KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2026 begrotingshoofdstuk (VIII) van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

23 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 475f004a6447cdff · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2026Nr. 9 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 september 2025Het budgetrecht is één van de belangrijkste parlementaire rechten. Hetbegint met het goedkeuren van begrotingswetsvoorstellen door hetparlement.Ieder jaar stuurt de Algemene Rekenkamer uw Tweede Kamer daaromaandachtspunten bij de ontwerpbegrotingen van de ministeries tenbehoeve van de begrotingsbehandeling.Deze brief gaat in op de ontwerpbegroting 2026 (begrotingshoofdstuk VIII)van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Wij verwachten dat de Minister van OCW het parlement op inzichtelijkewijze informeert over zijn doelen, instrumenten, uitgaven en resultaten.Daarnaast verwachten we dat de Minister transparant is over de risico’svan zijn beleid en bedrijfsvoering. Verder verwachten we dat hij samenmet het parlement zorgt voor een ordentelijk verloop van het begrotings-proces. Ordentelijk in de zin dat het parlement goed en overzichtelijkgeïnformeerd het budgetrecht kan uitoefenen en de rol van medewet-gever goed kan invullen. En ordentelijk in de zin dat de Minister van OCWtijdig de autorisatie krijgt om uitgaven doen en financiële zekerheid tebieden aan (onderwijs)instellingen.Op basis van de ontwerpbegroting OCW 2026 en van de lessen van debegroting OCW 2025 vragen we in deze begrotingsbrief aandacht voor:1.Een ordentelijk begrotingsproces 2026, waarin kabinet en parlementhun rollen en verantwoordelijkheden goed kunnen vervullen. Ookgezien de verkiezingen die een ordentelijk begrotingsproces 2026onder druk kunnen zetten (Lessen begroting 2025).2.Inzicht in beleidsmatige mutaties door intensiveringen en bezuinigin-gen gecombineerd met inzicht in de gevolgen daarvan voor hetrealiseren van de doelen van de Minister. Het gaat ook om de gevolgen kst-36800-VIII-9ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 91 voor onderwijsinstellingen, die tijdig zekerheid nodig hebben over hunbudget voordat het nieuwe schooljaar begint. (Geld)3.Het belang van een duidelijke relatie tussen doelen, geld, instrumentenen resultaten voor de democratische besluitvorming over de inzet vanpubliek geld en als basis voor de verantwoording (Sturen opresultaten)4.Transparantie over de risico’s voor het beleid en de bedrijfsvoering vande Minister (Risico’s en beheer)1. Lessen begroting 2025 We vragen aandacht van het parlement voor een ordentelijk begrotings-proces 2026, waarvoor Prinsjesdag 2026 het startsein heeft gegeven. Dit iszeker in het licht van de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen vanbelang. Het zorgvuldig doorlopen van het begrotingsproces kan net als in2025 onder druk komen te staan met gevolgen voor de controlerende taakvan het parlement en voor onderwijsinstellingen.Dat het begrotingsproces 2025 van de Minister van OCW niet volgens degebruikelijke wijze is verlopen stellen we vast aan de hand van hetvolgende:•De behandeling van de ontwerpbegroting OCW 2025 heeft ruim3 maanden langer geduurd dan gebruikelijk. Dit kwam door een gebrekaan draagvlak in het parlement voor de bezuinigingen van circa€ 2 miljard die het kabinet wilde doorvoeren op met name hetonderwijs en de wetenschap. De Minister van OCW kreeg hierdoor pasop 8 april 2025 autorisatie van het parlement om uitgaven te doen in2025. In de periode tot 8 april moest de Minister van OCW terughou-dend zijn met het uitvoeren van lopend beleid en mocht hij geen nieuwbeleid uitvoeren, tenzij hij het parlement expliciet om toestemmingvroeg.•Het behandelen van de 1e suppletoire begroting OCW 2025 door hetparlement is door een gebrek aan draagvlak voor nieuwe bezuinigin-gen inmiddels ook met ruim 2 maanden vertraagd. Hierdoor heeft deMinister van OCW per brief een beroep moeten doen op artikel 2.27van de Comptabiliteitswet om de prijsbijstelling voor het voortgezetonderwijs tijdig en rechtmatig te kunnen uitbetalen.•Daarnaast lopen in september 2025 verschillende behandeltrajectennaast en mogelijk door elkaar: de 1e suppletoire begroting OCW, deseptember suppletoire begroting naar aanleiding van de augustusbe-sluitvorming van het kabinet en de ontwerpbegroting 2026. Zo draaithet kabinet in de ontwerpbegroting OCW 2026 bezuinigingen in de1e suppletoire begroting terug, terwijl die 1e suppletoire begroting nogniet is vastgesteld door de Eerste Kamer.De uitloop van het begrotingsproces kan ervoor zorgen dat:•onzekerheid ontstaat bij instellingen op afstand die afhankelijk zijn vande bekostiging en subsidies van de Minister van OCW, omdat zij laterdan gebruikelijk zekerheid krijgen over hun budget. Het gaat met nameom onderwijsinstellingen die voor de zomer zekerheid nodig hebbenom hun begroting voor het schooljaar 2025–2026 op te kunnen stellen.In zijn brief van 12 juni 2025 aan de Tweede Kamer benadrukte deMinister van OCW het belang van tijdige besluitvorming voor hetuitbetalen van de loon- en prijsbijstelling: «Latere uitbetaling van deprijsbijstelling zorgt voor onzekerheid, kan leiden tot financiëleproblemen bij schoolbesturen of dat de middelen bij scholen niet totbesteding leiden en daarmee op ondoelmatige wijze in reserveslanden»;•begrotingsonrechtmatigheden ontstaan als de Minister uitgaven doetdie nog niet zijn geautoriseerd door het parlement;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 92 •het parlement lastig kan volgen welke uitgaven zijn geautoriseerd enop basis van welke definitieve begroting de controle op het jaarverslagen de decharge van de Minister over 2025 moet plaatsvinden.Verder is het voor een ordentelijk begrotingsproces van belang dat hetkabinet en parlement hun rollen en verantwoordelijkheden op eenpassende (rolvaste) manier invullen, waardoor duidelijk is wie welk besluitneemt en daarop aanspreekbaar is. Door intensieve bemoeienis van devier fractievoorzitters van de coalitiepartijen bij het opstellen van deontwerpbegroting en aanpassingen daarvan, is onduidelijkheid ontstaan.Onduidelijkheid over wie (Minister en/of fractievoorzitters coalitiepartijenof Kamerleden in hun rollen van wetgever, medewetgever en controleurvan het kabinet) precies aanspreekbaar is op de begroting, de uitvoeringdaarvan en de verantwoording hierover straks in het jaarverslag 2025.In onderstaand figuur laten we zien dat het begrotingsproces 2025 nietordentelijk is verlopen in vergelijking met het reguliere begrotingsproces.In de bijlage bij deze brief geven we een beschrijving van het verloop vanhet begrotingsproces 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 93 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 94 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 95 2. Geld De ontwerpbegrotingen moeten de Kamer inzicht bieden in de beleids-voornemens van het kabinet en de daarmee gemoeide uitgaven enontvangsten. We stellen vast dat de Minister van OCW beleidsmatigemutaties (intensiveringen en bezuinigingen) transparant verwerkt in zijnontwerpbegroting OCW 2026. Daarnaast stellen we net als voor deontwerpbegroting OCW 2025 en aanpassingen daarvan vast dat deMinister in zijn ontwerpbegroting niet consequent aangeeft wat degevolgen zijn van beleidsmatige mutaties voor het realiseren van zijndoelen en voor zijn bedrijfsvoering. Dat gold bijvoorbeeld voor debezuinigingen op hoger onderwijs en wetenschap, zoals we vaststelden inonze brief met aandachtspunten bij de ontwerpbegroting OCW 2025.Op basis van de ontwerpbegroting 2026 lijkt er relatief weinig veranderdte zijn ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025. Zo zijn de totalebegrote uitgaven voor 2026 in de ontwerpbegroting 2026 € 57,0 miljarden waren de begrote uitgaven voor 2026 in de vastgestelde begroting2025 € 56,9 miljard: een verschil van + € 0,1 miljard. Wanneer we debegrote uitgaven 2026 in de ontwerpbegroting 2026 (€ 57,0 miljard)vergelijken met de begrote uitgaven 2026 in de ontwerpbegroting 2025(€ 56,1 miljard) zien we een groter verschil: € 0,9 miljard. Dat komt doorde beleidsmatige mutaties die het kabinet samen met de Tweede Kamerheeft doorgevoerd in de vastgestelde begroting OCW 2025. Het gaat danmet name om het amendement 141 Bontenbal c.s. (+ € 352 miljoen) en debijbehorende dekking (– € 82 miljoen), en het amendement 147 vanEerdmans c.s. (+ € 25 miljoen). Met deze amendementen werd een aantalvoorgenomen bezuinigingen uit het Hoofdlijnenakkoord waaronder delangstudeermaatregel (€ 282 miljoen), de Maatschappelijke Diensttijd(€ 130 miljoen) en het Fonds Onderzoek en Wetenschap (deels) terugge-draaid.Het is daarom van belang om bij het behandelen van de ontwerpbe-groting OCW 2026 kennis te nemen van de wijzigingen die het kabinetondertussen mede op basis van amendementen en moties van de TweedeKamer heeft doorgevoerd in de ontwerpbegroting 2025 en aanpassingendaarvan in de nog niet geautoriseerde 1e suppletoire begroting. Zo staatin de 1e suppletoire begroting nog een bezuiniging op de Onderwijskan-senregeling opgenomen oplopend tot € 177 miljoen per jaar, die in deontwerpbegroting 2026 wordt teruggedraaid.Hieronder lichten we een aantal grote mutaties uit en geven aan welketoelichting de Minister daarbij geeft in zijn begroting 2026.Tabel 1: Grote mutaties begrote uitgaven 2026 in de ontwerpbegroting 2026 ten opzichte van de begrote uitgaven 2026 in debegroting 2025ArtikelMaatregelMutatie(x miljoeneuro)Toelichting op mutatie door Minister3, 6 en 16(Begroting2026)Nationaal Groeifondsoverhevelingen+ 98Er zijn middelen uit het Nationaal Groeifonds via de Aanvullende Post aan deOCW-begroting toegevoegd voor de reeds lopende projecten Ontwikkelkracht,NPuls en Biotech Booster. (Ontwerpbegroting 2026) Het Ministerie van OCW geeftaan dat het na kasschuif om een bedrag van + € 77 miljoen gaat voor 2026.91, 95(Begroting2026)Correctie door alternatieveinvulling taakstellingapparaatskosten+ 38Deze mutatie betreft een correctie € 38,2 miljoen op de eerdere ingeboektebezuiniging op de apparaatskosten van het Ministerie van OCW van in totaal€ 108,5 miljoen. Op de apparaatskosten wordt € 38,2 miljoen minder bezuinigd. Dedekking hiervan komt uit het niet volledig uitkeren van de loon- en prijsbijstelling.Zie toelichting onder deze tabel. (Voorjaarsnota/1e sup 2025/ontwerpbegroting 2026).Diverse(Begroting2026)Intensivering DUO+ 25Om ICT-achterstanden weg te werken, te voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving(cyberbeveiliging) en gestegen kosten op het apparaat te compenseren. (Voorjaars-nota/1e sup 2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 96 Ook voor de mutaties in bovenstaande tabel geldt dat het van belang isom kennis te nemen van de begroting 2025 en aanpassingen daarvan. Wenemen als voorbeeld de mutatie van + € 38 miljoen voor de uitgaven aanapparaatskosten van het Ministerie van OCW. Deze is het gevolg vanopeenvolgende wijzigingen van de ontwerpbegroting 2025. Op basis vanhet hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Schoof was in de ontwerpbe-groting 2025 een bezuiniging opgenomen van € 86,2 miljoen structureelop de apparaatsuitgaven van het Ministerie van OCW, waarbij deuitvoering nadrukkelijk was uitgezonderd. Via het amendement Bontenbalis dit verhoogd tot € 108,5 miljoen om het terugdraaien van voorgenomenbezuinigingen op onderwijs deels op te kunnen vangen. Van de€ 108,5 miljoen wordt volgens de ontwerpbegroting 2026 daadwerkelijk€ 51,9 miljoen bezuinigd op de apparaatskosten van het Ministerie vanOCW. Via een efficiencytaakstelling op zelfstandige bestuursorganen enagentschappen, waaronder DUO, wordt € 18,4 miljoen bezuinigd. Deresterende € 38,2 miljoen aan bezuinigingen op de apparaatskosten wordtop een alternatieve manier ingevuld, onder andere door het niet vollediguitbetalen van de loon- en prijsbijstelling.De Minister van OCW geeft in zijn ontwerpbegroting 2026 aan dat DUO opbasis van het hoofdlijnenakkoord een taakstelling krijgt oplopend tot€ 10,8 miljoen in 2030. Daarnaast is een structurele additioneletaakstelling opgelegd van € 3,8 miljoen per 2025, wat de totaletaakstelling op structureel € 14,6 miljoen brengt. Deze taakstelling wordtniet zichtbaar in het overzicht van baten en lasten van DUO in debegroting agentschappen. Dat komt omdat DUO ook extra middelen krijgtvoor het uitvoeren van taken en het oplossen van knelpunten, zoals de+ € 25 miljoen in tabel 1 voor onder andere het wegwerken vanICT-achterstanden. De Minister geeft in zijn begroting niet aan wat degevolgen zijn van de opgelegde structurele taakstelling bij DUO.3. Sturen op Resultaten We stellen vast dat de Minister van OCW zijn beleidsagenda in deontwerpbegroting 2026 compacter en overzichtelijker heeft gemaakt.Hetzelfde geldt voor zijn Strategische Evaluatie Agenda en de uitwerkingdaarvan in bijlage 3. De Minister kan de informatiewaarde van zijnbegroting verder versterken door concrete doelen en uitgaven op tenemen in zijn beleidsagenda en concrete doelen op te nemen in zijnbeleidsartikelen. Daarmee zorgt de Minister voor een duidelijkerekoppeling tussen zijn beleidsagenda en beleidsartikelen. Verder onder-steunt het opnemen van uitgaven in zijn beleidsagenda het inzicht van deTweede Kamer in het afdekken van begrotingsmiddelen met evaluaties.Informatiewaarde begrotingIn voorgaande brieven bij de ontwerpbegroting OCW hebben wevastgesteld dat de Minister van OCW niet of nauwelijks concretedoelstellingen formuleert. Daardoor kan de Minister niet vaststellen of hijzijn doelstellingen bereikt en of zijn uitgaven doelmatig zijn besteed. Opbasis van ons verantwoordingsonderzoek 2024 heeft de Minister van OCWaan ons en aan de Tweede Kamer toegezegd zijn begroting 2026 op ditpunt te gaan verbeteren.In zijn ontwerpbegroting 2026 beschrijft de Minister van OCW zijnbeleidsprioriteiten en onderdelen daarvan («sub thema’s») op eenvergelijkbare manier. Zo gaat hij in op zijn doelen (op hoofdlijnen) envoornaamste maatregelen om die doelen te bereiken. Hierdoor heeft deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 97 Minister zijn beleidsagenda compacter en overzichtelijker gemaakt invergelijking met zijn begroting 2025. De Minister formuleert zijnbeleidsprioriteiten en sub thema’s voor het onderwijs sector-overstijgend.Zo heeft de beleidsprioriteit «Een sterke basis en hoge kwaliteit» eensub-thema’s «Digitalisering en innovatie». Daardoor is de beleidsagendanog niet altijd makkelijk te koppelen aan de beleidsartikelen, die meersector-gebonden zijn (bijvoorbeeld primair onderwijs).De Minister kan de informatiewaarde van zijn begroting versterken doorop hoofdlijnen concrete doelen en uitgaven voor zijn beleidsprioriteitenen sub thema’s op te nemen. Verder zou de informatiewaarde toenemenals de Minister ook concrete doelen opneemt in zijn beleidsartikelen. Opdie manier maakt hij het voor Tweede Kamerleden duidelijk welkeresultaten zij van hem mogen verwachten over 2026 gegeven de uitgavenwaarvoor ze hem autoriseren.Waar de samenhang tussen doelen, instrumenten, geld en resultaten nogduidelijker kan in zijn ontwerpbegroting, daar geeft de Minister van OCWdeze samenhang wel weer in de nieuwe opzet van zijn websitewww.ocwincijfers.nl. Hier verwijst de Minister ook naar in zijn ontwerpbe-groting 2026. Hij doet dat door een verdieping te geven op zijn beleids-agenda en per sub thema (bijvoorbeeld «Samenwerking en profilering inde wetenschap») in te gaan op onder andere de beleidsinstrumenten enhet budget dat hij inzet, de relatie met beleidsartikelen en beleidsindica-toren, de onderzoeken en monitors die hij gebruikt en de informatie die hijaan het parlement beschikbaar heeft gesteld. De nieuwe opzet van deontwerpbegroting (beleidsagenda en beleidsartikelen) en van de websitewww.ocwincijfers.nl legt een goede basis voor het verder versterken enondersteunen van het budgetrecht van de Tweede Kamer. Hierbij is hetvan belang dat de informatiewaarde van de ontwerpbegroting OCWvoldoende is voor het parlement om hierover besluiten te kunnen nemen.De website www.ocwincijfers.nl zou daarbij verdieping moeten geven,maar niet noodzakelijk moeten zijn voor het parlement om inzicht tekrijgen in de samenhang tussen doelen, maatregelen, budget enresultaten.Verder constateren we dat de Minister van OCW in zijn ontwerpbegrotingopneemt aan welke duurzame ontwikkelingsdoelen (sdg’s) hij met zijnbeleid wil bijdragen, zonder dat hij specifiek maakt met welk beleid hijbijdraagt aan welke specifieke duurzame ontwikkelingsdoelen. Ook maakthij geen verwijzing naar de indicatoren uit de Monitor Brede Welvaart.Hierdoor blijven de Monitor Brede Welvaart en de duurzame ontwikke-lingsdoelen los staan van de monitoringssystematiek van de Minister vanOCW, zoals hij deze heeft uitgewerkt op de website www.ocwincijfers.nl.We denken dat dit een gemiste kans is voor de Minister om concretedoelstellingen en indicatoren te hanteren die aansluiten bij of aanvullendzijn op de Monitor Brede Welvaart. Ook voor de Tweede Kamer blijven zotwee verschillende systemen van monitoring met verschillendeuitkomsten naast elkaar bestaan.Strategische evaluatieagenda (SEA)De Minister van OCW is verantwoordelijk voor het periodiek onderzoekenvan de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid dat aan zijn/haarbegroting ten grondslag ligt. De SEA laat zien welke evaluaties zijnuitgevoerd en gepland per beleidsthema. De Kamer kan de evaluatie-agenda in deze begroting beoordelen en kan de Minister aangeven welkeevaluaties met extra belangstelling worden gevolgd en welke evaluatiesontbreken in de agenda. Wij zijn nagegaan:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 98 •of Minister de Kamer inzicht geeft of de evaluatieagenda financieeldekkend is;•of, op basis van de kennis uit eerder onderzoek, de SEA (inhoudelijke)blinde vlekken kent.•Daarnaast wijzen we de Kamer op evaluaties die ons inziens vanbijzonder belang zijn.Afdekking van de beleidsartikelen en uitgaven door evaluatieonderzoekDe Minister van OCW heeft net als zijn beleidsagenda de beschrijving vanzijn Strategische Evaluatie Agenda in de ontwerpbegroting 2026 sterkaangepast ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025. De Ministerstructureert de SEA in strategische thema’s, zoals «Kwaliteit funderendonderwijs». Per thema geeft hij de hoofddoelen van zijn beleid en dedaaraan gerelateerde kennisbehoefte duidelijk aan. In bijlage 3 van zijnontwerpbegroting 2026 werkt hij de SEA per strategisch thema uit engeeft hij onder andere aan op welke beleidsartikelen het onderzoek zichricht.Voor de SEA geldt net als de beleidsagenda dat de gekozen structuurgericht is op sector-overstijgende thema’s. Daarmee is ook de SEA nietaltijd makkelijk te koppelen aan de beleidsartikelen, die meer sector-gebonden zijn.Op basis van de SEA en de uitwerking daarvan in bijlage 3 stellen we vastdat voor alle begrotingsartikelen evaluaties en monitors zijn uitgevoerd,gepland of lopen. Waar dit niet het geval is – beleidsartikel 8 (Internati-onaal beleid) – worden de taken en het budget meegenomen in evaluatiesvan andere thema’s en beleidsartikelen.We stellen op basis van de beleidsagenda, SEA en bijlage 3 vast dat deMinister de Kamer nog geen duidelijk beeld geeft van de afdekking van definanciële middelen met evaluaties en welke evaluatieopgave er voor dekomende periode nog ligt. De Tweede Kamer zou dus per evaluatie enmonitor moeten nagaan in hoeverre de belangrijkste uitgaven van deMinister worden betrokken in de onderzoeksopzet. En dat is een lastigeopgave omdat de SEA van de Minister van OCW meer dan 200 evaluatie-en monitoronderzoeken omvat.Uit verschillende evaluaties – uitgevoerd in opdracht van de Minister –blijkt dat het moeilijk is om uitspraken te doen over doelmatigheid endoeltreffendheid omdat de Minister vooraf geen concrete doelen heeftgesteld. De Minister kan op basis van zijn evaluaties het parlement danook nog niet of nauwelijks informeren over de doelmatigheid en doeltref-fendheid van zijn beleid. De nieuwe opzet van zijn beleidsagenda en SEAgeeft de Minister een goede basis voor het formuleren van concretedoelen en voor het opzetten van monitors en onderzoeken die hetrealiseren van deze doelen in kaart moeten brengen.Geplande evaluaties die wij van bijzonder belang achtenGelet op ons onderzoek, actuele ontwikkelingen en financieel belang,willen we de Tweede Kamer wijzen op een aantal evaluatieonderzoekenuit de SEA die wij van bijzonder belang vinden en die naar verwachtingeind 2025 dan wel 2026 gereed zijn:•Effectonderzoek subsidieregeling verbetering basisvaardighe-den (thema Kwaliteit Funderend Onderwijs)Vorig jaar constateerden we in ons verantwoordingsonderzoek dat deStaatssecretaris nog geen zicht had op de effectiviteit van de subsidie-regeling verbetering basisvaardigheden. We verwachtten dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 99 effectonderzoek van het Cultureel Planbureau dit inzicht waarschijnlijkzou geven. Ook benadrukten we het belang ervan, omdat andermonitoringsonderzoek vooral gebaseerd is op zelfrapportage doorscholen. Afronding van het effectonderzoek staat gepland voor eind2025.•Jaarlijkse doelstellingenmonitor passend onderwijs 2021–2027(thema Toegankelijkheid Funderend Onderwijs)De doelstellingenmonitor meet de opbrengsten van passend onder-wijs. We volgen dit onderwerp al jaren, vanwege de knelpunten die wijconstateerden in onze onderzoeken naar passend onderwijs uit 2013en 2017. In het verantwoordingsonderzoek 2024 constateerden we eenonvolkomenheid in het M&O-beleid voor de bekostiging van hetspeciaal onderwijs. We onderzoeken deze onvolkomenheid in hetaankomende verantwoordingsonderzoek. De eerstvolgende metingvan de doelstellingenmonitor passend onderwijs komt in 2026beschikbaar.•Evaluatie Kwaliteitsafspraken mbo 2023–2027 (thema KwaliteitVervolgonderwijs)In een reactie op ons Verantwoordingsonderzoek 2024 zegde deMinister toe om eind 2025 de Werkagenda en Stagepact MBOtussentijds te gaan evalueren en op basis daarvan te bepalen of hijafspraken met mbo-instellingen moet aanscherpen. In de begroting2026 staat deze tussentijdse evaluatie opgenomen. De evaluatie moetinzicht geven in de doelmatigheid en doeltreffendheid van hetinstrument kwaliteitsgelden en kwaliteitsafspraken. We zijn benieuwdof de Minister onze aanbevelingen uit het onderzoek naar gelijkekansen in het mbo uit 2024 gaat oppakken.•Periodieke rapportage Onderzoek en wetenschap (themaOnderzoek en Wetenschap)In de begroting 2025 stond voor 2026 een periodieke rapportagegepland over artikel 16 (onderzoek en wetenschap). De afronding staatnu gepland in 2027. De periodieke rapportage moet inzicht bieden inde doeltreffend- en doelmatigheid van het gevoerde onderzoeks- enwetenschapsbeleid. Dit onderzoek is mogelijk interessant voor hetleren van lessen voor de komende periode, waarin het kabinetbezuinigt op onderzoek en wetenschap en tegelijkertijd de doelen nietheeft bijgesteld.Wij adviseren u deze evaluaties voor uw agendering in overweging tenemen.4. Risico’s en beheer We vinden het van belang dat de Minister van OCW in zijn begroting hetparlement informeert over relevante risico’s voor het realiseren van zijnbeleidsdoelen en voor zijn bedrijfsvoering. Hierbij verwachten we dat hijdaarbij breder kijkt dan alleen zijn eigen departement, omdat de Ministerimmers afhankelijk is van derden voor het realiseren van zijn doelen. Hetgaat dan met name om onderwijsinstellingen, culturele instellingen enmedia. Door transparant te zijn over relevante risico’s in zijn begroting,biedt de Minister het parlement inzicht dat meegenomen kan worden inzowel het behandelen en aanpassen van de begroting als bij het beoor-delen van voortgangs- en verantwoordingsinformatie van de Minister. Inonderstaande tabel schetsen we een aantal gesignaleerde risico’s en hoede Minister deze aanpakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 910 Tabel 2: Adressering van risico’s in de begroting van Ministerie van OCWRisico-omschrijvingAandacht inbegrotingja/neeWijze waarop Minister risico aanpaktOpgelegde bezuinigingen landelijke publieke omroep(€ 100 mln.) gaan eerder in dan hervorming landelijkeomroepbestel. Dit levert risico’s voor doelmatigheid.JaMinister geeft geen beheersmaatregelen hiervoor aan.Door bezuinigingen apparaatskosten Ministerie van OCW(€ 108,5 miljoen) zijn keuzen nodig over achterwege laten vantaken en zuiniger en efficiënter werken, waarmee ook het aantalambtenaren vermindert. Het Ministerie van OCW beperkt haarrol waar mogelijk tot de kern, waardoor bijvoorbeeld minderruimte is om thema’s aan te jagen of te stimuleren. Dit heeftmogelijke gevolgen voor realiseren van doelstellingen en ofbedrijfsvoering.JaMinister noemt noodzaak voor scherpe keuzes, maar geeft nogniet aan welke keuzen hij specifiek overweegt en wat mogelijkegevolgen zijn voor realiseren van concrete doelstellingen enbedrijfsvoering. Circa helft van bezuinigingen realiseert Ministervia bezuinigingen op andere instellingen of beleidsartikelen.Zoals een efficiency taakstelling van € 18,4 mln. op zbo’s enagentschappen (o.a. DUO) zonder duidelijk te maken watgevolgen hiervan zijn. Daarnaast betreft het € 38 mln. via o.a.niet uitbetalen prijsbijstelling aan onderwijsinstellingen.Minister gaat niet in op gevolgen (minder geld) voor dezeonderwijsinstellingen.Bevolkingskrimp in bepaalde regio’s leidt tot risico’s voortoegankelijkheid en kwaliteit onderwijsJaMinister stelt extra middelen beschikbaar voor onderwijs-instellingen in krimpgebiedenBezuinigingen hoger onderwijs en wetenschap kunnennegatieve gevolgen hebben voor financiële positie onderwijs-instellingen, werkdruk en daarmee voor kwaliteit van onderwijsen wetenschapDeelsMinister benoemt bezuinigingen, maar gaat niet in op mogelijkegevolgen voor realiseren van zijn doelstellingen (verlagenwerkdruk, stimuleren van ongebonden onderzoek) en voorfinanciële positie van universiteiten.Risico’s voor bedrijfsvoering van Minister, zoals gevolgen vanbezuinigingen op apparaatsuitgaven en rechtmatigheid vanverplichtingen. In 2024 bleef Minister net binnen tolerantie-grens van rechtmatigheid van zijn verplichtingen. Zonder(extra) beheersmaatregelen bestaat risico dat Minister in 2025deze tolerantiegrens overschrijftNeeMinister gaat niet in op relevante risico’s voor zijn bedrijfs-voering en wat hij doet om deze risico’s te beheersen Wij vragen uw aandacht voor deze risico’s want deze kunnen uiteindelijkgevolgen hebben voor de raming (begroting) en het bereiken vanafgesproken resultaten. De informatiewaarde van de ontwerpbegrotingvoor uw Kamer neemt toe als de Minister van OCW actief en consequentde meest relevante risico’s opneemt. Op basis daarvan kan hij het gesprekaangaan met uw Kamer. Inmiddels heeft het Ministerie van OCW eennieuwe werkwijze als het gaat om risicomanagement die een goede basishiervoor kan leveren.Wij vertrouwen erop dat deze brief behulpzaam is bij de begrotingsbehan-deling in uw Kamer.Algemene Rekenkamerdrs. P.J. (Pieter) Duisenberg,presidentdrs. C. (Cornelis) van der Werf,secretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 911 TOELICHTING OP VERLOOP BEGROTINGSPROCES OCW 2025Vaststellen van de ontwerpbegroting OCW 2025In het hoofdlijnenakkoord kwamen de coalitiepartijen PVV, VVD, NSC enBBB op 16 mei 2024 onder andere overeen om € 2 miljard te gaanbezuinigen op het hoger onderwijs en de wetenschap. Het Kabinet-Schoofwerkte deze bezuinigingen op 13 september 2024 uit in het regeringspro-gramma en vervolgens op 17 september 2024 in de ontwerpbegroting vande Minister van OCW voor 2025. In het parlement bleek vervolgensonvoldoende draagvlak voor de voorgestelde bezuinigingen op onderwijsen wetenschap. Hierdoor moesten de vier fractievoorzitters van decoalitiepartijen onderhandelen met de overige fracties in de TweedeKamer om akkoord te krijgen voor de begroting OCW 2025 en daarmeeautorisatie voor de Minister van OCW voor het doen van uitgaven. Deonderhandelingen leidden ertoe dat de vier fractievoorzitters een deel vande voorgenomen bezuinigingen besloten te verminderen. De dekkinghiervoor vonden zij onder andere in bezuinigingen op de begroting VWS2025. De Tweede Kamer ging op 12 december 2024 akkoord met deaangepaste ontwerpbegroting. Door het gebrek aan draagvlak duurde hetbehandelen en vaststellen van de ontwerpbegroting door de Eerste Kamerdrie maanden langer dan gebruikelijk. Waar begrotingen idealiter voor1 januari worden vastgesteld, stelde de Eerste Kamer de begroting OCW2025 pas op 8 april 2025 definitief vast.Vaststellen van de 1e suppletoire begroting OCW 2025Conform het reguliere tijdpad, maar slechts twee weken na het vaststellenvan de ontwerpbegroting diende het kabinet op 23 april 2025 deVoorjaarsnota en 1e suppletoire begroting OCW 2025 bij de TweedeKamer in. Hierin kwam het kabinet met voorstellen voor nieuwe intensive-ringen en ombuigingen, die waren opgesteld door de fractievoorzittersvan de vier coalitiepartijen. Zo stond in de Voorjaarsnota 2025 alsbezuinigingsmaatregel dat over de gehele Rijksbegroting 50% van deprijsbijstelling voor niet zou worden uitbetaald. Dit zou ook gelden vooronderwijsinstellingen. Voor het primair onderwijs, de studiefinancieringen de mediabekostiging is het uitbetalen van de prijsbijstelling echterverplicht. En om te voorkomen dat het primair en voortgezet onderwijsqua financiering te veel uit elkaar zouden gaan lopen had de Minister vanOCW in de Voorjaarsnota en 1e suppletoire begroting opgenomen dat ookvoor het voortgezet onderwijs de prijsbijstelling volledig uitbetaald zouworden.Voor onderwijsinstellingen is het van belang om tijdig duidelijkheid tehebben over de middelen die zij van de Minister van OCW krijgen om huneigen begroting voor het nieuwe schooljaar op te kunnen stellen. Dieduidelijkheid krijgen ze doorgaans medio juni van elk jaar via eenbeschikking. Dit jaar was er medio juni nog geen besluit genomen door deEerste en Tweede Kamer over de Voorjaarsnota en 1e suppletoirebegroting. Daarom stuurde de Minister van OCW op 12 juni 2025 een briefaan de Tweede Kamer, waarin hij het belang van tijdige besluitvormingbenadrukte voor het uitbetalen van de loon- en prijsbijstelling: «Latereuitbetaling van de prijsbijstelling zorgt voor onzekerheid, kan leiden totfinanciële problemen bij schoolbesturen of dat de middelen bij scholenniet tot besteding leiden en daarmee op ondoelmatige wijze in reserveslanden». Hij deed een beroep op artikel 2.27, tweede lid van de Comptabi-liteitswet 2016 om voortgezet onderwijsinstellingen zekerheid te gevendat ze de prijsbijstelling tijdig zouden ontvangen voor het schooljaar2025–2026. De Vaste Kamercommissie OCW van de Tweede Kamer wasvan mening dat het proces rondom het beroep op artikel 2.27, tweede lid,BIJLAGE:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 912 CW onzorgvuldig was verlopen en liet dit de Minister op 24 juni 2025 perbrief weten. Zij refereerde hierbij aan het al maanden bekende behan-delschema van de Voorjaarsnota en bijbehorende 1e suppletoire begro-tingswetten en de gewoonte dat de Kamer «al sinds jaar en dag in delaatste week voor het zomerreces over deze begrotingswetten stemt».Uiteindelijk gaven de Tweede Kamer en Eerste Kamer bij brief (24 junirespectievelijk 30 juni) toestemming aan de Minister van OCW om deprijsbijstelling volledig uit te betalen aan instellingen in het voortgezetonderwijs. Op 3 juli 2025 ging de Tweede Kamer akkoord met de1e suppletoire begroting. Bij het schrijven van onze brief was de 1e supple-toire begroting OCW nog in behandeling bij de Eerste Kamer.Het afschaffen van de Onderwijskansenregeling (oplopend tot€ 177 miljoen per jaar) was een van de andere maatregelen die defractievoorzitters van de vier coalitiepartijen waren overeengekomen enhet kabinet had opgenomen in de Voorjaarsnota 2025. De Tweede Kamernam een motie (Rooderkerk c.s.) aan waarin het kabinet werd gevraagdom het afschaffen van de Onderwijskansenregeling te heroverwegen. Hetkabinet bij monde van de Minister van Financiën en van de Minister vanOCW zegde toe hier in de augustusbesluitvorming over de ontwerpbegro-tingen 2026 en de september suppletoire begroting 2025 op terug tekomen. Inmiddels heeft het kabinet besloten om het afschaffen van deOnderwijskansenregeling terug te draaien en heeft dit verwerkt in deontwerpbegroting OCW 2026 en de september suppletoire begroting. Ditterwijl de 1e suppletoire begroting OCW, waarin het afschaffen van deOnderwijskansenregeling is verwerkt, nog in behandeling is bij de EersteKamer. Dit zorgt ervoor dat in de ontwerpbegroting OCW 2026 en deseptember suppletoire begroting een maatregel is teruggedraaid, die nogwel staat opgenomen in de 1e suppletoire begroting die nog niet isvastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 913

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 72f6b03dc3c4d25a

14 okt 2026 · 21ddec4bcb393f6a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.