KamerkringInloggen
Kamerbrief

Nadere uitwerking van de Versterkte Aanpak Online inzake extremistische en terroristische content

16 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6c3380de8e099086 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 754TerrorismebestrijdingNr. 735 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 december 2024Digitale technologieën zijn onmisbaar in onze samenleving. Ze biedenongekende mogelijkheden voor het delen van kennis, het uitwisselen vanideeën en het uitoefenen van de vrijheid van meningsuiting. Digitaletechnologieën, waaronder sociale media, worden door kwaadwillendenechter ook misbruikt om extremistische ideologieën te verspreiden,netwerken te versterken en uiteindelijk personen aan te zetten tot hetplegen van aanslagen.1 In een tijd waarin de dreiging van een terroris-tische aanslag in Nederland reëel is, laten recente incidenten, zoals dearrestatie van drie terrorismeverdachten in augustus 2024, zien dat onlineradicalisering uiteindelijk kan uitmonden in concrete dreigingen.2 Het isdaarom essentieel dat we onze samenleving online even goedbeschermen als in de fysieke wereld.Met deze brief deel ik, mede namens de Staatssecretaris Participatie enIntegratie, een nadere uitwerking van de Versterkte Aanpak Online diegebaseerd is op vier pijlers: 1) samenwerking met de internetsector,2) aanscherping van het wettelijk instrumentarium, 3) versterking van delokale aanpak en 4) internationale samenwerking. Ook neem ik u mee inde uitdagingen waar we met elkaar voor staan. In de bijlage vindt u deprioriteiten en concrete acties per pijler schematisch weergegeven.Het kabinet is er alles aan gelegen om online extremisme en terrorismeaan te pakken. In de contourenbrief Versterkte Aanpak Online vandecember 2023 heeft het kabinet uw Kamer een overzicht aangebodenvan de inzet hierop.3 Een belangrijk uitgangspunt van de VersterkteAanpak Online is het bevorderen van de online veiligheid en tegelijkertijdhet waarborgen van het fundamentele recht op vrijheid van menings-uiting. Het kabinet staat voor die vrijheid maar normeert en begrenst waar1Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 2023/02.2Zie ook https://www.om.nl/actueel/nieuws/2024/09/05/minderjarige-vast-voor-deelname-aan-terroristische-organisatie-the-base.3Kamerstuk 29 754, nr. 690. kst-29754-735ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7351 nodig. Berichten delen, je mening geven en kritiek uiten mag te allen tijde,ook online. Tegelijkertijd vormt de vrijheid van meningsuiting geenvrijbrief voor het verspreiden van illegale content, dan wel content die deveiligheid van burgers in gevaar brengt, de legitimiteit van institutiesondermijnt of aanzet tot het plegen van strafbare feiten.Gelet op de grote uitdagingen waar we voor staan is een gezamenlijkeverantwoordelijkheid voor het tegengaan van online extremisme enterrorisme essentieel. Het is noodzakelijk dat maatschappelijke partijen,overheden, rechtshandhavingsautoriteiten en de internetsector samen-werken en ieder zijn of haar eigen verantwoordelijkheid en rol pakt.Gezamenlijke uitdagingenNieuwe Europese wet- en regelgeving zoals de Verordening TerroristischeOnline-Inhoud (TOI) en de Digitaledienstenverordening (DSA) breiden hetwettelijk instrumentarium uit en leggen nieuwe verplichtingen op aanonline platformen. Het blijft daarbij primair aan de online platformen omgebruikers zoveel mogelijk te beschermen tegen extremistische enterroristische content. Zoals geconstateerd door de commissie Marcouchneigen de meeste online platformen er naar hun eigen rol en verantwoor-delijkheid te minimaliseren.4 Hoewel ik met belangstelling zal kijken naarde effecten van de Verordening TOI en de DSA, laat de urgentie endreiging vanuit online extremisme en terrorisme het niet toe om deeffecten van deze wetgeving af te wachten. Daarom zal ik ondertussenonline platformen blijven aansporen om, naast het wettelijke minimum,proactief maatregelen te blijven treffen om de online veiligheid vangebruikers te bevorderen.De samenwerking met lokale partners is onmisbaar in de preventie vanonline extremisme en terrorisme. Waar het jongeren betreft, is tevens derol van ouders en verzorgers, naast die van jeugdprofessionals, vanessentieel belang. Dit geldt zowel voor de digitale opvoeding als voor hetherkennen van risico’s met betrekking tot online radicalisering enrekrutering.5 Een gedegen preventiestrategie begint bij het vergroten vande weerbaarheid. Verderop in deze brief licht ik de inzet van weerbaar-heidsprogramma’s voor dit doel toe.Tenslotte vragen de uitdagingen op het gebied van online extremisme enterrorisme om een ambitieuze internationale inzet. Online content kentgeen landsgrenzen en deze online problematiek manifesteert zichwereldwijd. Veel landen ervaren dezelfde urgentie bij het aanpakken vanonline extremisme en terrorisme en erkennen dat een gezamenlijkeinternationale aanpak daarbij onontbeerlijk is.Pijler 1: Dialoog met de internetsectorAl enige tijd treedt mijn ministerie in dialoog met een brede vertegen-woordiging van de Nederlandse internetsector en grote online platformenvia de Publiek-Private Samenwerking Online Content Moderatie.Daarnaast vinden specifieke gesprekken plaats met het merendeel van dein Nederland meest gebruikte online platformen en de NationaalCoördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) over het4Zie ook https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/11/02/eindrapport-koester-de-democratie-een-dringende-oproep-om-de-democratische-rechtsorde-weer-voor-iedereen-te-laten-werken5«Radicale reclame op sociale media. Een onderzoek naar online rekrutering (NederlandsStudiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in opdracht van het Wetenschap-pelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), september 2024). Kamerstuk 29 754, nr. 729.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7352 tegengaan van online extremisme en terrorisme.6 Het gaat om een tientalgrote sociale mediaplatformen en gaming-(gerelateerde) platformen.Daarnaast zullen gesprekken gevoerd worden met enkele alternatievetechnologische platformen (alt-tech).7 In de eerste gesprekken zijn, ondermeer op basis van recente dreigingsanalyses, zorgen gedeeld over dekwaliteit van contentmoderatie, de versterkende werking van aanbeve-lingsalgoritmen, de rol van het eigen zoekgedrag en de online veiligheidvan in het bijzonder minderjarige internetgebruikers. Daarnaast isgewezen op de risico’s van misbruik van nieuwe technologieën, zoalskunstmatige intelligentie (AI). Deze kunnen worden ingezet om op groteschaal gerichte extremistische propaganda te verspreiden. Pijnpunt vormthet ontbreken van medewerking van alt-tech platformen, maar ook vanTelegram. Waar het niet lukt om een dialoog met hen te starten opnationaal niveau, benadruk ik op Europees niveau het belang dat ook dezeplatformen hun verantwoordelijkheid nemen in het waarborgen van deonline veiligheid van gebruikers.Op dit moment lijkt een meerderheid van de online platformen nogonvoldoende doordrongen te zijn van de mate waarin online extremismeen terrorisme zich manifesteren op het platform. In expertsessies metenkele platformen is door de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpor-nografisch Materiaal (ATKM), de NCTV en de politie gewezen opvoorbeelden van extremistische en terroristische content die aanwezig isop de platformen. Hierbij werd ingezoomd op problematische aspectenvan deze platformen, zoals de mogelijkheid om gebruikers door te linkenvan open platformen naar gesloten chatgroepen met online extremis-tische en terroristische content. Het op deze wijze weggeleiden vangebruikers naar gesloten groepen is een belangrijk element van het onlinerekruterings- en radicaliseringsproces.8 Sommige platformen nemenhiertegen al gepaste maatregelen zoals het blokkeren van links naarillegale content of besloten extremistische groepen. Andere platformenzijn aangespoord om soortgelijke stappen te zetten.In de bovengenoemde gesprekken is een basis gelegd om te werken aanconcrete resultaten. Uit het onderzoek «Rechts-extremisme op socialemediaplatformen? Ontwikkelingspaden en handelingsperspectieven»blijkt het belang van het (eigen) online zoekgedrag in het online radicalise-ringsproces.9 Mede naar aanleiding van de motie Kuik (CDA) waarinwordt verwezen naar de ReDirect-methode, heb ik de mogelijkhedenonderzocht om barrières op te werpen in dit online zoekproces. Uit hetWODC-onderzoek is gebleken dat voor het effectief opzetten en imple-menteren van dergelijke online interventies, de overheid in grote mateaangewezen is op samenwerking met, en de welwillendheid van, onlineplatformen. Op dit moment zijn we met een online platform in overlegover het implementeren van een pilot met de ReDirect-methode in 2025.Deze methode gebruikt gerichte advertenties om mensen die onlinezoeken naar extremistische of terroristische content door te geleiden naaronline hulp. Verschillende platformen maken reeds gebruik van dergelijkeinterventies in het online zoekproces voor een breed scala aan onder-werpen. Het implementeren van een dergelijke methode vraagt naderonderzoek naar de juridische kaders. Begin 2025 informeer ik u over de6Het WODC-onderzoek «rechts-extremisme op sociale media platformen. Ontwikkelingspadenen handelingsperspectieven» (oktober, 2023) diende als basis voor de inventarisatie van dezeplatformen. Kamerstuk 29 754, nr. 690.7Zogeheten alt-tech platformen kenmerken zich door zeer beperkte contentmoderatie.8«Radicale reclame op sociale media», NSCR, in opdracht van het WODC, september 2024.Kamerstuk 29 754, nr. 729.9«Rechts-extremisme op sociale media platformen. Ontwikkelingspaden en handelingsperspec-tieven» (WODC, oktober 2023) Kamerstuk 29 754, nr. 690.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7353 stand van zaken ten aanzien van de voorgenomen pilot. Zoals reedsaangekondigd in de beleidsreactie op het onderzoek «Radicale reclame opsociale media. Een onderzoek naar online rekrutering» voldoe ik hiermeetevens aan de toezegging aan het lid Boswijk (CDA) om mijn bevindingenten aanzien van de ReDirect-methode met uw Kamer te delen.10Een belangrijke maatstaf voor het succes van de dialoog met de internet-sector is de (gezamenlijke) implementatie van dergelijke concreteinterventies. Uiteraard spelen ook andere opbrengsten een rol, zoals hetvergroten van inzicht in (de effectiviteit van) contentmoderatieprocessen.Het verkrijgen van deze informatie en het opbouwen van relaties met deonline platformen vereist een langdurige en consistente inspanning. In ditverband onderschrijf ik de aanbeveling van de Commissie Marcouch datplatformen journalistieke standaarden zouden moeten hanteren enexperts kunnen betrekken bij de contentmoderatie om de verspreidingvan extremistisch materiaal te beperken. Ik kijk ook uit naar de resultatenvan het onderzoek naar beste praktijken in contentmoderatie, dat door hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is uitgezet en inhet najaar van 2025 beschikbaar zal zijn.Om online platformen verder te ondersteunen in het detecteren enidentificeren van extremistische en terroristische content onderzoek ik ofzij op gecontroleerde wijze toegang kunnen krijgen tot (informatie van) deSymbolenbank die de NCTV en de politie hebben ontwikkeld.11 In deSymbolenbank is relevante informatie opgenomen bij symbolen enuitdrukkingen die op straat of online te vinden zijn, zodat deze voorpartners beter te duiden zijn. Met enkele platformen heeft de politie alconcrete informatie uitgewisseld over veelgebruikte zoektermen,symbolen, afbeeldingen en hashtags. Dit heeft geresulteerd in hetverhogen van het expertiseniveau van online platformen en het besten-digen van directe en effectievere communicatielijnen tussen hen enoperationele partners.Pijler 2: Wettelijk instrumentariumHet kabinet neemt in de aanpak van terrorisme zowel online als offlineverschillende maatregelen. Zo bereidt het kabinet wetgeving voor om hetverheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen met een hoog straf-maximum. Beoogd wordt om dit wetsvoorstel in het voorjaar van 2025 inconsultatie te brengen.Er zijn de laatste jaren belangrijke stappen gezet op het gebied vanEuropese wet- en regelgeving. De Digitaledienstenverordening (DSA) steltregels op voor alle online platformen die diensten aanbieden in de EU.12Zeer grote online platformen en zoekmachines moeten voldoen aan destrengste verplichtingen van de DSA.13 Dit betreft bijvoorbeeld verplich-tingen ten aanzien van het beschermen van grondrechten van gebruikersen het aanpakken van illegale online content. Momenteel zet de EuropeseCommissie stappen in de handhaving van deze verordening in de vormvan formele procedures tegen Meta, TikTok en X.Ik volg deze procedures met belangstelling.10TZ202312-032.11Zie ook https://www.nctv.nl/onderwerpen/lokale-aanpak-radicalisering-extremisme-en-terrorisme/kennis-en-vaardigheden#anker-4-symbolenbank12Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees parlement en de Raad van 19 oktober 2022betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn2000/31/EG (digitaledienstenverordening).13Zie ook https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/list-designated-vlops-and-vlosesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7354 De Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal(ATKM), die per september 2023 van start is gegaan, geeft uitvoering aande Verordening Terroristische Online-Inhoud (TOI) en is bevoegd omterroristische content te detecteren en deze te laten verwijderen ofontoegankelijk te laten maken.14 Gelet op dit wettelijk kader kan de ATKMgeen rol vervullen in de vroegsignalering van radicalisering, maar wel inhet beperken van het risico dat mensen in aanraking komen met terroris-tische content.15 Inmiddels heeft de ATKM aan diverse online platformenverwijderingsbevelen verzonden, waaraan binnen de daarvoor gesteldetermijn opvolging is gegeven. Het eerstvolgende jaarverslag van de ATKMzal meer inzicht geven in het aantal verstuurde verwijderingsbevelen enwordt in mei 2025 aan uw Kamer aangeboden.Ter uitvoering van de motie Mutluer (PvdA-GL) van juni 2024, zal hetMinisterie van Justitie en Veiligheid in de jaarlijkse aanschrijving aan deATKM bijzondere aandacht vragen voor de aanwezigheid van rechts-extremistische content en memes. Conform de Kaderwet zelfstandigebestuursorganen (zbo’s) zal de ATKM op basis van onafhankelijkeoordeelvorming en op grond van specifieke deskundigheid uitvoeringgeven aan deze beleidsopdracht. Waar sprake is van rechts-terroristischecontent of memes, bijvoorbeeld gelieerd aan de rechts-terroristischeorganisatie The Base, kan de ATKM deze laten verwijderen of ontoegan-kelijk laten maken.Vergroten handelingskaderIk ben aan het verkennen wat de mogelijkheden zijn om te komen tot eenzorgplicht voor online platformen. Middels een zorgplicht kunnen onlineplatformen worden aangespoord om meer proactief verantwoordelijkheidte nemen ten aanzien van strafbare feiten en onrechtmatige inhoud die viahun diensten worden verspreid. In deze verkenning zoek ik zoveelmogelijk de samenwerking met internationale partners, omdat eengezamenlijke aanpak op Europees niveau effectiever is. Eventuelediscrepanties en lacunes tussen de Digitaledienstenverordening (DSA) ende Verordening TOI zal ik nader (laten) verkennen. Indien nodig zal opbasis van bevindingen aanvullend beleid worden geïnitieerd.Naast de aanpak van terroristische content is ook het tegengaan vanextremistische en borderline content van belang, omdat deze kanbijdragen aan het online radicaliseringsproces en aan de normaliseringvan extremistisch gedachtegoed.16 Dergelijke content kan bijvoorbeeldverschijnen in de vorm van online memes. Eerder dit jaar heeft de NCTVde fenomeenanalyse «Memes als online wapen» gepubliceerd.17 Ik hebhet Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) gevraagd dehaalbaarheid van het opstellen van een duidingskader voor extremistischecontent, waaronder borderline content en memes, te onderzoeken. Met ditonderzoek wordt getoetst of het haalbaar is een duidingskader op te latenstellen aan de hand waarvan online platformen kunnen bepalen welkecontent extremistisch is en mogelijk kan leiden tot verdere radicalisering.14Verordening (EU) 2021/784 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2021 inzakehet tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud.15Zoals verzocht in de motie van het lid Michon-Derkzen (VVD) die werd ingediend tijdens hetdebat over gegevensverwerking in de persoonsgerichte aanpak van radicalisering enterroristische activiteiten van 21 maart 2024 (Kamerstuk 36 225 nr. 25).16Borderline content is een term die wordt gebruikt voor (legale) online content dat geen striktterroristisch karakter kent en zelfs niet altijd hoeft te leiden tot geweld, maar wel de veiligheidvan burgers en instituties ondermijnt, bijvoorbeeld doordat het aanzet tot haat of opruiing ofomdat de content extremistisch gedachtengoed normaliseert.17Zie ook https://www.nctv.nl/documenten/publicaties/2024/05/21/fenomeenanalyse-memes-als-online-wapenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7355 Naar verwachting zal het onderzoek rond de zomer van 2025 wordenafgerond, waarna ik uw Kamer over de resultaten zal informeren.Pijler 3: Lokale aanpakLokale partners spelen een belangrijke rol in het waarborgen van onlineveiligheid. Binnen de lokale pijler zet het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (SZW) in op diverse initiatieven die de onlineweerbaarheid verhogen. Zo heeft het Ministerie van SZW een themadaggeorganiseerd waarop expertise over digitale weerbaarheid is uitge-wisseld tussen gemeenten, (jeugd)professionals en jongeren. Deopgehaalde inzichten worden – samen met recent onderzoek – gebruiktom te bepalen waar momenteel nog kennislacunes liggen waarop eenhandreiking wordt ontwikkeld.18, 19 Ook worden de inzichten gebruikt omte verkennen op welke wijze het kabinet een effectieve preventieve aanpakop online weerbaarheid kan ontwikkelen.Online weerbaarheid van jongerenOmdat een stijging zichtbaar is in het aantal jongeren dat verdacht wordtvan ernstige strafbare feiten, zoals het voorbereiden van een terroristischeaanslag, vind ik het belangrijk om in het bijzonder aandacht te bestedenaan de bescherming van jongeren tegen online extremisme en terro-risme.20 Het (online) radicaliseringsproces kan zich snel voltrekken, somsin enkele weken.21 Ik hecht er belang aan te voorkomen dat jongerenonline afglijden naar groepen waar zij worden geïndoctrineerd of zelfanderen indoctrineren met extremistisch gedachtegoed en waar zijvervolgens aangezet kunnen worden of anderen kunnen aanzetten tot hetvoorbereiden en plegen van ernstige delicten, met alle gevolgen van dien.De preventie van online radicalisering bij jongeren richt zich op hetvergroten van hun moreel bewustzijn en weerbaarheid tegen extremis-tisch gedachtengoed. Het is belangrijk om bewustwording te creëren overde risico’s van de online leefwereld en jongeren handvatten te bieden hoemet deze risico’s om te gaan. Naast ouders en verzorgers spelenjongerenwerkers en docenten hierin een cruciale rol, aangezien ze dichtbij de leefwereld van jongeren staan. Hierdoor kunnen ze zorgelijkesignalen opvangen. Om bewustwording over radicalisering, extremismeen terrorisme te vergroten, worden jongerenwerkers getraind, bijvoor-beeld via het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR). Indeze trainingen wordt ook de online context meegenomen.Zoals onderschreven in het onderzoek «Radicale reclame op socialemedia. Een onderzoek naar online rekrutering» is het van groot belang tekomen tot meer structurele maatregelen gericht op het langdurigvergroten van de online weerbaarheid van jongeren.22 Het LandelijkSteunpunt Extremisme (LSE) heeft daarom een online chatfunctieontwikkeld. Professionals en burgers, waaronder jongeren, kunnenlaagdrempelig en anoniem in contact komen met professionele hulpver-leners die expertise hebben op het gebied van radicalisering en extre-misme. Ouders of leerkrachten kunnen er bijvoorbeeld terecht met vragen18«Radicale reclame op sociale media», NSCR, in opdracht van het WODC, september 2024.Kamerstukken II 2023/24, 29 754, nr. 729.19«Online extreemrechtse radicalisering» (Verwey-Jonker Instituut in opdracht van het Minis-terie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, september 2022).20Zie ook https://www.kinderbescherming.nl/actueel/nieuws/2024/09/09/steeds-meer-jongeren-radicaliseren-online21Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 2023/02.22«Radicale reclame op sociale media», NSCR, in opdracht van het WODC, september 2024.Kamerstukken II 2023/24, 29 754, nr. 729.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7356 over hoe ze het beste in contact kunnen blijven met iemand die radicali-seert. Waar nodig kunnen jongeren via de chat in een vroeg stadium incontact worden gebracht met het hulpaanbod van het LSE, zoals eenpersoonlijk begeleidingstraject of familieondersteuning. De chat is sinds1 april 2024 live en inmiddels hebben diverse gesprekken met hulpver-leners op het gebied van online radicalisering plaatsgevonden. Voor hetvergroten van de zichtbaarheid en naamsbekendheid van de chatfunctiezijn aan het LSE aanvullende financiële middelen beschikbaar gesteld.Tot slot besteden het Netwerk Mediawijsheid, het Nederlands Jeugdin-stituut en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) passende aandachtaan online radicalisering bij jongeren. Zo heeft de RvdK in samenwerkingmet het Openbaar Ministerie (OM) aangekaart dat het voor ouders enverzorgers van groot belang is te praten met kinderen over online gedragin combinatie met hoe zij denken over bijvoorbeeld oorlogen, conflicten,andersdenkenden en geweld. Ook doen zij een brede oproep in desamenleving om vroegtijdig te kunnen signaleren, daar jongeren sturingen begrenzing van buitenaf nodig hebben. Het Ministerie van SZW zet ookin op het betrekken van jongeren bij het ontwikkelen van beleid op onlineweerbaarheid om zo het beleidsperspectief te verrijken. Zo werkt hetMinisterie van SZW momenteel aan een pilot waarin samen met jongerenop lokaal niveau interventies worden ontwikkeld voor het bestendigen vande sociale norm online. Tevens hebben jongeren uit verschillende regio’sin opdracht van het Ministerie van SZW oplossingen bedacht om hetonderwerp digitale weerbaarheid onder de aandacht te brengen bij(lokale) bestuurders en beleidsmakers. Bestuurders spelen een belangrijkerol bij het vertalen van de online leefwereld naar hun eigen organisatie enhet toerusten van medewerkers om dit uit te kunnen voeren. Daarnaastdoen de RvdK en het OM een oproep aan internetbedrijven om algoritmesaan te passen en om gewelddadige content af te schermen voor kinderen.Ook deze boodschappen worden meegenomen in de dialoog met deinternetsector en worden waar opportuun op internationaal niveaugeagendeerd.Lokale en persoonsgerichte aanpakVoor mensen die, ondanks de preventieve inzet, radicaliseren richtinggewelddadig of strafbaar gedrag hebben we in Nederland een robuuste(lokale) aanpak voor het tegengaan van radicalisering, extremisme enterrorisme. Als er online of in de fysieke wereld signalen zijn vanradicalisering, extremisme of zelfs mogelijke terroristische activiteitenkunnen mensen, waaronder jongeren, ook worden opgenomen in depersoonsgerichte aanpak radicalisering (PGA-R). Een persoonsgerichteaanpak is een integrale, op de persoon of zijn/haar directe omgevingtoegesneden combinatie van bestuursrechtelijke, strafrechtelijke, zorg- enoverige interventies. Bij de persoonsgerichte aanpak werken organisatiesvanuit het bestuur (zoals de betrokken gemeente), het strafrecht (zoals depolitie en het OM) en de zorg (zoals de RvdK en GGZ-partners) samen.Eenuitgebreide omschrijving van de lokale aanpak radicalisering, extremismeen terrorisme is te vinden in de geactualiseerde Handreiking LokaleAanpak, die onlangs werd gepubliceerd.23Nu radicalisering grotendeels online plaatsvindt, is het cruciaal datketenpartners in de lokale aanpak ook online signalen kunnen oppikken.24Wanneer er sprake is van strafbare feiten, kan de politie in afstemmingmet het bevoegd gezag online optreden. Gemeenten hebben aangegeven23Zie voor de digitale versie van de handreiking www.nctv.nl/actueel/nieuws/2024/09/05/nu-online-vernieuwde-handreiking-lokale-aanpak24Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 2023/02.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7357 behoefte te hebben aan een verduidelijking van hun handelingsper-spectief om te kunnen acteren in het online domein. Ik ontwikkel daaromeen handreiking voor gemeenten betreffende hun mogelijkheden tothandelen in het online domein in het kader van extremisme en terrorisme.Deze handreiking vormt een aanvulling op de onlangs gepubliceerdevernieuwde Handreiking voor de Lokale Aanpak van radicalisering,extremisme en terrorisme en de Handreiking online onderzoek voorhandhaving van de openbare orde.25 Ik verwacht dat deze handreiking nade zomer van 2025 met gemeenten kan worden gedeeld. Met dezeinitiatieven bevorder ik, in lijn met de motie van het lid Michon-Derkzen(VVD) die werd ingediend tijdens het debat over gegevensverwerking inde persoonsgerichte aanpak van radicalisering en terroristische activi-teiten van 21 maart 2024, dat signalen van online radicalisering eerderkunnen worden opgevangen en vervolgens betrokken bij het maken vanafwegingen over het aanmelden van een casus voor de persoonsgerichteaanpak radicalisering.26Pijler 4: Internationale inzetDe uitdagingen op het gebied van online extremisme en terrorismevragen ook om een internationale aanpak. Naast het agenderen vanonline problematiek, het stimuleren van kennisuitwisseling en hetversterken van (publiek-private) samenwerkingsverbanden, werk ik aanconcrete internationale initiatieven. Hieronder noem ik de belangrijkste.Waar mogelijk neemt Nederland een voortrekkersrol in het agenderen vanonline problematiek en het verkennen van mogelijkheden om samen metandere EU-lidstaten op te trekken in het tegengaan van online extremismeen terrorisme. Zo zal Nederland samen met Frankrijk in 2025 hetco-voorzitterschap invullen van een «project-based collaboration (PBC)»voor de preventie van online radicalisering. Een PBC is een initiatief vande Europese Commissie waarbij gelijkgezinde EU-lidstaten op project-basis samenwerken op prioritaire onderwerpen.27 De PBC voor depreventie van online radicalisering wordt momenteel verder uitgewerkt.Naast het uitwisselen van best practices tussen EU-lidstaten en hetversterken van het Europese expert-netwerk op het gebied van jongerenen hun weerbaarheid tegen online extremisme is de verwachting dat dezePBC ook in belangrijke mate zal bijdragen aan de gedachtevorming overeen mogelijke effectieve aanpak op EU-niveau. In het verleden hebben deuitkomsten van andere PBC’s ook de basis gelegd voor concreteEU-maatregelen.Nederland is een actief lid van het EU Internet Forum, een samenwer-kingsverband waar EU-lidstaten, EU-instellingen en online platformensamenkomen om illegale en onwenselijke (bijvoorbeeld borderline) onlinecontent tegen te gaan.28 Binnen het EU Internet Forum neemt Nederlandonder andere deel aan een focusgroep waarin wordt gekeken ofEU-lidstaten samen met online platformen uitgangspunten (set ofprinciples) kunnen opstellen om de ongewenste versterking van extremis-tische content door aanbevelingsalgoritmes tegen te gaan. Bijvoorbeelddoor afspraken te formuleren voor het identificeren van risico’s en het25Kamerstukken II 2022/23, 28 684, nr. 726.26Handelingen II 2023/24, 36 225 nr. 25.27Zie ook https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/internal-security/counter-terrorism-and-radicalisation/prevention-radicalisation/project-based-collaborations28Op dit moment zijn Amazon, Automattic, DailyMotion, Discord, Dropbox, Meta, MistralAI,Google, Internet Archive, Just Paste.it, Mega, Microsoft, Snap, Soundcloud, Telegram, Twitter,Twitch, Yubo, TikTok, Roblox en Zoom lid van het EU Internet Forum.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7358 nemen van risico-mitigerende maatregelen. De gesprekken hieroverbinnen het EU Internet Forum bevinden zich in een beginnend stadium.De internationale inzet blijft niet beperkt tot de Europese Unie. Samen metde Minister van Buitenlandse Zaken zet ik mij met zoveel mogelijk anderegelijkgezinde landen in om online extremisme en terrorisme tegen tegaan. Daartoe onderhoudt Nederland waardevolle bilaterale contactenmet onder andere Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk en deVerenigde Staten.Begin dit jaar organiseerde Nederland in het kader van het GlobalCounterterrorism Forum (GCTF) een internationale conferentie over derechts-extremistische dreiging als transnationaal fenomeen waaruitdrukkelijk aandacht werd besteed aan de dreiging die uitgaat van hetonline domein. Ook draagt Nederland actief bij aan het Global InternetForum to Counter Terrorism (GIFCT), een samenwerkingsverband vanonline platformen met als doelstelling om sterker op te treden tegenonline terrorisme. Het GIFCT beheert onder andere een hash sharingdatabase. Indien één van de aangesloten platformen van het GIFCTterroristische content aantreft op het platform, maakt de database hetmogelijk voor andere platformen om dezelfde content ook op dat platformte verwijderen. In nauwe samenwerking met Canada heeft Nederland hetinitiatief genomen om een brief op te stellen aan het GIFCT. In deze brief,die ondertekend is door meer dan tien landen en verschillende Europeseinstellingen, heeft Nederland de bij het GIFCT aangesloten platformengevraagd om steviger op te treden tegen online extremisme en terro-risme. Daarbij wordt onder meer gevraagd om contentmoderatie teversterken daar waar het niet-Engelstalige content betreft, oog te hebbenvoor terroristische content die voortkomt uit een langdurig gewelddadigconflict of oorlog en het lidmaatschap van het GIFCT uit te breiden metkleinere online platformen en gaming (gerelateerde) platformen. Dieplatformen zouden na toetreding tot het GIFCT gebruik kunnen maken vande hash sharing database, waardoor extremisten en terroristen minderuitwijkmogelijkheden hebben om hun propaganda te verspreiden.Nederland zet zich in om toegelaten te worden tot de Raad van Advies vanhet GIFCT, zodat ons land nog actiever kan bijdragen en de Raad vanBestuur kan adviseren over de prioriteiten van de organisatie.De internationale samenwerking in de strijd tegen online extremisme enterrorisme is van cruciaal belang. Het blijven agenderen van onderwerpendie verband houden met online extremisme en terrorisme in diverseinternationale gremia zal de komende jaren mijn voortdurende inzetkrijgen. In nauwe samenwerking met internationale partners zet ik mijtevens in om de effectiviteit van organisaties zoals het EU Internet Forumen het GIFCT te blijven versterken.Tot slotDe snel evoluerende digitale wereld brengt zowel ongekende mogelijk-heden als aanzienlijke uitdagingen met zich mee. Terwijl digitale technolo-gieën enerzijds de vrijheid van meningsuiting bevorderen en een platformbieden voor de uitwisseling van ideeën, vormen zij tegelijkertijd eenbroeinest voor extremistische ideologieën en mogelijk zelfs terroristischeactiviteiten. Het is essentieel dat het tegengaan van online extremisme enterrorisme een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, waarbij burgers,maatschappelijke partijen, rechtshandhavingsautoriteiten, overheden ende internetsector samenwerken. Het is aan ons allen om – vooral ookjonge – mensen te beschermen tegen online extremisme en terrorisme.Kijkend naar de toekomst, zal ik onverminderd blijven werken aan eenstrategie die niet alleen gericht is op het bestrijden van radicalisering,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7359 maar ook op preventie en het versterken van weerbaarheid binnen onzesamenleving. Samen kunnen we een effectieve en duurzame aanpakontwikkelen die de waarden van onze democratie beschermt en deveiligheid van onze burgers waarborgt.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 73510 NADERE UITWERKING VERSTERKTE AANPAK ONLINE INZAKEEXTREMISTISCHE EN TERRORISTISCHE CONTENTDeze bijlage bevat de nadere uitwerking van de Versterkte Aanpak Onlineinzake extremistische en terroristische content.Pijler 1: Dialoog met de internetsectorPrioriteiten:Opzetten van een structurele nationale dialoog om de preventie en bestrijding van onlineextremisme en terrorisme te versterken. Inzet is gericht op kennisuitwisseling, stimuleren vanoperationele samenwerking, verbeteren van contentmoderatie, adresseren van platform-specifieke problematiek en het vergroten van bewustwording.Vervolgacties:1.Gesprekken en inhoudelijke expertsessies organiseren met de grote sociale mediaplatfor-men.2.Gesprekken en inhoudelijke expertsessies organiseren met gaming-(gerelateerde)platformen.3.De werking van online rekrutering voor terroristische en extremistische doeleinden opgaming-(gerelateerde) platformen onderzoeken.4.Gesprekken en inhoudelijke expertsessies organiseren met alternatieve technologische(alt-tech) platformen.5.Mogelijke stappen ten aanzien van onwelwillende platformen verkennen.6.(Technische) interventies implementeren die drempelverhogend werken voor het inaanraking komen met extremistische en terroristische online content en andere schadelijkeonline activiteiten die bijdragen aan radicalisering. Pijler 2: Wettelijk instrumentariumPrioriteiten:Volledig benutten van de juridische mogelijkheden om gebruikers bescherming te bieden tegenonline extremisme en terrorisme.Vervolgacties:1.De uitvoering van de Verordening Terroristische Online Inhoud (TOI) optimaliseren, o.a.door de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) op grondvan actuele dreigingsinformatie te wijzen op prioriteitsgebieden ten aanzien van onlineextremisme en terrorisme.2.Algemene Maatregelen van Bestuur opstellen ten behoeve van de implementatie van deUitvoeringswet TOI, in het bijzonder indachtig artikel 13 met betrekking tot de openbaar temaken gegevens van een boetebesluit door de ATKM.3.Mogelijke discrepanties en lacunes tussen de Digitaledienstenverordening (DSA) en deVerordening TOI (laten) verkennen. Indien nodig op basis van bevindingen aanvullendbeleid initiëren.4.Verkennen van de ruimte om tot een zorgplicht voor online platformen te komen.5.Uitwisselen van kennis met toezichthouder Autoriteit Consument en Markt ten behoevevan effectief toezicht op de uitvoering van de DSA. Pijler 3: Lokale aanpakPrioriteiten:Vergroten van kennis over (de aanpak van) online extremisme en terrorisme bij lokale partners;stimuleren van concrete initiatieven in het lokale domeinVervolgacties:1.Het opleidingsaanbod van het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering aanvullenmet nieuwe opleidingsaspecten op het online domein.2.Uitkomsten van relevante (WODC-)onderzoeken proactief onder de aandacht brengen bijlokale partners.3.Een handreiking voor gemeenten ontwikkelen waarin mogelijkheden tot handelen in hetonline domein ten aanzien van extremisme en terrorisme uiteen worden gezet.4.Versterkingsgelden beschikbaar stellen aan gemeenten die initiatieven en interventies metbetrekking tot het online domein willen vormgeven binnen de lokale aanpak.5.De online dienstverlening van het Landelijk Steunpunt Extremisme doorontwikkelen, o.a.door middel van de implementatie van de laagdrempelige chatfunctie.6.Trainingen en initiatieven die de digitale weerbaarheid van jongeren, ouders en lokaleprofessionals (jeugdwerkers, leerkrachten) van buiten het strafrecht faciliteren in afstem-ming met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie vanBinnenlandse Zaken. BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 73511 Pijler 4: Internationale inzetPrioriteiten:Versterken van de internationale samenwerking in het tegengaan van online extremisme enterrorisme; agenderen en adresseren van specifieke thematiek op het gebied van onlineextremisme en terrorismeVervolgacties:1.Actief deelnemen aan initiatieven van de Europese Commissie en de Raad van Europa.2.Het, samen met Frankrijk, dragen van het co-voorzitterschap van de Project BasedCollaborations (PBC) van de Europese Commissie voor de preventie van online radicalise-ring vanaf 2025.3.Verdiepen van publiek-private samenwerking in samenwerking met internationale partners,o.a. bij het EU Internet Forum, het Global Internet Forum to Counter Terrorism en deChristchurch Call to Action, in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.4.Uitwisselen van kennis, ervaringen en contacten op bilateraal niveau, o.a. met partnerlan-den Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Met hen wordt opregelmatige basis o.a. gesproken over een online zorgplicht, online interventies, samen-werking met onwelwillende platformen en de risico’s/kansen van nieuwe technologieën,zoals kunstmatige intelligentie (AI).5.Stimuleren internationale dialoog met de internetsector, o.a. door ervaringen met denationale dialoog internationaal te delen en de bestaande samenwerkingsverbanden metonline platformen optimaal te benutten. In het bijzonder hierin ook aandacht vragen voorde dialoog met alternatieve technologische (alt-tech) en onwelwillende platformen.6.Onderzoeken van de mogelijkheden om extremistische content te adresseren dat striktgezien niet voldoet aan de definitie van terroristische of illegale content, maar dat wel kanbijdragen aan een radicaliseringsproces en normalisering van extremistisch gedachtegoed(borderline content).7.Tegengaan van de versterkende rol van algoritmen in de verspreiding van online extremis-tische en terroristische content, o.a. door met EU-lidstaten en online platformen te bezienof hiervoor gezamenlijke afspraken gemaakt kunnen worden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 73512

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 175ed7bff434b6c5

14 okt 2026 · 057eed3b353a0c5f

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.