KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief politie

20 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 232bccd79284a6e2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 628PolitieNr. 1318 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 maart 2026Naar aanleiding van recente ontwikkelingen, aangenomen moties engedane toezeggingen informeer ik u middels deze brief, vooruitlopend ophet commissiedebat politie van 25 maart a.s., over een aantalonderwerpen.Het veiligheidsgevoel moet weer terugkeren in Nederland en dat begint inje eigen huis, straat of buurt. Politiemensen zetten zich elke dag in voor deveiligheid van ons allemaal, maar worden te vaak geconfronteerd metgeweld. Geweld tegen hulpverleners en een gebrek aan gezag voor hetbelangrijke werk dat zij doen is dit kabinet een doorn in het oog, zijverdienen waardering en respect. Van ons en van de hele samenleving.Het gezag op straat moet worden hersteld. We willen een land waarcriminelen niet vrijuit gaan en waar gezag wordt gerespecteerd. Het isbelangrijk dat de hele samenleving hier haar schouders onder zet, iedervanuit eigen verantwoordelijkheid.De behoeften van de politie en de gezagen om de openbare orde opstraat, in de wijken en online goed te kunnen handhaven zijn voor mij eenbelangrijk uitgangspunt. Zij moeten daarvoor goed toegerust zijn. In datkader ga ik de komende tijd nadrukkelijk het gesprek aan met politie-agenten over hun werk en het herstel van gezag op straat.Planning financiële opgave politieZoals uw Kamer door mijn voorganger in de brief van 21 januari 2026 entijdens het wetgevingsoverleg van 26 januari 2026 is geïnformeerd, heeftde politie een financiële opgave voor 2026. De verwachting is dat groeivan de bezetting in de meeste eenheden mogelijk blijft, maar dat enkeleeenheden een opgave hebben om de bezetting te begrenzen. Aangeziende extra financiële middelen voor de politie vanuit het nieuwe kabinet pasvanaf 2027 beschikbaar zijn voor de politie, zal de korpschef de voorge-stelde oplossingsrichting voor de financiële opgave in 2026 behoedzaamvoortzetten. Op deze wijze wordt geborgd dat er geen keuzes worden kst-29628-1318ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13181 gemaakt die vanaf 2027 teruggedraaid moeten worden. Ik steun dekorpschef daarin. Bij uitvoering van de oplossingsrichtingen van 2026 zalvoorts een eventueel positief resultaat van het jaar 2025 wordenbetrokken.De korpschef en ik hebben voor 2026 het volgende kader gesteld voor hetoplossen van de financiële opgave van 46 miljoen (zoals ook door mijnambtsvoorganger met uw Kamer gewisseld). Voor 2026 zullen debasisteams (de gebiedsgebonden politie en de opsporing in de basis-teams) helemaal buiten beschouwing worden gelaten. Hiermee wordtgeborgd dat de aanwezigheid van de politie in buurt, wijk, stad engemeente en de opsporing in de basisteams niet geraakt worden. Metandere woorden: blauw op straat blijft dus buiten beschouwing.Daarnaast zullen in 2026 de bijzondere bijdragen (zoals voor de DienstSpecialistische Interventies en ondermijning) ongemoeid blijven. Er wordtin 2026 ook niet getornd aan de instroom van aspiranten en er wordengeen mensen ontslagen.Op hoofdlijnen betreffen de maatregelen om de financiële opgave in 2026op te lossen: strakke vacatureregie, het afbouwen van overbezetting enhet terugdringen van tijdelijke tewerkstellingen. Het uitgangspunt en hetbeginpunt is om de bijstelling maximaal te vinden in niet-operationelepersonele capaciteit. Eind mei zal ik uw Kamer, conform mijn eerderetoezegging, een voortgangsrapportage over 2026 sturen met betrekkingtot de financiële situatie van de politie. Hierin zal onder andere wordeningegaan op het financiële resultaat van 2025 en de prognose van deonderbezetting, en zal een update van de situatie per eenheid inzichtelijkworden gemaakt.De meerjarige financiële opgave van de politie heeft door de investe-ringen van het kabinet een ander karakter gekregen. Samen met degezagen en de politie zal worden besproken hoe die investeringen hetbest besteed kunnen worden, zodat de politie de komende jaren nabij,gezaghebbend, financieel duurzaam op orde en toekomstbestendig is metruimte voor innovatie. In dit proces zal ik de door uw Kamer aangenomenmoties ook betrekken. Daarbij vind ik het van belang dat goed inzichtelijkis hoe de politie deze middelen besteedt, en dat de politie werk maakt vanhet begrenzen en beheersen van de kosten voor informatievoorziening(IV) in de toekomst. In april zal ik uw Kamer via de beleidsbrief ophoofdlijnen informeren over de bestedingen.Veiligheidsagenda 2027–2030Artikel 18 van de Politiewet 2012 stelt dat de Minister van Justitie enVeiligheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regiobur-gemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstel-lingen vaststelt ten aanzien van de taakuitvoering van de politie. Op1 januari 2027 moeten nieuwe landelijke beleidsdoelstellingen in werkingtreden. Deze zullen worden opgenomen in de Veiligheidsagenda2027–2030.Het proces om te komen tot een nieuwe Veiligheidsagenda vergt tijd enbestaat uit meerdere fasen, waaronder het kiezen van inhoudelijkethema’s en formuleren van concrete doelstellingen daarop. In hethalfjaarbericht politie van 10 december jl. heb ik uw Kamer laten wetendat de besprekingen met het OM, de regioburgemeesters en de politie vanstart zijn gegaan. Ook heb ik toegezegd uw Kamer van het verdere verloopop de hoogte te houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13182 Inmiddels hebben de besprekingen in het Landelijk Overleg Veiligheid enPolitie (LOVP) geleid tot breed draagvlak voor en vaststelling van devolgende thema’s: ondermijning en georganiseerde criminaliteit,cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit (waaronder online seksueelkindermisbruik), relationeel geweld en geweld in afhankelijkheidsrelaties(met name geweld tegen vrouwen, waaronder femicide) en mensen-handel. In de komende maanden zal bij de uitwerking van deze thema’sfocus worden aangebracht en zullen concrete landelijke doelstellingenworden geformuleerd. Ook dit gebeurt, conform artikel 18 van dePolitiewet, in nauw overleg met het OM, de regioburgemeesters en depolitie. Ik zal uw Kamer in de tweede helft van dit jaar over de uitkomstinformeren. Hiermee is voldaan aan het verzoek uit de motie van het lidVan der Werf c.s. die de regering vraagt om de thema’s femicide enhuiselijk geweld expliciet mee te nemen in de besprekingen over deVeiligheidsagenda 2027–2030, met als doel er landelijke doelstellingen aante verbinden in de Veiligheidsagenda (Kamerstuk 36 800-VI, nr. 53).Stand van zaken inzage politiesystemen (inclusief reactie opKamerstuk met kenmerk 2026Z04819)Op 3 en 9 maart jl. informeerde ik uw Kamer over een intern onderzoekvan de politie inzake het gebruik van politiesystemen om informatie tezoeken. De berichtgeving en het onderzoek zelf hebben veel politiemede-werkers geraakt. Zij hebben het gevoel gekregen dat publiekelijk werdgetwijfeld aan hun professionaliteit en integriteit. De korpsleiding heeftexcuses gemaakt aan alle politiemedewerkers voor de wijze waaropvervolg is gegeven aan het onderzoek en de communicatie. Ook mijncommunicatie in de Kamerbrief van 3 maart jl. en in de media hadzorgvuldiger gemoeten. Daarvoor heb ik mijn excuses aangeboden.In aanvulling op de informatie die reeds met uw Kamer gedeeld is, kan iku melden dat de korpschef mij heeft gemeld dat zij hierover inmiddels metde vakbonden heeft gesproken. In dit gesprek zijn van beide zijden allepijnpunten op tafel gekomen. De zorgen en boosheid van politiemensenzijn herkend en erkend. Er komt vanuit de korpsleiding een persoonlijkeherstelbrief voor de medewerkers die eerder een brief ontvingen in hetkader van het raadplegen van de systemen. Daarnaast worden erlaagdrempelige bijeenkomsten georganiseerd waar politiemedewerkersworden uitgenodigd om met de korpsleiding in gesprek te gaan.Vakbonden en medezeggenschap worden hierbij uitgenodigd. Zoals ookaangekondigd in mijn brief van 9 maart, worden ook de gesprekkentussen leidinggevenden en betrokken politiemedewerkers gevoerd. Diegesprekken zijn bedoeld om de context van de bevragingen van desystemen vast te stellen en zijn gericht op herstel van vertrouwen. Dekorpschef zal mij na afronding van dit proces informeren over hetalgemene beeld dat uit de bevindingen naar voren komt.De korpsleiding en politiechefs werken aan het versterken van deverbinding. Hierover voer ik blijvend het gesprek met de korpschef.Tegelijkertijd vind ik het ook belangrijk om vanuit mijn positie aan dieverbinding te (blijven) werken. Hierover heb ik onlangs met de vakbondenvan de politie gesproken. Ik heb enorme waardering voor het werk en deinzet van politieagenten. Dit zal ik blijven uitdragen, onder andere tijdensverschillende inhoudelijke werkbezoeken die ik komende tijd als Ministerzal afleggen.11Met de Kamerbrieven van 3 en 9 maart jl. en bovenstaande informatie doe ik het verzoek vanhet lid Ceulemans (JA21) met kenmerk 2026Z04819 af.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13183 Voortgang pilots en verkenningen aanvullende ME-bewapeningEind 2025 zijn de pilots met het traanwater voor de waterwerper en degrote bussen pepperspray van start gegaan. Deze pilots hebben eenlooptijd van 2 jaar. De eerste ervaringen die – voornamelijk tijdens dejaarwisseling – zijn opgedaan met het gebruik van de grote bus pepper-spray zijn positief. De straal van de grote bus pepperspray heeft eengroter bereik dan de reguliere bus pepperspray. Daardoor kunnenmeerdere mensen tegelijkertijd op afstand gehouden worden.Daarnaast worden er verkenningen uitgevoerd met betrekking tot:–Markeerstof in de waterwerper–Luchtdrukwapens–Camera’s in de schilden van de MEOver het verwachte tijdpad van het vervolgproces van de pilots enverkenningen kan ik u het volgende meedelen. Voor de evaluatie van depilots en de uitvoering van de verkenningen wordt momenteel eenstuurgroep ingesteld in opdracht van de landelijk portefeuillehouderConflict en Crisisbeheersing bij de politie. Voor de uitvoering van deopdracht heeft de Politieacademie de (waarnemend) lector OpenbareOrde en Gevaarbeheersing beschikbaar gesteld. Er zal een PoliceTechnology Assessment worden uitgevoerd, waarbij naast gebruikersper-spectief en operationele context ook aandacht is voor de veiligheid enlegitimiteit van ingebruikname van nieuwe geweldsmiddelen bij de ME.De verkenning van het gebruik van het luchtdrukwapen en van markeer-stoffen in de waterwerper zullen enige tijd vergen. Dat is noodzakelijkomdat voor deze geweldsmiddelen een zorgvuldige (veiligheids)afwegingmoet worden gemaakt. Vanaf april 2026 zal het onderzoekproject metbetrekking tot de verkenningen en de evaluatie van de pilots wordengestart. Eind 2026 zal worden beoordeeld of de verkenningen hebbengeleid tot een functionele behoefte aan het beproeven van een of meervan de genoemde middelen door middel van een operationele pilot.Uiteraard wordt daarbij ook gekeken naar de haalbaarheid en uitvoer-baarheid van een mogelijke praktijkpilot. Hiertoe zal de politie een verzoekindienen. Indien de gevraagde toestemming wordt verleend, zal eeneventuele praktijkpilot naar verwachting lopen tot en met 2 januari 2028,met een tussenevaluatie begin 2027. De conclusies van de evaluatie zal destuurgroep in het eerste kwartaal van 2028 afronden. Ik zal uw Kamer inhet halfjaarbericht politie over de voortgang van de pilots en verken-ningen op de hoogte houden.Wetsvoorstel gegevensvergaring openbare ordeHet wetsvoorstel waarmee de politie – onder gezag van de burgemeester– met het oog op de handhaving van de openbare orde ondervoorwaarden toegang kan krijgen tot publiek toegankelijke digitalebronnen zal op korte termijn worden aangeboden aan de Raad van State.Vervolgens zal het wetstraject inzake de bevoegdheid voor de politie omin besloten digitale groepen te kijken worden opgestart. Dat is complexer,gelet op de gevolgen voor de privacy van burgers. Het in consultatiebrengen van dit wetsvoorstel is mede afhankelijk van het advies van deRaad van State op het eerste wetsvoorstel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13184 Inzet gezichtsherkenningstechnologie bij demonstratiesIn de motie van de leden Bontenbal en Yes¸ilgöz-Zegerius2 is verzocht omversneld de mogelijkheden uit te breiden om, onder andere, camera’s metgezichtsherkenningstechnologie in te kunnen zetten bij demonstraties omhet de politie makkelijker te maken wetsovertreders te identificeren.Onder «camera’s met gezichtsherkenningstechnologie» zoals genoemd inde motie kunnen zowel «real time» toepassingen als toepassingen«achteraf» worden verstaan. Bij de «real time-toepassing» worden decamerabeelden direct verwerkt met gezichtsherkenningstechnologie. Bijde «achteraf-toepassing» worden de camerabeelden – die van verschil-lende bronnen afkomstig kunnen zijn3 – op een later tijdstip verwerkt metgezichtsherkenningstechnologie.In mijn eerdere reactie4 op de motie van het lid Boswijk over de inzet vancamera’s met gezichtsherkenning bij ordeverstorende acties5 informeerdeik uw Kamer over de beperkingen die de Europese AI-verordeningopwerpt ten aanzien van de inzet van real time gezichtsherkenningstech-nologie in het kader van het handhaven van de openbare orde. DeAI-verordening verbiedt de inzet van real time gezichtsherkenningstechno-logie in de publieke ruimte met het oog op de rechtshandhaving. Ditverbod is niet absoluut. In een aantal gevallen kan een uitzonderingworden gemaakt indien daarvoor een grondslag in nationale wetgevingwordt gecreëerd. Het betreft dan bijvoorbeeld situaties waarin sprake isvan ernstige misdrijven6 of een dreiging tegen het leven. Het creëren eennationale grondslag voor de inzet van real time gezichtsherkenningstech-nologie voor het identificeren van plegers van ordeverstorende acties isdaarmee uitgesloten. Er zijn aldus geen mogelijkheden binnen de grenzenvan de wet om camera’s met real time gezichtsherkenningstechnologie inte zetten in het kader van de openbare orde.Op dit moment beschikt de politie wel over de mogelijkheid om in decontext van strafvordering gezichtsherkenningstechnologie «achteraf» toete passen. Als er bij een demonstratie strafbare feiten zijn gepleegd en deverdachten zijn herkenbaar zichtbaar op camerabeelden, dan kan depolitie met behulp van gezichtsherkenningstechnologie proberen deidentiteit van die persoon te achterhalen. De politie kan eenverdachten-foto daarbij alleen vergelijken met foto’s van verdachten enveroordeelden. De identiteit van personen die niet eerder met politie ofjustitie in aanraking zijn geweest kan op deze manier dus niet wordenachterhaald. Er bestaat geen nationale verzameling van gestandaardi-seerde gelaatsafbeeldingen van alle Nederlanders.Met deze uitleg doe ik de motie van de leden Bontenbal en Yes¸ilgöz-Zegerius af.Uitkomsten Internationaal vergelijkend WODC-onderzoekbewaken en beveiligenIn 2024 is het WODC in opdracht van mijn ministerie begonnen aan eeninternationaal vergelijkend onderzoek naar de regeling van bevoegdheden2Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 28 684, nr. 8053Deze beelden kunnen afkomstig zijn van politiecamera’s, gemeentelijke toezichtscamera’s,televisiebeelden, bodycams, opnamen van burgers die aan de politie zijn verstrekt, enz.4Eerste halfjaarbericht politie 2025, bijlage Moties, toezeggingen en aanvullende verzoeken,pagina 45Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 34 324, nr. 30.6Het betreft hier strafbare feiten waarvoor een gevangenisstraf met een maximumduur van tenminste vier jaar staat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13185 voor de taak bewaken en beveiligen in een aantal Europese landen(Duitsland, Denemarken, België, Frankrijk, Italië, Spanje en het VerenigdKoninkrijk).Dit onderzoek is eind 2025 afgerond, gepubliceerd op 24 februari jl. enwordt als bijlage 1 bij deze brief aan uw Kamer aangeboden. De nadrukvan het onderzoek ligt op de vraag hoe in de onderzochte stelsels deinformatievergaring en -deling is geregeld om de bedreigde personenadequaat te kunnen beveiligen. Het onderzoek zal worden betrokken bij deverkenningen naar eventuele aanvullende bevoegdheden voor de taakbewaken en beveiligen die lopen binnen het beleidsdepartement.Bedreigingen politiemedewerkersTijdens het mondeling vragenuur op 10 februari jl. is toegezegd uw Kamerte informeren over hoe de politie omgaat met bedreigingen van politieme-dewerkers7 en de cijfers van het aantal doxing-gevallen en-veroordelingen8.Politiemedewerkers zetten zich dagelijks in voor onze veiligheid. Dit kanalleen als zij veilig hun werk kunnen doen. Het is onacceptabel datpolitiemedewerkers te maken krijgen met bedreigingen en dat dezebedreigingen gericht zijn op de persoon. Bedreigingen hebben een groteimpact op het privéleven en mentale welzijn van politiemedewerkers enhun thuisfront. Sinds 1 januari 2024 is de wet in werking getreden die hetgebruik van persoonsgegevens voor intimiderende doeleinden (doxing)strafbaar stelt. In 2024 zijn er 23 doxing-zaken van politiemedewerkersgeregistreerd9. In april worden de Geweld Tegen Politieambtenaren(GTPA)-jaarcijfers over 2025 gepubliceerd, waarin de doxingzaken vanpolitiemedewerkers zijn opgenomen. Het OM heeft in 2024 40 en in 2025102 doxingzaken behandeld. Vanuit het privacy-oogpunt is het nietmogelijk om het totaal aantal behandelde doxingzaken van politiemede-werkers te delen.De politie als werkgever ondersteunt op verschillende manieren haarmedewerkers bij bedreigingen. De werkgever biedt waar nodig eenbedreigde politiemedewerker professionele hulp, zoals psychologischenazorg en (juridische) bijstand. Bijvoorbeeld de begeleiding bij hetaangifteproces wanneer sprake is van een strafbaar feit. Hiervoor is eenhandelingskader voor teamchefs opgesteld. Daarnaast werkt de politieaan de bekendheid en vindbaarheid van de faciliteiten ten behoeve vannazorg, zoals in de Zorgwijzer. Politiemedewerkers hebben zelf ookmogelijkheden om het risico op doxing te minimaliseren, bijvoorbeelddoor gebruik te maken van afgeschermde accounts op sociale media. Depolitie blijft zich inzetten om het bewustzijn van politiemedewerkers ophet gebied van digitale veiligheid te versterken.Met bovenstaande toelichting doe ik de toezegging af.Aparte rechercheopleiding in samenwerking met private partijenof universiteitenTijdens het wetgevingsoverleg Begrotingsonderdeel Politie op 26 januarijl. is toegezegd uw Kamer te informeren over de mogelijkheid voor eenaparte rechercheopleiding in samenwerking met private partijen ofuniversiteiten.7Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 2026Z027898Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 2026Z027899Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 1277Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13186 Er zijn vier routes die toegang geven tot het werken in de opsporing.Het is mogelijk om vanuit de Gebiedsgebonden politie (GGP) door testromen naar de Tactische Opsporing. De politiemedewerker volgt eerstde basispolitieopleiding waarbij opsporing onderdeel is van het curri-culum. Na afronding van de basispolitieopleiding zijn nieuwe politiemede-werkers startbekwaam. Zij volgen hierna een aanvullend leertraject omzich tot vakbekwaam politiemedewerker te ontwikkelen. De politiemede-werker leert hierin nadere opsporingsvaardigheden. Ook werkenpolitiemedewerkers tijdens dit traject een periode binnen de Veelvoorko-mende Criminaliteit (VVC). Politiemedewerkers GGP die doorstromen naarde Tactische Opsporing hebben de mogelijkheid om binnen het vakspecia-listisch politieonderwijs de opleiding Kerntaak Opsporing te volgen diespecifiek gericht is op politiemedewerkers die werken of gaan werkenbinnen de opsporing. Deze opleiding besteedt onder andere aandacht aanjuridische kennis, bijzondere opsporingsbevoegdheden, verhoor envastlegging binnen de opsporingscontext.Naast deze «traditionele» doorstroomroute zijn er drie directe instroom-routes in de opsporing. Er is een directe instroomroute via de driejarigeBachelor Rechercheur. Ook is er een directe instroomroute voor specia-listen (politiemedewerker met een specifieke inzetbaarheid, ESI) in devakgebieden Tactische en Forensische Opsporing. Deze specialistenstromen bijvoorbeeld in op een werkterrein, zoals zeden of digitaleopsporing. Tot slot is er per 2026 een nieuwe directe instroomroute in deTactische Opsporing waarbij nieuwe politiemedewerkers bekwaamworden gemaakt voor de functie Medewerker Tactische Opsporing(rechercheur) door het volgen van de opleiding Politiemedewerkerspecifieke inzetbaarheid in combinatie met vakgericht leer-, ontwikkel- enopleidingsaanbod. Bij de directe instroom als specialist en bij de directeinstroom in de Tactische Opsporing is de eerdergenoemde opleidingKerntaak Opsporing onderdeel van het vakgericht leer-, ontwikkel- enopleidingsaanbod.Samengevat zijn er verschillende mogelijkheden om opgeleid te wordentot rechercheur. Tevens bestaan er opleidingen bij hogescholen enuniversiteiten, zoals de 4-jarige voltijd HBO-bachelor ForensischOnderzoek, die zich richten op de opsporing. Ook deze opleidingen zorgenvoor instroom bij de Politie. Tot slot werkt de Politieacademie samen methogescholen en universiteiten om het opsporingsonderwijs, bijvoorbeeldop het gebied cybercrime, te verbeteren.Gezien het bovenstaande bestaat er geen nadere behoefte aan een aparterechercheopleiding.Met bovenstaande toelichting doe ik de toezegging af.Ik zie er naar uit over deze onderwerpen verder met u te spreken tijdenshet commissiedebat politie op 25 maart.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13187

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f3f184befc7cb87c

14 okt 2026 · 1f633e03143ddc47

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.