Lijst van vragen en antwoorden over de vijfde voortgangsbrief Masterplan basisvaardigheden (Kamerstuk 31293-775)
Brontekst
Versie 0a50f9c7af5c47b7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair OnderwijsNr. 784 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 6 maart 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap over de brief van 4 december 2024 inzake de vijfdevoortgangsbrief Masterplan basisvaardigheden (Kamerstuk 31 293,nr. 775).De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 6 maart2025. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Bosnjakovic kst-31293-784ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7841 Vragen en antwoorden 1Herkent u het signaal dat steeds meer scholen problemen ervarendoor de regel in het resultatenmodel van de Inspectie van hetOnderwijs (hierna: inspectie) voor het voortgezet onderwijs dateen havoleerling die overgaat naar het derde leerjaar en daarnanaar een mbo-4 opleiding gaat in negatieve zin als afstromergeldt? Hoe past dit bij de inzet om te streven naar de passendeopleiding voor de leerling? Gaat de inspectie deze regel herover-wegen?Het klopt dat doorstroom vanuit 3 havo naar een mbo-opleiding telt alsniet-succesvolle overgang voor het onderwijsresultatenmodel. De redenhiervoor is dat een havo-leerling zonder diploma de havo verlaat. Opzichzelf hoeft dat geen probleem te zijn, als een leerling een startkwalifi-catie behaalt in het mbo. We zien echter dat overgestapte havo-leerlingenrelatief vaak uitvallen in het mbo en dan geen startkwalificatie hebben.Het model kent daarbij wel waarborgen, zodat een school niet directnegatief scoort op onderwijsresultaten. Zo bestaat het resultatenmodel uitvier indicatoren, waarvan er één onder de norm mag zijn om als schooltoch het oordeel voldoende te krijgen voor de onderwijsresultaten.Bovendien is er altijd het oordeel van de inspecteur om indien nodig dediscretionaire bevoegdheid in te zetten.De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) werkt momenteel aaneen herziening van het onderwijsresultatenmodel, als onderdeel van hetnieuwe onderzoekskader in 2027. Daarin wordt bezien of wijzigingennoodzakelijk zijn, bijvoorbeeld als op onderdelen het model zou leiden totperverse prikkels voor scholen die niet in het belang zijn van de leerling.De doorstroom havo-mbo wordt hierbij ook bezien, mede in het licht vande motie Kwint (SP).1 Deze motie verzoekt de regering de mogelijkhedente verkennen om scholen niet langer af te rekenen op zittenblijvers en op-en afstroom van leerlingen. Uw Kamer wordt hierover in het voorjaar van2026 geïnformeerd.2Waar richt het kwantitatieve onderzoek naar de trendbreuk in deonderwijsprestaties zich op en welke kwantificeerbare waardenmeet het onderzoek?Het doel van het kwantitatieve onderzoek naar de trendbreuk in onderwijs-prestaties, dat wordt uitgevoerd door het CPB, is om te meten ofleerlingen op scholen die de subsidie Verbetering basisvaardigheden 2025hebben ontvangen sindsdien beter zijn gaan presteren. Middels eenhaalbaarheidsstudie heeft het CPB onlangs aangetoond dat er voldoendegegevens beschikbaar zijn om de effecten van de subsidie op leerpres-taties voor taal en rekenen-wiskunde kwantitatief te onderzoeken.In het primair onderwijs (hierna: po) wordt dit voor leerlingen uit groep 3tot en met 7 gedaan aan de hand van gegevens uit het leerlingvolg-systeem (LVS). In het LVS worden voor deze groepen toetsscoresbijgehouden voor rekenen, lezen en spelling. Voor groep 8 wordt gekekennaar de referentieniveaus die leerlingen volgens de doorstroomtoetsbehalen voor taal en rekenen-wiskunde. Hierbij wordt zowel gekeken naarhet aandeel leerlingen dat het fundamentele niveau (1F) haalt als naar hetaandeel leerlingen dat het streefniveau (taal: 2F, rekenen-wiskunde: 1S)haalt. Tot slot wordt onderzocht hoeveel leerlingen er in het po blijvenzitten.In het voortgezet onderwijs (hierna: vo) wordt het effect van de subsidieop de leerprestaties onderzocht aan de hand van de cijfers die leerlingenhalen voor het centraal eindexamen. Hierbij wordt zowel gekeken naar het1Kamerstukken II 2022–2023, 36 200 VIII, nr. 190.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7842 gemiddelde eindexamencijfer voor alle vakken bij elkaar, als naar deindividuele examencijfers voor de vakken Nederlands, wiskunde enmaatschappijleer. Daarnaast wordt onderzocht hoe vaak leerlingen blijvenzitten of naar een ander onderwijsniveau op- of afstromen, en wordt hetvo-niveau waarop leerlingen in leerjaar 3 onderwijs volgen vergelekenmet het vo-advies dat zij kregen in groep 8.De Kamer wordt in het najaar van 2025 over de uitkomsten hiervangeïnformeerd.3Om hoeveel prioriteitscholen gaat het die in aanmerking komenvoor een aparte regeling?In de subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden 2025 voorprioriteitsscholen komen in het eerste aanvraagtijdvak 70 scholen inaanmerking. Het aantal prioriteitsscholen dat voor het tweede aanvraag-tijdvak in aanmerking komt, is afhankelijk van het oordeel van de inspectieop 1 augustus 2025. Het subsidieplafond is zo gekozen dat in principe alleonvoldoende en zeer zwakke scholen in aanmerking komen. Om ook in2026 prioriteitsscholen, die eerder nog geen subsidie hebben ontvangen,ondersteuning te bieden, wordt begin 2026 een aanvullend tijdvakopengesteld.4Klopt het beeld dat geschetst wordt dat het ontwikkelen van debasisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen op dit momentnauwelijks geïntegreerd is in vakken als geschiedenis eneconomie?De integratie van lezen, schrijven en rekenen in andere leergebieden methet expliciete doel deze vaardigheden verder te ontwikkelen gebeurt nogincidenteel in het vo.2 In het po zien we steeds vaker dat leraren decontext van een leergebied bewust benutten om betekenisvol onderwijs tegeven in lezen, schrijven en rekenen.3 In het vo hebben we echter temaken met verschillende vakdocenten met elk hun eigen expertise inplaats van met één leraar. Daardoor is het complex om tot afstemming tekomen over de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de school om debasisvaardigheden te verbeteren.Om ervoor te zorgen dat lezen, schrijven en rekenen een solide plekkrijgen in alle leergebieden in zowel het po als het vo, wordt focusaangebracht in het curriculum. Er komen minder kerndoelen en decentrale rol van lezen, schrijven en rekenen wordt wettelijk geborgd. Ookis het van belang om leraren goed toe te rusten om lezen, schrijven enrekenen te integreren in andere leergebieden. Daarom ligt bij de imple-mentatie van de kerndoelen de nadruk op het curriculumbewustzijn vanleraren. Het doel is om leraren bewust bekwaam te maken om hetcurriculum te overzien en keuzes te maken voor de integratie van lezen,schrijven en rekenen in andere leergebieden die passen bij de visie en deleerlingpopulatie van de school. In het Herstelplan kwaliteit funderendonderwijs wordt opgenomen hoe deze ondersteuning eruit ziet.5Gaat het herziene curriculum dat voor de zomer van 2025 zalverschijnen ook meteen in per het nieuwe schooljaar 2025–2026?Scholen worden gestimuleerd om direct aan de slag te gaan met denieuwe kerndoelen, vanaf het moment dat deze worden opgeleverd. Hetgehele vernieuwde curriculum zal daarbij nog niet volgend schooljaar2Peil.Leesvaardigheid einde leerjaar 2 voortgezet (speciaal) onderwijs 2022–2023. Inspectie vanhet Onderwijs, p. 23 en 473Peil.Leesvaardigheid einde (speciaal) basisonderwijs 2021–20222. Inspectie van het Onderwijs,p. 4 en 60.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7843 ingaan. Ten eerste moeten de kerndoelen nog vastgelegd worden in wet-en regelgeving en ten tweede moeten scholen de tijd krijgen om hunonderwijsaanbod te vernieuwen.Scholen worden wel gestimuleerd om alvast aan de slag te gaan, zodathet actuele onderwijsaanbod de klas zo snel mogelijk bereikt. Op basisvan de verwachte impact van de vernieuwingen zal worden besloten perwanneer alle scholen aan de nieuwe kerndoelen moeten voldoen. UwKamer wordt hier voor de zomer van 2025 over geïnformeerd.6Waarin precies zien de deelnemende scholen de vooruitgang in debasisvaardigheden waar ze melding van maken?Uit het implementatieonderzoek blijkt dat een groot deel van de scholenduidelijk vooruitgang ziet in de prestaties van hun leerlingen bij taal enrekenen-wiskunde. Daarnaast blijkt dat de subsidieregeling op heel veelscholen ook een breder effect heeft gehad binnen de school. Nagenoegalle scholen zien een positief effect van de subsidieregeling op deexpertise binnen de school op het gebied van taal en/of rekenen-wiskunde. Daarnaast is er bij een meerderheid van de scholen sprake vaneen positieve invloed op de professionaliteit van het team, onderlingeafstemming en samenwerking, functiedifferentiatie binnen hetschoolteam en de mate waarin evidence-informed wordt gewerkt.7Hoe dragen de subsidiegelden bij aan het vergroten van deslagkracht van het personeel?Implementatie van nieuwe werkwijzen gaat vaak samen met scholing vanleerkrachten, met het inzetten van nieuwe materialen en met hetzorgvuldig uitproberen en bijstellen van de werkwijze in de klas. Scholenzetten de subsidie in om de tijd en middelen die hiervoor nodig zijn tefinancieren. Zo wordt er bijvoorbeeld tijdelijk een traject ingezet vancoaching-on-the-job of het samen voorbereiden en nabespreken vanlessen. Vanuit het Masterplan stimuleren we dat scholen inzetten op eenzorgvuldige implementatie en borging van evidence-informed activiteitendie zijn opgezet met de subsidiegelden, omdat ze daarmee een duurzaameffect bereiken.8Wat wordt bedoeld met de zin «verder zetten scholen in op extrauren voor het bestaande personeel»?Met extra uren voor het bestaande personeel wordt extra uren voor hetzittend personeel bedoeld. Met de extra uren kunnen scholen hetbestaande personeel formatief vrijspelen, zodat zij zich kunnen ontwik-kelen en door kunnen groeien. Zo kan een onderwijsprofessional op eenschool zich specialiseren in de rol van een leescoördinator, rekencoördi-nator of beeldcoach voor startende leraren in de school. Door bewust hetbestaande personeel de ruimte te bieden om schoolbrede taken uit tevoeren, wordt de opgedane kennis en kunde ingezet ten behoeven van deschool en de teamprofessionalisering. Daarnaast bevordert een sterk engevarieerd schoolteam de onderwijskwaliteit. Uit het implementatieon-derzoek blijkt dat het geld van de subsidie door scholen vaak is ingezet opde extra inzet van bestaand personeel en uitbreiding van de werktijd. Hetis tevens de post waar het grootste deel van het subsidiegeld naartoegaat.9Waarom zijn er extra middelen nodig om extra uren vrij te makenvoor taal, rekenen en wiskunde voor onderwijspersoneel?Extra uren van personeel voor taal en rekenen-wiskunde zijn nodig voorhet professionaliseren en bijscholen van leerkrachten en het samenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7844 werken aan onderwijsverbetering. Zo zijn er diverse professionaliserings-trajecten voor leerkrachten en docenten zoals training, coaching envideoconsultatie. Daarnaast werken leraren en docenten aan onderwijs-verbetering door bijvoorbeeld gezamenlijk expertise en materialen teontwikkelen, door het vakonderwijs in het vo taalgericht aan te bieden ofdoor het rekenonderwijs in het vo vakoverstijgend te implementeren.10Hoe helpen de subsidiegelden scholen de deskundigheid van hunpersoneel te vergroten?Dat gebeurt onder andere door interne experts op te leiden die de rol vanrekencoördinator of taalcoördinator in het team vervullen of door hetscholen van het team ten behoeve van de implementatie van een nieuweaanpak in de klas. Het is aan de school om te bepalen op welk gebied enop welke manier gewerkt wordt aan de deskundigheid van het team.Deskundigheidsbevordering is één van de meest gekozen maatregelen.11Welke criteria hanteren scholen bij de aanschaf van nieuweleermiddelen voor taal, rekenen en wiskunde als ze besluiten desubsidie voor dit specifieke doeleinde in te zetten?Vanuit het Masterplan sturen wij aan op evidence-informed werken. Datbetekent dat de school een gedegen probleemanalyse maakt en kennis uitonderzoek en de praktijk wordt benut voordat gekozen wordt voor eenbepaalde aanpak of methode. De onderwijscoördinatoren van hetMasterplan ondersteunen scholen bij de vraagarticulatie zodat zij beter instaat zijn om een gefundeerde keuze maken. Om scholen hierin op kortetermijn nog beter te helpen, heb ik het voornemen om een kwaliteitskadervoor leermiddelen te ontwikkelen4.12Houden scholen in het borgen dat de met de subsidie mogelijkgemaakte activiteiten ook zullen voortduren na de subsidiepe-riode rekening met extra structurele financiering?Om scholen op de lange termijn duidelijkheid te bieden, is bewust begin2024 al gecommuniceerd welk bedrag scholen extra zullen krijgen via degerichte bekostiging voor de basisvaardigheden. Vanaf 2027 krijgenscholen dan ook € 182 per leerling via de gerichte bekostiging. Dit zorgtervoor dat scholen makkelijker duurzame investeringen doen.Uit het implementatieonderzoek blijkt ook dat scholen zich inzetten om deopbrengsten van de subsidieperiode duurzaam te borgen en een plaats tegeven in de reguliere werkwijze. Zo geeft zo’n 95 procent van de scholendat deelnam aan het implementatieonderzoek aan dat een deel van deinterventies uit de subsidieperiode een onderdeel wordt van de regulieremanier van werken. Ook is er door circa 80 procent van de scholen ingezetop scholing van het onderwijspersoneel en is aldus gewerkt aan deduurzame verbetering van de onderwijskwaliteit. De scholen die nog nietal het subsidiegeld hebben uitgegeven, zetten de resterende middelenvrijwel geheel in om te blijven werken aan de verbetering van debasisvaardigheden en de onderwijskwaliteit.13Is de duidelijke voortgang die scholen merken in de basisvaardig-heden op rekenen-wiskunde meetbaar terug te zien in debehaalde resultaten in toetsen en examens?De vooruitgang waarover in de vijfde voortgangsbrief gerapporteerd is,heeft betrekking op de 650 scholen die met de subsidie in 2022 van startzijn gegaan. Of en in hoeverre op deze groep scholen ook sprake is van4Kamerstukken II 2024–2025, 32 034, nr. 54, p. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7845 een meetbare vooruitgang en betere prestaties op de toetsen is nog nietbekend. Het CPB onderzoekt dat momenteel en uw Kamer wordt daar inhet najaar van 2025 over geïnformeerd. Zie daarvoor het antwoord opvraag 2. Uit de enquête onder schoolleiders blijkt wel dat toetsing voorscholen de belangrijkste bron is om de vordering van leerlingen op hetvlak van rekenen-wiskunde te volgen.14Hoeveel bedraagt het restant van het budget voor de subsidiere-geling Verbetering basisvaardigheden dat nog over is en dus nogbeschikbaar is voor het kleine deel van de scholen dat nog geensubsidie heeft ontvangen om de basisvaardigheden voor hunleerlingen te verbeteren?Met de subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor 2025 zettenwe erop in dat 35 procent van de scholen in aanmerking komt voorsubsidie. Met de vier tranches van deze subsidie is dan in totaal95 procent van de scholen bereikt. Het subsidieplafond is vastgesteld op€ 28.854.486 voor prioriteitsscholen en op € 493.109.515 voor overigescholen.15Gaan resterende subsidiegelden bedoeld voor de subsidieregelingVerbetering basisvaardigheden met eenzelfde vast bedrag perleerling worden ingezet op een aantal scholen die niet eerder inaanmerking kwam voor deze subsidies of wordt het nogbeschikbare budget verdeeld over àlle scholen die niet eerderdeze subsidie kregen, zodat deze in aanmerking komen voor eenlager subsidiebedrag per school?De regeling voor overige scholen, waarmee het meeste geld gemoeidwas, werd tot nog toe steeds uitgeput. We gaan er vanuit dat dat in 2025ook weer het geval is. Het bedrag per leerling is in 2025 wel wat lager omhet bereik van deze subsidietranche te vergroten en te zorgen dat intotaliteit 95% van de scholen bediend is met de verschillende openstel-lingen van de subsidieregeling. Alleen scholen die niet eerder subsidiehebben gekregen, komen in 2025 nog in aanmerking. Voor de subsidiere-gelingen voor de prioriteitsscholen in 2023, 2024 en 2025 geldt datwanneer er uit het eerste aanvraagtijdvak middelen resteren, deze wordeningezet voor het tweede aanvraagtijdvak van de subsidieregeling voorprioriteitsscholen.16Waaraan geven de schoolleiders van scholen die niet eerder desubsidie voor verbetering van de vaardigheden ontvingen, zelf devoorkeur: € 1.000,– per leerling voor een aantal van deze scholen,zoals alle scholen waarbij de subsidie is toegekend, hebbenontvangen, òf een subsidie van ongeveer € 300 per leerling vooràlle scholen die in het kader van de subsidieregeling nog nietshebben ontvangen?Bij het uitwerken van de subsidieregeling verbetering basisvaardigheden2025 is gesproken met vertegenwoordigers van de PO-Raad en VO-raad.In deze gesprekken is de voorkeur uitgesproken dat een zo grootmogelijke groep scholen subsidie ontvangt voor het verbeteren van debasisvaardigheden. In de subsidieregeling voor 2025 is het bedrag perleerling naar € 615 per leerling (over twee jaar) bijgesteld voor een zogroot mogelijk bereik onder de resterende scholen. In eerdere jaren ginghet om € 1.000 euro per leerling (over twee jaar).17Kunt u zeggen welk deel van de subsidie ten behoeve van hetMasterplan basisvaardigheden gaat naar externe partijen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7846 Uit het implementatieonderzoek blijkt dat in het po 57 procent van descholen geld heeft besteed aan publieke externe partijen, en 80 procentaan private externe partijen. In het vo heeft 64 procent van de scholengeld besteed aan publieke externe partijen, en 83 procent aan privateexterne partijen.Welk deel van het budget door scholen precies is besteed aan de inhuurvan externe partijen, is onbekend. Hier is wel naar gevraagd, maar deonderzoekers achten de uitkomst niet betrouwbaar en vermoeden dat eengroot deel van de scholen deze vraag verkeerd heeft geïnterpreteerd. In deeindmeting van de tweede tranche, die na de zomer van 2025 zalplaatsvinden, zal de vraag duidelijker geformuleerd worden en zal uwKamer over de resultaten hiervan worden geïnformeerd.18Op wat voor manieren zorgen scholen ervoor dat de activiteitenduurzaam worden geborgd na afloop van de subsidieperiode?Scholen investeren tijdens de subsidieperiode onder andere in descholing van personeel, de aanschaf van leermiddelen en het creëren vantijd en ruimte voor de implementatie van nieuwe werkwijzen. Ookinvesteren scholen in het inrichten van een goede kwaliteitscyclus en hetinrichten van systemen voor toetsing en evaluatie. Dit type investeringendraagt bij aan de borging van de ingezette interventies en een aanpak vanduurzame onderwijsverbetering in de toekomst. Ook zien we eenverbetering van de kwaliteitscultuur op scholen, waarbij het vanzelf-sprekend is om goed onderbouwde en evidence-informed keuzes makenen samen te leren en te ontwikkelen.19Zijn er ook scholen die aangeven dat ze zonder de subsidie deactiviteiten niet duurzaam kunnen borgen, omdat ze bijvoorbeeldextra ondersteund personeel moeten ontslaan?In het implementatieonderzoek is hier niet specifiek naar gevraagd. Deonderwijscoördinatoren zien op de scholen waar zij komen dat scholenzich over het algemeen realiseren dat het gaat om een tijdelijke impuls endaar ook op anticiperen. Uit het implementatieonderzoek blijkt dat scholenin de eerste plaats hebben geïnvesteerd in het bestaande team. Het gaatdan om extra uren voor het eigen personeel en om deskundigheidsbevor-dering. Duurzame borging is voor alle scholen een aandachtspunt. Hetovergrote deel van de scholen geeft aan dat een deel van de activiteitenonderdeel zal worden van de reguliere manier van werken.20Wanneer kan de Kamer het wetsvoorstel voor gerichte bekos-tiging verwachten?Het streven is het wetsvoorstel na het zomerreces van 2025 aan te biedenaan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is nu in internetconsultatie en zalvervolgens worden aangeboden aan de Raad van State voor advies.21Waarom kiest u er in het wetsvoorstel gerichte bekostiging voorom álle scholen een beetje extra gerichte bekostiging toe tekennen voor de basisvaardigheden in plaats van de scholen waaronderwijskwaliteit het meest onder druk staat méér geld toe tekennen?Het werken aan basisvaardigheden van leerlingen vindt dit kabinet vooralle scholen een prioriteit. Door alle scholen structurele middelen uit tekeren kunnen alle scholen aanvullende activiteiten uitvoeren om debasisvaardigheden van leerlingen te verbeteren. Daarnaast blijft erstructureel € 35 miljoen beschikbaar voor het extra ondersteunen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7847 prioriteitsscholen (waar de onderwijskwaliteit onder druk staat), zodat zijin staat worden gesteld om de onderwijskwaliteit snel weer op orde tekrijgen.22Kunt u nader duiden hoe het kan dat de gegunde subsidie nietdoor alle scholen volledig benut is?Niet alle scholen die in 2022 subsidie kregen, zijn erin geslaagd om al hetgeld in de subsidieperiode te benutten, dat geldt met name voorvo-scholen. Dit is waarschijnlijk deels te wijten aan het feit dat hetsubsidiebedrag per leerling in de eerste subsidietranche hoger lag in hetvo. Ondanks de tussentijdse verlenging van de subsidieperiode was vooreen deel van de scholen de looptijd van nog geen twee schooljaren te kortom de middelen volledig en doelmatig te kunnen uitgeven.De scholen die de middelen gedurende de subsidieperiode niet volledighebben benut, geven aan dat zij de resterende middelen gebruiken voorhet voortzetten van hun activiteiten en het verbeteren van de onderwijs-kwaliteit. Signalen van scholen en monitoring zijn in 2023 aanleidinggeweest om de bedragen per leerling tussen po en vo gelijk te trekken,om de gemiddelde bedragen per leerling wat te verlagen en te kiezen vooreen looptijd van twee volledige schooljaren. Daarnaast zorgt OCW ersamen met DUS-I voor dat scholen zo ruim mogelijk voor de start van desubsidieperiode weten of zij de subsidie wel of niet krijgen. Dat steltscholen in staat om tijdig aan de slag te gaan met de probleemanalyse ende planvorming.23Ziet u dat scholen die de gegunde subsidie niet volledig hebbengebruikt minder voortgang boeken in het verbeteren van debasisvaardigheden?Op basis van de beschikbare gegevens lijkt dit niet het geval. Op heteerste gezicht valt op dat vo-scholen er minder vaak in geslaagd zijn omhet hele bedrag te besteden en dat vo-scholen ook minder vaakvooruitgang zien dan po-scholen. In het kader van het implementatieon-derzoek zijn verschillende kruisverbanden onderzocht, waaronder deze.Hieruit is gebleken dat er geen statistisch verband geconstateerd kanworden tussen de mate waarin middelen besteed zijn en de ervarenresultaten.Een kanttekening hierbij is dat het bij de aantallen respondenten in ditonderzoek moeilijk is om significante verschillen en verbanden vast testellen (po: 381 respondenten; vo: 105 respondenten). Op basis van dekwantitatieve effectmeting van het CPB, die dit najaar uitgevoerd wordt,kunnen pas conclusies getrokken worden over de effecten van de subsidieop de onderwijsresultaten op scholen.24Is kwantitatief zichtbaar of de 40 procent van de leerlingen dieniet bereikt wordt met de subsidie qua voortgang achterblijventen opzichte van de 60 procent die wel bereikt wordt?Het CPB voert een kwantitatieve effectmeting uit waarin de leerprestatiesop scholen die geen subsidie hebben ontvangen worden vergeleken metde leerprestaties op scholen die de subsidie wel hebben ontvangen (voormeer informatie, zie vraag 2). De resultaten van dit onderzoek worden inhet najaar van 2025 verwacht. De uitkomsten van het implementatieon-derzoek onder scholen die de subsidie hebben ontvangen in schooljaar2022–2023 en 2023–2024 geven ondertussen een hoopvol eerste signaal afmet betrekking tot de effectiviteit van de subsidieregeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7848 25Wat waren bij de vorige subsidietranche redenen om scholen af tewijzen?Voor de subsidieregeling van 2024 geldt dat scholen worden afgewezenals zij in 2022 en 2023 al middelen toegekend hebben gekregen. Daarnaastgeldt dat wanneer er meer aanvragen binnenkomen dan het subsidie-plafond per onderwijssector of -soort toelaat er als volgt wordt geselec-teerd: op basis van de rangschikking op CBS-achterstandsscore (voor hetpo, vo en pro) of het aandeel CUMI-leerlingen (voor het (v)so en sbo). Deaanvragen van prioriteitsscholen zijn via een afzonderlijke subsidiere-geling allemaal gehonoreerd.26Hoeveel scholen zijn afgewezen in 2024 en hoe hoog zou hetbedrag per leerling zijn indien alle in 2024 afgewezen scholenrecht op subsidie krijgen?In 2024 zijn 1.626 scholen afgewezen. Het gaat om 20 procent van hettotaal aantal scholen. Met de subsidieregeling verbetering basisvaardig-heden 2025 wordt ingezet op een cumulatief bereik van 95 procent van hettotaal aantal scholen. Zo’n 40 procent van de scholen heeft tot nog toegeen subsidie ontvangen. Deze scholen hebben een zeer grote kans dat zijbij deze ronde wel in aanmerking komen voor subsidie.27Klopt het dat de extra middelen uit de voorgenomen gerichtebekostiging afkomstig zijn uit bestaande aanvullende subsidiesen dat deze niet in mindering zullen worden gebracht op debasisbekostiging?Dat klopt. De middelen voor de gerichte bekostiging basisvaardighedenzijn afkomstig uit de middelen die het kabinet Rutte IV beschikbaar heeftgesteld voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit. De middelenbedoeld voor het verbeteren van basisvaardigheden zijn de eerste jarenmiddels een subsidie aan scholen verstrekt. Vanaf 1 januari 2027ontvangen alle scholen middelen voor het verbeteren van basisvaardig-heden via gerichte bekostiging. Deze middelen worden niet in minderinggebracht op de reguliere bekostiging.28Komt er, in het kader van kansengelijkheid, een regeling voor deleerlingen van de scholen die niet hebben kunnen profiteren vande subsidiegelden bedoeld voor basisvaardigheden?De subsidieregeling voor 2025 is zo ingericht dat bijna alle scholen dieniet eerder subsidie kregen, kan worden bereikt. Gezamenlijk met deeerdere subsidieregelingen komt daarmee het totale bereik op 95 procentvan de scholen uit. Er is niet gekozen voor een bereik van 100 procent,omdat de ervaring is dat niet elke school een aanvraag indient. Vanaf1 januari 2027 krijgen alle scholen middelen voor het verbeteren vanbasisvaardigheden middels de gerichte bekostiging.29Welke concrete en budgettaire contouren heeft u inmiddelsvastgelegd voor de implementatie van de curriculumherziening,teneinde daarbij de bij- en nascholing van leraren gestalte tegeven, conform de motie van het lid Pijpelink5?Momenteel werken wij samen met het onderwijsveld waaronder desociale partners aan een concreet plan voor implementatie van hetnieuwe curriculum. Eén van de grootste pijlers uit dat plan is de bij- ennascholing van leraren en schoolleiders. Het is namelijk belangrijk dat alle5Kamerstuk 31 293, nr. 768.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7849 leraren en schoolleiders straks op de hoogte zijn van wijzigingen in hetcurriculum en de mogelijkheden die worden geboden om invulling tegeven aan een schooleigen curriculum. Met partijen uit het veld kijken wemomenteel wat hiervoor nodig is en wie welke rol hierin vervult. Bij deuitwerking van het Herstelplan, dat uw Kamer in het voorjaar 2025ontvangt, informeren wij u over de inhoudelijke plannen en de bijbeho-rende financiële middelen en daarmee over de uitvoering van de motiePijpelink.630Wat wordt de precieze functie van het loket curriculumsignalenen waar wordt dit loket ingebed?Het loket voor curriculumsignalen wordt het centrale punt waarbijsignalen en wensen omtrent het wettelijke curriculum worden verzameld.Dit past binnen de normale procedure voor curriculumontwikkeling en-onderhoud. Op dit moment worden signalen en wensen al opgehaald,maar dit gebeurt versnippert via verschillende kanalen. Er is geen centraleplek waar deze informatie samenkomt. Het loket brengt hier veranderingin door signalen uit de praktijk, zoals knelpunten in het curriculum ofwensen voor aanpassingen, op een gestructureerde manier te verzamelenen te wegen. Wanneer relevant, worden deze meegenomen in hetsysteem van periodiek onderhoud, dat het curriculum actueel houdt doormiddel van een onderhoudskalender.Naast deze wegingsfunctie heeft het loket ook een algemene informatie-functie over hoe we met het wettelijk curriculum voor het funderendonderwijs wordt onderhouden. Dit helpt bijvoorbeeld indieners vansignalen beter te begrijpen hoe hun input wordt verwerkt. Het loket wordtondergebracht bij SLO, landelijk expertisecentrum voor het curriculum. Inhet voorjaar van 2025 start SLO met een pilotjaar bij het loket. Deresultaten van de pilot en de verdere uitwerking van het systeem voorperiodiek curriculumonderhoud worden met uw Kamer gedeeld.31Kunt u nader duiden hoe het referentiekader zich verhoudt tot dekerndoelen en het curriculum?Het wettelijk curriculum voor het funderend onderwijs bestaat uitkerndoelen, eindtermen en het referentiekader taal en rekenen. In dekerndoelen zijn de inhoudelijke doelstellingen van het po en deonderbouw van het vo vastgelegd. In de eindtermen zijn de inhoudelijkedoelstellingen van de bovenbouw van het vo vastgelegd. In 2010 isdaarnaast het referentiekader taal en rekenen ingevoerd om de taal- enrekenvaardigheden van leerlingen te versterken. Hierin wordt voor taal enrekenen een doorlopende lijn beschreven met niveaubepalingen voor hetpo, het vo en het mbo.7 Het vormt daarmee een concrete uitwerking ophet deel van de kerndoelen en eindtermen dat ook over taal en rekenengaat.De effecten van de invoering van het referentiekader zijn in 2022 geëva-lueerd.8 Uit het onderzoek blijkt dat het referentiekader verbeteringbehoeft. SLO heeft daarom opdracht gekregen om advies uit te brengenover actualisatie van het referentiekader. Na het zomerreces van 2025 zalde Kamer hierover nader worden ingelicht.9 Eén van de ambities is omhet referentiekader taal en rekenen beter aan te laten sluiten bij de6Kamerstukken II 2024–2025, 31 293, nr. 768.7Voor het mbo gelden sinds 1 augustus 2022 Rekeneisen die geënt zijn op het referentiekadertaal en rekenen. De Taaleisen zijn in ontwikkeling.8Analyse en evaluatie referentieniveaus taal en rekenen (2022), onderzoek van SLO, Resear-chNed en Expertisecentrum Nederlands.9Toezegging 16 oktober 2024, TZ202410–118 (Kamerstuk 31 293, nr. 763).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 78410 kerndoelen en eindtermen, zodat er meer eenheid komt in de curriculum-documenten waar scholen mee te maken hebben.32Kunt u de beschreven kritiek en zorgen van docenten dan welvertegenwoordigers over de keuzes in het curriculum, die ubeschrijft, met de Kamer delen?In de vierde voortgangsbrief Masterplan basisvaardigheden, heb ik dezorgen van leraren, vakexperts en vakverenigingen over de verandering inhet curriculum met uw Kamer gedeeld.1033Is er een tijdspad voor de verkenning naar de structuur van debovenbouw van het voortgezet onderwijs en kunt u die met deKamer delen?Nee, dat is er nog niet. Er wordt momenteel gewerkt aan een probleem-analyse, waarna een plan van aanpak voor de verkenning naar deinrichting en structuur van de bovenbouw van het vo zal wordenopgesteld. Daarvan zal ook een tijdpad deel uitmaken. Zodra het plan vanaanpak gereed is, zal ik uw Kamer hierover informeren. Naar verwachtingzal dat in de tweede helft van 2025 het geval zijn.34Wanneer krijgen scholen wel een oordeel op basis van de nieuwestandaard Basisvaardigheden (OP0)?Vanaf 1 augustus 2025 krijgen scholen een oordeel op basis van denieuwe standaard Basisvaardigheden (OP0). De manier waarop ditgebeurt, wordt momenteel uitgewerkt. De uiteindelijke werkwijze enweging wordt opgenomen in de onderzoekskaders van de inspectie. Dezegewijzigde onderzoekskaders worden voor het zomerreces van 2025 aanuw Kamer gezonden.35Hoeveel scholen, specifiek vanuit de steekproef van de inspectie,hadden het oordeel onvoldoende of zeer zwak gekregen als erwel een oordeel werd geveld op basis van de standaard OP0?Kunt u dit ook uitsplitsen naar burgerschap, taal en rekenen?De inspectie kan deze vraag niet beantwoorden, omdat nog niet isbesloten hoe deze standaard wordt gewogen. Voor sommige standaardengeldt namelijk dat er twee of meer standaarden onvoldoende moeten zijn,voordat de school het eindoordeel onvoldoende krijgt. Voor anderestandaarden, zoals Resultaten of Zicht op ontwikkeling en begeleiding,geldt dat als die standaard onvoldoende is, de school niet meer alseindoordeel «voldoende» kan krijgen.Vanaf komend schooljaar zal de inspectie wel de beoordeling op destandaard OP0 meenemen in het eindoordeel. De manier waarop ditgebeurt wordt momenteel uitgewerkt.36Wordt in de ontwerpstudie naar kwaliteitseisen en gebruikerscri-teria voor een leerlingenvolgsysteem ook meegenomen wat degevolgen van zo’n systeem in positieve, maar ook negatieve zinkan zijn op leerlingen?Ja, de gevolgen voor leerlingen van het gebruik van een leerlingvolg-systeem in het voortgezet onderwijs zijn nadrukkelijk ook in de studiebetrokken. Daarbij is oog voor zowel positieve als voor negatievegevolgen. Vragen die aan de orde komen zijn zowel waar kansen liggen(bijvoorbeeld het volgen van leerresultaten om zo het onderwijs beter aan10Kamerstukken II 2023–2024, 31 293, nr. 732, p. 25.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 78411 te sluiten bij de ontwikkeling van de leerling) als welke risico’s er zijn(bijvoorbeeld toetsdruk of oneigenlijk gebruik van toetsen).37Klopt het dat het programma Ontwikkelkracht stopt?Nee, dat klopt niet. Het programma loopt tot en met 2032, waarvan eendeel onvoorwaardelijk gefinancierd (t/m medio 2026) en een deelvoorwaardelijk gefinancierd is vanuit het Nationaal Groeifonds (tweedehelft 2026 t/m 2032).38Hoe verenigt u het stoppen van het programma Ontwikkelkrachtmet de wens op evidence-informed te werken?Zie het antwoord op vraag 37. Het programma stopt niet en het looptconform planning.39Hoe staat het met de uitvoering van de motie van de ledenPaternotte en Pijpelink11 over het reguleren van de onderwijsad-viesmarkt en wanneer wordt dit teruggekoppeld aan de Kamer?De afgelopen maanden heb ik een verkenning gedaan naar de manierwaarop externe ondersteuning voor scholen nu is ingericht waarin ookmogelijkheden tot het reguleren van de onderwijsadviesmarkt zijnmeegenomen. De uitkomsten van de verkenning naar de ondersteunings-structuur ontvangt u met het Herstelplan. Hierin informeer ik uw Kameronder andere over de mogelijkheden tot marktregulering en over hetvervolgtraject omtrent de invulling van deze regulering.40Waarom duurt het zo lang om tot een visie op de ondersteunings-structuur te komen?Een hernieuwde visie op de ondersteuningsstructuur brengt verande-ringen binnen de sector met zich mee voor scholen, de markt en deoverheid. Deze visie dient daarom goed doordacht te zijn en zo dichtmogelijk aan te sluiten bij de behoeften en het versterken van deonderwijssector. De afgelopen tijd is besteed om een zorgvuldige analysete maken en in gesprek te gaan met leraren, schoolleiders, bestuurders,experts, vakbonden, vakverenigingen, de raden en de onderwijsadvies-branche, om de verschillende aspecten van de ondersteuningsstructuur tekunnen wegen. Op die manier wordt samen met de sector een heldere,consistente en breed gedragen visie vormgegeven. De uitkomsten van deverkenning naar de ondersteuningsstructuur ontvangt u met hetHerstelplan.41Welke gesprekken heeft u tot nu toe gevoerd over de ondersteu-ningsstructuur en met welke organisaties specifiek?Er zijn het afgelopen jaar diverse gesprekken gevoerd over zowel deknelpunten in de huidige ondersteuningsstructuur als over mogelijkeoplossingsrichtingen. De gesprekken vonden plaats met de PO-Raad, deVO-raad, de Algemene Onderwijsbond (AOb), CNV Onderwijs, deAcademie & Vakvereniging Schoolleiders (AVS), de Federatie vanOnderwijsvakorganisaties (FvOv), brancheorganisatie Onderwijsontwik-keling Nederland (OON), de Sectorraad Gespecialiseerd Onderwijs (GO),de Sectorraad Praktijkonderwijs, Platform Vakinhoudelijke VerenigingenVoortgezet Onderwijs (VVVO), Schoolleidersregister PO, StichtingPlatforms vmbo (SPV), de inspectie, de Onderwijsraad, het SLO, hetNationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), wetenschappers met11Kamerstuk 27 923, nr. 480.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 78412 expertise op het gebied van sectorontwikkeling en kwaliteitsverbetering,leraren, schoolleiders, bestuurders en tot slot een aantal particuliereonderwijsadviesdiensten.42Gaat u bij het reguleren van de onderwijsadviesmarkt ook kijkennaar het reguleren van professionaliseringsaanbod van leraren?Nee, in de verkenning naar de ondersteuningsstructuur in het funderendonderwijs nemen wij regulatiemogelijkheden voor de onderwijsadvies-markt mee. De uitkomsten van de verkenning naar de ondersteunings-structuur ontvangt u met het Herstelplan. Relevant is wel dat in het kadervan de Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren (NAPL) er eendigitaal platform wordt ontwikkeld dat leraren po, vo en mbo eenoverzicht biedt van kwalitatief hoogwaardige professionaliseringstrajectenen dient als een platform voor uitwisseling. Daarnaast wordt er eenkwaliteitskader en een landelijk systeem van kwaliteitszorg en -borgingt.b.v. de post-initiële professionaliseringstrajecten ontwikkeld. Trajectendie op het digitaal platform staan, voldoen aan deze gestelde kwaliteits-eisen en de kwaliteit wordt structureel geborgd.43Welke empirische studies worden er gedaan of zijn geraadpleegdin het kader van de visie op de ondersteuningsstructuur?Voor de verkenning naar de ondersteuningsstructuur is er uitgebreidliteratuuronderzoek gedaan. Hierbij kunt u denken aan academischestudies en onderzoeksrapporten. Een voorbeeld hiervan zijn de onder-zoeksrapporten van Oberon en de Onderwijsraad naar de educatievedienstverlening. Naast literatuuronderzoek heeft een werkgroep van OCWmet leraren, schoolleiders, bestuurders, wetenschappers, marktpartijen,sectorraden, publieke organisaties uit het onderwijsveld (zoals deinspectie, het NRO en SLO) en bonden gesproken. Zoals in mijn reactie opvraag 39, 40 en 42 staat aangegeven, ontvangt u de uitkomsten van deverkenning naar de ondersteuningsstructuur met het Herstelplan.44Hoe zijn de expertisepunten basisvaardigheden georganiseerd?Gaat het hier om private partijen?De expertisepunten zijn geen private partijen. Het expertisepunt rekenen-wiskunde is ondergebracht bij het Freudenthal Instituut dat deel uitmaaktvan de Universiteit Utrecht. Het expertisepunt burgerschap bestaat uitStichting School en Veiligheid, SLO, ProDemos en de MBO-Raad. Drie vande vier partijen worden gesubsidieerd door OCW. SLO heeft een wettelijketaak (Wet SLOA). Het expertisepunt digitale geletterdheid is eenconsortium bestaande uit Stichting Kennisnet en SLO. Stichting Kennisnetwordt gesubsidieerd door OCW. Een expertisepunt taal is op dit momentin ontwikkeling. Vanwege de grote differentiatie en aanbod in debestaande ondersteuning rond taal is de Kennistafel Effectief Leeson-derwijs gevraagd hierover advies uit te brengen aan OCW. Bij deKennistafel zijn leraren, schoolleiders, bestuurders, onderzoekers enbeleidsmedewerkers aangesloten met het doel kennis over effectiefleesonderwijs uit te wisselen. De Kennistafel ontvangt subsidie van OCWen de VO-raad is penvoerder.45Hoeveel leerlingen kunnen geen gebruik meer maken van hetprogramma School en Omgeving, gezien de geplande bezuini-gingen op dit programma?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 78413 Ik heb dit in het verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden bijde Ontwerpbegroting OCW 2025 beantwoord.1246Wanneer verwacht u resultaten op basis van de Nationale AanpakProfessionalisering van Leraren (NAPL)? Wanneer verwacht uspecifiek de ontwikkelpaden?NAPL wil zoveel mogelijk aansluiten bij het beroepsbeeld van de leraardat ontwikkeld wordt. Dit doen zij door ontwikkelpaden voor diverseaspecten (specialisme) van het beroep leraar te ontwerpen. Dit jaarworden de specialismen en de daarbij behorende ontwikkelpaden voorleraren in het po, vo en mbo als onderdeel van de NAPL ontwikkeld. Ditwordt in nauwe samenwerking met het werkveld gedaan. Ik verwacht datin de tweede helft van 2025 duidelijk is welke specialismen per sector zijnuitgewerkt en dat in de tweede helft van 2026 de bijbehorende ontwikkel-paden zijn opgeleverd per sector, inclusief raamwerk en eindtermen.Tegelijkertijd worden de kwaliteitscriteria, een kwaliteitszorgsysteem eneen digitaal platform voor professionaliseringstrajecten ontwikkeld.12Vraag 61 en 62, Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 18.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 78414
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.