KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Asiel en Migratie (Kamerstuk 36945-XX-2)

15 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6e9153154653df71 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 945 XXJaarverslag en slotwet Ministerie van Asiel enMigratie 2025Nr. 7 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 15 juni 2026 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragenvoorgelegd aan de Minister van Asiel en Migratie over de brief van 20 mei2026 over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij hetMinisterie van Asiel en Migratie (Kamerstuk 36 945 XX, nr. 2).De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 15 juni 2026.Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,Burger kst-36945-XX-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 71 Vragen en AntwoordenVraag (1):Op welke begrotingsmomenten zijn de ramingsveronderstellingen voor2025 (instroom, normvergoeding, bezettingsgraad) voor de opvang vanOekraïense ontheemden bijgesteld, en hoe verhouden deze herzieneaannames zich tot de ramingen onder de begroting 2026 en verder?Antwoord:De ramingsveronderstellingen voor 2025 zijn bijgesteld met deVoorjaarsnota (instroom en opvangcapaciteit en normbedrag) en deNajaarsnota (instroom en opvangcapaciteit) op basis van de MeerjarenProductie Prognose (MPP). Deze ramingen zijn opgesteld met zowelcijfermatige als inhoudelijk experts. Voor de begroting 2026 hanteren wedezelfde veronderstellingen als in 2025. Bij een volgend besluitvormings-moment wordt bezien of budgetten op basis van nieuwe instroomcijfersherijkt moeten worden. Hieruit wordt ook de capaciteit voor de gemeente-lijke opvang afgeleid.Vraag (2):Op welke wijze is het kostprijsonderzoek voor de opvang van Oekraïenseontheemden uitgevoerd, welke aannames zijn daarbij gehanteerd en hoezijn de uitkomsten vertaald in de normbedragen voor gemeenten voor2026 en latere jaren?Antwoord:Voor 2026 en latere jaren is op de gebruikelijke wijze in 2025 eenkostprijsonderzoek uitgevoerd door Improven. Zij hebben eerst eenuitgebreide kostenenquête onder gemeenten gehouden en daarna de deuitkomsten geduid met vertegenwoordigers van zowel gemeenten als hetRijk. De belangrijkste aanname is dat de kostenopgaven van de 123gemeentes die de enquête volledig hebben ingevuld representatief zijnvoor de kosten van alle gemeenten. De voornaamste uitkomsten, dat ergrote spreiding is tussen de directe kostensoorten, accommodatietypenen regio’s en dat de indirecte kosten een administratieve last vormen voorgemeenten, zijn vertaald tot de nieuwe doelgroepflexibele regeling. Indeze regeling worden de directe kosten na een geaccordeerde aanvraagvergoed op basis van werkelijke en de indirecte kosten op basis van eenruime vaste tegemoetkoming per plek. Deze regeling wordt op kortetermijn gepubliceerd. [PM UITKOMSTEN MR D.D. 5 JUNI]. Het kostprijs-onderzoek wordt binnenkort gedeeld met de Kamer, waarin uitgebreiderwordt ingegaan op de werkwijze en de gehanteerde aannames.Vraag (3):In hoeverre is bij het stabiel houden van de COA-begroting na 2027 op hetniveau van 2027 rekening gehouden met de verwachte effecten van hettweestatusstelsel op de instroom, en op welke wijze is de invoering vanhet EU Asiel- en Migratiepact per 12 juni 2026 in deze ramingenmeegenomen?Antwoord:De meest recente MPP is verwerkt voor 2026 en 2027 en de begrotings-stand 2027 die hieruit volgt is als uitgangspunt genomen voor 2028 enverder. In deze MPP kernprognose is geen rekening gehouden met hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 72 tweestatusstelsel en de invoering van het EU Asiel- en Migratiepact per12 juni 2026. Mogelijke ontwikkelingen in deze worden waar mogelijk inde volgende MPP meegenomen.Vraag (4):Hoe is de capaciteitsverdeling waarbij 73% van de IND-capaciteit naarnieuwe instroom onder het EU Asiel- en Migratiepact gaat tot standgekomen, welke afwegingen liggen daaraan ten grondslag en is beoor-deeld of deze verdeling verenigbaar is met de algemene beginselen vanbehoorlijk bestuur?Antwoord:Een goede implementatie van het Pact en werking ervan in alleEU-landen, waarbij voldaan wordt aan de nieuwe beslistermijnen, komtde beheersbaarheid van asielmigratie naar Nederland ten goede. Hiermeewordt ook voorkomen dat er een situatie ontstaat waarbij aanvrageningediend vanaf 12 juni 2026 op korte termijn een langere doorlooptijdkennen dan die door het Pact is voorgeschreven. Dat is zeer onwenselijk.Dit heeft automatisch gevolgen voor de mensen die voor 12 juni 2026 eenaanvraag hebben ingediend. Om die reden is de IND verzocht om eenplan van aanpak op te stellen over het wegwerken van de openstaandeasielaanvragen van voor 12 juni 2026.Gelet op het vastgestelde medio instroomscenario van 25.000 eersteaanvragen uit de kernprognose en actuele situatie asielketen 2025 heeftde IND op basis van de nieuwe asielprocedure een inschatting gemaakthoeveel van de besliscapaciteit nodig is om het uitgangspunt van geenachterstanden op aanvragen onder het Pact waar te maken. De uitkomstdaarvan is dat er ongeveer 73% van de capaciteit benodigd zou zijn. Deinschatting is onderhavig van allerlei variabelen die een rol zullen spelenin het werkproces van de IND. Is de instroom lager dan verwacht, danblijft automatisch meer capaciteit over voor de openstaande aanvragen.Dit kan door het jaar fluctueren mede door de seizoen patronen en daarbijkomende pieken in de instroom.Vraag (5):Wat zijn de cumulatieve (verwachte) budgettaire gevolgen over minimaalvijf jaar van het in stand houden van de huidige werkvoorraad bij de INDvoor de totale uitgaven van zowel de IND als het COA, uitgesplitst naarextra IND-behandelkosten van langer lopende zaken en extra opvang-kosten door langere verblijfsduur in COA-opvang?Antwoord:De komende periode zullen de belangrijkste effecten samen met deketenpartners verder in beeld worden gebracht en gemonitord. In de MPPzullen deze effecten, indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor deMPP, worden meegenomen en doorgerekend. Het uitgangspunt is dat dekosten van het afhandelen van de aanvragen bij de IND binnen debestaande financiële kaders van de IND worden ingepast. De mogelijkheidbestaat dat de keten financiële gevolgen ondervindt van de aanpakdaarom zullen alle financiële effecten worden bezien bij de regulierebesluitvormingsmomenten op basis van de MPP.Vraag (6):Op welke informatie zijn de ramingen voor IND-capaciteit en -kosten in debegroting 2026 gebaseerd nu er volgens de Rekenkamer geen structureleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 73 managementinformatie over doorlooptijden en effecten van maatregelenbeschikbaar is, en hoe wordt de betrouwbaarheid van die ramingengeborgd?Antwoord:De IND begroting wordt opgesteld op basis van de instroom- en produc-tieramingen uit de MPP. Ontwikkelingen in de instroom, de impactdaarvan op het werk van de IND en de inzet van capaciteit worden daarbijafgewogen. Voor de bepaling van de capaciteitsinzet wordt gebruikgemaakt van vastgestelde productienormeringen. Daarnaast wordtgebruik gemaakt van de inzichten en analyses op de productierealisatie ende capaciteitsinzet uit voorgaande jaren. Deze ramingen zijn, zo blijkt ookuit andere rapporten, redelijk betrouwbaar gebleken. De door deRekenkamer geconstateerde gebreken zijn niet onwaar, maar hebbengeen bijzondere invloed op de bekostiging van de IND. De aansturing vande IND is gebaseerd op de werkafspraken in de regeling Agentschappen2024. Gedurende het jaar vindt met regelmaat overleg plaats met hetdepartement over de productievoortgang en beleidsmatige ontwikkeling.Op basis daarvan wordt, indien nodig, bijgestuurd op de IND begroting ende gemaakte productieafspraken.Vraag (7):Tot welk begrotingsmoment en tot welke bedragen is in de meerjarenra-mingen rekening gehouden met uitgaven voor dwangsommen wegensniet-tijdig beslissen, en hoe wordt de begroting aangepast zodra deafschaffing van de dwangsomregeling in werking treedt?Antwoord:De IND heeft op dit moment een voorziening waaruit dwangsommenkunnen worden betaald. Daar is dit jaar via de AenM begroting eenbedrag van 50 miljoen euro aan toegevoegd. Er is geen aanpassing vande begroting voorzien als de dwangsomregeling in werking treedt. Er zalbij de reguliere financiële besluitvormingsmomenten bezien wordenwelke middelen benodigd zijn voor de IND voor de uitgaven vandwangsommen.Vraag (8):Waarom wordt de managementinformatie over aantallen, uitkomsten entijdigheid van terrorisme-screenings door de IND tot nu toe niet struc-tureel gegenereerd, welke besluitvorming ligt hieraan ten grondslag enwanneer wordt deze informatievoorziening alsnog ingericht?Antwoord:Nationale veiligheid in de asielprocedure is geen momentopname, maarvraagt continue alertheid van de hele keten. De screening die de Reken-kamer heeft onderzocht betreft onderdeel van het onderzoek dat de IND inhet asielproces uitvoert. Hierbij wordt gekeken naar uitingen op socialmedia, wat in samenhang met andere gegevens, relevante informatie kanopleveren. Hierbij is er specifiek aandacht voor signalen die kunnen wijzenop fraude/misbruik, mensenhandel/-smokkel, gevaar openbare orde,internationale misdrijven of een gevaar voor de nationale veiligheid.NV-signalen kunnen op elk moment van de asielprocedure, maar ookdaarna worden onderkend en opgevolgd. Bij de voorregistratie bijaanmelding door de IND, door DISA tijdens het I&R-proces, bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 74 raadpleging van (inter)nationale politie/justitiële databases, tijdensoverige contacten met de vreemdeling, met name gehoren, maar ooktijdens het verblijf bij COA of contacten met DTenV. Ook worden signalenverkregen in de vorm van klikmeldingen en informatie van ketenpartners.Na onderkenning van een NV-signaal acteert de IND hierop.Vraag (9):Hoe is het door de Rekenkamer gesignaleerde capaciteitstekort (28 ftebeschikbaar tegenover 40 fte benodigd voor instroom plus werkvoorraad)verwerkt in de personele en financiële planning voor 2026, en is debenodigde uitbreiding inmiddels gerealiseerd of in de begrotingopgenomen?Antwoord:In algemene zin worden jaarlijks productieafspraken gemaakt op basiswaarvan de begroting van de IND wordt opgesteld. Daarbij wordt ookgekeken of het nodig is om aanvullende inzet te organiseren. Extramenskracht betekent ook het extra opleiden, inwerken en begeleiden vande nieuwe medewerkers en dat doet een beroep op het absorptiever-mogen van de organisatie. Specifiek ten aanzien van de screening speeltdeze problematiek op dit moment niet.Vraag (10):Welke financiële en personele maatregelen zijn getroffen om bij deuitbreiding van de screeningstaak van de IND onder het EU Asiel- enMigratiepact en de gelijktijdige afbouw en overdracht van DISA-takenuitval of vertraging in het screeningsproces te voorkomen, en is hiervooraanvullend budget gereserveerd?Antwoord:Met de term screening als gebruikt in de screeningsverordening wordtbedoeld dat de IND tijdens de Ontvangst en VoorbereidingAsielaanvraag-fase (OVA) de identiteit vaststelt, vervolgens de eersteveiligheidschecks plaatsvinden, alsmede een medische beoordeling enworden signalen van kwetsbaarheid in kaart gebracht. Met de termscreening als bedoeld in het rapport van de ARK wordt bedoeld hetonderzoek waar gekeken wordt naar op social media beschikbaresignalen. Een dergelijk onderzoek is niet een verplichting vanuit deScreeningsverordening en een dergelijke screening werd ook niet doorDISA gedaan. De IND is reeds gestart met een traject om het screenen, alsonderdeel van het opbouwen van een persoonsbeeld, verder te versterkenwaarmee eerder in het asielproces ook de genoemde screening opsignalen van terrorisme kunnen plaatsvinden. Voor wat betreft depersonele maatregelen kan worden aangegeven dat de IND eenpersoneelscapaciteit heeft op het screeningsproces dat vergelijkbaar ismet het aantal medewerkers dat DISA in dienst had. In het budget van deIND zijn middelen opgenomen voor het implementeren van het Asiel- enMigratiepact. Hieronder valt ook het onderdeel dat ziet op de inrichting enuitvoeren van het nieuwe screeningsproces.Vraag (11):Waar baseert de IND de beoogde productiviteitsverhoging van 25% op? Isdit haalbaar?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 75 Antwoord:De Ambitie 2028 is een IND brede ambitie die naast een productiviteitsver-hoging van 25% ook gericht is op de verbetering van de dienstverlening.De Ambitie gaat over de maatschappelijke opgave om juist en tijdig tebeslissen. Productiviteitsverhoging is een onderdeel daarvan. Benadruktwordt daarbij dat dit niet enkel is toegespitst op asiel, maar op allewerksoorten bij de IND.Een belangrijk onderdeel van Ambitie 2028 voor wat betreft asiel is dehernieuwde asielprocedure. Met name het wegvallen van een standaardaanmeldgehoor en het wegvallen van de voornemenprocedure zal eenproductiviteitsstijging opleveren. De gehele IND organisatie zal daarnaastprofijt hebben van het nieuwe ICT-systeem. Dit tezamen met andereinitiatieven zoals decompliceren zal helpen bij het stap voor stapwaarmaken van de ambitie.Vraag (12):Hoe verhoudt de beoogde productiviteitsverhoging van de IND van 25%zich tot het feit dat de IND niet vastlegt hoeveel uur een medewerkerbesteedt aan een aanvraag en het tijdschrijven ontbreekt?Antwoord:De productiviteitsverhoging van 25% uit de ambitie 2028 is een organi-satie brede doelstelling gericht op de productieactiviteiten van de IND enricht zich verder dan alleen de afhandeling van asielverzoeken. Het richtzich met name op betere planningen, het slimmer inrichten van dewerkprocessen en het vergroten van de veranderkracht en wendbaarheid.De IND beschikt over een fijnmazig en gevalideerd systeem vannormtijden per product. Sinds 2017 heeft de IND, op basis vantijdschrijven 8 onderzoeken uitgevoerd naar de normtijden van alle INDproducten en de ontwikkeling daarvan in de praktijk. Deze onderzoekenzijn uitgevoerd voor alle IND producten; zowel het asiel, reguliere,naturalisatie als juridische producten. Dit zijn de producten waar de INDjaarlijks productieafspraken op maakt met het departement. Vanuit dezeonderzoeken is een ruim inzicht op de tijdsbesteding van alle INDproducten verkregen. Mede op basis van de organisatie brede inzichtenheeft de IND in 2024 de genoemde doelstelling geformuleerd in deAmbitie 2028.Vraag (13):Hoe kan het dat de versnellingstrajecten juist hebben geleid tot meerachterstanden? Is dit onderzocht?Antwoord:Alle maatregelen tot nu toe hebben er consequent toe geleid dat de INDde afgelopen vijf jaar stelselmatig meer zaken heeft kunnen behandelen,gecorrigeerd voor externe effecten zoals in 2025 het Besluit- en vertrek-moratorium Syrië. Ondanks deze hogere productie resteerde er een gaptussen wat gedaan kon worden en wat er nieuwe aanvragen binnen isgekomen. In de afgelopen vijf jaren lag dat gat regelmatig met een factor2 hoger dan de (gestegen) productie. Het cumulatieve effect van opvol-gende jaren heeft geleid tot de huidige voorraad. Daardoor zijn devoorraden – ondanks alle maatregelen – toch verder opgelopen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 76 Vraag (14):Is de IND voornemens voortaan wel bij de opzet van maatregelen voorafte bepalen wat deze moeten opleveren en daarmee dus te monitoren ofde maatregelen het probleem oplossen waarvoor ze zijn ontwikkeld?Antwoord:Effect beoordeling is een standaard onderdeel van besluitvorming. Voorde hele vreemdelingenketen geldt dat effect voorspelling één van de meermoeilijke onderdelen is van het werk. Dat heeft met verschillendeomstandigheden te maken maar in het bijzonder en vooral met deomstandigheid dat de belangrijkste variabele in al deze berekeningen eréén is die inherent onvoorspelbaar is gebleken te zijn, en dat is deinstroom. Alle grotere trajecten van de afgelopen jaren en de werkstroomzelf worden gemonitord; zowel intern IND en ook in ketenverband en/of inde sturings- en verantwoordingslijnen van en op de IND.Vraag (15):Waarom is «tijdig beslissen» tot op heden geen onderdeel van de toetsvan het kwaliteitsteam van de IND? Is dit wel voorzien?Antwoord:Tijdigheid maakt onderdeel uit van de kwaliteit en dit wordt ook meege-nomen in de toets van het kwaliteitsteam. Binnen het kader van deinhoudelijke kwaliteit wordt onder tijdig verstaan dat het product of dedienst binnen de gestelde termijn wordt geleverd. Hierbij wordt gemetenof het product in één keer goed was en er geen re-work nodig was.Vraag (16):Waarom is gekozen om 73% van de capaciteit in te zetten op nieuweasielaanvragen?Antwoord:Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de beant-woording van vraag 4 van het rapport van de Algemene Rekenkamer.Vraag (17):Hoe lang wordt verwacht dat gemiddeld over de asielaanvragen wordtgedaan die al liggen, gezien het feit dat daar nog maar 27% van decapaciteit voor zal zijn?Antwoord:Met de introductie van het Pact gelden, ten aanzien van de Nederlandseasielprocedure, meerdere kortere behandeltermijnen. De IND kan deinstroom en de beslistermijnen onder het migratiepact alleen bijhoudenals hiertoe voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt, die zich specifiek richtop het behandelen van de asielaanvragen van na 12 juni 2026. Hierdoormoet de IND prioriteren op deze nieuwe instroom. Het bijhouden van determijnen van de asielaanvragen vanaf 12 juni levert gelijktijdig eenvraagstuk op ten aanzien van de inzet van de beschikbare capaciteit vande IND op de reeds openstaande asielaanvragen. De behandelduur vandeze voor 12 juni 2026 ingediende aanvragen zou, zonder aanvullendemaatregelen, verder oplopen en daarmee buitenproportioneel langTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 77 worden. Dit is de reden dat ik de IND heb gevraagd om een plan vanaanpak op te stellen. Ik heb de IND gevraagd erop in te zetten binnenmaximaal drie jaar na 12 juni 2026 de asielaanvragen van voor die datumzoveel mogelijk van een eerste besluit te hebben voorzien. Deze termijnvan drie jaar omvat niet de eventuele behandeling van een beroepspro-cedure tegen een besluit van de IND. De exacte effecten en de realisatievan de maatregelen laten zich moeilijk doorberekenen, en zijn bovendienafhankelijk van gelijkblijvende interne en externe omstandigheden. DeIND benadrukt daarom het belang van het monitoren en zo nodig herijken.Vraag (18):Wat zal de maximale wachttijd zijn voor liggende aanvragen? Hoe langwachten de 51.790 asielzoekers die in de procedure zitten gemiddeld?Antwoord:De exacte effecten en de realisatie van de maatregelen die zijn opgesteldvoor de openstaande asielaanvragen laten zich moeilijk doorberekenen,en zijn bovendien afhankelijk van gelijkblijvende interne en externeomstandigheden. Ik heb de IND gevraagd om de openstaande aanvragenvan vóór 12 juni 2026 binnen maximaal drie jaar zoveel mogelijk van eeneerste besluit te voorzien.Vraag (19):Hoe lang wachten de asielzoekers die nu al het langst wachten opuitsluitsel?Antwoord:De IND kampt al jaren met lange wachttijden bij asiel- en nareisaan-vragen. De realiteit van dit moment is dat de behandeling van veelasielaanvragen een doorlooptijd kent die ver uitgaat boven de wettelijkebeslistermijn. Hier zijn verschillende oorzaken voor te noemen, waaronderde aanhoudende druk op de migratieketen, de substantiële asielinstroomvan de afgelopen jaren en het ontbreken van stabiele financiering. Op1 mei 2026 bedroeg de gemiddelde doorlooptijd van de asielvoorraad 480dagen.Bron: IND (cijfers afgerond in tientallen)Vraag (20):Hoe worden geleerde lessen uit het verleden meegenomen in het planvan aanpak voor asielvragen die zijn ingediend voor 12 juni 2026?Antwoord:Bij het opstellen van het plan van aanpak is gekeken naar eerderemaatregelen vanuit andere projecten en in hoeverre die geleid hebben toteen versnelling. Zo is er bijvoorbeeld in de project BespoedigingAfdoening Asiel geëxperimenteerd met een projectmatig aanpak van eenvooraf vastgestelde groep aanvragen. Daarnaast is geëxperimenteerd meteen doelgroepgerichte benadering, het schriftelijk horen en gebruikgemaakt van een meer gestandaardiseerde werkwijze. Dat zijn aspectendie ook in het plan van aanpak voor de afhandeling van asielaanvragendie zijn ingediend voor 12 juni 2026 zijn meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 78 Vraag (21):Van hoeveel asielzoekers bleek in 2025 na screening dat er indicatieswaren van terrorisme?Antwoord:Signalen gerelateerd aan nationale veiligheid (hierna: NV) kunnen op elkmoment van de asielprocedure, maar ook daarna worden onderkend enopgevolgd. Bij de voorregistratie bij aanmelding door de IND, door DISAtijdens het I&R-proces, bij raadpleging van (inter)nationale politie/justitiëledatabases, tijdens overige contacten met de vreemdeling, met namegehoren, maar ook tijdens het verblijf bij COA of contacten met DTenV.Ook worden signalen verkregen in de vorm van klikmeldingen eninformatie van ketenpartners. Na onderkenning van een NV-signaalacteert de IND hierop. Over de aantallen onderkende NV-signalen doe ikgeen uitspraken.Vraag (22):Hoeveel van deze asielzoekers zijn tot dusver vrijwillig of gedwongenvertrokken uit Europa?Antwoord:Voor de beantwoording van deze vraag is gekeken naar vreemdelingendie zijn aangemerkt als een gevaar voor de nationale veiligheid, die in2025 aantoonbaar Nederland hebben verlaten en zijn vertrokken naar landvan herkomst. Over het vertrek van personen met een indicatie vanterrorisme zijn geen separate gegevens beschikbaar. Het betreft allepersonen die zijn aangemerkt als een gevaar voor de nationale veiligheiden uit Nederland zijn vertrokken, ongeacht de verblijfsrechtelijkeachtergrond.Zelfstandig vertrek naar land van herkomst: 5Gedwongen vertrek naar land van herkomst: 3Totaal: 8Tabel: Vertrek vreemdelingen met gevaar voor nationale veiligheid vanuitde caseload DTenV, 2025 (Bron: DTenV).Vraag (23):Hoeveel asielzoekers besluiten tijdens de asielaanvraag om Nederland teverlaten?Antwoord:Het is niet bekend hoeveel asielzoekers besluiten Nederland te verlatentijdens hun asielaanvraag. In 2025 zijn 1.760 asielzaken ingetrokken doorde aanvrager. Wanneer zij zonder verblijfsrecht in Nederland wordenaangetroffen, wordt het vertrekproces in gang gezet.Vraag (24):Wat is de oorzaak van de trend dat de eisen van rechters bij de toetsingvan asielaanvragen steeds uitgebreider worden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 79 Antwoord:Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar de brief «Appre-ciatie Clingendael rapport «Grenzen verleggen» en brede verkenning naarverdragen» die de Tweede Kamer op 22 mei jl. heeft ontvangen. In diebrief wordt vanaf pagina 14 uitgebreid op de toegenomen complexiteit endaartoe relevante jurisprudentie ingegaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 710

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c85721016e719423

14 okt 2026 · 6982adedc9e6fe0a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.