Voorstel van wet
Brontekst
Versie d246f7cae4ba311b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 35 501Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring te wijzigen met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedge-vonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I Indien het bij koninklijke boodschap van 30 september 2015 ingediende voorstel van wet, houdende regels met betrekking tot de terugkeer van vreemdelingen en vreemdelingenbewaring (Wet terugkeer en vreemdelin-genbewaring) (Kamerstukken 34 309) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd: AIn artikel 2 wordt «de artikelen 59 tot en met 59c van de Vreemdelin-genwet 2000» vervangen door «de artikelen 59 tot en met 59d van de Vreemdelingenwet 2000». BArtikel 5, eerste lid, komt als volgt te luiden: 1. De directeur heeft tot taak een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring in de inrichting te verzekeren, alsmede de orde en veiligheid in de inrichting te handhaven. De directeur is bevoegd bevelen te geven die met het oog op deze taakuitoefening noodzakelijk zijn. De directeur kan, indien dit volstrekt noodzakelijk is met het oog op kst-35501-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 501, nr. 21 het handhaven van de orde en veiligheid in de inrichting, voor ten hoogste vier weken afwijken van de artikelen 22, 23 en 36, voor zover het gaat om de rechten op bewegingsvrijheid en dagbesteding, met dien verstande dat de vreemdeling te allen tijde recht behoudt op dagelijks verblijf in de buitenlucht, gedurende ten minste een uur per dag. CArtikel 43 wordt als volgt gewijzigd: 1. De aanduiding «1.» voor de tekst vervalt. 2. In de aanhef wordt na «van overeenkomstige toepassing» ingevoegd «in geval van verblijf in een gezinsverblijf,». 3. Aan het slot van onderdeel a, onder 2, wordt de punt vervangen door een puntkomma. 4. Aan het slot van onderdeel c wordt de punt vervangen door een puntkomma. DAan artikel 69 worden twee leden toegevoegd: 4. In geval de directeur op grond van de laatste volzin van artikel 5, eerste lid, tijdelijk afwijkt van de artikelen 22 en 23 of van artikel 36, doet hij hiervan onverwijld schriftelijk mededeling aan de vreemdelingen in bewaring in zoveel mogelijk voor eenieder begrijpelijke taal en met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend. Tevens stelt hij onver-wijld de commissie van toezicht op de hoogte. 5. In de in het vierde lid bedoelde mededeling wordt gewezen op de rechtsmiddelen van de artikelen 72, eerste lid, onder b, 74 en 85. EArtikel 99, onderdeel H, komt te luiden: HNa artikel 56 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 56a 1. Met het oog op de voorbereiding van het vertrek, de uitzetting of de overdracht kan Onze Minister de volgende vrijheidsbeperkende maatre-gelen treffen ten aanzien van de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft en de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onderdelen f tot en met k en m:a. het opleggen van een gebiedsgebod;b. het opleggen van een gebiedsgebod in combinatie met een meldplicht, onder het gelijktijdig aanbieden van onderdak. 2. Toepassing van het eerste lid blijft achterwege wanneer en wordt beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook de gelegenheid bestaat. 3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de voorwaarden voor toepassing van het eerste lid, alsmede over de duur en de omstandigheden van de vrijheidsbeperking op grond van het eerste lid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 501, nr. 22 FIn artikel 99 wordt na onderdeel H een onderdeel ingevoegd, luidende: HaArtikel 57 komt te luiden: Artikel 57 1. Met het oog op de voorbereiding van het vertrek, de uitzetting of de overdracht kan Onze Minister zekerheid verlangen van de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft en de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onderdelen f tot en met k en m. 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de voorwaarden voor toepassing van het eerste lid. GIn artikel 99, onderdeel M, wordt in artikel 59, eerste lid, na «De vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft,» ingevoegd «niet zijnde een gemeenschapsonderdaan,». HIn artikel 99, onderdeel O, komt de aanhef te luiden: De artikelen 59c en 60 worden vervangen door: IIn artikel 99, onderdeel O, wordt na artikel 59c een artikel 59d ingevoegd, luidende: Artikel 59d 1. De gemeenschapsonderdaan die niet rechtmatig in Nederland verblijft, kan door Onze Minister met het oog op de uitzetting in vreemde-lingenbewaring worden gesteld, indien:a. er een risico op onttrekking bestaat,b. de gemeenschapsonderdaan de voorbereiding van het vertrek naar de lidstaat van herkomst of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert, ofc. de gemeenschapsonderdaan een actuele en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. 2. De vreemdelingenbewaring krachtens het eerste lid duurt in geen geval langer dan drie maanden. 3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de onderdaan van een derde land die niet rechtmatig in Nederland verblijft maar wel beschikt over een geldige verblijfstatus in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een staat die partij is bij de Overeen-komst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 of in Zwitserland, indien de bewaring geschiedt met het oog op de uitzetting naar het land waar hij die verblijfsstatus heeft. Artikel 59 is alsdan niet van toepassing. JIn artikel 99, onderdeel O, wordt in artikel 60 de zinsnede «59, eerste lid, 59a, 59b, eerste lid, en 59c, eerste lid» vervangen door «59, eerste lid, 59a, 59b, eerste lid, 59c, eerste lid en 59d, eerste lid». Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 501, nr. 23 KIn artikel 99, onderdeel R, wordt «59b of 59c» vervangen door «59b, 59c of 59d». LIn artikel 99, onderdeel T, komt punt 1 te luiden: 1. In het eerste lid wordt «58, 59, 59a en 59b» vervangen door «59, 59a, 59b, 59c en 59d». MArtikel 99, onderdelen U en V, komen te luiden: UIn artikel 108, eerste lid, wordt «57, eerste lid, 58, eerste lid,» vervangen door «56, eerste lid, 56a, eerste lid,». VIn artikel 109, vierde lid, wordt «59, derde lid,» vervangen door «56a, tweede lid,». ARTIKEL II Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. GegevenDe Staatssecretaris van Justitie en VeiligheidTweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 501, nr. 24
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.