Voortgang Verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket (VVTB) - voorjaar 2024
Brontekst
Versie 5b125b5e198bf147 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 689Herziening ZorgstelselNr. 1253 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJNEN SPORT EN VOOR MEDISCHE ZORG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juni 2024De zorg in Nederland moet voor iedereen toegankelijk zijn, ook nu dezorgvraag groeit, middelen schaars zijn en er krapte op de arbeidsmarktis. Daarom moeten we de beschikbare mensen en middelen in de zorgpassend inzetten en alleen zorg vergoeden die werkt, betaalbaar enduurzaam is, nu en in de toekomst.Onze inzet hierbij is tweeledig. Ten eerste het toegankelijk houden van dezorg voor alle huidige én toekomstige patiënten en cliënten en ten tweededat patiënten en cliënten alleen nog bewezen effectieve zorg krijgen engeen onnodige behandelingen (met onnodige bijwerkingen). Dit betekentook dat zorg die niet bewezen effectief is, niet vergoed zou moetenworden. Het is makkelijk om te zeggen «Baat het niet, dan schaadt hetniet». Maar in de zorg geldt juist: Baat het niet, dan schaadt het vaak wél.Dit is noch in het belang van de patiënt en cliënt, noch van de zorgsector.Daarom moeten we scherpere keuzes maken in welke zorg we wel of nietvergoeden vanuit het basispakket. Dit doen we met een verbeterde toetsop het basispakket, die we consistent en breed toepassen. Deze toets isvan toepassing op álle vormen van zorg.Pakketbeheer gaat over de vraag welke zorg wel of niet vergoed wordt uithet basispakket. In de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurigezorg (Wlz) staan de wettelijke criteria waar zorg aan moet voldoen omvergoed te mogen worden uit de Zvw en Wlz. Het gaat bijvoorbeeld overde eis dat zorg bewezen effectief is en dat er een indicatievereiste is.Het VWS-programma Verbeteren en verbreden van de toets op hetbasispakket (VVTB) heeft tot doel het pakketbeheer te verbeteren enbreder toe te passen als onderdeel van de beweging naar passende zorgvoor alle patiënten en cliënten.In pakketbeheer heeft iedereen een rol: de overheid, zorgverzekeraars enzorgkantoren, zorgprofessionals, zorgaanbieders, patiënten en cliënten. kst-29689-1253ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12531 In brieven van 2 december 2022, 23 mei 2023 en 16 juni 20231 is uwKamer geïnformeerd over de ambities en voorgenomen acties van VVTB.Ook is uw Kamer het afgelopen jaar via de Kamerbrief Eén jaar IZA 2 envia brieven over dure geneesmiddelen3 ingelicht over VVTB.In deze brief informeren wij u over de maatregelen en acties die in hetprogramma VVTB – samen met de betrokken partijen – het afgelopen jaarzijn ontwikkeld en worden uitgevoerd. Dat doen wij aan de hand van depijlers «verbeteren», «verbreden» en «kennis en inzicht». De ambities voorde Zvw en Wlz zijn gelijk, maar de context van de Wlz is anders. Om diereden richten de maatregelen en acties zich in eerste instantie voorna-melijk op de Zvw. Dit lichten wij toe in paragraaf 1.4.2.Met deze brief geven we tevens invulling aan de motie van deoud-Kamerleden Van den Berg (CDA) en Ellemeet (GroenLinks) overvoorstellen die kunnen leiden tot aanpassing in wet- en regelgeving voorpassende en effectieve zorg4.Ook geven we nadere invulling aan de motie van dezelfdeoud-Kamerleden om niet-bewezen effectieve zorg altijd in een onderzoek-setting te leveren5.VERBETEREN 1. Heldere spelregels Pakketbeheer vindt vooral plaats in de praktijk. Hierbij hebben zorgverze-keraars en zorgkantoren, zorgverleners, zorgaanbieders, patiënten,cliënten en de overheid een eigen rol. Van iedere betrokken partij, ook vanpatiënten en cliënten, verwachten we dat goed gekeken wordt of de zorgnoodzakelijk, werkzaam en betaalbaar is. Het programma VVTB werkt aanhet ondersteunen van de beweging naar passende zorg in de praktijk. Deeerste stap van VVTB was een analyse of de huidige kaders voorpakketbeheer voldoende helder en volledig zijn. Voor de pakketcriteriaeffectiviteit, kosteneffectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid6hanteert het Zorginstituut beoordelings- en afwegingskaders. Deze kadersbeschrijven hoe het Zorginstituut de pakketcriteria toepast bij pakketad-viezen over de vergoeding van zorg. Sinds eind 2023 worden dezeafwegingskaders geactualiseerd en – waar nodig – verhelderd. Beoogdresultaat van deze actualisatie is dat voor iedereen in de zorg duidelijk ishoe zorg getoetst wordt en welke informatie daarvoor nodig is.Ook wordt er een afwegingskader (door)ontwikkeld om de samenhangvan alle pakketcriteria te verhelderen. Verder krijgen de verschillendezorgsectoren specifieke handleidingen die hen kunnen helpen omeffectiviteit van zorg goed te toetsen. Deze ondersteunen partijen bij hetinvullen van hun rollen en verantwoordelijkheden rondom pakketbeheer(zie paragraaf 2.3). Het doel van deze maatregelen is om te komen tot eenbeter pakketbeheer, binnen de huidige context. De stand van zaken is alsvolgt.1Kamerstukken II 2022/23, 29 689, nr. 1174, nr. 1194 en nr. 1200.2Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 812.3Kamerstukken II 2022/23, 29 477 en 29 689, nr. 838 en Kamerstukken II 2023/24, 29 477, nr. 883.4Kamerstukken II 2022/23, 36 200-XVI, nr. 68.5Kamerstukken II 2020/21, 29 689, nr. 1112.6In de Kamerbrief van 2 december 2022 is uw Kamer geïnformeerd over de betekenis van deverschillende pakketcriteria (Kamerstukken II 2022/23, 29 689, nr. 1174).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12532 1.1 Actualiseren beoordelings- en afwegingskaders over pakketcriteria BeoordelingskaderHet Zorginstituut heeft in 2023 voor het pakketcriterium effectiviteit hetkader Beoordeling Stand van de Wetenschap en Praktijk 2023 7 geactuali-seerd. Dit kader vormt de basis voor het Zorginstituut en veldpartijen omte beoordelen of zorg bewezen effectief is. Zo is voor iedereen duidelijk opwelke gronden en op welke manier effectiviteitsbeoordelingen gedaan(kunnen) worden.AfwegingskadersHet Zorginstituut werkt aan de actualisering van de kaders van de anderepakketcriteria. Deze past het Zorginstituut toe bij zijn advisering aan deMinister over vergoeding vanuit de Zvw of Wlz. De Minister van VWSbesluit op basis van deze adviezen over vergoeding vanuit de Zvw of Wlz.– In december 2023 is de actualisatie van het Afwegingskader noodzakelijkte verzekeren zorg: balanceren tussen eigen verantwoordelijkheid ensolidariteit gepubliceerd voor het pakketcriterium noodzakelijkheid. Ditkader beschrijft hoe het Zorginstituut toetst of zorg «noodzakelijk teverzekeren» is en is bij deze brief gevoegd. Het is in de eerste plaats eeninstrument van én voor het Zorginstituut. Het is bedoeld als kader omVWS te adviseren over of vergoeding van zorg vanuit de Zvw of Wlznoodzakelijk is.In dit afwegingskader zijn extra vragen opgenomen, bijvoorbeeld om nate gaan of een besluit om bepaalde zorg niet meer te vergoeden nadeligegevolgen kan hebben voor kwetsbare burgers. Als dat zo is, wordt vanuithet perspectief van pakketbeheer gekeken hoe die gevolgen kunnenworden beperkt, denk aan een vangnetconstructie. Het nieuwe afwegings-kader bestaat uit de volgende elementen: ziektelast, voorzienbaarheid,gebruikelijkheid, kosten van de zorg en mogelijke substitutie, therapie-trouw en vervolgschade, gezondheidsverschillen en de aanwezigheid vaneen vangnetconstructie. Het Zorginstituut heeft dit nieuwe kader voor heteerst gebruikt bij het opstellen van een advies over een geneesmiddel datook in de vrije verkoop beschikbaar is, namelijk codeïne. In de Pakketbriefvan 24 mei 20248 bent u hierover geïnformeerd.–Het afwegingskader over kosteneffectiviteit wordt rond de zomerafgerond. Deze actualisatie geeft partijen inzicht in de kwantitatieve enkwalitatieve aspecten die het Zorginstituut gebruikt in zijn adviseringover het pakketcriterium kosteneffectiviteit. Dat gaat dan bijvoorbeeldom de referentiewaarden die het Zorginstituut hanteert om te bepalenof een behandeling kosteneffectief is en wat ervoor nodig is omtoepassing voor niet-farmaceutische zorg mogelijk te maken.–Het Zorginstituut actualiseert ook het afwegingskader over uitvoer-baarheid. Dit is in het bijzonder van belang omdat dit kader veelverschillende aspecten kent. Dit vraagt om duidelijkheid. Dit criteriumgaat over de vraag of opname van de behandeling in het basispakketin de praktijk haalbaar en houdbaar is voor de samenleving. Denkdaarbij aan draagvlak, organisatie en inzet van middelen. Bij ditafwegingskader bekijkt het Zorginstituut ook of de aspecten arbeidsin-zet en ecologische duurzaamheid (zie paragraaf 1.3) meegewogenmoeten worden. Een actualisatie van dit kader geeft partijen meerinzicht in hoe het Zorginstituut de verschillende aspecten van hetpakketcriterium uitvoerbaarheid afweegt binnen zijn adviezen. Hetafwegingskader wordt eind 2024 verwacht.7Beoordeling stand van de wetenschap en praktijk 2023 | Publicatie | Zorginstituut Nederland.8Kamerstukken II 2023/24, 29 689, nr. 1250.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12533 –In het eerste kwartaal van 2025 stelt het Zorginstituut op basis vanbovenstaande kaders een integraal kader op. Dit is een belangrijksluitstuk, want zo geven we inzicht in de integrale afweging van állepakketcriteria. Het Zorginstituut voert in zijn advisering namelijk altijdeen integrale weging van pakketcriteria uit als de zorg effectiefbevonden is.1.2 Handleidingen per zorgsector Het is belangrijk dat alle partijen in de zorg weten hoe zorg getoetst wordt,wat zij daar zelf in (moeten) doen en welke informatie daarvoor nodig is.Hierbij is het zaak om oog te hebben voor het eigenstandige karakter vande zorg die de verschillende zorgsectoren leveren. Naast actualisering enverheldering van de afwegingskaders ontwikkelt het Zorginstituut op ditmoment ook sectorspecifieke handleidingen. Het is de bedoeling datpartijen hiermee het kader Beoordeling Stand van de Wetenschap enPraktijk 2023 zelf (beter) kunnen toepassen bij hun eigen effectiviteitsbe-oordelingen. Het Zorginstituut zal twee sectorspecifieke handleidingen perjaar publiceren. De eerste verschijnt in de zomer van 2024 en betreft eensectoroverstijgende handleiding digitale zorg. Vervolgens volgen in 2025handleidingen voor paramedische zorg en geestelijke gezondheidszorg.Daarnaast levert het Zorginstituut voor de zomer van 2024 een informatie-document op over het toepassen van de cruciale uitkomstmaat gezond-heidsgerelateerde kwaliteit van leven bij pakketbeoordelingen. Ditdocument geeft veldpartijen meer handvatten om bij de effectiviteitstoetsdeze uitkomstmaat toe te passen. Hiervoor ontbreken in de praktijknamelijk vaak kwalitatief goede data.1.3 Mogelijke nieuwe (elementen van) pakketcriteria In eerdere brieven over VVTB is aangekondigd dat de impact van zorg oparbeidsinzet en ecologische duurzaamheid mogelijk onderdeel wordenvan de pakketcriteria van de toets op het basispakket. Het doel is om ookmet pakketbeheer bij te dragen aan deze maatschappelijke opgaven. Eentoekomstbestendig zorgstelsel vereist immers voldoende personeel omalle noodzakelijke zorg te leveren. Daarnaast hebben de inzet van zorg enzorgtechnologie impact op klimaat en milieu.Omdat er weinig kennis beschikbaar is over de relatie tussen pakket-beheer en de impact van zorg op arbeidsinzet en ecologischeduurzaamheid, hebben wij het Zorginstituut gevraagd hiervoor eenonafhankelijke technische commissie in te stellen. Deze (tijdelijke)commissie werkt sinds december 2023 de mogelijkheden uit. Decommissie heeft expertise over zowel arbeidsinzet en ecologischeduurzaamheid, als over complexe, medisch-wetenschappelijke, sociale,juridische en ethische vraagstukken. Deze commissie richt zich primair opde vraag hoe arbeidsinzet en ecologische duurzaamheid onderdeelkunnen uitmaken van het verbeterde pakketbeheer. Hiervoor haalt decommissie informatie op bij mensen en organisaties met relevante kennisen ervaring. De commissie levert op 1 oktober 2024 haar eindadvies op.De uitkomsten worden naar verwachting betrokken bij het afwegingskaderuitvoerbaarheid (zie paragraaf 1.1).Het is goed te benoemen dat de vraagstukken over arbeidsinzet en(ecologische) duurzaamheid breder zijn dan pakketbeheer. Via hetprogramma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn 9 (TAZ) en9Kamerstukken II 2022/23, 29 282, nr. 485.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12534 de Green Deal Samen werken aan duurzame zorg 10 (Green Deal 3.0)werken wij hieraan.1.4 Wet- en regelgeving VVTB is in de eerste plaats gericht op samenwerking tussen en met debetrokken (overheids- en veld)partijen. Het doel is om gezamenlijkverantwoordelijkheid te nemen over moeilijke keuzes die zijn gericht ophet (blijvend) borgen van passende zorg voor patiënten en cliënten. Maarconsensus en draagvlak vragen ook om borging in wet- en regelgeving.Onderdeel van VVTB is het voornemen om de kaders voor het verbeteren(en verbreden) van de toets op het basispakket steviger te verankeren inwet- en regelgeving. Dit is nodig om naleving te vergroten en draagvlakvan de beweging te versterken. Dit voornemen is in de brief van 16 juni202311 aan u gemeld. Hieronder schetsen wij de inhoudelijke lijnenwaarlangs wij de wet- en regelgeving verder uitwerken. Een definitiefbesluit hierover laten wij aan een volgend kabinet.1.4.1 Zorgverzekeringswet Voor de volgende drie onderwerpen werken we aan een voorstel vooraanpassing van wet- en regelgeving:1)het verder verankeren van de pakketcriteria en de bevoegdheden vande Minister: op dit moment is alleen het criterium effectiviteitvastgelegd in wet- en regelgeving (via «stand van de wetenschap enpraktijk»). In dit voorstel worden alle pakketcriteria wettelijk veran-kerd en de bevoegdheden van de Minister – en in het verlengdehiervan ook van het Zorginstituut – om op basis van de verankerdecriteria pakketbesluiten te nemen verstevigd.2)het stellen van aanvullende vergoedingsvoorwaarden gericht oplevering van zorg: de effectiviteit van een behandeling is vaakafhankelijk van de context waarbinnen deze wordt geleverd. Denkhierbij aan de ervaring en vaardigheden van de behandelaar, deorganisatie van zorg, indicatiecriteria, richtlijnen of gepaste inzet. Westellen voor om aanvullende vergoedingswaarden – als ultimumremedium – op te nemen in een ministeriële regeling in gevallenwaar deze voorwaarden gericht op het leveren van zorg (naarverwachting) onvoldoende worden geborgd. Dit betekent dat als nietaan deze voorwaarden voldaan is, de zorg niet vergoed kan wordendoor zorgverzekeraars.3)regie op het agenderen van onderzoek naar pakketwaardigheid vanzorg: van veel zorg is onduidelijk in hoeverre deze bewezen effectiefis. Dit wordt in het veld ook wel «oranje zorg» genoemd. Onderzoekhiernaar is in eerste instantie aan het zorgveld. In de praktijk komtonderzoek echter niet altijd uit zichzelf of in de juiste vorm van degrond, bijvoorbeeld vanwege nadelige (financiële) gevolgen voorbetrokken partijen of omdat het onderzoek niet is ingericht om eenpakketvraag te beantwoorden. We onderzoeken de mogelijkheid vaneen wettelijk instrumentarium waarmee de overheid – als ultimumremedium – gericht regie kan voeren op het agenderen van onder-zoek naar de pakketwaardigheid van zorg. Het gaat dan met name omzorg met een hoge impact op de toekomstbestendigheid van hetzorgstelsel. Zie ook paragraaf 3.1.1.10Kamerstukken II 2022/23, 36 200-XVI en 32 812, nr. 122.11Kamerstukken II 2022/23, 29 689, nr. 1200, bladzijde 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12535 1.4.2 Wet langdurige zorg We hebben de ambitie om ook de drie onderwerpen van de vorigeparagraaf te verankeren in de Wlz. Hier is geen principieel verschil tenopzichte van de Zvw. De aard van de verzekerde langdurige zorg en deinrichting van de Wlz vragen echter eerst om een nadere analyse van deimplicaties om op termijn de Wlz te kunnen wijzigen. Deze analyse moetantwoord geven op de vraag hoe de verankering in de Wlz moet plaats-vinden, wat daarvoor nodig is en wat praktisch haalbaar is. Deze analysevoeren wij tot najaar 2024 uit om aandachtspunten voor de Wlz (rondomregelgeving en toepassing) vast te stellen en het juiste tempo vooraanpassing van de Wlz te bepalen. De analyse gaat in ieder geval in op:1)praktische aspecten, waaronder de nog beperkte ervaring van hetZorginstituut over pakketbeheer in de Wlz;2)zorg die zowel vanuit de Zvw als Wlz geleverd kan worden. Hier isspeciale aandacht voor. Denk aan wijkverpleging, hulpmiddelenzorg,geestelijke gezondheidszorg, farmaceutische zorg en paramedischezorg. Op basis van het voorstel voor aanpassing van de Zvw (zieparagraaf 1.4.1) kan dit betekenen dat voor deze zorg vooruitgelopenwordt op wijziging van de Wlz;3)het (in algemene zin) onderzoeken van het effect van pakketbeoorde-lingen op de Wlz.VERBREDEN 2. Ieder in zijn kracht Pakketbeheer, zoals gezegd, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid vande overheid en veldpartijen. Hiervoor is toegelicht hoe het programmaVVTB de veldpartijen versterkt en ondersteunt in hun rol zodat allebetrokken partijen weten wat ze moeten doen en daarnaar kunnenhandelen. Zo dragen alle partijen via pakketbeheer bij aan de bewegingnaar passende zorg voor patiënten en cliënten.2.1 Maatschappelijk agenderingskader Overheids- én veldpartijen én veldpartijen gaan met behulp van hetprogramma VVTB vaker en scherpere keuzes maken. Deze keuzes zijngericht op het bieden van passende zorg en het wegnemen van twijfelover de effectiviteit van zorg. Dit gebeurt door zorg frequenter te toetsenop pakketwaardigheid. De noodzaak om dit te doen geldt voor allezorgsectoren.Niet alle zorg kan tegelijkertijd worden getoetst. Daarom ontwikkelen hetZorginstituut en veldpartijen samen een maatschappelijk agenderings-kader voor de te toetsen zorg. De prioritering wordt bepaald door de matevan maatschappelijke impact van de zorg. Denk hierbij aan zorg met eenhoge ziektelast, veel praktijkvariatie of een groot financieel beslag. HetZorginstituut levert dit maatschappelijk agenderingskader eind van dit jaarop, voorafgaand aan de Pakketagenda passende zorg 2026–2028 12. Opdeze manier kan dit kader ook gebruikt worden voor de agendering vandeze pakketagenda. Daarnaast kunnen partijen het kader gebruiken om tebepalen welke zorg ze gaan beoordelen op effectiviteit.12Over de Pakketagenda passende zorg 2023–2025 is uw Kamer geïnformeerd op 4 oktober 2023(Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 812).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12536 2.2 Pakketbeoordeling: duidingen en adviezen Het Zorginstituut gaat, deels vooruitlopend op het maatschappelijkagenderingskader uit paragraaf 2.1, meer pakketbeoordelingen doen inalle zorgsectoren om te bepalen welke zorg deel uitmaakt van de Zvw- enWlz. Zo draagt het Zorginstituut bij aan het maken van scherpere keuzes.In 2023 heeft het Zorginstituut elf duidingen en 42 adviezen13 gepubli-ceerd. Duidingen en adviezen die sinds de laatste Kamerbrief over VVTBgepubliceerd zijn, gaan bijvoorbeeld over het verkennend gesprek14,langdurige persoonsgerichte actieve oefentherapie bij ernstige reuma-toïde artritis15, vroegtijdige beëindiging van de voorwaardelijke toelatingvan geneesmiddelen rhPTH 1–84 (Natpar®) en ataluren (Translarna®)16 engenexpressietesten bij vrouwen ouder dan 50 jaar met een vroeg stadiumvan borstkanker17.Het doel is om vanaf 2024 zeven of acht extra duidingen te doen tenopzichte van het aantal duidingen in 2023. Hierbij houdt het Zorginstituutrekening met de mate van kennisontwikkeling en kennisinfrastructuur (zieparagraaf 3.1) per zorgsector. Er is afgesproken dat er jaarlijks minstenséén duiding wordt gedaan over langdurige zorg of geestelijke gezond-heidszorg juist vanwege de grote maatschappelijke opgaven in dezesectoren.We vinden het belangrijk om inzicht te krijgen in het effect van deeerdergenoemde aanscherping en uitbreiding van de pakketcriteria op deverbeterde toets op het basispakket. Dat gaan we onderzoeken door tweeziektebeelden te toetsen aan de huidige pakketcriteria (in 2024) én aan detoekomstige pakketcriteria (in 2025). Met de uitkomsten van dezebeoordelingen kunnen we nagaan of de pakketcriteria het beoogde doelbereiken en of ze werkbaar en uitvoerbaar zijn voor het Zorginstituut ende veldpartijen. Vorig jaar hebben we u in de Kamerbrief medegedeelddat we kozen voor mammaoncologie en de ziekte van Parkinson. Voor hetlaatste ziektebeeld bleek de gewenste beoordeling binnen de Wlz voor hetZorginstituut (momenteel) niet uitvoerbaar. Het is namelijk onduidelijk inhoeverre de effectiviteitstoets voor de Wlz uitvoerbaar is met hetbeschikbare beoordelingskader. Ook is er onduidelijkheid over detoepassing van de andere pakketcriteria. Daarom vragen we het Zorgin-stituut een beoordelingskader specifiek voor pakketbeoordelingen in deWlz te ontwikkelen. Dit kader wordt in het eerste kwartaal van 2025opgeleverd. Voor de zomer besluiten we met het Zorginstituut over deinvulling van het tweede ziektebeeld.2.3 Rollen en verantwoordelijkheden De overheid en veldpartijen maken in 2024 nadere afspraken over hun rolen verantwoordelijkheid rondom pakketbeheer en het vaker en bredertoetsen van zorg18. De druk op de zorgsector, beschikbare mensen enmiddelen is de reden nadere afspraken te maken over wat de eigen rol en13Dit aantal is inclusief adviezen over medicijnen voor opname in het Geneesmiddelenvergoe-dingssyteem (GVS-adviezen).14Standpunt verkennend gesprek | Standpunt | Zorginstituut Nederland.15Advies – Langdurige persoonsgerichte actieve oefentherapie bij ernstige reumatoïde artritiskan worden vergoed uit basispakket | Advies | Zorginstituut Nederland.16Advies – Vroegtijdige beëindiging van de voorwaardelijke toelating van geneesmiddelenrhPTH 1–84 (Natpar®) en ataluren (Translarna®) | Advies | Zorginstituut Nederland.17Standpunt – MammaPrint en Oncotype DX vergoede zorg voor bepaalde groep vrouwen |Standpunt | Zorginstituut Nederland.18In de bijlage van de brief van 2 december 2022 staan de rollen en verantwoordelijkheden vanpartijen ten aanzien van pakketbeheer beschreven (Kamerstukken II 2022/23, 29 689, nr. 1174).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12537 verantwoordelijkheid is. Hierdoor ontstaat meer duidelijkheid en ditdraagt bij aan beter en breder pakketbeheer.Door de nadere afspraken kunnen alle partijen hun rol in de Zvw en Wlzbeter oppakken en zijn ze hierop ook aanspreekbaar. Dit past binnen hetKader Passende zorg, het programma Wonen, Ondersteuning en Zorgvoor Ouderen (WOZO) en bij de afspraken in het Integraal Zorgakkoord(IZA). Om tot nadere afspraken over rollen en verantwoordelijkheden tekomen is onder andere de IZA-werkgroep Beter Pakketbeheer ingesteld.Deze werkgroep levert in september 2024 zijn bevindingen op. Deuitkomsten worden bestuurlijk geborgd via het Bestuurlijk Overleg IZA inseptember 2024.Het programma VVTB heeft ten behoeve van de nadere afspraken eenschema uitgewerkt als weergave hoe het Ministerie van VWS ziet metwelke activiteiten partijen in het pakketbeheer kunnen bijdragen aanpassende verzekerde zorg (zie Schema 1). Sommige van deze rollen, zoalsdie van het Zorginstituut, zijn wettelijk verankerd in de Zvw en Wlz. In hetschema zijn het Ministerie van VWS, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) niet opgenomen.KENNIS EN INZICHT 3. Pakketbeheer in uitvoering Voor de toets op het basispakket van de Zvw en het verzekerde pakket vande Wlz is een gedegen kennisbasis nodig. Zoals we in de inleidingschetsen moet vergoede zorg op de eerste plaats aantoonbaar effectiefzijn en meerwaarde hebben voor patiënten en cliënten in de praktijk.Indien er voor een indicatie verschillende zorgvormen beschikbaar zijn, ishet van belang te weten welke zorg het meest effectief is. Met deze kenniskunnen zorgverzekeraars, zorgkantoren en het Zorginstituut de pakket-waardigheid van zorg bepalen en daarmee uitvoering geven aan de Zvwen Wlz. Binnen deze kaders kunnen zorgverleners en patiënten of cliëntensamen beslissen over de best passende zorg.Van veel zorg die wordt vergoed vanuit de Zvw of Wlz is er onzekerheidover de effectiviteit en daarmee de pakketwaardigheid. Door kennis tevergaren over de effectiviteit van een specifieke interventie, op korte énlange termijn, kunnen we beter sturen op gepast gebruik en doelma-Schema 1: rollen van partijen bij pakketbeheer in het open systeemTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12538 tigheid. In eerste instantie is het aan partijen in de zorg om kennis teontwikkelen. De overheid heeft de taak om hierbij faciliterend, stimulerenden – waar nodig – sturend op te treden. In de afgelopen periode zijn devolgende stappen gezet.3.1 Kennisontwikkeling en kennisinfrastructuur passende zorg Zvw Om een structurele kennisontwikkeling in alle sectoren van de Zvw opgang te brengen of beter te borgen, werken we aan het ontwikkelen vaneen goede onderzoeksinfrastructuur en aan structurele kennisontwikkelingover de pakketwaardigheid van zorg. Het doel is om de door VWSbeschikbaar gestelde onderzoeksgelden zo effectief en gericht mogelijk uitte zetten.ZonMw start daarom in 2024 met het programma Passende Zorg, inopdracht van het Ministerie van VWS. De inrichting van een goedeinfrastructuur is een belangrijk onderdeel van de opdracht. Denk hierbijaan de infrastructuur om passende onderzoeksmethodologie te ontwik-kelen en onderzoek structureel in te bedden in de praktijk, zoals acade-mische werkplaatsen. Niet in alle sectoren is deze infrastructuurvoldoende ontwikkeld. Daarom zetten we in de eerste fase van hetprogramma, met name voor de niet-medisch-specialistische zorgsectoren,stevig in op de ontwikkeling van een goede infrastructuur.Daarnaast richt het programma zich op het mogelijk maken van onderzoeknaar zorg waarvan onduidelijk is of deze voldoet aan de pakketcriteria. HetZonMw-programma Passende Zorg heeft als belangrijk doel onderzoek teintensiveren voor álle zorgsectoren binnen de Zvw. Daartoe behoortoverigens ook zorg die zowel binnen de Zvw als de Wlz wordt geleverd.Andere belangrijke speerpunten in dit programma zijn zorg met eenmultidisciplinair karakter, sectoroverstijgende zorg en vraagstukkenrondom de organisatie van zorg.In de medisch-specialistische zorgsector is al veel geïnvesteerd. Een mooivoorbeeld hiervan is het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik(ZE&GG). ZonMw heeft de opdracht om binnen het programma PassendeZorg de geleerde lessen van de aanpak van ZE&GG te betrekken. Denkhierbij aan het stimuleren van betrokkenheid van alle relevante partijen bijhet onderzoeksproces – van agendering van onderwerpen tot implemen-tatie ervan – en een betere aansluiting van zorgevaluaties op de richt-lijnen.3.1.1 Onderzoek naar pakketwaardigheid van zorg In deze paragraaf vindt u een nadere toelichting op het agenderen vanonderzoek naar pakketwaardigheid zoals bedoeld in paragraaf 1.4.1, punt3: «regie op het agenderen van onderzoek naar pakketwaardigheid vanzorg».De focus van de regie ligt bij zorg met een grote impact op de toekomst-bestendigheid van het zorgstelsel. Het doel ervan is dat de overheid kansturen op het agenderen van onderzoek bij onzekerheid over de pakket-waardigheid van zorg in de Zvw en Wlz. Hiervoor vragen veldpartijen enhet Zorginstituut al langere tijd aandacht. Zij gebruiken voor deze zorgvaak de term «oranje zorg».Om dit vraagstuk aan te pakken, bestaat de eerste stap uit het vastleggenvan regie op deze bijzondere vorm van onderzoek via wet- en regelgeving.Vervolgens kunnen we met de aangepaste regelgeving het noodzakelijkeonderzoek naar pakketwaardigheid uitzetten. We denken hierbij aan tweesporen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12539 1)Het eerste spoor is gericht op zorg die bewezen effectief is, maarwaarbij onzekerheid bestaat over de gepaste inzet of de effecten oplange termijn.2)Het tweede spoor is gericht op zorg waarvan het bewijs onvoldoendezekerheid biedt voor een positieve beoordeling van pakketwaardig-heid. Dit spoor moet het – conform de afspraak hierover in het IZA –mogelijk maken om zorginterventies tijdens een vooraf te bepalenperiode te financieren terwijl het onderzoek loopt.Voor zorg die nu onderdeel is van de Zvw of Wlz en waarvan de effecti-viteit om nader onderzoek vraagt, moeten – binnen het onderzoek –mogelijk ook de interventiekosten worden gefinancierd. Daar zijn op ditmoment niet in alle gevallen goede mogelijkheden voor.Het ZonMw-programma Passende Zorg krijgt onder andere onderzoeks-rondes die onderzoek stimuleren naar specifieke zorg, op aangeven vanhet Zorginstituut (bijvoorbeeld vanuit het maatschappelijk agenderings-kader, zie paragraaf 2.1). Dit garandeert dat onderzoek dat vanuittoekomstbestendig oogpunt het meest relevant is, prioriteit krijgt én op dejuiste manier van de grond komt.3.2 Gelijkgerichtheid in kennisontwikkeling Er is behoefte aan een eenduidig inhoudelijk richtinggevend onderzoeks-kader. Dit moet aansluiten bij de gewenste kennis voor beter pakketbeheeren meer gelijkgerichtheid geven aan de lopende onderzoeksprogramma’s.Om een optimale aansluiting op de toets op het basispakket tewaarborgen, is het belangrijk dat de inhoudelijke uitwerking van de(verbeterde en verbrede) toets doorwerkt in deze onderzoeksprogramma’sen deze ontwikkeling ondersteunt. Zo moeten de onderzoeksmethoden énde relevante criteria voor onderzoek die de subsidieprogramma’shanteren, zoveel mogelijk aansluiten op het nog te ontwikkelenmaatschappelijke agenderingskader (zie paragraaf 2.1). Op deze manierworden de maatschappelijk meest relevante onderwerpen het eerstonderzocht en zijn de resultaten direct bruikbaar voor pakketbeheer vanveld- en overheidspartijen. Daarnaast versterken we de faciliterende enstimulerende rol van de overheid door meer synergie en samenhang aante brengen. Het nieuwe ZonMw-programma Passende Zorg is hetkaderprogramma. De opzet van dit programma is de basis van hetrichtinggevende onderzoekskader.Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:1)We stemmen onderzoeksprogramma’s inhoudelijk beter op elkaar afen koppelen ze waar mogelijk. Hierdoor is het geheel meer dan desom der delen (synergie).2)We stemmen de opdrachtverlening en het proces van onderzoekspro-gramma’s beter op elkaar af. Hierdoor ontstaat meer efficiency.Om al in de aanloopfase van het nieuwe ZonMw-programma PassendeZorg stappen te zetten naar meer gelijkgerichtheid in het werken aanpassende zorg, zetten we een aantal tussenstappen. Zo hebben we vorigjaar een aantal bestaande subsidieprogramma’s geïntensiveerd en doenwe dat ook dit jaar voor subsidieprogramma’s van ZonMw op het gebiedvan passende zorg. Hiermee bieden we de programma’s extra ruimte voorinitiatieven op het gebied van kennisontwikkeling, kennis- en onderzoeks-infrastructuur en kennisimplementatie. Hiervoor richten we deprogramma’s de komende periode anders in, zodat veldpartijen optimaalondersteund worden bij onderzoek dat nodig is voor pakketbeheer. Hetgaat bijvoorbeeld om de ZonMw-programma’s DoelmatigheidsOnderzoeken Goed Gebruik Geneesmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125310 3.3 Kennisontwikkeling in de langdurige zorg Voordat we de verbeterde toets op het verzekerde pakket van de Wlzkunnen toepassen, is allereerst meer kennis en inzicht nodig in welke zorgvergoed wordt vanuit de Wlz én in de effectiviteit van deze zorg. Dezekennisontwikkeling stimuleren we door de ontwikkeling van eentoekomstbestendige kennisinfrastructuur langdurige zorg. Onder anderein maart 2023 en in mei 2024 bent u geïnformeerd over de stand vanzaken over de kennisinfrastructuur in de langdurige zorg19. In de eerstebrief staat de werkagenda voor passende zorg in de Wlz. Op dit momentwordt de agenda uitgevoerd. Een volgende stand-van-zakenbrief verwachtde Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport begin 2025 aan uwKamer te sturen.Recent is het ZonMw-programma Passende Zorg binnen de Wetlangdurige zorg gestart. Hier ontwikkelen we onder andere kennis over deeffectiviteit van langdurige zorg. Daarmee leveren we een bijdrage aaneen toekomstbestendige kennisinfrastructuur. ZonMw is gevraagd eengoede verbinding te leggen met het nieuwe programma Passende Zorg(zie paragraaf 3.1). Daarnaast werkt Vilans aan het inventariseren van deinterventies die in de Wlz worden gebruikt en de mate van onderbouwingover effectiviteit daarvan. Verder ontwikkelt Stichting KwaliteitsimpulsLangdurige Zorg (SKILZ) momenteel multidisciplinaire richtlijnen en werktRichtlijnen voor Artsen in de Langdurige Zorg (RAILZ) aan monodiscipli-naire richtlijnen. De in paragraaf 3.2 genoemde intensivering is voor delangdurige zorg gedaan bij de Academische Werkplaatsen Ouderenzorgen de Academische Werkplaatsen Leven met een verstandelijkebeperking.Tot slotWij willen dat de zorg voor alle huidige en toekomstige patiënten encliënten toegankelijk blijft. Wij hebben u in deze brief geïnformeerd hoehet programma VVTB hieraan bijdraagt. Zoals u heeft kunnen lezen doenwij dit niet alleen, maar samen met de relevante overheids- en veldpar-tijen. Dat is essentieel om de benodigde stappen te zetten, hoe moeilijk zesoms ook zijn.De samenwerking met deze partijen geeft ons het vertrouwen dat we opde goede weg zijn.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderDe Minister voor Medische Zorg,P.A. Dijkstra19Kamerstukken II 2022/23, 34 104, nr. 374 en Kamerstukken II 2023/24, 29 389, nr. 126.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125311
Gerelateerde bronnen
- De minister van VWS en minister voor LZS zeggen toe de Kamer volgend voorjaar (2024) weer een voortgangsbrief te sturen over VVTB. Toezegging aan de leden Elle
De minister van VWS en minister voor LZS zeggen toe de Kamer volgend voorjaar (2024) weer een voortgangsbrief te sturen over VVTB. Toezegging aan de leden Ellemeet (GroenLinks) en Van den Berg (CDA).
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.