal, lezen deze leden, via een uitdrukkelijke parlementaire goedkeurings-procedure worden voorgelegd aan de Staten-Generaal. Betekent ditook dat het pandemieverdrag, voor Nederland, pas in werking zal tredennadat de Staten-Generaal ermee heeft ingestemd? Of zal dit pandemie-verdrag, net zoals destijds het EU-associatieverdrag met Oekraïne, naafronding «voorlopig», dus nog voordat de Staten-Generaal het geratifi-ceerd heeft, alvast worden toegepast? Tot slot, hoe staat het met deuitvoering van de brief van het lid Van Houwelingen van 21 juni 2023(Kamerstuk 23908-(R1519), nr. 163) waarin leden van de Tweede Kamerverzoeken om de op 28 mei 2022 door de WHO aangenomen wijzigingenvan de Internationale Gezondheidsregeling voor uitdrukkelijkegoedkeuring aan de Kamer voor te leggen? Wanneer zal, naarverwachting, het hiervoor noodzakelijke wetsvoorstel door de regeringnaar de Kamer worden gestuurd?In de geannoteerde agenda wordt gesproken over een «EU strategie opklimaat en gezondheid» en een «EU agenda op klimaat en gezondheid». Ishet kabinet van mening dat klimaatverandering een bedreiging is voor devolksgezondheid? Zo ja, waarom? Is het kabinet bijvoorbeeld bekend metdit artikel in The Lancet waaruit blijkt dat er in Europese steden bijna tienkeer meer inwoners sterven door kou dan door hitte (The Lancet, 2 juli2024, «Excess mortality attributed to heat and cold: a health impactassessment study in 854 cities in Europe»)? Zou dit niet logischerwijsbetekenen dat een mogelijke stijging van de gemiddelde temperatuur een«klimaatsverandering» zou zijn die per saldo gunstig uitpakt voor devolksgezondheid?Is de Minister ermee bekend dat zijn ambtsvoorganger in een debat heefterkend dat artsen die van mening zijn dat er geen verband is tussenklimaatverandering en (meer) gezondheidsproblemen en daar, alsonderdeel van het publieke debat, uiting aan geven (en die zijn er wetende leden van de Forum voor Democratie-fractie), vervolgens kunnenworden vervolgd (op basis van de KNMG-gedragscode) door de Gezond-heidsinspectie? Vindt de Minister het wenselijk dat artsen die, op basisvan hun expertise, een ander gezichtspunt etaleren over de relatie tussenklimaatverandering en volksgezondheid dan de KNMG, hiervoor vervolgdkunnen worden door de Gezondheidsinspectie (zoals door MinisterAgema gesteld tijdens het tweeminutendebat Goed bestuur en toezicht inde zorg (+IGJ en Zorgfraude) op 21 mei 2025)? Indien de Minister dit eenprobleem vindt, wat gaat hij hier dan aan doen? Indien de Minister dit netzoals zijn ambtsvoorganger geen probleem vindt, hoe kan hij er dan zozeker van zijn dat er een relatie is tussen klimaatverandering en gezond-heidsproblemen als artsen, als deskundigen, als experts die daar andersover denken de mond worden gesnoerd door de Gezondheidsinspectie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8086 Dan is er immers toch niet langer een «wetenschappelijke consensus»1maar met een door de staat opgelegde en met boetes en strafafgedwongen «geconstrueerde consensus», een «consensus» die dusniets meer met wetenschap of waarheid te maken heeft? Of ziet deMinister dit wellicht anders?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de stukken metbetrekking tot de formele EU-Gezondheidsraad d.d. 2 december 2025. Deleden hebben geen vragen aan de Minister.II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de formele EU-Gezondheidsraad enhebben hierover enkele vragen en opmerkingen.De leden van de D66-fractie vragen hoe de Nederlandse vertegenwoor-diging zich ervoor inzet dat strategische onafhankelijkheid in de Europesemedicijnproductie voldoende prioriteit krijgt binnen de herziening van deEuropese geneesmiddelenwetgeving, en op welke wijze wordt geborgddat deze inzet goed aansluit op het voorstel voor de Verordening KritiekeGeneesmiddelen (CMA). Zij verzoeken het kabinet toe te lichten hoe dezesamenhang concreet wordt geborgd via de Nederlandse inzet in de Raad.De (herziening van) de Europese geneesmiddelenwetgeving reguleertverschillende zaken rondom geneesmiddelen. Bijvoorbeeld welkegeneesmiddelen op de markt mogen komen en welke eisen er geldenvoor de kwaliteit van de producten. Strategische onafhankelijkheid in deEuropese medicijnproductie valt hier niet onder. Wel staan er bepalingenin de herziening die gaan over tekorten van geneesmiddelen (en hetmelden daarvan) en leveringszekerheid, zoals de rollen en verantwoorde-lijkheden van Europese instellingen en samenwerkingsverbanden bij hetvoorkomen en oplossen van tekorten. Daarbij zorgt de herziening van deEuropese wetgeving wel voor een betere Europese innovatieve concur-rentiepositie, door bijvoorbeeld flexibele en efficiëntere regelgeving.De voorgestelde Verordening Kritieke Geneesmiddelen (CMA) beoogt debeschikbaarheid en leveringszekerheid van geneesmiddelen te verbe-teren, onder meer door de Europese productiecapaciteit voor kritiekegeneesmiddelen te verhogen. De CMA is aanvullend op de Europesegeneesmiddelenwetgeving. Nederland zet in op samenhang door onderandere wetteksten uit beide trajecten te stroomlijnen, te zorgen voor hetgebruik van eenduidige definities en in zijn algemeenheid ervoor tezorgen dat de Europese geneesmiddelenwetgeving en de CMA elkaarversterken en niet tegenspreken.2Met betrekking tot het pandemieverdrag en het PABS-systeem vragen deleden van de D66-fractie hoe de ambities rondom internationaleparaatheid zich verhouden tot het reduceren van nationale middelen voorpandemische paraatheid. Daarbij vragen deze leden ook of het kabinet, inhet licht van de internationale onderhandelingen, voornemens is om deNederlandse laboratorium- en surveillancecapaciteit verder teversterken.1Nog afgezien van het feit dat «de consensus» natuurlijk niet «de waarheid» hoeft te zijn.2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 112, nr. 4078Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8087 De inspanningen rondom het pandemieverdrag en het PABS-systeem, dieeen vertaling zijn van de lessen uit de Covid-19 pandemie, moeten leidentot een versterking van de mondiale pandemische preventie, paraatheiden respons. Dit zou onder meer moeten plaatsvinden door beteresamenwerking en informatiedeling, capaciteitsopbouw en versterkteinternationale solidariteit ten tijde van een crisis. Hiermee kan pande-mische paraatheid op mondiaal niveau over de breedte naar een hogerniveau getild worden.Op nationaal niveau zijn er tevens lessen geleerd uit de Covid-19 crisis,die in 2022 vertaald zijn in het programma pandemische paraatheid. Het iscorrect dat een flink deel van de versterkingen uit dat programma, dekomende tijd weer worden afgebouwd, indien er komend voorjaar geenaanvullende structurele middelen vrijkomen. Als onderdeel van boven-staand programma is de afgelopen jaren ingezet op het verbeteren van demicrobiële diagnostiek voor publieke gezondheid, onder meer door hetbeter uitwisselen van laboratoriumdata (LabSentiNL), hetgeen deelsvanuit het programma Pandemische Paraatheid wordt betaald. Daarnaastis het Outbreak Assistance Laboratory Network versterkt, waardoor detestcapaciteit vergroot is voor de eerste respons tijdens een grootschaligeuitbraak of pandemie. Bij een grote crisissituatie zal de LandelijkeFunctionaliteit Infectieziekten (LFI) het testen fors kunnen opschalen,bijvoorbeeld via de GGD’en.3Daarnaast heeft het RIVM in de afgelopen jaren een belangrijke positieopgebouwd als EU-referentielaboratorium (EURL) voor vectorgebondenvirussen, voor voedselgeboden bacteriën en voor voedselgebondenvirussen. Recentelijk is het RIVM ook door de Europese Commissieaangewezen als EU-referentielaboratorium voor respiratoire aandoe-ningen.Ten aanzien van de terugkoppeling van de 11e sessie van de WHOFramework Convention on Tobacco Control, vragen de leden van deD66-fractie of het kabinet kan verantwoorden dat Nederland op ditmoment nationaal voldoende doet om de ambitie waar te maken die hetin EU-verband uitdraagt, met het oog op de inzet richting een rookvrijegeneratie en de discussies over maatregelen binnen COP11.Nederland heeft zoals in het Nationaal Preventieakkoord afgesprokenuiteenlopende maatregelen ingevoerd om het tabaks- en nicotinegebruikterug te dringen. Het gaat hierbij onder andere om het beperken van hetaantal verkooppunten. Zo is de online handel en de verkoop in super-markten al verboden en zal het aantal verkooppunten nog verder wordenbeperkt. Als gevolg van het verbod op tabaksverkoop in supermarkten ishet totale aantal verkooppunten gehalveerd met een afname van meerdan 5000 verkooppunten. Ook zijn neutrale verpakkingen van sigaretteningevoerd, de accijnzen verhoogd, hanteren zorgverzekeraars geen eigenrisico voor stoppen-met-rokenprogramma’s en wordt het rookverbodverder uitgebreid naar omgevingen waar veel kinderen komen. Inaanvulling op de maatregelen uit het Nationaal Preventieakkoord heeftNederland ook maatregelen genomen zoals het invoeren van eensmaakjesverbod voor e-sigaretten. Deze maatregelen gaan aanmerkelijkverder dan de maatregelen die volgen uit Europese wet- en regelgeving.Op deze manier zet Nederland zich in om de ambitie van een RookvrijeGeneratie in 2040 te bereiken. Nederland spant zich hier eveneens inEU-verband en binnen de tweejaarlijkse Conferentie van de Partijen (deCOP) bij het WHO-kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (het FCTC)voor in.3Zie: LabSentiNL: samen werken aan een nog beter zicht op infectieziekten | RIVM, en.Outbreak Assistance Laboratory-Netwerk | RIVM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8088 Daarnaast vragen deze leden, in het kader van het door Nederland in tebrengen standpunt over een EU-strategie voor klimaat en gezondheid,met welk mandaat de Nederlandse vertegenwoordiging deze discussie inde Raad voert. Zij verzoeken het kabinet ook te verduidelijken ofNederland daarbij expliciet inzet op een verdere verhoging van deEuropese ambitie op het terrein van klimaat en gezondheid.Dit AOB is een vervolg op de oproep die Nederland deed tijdens deformele EU Gezondheidsraad in 2023. Nederland heeft de Commissieeerder opgeroepen tot het opstellen van een EU strategie op klimaat engezondheid. Deze oproep deed Nederland nadat er, op initiatief van Malta,een non-paper was opgesteld waarin eenzelfde oproep werd gedaan. Ditnon-paper werd destijds gesteund door achttien lidstaten. Deze inzet heefter onder andere toe geleid dat er in de Gezondheidsraad Raadsconclusieszijn aangenomen, waarin de Commissie wordt opgeroepen om samenmet de lidstaten te werken aan een Europese agenda op klimaat engezondheid, waarin zowel de adaptatie- als mitigatie kant wordt meege-nomen. Ondanks deze oproepen en deze aangenomen Raadsconclusies,heeft de Commissie nog geen initiatief genomen tot het daadwerkelijkopstellen van een dergelijke Europese strategie of agenda. Om die redenzal Nederland dit verzoek, in lijn met de eerdere inzet, nogmaals indienentijdens de Gezondheidsraad van 2 december aanstaande. Het kabinet zethierbij expliciet in op een verdere verhoging van de Europese ambitie ophet terrein van klimaat en gezondheid om de toenemende negatievegevolgen van klimaatverandering te beperken.Hoewel Nederland deze strategie graag gezamenlijk met de Commissie enandere lidstaten uitwerkt, ziet Nederland in ieder geval meerwaarde ingecoördineerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van klimaat engezondheid, het gezamenlijk identificeren van (beleids-)gaten en het lerenvan elkaars aanpak. Klimaatmaatregelen kunnen immers vaak directe entastbare voordelen opleveren voor gezondheid en economie.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben in aanloop naar de FormeleEU-Gezondheidsraad d.d. 2 december 2025 nog enkele vragen enopmerkingen. De leden benaderen de strategie vanuit het belang vannationale soevereiniteit, budgettaire autonomie en nationale regie overgezondheidscrises.Allereerst hebben deze leden vragen en opmerkingen aangaande hetFiche: «EU-strategie borgen beschikbaarheid medische tegenmaatregelenter versterking crisisparaatheid en gezondheidsbeveiligingen».De strategie bevat vergaande EU-initiatieven zoals een EU-breedgezondheidsinlichtingenplatform, een EU-lijst van medische tegenmaatre-gelen, gezamenlijke aanbestedingen, noodvoorraden onder EU-regie enuitbreiding van civiel-militaire samenwerking. Hoe waarborgt het kabinetdat gezondheidszorg en crisisrespons primair nationale bevoegdhedenblijven en dat deze strategie niet leidt tot sluipende bevoegdheidsuit-breiding naar de EU? Kan het kabinet toelichten welke onderdelen van destrategie mogelijk wél in de richting van gedeelde of exclusieveEU-bevoegdheid bewegen? Hoe gaat de civiel-militaire samenwerking ervoor Nederland exact uitzien? Welke verplichtingen betreft dit voorNederland? Graag een uitgebreide toelichting hierop, aangaandematerieel, infrastructuur en personeel.De EU-strategie «borgen beschikbaarheid medische tegenmaatregelen terversterking crisisparaatheid en gezondheidsbeveiligingen» (EUMTM-strategie), is een mededeling van de Europese Commissie, metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8089 daarin een flink aantal voorstellen en acties voor EU-samenwerking om debeschikbaarheid van medische tegenmaatregelen ten tijde van gezond-heidscrises te borgen. Het betreft hier geen wetgeving. De voorstellenkunnen gezien worden als een nadere uitwerking van hetgeen bepaald isin het in 2022 vastgestelde wetgevingspakket rondom de EU-verordeningvoor ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen (EU/2022/2371); het EU-noodkader bij een noodsituatie op het vlak van de volksge-zondheid op Unie-niveau (EU/2022/2372); de versterking van de crisisman-daten van het Europees geneesmiddelenbureau (EU/2022/123); dat vanhet EU-agentschap voor ziektepreventie en -bestrijding (EU/2022/2370) ende oprichting van de EU autoriteit voor crisisparaatheid- en bestrijding(HERA).4Zoals in het BNC-fiche over de strategie is aangegeven, gaat het hier danook om acties die aanvullend, ondersteunend en/of coördinerend zijn. DeEuropese Commissie krijgt hiermee geen zeggenschap over de inrichtingen organisatie van de gezondheidszorg in Nederland. Er is dan ook geensprake van een beweging richting gedeelde of exclusieveEU-competenties op basis van deze strategie.Voor wat betreft de invulling van de civiel-militaire samenwerking opgrond van de EU MTM-strategie, is er op dit moment geen eenduidigbeeld hoe die samenwerking er precies uit zal gaan zien. Er is op grondvan de EU MTM-strategie op dit moment geen sprake van enigerleiverplichtingen.Het fiche erkent dat financiering na 2026 onduidelijk is en dat veel actiesafhankelijk zijn van toekomstige MFK-besluiten. Kan het kabinet beves-tigen dat deze strategie beleidsmatig al richting geeft, terwijl financiëleverplichtingen pas zichtbaar worden in het nieuwe MFK? Is Nederlandbereid om geen nieuwe verplichtingen te accepteren totdat financiering,uitvoerbaarheid en impact volledig inzichtelijk zijn?Zoals toegelicht onder het eerste blokje vragen van uw fractie, kan deEU-strategie worden gezien als een nadere uitwerking van bestaande wet-en regelgeving. De strategie is niet-wetgevend en daarmee gaat het hierom acties die aanvullend, ondersteunend en/of coördinerend zijn.De strategie legt Nederland geen verplichtingen op.De Europese Commissie heeft in juli jl. haar voorstellen voor het volgendMFK gepubliceerd. In de kabinetsappreciatie heeft het kabinet haar positiemet betrekking tot deze voorstellen toegelicht. Tijdens de lopendeonderhandelingen zal het kabinet zich hier voor inzetten.De strategie breidt gezamenlijke EU-inkoop en crisisaanbestedingenverder uit. Hoe voorkomt het kabinet verlies van nationale flexibiliteit bijurgente medische inkopen, gezien de eerdere ervaringen met trage enbureaucratische EU-processen tijdens COVID-19? Kan het kabinetgaranderen dat Nederland te allen tijde zelfstandig medische middelenkan inkopen, ook wanneer een EU-noodmechanisme is geactiveerd?4PB L 314/ 1, 6.12.22: Verordening (EU) 2022/2370 tot wijziging van Verordening (EG) nr.851/2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding; PB L314/ 26, 6.12.22: Verordening (EU) 2022/2371 inzake ernstige grensoverschrijdende gezond-heidsbedreigingen; PB L 314/64: Raadsverordening (EU) 2022/2372 betreffende een kader vanmaatregelen ter waarborging van de levering van in een crisissituatie relevante medischetegenmaatregelen in geval van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid opUnieniveau; PB L 20/1: Verordening (EU) 2022/123 betreffende een grotere rol van het EuropeesGeneesmiddelenbureau inzake crisisparaatheid en -beheersing op het gebied vangeneesmiddelen en medische hulpmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80810 Met het bovengenoemde in 2022 aangenomen pakket van wetgeving enversterkingen van bestaande crisismandaten, bij een aantal relevanteEU-agentschappen, zijn de lessen van de Covid-19 crisis verwerkt in hetEU-crisismechanisme voor ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbe-dreigingen. De in de strategie voorgestelde EU-inkoop en crisisaanbeste-dingen, betreffen EU-aankopen, productiereserveringen of andersoortigeinstrumenten rondom het borgen van de beschikbaarheid van medischetegenmaatregelen. Lidstaten kunnen intekenen op mogelijke gezamenlijkeaanbestedingen voor eventuele nationale voorraden of paraatheidscon-tracten voor medische producten.Het EU-noodkader dat bij een noodsituatie op grond van de volksge-zondheid op Unie-niveau geactiveerd wordt, biedt de EU-lidstaten ondermeer de mogelijkheid om samen op te trekken, informatie uit te wisselen,inkopen te coördineren en via gezamenlijke aanbestedingen met een veelgrotere kritische massa medische tegenmaatregelen te kunnen doen. Datlaatste kan zeker in geval van schaarste en/ of geopolitieke onzekerhedeneen belangrijk voordeel bieden ten opzichte van nationale inkopen. DeCovid-19 crisis heeft laten zien dat de Europese Unie, via gezamenlijkeinkopen, relatief snel over grote hoeveelheden vaccins kon beschikken.Door een gebundelde inkoopmacht- en volume kan dit ertoe bijdragen datlanden sneller beschikbaarheid krijgen over medische tegenmaatregelendan wanneer zij dat ieder voor zich doen, zeker wanneer er sprake is vanschaarste en/of wanneer vele overheden tegelijk producten willenaanschaffen.Het fiche waarschuwt voor risico’s van EU-voorraden voor nationalebeschikbaarheid, vooral bij dual-use producten zoals antibiotica, PBM endiagnostiek. Hoe wordt voorkomen dat EU-noodvoorraden leiden totmarktdruk of tekorten in de nationale zorgketens? Is Nederland bereidvoor EU-verplichtingen te gaan liggen indien deze nationale voorraden ofzorglogistiek schaden?Het BNC-fiche betreft het Nederlands standpunt op een strategie voor hetborgen van de beschikbaarheid van medische tegenmaatregelen, terversterking van de crisisparaatheid en gezondheidsbeveiliging.5 Dezemedische tegenmaatregelen betreffen medische producten, zoals vaccinsen mondkapjes, die ingezet worden om de bevolking te beschermen tegenernstige grensoverschrijdende gezondheidsdreigingen. Een onderdeel vandeze strategie gaat over EU-noodvoorraden van deze medische tegen-maatregelen. Wanneer EU-noodvoorraden worden aangelegd, vind ik hetbelangrijk dat het de reguliere zorg en nationale markt niet belemmert.Het aanleggen van voorraden moet daarom in een gestaag tempogebeuren, zodat de nationale markten continu voorzien blijven. Daar waar(dreigende) tekorten zijn van medische producten, acht ik het op datmoment niet uitvoerbaar om EU-voorraden aan te leggen. Tot slot merk ikop dat er geen sprake is van EU-verplichtingen voor het aanleggen vanvoorraden.De strategie omvat een nieuwe EU-IT-structuur voor gezondheidsinlich-tingen, toeleveringsketens en vroegdetectie. Welke data is Nederlandverplicht aan te leveren, en heeft Nederland zeggenschap over uitbreidingvan dataverzameling? Hoe voorkomt het kabinet dat EU-sturing op«gezondheidsinformatie» of «desinformatiebestrijding» leidt totinmenging in nationale communicatie en publieke debat?5Kamerstukken 2024/2022, 22 112, nr. 4161Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80811 De in de EU-MCM-Strategie genoemde IT-structuur voor gezondheidsin-lichtingen, toeleveringsketens en vroegdetectie» is op dit moment nogniet uitontwikkeld. In de kern gaat het hierbij om het bijeenbrengen van albestaande informatie, zoals uit de gezondheidsbedreigings-analyse diejaarlijks door DG HERA wordt opgesteld; informatie over bestaande(nood-)voorraden op EU en waar mogelijk nationaal niveau; informatie(o.a. ten tijde van een EU-gezondheidscrisis) die bedrijven aanleverenover producten in hun leveringsketen; en ook informatie die beschikbaarkomt op basis van de bestaande monitoring- en surveillancestructurenrondom overdraagbare aandoeningen en/ of ziekmakende pathogenen.Deze informatie zal vooral beschikbaar komen voor die hierbovengenoemde coördinerende, aanvullende en ondersteunende taken van deEuropese Commissie. De Europese Unie heeft daarbij – conform hetgeenbepaald is in verordening EU/2022/2371 – een coördinerende, ondersteu-nende en/ of aanvullende bevoegdheid ten tijde van eenEU-gezondheidscrisis.Ook hebben de leden van de PVV-fractie nog enkele vragen en opmer-kingen over het onderhandelingsmandaat voor de Verordening KritiekeGeneesmiddelen. Genoemde leden vragen zich af welke geneesmiddelenvolgens de Minister onder de definitie van «geneesmiddelen vangemeenschappelijk belang» vallen? Hoe beoordeelt de Minister deafbakening van deze categorie in het Commissievoorstel en in hetonderhandelingsmandaat van de Raad?In het Commissievoorstel van de Verordening Kritieke Geneesmiddelen isdit gedefinieerd als geneesmiddelen, anders dan de kritieke geneesmid-delen6, waarvan de beschikbaarheid en toegankelijkheid voor patiënten inminimaal drie lidstaten wordt beperkt, doordat nationale marktentekortschieten (zogenoemd marktfalen). Dit staat ook omschreven inartikel 3 van de het Commissievoorstel van de Verordening KritiekeGeneesmiddelen.7In het algemeen ben ik positief dat de CMA zich ook richt op geneesmid-delen van gemeenschappelijk belang en de afbakening die daarvoor isgekozen. Wel ontbreekt in het Commissievoorstel een nadere onder-bouwing van wanneer sprake is van marktfalen.Voor een nadere toelichting over de afbakening van geneesmiddelen vangemeenschappelijk belang in het onderhandelingsmandaat, verwijs ik unaar de vertrouwelijke brief die op 11 november jl. naar uw Kamer isgestuurd.Hoe beoordeelt de Minister de aanbestedingscriteria van de EuropeseCommissie zoals leveringszekerheid en geografische spreiding? Is er zichtop hoe dit er in de praktijk gaat uitzien? Graag nadere uitleg.Ik sta positief tegenover het voorstel om leveringszekerheidscriteriaverplicht mee te laten wegen bij publieke aanbesteding van geneesmid-delen. Hiermee kan bijvoorbeeld betrouwbare levering beter beloondworden in de aanbesteding van kritieke geneesmiddelen. Ik wil hierbijbenadrukken dat in Nederland een aanzienlijk deel van de inkoop vangeneesmiddelen door private partijen wordt uitgevoerd die niet onder hetaanbestedingsrecht vallen en derhalve buiten de CMA vallen.Ik pleit voor zoveel mogelijk harmonisatie van de aanbestedingskadersbinnen Europa, zodat geen ongelijk speelveld tussen de lidstaten6Dit zijn geneesmiddelen die op de Europese lijst kritieke geneesmiddelen ( Union List of CriticalMedicines) staan. Deze wordt opgesteld door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).Deze Europese lijst wordt formeel behandeld in de herziening van de Europese geneesmidde-lenwetgeving.7COM(2025) 102 final.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80812 ontstaat.8 Omdat de onderhandelingen nog gaande zijn, is het nog nietvastgesteld hoe de aanbestedingscriteria in de praktijk uit komt te zien.Is het kabinet bereid om de prijs minder zwaar te laten meewegen, zoalsvoorgesteld door de Commissie? Indien ja, hoe weegt de Minister dittegen het nationale beleid met sluisgeneesmiddelen?Ik ben mij ervan bewust dat het meewegen van leveringszekerheidscri-teria bij publieke aanbesteding tot hogere uitgaven aan geneesmiddelenkan leiden. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat in Nederland eenaanzienlijk deel van de inkoop van geneesmiddelen door private partijenwordt uitgevoerd, die niet onder het aanbestedingsrecht vallen enderhalve buiten de CMA vallen. Het is belangrijk onderscheid te makentussen kritieke geneesmiddelen en dure sluisgeneesmiddelen die vaakniet onder de kritieke geneesmiddelen vallen. Voor kritieke geneesmid-delen staat de beschikbaarheid onder druk door onder andereverschraling van de markt en verstoringen in de toeleveringsketens. Voorsluisgeneesmiddelen speelt juist een discussie over toegankelijkheid doorhoge prijzen. Door dit verschil in dynamiek is het beleid voor dezegeneesmiddelen dan ook verschillend.Hoe staat de Minister tegenover het voorstel om deelname aan nooddis-tributie van kritieke geneesmiddelen vrijwillig te maken? Wat gaat de inzetvan Nederland worden ten aanzien van nooddistributie?Er zijn meerdere voorstellen gedaan en het is mij niet duidelijk welkvoorstel hier precies mee wordt bedoeld. Onder de Executive SteeringGroup on Shortages and Safety of Medicinal Products(MSSG)9, bestaat aleen vrijwillig solidariteitsmechanisme (Voluntary Solidarity Mechanism)10.Bij kritische tekorten kunnen lidstaten elkaar via de MSSG snel onder-steunen door beschikbare voorraden onderling te delen. Hier heeftNederland goede ervaringen mee opgedaan.Hoe beoordeelt de Minister het voorstel van EP-rapporteur Sokol voor eenbindend coördinatiemechanisme voor tekorten? Kan de Ministergenoemde leden inzicht geven wie verantwoordelijk is voor de finan-ciering van nooddistributie van kritieke geneesmiddelen? Wat gaan definanciële gevolgen voor Nederland zijn van bovengenoemde voorstellen?Gezien onze goede ervaringen met het vrijwillige solidariteitsmecha-nisme, zie ik geen aanleiding voor een bindend coördinatiemechanismevoor tekorten. Het Europees Parlement heeft nog geen standpuntgeformuleerd over de CMA. Dit standpunt wordt begin decemberverwacht. Hierna volgen de onderhandelingen tussen de EuropeseCommissie, de Raad en het Europees Parlement. Het Voorzitterschap vande Raad zal vervolgens namens de lidstaten onderhandelen. Over deuitwerking van de voorstellen en de financiële gevolgen kan daarom nietsworden gezegd.Ten aanzien van de maatregelen voor tabaksontmoediging, lezen de ledenvan de PVV-fractie dat de Commissie voorstelt dat 15% van de tabaksac-cijns rechtstreeks wordt afgedragen aan de Europese begroting. Dit zoujaarlijks 11 tot 14 miljard euro opleveren. Erkent het kabinet dat dit een8Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 112, nr. 40789De rol van de Executive Steering Group on Shortages and Safety of Medicinal Products(MSSG) van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) is te zorgen dat een robuuste reactiekomt op problemen met de beschikbaarheid van geneesmiddelen die worden veroorzaakt doorgrote incidenten of gezondheidscrisissen. In deze groep nemen ook vertegenwoordigers vannationale agentschappen zitting.10https://www.ema.europa.eu/en/documents/other/mssg-voluntary-solidarity-mechanism_en.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80813 stap richting eigenstandige EU-belastingen is? Op welke manier denkt hetkabinet dat het Nederlandse parlement nog het budgetrecht kan blijvenuitoefenen wanneer de EU zelfstandig belastinginkomsten kan genereren,terwijl het Europees Parlement geen directe democratische legitimiteitheeft voor dergelijke belastingen? Erkent het kabinet dat dit voorstelfeitelijk betekent dat de EU zich een deel van de nationale belasting-grondslag toe-eigent? Hoeveel bedraagt dit voor Nederland? Wat is deNederlandse inzet bij de onderhandelingen over het WHO-Kaderverdraginzake tabaksontmoediging? Hoe verhoudt zich dit tot de Europese inzet?Hoe beoordeelt de Minister de noodzaak tot herziening van de Tabakspro-ductenrichtlijn en Tabaksreclamerichtlijn?Het is niet zo dat de Europese Commissie voorstelt dat 15 procent van deopbrengst van de tabaksaccijns rechtstreeks wordt afgedragen aan deEuropese begroting. De Europese Commissie stelt in het voorstel vooreen nieuw Eigenmiddelenbesluit (EMB) voor om een eigen middel teintroduceren op basis van op de markt gebrachte tabaks- en tabaksgerela-teerde producten (hierna: tabak). De grondslag van deze afdracht wordtberekend door de hoeveelheid op de markt gebrachte tabak te vermenig-vuldigen met het geldende minimumaccijnstarief per lidstaat, datvoortvloeit uit de Richtlijn tabaksaccijns. Volgens het voorstel wordt deafdracht vervolgens berekend door middel van een uniform afdrachtsper-centage van 15% toe te passen over deze grondslag per lidstaat. Het gaathierbij dus niet om een rechtstreekse afdracht van de opbrengsten van detabaksaccijns, maar om een grondslag of berekening. Er is dan ook geensprake van een Europese belasting. De bevoegdheid om belastingen in delidstaten in te voeren, op te heffen of aan te passen blijft in handen van deEU-lidstaten. Op basis van cijfers van de Europese Commissie wordtverwacht dat Nederland tijdens het volgende Meerjarig Financieel Kader(2028–2034), gemiddeld jaarlijks 430 miljoen euro zal afdragen via hetvoorgestelde nieuwe eigen middel op tabak. Het voorstel voor dit nieuweeigen middel leidt niet tot extra inkomsten voor de EU, maar slechts toteen verschuiving in de berekening van wat iedere lidstaat afdraagt.Het voorgestelde nieuwe eigen middel tabak leidt – op basis van cijfersvan Commissie – tot een lagere Nederlandse totaalafdracht aan deEU-begroting.Nederland staat een ambitieuze aanpak van tabak en nicotineproductenvoor om zo de Nederlandse en Europese ambitie van een RookvrijeGeneratie in 2040 te kunnen realiseren. De maatregelen die Nederlandafgelopen jaren heeft ingevoerd gaan aanmerkelijk verder dan demaatregelen die volgen uit Europese wet- en regelgeving. Nederlandheeft zich in aanloop naar COP11 dan ook ingespannen voor eenambitieus Europees standpunt bij COP11.Nederland is van mening dat een spoedige herziening van de Tabakspro-ductenrichtlijn en Tabaksreclamerichtlijn heel belangrijk is voor hetrealiseren van de Europese ambitie van een rookvrije generatie in 2040.Op 21 maart 2025 heeft Nederland als initiatiefnemer, samen met 11andere lidstaten, de Commissie middels een brief opgeroepen om hiervaart mee te maken en Nederland heeft deze boodschap herhaald tijdensde afgelopen formele en informele Gezondheidsraad. Ook deze formeleGezondheidsraad zal Nederland de noodzaak totspoedige herziening van deze richtlijnen weer ter sprake brengen. Ditdoen we omdat het belangrijk is dat bijvoorbeeld regelgeving metbetrekking tot de aantrekkelijkheid van nieuwsoortige producten zoalsvapes verder wordt geharmoniseerd om zo ons eigen beleid effectiever tekunnen laten zijn en onze jongeren beter te kunnen beschermen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80814 De Kamer is op 11 november jl. op de hoogte gesteld van de voorlopigepunten van de formele EU Gezondheidsraad van 02 december 2025. Deleden van de PVV-fractie vinden dit rijkelijk laat gezien de datum vaninbreng van dit verslag. Zeker gezien er op het moment van schrijven noggeen achterliggende stukken beschikbaar zijn. Is de Minister bereid om inde Europese raad bespreekbaar te maken de lidstaten eerder en completerte informeren over de agendapunten van de Gezondheidsraden? De ledenzien de beantwoording graag voor donderdag 20 november 2025tegemoet en vragen het kabinet expliciet in te gaan op de gevolgen voorsoevereiniteit, democratische controle en nationale crisisbeheersing.Voor tijdige aanlevering van de agenda en achterliggende stukken ben ikafhankelijk van het voorzitterschap van de Raad voor de Europese Unie. Inaanloop naar het nieuwe voorzitterschap (Cyprus vanaf 1 januari 2026) zalNederland dit als belangrijk aandachtspunt meegeven om te kunnenvoldoen aan de informatieafspraken die het kabinet heeft met hetparlement.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deGeannoteerde Agenda van de Formele EU-Gezondheidsraad d.d.2 december 2025. Zij hebben daarover nog een enkele vraag.De leden van de VVD-fractie lezen dat de prioritering van strategischeprojecten niet ten koste mag gaan van of op gespannen voet mag komente staan met de wettelijke taken en bevoegdheden van de InspectieGezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Kan de Minister toelichten op welkemanier hij dit terechte uitgangspunt wil waarborgen?In het Commissievoorstel staat dat de daarvoor verantwoordelijkeautoriteit prioriteit moet geven aan de inspectie van deze strategischeprojecten. Dat is in Nederland de IGJ. Ik vind het van belang dat de IGJhaar taak als onafhankelijk toezichthouder moet kunnen blijven uitvoeren.Voor verdere toelichting verwijs ik u naar de vertrouwelijke brief die op11 november jl. naar uw Kamer is gestuurd.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de voorliggende stukken over de EU-Gezondheidsraad van2 december aanstaande. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmer-kingen over.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het een positieve zaakdat het Deense voorzitterschap vaart heeft gezet op de VerordeningKritieke Geneesmiddelen (CMA) en de ambitie heeft om eind 2025 tot eencompromis in de Raad te komen. Het is wat de betreffende leden betreftnamelijk van groot belang dat Europa voor medicijnen minder afhankelijkwordt van afzonderlijke leveranciers en derde landen, zeker gezien deoorzaak van de tekorten volgens de Europese Commissie voor de helft temaken hebben met tekorten in Europa aan geschikte werkzame stoffen(API’s). Urgentie is dan ook op zijn plaats.Deelt de Minister deze opvatting en verwacht de Minister dat de Deenseambitie nog realistisch is en behaald kan worden? Wanneer wordt deCritical Medicines Coordination Group (CMCG) opgericht en welke rol zalNederland daarin innemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80815 Ja, gezien de urgentie ben ik positief over de ambitie van het Deensevoorzitterschap en ook ik hoop op een compromis in de Raad voor heteind van 2025. Wel moet de wetgeving zorgvuldig tot stand komen. Deafgelopen maanden heb ik me daarom ook actief ingezet op de voorNederland belangrijke punten.De onderhandelingen over de inrichting van de Critical MedicinesCoordination Group (CMCG) en de exacte rol van lidstaten hierin zijn noggaande. Het is mijn inzet dat, gelet op het belang van de beschikbaarheidvan geneesmiddelen, Nederland een actieve rol in deze groep krijgt.Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkelevragen over de bereikte vorderingen op de informeleEU-Gezondheidsraad in Kopenhagen van 16 september jl.. De betreffendeleden vroegen in aanloop naar de Raad, waar Anti-Microbiële Resistentie(AMR) op de agenda stond, welke lessen de Minister overneemt vanDenemarken om verantwoord om te gaan met het gebruik van antimicro-biële middelen. De Minister gaf in de beantwoording aan dat we kunnenleren van de Deense ervaringen met de inzet van nieuwe inkoopsamen-werkingen, in hun geval met Noorwegen en IJsland, om samen antibioticain te kopen. Daardoor kan er wellicht nog gerichter worden voorge-schreven, wat bijdraagt aan het voorkomen van resistentie. Heeft deMinister deze gesprekken met Denemarken gevoerd? Wat waren hier deuitkomsten van en welke stappen kunnen in Nederland gezet worden ombest practices van Denemarken over te nemen? En wat doet Nederlandconcreet om de doelstelling te behalen om het antibioticumgebruik met3% terug te dringen in 2030 ten opzichte van 2019?Ja, Nederland heeft tijdens de informele EU-Gezondheidsraad inKopenhagen van 16 september het gesprek met Denemarken en andereaanwezige landen gevoerd, over de Deense inzet op nieuwe inkoopsa-menwerkingen. Het gaat hier om het bundelen van aanbestedingen, zoweltussen Deense ziekenhuizen, maar ook in samenwerking met Noorwegenen IJsland. Dit had een positief effect op zowel de prijs als de beschik-baarheid van de desbetreffende geneesmiddelen. Deze lessen neem ikmee naar mijn gesprekken met het Nederlandse veld, waarbij we oogmoeten houden voor de verschillen tussen zorgsystemen in verschillendelanden. Ook benadruk ik dat deze landen qua inwoneraantal kleiner zijndan Nederland en sneller schaalvoordelen behalen door samenwerking.De voorgestelde Verordening Kritieke Geneesmiddelen (CMA) kan eenbasis bieden voor gezamenlijke inkoop tussen EU-landen met onder-steuning van de Europese Commissie.Het humane gebruik van antibiotica in Nederland is al laag, ook invergelijking met andere EU-landen, maar we spannen ons desalnietteminin om verdere reductie te realiseren.Nederland zet het ontwikkelen en actualiseren van richtlijnen en proto-collen voor verantwoord gebruik van antimicrobiële middelen in devolledig keten van eerstelijns, curatieve en langdurige zorg voort.Daarnaast gaan we door met het monitoren van het gebruik van antibi-otica waarbij onze focus vooral ligt op het bevorderen van juist gebruikvan antibiotica. We zien namelijk dat de voorschrijfcultuur tussenafzonderlijke artsen, artsenpraktijken en zorginstellingen nog kan variërenen niet altijd volledig in lijn is met bestaande behandelrichtlijnen voorverantwoord antibioticagebruik. We stimuleren het spiegelen vanvoorschrijfgedrag onder zorgprofessionals, bij voorbeeld in een farmaco-therapeutisch overleg, diagnostisch toetsoverleg en via de A-teams.Diverse lopende programma’s richten zich op verbetering van Antimi-crobial Stewardship: het helpen van voorschrijvers en instellingen om tebevorderen dat antimicrobiële middelen in de humane zorg altijdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80816 verantwoord worden gebruikt. Zo worden richtlijnen (zoals voor debehandeling van luchtweg- en urineweginfecties) geactualiseerd enworden piekvoorschrijvers, van huisartsen tot en met zorginstellingen,gestimuleerd tot verantwoord gebruik door middel van bijvoorbeeldvoorlichting, (na)scholing en intervisie.Ook hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkele vragenover de inzet in Europees verband op het gebied van klimaat engezondheid. De leden achten het van groot belang dat Nederland zichinzet om hier een breed gedragen strategie op te ontwikkelen, zekeraangezien er momenteel gebrek is aan een EU-strategie op dit vlak. Zoalsde Minister zelf aangeeft is een toegewijde en gecoördineerde EU-inzet opklimaat en gezondheid noodzakelijk voor een weerbaar, competitief eninvloedrijk Europa, zeker aangezien gezondheid een van de vijf sectoren isdie het meeste risico lopen door klimaatverandering. Kan de Ministernader ingaan op de inzet van Nederland op dit onderwerp? Wat is deverwachte steun op het diversenpunt dat Nederland zal inbrengen omsteun te genereren onder EU-lidstaten voor een verzoek aan deCommissie om een Europese strategie te ontwikkelen? Hoe kan het dat deoproep van Nederland van november 2023 op dit punt tot op heden noggeen vervolg heeft gekregen? Kan de Minister toezeggen dat hij zich tothet uiterste zal inzetten om dit vervolg wel af te dwingen, gezien demogelijk grote implicaties als Europa hier geen leiderschap in neemt?Nederland wil de Europese Commissie oproepen tot het ontwikkelen vaneen EU strategie op klimaat en gezondheid, die zowel adaptatie alsmitigatie omvat, en voor zowel de interne als externe dimensie van de EU.Dit sluit aan bij de Nederlandse Mondiale Gezondheidsstrategie eneerdere inzet van Nederland binnen de EU op dit vlak, zoals de oproep toteen EU agenda op klimaat en gezondheid in de EPSCO-raad. Deverwachting is dat Nederland op het diversenpunt steun van de meestelidstaten zal ontvangen die eerder ook de EU non-paper op klimaat engezondheid hebben onderschreven, waarin wordt opgeroepen tot meerEuropese ambitie op dit gebied. Deze oproep sluit immers ook aan bijeerder aangenomen Raadsconclusies op dit onderwerp. De Staatssecre-taris voor Jeugd, Preventie en Sport zal zich blijven inspannen om eendergelijke Europese strategie te bewerkstelligen, onder andere door dezeoproep in de aankomende Europese Gezondheidsraad.Tot slot lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de Minister opde Gezondheidsraad de terugkoppeling ontvangt van de Commissie vande 11e sessie van de Conferentie van Partijen (COP) van de FCTC, hetWHO-kaderverdrag inzake tabaksontmoediging. Hoe zijn deze onderhan-delingen verlopen? Hoe staat het met de herziening van de verschillendeTabaksrichtlijnen, met name in het licht van het verminderen van detoegankelijkheid van nieuwe tabaks- en nicotineproducten, zoals vapes,voor jongeren? Het baart de leden zorgen dat Nederland zich weliswaarinzet om een rookvrije generatie in 2040 te bereiken, maar dat de lidstatenbinnen de EU verdeeld zijn over de gezamenlijke inzet. Kan de Ministernader toelichten op welke manier Nederland zich inzet om een meergezamenlijke inzet te bevorderen en meer overeenstemming te bereikentussen de lidstaten? Op welke manier wordt daarnaast inzet gepleegd opstrengere regels voor vapes, met name de vele smaakjes waardoorjongeren sneller verslaafd raken? Deelt de Minister de opvatting dat eenEuropees smaakjesverbod een effectieve maatregel is om het aantalvapes met smaakjes (in Nederland) terug te dringen en zo ja, welke inzetis hij bereid daarop te doen bij andere lidstatenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80817 De elfde sessie van de Conferentie van de Partijen bij hetWHO-kaderverdrag inzake tabaksontmoediging heeft van 17 tot en met22 november in Geneve plaatsgevonden. Nederland staat een ambitieuzeaanpak van tabak en nicotineproducten voor om zo de Nederlandse enEuropese ambitie van een Rookvrije Generatie in 2040 te kunnenrealiseren. Nederland heeft zich ter plekke en in aanloop naar COP11hiervoor ingespannen. Er is bij COP11 onder meer overeenstemmingbereikt op het gebied van bescherming van het milieu (Artikel 18 van hetFCTC) om schade door componenten van tabaks- en nicotineproducten,waaronder plastics, filters en e-waste te verminderen, financieringsmo-dellen voor tabaksontmoediging, aansprakelijkheid van de industrie(Artikel 19) en opties voor verdergaande tabaksontmoedigingsmaatre-gelen (Artikel 2.1). Verder roept de COP de VN op om VN-gebouwenwereldwijd binnen en buiten volledig rookvrij te maken en de verkoop vantabak en nicotineproducten zoals e-sigaretten en nicotinezakjes te staken.Tot slot heeft Nederland op verschillende manieren het smaakjesverbodvoor e-sigaretten (vapes) onder de aandacht gebracht. Het was in dat lichtzeer verheugend dat België tijdens COP11 een smaakjesverbod naarNederlands model aankondigde.Vragen en opmerkingen van de leden van de Forum voorDemocratie-fractieDe leden van de Forum voor Democratie-fractie hebben kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de formele EU-Gezondheidsraad van2 december 2025 en hebben hier nog enkele vragen over en opmerkingenbij.De onderhandelingen over het pandemieverdrag zijn afgerond. Is albekend wanneer dit verdrag in werking zal treden? Het pandemieverdragzal, lezen deze leden, via een uitdrukkelijke parlementaire goedkeurings-procedure worden voorgelegd aan de Staten-Generaal. Betekent dit ookdat het pandemieverdrag, voor Nederland, pas in werking zal treden nadatde Staten-Generaal ermee heeft ingestemd? Of zal dit pandemieverdrag,net zoals destijds het EU-associatieverdrag met Oekraïne, na afronding«voorlopig», dus nog voordat de Staten-Generaal het geratificeerd heeft,alvast worden toegepast? Tot slot, hoe staat het met de uitvoering van debrief van het lid Van Houwelingen van 21 juni 2023 (Kamerstuk 23 908-(R1519), nr. 163) waarin leden van de Tweede Kamer verzoeken om de op28 mei 2022 door de WHO aangenomen wijzigingen van de InternationaleGezondheidsregeling voor uitdrukkelijke goedkeuring aan de Kamer voorte leggen? Wanneer zal, naar verwachting, het hiervoor noodzakelijkewetsvoorstel door de regering naar de Kamer worden gestuurd?De basistekst van het pandemieverdrag is op 27 mei 2025 door delidstaten van de WHO vastgesteld tijdens de 78e Wereldgezondheidsver-gadering (WHA) in Genève.11 Het verdrag is echter nog niet compleet.Artikel 12 van het verdrag wordt nader uitgewerkt in een bijlage over hetzogenaamde «Pathogen Access and Benefit Sharing» (PABS) mecha-nisme. Het verdrag zal pas voor nationale goedkeuring voorgelegdkunnen worden als de onderhandelingen over de bijlage zijn afgerond, hetverdrag compleet is en de tekst van de bijlage is vastgesteld door deWHA.De 78e WHA heeft een resolutie aangenomen met als einddatum van deonderhandelingen de 79e WHA in mei 2026. Mocht de PABS-bijlage tijdensdie WHA-vergadering worden vastgesteld, dan zal de Directeur-Generaalvan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de definitieve tekst van hetverdrag daarna aan de lidstaten toezenden. Nadat de Rijksministerraad11Pandemic Agreement: https://apps.who.int/gb/ebwha/pdf_files/WHA78/A78_R1-en.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80818 heeft ingestemd met ondertekening, kan het verdrag namens hetKoninkrijk worden ondertekend en vervolgens zal de uitdrukkelijkegoedkeuringsprocedure worden gevolgd. Het Koninkrijk kan niet wordengebonden aan het verdrag, zonder voorafgaande goedkeuring daarvanvan de Staten-Generaal. Er is geen voorlopige toepassing van het verdragvoorzien. Het verdrag zal pas na een eventuele goedkeuring en ratificatiedoor het Koninkrijk in werking kunnen treden voor het Koninkrijk. Inalgemene zin is het op basis van het verdrag noodzakelijk voor inwerking-treding dat minimaal 60 landen hetverdrag ratificeren of daartoe toetreden. Het verdrag zal op de dertigstedag na ontvangst van het zestigste instrument ter ratificatie of toetredingin werking treden voor die landen die het verdrag hebben geratificeerddanwel zijn toegetreden daartoe.De wijzigingen van de Internationale Gezondheidsregeling die op 28 mei2022 door de WHA zijn vastgesteld, zijn op 10 april 2024 voor uitdrukke-lijke goedkeuring aan uw Kamer voorgelegd via een voorstel vanRijkswet.12 De vaste commissie voor VWS heeft op 21 mei 2024 hetverslag ten aanzien van het wetsvoorstel vastgesteld. Op 18 oktober 2024volgde het verslag van de Staten van Curaçao. De Nota naar aanleidingvan het verslag is op 16 september 2025 aan uw Kamer toegezonden.13In de geannoteerde agenda wordt gesproken over een «EU strategie opklimaat en gezondheid» en een «EU agenda op klimaat en gezondheid». Ishet kabinet van mening dat klimaatverandering een bedreiging is voor devolksgezondheid? Zo ja, waarom? Is het kabinet bijvoorbeeld bekend metdit artikel in The Lancet waaruit blijkt dat er in Europese steden bijna tienkeer meer inwoners sterven door kou dan door hitte (The Lancet, 2 juli2024, «Excess mortality attributed to heat and cold: a health impactassessment study in 854 cities in Europe»)? Zou dit niet logischerwijsbetekenen dat een mogelijke stijging van de gemiddelde temperatuur een«klimaatsverandering» zou zijn die per saldo gunstig uitpakt voor devolksgezondheid?Zoals ik u ook heb geantwoord in het schriftelijk overleg van 7 juli 2025(Inbreng 33 149 inzake KNMG-gedragscode) heeft het RIVM specifiek voorde Nederlandse situatie de effecten van klimaatverandering op onzegezondheid in beeld gebracht. De grootste risico’s voor de gezondheid inNederland zitten in een toename in hitte, met onder andere meer risico ophart- en vaataandoeningen als gevolg. Daarnaast zijn er risico’s voor degezondheid door meer blootstelling aan UV-straling, door een langerseizoen met meer pollen in de lucht, door meer en andere infectieziektenvanuit de leefomgeving en door de effecten van klimaatverandering opmentale gezondheid14.Overigens overlijden er op dit moment in Nederland inderdaad meermensen tijdens koude perioden dan tijdens hitteperioden. Dat is echterniet hetzelfde als dat zij door kou of hitte sterven. Het heeft bijvoorbeeldook te maken met infectieziekten die in die perioden rondgaan. Het RIVMheeft met behulp van de klimaatscenario’s van het KNMI verkenningengedaan naar de mogelijke temperatuurgerelateerde sterfte in 2050 en210015. Daaruit komt het beeld naar voren dat de koudegerelateerdesterfte zal afnemen, maar ook dat dat op termijn kan worden overtroffendoor een toename van de hittegerelateerde sterfte. In totaal wordt een12Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 534 (R2193), nr. 2.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 534 (R2193), nr. 8.14Bron: Aanhangsel Handelingen II, 2024/2025, nr. 162115Kamerstukken II 2024–2025, 32 793, nr. 791, Themaverkenning leefomgeving en klimaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80819 toename van temperatuurgerelateerde sterfte verwacht. Voor een deelkomt dit ook door een verwachte groei en vergrijzing van de bevolking.Is de Minister ermee bekend dat zijn ambtsvoorganger in een debat heefterkend dat artsen die van mening zijn dat er geen verband is tussenklimaatverandering en (meer) gezondheidsproblemen en daar, alsonderdeel van het publieke debat, uiting aan geven (en die zijn er wetende leden van de Forum voor Democratie-fractie), vervolgens kunnenworden vervolgd (op basis van de KNMG-gedragscode) door de Gezond-heidsinspectie? Vindt de Minister het wenselijk dat artsen die, op basisvan hun expertise, een ander gezichtspunt etaleren over de relatie tussenklimaatverandering en volksgezondheid dan de KNMG, hiervoor vervolgdkunnen worden door de Gezondheidsinspectie (zoals door MinisterAgema gesteld tijdens het tweeminutendebat Goed bestuur en toezicht inde zorg (+IGJ en Zorgfraude) op 21 mei 2025)? Indien de Minister dit eenprobleem vindt, wat gaat hij hier dan aan doen? Indien de Minister dit netzoals zijn ambtsvoorganger geen probleem vindt, hoe kan hij er dan zozeker van zijn dat er een relatie is tussen klimaatverandering en gezond-heidsproblemen als artsen, als deskundigen, als experts die daar andersover denken de mond worden gesnoerd door de Gezondheidsinspectie?Dan is er immers toch niet langer een «wetenschappelijke consensus»16maar met een door de staat opgelegde en met boetes en strafafgedwongen «geconstrueerde consensus», een «consensus» die dusniets meer met wetenschap of waarheid te maken heeft? Of ziet deMinister dit wellicht anders?Mijn ambtsvoorganger heeft in het Verslag van een schriftelijk overleg van4 juli 202517 het volgende geschreven. In de KNMG-Gedragscode (verder:gedragscode) voor artsen is opgenomen dat artsen op basis van hunexpertise en binnen de grenzen van hun kennen en kunnen in vrijheidkunnen deelnemen aan het publieke en wetenschappelijke debat. Dit isopgenomen in kernregel 8 van de gedragscode: «Als arts blijf je binnen degrenzen van je eigen kennen en kunnen. Je onthoudt je van handelingenen uitingen die daarbuiten liggen»18. Ook kan een arts, zoals in eerdereantwoorden op vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) van 3 april2024 is aangegeven19, gemotiveerd van de gedragscode afwijken. Ook ditgeeft de arts vrijheid in het publieke en wetenschappelijke debat. Ikonderschrijf deze beantwoording.Artsen kunnen op basis van hun expertise en binnen de grenzen van hunkennis en kunde in vrijheid deelnemen aan het publieke en wetenschappe-lijke debat. Ook artsen hebben recht op vrijheid van meningsuiting. Dezevrijheid vraagt een verantwoordelijke afweging van de arts. Degedragscode biedt artsen een leidraad voor het professioneel handelen.De daarin opgenomen regels zijn normerend en richtinggevend van aard.De KNMG-Gedragscode is tot stand gekomen in nauw overleg met artsen,experts en andere stakeholders20, zoals de Patiëntenfederatie Nederland.Ook heeft de KNMG gesproken met de IGJ in hun rol als toezichthouder.De KNMG is zich bewust van de inhoud van de eigen gedragscode endaarover bestaat consensus binnen de beroepsgroep.De IGJ heeft mijn ambtsvoorganger laten weten dat zij de gedragscodevan de KNMG niet oplegt, maar het handelen van zorgprofessionals toetstaan de richtlijnen en veldnormen die de KNMG zelf heeft vastgesteld.Daaronder valt ook de hier bedoelde gedragscode. Pas wanneer de IGJ16Nog afgezien van het feit dat «de consensus» natuurlijk niet «de waarheid» hoeft te zijn.17Kamerstukken II 2024–2025, 32 012 en 31 765, nr. 65.18KNMG, 27 mei 2022, «KNMG-gedragscode voor artsen» Gedragscode voor artsen | KNMG, p.28.19Aanhangels Handelingen II, 2023/2024, nr. 140320KNMG 2022, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80820 risico’s ziet voor de kwaliteit of veiligheid van zorg, kan zij passendeinterventies inzetten. Artsen kunnen op de website van de IGJ lezen hoede IGJ interventies inzet en welke maatregelen zij kan nemen21. Daarbijbenadruk ik dat de IGJ een arts niet strafrechtelijk kan vervolgen en ookniet zelfstandig een beroepsverbod kan opleggen. Vervolging vindt plaatsin het strafrecht door het OM en niet in het toezicht door de IGJ.Ik ben er net als mijn ambtsvoorganger mee bekend dat er verschillendeopvattingen bestaan rondom klimaatverandering. Ik onderschrijf de standvan de huidige wetenschappelijke inzichten dat klimaat- en milieuverande-ringen zowel positieve als negatieve gezondheidseffecten met zich meekunnen brengen. Dit blijkt ook uit de effecten van de klimaatverande-ringen op de gezondheid die het RIVM in beeld heeft gebracht22.21https://www.igj.nl/onderwerpen/maatregelen/hoe-zet-igj-maatregelen-in22Kamerstukken II 2024–2025, 32 793, nr. 791, Themaverkenning leefomgeving en klimaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 80821
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.