KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 juni 2025, over cultuur

4 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ba7a2dce37ac60fe · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 820Nieuwe visie cultuurbeleidNr. 546 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 4 juli 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de vastecommissie voor Economische Zaken, de vaste commissie voor Justitie enVeiligheid en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sporthebben op 12 juni 2025 overleg gevoerd met de heer Bruins, Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:−het afschrift van de brief van de Raad voor Cultuur d.d. 14 mei2025 aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschapmet betrekking tot briefadvies over nieuw cultuurbestel(2025Z09288);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 14 mei 2025 inzake reactie ongevraagd adviesKunst en Cultuur in Nederlandse Gebarentaal (Kamerstuk32 820, nr. 539);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 12 mei 2025 inzake rapportage en implementatiead-vies Kennispunt Toegankelijke Cultuur (Kamerstuk 24 170,nr. 355);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 24 april 2025 inzake beleidsreactie periodiekerapportage cultuureducatiebeleid 2013–2022 (Kamerstuk32 820, nr. 538);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 27 maart 2025 inzake toezegging gedaan tijdenshet wetgevingsoverleg Cultuur op 11 november 2024, overconclusies van de Kamerbrief over het uitvoeren van demotie-Kwint ten aanzien van het wettelijk inperken vanwoekerhandel in de doorverkoop van toegangskaarten voorsport- en culturele evenementen (Kamerstuk 36 410 VIII,nr. 32) (Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 168);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 27 maart 2025 inzake rapport Online inbreuken inbeeld (Kamerstuk 29 838, nr. 113);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 12 maart 2025 inzake toezending werkprogramma2025–2026 van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed(Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 166); kst-32820-546ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 5461 −de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 11 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissieover de brief van de Stichting Onafhankelijke Muziekprodu-centen (STOMP) inzake gevolgen van RAAP-arrest voorNederlandse muzieksector (Kamerstuk 29 838, nr. 112);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 6 maart 2025 inzake bedenkingen tegen de uitvoervan een middeleeuwse ring (Kamerstuk 32 820, nr. 537);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 21 februari 2025 inzake Ministerieel Vierlanden-overleg OCW 2024 (Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 164);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 29 januari 2025 inzake beleidsreactie op hetrapport Diversiteit van personeel, zelfstandigen, toezichthou-ders en adviseurs in de culturele en creatieve sector. Wat is destand in 2024? (Kamerstuk 32 820, nr. 534);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 20 december 2024 inzake verbetering Erfgoedweten erfgoedzorg (Kamerstuk 32 820, nr. 533);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 19 december 2024 inzake opvolging moties entoezeggingen wetgevingsoverleg Cultuur (Kamerstuk36 600 VIII, nr. 154);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 19 december 2024 inzake beleidsreactie op hetadvies «Cultuur Natuurlijk» van de Raad voor Cultuur (Kamer-stuk 32 820, nr. 532);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 18 december 2024 inzake reactie op de motie vanhet lid Van der Wal over inventariseren hoeveel objecten er nuin depots van de Nederlandse musea liggen en uitwerken hoemusea die kunst extern en internationaal kunnen aanbieden(Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 27) (Kamerstuk 32 820, nr. 531);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 11 juni 2025 inzake duurzame verankering deBibliotheek op school (Kamerstuk 33 846, nr. 74);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 23 mei 2025 inzake verlenging indemniteitsregeling2026–2030 (Kamerstuk 32 820, nr. 541);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 5 juni 2025 inzake visitatie rijksmusea 2021–2024en actualisatie visitatiekader (Kamerstuk 32 820, nr. 545);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 3 juni 2025 inzake aanpak maritieme archeologie(Kamerstuk 32 820, nr. 544);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 2 juni 2025 inzake aanpak grote monumenten enreligieus erfgoed (Kamerstuk 32 156, nr. 140);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 27 mei 2025 inzake stand van zaken moties entoezeggingen cultuur (Kamerstuk 32 820, nr. 543);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 6 juni 2025 inzake reactie op verzoek commissieover briefadvies van de Raad voor Cultuur inzake cultuursubsi-dies vanaf 2029 (Kamerstuk 31 482, nr. 127).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 5462 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur enWetenschap,BrometDe voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,Michon-DerkzenDe voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,PoolDe voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,MohandisDe griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Weten-schap,VerhoevTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 5463 Voorzitter: MohandisGriffier: BosnjakovicAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Beckerman, Van der Burg,Koops, Krul, Mohandis, Oostenbrink, Rooderkerk, Stoffer en Van derVelde,en de heer Bruins, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Aanvang 10.02 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. Welkom bij het commissiedebat Cultuur. Ik heet uallen welkom: iedereen die hier aanwezig is, iedereen die dit op afstandvolgt, de Minister, de ondersteuning en alle Kamerleden. Mochtensommige vertegenwoordigers vanuit de cultuursector denken: wat doeteen voorzitter hier die ook woordvoerder is? Ik ben vervangend voorzitter.De voorzitter kon niet aanwezig zijn. Ik zal straks als laatste het woordvoeren namens GroenLinks-Partij van de Arbeid, dus ik doe gewoon meemet het debat. Af en toe zal u denken: hé, wat doet hij nu? Op sommigemomenten gaat mevrouw Rooderkerk van D66 de voorzittershamerovernemen. We doen dus allemaal volwaardig mee aan het debat. Wehebben vandaag een onafhankelijke voorzitter die ook van kleur is.Voordat we beginnen: de aanwezige Kamerleden zijn mevrouwBeckerman van de SP, mevrouw Rooderkerk van D66, de heer Krul van hetCDA, de heer Koops van NSC, mevrouw Van der Velde van de PVV en deheer Stoffer van de SGP. Ik geef als eerste het woord aan mevrouwBeckerman namens de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, dank u wel. Ik zal extra mijn best doen. Ik zie dat de dochter vande heer Stoffer er is, dus ik hoop dat ik een enthousiast verhaal kanvertellen. Prehistorische boomstamboten, altaren gewijd aan de godinNehalennia, Romeinse vrachtschepen, resten van neanderthalers, hetgrootste scheepskerkhof ter wereld, handelsschepen vol luxegoederen:Nederland heeft zulk uniek maritiem erfgoed. Maar onbekend maaktonbemind. Een overheid die te weinig doet, maakt dat uniek erfgoedverloren gaat. De problemen staan pijnlijk opgesomd in de extreem goedenota van de RCE: onvoldoende verankering bij gemeenten en provincies,te weinig onderzoek, natuurlijke erosie, illegale opgravingen, gebrek aanhandhaving, gebrek aan capaciteit en budget, en vooral gebrek aansamenwerking.Maar het kan ook anders. De RCE heeft drie scenario’s beschreven.Scenario 1 is niks veranderen. Scenario 2 is inzetten op quick wins.Scenario 3 is investeren in duurzame oplossingen. De Minister komt naaraanleiding van onze motie met een aanpak die ergens tussen 1 en 2 in zit.Vooropgesteld: we zijn heel erg blij dat de Minister de moties uitvoert endat er extra geld en vooral ook aandacht voor komt, dus dank daarvoor.Maar het is toch wel wat schraal. Deelt de Minister onze mening datstructurele aandacht en financiering noodzakelijk zijn? Waarom neemt deMinister extra toezicht en handhaving niet mee in zijn aanpak? Is het welreëel om gemeenten grote taken en verantwoordelijkheden te latendragen met betrekking tot onderwatererfgoed? Welke oplossing kan hijbieden voor arboproblemen waardoor samenwerken niet gaat enstudenten niet in Nederland kunnen leren om dit onderzoek te doen? Wilde Minister alsnog het UNESCO-verdrag ratificeren? Al in 2016 zei hetkabinet dit te willen doen, maar het is nog steeds niet gebeurd. Wijoverwegen nieuwe moties hierop.Voorzitter. Dan mijn droom. Hoe mooi kan het zijn? Ik heb het over hetPalmhoutwrak en vergelijkbare wrakken op de Rede van Texel. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 5464 meesten kennen het verhaal van het schip dat in de zeventiende eeuw bijterugkomst van een reis naar de Middellandse Zee verging bij Texel. In hetruim zaten luxegoederen: de beroemde satijnen jurk, tapijten, boeken,medische instrumenten en palmhout. Ik vertelde het vorige keer bij hetdebat: ik was mee op het onderzoeksschip en je kunt de anijs die in hetruim zit gewoon nu nog ruiken. Als we niks doen, vergaat dit schip nogeen keer. Maar wat een mooi scenario schetst de RCE in zijn rapport: hetopgraven, de wetenschappelijke winst, de kennis die we kunnen opdoen,de winst voor de samenleving. Hoe mooi is het om dit te kunnen gaanzien, om dit te kunnen meemaken, om misschien wel deels mee te doen?Denk aan de kennis die het gaat opleveren over hoe je goed maritiemonderzoek kunt doen. Wat de Betuwelijn was voor onderzoek op land, kandit zijn voor maritiem onderzoek. Denk ook aan de kansen voor studentenen de internationale allure. Minister, dit kunt u op uw naam zetten. U kunthiermee de geschiedenis herschrijven. Moeten we niet nu snel gaanstarten met nadenken en het vormgeven van zo’n fantastisch project? Wijoverwegen uiteraard een motie op dit punt.Voorzitter. In mijn laatste minuut noem ik een paar kortere punten, maardie zijn niet minder belangrijk. Eerlijke beloning. 300.000 mensen werkenin de culturele en creatieve sector. Zzp’ers in deze sector verdienengemiddeld 35% minder dan in andere sectoren. Naleving, controle entoezicht zijn echt nodig. Wat wil de Minister hieraan doen? Er worden numooie afspraken gemaakt aan de ketentafels over bijvoorbeeld belonings-richtlijnen. Hoe zorgen we dat deze ook bindend worden? Een sectoraalakkoord is mislukt door de werkgevers, en nu? Verplicht fair pay enbescherm werkgelegenheid en inkomens.Ben ik al aan het einde, voorzitter?De voorzitter:U heeft een interruptie, mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):O, leuk!De voorzitter:Dat is een interruptie van de heer Koops van de NSC-fractie.De heer Koops (NSC):Dank u, meneer de voorzitter.De voorzitter:Voordat ik u het woord geef: vier interrupties van de zijde van de Kamer ineerste termijn. Dat hadden we nog niet afgesproken.De heer Koops (NSC):Ja, een interruptie naar aanleiding van het enthousiaste betoog vanzojuist. Over de beloning in de culturele sector: heeft het lid Beckermanook het voorkomen van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op hetoog, net als andere vormen van diversiteit? Er zit een nota in de stukkendie daar specifiek op ziet. Kunt u daar nog een toelichting op geven in uwvraag aan de Minister?Mevrouw Beckerman (SP):Dat zijn altijd de fantastische vragen, want zo kom je aan extra spreektijd.Deze vraag kun je natuurlijk alleen maar met een volmondig ja beant-woorden. Ik denk dat de schoonheid van de culturele en creatieve sectorjuist zit in de diversiteit. Het is een veelkleurig spectrum. Ongelijkheid issowieso een probleem in de samenleving, maar in deze sector is dat nogduidelijker. Ik zou die vraag inderdaad graag willen stellen aan het kabinet.Ik denk dat dit een belangrijk punt is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 5465 De voorzitter:Mevrouw Beckerman, gaat u voort.Mevrouw Beckerman (SP):Nog een halve minuut. Subsidie gaat nu vaak naar instellingen en nietnaar makers. Ik ben benieuwd of de Minister denkt dat het verstandig zouzijn om meer makers te ondersteunen.Vandaag zullen er vast veel vragen worden gesteld over de niet-woon-huismonumenten. Veel zorgen in de brieven van vandaag gaan over degrote niet-woonhuismonumenten. Het gebrek aan financiële middelen ende beperkte capaciteit van bestaande regelingen veroorzaken eengevaarlijk domino-effect. Ik vraag hierop een reactie van het kabinet. Eenincidentele bijdrage is leuk, maar slechts een doekje voor het bloeden dathet hele grote gat niet gaat dichten. Een stevige verankering in deErfgoed, ook van mobiel erfgoed, is nodig. Het is mooi dat de Minister devrijwilligers bedankt en schouderklopjes geeft, maar ja, als je tegelijkertijdsubsidieregelingen stopt en dit niet goed verankert, dan behoud jedaarmee geen erfgoed.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we gekomen bij de volgende spreker: mevrouwRooderkerk namens D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. Goedemorgen allen hier aanwezig. Vandaag voeren wedit debat in een politiek vacuüm. Het kabinet is gevallen, de heleOCW-begroting is in onzeker vaarwater terechtgekomen en verderestilstand dreigt. Maar terwijl Den Haag zich naar binnen keert, gaat hetculturele leven door. Theaters openen hun deuren, makers repeteren,bibliotheken organiseren voorleesuurtjes. We gaan deze zomer weer eengeweldig festivalseizoen tegemoet. Op het podium, in de klas, in de wijk:daar gebeurt het. Het is het kloppend hart van de samenleving. Toch zienwe dat het fundament kraakt. Gemeenten balanceren op de rand van hetravijnjaar. De btw-verhoging had de sector nog verder in de problemengeduwd. Inmiddels is deze verhoging dankzij constructieve oppositiepar-tijen, waaronder D66 en andere partijen hier aanwezig, gelukkig van tafel.Het is D66 eerder gelukt om met de Minister extra geld te vinden voorjong talent in de jeugdorkesten en koren, en voor de ...De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk ...Mevrouw Rooderkerk (D66):... internationale subsidie van ITA.De voorzitter:Het is ook voor uw eigen belang. U mag uw zin straks opnieuwuitspreken, maar ik schors altijd als ik de lange bel hoor gaan, wantdegenen die dit debat op afstand volgen, kunnen het anders moeilijkverstaan. Voor degenen die hier voor het eerst zijn: dit is geen schoolbel,maar dit betekent dat het debat in de plenaire zaal, de grote zaal metblauwe stoelen, over enkele minuten gaat starten. Deze bel duurtongeveer een minuut. Het is zeker erfgoed; deze bel voelt al acht jaarvertrouwd. Ik geef het woord weer aan de D66-fractie.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik ga gewoon even verder. Ook zonder de eerdergenoemde maatregelenis de situatie nijpend. Toch kwam de Minister vandaag met lege handen.Geen brief, geen visie, geen zicht op structurele verbeteringen voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 5466 cultuursector. Neem de bibliotheken. Er ligt een wet, er ligt een zorgplicht,er ligt budget, maar uitvoering vraagt ook om investering van gemeentenen die ontbreekt op veel plekken door lagere inkomsten, geen geoormerktgeld en meer taken. Een concrete vraag: wat gaat de Minister doen omervoor te zorgen dat iedereen, ongeacht waar je woont, toegang heeft toteen bibliotheek?Voorzitter. Dan het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht: eencollectie van 350.000 objecten uit anderhalve eeuw onderwijsgeschie-denis, van de Mammoetwet tot de leesplank, met een kenniscentrum voorleraren en schoolklassen. Ik was er en ik was onder de indruk. Datmuseum dreigt nu te verdwijnen, omdat zowel het kabinet als degemeente Dordrecht bezuinigt. Wat zegt dat over ons als samenleving?We investeren terecht in een Nationaal Slavernijmuseum en eenHolocaustmuseum om belangrijke verhalen te bewaren. Hoe kunnen wehet museum dat ons laat zien hoe we die verhalen ooit leerden, in de klas,met beelden en woorden, dan zomaar laten verdwijnen? Dat raakt nietalleen onze geschiedenis, maar ook onze toekomst. Daarom mijn vragen.Is de Minister bereid om samen met OCW en de gemeente te zoeken naareen noodfonds of een overbruggingsregeling om het Onderwijsmuseumvoor Nederland te behouden? Is hij, wanneer dat eerste niet kan, bereidom mee te denken met het museum, zodat het kan blijven bestaan en decollectie behouden kan blijven, bijvoorbeeld door het ergens anders onderte brengen? Het NRO, ik doe maar een suggestie. Kan de Ministerdaarover meedenken?Voorzitter. D66 blijft zich inzetten voor een sterke stabiele cultureleinfrastructuur, voor een kaderwet cultuur, een langjarige subsidieperiodevan zes of acht jaar, meerjarige zekerheid, minder subsidieloterij, minderaanvragencircus en minder bureaucratie. Daarbij hebben wij veelaandacht voor het versterken van de positie van makers en cultuuredu-catie. Het advies van de Raad voor Cultuur ligt er. Mijn aangenomen motievoor een zorgplicht ofwel een wettelijk recht op cultuur ook. Door Kunsten’92 en andere culturele partijen is al uitgewerkt hoe die eruit kan komen tezien. Graag een reactie van de Minister. Hoe staat met de uitvoering vanmijn motie? Is hij bereid om samen met de Raad voor Cultuur en hetculturele veld de zorgplicht verder uit te werken, ook in demissionairestaat, en deze verkenning neutraal en voor het verkiezingsreces op televeren? Wat gaat hij doen ten aanzien van de structurele verbeteringenvoor de cultuursector?Tot slot. De culturele sector verdient geen stilstand maar duidelijkheid,geen wisselende politiek maar structurele waardering. Juist in de aanloopnaar verkiezingen zouden alle partijen kleur moeten bekennen: investerenwe in cultuur of niet? Voor D66 is het antwoord glashelder. Een land datzijn cultuur verwaarloost, is een arm land. In onze cultuur moeten we dusinvesteren, voor onze creativiteit, onze samenleving en onze democratie.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker en dat is de heer Krulnamens het CDA.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Als kind voer ik met mijn ouders vaak met de boot langs dejachthavens van het IJsselmeer. In Enkhuizen ga je dan natuurlijk naar hetZuiderzeemuseum en in Hoorn gingen wij vaak naar het WestfriesMuseum. Als kind van cultuurliefhebbende ouders was dat vaste prik.Voor mij was het Westfries Museum niet zomaar een museum, maar eenavontuur. Het is een venster op de rijke geschiedenis van die prachtigestad Hoorn en van die prachtige regio West-Friesland. Vandaag pleit ikvoor dat museum waar ik als kind zo vaak en zo graag kwam. Dat is voormij bijzonder. Het is meer dan een verzameling schilderijen en gebruiks-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 5467 voorwerpen. Het is een plek van herinnering, van verwondering en vanverbinding en het is een voorbeeld van hoe regionaal erfgoed levendig,toegankelijk en relevant gehouden wordt. De gemeente Hoorn, deprovincie Noord-Holland, particulieren, fondsen en vrijwilligers zijn al heellang bezig met het benodigde geld voor een broodnodige restauratie enonderhoud. Dat is knap. Ze zitten al op bijna 80%. Het enige dat ontbreektis dat laatste stukje rijksfinanciering en totdat dat gevonden is, is deheropening van dit museum onzeker. Deze Minister en ik hebben elkaarvaker tips gegeven als het om cultuur gaat en ik zou hem ook hier vanharte uitnodigen – in 2027 misschien niet meer als Minister, maar wieweet – om dit museum eens te bezoeken.Hoewel deze anekdote persoonlijk is, is het verhaal van het WestfriesMuseum niet uniek. Tal van prachtige culturele instellingen en beheerdersvan monumentaal erfgoed worstelen met het financieren van benodigdrestauratiewerk, van de Rivièrahal tot het Prinsenhof in Delft. Daarom mijneerste concrete vraag aan de Minister. Is de reeds aangekondigde regelingvoor restauratie van rijksmonumenten juist voor dit soort instellingen,instellingen als het Westfries Museum, de redding? En als dat niet zo is, isde Minister dan bereid om maatwerk te leveren, bijvoorbeeld vanuit deherbestemmingsregeling voor rijksmonumenten?Voorzitter. Vanuit deze ene plek in Hoorn verbreed ik naar het bredereerfgoedbeleid. We blijven even aan boord, want we gaan iets naar hetnoorden. Ik kan het niet zo goed als mevrouw Beckerman – daar ben ikmeteen heel eerlijk in – want wat een geweldig betoog voor ons maritiemerfgoed! Maar het klopt: de Rede van Texel was het Schiphol van dezeventiende eeuw. Dit was de plek waar honderden schepen lagen tewachten op gunstiger weer om een oversteek te maken, en een uniekeplek, omdat juist hier al die archeologische schatten, al die cultureleschatten, tot op heden goed geconserveerd zijn gebleven. Maar het dreigtnu toch echt te verdwijnen. Hoe gaan we dit behouden? En is de Ministerbereid, zoals de SP ook al terecht vroeg, om te gaan voor opgraven?Voorzitter. We spraken vaak over cultuur in termen van geld en gebouwen,maar het cement tussen al die stenen zijn de mensen: vrijwilligers houdenduizenden culturele initiatieven overeind. Die vrijwilligers raken steedsvaker verstrikt in formulieren, in regels en in ondoorgrondelijke aanvraag-procedures. De motie-Werner/Van Strien heeft het kabinet opgeroepen omjuist daarmee aan de slag te gaan. In de vorige voortgangsbrief werd eenzogenaamde klantreis aangekondigd. Dat is niet genoeg. Wat gaat hetkabinet nou structureel doen om procedures voor kleine organisaties,vaak vrijwilligersorganisaties, drastisch te vereenvoudigen?Voorzitter. Ook de toegankelijkheid wil ik niet onvermeld laten. We zijn blijmet de stappen die gezet worden met het Kennispunt ToegankelijkeCultuur. Tegelijkertijd vragen wij aandacht voor de implementatie van hetadvies van het Adviescollege Nederlandse Gebarentaal. Wanneer komt ereen plan voor de uitvoering van de acht aanbevelingen van dit college? Enhoe wordt de doelgroep daar zélf bij betrokken?Voorzitter. Cultuur is geen sluitpost. Het is geen luxe. Het is wat ons bindt.Van de grote concertzalen tot het kleine streekmuseum. Van een musicalin Carré tot het dorpskoor in Bovenkarspel. En ja, van het Rijksmuseum tothet Westfries Museum. Het CDA zal zich blijven inzetten voor een sterke,toegankelijke en diverse culturele infrastructuur in Nederland. Ik had hiergraag een mooie opmerking gemaakt of een paar vragen gesteld over eenander heel belangrijk onderdeeltje cultuur, namelijk het religieus erfgoed.Maar ik ga een cliffhanger plaatsen: ik heb mijn hoop gevestigd op deheer Stoffer vandaag, want daar heb ik geen tijd meer voor.Voorzitter. Ik ga afsluiten zoals ik begon. Ik keek als kind ademloos naarhet verleden van West-Friesland in dat prachtige museum aan de RoodeSteen. Als we niet voorzichtig zijn, als we nu niet iets doen, dan kan datverleden bijna niet doorgegeven worden aan een nieuwe generatie. Laathet Rijk dan het laatste stukje financiering voor al deze mooie instellingenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 5468 over de drempel helpen, zodat al die instellingen, ook later, op plekkenblijven waar kinderen verwondering ervaren, zodat geschiedenis tot levenkomt en cultuur blijft verbinden.Dank u wel.De voorzitter:Veel dank. Dan komen we bij de volgende spreker, de heer Koops, namensde NSC-fractie.De heer Koops (NSC):Dank u, meneer de voorzitter. Ter voorbereiding op dit debat is een grootaantal stukken aan ons verstrekt. We kunnen ook zien hoeveel initiatievener al zijn ontplooid door de Minister. Maar ik zet dat wel ook af tegen deinhoud van het hoofdlijnenakkoord, zoals dat door de inmiddels gevallencoalitie afgelopen zomer is gesloten. Daar komt het woord «cultuur» maarvier keer in voor. Alle vier de keren gaat het over het cultuurlandschap, eneigenlijk helemaal niet over waar we het hier met z’n allen over hebben. Ikstel dus vast dat het een ondergeschoven kindje lijkt te zijn voor degevallen regering. Dat moet een moeilijkheid hebben opgeleverd voor deMinister. Dat verklaart ook waarom tot nu toe alle sprekers eigenlijkgewoon bedelen om geld. Ook ik ga dat doen namens Nieuw SociaalContract in de vorm van een vraag. Als u het geld heeft, wilt u dat danalstublieft gaan uitgeven? En als u het niet heeft, wat gaat u daaraandoen? Dat laatste is een hele serieuze vraag.Daarmee kom ik aan de inhoud van die stukken. Ik beperk mij tot de meestverontrustende punten, want over cultuur kun je prachtige woordenuitspreken zoals door de voorgaande sprekers ook is gedaan.De voorzitter:Ik draag het voorzitterschap even over, want ik wil de heer Koopsinterrumperen.Voorzitter: RooderkerkDe voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan de heer Mohandis voor een interruptie.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dat overdragen van het voorzitterschap is af en toe net een ... Nee, geentoneelstuk.Ik heb een hele serieuze vraag aan de heer Koops, want de vraag die hijterecht aan de Minister stelt, is: hoe voelt de Minister zich nu het kabinetis gevallen? Hoe zit het met de potjes die nu wellicht wat minder dichthoeven te blijven? Wat wil NSC? Wat kon u niet in de afgelopenelf maanden, waarvan u hoopt dat het de komende elf maanden wel kan?De heer Koops (NSC):Ik ga niet op enigerlei wijze vooruitlopen op de vergaderingen vankomende week. Want die vergaderingen van komende week, dames enheren, zijn ook ontzettend belangrijk voor cultuur. Daar wordt eerstbesloten welke onderwerpen controversieel worden verklaard, duswaarbij het politiek niet mogelijk is om nieuw beleid te gaan ontwikkelen,en op welke onderwerpen we gewoon door kunnen. Als wij die lijst goedop het netvlies hebben, dus als we weten wat de komende tijd serieusverbouwd en verbeterd kan worden en wat niet, dan kan ik terugkomenop de vraag van het lid Mohandis. Dan zal ik die vraag ook met liefdebeantwoorden, of dat nou is in de gang of achter een microfoon. Daarovergaan we dan in conclaaf. Maar nu dus even niet.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 5469 Ik zal proberen om netjes te blijven, want ik ken de heer Koops als eenredelijke collega. U was ook niet bij het vorige cultuurdebat, dus ik ga nietzeggen dat we de vorige keer van alles hebben besproken en u het dusallemaal had kunnen weten. Maar er spelen natuurlijk best wat prangendeonderwerpen. Denk bijvoorbeeld aan de positie van de bibliotheken. Wehebben een hele brief gehad over de achterstanden bij de restauratie vanerfgoed. Ik kan nog wel even doorgaan. Ik kan me niet voorstellen dat deNSC-fractie niet één prioriteit heeft voor de komende maanden, waar hetextra gas op wil geven gezien alle noden in de cultuursector. Vaststaat dater in de afgelopen elf maanden heel weinig is gebeurd. We hebbenallemaal heel veel spreektijd «verspild», overigens terecht, aan dievermaledijde btw-verhoging die inmiddels van tafel is. We hebben inelf maanden welgeteld drie debatten met het missionaire kabinet-Schoofgehad. Het is heel veel gegaan over een maatregel die er nooit isgekomen, en waarvan ik zelf denk dat de Minister daar stiekem heel blijmee is, omdat hij het zelf ook vreselijk vond. De vraag nu is wat NSC welwil. Wat heeft prioriteit? Waar moeten we nu extra geld aan besteden? Deheer Stoffer heeft de vorige keer veel aandacht gehad voor religieuserfgoed. Zo heeft iedereen zijn prioriteiten. Ik verwacht op dat vlak ookiets van de NSC-fractie.De heer Koops (NSC):Het is zo’n schitterende uitnodiging, mevrouw de voorzitter, om allerleidingen te zeggen die ik graag zou willen en die de fractie van NieuwSociaal Contract wil. Het partijprogramma dat we in elkaar hebben gezetvoorafgaand aan de vorige verkiezingen laat geen enkel misverstandbestaan over wat wij belangrijk vinden in en aan het cultuurbeleid. Maarzodra de vraag op deze manier op tafel wordt gelegd, moet ik denken aanal die andere vlakken waarop er simpelweg een tekort aan geld is.Allemaal. Of je het nou hebt over het gevangeniswezen, waar dingen echthelemaal mislopen, of dat je het hebt over de sociale advocatuur, waardingen echt helemaal mislopen: er zijn allerlei basisvoorzieningen waarecht de meest vreselijke beslissingen moeten worden genomen. Ook in decultuursector is het met name het afwenden van rampen, wat in deafgelopen tijd is gebeurd. Dat verklaart ook de inhoud van dit debat enook de vraag van, ik denk, iedereen hier: wat gaat de Minister doen methet geld dat hij heeft? Waar ziet hij ruimte om extra in te investeren? Enhoe ziet hij dat voor zich? Die vraag moet ik op die manier neerleggen bijde bewindslieden die op dit moment daarover gaan. Voor het overigeloop ik niet vooruit op datgene wat mijn fractie op dit moment voor ogenheeft aan veranderingen en concrete verbeteringen. Dat ga ik gewoon nietdoen. Ik heb dus wel mijn lijstje met dingen die ik, en dus Nieuw SociaalContract, op dit moment belangrijk vinden. Gewoon vandaag al, omdat ikvind dat daar vandaag al aandacht voor moet zijn. Laten we die volgordeniet door de war gaan halen. Ik zeg dit overigens met het grootste respectvoor de serieuze vragen die door het lid Mohandis naar voren wordengebracht.Voorzitter: MohandisDe voorzitter:Ik neem het stokje over van mevrouw Rooderkerk. Ik ben nu weervoorzitter. De interrupties van de heer Mohandis zijn nu geweest. Nu gaanwe luisteren naar een interruptie van mevrouw Beckerman aan NSC.Mevrouw Beckerman (SP):Ik ga het wat positiever proberen. De heer Koops zegt: andere woord-voerders bedelen om geld. Wij bedelen niet om geld; de Kamer heeft hetbudgetrecht. Dat is een cruciaal punt: de Kámer heeft het budgetrecht. Zijzijn demissionair, wij niet. Dat is een belangrijk verschil. Wij hebben deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54610 komende tijd heel veel mogelijkheden. Natuurlijk heeft de heer Koopsvolledig gelijk: op heel veel beleidsterreinen liggen hele grote uitdaging.Maar mijn vraag gaat natuurlijk over het maritieme erfgoed. Ik ben heelblij met de steun die ik van de Kamer heb gekregen voor een motie overeen reddingsplan voor maritieme archeologie. Van de Rijksdienst voor hetCultureel Erfgoed liggen er nu twee hele mooie plannen. Ik ben benieuwdof de heer Koops verder wil gaan dan de Minister nu doet. Ik ben blij metde inzet van de Minister, maar vraag hem om verder te gaan en echt tekomen met een reddingsplan voor het Palmhoutwrak en het wrak bij deRede van Texel.De heer Koops (NSC):Laat ik vooropstellen dat ik niet alleen uw betoog prachtig vond, maar ookde inhoud daarvan. Dat is het uitgangspunt. Al bent u van de SP, ik gadaar geen woord van terugnemen, zal ik maar zeggen. Verder dank ik uook voor het hele korte lesje parlementair staatsrecht, maar het is mijnatuurlijk heel erg welbekend waar het budgetrecht ligt. Als ik het hebover bedelen, dan heb ik het specifiek ook over vandaag en dus over debegroting die we vandaag behandelen. Als we het hebben over deslotwetten en over de verantwoording die moet worden afgelegd over debegroting en de besteding daarvan in 2024, dan is dit debat vandaag daarniet het juiste moment voor. Als je het gaat hebben over de besprekingvan de Voorjaarsnota, denk ik dat daar beslist dingen over gezegd kunnengaan worden, maar dat doe ik hier niet. Dit debat is echt bedoeld om tekijken wat de Minister kan doen met de vragen die vandaag op tafel liggenen wat hij daar vandaag op kan antwoorden. Dat is natuurlijk ook inafwachting van ontwikkelingen die eraan komen, zoals de begrotingsbe-sprekingen van het najaar.Mevrouw Beckerman (SP):Het is natuurlijk goed om te horen dat de heer Koops, ondanks dat ik vande SP ben, mijn betoog onderschrijft. Laten we het even hebben over dieinhoud. Het gaat niet alleen over wat de Minister straks antwoordt, wantde Minister zit misschien wel in een lastigere positie dan wij als Kamer.Dus even puur op inhoudelijke gronden: wat vindt de heer Koops, vraag ikvia de voorzitter, van het rapport van de RCE waarin ze dat prachtigescenario schetst voor het Palmhoutwrak of een van de andere wrakken opde Rede van Texel? Opgraven zorgt daar niet alleen voor wetenschappe-lijke kenniswinst, maar ook voor winst voor de samenleving. Het zorgt erniet alleen voor dat we ons internationaal mooi kunnen positioneren,maar ook dat we heel veel kennis kunnen opdoen voor toekomstigmaritiem onderzoek. Die kennis zal in een veranderend Nederland, zowelin het binnenland als op zee, ook nodig zijn. Hoe heeft de heer Koops datrapport gelezen? Hoe ziet hij dat scenario voor zich? Zou hij, ook alsKamerleden gezamenlijk, daarin stappen willen zetten?De heer Koops (NSC):Ik heb dat rapport net zo gelezen als mevrouw Beckerman. Dat kan haastniet anders, want het is een uitstekend rapport. Daar ben ik het gewoonvolledig mee eens. Het is doorwrocht en het is op een goede manierafgestemd, ook bestuurlijk. Dat is allemaal helemaal waar. Ik moet ookdenken aan een discussie die we hebben gehad over de Archiefwet. Zeerzeker. Daar sluit dit als het ware bijna op aan. De echte vraag hier gaatover het budgetrecht. Daar heeft mevrouw Beckerman het over. Het gaatniet over de kwaliteit van het plan. Daar kan geen misverstand overbestaan aan deze tafel. Ik zou van mijn stoel vallen als iemand zegt dat heteen slecht rapport of een slecht plan is. Uiteindelijk komt het dan tochweer terecht op het geld. Die vraag kaats ik vandaag keihard door naar deMinister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54611 De voorzitter:Helder, u blijft bij uw punt. Een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Vooral een uitnodiging richting de heer Koops. Hij gaat nog een heleinbreng houden met waarschijnlijk allerlei verborgen culturele schatten enwensen waar wij al heel erg of misschien wel minder enthousiast vanworden. Maar toch even: ik vind de argumentatie gewoon moeilijk tevolgen. Enerzijds wordt er tegen de Minister gezegd: als hij het geld heeft,wil hij het dan uitgeven? Nou, we weten dat hij het geld niet heeft. En: alsde Minister het niet heeft, wil hij het dan zoeken? Dat terwijl de Kameruiteindelijk het budgetrecht heeft. Ik begrijp dat de heer Koops niet hetdebat over de Voorjaarsnota gaat doen. Dat wordt volgende week in deplenaire zaal gehouden. Maar toch, volgens mij is er niks mis metaangeven wat de inzet is van NSC. Wat vinden zij belangrijk vinden? Waarwillen zij geld voor regelen? Die terughoudendheid begrijp ik niet zo goed.Dat niet alles zal lukken begrijp ik wel. Maar ik ben heel benieuwd wat dande inzet is van NSC om, als het om cultuur gaat, ook een beetje extra geldte vinden. Ik ben ook bereid om dat aan te geven. Ik weet ook niet of datgaat lukken. Dit schroom mag er volgens mij best even vanaf.De heer Koops (NSC):Het is als het ware een uitnodiging om een inbreng te doen. Daar was ikeigenlijk net aan begonnen. Dus laten we daarmee beginnen.Kijk, wat ik het nuttige vind van een debat zoals dit, is dat er door elk vande partijen naar voren wordt gebracht wat er voor die partij op ditmoment het meeste prangend lijkt. Vervolgens moeten daar keuzes inworden gemaakt, omdat het nu eenmaal zo is dat we hier in schaarsteleven en dat we dus niet alles kunnen gaan regelen. Pas op het momentdat al die verschillende stukjes van al die verschillende partijen naar vorenzijn gebracht, kan je een goede afweging maken van wat acuut moetgebeuren, waar acuut het geld dat nu beschikbaar is, aan moet wordenuitgegeven. Er is een lange reeks aan onderwerpen die op zichzelfallemaal een investering verdienen. Dat is de achtergrond waartegen ikmijn punten heb verzameld en nu graag ook naar voren breng.De voorzitter:Ik vraag de heer Koops om zijn betoog te vervolgen.De heer Koops (NSC):Dan moet mijn laptopje inmiddels weer opstarten. Ik ben hierdoorenigszins van mijn ... Ja, hier was ik. Het eerste onderwerp dat ik graagaan de orde stel, betreft de monumentenzorg. De monumentenzorg is eenonderwerp binnen de Erfgoedwet. De Erfgoedwet is geëvalueerd. Er zijnplannen ter verbetering voor gemaakt en er is geconstateerd dat er sprakeis van gebrekkige interbestuurlijke afstemming tussen provincies engemeentes. Dat onderwerp is zó ontzettend belangrijk, omdat hetravijnjaar eraan zit te komen en omdat alle gemeentes krap zitten. Dan isde grote vraag hoe het Rijk bij kan springen op de punten die daar hetmeest wezenlijk in zijn. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan bibliotheken,gewoon letterlijk de toegang tot bibliotheken en daarmee tot de geschie-denis en identiteit van Nederland, die misschien niet moet wordenovergelaten aan de gemeentes zelf. Terugkomend op de monumen-tenzorg: we hebben hier in Nederland een nijpend woningtekort. Metname bij de monumentenzorg en de Wet ruimtelijke ordening zijn eenaantal barrières opgeworpen. Er moet een afweging worden gemaakttussen bouwen enerzijds en respect voor wat er al is aan monumentenanderzijds. De vraag is of daar in dit tijdsgewricht voldoende aandachtvoor bestaat. De vraag aan de Minister is hier: in hoeverre wordt bij deinrichting van monumentenzorg rekening gehouden met de telkensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54612 toenemende behoefte aan nieuw te bouwen woningen in al diegemeentes?De voorzitter:U heeft een paar interrupties, meneer Koops. Ik begin bij mevrouwRooderkerk; die was als eerst. Daarna mevrouw Van der Velde.Mevrouw Rooderkerk (D66):De heer Koops stipt terecht het ravijnjaar aan, waar veel gemeentes meete maken krijgen. Wethouders zijn er al mee bezig en gaan met elkaar inonderhandeling over hoe ze dat gaan oplossen, want ze komen heel veelgeld tekort. Dat is in eerste instantie natuurlijk al iets waar wij tegen zijn.Die wethouders kijken dan welke wettelijke taken zij hebben: zorgen voorjeugdzorg, zorgen voor woningen en zo zijn er meer wettelijke taken.Cultuur valt daar dan vaak buiten, omdat dat niet wettelijk geborgd is. Datis de reden dat ik in een eerder debat een voorstel heb gedaan voor eenwettelijk recht op cultuur, een zorgplicht voor cultuur, net zoals we die nuhebben voor bibliotheken, om ervoor te zorgen dat dat niet het kind vande rekening wordt en dat dat ook behouden kan blijven. Ik ben benieuwdof de heer Koops dat ook vindt. Het is bij meerderheid aangenomen, maarhet moet wel ook worden uitgevoerd. Daarvoor kijk ik natuurlijk ook naarde Minister. Ik hoop de heer Koops, met zijn achtergrond als jurist, aanmijn zijde te vinden, om te zeggen: als we het geld niet nu op de plankhebben liggen, laten we er dan in ieder geval voor zorgen dat we hetwettelijk goed regelen, zodat we in de toekomst niet weer in een situatiekunnen belanden met zo’n nijpend probleem voor de cultuursector.De heer Koops (NSC):Dat is nou echt een heel erg goede vraag, een goede interruptie ook. Ik gahem vertalen naar een vraag aan de Minister: hoe wordt de zorgplichtvoor cultuur concreet vormgegeven op een manier die zo robuust is dateconomische ontwikkelingen er niet toe leiden dat de cultuur het kind vande rekening wordt en er niet toe leiden dat er op het moment dat er wordtbezuinigd als eerste wordt bezuinigd op cultuur, met name gelet op diezorgplicht? Wat wordt daar de concrete invulling van? Want daarbij gaatdat budgetrecht, dat mevrouw Beckerman al noemde, vervolgens een rolspelen. Kortom, kan dat zo concreet mogelijk worden ingevuld? Wat zijndaar de plannen van de Minister bij? Ten overvloede: ik hoop dat ik nuvoldoende gezegd heb dat ik me dus schaar aan de zijde van D66 als hetgaat om de invulling van die zorgplicht. Dat voorstel is terechtaangenomen.De voorzitter:Wilt u nog een keer, mevrouw Rooderkerk? Ja, wel?Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik ben heel blij dat hij dat zegt en beaamt. Ik heb brede steun in de Kamerhiervoor gemerkt, dus we wachten dan inderdaad op het antwoord van deMinister daarop. Ik had daar eigenlijk ook al stappen op willen zien. Datgaf ik ook aan in mijn bijdrage. Ik weet namelijk dat er in het culturele veldheel veel mensen zijn die er met heel veel plezier en urgentie aan willenwerken. Ik hoop echt dat we deze periode nog voor elkaar kunnen krijgendat we niet alleen allerlei bezuinigingen tegenhouden, maar ook zorgenvoor daadwerkelijke wettelijke verankering van cultuur in de toekomst.Mevrouw Van der Velde (PVV):Allereerst een verhelderende vraag, want ik snapte eigenlijk niet helemaalwaarom de heer Koops de bibliotheek er op deze manier bij betrok. Watprobeerde u daar nou mee te zeggen? Zou u dat misschien kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54613 samenvatten in een korte, bondige zin, zodat ik in ieder geval mijnvolgende interruptie daar goed op aan kan passen?De voorzitter:Is uw vraag wat het standpunt over de bibliotheken is?Mevrouw Van der Velde (PVV):De vraag is: wat had dat te maken met de rest van het verhaal? Ik snapteniet helemaal goed waarom dit erbij betrokken is.De voorzitter:Oké. De heer Koops.De heer Koops (NSC):Ik zal mevrouw Van der Velde nageven dat ik waarschijnlijk mijn ene zin intwee zinnen had moeten zeggen. Ik vind dat er in feite van alles moetgebeuren voor de monumentenzorg, waaronder dat daar bij de verbe-tering van de Erfgoedwet goed op wordt gelet, met name als het gaat omhoe je ervoor zorgt dat die monumenten gehandhaafd blijven en hoesubsidies worden aangevraagd. Punt. En dan mijn tweede zin: daarnaastben ik van mening dat bibliotheken specifieke aandacht verdienen, gezienhet ravijnjaar dat eraan komt en de algehele schreeuw om geld bijgemeentes, bij lagere overheden. Dus de twee punten die ik maakte en alshet ware verhaspelde, zijn wel twee separate punten die op zichzelf niksmet elkaar te maken hebben.De voorzitter:Wilt u daar dan nog op doorgaan of laat u het even?Mevrouw Van der Velde (PVV):Dan sluit de vraag die ik had hier eigenlijk niet op aan, maar laat ik danzeggen dat de Bibliotheekwet nog ter behandeling zou moeten komen. Alshet goed is, gaan we nog kijken of dit doorgang gaat vinden. Dus daar kande heer Koops dan zijn ei waarschijnlijk wel kwijt, zeg ik als mede-rapporteur, samen met de heer Mohandis. Mijn vraag aan de heer Koopsis dan eigenlijk het volgende. Hij zegt nu dat woningbouw belangrijk is endat we het erfgoed daar niet per se op voor moeten laten gaan. Wat voorkaders zouden de heer Koops en de fractie van NSC graag zien om ervoorte zorgen dat die woningbouw dan doorgang gaat vinden? Ik hoor deKoops nu heel veel bij de Minister neerleggen, maar de fractie van NSCheeft natuurlijk ook wensen. Ik hoor van de heer Koops graag wat NSCwil.De heer Koops (NSC):Je moet er altijd voor zorgen dat je geen woorden in de mond wordengelegd, zeker bij lange interrupties. Hier worden mij de woorden in demond gelegd dat ik woningbouw belangrijker vind dan cultureel erfgoed.Die woorden heb ik niet uitgesproken. Die meen ik ook niet. Dat is niet zo.Alleen zie ik daar een vorm van wringen, van twee waarden die allebeizeer wezenlijk zijn en waarvan je er niet eentje mag laten voorlopen op deandere. Bij cultureel erfgoed gaat het erom dat je iets wil beschermen totin de verre, ongewisse toekomst. Dat is iets wat gewoon behouden moetblijven en waar je dus met je vingers van af moet blijven. Woningbouw ishet grootste probleem van heel Nederland op dit moment, waar zo hardmogelijk aan moet worden gewerkt, zij het niet door deze Minister. Maarbij de inrichting van monumentenzorg moeten we gewoon rekeninghouden met het simpele feit dat de schreeuw om extra bouwen van allekanten luider en luider zal worden en dat regels maximaal zullen wordenopgerekt om dat bouwen voor elkaar te krijgen, al dan niet gestimuleerddoor gemeentes, projectontwikkelaars en noem maar op. In het lichtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54614 daarvan verdient monumentenzorg extra aandacht. De vraag aan deMinister is hoe hij die extra aandacht, en dus ook extra bescherming, in detoekomst vorm zal geven in zijn beleid.De voorzitter:Oké, gaat u dan door ... O, mevrouw Van der Velde wil nog iets zeggen.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dat was geen antwoord op mijn vraag, want nu wordt de bal wederom bijde Minister neergelegd, maar ik hoor graag welke kaders NSC zelfdaaraan zou geven. Ik wil dus niet horen wat de Minister wil doen omervoor te zorgen dat dat lukt, maar wat NSC graag ziet gebeuren, zodathet volgens NSC gaat lukken. Ik hoor graag hoe de heer Koops daaroverdenkt.De voorzitter:De heer Koops, tot slot.De heer Koops (NSC):Nieuw Sociaal Contract heeft altijd gestaan voor een verbetering van deomgang tussen burger en overheid. Als het gaat over monumenten, overhet krijgen van subsidies voor monumenten, over het onderhoud ervan enover de verantwoordelijkheid ervoor is er een regeldichtheid die zoingewikkeld is dat daar iets aan moet worden gedaan. De visie van NieuwSociaal Contract is dat de regeldichtheid ten aanzien van het behoud vanmonumentenzorg en de regels waar je je dan aan moet gaan houdenafneemt, met behoud van hetzelfde eindresultaat, namelijk de monumen-tenzorg. Dat is in ieder geval één aspect ervan. Het tweede aspect isvanzelfsprekend dat wij willen zien dat archaïsche regels niet in de wegworden gelegd van nieuwe woningbouw, omdat die woningbouw noueenmaal even belangrijk is, al is dat niet het onderwerp van dit debat. Ikziet het als een gevaar dat in de verte opdoemt, terwijl de beschermingvan monumenten veel te ingewikkeld is gemaakt door de regeldichtheid.Die regeldichtheid moet worden aangepakt. Tot zover de visie van NieuwSociaal Contract op dit moment. Mijn vraag aan de Minister blijft staan.De voorzitter:Oké. Ik vraag u om uw betoog nu gewoon verder af te ronden. U heeftnog ruim een minuut.De heer Koops (NSC):Als ik één minuut heb, dan besteed ik daarvan vijftien seconden aan hetOnderwijsmuseum. Dat heeft een collectie die beslist bewaard moetblijven, kennelijk met een businessmodel dat, ongeacht de kwaliteit dieaan het museum wordt toegedicht, onvoldoende is om zichzelf tebedruipen. De vraag is hoe om te gaan met de collectie van het museumen of we die op een andere manier aan kunnen bieden. Dat zie ik in hetlicht van het naderende faillissement.Mijn laatste opmerking betreft iets heel anders, namelijk het RAAP-arrest.Dat gaat over het geld dat je moet betalen op het moment dat je muziekvan buiten de EU hier in Nederland wilt gaan afdraaien, bijvoorbeeldAmerikaanse muziek, met Trump aan de macht. Ik zie dat de Europeseregelgeving tekort is geschoten. De EU heeft zichzelf de bevoegdheidtoegedicht om regels te maken over reciprociteit, bijvoorbeeld dat je zegtdat je, als je Nederlandse muziekuitingen zoals dj Tiësto in Amerika hebt,dan ook muziek vanuit Amerika hier kan gaan draaien. Daar zijn vragenover gesteld aan de Europese Commissie, maar die vragen zijn nog nietbeantwoord. Mijn vraag is hoe het er nu voor staat. Is er enig verschil inde aanpak van de Minister, in het licht van het feit dat meneer Trump nuaan de macht is, die alleen maar meer en meer vormen van geld zalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54615 vragen van de EU? Wij staan daar als Nederland intussen machteloostegenover. Dat kan niet. De vraag is dus of daar wel voldoende urgentievoor wordt gevoeld en wat daar nu concreet mee wordt gedaan.Voor nu laat ik het nu bij deze opmerkingen.De voorzitter:Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouwVan der Velde namens de PVV.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel, voorzitter. Laat ik gewoon weer beginnen bij cultuursubsidies.Zoals iedereen in deze zaal wellicht wel weet, is de PVV tegen cultuursub-sidies. Wij zien ze het liefste verdwijnen. Maar zolang ze er zijn, moet hetwel eerlijk gebeuren. Daarom heb ik bij een vorig debat samen metcollega Van Zanten een motie ingediend voor een betere spreiding van decultuurgelden over de regio. Die motie is toen breed aangenomen. Nustelt de Raad voor Cultuur voor om subsidies niet vier, maar acht jaar toete kennen. Daarmee sluit je de deur voor nieuwe instellingen en blokkeerje dus elke kans op een betere spreiding. De gevolgen zijn nu al zichtbaar.Hier heb ik het al uitvoerig over gehad. Opera Zuid gaat deze BIS-periodewaarschijnlijk niet eens doorkomen, laat staan hoe dat zou zijn geweestals die BIS-periode acht jaar was geweest.Is er een interruptie?De voorzitter:Dat bepaal ik.Mevrouw Van der Velde (PVV):O, oké. De wens leeft, voorzitter. Sorry.De voorzitter:Als er een vinger wordt opgestoken, kijk ik altijd even wanneer hetzinnetje wordt afgemaakt.Mevrouw Van der Velde (PVV):Mijn zinnetje was af.De voorzitter:Oké. Dan is het woord aan de heer Krul.De heer Krul (CDA):Het betoog begon met de stelling dat de PVV eigenlijk van alle cultuursub-sidies af wil, maar nu maakt de PVV zich ineens heel erg zorgen om hetvoortbestaan van Opera Zuid. Dus ik ben benieuwd of we nou van allecultuursubsidies af willen, dus ook van Opera Zuid en van Prinsenhof, ofniet.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik ben hartstikke blij met die vraag. Ik geloof dat ik bij elk cultuurdebat totop heden heb gezegd dat wij het liefst alle cultuursubsidies zienverdwijnen, maar op dit moment zijn ze er en zijn ze niet eerlijk verdeeld.Door de cultuursubsidies die er op dit moment liggen, gaat Opera Zuid opden duur gewoon verdwijnen binnen deze vier jaar. Mag ik mijn antwoordeven afmaken voordat iedereen eroverheen gaat vallen? Ik vind dat prima,want dan kan ik er alleen maar meer over zeggen en daar word ik alleenmaar blij van. Ja, wij zien het in de toekomst het liefst volledigverdwijnen, maar ik snap ook dat wij hier met meerdere partijen zitten endat niet iedereen er zo in staat als wij. Dus hoewel de PVV het liever zietverdwijnen, kan ik ook goed inzien dat dat waarschijnlijk niet gaatgebeuren. Wat gaat er dan gebeuren? Die subsidies blijven en dan moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54616 ze op een eerlijke manier verdeeld worden. Die regionale spreiding, waarwij eerder dus al een breed aangenomen motie over hebben ingediend,moet gewoon goed zijn. Dat is die nu niet. Om terug te komen op het puntvan de heer Krul: wij zien Opera Zuid liever voortbestaan. Daar heeft dePVV ook al eerder voor gepleit met een motie van de heer Bosma in 2016,die toen ook breed gedragen is aangenomen en Opera Zuid toen wel heeftgered. Ik zie dat het liefst weer gebeuren, want wat er nu is, moet gewoonkunnen blijven bestaan.De heer Krul (CDA):Dat is dan toch een cultuursubsidie?Mevrouw Van der Velde (PVV):Nee, want we hebben gepleit voor een herverdeling van deze subsidies.We hebben deze Minister ook gevraagd om Opera Zuid een groter stuk tegeven van deze subsidies, van deze ronde. U weet met z’n allen dat dePVV toen natuurlijk gebonden was aan het coalitieakkoord. Die tijd is nuvoorbij.De heer Van der Burg (VVD):Hoe stelt de PVV zich dat voor? Want u wil dat alle culturele instellingenbehouden blijven, maar dan zonder subsidie. Moeten Henk en Ingrid danopeens kostendekkende tarieven gaan betalen? Hoe stelt u zich dat voor?Mevrouw Van der Velde (PVV):Wij zijn voorstander van marktwerking op dat stuk. Je moet ook eenbeetje je eigen broek kunnen ophouden. Maar ja, op dit moment zijn erinstellingen die wél subsidie krijgen. Opera Zuid is een voorbeeld van ietswat wij wél graag zien overleven. Ik moet tegen de heer Van der Burgzeggen dat Henk en Ingrid ook van opera kunnen houden. Op dit momentzijn de tarieven bij Opera Zuid niet heel hoog. Henk en Ingrid kunnen daarnu ook naartoe. Ik zie niet in hoe het een probleem zou zijn als dat eentientje duurder wordt.De voorzitter:De heer Van der Burg nog, in tweede instantie?De heer Van der Burg (VVD):Het is bijzonder dat de PVV denkt dat als je alle subsidies in Nederlandvoor de kunst- en cultuursector afschaft, theater dan een tientje duurderwordt. Maar dat laat ik even voor wat het is. Gelukkig levert de PVVvoorlopig geen Minister, op welke portefeuille dan ook.Dat gezegd hebbende, u geeft aan dat Opera Zuid moet blijven. Eén. Hoestelt u zich dat concreet voor? Twee. De PVV zei: dit willen we wélbehouden. Zou u ook kunnen aangeven, voor de mensen die hier zitten,wat wat u betreft morgenochtend mag ophouden te bestaan?Mevrouw Van der Velde (PVV):Dat is zo’n lange lijst, meneer Van der Burg, dat ik die niet eens uit m’nhoofd weet, om heel eerlijk te zijn.De heer Van der Burg (VVD):Noem er gewoon eens vijf, zes of zeven!Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik zal dit even voor u op moeten zoeken, want ik weet ze niet eensallemaal uit mijn hoofd. Daar wil ik straks prima op terugkomen; dat vindik geen probleem. Maar ik wil er even bij zeggen dat ik de heer Van derBurg vrij denigrerend vind overkomen. Ik vind het jammer dat hij dePVV-ministers erbij betrekt. Het zijn ondertussen oud-Ministers; ze zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54617 weg. Ik kan natuurlijk ook tegen de heer Van der Burg zeggen, via devoorzitter, dat het fijn zou zijn als er straks geen VVD-ministers meerkomen. Want als we naar de peilingen kijken, dan zien we dat de VVD hetook niet heel erg lekker doet. Laten we dus alsjeblieft niet die kant opgaanvandaag.De voorzitter:Wat u net beiden heeft gezegd, vind ik prima passen in dit debat. Ikconstateer dit. Ik ben scherp op persoonlijke feiten en dat soort dingen,maar volgens mij was dit binnen de lijntjes. Ik draag het voorzitterschapeven over aan mevrouw Rooderkerk. Het is af en toe verwarrend voor dekijkers, maar ik wil toch een vraag stellen.Voorzitter: RooderkerkDe voorzitter:Er is een interruptie van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch nog even ingaan op het volgende. Ik begrijp het tweede stukvan het betoog van mevrouw Van der Velde, waarin ze zegt «het is er toch,dus we willen wel herverdelen» en «Opera Zuid moet openblijven». Uheeft dan een hele wensenlijst. Maar u gaat iets te makkelijk voorbij aanhet eerste deel, waarin u zegt dat de PVV het liefst geen cultuursubsidiesheeft. Het is namelijk een valse veronderstelling dat cultuursubsidies naarniches zouden gaan, waar de PVV politiek gezien misschien niks meeheeft. Dat mag natuurlijk, want we hebben allemaal onze smaken endingen. Maar heel veel cultuursubsidies gaan gewoon naar het restau-reren van panden en gebouwen, naar de Nederlandse trots, zou ik willenzeggen. Pleit de PVV ervoor – u neemt dat standpunt namelijk in – omhelemaal geen subsidies te hebben, ook niet voor ons cultureel erfgoed?Ik wil daar een heel concreet antwoord op.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dat vind ik eigenlijk wel een goede vraag van de heer Mohandis. Wij zijnvoor het behoud van cultureel erfgoed. Daarin maken wij inderdaad eenonderscheid.Voorzitter: MohandisDe voorzitter:Ik neem het voorzitterschap weer over. Ik zag de heer Koops nog. Wilt ude PVV nog interrumperen, ja of nee? Ik zag uw vinger net.De heer Koops (NSC):Nee, volgens mij is het punt nu wel gemaakt. Dus nee.De voorzitter:Dan gaan we door met het betoog van mevrouw Van der Velde.Mevrouw Van der Velde (PVV):Voorzitter. Dan kom ik even terug op die motie die ik samen met mevrouwVan Zanten heb ingediend. Sorry, ik ben ’m even kwijt.De voorzitter:Dan doen we nog een interruptie van mevrouw Rooderkerk, D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik zat nog even na te denken over het statement dat de PVV wel voorcultureel erfgoed is. Dat is dan wel winst uit dit debat, denk ik. Ik hebTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54618 natuurlijk een groot pleidooi gehouden voor het Onderwijsmuseum. Daarbevindt zich heel veel cultureel erfgoed over de geschiedenis van onsonderwijs. Ik vroeg me af of mevrouw Van der Velde zich dan ook in wilzetten voor het behoud daarvan.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dat is een goede vraag. Ik heb begrepen dat vooral schoolklassen naar ditmuseum gaan. Als het museum nu niet lekker draait, wat ik ook begrepenheb, dan is het wellicht zaak om te kijken of dat museum op een anderemanier toch bij de mensen kan komen. Dat is wellicht niet als reguliermuseum maar meer als een rijdend stukje erfgoed, al dan niet op demanier waar de heer Stoffer het zo meteen waarschijnlijk over gaathebben. Daar liggen wellicht kansen. Maar dan moeten we, denk ik,breder kijken dan de vraag: gaan we sec bekijken of het zin heeft om eengebouw te behouden? Het is gewoon een stuk geschiedenis. Het zou fijnzijn als daar wel over onderwezen kan worden.De heer Stoffer (SGP):Ik hoor eigenlijk naar aanleiding van heel veel interrupties best een aantalmooie dingen naar boven komen. Mijn vraag is: gaat het de PVV nietzozeer om de hoogte van het bedrag dat uitgekeerd wordt vanuit derijksoverheid aan cultuur, maar meer om de aanwending daarvan? Ikbedoel dat het gaat om waar het uiteindelijk terechtkomt en welke cultuurwe wel en welke we niet subsidiëren.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dat vind ik ook een goede vraag. Dan kom ik toch weer een beetje terugbij wat ik tegen de heer Mohandis heb gezegd. Wij maken wel onder-scheid tussen dat culturele erfgoed en de subsidies die bijvoorbeeld gaannaar ... «Ballet», hoor ik. Daar hebben we ook eerder dingen overgeroepen, ja; dat kan ik alleen maar toegeven! Dus ja, daar maken wij weldegelijk onderscheid in. Hoe dat aangewend wordt, vinden wij belangrijk.Dat klopt.De voorzitter:De heer Van der Burg. Ja, u mag nog.De heer Van der Burg (VVD):Begrijp ik nu goed dat de PVV over erfgoed zegt «oké, daar kan in iedergeval geld voor worden uitgetrokken door de overheid», en dat dit ookkan als het gaat om vertellen over de geschiedenis van Nederland, zoalsbijvoorbeeld bij het Onderwijsmuseum? Geldt dat dan ook voor anderemusea die gaan over geschiedenis? Ik denk bijvoorbeeld aan Willem vanOranje, Prinsenhof; zou dat dan wel kunnen? Ziet het «wij willen geenkunst- en cultuursubsidies» meer op uitvoeringen dan op de musealefunctie?Mevrouw Van der Velde (PVV):Niet helemaal. Wij zien ook gewoon dat er musea zijn die in de basis welhun eigen broek zouden kunnen ophouden, maar dat gewoon niet doen.Er wordt dan heel veel geld uitgegeven aan zaken die in onze optiekminder belangrijk zijn. Dan gaat het niet per se over het vertellen van degeschiedenis. Er zijn ook heel veel tentoonstellingen met bijvoorbeeld –het moet maar net je smaak zijn – moderne kunst. Sorry, dat vinden wijtoch minder belangrijk dan dat culturele erfgoed. Als er heel veel gestokenwordt in bijvoorbeeld die moderne kunst, en een museum daardoor in deproblemen komt omdat het met de budgettering in de knel komt, danvinden wij dat een kwestie van prioriteren binnen dat museum. Danmoeten ze zelf zorgen dat ze kunnen doorgaan in plaats van dat het weerligt aan het geld voor dat stukje geschiedenis en erfgoed.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54619 De voorzitter:Het zou uw laatste interruptie zijn, meneer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):Ik bewaar ’m nog even.De voorzitter:Dan gaan we door. Meneer Koops wil nu wel interrumperen?De heer Koops (NSC):Eerst haak ik aan op de woorden «moderne kunst». Alle kunst die ooitgemaakt is, was modern ten tijde van het maken ervan. Laten we datvooropstellen. We mogen heel blij zijn dat ondanks de benoeming«moderne kunst» dat spul bewaard is gebleven tot aan nu en we daardoornu een collectie hebben die tot eeuwen terug reikt. Dat is één.Mijn interruptie ziet meer op de collectie van het Onderwijsmuseum. Hetvolgende zit mij echt dwars, even zonder enig gedoe met vliegenafvangen. Die collectie loopt gevaar. Dat dit museum sluit, dat het zichzelfniet kan bedruipen zonder subsidies, is misschien wel een gegeven. Datweet ik allemaal niet. Wat ik zeker weet, is dat die collecties niet verlorenmoeten gaan. Als hier sprake is van een faillissementssituatie, bestaat demogelijkheid dat een curator daar op een andere manier mee omgaat danwij als Tweede Kamer, als parlement, zouden willen. Wij willen namelijkdat die collecties bewaard blijven. De grote vraag is dus, bij wijze vaninterruptie, of de PVV het ermee eens is dat die collecties bewaard moetenblijven, ook als dat gewoon geld kost.Mevrouw Van der Velde (PVV):Nee, want er zijn waarschijnlijk ook manieren waarop dat opgelost kanworden zonder geld uit het rijkspotje.De voorzitter:Gaat u door met uw betoog.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dan kom ik als laatste nog op de vraag die ik aan de Minister wilde stellen.De motie die wij hebben ingediend, is breed aangenomen. Die staat haaksop het advies van die acht jaar. Wij zouden graag een toezegging van deMinister willen dat hij ingaat op het advies om die acht jaar aan tehouden.Voorzitter. Dan kom ik bij iets anders: beleid dat niet draait om gelijkebehandeling maar om groepsidentiteit, waar herkomst en geslachtbelangrijker zijn dan competenties en kwalificaties. Dat is precies wat ernu gebeurt in de culture sector. Het staat zwart-op-wit in het rapportDiversiteit in de culturele en creatieve sector: hoe staat het in 2024? Wiedaar wil werken, wordt niet meer beoordeeld op wat hij kan, maar op wiehij is. Niet je talent telt, maar je herkomst of je geslacht. Dat wordt nietalleen toegestaan; het wordt ook nog eens gestimuleerd met belas-tinggeld. En wat doen Onze Minister? Hij neemt het rapport klakkeloosover, terwijl er geen bewijs is dat het werkt, geen serieuze onderbouwing,geen effectenmeting, geen onderzoek naar de gevolgen.Voorzitter. De PVV vindt dat mensen gekozen moeten worden op basis vankwaliteit, niet op basis van afkomst of geslacht. Waarom kiest de Ministervoor groepsvoorkeur in plaats van kwalificaties? Wanneer komt ereindelijk beleid op basis van feiten in plaats van ideologie?Voorzitter. Dan mijn derde punt: verbetering van de Erfgoedwet enerfgoedzorg. Wie dit in de praktijk bekijkt, ziet geen versterking, maar juistuitholling. Eerder uitte de PVV al de zorgen over het ontwerpbesluitwijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikelen 7.3 en 7.4. Datbesluit wekt de indruk dat erfgoed beter beschermd wordt, maar het laatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54620 juist heel veel ruimte voor uitzonderingen, met vaag verpakte zinnen als’in overeenstemming met het belang van behoud». In de praktijk betekentdat dat erfgoed wel mag wijken, zolang je maar aangeeft dat je eigenlijkwil dat het blijft. Dat gebeurt nu dus ook. Neem het Geingebied. Dat ligt inde provincie Utrecht, tegen Amsterdam aan. Dit ligt binnen het buffer-gebied van het UNESCO-werelderfgoed van de Hollandse Waterlinies.Wat blijkt nou? De gemeente Amsterdam wil juist precies daartegenover,in Weesperkarspel, vier grote windturbines plaatsen. Het gevolg van ditnieuwe beleid is dus directe aantasting van de zichtlijn van dat erfgoed,wat gigantische gevolgen gaat hebben. Dat schaadt de kernwaarde vandat Werelderfgoed. Toch blijft het Geingebied gewoon op de kaart staanals zoekgebied. Waarom? Is dit omdat voor die energietransitie alles mag,zelfs als dat culturele erfgoed wordt aangetast voor latere generaties?Voorzitter. Als dit de koers is, dus vrijblijvende brieven, juridischeachterdeurtjes en erfgoed dat steeds de wedstrijd verliest, is de PVVduidelijk: dat is geen bescherming, maar afbraak. Wanneer gaat deMinister daarop ingrijpen? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen daterfgoedbeleid werkelijk dat erfgoed beschermt, ook als dat betekent dat ergeen windturbines of transformatorstations gaan komen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dan heb ik nog een interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb maar even een beetje afgewacht. Ik dacht: ik ga toch een positieveinterruptie plegen. Laat ik dan aansluiten bij het laatste. U heeft het overcultureel erfgoed, over UNESCO-Werelderfgoed niet aantasten, zeker nietdoor energieprojecten. Dat is hoopvol. Helaas dreigt dat ook op deWaddenzee. Daar dreigt nog steeds gaswinning, bij Warffum, direct vanuitTernaard. Is de PVV ook consequent in haar keuzes? Wil ze ook deWaddenzee, die de UNESCO-Werelderfgoedstatus heeft, op diezelfdemanier beschermen? Of is ze alleen tegen die windmolens?Mevrouw Van der Velde (PVV):Het is wat ons betreft: tegen die groene klimaatgekte.Mevrouw Beckerman (SP):Kom op. Er komen veel moties in stemming de komende weken over diegaswinning onder de Waddenzee vanaf Ternaard, maar ook bij Warffum.Ik had gehoopt op de steun van de PVV. Dit is toch wel echt de hypocrisieten top! Je bent alleen maar tegen als het gaat over windmolens, maarniet als het om het beschermen van de Waddenzee gaat. Hoe kan je zohypocriet zijn? Hoe kan dat?De voorzitter:Mevrouw Van der Velde, tot slot.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik vind dit prachtig gespeelde verontwaardiging, want dit gaat tweekanten op, zeg ik via de voorzitter. Op dit moment is het zo dat juist allegroene partijen dat door proberen te duwen in het UNESCO-Wereld-erfgoedgebied bij die Hollandse Waterlinies. Dat is in de provincie Utrechtonder anderen GroenLinksgedeputeerde Van Essen. Vanuit de gemeenteAmsterdam zijn het ook de groene partijen die dat graag willen. Ja, sorry,daar kan het dan opeens wel. Daar mogen dan wel die windturbineskomen, want dat is goed voor de energietransitie.Ik kom nu op de Wadden. Daar wordt het juist tegengehouden omdat allegroene partijen zeggen: ho ho, dit is een Werelderfgoedgebied. Dat gaattwee kanten op, natuurlijk. Wij zien daar ook een dubbele maat. Wij zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54621 het daar ook niet mee eens. Maar ja, als jullie als groene partijenzeggen ... Ik heb het niet specifiek over mevrouw Beckerman, laat ik daarduidelijk in zijn; ik zie de verontwaardiging op haar gezicht heel duidelijk.Dan ... Sorry, ik ben even mijn vraag kwijt.De voorzitter:De Wadden.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ja, laat ik me even herpakken. Het UNESCO-Werelderfgoed beschermen iseen groot goed. Dat zien wij ook. Laat ik dat vooropstellen. Maar diegaswinning is natuurlijk in Groningen al gestopt. Daar heeft mijn collegaop KGG al heel veel over gezegd, dus ik ga dat hier niet herhalen. Dit isniet die commissie, dus ik ga hem geen woorden in de mond leggen. Mijncollega heeft al genoeg gezegd. Over de Wadden heeft hij ook al genoeggezegd. Kijk, ik zit hier natuurlijk voor de portefeuille Cultuur. Ik zou graagzien dat alles beschermd wordt, maar helaas is dat niet altijd aan de orde.Maar wij zien wel die dubbele maatstaf. Op bepaalde plekken willen linkseof groene partijen dat daar windturbines geplaatst kunnen worden omdatdat die energietransitie juist helpt, maar bij de Wadden zeggen ze dan:daar mag je niet boren, want het is UNESCO-Werelderfgoed. Dat werktnatuurlijk ook niet. Dus ja, heel eerlijk: het is een spagaat. Laten we daargewoon eerlijk over zijn. Het is een spagaat.De voorzitter:Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van uw betoog. Toch,mevrouw Van der Velde? U was klaar volgens mij. Ja. De heer Stoffernamens de SGP-fractie.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Ik zou vanochtend graag de Minister van Cultuur op hetschild heffen vanwege een bijzonder wapenfeit. Dit voorjaar belette hij deuitvoer van een meer dan 1.000 jaar oude ring uit Friesland. Op die ringstaat Christus als het Lam Gods, omringd door de vier evangelisten. Diekleine ring biedt een bijzonder doorkijkje op onze nationale geschiedenis.Mijn vraag is: hoe is het proces van de ring eigenlijk afgelopen? Is het Rijkde koper geworden? Waar kunnen burgers in de bang van deze ringkomen? Ik hoor het graag.Voorzitter. De SGP vindt het bijzonder dat de Minister te midden van debezuinigingen ruimte heeft gevonden om te investeren in monumenten.Dat was ook duidelijk de inzet van de SGP bij de begroting voor 2025.Gegeven de schaarste aan middelen, vind ik de aanpassingen tenbehoeve van grotere monumenten ook positief. De SGP heeft vragen overde relatie tussen Rijk en provincies. Het is belangrijk dat het Rijk enprovincies samen een duidelijk beeld hebben van welke groteremonumenten in de komende jaren met voorrang aandacht verdienen. Hoegebeurt dat planmatig? Hoe wordt de nieuwe financiering daaroptoegesneden? Hoe verhoudt bijvoorbeeld de afbakening van grotemonumenten in de structurele subsidie zich tot die in de tijdelijkesubsidie? Kan de Minister snel duidelijkheid bieden over welkemonumenten extra hulp krijgen?De Minister constateert terecht dat sommige monumenteigenaren geenrecht op subsidie hebben. Ik denk dan aan de zogenaamdeniet-commerciële stadsherstelorganisaties. Zij doen even goed werk alsandere eigenaren voor instandhouding, restauratie en herbestemming,maar krijgen minder of geen steun. Mijn vraag is of de Minister zou willenverkennen of zij, vanuit mijn optiek, eerlijker behandeld kunnen worden.Dat komt onze monumenten namelijk ten goede.Voorzitter. De Minister wil op beperkte schaal ook zeer jonge rijksmonu-menten toelaten. Het gevolg is dat een eeuwenoud monument bijvoor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54622 beeld extra concurrentie krijgt van een bouwwerk uit 1988. Nu is daar opzich niets mis mee, maar het concurreert wel om dezelfde pot geld. Dusmijn vraag is of de Minister kan bevestigen dat hij wel zeer restrictief metdeze nieuwe, jonge monumenten omgaat.Voorzitter. Ik ga de heer Krul zeker niet teleurstellen, want ik ga het hebbenover kerktorens. De procureur-generaal van de Hoge Raad vergeleekkerktorens in het verleden met hete aardappels. Een recent onderzoek laatzien dat dit klopt. Bij het heen en weer schuiven tussen Kerk en Staatblijken ze op verschillende bordjes terecht te komen: voor een derde bij deburgerlijke gemeenten, voor de helft bij kerkelijke gemeenten, dus bijkerken zelf, en dan is er nog een restcategorie. Het is mooi dat er meerzicht is op de torens en de bijbehorende opgaven, maar praktischeoplossingen lees ik helaas nog niet. Mijn vraag is: wat is bijvoorbeeld destatus van de kerktoren in de tijdelijke rijkssubsidie voor grotemonumenten? Kan de toren als kerk meedoen in het structureel hogerebudget voor kerken?Voorzitter. Het is ook goed dat de Minister het programma ToekomstReligieus Erfgoed wil voortzetten. De aandacht wordt sterker gericht opeigenaren en de uitvoering. Tegelijk heeft een behoorlijk deel van degemeenten geen kerkenvisie. Mijn vraag is: blijft het voor gemeentenmogelijk om aan te sluiten bij het programma en is er dan ook onder-steuning beschikbaar? Blijft de Minister gemeenten de komende jarenwijzen op deze mogelijkheid?Voorzitter. Dan, zoals aangekondigd door mijn buurvrouw, het mobielerfgoed. De Minister geeft namelijk helaas aan dat hij geen middelenmeer heeft voor het ondersteunen van mobiel erfgoed. Ik ben er eenliefhebber van, moet ik zeggen. Kan de Minister wel toezeggen dat hij inoverleg blijft met de branche en zijn collega, bijvoorbeeld als het gaat ominzet op het gebied van duurzame brandstoffen?Voorzitter. De SGP vraagt ook aandacht voor iets heel anders: de positievan auteurs. Bij het uitlenen van fysieke boeken is per uitlening voorauteurs een leenrechtvergoeding geregeld. Maar voor luisterboeken vanstreamingdiensten geldt dat niet. Dat werkt nadelig voor auteurs en isinhoudelijk moeilijk uit te leggen. Mijn vraag is: wil de Minister onder-zoeken of een gelijkwaardige vergoeding voor luisterboeken mogelijk is?Tot slot, voorzitter. Als D66 en de SGP, en volgens mij zelfs ook de PVV, hetsamen eens zijn, moet er wel iets gebeuren. Dus dat Onderwijsmuseum inDordrecht wil ik ook graag onder de aandacht brengen. Het pleidooi vanmevrouw Rooderkerk ondersteun ik voor honderd procent. We horengraag hoe we dat Onderwijsmuseum in de lucht houden.Dank u wel.De voorzitter:Meneer Stoffer, dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker. Dat isde heer Oostenbrink namens de BBB-fractie.De heer Oostenbrink (BBB):Dank, voorzitter. Bij de BBB vinden we dat cultuur bereikbaar moet zijnvoor iedereen in Nederland – het zal geen verrassing zijn – dus niet alleenin de grote steden, maar ook in Emmen, Almere, Middelburg en andereregio’s. Cultuur hoort in elke provincie thuis. Toch zien we al jaren datprovincies als Flevoland, Drenthe, en Zeeland structureel achtergesteldworden. Instellingen als Suburbia in Almere, TheaterproductiehuisZeeland en Peergroup in Noord-Nederland leveren bewezen kwaliteit op,maar vallen buiten het landelijke cultuurbestel, de BIS. Ze krijgennauwelijks rijkssteun en worden systematisch overgeslagen, terwijl ze vangrote waarde zijn. Ze maken voorstellingen, begeleiden jong talent enzorgen voor cultuur op plekken waar anders weinig aanbod is. Maar kijk jenaar de cijfers, dan zie je dat Zeeland nog geen € 5 per inwoner ontvangtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54623 aan cultuurgeld. In Noord-Holland is dat ruim € 86. Dat verschil is nietmeer uit te leggen.Daarom heeft BBB de afgelopen periode meerdere moties ingediend. Inde motie-Van Zanten riepen we op tot een eerlijke verdeling van cultuur-gelden over het hele land. In de motie-Van der Velde/Van Zanten vroegenwe om het aantrekkelijker te maken voor cultuurinstellingen die buiten deRandstad zijn gevestigd. Samen met NSC hebben we de motie-Hertzberger/Van Zanten ingediend waarin we vragen om in elke provincieminstens één theatergezelschap of productiehuis mogelijk te maken. Wevroegen met een andere motie om te onderzoeken waarom de spreidingvan cultuursubsidies nog steeds achterblijft.Veel van die moties zijn aangenomen. Dat is terecht. Maar daarna moet erook iets gebeuren. We begrijpen dat de uitvoering tijd kost. Maar het isinmiddels al maanden geleden dat deze moties zijn aangenomen. Hoewelwe waarderen dat het ministerie zegt ermee bezig te zijn, is het voor veelinstellingen in de regio nog steeds niet zichtbaar wat er nu concreetgebeurt. Er is geen duidelijk tijdpad, geen overzicht van maatregelen enop sommige punten, zoals de motie over een productiehuis in elkeprovincie, blijft het stil. Voor instellingen die nu al op omvallen staan, ishet niet goed genoeg. Ze hebben niet de luxe om te wachten tot er iets oppapier staat. Ze hebben nu duidelijkheid nodig. Daarom hebben we devolgende vragen aan de Minister. Wat is er inmiddels gedaan met deaangenomen moties? Welke acties zijn er in gang gezet? Wanneer wordtduidelijk hoe bijvoorbeeld het Fonds Podiumkunsten hiermee omgaat?Hoe wordt ook de regio hierbij betrokken?Dit hoeft niet meteen ... Nee, sorry. Wat we vragen, is een eerlijkereverdeling van wat er al is. Geef het fonds de opdracht om bij subsidiesook te kijken naar waar een instelling gevestigd is en wat die lokaal voorbetekenis heeft. Hef de uitsluiting van bepaalde provincies op en laat perprovincie een gesprek plaatsvinden met het ministerie, het fonds en delokale overheden, zodat helder wordt wat er per regio nodig is. Als we pasin 2029 iets aanpassen bij het nieuwe bestel, zijn we voor heel veelinstellingen te laat. Dit is het moment om te zorgen dat cultuur niet slechtsbehouden blijft in de grote steden maar in heel Nederland. Elke regio telten het is tijd dat we dat niet alleen zeggen, maar ook waarmaken.De voorzitter:Uw laatste interruptie, meneer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):Op zich ben ik heel erg blij als BBB zegt dat je zaken moet spreiden overhet hele land. Ik heb weleens discussies met BBB gehad waarin ze daargenuanceerder over dachten, dus dit is winst. Ik was net wat kritischrichting de PVV, dus dan ook dezelfde vraag richting BBB. Als u zegt «sluitbepaalde instellingen en herverdeel geld» terwijl u – net zoals de VVD, zegik er meteen bij richting de vrienden van de SP – niet pleit voor extra geldvoor de cultuursector, betekent dat dus dat er ook zaken concreet geslotenmoeten worden. De PVV komt straks met een lijst van wat er allemaalgesloten kan worden. Waar denkt BBB aan; wat kan er gesloten worden inde Randstad, ten faveure van de drie voorbeelden die u noemde in uwbijdrage?De heer Oostenbrink (BBB):Wij vragen niet per se om te schrappen; we pleiten meer voor eenherwaardering van wat er in de regio leeft. We zien dat in bepaalde regio’seen aantal instellingen echt oververtegenwoordigd zijn in de subsidie-stromen, terwijl er praktisch geen geld gaat naar andere plekken in deregio. We willen ook op die plekken de gehele cultuureducatie goedneerzetten. Het is vanuit het verleden scheefgegroeid in het land; laten wezorgen dat we het weer in balans kunnen brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54624 De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog. Nee, sorry, ik heb de heer Stoffer over hethoofd gezien. Ook hij heeft een interruptie.De heer Stoffer (SGP):De heer Van der Burg heeft geen interrupties meer, dus ik dacht «laat ik erdan maar even op doorgaan», want ik heb er volgens mij nog drie. Deheer Van der Burg had volgens mij een terecht punt waar ik BBB toch ietsbij weg hoor bewegen. Op zich deel ik de inhoud van wat BBB aangaf, hetbeter verdelen over het land, maar als je de pot gelijk houdt en zegt dieanders te willen verdelen, kan het toch niet anders zijn dan dat er dan eenaantal nu gesubsidieerde instellingen moet sluiten of moet minderen?Zou BBB daar iets meer over kunnen zeggen? Want ervan wegblijven ofwachten tot straks de PVV met een lijst komt ... BBB zit aan de knoppen enis in het kabinet nog belangrijker geworden dan ze al waren. Ik hoor demoties van NSC en BBB samenkomen. Ik heb van de week bij eenportefeuilleverdeling gezien wat er dan gebeurt: dan krijgen NSC en BBBgelijk. Of het daar allemaal beter van wordt, is vraag twee. Maar ik zoutoch graag zien wat er heel concreet gaat gebeuren. Wat gaat stoppen enwat gaat door? Want ik ben het er helemaal mee eens dat Flevoland enZeeland en Drenthe beter bedeeld moeten worden, maar dan is het wel devraag wat er bijvoorbeeld in Amsterdam gaat stoppen.De heer Oostenbrink (BBB):Wat ik ook hierin heb aangegeven, is dat als we niks doen en het latenzoals het is, er juist op heel veel plekken in de regio dingen gaan stoppen.Daaraan merken we dat we die verdeling willen hebben. Wat betreft eenlijst van wat er gesloten moet worden: daar ga ik niet over. Zoiets ga ikniet aandragen; ik ga niet op die manier zeggen wat er zou moetengebeuren. Wij pleiten er enorm voor dat bij de verdeling van subsidieszoals de rijksbijdrage voor cultuur de regio’s weer de aandacht krijgen dieze verdienen, zodat er niet zo’n gigantische scheefgroei zit en iemand diebijvoorbeeld woont in Emmen dezelfde toegang kan krijgen, evenredignaar inwoners, als iemand in Amsterdam.De heer Stoffer (SGP):Ik ben het helemaal eens met wat de heer Oostenbrink zegt, maar zijn wehet dan ook met elkaar eens dat dit wel betekent dat bij een aantal andereinstellingen, met name in de Randstad schat ik in, want daar zitten degrote bedragen, wel geminderd gaat worden c.q. gesloten gaat worden?Daar komt dan wel pijn terecht. Dat constateren we met elkaar wel helder,dat gaat zo dadelijk wel gebeuren. Toch?De heer Oostenbrink (BBB):Wat ik vooral zeg, is dat als het gaat om een herverdeling en een soortherwaardering, het wat meer verdeeld moet worden over het land. Er isgevraagd wat er wel en niet gesloten gaat worden. Als we niks doen, gaater wat gesloten worden in de regio. Als we zeggen dat we het ergensanders vandaan zullen moeten halen, zullen er ongetwijfeld andere keuzesgemaakt moeten worden als het gaat om de cultuurstromen in het land.De voorzitter:Dan is er nog een interruptie van de heer Krul en daarna een vanmevrouw Rooderkerk. Uw laatste interruptie, meneer Krul.De heer Krul (CDA):Ik ben het in grote lijnen eens met wat de heer Oostenbrink van BBB hierschetst, maar ik zou hem toch iets in overweging willen geven bij hetuitwerken van zijn plannen en dat is een oproep: kijk niet te nauw naar hetbegrip «regio». Inwoners van de Kop van Noord-Holland, de grootsteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54625 bollenstreek van Nederland, zou ik willen zeggen, krijgen nu te horen: ja,maar in Noord-Holland is het € 86 per persoon. Wees voorzichtig met hetplakken van stempeltjes op provincies, want ook provincies zijn nietheterogeen. Dat zou ik hem willen meegeven. Ik hoor wat hij zegt. HetCDA is het ook eens met het feit dat het eerlijk verdeeld moet worden overhet land, maar staar je niet blind sec op het stempeltje «provincie» en kijkecht wat er per regio nodig is. Dan zou het zomaar kunnen zijn dat deRandstad een provincie-overstijgende regio is, maar dat daar, zoals deheer Stoffer zegt, het zwaartepunt wel degelijk ligt. Dat zou ik hem nogwillen meegeven bij het uitwerken van zijn plannen. Het is geen vraag,maar meer een oproep.De voorzitter:Oké. Nou, de heer Oostenbrink.De heer Oostenbrink (BBB):Dank, en eens. We hebben het over de regio. Ik denk, om het nogconcreter te maken, dat we ook echt gewoon lokaal moeten kijken watdaarin betekenisvol is en dat moeten meenemen in de plannen.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk, tot slot.Mevrouw Rooderkerk (D66):Daar wil ik ook nog wel op aanhaken. Ik ben het er helemaal mee eens datiedereen in het land toegang moet hebben tot cultuur. Daarom doe ik ookdat voorstel voor die wettelijke borging. Het moet niet afhankelijk zijn vanje postcode. Ik hoop dat ik daar ook steun van de heer Oostenbrink vindom daadwerkelijk voor elkaar te krijgen dat dat gebeurt. Ik heb ook weleen kanttekening bij dat plaatje, dat toch ook wel vertekend is. Ik geef eenvoorbeeld. Orkater is gevestigd in de Randstad en moet zich al zorgenmaken over de financiering, maar speelt nu een prachtige voorstelling inNij Beets, zeg ik in mijn beste Fries. Er zijn natuurlijk heel veel instellingendie met elkaar op een plek zitten waar ze veel kunnen maken, maar ookdoor het hele land spelen. We moeten ook niet vergeten dat er ontzettendveel theaters en podia zijn die heel veel commerciële voorstellingenoveral in het land krijgen. Dus laten we niet onze ogen daarvoor sluiten.Ook dat is echt van heel groot belang voor de cultuur overal in de regio enoveral in het land.De heer Oostenbrink (BBB):Dat is volgens mij ook geen vraag, maar eens. Alles wat door het landtrekt om daar echt de cultuur te verspreiden, daar staan we alleen maarachter. Het punt is vooral dat we qua rijksbijdrage wat meer rekeningmoeten houden met de mensen buiten de Randstad.De voorzitter:Gaat u door, meneer Oostenbrink.De heer Oostenbrink (BBB):Ik was klaar.De voorzitter:O, u was ook aan het einde van uw betoog gekomen. Oké, hartstikkegoed. Dan komen wij de volgende spreker en dat is de heer Van der Burgnamens de VVD.De heer Van der Burg (VVD):Voorzitter. Aangezien ik sinds twee maanden de woordvoerder ben op ditdossier, kan ik mij niet meten met mijn collega’s en dan is mijn eersteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54626 optreden ook nog op het moment dat het kabinet – daar heeft mevrouwBeckerman natuurlijk gelijk in – demissionair is. Dat heeft ook meteengevolgen voor de debatten. Zo zal het kabinet in ieder geval metbeleidsarm beleid komen en gaan we het volgende week – dat is algezegd door de heer Koops – nog hebben over wat er wel of nietcontroversieel wordt. Laat ik er duidelijk over zijn: ik had gehoopt dat wijvandaag al wat meer informatie hadden gehad vanuit het kabinet middelseen brief – ik heb begrepen dat die een paar weken geleden in deministerraad is aangehouden en niet is gepresenteerd – bijvoorbeeld overde uitwerking van de motie-Van der Wal die ging over zes jaar. Dat is eenpunt waar ik duidelijk over kan zijn: wat mij betreft kiezen we voor de lijnacht jaar en maken we dat ook zo snel mogelijk duidelijk als parlement insamenspraak met het kabinet. Ik zie niet wat wij volgende week controver-sieel zouden moeten verklaren.Tegelijkertijd, ook maar even om te voorkomen dat mijn collega’sonnodige interrupties aan mij besteden als het gaat om geld – het is eenzwaar lot dat u treft als u mij niet meer kunt interrumperen – kunt u vanmij niet verwachten dat ik nu zal zeggen: op deze plekken moet er daargeld bij uit deze pot. Het is wel iets wat we moeten gaan bespreken bij debegrotingsbesprekingen na de zomer, omdat een aantal zaken niet kanblijven liggen. Ik ben in ieder geval helder over die zes en acht jaar: datmoet naar acht en kan dan ook zo snel mogelijk ingaan.Ik hoop ook dat de Minister in de brief na de zomer – die moet wat bijbetreft eerder in september komen dan in oktober – stil zal staan bij eenaantal zaken. De collega van BBB noemde net al de verankering in deregio en dan met name de drie provincies die nu buiten de BIS vallen. Hoekijkt de Minister daarnaar? Er is ook veel vraag vanuit de verschillendedisciplines naar verankering in wetgeving. Ik zeg maar even: à la debibliotheekwetgeving, los van het feit dat de bibliotheekwetgeving hiernog terugkomt in een apart gesprek. Daar is in ieder geval wel veel vraagnaar, dus ik verwacht van de Minister daar in ieder geval duidelijkheidover in zijn brief. Opdat wij niet twee jaar verliezen, want dat dreigtnatuurlijk nu te gebeuren met een demissionair kabinet en verkiezingen.2029 lijkt nog ver weg, maar is dat volgens mij helemaal niet.Er zijn een aantal zaken al door mijn collega’s aan de orde gesteld, zoalshet Westfries Museum en Prinsenhof. Nogmaals, ik zie het probleem waarhet gaat om het geld dat de Minister ook niet heeft. Tegelijkertijd gaat het,zeker als het gaat om Prinsenhof, om relatief kleine bedragen voor ietswat nadrukkelijk valt onder erfgoed. Ik definieer erfgoed breder dan alleenkijkend naar de strikte opvatting. Daar vallen dus ook een hele hoop zakenonder die gewoon onder de museale functie vallen.Waar ik aandacht voor vraag bij de Minister, is alles wat te maken heeftmet de Holocaust. Dat heeft mijn voorganger Van der Wal ook gedaan.Niet alleen in relatie tot het onderwijs, maar ook in relatie tot bijvoorbeeldinburgering. Nou weet ik op dit moment niet eens meer welke Staatsse-cretaris of Minister daarover gaat. Volgens mij weet de Minister dat op ditmoment nog niet. Ik zie allemaal berichten binnenkomen over eenherverdeling, maar ik spreek in ieder geval deze Minister aan als zijndedaar ook verantwoordelijk voor.Een specifieke vraag, vooruitlopend op de wetgeving met betrekking totde bibliotheken, gaat over de geoormerkte gelden. Hoe kijkt de Ministerdaarnaar? We zien dat er discussie is met gemeentes en de VNG over hoegeoormerkt die gelden zijn en of die ook anders kunnen worden ingezet.Daar zou ik graag een reflectie op willen hebben van de Minister.Een ander punt betreft – dat zal u niet verbazen, aangezien Christiannevan der Wal daar ook een punt van heeft gemaakt in haar laatste bijdragerichting de Minister – de oorlogsmusea. De belangrijkste acht oorlogs-musea krijgen nu waarschijnlijk in juli wel incidenteel geld op basis van desubsidieregeling die dan naar buiten komt, maar hoe kijkt de Minister daarop een structurele manier naar? Dat koppel ik voor de helderheid ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54627 nadrukkelijk aan erfgoed. Niet alleen letterlijk om wat erin staat, maar ookom het verhaal dat daar verteld wordt. Dus ook daarover vragen aan deMinister.Tot slot de ontsluiting van kunst en cultuur die nu in depot zitten. Ik besefdonders goed dat op het moment dat je kunst en cultuur uit depots wiltontsluiten, dat niet gratis is. Ook dat kost over het algemeen geld. Tochvraag ik daar niet alleen aandacht voor bij de Minister, maar vraag ik ookhoe hij daarnaar kijkt.Voor de rest zijn er heel veel vragen gesteld door mijn collega’s waarvanik de beantwoording afwacht, zodat ik daar in tweede termijn op terug kankomen. Dan geef ik mijn goede vriend en collega de heer Stoffer, die mijnet hielp, de gelegenheid om mij wel te interrumperen. Hij heeft er nogtwee.De voorzitter:Ik zal die gelegenheid geven, omdat de heer Stoffer nog één interruptieheeft. Daarom mag u interrumperen, meneer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Die had ik speciaal voor de heer Van der Burg bewaard, voorzitter. Ikkwam hem vanochtend al tegen, vrolijk in Den Haag, dus ik dacht: die gaik vandaag nog een vraag stellen. Maar ik zal hem eerst iets meegeven. Ikdacht «hij weet altijd alles», maar er is een nieuwsbericht gekomen van deMinister-President dat de Staatssecretaris Participatie en Integratie deinburgering voor zijn rekening neemt. Dan weet hij dat ook weer. Dat wistu nog niet, begreep ik net.Mijn vraag is de volgende. De VVD was, en is dat nog steeds hoop ik, departij van rijden, rijden, rijden. Dat zei een oud-collega van de heer Vander Burg altijd. Gaat het mobiel erfgoed de heer Van der Burg, of op z’nminst de VVD, ook aan het hart?De heer Van der Burg (VVD):Het antwoord daarop is ja. Dat gaat ons aan het hart.De voorzitter:Voordat de voorzitter zich omturnt tot het Kamerlid dat het woord voertvoor GroenLinks-PvdA, heb ik nog een allerlaatste interruptie, mijn laatste,aan de heer Van der Burg. Daarna zal ik gewoon mijn betoog houden endraag ik het voorzitterschap over aan mevrouw Rooderkerk.Ik wil even terug naar het begin van uw betoog. U had het over de breedaangenomen motie over van vier naar zes en u zegt: nou, wij staan nuvoor acht. Ik proefde daar destijds al breed draagvlak voor. Ik ga daar ookop in in mijn betoog. Ik proefde dat ook bij bijvoorbeeld gemeenten en hetIPO. Is dat nou zo’n mooi punt waarvan de Kamer zegt: wij zijn missionair,laten we hier gewoon al het werk dat al is gedaan door de Minister, dooralle organisaties die er brieven over hebben geschreven voor dit debat,voortzetten om hen daarin te steunen de komende tijd? Waarom zoudenwe het komend halfjaar verloren laten gaan? Als daar een Kameruitspraakbij moet, zouden we die ook samen kunnen maken. Dat is nou zo’n mooipunt waarvan ik denk: breed draagvlak, laten we dat bestel wat stevigermaken en die onzekerheid van om de vier jaar dat hele subsidiecircus metverantwoording en stress wegnemen. Dat zit gewoon heel veel verspillingin. Ik ga die brief van de Raad voor Cultuur niet herhalen. MeneerVan der Burg, waar kunnen we op rekenen bij deze kersverse woord-voerder van de VVD-fractie?De heer Van der Burg (VVD):Ja, voorzitter. O, nee. Sorry, niet voorzitter. Ja, wel voorzitter in dit geval.Mijn primaire reactie zou ja zijn, maar er is ook een secundaire reactie. Diesecundaire reactie is dat ik er voorstander van ben om van vier naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54628 acht jaar te gaan, maar dat daar ook haken aan zitten. Ik noem bijvoor-beeld een tussentijdse evaluatie om te voorkomen dat instellingen dievoor acht jaar een zekerheid hebben toch onvoldoende presteren en wedaar geen grip op kunnen krijgen. Ik noem ook vernieuwing. Je zult maarnet aan het begin van die acht jaar iets willen gaan doen en dan te horenkrijgen: je moet nog zevenenhalf jaar wachten. Hoe is de relatie met decycli van de gemeentes? Hoe kijk je aan tegen provinciale bijdragen? Datzijn allemaal zaken die je volgens mij moet bespreken. Het is heelverleidelijk om middels moties aankomende dinsdag hier een besluit overte nemen, maar dan heb ik toch een primaire reactie. Ik heb dan liever datde Minister tegen ons zegt: ik kom in september met een reactie hierop endan kunt u vervolgens, als ik niet doe wat de Kamer wil, met moties enamendementen komen, maar geef mij nog even de gelegenheid omvanuit de deskundigheid alles op een rijtje te zetten. Dus het hangt in diezin ook af van wat de Minister zo in zijn beantwoording gaat zeggen.Voorzitter: RooderkerkDe voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan de heer Mohandis voor zijn eigenbijdrage.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Zeker, voorzitter. Dank u wel. Last but not least. Ik zal me hier en daar ookaansluiten bij collega’s, want er is al best het nodige gezegd oververschillende onderwerpen die hier geagendeerd zijn.Laat ik beginnen met wat ik zelf «het vierjaarlijkse subsidiecircus» noem.Er is gewoon heel veel onzekerheid. We hebben als Kamer gevraagd omeen wat robuuster voorstel voor de toekomst, waarin iedereen meerjarigkan functioneren en waarin talentontwikkeling ook echt tot uiting komt.Wij hebben best wat uitgewisseld de afgelopen drie debatten, maar het isveel gegaan over die vreselijke ondoordachte sloopkogel, zoals ik debtw-verhoging op cultuur en media noem. Die is er uiteindelijk nietgekomen. Daarom is het zo belangrijk, nu we dat gewoon achter onshebben, om echt te kijken wat we de komende maanden wel kunnen doenaan die stilstand, die ik toch wel heb ervaren op cultuur. Er is veelgesproken, maar er is niet veel in beweging gekomen. Ik vraag aan deMinister hoe we dat de komende tijd wel kunnen doen. Is er nu gewoonmeer kans om het in beweging te krijgen? Hoe kijkt de Minister er zelftegen aan, nu de grootste partij, die niks heeft met cultuur, het kabinetheeft verlaten?Ik wil het nog even hebben over die cultuursubsidies. Het is natuurlijk heelgek dat we een sector hebben waarin wetgeving niet veel regelt, waarinde wettelijke basis niet op orde is, waarin die zorgplicht nauwelijks geldten die we toch elke vier jaar aan totale onzekerheid onderwerpen. Wevragen natuurlijk ook niet elke vier jaar aan scholen of ze wel of niet nuttigzijn, of we ze moeten sluiten, of ze onder de zaaglijn vallen. De sectorverdient gewoon iets meer zekerheid, iets meer continuïteit. Ik zie hoeveelorganisaties aansluiten en zeggen: kom nou tot een robuuster voorstel,meer wettelijke verankering en meerjarige subsidies. Dan moet je nietalleen denken aan Kunsten ’92, de Museumvereniging, het IPO en deVNG, maar ook heel veel andere organisaties. Zij zeggen: geef ons nouwat meer zekerheid. Dan kan de Minister, gezien het brede draagvlak,voelen dat er steun is. Dan zou september – ik kijk naar de heer Van derBurg – fantastisch zijn. Ik zou zeggen: pak die handschoen op. Het gaat mijniet om die extra motie. Het gaat mij erom of wij het gevoel hebben datwij gaan zitten wachten tot er nieuw kabinet zit of dat we datgene blijvendoen waar breed draagvlak voor is. Ik kies voor dat laatste.Er is ook heel veel onzekerheid bij gemeenten, bij provincies. Wij hebbeneen korte rondgang gedaan. Helaas kan ik daar vanwege de beperkte tijdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54629 niet veel over zeggen, maar we zien dat een substantieel deel van de91 ondervraagde gemeenten, bijna 30%, zegt: het blijft in de toekomstonzeker, en moeten helaas met pijn in het hart tot wel 30% van decultuursubsidies wegbezuinigen. We hebben de voorbeelden gehoord: hetOnderwijsmuseum, de muziekscholen. We kennen alle voorbeelden.Over de bibliotheken is al het nodige gevraagd, dus daar kan ik kort overzijn. Wij zouden heel graag die wet snel willen behandelen. Ik denk datdaar ook best breed draagvlak voor is. Dan kunnen we het ook hebbenover de middelen, hoe we die toch, geoormerkt of niet, meer zeker kunnenstellen. De Kamer heeft al in meerdere moties gevraagd om een zorgplichtvoor de bibliotheek, dus kom op met die wet. Dat is er nou precies eentjewaarvan ik denk: laten we het regelen. Ook dank dat de bieb op schoolnaar aanleiding van onze motie uit 2022 wettelijk in ieder geval structureelwordt verankerd. Wij hadden gezegd «duurzaam verankerd». Wat mijbetreft is dat een mooie stap.De voorzitter:Was u al aan het eind van uw bijdrage of dat nog niet?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nee.De voorzitter:Oké. Ik zag u een blaadje omslaan. Dan alsnog de interruptie van de heerKoops.De heer Koops (NSC):Even om enig misverstand te voorkomen, mevrouw de voorzitter. De wetover de bibliotheken, het behandelingstraject van die wet, gaat pas leidentot invoering over een bijzonder lange periode, gewoon omdat het doorde Kamers heen moet. Wat ik hier even zeker wil stellen, is dat eenbescherming van bibliotheken daar niet afhankelijk wordt gesteld. Of isdat nou juist wat de heer Mohandis wel wil, laat ik zeggen het maken vanbeleid tot het moment dat een nieuwe van kracht wordt?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dank voor die vraag. Het verzoek vanuit de Kamer is om te komen tot eenwettelijke verankering. Dat is eigenlijk het politieke doel, ervoor zorgen datgemeenten verplicht worden in de wet om minimaal één bibliotheekvoor-ziening te hebben. Dat even in gewonemensentaal. Daar kwam het ideevan de wettelijke zorgplicht om de hoek kijken. De Kamer heeft dat in 2022breed aangenomen en gezegd: die stap moeten we zetten. Natuurlijk heeftwetgeving tijd nodig, maar in de aanloop daar naartoe zijn er ookmiddelen vrijgemaakt. We weten dat er breed draagvlak is voor diezorgplicht. Ik ben ook rapporteur over die wet, dus ik kijk er ook vanuit eenandere hoek naar. Laten we dan samen als die wet kan wordenbehandeld, voor de verkiezingen of misschien na de verkiezingen, vaarthouden, zodat gemeenten weten dat dit een staand feit is. Ik krijg namelijkterug van gemeenten: «Wij moeten misschien bezuinigen op cultuur,maar die bibliotheek, die zorgplicht, hangt toch als een zwaard vanDamocles boven ons hoofd. Die komt eraan, dus wij houden daar ookrekening mee.» Dan zie je dat de bieb vaak wordt gezien als een essentiëlevoorziening waar niet op bezuinigd mag worden. Dus wat ons betrefthouden we de vaart erin, stralen we uit dat die wet er gewoon komt.Volgens mij is daar breed draagvlak voor. Dat is mijn pleidooi, om daarinte versnellen. Daarom is het ook goed dat de bieb op school – dat is eenzijpaadje – structureel wordt gefinancierd. Dat is ook iets wat een bredemeerderheid heeft gevraagd. Als het aan mij ligt, gaat die wet gewoon in2026 in. Maar goed, aan ons zal het niet liggen om dat heel snel teeffectueren, zodat iedereen weet waar hij aan toe is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54630 De voorzitter:Nog een interruptie van de heer Koops.De heer Koops (NSC):Ik wacht op de bel. Dat heb ik geleerd van de voorzitter. Het gaat mij ergewoon om dat je een begrotingsbehandeling hebt komend najaar, inseptember, en dat je een situatie hebt met een demissionair kabinet. Ikbegrijp het betoog wel dat er zo veel mogelijk haast achter moet zitten,achter het aannemen van die nieuwe wet, maar mijn interruptie was erecht op gericht hoe de heer Mohandis aankijkt tegen het beschikbaarhouden van budgetten of het creëren van budgetten, zodat die bibliotheekin de tussentijd niet verdwijnt.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Door in ieder geval herrie te maken als een bibliotheek dreigt te sluitenterwijl er een politieke meerderheid is voor een zorgplicht. Het gelddaarvoor is vrijgemaakt en het is aan ons, een missionaire Kamer. Wij zijnaan zet. U ook. Dat is niet onbelangrijk. U heeft twintig zetels, dus dankomen we al een eind. Het is aan ons om te zeggen: dat gaan we dus nietdoen. Dan stralen we ook iets uit. Als op u op dit punt met mij optrekt – ikweet ook zeker dat ik voor mevrouw Rooderkerk spreek en anderepartijen; de heer Krul heeft in het verleden in ieder geval met mevrouwWerner de motie mede met ons ingediend – dan gaan we hier gewooneen vuist maken. Dan is er de facto een Kamermeerderheid die eenbepaald signaal afgeeft. Ik voel uw interruptie dus als een steun in de rug.We gaan dit gewoon fiksen, meneer Koops.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik ga er nu iets sneller doorheen. Ik heb nog een paar punten. We hebbenhet destijds gehad over de wittevlekkenregeling. Ik ga dat nu niethelemaal uitleggen. Hoe staat het er nu mee? Wordt dat structureel, ookgelet op de instellingen die in onzekerheid verkeren in bijvoorbeeldprovincies als Zeeland en Drenthe?Dan de restauratieopgave. Daar is al het nodige over gezegd. Het gaat omincidentele middelen. Daar heeft mevrouw Beckerman terecht opgewezen. Als ik dat dan zie in die brief, dan weet ik nog steeds niet waarbijvoorbeeld Prinsenhof in Delft of Diergaarde Blijdorp in Rotterdam aantoe is. Wat betekent dit nou? In welk tempo, op welke snelheid? Graag eentoelichting.Tot slot fair pay ofwel de eerlijke beloning van makers in de cultuursectoren iedereen die daarin actief en werkzaam is. We weten dat in ieder geval,als ik het even in mijn eigen woorden zeg, de werkgevers van tafel zijn.Die sectorale afspraken zijn vooral richtlijnen, maar geen hard iets. Is deMinister bereid om dit weer aan de gang te krijgen? Is hij ook bereid omhiervoor prikkels in te zetten? Denk bijvoorbeeld aan subsidieafspraken,om waar echt aan dat fair pay wordt voldaan dat bijvoorbeeld extra tebelonen. De culturele sector verdient een stevige wettelijke basis, meerfinanciële zekerheid en ook een kabinet met meer visie op en liefde vooreen sector die niet alleen onze economie versterkt, maar ook vooral desamenleving bij elkaar houdt in een tijd waarin we toch in onze eigenbubbels en achter onze schermpjes leven.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Dan zijn we aan het einde van de termijn van de Kamer gekomen.Wilt u het voorzitterschap terug om even aan te geven hoelang wij gaanschorsen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54631 Voorzitter: MohandisDe voorzitter:Ja, en ik dank mevrouw Rooderkerk voor het op zich nemen van hetvoorzitterschap gedurende de keren dat ik ook graag mee wilde doen.Wij zijn inderdaad aan het einde gekomen van de eerste termijn van deKamer. Ik dacht net aan drie kwartier, maar gelet op wat uitloop, stel ikvoor om te schorsen tot 12.15 uur. Ik kijk ook even naar de Minister. Weschorsen tot 12.15 uur. Dat is inclusief de lunch, zeg ik ook gelijk. Het iseen vroege lunch. Dan gaan we wel in één keer door, dus we gaan daarnaniet meer schorsen. We gaan in één keer door van 12.15 uur tot 14.00 uur.Ik schors de vergadering tot dan.De vergadering wordt van 11.38 uur tot 12.17 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn gekomen bij de eerste termijn van dezijde van het kabinet. Voordat ik Minister Bruins het woord ga geven, ishet nog goed om te zeggen dat we echt tot 14.00 uur hebben. Dat heeftook te maken met het feit dat er door een andere commissie eenhanddoekje is gelegd om deze zaal om 14.00 uur te gebruiken. Dathanddoekje ziet u niet, maar dat ligt hier ergens. In alle gekkigheid: datbetekent dat ik echt ga proberen om om 13.58 uur klaar te zijn.We doen maximaal vier interrupties. Het liefst heb ik ook dat we die evenper blokje doen. Ik geef natuurlijk wel ruimte als iemand denkt: ik wil nuecht iets zeggen. Dat kan altijd. Maar het zou helpen als de Minister ons zomeeneemt door de blokken en als we gewoon per blok onze interruptiesvoorbereiden. Dan kan de voorzitter, die ook Kamerlid is voor GroenLinks-PvdA, ook meedoen aan die blokjes en dan kan dat op een overzichtelijkemanier plaatsvinden. Ik vraag mevrouw Rooderkerk om de voorzittersrolaf en toe waar te nemen en als ze niet komt, vraag ik dat aan mevrouwBeckerman. Ik geef de Minister het woord.Minister Bruins:Dank u wel, voorzitter. Voordat ik uw vragen over cultuur beantwoord, wilik als Minister van Onderwijs even alle leerlingen sterkte wensen dekomende uren. Die worden tussen zo’n beetje 12.00 uur en 17.00 uur welof niet gebeld vanwege de examenuitslagen op de middelbare school,behalve de leerlingen van het vmbo-basisberoepsgericht en-kaderberoepsgericht, en de leerlingen die de staatsexamens gemaakthebben natuurlijk. Maar voor de rest wens ik heel veel middelbareschool-leerlingen sterkte met wachten. Het is een spannende dag. Dit is dejaarlijkse spannende dag. Je zou haast zeggen: maak er immaterieelcultureel erfgoed van. Maar daar ga ik niet over.Voorzitter. Uw commissievoorzitters hebben mij gevraagd om geeninleiding te doen. Dat was niet de heer Mohandis, maar dat gebeurde ineen apart gesprek. Zij hebben gevraagd om geen inleiding te doen, omwat tijd te besparen. Dat is heel erg jammer, juist als het over de cultuur-sector gaat, want we weten allemaal hoe belangrijk en hoe mooi dezesector is. Je kan er niet genoeg warme woorden over spreken. Maar laatik, voordat ik mijn blokjes noem, dan toch een antwoord geven op eenvraag van de heer Koops. Laat dat dan mijn niet-bestaande inleiding zijn.De heer Koops zei: het is zo jammer dat cultuur maar vier keer wordtgenoemd in het hoofdlijnenakkoord en dan eigenlijk in de context vancultuurlandschap. Nou, ik zou zeggen: hoe minder je in deze tijd genoemdwordt, hoe meer er misschien wel gebeurt; tel uw zegeningen.Als ik even terugkijk op de afgelopen elf maanden, zie ik toch dat mijntermijn begon met het mogen uitgeven van 2 miljard euro binnen de BIS.Daar is geen cent op bezuinigd. Er ging meer dan ooit naar de BIS 2025 tot2028, met meer regionale spreiding dan ooit en meer vernieuwing enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54632 toegankelijkheid dan ooit. Het was een mooie dag toen ik op Prinsjesdagdie 2 miljard mocht bekendmaken.Maar de afgelopen maanden praat ik als Minister van Erfgoed ook volopmee over de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Ik ben bezig geweestmet de restitutie van Joods erfgoed, maar ook met erfgoed dat teruggaatnaar Nigeria en Indonesië. Ik noem de bibliotheken. We versterken hetbibliothekenstelsel. Er komt ook meer geld.Ik heb zojuist de brief over de grote monumenten mogen sturen. Ik benontzettend blij dat ik, net als het vorige kabinet, incidenteel geld hebgevonden om toch iets voor grote monumenten te kunnen betekenen. Datstoppen we niet alleen in subsidie, maar ook in het vergroten van eenleningsfaciliteit, zodat er ook een meer structurele component aan zit enwe ook op de langere termijn meer kunnen betekenen voor grotemonumenten. Dat is echt een zeer betekenisvolle stap die ik kan nemen.Dankzij een amendement van de oppositie gaat er meer geld naarreligieus erfgoed. Ik kijk naar mevrouw Beckerman: ik heb 6,5 miljoenkunnen vinden om echt een betekenisvolle stap naar voren te kunnenzetten op het gebied van maritieme archeologie. Dan hebben we het nietalleen over wrakken in de Waddenzee, maar ook over verdronken dorpenof Romeinse bruggen die onder water liggen. Ik noem de talentontwik-keling op het gebied van klassieke muziek. Ik heb zes orkesten kunnenbehouden die dreigden te verdwijnen. Dat was ook in het najaar. Er is neteen structurele financiering voor de duurzame verankering van deBibliotheek op school aangekondigd. Er is 50 miljoen per jaar beschikbaarvoor de Bibliotheek op school. Dat is haast een verdubbeling van desubsidie. En zoals de heer Mohandis al zei, gaat de btw-verhoging nietdoor. Daar vind ik natuurlijk formeel helemaal niets van, maar ikconstateer wel het feit. De heer Stoffer noemde al de ring die voorNederland behouden wordt. Daar zal ik zo meteen op terugkomen. Maardan wil ik ook de helm genoemd hebben.De voorzitter:Oké, voor zover alsnog de inleiding, begrijp ik?Minister Bruins:Nee, de inleiding sla ik over, voorzitter. Maar laten we ook de helmnoemen waar nog steeds een groot rechercheteam naar op zoek is. Diewillen we nog steeds teruggeven aan het Roemeense volk, want dat isvreselijk belangrijk.Voorzitter, ik stop hier. Dit was een klein exposé van de eerste elfmaanden. We beginnen nu aan de tweede helft. Ik zie er buitengewoonnaar uit om in demissionaire staat, met uw Kamer nog iets meer aan hetroer, de komende helft, de tweede helft, in te gaan.Dat gezegd hebbende noem ik u zonder inleiding mijn blokjes. Mijnblokjes zijn: erfgoed, archeologie, musea, het cultuurbestel inclusief fairpay, bibliotheek en boeken, en het blokje varia.De voorzitter:Ik herhaal het nog even voor de zekerheid. Eén: erfgoed. Twee: archeo-logie. Drie: musea. Vier: cultuurbestel plus fair pay. Vijf: bibliotheekbestelplus boeken. En zes: varia. Ik zou zeggen: laten we starten met erfgoed.Aan u het woord.Minister Bruins:Voorzitter. Erfgoed. De heer Koops vraagt hoe er in de monumentenzorgrekening wordt gehouden met nieuw te bouwen woningen. Ik begrijp hetdilemma. Het woningtekort is een grote opgave in Nederland en wehebben erfgoed. Ik ben in goed gesprek met Minister Keijzer van VRO omdit goed gebalanceerd tegen elkaar aan te houden. Ik stimuleer erfgoedin-clusief ontwikkelen. Wanneer je vroegtijdig rekening houdt met erfgoed,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54633 kan erfgoed juist de woningbouwopgave versterken. Het kan ervoorzorgen dat het soepeler gaat. Juist vanuit erfgoed helpen we om dieverschillende transities soepel te realiseren. Dat geldt dus voor dewoningbouwopgave, maar ook voor de energietransitie.Daarvoor heb ik onder meer het programma erfgoed en leefomgevinggestart. Daarmee zorg ik voor duidelijkheid en voorspelbaarheid in debestaande regelgeving. Je kunt er bijvoorbeeld ook voor zorgen datarcheologische opgravingen ingepast worden in de wijk. Dat geeft eenstuk geschiedenis van de grond waarop je woont. Het geeft ook identiteit,een sense of belonging, een thuisgevoel. Ik stimuleer ook het gebruik vanontwikkelgerichte gebiedsbiografieën en ontwerpateliers, zodat deontstaansgeschiedenis en de cultuurhistorische waarde een rol spelen bijnieuwe ontwikkelingen. Ik denk dat erfgoed de woningbouwopgave zojuist kan versterken. Zo zijn we met een groot aantal Ministers in ditkabinet bezig met de ruimtelijke opgave in ons land.Als het gaat om de financiering van monumenten werd ik erop gewezendat het incidentele middelen zijn. Ik zei al in mijn inleiding die geeninleiding was dat ik heel blij ben dat een deel van die middelen wordtgebruikt om een leningsfaciliteit te vergroten. Dat is revolving. Datbetekent dat je daar dus voor langere tijd gebruik van kunt maken. Ookvorige kabinetten kwamen eigenlijk niet verder dan een incidentele impulsvoor grote monumenten. Mijn droom is dat we grote monumenten net zogoed behandelen als andere monumenten. Maar door juist een deel vanhet geld dat ik heb kunnen herverdelen in een leningsfaciliteit te stoppen,denk ik dat we het toch een stukje stabieler en structureler hebbengemaakt dan onder voorgaande kabinetten mogelijk was. Het is dus eenbetekenisvolle stap die ik zet. Voor grote restauraties komt er eenmalig100 miljoen beschikbaar. Daarvan is 45 miljoen bestemd voor subsidie en55 miljoen voor een leningsfaciliteit via het NRF.Ik wil de subsidieregeling voor grote restauraties zo inrichten dat er in detoekomst zonder al te veel moeite ook nieuwe middelen aan kunnenworden toegevoegd, dus ook door komende kabinetten. Ik leg eigenlijk debal op de stip. Ik zet nu één stap, maar de volgende stap kan zomaar dooreen volgend kabinet genomen worden. Als ik de warmte voor cultuur,monumenten en erfgoed in deze commissie proef, denk ik dat dathelemaal geen gekke gedachte is.De heer Krul vroeg ook of we de procedures kunnen vereenvoudigen. Alsinvulling van de motie-Werner heeft de RCE gekeken naar mogelijkhedenom de zogeheten klantreis – die werd al door u genoemd – voor subsidie-aanvragers te verbeteren. Dat is vooral gericht op het aanvraagproces ende communicatie daarover. De komende tijd wil ik doorwerken aan deverdere verbetering en vereenvoudiging van het financieringsstelsel. Daarzullen ook vrijwilligers van profiteren, zeg ik tegen de heer Krul, maar ooktegen de heer Stoffer. Het belangrijkste rijkscultuurfonds voor vrijwilligersis het Fonds voor Cultuurparticipatie. Dat fonds is op dit moment bezigmet een pilot rond participatief subsidiëren. Dat is specifiek gericht opvrijwilligersorganisaties.De heer Stoffer vroeg al welk beeld we nu hebben van groteremonumenten in de komende jaren, welke aandacht verdienen, en of ersnel duidelijkheid kan komen voor grote monumenten. Ik vind snelduidelijkheid krijgen ook heel belangrijk, maar ik wil voorkomen dat ik eenMinister word die gaat aanwijzen welke gebouwen wel en welkegebouwen niet worden gerestaureerd. Dat betekent dus dat ik een fairesubsidieregeling wil inrichten waarbij ook experts betrokken zijn, zodat erexpertadvies wordt gegeven en het geen politieke keuze wordt in de zinvan «ik vind dit een mooi gebouw en dit niet». Ik ga die subsidieregelingdus uitwerken. Ik heb u de brief gestuurd met daarin de financiëlemiddelen die ik daarvoor heb gevonden. De uitwerking van die subsidiere-geling zal de komende maanden plaatsvinden. Dat doe ik natuurlijk inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54634 samenwerking met de provincies, met de RCE en met het NationaalRestauratiefonds.Daarbij vroeg de heer Stoffer over financiering van monumenten of deniet-commerciële stadsherstelorganisaties een eerlijkere positie kunnenkrijgen, omdat zij even goed werk doen als andere eigenaren. Dat zou ikinderdaad niet durven betwisten. Er is nu een beperkte categoriemonumenteneigenaren die geen aanspraak kan maken op instandhou-dingssubsidie, terwijl andere eigenaren dat juist wel kunnen. Daar zit ietsvan een kloofje tussen. Dat komt onder meer doordat de Sim en dewoonhuisregeling net niet helemaal goed op elkaar aansluiten. Ik denk datde heer Stoffer het daarover heeft. Ik wil dit dus oppakken en ik wil dekomende tijd verder werken aan het vereenvoudigen, maar ook aan hetharmoniseren van de regelingen, om te kijken of we dat kloofje kunnenwegnemen en dat weeffoutje eruit kunnen halen. Daar ga ik dus mee aande slag.De heer Stoffer vroeg mij ook om zeer restrictief om te gaan met deaanwijzing van zeer recente monumenten. Het is inderdaad best wel eendiepe vraag: we krijgen steeds meer geschiedenis achter ons, dus krijgenwe dan niet ook steeds meer monumenten die we willen behouden,hoeveel moeten dat er dan zijn en hoe gaan we dat als land bekostigen?Het aanwijzingsbeleid dat we hebben, is op dit moment inderdaadrestrictief. We gaan inderdaad aan de slag met Post 65-monumenten, omte kijken of daar gebouwen tussen zitten die het waard zijn om alsrijksmonument te worden aangewezen, maar het zal op beperkte schaalzijn. De maatregelen die ik aankondig, bieden dus wel ruimte, maar hetblijft een restrictief beleid. Uitstel van verdere aanwijzingen kan natuurlijkwel leiden tot onherstelbaar verlies, dus het behoud van monumenten isaltijd een belangenafweging. Je kunt niet alles behouden, maar je wilt welbehouden wat uniek en karakteristiek is, en wat natuurlijk voldoet aan alleformele eisen die voorafgaan aan het aanwijzen van rijksmonumenten engemeentelijke monumenten. Ook in tijden van financiële druk blijft hetbeschermen van nationaal erfgoed een verantwoordelijkheid van derijksoverheid. Ik ben daar dan ook volop mee bezig.De heer Stoffer vroeg specifiek naar het programma Toekomst ReligieusErfgoed. Ik kan hem geruststellen dat alle gemeenten kunnen meedoenmet het programma Toekomst Religieus Erfgoed, ook de gemeenten dieeerder geen subsidie hebben aangevraagd voor het ontwikkelen van eenkerkenvisie. Het programma blijft gemeenten dus faciliteren bij het makenen uitvoeren van een kerkenvisie. We zetten daar procescoaches voor in,we bieden informatie en we hebben handreikingen. Dat doen we via hetplatform en via bijeenkomsten door het hele land. Daar gaan we dus meedoor, want dat is belangrijk. Er is in het verlengde programma geenbudget via het Gemeentefonds voor het opstellen van nieuwe kerken-visies, zoals eerder wel het geval was, maar het programma ToekomstReligieus Erfgoed gaat wel door en staat ook open voor gemeenten die totnu toe nog niet aangehaakt waren.Een belangrijke vraag van de heer Stoffer was die naar de status vankerktorens in de structurele regeling voor grote kerken en in de subsidiegrote monumenten, die nu gaat komen. De 5 miljoen uit het amendement-Bontenbal, waar ook de heer Stoffer onder stond, zal worden toegevoegdaan de Sim-regeling en specifiek worden ingezet voor grote kerkge-bouwen. Ja, eigenaren van kerktorens die deel uitmaken van die grotekerkgebouwen kunnen daar ook aanspraak op maken. Ik kan verder dusnog niet op de inhoud van die regeling ingaan, maar dit wil ik alvasttoezeggen aan de heer Stoffer. Dit werk ik in samenspraak met deorganisaties die ik noemde verder uit. Maar kerktorens horen daar volopbij.De heer Krul noemde het Westfries Museum en vertelde zijn jeugdherin-neringen; we hebben ook Blijdorp en Prinsenhof gehoord. Juist met dezerestauratieopgaven in het achterhoofd heb ik nu middelen vrijgemaakt. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54635 ga er dus voor zorgen dat die regeling nu ontworpen wordt, want dit typegebouwen, wanneer dat rijksmonumenten zijn, valt precies onder deregeling die ik nu aan het ontwerpen ben, zowel voor een subsidie alsvoor een lening. En inderdaad, wanneer ik dan hoor «de financiering isbijna rond, maar we hebben nog net even de overheid nodig», word ikdaar alleen maar warm van, want ik hoop dat die regeling een vliegwielzal zijn. Dan gaan het Westfries Museum of het Prinsenhof eerst natuurlijkop alle mogelijke manieren proberen om daar geld voor bij elkaar tekrijgen, maar als ze er nog net niet zijn, dan komen ze bij de rijksoverheidaankloppen. Dat lijkt me de ideale weg om te bewandelen met dezeregeling. Maar zoals gezegd: het precieze ontwerp van deze regeling zal ikop een later moment met u delen.Er is ook gepraat over Werelderfgoed. Dat onderwerp heb ik ook in ditblokje gestopt. Mevrouw Van der Velde sprak met name over artikel 7.3 en7.4. Ik werk samen met de Minister van Klimaat en Groene Groei aan dezorgvuldige ruimtelijke inpassing van nieuw aan te leggen voorzieningenin Werelderfgoederen. De insteek waarmee we bezig zijn, is nu juist datmogelijke negatieve effecten van nieuw aan te leggen energievoorzie-ningen op Werelderfgoed worden vermeden. Ik denk dat ik daarmee doewat mevrouw Van der Velde mij vraagt. De effecten van dergelijkevoorzieningen worden gemeten middels zogenaamde Heritage ImpactAssessments van de UNESCO. Dat is een nette methodiek om daar metelkaar naar te kijken. Er is wel een mogelijkheid voor de provincies, zeg ikdaarbij, om in hun omgevingsverordening een ontheffing toe te voegen,maar alleen als hun beleid strenger is dan wat het Rijk van hen vraagt, duswel in die volgorde. Zo wil ik samen met de Minister van KGG omgaanmet de belangenafweging tussen energievoorziening en Werelderfgoed.Sommigen van u hadden het ook nog over mobiel erfgoed. Dan denk ikaan mevrouw Beckerman en de heer Stoffer. Mevrouw Beckerman vroegaandacht voor een goede verankering van mobiel erfgoed in deErfgoedwet. Wel, ik heb een onderzoek laten uitvoeren door de Univer-siteit Leiden naar de mogelijkheden van bescherming. De uitkomstdaarvan is dat mobiel erfgoed op basis van de Erfgoedwet kan wordenbeschermd door het aan te wijzen als beschermd cultuurgoed. Op diemanier is mobiel erfgoed goed verankerd in de Erfgoedwet. Verder wijs ikmevrouw Beckerman, maar vooral ook de bezitters van mobiel erfgoed,graag nog op de Restauratieregeling Mobiel Erfgoed bij het MondriaanFonds. Die is nog open. Er is nog 1 miljoen beschikbaar, dus gebruik datgeld.De heer Stoffer vroeg of ik in overleg wil blijven met de branche over deontwikkeling van duurzame brandstoffen voor mobiel erfgoed. Dan heefthij het specifiek over mobiel erfgoed met een fossielebrandstofmotor erin,vermoed ik zomaar. Ja, ik blijf daarover in overleg met de branche en ookmet het Ministerie van IenW. In het concept-Klimaatplan 2025–2030 isaangegeven dat wordt ingezet op biobrandstoffen en synthetischebrandstoffen. Synthetische brandstoffen zijn natuurlijk een prima manierom CO2 uit de lucht te halen, al is opschaling van die techniek nog bestwel een ingenieursopgave van jewelste, maar dat hoef ik de heer Stofferals ingenieur niet te zeggen.De voorzitter:Kan ik concluderen dat we daarmee aan het einde zijn gekomen van ditblok? Ja. Ik heb wat opgestoken vingers genoteerd en wellicht volgen ernog. Ik begin bij de heer Krul. We hebben dus maximaal vier interrupties,zeg ik nog even voor de herhaling.De heer Krul (CDA):Dat is erg weinig, voorzitter. Ik heb er eigenlijk al twee; ik kijk hoe ik dieslim kan verpakken in één. Een Grinwis, ja! Het is goed om van deMinister te horen dat het geld juist bedoeld is voor het monumentaalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54636 erfgoed, de monumenten die worstelen met het rondkrijgen van finan-ciering. Het gaat vaak juist om dat kleine laatste beetje om noodzakelijkrestauratiewerk te doen. Het liefst zouden we dat natuurlijk structureelzien, maar goed, het zij zo. Kan de Minister aangeven wanneer hij daarprecies mee komt? Waar ik ook heel benieuwd naar ben, ook een beetje inreactie op het antwoord aan de heer Stoffer, is het volgende. Onderdeeldaarvan is ook die 6,8 miljoen voor kerken, die wordt toegevoegd aan deSim-regeling. Ik ben heel benieuwd: hoe bakenen we die dan af? DeSim-regeling staat open voor alle beheerders van monumentaal erfgoed.Dan krijg ik de indruk: wordt het dan op de hoop gegooid en kan het ookzomaar op zijn voordat de kerken aan de beurt zijn?Minister Bruins:Het wordt toegevoegd aan de Sim-regeling. De kerkgebouwen, degebedshuizen, lopen daarin mee, maar er staat wel een hekje omheen.Door dat hekje garanderen we dat ten minste die 5 miljoen wordt besteedaan gebedshuizen.Dan de timing. Dat ga ik niet redden voor de verkiezingen, vermoed ik.Voor de verkiezingen, dus voor uw verkiezingsreces, wil ik een brief aan usturen met de uitgangspunten van de regeling, zodat we daar met elkaarover kunnen praten. Het publiceren van de regeling en het volledigsubsidieproof uitwerken daarvan red ik niet voor de verkiezingen, dus datkomt dan daarna.De voorzitter:Oké, dan komen we bij ... Ik had genoteerd mevrouw Van der Velde.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik hoor de Minister net iets zeggen over het feit dat provincies engemeenten daar dan wel ontheffing aan kunnen verlenen, tenminstegemeenten via de provincie, om dit te doen, mits zij strenger zijn dan water in zo’n HIA staat. Maar ik heb hier het programma WindenergieAmsterdam 2030, waarin zij gewoon aangeven: «Vanwege de beperktehoogte van de turbines is vermoedelijk geen aanvullend onderzoek nodignaar de impact op het UNESCO-Werelderfgoed Stelling van Amsterdam/Nieuwe Hollandse Waterlinie.» Maar turbines van 145 meter zijn weldegelijk zichtbaar. Dat is dus ook de aangezichtslijn waar ze nog zichtbaarzijn. Hoe kan een gemeente dan zeggen in hun eigen plannen «joh, je gaatdit niet zien en dat gaat waarschijnlijk het erfgoed niet aantasten», terwijler in de HIA’s veel strenger gesproken wordt over wat wel voor dieaantasting zorgt? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat dit soortplannen geen doorgang vinden als ze wel degelijk dat erfgoed aantasten?Minister Bruins:Ik denk dat we hier ook wel te maken hebben met de definitie van wat«aantasten» is. Inderdaad, windmolens van 145 meter zie je ook40 kilometer verderop nog, als ik de kromming van de aarde snel even opde achterkant van een envelop uitreken. Dat betekent in zekere zin dat je inUtrecht geen windmolens kunt plaatsen als je erfgoed in Amsterdam hebt.De grote vraag is inderdaad waar hier sprake is van aantasten. Dat is ookeen belangenafweging. Dat heeft ook te maken met de ruimtelijkeinpassing, waar ook provincies rekening mee moeten houden en waar ikals Minister inderdaad niet per casus een uitspraak over kan doen.De voorzitter:Een vervolgvraag hierop. Kort, want ik ga nu ook een beetje letten ophoelang de interrupties zijn.Mevrouw Van der Velde (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54637 Dus als ik het goed begrijp, zegt de Minister: ik ga niet kijken of dit wel ofgeen schade toebrengt aan die waterlinies. U zegt het nu overigensprecies verkeerd om. De gemeente Amsterdam zet dit aan de grens vanhet Geingebied, waardoor Utrecht de gevolgen ondervindt en nietAmsterdam zelf. Zij hebben dus wel de lusten en niet de lasten van dievreselijke windturbines. Hoe is dat nimbybeleid in vredesnaam mogelijk?Maar ik hoor het al: wij gaan van de Minister geen toezegging krijgen opdit onderwerp.De voorzitter:Toezegging of niet?Minister Bruins:Ik ga mevrouw Van der Velde toch een beetje helpen. Zodra er sprake isvan aantasting, en daar kan de overheid op gewezen worden, komen wijals OCW in beeld met de Heritage Impact Assessments van UNESCO, metde methodiek van UNESCO. Dan gaan we kijken of er inderdaad sprake isvan aantasting. Afhankelijk van wat daaruit komt, gaan we vervolgens ingesprek. Die route ligt altijd open. Dat geldt voor alle situaties, dus ookvoor de specifieke situatie waar mevrouw Van der Velde over spreekt.De heer Stoffer (SGP):Een korte vraag. De Minister gaf zojuist een positief antwoord op mijnvraag over monumenteigenaren die een bepaalde omvang van porte-feuille hebben: niet al te veel maar wel een aantal voormaligewoonhuizen. Hij gaat die regeling harmoniseren, zo noemde hij het zelf,en het weeffoutje eruit halen. Hij komt erop terug. Mijn vraag is heelconcreet: wanneer komt hij erop terug?Minister Bruins:Dat doe ik in ieder geval voordat de volgende regeling, de volgenderonde, opengaat. Ik zorg dat ik dan die weeffout hersteld heb en ik zal uwKamer daarover informeren. Dat zal dan ... Dan kom ik erop terug of ik dieweeffout kan herstellen, en zo ja, hoe ik dat dan zal doen. Daar moet ikeven heel voorzichtig in zijn, want we moeten die eerst even bestuderen.Maar ik zal ervoor zorgen dat uw Kamer daar voor de volgende rondeover geïnformeerd wordt.De voorzitter:Dat is na het verkiezingsreces. Ik zoek even; ik probeer het even scherp tekrijgen. Anders blijft het hangen. Voor het verkiezingsreces, eindseptember? Of na de verkiezingen?Minister Bruins:Dit wordt na de verkiezingen.De heer Stoffer (SGP):Dat is prima. Alleen hoor ik de Minister nu in antwoord op mijn vraag ietsanders zeggen. Hij zei eerst: ik herstel de weeffout. En nu gaat hij kijken ofhet kan. Ik ga ervan uit dat het eerste antwoord toch geldend is.Minister Bruins:Ik werd wat overvallen door de vraag van de heer Stoffer. Daarom wil ik ...Ik zou die met alle liefde herstellen, maar ik wil wel eerst kijken wat deconsequenties zijn als je die zou herstellen, bijvoorbeeld of het geld zoukosten. Of dat geld er is, ligt dan natuurlijk ook aan een volgend kabinet ofaan uw Kamer. Sowieso staat u als medewetgever flink aan het roer. Ik zalernaar kijken wat er nodig is om die weeffout te herstellen. Als datmogelijk is binnen budget, dan doe ik dat. Als het niet mogelijk is binnenbudget, dan laat ik u weten of het extra geld kost en hoeveel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54638 De voorzitter:Dank, we hebben het genoteerd. Als andere collega’s geen vragen hebbenover dit blokje, dan heb ik als Kamerlid zelf nog een interruptie. Ik brengdie gelijk in als aanvullende interruptie op collega Krul. Het gaat over watik maar even noem de incidentele rijkssubsidieregeling van 45 miljoen ende leenfaciliteit van 45 miljoen. De heer Krul vroeg terecht: wanneer danen hoe? Toen heeft u iets gezegd over: voor het verkiezingsreces deuitgangspunten – ik vat het even samen – en na de verkiezingen deregeling. Maar er zijn nu instellingen die al in een nijpende situatie zittenen er is veel onzekerheid. Worden die nog betrokken bij de uitwerking vande regeling? Hoe gaat het straks? Wie het eerst komt, wie het eerst maalt?We hebben bij andere regelingen zoals de DUMAVA en de BOSA,verduurzamingsregelingen voor sportclubs, gezien dat de regeling openwas en het geld weg was. Degenen die zich op tijd hadden gemeld,hebben achter het net gevist. Kunt u daar iets over zeggen? Of is het nogallemaal in ontwerp? Ik hoop natuurlijk op het eerste, dus dat er iets overgezegd kan worden.Minister Bruins:Eigenlijk schetst de heer Mohandis precies de reden waarom dezeregeling heel erg goed moet worden doordacht en waarom die uitgangs-punten goed moeten worden vastgeklonken en ook met uw Kamermoeten worden besproken. Je wil dat die goed gaat werken. Dit iseenmalig geld, net zoals ook andere kabinetten eenmalig geld haddenbegroot voor monumenten. Je moet dus wel raak schieten. We willenzorgen dat het niet zomaar «wie het eerst komt, die het eerst maalt»wordt, maar dat er een goede procedure achter zit, zodat er verstandigekeuzes worden gemaakt binnen dat proces. Ik heb dit geld gevonden inhet proces van de Voorjaarsnota, omdat ik mij zeer bewust was van denijpende situaties van een aantal vocale monumenteigenaren. Mijn hartgaat ook uit naar die prachtige plekken, waarvan ik hoop dat we diekunnen redden met dit geld. Het moet dus snel komen. Voor het verkie-zingsreces vertel ik u wat naar mijn idee de uitgangspunten voor dezeregeling moeten zijn om ervoor te zorgen dat we raak schieten met ditgeld. Als in het gesprek met de Kamer blijkt dat ook de Kamer die meningis toegedaan, dan gaan we het als zodanig uitwerken. Dan komen we zosnel mogelijk na het verkiezingsreces met die regeling, zodat demonumenteigenaren snel zekerheid krijgen over of aan hen geld zaltoevallen of niet.U vroeg mij ook nog wie er dan bij betrokken worden. We betrekken inieder geval de brancheorganisaties en de provincies. Via die gesprekkenhebben de monumenteigenaren natuurlijk ook allerlei mogelijkheden omdaar invloed op uit te oefenen.De voorzitter:Dat was de interruptie van het lid Mohandis. We gaan door naar hettweede blok. Dat is het blok archeologie. Ik wilde bijna mevrouwBeckerman het woord geven; ik ontregel helemaal. Archeologie; deMinister.Minister Bruins:Voorzitter. In het bijzonder ging het vandaag natuurlijk over maritiemearcheologie. Het erfgoed onder onze voeten en dus ook dat onder dewaterspiegel vertelt het verhaal van ons verleden. Maritiem erfgoed isbijzonder kwetsbaar, zeker ook in de Waddenzee, waar de situatie perdefinitie voortdurend in beweging is. Ik heb uw Kamer recent geïnfor-meerd over mijn aanpak maritieme archeologie. Ik vind het belangrijk datwe er zorgvuldig mee omgaan. Ik heb uw Kamer daarom gemeld dat ikvoor de periode 2026 tot en met 2028 6,8 miljoen euro vrijmaak voor eenaantal impulsmaatregelen, waarbij we iedereen goed in positie willenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54639 brengen die betrokken is bij de zorg voor dit erfgoed, met een speciaaloog voor de vrijwilligers, die zo enorm belangrijk zijn voor het behoud vandit culturele erfgoed.Mevrouw Beckerman vroeg of ik de mening deel dat er structureleaandacht en financiering nodig is voor maritiem erfgoed. Laat ik als eerstezeggen dat ik het enorm waardeer dat mevrouw Beckerman mij telkens bijdit onderwerp bepaalt. Ik wil ook mijn waardering uitspreken voor de RCE,de rijksdienst die werkelijk geweldig werk doet. Echt supermooi. In debrief die ik uw Kamer stuurde over mijn aanpak benadruk ik ook hetbelang van dit veld. En ja, als ik eerlijk ben tegen mevrouw Beckerman zegik dat hier structurele aandacht en financiering voor nodig is. Eigenlijk benik dat gewoon vreselijk eens met mevrouw Beckerman. Met die 6,8miljoen zal ik in ieder geval een stevige basis leggen voor de komendedrie jaar. Via die incidentele investering zorg ik ervoor dat de diversepartijen echt kunnen samenwerken en meer kunnen doen.Op dit moment ontbreekt het mij aan de middelen om langer vooruit tekijken. Ik vind dat ook eigenlijk aan een volgend kabinet. Maar binnen demiddelen die ik heb, doe ik wat ik kan. Als u dan allemaal in uw verkie-zingsprogramma’s opschrijft dat dit structureel gefinancierd moet worden,zou dat zomaar kunnen gaan gebeuren. Nogmaals, ik proef zo’n warmhart voor de maritieme archeologie in deze commissie dat ook dat geenimaginaire toestand is.Mevrouw Beckerman vroeg mij ook om extra toezicht en handhaving dienodig is maar niet in de aanpak lijkt te zitten. Dat komt doordat ik deafgelopen jaren al extra heb geïnvesteerd in toezicht en handhaving. Decapaciteit van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed is een jaar ofdrie terug met 1 fte uitgebreid. Dit jaar is OCW toegetreden tot hetsamenwerkingsverband van de Kustwacht, ook een heel mooie samen-werking. Op deze manier werk ik aan het verbeteren van toezicht enhandhaving.Ook gemeenten en provincies moeten natuurlijk een rol spelen in dieketen. Ik maak 3 miljoen vrij, die in het bijzonder zal worden ingezet om indiezelfde periode 2026 tot 2028 de uitvoering bij gemeenten en provincieste versterken. Daarbij is ook aandacht voor de handhavingsketen. Ik hebniet alles opgeschreven, maar zoals bleek uit mijn inleiding die geeninleiding was, is er een hoop gebeurd en ook dit is gebeurd.Mevrouw Beckerman vroeg ook of het wel reëel is om gemeenten grotetaken en verantwoordelijkheden te laten dragen met betrekking totonderwatererfgoed. Laat ik wel zeggen dat ik hecht aan het wettelijkstelsel waarbij gemeenten en provincies een belangrijke rol hebben in deomgang met archeologisch erfgoed. Zij weten toch het beste wat er opland of onder water zich bevindt. De Waddenzee is natuurlijk wel een heelgrote oppervlakte; ik begrijp dat het een uitdaging is om dat specifiek ophet netvlies te hebben. Zeker voor gemeenten en provincies die een grootgebied beheren is het best ingewikkeld. Daarom is de samenwerking vande drie overheidslagen ook essentieel, niet alleen de samenwerkingtussen de drie lagen, het Rijk en de andere overheden, maar ook tussengemeenten onderling als het een groter gebied betreft. Daarom onder-steun ik provincies en gemeenten ook met die 3 miljoen euro die ik aleerder noemde. Ik ben ervan overtuigd dat samen ons dit gaat lukken.Ik ga binnenkort op werkbezoek naar Texel. Daar ga ik op socials en waardan ook heel veel aandacht vragen voor de geweldige vondsten die daarzijn. Alle Kamerleden zijn van harte uitgenodigd; het is in de week van deNAVO-top. U bent van harte welkom om mee te gaan, dan gaan we metz’n allen laten zien hoe mooi maritiem erfgoed en maritieme archeologieis.Mevrouw Beckerman sprak ook over de arboproblemen waardoorsamenwerking tussen professionele archeologen en studenteningewikkeld is, terwijl nu juist studenten zo ontzettend belangrijk zijn voorhet veld. Ze kunnen dan veldervaring opdoen. De huidige regelgevingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54640 voor duikwerkzaamheden beperkt de mogelijkheden om samen te werkenmet professionals, niet alleen voor studenten, maar ook voor vrijwilligers.Dat is een bekend probleem. De regelgeving is al wat verruimd, maar hetis nodig om ervoor te zorgen dat we zo weinig mogelijk blokkadesopwerpen. Dit heeft mijn aandacht en ik ben in gesprek met mijn collegavan Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Binnenkort brengt de StichtingWerken onder OverDruk een advies uit aan SZW. Dat advies moet leidentot concrete oplossingen, die voor alle partijen werkbaar zijn. Dan gaanwe daar ook mee aan de slag. Ik zie er dus naar uit om uw Kamerdaarover op een later moment bij te praten.Mevrouw Beckerman stelde mij ook een vraag over de ratificatie van hetUNESCO-verdrag. Dat is heel belangrijk en komt al uit 2001, maar het iswel complexe materie en die vraagt veel juridische capaciteit. Nou is hetzo dat ik 22% moet bezuinigen op mijn ambtenarenapparaat. Dit kunnenmijn mensen er gewoon niet bij hebben. Ik zou het dus graag oppakken,maar dit is wel een consequentie van de bezuiniging op ambtenaren. Ditga ik niet redden, dus misschien is het dan ook aan een volgend kabinetom ervoor te zorgen dat ik wat meer juristen in dienst kan nemen, die hierdan mee aan de slag gaan. Dit is echt een complex stuk wetgeving. Ik hebde capaciteit niet.De laatste vraag in dit blokje, van mevrouw Beckerman, ging specifiekover het Palmhoutwrak. Moeten we nu niet snel gaan starten metnadenken over het vormgeven van een onderzoeksproject naar hetPalmhoutwrak of naar andere wrakken? Het volledig opgraven van hetPalmhoutwrak is een prachtig scenario dat de RCE schetst – daar kunnenmevrouw Beckerman en ik heel warm van worden – maar dat vraagt ookwel veel geld. Ik heb nu anderhalf miljoen euro extra gevonden vooropgravingen onder water, maar zelfs dat is niet voldoende voor alleen alhet Palmhoutwrak. Dit is dus duur werk.Uit onderzoek blijkt dat het Palmhoutwrak momenteel veilig onder een dikzandpakket ligt, dus op dit moment is het nog veilig, maar we moeten datwel heel erg goed blijven monitoren, want we weten allemaal dat deWaddenzee voortdurend in beweging is. Ik heb voor nu aan de RCEgevraagd om het wrak te monitoren. Dat komt dus eigenlijk neer opscenario één. Dat is spijtig, maar dat is wat ik op dit moment binnen definanciële middelen kan doen. Volgende week start de RCE met eenduikcampagne, waarbij de afdekking wordt geïnspecteerd en de nodigereparaties ook worden uitgevoerd. We zitten er dus wel echt heel serieusbovenop, want het wrak wordt natuurlijk steeds kwetsbaarder door debewegingen in de Waddenzee. Ik heb dus aan de RCE gevraagd omsamen met de provincie Noord-Holland, de gemeente Texel en anderepartijen de komende jaren te onderzoeken welke stappen we verderkunnen zetten. En ja, het is dan aan mijn ambtsopvolger om daar een heelverstandig, mooi en prachtig besluit over te nemen. Wellicht is dit ook eenmooie tip voor uw verkiezingsprogramma.De voorzitter:U gaat al uit van een ambtsopvolger. We weten niet hoe het gaat lopen,natuurlijk. De verkiezingsdatum is nog ver weg. Dat terzijde. We zijn aanhet einde gekomen van het tweede blok. Ik kan me voorstellen datmevrouw Beckerman wil interrumperen. Anderen zijn natuurlijk ookwelkom om dat te doen.Mevrouw Beckerman (SP):Ik wou zeggen: ik kan me voorstellen dat iedereen hierop wil reageren.Dank aan de Minister voor deze eerlijke antwoorden. Er zit best wel wateerlijkheid in, namelijk dat de bezuinigingen op ambtenaren – ik kijk ookeven naar links – er gewoon voor zorgen dat erfgoed minder goedbeschermd is en dat we minder te zeggen hebben over Nederlandserfgoed buiten Nederland omdat we het UNESCO-verdrag niet kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54641 tekenen. Ik wil toch even doorgaan op die opgraving, omdat volgens mijdie ene opgraving – dat lijkt dan één duur project – heel veel impact kanhebben op al die andere facetten. Onbekend maakt onbemind. Als veelmeer mensen hiervan weten, kunnen we ook beter omgaan met de restvan het erfgoed. Als we weten hoe we met een wrak op deze locatiemoeten omgaan – dat kan dit wrak, het Palmhoutwrak, zijn – dan wetenwe ook hoe we dat op andere plekken moeten doen. Ziet de Minister ookdie hele grote winst? Ik hoor namelijk elke keer in het antwoord dat hetheel erg duur is, maar niks doen is toch ook heel erg duur?Minister Bruins:Dank aan mevrouw Beckerman voor deze wetenschappelijke benadering.Als je er eentje heel erg goed doet, weet je beter wat je moet doen met derest. Dat is inderdaad wel heel relevant. Het is belangrijk. Het is natuurlijkook zeker denkbaar dat andere scenario’s omtrent het Palmhoutwrakwerkelijkheid worden, maar daar is wel meer geld voor nodig dan ik op ditmoment heb. Maar ik roep iedereen op om de manier van denken vanmevrouw Beckerman over te nemen, zodat we er eentje heel erg goedkunnen doen en precies weten wat nou de juiste aanpak is voor erfgoeddat onder water ligt. Daar ben ik het wel mee eens.De voorzitter:U krijgt zo het woord, mevrouw Beckerman, maar even tussendoor: ikvraag u, en ook de Minister, het iets korter te houden, want anders gaanwe 14.00 uur niet redden.Mevrouw Beckerman (SP):Kort is bij dit onderwerp voor mij echt heel moeilijk, want ik ben er ergenthousiast over. Ik wil in mijn tweede interruptie even aandacht vragenvoor het onderwijs in combinatie met de arboregels. Het punt is datNederland altijd heel erg goed was in dit soort onderzoek. Ik lees in hetstuk van de RCE – excuus, voorzitter – het volgende: «In het onderwijsvormen arboregels een belemmering. Zo wordt aan de Universiteit Leidensinds een aantal jaar archeologie onder water en maritiem erfgoedbeheeronderwezen, maar is men voor veldwerk genoodzaakt naar Duitsland uitte wijken.» Ik snap dat de Minister zegt: we zijn dat aan het onderzoeken;die brief komt van SZW. Maar ik zou als Minister van Onderwijs ook juistop dit punt heel goed nadenken, niet alleen over het arboaspect, maar ookover het toekomstaspect, want dat hoort erbij. Zonder goed onderwijsgaan we dit hele erfgoed, dus niet alleen dit specifieke voorbeeld, nietgoed genoeg kunnen beschermen en onderzoeken.Minister Bruins:Specifiek voor maritieme archeologie is dat arboaspect zo belangrijk. Ikheb ook samen met studenten op de Veluwe in grafheuvels staan boren;daarbij zijn er een stuk minder arboaspecten. Je moet alleen wel zorgendat je op je rug let wanneer je de boor er weer uit trekt. Dat is ook heel ergmooi werk, trouwens. Maar ik begrijp dit aspect. Als het gaat om deinrichting van opleidingen moet ik zeggen dat ik als Minister vanOnderwijs, zeker in het geval van hoger onderwijs, dus hbo en wo, geeninvloed heb op de curricula. Daar geldt echt de onderwijsvrijheid. Maar ikbesef heel goed het belang van veldwerk. We gunnen iedere studentarcheologie mooi veldwerk, waar dan ook, maar de curricula moet ik echtaan de onderwijsinstellingen overlaten.De voorzitter:Tot slot. Uw derde interruptie.Mevrouw Beckerman (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54642 Wat de Minister zegt is helemaal waar, maar zodra grote bezuinigingeneen grote impact hebben en je daardoor niet meer kunt voldoen aan dewettelijke verplichtingen die zijn opgenomen in de Monumentenwet, in deErfgoedwet en in de Omgevingswet, gaat het wringen. Ik denk dat wijweten met welke moties we gaan komen. We kennen het enthousiasmevan deze Minister en ik snap al zijn antwoorden over geld, maar ik zoutoch willen vragen: wat wil hij nou de komende weken of maanden, ofmisschien wel het komende jaar, op dit ministerie doen om hiervoor nogmeer voor te bereiden, naast hetgeen dat in die brief al genoemd wordt?Ik denk namelijk dat hier wel een hele unieke kans ligt.De voorzitter:Volgens mij is de vraag helder.Minister Bruins:Het eerste punt zijn die arboregels. Daarover ben ik dus in gesprek metmijn collega van Sociale Zaken. Ik wacht op het advies over specifiekmaritieme archeologie, over het werken onder overdruk, over het duiken.Dat moet dus tot concrete oplossingen leiden, die voor alle partijenwerkbaar zijn. Dat wil ik in ieder geval nog ter hand nemen. Ik heb ook hetbedrag van 6,8 miljoen euro genoemd dat voor de komende drie jaarklaarligt voor extra zaken. Dat zijn dus toch een paar dingen die nu gaanlopen en waar ik ook verder mee aan de slag wil. Dit wil ik nu echt op derit zetten om ervoor te zorgen dat het op een goede manier tot standkomt.De voorzitter:Oké, laten we het voor nu daarbij houden. Dan komen we bij het volgendeblok, musea. Ik vraag de Minister om, als het even kan, naar een versnel-linkje hoger te schakelen. Dat mag.Minister Bruins:Dat is wat. Ik ben al aan het haasten, maar ik ga er in een nog hogertempo doorheen, voorzitter. De subinleiding laat ik weer weg.Velen van u hebben gevraagd naar het Onderwijsmuseum, met name ooknaar de omgang met de collectie. Laat ik eerst de concrete vraagbeantwoorden: ben ik bereid om vanuit OCW samen met de gemeente tekijken naar een noodfonds of overbruggingsregeling? Het antwoord is:nee, dat ben ik niet van plan. Het betreft geen rijksmuseum. Ik ben ookniet verantwoordelijk voor de collectie. Het Onderwijsmuseum valt onderde Staatssecretaris van Onderwijs en zit dus niet in mijn portefeuilleCultuur. In de onderwijsportefeuille hebben we te maken met forsebezuinigingen. Er zijn dus scherpe keuzes gemaakt tussen wat wel en nietmeer kan. OCW bekostigt ongeveer een derde – tussen een derde en dehelft; iets minder dan de helft – van het Onderwijsmuseum. De gemeenteheeft ook besloten om het niet meer te financieren. We hebben ervoorgezorgd dat er voldoende tijd is voor een afbouwpad en voor het vindenvan alternatieve financiering. Daarom wordt de instellingssubsidie nogverstrekt tot januari 2027. Zoals u bekend is, verkeert het Onderwijs-museum al langere tijd in financieel zwaar weer. De huidige situatie wasdan ook niet houdbaar.Dat is het museum zelf, maar daarnaast hebben we natuurlijk de collectie.Die is wel heel erg belangrijk. Het museum heeft hele mooie objecten, diedeels ook uniek en heel betekenisvol zijn voor het vertellen van hetverhaal van de geschiedenis van ons onderwijs. Daar moet goed naargekeken worden. Maar zoals ik al zei, is het geen rijkscollectie. Hetmuseum is verantwoordelijk voor het behoud van die collectie en heeftzich daarbij ook te houden aan de Leidraad voor het afstoten van musealeobjecten. Mijn Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kan hierbijadviseren. Die heeft veel kennis en ervaring beschikbaar over de omgangTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54643 met collecties. Maar ik ga niet over welk object naar welk museum gaat. Ikkan een museum niet verplichten en zeggen: jij zal objecten van hetOnderwijsmuseum overnemen, jij moet dat doen. Daar gaan musea zelfover en dat is niet mijn mandaat.Dan de middeleeuwse ring. Ik dank de heer Stoffer voor de positievewoorden en complimenten. Wat is nu de stand van zaken? Na publicatievan mijn bedenkingen gold een termijn van zes weken waarin de ringbinnen Nederland verkocht mocht worden. De ring mocht dus nietverkocht worden naar het buitenland, maar wel binnen Nederland.Conclusie: dat is niet gebeurd. Als ik dan de Erfgoedwet volg, dan ga ik inonderhandeling met de eigenaar om de ring aan te kopen voor derijkscollectie en daarna publiek toegankelijk te maken. Dat proces vanonderhandelen is nu gaande en ik zie er enorm naar uit om u op dehoogte te houden van het resultaat van die onderhandeling.Dan zijn er twee vragen van de heer Van der Burg. De ene ging overoorlogsmusea, de andere over collecties in depots. De oorlogsmuseavallen onder mijn collega Karremans van VWS. Net als hij onderschrijf ikhet belang van aandacht voor de Tweede Wereldoorlog en specifiek deHolocaust. Dat is iets wat nooit mag worden vergeten en die musea enherinneringscentra zijn buitengewoon belangrijk daarvoor. Staatssecre-taris Karremans heeft inderdaad middelen ter beschikking gesteld voor deversterking van instellingen die gericht zijn op de geschiedenis van deTweede Wereldoorlog. Dat is structureel geld en dat loopt de komendejaren op tot 6,5 miljoen in 2029. Vanuit mijn rol voeg ik daar dan nog aantoe dat musea en herinneringscentra in rijksmonumenten aanspraakkunnen maken op de instandhoudingssubsidie. Musea kunnen voorbijvoorbeeld tentoonstellingen ook nog terecht bij de fondsen, zoals hetMondriaan Fonds. Dat heeft daar regelingen voor. Ik denk dus dat deoorlogsmusea dankzij collega Karremans op dit moment een toekomsthebben.De andere vraag ging over collecties in depots. Dat was ook de vorigekeer een buitengewoon relevante vraag, van mevrouw Van der Wal, dus ikben heel blij dat de heer Van der Burg die vragen voortzet. Ik heb in eenbrief veel cijfers gegeven over depots en de waardevolle collecties die zichdaar bevinden. We vinden allemaal dat collecties, naast dat ze beschikbaarkunnen zijn voor wetenschappelijk onderzoek, ook maximaal publiektoegankelijk moeten zijn. Een museaal object in een la bestaat eigenlijkniet, totdat je dat waarneemt. We willen het dus publiek toegankelijkhebben, via tentoonstellingen en bruiklenen. Maar er zijn ook digitalemogelijkheden om iets publiek toegankelijk te maken. Daarnaastondersteunt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed musea met kennisbij behoud en beheer van collecties en bij collectiemobiliteit tussenmusea, waarbij sprake is van soms best wel kwetsbare stukken. Zoworden werken uit depots publiek zichtbaar in de museumzalen. Er is veelroulatie. Er is ook crosstalk met het buitenland. Ook al zien we niet allesop één moment in musea – we hebben meer erfgoed dan dat we in museakunnen laten zien – er rouleert wel veel en uiteindelijk is het natuurlijk debedoeling dat alles een keer publiek zichtbaar is.De voorzitter:Nog even ter verheldering: kan de Minister een termijn aangeven waaropde Kamer iets hoort over het vervolg van de middeleeuwse gouden ring?Minister Bruins:Hoelang duurt die onderhandeling? Dat is natuurlijk de vraag. Ik denk nietdat daar een termijn voor staat.De voorzitter:Onderhandelen kan eeuwig duren, dat klopt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54644 Minister Bruins:Dit kan lang duren, maar we zetten er haast achter. Zullen we het zozeggen? Het zou mijn onderhandelingspositie schaden als ik nu eendatum zeg.De voorzitter:Nee, nee, dat begrijp ik. Maar ik dacht: ik check het even. Ik ken uwonderhandelingskwaliteiten niet, maar ik wacht het af. We gaan hetgewoon afwachten.Wij zijn aan het einde gekomen van het blok musea. We doen deinterrupties per blok, vandaar dat ik eerst even het blokje afwacht.Mevrouw Rooderkerk is als eerste.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat was toch wel een zeer teleurstellend antwoord van de Minister. Hijzegt ten aanzien van het Onderwijsmuseum eigenlijk dat hij er niethelemaal over gaat en als er iemand over gaat, dat de Staatssecretaris vanOnderwijs is. Die valt dan weer onder de Minister, zeg ik daarbij. Definanciering valt weg. Dat is voor de musea een grote klap. Maar zij zijnmeteen gaan zoeken naar andere oplossingen om dat belangrijke erfgoed,de geschiedenis van het onderwijs, te laten bewaren. Dan kan de Ministernatuurlijk zeggen: nou, ik zit hier nog een paar maanden, dus kijk maareven hoe ze het zelf oplossen en waar ze dat dan achterlaten. Maar ik zouzo hopen dat hij nu zegt: ik zit hier nog een paar maanden, dus laat ik mijnbest doen om deze mensen te helpen. Het kan namelijk zeker helpen alsde Minister van Onderwijs en de ambtenaren met het museum in gesprekgaan en zeggen: goh, waar zien wij mogelijkheden? Zij hebben zelfaangegeven bijvoorbeeld wat te zien in het onderbrengen van de collectiebij het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. In een soort Naturalis-model kun je dan zowel onderzoek als een collectie bij elkaar brengen. Hetzou natuurlijk prachtig zijn als dat kan. Daar liggen wellicht wel koppel-kansen die te pakken zijn. Mijn vraag aan de Minister is: wil hij zichhiervoor inzetten? Ik heb hier namelijk ook echt een Kamermeerderheidvoor gehoord.De voorzitter:Inzet.Minister Bruins:Dank voor deze aanvulling, mevrouw Rooderkerk. Zoals ik heb gezegd,weet ik dat er belangrijke museale objecten zijn in het Onderwijsmuseum,die je niet verloren wilt laten gaan. Daarom is het nodig dat het museumde tijd heeft om zorgvuldig te kijken welke objecten het betreft en of hetdaar een goede plek voor kan vinden. Het heeft daar ook een jaar extravoor gekregen. Het wordt dus 1 januari 2027, niet 2026. Ik kan daarbij aanhulp aanbieden dat onze Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heel veelkennis en ervaring beschikbaar heeft over de omgang met collecties enover hoe je op een zorgvuldige wijze kunt ontzamelen, zoals dat heet. Datis een vak apart. De rijksdienst kan het Onderwijsmuseum daarbij helpen.Dat is wat ik als inzet kan bieden. Ik kan daar inderdaad blijvend advies bijbieden, zodat we ervoor kunnen zorgen dat dat wat echt waardevol is enniet verloren mag gaan, voor het publiek beschikbaar en zichtbaar blijft.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank daarvoor. Dat is vast van waarde. Maar waar ik ook een beetje naarzoek, is het meedenken met de organisatie achter dit museum om danecht een nieuwe plaats voor de objecten te vinden. Het gaat dan nietalleen om een advies van «je moet de collectie op deze manier bewaren ofontzamelen», maar ook om de vraag hoe we er nou voor zorgen dat wedeze belangrijke geschiedenis van het onderwijs toegankelijk houden voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54645 leerlingen en leraren. Ik spreek hierbij ook het onderwijshart van deMinister aan. Laten we daarvoor zorgen. Laten we gewoon de hulp die wekunnen bieden ook bieden, als het geld er dus nu niet is omdat deMinister dat niet heeft kunnen regelen. Laten we dat dan doen.Minister Bruins:Dan moet ik mezelf toch even splitsen in de «O» en de «C». Ik antwoordeven als Cultuurminister en dan moet ik er toch wel bij zeggen dat er inNederland heel veel musea zijn waar ik niet over ga. Sterker nog, ik ganiet over de overgrote meerderheid van musea. Er zijn musea inNederland die geregeld worden door de samenleving. Met allerleisponsoracties en toegangsprijzen zorgen die musea ervoor dat ze rondkunnen komen. Ik ben verantwoordelijk voor de rijksmusea. Dat zijn demusea met een rijkscollectie of waarvan een deel van de collectierijkscollectie is. Maar ik kan niet alle musea in Nederland redden. Dit is ereen die inderdaad specifiek ligt bij de Staatssecretaris van Onderwijs, diein deze tijd van bezuinigen op onderwijs scherpe keuzes heeft moetenmaken. Dit is een gemaakte keuze die wat ons betreft onontkoombaar isen een onderdeel is van de bezuiniging, van de taakstelling die we hebbenmoeten verwerken in onze begroting.De voorzitter:Oké. Het punt is gemaakt.De heer Koops (NSC):Nog steeds over ditzelfde punt. De Leidraad afstoting museale objecten iseen indrukwekkend document waarin allerlei verschillende situatiesworden beschreven waarin een museum afstand doet van een gedeelte,dus het ontzamelen dat de Minister zojuist noemde. Ik zie die leidraadalleen nergens ingaan op de situatie van een daadwerkelijk faillissement.Ik wil helemaal geen faillissement, hè. Maar stel nou dat niks lukt, dan isdat een van de manieren waarop zo’n museum kan eindigen. Ik zie niethoe die leidraad dan nog van toepassing is, want dan is het niet langereen museum. Je hebt dan gewoon te maken met een curator. Wat ik nietwil en wat volgens mij niemand wil, is dat er dan opeens een handigeopkoper is die de waardevolle objecten uit de collectie pikt – pardon:betaalt aan de curator, die dan zijn eigen loon heeft.De voorzitter:En uw vraag?De heer Koops (NSC):De vraag is dus: wil de Minister toezeggen dat die situatie wordtvoorkomen en dat de afstoting inderdaad op deze ordentelijke wijze gaat,ongeacht of er sprake is van een faillissement?De voorzitter:Kunt u die situatie voorkomen?Minister Bruins:Dit is precies de reden waarom de RCE op dit moment al betrokken is enwaarom we een extra jaar de tijd hebben gegeven om dit op eenordentelijke wijze uit te voeren. Dat is juist om ervoor te zorgen dat hetmuseum wordt geholpen om een goede plek te vinden voor de betekenis-volle museale objecten.De heer Koops (NSC):Meneer de voorzitter, ik heb nog een korte vraag.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54646 De heer Koops nog tot slot.De heer Koops (NSC):Echt kort. Maar dat is nog niet de situatie van een faillissement, want eenfaillissement kan ook op een onverwacht moment ontstaan. De vraag isdus of de begeleiding dan als het ware over het graf, over het faillisse-mentsmoment heen doorloopt. Kan dat toegezegd worden?De voorzitter:Kunt u dat toezeggen? Anders heeft u nog een vervolg.Minister Bruins:Kijkend naar de financiële jaarverslagen verwacht ik geen faillissementvoor 1 januari 2027, dus de komende anderhalf jaar is er tijd om hier goedmee om te gaan. De RCE begeleidt dat en is ervoor aan het zorgen dat deobjecten een goede plek vinden. Ik vind dat ook heel erg belangrijk. Ik heber erg veel vertrouwen in dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoeddaarvoor gaat zorgen.De voorzitter:Oké, helder. Dan komen we bij het volgende blok, cultuurbestel en fairpay. Ik dank de Minister alvast voor het versnellen in het vorige blok. Bijdezen.Minister Bruins:Dank u wel. Het cultuurbestel, met name het cultuurbestel vanaf 2029, dusde nieuwe BIS-periode, is door uw Kamerleden genoemd. Uw Kamerheeft een motie van mevrouw Van der Wal aangenomen om de subsidie-periode aan te passen naar zes jaar, maar ik hoorde al brede instemmingmet de gedachte dat acht jaar ook kan. Dat hoorde ik overigens niet bijiedereen, wel breed, maar niet bij iedereen. Daarbij moet ik wel zeggendat zo’n verlenging van acht jaar natuurlijk voor een beperkte groepinstellingen geldt. Het is bedoeld om ervoor te zorgen dat er minderadministratieve last is, minder rompslomp, minder circus. Er is gewooneen beperkt aantal instellingen waarvan je eigenlijk al kunt aantonen datze er iedere vier jaar weer binnen vallen. Daar kan je dus iets voorbetekenen. Dan is het bieden van een achtjarige subsidie een goedemogelijkheid, maar er moet natuurlijk ook een mogelijkheid blijven voorkorter lopende subsidies. Als je meer stabiliteit levert, moet je ooknadenken over waar in het systeem je dan flexibiliteit, vernieuwing eninnovatie gaat invoeren. Daar zal ik in mijn brief aandacht aan besteden.Ik heb gemerkt dat als ik alleen maar praat over de verlenging van viernaar acht jaar, ik een te eenzijdig beeld van het nieuwe stelsel geef. Daaris nu het punt: als ik van vier naar acht wil gaan, heb ik daar een wetswij-ziging voor nodig. Daar moet ik nu heel snel mee aan de slag, anders redik het niet eens voor 2029. In 2027 moet ik namelijk uit kunnen leggen hoede nieuwe ronde in 2028 gaat lopen. Die wetswijziging moet nu dus snelstarten. Daarnaast heb je het ontwerpen van de nieuwe subsidieregeling.Daar heb ik meer tijd voor nodig. Daar is geen wetswijziging voor nodig,maar daar zitten al die nuances in, zoals meer flexibiliteit en wat dan derol van de fondsen wordt in de grotere BIS. Kortom, dat schetsen heeftwat meer tijd nodig.Ik wil de heer Van der Burg toezeggen dat ik u inderdaad uiterlijk inseptember meld hoe ik om wil gaan met die langere subsidieperiode. Datmoet in deze situatie inderdaad via de mr, de ministerraad. Als datallemaal lukt binnen de ministerraad, krijgt u nog voordat u met recesgaat van mij zicht op hoe ik die periode wil verlengen.We hebben gehoord dat die verlenging positieve effecten heeft, maar ooknegatieve effecten kan hebben, zoals mevrouw Van der Velde al zei. Eensubsidieregeling van acht jaar is in de rijksbegroting ongebruikelijk en zetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54647 de zaken natuurlijk ook wel heel erg lang vast. Daarom moet je goedkijken naar punten als: zit er nog een tussentijdse evaluatie in? Ik denkzelfs dat dat wettelijk verplicht is bij subsidies langer dan vijf jaar. Maar jemoet dus ook kijken waar je dan de flexibiliteit gaat vinden om ervoor tezorgen dat niet allerlei organisaties acht jaar lang buiten de boot vallen,organisaties die ons ook zo waardevol zijn. Het is dus een systeem alsgeheel. Daar moeten we heel goed over nadenken. In 2026 zal ik komenmet een breder plaatje van hoe dat stelsel eruit gaat zien. Dat is even losvan de wetswijziging die nodig is voor een langere periode, die ik inseptember met u wil delen. Er is ook gesproken over spreiding, onderandere door de BBB, maar ook door de heer Mohandis van deGroenLinks-PvdA en door de VVD. Ik noem ook de verankering in deregio.De motie op stuk nr. 22 van de leden Van der Velde en Van Zanten vraagtom een betere verdeling van cultuurmiddelen. Ik wil wel gezegd hebbendat er juist in deze BIS-periode, de periode van 2025 tot 2028, al meerregionale spreiding te zien is dan ooit tevoren. Dat is supermooi. Ik kanniet meer ingrijpen in de huidige BIS-periode. Dat is het fijne van eensubsidieregeling: dat is een juridische verplichting, waar ik niets meer aankan doen. Dit geldt niet voor bestuurlijke afspraken, zeg ik met eenknipoog naar sommigen van uw leden die onderwijs in het pakkethebben; dat is met mij. Subsidies liggen vast. Die zijn via een zorgvuldigproces tot stand gekomen. Toen er over de motie werd gestemd, heb ik alaangegeven dat ik de vraag over een betere verdeling zal betrekken bij deinrichting van een nieuwe periode. Daar ga ik dus met uw Kamer overpraten op basis van de brief die in 2026 gaat komen. Dat geeft mij ookvoldoende tijd om hierover af te stemmen met medeoverheden.Enige leden vroegen ook wat ik ga doen ten aanzien van structureleverbeteringen voor de cultuursector. Dat aspect neem ik ook mee indiezelfde brief. Dan gaat het dus echt over de periode van 2029 tot voorbijeen horizon die u en ik ons nog kunnen voorstellen.Er is ook gepraat over lokale bezuinigingen, over gemeenten die bezui-nigen op cultuur. De heer Mohandis sprak daarover, net als de heerKoops. Het is belangrijk dat provincies, gemeenten en Rijk afstemmen.Cultuur is namelijk één geheel, één systeem. Die drie overheidslagenmoeten het goed doen. Maar gemeenten voeren hun eigen beleid. Ik hebveel overleg met ze. We hebben ook convenanten. Daarin spreken we afhoe we met cultuur en cultuurbeoefening willen omgaan. Ik vind het welbelangrijk om vertrouwen te hebben in de keuzes die gemeenten maken,want zij hebben het meeste zicht op wat er lokaal leeft. Ik blijf dus goed ingesprek met de bestuurlijke partners in onze reguliere overleggen. Ikspreek ze meermaals per jaar, het liefst ook nog op locatie, zodat we metelkaar ook nog kunnen genieten van mooie vormen van cultuur. Datblijven we dus vooral doen. We blijven heel goed afstemmen op basis vanconvenanten. Ik denk dat dat voor de verschillende overheidslagen ook dejuiste manier is.Mevrouw Rooderkerk sprak nog over een zorgplicht voor cultuur. Ook deheer Koops sprak daarover. De originele motie sprak over een zorgplicht.Het dictum van de aangenomen gewijzigde motie vraagt mij om goedoverleg te voeren met de medeoverheden. Ik heb in een eerder debatgezegd dat op het moment dat we een wettelijke zorgplicht op het gebiedvan cultuur zouden gaan invoeren, ik daar ook middelen bij wil leveren.Dat doen we ook op andere plekken binnen de culturele sector: als we eenzorgplicht eisen of wettelijk vastleggen, dan moet je dat als Rijk financieelgezien gemeenten ook compenseren. Dat geld heb ik op dit moment niet.Daarom wil ik op dit moment ook geen wettelijke zorgplicht invoeren. Datvind ik geen realistisch scenario; IPO en VNG geven hetzelfde aan.Zoals de motie mij vraagt, ben ik wel in gesprek met de medeoverhedenom ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk afstemming is. Ik zie ook dater bij mijn medebestuurders in andere overheidslagen verschillendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54648 ideeën zijn over de vraag of een zorgplicht een goed idee is of niet. Ik wildaar in ieder geval met ze over in gesprek blijven, zoals de aangenomenmotie mij vraagt.Dan het laatste punt. Verschillende leden, zoals mevrouw Beckerman ende heer Mohandis, hebben gevraagd naar fair pay. Daarbij kan ik alseerste zeggen dat er in de huidige BIS-periode 36 miljoen is toegevoegdaan de BIS voor fair pay. We hebben dus een grote stap gezet wat betreftfair pay. Je kunt je altijd afvragen of het genoeg is. Er mag altijd meer geldnaar de cultuursector, zeg ik als cultuurminister. Maar er is wel 36 miljoenbij gekomen, omdat dat belangrijk is.Er werd specifiek gevraagd naar de makers versus de instellingen. Waarmoet het geld nou naartoe? Makers zijn belangrijk, want zonder makersheb je geen culturele sector. Via de instellingen gaat er ook veel geld naarde makers. Denk maar aan de orkestleden van welk orkest dan ook, of aanandere makers die in dienst zijn bij instellingen of op een andere manierbij instellingen betrokken zijn.Binnen het huidige stelsel zijn er vanuit het Rijk veel mogelijkheden voormakers. Dan noem ik ook nog de rijkscultuurfondsen, waar de makersnatuurlijk heel direct naartoe kunnen stappen. Er is ook een belangrijke rolvoor gemeenten als het gaat om makers binnen het eigen lokale domein.Ik denk dus dat er een goed evenwicht is.Er is ook gepraat over het sectoraal convenant en werkgevers. Dit vergteen beetje uitleg. Een aantal jaren geleden is vastgesteld dat de arbeids-markt in de culturele sector behoorlijke problemen kende. Toen is desector zelf tot een code gekomen: de Fair Practice Code. Er is in dat kadergeprobeerd om afspraken te maken tussen werkgevers en werknemersover een aantal zaken. Dat is helaas niet gelukt. Ik vind dat jammer. Maarik ga ook niet over de gesprekken tussen werkgevers en werknemers. Desector is verantwoordelijk om daar afspraken over te maken. Als het gaatover een cao, kunnen die afspraken ook algemeen verbindend wordenverklaard. Er is al gepraat over de ketentafels. Kortom, het is een proces.Ik ga daar niet over. Het voortouw ligt echt bij de sector.Als het gaat over monitoring, verantwoording en naleving van de fair pay,van de eerlijke beloning, voor de BIS-gesubsidieerde instellingen, dangeldt nu dat zij zich moeten verbinden aan de collectieve tariefafspraken.Daar hebben we 36 miljoen extra voor toegevoegd aan de BIS. In2026–2027 wordt fair pay geëvalueerd. Dit komt ook weer bij uw Kamerterecht. Op basis van die uitkomsten kan ik, of mijn ambtsopvolger,samen met uw Kamer bepalen of eventuele vervolgstappen nodig zijn.Voorzitter. Dat was mijn blokje fair pay en cultuurbestel.De voorzitter:Als eerste ga ik naar mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Als er een aangenomen Kamermotie ligt, dan verwacht de Kamer dat deMinister daar wat mee doet en niet dat hij alleen in gesprek gaat en lekkereen beetje gaat zitten praten. Sorry, maar dit is wel wat er nu gezegdwordt, namelijk: goed, ik ga wel met de mensen praten. Maar dat is nietwat die motie vraagt. Die vraagt natuurlijk om daar dan ook wat mee tedoen, om dit terug te koppelen naar de Kamer en het culturele veld. Ikword een beetje boos, omdat ik me niet serieus genomen voel alsKamerlid. Ik vind dat echt vervelend. We weten namelijk dat er een helegrote wens vanuit de cultuursector ligt om dit te gaan regelen. Nee, ikvraag de Minister niet om dit per direct in te voeren. Dat zou wel vandaadkracht getuigen, maar dat vraag ik hem niet. Ik vraag hem: wil hij ditverkennen en beleidsneutraal opleveren? Wil hij een brief sturen aan deKamer waarin hij aangeeft: dit is hoe je het zou kunnen doen, dit zijn deopties, zo zou het kunnen? Dan hebben wij namelijk iets waarmee wij deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54649 volgende periode verder kunnen. Dan helpen we het veld verder. Danhelpt de Minister de cultuursector verder. Dat zou mijn verzoek zijn.Minister Bruins:Fair. Ik begrijp mevrouw Rooderkerk. Het dictum van de motie verzoekt deregering in gesprek te gaan met de medeoverheden, maatschappelijkeorganisaties en belangenbehartigers, en te onderzoeken hoe eenbloeiende culturele sector in heel Nederland beter geborgd kan worden.Dat is een belangrijke motie. Ik doe dit. Ik voer die ook uit. De vraag is: hoeinformeer ik de Kamer daarover? Ik heb de Kamer in ieder geval geïnfor-meerd over de bestuurlijke convenanten die ik heb gesloten. Daarin wordtbeschreven hoe ik in gesprek ben met de medeoverheden en hoe we eengezamenlijke verantwoordelijkheid voelen voor de culturele sector. Deeerstvolgende stap is – dat hoor ik mevrouw Rooderkerk ook vragen – omna te denken over die nieuwe periode. Als ik kom met een voorstel hoedat nieuwe stelsel wordt ingericht vanaf 2029, dan is dat weer hetmoment dat ik mevrouw Rooderkerk en haar collega’s zal informeren overmijn ideeën over hoe de gezamenlijke verantwoordelijkheid met demedeoverheden ligt en hoe we ervoor gaan zorgen dat de bloeiendeculturele sector, zoals dit in de motie wordt genoemd, beter geborgd kanworden.De voorzitter:Wanneer komt die brief? Is dat voor de verkiezingen?Minister Bruins:Nee, dat wordt volgend jaar. Ik zal het nog even herhalen. Eerst moet ik dewetswijziging, nog voor het verkiezingsreces, erdoorheen zien te krijgen,zodat we de periode voor de BIS kunnen verlengen. Dat is in lijn met deaangenomen motie-Van der Wal. Daar zit haast achter, omdat eenwetswijziging tijd kost. Daarna volgt het ontwerpen van de subsidiere-geling. Dat is geen wetswijziging. Daar heb ik dus meer tijd voor. Dat wil iksamen met de sector en de medeoverheden doen. Daar ben ik op ditmoment over in gesprek. Volgend jaar kom ik met een voorstel voor degewijzigde regeling. Dan ben ik nog ruim op tijd, dus voordat de regelingopen moet, in 2028. De regeling is voor 2029, maar moet open in 2028.De voorzitter:Oké, duidelijk. We waren aan het einde gekomen van het blok cultuur-bestel en fair pay. Als niemand nog een vraag heeft, heb ik nog één korteinterruptie vanuit mijn fractie. Die gaat over fair pay. De vorige keer datwe hierover spraken, zei u: ik ga me hard maken om te komen tot eensectoraal convenant, want het moet duidelijk zijn dat fair pay meer is daniets op papier en dat het meer is dan «er is extra geld voor uitgetrokken».Toen proefde ik bereidheid. En nu zegt u: ik ben daar geen partij in. Als erniet wordt geduwd richting werkgevers, dan gaat dit gewoon niet echt vande grond komen. Dan blijft het bij goede voornemens. Mijn vraag is dustoch: bent u nog bereid om iets te doen om dit weer op gang te brengen?Daarmee bent u geen directe partij, maar kunt u wel een aanjagende rolvervullen. Graag een reactie.Minister Bruins:Ik wil daar wel op blijven duwen. Het eerste is inderdaad dat ik dieketentafels organiseer. Er worden, kan ik wel zeggen, wel degelijk goedestappen gezet. Het proces loopt dus en ik volg dat ook goed. Maar ik zegnog wel een keer: het voortouw ligt in de sector, want het is iets tussenwerkgevers en werknemers. Wel verplicht ik, want dat ligt echt bij mij, deinstellingen die BIS-subsidie ontvangen om zich te verbinden aan decollectieve afspraken. Daarmee geef ik het goede voorbeeld. Daarmeegeef ik aan hoe het hoort te gaan in de sector. Daarmee ben ik voortrekkerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54650 en voorloper, en wil ik ook een gids zijn voor hoe dit hoort te gaan, zodater een eerlijke beloning is in de culturele sector, zodat ook medeover-heden en andere financiers dat volgen. Ik denk dat ik op dit moment hetbeste het voortouw kan nemen en een gids kan zijn, naast dat ik dewerkgevers en werknemers aan de ketentafels blijf brengen.De voorzitter:Ik dank u wel. Ik kan mij voorstellen dat mijn fractie daar toch net ietsanders naar kijkt en dat dit een vervolg krijgt in een mogelijk tweeminu-tendebat later. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit blok. Ik kijk nogeven naar de leden, maar er zijn geen interrupties meer. Dan komen we bijblok vijf, bibliotheekbestel plus boeken.Minister Bruins:Ja, bibliotheek en boeken. Hoe zorgt de Minister dat het recht op eenbibliotheek niet afhangt van je postcode? Ja, dat is heel belangrijk. Wijwijzigen de Bibliotheekwet. Er komt – daar hebben we er één – eenzorgplicht voor gemeenten en daar zit extra geld bij. Wij zorgen voor diezorgplicht, zodat iedereen straks toegang heeft tot een volwaardigebibliotheek. Om zich hierop voor te bereiden krijgen gemeenten in 2025en 2026 extra budget, afhankelijk van het aantal inwoners, met eenminimum van € 100.000 voor kleine gemeenten. Dat gebeurt via dezogenaamde decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds. Dat is eenmanier waarop je een zorgplicht op een zorgvuldige manier in het veldkunt zetten. Vanuit het uitgangspunt van goed en behoorlijk bestuur is hetdan wel van belang dat gemeenten geen extra plichten krijgen zonder dater een fatsoenlijke voorbereidingstijd is. Het is de verantwoordelijkheidvan de lokale politiek om het gemeentebestuur aan te spreken op debesteding van die middelen. Ik heb op 18 maart jongstleden allegemeenten een brief gestuurd om hen te wijzen op deze decentralisatie-middelen, bedoeld voor bibliotheken. Het geld is er, de zorgplicht komt eren men heeft de tijd om dit nu goed in te regelen.Daarbij vroeg de heer Mohandis of ik de Bibliotheekwet zo snel mogelijkzou kunnen laten behandelen. Wel, het wetsvoorstel ligt momenteel in deinternetconsultatie. Die is eind december afgerond. De afgelopenmaanden heb ik de verschillende uitvoerings- en handhaafbaarheids-toetsen ontvangen. Op basis van die ontvangen reacties en toetsen wordtmomenteel in kaart gebracht hoe we dit dan naar uw Kamer krijgen. Geletop het belang van het zorgvuldig afronden van de consultatiefase is ernog wel enige tijd nodig. En voordat ik het wetsvoorstel naar uw Kamerkan sturen, moet het eerst via de ministerraad en langs de Raad van State.Daarna komt het wetsvoorstel zo snel mogelijk naar uw Kamer. Ik zie geenmogelijkheid om dat proces zodanig te versnellen dat het nog voor uwverkiezingsreces in uw Kamer zou liggen. Ik denk wel, als ik eenvoorzichtige uitspraak mag doen, dat het wetsvoorstel in september naarde Raad van State kan, als het allemaal lukt in de ministerraad.De heer Stoffer vroeg naar de vergoedingen voor luisterboeken. Luister-boeken worden door commerciële streamdiensten aangeboden en in hetpublieke domein door de online Bibliotheek. In de online Bibliotheekwordt voor elk gebruik van een luisterboek een vergoeding betaald dievergelijkbaar is met het lenen van een e-boek. Daar is het dus zoals deheer Stoffer wil. In het commerciële domein is de uitlening van luister-boeken opgenomen in het modelcontract tussen de organisaties vanuitgevers en auteurs. Het gebruik van een luisterboek wordt daaringelijkgesteld aan het gebruik van een e-boek. Op die manier is er naarmijn idee een goede regeling voor zowel het publieke als het commerciëledomein. Wellicht heeft de heer Stoffer meer specifieke informatie over desituatie die hij dan bedoelt, maar die hoor ik dan wellicht bij interruptie,want dit is het einde van mijn blokje, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54651 De voorzitter:Collega’s op de bieb? Dan had ik een hele korte interruptie. U zegt«september» ... Nee, excuses, u zegt «na de verkiezingen», maar u hooptdat er in september iets naar de Raad van State kan. Het gaat hier over dezorgplicht voor de bibliotheek. Er is eerder ook een discussie geweestover een bredere zorgplicht voor de cultuursector. Toen zei u dat dat uheel ingewikkeld leek. Bent u wel bereid om alle plussen en minnen die uheeft opgedaan bij dit traject voor de Bibliotheekwet toch breder tebekijken en de Kamer in ieder geval te informeren over de plussen enminnen van een zorgplicht voor de brede cultuursector? Dan zegt u nogsteeds niet «ik wil het» of «ik wil het niet», maar wel «Kamer, dit zijn definanciële complicaties.» Dan kunnen we ook leren van een zorgplichtwellicht in andere cultuurdomeinen, -sectoren et cetera.Minister Bruins:Kijk, de belangrijkste voor- en nadelen heb ik eigenlijk net wel genoemdbij de behandeling van de zorgplicht voor de bibliotheken. Als je eenzorgplicht oplegt – iets waar ik overigens zeer terughoudend in ben, wantik vind dat in de overheidslagen ieder zijn verantwoordelijkheid heeft –moet je dat doen met een financiële impuls, zodat gemeenten die plichtook kunnen dragen. Mijn voorkeur gaat uit naar bestuurlijke convenanten,zoals op dit moment, om zo in gezamenlijk gesprek dit te doen. Ik kan meop dit moment ook niet voorstellen wat een zorgplicht cultuur zou moetenkosten. Ik wil dat echt aan een ambtsopvolger laten. Ik vind de manierwaarop we nu met elkaar omgaan in de cultuur, dus als drie overheids-lagen, als gelijkwaardige partners die beseffen dat men lokaal het besteweet wat er nodig is voor cultuur en met een rijksoverheid zich dienendopstelt aan dat proces, een heel mooie manier. IPO en VNG zijn ook nietzomaar voorstander van een zorgplicht cultuur.De voorzitter:Dat kan ook fantastisch met een zorgplicht, maar ik denk dat dit een puntis dat in een mogelijk vervolgdebat aan de orde kan komen. De heerStoffer?De heer Stoffer (SGP):Ja, ik heb nog een punt in reactie op het antwoord dat de Minister mij gafover de vergoeding van luisterboeken. Ik heb een brief gekregen van eenauteur. Ik zal zorgen dat de Minister die brief van mij krijgt.Minister Bruins:Heel fijn, dank u wel. Op het punt van auteurs en auteursrecht is hetwetsvoorstel Wet versterking auteurscontractenrecht door de TweedeKamer gegaan en ligt nu bij de Eerste Kamer. Dit is een wetsvoorstel vande Minister voor Rechtsbescherming van het vorige kabinet, zeg ik uitmijn hoofd.De voorzitter:De heer Weerwind.Minister Bruins:Dus als het daarover gaat: dat ligt in de Eerste Kamer. Maar ik heb graagnog even contact over de vraag waar het over gaat.De voorzitter:Dat is een iets andere reikwijdte, maar goed. Oké. Helder. Dan zijn we aanhet einde gekomen van het blok over het bibliotheekbestel en boeken engaan we heel snel door naar de varia. Daarna bekijk ik even met decollega’s hoe we de tweede termijn doen, c.q. een mogelijk tweeminuten-debat – ik weet dat mevrouw Beckerman dat voornemens is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54652 Minister Bruins:Voorzitter. Er liggen nog een aantal vragen in het blok over varia. De heerKrul sprak over het plan van de gebarentaalorganisatie. Een toegankelijkeculturele sector is belangrijk. We hebben ook het VN-verdrag voor mensenmet een handicap. Ik heb het advies gelezen van het AdviescollegeNederlandse Gebarentaal. Ik heb hier schriftelijk op gereageerd. In mijnreactie kunt u lezen dat ik met een aantal zaken echt aan de slag ga, zoalsdat kennispunt toegankelijkheid, waar ook informatie over gebarentaal interecht zal komen. Ook onderzoek ik momenteel of een subsidieregelingkan worden opgesteld die toegankelijkheid en inclusie in de cultuursectoren de mediasector kan stimuleren.De heer Koops vroeg mij naar het RAAP-arrest. In mijn brief van 11 maartjongstleden heb ik u geïnformeerd over een brief van een aantal lidstatenvan de Europese Unie aan de EU-Commissaris. Ook Nederland heeft dezebrief gesteund middels een ondertekening door de StaatssecretarisRechtsbescherming. In deze brief spreken de lidstaten hun zorgen uit overde gevolgen van het RAAP-arrest. Dit loopt via JenV. Het vindt dus plaatsop EU-niveau. De reactie van Commissaris Virkkunen op deze briefhebben we nog niet ontvangen. Ik heb er vertrouwen in dat er spoedigeen positieve reactie zal komen. Zodra die er is, zal ik uw Kamer eenafschrift doen toekomen.Het laatste punt gaat nog over het punt van groepsidentiteit van mevrouwVan der Velde. Ik begrijp haar punt. We willen mensen niet indelen inhokjes en we willen mensen niet indelen op basis van een groeps-kenmerk. Dat moeten we niet willen in dit land. Het is belangrijk voor dediversiteit dat iedereen kan zijn wie die wil zijn, maar ook dat iedereenwordt gezien als een persoon en niet als onderdeel van een groep. Desector is van en voor iedereen. Als we het hebben over toegankelijkheid,is het wel belangrijk dat we inzicht hebben in wie er werken en hoe zichdat ontwikkelt. Is er voor iedereen een gelijke kans om mee te doen in deculturele sector of te genieten van cultuur? Ik denk dat het voor mevrouwVan der Velde belangrijk is dat ik aan haar kan bevestigen dat het kabinetniets oplegt aan de sector. Dat doen we niet. Ik denk dat dat belangrijk is.Dat was het laatste uit mijn blokje varia, voorzitter.De voorzitter:Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde vanhet kabinet. Wellicht zijn er nog interrupties over het blokje varia. Datmag, heel kort. Maar voor ik dat doe, wil ik even bij de leden checken ofwe een tweede termijn doen. We kunnen nog een heel snelle, kortetweede termijn doen. We moeten 14.15 uur de zaal uit. Dan worden weeruit gebonjourd, want dan komen onze collega’s. Ja? Oké. We hebbenook nog een tweeminutendebat. We hoeven het nu niet helemaal af teronden. U heeft ook gewoon de mogelijkheid om in een mogelijktweeminutendebat nog iets te willen van het demissionaire kabinet.Mevrouw Van der Velde heeft een interruptie.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik vind het fijn om te horen dat de Minister zegt: wij willen niks opleggen.Maar toch gebeurt dat wel, want er wordt ook gewoon aan positievediscriminatie gedaan. Er wordt gezegd dat er meer vrouwen moetenkomen en dat meer mensen met een migratieachtergrond iets moeten ofniet moeten. Dat is gewoon wel positieve discriminatie. Dat is welhokjesdenken. Spreekt dat niet gewoon tegen wat de Minister net gezegdheeft?Minister Bruins:Het is belangrijk om nogmaals te zeggen dat ik de sector niets opleg. Ikvind het wel belangrijk om te weten wie er werkzaam zijn in de culturelesector. Een van de uitkomsten van het onderzoek waar mevrouw Van derTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54653 Velde ook aan refereerde, is bijvoorbeeld dat er in het meerjarig gesubsi-dieerde deel van de culturele sector relatief weinig jonge mensen werken.Daar werken relatief weinig mensen jonger dan 35. Ik vind het bestbelangrijk om je de vragen te kunnen stellen: hoe komt dat nou en zou jedaar als sector wat aan willen doen? In de rest van de sector werken weljonge mensen. Die werken ook in andere sectoren. Maar daar niet, dusblijkbaar is het meerjarig gesubsidieerde deel minder toegankelijk voorjonge makers en jonge kunstenaars.De voorzitter:Oké. Volgens mij is het antwoord helder.Minister Bruins:Ik leg niks op, maar als de sector aan de slag wil met die resultaten, danwil ik dat graag aanmoedigen.De voorzitter:Oké, punt gemaakt. Dan komen we echt bij de tweede termijn. Ik ga hetniet klokken, maar probeer het even snel te doen. We hebben 1 minuut en20 seconden. Gaat uw gang. Dat is een derde van de spreektijd van deeerste termijn.Mevrouw Beckerman (SP):Dank, voorzitter. Ik wil natuurlijk graag een tweeminutendebat aanvragen.Volgens mij hebben we ook al wel aangekondigd waar we moties overwillen indienen. Dat zit ’m natuurlijk op het stappen zetten om eenopgraving van het Palmhoutwrak of een van die wrakken bij de Rede vanTexel voor te bereiden. We denken namelijk dat dat echt een fantastischekans is om te beschermen, om heel veel wetenschappelijke kennis toe tevoegen, om heel veel mensen te enthousiasmeren en om heel veel kennisop te doen over hoe je dit soort onderzoek nou precies doet. Het is ookeen fantastische kans vanwege de internationale allure. Nederland isgewoon echt uniek als het gaat om dit type erfgoed en we weten het bijnaniet. Ik heb dat heel vaak gezegd. Nou ben ik geen onderwaterarcheoloog,maar als je archeoloog bent, vragen mensen vaak: «Archeoloog? Werk jedan in het buitenland?» Dat vroegen ze vroeger altijd aan mij. Het iseigenlijk zo jammer dat mensen die vraag stellen, want ze zoudeneigenlijk in het buitenland aan misschien wel Griekse collega’s moetenvragen: «O, archeoloog! Werk je dan in Nederland? Werk je dan in deWaddenzee?» Dat lijkt me fantastisch. Dat lijkt me ook een motie waard,dus daar gaan we op inzetten.Voorzitter. Ik denk ook – dat is een wat heftiger punt – dat de bezuini-gingen die deze Minister in de O van zijn ministerschap heeft aange-kondigd, ook een grote impact kunnen gaan hebben op cultuur, erfgoeden archeologie. Dat is een grote zorg, waar we ook op terug zullen komen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Beckerman. Dan komen we bij de volgende 1minuut 20, van D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. We hebben veel besproken met elkaar. Ik zoek nog welnaar wat we de komende maanden nog kunnen doen en waar we nog welvoor kunnen strijden. Ik spoor de Minister en de collega’s nogmaals aanom ons daar samen voor in te blijven zetten, want nog meer stilstand isslecht voor de cultuursector. De cultuursector verdient structurele steunen waardering, en een duidelijke toekomst.We hebben ook veel gewisseld over het recht op cultuur. Het is goed datde Minister nu ook aangeeft dat hij de stappen daarnaartoe zeker gaatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54654 zetten. Hopelijk kunnen we daar in de volgende periode daadwerkelijkvoor gaan zorgen. Ten aanzien voor de langere termijn voor cultuurinstel-lingen, om die vier jaar te verlengen naar acht jaar, hoor ik hem zeggendat hij deze periode nog een wet in gang wil zetten. Dat is goed om tehoren. Ik neem aan dat het dus naar die acht jaar gaat. Ik check het evenvoor de zekerheid. Ik ben zo benieuwd wanneer de brief komt die eerstnog in de ministerraad lag. Kunnen we die dan ook nog verwachten? Erzijn namelijk nog veel meer zaken waar ik ook aandacht voor hebgevraagd. De cultuursector zit daar met smart op te wachten. Het gaat danom aandacht voor makers, fair pay en cultuureducatie. Daar zie ik nog welheel graag naar uit.De voorzitter:Dank u wel. De heer Krul, CDA.De heer Krul (CDA):Voorzitter, goed nieuws. Het is goed nieuws voor heel veel musea enbeheerders van monumentaal erfgoed dat de Minister aan de slag gaatmet de nieuwe regeling. Wat ons betreft gaat dat iets te traag, maar wehebben het er maar mee te doen. Zo is het ook wel weer. Voor deverkiezingen een contourenbrief, bouwstenen of hoe de Minister het ooknoemde; ik hoop dat we daar spoedig over geïnformeerd worden, en danvolgt na de verkiezingen zo ongeveer die regeling. Dat is goed nieuwsvoor heel veel instellingen.Voorzitter. Ik heb een uitnodiging gehoord van de Minister. Die wil ik bijdezen accepteren, en ik ga ook gelijk een uitnodiging teruggeven aan dezeMinister. Als hij dan toch in de Noordkop is, bezoek dan ook dat prachtigestukje cultureel erfgoed, dat maritiem, nautisch erfgoed, in Den Helder,het gebied Willemsoord. Dat is een prachtig, prachtig stukje. Bezoek hetReddingmuseum of het Marinemuseum. Daar neem ik hem graag meenaartoe op die dag. De uitnodiging is dus aanvaard, en ik geef die ookgraag weer terug.Dank u wel.De voorzitter:De heer Koops.De heer Koops (NSC):Voorzitter, ik heb een vraag, en die is eigenlijk niet aan de Minister,namelijk of ik mee mag naar het Marinemuseum. Dat is namelijk eenschitterend museum, en die onderzeeboot daar, de Tonijn, daar wil ik in!Voorzitter, in werkelijkheid. Ik zit hier heel goed te luisteren. Het isnatuurlijk hartstikke prettig en fijn hoe de Minister zijn best heeft gedaanom dit debat voor te bereiden en ons zo veel mogelijk stukken te geven.Dit geldt a fortiori voor de begrotingsonderhandelingen en de begrotingvan het najaar. Ik heb dus de indringende oproep, die ik vast tenovervloede doe, om ons voorafgaand zo veel mogelijk informatie envoortgangsrapportages te verstrekken, zodat we als het ware zo goedmogelijk beslissingen kunnen nemen in september.De voorzitter:Dank u. Mevrouw Van der Velde voor haar tweede termijn.Mevrouw Van der Velde (PVV):Voorzitter, dank u wel. Het enige wat ik eigenlijk kwijt wil, is dat wij deantwoorden van de Minister niet echt afdoende vonden. Dus ja, verwachtmaar weer een aantal moties.De voorzitter:Mooi. Oostenbrink.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54655 De heer Oostenbrink (BBB):Dank, voorzitter. Natuurlijk ook bedankt aan de Minister voor de beant-woording. Ik hoor de Minister hier zeggen dat er in de periode van 2025tot 2029 meer sprake is van regionale spreiding dan ooit tevoren. Dat is opzich goed nieuws, en daar zijn wij natuurlijk blij mee. Dat sluit ook aan bijeerdere moties die we hebben genoemd. Tegelijkertijd willen we welblijven benadrukken dat wij ons zorgen maken over hoe die spreidinguitpakt, ook vanaf 2029. We snappen dat dit niet gelijk nu allemaalmogelijk is, maar het laat wel echt zien dat de noodzaak daarin vanuit onsecht ligt bij het na 2029 echt goed spreiden ervan over het hele land. Hetis daarom ook goed om te horen dat de Minister daar in zijn brief opvooruitblikt. Wat ons betreft is het echt tijd om een einde te maken aan hetfeit dat bepaalde provincies zijn uitgesloten en buiten de BIS-boot vallen,als het ware. BBB zal zich dan ook blijven inzetten voor eerlijke kansen inde regio en voor een betere en evenwichtige spreiding van cultuur doorhet hele land.De voorzitter:De heer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):Voorzitter. Een aangename kennismaking met de Minister. Een bewinds-persoon die niet voorleest, maar wat vindt, dat vind ik sowieso wel prettigen een verademing. Dat gezegd hebbende, gaf ik in mijn bijdrage aanvoor de verlenging van vier naar acht jaar te zijn, maar ook uit te kijkennaar de brief van de Minister. Op basis van wat de Minister heeft gezegd,zeg ik, via de voorzitter, tegen de woordvoerder van de PvdA dat dit dusook betekent dat ik in het tweeminutendebat nog niet zal kiezen voor deacht jaar, omdat ik de brief van de Minister in september afwacht. Fijn datdie in september komt, voordat het verkiezingsreces begint.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan GroenLinks-PvdA.De heer Van der Burg (VVD):Excuus.De voorzitter:Het maakt niet uit. Ik ben van origine van de PvdA, dus in dat opzicht heeftu het goed ingeschat. Dat heb je bij ons, hè? «Van origine» ben je dan vaneen bepaalde partij. Nou ja, goed.Voorzitter. Ja, «voorzitter», via mezelf! Deze dubbele rol is heel gek; datmoeten we niet te vaak doen. Er zijn een paar punten wat uitgebreideraangestipt. Ik wilde toch nog even doorgaan op fair pay en de sectoraleafspraken. Het moet iets bindender worden dan nu. Daar blijf ik wel bij.We geven ook geld uit. Het gaat vaak om publieke instellingen. Ik ga ernog eens op kauwen hoe we kunnen proberen u te blijven aanmoedigenen werkgevers hun rol te laten pakken. Het gaat hier niet alleen omwerkgevers die geld uit de markt halen, maar ook om hen die publiekworden gefinancierd. Daar kom ik dan nog op terug.Er is al het nodige gezegd over de bibliotheken en de vier en acht jaar. Wegaan eens kijken wat het tweeminutendebat brengt. Ik wens u in iedergeval veel succes de komende maanden in deze rol. We gaan eens kijkenwat we nog in gang kunnen blijven zetten zodat de culturele sector meerkrijgt dan een debat van elf maanden over iets wat er nooit is gekomen,zoals de btw-verhoging. Laten we het nu gaan hebben over dingen diewel nodig zijn om echt iets te doen voor een robuuster stelsel dan we nuhebben.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54656 Dan zijn we ook aan het einde gekomen van de tweede termijn van dezijde van de Kamer. Ik kijk naar de Minister. Wil de Minister antwoordenop de punten die gemaakt zijn?Minister Bruins:Voorzitter. Ik wil de commissie bedanken voor dit prettige debat. Het ismooi om te zien hoe we allemaal een warm hart voor de cultuursectorhebben. We beseffen dat het niet alleen maar een belangrijk deel van onsbbp is, maar ook een sector die bepaalt wie we zijn. Het is een sector dieverbindend kan werken en die het waard maakt ons land te verdedigen.Er is al een aantal moties aangekondigd op onderwerpen die buiten-gewoon relevant zijn. Daar zie ik naar uit bij het tweeminutendebat.Mevrouw Rooderkerk vroeg nog: wat kunnen we wel doen? MeneerMohandis sprak ook de wens uit om ook in de komende tijd, in de tweedehelft, echt nog stappen vooruit te zetten. Ik hoop van harte dat een boelzaken niet controversieel zullen worden verklaard in uw Kamer, zodat weook echt stappen kunnen zetten, zoals bijvoorbeeld de brief over delangere BIS-periode. Ik proef inderdaad brede steun ervoor, zeg ik tegenmevrouw Rooderkerk, dat dat acht jaar moet zijn. Dat zeg ik ook tegen deheer Van der Burg.Ik ga met mensen op reis. Dat is ontzettend leuk. Op weg naar Texel komik het Westfries Museum tegen. Ik kom Den Helder tegen. Dat gaatallemaal heel erg mooi worden. We gaan zien hoe dat past in één dag. Ikga vragen om mijn agenda daar goed op in te vullen. We gaan zien watwe met elkaar kunnen. We gaan met z’n allen carpoolen omwille van hetklimaat. Ja, we moeten de boottijden ook nog bekijken.De heer Koops vraagt mij om zo veel mogelijk rapportages en brievennaar de Kamer te sturen. Ik zou zeggen: in volle vaart vooruit op weg naarde begroting voor 2026.Meneer Oostenbrink noemt nog een keer de spreiding. Ik wil graag methem delen dat ik een overzicht aan het maken ben van hoe de spreidingeruitziet als je alle vormen van cultuur meeneemt, niet alleen de BIS, dekleine BIS of de grote BIS. Er gebeurt zo veel in Nederland, zo veel moois.Hoe ziet het er nou eigenlijk uit als je dat totaalplaatje bekijkt? Dat wil ikgraag doen. Dat is een mooie basis voor een onderbouwd debat over despreiding van cultuur over het land.Dat waren zomaar een aantal dingen. Ik vond de kennismaking met deheer Van der Burg ook buitengewoon prettig.Dank u wel en graag tot een volgende keer.De voorzitter:Een bijzondere bromance ontstaat hier. Wie weet wat dat nog gaatbrengen in de toekomst – in deze commissie bedoel ik dan, uiteraard.We zijn aan het einde gekomen van de termijn van de zijde van hetkabinet. Ik dank de Minister en alle ondersteuning voor de beantwoordingen alle voorbereiding daarvoor. Ik dank ook iedereen die hier is of dit opafstand met geduld en passie heeft gevolgd. Ik dank alle Kamerleden, ookalle nieuwe leden in deze commissie; nog een extra welkom, zeg ik danmaar even tegen de heer Van der Burg. Maar volgens mij is het ook heteerste Cultuurdebat van de heer Koops, als ik het goed heb. De Archiefwetheeft u al gehad, dus het is uw semi-eerste keer.Voordat ik de toezeggingen ga voorlezen – het zijn er wat, dus luistert ugoed mee straks – wil ik nog even iets uitleggen. Er is net een tweeminu-tendebat aangevraagd door mevrouw Beckerman. Normaal gesprokengeleiden we dat door en vindt dat plaats. Dat is nog steeds het geval,maar het gaat eerst op de lijst staan van de komende procedureverga-dering. Daarin moet de OCW-commissie besluiten of het doorgaat. Bijtweeminutendebatten is dat meestal het geval. Maar nu komt het. Ditvraagt wel even alle aandacht van alle leden die dit voor het eerstmeemaken en van alle aanwezigen. Onder dit debat vallen allerlei zaken,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54657 allerlei brieven. Die heeft u op de convocatie kunnen lezen. Ik kan mijvoorstellen – ik noem even een voorbeeld – dat mevrouw Beckerman ietswil met het onderwerp archeologie. Als die brief op de convocatiecontroversieel wordt verklaard, dan is die controversieel. Dan kanmevrouw Beckerman natuurlijk een motie indienen, maar dan krijgen weeen heel gekke situatie. Dan kan ik me voorstellen dat de Minister zegt: ikwil wel, maar uw Kamer wil het niet. Dus het vraagt wat van de Kamer-leden.Ik leg het even uit. Als u iets van plan bent bij het tweeminutendebat, ishet belangrijk dat de zaken, de brieven, die daaronder liggen, nietcontroversieel worden verklaard. Ik geef het even mee, zodat u daar extraalert op bent en niet straks denkt: ik had een mooie motie, maar de brief isin de ijskast gezet door diezelfde Tweede Kamer. Dat vraagt dus even onsaller aandacht. Ik kijk naar de leden, maar ook naar hen die zich afvragen:hoe gaat dat nou met het controversieel verklaren? Sommigen van uvroegen dat aan mij. Ik dacht: ik leg het in één keer uit.Mevrouw Beckerman mag daar zeker op reageren. Uw tweeminutendebatwordt bij dezen doorgeleid naar de Griffie plenair, maar ook naar deprocedurevergadering.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. Dat was ook de reden dat ik even opnoemde waar mijn motieover ging. Ik zou collega’s willen oproepen om datzelfde buiten devergadering om naar elkaar te doen. Dan weten we wat bij de procedure-vergadering de wensen van anderen zijn.De voorzitter:Ik vind dat een goede oproep. In het kader van collegialiteit zullen wij dattijdig doen bij u, zodat u weet waar we nog wat mee willen. Dat geldt ookvoor u.Dan komen we bij de toezeggingen. Ik hoor nu de stemmingsbel. Dieduurt een minuut, dus ik wacht even, nog 45 seconden. Daarna ga iktoezeggingen voorlezen.Dan komen we bij het einde van de vergadering. Moeten er leden per senu gaan stemmen? Dan dank ik de heer Koops voor zijn aanwezigheid. Destemming is niet hoofdelijk, maar per fractie. De meesten zullen dan daarvertegenwoordigd zijn. Ik wacht even, want ik weet dat er ook volgers vandit debat op afstand zijn die willen meeschrijven als we de toezeggingenvoorlezen.−De Minister stuurt voor de verkiezingen de uitgangspuntenbrief inzakede incidentele middelen voor de restauratieregeling. Na de verkiezin-gen volgt de publicatie van de regeling zelf.Ik kijk even naar de Minister. Check.−De Minister zal de Kamer na de verkiezingen (maar voordat de regelingopengaat) informeren over de weeffout die tussen de Sim en dewoonhuisregeling zit. In diezelfde brief gaat de Minister ook in op devraag of en, zo ja, hoe deze weeffout kan worden hersteld. Dat wasvolgens mij een toezegging aan de heer Stoffer en aan andere fracties.−De Minister zegt toe de Kamer zo snel mogelijk te informeren over hetvervolg van de middeleeuwse gouden ring. Omdat daar een onderhan-deling aan ten grondslag ligt, houd ik het bij «zo snel mogelijk».−De Minister zal de Kamer uiterlijk in september 2025 de wetswijzigingten behoeve van de langere subsidieperiode van de BIS doentoekomen.Minister Bruins:Het gaat om de brief.De voorzitter:Ja, ik ga hem even opnieuw doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54658 −De Minister zal de Kamer uiterlijk in september 2025 de brief tenbehoeve van de langere subsidieperiode van de BIS doen toekomen.Check. Daarop volgt de vijfde toezegging.−Volgend jaar zal de Kamer het voorstel voor de gewijzigde regelingontvangen. Hierin wordt ook ingegaan op de gezamenlijke verantwoor-delijkheid met medeoverheden et cetera, et cetera.Wilt u nog wat aanvullen?Minister Bruins:Het gaat dus niet om de regeling zelf, maar om de uitgangspunten van dieregeling, zodat ik die met uw Kamer kan bespreken.De voorzitter:De uitgangspunten van die regeling, dus nog niet de regeling.Minister Bruins:Nee, de regeling zelf wordt gepubliceerd in 2028.De voorzitter:Check, dan hebben we dat even aangevuld. Dank.Dan de zesde en laatste toezegging die we hebben genoteerd.−De Kamer wordt in 2026/2027 geïnformeerd over de evaluatie van deFair Practice Code.Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat. Ik wil nog evenexcuses aanbieden. Ik zit altijd voor in de commissie VWS, maar dan doeik niet mee aan het debat. Dat is veel overzichtelijker. Het was evenimproviseren met het woordvoerder- en voorzitterschap tegelijk. Ik dank uallemaal voor uw geduld. Het is exact 14.00 uur. Ik sluit de vergadering.Sluiting 14.01 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 820, nr. 54659

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2c7f31576102ddd9

14 okt 2026 · b9812e1a0972d5fc

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingCultuur
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 juni 2025, over cultuur

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.