Amendement van de leden Diederik van Dijk en Boomsma over het afschaffen van rechterlijke dwangsommen in vreemdelingenzaken
Brontekst
Versie 9ef3323e5b9724c1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 501Wijziging van de Wet terugkeer envreemdelingenbewaring met het oog op hethandhaven van de mogelijkheden ommaatregelen te nemen ten aanzien vanoverlastgevende vreemdelingenNr. 12 AMENDEMENT VAN DE LEDEN DIEDERIK VAN DIJK ENBOOMSMAOntvangen 22 april 2026 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:Na artikel I worden twee artikelen ingevoegd, luidende:ARTIKEL IA De Vreemdelingenwet 2000 wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 71b wordt «en 8:55f» vervangen door «, 8:55d, 8:55f en 8:72,zesde lid» BNa artikel 71b wordt een artikel toegevoegd, luidende:Artikel 71c Indien de bestuursrechter vaststelt dat niet tijdig op een aanvraag ofbezwaar op grond van deze wet is beslist, draagt hij, in afwijking vanartikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuurs-recht, Onze Minister op dit binnen een door hem te stellen redelijketermijn alsnog te doen.ARTIKEL IB Indien Onze Minister van Asiel en Migratie vóór het tijdstip vaninwerkingtreding van artikel IA niet binnen de wettelijke termijn heeftbeslist op een aanvraag of bezwaar op grond van de Vreemdelingenwet2000 en de aanvrager of indiener van het bezwaar vóór dat tijdstip bij de kst-35501-12ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 121 bestuursrechter een beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemenvan het besluit, blijft artikel 71b van de Vreemdelingenwet 2000 geldenzoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip en blijft artikel71c van de Vreemdelingenwet 2000 buiten toepassing.Toelichting Met dit amendement worden rechterlijke dwangsommen in vreemde-lingenzaken afgeschaft om mede langs deze weg de Immigratie- enNaturalisatiedienst (IND) te ontlasten.De dwangsomregels in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijnbedoeld om te bewerkstelligen dat een uitvoeringsorgaan zich aan dewettelijke beslistermijnen houdt. De recente praktijk laat zien dat dezeregels voor vreemdelingenzaken niet langer effectief zijn en zelfscontraproductief uitwerken, aangezien zij een ontwrichtend effect hebbenop de IND. Het lukt de IND simpelweg niet meer om de prioritering aan dehand van rechterlijke uitspraken op te volgen, nu inmiddels in hetovergrote deel van de zaken een Beroep Niet Tijdig Beslissen (BNTB) isingediend. Dit werkt een ontwrichting van de planning in de hand enbelemmert ook een rechtvaardige afhandeling van aanvragen op volgordevan binnenkomst. Het afhandelen van deze financiële claims gaanbovendien ten koste van de beperkt beschikbare behandelcapaciteit. DeWet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken heeft debestuurlijke dwangsom in vreemdelingenzaken geschrapt, maarhandhaafde de rechterlijke dwangsom.In 2025 keerde IND 79 miljoen euro uit aan dwangsommen; een ruimeverdubbeling ten opzichte van 2024. Gezien het stijgende aantalaanvragers dat wacht op een beslissing van de IND kan gesteld wordendat het verschuldigde bedrag aan dwangsommen in de komende jarensubstantieel zal toenemen.De EU-Procedurerichtlijn en ook het migratiepact verplichten lidstatenniet tot het opleggen van een rechterlijke dwangsom bij niet tijdigbeslissen. Het EU-Handvest bepaalt dat «eenieder wiens door het rechtvan de Unie gewaarborgde rechten en vrijheden zijn geschonden, rechtheeft op een doeltreffende voorziening in rechte» (artikel 47). Het biedtlidstaten zelf de ruimte invulling te geven aan effectieve rechtsbe-scherming met als doel afdwingbaarheid van de procedure te borgen.Uit een recente verkenning van het Ministerie van Asiel en Migratieblijkt dat in geen enkele andere EU-lidstaat effectieve rechtsbeschermingten aanzien van vreemdelingen wordt geborgd door het opleggen vandwangsommen of is geoordeeld dat dit enkel kan middels het opleggenvan dwangsommen. Het merendeel van de lidstaten kent zelfs helemaalgeen financiële prikkel. Indien niet binnen de wettelijke termijnen wordtbeslist, wat regelmatig het geval is, worden daar in veel andere lidstatenin de praktijk niet of nauwelijks consequenties aan verbonden. Rechtsbe-scherming van de vreemdeling wordt veelal geborgd doordat dezepersoon zich kan wenden tot de rechter bij overschrijding van debeslistermijn, zonder dat hieraan een financiële claim gekoppeld is.Het EU-Hof van Justitie heeft in een arrest over de tijdelijkebescherming van derdelanders uit Oekraïne geoordeeld dat lidstatenterug mogen komen op een eerder geboden vergaand beschermings-niveau (HvJ EU 19 december 2024, gevoegde zaken C-244/24 en C-290/24,ECLI:EU:C:2024:1038). Dat biedt ook ruimte om het beschermingsniveauop andere domeinen aan te passen, binnen de geldende EU-kaders.Anders zou het – zoals het EU-Hof van Justitie ook overwoog – ertoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 122 kunnen leiden dat lidstaten ervan worden weerhouden om meerrechtsbescherming te bieden dan strikt genomen wordt vereist. Omgenoemde redenen zijn de indieners van mening dat rechterlijkedwangsommen in vreemdelingenzaken afgeschaft dienen te worden omde IND te ontlasten. Het opleggen van een rechterlijke dwangsom aan deIND is niet langer een passend middel om een tijdige beslissing tewaarborgen.Artikel 71c regelt dat voortaan, indien de rechtbank vaststelt dat niettijdig op een aanvraag op grond van deze wet is beslist, de rechtbank hetbestuursorgaan opdraagt om binnen een door de rechtbank te stellenredelijke termijn alsnog een beslissing te nemen. Het stellen van eentermijn is dus geen mogelijkheid, maar een verplichting.Ten aanzien van het overgangsrecht is een balans gezocht tussen debelasting van de IND en de rechten van de aanvrager. Voor aanvragenwaarbij de aanvrager voor inwerkingtredingsdatum een beroep niet tijdigbeslissen heeft ingediend, wordt de mogelijkheid tot het opleggen vaneen rechterlijke dwangsom in stand gelaten. Voor de beslissing die derechter kan nemen gelden de normale in artikel 8:72 opgenomen regels.Diederik van DijkBoomsmaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 123
Gerelateerde bronnen
- Amendement van de leden Diederik van Dijk en Boomsma over het afschaffen van rechterlijke dwangsommen in vreemdelingenzaken
Amendement van de leden Diederik van Dijk en Boomsma over het afschaffen van rechterlijke dwangsommen in vreemdelingenzaken
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.