KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op het rapport 'Onveiligheid door extreme regen' van de Onderzoeksraad voor Veiligheid

19 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5d8977d937e817bd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 625WaterbeleidNr. 741 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 juni 2026Op 22 januari 2026 heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) hetrapport «Onveiligheid door extreme regen» gepubliceerd. De Kamer heefthet rapport op 23 januari van mijn voorganger ontvangen1.Met deze brief informeer ik u over hoe het kabinet de zes aanbevelingenvan de OVV gericht aan de Rijksoverheid opvolgt, waarom hetwaarborgen van de veiligheid van Nederland tegen extreme neerslagnoodzakelijk en urgent is en hoe we ons hierop voorbereiden.OVV OnderzoekDe OVV heeft in 2025 op eigen initiatief thematisch onderzoek gedaannaar de impact van wateroverlast op veiligheid. Aanleiding is, zoals in hetrapport aangegeven «de toename van extreme regen en de daarmeeverband houdende voorvallen van wateroverlast».De OVV stelt dat Nederland onvoldoende is voorbereid op de veiligheids-risico’s door extreme regen en dat verbetering op meerdere vlakkennoodzakelijk is voor de bescherming van Nederlanders tegen de gevolgenvan extreme regenval. De OVV onderzocht aan de hand van drie casussenhoe Nederland zich voorbereidt op de gevolgen van extreme regen vanuiteen veiligheidsperspectief.Het rapport maakt duidelijk dat de risicofactoren van extreme regenonvoldoende in beeld zijn. Ook concludeert de OVV dat er onvoldoendecentrale sturing is vanuit Rijksoverheid. De OVV roept op tot een actievererol voor het Rijk, met name voor IenW. Het beleid van de Rijksoverheidricht zich vooral op procesdoelen en mede daardoor blijft de realisatie vanmaatregelen in de praktijk achter. De OVV constateert dat de uitvoeringachterloopt op het tempo van klimaatverandering. Tot slot stelt de OVV1Kamerstukken 27 625, nr. 734 kst-27625-741ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7411 dat de «lauwe fase»2 onvoldoende benut wordt door het uitblijven vanvroegtijdige waarschuwingen over het weer door het KNMI en over(grond)waterstanden door gemeenten, provincies en waterschappen.Algemene reflectie op de onderzoeksuitkomstenHet kabinet verwelkomt het thematische onderzoek en de bevindingenvan de OVV. Zoals beschreven in de Tweede Kamerbrief van 30 oktober2025 is er tot nu toe weinig zicht op de kwetsbaarheid voor grootschaligeextreme neerslag3. Het is dan ook terecht dat de OVV aandacht besteedtaan extreme regen, want daar zullen we vaker mee te maken krijgen. Wespreken van een hoosbui bij neerslag boven de 25 millimeter (mm) in éénuur. Buien met meer dan 50 mm in één uur zijn voor het Nederlandseklimaat redelijk extreem. Dit komt ongeveer één keer per 100 jaar voor opeen bepaalde locatie (zie de website van het KNMI4). Dat deze kans opextreme neerslag klein is, betekent niet dat dit soort gebeurtenissen inNederland heel weinig optreden. Een bui met een kans van eens per 100jaar treedt vrijwel ieder jaar wel ergens in Nederland op.De potentiële schade en impact van wateroverlast op de zowel de fysiekeals mentale gezondheid kan groot zijn, zoals we hebben gezien in Limburgin 2021 waarbij er veel schade was na langdurige regenval, 200 mm in 48uur, en Enschede in 2024 waar 66 woningen onbewoonbaar werden naeen bui van 55 mm in één uur.Ook ondernemers in de land- en tuinbouw hebben te maken metwateroverlast door piekbuien of langere perioden van regen. Dit veroor-zaakt schade aan teelten en kassen. Daarnaast kan extreme regennatuurgebieden en ecosystemen aantasten. Door langdurige natheid enoverstromingen kunnen vruchtbare gronden wegspoelen en leefgebiedenvan (kwetsbare) planten- en diersoorten beschadigd raken, bijvoorbeelddoordat broedgebieden vaker overstromen. Het kabinet ziet dat deaandacht voor een gezonde en veilige leefomgeving toeneemt: bijvoor-beeld bij overheden, netbeheerders, woningcorporaties en acutezorgverleners. Tegelijkertijd is de huidige mate van voorbereiding enuitvoering nog onvoldoende om Nederlanders en vitale functies tebeschermen tegen de veiligheidsrisico’s van extreme neerslag. Er is danook een gezamenlijke, stapsgewijze en structurele inzet nodig van deRijksoverheid samen met decentrale overheden om de veiligheid vanNederland bij extreme regenval beter te waarborgen. Deze opgave is nietalleen noodzakelijk, maar ook urgent.Op dit moment lopen er drie trajecten waarmee invulling wordt gegevenaan de aanbevelingen van OVV. Het gaat om de Nationale AanpakWateroverlast (NAW) die, zoals aangekondigd in de Kamerbrief van30 oktober 20255 eind dit jaar naar de Tweede Kamer gestuurd wordt. Denieuwe Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS’26) is nu in ontwik-keling; de planning is om deze eind 2026 te presenteren. Verder wordt hetLandelijk Crisisplan Hoogwater en Overstromingen (LCP HO) geactuali-seerd, wateroverlast door extreme regen maakt hier onderdeel van uit. Debevindingen en inzichten van de OVV om mee te nemen in haaronderzoek.2De «lauwe fase» wordt door de OVV gedefinieerd als de periode waarin een crisis aanstaandeis, maar nog niet definitief is begonnen. Hierin verkeren hulpdiensten wel in verhoogde staatvan paraatheid.3Kamerstukken 27 625, nr. 7214https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreme-neerslag5Kamerstukken 27 625, nr. 721Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7412 Deze drie trajecten heeft het OVV niet mee kunnen nemen in haaronderzoek omdat ze nog in ontwikkeling zijn en ten tijde van hetonderzoek nog niet waren aangeboden aan de Tweede Kamer. Ook deKamerbrief van 30 oktober 2025 waarin de NAW wordt aangekondigdkwam te laat voor de OVV om mee te nemen in haar onderzoek.Door het oppakken van deze trajecten geeft het Rijk invulling aan dealgemene conclusie van de OVV. Hieronder volgt een korte toelichting opde trajecten NAW, NAS en LCP HO.De Nationale Aanpak Wateroverlast (NAW)Het doel van de NAW is een weerbaar en veerkrachtig Nederland bijwateroverlast door regen, door het beperken van maatschappelijkeontwrichting en schade bij lokale extreme regen en langdurige regen. Omhier invulling aan te geven, volgen we de principes van meerlaagsvei-ligheid: waterbewust handelen, preventie, ruimtelijke inrichting, crisisbe-heersing en waterrobuust herstel, met als doel om zowel de kans opwateroverlast als de gevolgen ervan te verkleinen. Er is actie nodig op allelagen van meerlaagsveiligheid om weerbaarder te zijn bij wateroverlastdoor extreme regen.Er zijn verschillende soorten wateroverlast. Ten eerste wateroverlast doorlokale extreme regen (ook wel hoosbui of piekneerslag genoemd). Hierbijis er spraken van kortdurend zeer zware regen op een klein gebied,bijvoorbeeld één wijk. Dit kan vooral in stedelijk gebied zorgen voor sneloptredende wateroverlast, waarbij vaak ook het rioolsysteemoverstroomt. De wateroverlast in Enschede in 2024 is hiervan eenvoorbeeld. De gekozen casussen in het OVV rapport gaan allemaal overdit soort lokale extreme regen.Daarnaast kan er wateroverlast optreden als door extreme regen over eenlangere duur het regionale watersysteem overbelast raakt. De water-overlast in Noord- Holland en Friesland in 2023 zijn hier voorbeelden van.En tenslotte kan wateroverlast door extreme regen ook optreden over eengroot gebied, als verschillende watersystemen tegelijk zwaar wordenbelast. De watersystemen op zichzelf, of interactie tussen hoofd- enregionale watersystemen kunnen voor grootschalige wateroverlastzorgen. De overstroming in Limburg en buurlanden in 2021 is hier eenvoorbeeld van. Dit gaat om een extreme gebeurtenis die weinig voorkomt.Dit noemen we een «bovennormatieve» gebeurtenis.6De NAW zal ingaan op alle drie de typen wateroverlast. Ook wordtaangegeven voor welke situatie welke maatregelen het meest passendzijn. Bijvoorbeeld bij lokale extreme regen zijn maatregelen mogelijk diede impact van wateroverlast beheersbaar maken. Voor meer extremesituaties zal een balans gevonden moeten worden tussen de kosten vanmaatregelen en de acceptatie van risico’s en schade in combinatie meteen goede voorbereiding bij calamiteiten en snel herstel erna. Dit vraagtaanpassingen in zowel de watersector, ruimtelijke afwegingen encrisisbeheersing. Ook is het van belang dat inwoners, ondernemers enmaatschappelijke organisaties zich bewust zijn van de risico’s vanwateroverlast en hiernaar handelen. De NAW zal ingaan op de vollebreedte van de wateroverlastopgaven, met specifieke aandacht voor degrootschalige, extreme regen situaties. De bevindingen uit het rapport«Stapeling van klimaatdreigingen vraagt om integrale voorbereiding enrespons» van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid worden daarinmeegenomen.6https://klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/wateroverlast/hoe-georganiseerd/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7413 De Nationale Klimaatadaptatie Strategie (NAS’26)De NAS’26 is een rijksbrede aanpak om Nederland voor te bereiden op enweerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. In denieuwe NAS zullen we voor vijftien sectorale opgaven -zoals landbouw,natuur en wonen- de ambities, verbeterdoelen en aanpak presenteren.Wateroverlast (zowel lokaal, regionaal en langdurig) is één van de 15opgaven in de NAS: «Veerkracht en weerbaarheid bij wateroverlast doorextreme regen». Daarnaast zijn er vier rijksbrede, integrale opgaven ophet gebied van ruimtelijke ordening, maatschappelijke weerbaarheid,bestuur en financiering. Hierbij kijken we vooruit naar 2100, laten we zienwat onze ambitie is voor de lange termijn, en zetten we op de kortetermijn stappen waarmee we ons voorbereiden op de benodigdeveranderingen op de middellange termijn. Daarnaast roepen wemaatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners op om ook hunsteentje bij te dragen, want alleen samen kunnen we ons aanpassen aanhet klimaat.Waterschappen, provincies en gemeenten spelen een cruciale rol inklimaatadaptatie vanwege hun directe verantwoordelijkheid voor delokale uitvoering en de impact op inwoners, bedrijven en maatschappe-lijke organisaties. In het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)werken overheden nauw samen in de 45 werkregio’s die een aantal jarengeleden zijn gevormd. Deze werkregio’s voeren stresstesten uit, organi-seren risicodialogen en bepalen de lokale klimaatadaptatie aanpak. Ookandere overheidsorganisaties, zoals veiligheidsregio’s en GGD’en, zijn eenbelangrijke partner voor zowel preventie als gevolgbeperking. DeOntwerp-NAS ligt inmiddels ter inzage. De Kamer is op 29 mei jl. over deinhoud en nadere planning van de NAS’26 geïnformeerd7.Het Landelijk Crisisplan Hoogwater en OverstromingenHet Landelijk Crisisplan Hoogwater en Overstromingen (LCP HO, 2021)wordt momenteel onder regie van IenW geactualiseerd. Partijen die bijdeze actualisatie zijn betrokken, zijn onder andere Rijkswaterstaat(waaronder het Watermanagement Centrum Nederland – WMCN),waterschappen, veiligheidsregio’s, defensie, Centrum voor OperationeleInformatie-en Crisiscoördinatie (KCR2, voorheen Landelijk OperationeelCoördinatie Centrum, LOCC).Het LPC HO is het vigerende plan voorgrootschalige wateroverlast als gevolg van extreme regen. In één van descenario’s is extra aandacht voor wateroverlast door extreme regen, hetverduidelijkt het onderscheid tussen de kleurcoderingen voor hoogwateren overstromingen en kleurcoderingen voor gevaarlijk weer. Ook legt hetplan verantwoordelijkheden, rollen en de communicatielijnen bij extreemweer vast.Reflectie op de specifieke aanbevelingenDe OVV heeft in totaal acht aanbevelingen gedaan, zowel aan het Rijk(IenW en VRO), als aan de Unie van Waterschappen (UvW), Deltacommis-saris, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), NetbeheerNederland, Vereniging van woningcorporaties Aedes en Landelijk NetwerkAcute Zorg. Het kabinet gaat aan de slag met de zes aanbevelingen dieaan IenW en VRO zijn gericht. Dit wordt nader toegelicht in de bijlagen bijdeze brief. De reactie op aanbevelingen die niet aan IenW en VRO zijngericht worden niet behandeld in deze Kamerbrief maar zelfstandig doordesbetreffende organisaties gepubliceerd, zoals gebruikelijk bijOVV-aanbevelingen.7Kamerstukken 31 793, nr. 301Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7414 Mochten de UvW, VNG, Netbeheer Nederland, Vereniging van woningcor-poraties Aedes en Landelijk Netwerk Acute Zorg in hun opvolging van deaan hun gerichte aanbeveling verwijzen naar het Rijk dan komt debetreffende Minister binnen een jaar met een reactie, zoals bepaald inartikel 74 van de Rijkswet OVV.Tot slotHet kabinet vindt dat van de Rijksoverheid en betrokken medeoverhedenverwacht mag worden dat er nadrukkelijk aandacht is voor hetwaarborgen van veilige leefomgeving bij extreme neerslag. Dit is geengemakkelijke opgave, maar wel een urgente en noodzakelijke. Bovendienvergt dit langdurige inzet. Het kabinet voelt een grote verantwoorde-lijkheid om hier samen met medeoverheden en andere partijen mee aande slag te gaan in het tempo dat aansluit bij het tempo van deklimaatverandering.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7415

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f357fb1e2bc73b6c

14 okt 2026 · 91a7e52a9d716e5b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.