KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerstuk · 15 jul 2024 · Tweede Kamer

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 17 april 2024, over Informele EU-Gezondheidsraad d.d. 23 en 24 april 2024

Joost Eerdmans · JA21 Laura Bromet · GroenLinks-PvdA griffier (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 760 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 15 juli 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de vastecommissie voor Europese Zaken hebben op 17 april 2024 overleg gevoerdmet mevrouw Dijkstra, Minister voor Medische Zorg, over:–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 9 april 2024inzake geannoteerde agenda informele EU-Gezondheidsraadvan 23 en 24 april 2024 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 745);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 9 april 2024inzake verslag van de formele EU-Gezondheidsraad van30 november 2023 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 744);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 5 december 2023 inzake onderhandelingsmandaatEuropean Health Data Space (EHDS) (Kamerstuk 36 121, nr. 4);–de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d.12 december 2023 inzake kabinetsappreciatie Commissievoor-stel uitbreiding Richtlijn Europese gehandicaptenkaart enEuropese gehandicaptenparkeerkaart (Kamerstuk 22 112,nr. 3848);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 9 februari2024 inzake kabinetsappreciatie Commissievoorstel wijzigin-gen IVDR en MDR ten behoeve van de beschikbaarheid vanmedische hulpmiddelen en in-vitrodiagnostica (Kamerstuk22 112, nr. 3883);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 12 februari2024 inzake antwoorden op vragen commissie over het fiche:Commissiemededeling aanpak medicijntekorten in de EU(Kamerstuk 22 112-3846) (Kamerstuk 22 112, nr. 3887 );–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 1 decem-ber 2023 inzake fiche: Commissiemededeling aanpak medicijn-tekorten in de EU (Kamerstuk 22 112, nr. 3846);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 8 maart2024 inzake fiche: Raadsaanbeveling door vaccinatie voorkom-bare kanker (Kamerstuk 22 112, nr. 3911);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 21 maart 2024 inzake voorlopig politiek akkoord Euro- kst-21501-31-760ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7601 pean Health Data Space-verordening (EHDS) (Kamerstuk36 121, nr. 5).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid,Welzijn en Sport,EerdmansDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,BrometDe griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7602 Voorzitter: PaulusmaGriffier: HellerAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Bushoff, Daniëlle Jansen,Maeijer, Paulusma en Tielen,en mevrouw Dijkstra, Minister voor Medische Zorg.Aanvang 14.03 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Welkom bij dit commissiedebat Informele EU-Gezond-heidsraad van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport. Ik heet de leden van de Kamer welkom: de heer Bushoff namensGroenLinks-Partij van de Arbeid, mevrouw Jansen namens NSC,mevrouw Maeijer namens de PVV en mevrouw Tielen namens de VVD. Ikheet ook de Minister van harte welkom. Wij gaan beginnen. Ik geef metheel veel plezier de heer Bushoff het woord voor zijn bijdrage. Despreektijd is drie minuten.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Drie minuten is kort. Twee punten vanuitGroenLinks-PvdA: een over de European Health Data Space en een overde medicijntekorten en medicijnontwikkeling. Allereerst over de EHDS.Volgens mij is het op zijn plaats om ook even een woord van dank uit tespreken aan de rapporteurs op dit dossier, die dit voor ons als Kamercom-missie nauwlettend in de gaten hebben gehouden en daar ook verslagvan hebben uitgebracht. Naar aanleiding daarvan heb ik nog een paarvragen waar de Minister wellicht op in zou kunnen gaan.Wij zien als GroenLinks-PvdA echt het belang van gegevensuitwisseling.Dat kan superbelangrijk zijn. Tegelijkertijd komt dan altijd om de hoekkijken hoe je de waarborgen op het gebied van privacy weegt. Dat is in ditdossier natuurlijk ook een vraagstuk. Wij van GroenLinks-PvdA hebbenmet name nog de vraag of er ruimte is voor de Minister om in Nederlandnog af te wijken met bijvoorbeeld een opt-in of een opt-out. Hebben wijnog enige beleidsvrijheid, mocht het Europees Parlement instemmen metde voorstellen zoals ze nu voorliggen? Dat is één.De tweede vraag is of de Minister nog wat meer zou kunnen ingaan opgebruik van secundaire gegevensuitwisseling, het secundair gebruik. Wiehebben daar toegang toe? Om het even in het extreme te trekken: zoubijvoorbeeld een hagelslagfabrikant die gezondere hagelslag wil maken,die dus een soort gezondheidsoogpunt heeft, van gezondheidsgegevensgebruik kunnen maken om zijn product aan te passen om dat bijvoorbeeldte kunnen gebruiken voor marketingstrategieën of om te komen tot eenbeter product? Het klinkt als een heel absurd voorbeeld, maar wellicht zouhet kunnen helpen als de Minister kan zeggen dat daar absoluut geensprake van is, dat dat soort bedrijven absoluut geen gebruik kunnenmaken van die data en dat die daar niet onder vallen. Of zegt ze dat datwel kan als er zo’n gezondheidsoogpunt bij betrokken is? Ik ben benieuwdof ze daar nog wat helderheid over kan verschaffen.Voorzitter. Ik heb nog heel weinig tijd, maar toch nog een tweede punt.Dat gaat over de medicijntekorten. We zeggen altijd dat we dat inEuropees verband moeten oppakken. We willen als Europa strategischautonomer worden, maar het heeft weinig zin dat we dat in Europa metz’n allen tegen elkaar zeggen als niemand in Europa de stap naar vorenzet. Dus ik vind dat Nederland daarin een stap naar voren zou moetenzetten. Ik ben benieuwd of de Minister bereid is om bij haar Europesecollega’s naar voren te brengen dat het zinvol zou zijn om een medicijn-ontwikkelingsfonds op te richten. Dat kan nationaal, maar misschien nogwel beter Europees. Dat draagt bij aan bijvoorbeeld het ontwikkelen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7603 medicijnen die nu in eerste instantie publiek gefinancierd worden, waaronderzoek naar wordt gedaan door universiteiten. Op een gegevenmoment komt de farmaceutische industrie dan om de hoek kijken om datmedicijn verder te ontwikkelen. Maar zou het niet zinvol zijn als we dateen beetje in eigen hand kunnen houden, met bijvoorbeeld zo’n publiekmedicijnontwikkelfonds dat in Europa wordt opgezet? Hoe kijkt deMinister daarnaar? Zou ze bereid zijn om dat verder te brengen inEuropees verband?Voorzitter, heb ik nog tijd over of ben ik er al doorheen? Oké, een heelklein beetje nog. Dan ga ik nog naar een laatste vraag. Die is een beetjeofftopic wellicht, maar toch heeft het mijn interesse gewekt. In deVoorjaarsnota stond ook iets over medicijnen en geneesmiddelenprijzen.Dat kan ook een relatie houden tot geneesmiddelentekorten, maar datging er vooral over dat er bespaard zou moeten worden op de kosten voorgeneesmiddelen. Die besparing zou moeten plaatsvinden doordatmedicijnen waar nu een uitzondering voor bestaat qua maximumtarieven,niet langer uitgezonderd zijn. Daar gaan dan ook maximumtarieven voorgelden. Dat zou dan gelden voor de onderkant van de medicijnmarkt. Vandeze zin in de Voorjaarsnota kon ik nog niet helemaal chocola maken. Ikweet niet waar dan precies op gedoeld wordt en hoe dat precies wordtingevuld. Wellicht komt de Minister daar nog op terug, maar wellicht kanze ook alvast een tipje van de sluier oplichten, en dan ben ik daarbenieuwd naar.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Dat was van een hele vinger naar een hele hand. MevrouwJansen, NSC. Gaat uw gang.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik heb ook heel veel tekst, dus ik ben bang dat ik ook een hele hand neem,maar ik ga mijn best doen.Er staan op de agenda van de informele EU-Gezondheidsraad heel veelthema’s. Ik pik er eentje uit, namelijk de preventie van niet-overdraagbareaandoeningen vastgelegd in het Europe’s Beating Cancer Plan. Er is opEuropees niveau nog een hoop winst te maken op het gebied vanpreventie van ziektes zoals kanker. Ik heb allereerst drie vragen aan deMinister over drie Europese wetgevingstrajecten waar weinig actie opwordt ondernomen, hoewel dat wel aangekondigd is.De eerste betreft de herziening van de Raadsaanbeveling rookvrijeomgevingen. De publicatie ervan door de Europese Commissie stondgepland voor 2023, daarna voor het eerste kwartaal van 2024, maar nu isdie opnieuw uitgesteld. Ook de herziening van de Europese Tabaksaccijns-richtlijn is uitgesteld. De Europese Commissie is al in 2021 tot deconclusie gekomen dat de Europese Tabaksaccijnsrichtlijn niet meereffectief is, onder andere omdat veel landen al accijnzen heffen boven deminimale hoogte die is vastgesteld in de Europese Tabaksaccijnsrichtlijnen er grote verschillen zijn ontstaan tussen landen, wat resulteert innegatieve grenseffecten. Het herzieningsvoorstel werd verwacht in heteerste kwartaal van 2023, maar is uitgesteld. Het is onduidelijk wanneerdit voorstel nu wel wordt gepresenteerd. Ten slotte is er een trajectgaande voor de herziening van de Europese Tabaksproductenrichtlijn,maar het is onbekend wanneer de Europese Commissie met eenherzieningsvoorstel gaat komen. Kan de Minister aangeven waarom op aldeze wetgevingstrajecten weinig tot geen actie plaatsvindt en waaromdeadlines niet gehaald worden? Denkt de Minister dat lobby vanuit detabaksindustrie een verklaring is voor de vertraging van eerdergenoemdewetgevingstrajecten? Is zij bereid om dit proces aan te kaarten bij deEU-Gezondheidsraad en om te sturen op actie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7604 Over alcoholpreventie heb ik de volgende vragen. Nederland is het enigeland binnen de EU dat de Europese Richtlijn audiovisuele mediadiensten,waarin de Europese regels voor alcoholreclames staan, niet doorgevoerdheeft in wetgeving. In Nederland wordt reclame voor ongezonde voedingen alcohol nog steeds gereguleerd via een aparte reclamecode, opgestelden beheerd door de industrie zelf. Is de Minister het ermee eens datNederland zich zou moeten houden aan afspraken die in EU-verband zijngemaakt en is het kabinet daarom voornemens deze Europese richtlijnalsnog door te voeren in wetgeving?Binnen de EU gaat het al langer over etikettering van alcoholverpak-kingen. In hetzelfde Europe’s Beating Cancer Plan staat onder andere datinformatie over de ingrediënten en voedingswaarden verplicht moetworden op alcoholverpakkingen. Ook staat er in het plan dat wordtaangestuurd op een verbod op alcoholreclame bij sportevenementen metveel minderjarigen. Kan de Minister toelichten of de Europese Commissiebezig is met de uitwerking van beide plannen?Tot slot zou ik willen vragen of de Minister zich actief wil inzetten voor hetopstellen van Europese regels voor duurzame en gezonde voeding,bijvoorbeeld voor maximumportiegroottes, een verbod om suiker toe tevoegen en het uitbannen van pesticiden, om zo een gelijk Europeesspeelveld te krijgen voor de voedingsindustrie.De voorzitter:Mevrouw Jansen, ik ben diep, diep onder de indruk.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Binnen de tijd?De voorzitter:U bent zeker binnen de tijd, ja. Ik ga kijken of mevrouw Maeijer datvoorbeeld over gaat nemen. Gaat uw gang.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik ga mijn best doen, voorzitter. Er is een politiek akkoord gesloten over deEuropese ruimte voor gezondheidsgegevens, een onderwerp waar we alvaker over spraken met de vorige Minister. De Europese Commissie wilmet dit voorstel zorgen voor betere uitwisseling van medische gegevensin de EU. Het moet dan ook de eerste gemeenschappelijke gegevens-ruimte worden binnen de Europese Unie. Het voorstel is het zoveelste ineen serie van voorstellen aangaande de volksgezondheid, iets wat watons betreft bij uitstek een nationale aangelegenheid is. Die verschuivingbaart ons dan ook zorgen. Daarnaast heeft de PVV al eerder uitgesprokenzorgen te hebben omtrent de veiligheid, de privacy en de toegang totgegevens in deze gemeenschappelijke gegevensruimte. We hebben onsdaarom hard gemaakt voor ten minste een opt-in, zodat mensen expliciettoestemming moeten geven om hieraan mee te doen. De aangenomenmotie van mijn collega Agema vroeg hier ook om. Het is dan ook zeerteleurstellend dat dit er niet uit gekomen is. Mensen doen nu mee aanEHDS zonder dat hun om toestemming is gevraagd. Waarom is deMinister daarmee akkoord gegaan?Voorzitter. Het voorstel maakt onderscheid tussen primair en secundairgebruik van medische gegevens. Primair gebruik gaat over het gebruikvan gezondheidsgegevens voor gezondheidsdiensten. Secundair gebruikgaat over het gebruik van gegevens voor onderzoek en innovatie. Naaraanleiding van het bereikte akkoord heeft mijn fractie nog een aantalvragen. Krijgen Nederlandse burgers van de Minister het recht op eenopt-out ten aanzien van het beschikbaar stellen van gegevens voorprimair gebruik? Is de Minister voornemens om Nederlandse burgers ookhet recht te geven om op lidstaatniveau bezwaar te maken tegen inzagevan medische gegevens, zoals ook de Patiëntenfederatie ons in een briefTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7605 vroeg? Hoe en wanneer worden mensen geïnformeerd over het recht opeen opt-out en hoe kunnen ze dit precies uitoefenen? Hoe en wanneerworden mensen geïnformeerd over wie hun gegevens heeft ingezien enwat is nu precies een «vitaal belang»? En wat als iemand ook in dat gevaleigenlijk niet wil dat zijn of haar gegevens zouden worden gedeeld? Onderwelke omstandigheden kan het recht op opt-out voor secundair gebruikworden beperkt? Kan Nederland dat zelf bepalen of is dat een Europeeskader? Hoe vindt hierover besluitvorming plaats? Hoe garandeert deMinister de veiligheid van medische gegevens van Nederlandse burgers?Voorzitter. Recent heeft de Kamer de motie van mijn collega Van Dijkaangenomen over het borgen van het medisch beroepsgeheim. DeMinister geeft in reactie hierop aan dat als gevolg van de EHDS hetmedisch beroepsgeheim wordt beperkt. Wat betekent dit precies in depraktijk? Waarom vindt de Minister dit acceptabel?Tot slot dank ik de rapporteurs voor al hun werkzaamheden.Ik zie dat ik nog een beetje tijd over heb. Dat had ik eigenlijk niet verwacht.Dan heb ik afrondend nog een laatste vraag. De Minister ziet leveringsze-kerheid van medische producten als een van de belangrijkste thema’swaarop Europese samenwerking van meerwaarde is. Mijn fractie vindt datwe ons niet afhankelijk moeten maken van de Europese Unie. Wat doet deMinister allereerst om meer zelfvoorzienend te worden? De Ministerschrijft ook dat zij positief staat tegenover de verkenning vanEU-wetgeving op dit gebied. Maar waar ligt nu eigenlijk precies de grenstot waar de bevoegdheid van de Europese Commissie strekt om metwetgeving te komen op dit punt?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Mevrouw Tielen, gaat uwgang.Mevrouw Tielen (VVD):Als het gaat om opt-in en opt-out, denk ik dat mevrouw Maeijer en ik eenheel eind op kunnen lopen, tot aan het moment waarop de motie van haarcollega Emiel van Dijk is aangenomen. Daarin werd inderdaad hetmedisch beroepsgeheim genoemd, maar ook: nooit, in geen enkel geval,op geen enkel moment enzovoorts patiëntgegevens delen zonder dat depatiënt daartoe toestemming geeft. Is mevrouw Maeijer het met mij eensdat het in veel gevallen ook in het belang van de patiënt kan zijn datartsen onderling snel gegevens kunnen uitwisselen om letterlijk het levenvan mensen te kunnen redden?Mevrouw Maeijer (PVV):Zeker. Ik denk dat dat inderdaad in gevallen van groot belang is voor depatiënt, maar het gaat ook nog steeds om zeer persoonlijke gegevens. Ikvind wel dat de patiënt daar uiteindelijk zelf het laatste woord over moetkunnen hebben.Mevrouw Tielen (VVD):Waar ligt dan het omslagpunt voor mevrouw Maeijer van de angst datgegevens zomaar door iedereen misbruikt kunnen worden ten opzichtevan het levensreddende effect dat we tijdens de coronaperiode letterlijkhebben gezien? Waar ligt het omslagpunt dan? Wat vindt mevrouwMaeijer nog aanvaardbaar als het gaat over medische gegevensdeling omervoor te zorgen dat patiëntenbelangen daadwerkelijk behartigd worden?Mevrouw Maeijer (PVV):Ik vind dat een terechte, maar ook ingewikkelde vraag. Volgens mij is hetheel persoonlijk waar die grens ligt voor iedereen. In het verlengdedaarvan, als je dat projecteert op dit voorstel van de EHDS... DaaromTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7606 hebben wij ook zo’n hard pleidooi gemaakt voor die opt-in, zodat mensenvooraf de keuze kunnen maken of zij al dan niet expliciet toestemminggeven voor het delen van gegevens, in plaats van dat zij achteraf demogelijkheid krijgen om bezwaar te maken. Nu doet iedereen mee, tenzijje dus bezwaar maakt achteraf.De voorzitter:Dan geef ik mevrouw Tielen het woord voor haar bijdrage. Gaat uw gang.Mevrouw Tielen (VVD):Ja, dan ga ik proberen om dat op tempo te doen en toch de tijd te halen.Voorzitter. Als we het gaat om geneesmiddelen, hebben we het vaak overEuropa. Dat is niet gek, want alle lidstaten hebben dezelfde of behoorlijkvergelijkbare vraagstukken en problemen als het gaat om medicijnen. Ikheb een aantal wensen voor de Minister om volgende week mee tenemen voor Europese krachtenbundeling. Die gaan over heruitgifte,samenwerking boven wetgeving, Europese farmastrategie, de preventievan kanker en de EHDS.Voorzitter. Als eerste. Nederland loopt voorop in vergelijking met anderelidstaten als het gaat om de heruitgifte van medicijnen. Ik vind het demoeite waard om te kijken of Nederland het initiatief kan nemen omEuropese wet- en regelgeving aan te passen om te zorgen voor meerheruitgifte. Gaat de Minister dit onderwerp op de kaart zetten en kan zij opwellicht korte termijn met een voorstel komen om de Europese wet inbeweging te zetten? Daar ben ik benieuwd naar.Samenwerking is heel belangrijk. Extra wetgeving op Europees niveau issoms nodig, maar lang niet altijd. Dan denk ik aan de Critical MedicinesAct. Die kan immers ook zo weer leiden tot nieuwe belemmeringen inplaats van samenwerking. Ik wil de Minister vragen welke alternatieven erzijn om het doel van de act te behalen zonder extra wetgeving. Welkevoor- en nadelen ziet zij om die act uit te werken? Welke plek zou diehebben in de hele farmastrategie? Kan de Minister dat toelichten? Wantdan kunnen we daar ook vanuit de Kamer verder mee.Als het gaat over die farmastrategie ben ik wel benieuwd over welkeprioriteiten de Minister volgende week in gesprek wil gaan. Kan zedaarover wat toelichten? Kan ze ook aangeven in hoeverre dat bij kandragen aan het Europese vestigingsklimaat voor productie en distributievan geneesmiddelen en vaccins?Over dure geneesmiddelen is veel te zeggen; de heer Bushoff begon er aleen beetje over. We hebben daar eind mei een hoorzitting over. Ik beneigenlijk wel benieuwd hoe het krachtenveld is bij de andere lidstaten watbetreft de samenwerking met en de onderhandelingspositie ten opzichtevan de farmaceutische industrie. Is de Minister bereid volgende week ookover dit onderwerp in gesprek te gaan met de collega-Ministers, om zoeen beeld te krijgen van dat krachtenveld en te zoeken naar de samen-werking die we met andere lidstaten kunnen opzetten, bijvoorbeeld vooreen gezamenlijke inkoopstrategie? Dat hoeft misschien niet EU-breed,maar wel met een paar andere landen.Over kanker sprak mevrouw Jansen al. Ik ben met name benieuwd inhoeverre de Nederlandse Kanker Agenda aansluit op hetEU-kankerbestrijdingsplan. Waar ziet de Minister overeenkomsten en waarverschillen? Waarop kunnen we samenwerken met andere landen?Dan nog even over de EHDS. Het is fijn dat er een akkoord ligt, alhoewel –dan sluit ik me aan bij mevrouw Maeijer – het niet helemaal overeen-komstig de wens van onder andere de VVD is wat betreft deopt-outmogelijkheden. Wij wilden verschillen tussen Nederlandsegegevensdeling en internationale gegevensdeling. Het is jammer dat datniet is aangemerkt. Ik ben benieuwd wat de Minister kan doen om tezorgen dat de wens van de Kamer, die best Kamerbreed was, tochTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7607 enigszins wordt meegenomen in de verwerking en de omzetting van ditakkoord in Nederlandse wet- en regelgeving.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat er geen vragen zijn. Dan ga ik de heer Bushoff watvragen, namelijk om het voorzitterschap van mij over te nemen.Voorzitter: BushoffDe voorzitter:Uiteraard. Dan geef ik het woord aan mevrouw Paulusma, in dit gevalvoor drie minuten.Mevrouw Paulusma (D66):Dank, voorzitter, ook voor die laatste mededeling. De Europese Unie biedtons kansen. Voorheen zagen we die kansen vooral op economisch vlak,maar het besef dat ook heel veel andere uitdagingen het beste ingezamenlijkheid kunnen worden opgepakt, lijkt steeds meer te komen.Ook op het gebied van zorg ziet D66 grote kansen in Europa. Want als wesamenwerken, kunnen we de zorg voor en de gezondheid van alleinwoners van Europa beter maken. Ik geef toe dat dat om tijd en aandachtvraagt. Er zijn nou eenmaal verschillen tussen landen wat betreft hoe dezorg is ingericht. Maar als Europeaan durf ik wel te stellen dat het demoeite meer dan waard is.Voorzitter. Dat brengt mij bij de European Health Data Space, waaroverongeveer een maand geleden politieke overeenstemming is bereikt. WatD66 betreft is dat heel goed nieuws. Zorggegevens en het gebruik daarvanvormen wat mij betreft bij uitstek een onderwerp waarop we de samen-werking moeten zoeken. Als we verpleegkundigen, artsen anderezorgmedewerkers toegang geven tot data van burgers van de EU, makenwe de zorg voor iedereen beter.Voorzitter. Dat dat waardevol is, kan ik ook heel concreet maken. Het gaatbijvoorbeeld om mensen die in grensstreken wonen, zoals het gebiedwaar ik zelf vandaan kom. Als hulpverleners in Duitsland toegang hebbentot het dossier van een Nederlandse patiënt uit Oost-Groningen, kunnenzij deze Nederlander beter helpen. Maar het gaat bijvoorbeeld ook overeen Nederlandse toerist die omdat de Franse arts bij het vertaaldeelektronische dossier kan, in Frankrijk de juiste medicatie voorgeschrevenkan krijgen in plaats van het middel waar hij of zij allergisch voor is.Omgekeerd geldt natuurlijk ook dat Nederlandse zorgmedewerkersEuropeanen beter kunnen helpen.Ik zie nog andere voordelen. De EHDS biedt mogelijkheden om bedrijvendie werken aan gezondheidstechnologie met AI te voorzien vanvoldoende, uiteraard geanonimiseerde data om toepassingen mee tetrainen, zodat kunstmatige intelligentie op een veilige manier kan wordenbenut voor diagnose en behandelingsbeslissingen. Ik heb daar ook heelvaak op aangedrongen toen het ging over een Europees plan voor longcovid. Daarnaast zorgt de beschikbaarheid van medische gegevens vooreen stap voorwaarts in innovatie en onderzoek in Europees verband,zodat we samen nieuwe medicijnen kunnen ontwikkelen en onderzoekkunnen doen naar nieuwe behandelingen.Voorzitter. Natuurlijk zijn er ook mitsen en maren te plaatsen. D66 vindtnamelijk ook dat jij als patiënt eigenaar bent van je medische gegevens. Ikmerk dat hier veel onduidelijkheid over bestaat. Voor D66 geldt: als jij nietwilt dat jouw gegevens worden gebruikt voor medisch onderzoek of datartsen daarbij kunnen, dan staat je dat vrij. In de verordening krijgenlidstaten de ruimte om dit, de zogenoemde opt-out, nationaal te regelen.Mijn vraag aan de Minister is dan ook of zij kan schetsen hoe dat eruitgaat zien. Op welke manier wordt dit omgezet in wetgeving? Kan zijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7608 zorgen wegnemen bij de partijen die hier ongerust over zijn, door teverzekeren dat de opt-out voor primair en secundair datagebruikgewaarborgd blijft? Hoe wordt de patiënt op de hoogte gehouden van hetgebruik van gegevens? Hoe kijkt de Minister bijvoorbeeld naar het gebruikvan pushnotificaties?Ten slotte ben ik, ondanks dat ik rapporteur ben, zelf ook een beetje inverwarring over de opslag van de data. In de kabinetsappreciatie heeftMinister Helder aangegeven dat dit uitsluitend op Europees grondgebiedzou mogen, maar in het akkoord zelf kon ik dat niet terugvinden. Kan deMinister hier uitsluitsel over geven?Voorzitter. Met het akkoord op de EHDS gaat een andere langgekoesterdewens van mij, juist ook als oud-verpleegkundige, in vervulling: eeninternationaal kader voor een elektronisch patiëntendossier. Dat gaatpatiënten, zorgverleners en overheden helpen met betere zorg endaarmee ook een betere gezondheid voor alle Europeanen. Maar ik krijgwisselende signalen over de interoperabiliteit. Oftewel: gaan we allemaalwerken in dezelfde standaarden of gaan we allemaal zelf opnieuw het wieluitvinden? In hoeverre wordt er nu aangesloten bij de globalestandaarden van de data en ook van de kwaliteit van de data? Kan deMinister daar iets over zeggen? In hoeverre staat het nu in de veror-dening? Hoe voorkomen we dat we straks eindeloos praten over hóé wehet gaan doen in plaats van dát we het gaan doen met elkaar?Voorzitter. Met de EHDS zetten we een kleine, maar belangrijke stap naareen Unie die ook op het gebied van zorg en gezondheid beter samen-werkt. Dan nog een kleine, persoonlijke cri de coeur. We gaan dit inEuropa doen, maar laten we in Nederland ook alsjeblieft stappen blijvenzetten op het gebied van de Wegiz, de gegevensuitwisseling, zodat we inNederland ook de juiste dingen doen voor de patiënten. De conclusie vanmijn verhaal is dat iedere Europeaan baat heeft bij de EHDS.Dank u wel.De voorzitter:Er is nog een vraag van mevrouw Maeijer.Mevrouw Maeijer (PVV):Mevrouw Paulusma noemde allemaal voorbeelden van situaties waariniemand baat kan hebben bij de EHDS, bij de grensoverschrijdende zorg.Maar dit systeem gaan nu ook automatisch gelden voor iemand die degrens níét overgaat. Dus iemand die nooit op vakantie gaat naar Duitslandof welk land dan ook, wordt ook opgenomen in het systeem. Zo iemandzal middels een opt-out achteraf bezwaar moeten maken. Deelt mevrouwPaulusma dan tenminste de opvatting dat die opt-out een opt-in hadmoeten zijn, zodat mensen expliciet hadden moeten toestemmen om hungegevens al dan niet te delen?Mevrouw Paulusma (D66):Het zal mevrouw Maeijer wellicht niet verbazen dat ik die opvatting nietdeel. Het is vergelijkbaar met het debatje dat mevrouw Maeijer net metmevrouw Tielen had. Het gaat mij helemaal niet om de vakantievierendeEuropeanen. We zien in Limburg, in Zeeland en in Groningen – waar ik zelfook gewerkt heb – dat er steeds meer samenwerking over de grenzenheen is, omdat we op die manier de beste zorg op het juiste moment enook een beetje op tijd kunnen organiseren. Daar gaat de EHDS enorm bijhelpen. In eerdere debatten heb ik ook al gezegd dat als je ergens in eenambulance ligt, je écht niet meer de vraag gaat beantwoorden of iemandbij je gegevens mag. Dan móét men weten waar je allergisch voor bent,waar je eerder voor behandeld bent en ook wat je wensen zijn als het gaatom behandeling. Daarom ben ik blij met de opt-out, maar ik deel niet demening van de PVV dat we voor een opt-in moeten gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7609 De voorzitter:Dat waren de vragen, volgens mij. Volgens mij was het bijna binnen dedrie minuten. Ik geef het voorzitterschap weer terug aan mevrouwPaulusma.Voorzitter: PaulusmaDe voorzitter:Dank, meneer Bushoff. Dan zijn we aan het eind gekomen van dezetermijn van de Kamer. Dat hebben we zeer voorspoedig gedaan. Ik kijkeven naar de Minister. De Minister geeft aan dat zij twintig minuten nodigheeft voor de beantwoording. Ik schors tot 14.45 uur.De vergadering wordt van 14.25 uur tot 14.45 uur geschorst.De voorzitter:Aan de orde is het commissiedebat Informele EU-Gezondheidsraad. Ikheet de leden van de Kamer en de Minister wederom welkom. We zijn toeaan de beantwoording door de Minister, dus ik geef haar van harte hetwoord. Gaat uw gang.Minister Dijkstra:Dank u wel, voorzitter. We hebben het over de informele EuropeseGezondheidsraad van volgende week in Brussel. Voordat ik inga op despecifieke vragen, wil ik heel graag even een inleidend woord spreken.Het is natuurlijk een interessante tijd in Europa. We staan aan devooravond van Europese verkiezingen. Een nieuw Europees Parlement eneen nieuwe Europese Commissie zullen de richting bepalen van hetEuropese beleid van de komende vijf jaar. Ik vind het belangrijk dat er inhet volgende Commissiemandaat voldoende aandacht blijft vooruitdagingen en vraagstukken op het terrein van de volksgezondheid. Deaandacht voor volksgezondheid in Europa mag niet verslappen nu decovidpandemie al geruime tijd achter ons ligt en we tegelijkertijdgeconfronteerd worden met andere uitdagingen, zoals een oorlog dicht bijhuis en verschuivende geopolitieke verhoudingen.Om richting te geven aan de Europese gezondheidsagenda van de nieuweCommissie, zal ik ook tijdens de aankomende Raad in Europa inzetten opeen aantal prioritaire thema’s. Een van die thema’s is hier ook al door ubesproken, namelijk de versterkte Europese samenwerking op het gebiedvan geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, bijvoorbeeld kijkendnaar de leveringszekerheid en de betaalbaarheid ervan.Voorzitter. Ik heb natuurlijk al een aantal malen met de Kamer gedebat-teerd over de geneesmiddelen en de tekorten. Ik heb steeds aangegevenhoe belangrijk ik het vind dat we de samenwerking op dit terreinintensiveren. Dat is nodig om ons weerbaarder te maken. Door samen-werking staan we als geheel sterker in de geopolitieke verhoudingen. Omweerbaar te blijven, is ook internationale samenwerking nodig op het vlakvan verdere versterking van de pandemische paraatheid en een goedevoorbereiding op grensoverschrijdende gezondheidsdreigingen; die is vangroot belang. Het is daarom essentieel om dit hoog op de agenda tehouden, ook bij de nieuwe Commissie.Ook Europese samenwerking op het gebied van preventie en een gezondeleefstijl is essentieel voor het terugbrengen van de zorgvraag en hetgezond en inzetbaar houden van de mensen die in de zorg werken. Denkten aanzien van preventie bijvoorbeeld aan tabaksontmoediging. Ik komzo op de vragen die daarover gesteld zijn.Voorzitter. Tot slot is de relatie tussen klimaat en gezondheid eenbelangrijk thema voor versterkte Europese samenwerking. Net alsinfectieziekten heeft klimaatverandering een grote impact op degezondheid van mensen en houdt die zich nou eenmaal niet aan grenzen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76010 Het is dus belangrijk voor ons om ons hier gezamenlijk voor in te zettenen ons gezamenlijk voor te bereiden op de effecten.Kortom, er zijn veel uitdagingen met betrekking tot de volksgezondheid.De oplossingen daarvoor zullen en kunnen we niet alleen aangaan. Wehebben Europese samenwerking nodig om onze gezondheid en zorg tebeschermen, maar zeker ook als teken van solidariteit met andere landen,zowel binnen als buiten Europa.Voorzitter. Ik zou willen beginnen met de vragen over de geneesmiddelen-tekorten. Door het in kaart brengen van de kwetsbaarheden van detoeleveringsketens van geneesmiddelen, een verkenning naar demeerwaarde en mogelijkheid van een wetgevend instrument en eengecoördineerde aanpak samen met publieke en private belanghebbendenzoeken we gezamenlijk naar structurele oplossingen voor geneesmidde-lentekorten en manieren om de leveringszekerheid te versterken.Solidariteit is natuurlijk het sleutelwoord voor lidstaten, bijvoorbeeld bijhet aanleggen van voorraden van kritieke geneesmiddelen.Voorzitter. Ik begin met het antwoord op de vraag van de heer Bushoff.Die gaat over die geneesmiddelentekorten.De voorzitter:Ik help ons allen even. Wellicht heeft u een soort blokjes, want dan kunt ureageren en dan kan de Kamer even geduld betrachten wat betreft hetstellen van vragen.Minister Dijkstra:Ja, dat is goed. U hebt gelijk, voorzitter. Ik heb een mapje geneesmidde-lentekorten. Ik heb preventie. Ik heb de gegevensuitwisseling, EHDS. Endan heb ik nog wat verschillende vragen die dan nog zijn blijven liggen.Dat zijn volgens mij vooral... Nee, er zijn geen vragen blijven liggen. Alshet goed is, moet ik het over deze drie onderwerpen kunnen verdelen. Alser dan nog vragen liggen, dan komen die vanzelf wel naar voren.De voorzitter:Dan stel ik voor dat de Minister het blokje afrondt en dat we dan degelegenheid krijgen om vragen te stellen, of dat ik dan de gelegenheidgeef om vragen te stellen. Gaat uw gang.Minister Dijkstra:Goed. De vraag van de heer Bushoff is... Nee, deze vraag heeft hij alslaatste gesteld, dus die ga ik niet nu beantwoorden. Die gaat wel overgeneesmiddelen, maar eigenlijk over een onderwerp dat hier niet echt opde agenda staat. Ik kom wel met een antwoord, maar ik doe het even in dejuiste volgorde.Mevrouw Maeijer heeft aan mij gevraagd: wat doet Nederland nou omzelfvoorzienend te worden in Europa? Samen met het Ministerie vanEconomische Zaken zetten we in op het stimuleren van de productie vangeneesmiddelen in Nederland en het ondersteunen van het ecosysteemvan bedrijven en academici. Ik verwacht dat we in juni een lijst kunnenpubliceren van kritieke geneesmiddelen, waarvan de productie inNederland of een eventuele voorraadverplichting overwogen wordt. Het isalleen niet realistisch dat de productie van alle kritieke geneesmiddelen inNederland plaats zal kunnen vinden. De complexiteit en mondialeafhankelijkheden binnen productieketens maken juist het Europeesoptrekken voor productie dicht bij huis heel belangrijk. Ik moet wel zeggendat de Commissie mede op aandringen van Nederland hier nu belangrijkeeerste stappen in zet.Mevrouw Maeijer vroeg ook waar de grens ligt, dus tot waar debevoegdheid van de Europese Commissie strekt om met wetgeving tekomen. De bevoegdheden zijn vastgelegd in de verdragen. Ik ben wel vanmening dat EU-wetgeving daadwerkelijk meerwaarde moet hebben. Ik kijkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76011 daarom vooral uit naar de komst van het onderzoek naar de wenselijkheidvan de Critical Medicines Act. Dan spreken we dus over wetgeving. Daarwordt op dit moment aan gewerkt.Mevrouw Maeijer vraagt ook of de EU eigenlijk niet buiten haarbevoegdheid treedt. De lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de manierwaarop zij hun gezondheidszorg organiseren en financieren. HetEU-gezondheidsbeleid is dan ook een aanvulling op het nationale beleid.Mevrouw Tielen vroeg met betrekking tot geneesmiddelen hoe het zit metde Critical Medicines Act. Zijn er ook alternatieven om het doel van de actte behalen zonder extra wetgeving? Wat zijn de voor- en nadelen van hetuitwerken van zo’n wetgeving? Laat ik vooropstellen dat ik de doelen vande EU-farmastrategie onderschrijf, zoals het ondersteunen van hetconcurrentie- en innovatievermogen in de EU en natuurlijk ook hetondersteunen van duurzame geneesmiddelenproductie. Dat heb ik almeermalen gezegd. Mogelijke EU-wetgeving via een act, via een wet dus,moet daaraan bijdragen. De Commissie heeft in de mededeling van24 oktober 2023 aangekondigd een onderzoek te starten naar de wense-lijkheid van wetgeving; vandaar het onderzoek naar de Critical MedicinesAct. Op dit moment is het nog niet duidelijk wanneer we de resultatendaarvan kunnen verwachten, maar er wordt dus aan gewerkt. Dat moetdan ook meteen duidelijkheid geven over de legitimatie van diewetgeving. Zolang hier nog in dit stadium aan gewerkt wordt, is het nietzo dat we ook al naar de alternatieven aan het kijken zijn, omdat we eerstwillen zien wat hier uitkomt.Mevrouw Tielen had een vraag over de farmastrategie. In hoeverre kandie bijdragen aan het EU-vestigingsklimaat voor productie en distributievan geneesmiddelen en vaccins? Ik zei al dat ik die doelen onderschrijf.Dat zijn ook belangrijke prioriteiten voor ons. Mogelijke EU-wetgeving kandaaraan bijdragen. Het is misschien wel goed om te zeggen dat we nusamen met Frankrijk andere lidstaten oproepen om een investeringsplanop EU-niveau te verkennen. Dat is eigenlijk ook een antwoord op de vraagvan de heer Bushoff, waar ik zo nog op terugkom. Met een goed investe-ringsplan kunnen we de productie van kritieke geneesmiddelenversterken.Mevrouw Tielen vroeg ook naar het krachtenveld van andere lidstaten bijde samenwerking met en de onderhandelingspositie ten opzichte van defarma-industrie. Wil de Minister daar volgende week over in gesprek gaanmet collega’s? Meerdere lidstaten zijn bereid om samen te werken inmogelijke onderhandelingen met de farma-industrie. Ik ben op ditmoment niet gericht met lidstaten in gesprek over het gezamenlijkinkopen van geneesmiddelen, maar ik maak daarbij wel een uitzonderingvoor bepaalde crisisproducten of voor het bestrijden van infectieziekten.Dat doen we dus wél gericht. Uw Kamer heeft mij via een motieopgeroepen om dat te doen. Zo zijn er eerder verschillende covidgenees-middelen aangekocht via een Europese route. Ik kijk nu naar nieuwegezamenlijke inkoopmodellen voor antibiotica. Dat komt bovenop hetgezamenlijke onderhandelen in Benelux-verband. Dat is een samen-werking tussen België, Luxemburg, Oostenrijk, Ierland en Nederland.Mevrouw Tielen heeft mij ook nog gevraagd naar de heruitgifte vangeneesmiddelen. Ze vroeg of ik die op de kaart ga zetten. Ik kan zeggendat ik die al op de kaart heb gezet. Nederland is voorloper op het gebiedvan heruitgifte. Onder leiding van Nederland is er inmiddels een Europesewerkgroep gestart om de mogelijkheden voor heruitgifte op Europeesniveau te onderzoeken en draagvlak te creëren voor de benodigdeaanpassingen van de Europese wetgeving. Het gaat dan om de FalsifiedMedicines Directive. Sommige lidstaten zijn terughoudend. Dat valt niet teontkennen. Zij hebben zorgen over de veiligheid van geneesmiddelen dieopnieuw worden uitgegeven. Er wordt op dit moment onderzoek gedaannaar heruitgifte van orale oncolytica. Dat onderzoek wordt uitgebreid naarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76012 veertien Nederlandse ziekenhuizen. Met goede onderzoeksresultaten hoopik het draagvlak bij de andere landen te vergroten.Ik had volgens mij ook nog een vraag van de heer Bushoff over genees-middelen. O, nee, die zit hierbij. Nee, het was niet deze. Het was een vraagover Frankrijk. In feite heb ik daar al even antwoord op gegeven. Volgensmij was de vraag wat ik doe als het gaat om... Ik weet niet meer precieshoe die was geformuleerd. Misschien kan de heer Bushoff de vraagherhalen. Sorry hiervoor. Ik heb het antwoord ergens zitten, maar ik kanhet niet vinden.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik probeerde het belang te onderstrepen van het ook in Europees verbandkijken naar bijvoorbeeld een investeringsplan of het opzetten van eengeneesmiddelenonderzoek/inkoopfonds om gewoon meer productie vangeneesmiddelen in Europa zelf te realiseren. Ik begreep dat de Ministerdus bezig is met zo’n investeringsplan.Minister Dijkstra:Sterker nog, daar zijn we nu met Frankrijk mee bezig; we zijn eruitgekomen dat we dat samen gaan doen. We proberen andere lidstatendaarbij te betrekken. Het is eigenlijk nieuws van vandaag dat we zover zijngekomen met Frankrijk. Dat is een beetje koren op uw molen, zeg maar.De voorzitter:U heeft met uw vraag gewoon een scoop te pakken, meneer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Mag ik nog een vraag stellen?De voorzitter:Ja, u mag een verduidelijkende... Is de Minister klaar met dit blokje?Minister Dijkstra:Ik had alleen nog het volgende. In dit kader heeft de heer Bushoff ook nogeen vraag gesteld over de Voorjaarsnota. Hij zegt tegen mij dat hij kanzien dat ik van alles doe in Europees verband, maar dat ik ondertussenaan het bezuinigen ben. Ik kan dat verduidelijken, want dat is niet zo.Sinds de covidpandemie hebben we een verzachtende maatregel, waarbijfabrikanten van geneesmiddelen met een lage omzet in Nederland eenhogere prijs mogen vragen. Dat is onderdeel van de Wgp, de Wetgeneesmiddelenprijzen. We hebben deze maatregelen genomen – zegelden ook nu nog – om de onderkant van de markt te beschermen tegenbeschikbaarheidsrisico’s. Van deze maatregelen profiteren eveneens deproducenten van geneesmiddelen met een grote omzet, maar zij hebbenhier helemaal geen behoefte aan. Die middelen zijn doorgaans helemaalniet kwetsbaar voor beschikbaarheidsproblemen. Dat vind ik onwenselijken daarom pas ik deze verzachtende maatregel aan. Daarmee kost dezemaatregel minder, maar blijven fabrikanten van geneesmiddelen met eenlage omzet, die risico lopen, wel beschermd. Dat leidt tot een besparingen die ziet u terug in de Voorjaarsnota. Het is absoluut niet mijn bedoelingom goedkope geneesmiddelen nog goedkoper te maken.Voorzitter. Nu ben ik aan het einde van het blokje geneesmiddelengekomen. Ik slaag erin om een heel overzichtelijk mapje toch helemaal inde war te brengen.De voorzitter:Ik zie ook de blikken aan mijn rechterkant, maar volgens mij gaat hetuitstekend. Dit blokje is afgerond. Geeft dit aanleiding tot vragen?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76013 Ik heb eigenlijk twee vragen, maar laat ik even beginnen met het puntover Frankrijk. Het was mij nog niet helemaal duidelijk of dit nu betekentdat we zo’n investeringsplan gaan opzetten. Zei de Minister dat? Of is hetNederland gelukt om Frankrijk over te halen om samen daarvoor te gaanlobbyen bij andere landen? Hoe groot was het succes? Laat ik het zozeggen.Minister Dijkstra:Het is een verkenning. Het is een verkenning, dus het plan is nog niet af,maar we willen wel vooral ook andere lidstaten daarbij betrekken. Daarhebben we samen met Frankrijk een voortrekkersrol in.De voorzitter:Een korte vervolgvraag.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dat is goed om te horen. Het is prettig om daarover op de hoogte wordengehouden, maar ik denk dat dat vanzelf spreekt. Ik heb ook nog een vraagover het laatste punt dat de Minister net aanstipte. Op zichzelf denk ik dathet heel goed is als we ervoor zorgen dat fabrikanten met een grote omzetin Nederland niet profiteren van de maatregel om de onderkant van demedicijnenmarkt te beschermen. Ik denk dat dat hartstikke goed is. Het ismij alleen nog niet helemaal duidelijk hoe het dan kon gebeuren dat diefabrikanten hiervan hebben meegeprofiteerd. Om welke medicijnen gaathet dan? Kan hier wat meer invulling aan gegeven worden? Misschien kandat niet nu direct in het debat, maar kan er wel een brief daarover aan deKamer gestuurd worden. Want het klinkt goed, maar ik ben nog evenbenieuwd hoe het precies zit.Minister Dijkstra:Ja, ik denk dat het goed is als we dat even op papier zetten. Er komen tochnog wel rapportages, sowieso over de Gezondheidsraad. Maar ik denk datdit even iets aparts is, waar we op terugkomen. Dat kan ik u toezeggen.Mevrouw Tielen (VVD):Ik heb een vraag over die heruitgifte. Het is goed om te horen dat deMinister daarin inderdaad een voortrekkersrol speelt. Dat had ik eigenlijkal verwacht. De Minister zegt dat er een Europese werkgroep is. Er lopenook een aantal onderzoeken. Op wat voor termijn kunnen we zien of erdaadwerkelijk voortgang zit in het werk van die werkgroepen, ongeachtalle weerstand die zij vast gaan ondervinden? Op wat voor termijnverwacht de Minister daar enige voortgang?Minister Dijkstra:Als het aan mij lag, zou ik ervoor zorgen dat we daar volgende week ietsmeer over kunnen melden, maar dat is gewoon niet zo. We moeten heelrealistisch zijn, vooral ook omdat we hier te maken hebben met lidstatendie hier echt wel problemen mee hebben. Zij willen er eigenlijk wat meerbewijs van dat dit goed kan gaan. Daarom is het belangrijk dat Neder-landse ziekenhuizen meedoen aan dat onderzoek. Zij laten zien wat heteffect kan zijn. Het is beter dat ik geen uitspraken doe over een termijn.Met betrekking tot Europa kan ik ook geen termijn geven vanaf deze plekop dit moment.Mevrouw Tielen (VVD):Dit is misschien heel technisch. Als ik het goed begrijp, is de Europesewetgeving nu behoorlijk beperkend. Die verbiedt heruitgifte eigenlijk; laatik het zo maar zeggen. Een aantal lidstaten zegt: wij weten dat het wel kanonder bepaalde voorwaarden enzovoort. Je zou ook kunnen zeggen datwe de wetgeving dan zo aanpassen dat landen die het alsnog willenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76014 verbieden, dat kunnen doen, in plaats van dat we het voor iedereenblijven verbieden. Dit is wat technisch, maar ziet de Minister wel mogelijk-heden om daar als vooroplopend land verruiming in te creëren?Minister Dijkstra:Als het gaat over deze onderwerpen, proberen we zo veel mogelijkvoortgang daaraan te geven. We proberen een vliegwieleffect te bereiken.Wat hier gesuggereerd wordt, is volgens mij aan de orde op ambtelijkniveau. De lidstaten spreken hierover met elkaar. Het is ook dan nogsteeds heel erg belangrijk dat er wel voldoende draagvlak is, want alstwee of drie landen alvast gaan beginnen, dan is dat natuurlijk nietvoldoende. Dat moet dus wel volume krijgen. Ik speel daar ook een rol inals ik met de collega’s van andere lidstaten spreek. Ik zal dan hieropaandringen.De voorzitter:Gaat u verder met het tweede blokje van de drie.Minister Dijkstra:Ik geef even alle papieren aan mijn buurman; ik raak alleen maar in dewar. Preventie is het volgende blokje.Voorzitter. NSC heeft voornamelijk vragen gesteld over preventie. Dat isheel begrijpelijk. Mevrouw Jansen vroeg onder meer naar deEU-Tabaksaccijnsrichtlijn, de Tabaksproductenrichtlijn en de Raadsaanbe-veling rookvrije omgevingen. Dat is allemaal steeds maar uitgesteld, zeize. Hoe komt dat nou? Waarom is er bijna geen actie? Waarom wordendeadlines niet gehaald? Om te beginnen, mevrouw Jansen, vind ik hetook frustrerend dat de Europese Commissie de aangekondigdevoorstellen nog niet heeft gedeeld. Bij elke gelegenheid die ik heb, kaart ikhet belang van de voorstellen bij de Europese Commissie aan. Dat zal ikook volgende week doen bij de EU-Gezondheidsraad.Wat betreft de EU-Tabaksaccijnsrichtlijn heeft de Minister van Financiën inde zomer van vorig jaar, om precies te zijn op 19 juli 2023, een briefgestuurd naar de Europese Commissie waarin werd aangedrongen op eenvoorstel tot herziening van de richtlijn. Daar is geen antwoord opgekomen van de Europese Commissie. Het voornemen om de richtlijn teherzien is er nog altijd. Nu wordt het voorstel in 2025 verwacht. Nou ja, ikhoef niet te zeggen waarom wij deze voorstellen allemaal erg belangrijkvinden in Nederland. We streven namelijk naar een rookvrije generatie in2040. Vandaar dat we die rookvrije omgevingen willen.De tabaksaccijns is in Nederland natuurlijk de laatste jaren flink verhoogd.In het kader van grenseffecten is een hogere minimumaccijns binnen deEU van belang. De Tabaksproductenrichtlijn vinden we ook van grootbelang, omdat die onder andere een mogelijkheid biedt om nieuweproducten die op de markt komen, te reguleren. Mevrouw Jansen heeft erniet voor niks naar gevraagd. Maar goed, zij vroeg ook: hebt u de indrukdat de tabakslobby hierbij betrokken is? Daar heb ik geen inzicht in. Daarkan ik geen antwoord op geven. Dat zou speculeren zijn. Feiten kan ik daarniet over geven.Mevrouw Jansen heeft ook iets gevraagd over de alcoholreclame en deRichtlijn audiovisuele mediadiensten. Natuurlijk moet Nederland zichhouden aan de afspraken die in EU-verband zijn gemaakt. Dat doen weook. De richtlijn schrijft voor dat audiovisuele commerciële communicatieover alcoholische dranken zich niet specifiek mag richten op minderja-rigen en op overmatig gebruik. De richtlijn moedigt ook coregulering aan,dus een combinatie van wetgeving en zelfregulering middels gedrags-codes. Dat doen we ook in Nederland. Het ministerie laat alcoholreclamesinds 2023 jaarlijks monitoren om beter inzicht te krijgen in wat jongerenzien en om te weten of alcoholreclame voldoet aan de zelfregulerings-codes. Die inzichten neem ik mee bij de uitwerking van de motie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76015 Jansen/Krul waarin de regering verzocht is om in kaart te brengen of enhoe alcoholmarketing via wetgeving beperkt of verboden kan wordenvoor kwetsbare groepen, zoals jeugdigen en problematische drinkers. Deuitwerking van die motie hoop ik met uw Kamer te delen voor debegrotingsbehandeling in 2024.Mevrouw Jansen vroeg ook naar de etikettering van alcoholverpakkingen,want in Europe’s Beating Cancer Plan staat onder andere dat informatieover ingrediënten en voedingswaarden verplicht moet worden opalcoholverpakkingen. Er moet ook aangestuurd worden op een verbod opalcoholreclame bij sportevenementen met veel minderjarigen. Ik ben heelerg voorstander van de uitwerking van deze plannen. Ik ben met mevrouwJansen teleurgesteld dat de Europese Commissie de aangekondigdemaatregelen nog niet heeft gerealiseerd. Ik heb volgende week dus deschone taak om bij de Europese Commissie ook erop aan te dringen omalsnog met die voorstellen te komen.Mevrouw Jansen heeft ook nog gevraagd – ze heeft het snel gedaan, maarhet waren heel veel vragen – of ik me wil inzetten voor het opstellen vanEuropese regels voor duurzame en gezonde voeding. Het kabinet is eenvoorstander van geharmoniseerde Europese wetgeving gericht opgezonde voeding. Het kabinet wil ook de te hoge inname van zout, suikersen verzadigd vet via bewerkte levensmiddelen verminderen om degezondheid van de bevolking te verbeteren. Dit zijn allemaal onderwerpendie je als nationale overheid niet alleen kunt regelen. Om dit te bereiken,pleiten we dus voor Europese wetgeving met maximumnormen voor dezeingrediënten. In aanloop naar die wetgeving is het belangrijk dat we desituatie in andere Europese landen goed in beeld krijgen en dat diegegevens dus ook in Europees verband goed in beeld gebracht worden,zodat er duidelijke en haalbare doelstellingen kunnen worden opgesteld.Dan vroeg mevrouw Tielen naar de aansluiting van de NederlandseKanker Agenda op het EBCP, Europe’s Beating Cancer Plan; wat zijn deovereenkomsten en de verschillen? De Nederlandse Kanker Agenda is innovember 2023 gelanceerd door het Nederlands Kanker Collectief. Hetheeft als doel om de impact van kanker op de hele samenleving teverkleinen en bestaat uit twintig doelen die het hele zorgpad van kankerbestrijken. Ik zal daar niet allemaal over uitweiden. Europe’s BeatingCancer Plan streeft dezelfde doelen na en is opgebouwd rond dezelfdeactiegebieden. Daar zit ook de overeenkomst tussen die twee. VanuitEuropa wordt door dat Europese plan ingezet op bevordering van desamenwerking. Dat gebeurt door middel van gerichte acties, hetEU4Health-programma en andere Europese instrumenten.Op 18 december jongstleden is uw Kamer geïnformeerd over de lanceringvan de Nederlandse Kanker Agenda. Samen met het Nederlands KankerCollectief bekijk ik nu hoe nieuwe en bestaande initiatieven elkaar kunnenversterken zonder daarbij de bestaande inzet van VWS te doorkruisen, ookals het gaat om die Europese samenwerking en in relatie tot het EBCP.Samenvattend zou je dus het volgende kunnen zeggen. Waar zijn deovereenkomsten? Die zitten in die doelen. Wat vinden we in die doelenwellicht nog ontbreken en kunnen we dan nog nationaal inbrengen vanuitonze eigen Nederlandse Kanker Agenda? Er zijn eigenlijk meer overeen-komsten dan verschillen; laat ik het zo zeggen.Voorzitter. Dat is het wat betreft preventie.De voorzitter:Dit was dan blokje twee. Dat geeft zeker nog aanleiding tot vragen, zie ik.Mevrouw Tielen (VVD):Ik heb twee vragen, eentje over de Nederlandse Kanker Agenda en eentjeover voeding. Ik hoor wat de Minister zegt. Dat is ook mijn afdronk, maarde vraag is natuurlijk in hoeverre Europese samenwerking opgezochtwordt voor bijvoorbeeld onderzoek naar vroegsignalering en vroegdiag-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76016 nostiek. Het hoeft misschien niet mondeling, maar kan de Minister aparteens een keer op een rijtje zetten waar we nog kansen missen of zoudenmoeten pakken om de aansluiting die er is tussen de Nederlandse KankerAgenda en de Europese variant, ten volle te benutten, om het maar zo tezeggen?Minister Dijkstra:Ik heb net gezegd: laat ik niet al die doelen opsommen. Maar het isnatuurlijk wel belangrijk om hierbij toch even te noemen dat inderdaad devroege opsporing, maar ook onderzoek in dat kader heel erg belangrijk is.Daar zitten ook juist de punten waarop je heel erg de samenwerking wiltzoeken, want daar wordt overal onderzoek naar gedaan. Ik vind het lastigom nu te zeggen: daar missen onderwerpen. Ik denk namelijk dat weeigenlijk vooral de overeenkomsten zien. Ten aanzien van de doelen diehet hele zorgpad van kanker bestrijken, kijken we vooral waar we wat aanhebben. Het is natuurlijk heel erg belangrijk dat we behandelingen vanmedisch specialisten en nieuwe ontwikkelingen, innovaties, op het gebiedvan kankeronderzoek en -behandelingen heel goed met elkaar uitwisselenin Europees verband. Dat gaat overigens ook nog breder. Het gaat ooknog over de Europese grenzen heen, maar we hebben het nu specifiekover de Europese samenwerking.De voorzitter:Mevrouw Tielen, u kijkt alsof u nog een vervolgvraag wilt stellen.Mevrouw Tielen (VVD):Ja, ik ben nog niet helemaal tevreden, maar goed, ik laat dit even lopen. Ikschrok een beetje toen de Minister begon over Europese wetgeving overduurzame en gezonde voeding. Ik heb in mijn bijdrage al een beetjegezegd dat ik samenwerking hartstikke goed vind, maar van Europesewetten hebben we niet altijd even veel profijt. Als er Europese regelszouden moeten zijn over het maximumpercentage zout, vet en/of suiker –dat hoorde ik de Minister zeggen – staat Nederland er dan bijvoorbeeldniet goed voor? Gaan we daar veel uit halen? Of is Nederland ten opzichtevan andere lidstaten eigenlijk best wel oké? Ik weet het niet, maar ik benecht huiverig ervoor dat we Brussel ook op dit gebied gaan laten bepalenwat wij in ons boodschappenmandje en op ons bord krijgen, heelpopulistisch gezegd. Ik zeg dit vooral omdat Europese wetgeving volgensmij ook hier tot enorm veel extra dingen gaat leiden die ons niet per segaan helpen, tenzij blijkt dat Nederland achteraanloopt in het hoofdstukjegezonde en duurzame voeding, maar dat betwijfel ik.Minister Dijkstra:In Nederland is er natuurlijk altijd een heel intensief debat geweest overwat je moet doen op dat gebied. We hebben het heel vaak overgelatenaan de producenten zelf, aan de fabrikanten, om te minderen. Het isnatuurlijk wel zo dat onze producten niet alleen uit Nederlandse fabriekenkomen. Dat is echt internationaal. Als wij het doel nastreven om minderziekmakende ingrediënten te hebben in onze producten en wij dat meermet elkaar in harmonie kunnen brengen door dat Europees te regelen,dan is dat wel belangrijk. Maar we zijn nog lang niet zo ver. Dat komt nogheel vaak hier terug, dus het is aan de Kamer om dat in de gaten tehouden. Het is natuurlijk wel zo dat we in aanloop naar de wetgevingkijken hoe het in andere landen is. Uiteindelijk kunnen we het niet per landgaan regelen, omdat de hoeveelheid zout in producten per land verschilt.Dit is iets waarvan je zegt: dat moet je gewoon met elkaar regelen enafspreken. De volgende vraag is of dat in wetgeving moet. Ik heb dediscussie in Nederland van dichtbij meegemaakt. Je ziet dat het heelmoeilijk is om iets te doen aan reductie van deze ingrediënten als dat opbasis van vrijwilligheid gaat. Ik wil niet voor de troepen uit lopen, dus ikTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76017 beloof de Kamer dat ik op dit onderwerp niet om grote stappen zalvragen. Ik zal echter wel aangeven dat we het heel belangrijk vinden om teweten hoe het in de verschillende Europese landen is.Mevrouw Tielen (VVD):Heel graag. Nogmaals, ik ben niet heel erg voor Europese wet- enregelgeving hieromtrent, omdat dit goede nationale afspraken met deproducenten ook in de weg kan staan. Als de norm Europees hoger blijftdan we zouden willen, dan helpt het niet. Ik ben het niet helemaal met deMinister eens dat het moeilijk is om dit op basis van vrijwilligheid te doen.Dat zou ik echt graag willen nuanceren. Als je kijkt wat een aantal grotevoedingsproducenten de afgelopen jaren hebben gedaan aan reductie ophet gebied van zout, suiker en vet, dan is dat echt wel enorm. Dat zijnaardig wat suikerklontjes minder. Dat geldt echter niet voor allemaal, dusik geloof dat je enige mate van richting wilt geven. Ik denk dat je datvooral nationaal in moet starten, maar ik ben heel benieuwd naar hoe datEuropees, per lidstaat, zit om te kijken of het daadwerkelijk helpt oftegenwerkt.Minister Dijkstra:Ik denk niet dat ik daar iets aan hoef toe te voegen. Wij hebben gewisseldhoe we daartegen aankijken.De voorzitter:Gaat u verder met blokje... Nee, er is toch nog een vraag over blokje twee.Mevrouw Maeijer, gaat uw gang.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik sloeg toch even aan op de zinsnede «niet voor de troepen uitlopen».Dat is toch eigenlijk wat de Minister wel aan het doen is? Ik zie in degeannoteerde agenda namelijk staan dat zij specifiek de Commissie gaatoproepen om voortvarend aan de slag te gaan met de aangekondigdemaatregelen. Dat is toch juist «voor de troepen uitlopen»? Tegenmevrouw Tielen zeg ik ook nog dat ik het overigens niet populistisch vindom te zeggen dat Brussel gaat bepalen wat er dan in voeding of wat danook zit, want dat is volgens mij precies wat er gaat gebeuren, als deMinister oproept om met wetgeving te komen.Minister Dijkstra:Ik zal op dat laatste verder niet reageren. Ik heb inderdaad aangegeven –dat zeg ik bij dezen óók – dat ik het wel belangrijk vind dat we hier vormkunnen geven aan een harmonisering. Mevrouw Maeijer noemt dat «voorde troepen uitlopen», maar zo zie ik dat niet. Ik heb zeker aangegeven dathet belangrijk is dat we in Europees verband maatregelen nemen om metelkaar een reductie te bereiken wat betreft de te hoge inname van zout,suikers en verzadigd vet. Uiteindelijk willen we natuurlijk toch een levelplaying field voor alle lidstaten. Daar zijn we naar op zoek. Hoe we datgaan regelen, hangt er maar vanaf, want het is precies zoals mevrouwTielen het zegt. Ik zeg dit nu in antwoord op mevrouw Maeijer, maarmevrouw Tielen zei net: stel dat die normen straks veel hoger uitkomendan wat wij al doen, dan hebben we natuurlijk zelf ook nog altijd eennationale aanpak. Daar kunnen we dan aan vasthouden. Maar het is voorons wel heel belangrijk dat andere Europese landen hieraan werken endat hun producten, als die hier verkocht worden, aan onze normenvoldoen.De voorzitter:Gaat u verder met blokje drie.Minister Dijkstra:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76018 Dat is EHDS. Gegevensuitwisseling is heel belangrijk, zegt de heerBushoff. Dat ben ik helemaal met hem eens. Hij vroeg hoe je dewaarborgen op het gebied van privacy weegt. Privacy is belangrijk en ookmoeten patiënten regie kunnen voeren op hun eigen gegevens. Dat staatbovenaan. EHDS creëert het wettelijk kader voor een opt-out voor zowelprimair als secundair gebruik. Voor primair gebruik moet dit geborgdworden in nationale wetgeving. Er is dus zeker ook beleidsvrijheid om hiereen nadere invulling aan te geven in Nederland.Ik zoek even de andere vragen die ook hierop zien. Mevrouw Maeijervroeg ook hoe mensen geïnformeerd worden over het recht op opt-out.Hoe kunnen zij dat uitoefenen? We kunnen op dit moment nog nietvooruitlopen op de manier waarop burgers geïnformeerd zullen wordenover de implementatie van de EHDS en de manier waarop ze over hunrechten zullen worden geïnformeerd. Maar het is zeker dat dat gaatgebeuren. We moeten heel goed bekijken hoe we dat gaan doen enuiteraard wordt de Kamer hierover nog uitgebreid geïnformeerd. Bij decommunicatie richting burgers wordt ook de inbreng van de Kamer en hetveld betrokken.Mevrouw Maeijer vroeg ook hoe mensen weten wie hun gegevens heeftingezien. Wat is nou precies een «vitaal belang»? Wat als iemand in ditgeval niet wil dat zijn of haar gegevens gedeeld worden? Burgers krijgenhet recht om de logingegevens in te zien van iedere toegang via detoegangsdienst. Het begrip «vitaal belang» komt uit de AVG. Daarbij moetu denken aan bijvoorbeeld levensbedreigende situaties. Als een burgerhet recht van opt-out heeft uitgeoefend, dan zijn zijn gegevens nietbeschikbaar en kan, als dit niet nationaal is geregeld, dit recht niet wordenoverruled in geval van vitaal belang. Bij de informatie die aan burgers zalworden gegeven over de gegevensuitwisseling, zal dus heel duidelijkgemaakt moet worden wat het betekent als je kiest voor een opt-out.Hoe garandeert de Minister de veiligheid van medische gegevens vanNederlandse burgers? De EHDS bevat veel waarborgen voor de veiligheid.Dat begint bij de regie van burgers over de eigen gegevens en demogelijkheid om gegevens via een opt-out niet beschikbaar te stellen. Ookis op verzoek van Nederland opgenomen dat lidstaten zelf de ruimtehebben om dit voor primair gebruik vorm te geven. Daarnaast wordeneisen gesteld aan de leveranciers, die aan een conformiteitstoets wordenonderworpen. Daarbij is het natuurlijk van belang dat naast de EHDS ookde kaders van de AVG blijven gelden.Mevrouw Maeijer vroeg ook: «Onder welke omstandigheden kun je hetrecht op een opt-out beperken? Kan Nederland dit zelf bepalen of bestaathiervoor een Europees kader? En hoe vindt de besluitvorming plaats?»Het EHDS-voorstel is, zoals ik al zei, nog niet definitief vastgesteld. Datgebeurt waarschijnlijk in het derde kwartaal van dit jaar. Ik kan moeilijkvooruitlopen op de manier waarop invulling wordt gegeven aan denationale ruimte die in de EHDS wordt geboden. Er wordt nog naderonderzoek gedaan naar de mogelijkheden en naar wat beleidsmatigwenselijk is. Het spreekt voor zich dat hierbij de nadruk wordt gelegd opeen goede bescherming van de privacy – daar hebben we natuurlijkwetgeving voor – en op het beschermen van de vrije toegang tot zorg.Mijn collega, Minister Helder, die dit in haar portefeuille heeft, zal deinbreng van uw Kamer en het veld betrekken bij de uitvoering van deEHDS.De heer Bushoff van GroenLinks-PvdA heeft mij gevraagd: wie kantoegang krijgen tot data voor secundair gebruik? De EHDS laat het toe datzowel publieke als private organisaties toegang kunnen krijgen totgegevens. Nu ik dit zeg, besef ik ook dat dit heel onheilspellend klinkt. Hetgebruik van data moet wel in het algemeen belang zijn en in lijn zijn metde toegestane doeleinden. Elke aanvraag wordt getoetst door hetzogenoemde Health Data Access Body. De gebruikers die hier toegang toekrijgen, moeten actief zijn op het terrein van de zorg. Een hagelslagfa-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76019 brikant heeft er dus geen toegang toe. Daarop wordt uiteraard toegeziendoor het Health Data Access Body.Mevrouw Maeijer vroeg nog of... Of heb ik deze vraag net gehad? Dezevraag heb ik net gehad.Mevrouw Maeijer vroeg naar het medisch beroepsgeheim. Ze zei: deEHDS perkt het medisch beroepsgeheim in; waarom vind je dat accep-tabel? Net als de Kamer vind ik het medisch beroepsgeheim van grootbelang om de vrije toegang tot zorg te kunnen waarborgen. Nederlandheeft dit tijdens de onderhandelingen meerdere keren ingebracht. Datheeft geleid tot het benoemen van het medisch beroepsgeheim in deoverwegingen. Ook zijn er waarborgen getroffen om de privacy vanburgers te beschermen, zoals de rechten en de opt-outregeling voorburgers en de strikte waarborgen rondom secundair datagebruik, die ikhet al noemde. Er wordt gekeken hoe deze waarborgen zo veel mogelijkingevuld kunnen worden op een manier die passend is bij onze nationalecontext, zodat de bijdrage van de EHDS aan het verbeteren van databe-schikbaarheid in de zorg zo veel mogelijk in balans is met belangen zoalsprivacy en de vrije toegang tot zorg.Waarom ben ik akkoord gegaan met de EHDS, waarbij burgers geen rechtop toestemming hebben? Zeggenschap en het medisch beroepsgeheimzijn van groot belang, zoals ik al zei. Dat hebben we meerdere kereningebracht in de onderhandelingen. We hebben de Kamer eerdergeïnformeerd over het feit dat er voor een opt-in geen draagvlak was.Daarom is mede naar aanleiding van een motie van de Kamer ingezet opeen opt-out ten aanzien van het beschikbaar stellen van gegevens. Dat iserin opgenomen. Het medisch beroepsgeheim is in de overwegingenopgenomen. Er wordt bezien hoe we dat zo goed mogelijk kunnenborgen. Dat heb ik eerder ook al aangegeven.Mevrouw Paulusma heeft ook een aantal vragen gesteld over gegevens-uitwisseling. Kan de Minister schetsen hoe de opt-out voor primairgebruik eruit gaat zien? Eigenlijk heb ik daar al antwoord op gegeven. Hetpolitieke akkoord is nog vers, dus er wordt nog gekeken naar watbeleidsmatig wenselijk is en wat de mogelijkheden zijn binnen de kadersvan de EHDS-verordening. Ik neem even een beter slokje water. Excuus, ikmoest even een kikker wegwerken. We komen er dus nog op terug. DeKamer wordt ook uitvoerig meegenomen in de manier waarop deuitwerking van die opt-out voor primair gebruik zal worden vormgegeven.Ik heb nog een vraag van mevrouw Paulusma. Mevrouw Tielen, ik kom zoook nog bij uw vragen; ik houd niet meer helemaal de sprekersvolgordeaan. Er zijn partijen die ongerust zijn of die opt-out werkelijk gewaarborgdblijft voor primair en secundair datagebruik. De zeggenschap vanpatiënten over de eigen gegevens is een van de speerpunten van deEHDS-verordening. In dat licht moet je ook kijken naar deopt-outregelingen. Het opt-outrecht voor secundair gebruik wordtrechtstreeks door die verordening geregeld. Voor het primair gebruikmoet die opt-out in nationale wetgeving worden geborgd. Ik heb algenoemd dat we daar onderzoek naar doen. De Minister van VWS zal udaarover uitgebreid informeren.Hoe wordt de patiënt op de hoogte gehouden van het gebruik vangegevens? De EHDS-verordening creëert een recht voor burgers omloggingsinformatie over toegang tot de gegevens in te zien. Dat moetenwe als lidstaten op nationaal niveau faciliteren. Wij kijken hoe dit inNederland het beste kan worden vormgegeven. Ook daarvoor verwijs ikweer naar mijn collega, de Minister van VWS.Dan kom ik bij de vraag over de interoperabiliteit: gaan we allemaaldezelfde taal gebruiken of gaan we allemaal apart het wiel opnieuwuitvinden? Door de Minister van VWS wordt al jaren ingezet opaansluiting bij de globale standaarden. We zijn als Nederland natuurlijkactief betrokken bij de ontwikkeling van die terminologiestelsels, zoalsSNOMED. Op dit moment is Nederland ook voorzitter van het GlobalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76020 Digital Health Partnership. Dat is een internationale samenwerking vanoverheden die is gericht op betere gegevensuitwisselingen in de zorgdoor onder meer de juiste standaardisatie.Ondertussen werken we de standaardisatie in Nederland verder uit. Wijhebben namelijk ook nog werk te doen hier in eigen land, zoals wijhebben aangegeven in de Nationale visie en strategie op het gezond-heidsinformatiestelsel. De Wegiz is daarbij een hele belangrijke eerstestap. De EHDS-verordening sluit daarop aan door Europese vereisten opte leggen aan de uitwisseling van de geprioriteerde categorieën gezond-heidsgegevens. Ik kan daar nog wat meer over zeggen. Het is vrijtechnisch, maar er zijn ook andere vereisten. Ja, dat wil mevrouwPaulusma toch graag horen. Dan kan ze het krijgen. De EHDS-verordeningsluit daarop aan door Europese vereisten op te leggen. De technische,semantische en functionele vereisten van deze uitwisselingen worden opEU-niveau ontwikkeld. Bij de ontwikkelingen op EU-niveau wordt altijduitgegaan van de bestaande internationale normen en standaarden, zoalsSNOMED en GDHP. Doordat die normen en standaarden uiteindelijk inEHDS-uitvoeringsbesluiten worden vastgelegd, zijn deze van toepassingop alle EU-lidstaten. Ook epd-leveranciers moeten hun systemenaanpassen op deze standaarden, willen ze hun product op de Europesemarkt kunnen aanbieden.Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Paulusma. Mevrouw Paulusmahad ook veel vragen in korte tijd, hè. Zij zei: in de kabinetsappreciatie heeftMinister Helder aangegeven dat de opslag van data uitsluitend opEuropees grondgebied zou mogen, maar in het akkoord kan ik dat nietterugvinden. De EHDS-verordening bevat datalokalisatieregels over deopslag van persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens door deHealth Data Access Body’s en de beveiligde verwerkingsomgeving. Dieregels zijn opgenomen in artikel 60 van het huidige politieke akkoord overde verordening. Daarin staat als uitzondering opgenomen dat data ook inderde landen mogen worden opgeslagen als deze landen een adequaat-heidsbesluit hebben ontvangen van de Europese Commissie. Het mag dusalleen onder die voorwaarde. Met zo’n adequaatheidsbesluit krijgt hetland het predicaat dat het volledig voldoet aan de vereisten uit deAlgemene verordening gegevensbescherming.Dat was het antwoord op deze vraag. Dan heb ik alleen nog een vraag vanmevrouw Tielen. Zij zei: het akkoord over EHDS is niet helemaal overeen-komstig de wens van de VVD. Zij vindt het jammer dat de verschillentussen de Nederlandse en de internationale gegevensdeling niet zijnverwerkt. Zij is daarom benieuwd wat de Minister kan doen om te zorgendat de Kamerbrede wens enigszins wordt meegenomen in de verwerkingen omzetting van het akkoord naar de Nederlandse wet- en regelgeving.Over de verdere uitwerking en de implementatie van de EHDS heb ik aleen paar keer gezegd dat er nog nader onderzoek moet worden gedaan.De wensen van de Kamer en het veld worden daarin meegenomen en inbeschouwing genomen. Uiteraard zal de Minister van VWS de Kamerbetrekken in de omzetting van de EHDS in nationale wet- en regelgeving.Er zijn dus nog heel veel momenten en mogelijkheden voor de Kamer omte volgen wat Nederland daarop doet. Verder moet ik toch vooralverwijzen naar mijn collega, want zij heeft dit in haar beheer.De voorzitter:Dit klinkt als een punt achter het derde blokje.Minister Dijkstra:Klopt. Tenminste, dat geloof ik. Ik heb hier nog een aantal blaadjes liggen,maar volgens mij heb ik alle vragen gehad. Als dat niet zo is, dan hoor ikdat wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76021 Ik kijk naar de collega’s. Mevrouw Maeijer, gaat uw gang.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik vind de antwoorden eigenlijk best wel ingewikkeld. Het dossier loopt alheel lang en de Kamer heeft er al best wel een aantal keer over gedebat-teerd. Er is nu een politiek akkoord gesloten en ik heb namens mijn fractieveel vragen gesteld over de betekenis daarvan voor Nederlandse burgers.Dan blijkt dat er eigenlijk nog maar heel weinig te zeggen is over dedaadwerkelijke invulling. Ik vind dat ingewikkeld, omdat dit voorstel, of jehet er nou mee eens bent of niet, vergaande gevolgen heeft. Het gaatimmers om het delen van persoonlijke medische gegevens. Ik zou daaromtoch willen kijken of we iets verder kunnen komen in de beantwoording.Om te beginnen de simpele vraag: hoe worden mensen nu daadwerkelijkgeïnformeerd over dat recht op die opt-out? Wordt het een verplichtingom mensen actief te informeren? Hoe gaat dat?Ik heb nog een aantal vragen, voorzitter. Wilt u dat ik ze allemaal in éénkeer stel of ga ik het in stukjes doen?De voorzitter:Als ze allemaal bij elkaar horen, is dat misschien wel het meestoverzichtelijk.Mevrouw Maeijer (PVV):Oké.De voorzitter:Maar u krijgt niet tien vragen.Mevrouw Maeijer (PVV):Maar ik was wel netjes binnen mijn tijd gebleven, dus dat...De voorzitter:Dat is weer één vinger, hele hand. Ik ga u wel begrenzen.Mevrouw Maeijer (PVV):Oké. Ik wacht de begrenzing af.Mijn eerste vraag zag dus op het primaire gebruik. Ik had daarover nogeen andere vraag gesteld en die is volgens mij niet beantwoord. Die vraagluidde: is de Minister voornemens om Nederlandse burgers het recht tegeven om op lidstaatniveau bezwaar te maken tegen de inzage vanmedische gegevens? Dat wordt namelijk niet uitgesloten in de veror-dening.Het secundaire gebruik en de opt-out. In het akkoord is afgesproken datonder omstandigheden het recht op die opt-out kan worden beperkt. Ik gaer toch van uit dat als dat wordt afgesproken, we precies weten onderwelke omstandigheden dat kan worden beperkt. Dat lijkt me heel relevanten ik zou daarom toch van de Minister willen horen wat die omstandig-heden precies zijn en wie daar nou precies over besluit.De voorzitter:Ik vind drie een prachtig aantal, mevrouw Maeijer. Dank u wel.Minister Dijkstra:De eerste vraag. Mevrouw Maeijer kreeg daarop misschien niet hetantwoord dat ze wilde horen, maar ik heb wel antwoord gegeven. Datantwoord is dat nader uitgewerkt moet worden hoe daarover gecommuni-ceerd gaat worden. Het komt daar ook echt op aan, maar natuurlijk zal heteen actieve communicatiestrategie moeten zijn, want je wilt dat mensengoed bereikt worden en weten waar het over gaat. Ik zei verder net al dathet heel belangrijk is dat mensen niet alleen weten dat ze dieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76022 opt-outmogelijkheid hebben, maar ook wat de gevolgen kunnen zijn als zezeggen dat ze toch niet willen dat hun gegevens worden uitgewisseld. Hetis aan mensen zelf om daarover te beslissen, maar dan moeten zenatuurlijk wel goed geïnformeerd zijn. Dat geldt natuurlijk voor heel veelonderwerpen in de zorg, maar dit is wel een heel cruciale.Ik heb aangegeven dat het bij mijn collega Helder ligt en zij zal de Kamerdaar ook in meenemen. Als mevrouw Maeijer vraagt hoe ik me datvoorstel, dan kan ik haar op dit moment dus geen antwoord geven, omdatdat nog niet is uitgewerkt en het ook niet op mijn terrein ligt. Maar ik zoume kunnen voorstellen dat op een gegeven moment in een uitwisselingmet de Kamer, ofwel in een schriftelijke uitwisseling ofwel in iets als eentechnische briefing, uitleg wordt gegeven over hoe daaraan gewerktwordt. Maar dan moeten we wel een moment kiezen waarop er iets uit tewisselen valt met de Kamer. Maar ik begrijp heel goed dat Kamerledenzeggen dat ze daar meer over willen weten. Uiteraard! Maar het is op ditmoment nog te prematuur.Mevrouw Maeijer zegt: het duurt allemaal zo verschrikkelijk lang. Het zijnnatuurlijk wel Europese processen en die nemen soms erg veel tijd inbeslag.Kun je op lidstaatniveau bezwaar maken? Ja, dat kan, maar dan wel op demanier van de nationale wetgeving. Wij geven die opt-out immers inNederland vorm. Het bezwaar op lidstaatniveau doet elke lidstaat dusapart. Misschien kan mevrouw Maeijer het even toelichten, want ik dachtdat haar vraag was of je ook bezwaar kunt maken tegen het feit dat jouwgegevens worden uitgewisseld met één van de andere lidstaten. Dat isnatuurlijk een andere vraag, want «op lidstaatniveau» is je eigen land endan kun je die opt-out hebben.Ik keek even naar de mannen naast mij voor een antwoord hierop en diezeggen mij dat het nog niet is uitgewerkt. Het is onderdeel van deuitwerking van de EHDS; ik had het er al over. Zo gaat het nu eenmaal. Erwordt een akkoord getekend en vervolgens wordt dat nader uitgewerkt,ook met de nationale lidstaten. Dus hier kan ik nog geen antwoord opgeven. Als duidelijk is waar die uitwerking naartoe gaat, dan kan ik mijvoorstellen dat de Kamer door mijn collega of door middel van eentechnische briefing op de hoogte wordt gesteld van hoe het precies in zijnwerk gaat.De voorzitter:Ik kijk om me heen en ik zie dat mevrouw Maeijer zich meldt. Eenverduidelijkende vraag?Mevrouw Maeijer (PVV):Ik heb net in mijn ene vraag nog twee andere vragen gesteld, namelijkover het secundaire gebruik.De voorzitter:Ik heb het vermoeden dat er al twee vragen beantwoord zijn. Er is dusblijkbaar één derde vraag nog niet beantwoord. Zou u die wellicht kunnenherhalen?Mevrouw Maeijer (PVV):Ja. Die vraag ging over het recht op een opt-out bij het secundaire gebruikvan gegevens en het beperken daarvan. Onder welke omstandigheden isdat nu precies toegestaan en wie besluit daarover?Minister Dijkstra:Ik moet hetzelfde antwoord geven, namelijk dat dat nog verder moetworden uitgewerkt. De precieze uitwerking daarvan is er nog niet. Zoeenvoudig is het. Nou ja, het is niet eenvoudig. Het is heel ingewikkeld,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76023 maar het antwoord is wat dat betreft hetzelfde als dat wat ik op de vorigevraag moest geven.De voorzitter:Ik kijk om me heen. Andere collega’s? Zijn alle vragen beantwoord? Dan isde Minister klaar met haar termijn en beantwoording. Dan kijk ik naar decollega’s voor een eventuele tweede termijn. De heer Bushoff schudt nee.Mevrouw Jansen? Nee. Mevrouw Maeijer? Nee. Mevrouw Tielen? Dan ikook niet, hoor ik. Ik ook niet.Dan rest mij als voorzitter iedereen te bedanken voor deze uitwisseling, deleden van de Kamer, de Minister voor haar beantwoording, haar team. Ikbedank alle mensen van de ondersteuning, want zonder u kunnen wij onswerk niet doen. Dan wens ik u allen nog een fijne dag en wel thuis.Sluiting 15.46 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 76024

Versie e000ad091a10710db746888ab1f4e55fcfb4454bfbfeac88ba076b8dd1b275bf · Officiële bron.

Gegevens

Soort document
Verslag van een commissiedebat
Datum
15 juli 2024
Vergaderjaar
2023-2024
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.