KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang deelmobiliteit juni 2026

30 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4edf8d5efc5187f1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 305MobiliteitsbeleidNr. 561 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRA-STRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2026Deze voortgangsbrief informeert de Kamer over de stand van zaken vande uitwerking van moties, toezeggingen en een amendement overdeelmobiliteit. Deze brief zal ingaan op de volgende toezegging, moties enamendement:–De toezegging om werk te maken van modeldefinities deelmobiliteit ende Kamer te informeren over de voortgang.–De motie van het lid de Hoop (GL-PvdA) waarin de regering wordtverzocht om deelmobiliteit onderdeel te maken van de mobiliteitskaar-ten van de Rijksoverheid.1–De motie van het lid Van Asten (D66) die vraagt te komen tot een planvan aanpak voor het betrouwbaar aanbieden van deelmobiliteit binnengrootschalige gebiedsontwikkeling en de lokale context.2–Het amendement van € 3 miljoen van de leden Van Ginneken (D66) enVan der Molen (CDA) om deelmobiliteit onder minima te stimuleren3.Vervolgens gaat deze brief in op de voortgang van het Samenwerkings-programma Natuurlijk!Deelmobiliteit waarover de Kamer periodiek wordtgeïnformeerd. Met deze brief wordt een nieuwe monitoringsmeting (demeting over het jaar 2025) van het samenwerkingsprogramma Natuurlijk-!Deelmobiliteit aan de Kamer verstuurd. Ook gaat de brief in op verschil-lende onderzoeken over de ontwikkelingen in aanbod en gebruik vandeelmobiliteit, de landelijke campagne autodelen, de relatie met publiekemobiliteit en ontwikkelingen op het gebied van data en regionaledeelfietsconcessies.1Kamerstuk 31 305, nr. 5162Kamerstuk 31 305, nr. 5313Kamerstukken 36 200 A, nr. 51 en 31 305, nr. 486 kst-31305-561ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5611 Modeldefinities deelmobiliteitBij het commissiedebat duurzaam vervoer van 14 januari 2026 heeft deStaatssecretaris van IenW een toezegging gedaan aan de leden Van Asten(D66), de Hoop (GL-PvdA/PRO) en Zwinkels (CDA) om werk te maken vanmodeldefinities deelmobiliteit en de Kamer te informeren over devoortgang4. We kunnen melden dat de eerste stappen zijn gezet voor hetopstellen van deze modeldefinities. Inmiddels is zowel het programmaNatuurlijk!Deelmobiliteit als de sector betrokken en gevraagd om eenreactie. In het najaar zullen we de Kamer uitgebreider inhoudelijkinformeren met de modeldefinities.Deelmobiliteit onderdeel van de mobiliteitskaartIn mei 2025 is een motie van het lid de Hoop aangenomen waarin deregering wordt verzocht om deelmobiliteit onderdeel te maken van demobiliteitskaarten van de Rijksoverheid.5 In april 2026 is binnen hetProgramma Duurzame CAO Rijk de pilot «Deelmobiliteit» van startgegaan. In de pilot kan een representatieve groep Rijksmedewerkers vanNVWA, RIVM, Rijksvastgoedbedrijf en DG Mobiliteit van het Ministerie vanIenW gedurende 4 maanden gebruikmaken van verschillende vormen vandeelmobiliteit via de mobiliteitskaart. Hiervoor worden op de mobiliteits-kaart tijdens de pilot -naast openbaar vervoer (OV)- mogelijkheden vanmeerdere deelvervoeraanbieders toegevoegd om te gebruiken (deelfiets,deelscooter of deelauto) voor dienstreizen en woon-werk verkeer. Naafronding van de pilot worden de effecten op kosten, duurzaamreisgedrag en medewerkerstevredenheid geëvalueerd. De Kamer zalhierover, zoals eerder aangekondigd, worden geïnformeerd eind 2026.Deelmobiliteit in gebiedsontwikkelingOp 10 februari 2026 is een motie aangenomen van het lid Van Asten (D66)die vraagt te komen tot een plan van aanpak voor het betrouwbaaraanbieden van deelmobiliteit binnen grootschalige gebiedsontwikkelingen de lokale context6. Het Ministerie van IenW werkt momenteel samenmet het Ministerie van BZK, het programma Natuurlijk!Deelmobiliteit enandere belanghebbenden aan de uitwerking van dit plan. De Kamer wordtgeïnformeerd over de uitkomsten, zoals verzocht in de motie, bij hetBestuurlijk Overleg MIRT (BO MIRT) in het najaar.Inclusieve deelmobiliteitHierbij informeren wij u over de voortgang van de uitvoering van hetamendement van € 3 miljoen van de leden Van Ginneken (D66) en Vander Molen (CDA) om via pilots in verschillende contexten de effecten tetoetsen van manieren om deelmobiliteit onder minima te stimuleren. Ineen eerdere Kamerbrief7 wordt beschreven dat het ministerie, insamenwerking met het programma Natuurlijk!Deelmobiliteit, onderzoekthoe de vrijgemaakte € 3 miljoen effectief en doelmatig kan wordeningezet voor pilots in verschillende contexten. Deze pilots hebben tot doelde effecten te toetsen van verschillende maatregelen om deelmobiliteitonder minima te stimuleren. In januari 2026 zijn in de BestuurlijkeOverleggen MIRT financiële afspraken gemaakt over het uitvoeren van 14projecten inclusieve deelmobiliteit in 13 gemeenten. Dit zijn: Amsterdam,4https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/toezeggingen/detail?id=TZ202601-0225Kamerstuk 31 305 nr. 5166Kamerstuk 31 305 nr. 5317Kamerstuk 31 305 nr. 486Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5612 Bodegraven-Reeuwijk, Breda, Den Haag, Gemert-Bakel, Krimpenerwaard,Nieuwegein, Oosterhout, Tilburg, Utrecht, Veenendaal, Zuidplas enZwolle.De meeste pilots zijn gericht op het stimuleren van autodelen ondermensen met een laag inkomen, maar ook het stimuleren van deelfietsen,deelbakfietsen, deelscooters en zelfs deelscootmobielen is onderdeel vanpilots. In alle pilots is aandacht voor het tegen een voordelig tariefaanbieden van deelmobiliteit aan de doelgroep en aan het bereiken enbetrekken van mensen met een laag inkomen. De pilots verschillen datsommigen gericht zijn op beter inzicht krijgen in de behoefte bijgebruikers, terwijl bij andere pilots de nadruk meer ligt op het vergrotenvan het gebruik. Er zijn ook pilots die zich specifiek richten op woning-bouwontwikkelingen. Enkele pilots zijn opgestart, bij de meeste pilotswordt de voorbereiding afgerond en wordt in of na de zomer metuitvoering begonnen. Wanneer er resultaten zijn te delen over deze pilots,zal de Kamer opnieuw worden geïnformeerd.Monitoringsmeting (over het jaar 2025) van het samenwerkings-programma Natuurlijk!DeelmobiliteitIn 2023 is samen met medeoverheden een nationaal samenwerkingspro-gramma, genaamd Natuurlijk!Deelmobiliteit (N!D) opgezet om aandeelmobiliteit te werken. Belangrijke reden voor dit programma is hetopbouwen van meer kennis over het onderwerp, te werken aan standaar-disatie en harmonisatie en daarmee om bij te dragen aan de verdereopschaling van deelmobiliteit. Jaarlijks wordt de voortgang op deprogrammadoelen en bijbehorende KPI’s gemeten en aan de handdaarvan geëvalueerd. De bijgevoegde monitoring over het jaar 2025 vanhet programma laat zien dat N!D duidelijke voortgang boekt en debeoogde voorwaardenscheppende rol zichtbaar invult. De ontwikkeldeproducten worden door gemeenten en regio’s soms één op één overge-nomen, maar ook gebruikt als inspiratie, afwegingskader en onder-bouwing, waarmee zij bijdragen aan versnelling en uniformering. Hetprogramma is in deze fase vooral gericht op gezamenlijke onderbouwing,het ontwikkelen van gestandaardiseerde producten en het versterken vandata-uitwisseling, monitoring en kennisdeling. Daarmee ligt hetprogramma in grote lijnen op schema voor deze fase. Vanaf 2026 start deversnellingsfase. De nadruk verschuift dan van ontwikkelen naaraanjagen: kennisdeling, implementatie van opgeleverde producten enintensivering van het gebruik van deelmobiliteit.Onderzoeken over de ontwikkeling van deelmobiliteitDe ontwikkeling van deelmobiliteit is in vier verschillende recenteonderzoeken gemonitord:–Het landelijk reizigersonderzoek (uitgevoerd door Ipsos/I&O Research)dat ingaat op de ontwikkeling van het gebruik van verschillendevormen van deelmobiliteit)8–Het landelijk gebruikersonderzoek (uitgevoerd door Ipsos/I&OResearch) waarin huidige gebruikers worden bevraagd over hetgebruik van deelmobiliteit en wordt uitgevoerd met medewerkingvan/via de aanbieders van deelmobiliteit–De Staat van Deelmobiliteit (uitgevoerd door CROW); de jaarlijksemonitor van het aanbod, spreiding en dekkingsgraad van deelvoertui-gen (deelauto, deel(bak)fiets, deelscooter)8Landelijk Reizigersonderzoek 2025 is te benaderen via: https://open.overheid.nl/details/c52594a7-9d7f-4d45-8d1f-0ba4ff19bd68Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5613 –Het onderzoek «Autodelen in Nederland» (uitgevoerd door Ipsos/I&OResearch) dat aandacht heeft voor de bekendheid en houding tenopzichte van deelmobiliteit.De onderzoeken «Landelijk Gebruikersonderzoek 2025», «Staat vandeelmobiliteit 2025» en «Autodelen in Nederland 2026» zijn allemaal alsbijlage bij deze brief gevoegd.Uit de Staat van Deelmobiliteit blijkt dat het aanbod is toegenomen. Voorwat betreft de spreiding blijkt dat in steeds meer gemeenten deelmobili-teitbeschikbaar is: in 277 gemeenten zijn één of meer vormen vandeelmobiliteit beschikbaar. Daarbij groeit het percentage inwoners datdeelvoertuigen op loopafstand beschikbaar heeft. Het aandeel elektrischin het deelauto-wagenpark is momenteel 41%. Tegelijk met het aanbod,laat het landelijk gebruikersonderzoek zien dat ook het gebruik vandeelmobiliteit geleidelijk toeneemt. Onlangs is de Kamer geïnformeerd viade Kamerbrief Smart Mobility9 met meer informatie over de ontwikke-lingen in aanbod en gebruik. Voor wat betreft de ontwikkeling inbekendheid en houding ten aanzien van deelmobiliteit geeft hetonderzoek «Autodelen in Nederland» aan dat ongeveer de helft (51%) vande Nederlanders (zeer) bekend is met het concept autodelen. Dat is hogerdan bij de vorige metingen (zowel in 2022 als in 2024 was dit nog 46%).Ongeveer vier op de tien Nederlanders geven aan dat zij (zeer) bekend zijnmet deelfietsen en deelscooters. Ongeveer de helft van de Nederlanders(48%) vindt het concept autodelen (heel) positief. Ook dat is hoger dan devorig meting, toen was het nog 37 procent. Voor iedere vorm geldt datongeveer vier tot vijf op de tien Nederlanders hier (heel) positief tegenaankijken en dat dit aandeel groter is dan het aandeel dat er (heel) negatieftegenaan kijkt. De algemene houding ten aanzien van deelmobiliteit is dusoverwegend positief. In (zeer) sterk stedelijke gebieden is deze houdingsignificant positiever dan in minder/niet-stedelijke gebieden. Dit komtovereen met het hoe het aanbod van deelmobiliteit over het land isverdeeld volgens de Staat van Deelmobiliteit.Monitoringsmeting deelmobiliteitshubsIenW is in 2023 een cofinancieringsprogramma gestart om meer inzicht tekrijgen in de effecten van deelmobiliteitshubs en in de randvoorwaardenwaaronder deze succesvol kunnen zijn. Deelmobiliteitshubs zijn plekken inde openbare ruimte waar deelvoertuigen kunnen worden geplaatst. Dezehubs dragen bij aan het voorkomen van overlast in de openbare ruimte enmaken deelmobiliteit zichtbaar, herkenbaar en beter vindbaar voor degebruiker. In de periode 2023 tot en met 2028 worden vanuit dit cofinan-cieringsprogramma samen met medeoverheden circa 1.500 hubsgerealiseerd, waarbij de effecten systematisch worden gemonitord engeëvalueerd. Hierover bent u onlangs in de Kamerbrief Monitor SmartMobility op hoofdlijnen over geïnformeerd10.In de rapportage over 2025, die bij deze Kamerbrief is meegestuurd, is hetgebruik van deelmobiliteit onderzocht op in totaal 511 hubs, verspreidover verschillende steden en het landelijk gebied in Nederland. Uit deresultaten blijkt dat het gebruik van hubs sterk varieert en onder meersamenhangt met de mate van verstedelijking. Hubs in de nabijheid vanwinkel- en horecavoorzieningen laten het hoogste gebruik zien. Ookdeelmobiliteitshubs bij ov-locaties en onderwijsinstellingen kennengemiddeld een hoger aantal ritten. Hubs bij OV-knooppunten vervullenzowel een rol in het voor- als natransport, waarbij op het merendeel vande hubs sprake is van een relatief evenwichtige verdeling tussen beide.9Kamerstuk 31 305, nr. 54010Kamerstuk 31 305, nr. 540Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5614 De monitoring wordt de komende jaren verder doorontwikkeld enuitgebreid, zodat de inzichten in het functioneren en de effectiviteit vanhubs verder worden verdiept. Daarnaast wordt gewerkt aan de verbe-tering van de data-inrichting en ontsluiting rondom deelmobiliteit tenbehoeve van beleidsontwikkeling en -evaluatie.Update over publiekscampagne deelautoSinds 2023 voert IenW jaarlijks de deelauto-campagne «delen maakt jewereld mooier» uit. De resultaten van de campagneflight van 2025 zijngemeten in een campagne effectonderzoek en deze laat positieveresultaten zien11. De campagne heeft in 2025 de doelstelling behaald datde doelgroep de deelauto vaker als geschikte optie zien. Op de anderedoelstellingen zijn de verschillen voor en na de publiekscampagnestatistisch niet significant, maar duiden wel op effecten in de gewensterichting. Effecten op houding en daadwerkelijk gedrag worden pas oplangere termijn verwacht. Dit is passend bij een meerjarige campagnezoals deze. De campagne krijgt gemiddeld een ruime voldoende (6,7) ende communicatieve werking is solide met een campagne-herkenning vanongeveer een kwart.In 2026 is er een laatste flight van de deelauto campagne. In 2026 wordtsterker ingezet op activatie en lokaal maatwerk, met intensieveresamenwerking met gemeenten en regionale partners om deelauto’szichtbaarder en toegankelijker te maken. Daarnaast ligt de nadruk meer opconcrete gebruiksmomenten en het daadwerkelijk uitproberen vanautodelen als alternatief voor een eigen auto.Start deelfietsconcessies in verschillende regio’sDe OV-fiets is al langer een succesvol initiatief en groeit in aantal ritten engebruikers. Naast de OV-fiets organiseren verschillende regio’s (Utrecht,Gooi en Vechtstreek, Amersfoort, Rotterdam, Eindhoven en ProvincieZuid-Holland) regionale deelfietssystemen. Deze initiatieven zijnafgelopen jaren voorbereid en zijn onlangs gestart of starten binnenafzienbare tijd. Het eerste beeld is positief. Zo laten eerste resultatenbinnen de regionale deelfietsconcessie in de Provincie Utrecht (gestartjanuari 2026) zien dat er sprake is van een significante groei van hetgebruik. Zowel in Utrecht als in de randgemeenten vlakbij Utrecht, zoalsZeist en Nieuwegein. Ook is bijvoorbeeld in gemeenten die op relatiefverdere fietsafstand van Utrecht liggen, zoals Woerden, het gebruikbehoorlijk toegenomen.Ontwikkelingen op het gebied van dataIenW zet in op het bevorderen van standaardisatie en interoperabiliteit bijhet delen van deelmobiliteitsdata, zodat systemen en partijen effectief,veilig en juridisch verantwoord gegevens kunnen uitwisselen conformvigerende Europese en nationale wet- en regelgeving. Zo werkt IenW inde komende jaren aan een digitaal stelsel deelmobiliteitsdata en hetNederlands profiel datadelen.Voor het Digitaal Stelsel Deelmobiliteitsdata (DSDM) is een IST-analyseuitgevoerd naar de huidige inrichting van datadeling binnen deelmobi-liteit. Hieruit blijkt dat versnippering in standaarden, privacy-afwegingen,beperkte herbruikbaarheid van data en uiteenlopende lokale processenlandelijke opschaling en efficiënte samenwerking belemmeren. Daarnaast11Campagne-effectonderzoek autodelen 2025, te benaderen via: https://open.overheid.nl/details/eb8c3770-689f-4864-8c7d-c744f6807667Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5615 is de implementatie van de MMTIS-verordening een doorlopendaandachtspunt binnen de verdere ontwikkeling van het DSDM. Op basisvan deze analyse wordt in de SOLL-fase, via groepsgesprekken metbetrokken partijen, gewerkt aan draagvlak voor een gezamenlijk voorkeur-sontwerp en implementatieplan voor een toekomstbestendige inrichtingvan het stelsel naar ontwerpprincipes van Digitaal stelsel mobiliteitsdata.Het samenwerkingsprogramma N!D is daarnaast gestart met de ontwik-keling van een Nederlands Profiel (NL Profiel) Data Deeltweewielers.Verdere standaardisatie en uniformering is gewenst vanuit de sector entegelijkertijd dient het bij te dragen aan het laagdrempeliger ontsluitenvan (openbare) data. In een project met aanbieders, gemeenten,verwerkers, het NTM en het programma DMI wordt een voorstelontwikkeld dat voorschrijft welke data tenminste gedeeld moet worden enhoe dat technisch en juridisch geïmplementeerd kan worden. Passende bijde ambitie en schaal van een decentrale overheid die er gebruik van wilmaken. Het profiel kan worden gebruikt voor toepassing in vergunningenof voor het contracteren van aanbieders van deeltweewielers.Publieke mobiliteit en deelmobiliteitOnlangs is er een rapport verschenen van ABDtopconsult12 over debetaalbaarheid, inrichting en werking van het OV systeem. De rapportagevan ABDtopconsult gaat in op de integratie van het openbaar vervoer enhet doelgroepenvervoer, en geeft aan dat in een volgend stadium o.a.deelmobiliteit hieraan kan worden toegevoegd. Er zijn mooie kansen voorpublieke mobiliteit met als doel dat mensen met en zonder beperking opeen flexibele, inclusieve, toegankelijke en betaalbare wijze gebruik kunnenmaken van een publiek mobiliteitssysteem, dat is opgebouwd uit eensamenspel van verschillende publieke en private vervoersvormen. Hierbijzal ook expliciet gekeken worden naar deelmobiliteit. We gaan dekomende tijd hierop doorpakken en hierover zal de Kamer volgend jaarverder worden geïnformeerd.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. KarremansDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. Bertram12Kamerstuk 23 645, nr. 904Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5616

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 043041a57203899b

14 okt 2026 · 1207005d633b7a0c

13 okt 2026 · a8d8ad7873c246ae

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.