KamerkringInloggen
Kamerbrief

Project Onderhoud cao en avv-stelsel

19 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c1269e7d8b0dbd7d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1255 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 november 2024Het Nederlandse cao- en avv-stelsel levert een belangrijke bijdrage aan debevordering van evenwichtige arbeidsverhoudingen en draagt bij aan eenpositieve sociaaleconomische ontwikkeling. Het stelsel zorgt voorarbeidsrust, maakt zelfregulering door sociale partners mogelijk envoorkomt concurrentie op arbeidsvoorwaarden.De wettelijke basis voor het stelsel is gelegd in de wet op de Cao, de wetAvv en de wet op de Loonvorming. Daarbinnen zijn sociale partners vrijom het collectief overleg vorm te geven en naar eigen inzicht afspraken temaken. Het wettelijk kader gaat al bijna honderd jaar mee. Al die tijd is erweinig aan gewijzigd en bestaat er draagvlak voor het stelsel. Demeerderheid van de werknemers is (zeer) tevreden als het gaat over devertegenwoordiging van hun belangen door de vakbond en hun (collec-tieve) arbeidsvoorwaarden.1 Ook werkgevers zijn over het algemeenpositief over de cao en de werkgeversvereniging en waarderen deze meteen (ruime) voldoende.2Het stelsel is flexibel en biedt ruimte om mee te bewegen met verande-ringen in de tijd. Daar zitten echter grenzen aan. Verschillende maatschap-pelijke en sociaaleconomische ontwikkelingen maken dat het stelsel onderdruk staat. Denk aan brede ontwikkelingen als globalisering en individuali-sering, maar ook de opkomst van nieuwe vormen van werk en een dalingvan de cao-dekkingsgraad.Als stelselverantwoordelijke acht ik het van belang dat er draagvlak voorhet cao en avv-stelsel blijft bestaan en dat de wettelijke kaders werkbaaren passend zijn. Ook roepen diverse moties en verzoeken uit interna-tionale organisaties op tot reflectie op het stelsel. Daarom ben ik een1Nationale enquête arbeidsomstandigheden 2023, TNO.2Werkgevers enquête arbeid 2024, TNO. kst-29544-1255ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12551 verkenning gestart naar mogelijk onderhoud van het stelsel. Met dezebrief informeer ik uw Kamer over de huidige stand van zaken.VerkenningIn de verkenning is gekeken naar de doelen van het stelsel en zijn signalenuit de samenleving gewogen. Ook zijn gesprekken gevoerd met tientallenstakeholders: werkgevers- en werknemersorganisaties, wetenschappersen deskundigen, zzp-organisaties en individuele werkgevers enwerknemers.Hiermee kom ik tegemoet aan de motie Smals die oproept te onderzoekenhoe alle werkenden beter te betrekken bij het afsluiten van de cao en hetbeter waarborgen van draagvlak en representativiteit bijcao-onderhandelingen. Daarbij is toegezegd om ook naar de representati-viteit van werkgevers te kijken, ongeorganiseerde werknemers tebetrekken en mijn opvatting te delen met uw Kamer.3In de gesprekken zijn vanuit mijn ministerie een aantal vaste punteningebracht, maar is ook nadrukkelijk ruimte geboden voor eigen inbrengvan de gesprekspartners. De gesprekken zijn deze zomer afgerond.Mede op basis van die inbreng is een analyse opgesteld en zijn devolgende vier aandachtspunten geformuleerd:1.Organisatiegraad van werknemers- en werkgeversorganisaties;2.Onafhankelijkheid van vakbonden;3.Avv- en dispensatiebeleid;4.Cao-dekkingsgraad.Ik zal deze punten hieronder verder toelichten.1. Organisatiegraad van werknemers- en werkgeversorganisaties Nederland is gebaat bij een sterke sociale dialoog en daarvoor zijn sterkesociale partners nodig. Daarbij is het aantal leden niet de enige relevantefactor. Het is het feitelijk draagvlak dat telt en die is nog altijd groot.Desondanks kan een aanhoudende daling van de ledenaantallen vanvakbonden en werkgeversverenigingen vragen oproepen over derepresentativiteit van deze organisaties. De organisatiegraad aanwerkgeverszijde heeft bovendien een relatie met de cao-dekkingsgraad ende benodigde representativiteit bij avv. Het werven en behouden vanleden en het creëren van draagvlak voor gemaakte cao-afspraken is aansociale partners. Mijn ministerie speelt daarbij geen rol. Wel kan ikmogelijk een rol spelen bij het uitdragen van het belang en demeerwaarde van het stelsel. Ik zal dit punt daarom samen met socialepartners oppakken.2. Onafhankelijkheid vakbonden In ons stelsel geldt als uitgangspunt dat cao-partijen onafhankelijk zijn tenopzichte van elkaar. Dit vloeit voort uit ILO-verdrag nr. 98. Deze onafhanke-lijkheid is niet in nationale wetgeving vastgelegd. Sinds een aantal jaar iser door casuïstiek aandacht voor dit onderwerp en rijst de vraag of deonafhankelijkheid van vakbonden voldoende geborgd is. Als verantwoor-delijke voor het wettelijk kader vind ik het belangrijk om hier naar te kijkenen ben ik zoals eerder ook toegezegd met sociale partners in gesprek3Motie van het voormalig lid Smals (VVD), Kamerstuk 36 410 XV, nr. 40.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12552 gegaan over de onafhankelijkheid van vakbonden.4 Ik ga ik dit punt inoverleg met sociale partners nader verkennen.3. Avv- en dispensatiebeleid Het avv-instrument, waarmee de cao van toepassing wordt op allewerkgevers en werknemers in een bedrijfstak, is een belangrijke pijlerbinnen het stelsel. Het stimuleert het afsluiten van cao’s en zorgt voor eengelijk speelveld in een sector. Avv- en dispensatieprocedures lijken delaatste jaren toe te nemen in duur en complexiteit. Dit leidt soms totingewikkelde kwesties en langlopende conflicten.Het is belangrijk dat procedures overzichtelijk zijn en soepel verlopen endat de beleidskaders helder zijn. De ontvangen signalen hierover neem ikserieus en pak ik op bij het vervolg van de verkenning. Ik zal socialepartners daarbij betrekken.4. Cao-dekkingsgraad Een hoge cao-dekkingsgraad is van belang, omdat een groot deel van dewerknemers dan de bescherming van een cao geniet. Het zorgt ervoor datconcurrentie op arbeidsvoorwaarden wordt tegengegaan en een gelijkspeelveld wordt gecreëerd. In Nederland is de cao-dekkingsgraad recentvastgesteld op 71,8%.5 Vanuit de Richtlijn toereikende minimumlonenheeft Nederland nu de opdracht een actieplan op te stellen met maatre-gelen om collectieve onderhandelingen te bevorderen en decao-dekkingsgraad te verhogen. Ik ga in overleg met sociale partners eenactieplan opstellen.Naast de vier voornoemde punten is uit de gesprekken het breedgedeelde beeld naar voren gekomen dat het in de samenleving ontbreektaan kennis over het stelsel. Het feit dat er een cao is, wordt als vanzelf-sprekend beschouwd. Individuele werknemers en werkgevers beseffenonvoldoende wat er nodig is om een cao tot stand te brengen en wat detoegevoegde waarde is van lidmaatschap van een vakbond of welkevoordelen aansluiting bij een werkgeversorganisatie oplevert. Het isdaarom belangrijk om de meerwaarde van het stelsel uit te dragen, maarook om de gevolgen en risico’s van (verdere) ondermijning te schetsen.Deze inbreng zal ik meenemen bij het vervolg.Het gebrek aan kennis en besef van de meerwaarde van het stelsel komtook terug in de gesprekken die ik, in het kader van de eerder genoemdemotie Smals, voer met individuele werknemers over het cao-stelsel. Opdit moment legt onderzoeksbureau Diversion de laatste hand aan hunrapportage naar aanleiding van gesprekken met ongeorganiseerdewerknemers. Ik zal uw Kamer hier nog over informeren.VervolgprocesDe eerste bevindingen van de verkenning zijn besproken met socialepartners en ook de andere stakeholders zijn geïnformeerd. Ik benvoornemens om in elk geval voor de vier bovengenoemde punten eenapart beleidstraject in te zetten. Ik doe dit in nauw overleg met socialepartners. Daarnaast zorg ik dat de andere stakeholders betrokken blijven.Mogelijk dat bij de uitwerking van het vervolg nieuwe inzichten enaandachtspunten naar voren komen die om een verdere aanpak vragen.4Vragen van het lid Kathmann (GL-PvdA) over DigiC, Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr.541.5CBS, Werknemers naar soort cao en SBI naar achtergrondkenmerken, 2010–2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12553 Ik verwacht uw Kamer medio 2025 nader te informeren over de stand vanzaken van de beleidstrajecten.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12554

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 88e3fae10daa60c9

14 okt 2026 · 9971d6682167f114

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.